in zo verre relevant voor genealogie Van Keulen - Polman

1650 - 1699

In de geschiedenis ligt de nadruk doorgaans op machtige mensen. In www.liemershistorie.nl wordt vooral aandacht besteed aan de geschiedenis van gewone mensen en hun zwoegen voor een menswaardig bestaan, want de overgrote meerderheid van de bevolking in de Liemers heeft tot halverwege de 20e eeuw doorgaans op de rand van een bestaansminimum geleefd waarbij misoogsten, ziekten, oorlogen en (natuur)rampen kwellingen zijn, die de mensen bij voortduring hard hebben getroffen. Indrukwekkend is hoe velen onder moeilijke omstandigheden toch het hoofd boven water hebben kunnen houden.

1651     Begin januari valt de dooi in die, gecombineerd met hevige regen en sneeuw, leidt tot een dijkdoorbraak bij Babberich.   

1652     De Gelderse landmeter Nicolaas van Geelkercken brengt onder meer de Lymers in kaart.

De omgeving van Seventer (Zevenaar),  Duven (Duiven), Des Heerenberg ('s-Heerenberg), Dydam (Didam) en Doesburg zoals getekend door N. van Geelkercken.
Merk op: het noorden is onder en het westen is rechts. 
Aert (Aerdt), Herwen en Panderen (Pannerden) liggen in de Betuwe. 

 

   

1653    Jan de Goyer schildert Gezicht over de Rijn naar de Eltense berg.
Jan de Goyer: "Gezicht over de Rijn" (Mauritshuis, Den Haag)

1656     De Joodse gemeenschap in het hertogdom Kleef (Kleve) koopt de plicht tot individuele aanvragen voor beschermingsbrieven (Schutzbrief) af. Tegen betaling van 400 daalders wordt een algemene Schutzbrief voor alle joden in het hertogdom van kracht.

1656     Omdat er in Zevenaar nog geen eigen kerkgebouw is (komt pas in 1660 gereed) wordt de Gereformeerde predikant in de R.K. Sint Andreaskerk begraven. De reformatie in het Ambt Liemers voltrekt zich geleidelijk en in beperkte mate; enkele uitzonderingen daargelaten zijn er geen grote spanningen. 

1657     De Arnhemse schrijnwerker meester Widtfelt maakt een prachtige preekstoel voor de Zevenaarse St. Andreaskerk.    

Voor de schitterende preekstoel, die heden ten dage nog altijd de Andreaskerk siert, wordt 160 daalders betaald. De preekstoel wordt over de Rijn (nu Oude-Rijn) naar Oud-Zevenaar vervoerd, waarna deze per kar naar Zevenaar wordt gebracht.
De preekstoel telt acht panelen met o.a. de heiligen Petrus, Mattheus, Marcus, Maria, Lucas en Johannes.

1657    Op 29 mei verleent de Kleefse Synode toestemming voor de bouw van een gereformeerde kerk in Zevenaar. Om de benodigde gelden bij elkaar te krijgen wordt gecollecteerd tot in Amsterdam, Den Haag, Delft, Kampen, Zwolle en naar het zuiden tot in Duisburg. Uit de collectegegevens blijkt dat vooral in Amsterdam gul wordt gegeven.

1658    In de winter 1657 / 1658 breekt de Peppelgraafse dijk in Pannerden door. Aan de watersnoodslachtoffers worden door zowel Zevenaar als Doesburg broden uitgedeeld.   

1658    Grond voor de bouw van een gereformeerde kerk aan de Markt in Zevenaar komt beschikbaar door aankoop van twee panden van respectievelijk de familie Tieben en Van de Velde. De panden worden gesloopt en op de vrijkomende grond bouwt aannemer B. Verhoeven in ruim anderhalf jaar voor de aanneemsom van 9999 Caroli-gulden de gereformeerde kerk, die op 1 mei 1660 officieel in gebruik wordt genomen.   

1659     Kennelijk is de preekstoel in de R.K. Andreaskerk in Zevenaar in de smaak gevallen, want in 1659 maakt de Arnhemse schrijnwerker meester Henrick Widtfelt (Wijtvelt) opnieuw een schitterende preekstoel dit keer voor de nieuwe Reformeerde Kerk in Zevenaar voor een bedrag van 400 Hollandse guldens.

Links het voorfront van de preekstoel in de Reformeerde Kerk (momenteel Ontmoetingskerk). Er zijn veel overeenkomsten met de preekstoel in de katholieke Andreaskerk van Zevenaar (rechts). De panelen zijn echter verschillend: Calvinisten zien de beeldencultus van katholieken als afgodendienst.

Op de voorzijde van de preekstoel in de protestante kerk (links) zien we een sierschild en aan de voorzijde van de preekstoel in de katholieke kerk (rechts) zien we Maria.   
  

 

 

1660    De oudste tot nu toe bekende voorouder Polman van Sam, Simon en Sjef van Keulen uit de Gelderse Liemers, Theodorus Polman, wordt omstreeks 1660 in Zeddam geboren.

1660    Omstreeks deze tijd schildert Anthonie van Borssom de Rijn bij Lobith.

De Rijn (later: Oude Rijn) bij Lobith omstreeks 1660
(Anthonie van Borssom)
Op de achtergrond de molen en de kerk van Laag-Elten


1660
    Op zaterdag 1 mei wordt de Hervormde kerk aan de Markt in Zevenaar in gebruik genomen.

De Hervormde kerk op de Zevenaarse Markt is in de loop der tijd vrijwel in de originele staat gebleven.

De naam van het gebouw is tot ver in de 19e eeuw "Reformeerde kerk". Door een scheiding binnen de Calvinisten wordt vanaf de 19e eeuw de aanduiding "Hervormde kerk" gebruikelijk. Vanaf 2001 draagt het kerkgebouw de naam "Ontmoetingskerk". 

 

1660    De naam Achterhoek wordt voor de eerste keer gebruikt. Het is de dominee-dichter Willem Sluijter, die zijn geliefde streek de Achterhoek noemt. Aanvankelijk wordt met Achterhoek alleen de streek rondom Neede aangeduid maar in de loop van de 19e eeuw zal de hele voormalige graafschap Zutphen zo genoemd worden.
De benaming Liemers is veel ouder. De Liemers dankt zijn naam aan de gouw Leomerike, die al in 838 wordt vermeld. De grens tussen Achterhoek en Liemers wordt gevormd door de Oude IJssel.

1661     Op 9 augustus wordt de Reformatorische kerk op de Lobithse markt feestelijk in gebruik genomen. Dominee Armiger houdt de inwijdingsrede, waarvoor tot tekst dient Psalm 5, vers 8: 'Maar ik zal door de grootheid Uwer goedertierenheid in Uw huis gaan'.


 

 

 

1661    De Duivense havezathe Magerhorst, die in het begin van de vijftiende eeuw wordt genoemd als leen van de abdij van Elten, wordt gekocht door de familie Van Pallandt. 
De oorsprong van het landgoed Magerhorst gaat terug naar omstreeks het jaar 900. Vermoedelijk is de naam Magerhorst als volgt te verklaren: "horst" slaat op een verhevenheid van de bodem in een verder laaggelegen land waarop het huis is gebouwd; "mager" heeft vermoedelijk betrekking op de kwaliteit van de grond.


  Magerhorst omstreeks 1965

 

1661    De vermaarde Amsterdamse kunstenaar Lambert Doomer, leerling van Rembrandt, tekent tijdens een van zijn vele reizen vanuit de Kleefse Pley in Westervoort een panorama naar het noordwesten met aan de linkerzijde de Rijn tussen Loo en Arnhem. Het origineel bevindt zich in onze huidige tijd in het Hermitage Museum in Sint-Petersburg.


Lambert Doomer: Gezicht vanaf Westervoort naar het noordwesten.
Links de Rijn tussen Loo en Arnhem, net niet zichtbaar is het begin van de IJssel en op de achtergrond zien we de stuwwal bij Oosterbeek

 




1662
     Herman Pabst, een verre voorouder van de eigenaar in onze huidige tijd, koopt Huis Bingerden in Angerlo.

 

                                                Huis Bingerden, voorzijde1915
 foto C. Steenbergh

 

1662    In Zevenaar wordt de St. Jansschutterij opgericht. Bepaald wordt dat de schutters jaarlijks op 1 mei vergaderen. De eerste schutterskoning wordt op 24 juni Friederich Goltz. Na 1748 wordt de vergaderdag verplaatst naar 2e Pinksterdag en wordt geschoten op kermis-maandag.

1663   Lambert Doomer (1624 - 1700), Nederlands kunstenaar van Duitse afkomst, behorend tot de Hollandse school, tekent de Kloosterstraat in Laag-Elten ("Neer Elte in Cleefsland").  
Het origineel bevindt zich in het Cabinet des Dessins in het Louvre (RF658). De afbeelding is in onze huidige tijd ook te zien op de kachels van de open haard in Hotel Restaurant Wanders op de Markt in Elten.

 

1664    Omstreeks deze tijd maakt de vermaarde Nederlandse kunstenaar Joris van der Ha(a)gen (1615 - 1669) diverse tekeningen van Elten en omgeving. 


Op deze afbeelding accentueert de kunstenaar op heel bijzondere wijze het hoogteverschil. De tekening toont de Eltenberg en een deel van het kloostergebouw dat na een eerdere verwoesting is vervangen door nieuwbouw. Op de achtergrond bevindt zich de Schenkenschans. Op het originele kunstwerk, dat zich bevindt in het Rijksmuseum, heeft de kunstenaar vermeld: "dit is den Elterberch met het klooster. Vertoont hem Schenkenschans met het tolhuys. Anno 1663 J. Hagen"  

1666    Pestepidemie treft Zevenaar e.o. (naar later zal blijken) voor de laatste keer.

Uit het kerkarchief: "De pest brak uit in het huis van Arent Hendriksen, smid in de Diemsestraat (Didamsestraat). Op de 1e October heeft pastoor Ontijt over de achterdeur het H.Oliesel toegediend aan de twee dochters Hendriksen, die beide weldra bezweken. Op 2 October des avonds heeft de pastoor over de achterdeur Arent Hendriksen en zijn echtgenote bediend, die beide op 15 October zijn gestorven. Arent Hendriksen had eerst nog zijn vrouw in de kist gelegd voor hij zelf stierf. Joost Jansen, bijgenaamd "Kraai", zadelmaker, die zelf ook in dit huis woonde, is 13 October in de Heer ontslapen, hij werd ook door de gesel van de pest getroffen. Joost Jansen en zijn echtgenote waren op 2 October bediend."

1666    Hendrik F. Bentinck, heer van Wehl, koopt de eeuwenoude havezate Broekhuizen in Wehl. Tweehonderd jaar later omstreeks 1860 wordt deze afgebroken en vervangen door villa Broekhuizen, die we in onze tegenwoordige tijd kennen.

 


Villa Broekhuizen in Wehl aan het begin van de 20e eeuw

1669    In Zevenaar vestigt zich voor het eerst een medisch doctor (med. dr.). Het is Gisbertus Heckhuis, die maar kort in Zevenaar zijn praktijk uitoefent en in 1670 al weer vertrekt naar Zutphen. In 1686 vestigt zich opnieuw een geneesheer in Zevenaar. Het is de uit Altena in Westfalen afkomstige dr. Johan Andries Hecking, die er tot 1693 zijn praktijk uitoefent. Tevens is hij in die periode schepen en landschrijver van de Lymers.


1672
    Het leger van koning Lodewijk XIV trekt bij Lobith over de drooggevallen Nederrijn.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 



Schilderij van Adam Frans van der Meulen
Een uit Elten afkomstige boer vertelt waar de Rijn doorwaadbaar is, waardoor Lodewijk XIV in 1672 bij een extreem lage waterstand met 120.000 man de Rijn kan oversteken.

1672    Lodewijk XIV ontvangt in het Huis te Lathum de Arnhemse Gedeputeerden, die over de overgave van hun stad  onderhandelen.
 


Huis te Lathum (Antoon Markus, 1897, Historisch Museum Arnhem) 


1672    Door de komst van de Fransen kunnen de Didamse katholieken
onder leiding van de Franciscaner pater Matthaei uit Elten bezit nemen van "hun" Onze Lieve Vrouwe Kerk. Twee jaar later moeten ze "hun" kerk echter weer aan de hervormden afstaan. 
Ook in andere plaatsen zoals Zeddam, Beek en Westervoort krijgen de katholieken tijdelijk "hun" kerk terug. 

 

De 15e eeuwse Gothische kerk in Didam, die in 1590 protestants wordt. In 1672 wordt de kerk korte tijd een R.K. kerk maar pas in 1951 zal de kerk definitief katholiek worden. 

1673    In Zevenaar-stad overlijdt pastoor Ontijt (*Groessen, 1618) aan de pest. Hij was R.K. pastoor tijdens de pestepidemie van 1666.

1674    De Fransen moeten na twee jaar van overheersing het veld ruimen. Voor de katholieken in de Gelderse delen van de Liemers is de onderdrukking in de jaren die nu volgen wel minder groot dan in de periode voor de komst van de Fransen. Zo blijven de pastoors, die tijdens de Franse overheersing zijn aangesteld. In veel gevallen mogen ze zelfs een schuurkerk vestigen. 

1675    Omstreeks 1675 tekent de Amsterdamse kunstenaar Johannes Leupenius, leerling van Rembrandt, het Spijckse veer met een gezicht op Elten. In de periode 1307 tot 1570 is het nabijgelegen Emmerich (Emmerik) een Hanzestad. Verkeer met bestemming de Betuwe kan met het Spijckseveer, ook wel genoemd het veer van Tolhuis, overgezet worden. Wanneer de bestemming Nijmegen is moet bij Huys Bylandt het veer over de Waal genomen worden.


Rechts op de achtergrond zien we Hoog-Elten (Eltenberg), links de kerk van Laag-Elten en op de voorgrond het Spijckse veer, waarop een huifkar, een zogenaamde hessenwagen, met twee paarden ervoor, die naar de overkant van de Rijn moeten worden vervoerd.

 

1675    Omstreeks deze tijd krijgt het eiland in de rivier, dat in 1612 is ontstaan en in eerste instantie Peppelgraafsweerd is genoemd, de naam Candia. Deze naamsverandering vindt plaats onder invloed van de verovering van Candia of Kreta door de Turken, die kort tevoren heeft plaatsgevonden en grote indruk heeft nagelaten. In 1816 wordt Candia bij de gemeente Duiven ingedeeld.

1675    Op dinsdag 2 juli 1675 loopt de Wehlse pastoor Paulus Nelissen met zijn parochianen blootsvoets naar de bedevaartsplaats Kevelaer, dat op tien uur lopen van Wehl is gelegen. Daarmee wordt een belofte ingelost, want nadat korte tijd eerder een hevige brand vele huizen in de dorpskern van Wehl in de as heeft gelegd en ook de R.K. kerk wordt bedreigd, belooft de pastoor met de gehele parochie blootsvoets een bedevaart naar Kevelaer te maken, als de kerk gespaard blijft. Juist op tijd draait de wind waardoor de kerk behouden blijft.

 

 

1676    Omstreeks deze tijd komt de tabaksteelt in de Liemers tot bloei.

1677    Op vrijdag 10 december 1677 koopt Michael Henrich Wunder, richter te Zevenaar, de Ooyse hoeve "Toutenburg". In onze huidige tijd behoort de "Toutenburg" tot een van de oudste huizen aan de Slenterweg in Ooy.

 


Toutenburg, eind 19e eeuw (afbeelding P. Fontein)  

 

1677    De abdijgebouwen op de Elterberg, die in 1585 volledig zijn verwoest, zijn door de vermaarde bouwmeester Jacob Vingboons herbouwd.

 


Het klooster op de Elterberg in 1664 (Joris van der Hagen)

 

Eltenberg zoals deze er in het midden van de 18e eeuw uitziet (S. Fokke, 1750).

1680    Op vrijdag 24 mei trouwt Albertus Ontijt, koster in Oud-Zevenaar, in Emmerich met Lamberta Oostricks. Het paar gaat wonen in de "Custerij" bij de R.K. kerk in Oud-Zevenaar en krijgt 11 kinderen. Tot 1807 blijven nakomelingen van hen in de "Custerij" wonen. 
In 1909 verkoopt de R.K. Kerk van St. Martinus in Oud-Zevenaar de "Custerij" aan het Polderdistrict Lijmers waarna  het pand "Polderhuis" wordt genoemd
. 


   In dit pand  heeft de dijkwacht regelmatig vergaderd en bij hoog water vertrokken van hier de dijkwachters over de dijk naar het polderhuis in 't Loo. 

 

1681    De muurankers van het huis Hamerden in Westervoort vermelden het jaar 1681, maar dit betreft de herbouw. Het huis was sedert 1445 in het bezit van het geslacht Van Wytenhorst.


                                                                  Huis Hamerden (anonieme tekening, omstreeks 1725)
 

1681    De paters Franciscanen bouwen in Elten een nieuw klooster (zie voor de tekening Jan de Beijer, jaar 1737). Paters van dit klooster zullen een belangrijke rol spelen bij recatholisering van naburige Staatse gebieden.


Het Franciscanenklooster in Elten, gebouwd in 1681 ter vervanging van het in 1572 verwoeste klooster in de Briemer bij Emmerich.  J.H.A. van Heek maakt in 1952, kort voor afbraak van het zwaar beschadigde klooster, bovenstaande tekening.
 

 

1682    Ernstige wateroverlast in de Liemers en ook in Zevenaar-stad.

Elterberg, zoals getekend door de Haarlemse tekenaar Abraham Rademaker (1677 - 1735).
In tijden van ernstige wateroverlast biedt de Elterberg velen bescherming.

1684    De winter van 1683 - 1684 verloopt ontstellend koud. Sinds mensenheugenis heeft men ook in de Liemers zo'n extreem koude winter niet eerder meegemaakt. De koude valt ver voor kerstmis 1683 in en duurt tot medio februari 1684. De rivieren vriezen volledig dicht en ijsdikten tot twee Rijnlandse voeten (63 cm) worden gemeten. 

1685    Kasteel (casteel / burcht / slot) Sevenaer wordt gesloopt. In de loop der tijd had het kasteel zijn waarde als verdedigingsobject verloren en was het volledig afgetakeld. Bij de sloop van de burcht met zijn vier tot vijf meter dikke muren komt een enorme massa puin vrij. Uit archiefstukken en recent archeologisch onderzoek is gebleken dat Kasteel Sevenaer heeft gestaan aan de westzijde van de oude stad in de omgeving van de huidige supermarkt Coop aan de Nieuwe Doelenstraat in Zevenaar. De contouren zijn heden ten dage terug te vinden op de parkeerplaats op het Masiusplein. 

1686    Voor de tweede keer vestigt zich in Zevenaar een universitair opgeleide medicus. Het is de uit Altena in Westfalen afkomstige dr. Johan Andries Hecking, die er tot 1693 zijn praktijk uitoefent. Tevens is hij in die periode schepen en landschrijver van de Lymers. In 1693 vertrekt dr. Hecking naar Zutphen, waar hij tot 1734 stadsgeneesheer en landschrijver is.

1689    Zoals zo vaak tijdens oorlogen wordt ook tijdens de Negenjarige Oorlog (1688 - 1697), tussen Frankrijk en onder meer Pruisen, de lokale bevolking door de machthebbers geterroriseerd. Zo beveelt de Pruisische overheid in januari 1689 dat het Ambt Liemers, waartoe onder meer Zevenaar, Oud-Zevenaar, Loo, Groessen, Duiven en Wehl behoren, grote hoeveelheden haver, rogge, stro en hooi moet leveren ver beneden de marktprijs. Of de bewoners het kunnen missen wordt niet gevraagd. 

1693    Dr. med. Johan Andries Hecking beeindigt zijn praktijk in Zevenaar. Gedurende een periode van bijna honderd jaar van 1693 tot 1785 heeft Zevenaar geen geneesheer. De dichtstbijzijnde plaats met een medicus is in die periode Elten.

Vanaf 1693 is Elten vele decennia de dichtstbijzijnde plaats met een arts voor de inwoners van Zevenaar.
(afbeelding van  Jan de Beijer, 1743)

 

 

1694     In februari vindt een dijkdoorbraak in Pannerden plaats.


             Gezicht op de splitsing van Rijn en Waal met de vesting Schenckenschans (Jan van Call, omstreeks 1680)
             Links de Elterberg; rechts, direct achter het geboomte, het slot Bylandt-Halt met in de verte Kleef   

1695     De eerste maanden van 1695 wordt de bevolking in extreme mate gekweld door de gevolgen van hoog water en geweldige ijsgang.

1695    Adam (Daam) van Keulen, de oudst bekende voorouder van Sam, Simon en Sjef van Keulen met de naam "van Keulen" / "Coelen" wordt geboren. Vermoedelijk is hij, dan wel zijn vader, uit het Duitse Rijnland (Keulen) naar onze streek gekomen om er te werken en is hij, net als veel anderen, hier gebleven. Daam overlijdt in 1751, ongeveer 56 jaar oud, in Westervoort. 

1698    Aan de Weemstraat in Didam wordt een schuur gebouwd, die als katholieke kerk dienst gaat doen. Een jaar later moet deze "paepsche" schuilkerk op last van het Hof van Gelderland worden afgebroken. Van godsdienstvrijheid is vooralsnog in de Staatse delen van de Liemers geen sprake. Hoewel de katholieken het onderspit delven, neemt hun zelfbewustheid wel steeds meer toe.