in zo verre relevant voor genealogie Van Keulen - Polman

1000 - 1499

In de geschiedenis ligt de nadruk doorgaans op machtige mensen. In www.liemershistorie.nl wordt vooral aandacht besteed aan de geschiedenis van gewone mensen en hun zwoegen voor een menswaardig bestaan, want de overgrote meerderheid van de bevolking in de Liemers heeft tot halverwege de 20e eeuw doorgaans op de rand van een bestaansminimum geleefd waarbij misoogsten, ziekten, oorlogen en (natuur)rampen kwellingen zijn, die de mensen bij voortduring hard hebben getroffen. Indrukwekkend is hoe velen onder moeilijke omstandigheden toch het hoofd boven water hebben kunnen houden.

1000     In het Liemerse land zijn nederzettingen maar nog geen dijken. De rivieren en stroompjes treden voortdurend buiten hun oevers maar echt hoge waterstanden komen vrijwel nooit voor, omdat het water zich door het ontbreken van dijken vrijelijk kan verspreiden.

1018      Er komt een officieel einde aan Hamaland en het gebied valt uiteen in een aantal losse delen met eigen machthebbers zoals: Bergh, Gelre, Zutphen Kleef en Baar.



1020
    Omstreeks deze tijd sticht keizer Hendrik II het graafschap Kleef / Kleve.  De vredelievende Hendrik II, die in 1014 door paus Benedictus VIII tot keizer is gekroond, wordt na zijn dood, als enige Duitse keizer ooit, heilig verklaard.


 

 


Keizer Hendrik II en echtgenote

1025     Didam wordt vermeld als Diedehun.

1033     Lathum komt in documenten uit 1033 voor als heerlijkheid Lathem, gelegen in het graafschap Hamelande, district Leomerike (het tegenwoordige Liemers).

1050     Oudste zekere vermelding van Oud-Zevenaar: In een oorkonde van de Duitse Keizer Karel III wordt de nederzetting Oud-Zevenaar genoemd. 

 

 



 

Bewoonde plaatsen rondom 1050


Oude nederzetting

             

Riviertjes

Huidig dijkverloop

 

Rondom 1050 is er op een zestal plaatsen in Oud-Zevenaar bewoning.

De bewoonde lokaties zijn: Ooy, Bloemendaal, gebied tussen Bloemendaal en Oud-Zevenaar, Poelwijk, Holthuizen en Camphuysen.

Steenheuvel is een oude nederzetting waar tussen 700 voor Christus en 500 na Christus bewoning is.

Ter orientatie is voorts weergegeven: het huidig dijkverloop, de latere burcht Sevenaer alsmede de stad (vanaf 1487) Sevenaer.

 

1138    De Utrechtse bisschop Andreas van Cuyck maakt de kerkgemeenschap van Duiven los van Groessen en verheft Duiven tot een zelfstandige parochie.

 

1142    Oudste vermelding van een kerk in Zeddam. Gezicht op Zeddam (Zeddem) omstreeks 1700 (Corn. Pronck)

 

1150    Halverwege de 12e eeuw wordt in het Liemerse land een begin gemaakt met de aanleg van dijken. Het zijn lage "zomerdijken" om het zomerwater te keren. Ruim honderd jaar later komen in de "Lijermersch" de eerste winterdijken.

Dijkaanleg, met eenvoudige hulpmiddelen, is een onvoorstelbaar omvangrijke klus, die naast vakmanschap vooral ook veel logistiek inzicht vraagt.

1178    Loil bestaat al; de plaats wordt gespeld als  'Loel', waarbij de 'e' zorgt voor verlenging van de 'o'. In latere eeuwen wordt de 'e' vervangen door een 'i', waarbij de functie dezelfde blijft. We vinden dit in onze tijd nog in andere plaatsnamen zoals: Goirle, Helvoirt en Oisterwijk. 

1200    Voor het eerst komen we de schriftelijke vermelding van Sėvenharen voor Zevenaar tegen. Zowel in de term Subenhara (zie het jaar 838) als in de term Sėvenharen komen we hari- tegen, dat de betekenis heeft van zandrug / heuvelrug

1202    Slot Heeshausen, gelegen tussen Elten en Lobith, wordt vermeld. Het betreft een leen van de abdij van Elten.

1222    Omstreeks deze tijd verplaatst de graaf van Gelre zijn riviertol te Arnhem naar Lobede (thans oud Lobith), waardoor ook de schepen op de Waal tol moeten betalen.

1230    Arnhem krijgt stadsrechten. 

1233    Emmerik, Doesburg en Doetinchem krijgen stadsrechten. 



1241
  Het stift in Elten, sedert 973 eigenaar van de Katentol na een schenking van keizer Otto I, verkoopt het gebruiksrecht, middels een overeenkomst van eeuwigdurende erfpacht aan de stad Deventer. Het stadsbestuur van Deventer betaalt vele eeuwen tot 1810 de jaarlijkse erfpacht, betreffende de Katentol, een doorgangstol op de IJssel tussen Zwolle en Kampen, aan het klooster in Elten


 

 


Afschrift van het schenkingsdocument van de
Katentol door de keizer aan het Eltense stift.

1245     Huis te Lathum wordt voor het eerst in documenten genoemd.


Huis te Lathum omstreeks 1750

1248    Op 15 augustus (feestdag van Maria ten Hemelopneming) zegent aartsbisschop von Hochstaden het begin van de werkzaamheden voor de bouw van de Dom van Keulen in. Pas na veel horten en stoten, de bouw lag zelfs enige honderden jaren stil, lukt het in 1880 om de Dom conform het originele ontwerp te voltooien.

1250    Omstreeks deze tijd loopt een belangrijke verkeersweg van Arnhem naar Keulen via een pontveer over de IJssel bij Westervoort, vervolgens via Groessen, Oud-Zevenaar, Babberich, Elten naar Emmerik en daarna verder langs de Rijn naar Keulen.

1256    Op 16 juni koopt graaf Otto II van Gelre (1214 -1271) landerijen en gronden in Zevenaar vanwege hun strategische ligging. In hetzelfde jaar koopt hij van de abdij Deutz het hof Eltingen bij Groessen.

   


In de Middeleeuwen is de Liemers een laag gelegen moeras, waarin de Rijn regelmatig zijn loop verlegt. Om vanuit Emmerich in Arnhem te komen moet bovendien een belangrijke hindernis worden overwonnen, te weten de rivier de Aa, een snelstromende zijtak van de Rijn, die door het (huidige) stadscentrum van Zevenaar loopt, om vervolgens uit te monden in een moerasachtig gebied ten noorden van Zevenaar (huidige Grieth).

De Aa is in de Middeleeuwen slechts op een plaats goed doorwaadbaar: Ter hoogte van (het huidige stadscentrum van) Zevenaar waar de van nature aanwezige klei niet is weggespoeld en de bodem stevig is. Op die plek laat Otto II van Gelre het kasteel Sevenaer bouwen.

 

 

1256     In de buurschap Angerlo is het kasteel Kell een voornaam hof. Het is een Eltens leen. Bernard en Johan van Kel worden in 1256 vermeld als dienstmannen van Elten. In de strijd tussen Gelre en Bourgondie wordt het kasteel in 1495 verwoest door soldaten van graaf Jan van Egmond van Bahr. Het kasteel wordt herbouwd maar tijdens de Tachtigjarige Oorlog wordt Kell opnieuw verwoest en niet meer herbouwd. In onze huidige tijd herinnert slechts een muurrestant aan het kasteel Kell.


Muurrestant Kell

 

1275    De oudste vermelding van kasteel Byland stamt uit 1275 als de Heer van Pannerden, Willem Doys,  het kasteel als leengoed krijgt van de Hertog van Kleef.  Dit bij Pannerden gelegen kasteel, ook genoemd Huis Scathe van Willem Doys, wordt in de 16e eeuw door de veranderde loop van de Waal weggespoeld. Op een kaart uit 1631 van Millingen staat de ruine van Huis Bylandt nog in de Waal getekend.  
Voornoemde kasteel Bylandt is niet hetzelfde kasteel Bylandt dat in 1734 door Jan de Beijer is getekend. Dit kasteel, ook bekend als Huis Halt, ligt verder stroomopwaarts bij Bimmen.

 


Kasteel Byland (Jan de Beijer, 1734)


1276    
Oudst bekende pastoor in Oud-Zevenaar is pastoor Gerlach (omstreeks 1276).

 

1280    Omstreeks deze tijd bewoont het geslacht Van Broeckhuysen reeds een donjon, een verdedigbare toren (klein kasteel) dat enige eeuwen later wordt afgebroken en omstreeks 1860 wordt vervangen door de huidige villa Broekhuizen in Wehl.

 

    
Broekhuizerlaan in Wehl
aan het begin van de 20e eeuw

1290    Aan het eind van de dertiende eeuw is Doesburg verreweg het belangrijkste centrum in onze regio. De gehele Liemers tot aan Emmerik ressorteert onder het ambt Doesburg.

1295    Het Westervoortse veer, eeuwenlang de enige verbinding met Arnhem, wordt voor het eerst vermeld. Bijna vijfhonderd jaar later, in 1763, wordt deze verbinding verbeterd door de plaatsing van een schipbrug.

1300    Omstreeks 1300 komt Lobede als gevolg van de verandering van de Rijnloop aan dood water te liggen. De tol wordt daarom vanaf die tijd ongeveer een kilometer westelijker geheven. Daar verrijst omstreeks 1350 een kasteel met een zeer zware toren, waar Gelderse hertogen regelmatig verblijven. Rond het kasteel vormt zich een nederzetting, die lange tijd als Tolhuijs bekend zou staan, maar in onze tijd de naam Lobith draagt.  

1300    De graven van Gelre en van Kleef (Kleve), die beiden gezag uitoefenen in onze omgeving, verkopen het Groessense en Duivense Broek aan een 26-tal hoevebezitters.

1305      Omstreeks deze tijd krijgt de Westervoortse  kerk een toren.   

 


De Westervoortse dorpskerk omstreeks 1325 (A.G. van Dalen)

1306    In het jaar 1306 passeren ongeveer 2500 schepen de tol in Lobith.
Rijnafwaarts wordt vooral vervoerd: fruit, wijn, eieren, boter, kaas, hout, natuursteen en tonnen. Stroomopwaarts wordt vooral vervoerd: haringen, gezouten vis, noten, Vlaams doek en Franse wijn.

1312    De broeders Van Meurs krijgen het kasteel in Didam te leen van graaf Reinald I. Van dit kasteel, ook wel Meurse Toren genoemd, is in onze tijd niets meer te vinden omdat het in 1609 is afgebroken.

1313     In een rentmeestersrekening van de graven van Gelre wordt de benaming Montferland voor de eerste keer gebruikt. Montferland wordt in deze rekening gespeld als: Montferant.

1317    Didderich, zeer waarschijnlijk de zoon van Willem Doys, volgt deze op als heer van kasteel Scathe (nabij Pannerden). Didderich krijgt geen zoons, wel een dochter, Sophia geheten, die trouwt met Willem, heer van Bergh. Door dit huwelijk wordt laatstgenoemde heer van Pannerden, dat vervolgens meer dan vier eeuwen, tot 1809, leen van huis Bergh te 's-Heerenberg zou blijven. 

1321    De oudste akte waarin de Burcht (Kasteel / Casteel) Sevenaer wordt genoemd dateert uit 1321. Deze middeleeuwse burcht heeft een belangrijke rol gespeeld in de strijd tussen Gelre en Kleef om de macht over de Liemers.

1322    Watervloed teistert de Liemers. Ook in 1312, 1313, 1325 en 1342 is er veel wateroverlast.

1328    De graven van Kleve (Kleef) en Gelre regelen in een Landbrief het beheer van dijken, weteringen en sluizen.
Dit kan gezien worden als het allereerste begin van de georganiseerde waterbeheersing in onze streek. Er zou echter nog een lange weg van vele eeuwen te gaan zijn alvorens de bewoners van de Liemers gevrijwaard zijn van overstromingen.

1338
    In de annalen van het Stift Elten wordt voor het eerst de Sint Vitusmarkt vermeld. Deze zeer vermaarde jaarmarkt genoemd naar de H.Vitus, patroon van de Abdijkerk, is waarschijnlijk reeds in de 9de eeuw ingesteld. De feestdag van de H.Vitus is op 15 juni. Van 10 tot en met 23 juni vindt de St.Vitusmarkt, ook wel "dertiendag" genoemd, plaats. Aansluitend is er op 24 juni, St.Jansdag, een kermis met veel muziek en dans.

1339    Gelre wordt door de keizer van Beieren tot hertogdom verheven
. Het is een zeer groot en belangrijk hertogdom. Het omvat naast de huidige provincie Gelderland grote delen van de huidige provincie Limburg (met onder meer Venlo, Venray en Roermond) en delen van het huidige Noord-Rijnland-Westfalen met onder meer het stadje Geldern, waarnaar het hertogdom Gelre en de latere provincie Gelderland zijn genoemd. Het hertogdom Kleve vormt een wig tussen de Noordelijke en de Zuidelijke delen van Gelre. De zelfstandigheid van Gelre eindigt in 1543.

    Omstreeks 1350 omvat het hertogdom Gelre:
1. het Kwartier van Nijmegen (huidige Betuwe)
2. het Kwartier van de Veluwe (ook genoemd het Kwartier van Arnhem)
3. het Kwartier van Zutphen (de huidige Achterhoek en Liemers)
4. het Kwartier van Roermond (het huidige Limburg en delen van Noord-Rijnland-Westfalen) 

 

1340     Uit een rekening van de rentmeester van de graaf van Gelre blijkt dat in deze tijd tot de Lijmers gerekend worden: Weel (Wehl), Betburg (Babberich), Zevenaar, Angeroy (Loo), Westervoort, Beek en Zeddam,  Duiven en Groessen.

1342     In de maand juli overstroomt een gebied tussen Lobith en Westervoort.



1347
  Omstreeks deze tijd wordt het nieuwe Tolhuis gebouwd. Het is gelegen aan de Rijn tussen Spijk en Eltenberg. In de loop van tientallen jaren ontwikkelt het zich tot een ware burcht waar vele eeuwen tol wordt geheven. In de loop der 17e eeuw moet de tol echter verplaatst worden naar het tegenwoordige Tolkamer omdat de loop van de Rijn zich wijzigt en het Tolhuis in het land komt te liggen.


 


Tolhuis omstreeks 1640 (Claes Jansz. Visscher)

1348    Een Kleefse akte  vermeldt bezittingen in de Lymers "te Zevenaren, te Wele , te Duven, te Gruessen, the Dydem ende the Beke" (Zevenaar, Wehl, Duiven, Groessen, Didam en Beek).

1349    Omstreeks deze tijd woedt in Europa de pest, die tientallen miljoenen de dood in jaagt en vooral de stedelijke samenleving volledig ontwricht. In Arnhem overlijdt in korte tijd 35% van de bevolking. 


Middeleeuwse pestmeester die zieken behandelt in beschermende kleding en vogelbekmasker, waarin kruiden die "kwade" dampen tegengaan.

1350    Rond 1350 komt de bouw van de Oud-Zevenaarse kerk (middenschip,  twee zijbeuken en toren) gereed. In de eeuwen daarna wordt het kerkgebouw meerdere malen zeer ernstig beschadigd maar steeds hersteld. Het kerkgebouw dat we nu kennen heeft dezelfde vorm als dat van 1350.

   

In feite bestaat de Oud-Zevenaarse kerk uit twee kerken zoals nevenstaande afbeelding duidelijk laat zien. Een is gewijd aan Sint Maarten (Martinus) en een aan de H. Maria.

Op de voorgrond zien we het hoge water dat de Liemers in het verleden altijd parten heeft gespeeld. Onze voorouders waren zeer kwetsbaar niet alleen door overstromingen, maar ook door misoogsten als gevolg van bijvoorbeeld droogte en natuurlijk was er altijd gevaar van epidemieen.
De goede oude tijd is echt een fabel.  

 

1350    Omstreeks deze tijd wordt een wetering gegraven, die het overtollige water uit de Liemers via de "Grote Sluis" bij Giesbeek op de IJssel moet afvoeren. De wetering, die het water "verzwolg", wordt Zwalg genoemd. In de 19e eeuw spreekt men van Zwalling en in de 20e eeuw van Zwalm. De inwoners van Giesbeek en Lathum hebben hier in de loop der eeuwen veel last van want wanneer het water van de IJssel hoog staat en de sluis niet geopend kan worden, stroomt het overtollige water over de plaatselijke landerijen. Wanneer omstreeks 1540 de sluis weer eens vernieuwd moet worden, weigeren de inwoners van Giesbeek en Lathum om mee te betalen.

1351    Omstreeks deze tijd nemen de spanningen tussen Gelre en Kleef (Kleve) sterk toe. Gedurende de eerste decennia van de veertiende eeuw bestond er nog een vriendschappelijke verhouding tussen de aan elkaar grenzende graafschappen Gelre, Zutphen en Kleef. Dit kwam in 1328 tot uitdrukking in de ondertekening van de vermaarde Gelders-Kleefse dijkbrief waarin de gezamenlijke aanleg van dijken werd afgesproken. De graven van Kleef willen de grenzen van hun graafschap tot aan de Oude IJssel uitbreiden om op deze wijze in het uiterste westen van hun graafschap de heerschappij over een aaneengesloten gebied te verkrijgen. De graven, sinds 1339 hertogen, van Gelre hebben echter een groot deel van de Liemers in handen.

1355    Vanaf 1355 neemt de macht van Kleef in de Liemers sterk toe ten koste van Gelre. De Gelderse hertog verpandt vanwege geldnood zijn Liemerse bezittingen en Emmerik aan zijn zwager de graaf van Kleef.

Bezittingen van Gelre en Kleef (Kleve) in de Liemers omstreeks 1350
Voor 1350 bezit Kleef in de Liemers alleen Groessen, Leuven (tussen Oud-Zevenaar en Groessen), Oud-Zevenaar en Grondstein (nabij Elten).
In de periode na 1355 worden o.a. ook Zevenaar, Huissen (Huussen), Wehl, Duiven, 't Loo, Ooy, Babberich, Eltingen (Weel) en Elten deel van Kleve.

 

 

1355     Op donderdag 3 februari 1355 schrijft Eduard van Gelre dat het Huis Latem te Lathum, eens het bezit van Maarten van Rossum, in brand is gestoken.

 

 

 

 


               Het Huijs Latem in de Baronije van Baar en Latem     

 

1357    Er is reeds sprake van een "Kasteel van Loel" (Loil), later genaamd het "Goed Loil" of "Huis Loil". 


Huis Loil in 1783

 

1361     Het goed Byvanck bij Beek wordt voor het eerst vermeld. De bezitter is Gheryt Palick van der Wilten.  


De Byvanck bij Beek getekend door W.G. Hofker (1902 - 1981) in 1957

 

1363  Kasteel Huize Babberich wordt reeds in 1363 vermeld. In de middeleeuwen is Huize Babberich een echt kasteel compleet met ophaalbrug.  In de Tachtigjarige Oorlog gebruikt Prins Maurits het kasteel in zijn strijd tegen de Spanjaarden. In de 18e eeuw wordt het kasteel afgebroken en vervangen door het huidige "Huize Babberich", ook wel genoemd kasteel Halsaf.
 

 


Huize Babberich (Halsaf) in 1740

1370     De havezathe Poelwijk in Oud-Zevenaar wordt voor het eerst in een archief vermeld. Deze havezathe is omstreeks 1891 afgebroken en stond op de plaats waar nu de boerderij van de familie Weenink staat. Deze boerderij draagt ook de naam Poelwijk.

 

 

 

De havezathe Poelwijk zoals deze er omstreeks 1742 uitziet.

Op de achtergrond staat de Martinuskerk van Oud-Zevenaar.

 

1370    Een zekere Dideric van Ulft verkoopt een aantal landerijen, waaronder De Hees in de Didamse buurtschap Waverlo, aan de heer van den Bergh.

   

 

 

 

Het huis: De Hees te Didam
 

Tekening: M. de Raed
anno 1721

1371    Palick van Sevenaer wordt door gravin Mechteld tot ambtman van de Liemers aangesteld. Hij ontvangt jaarlijks een vergoeding van 66 malder tarwe. 

1378    Kasteel Grondstein gelegen tussen Elten en Lobith wordt omstreeks deze tijd gebouwd.

Van het eens zo imposante kasteel Grondstein  is in onze tijd niets meer over.

 


1379    's-Heerenberg
krijgt stadsrechten.

1380    Mechtelt, hertogin van Gelre, verkoopt kasteel Huize Babberich aan ridder Ernst Mom. Diens familie blijft gedurende een periode van twee eeuwen eigenaar van het kasteel, waarna het achtereenvolgens in handen komt van: de geslachten Van Zeller (eind 16e eeuw), Foppinga (17e eeuw), Van der Hoevelinck (1689), Von Rohe tot Elmpt (1731), Van Diest (1759), Van Heerdt en De Neree (1785).

 

1390     Goessen Momme wordt vermeld als (mede)eigenaar van de Didammerbossen.


Dyemer Bossch (Didammerbossen) op de kaart van Christiaan Sgrooten (1557, Dyem is Didam)

1394    De eerste vermelding van het Tolhuisveer dateert uit 1394. Dit veer in Lobith, recht tegenover de Lobithsestraat, zou bijna drie eeuwen tot omstreeks 1660 een relatief belangrijke oeververbinding zijn. 

De latere Oude Rijn bij Lobith met Hoog- en Laag-Elten op de achtergrond (anoniem)
Vermoedelijk is het huis rechts het veerhuis van het Tolhuisveer, dat tot omstreeks 1660 bestaan heeft.

 

Aanvullende informatie ontvangen (januari 2012) met betrekking tot bovenstaande van Erna Spann uit Spijk: 
"Ik ben op weg gegaan om de precieze locatie te vinden want ik woon op een plek onderaan de Eltenberg met als uitzicht Eltenberg, de molen en de Martinuskerk van Laag-Elten, die ook op deze tekening staan. De enige plek die ik kan vinden om ervoor in aanmerking te kunnen komen is ongeveer halverwege de Moddeich, ter hoogte van Oud Lobede (ter hoogte van de Marsweg in Spijk waar Oud Lobede ooit lag). Vanuit het latere (huidige) Lobith zouden Eltenberg, de Eltense molen en de Martinuskerk nooit op deze manier nagetekend kunnen zijn. Te Oud Lobede is van ca 1220 tot ca 1307 tol geheven, daarna is vanwege verzanding van de rivier, de tol verplaatst naar het huidige Lobith.  Het huis op de tekening zou in dat geval niet het genoemde tolhuisveer kunnen zijn dat er tot 1660 heeft bestaan. Dat hoorde bij het latere (huidige) Lobith, niet bij Oud Lobede. Ook is het mogelijk dat de tekenaar niet ter plekke, maar vanuit zijn herinnering heeft gewerkt".

 

1395     De Poelwijkersteeg in Zevenaar wordt vermeld.

1397   De hertog van Gelre (Reinald IV) lijdt een grote nederlaag tegen graaf Adolf II van Kleef in de slag bij Kleverhamm waardoor hij van zijn aanspraken op Emmerik (Emmerich) moet afzien. Adolf II van Kleef is hiermee nog niet tevreden en eist ook de Liemers op. Enige jaren later in 1406 wordt ambt Liemers definitief (tot 1816) Duits.


Graaf Adolf II (1373 - 1448)
(vanaf 1417 hertog Adolf II)

 

1400    Omstreeks deze tijd wordt in Westervoort Vredenburg gebouwd.


Vredenburg in Westervoort in 1731 getekend door C. Pronk (1691 - 1759)

1401     Geryt Palick I van Sevenaer wordt opnieuw in zijn leenrechten bevestigd door de hertog van Gelre (Reinald IV). Graaf Adolf II van Kleef vat dit op als een provocatie en er breekt oorlog uit om de Liemers. Adolf II van Kleef neemt onder andere kasteel Sevenaer in. In juni 1402 vindt bemiddeling plaats tussen Gelre en Kleef over de Liemers en enkele jaren later in 1406 moet Reinald IV definitief berusten in de nederlaag van Gelre. De Liemers blijft vervolgens definitief meer dan vierhonderd jaar tot 1816 Duits gebied.

1402    Nadat aan het einde van de Middeleeuwen het militaire belang van kasteel Sevenaer afneemt, blijft het in gebruik als kazerne en dient het  na 1402 als ambtswoning voor opeenvolgende ambtmannen van de Liemers, die vanuit dit kasteel de Liemers besturen

1404    Het aantal scheepsbewegingen over de Rijn wordt in deze tijd al bijgehouden. In 1404 passeren 114 schepen Lobith
Stroomopwaarts worden vooral kaas, zout, haring, rogge en boter vervoerd; stroomafwaarts vooral hout, (Franse) wijn, kastanjes, metaalwaren en natuursteen uit groeven bij de Drachenfels om molenstenen van te maken. 

1406    Ambt Liemers (o.a Zevenaar, Duiven, Loo, Groessen, Wehl), van oorsprong Gelders grondgebied, wordt door Reinoud IV van Gelre aan het graafschap Kleef (Kleve) verpand. Nadat in de 14e eeuw de Kleefse heren verwoede pogingen hebben gedaan om de Liemers in handen te krijgen, lukt het hen uiteindelijk in 1406 het gebied in pand te verkrijgen. Dit pand wordt in latere jaren niet ingelost. De Liemers wordt daardoor een Kleefse enclave, die vrijwel geheel door Gelders gebied wordt omgeven.


Gezicht op Kleef (Kleve) omstreeks 1570 (gravure Frans Hogenberg)
Het ambt Liemers, dat in 1406 wordt verpand aan Kleve, zou tot  het begin van de 19e eeuw Duits blijven.


1408    Het huis "Het Avesaet" in de buurtschap Grefflichem bij Didam komt in het bezit van het geslacht Momm, dat de richters van Didam zou leveren.

Huis Avesaet in Didam
Links: getekend door M. de Raad (Raed) in 1721
Rechts: geschilderd door C.Tromp in 1958

 


1409
    In februari overstroming in Lobith en omgeving. De hertogin van Gelre laat brood en haring aan de slachtoffers uitdelen.

1410    De eerste vermelding van Huis (havezate) Rijswijck in Groessen. Waarschijnlijk is het huis echter al veel eerder gebouwd.


Huis Rijswijck onder Groessen omstreeks 1750
tekening van vermoedelijk Jan de Beyer

1410     Aernt van Ceps wordt volgens het leenregister de eerste bezitter van de Didamse havezathe Luynhorst (ook genoemd: Ludenhorst; Luunhorst; Lunhorst; Luinhorst). In 1440 wordt Aernt opgevolgd door Rulof Momme, stamvader van de Didamse tak van de Momme.


De Luynhorst in 1721
pentekening van Maximilliaan de Raad

1414    Dirck Smullinck Derixsoon wordt aangesteld tot ambtman over de Liemers. Vermoedelijk is hij het, die omstreeks 1430, in Zevenaar het Smollinghuse (Smollinghuis) laat bouwen dat in latere jaren de naam Huis te Seventer (Huis Sevenaer / Huis Zevenaar) krijgt. Smullinck en zijn nazaten blijven vele eeuwen eigenaar van dit huis. In onze tijd is het huis in eigendom van de familie Van Nispen.


                   
Huis Sevenaer in 1745 

1417    De keizer van het Duitse rijk, Sigismund (1362 - 1432) verleent tijdens het concilie van Konstanz aan graaf Adolf II van Kleef de hertogstitel. Hierdoor wordt het graafschap Kleef tot hertogdom verheven.

1421    De vermaarde St. Elisabethsvloed van 19 december 1421 veroorzaakt ook schade in de Liemers. Op 20 december breekt bij Emmerik de Rijndijk door, waardoor een omvangrijk gebied overstroomt.

1429
    Voor het eerst wordt in de Liemers een "richter" vermeld namelijk Johan van Linne. Een richter wordt bij de rechtspraak bijgestaan door schepenen. Tot het werk van richter en schepenen behoort ook het werk, dat in de tegenwoordige tijd door notarissen wordt verricht.

1431    Aan de zuidzijde van de Oud-Zevenaarse Martinuskerk wordt een daarmee verbonden Mariakerk gebouwd. De stichtingsbrief dateert van 2 februari 1431. Gedurende vele eeuwen heeft deze kerk als belangrijk bedevaartsoord gediend met een enorme Mariaverering en een niet aflatende stroom pelgrims. Voortdurend is hierbij een Mariabeeld, een albasten pieta, de grote trekpleister geweest. Dit beeld wordt in 1975 gestolen en is (tot op heden) nimmer teruggevonden.

1432    Na een extreem koude winter overstroomt de Liemers na het invallen van de dooi. De stad Arnhem stuurt haringen naar de slachtoffers.

1432   Bij een dijkdoorbraak in Oud-Zevenaar ontstaat een diepe kolk, die we in onze tijd kennen onder de naam de Breuly. In de tweede helft van de 20e eeuw is de Breuly het gemeentelijk zwembad van Zevenaar. Sedert 2011 is er een sterrenwacht gevestigd, die burgers de mogelijkheid biedt inzicht te krijgen in de sterrenhemel, planeten en het heelal. 


                               Breuly 1898 (G. Jansen, Liemers Museum)

1433   Geryt van de Cornhorst wordt ambtman van de Liemers. Enkele jaren later wordt hij opgevolgd door Johan van de(n) Loo.  

1437    Johan van de(n) Loo (1405-1476) wordt ambtman van de Liemers. Hij krijgt van de hertog van Kleef (Kleve) het beheer over de Kleefse gebieden in de Liemers. Zijn ambtszetel is de burcht in Zevenaar. Meer dan een eeuw blijft het ambt in handen van dit aanzienlijke Liemerse geslacht dat op de Loowaard in Loo en op het huis Enghuizen in Zevenaar woont.  

1439    In Oud-Zevenaar is al een schoolmeester. Het schooltje staat naast de kerk. 

1439    Op het Concilie van Florence wordt het vagevuur ingesteld als overgangsgebied tussen hemel en hel. Volgens deze nieuwe leer komen de meeste mensen na hun dood eerst in het vagevuur. Nabestaanden op aarde moeten daarom flink bidden om de ziel te redden en die zo snel mogelijk in de hemel te krijgen. In latere tijd krijgen aflaten een kwalijke bijsmaak doordat een aflatenhandel ontstaat. Maarten Luther (1483 - 1546) stelt deze aflatenhandel aan de kaak.  

1440     De heer Van Bergh koopt het kasteel Loil.


Het Huis Loil onder Didam, 1783
tekening van D.J. van Elten






















 
 

1445  Het Huis Hamerden in Westervoort is in het bezit van het geslacht Van Wytenhorst. De muurankers van het huis vermelden het jaar 1681, maar dit moet de herbouw betreffen.

 

Huis Hamerden in Westervoort

    .

Huis Hamerden in Westervoort
pentekening van H. Kemperman

1449    In een groot deel van de Liemers en omgeving heerst onrust. Diverse plaatsen, waar de hertog van Kleef bezittingen heeft, zijn verlaten door oorlogsgeweld. Een van de plaatsen, die zwaar getroffen wordt, is Wehl. De onrust en strijd hangen onder meer samen met de Soester Fehde (1444 - 1449).
In de 15e eeuw wordt de Duitse stad Soest steeds rijker en zelfbewuster en wil het loskomen van haar heerser de aartsbisschop van Keulen. Gedurende de oorlog, die zich rondom 1449 ook in de Liemers afspeelt tussen enerzijds het leger van de aartsbisschop en anderzijds dat van de hertog van Kleef, wordt laatstgenoemde de nieuwe heerser over Soest.

1450    De Zeddamse torenmolen is een van de vier molens van de Graven Van den Bergh. Alle vier worden in een oorkonde uit 1450 genoemd. Behalve in Zeddam staan deze in 's-Heerenberg, Didam en Gendringen. In Zeddam wordt het graan gemalen van de boeren uit de omliggende buurtschapppen Azewijn, Vethuizen, Vinkwijk, Braamt, Kilder, Stokkum, Wijnbergen en Beek.

Gezicht op Zeddam geschilderd door Braunstahl
We zien de Oswalduskerk en rechts daarvan de befaamde Zeddamse torenmolen, de oudste in zijn soort die heden ten dage nog in Nederland bestaat. 

1451    Op 7 juni 1451 erft Elisabeth van Poelwijck, ook genoemd Lyzee, van haar kinderloos gestorven broer Henrick, het goed Poelwijck in Oud-Zevenaar. Lyzee is gehuwd met Geryt van Remen. Omdat zij geen kinderen nalaten komt Poelwijck in 1596 via de zus van Van Remen in het bezit van de familie Diepenbrock.
 


Havezate Poelwijck in Oud-Zevenaar
           
(eind 19e eeuw, kort voor de afbraak)             

1454    Ridder Johan van de Loo (Loe), ambtman van de Liemers, keurt de financiering goed voor de herbouw van de afgebrande toren van de Oud-Zevenaarse Martinuskerk. Het geld voor de bouw wordt door de lokale adel bijeengebracht.

1456     De heer Van den Bergh verwerft het slot in Didam.


Wapen van de Graven Van den Bergh

1464    Op 21 september (St. Mattheus) veroorzaakt een zware storm ook in de Liemers veel schade.  

1465    In 1465 beginnen de Gelderse oorlogen, die bijna tachtig jaar tot 1543 duren. In deze periode wordt ook de Liemers regelmatig geteisterd door oorlogsgeweld zoals in 1495 wanneer na een beleg, dat duurt van Goede Vrijdag tot Hemelvaart (6 weken lang) het, uit de 11e eeuw stammende, roemruchte kasteel Baer volledig wordt verwoest. 
Na 1543 is de vrede slechts van korte duur want in 1568 begint de Tachtigjarige Oorlog (1568 - 1648) waarin de inwoners van de Liemers veelvuldig gebukt gaan onder oorlogsgeweld.        

1466    In Zevenaar wordt de Loo-kapel gebouwd. Ruim een halve eeuw later in 1521 wordt deze kapel de parochiekerk van Zevenaar-stad. 

1467    Ridder Johan van den Loo sticht in Zevenaar een tehuis voor "zeven, arme en rechtschapen daklozen uit de Liemers". Dit Loogasthuis in de (latere) St. Jansstraat heeft ongeveer 500(!) jaar standgehouden, totdat het in de zeventiger jaren van de 20e eeuw op jammerlijke wijze door bulldozers met de grond gelijk wordt gemaakt.  

 

 

 

Het Loogasthuis vlak voordat het in 1979 met de grond gelijk gemaakt wordt.

 

1473    De tol met Tolhuis en omgeving wordt door Karel de Stoute wegens verleende diensten geschonken aan hertog Jan van Kleef.


Het Tolhuys te Lobith


   De tol met Tolhuis en omgeving wordt in 1473 door Karel de Stoute
wegens verleende diensten geschonken aan hertog Jan van Kleef
(tekening van Abraham de Verwer ca.1625)


1473      De zomer behoort tot de warmste uit de geschiedenis. Ook de bevolking in de Liemers gaat gebukt onder de gevolgen van de zinderende hitte en intense droogte. Van eind april tot half november valt er nauwelijks regen. 

1474    De Liemerse drost Johannes van den Loo (Loe) koopt hof te Hese in Westervoort.        

1475    Omstreeks 1475 wordt Camphuysen in Oud-Zevenaar gebouwd door een lid van het geslacht Camphusen op een stuk land, behorende bij de hof te Babberich. 
In dit geval heeft de familie haar naam aan het goed gegeven, terwijl het omgekeerde meer voorkomt.

 


Kasteel / Huis Kamphuizen ook wel "Heerd" genaamd naar het geslacht Heerde, dat eeuwenlang huist op Kamphuizen. Aan het begin van de 19e eeuw komt Kamphuizen in het bezit van de familie De Neree. 

1476     In Lobith overlijdt op 20 februari Catharina van Kleef (1417-1476). Zij is de vrouw van Arnold van Egmont, hertog van Gelre, en dochter van Adolf IV van Kleef.


 

 


Catharina knielt voor Maria en Jezus
 uit: Getijdenboek van Catharina
 

1479     Gerrit van Airde is schoolmeester in Didam. Hij is vermoedelijk de eerste (niet-geestelijke) schoolmeester.  Onderricht vindt plaats in de vakken:  lezen, schrijven en rekenen. 

1480    In het verdrag van 12 maart 1480 tussen de bisschop van Munster en de koning van Frankrijk staat dat het Tolhuys een onvervreemdbaar Gelders bezit is. De werkelijkheid is echter dat Kleef (Kleve) bezitter is en blijft.

1483
    Pestepidemie treft Arnhem en omgeving en veroorzaakt veel dodelijke slachtoffers.

1485    Nadat het Huis te Aerdt lange tijd in het bezit is geweest van Willem van Rees en zijn nazaten komt het in 1485 in het bezit van het Gelders-Kleefse geslacht Van der Horst. Deze familie blijft eigenaar totdat het in 1647 wordt verkocht aan Walraven van Steenhuys die het afbreekt en een nieuw huis bouwt dat we in onze huidige tijd nog kennen als Huis Aerdt.

1486
   Na een strenge winter met veel sneeuw komt het Angerlose Broek onder water te staan. Ook de Grote Gelderse Waard heeft te maken met een watersnood waardoor pachter Johan Lipholt zijn pacht niet kan betalen.

1487   Op 24 januari krijgt Zevenaar van Johan II, hertog van Kleef, stads-, markt- en molenrechten. Het aantal inwoners van Zevenaar(-stad) bedraagt dan ongeveer 500.

 

Zevenaar in de 16e eeuw
De toren is van kasteel  (burcht) Sevenaer.

De afbeelding betreft een detail van een kaart van Jan Ruysch uit 1577.

De reden dat Zevenaar op 24 januari 1487 stadsrechten verkrijgt, is vooral gelegen in de militaire omstandigheden van die tijd. Zevenaar moet een strategisch steunpunt worden aan de grens met Gelre. Door de stadsrechten heeft Zevenaar het monopolie op markten en de verkoop van brood en bier en kan het stadsbestuur bovendien accijnzen heffen, die overigens zwaar drukken op de bewoners.

Naast de toren van kasteel Sevenaer zijn twee torens te zien. Vermoedelijk zijn dit de hoektorens van de voorburcht.

1491   Begin februari breekt de tussen Emmerich en Rees gelegen Hetterse dijk door. Het gevolg is dat een uitgestrekt gebied tot aan Doesburg onder water komt te staan.

1492    Columbus maakt tijdens zijn ontdekkingsreizen naar Amerika melding van een geurig kruid, "tabaco" genoemd, dat door inlanders in brand wordt gestoken en waarvan de rook wordt geinhaleerd. Eeuwen later zal deze tabak, vooral voor de Liemers, bijzonder belangrijk blijken: Vooral in de 17e, 18e en 19e eeuw voor de tabaksteelt in de Liemers en in de 20e eeuw voor de tabaksindustrie in Zevenaar (Turmac, British American Tobacco).

1495    Omstreeks deze tijd wordt  het kasteeltje "Linthorst" in Stokkum gebouwd. Het is een kleine burcht met een ranke, vierkante toren.  Ruim tweehonderd jaar later, in het begin van de 18e eeuw, wordt het afgebroken.
Lint komt van glint: een omheining die uit palen en hekwerk bestaat. De g van Glinthorst is in de loop der tijd weggevallen.
Horst heeft betrekking op een hoger gelegen terrein dat relatief veilig is bij hoog water.


De Linthorst op een kaart van Christiaan 's-Grooten

1495    Na een beleg dat duurt van Goede Vrijdag tot Hemelvaart, 6 weken lang, vindt de verovering plaats van kasteel Baar en volgt de volledige ondergang van deze uit de 11e eeuw stammende burcht aan de IJssel, de oorspronkelijke stamzetel van de heren van Baar.

Boven de ingang van de kerk in Lathum bevindt zich in de nis een gedenksteen, die herinnert aan de verwoesting van het
kasteel Baar. Het is de enige herinnering aan de machtige burcht, die eeuwenlang de wijde omgeving heeft beheerst. 


   
Het eens zo roemrijke kasteel / burcht Baar volgens een 17e eeuwse tekening