Uit de historie van de Liemers:

 

De Zevenaarse Andreaskerk op een tekening van Abraham Rademaker (1740) met op de voorgrond het riviertje de Aa dat stroomt vanuit de Rijn bij Oud-Zevenaar naar de moerasachtige gebieden van 't Grieth ten noorden van Zevenaar. De huidige Oud-Zevenaarseweg ligt in de bedding van het vroegere riviertje de Aa.

De Liemers is een streek in de Nederlandse provincie Gelderland, die wordt begrensd door de Duitse grens, de Nederrijn, de IJssel en de Oude IJssel, maar volgens algemene aanname zonder het grootste deel van de voormalige gemeente Bergh.

De staatkundige indeling van de Liemers en omgevende gebieden in de 16e eeuw.
Geel: Kleefs Gebied                               Lichtgroen: Berghs gebied 
Groen Gelders / Staatsgebied           Wit: zelfstandig gebied

De hoofdplaats van de Liemers is Zevenaar. Zoals veel plaatsen in de Liemers, zoals ook Duiven, Groessen, Loo, Aerdt, Herwen en Wehl is Zevenaar vele eeuwen Kleefs bezit geweest. Ruim twee eeuwen geleden in 1816 worden deze plaatsen bij Nederland gevoegd.


De doorgaande Postweg van Arnhem naar Pruisen in Zevenaar, getekend door Jan de Beijer in 1745. Op deze afbeelding v.l.n.r.: de binnenmolen, de Bleckse poort, Huijs Zevenaer, Reformeerde Kerk en de Catholijke Kerk

Het marktplein in Seventer (Zevenaar) op een tekening van Paul van Lienden / Jan de Beijer (1745). Links op de achtergrond met het kleine torentje de katholieke kerk (de hoge toren die we in onze tijd kennen is pas aan het eind van de 19e eeuw gebouwd), rechts daarvan het Doelentorenje (afgebroken in het midden van de 20e eeuw) en rechts op de voorgrond de “Reformeerde”kerk (in onze huidige tijd de “Ontmoetingskerk”)

 

Op deze ansicht van de Markt in Zevenaar uit 1899 heeft de Andreaskerk inmiddels een 65 meter hoge toren. Het eeuwenoude Doelentorentje, dat halverwege de 20e eeuw wordt afgebroken, staat nog fier.

 

1  Kruispunt in het centrum van Zevenaar  2  Marktstraat  3  Protestante kerk  4  Weverstraat
5  Pelgromstichting (verzorgingshuis voor ouderen) 6 Marktoverkapping

Luchtfoto van het centrum van Zevenaar (november 1951)
1 Oranjelaan, nog vrijwel zonder huizen
2 de in 1951 geopende Aloysiusschool (Oranjelaan 10, aan begin 21e eeuw afgebroken)
3 huis van dr. A. Gerver, longarts  4 Nieuwe Doelenstraat  5 Melkfabriek
6 Andreas-Muloschool   7 R.K. kerk  8 sigarettenfabriek “Turmac” (nu: gemeentehuis)
9 Huis Rijck (woning van notaris Hazewinkel)  10 Huis Sevenaer
11 R.K Ziekenhuis en Sanatorium  12 Babberichseweg   13 Didamseweg
14 Marktstraat  15 Grietsestraat   16 R.K kerkhof aan Arnhemseweg

 

De overgrote meerderheid van de bevolking in de Liemers heeft tot halverwege de 20e eeuw doorgaans op de rand van een bestaansminimum geleefd waarbij misoogsten, ziekten, oorlogen en (natuur)rampen kwellingen zijn, die de mensen bij voortduring hard hebben getroffen. Ontelbaar zijn de vele dijkdoorbraken geweest. Indrukwekkend te zien hoe velen onder vaak erbarmelijke toestand toch letterlijk en figuurlijk het hoofd boven water hebben kunnen houden.


Op 19 december 1753 vindt een doorbraak plaats van de Rijndijk in Leuffen / Leuven, een buurtschap gelegen tussen Oud-Zevenaar en Groessen, waardoor een groot gebied tot aan Steenderen toe onder water komt te staan. Pas eind maart 1754 is de dijk zover hersteld dat geen water meer binnenstroomt. Tot oktober 1754 wordt dagelijks met honderd karren aan het herstel van de dijk gewerkt. In februari 1757 veroorzaakt een nieuwe dijkdoorbraak opnieuw verwoestingen in Leuffen. In 1799 slaat het noodlot echter definitief toe en komt een eind aan deze buurtschap. Van de 19 huizen, die Leuffen voor de dijkdoorbraak in het rampjaar 1799 nog telt, blijven er maar vier voor voor de watermassa gespaard.  


Door vele dijkdoorbraken als gevolg van waterstuwing door kruiend ijs is de Liemers in februari 1757 een grote watermassa. Velen vertoeven dagen op zolder of op het dak van hun huis. Ook gaan veel huizen verloren door de watermassa.

Op dinsdag 5 januari vindt bij Pannerden een dijkdoorbraak plaats waardoor de Liemers geteisterd wordt door een enorme watersnood. In Pannerden staat alleen de hoger gelegen boerderij van “Van Keulen” niet onder water. Op bepaalde plaatsen bereikt het water een hoogte van meer dan drie meter.Ook landelijk trekt de watersnood grote aandacht. Mariniers schieten de bevolking te hulp. Op 7 januari 1926 brengt koningin Wilhelmina een bezoek aan Pannerden om de situatie in ogenschouw te nemen. De bevolking van de Liemers is in het verleden vaak geconfronteerd met de gevolgen van hoog water.

Naast overstromingen hebben  onze voorouders bij voortduring infectieziekten moeten trotseren. Omdat er weinig of geen kennis was aangaande  de oorzaak hebben deze ziekten enorm veel slachtoffers kunnen maken.
Enkele voorbeelden:

– De pest. Heel berucht is het jaar 1636, toen “Godt de Heere meer als die helfte der burgerie met die pest besocht” en men bovendien nog met de gevolgen van een ernstige misoogst te maken had. Alleen al in Zevenaar-stad overlijden dat jaar ongeveer 25 mensen aan de pest.

-een typische plaag van vooral de 18e eeuw is dysenterie, die vooral grote aantallen slachtoffers maakt na hete en droge zomers. Dysenterie, een infectieuze  darmaandoening, die gepaard gaat met ondraaglijke buikkrampen en een bloederige, waterige en stinkende diarree, werd in de volksmond “rode loop” genoemd. Ongeveer 30% van de door dysenterie getroffenen overleed er aan. Zo overlijden in het najaar van 1779 alleen al in de buurtschap Grieth bij Zevenaar twintig mensen aan deze gevreesde aandoening. Nog rampzaliger jaren wat betreft dysenterie is 1783. Na een intens hete en droge zomer waarbij de gewassen op het land verdroogden, breekt begin augustus de ziekte uit. Binnen een week telt Zevenaar al vijf dodelijke slachtoffers. Wanneer eind oktober de epidemie voorbij bedraagt het aantal dodelijke slachtoffer alleen al in Zevenaar 83. Dit komt overeen met ongeveer tien procent van de bevolking.

– ook pokken heeft in het verleden met grote regelmaat vele slachtoffers gemaakt. Een rampzalig jaar wat betreft deze aandoening is 1871. Zo krijgen in het dorp Loo bij Duiven dat jaar 174 inwoners de pokken. Hiervan overlijden er 33. Onder de dodelijke slachtoffers bevindt zich ook Joannes Peters, R.K. pastoor van Loo. 

– tot de komst van een werkzaam vaccin was difterie een zeer gevreesde kinderziekte. Bij deze ziekte worden luchtwegen vernauwd waardoor de kinderen het ontzettend benauwd krijgen. In het ergste geval stikken na een door merg en been gaand lijden. Onder meer  in 1894  teistert difterie onze regio. In Zevenaar overlijden twintig kinderen en  in zowel Duiven als Wehl vijf.

– ook cholera, in de volksmond braakloop genoemd was gevreesd. Zo werd bijvoorbeeld het dorp Lobith in de zomer van 1849 niet gespaard voor deze ziekte. In enkele weken tijd overleden er 12 mensen aan.     

Onze voorouders zochten en vonden bij alle ontberingen steun bij hun geloof in God. Als het leven op aarde vol kwellingen en tegenslagen is,  biedt het vooruitzicht van een hemels paradijs na het aardse leven velen een grote troost.

De zogenaamde Kleefse enclaves in de Liemers, zoals Zevenaar, Duiven, Groessen, Loo en Wehl) zijn tot aan het begin van de 21e eeuw overwegend rooms-katholiek gebleven. In de tijd van de reformatie (1520-1600) mogen katholieken in de Noordelijke Nederlanden niet in het openbaar hun geloof belijden, laat staan hun processies houden. Doordat grote delen van de Liemers tijdens de reformatie Kleefs zijn, is dit gebied buiten schot gebleven. Dat is de reden dat binnen de Liemers in verschillende dorpen, zoals Oud-Zevenaar en Loo, de processie nu nog elk jaar in het openbaar trekt. Ook de enorme Mariaverering is op deze wijze te verklaren. Zo is Oud-Zevenaar tot halverwege de 20e eeuw een belangrijke bedevaartsplaats geweest waar pelgrims van heinde en verre kwamen om Maria te vereren.


Tot in de huidige tijd vinden in de voormalige Kleefse enclaves in de Liemers R.K. processies plaats

Waar de naam Liemers vandaan komt is niet met zekerheid bekend. Er wordt wel eens gesteld dat de naam “Liemers” afkomt van Pagus Leomerike, waarbij pagus betekent ‘gouw’ of ‘gewest’ en  leomerike slaat op leemrijke grond. Andere verklaringen luiden echter dat het “in de luwte” betekent (de luwte tussen Montferland en Posbank) en dat het verwijst naar het Latijnse “limes” (grens). Het dialect dat in de Liemers wordt gesproken, is een overgangsdialect tussen het Nederfrankisch en het Nedersaksisch.

 

Halverwege de 18e eeuw maakt de befaamde tekenaar Jan De Beijer tekeningen die een indruk geven van het leven in de Liemers.


In augustus 1742 tekent Jan de Beijer het oorspronkelijke dorp Herwen dat enkele decennia later door het water van de Waal volledig wordt verzwolgen.