in zo verre relevant voor genealogie Van Keulen - Polman

1700 - 1749

In de geschiedenis ligt de nadruk doorgaans op machtige mensen. In www.liemershistorie.nl wordt vooral aandacht besteed aan de geschiedenis van gewone mensen en hun zwoegen voor een menswaardig bestaan, want de overgrote meerderheid van de bevolking in de Liemers heeft tot halverwege de 20e eeuw doorgaans op de rand van een bestaansminimum geleefd waarbij misoogsten, ziekten, oorlogen en (natuur)rampen kwellingen zijn, die de mensen bij voortduring hard hebben getroffen. Indrukwekkend is hoe velen onder moeilijke omstandigheden toch het hoofd boven water hebben kunnen houden.

 

1700    Het Huis Camphuysen wordt gebouwd.

 


Huis / Kasteel "Champhuizen", ook wel "Heerd" genaamd naar het geslacht Heerde, dat eeuwenlang huist op Kamphuizen. Aan het begin van de 19e eeuw komt Kamphuizen in het bezit van de familie De Neree. 

1701    De keurvorst van Brandenburg mag zich koning van Pruisen noemen, waardoor Zevenaar en het Ambt Liemers onderdeel worden van het Koninkrijk Pruisen, dat uitgroeit tot een machtige staat.

1702    Dysenterie - epidemie treft onder meer de Liemers. Alleen al in het dorp Beek sterven aan deze infectieuze aandoening in de periode augustus tot en met december 46 mensen (24 volwassenen en 22 kinderen). Vanwege de waterdunne diarree vermengd met bloed wordt de aandoening in de volksmond "ro(o)de loop" genoemd.

1703    De Boterdijk bij Lobith breekt door.

1704    Omstreeks deze tijd verblijven in de Liemers regelmatig vreemde troepen, die zich door de Spaanse Successieoorlog (1701-1714) langs grenzen en grote rivieren ophouden. Voor de bevolking is hun verblijf doorgaans een kwelling.

1704    Op 6 juli meldt de Zevenaarse burgemeester Becker kort na de processie op kermiszondag dat "de Roomschen met hare processies ongeoorloofde nieuwigheden" zijn begonnen. Blijkbaar veroorzaken de processies (religieuze optochten van katholieken) ergernis bij niet-katholieken. 
Vanaf 1521 tot voorbij het midden van de 20e eeuw kent Zevenaar-stad twee jaarlijkse processies: de ene omstreeks sacramentsdag (tien dagen na Pinksteren) en de andere op de eerste zondag na 29 juni (feestdag van H. Petrus en H. Paulus).

1705     In Zevenaar wordt een Latijnse school gesticht.

1707    Op 14 november wordt het Pannerdens kanaal  (Nieuwe Rijn) geopend. 


De militaire dreiging vanuit Frankrijk  omstreeks 1700 is de directe aanleiding voor de aanleg van het Pannerdens kanaal. De Neder-Rijn en IJssel zijn doorwaadbaar en daardoor zwakke plaatsen in de defensie van de Republiek der Vereenigde Nederlanden. De situatie voor de scheepvaart is daarnaast een belangrijke bijkomstigheid. Dankzij de aanleg van het Pannerdens kanaal (Nieuwe Rijn) worden Neder-Rijn en IJssel beter bevaarbaar. Gedurende de eerste zestig jaar na de aanleg van het kanaal heeft de aanleg echter een rampzalige invloed op de hoogwaterveiligheid. Talrijke dijkdoorbraken in de 18e eeuw zijn een direct gevolg van de aanleg van het Pannerdens kanaal. In de loop der tijd is de rol van het kanaal voor de waterhuishouding echter drastisch gewijzigd en is het nu  de "hoofdkraan van Nederland".

1707    Door het Pannerdens Kanaal worden Aerdt, Herwen en Pannerden van de Overbetuwe afgesneden en behoren vanaf nu tot de Liemers.

 

Het door het Pannerdens kanaal ontstane "Gelders Eiland" heeft zowel economisch als cultureel belemmerend gewerkt. Aan de andere kant heeft de geisoleerde ligging voor een hechte gemeenschap gezorgd.
Regelmatig hebben  in de Liemers overstromingen plaatsgevonden. De laatste in 1926. In 1995 is het elders in Gelderland uitermate spannend, enkele honderdduizenden mensen worden (30 januari - 6 februari 1995) preventief geevacueerd maar gelukkig blijft een dijkdoorbraak uit.
De hoogste waterstand van de Rijn tijdens de overstroming van 1926: 16,92 m boven N.A.P; de hoogste stand van de Rijn in 1995: 16,69 m  boven N.A.P; de laagste stand van de Rijn ooit gemeten (2003) bedraagt 6,91 m boven N.A.P. Het verschil tussen hoogste en laagste stand bedraagt dus ruim 10 meter.  

1708    Na het gereedkomen van het Pannerdens Kanaal kunnen we nog niet spreken van een "Gelders" eiland omdat Lobith en Tolkamer Kleefs gebied zijn. Alleen Herwen, Aerdt en Pannerden zijn Gelders. Pas wanneer Lobith en Tolkamer ruim een eeuw later op 1 maart 1817 bij Nederland komen is er echt sprake van een "Gelders" eiland. 


1709    Zeer strenge winter
, vanaf Driekoningen (6 januari); veel vee doodgevroren. Mens en dier gaan gebukt onder extreme koude. 

1711    In het voorjaar zijn er diverse dijkdoorbraken zoals de IJsseldijk bij Lathum en de Boterdijk bij Lobith. Veel voedselvoorraden gaan verloren, weiden blijven lang onbruikbaar en op grote schaal wordt honger geleden.
            "In Duiven is geen morgen winterzaad behouden".


1711
    Na de doorbraak van de Boterdijk gaat de landverbinding tussen Lobith en Schenckenschans verloren. Het Lobithse tolkantoor betrekt daarna een nieuw onderkomen, dat noordelijker is gesitueerd. Korte tijd later worden hier woningen gebouwd, waarmee de grondslag zal worden gelegd voor het latere dorp Tolkamer / Zollkammer. In de jaren daarna verhuizen het volledige tolpersoneel alsmede anderen, die bij de scheepvaart betrokken zijn, naar de nieuwe locatie op 's-Gravenweerd. Aangezien 's-Gravenweerd geen deel uitmaakt van het Ambt Lobith maar onder Cleverham hoort, leidt dit tot grote armoede in het voorheen zeer welvarende Lobith.   

1711    Jan de Beijer (1703 - 1780), die een groot deel van zijn jeugd met zijn ouders, broers en zussen in Emmerik woont, gaat in 1711 op achtjarige leeftijd naar het Gereformeerde Gymnasium aan de Geestmarkt in Emmerik. Omstreeks 1722 verhuist hij van Emmerik naar Amsterdam, om zich daar bij Cornelis Pronk (1691 - 1759) te bekwamen in tekenen. Jan de Beijer, een van de allergrootste topografische tekenaars van de 18e eeuw, heeft ook vele tekeningen gemaakt van kastelen, landschappen, dorps- en stadsgezichten in de Liemers.

 

 


 Waterpoort in Emmerich getekend door Jan de Beijer in 1730

 

1712    In Zevenaar vestigt zich voor het eerst een apotheker. Het is Joseph Haverkamp.

1712    Het geslacht Van den Bergh sterft uit; Bergh komt in bezit van Franz Wilhelm von Hohenzollern.

1714    Veepest veroorzaakt in de Liemers de dood van veel runderen en grote armoede onder de bevolking.

1715
   Op vrijdag
3 mei wordt het aan het eind van de ochtend omstreeks 11.00 uur nachtelijk donker. Het is een gevolg van een (vrijwel) volledige zonsverduistering in Nederland. Op de eerstvolgende volledige zonsverduistering zal de Liemers 420 jaar moeten wachten tot het jaar 2135.   

 

1716    Op zondag 28 augustus 1716 wordt in de parochiekerk in Oud-Zevenaar gedoopt Elbert van Huet (1716-1788). Hij trouwt op dinsdag 16 september 1760 in Duiven met Hendrica Wolters (1735-1784). Elbert en Hendrica zijn voorouders in rechte lijn (8 generaties) van Sam, Simon en Sjef van Keulen.

 


Parochiekerk Oud-Zevenaar (1742)
ten tijde van Elbert van Huet

 

1717    Dominee Samuel Hundius, predikant in Herwen en Aerdt, verzoekt Caspar Anthonis Baron van Lynden, "Amptman en richter" van het Ambt Over-Betuwe, om strenge maatregelen te nemen tegen Roomse gebruiken op het kerkhof in Aerdt. Vooral het bevestigen van kruizen bij graven ziet hij als een vernedering van de gereformeerde godsdienst. De dominee wijst er bovendien op dat dit in strijd is met synodale voorschriften en verlangt dat de kruizen vooral in de buurt van de ingang van de Aerdtse kerk van hogerhand worden verwijderd.


1717
    Bij Koninklijke Verordening van 28 september 1717 wordt in Pruisen, waartoe in deze tijd ook Ambt Liemers (o.a.  Zevenaar, Duiven, Groessen en Loo) behoort, de leerplicht ingevoerd voor kinderen van 5 tot 12 jaar. In de zomer, wanneer veel kinderen op het land werken, mag volstaan worden met 1 dag school per week. In de praktijk wordt aan deze verordening niet echt de hand gehouden, waardoor de leerplicht in de praktijk een wassen neus is. 
  

1718    Op maandag 14 februari 1718 wordt Theodorus (Derk) Pol(l)man geboren te Stokkum en op dezelfde dag gedoopt (R.K.) in Zeddam. Hij wordt van beroep "cultivator" (landbouwer) en trouwt op 29- jarige leeftijd op woensdag 6 december 1747 in de parochiekerk van Oud-Zevenaar met Joanna Raben (Rabitz), 21 jaar oud, geboren op 22 januari 1726 te Didam. Zij gaan wonen op de hoeve "De Sweeckhorst" (Zweekhorstweg 3) in Zevenaar. In die tijd valt de buurtschap "De Sweeckhorst" (Zweekhorst), gelegen tussen Zevenaar en Angerlo, onder de parochie Oud-Zevenaar. Derk Polman (1718-1794) en Joanna Raben (1726-1795) zijn voorouders in directe lijn (8 generaties) van Sam, Simon en Sjef van Keulen.  


1718   
In Didam wordt het huis Kerkhoven vermeld als "Adellijk goed Kerkhoven".

                                                                                         Kerkhoven in Greffelkamp bij Didam

1719
    Een grote brand vernietigt een groot deel van Elten.

Elten met uitzicht op Eltenberg, getekend door de Haarlemse tekenaar Abraham Rademaker (1677 - 1735)
In 1719 richt een grote brand een enorme verwoesting aan in Elten.
 

1719   Op 17 oktober overlijdt de Zevenaarse doodgraver Engel van Haren op een leeftijd van honderd jaar. Van de Lijmers / Liemers wordt vaak beweerd dat veel mensen een hoge leeftijd bereiken omdat de lucht er gezond is.

1720    Na de grote brand, die het dorp Neder-Elten in 1719 geteisterd heeft, wordt besloten om een groot houtvlot met materialen over de Rijn uit Duitsland te laten komen om de verbrande woningen weer te kunnen opbouwen. Ook besluit men om deze woningen voor het eerst met pannen te dekken en in de kom van het dorp "steenstraten" te maken.

1721    Maximiliaan de Raad tekent 't Huijs Schadewijk in Didam.   

 

 

 

1722    Alexander Walraad van Hugenpoth komt in het bezit van Huis Aerdt. Nazaten Hugenpoth bewonen het pand meer dan 150 jaar tot 1881. Het pand raakt in een vervallen staat en in 1945 wordt het als gevolg van oorlogshandelingen grotendeels verwoest. In de zestiger jaren van de 20e eeuw wordt het gerestaureerd en daardoor behouden als icoon van de eeuwenoude historie van Herwen en Aerdt


Huis Aerdt na de restauratie in de 20e eeuw






1722
    Doesburg krijgt voor de tweede maal in de geschiedenis een schipbrug over de IJssel. Nadat de eerste schipbrug uit 1642 in 1672 verloren is gegaan, duurt het een halve eeuw tot 1722 alvorens Doesburg weer de beschikking heeft over een dergelijke oeververbinding.

 

 

 

 


Doesburg Schipbrug omstreeks 1910





1723
    
Omstreeks deze tijd maakt de Noord-Nederlandse tekenaar van landschappen en topografische objecten Jacobus Stellingwerff (1677 - 1727) een tekening van het dorp Lathum.

 

 

 

 


  Lathum aan het begin van de 18e eeuw (Jacobus Stellingwerff)

1724    Een hevige storm veroorzaakt op meerdere plaatsen in de Liemers grote schade.

1725    Derk Markes wordt eigenaar van de Westervoortse havezate Vredenburg.

Vredenburg in 1731, tekening Abraham de Haen
Vredenburg is voor 1440 gebouwd op de plaats waar zich momenteel de oostelijke nieuwbouwwijk van Westervoort bevindt.
In de loop der tijd heeft Vredenburg zeer vele bewoners en eigenaren gekend. In de  20e eeuw verkeert het pand in staat van verval en wordt alom gesproken over afbraak.
In 1988 besluit de gemeente Westervoort echter om geld vrij te maken voor restauratie van het huis, zodat het in gebruik kan worden genomen voor onder meer exposities.

 


1726    Opnieuw overstromingen in de Liemers; het houdt niet op.

 

1727    Grote brand in Zevenaar; tientallen huizen worden verwoest; een persoon komt in de vlammen om; 115 mensen raken dakloos.

1728    Omstreeks deze tijd worden de restanten van de toren en het kasteel Tolhuys, dat door Franse soldaten in het rampjaar 1672 is verwoest, door de bewoners als bouwmateriaal gebruikt. In latere jaren wordt het terrein door de Pruisische koning Frederik II aan de R.K. kerk geschonken, die er vervolgens een kerk bouwt. Het enige, dat in onze huidige tijd nog overgebleven is van het kasteel, is het zogenaamde Schipperspoortje (in onze tijd Dorpsdijk 36 in Lobith).  


Het Tolhuys met op de voorgrond de Rijn en op de achtergrond de "Eltener"berg 

1729    Een pokkenepidemie maakt in Duiven vele tientallen dodelijke slachtoffers.

1730    Abraham Zeeman tekent Hoog- en Laag-Elten. In onze huidige tijd bevindt het origineel van het kunstwerk zich in het Rijks-Museum in Amsterdam.     


1730
    In december laat de Wehlse pastoor zich in zijn preek laatdunkend uit over protestanten. Omdat er in de Kleefse enclaves godsdienstvrijheid bestaat, wordt het de pastoor voorlopig verboden te preken.

 

1731    Op Nieuwjaarsdag ontstaan er in Wehl ernstige rellen. Omdat de pastoor er mede verantwoordelijk voor wordt gehouden, wordt hij door soldaten uit de dichtstbijzijnde garnizoensstad Wezel weggevoerd. Na ongeveer negen maanden niet de normale kerkelijke handelingen te hebben kunnen verrichten is de pastoor eind 1731 weer in Wehl terug.

 

1731    De befaamde tekenaar en dichter, Abraham de Haen (1707-1748), tekent "Panorama op Hoog-Elten". In onze huidige tijd bevindt het origineel zich in het Rijks-Museum in Amsterdam.     


1734    Omstreeks deze tijd ontstaat in Loo na een dijkdoorbraak de Waai van Boerboom, ook wel Viswaai genoemd. Het precieze jaar van ontstaan is onbekend maar zeker is dat het tussen 1723 en 1753 moet zijn. Na de dijkdoorbraak heeft men een nieuwe dijk om de ontstane plas gelegd.

 


Waai van Boerboom in Loo (mei 2012) 


1735
    De rechten van de heerlijkheid Westervoort worden door de stad Arnhem gekocht van de graven van Bergh.

    Pentekening Westervoort
augustus 1742 (Jan de Beyer)

 

1735     Het kasteel te 's-Heerenberg gaat in vlammen op; tien jaar wordt gewerkt aan de herbouw.


Gezicht op 's-Heerenberg (Jan de Beyer, 1743)
Rechts kasteel Huis Bergh en links de kerk met daarnaast de toren.   
 

1735    Jan de Beijer tekent 't Huys de Byland (afbeelding).

 

1735     De familie Heynen koopt in 1735 huize Rijck in Zevenaar. De in onze huidige tijd nog altijd bestaande havezate aan het begin van de Kerkstraat is oorspronkelijk een van de drie bijzondere huizen (naast Mathena en Zwanepol) van de "voorstad" van het "stedeke" Zevenaar.
Omstreeks 1625 is havezate Rijck in het bezit van de familie Smulling en in 1650 van de familie Van Heerdt (van Camphuysen). In 1782 koopt de koopman Frowein huize Rijck, daarna in 1862 de familie Buschhammer en in 1896 notaris Hazewinkel. In de tweede helft van de 20e eeuw komt het pand in het bezit van de naastgelegen Turmac sigarettenfabriek.


Begin van de Kerkstraat (1900) in Zevenaar,
 op de voorgrond rechts huize Rijck

 

 

1736    Door het aanbrengen van een dikke laag grof zand, hetgeen een gezamenlijke inspanning is van het Arnhemse stadsbestuur en de Kleefse overheid, wordt de route van Arnhem door Westervoort, Duiven en Zevenaar naar Elten sterk verbeterd. Deze weg, die algemeen bekend staat als Zandstraat of Hoogestraat, wordt enkele jaren later in 1741, na het instellen van een vaste postwagenverbinding, ook wel (Kleefsche) Postweg genoemd. De minder rechtstreekse weg naar Elten over de dijken (Westervoortse IJsseldijk en Rijndijken onder meer bij Groessen en Oud-Zevenaar via Babberich naar Elten), die sedert de Middeleeuwen is gebruikt, raakt omstreeks deze tijd in onbruik.

1737    Graaf Otto Bijlant - Palsterkamp koopt Huis Sevenaer.
In Zevenaar vestigt zich chirurgijn Hendrik Kreeft, die zijn praktijk meer dan veertig jaar zal uitoefenen.

1737    De reizende tekenaar Jan de Beijer tekent vanaf Eltenberg het gezicht op Elten en het Franciscanenklooster.

Gezicht op Elten (Jan de Beijer, 1737)

 

1738    Naast het Loogasthuis in de St. Jansstraat in Zevenaar komt een schooltje.

Op deze foto van het begin van de 20e eeuw is aan de zijkant van de Andreaskerk het Loogasthuis (met schoorsteen) duidelijk zichtbaar. Rechts van dit Loogasthuis zien we de achterzijde van het schoolgebouw uit 1738.

1739    Onophoudelijke regen, hagel en sneeuw maken dat de Liemers in april een grote watervlakte is. Het winterkoren gaat verloren en voor mens en dier is er een groot tekort aan voedsel.

1740     De winter van 1740 behoort met die van 1709 tot de koudste van de 18e eeuw. De eerste vorstperiode van de winter van 1740 begint al begin oktober 1739 en duurt tot eind november. Vanaf 5 januari 1740 vriest het onophoudelijk (zeer) streng tot medio maart bij een straffe wind. Naast de koude vormen ook rondtrekkende wolven een gevaar. Doordat ook de lente van 1740 buitengewoon koud is, komen de eerste bladeren pas eind mei aan de bomen. Tot overmaat van ramp is de zomer van 1740 de koudste van de 18e eeuw. Door dit alles mislukken oogsten volledig en duurt het jaren voor mensen deze tegenslagen overwonnen hebben.

1740   Frederik II volgt zijn vader Frederik I op als koning van Pruisen, waartoe ook de Liemerse enclaves behoren. Frederik II, die ook Frederik de Grote wordt genoemd, blijft heerser van Pruisen tot zijn dood in 1786. Een belangrijke verdienste van hem is dat hij een zeer belangrijke rol speelt bij de invoering van de aardappel als volksvoedsel. Op 24 maart 1756 vaardigt hij het befaamde "Kartoffelbefehl" uit, waarin hij beveelt dat al zijn onderdanen met de aardappel bekend dienen te worden en deze op iedere beschikbare plek moeten worden verbouwd.     


 Frederik II (1712 - 1786) 

 

1740     Half december overstroomt de Pannerdense polder als gevolg van een doorbraak in de Kanaaldijk tijdens een zware storm.

De postwagen van Keulen naar Arnhem passeert Westervoort (Jan de Beijer, 1742).
Door de komst van de postwagens moet de weg door de Westervoortse polder worden verlegd voor de somma van 30.000 daalders. De postwagenlijn Arnhem-Keulen, die op 2 oktober 1741 is geopend, vertrekt sindsdien iedere maandag-, woensdag- en vrijdagochtend om vijf uur ('s winters om 6 uur) uit Arnhem met een met vier paarden bespannen wagen naar Zevenaar, waar men ongeveer drie uur later aankomt. Op dinsdag, donderdag en zaterdag rijdt de Keulse wagen in tegengestelde richting. Een tocht van Arnhem naar Kleef kost 43 stuivers. Kortere of langere afstanden worden berekend naar een tarief van 6 stuivers per uur.

1741    Een zeer koude winter met hevige noord-oosterstormen, die begint in januari, wordt gevolgd door een dooi die een ongekende watervloed tot gevolg heeft. Ook het kruiend ijs veroorzaakt overal langs de rivieren verwoestingen.  

1741    Een in economisch opzicht voor de Liemers belangrijke verandering betreft de wijziging van de postroute Arnhem - Keulen. De postwagens rijden niet meer via Doesburg, Doetinchem, Anholt en Wezel naar Keulen, maar worden vanaf 1741 geleid via Zevenaar, Elten, Spijckse veer en Kleef, waar de wagen aansluit op de verbinding met Keulen (via Kalkar, Xanten en Neuss).  

 

De postwagen zoals deze vanaf 1741 moet hebben gereden van Arnhem via Westervoort, Duiven, Zevenaar en Elten naar Kleve.

Door de komst van de postwagens moet de weg door de Westervoortse polder worden verlegd en verbeterd  voor de somma van 30.000 daalders.

In Zevenaar stijgen de inkomsten als gevolg van de nieuwe postweg door de inning van tolgelden met tientallen daalder per jaar. Deze tolgelden moeten worden betaald ter hoogte van de Blekse Poort (Arnhemse Poort) in Zevenaar.

 

 

1742    Op 23 augustus tekent Jan de Beijer Kasteel Lathum.

 

1742    In Westervoort wordt fort "Geldersoord" met een inundatiesluis aangelegd. Het betreft een verdedigingswerk waarbij een gebied tussen Westervoort en Doesburg onder water kan worden gezet. Nadat in het begin van de 19e eeuw Duiven en Zevenaar bij Nederland komen verliest het fort zijn strategische betekenis.

 


Pentekening: inundatiesluis Geldersoord in Westervoort (eind 18e eeuw)

 

1743    Op donderdag 21 februari trouwen in Zeddam Christiaan Stel (geboren in Zeddam in 1710) en Johanna Kersten (1710-1766) afkomstig uit Millingen. Zij zijn voorouders in rechte lijn (9 generaties) van Sam, Simon en Sjef van Keulen.

 
Gezicht op Zeddam ten tijde van Christiaan Stel


1743
     Door kwel- en regenwater komt Ambt Lijmers in het voorjaar onder water te staan. Het vee moet weken langer op stal blijven. Meer dan honderd runderen en tientallen paarden sterven als gevolg van ondervoeding. De bevolking klaagt dat de Lijmers steeds meer in een moeras dreigt te veranderen. 

1743    De reizende tekenaar Jan de Beijer (1703 - 1780) tekent de Liemerse kastelen Grondstein (bij Elten) en Huis Bergh in 's-Heerenberg.

Kasteel Grondstein (1743)

Huis Bergh (1743)

1743    Bartrudis Evers wordt op donderdag 6 juni wegens kindermoord op de markt in Zevenaar onthoofd. Zij heeft in de gevangenis, waar met toestemming van de rechter (Fredericus Hecking) priesters van de Sint Andreaskerk haar vrij mogen bezoeken, veel berouw getoond. De Zevenaarse pastoor Van der Veecken verleent de vrouw bij de terechtstelling geestelijke bijstand en zorgt voor een eervolle begrafenis. Zij wordt begraven op een niet gewijde begraafplaats gelegen aan de Schievestraat achter de Touwslagersbaan.

1744    Omstreeks 10 maart komt geheel Pannerden onder water te staan als gevolg van een doorbraak in de Kanaaldijk. Ook een groot deel van Ambt Lijmers heeft te maken met de wateroverlast. Alleen de stad Zevenaar blijft droog, maar het juist bij de stad gelegen Zevenaarse Grieth komt onder water evenals grote delen van Duiven, Groessen, Angerlo, Giesbeek, Lathum en Westervoort. Tot overmaat van ramp is er in de Liemers in 1744 een zeer ernstige veeziekte.

1745    Heemraad (waterschapslid) Peters stelt voor om de heemraden (waterschapsleden) een extra toelage (bonus) te geven voor het werk verricht tijdens de laatste overstroming. Dit voorstel, voortkomend uit eigen kring. alsmede vele andere voorbeelden geven geen hoge dunk van de motivatie en de inzet waarmee veel heemraden hun werk verrichten. Van veel heemraden kan worden gezegd dat ze meer oog hebben voor hun eigen belang dan het belang van anderen.

1745    Eeuwenlang heeft Huis Sevenaer het gezicht van Zevenaar bepaald. 

 

 

 

 

 Huis Sevenaer; Pentekening uit 1745 (Paul van Liender / Jan de Beijer)

In de 19e eeuw stort de toren in, die bij een verbouwing in die eeuw niet wordt hersteld.

 

 


1745   
Jan de Beijer maakt pentekeningen van o.a. Zevenaar.


Zevenaar vanuit het noordwesten gezien met op de voorgrond de Lymerse Postweg (Arnhem naar Keulen) alsmede de Blekse- of Arnhemsepoort.
Jan de Beijer:  "Het Steedje Zevenaar in 't land van Cleef op 15 Junij 1745"

1747    Dijkdoorbraak bij Leuven, buurtschap tussen Oud-Zevenaar en Groesssen.

1747    Een nieuwe golf van veepest veroorzaakt bittere armoede.

1748
    In Duiven trouwen op 27 juli Johannes (Jan) van Brandenburg (1702-1788) uit Westervoort en Geertruyd Wiggers (1715-1773) uit Duiven. Zij zijn de voorouders in de directe lijn (8 generaties) van Sam, Simon en Sjef van Keulen.

1749    Doorbraak van de IJsseldijk bij Nieuwgraaf, waarbij door de kracht van het water een waai ontstaat. Het gehele gebied tussen Westervoort en Doesburg komt daardoor op 10 februari onder water te staan.