in zo verre relevant voor genealogie Van Keulen - Polman

1600 - 1649

In de geschiedenis ligt de nadruk doorgaans op machtige mensen. In www.liemershistorie.nl wordt vooral aandacht besteed aan de geschiedenis van gewone mensen en hun zwoegen voor een menswaardig bestaan, want de overgrote meerderheid van de bevolking in de Liemers heeft tot halverwege de 20e eeuw doorgaans op de rand van een bestaansminimum geleefd waarbij misoogsten, ziekten, oorlogen en (natuur)rampen kwellingen zijn, die de mensen bij voortduring hard hebben getroffen. Indrukwekkend is hoe velen onder moeilijke omstandigheden toch het hoofd boven water hebben kunnen houden.

1600    Alle pastoors in het Gelderse deel van de Liemers zijn omstreeks 1600 aan de kant gezet en veelal vervangen door dominees. Het betreft de plaatsen: Angerlo, Beek, Didam, Etten, Gendringen, 's-Heerenberg, Lathum, Westervoort en Zeddam. Ook Aerdt en Pannerden hebben inmiddels een dominee maar deze plaatsen behoren door de stroom van de Rijn tot de Betuwe. In de Kleefse gebieden in de Liemers (Duiven, Groessen, 't Loo, Oud-Zevenaar, Wehl en Zevenaar) is wel sprake van godsdienstvrijheid.

1601    Het begin van de 17e eeuw: voor de inwoners van de Liemers wordt het bepaald geen gouden eeuw. Door oorlogen, misoogsten, epidemieen, dijkdoorbraken, zeer droge en dan weer uiterst natte zomers alsmede regelmatig bizar strenge winters komt de bevolking regelmatig in zeer grote problemen. 

1602    De Zevenaarse Andreaskerk wordt door brand opnieuw ernstig beschadigd. Pas in 1605 kunnen er weer erediensten worden gehouden.

   

Zevenaar met de Andreaskerk omstreeks 1640
(tekening van de uit Lisse afkomstige Abraham Rademaker)

Op de voorgrond het riviertje de Aa, dat vanuit de Rijn bij Oud-Zevenaar stroomde naar de moerasachtige gebieden van 't Grieth ten noorden van Zevenaar. De huidige Oud-Zevenaarseweg ligt in de bedding van het vroegere riviertje de Aa. 


1602
    De Staten van Gelderland starten onderhandelingen over teruggave van Lobith, dat naar hun overtuiging ten onrechte door Kleve (Kleef) wordt bezet. Het zal echter tot 1816 duren alvorens Lobith en haar omgeving Nederlands worden.

Kasteel Het Tolhuis in Lobith in 1674 kort nadat het, in het rampjaar 1672, nog dienst heeft gedaan als militaire wachtpost.

.


1608    Een ontstellend koude winter zorgt voor grote problemen. In januari en februari vriest het zo hard dat zelfs de oudste mensen zich niet kunnen herinneren dit ooit eerder te hebben meegemaakt.
 

1609    Het Kleefse hertogelijke geslacht is uitgestorven. Het hertogdom Kleef komt door vererving in het bezit van de keurvorst van Brandenburg. De Kleefse gebieden in de Liemers (o.a. Zevenaar, Wehl, Duiven, Huissen) worden deel van Brandenburg.

Zes generaties hertogen van Kleve met op de achtergrond het historische Kleve
v.l.n.r: Adolph IV (1417 - 1448), Johann I (1448 - 1481), Johann II (1482 - 1521), Johann III (1521 - 1539), Wilhelm (1539 - 1592) en Johann Wilhelm (1592 - 1609)


1609
   
Het eens zo machtige slot Didam, de oude Meurse toren, wordt afgebroken.

Buurtschappen en havezaten (versterkte huizen) in Didam in de 17e eeuw (A. van Dalen, 1939)
 


1610
     Op vrijdag 22 januari wordt onze regio getroffen door een zware storm. Bij Rees breekt de dijk door. Veel land staat onder water.   

1610     Omstreeks deze tijd behoren alle bezitters van havezaten in de Liemers tot de Ridderschap van Kleef: Frans Spiering (Huis Zevenaar), Ludolf van Egeren (Magerhorst), Gerlach Smullingh (Ploen), Henrick van der Hoeven (Poelwijck),  Henrick van Seller (Halsaf), Onna van Els (Leemcuyl), Palick van Heerde (Camphuysen), Goossen Spiering (Rijswijck), Anton van Aeswijn (Enghuysen), N. van Grueter  (Angeroyen), Rickwin Cloeck (Zwanenpoel) en Frederick Cloeck (Berenklauw).   

1611     Zevenaarse protestanten proberen een samenkomst te beleggen hetgeen door een deel van de bevolking wordt verhinderd. Aangezien in de Kleefse gebieden van de Liemers (o.a. Zevenaar) in tegenstelling tot de Gelderse gebieden (o.a. Westervoort) godsdienstvrijheid bestaat, wordt de katholieke burgemeester van Zevenaar, Gerhart van Leeuwen, ontslagen en komen de belangrijkste bestuurlijke functies in Zevenaar voorlopig in protestantse handen.   

1612     Uit een document van het vorstendom Kleef, dat vervaardigd is in 1612, blijkt dat het "richterambt" Lymers omvat de stad Zevenaar, Oud-Zevenaar, Groessen, Duiven, Wehl, Babberich, Steenwaard, Grondstein, Hieshusen en Halsaf.   

 

1612    In 1612 ontstaat, als middelzand door een watergeul gescheiden van de Pannerdense Waard, een eiland in de rivier. Het eilandje, dat aanvankelijk de naam Peppelgraafweerd draagt, wordt omstreeks 1675 Candia genoemd. Deze naamsverandering vindt plaats onder invloed van de verovering van Candia of Kreta door de Turken, die kort tevoren heeft plaatsgevonden en grote indruk heeft nagelaten.

1613    Begin januari 1613 wordt Jacobus Revius (1586 - 1658) predikant te Zeddam. Zijn verblijf in Zeddam is echter van korte duur want elf maanden later vertrekt hij om dominee te worden in de gecombineerde gemeente Aalten / Winterswijk. Revius wordt in latere jaren uiterst vermaard op theologisch, letterkundig en historisch terrein en is vanaf 1642 tot zijn dood in 1658 hoogleraar in Leiden.

 

1613    In Zevenaar bevindt zich een leerlooierij bij de oprijlaan van het huis Enghuizen, vlakbij de Kerkstraat. Deze leerlooierij heeft daar meer dan tweehonderd jaar gestaan en gezorgd voor enorm veel (stank)overlast.

1618    De eerste protestante dominee van Zevenaar, Leonardus Artopaeus preekt enkele malen in de kapel van Loo. Door predikant in Loo te worden tracht hij de inkomsten van de kapel bij die van de inkomsten als dominee van Zevenaar en het Ambt Lymers te voegen. Hij kan zich echter niet in Loo handhaven omdat de hele bevolking bij het oude vertrouwde geloof blijft.

 


                             Kapel in Loo (1765)
 

1618     De Dertigjarige Oorlog (1618 - 1648) brengt veel armoede. In Zevenaar kan het stadsbestuur niet meer aan de financiele verplichtingen voldoen en leent daarom honderd rijksdaalders bij burgers (Ott Hetterscheid, Jan Kerckwijk en Jan Bloemers), die daarvoor als onderpand het onroerend goed "De Doelen" verwerven.

1620    Door oorlogen, oorlogscontributies en bandeloosheid ontvolkt het platteland waardoor de aanwezigheid van wolven in de eerste helft van de 17e eeuw ook in de Liemerse bossen geen zeldzaamheid is. Nog tot het eind van de 17e eeuw worden in Didam premies uitgeloofd voor het inleveren van een wolfshuid.

1623     Omstreeks deze tijd is de havezate Rijck in Zevenaar in het bezit van de familie Smulling. In het midden van de 17e eeuw wordt de familie Van Heerdt (van Camphuysen) eigenaar en in 1735 koopt de familie Heynen het pand  De in onze huidige tijd nog altijd bestaande havezate aan het begin van de Kerkstraat is een van de drie huizen (naast Mathena en Zwanepol) van de "voorstad" van het stedeke Zevenaar.
In 1782 koopt de koopman Frowein huize Rijck, daarna in 1862 de familie Buschhammer en in 1896 notaris Hazewinkel. In de tweede helft van de 20e eeuw komt het pand in het bezit van de naastgelegen Turmac sigarettenfabriek.


Begin van de Kerkstraat (1900) in Zevenaar,
 op de voorgrond rechts huize Rijck

1624     In de eerste helft van de 17e eeuw komen vertegenwoordigers van veel Liemerse dorpen regelmatig voor het gerecht om gronden te verpanden. Dit is het gevolg van herhaalde inkwartiering van soldaten en veel oorlogsgeweld waardoor een enorme verarming onder de bevolking heeft plaatsgevonden. Van een gouden eeuw is in deze streken vooralsnog geen sprake. 

1625    Boerderij de Poeldijk in Duiven wordt gebouwd. Deze boerderij aan de Ploenstraat, gelegen tussen de havezaten Ploen en Magerhorst, staat er heden ten dage nog altijd. Onderstaande foto is van 1964.

In 1880 kochten de over-over-overgrootouders van Sam, Simon en Sjef: Theodorus Jurrius (1837 - 1900) en zijn vrouw Maria Wilhelmina Cunera Jurrius-Peters (1854 - 1920) de Poeldijk. Ze bleven er tot hun dood wonen.

Opmerking: Op zaterdagavond 18 oktober 2008 heeft een grote uitslaande brand, die bestreden werd door de brandweercorpsen van Duiven, Arnhem en Zevenaar,  het woonhuis van de Poeldijk verwoest (zie tijdsbalk: jaar 2008).

1630     Burgemeester, Schepenen en Raad van Zevenaar moeten tot hun schande verklaren dat ze niet in staat zijn om de restantbetaling aan klokkengieter Peter van Trier voor gegoten klokken te voldoen. Ze geven hem voor de periode dat ze in gebreke blijven een weide in pand. Dit voorval laat treffend zien hoe bewoners van het platteland vooral in de grensstreek lijden onder oorlogscontributies, brandstichtingen en gruwelijke bandeloosheid van slecht betaalde soldatenbenden. 

1631
     Op een kaart van Millingen staan de restanten van het bij Pannerden gelegen Huis Bylandt nog in de Waal getekend. Dit kasteel ook genoemd Huis Scathe van Willem Doys is in de 16e eeuw door de veranderende loop van de Waal weggespoeld. 
Het omstreeks 1735 door Jan de Beijer getekende huis Bylandt, ook bekend als Huis Halt, is een ander kasteel en gelegen vlabij Bimmen, een eind stroomopwaarts dus. 

1635   De Spanjaarden nemen het fort Schenckenschans in juli bij verrassing in waardoor ze de toegang tot de Republiek in handen krijgen. 

1635  Na een strenge winter volgt, als gevolg van een dijkdoorbraak bij Loo, een zware overstroming. De Spanjaarden moeten in verband met het hoge water Schenckenschans ontruimen.

1636    In april 1636 lukt het Frederik Hendrik, die inmiddels Maurits is opgevolgd,  het fort Schenckenschans te heroveren. De gevolgen voor de streek zijn verschrikkelijk.

Het beleg van Schenckenschans in 1636 geschilderd door Gerrit van Santen
De Schenckenschans, een in 1586 gebouwde vesting in de nabijheid van o.a. Pannerden en Tolkamer volgens aanwijzingen van de militair Maarten Schenk op een strategisch punt, waar Rijn en Waal zich van elkaar afsplitsen. 

1636    Pestepidemie treft o.a. Zevenaar. "Godt de Heere besocht meer als die helfte der burgerie met die pest".


Zevenaar en omgeving in 1646 volgens Johannes Janssonius (Ducatus Gelriae pars prima quae est neomagensis). Merk op dat: zuid boven, noord onder, oost links en west rechts is getekend.

 



Detail: Babberich heet 'Halsaf' (naar het kasteel); Oud-Zevenaar 'Oudekerck'; Didam heet 'Dyem'.

 


1638    De stad Zevenaar en het ambt Liemers krijgen het als gevolg van de Paltse inkwartiering zwaar te verduren. Veel soldaten maken zich schuldig aan beroving en ook als gevolg van drankmisbruik wordt grote schade aangericht.

1640    In Zevenaar nemen Joden voor het eerst een eigen begraafplaats in gebruik buiten de Bleckse (Arnhemse) Poort. Sedert het begin van de 17e eeuw zijn er joden in Zevenaar komen wonen. Ze zijn in die tijd vooral werkzaam als vleeshouwer en als hooihandelaar.

1641    Nadat de bevolking van de Liemers vele decennia gebukt is gegaan onder de ellende van oorlogshandelingen, bandeloosheid van slecht betaalde soldaten en oorlogscontributie verbetert de situatie vanaf 1641.





1642
    In Doesburg komt een schipbrug over de IJssel. Deze brug gaat in 1672 verloren en het duurt daarna een halve eeuw tot 1722 wanneer voor de tweede keer een schipbrug wordt aangebracht.

 

 

 

 

      

 

1642     Govert Flinck (1615 - 1660), leerling van Rembrandt, tekent het befaamde landschap met bomen vanaf de Eltenberg, die 6 jaar eerder door prins Frederik Hendrik was heroverd op de Spanjaarden, die deze in 1635 veroverd hadden.


Op de voorgrond zien we een vrouw, die bij haar huisje bezig is met een huishoudelijke activiteit, in het midden een man, op de achtergrond de stuwwallen van Kleef en Beek-Ubbergen en rechts de Rijn. Het origineel bevindt zich in het British Museum in London.

1643     Jan Fontain koopt de Pannerdense molen (afbeelding) voor 2500 Rijnsche Guldens. Ruim 150 jaar later, in 1803, zou deze molen gesloopt worden, nadat bij een eerdere dijkdoorbraak naast de molen wel het molenhuis maar niet de molen verloren ging.

 

 

1644    Ruysdael schildert het kerkje van Aerdt.
 

         
Schilderij van Ruysdael  met kerkje van Aerdt en op de achtergrond het Lobithse Tolhuis.

 

1645    Omstreeks deze tijd beginnen de bedevaarten naar het Duitse Kevelaer, waaraan in de loop der eeuwen ook veel Liemerse katholieken gaan deelnemen. Onder de bedevaartgangers, die op voorspraak van de H. Maria genezen behoort ook de manke Otto Goris uit Babberich. Hij geneest op wonderbaarlijke wijze en hoeft geen krukken meer te gebruiken. Op zaterdag 1 juli 1645 legt hij over zijn genezing een verklaring af.

 

1647    De Kleefse Hertog verpandt de plaats Wehl aan de Graaf van Bergh. Hierdoor wordt Wehl afgesplitst van het Ambt Liemers, waartoe blijven behoren: de stad Zevenaar (bestuurlijk centrum), Oud-Zevenaar, Groessen, Loo en Duiven.

1647    Wehl krijgt, ondanks protest van Zevenaar, weer een eigen gericht. Het wordt uitgeoefend door de landdrost van Bergh als richter, bijgestaan door enkele plaatselijke schepenen.

1648    Einde van de Tachtigjarige Oorlog: Vrede van Munster. De Republiek der Nederlanden wordt door Spanje als een zelfstandige staat erkend. Zevenaar en diverse andere plaatsen in de Liemers zullen pas op 1 juni 1816 definitief Nederlands worden.


Grens van de Republiek in 1648
Het grootste deel van de Liemers, waaronder Zevenaar, maakt geen deel uit van de Republiek maar behoort tot het Duitse Rijk.. 

1648    Op 24 juni wordt in het Tolhuys te Lobith met schriftelijke toestemming van Friedrich Wilhelm, keurvorst van Brandenburg een schutterij opgericht, die tot doel heeft het jaarlijks vieren van het schuttersfeest alsmede het bevorderen van de onderlinge saamhorigheid. Deze Lobithse schutterij heeft in 1998 haar 350-jarig bestaan gevierd.


Friedrich Wilhelm von Brandenburg (1620-1688) te paard voor de Schwanenturm in Kleve

1649    Omstreeks deze tijd tekent de vermaarde kunstenaar Jan Ruyscher (1625 - 1675) vanuit de omgeving van Aerdt het landschap ten zuiden en westen van de Rijn. Het origineel bevindt zich in het British Museum in Londen.


Geheel links is Eltenberg nog net zichtbaar, rechts daarvan achtereenvolgens de kerktorens van Laag-Elten en Griethausen. In het midden zien we de heuvels bij Kleef en geheel rechts het dorp Huissen. 

1649    Salomon van Ruysdael (1601 - 1670) schildert het befaamde "Rivierlandschap met veerpont en gezicht op Herwen en Aerdt". 


Rivierlandschap met veerpont en gezicht op Herwen en Aerdt (National Gallery of Art in Washington)

1650    De havezate Enghuizen komt in het bezit van de familie Von Hasenkampf. In de Tweede Wereldoorlog (1945) wordt Enghuizen, gelegen aan de Kerkstraat in Zevenaar op enkele honderden meters van de Turmac (BAT), ernstig beschadigd. Helaas is het omstreeks 1950 afgebroken.

 

Enghuizen wordt voor het eerst vermeld in 1467. De hoektoren is een 19e-eeuwse toevoeging. In 1873 doet de toenmalige eigenaar pastoor Pelgrom het over aan zijn neef Von Motz. Huize Enghuizen blijft een parel voor Zevenaar tot de zware beschadiging in de Tweede Wereldoorlog. Als kind herinner ik me het door het bombardement ernstig beschadigde pand nog goed.