in zo verre relevant voor genealogie Van Keulen - Polman

1550 - 1599

In de geschiedenis ligt de nadruk doorgaans op machtige mensen. In www.liemershistorie.nl wordt vooral aandacht besteed aan de geschiedenis van gewone mensen en hun zwoegen voor een menswaardig bestaan, want de overgrote meerderheid van de bevolking in de Liemers heeft tot halverwege de 20e eeuw doorgaans op de rand van een bestaansminimum geleefd waarbij misoogsten, ziekten, oorlogen en (natuur)rampen kwellingen zijn, die de mensen bij voortduring hard hebben getroffen. Indrukwekkend is hoe velen onder moeilijke omstandigheden toch het hoofd boven water hebben kunnen houden.

1550     Omstreeks deze tijd behoren de parochiekerken van onder meer Oud-Zevenaar, Wehl, Laag-Elten, Zeddam en Didam tot de proosdij Emmerich met als patroonheilige Sint Maarten.

1550     De Zevenaarse buitenmolen, zoals we deze nu kennen (als torenmolen), is omstreeks 1550 gebouwd. Op dezelfde plek stond al in 1408 een standerdmolen, die is afgebroken om plaats te maken voor de huidige torenmolen.

 

Links:
De Buitenmolen in Zevenaar, zoals deze er omstreeks 1920 uitziet.

Omstreeks 1970 wordt de molen in opdracht van de gemeente Zevenaar, die de molen enkele jaren eerder heeft gekocht van Korthaus, gerestaureerd. De molen is zeer bijzonder omdat deze behoort tot de oudste nog bestaande molens in Nederland en bovendien de grootste is, die uitgerust is met een houten as.

Rechts:
De Buitenmolen na de restauratie


1551
    Het begin van de tweede helft van de zestiende eeuw: Het wordt voor de Liemers de slechtste periode uit de geschiedenis. Het absolute dieptepunt wordt bereikt aan het eind van de eeuw door internationale spanningen en de Tachtigjarige Oorlog.

1555     Boerderij Steenhuizen in Zevenaar wordt voor het eerst vermeld. In de tweede helft van de 20e eeuw heeft deze boerderij, die in 1555 "zu Steinhausz" wordt genoemd, plaats moeten maken voor het theater "Bommersheuf".


 

 


1556    Op initiatief van Elisabeth van Huissen wordt in de Zevenaarse Grietsestraat het Huissens Gasthuis gesticht dat bestemd is voor de opvang van de allerarmsten. Het gasthuis zal ongeveer driehonderd jaar in gebruik blijven totdat het halverwege de 19e eeuw ernstig in verval raakt en wordt afgebroken. Vervolgens wordt op 1 november 1860 op dezelfde plaats een nieuw armenhuis geopend.

1557     De vermaarde cartograaf Christiaan sGrooten, geograaf van de Spaanse koning Philips II, brengt het gewest Gelderland in kaart.

De Lymers (Liemers) zoals in kaart gebracht door Christiaan sGrooten. Vermeld zijn onder meer Aert (Aerdt), Herwen, Panderen (Pannerden), Tolhuys (Lobith), Sevenaer (betreft het huidige Oud-Zevenaar), Halsaff (kasteel Babberich), Dyem (Didam), Weell (Wehl), Duven (Duiven), Westerfort (Westervoort), Lathem en Groessen.

1558    Een van de grootste geleerden uit de 16e eeuw Andreas Masius (1514 - 1573)  trouwt in 1558 met Elsa up ten Haizhovel uit Zevenaar. Naast zijn moedertaal beheerst Masius maar liefst tien talen en is bovendien een autoriteit op het gebied van rechtsgeleerdheid, geschiedenis en aardrijkskunde.
Na enige tijd bij hun (schoon)ouders in Zevenaar  te hebben ingewoond, koopt het echtpaar een boerderij in de "buerschap Oi" (buurtschap Ooy). Masius beschouwt de tijd, waarin hij in Ooy woont, als een zeer gelukkige, waar een eind aan komt als hij ernstig ziek wordt en op dinsdag 7 april 1573 overlijdt. Hij wordt in de Andreaskerk in Zevenaar begraven. Doordat deze kerk in 1602 door een brand grotendeels verwoest wordt, is van zijn graf in onze tijd niets meer te vinden. Ongeveer vierhonderd jaar na zijn dood wordt in het stadshart van Zevenaar een plein naar deze grote geleerde genoemd.

1558    Willem de Laer wordt pastoor van de Andreasparochie in Zevenaar. Hij blijft dit gedurende een periode van 43 jaar (tot 1601)  en wordt daarmee de langst zittende pastoor in de geschiedenis van de Andreasparochie.

1558
    Van de Groessense pastoor Jacob Vallick verschijnt de eerste druk van zijn zeer vermaarde boek "Tooveren". In dit boek benadrukt hij, als een van de eersten in zijn tijd, dat gedragsstoornissen niet het gevolg zijn van de duivel en al helemaal niet door heksen worden veroorzaakt.

1559   In 1559 komt er een nieuwe bisschoppelijke indeling. Gelre wordt verdeeld over drie bisdommen. De Liemers en Emmerich horen bij het aartsbisdom Utrecht.

1559     Uit een landkaart (1559) blijkt dat (Oud-)Zevenaar, Duiven, Groessen en Loo een enclave vormen, die staatkundig tot het hertogdom Kleve behoort.


 

 


Staatkundige indeling 1559

1560    Vanaf omstreeks 1560 worden de winters gemiddeld veel kouder. Gedurende bijna twee eeuwen zal Noordwest Europa een "kleine ijstijd beleven". De intense winterse koude brengt voor het merendeel van de armoedige bevolking in de Liemers vooral enorme ontberingen met zich mee.     

1565    Uitzonderlijk strenge winter waarin half december 1564 de vorst intreedt. Op 2e Kerstdag vriest de Rijn dicht en tot in maart blijft het ijs begaanbaar.

1566
    De pest slaat vooral in Herwen ongenadig toe:  Tweehonderd doden op een totale bevolking van ruim 600. Onvoorstelbaar groot is de immense wanhoop !!!

1567    Het algemene oproer, bekend geworden als Beeldenstorm, gaat volledig aan de Liemers voorbij.

1568    In 1568 begint de Tachtigjarige Oorlog. Het is een bloedige strijd tussen Spaanse en Staatse troepen waarin de bevolking van de Liemers regelmatig tot wanhoop wordt gebracht. Vanaf de strijd van de Nederlanden (Staatsen) tegen de Spanjaarden gaat het hertogdom Kleve een eigen weg. Dynastiek gebonden aan de Rijnlandse staten Gulik en Berg en de graafschappen Marck en Ravensberg in het Ruhrgebied en Sauerland richt het hertogdom Kleve zich veel minder op de Nederlanden en wordt het sterker aan het Duitse Rijk gebonden.  

1570    De periode 1570 tot 1600 is in de Liemers (en Achterhoek) een uiterst onrustige tijd. De bevolking is wanhopig door rondtrekkende plunderende troepen: De ene keer Staatse en de andere keer Spaanse troepen en daar tussendoor rondtrekkende muitende bendes. Verwoeste huizen en kerken, onbebouwde akkers, plundering, doodslag, zware maandelijkse oorlogscontributies en roof van hele veestapels zijn aan de orde van de dag. De kerken van ondermeer 's-Heerenberg, Zeddam, Etten, Gendringen, Netterden, Elten, Oud-Zevenaar, Zevenaar en Didam worden in die periode geplunderd en zwaar beschadigd. In Hoog-Keppel en Drempt staat geen enkel huis meer overeind. 

De staatkundige indeling van de Liemers en de omgevende gebieden in de 16e eeuw
Geel: Kleefs gebied                 Groen: Gelders / Staats gebied 
Licht groen: Berghs gebied      Wit: zelfstandig gebied   

1571     In het najaar trekken Spaanse troepen onder leiding van de hertog van Alva komend vanuit het Vlaamse Mechelen over de Rijn bij Lobith. Ze zijn dan op weg naar Zutphen waar ze met geweld de Spaanse heerschappij herstellen.


 

 


Hertog van Alva (1507-1582)

1571    Het hele jaar is het in onze omgeving buitengewoon onrustig en onveilig. Vooral in de bosrijke omgeving rondom Elten, Bergh en Didam bevinden zich talrijke gewapende bendes, die regelmatig toeslaan. 

1572    In Lobith bestaat een schutterij. De ingezetenen van Lobith zijn in een gilde verenigd.

1572    De gothische spits van de Oud-Zevenaarse kerk wordt op St. Vitusdag (15 juni) door troepen in brand geschoten. De spits verwoest in haar val de kerk.


De gedeeltelijk vernielde St. Martinuskerk in Oud-Zevenaar

1572    Begin juli worden 19 katholieke priesters uit Gorcum ontvoerd naar Den Briel. Als ze daar niet bereid zijn het katholieke geloof af te zweren worden ze een voor een opgehangen. De herinnering aan dit gebeuren, dat bekend staat als een van de dieptepunten in de opstand tegen Spanje, blijft tot ver in de 20e eeuw bij veel katholieken, ook in de Liemers, levend.

Martelaren van Gorcum worden in een schuur terechtgesteld
 (19e eeuws schilderij van Cesare Fracassini)


De ontvoering van de 19 priesters vindt plaats door watergeuzen onder leiding van hun in 1571 door Willem van Oranje benoemde opperbevelhebber Lumey. Wanneer de priesters niet bereid zijn om het katholieke geloof af te zweren, worden ze in een schuur een voor een opgehangen. Na hun dood worden de 19 martelaren van Gorcum voor veel katholieken ook in de Liemers lichtende bakens in een periode van onderdrukking en duisternis. De herinnering aan het gebeuren in 1572 blijft tot ver in de 20e eeuw levend. Veel katholieken sluiten tot ver in de 20e eeuw hun dagelijks gebed af met: "heilige martelaren van Gorcum bidt voor ons".


1573
    Uit een in 1573, in opdracht van de Spaanse koning, door Christiaen 's Grooten getekende kaart van de Liemers blijkt dat de Oud-Zevenaarse kerk op een terp is gebouwd.

Gedeelte van de door Christiaen 's Grooten in 1573 getekende kaart van de Liemers. Duidelijk is te zien dat de kerk van Oud-Zevenaar op een terp is gebouwd. Momenteel is dat niet meer te zien, omdat in de loop der tijd de dijk met een bocht om de kerk heen en deels over de terp is komen te liggen. Op de achtergrond zien we het stadje Zevenaar getekend.

1573    Op zijn boerderij in Ooy / Zevenaar overlijdt op 7 april na een ziekte van enkele maanden op 57-jarige leeftijd Andreas Masius (of Maes), een der geleerdste mannen uit de XVIe eeuw. Naast zijn moedertaal, beheerste Masius tien talen en was hij een autoriteit op het gebied van onder meer de rechtsgeleerdheid, geschiedenis en aardrijkskunde. Ongeveer vierhonderd jaar later, in de tweede helft van de 20e eeuw, wordt in het stadshart van Zevenaar een plein naar deze grote geleerde genoemd.

 

1575    Omstreeks deze tijd wordt in Zevenaar het Huis de Doelen gebouwd. Het dient vermoedelijk als huisvesting voor de schutterij, een weerbaarheidkorps dat om te oefenen in wapengebruik over een schietbaan (de Doelen) beschikt. In 1650 verliezen de schutters hun schietterrein en wordt de Doelentuin verkocht. In 1907 zal de Emmerikse inktfabrikant Heinrich von Gimborn, het pand kopen en weer vijftig jaar later wordt het in de naoorlogse vernieuwingsdrang met de grond gelijk gemaakt.

Huis de Doelen in Zevenaar in het begin van de 20e eeuw
Het markante torentje van dit huis zal in de 20e eeuw het kenmerk worden van inktfabriek de Gimborn.
Na de sloop van het huis in 1957 zullen alleen de straatnamen Doelenstraat en Nieuwe Doelenstraat nog herinneren aan het eens zo schitterende Huis de Doelen.

     

1578    Op 10 maart wordt Jan van Nassau, broer van Willem van Oranje, stadhouder van Gelderland. Hij is een vijand van het katholicisme en baant de weg om het Calvinisme met geweld in te voeren, waardoor katholieken in de Gelderse delen van de Liemers moeten kerken, waar ze dat wel in vrijheid kunnen, zoals in de Kleefse gebieden van de Liemers (Duiven, Groessen, Oud-Zevenaar, Loo, Wehl en Zevenaar). De overgrote meerderheid van de Liemerse bevolking blijft ondanks de onderdrukking sterk gehecht aan het oude geloof. 

Gezicht op Kleef (Kleve) omstreeks 1570
Kopergravure van Frans Hogenberg

In delen van de Liemers die tot Kleve  behoren (o.a. Zevenaar, Duiven, Wehl) zal na de reformatie godsdienstvrijheid bestaan, in tegenstelling tot de Staatse delen (o.a. Didam, Giesbeek, Westervoort, Zeddam) waar het calvinisme staatsgodsdienst wordt.

1578    Omstreeks deze tijd gaat Arnhem over op het nieuwe calvinistische geloof en moeten katholieken eeuwenlang in het diepste geheim hun geloof beoefenen dan wel vluchten naar bijvoorbeeld de Kleefse enclaves (o.a. Huissen en Zevenaar) waar wel godsdienstvrijheid bestaat. 

1579    Boeren uit de Achterhoek en Liemers komen in opstand tegen de Staatse (Hollandse) soldaten. In deze Boerenopstand van 1579 - 1580 komt het tot een felle uitbarsting van tot wanhoop gedreven boeren. Nadat de Staatse soldaten uit Holland versterkingen ontvangen hebben, wordt op uiterst wraakzuchtige wijze korte metten met de boeren gemaakt. In een zeer bloedig treffen, in de omgeving van het klooster Sion bij Doetinchem, worden meer dan driehonderd boeren gedood. 

1580    Jelis (Jan) van Brandenburg (voorvader in de directe lijn van Sam, Simon en Sjef van Keulen) wordt in Westervoort geboren. Hij is de zoon van Bernt van Brandenburg, die door Karel van Gelre in Ruurlo, landgoed Ten Nijenhar, uit de horigheid is bevrijd. Jan van Brandenburg wordt later schout (dorpshoofd) van Westervoort.


 

 


Staatkundige indeling Liemers ten tijde van Jan van Brandenburg


1581
    De periode 1581 tot 1603 verloopt voor de bevolking in het Gelders - Kleefs grensgebied rampzalig. De Tachtigjarige Oorlog, een meedogenloze strijd tussen Spaanse en Staatse troepen, maakt veel slachtoffers onder de bevolking. Zowel Staatse als Spaanse soldatenbendes trekken regelmatig plunderend en brandstichtend rond. De terreur wordt mede veroorzaakt door de slechte betaling van vooral de Staatse soldaten.

1582    Zevenaar, Elten, Lobith en Didam worden volledig leeg geplunderd door Staatse troepen en soldatenbendes.

1582    In de Staatse gebieden wordt het gereformeerd protestantisme als enige godsdienst erkend.
Het ambt Lijmers (Zevenaar, Wehl, Duiven, Groesen en Loo) behoudt de godsdienstvrijheid en blijft voor het overgrote deel rooms-katholiek.   

1583
      Nicolaus Vallick wordt pastoor in Oud-Zevenaar. Zowel de vader als de grootvader van Nicolaus zijn pastoor geweest in het naburige Groessen. De vader van Nicolaus is de vermaarde Jacob Vallick, die zich als een van de eersten in zijn tijd keert tegen de opvatting dat ernstige gedragsstoornissen het gevolg zijn van heksen en/of  duivels. Hij doet dit in het boek "Tooveren" waarvan in 1559 de eerste druk is verschenen.

1583      Ook in 1583 trekken veel soldaten rovend en brandstichtend door het Liemerse land. De burgers zouden voor veel onheil gespaard zijn gebleven als de soldaten op tijd hun soldij hadden ontvangen.

1584    Op vrijdag 26 januari vindt in de avonduren een dijkdoorbraak plaats bij de Oliemolen van Leuven / Leuffen (buurtschap tussen Oud-Zevenaar en Groessen). Het betreft de oudst bekende melding van een dijkdoorbraak in de Liemers.

 

1585    De Staatse troepen slagen erin het fort bij Westervoort te veroveren.

 

 


Verovering van de schans IJsseloord bij Westervoort, 10 november 1585, door Engelse en Duitse soldaten van het Staatse leger. Op de achtergrond de splitsing van de Rijn en de IJssel

 

1585    De Oud-Zevenaarse kerk is door oorlogshandelingen in een ruine veranderd.  Het zal tot 1866 duren alvorens de kerk weer de oorspronkelijke vorm van 1350 terug heeft en het herstel volledig is afgerond. Ook de Stiftskerk van Hoog Elten wordt volledig verwoest door plunderende Staatse troepen.

 

De St. Vitus in Hochelten is gebouwd tussen 1100 en 1150.
De tekening toont de toestand van 1150 tot 1585.

Na de verwoesting in 1585 wordt de St. Vitus tussen 1670 en 1677 weer tot de halve grootte opgebouwd. In maart 1945 wordt deze kerk door artillerie-geschut van Canadese eenheden vanuit Kleef zeer zwaar beschadigd. Grote delen van de toren, het dak en het gewelf van het middenschip storten daarbij in en velen vrezen dat sloop onvermijdelijk is. Mede door de inspanningen van textielfabrikant dr.J.H. van Heek vindt in de naoorlogse jaren wederopbouw van de kerk plaats, waardoor deze nu op Duitse bodem de noordelijkste van de romaanse kerken aan de Rijn is.  

 

1586     Tijdens de Tachtigjarige Oorlog speelt de beheersing van de rivieren een belangrijke rol. Op de splitsing van Rijn en Waal in de nabijheid van Pannerden wordt daarom onder leiding van Maarten Schenk van Nydeggen de door Graaf Johan van Kleef omstreeks 1360 gebouwde burcht uitgebouwd tot een fort (Schenkenschans). Het fort, de 'toegangspoort' tot de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden, wordt lange tijd als onneembaar gezien. Door verandering in de loop van de Rijn verliest het fort in het begin van de 18e eeuw haar strategische betekenis.

 

Schenkenschans
wordt in 1635 door de Spanjaarden veroverd op de Nederlanders, maar een jaar later alweer door Frederik Hendrik van Oranje herovert.
In 1672 wordt Schenkenschans door Nederland zonder slag of stoot overgeleverd aan Frankrijk, maar in 1681 komt het fort weer in Nederlandse handen. In 1816 wordt het bij het Koninkrijk Pruisen gevoegd en worden de vestingwerken afgebroken.

Momenteel is Schenkenschanz een klein, stil en vriendelijk Duits dorpje vlakbij Kleve.

 

 

1587    In de Gelderse gedeelten van de Liemers wordt de kinderdoop verboden omdat deze als "Paaps" wordt gezien. De Hervormde godsdienst wordt tot officiele godsdienst uitgeroepen. In diverse Gelderse plaatsen zoeken mensen wegen om de katholieke godsdienst te kunnen blijven uitoefenen. Zo zoeken veel inwoners van Pannerden hun kerk in het naburige dorp Hulhuizen, dat Kleefs territorium is. Ook omdat leden van het hooggraaflijk Huis Bergh, bezitters van de Heerlijkheid Pannerden, de katholieke godsdienst trouw blijven, krijgt de van boven opgelegde reformatie in Pannerden weinig voet aan de grond. 

1588     Het hertogdom Kleve benadrukt haar heerschappij over Lobith en haar tol door de vorming van een apart rechtsdistrict Lobith, waarvan Adolf van Meverden tot richter wordt benoemd. Het Spijk valt hier niet onder en blijft deel uitmaken van het gericht Emmerik. 
De Staten van Gelderland zijn echter van mening dat Lobith en de tol wederrechtelijk in het bezit worden gehouden door Kleve. Ook het bezit van o.a. het ambt Liemers, de Duffel en het ambt Goch wordt door de Gelderse Staten betwist. Vanaf 1602 vinden regelmatig onderhandelingen plaats, maar pas na de Napoleontische tijd ongeveer 225 jaar later in 1816, worden de landsgrenzen definitief geregeld, waardoor onder meer Lobith bij Nederland wordt gevoegd. 

1588    In Zevenaar wordt aan de Kerkstraat een weeshuis geopend. De benodigde gelden zijn beschikbaar gesteld door Lambert upt Griet en zijn vrouw Wendel.

Ingemetselde gedenksteen in de gevel van het pand Kerkstraat 18, de plaats waar vele eeuwen het Zevenaarse weeshuis heeft gestaan. In het midden van de 20e eeuw is in het pand enige decennia de praktijk van huisarts W. van Meeuwen gevestigd.

Tekst gevelsteen: "Quos repulit parentum orbitas hos recipit huius domus pietas" (zij die verstoken zijn van ouderlijke zorg worden in dit huis liefdevol opgenomen). Frederik Goltze, weesmeester Anno Domino 1663

      


1589
    Prins Maurits schuift de neutraliteit van Zevenaar terzijde en legert zijn troepen op de burcht en in de stad Sevenaer.

1590    De Didamse kerk moet aan protestanten worden afgestaan.

 

De 15e eeuwse gothische kerk in Didam die in 1590 protestants wordt.
Ruim 360 jaar later, in 1951, zal de kerk weer katholiek worden. 

1595    Na een extreem koude winter volgen in maart zware overstromingen. De Lijmerse bandijk breekt op diverse plaatsen door.

1598     In de Over-Betuwe, waartoe in die tijd door de rivierstroom ook Aerdt, Herwen en Pannerden behoren, woedt de pest zo hevig dat het fruit niet geplukt kan worden en het graan op de velden verrot. 

De loop van Rijn en Waal in 1705
Voor de realisatie van het Pannerdens kanaal liggen Pannerden (Panneren), Herwen (Herwert) en Aerdt (Aert) in de Betuwe. Na de aanleg van het Pannerdens kanaal in 1707 komen deze dorpen in de Liemers te liggen.  


1598     
De Zevenaarse Andreaskerk wordt door troepen van Maurits leeggeroofd en in brand gestoken.

1598
    In september liggen Hollandse (Staatse) soldaten onder leiding van Maurits in stelling rond de Oud-Zevenaarse kerk en op de Gelderse Waard, waarbij Hollanders en Spanjaarden elkaar met grof geschut beschieten; onder meer de Oud-Zevenaarse pastorie wordt door brand verwoest en pastoor Theodorus Lengel Sr. vlucht naar Zevenaar-stad.


Plundering van een dorp geschilderd door Pieter Molijn
(Frans Halsmuseum, Haarlem)
Vooral tijdens de eerste helft van de Tachtigjarige Oorlog gaat ook de bevolking van de Liemers regelmatig gebukt onder de wreedheden en plunderingen van Hollandse en Spaanse soldaten.
 

1598
    Van de Groessense pastoor Jacob Vallick verschijnt in Hoorn een herdruk van zijn zeer vermaarde publicatie "Tooveren".

Titelblad van de publicatie "Tooveren" van Vallick
In zijn boek benadrukt Jacob Vallick dat onheil niet het werk is van de duivel, laat staan van een heks, maar van God die hooguit gebruik maakt van Satans diensten.
Vallick staat dus terughoudend tegenover geloof in duivelse krachten en hekserij. In zijn tijd zijn veel mensen beducht voor duivels en heksen.
Vallick is van oordeel dat tegenslag een louterende werking heeft voor de geest omdat het voorkomt dat je als mens zelfgenoegzaam wordt.

Het boek "Tooveren" is geschreven in de vorm van een dialoog tussen Elizabeth aan de ene kant en haar buurvrouw Mechtilde en een pastoor aan de andere kant. Elizabeth wijdt de ziekte van haar echtgenoot, haar koeien en paarden aan hekserij, en beschuldigt ook een specifieke heks. Mechtilde en de pastoor vermanen haar echter: een dergelijke reactie op tegenslag is een teken van geestelijke zwakte.


1599
    Nadat de Spanjaarden door het leger van Prins Maurits zijn verslagen komt het Geldersch eiland onder het gezag van de Staten van Holland. De uitoefening van de katholieke godsdienst in het openbaar wordt verboden, de kerkgebouwen komen in handen van de gereformeerde kerk. De meerderheid van de bevolking blijft echter de moederkerk trouw mede omdat vanuit de omliggende Kleefse gebieden priesters in het geheim godsdienstoefeningen houden.