in zo verre relevant voor genealogie Van Keulen - Polman

1750 - 1799

In de geschiedenis ligt de nadruk doorgaans op machtige mensen. In www.liemershistorie.nl wordt vooral aandacht besteed aan de geschiedenis van gewone mensen en hun zwoegen voor een menswaardig bestaan, want de overgrote meerderheid van de bevolking in de Liemers heeft tot halverwege de 20e eeuw doorgaans op de rand van een bestaansminimum geleefd waarbij misoogsten, ziekten, oorlogen en (natuur)rampen kwellingen zijn, die de mensen bij voortduring hard hebben getroffen. Indrukwekkend is hoe velen onder moeilijke omstandigheden toch het hoofd boven water hebben kunnen houden.

 

1751    Adam (Daam) van Keulen, de oudst bekende voorouder van Sam, Simon en Sjef van Keulen met naam "van Keulen" / "Coelen", overlijdt in Westervoort. Vermoedelijk is hij, dan wel zijn vader, uit het Duitse Rijnland (Keulen) naar onze streek gekomen om er te werken en is hij net als veel anderen hier gebleven. 

Het boerenbedrijf in de 18e eeuw ten tijde van Adam van Keulen
Bron: Kadastrale atlas van de Lijmers van omstreeks 1790

Tot omstreeks 1800 komen veel mannen uit het Duitse Rijnland onder meer naar onze streek om te werken en geld te verdienen. Velen van hen, waaronder ook Adam van Keulen dan wel zijn voorvader, zijn in onze omgeving blijven hangen.  

 

1752    Nadat het geslacht (von) Cloeck tenminste twaalf generaties eigenaar is geweest van de Berenclaauw in Groessen verkopen de broers Frederik Jan en Andries het landgoed aan de Kleefse "Zollbeseher" (douanebeambten) Von Leeuwen en Von Elsbruch. De nieuwe eigenaars verkopen het goed twintig jaar later in 1772 aan Antonius van Hugenpoth tot Aerdt, stamvader van de tak Van Hugenpoth tot den Beerenclaauw.


Berenclaauw (eind 20e eeuw)
                             

 

1753    Het hagelkruis in Wehl aan de Hagelkruisweg wordt in 1753 vermeld. In onze tegenwoordige tijd staat dit inmiddels eeuwenoude hagelkruis daar nog altijd. 
Hagelkruisen, lange houten palen van ongeveer tien meter hoog met daarop een Grieks kruis, zijn geplaatst met de christelijke intentie te bidden geen hagelschade te krijgen aan gewassen. Jaren met enorme hagelschade leidend tot honger en armoede zijn in de omgeving van Wehl onder meer geweest: 1773, 1780 en 1880.
 


In Wehl zijn tot in de jaren zeventig van de 20e eeuw op Hemelvaartsdag en de eerste zondag van september (de Wehlse Umdracht) processies gehouden. Bij het hagelkruis werd dan gerust, gepreekt en gebeden. Ook werden bij het hagelkruis brooduitdelingen gehouden..

 

1753    Op 19 december vindt dijkdoorbraak plaats bij de buurtschap Leuven / Leuffen (buurtschap tussen Oud-Zevenaar en Groessen). Een zeer omvangrijk gebied tot Steenderen komt onder water.


Doorbreken van de Rhijndijk in 1753
Meer dan drie maanden lang, tot eind maart 1754, blijft het water door de Leuvense doorbraak naar binnen stromen..
Tot  in oktober 1754 werkt men dagelijks met honderd karren aan het herstel van de dijk.

1755    Op Allerheiligen (1 november) vindt omstreeks 11.00 uur in de ochtend een zeer krachtige aardbeving plaats met (naar achteraf berekend) een kracht van 8,7 op de schaal van Richter. Het episch centrum van de aardbeving ligt bij Lissabon. Het aantal doden als gevolg van deze aardbeving is meer dan 50.000.
In de Liemers wordt geen melding gemaakt van beweging van de grond, maar wel van een sterke waterschommeling (waterbeving) in veel sloten en ook in het riviertje De Wildt.

 

1756    Op woensdag 24 maart vaardigt Frederik de Grote (1712 - 1786), koning van Pruisen, waartoe ook de Liemerse enclaves behoren,  het befaamde "Kartoffelbefehl" uit waarmee hij de in deze tijd nog weinig populaire aardappel als volksvoedsel tracht in te voeren. Zaadgoed wordt gratis verdeeld en veldwachters zien er op toe dat met het verbouwen van aardappelen wordt begonnen want de aardappel heeft (voor een deel terecht) de naam giftig te zijn waardoor veel boeren aanvankelijk tegenstribbelen. Tot in de huidige tijd liggen op het graf van Frederik de Grote enige aardappelen.     


 Graf Frederik de Grote bij slot Sanssouci met aardappelen
door Frederik de Grote werd de aardappel volksvoedsel

 

1756    De befaamde Haarlemse tekenaar Cornelis van Noorde (1731 - 1795) tekent op zijn reis door onze streek onder meer de Elterberg en de Zeddamse poort.     

 l

 

1756    Het begin van de Zevenjarige Oorlog tussen Pruissen (waartoe dan ondermeer Zevenaar, Duiven, Lobith, Herwen, Huissen en Wehl behoren) enerzijds en Rusland en Oostenrijk anderzijds. Jonge mannen uit de Liemerse enclaves vluchten de grens over naar de Republiek om zich te onttrekken aan de Pruisische dienstplicht.

1756    Op zaterdag 11 december 1756 begint het streng te vriezen en de intense koude duurt onafgebroken tot maandag 7 februari 1757. De langdurige en intense koude is ook voor de inwoners van  de Liemers een ware kwelling.



1757  
 Op 30 januari ziet men op het Gelders eiland de eerste tekenen van ijsgang. Het opgestuwde water stijgt daardoor zo hoog, dat het nog dezelfde dag twee voet over de dijk loopt en de dijk ter hoogte van de Pannerdenschen Waerd breekt. Ruim een week later op 9 februari breekt de Herwense dijk op vijf plaatsen tegelijk door
als gevolg van het opnieuw kruiende ijs en ook bij Pannerden volgen nieuwe doorbraken. Ook de dijk bij Leuven, tussen Oud-Zevenaar en Groessen breekt in deze rampzalige maand.

Door vele dijkdoorbraken als gevolg van waterstuwing door het kruiende ijs staat in februari 1757 de Liemers grotendeels onder water. Velen vertoeven dagenlang op zolders of daken van hun huis. Ook gaan veel huizen door de watermassa verloren.


1757    Dysenterie (rode loop) - epidemie treft onder meer Zevenaar. Dysenterie is een, in de 18e eeuw, veel voorkomende aandoening. Het betreft een door bacterien veroorzaakte ernstige buikloop waarbij de frequentie van de ontlasting kan oplopen tot 100 maal per dag. Bij ongeveer 30% van de patienten verloopt de aandoening dodelijk. Bij de meeste vormen van dysenterie is de bloedafgang zo opvallend dat men spreekt van rode loop. De ziekte is ook wel persloop genoemd.

 

1758    De zomer is uitzonderlijk nat waardoor het merendeel der landerijen onder water komt te staan en een groot tekort aan hooi ontstaat.  

1758    Dysenterie slaat opnieuw toe in de Liemers; ondermeer Lobith (35 doden), Duiven (12 doden) en Zevenaar (10 doden) worden getroffen door deze besmettelijke ziekte, die vooral in de 18e eeuw een echte volksplaag is.  

1758    Tijdens de Zevenjarige Oorlog (1756 - 1763) bezetten Franse troepen in 1758 het Kleefse land, waartoe onder meer behoren Duiven, Groessen, Loo, Zevenaar, Huissen, Malburgen, Lobith en Wehl. De bevolking heeft het zwaar te verduren en leeft op de rand van de hongersnood. De bezetters eisen bij voortduring brood, graan, meel, stro, hooi, brandhout en inkwartiering. Ook worden bewoners gesommeerd voor de bezetters te werken. Boeren en landarbeiders worden opstandig en velen vluchten voor het oorlogsgeweld naar de republiek.

De Kleefse enclaves 
Uit: Graswinckel, De rechterlijke archieven der voormalige Kleefsche enklaves, 1543 - 1816, 's-Gravenhage, 1927

 

1760     Het oorspronkelijke dorp Herwen, wordt door het wassende water van de Waal verzwolgen. De bewoners hebben dit al lang van te voren zien aankomen en hebben geleidelijk hun woningen afgebroken en herbouwd aan de Rijndijk, daar waar sinds 1819 de R.K. kerk staat, en aan de Ringdam.

1761    Een combinatie van zeer hoog water en storm veroorzaakt in de zeer vroege ochtend van 27 februari drie doorbraken in de Herwense bandijk. Ongeveer gelijktijdig  veroorzaken dijkdoorbraken tussen Loo en Westervoort twee waaien waarvan een met een diepte van meer dan 50 voet.

1762    In Groessen wordt op zaterdag 30 januari 1762 geboren Gertruda Ebbe(r)s (1762 - 1810). Zij trouwt in 1791 met Matthias (Matheus, Tijs) Pol(l)man (1765-1816). Gertruda en Matthias zijn voorouders in rechte lijn (7 generaties) van Sam, Simon en Sjef van Keulen.

1763    De stad Arnhem slaat bij Westervoort een schipbrug over de IJssel, waarna de weg Babberich - Westervoort relatief belangrijk wordt. Deze schipbrug, afkomstig uit Wesel, zal ruim 140 jaar dienst doen. In 1905 wordt de schipbrug vervangen door een vaste brug, die in de Tweede Wereldoorlog wordt verwoest.

   

De schipbrug over de IJssel bij Westervoort

 

1763    De Zevenjarige Oorlog eindigt met de Vrede van Parijs. Pruisen is door de oorlog uitgeput; ontstellende armoede is het gevolg. Bovendien heeft een half miljoen soldaten en burgers, ongeveer 10% van de bevolking, het leven verloren. Desondanks is de machtspositie van Pruisen in Europa voor lange tijd verzekerd, maar daar heeft de gewone man in de Pruisische enclaves in de Liemers (Zevenaar, Duiven, Wehl, Huissen, Lobith, Herwen en Aerdt) weinig aan. 


1764   
In februari vinden dijkdoorbraken plaats bij Rees en Herwen, waardoor onder meer Westervoort, Duiven, Angerlo, Ooy en Lathum onder water komen te staan.

1764    In maart veroorzaken de pokken in Herwen en Aerdt 10 tot 15 dodelijke slachtoffers.

1764    Op 4 augustus wordt het landgoed (havezate) Rijswijck in Groessen gekocht door Lubbert Jan baron van Eck voor de som van 12.800 gulden. De vermogende koper, in dienst van de Verenigde Oost-Indische Compagnie (V.O.C.) heeft Rijswijck echter nooit als zijn eigendom  kunnen aanschouwen, omdat hij 1 april 1765 in de Oost overlijdt.

Landgoed (huis/kasteel/havezate) Rijswijck in Groessen omstreeks 1742


1765
    Een Koninklijk Edict verschijnt op vrijdag 8 februari in Kleefsland in de landstaal: "Plakkaat tegen het vermoorden van nieuwgeborenen en buiten echtelijk verwekte kinderen en tegens de geheimhouding der zwangerschap en de verlossing". Kindermoord is een zwaar misdrijf waartegen de overheid streng optreedt.

1765    De  rentmeester van de Berghse bezittingen in Pannerden, Christiaan van Nispen, betrapt op 2 mei in een hooiberg een boerenknecht intiem met een dienstmeid. Wanneer Van Nispen aankondigt dit te melden bij de baas van de knecht, ontsteekt de knecht in woede, trekt een mes en steekt Van Nispen dood. De dader ontloopt zijn straf door naar Kleefs gebied te vluchten

 


  Christiaan van Nispen
 
vermoord op 2 mei 1765


1766    Als gevolg van de zeer hoge waterstand breekt in juli 1766 de zomerdijk in Herwen door. Het binnenstromende water slaat via een weggespoelde sluis in Pannerden gaten in de Deukerdijk en in de zomerdijk bij Candia. De oogst gaat volledig verloren. De armoede en de tekorten in de winter die komt zijn onbeschrijflijk.

 

1768    De familie Pelgrom koopt van Rutger von Carnap, afkomstig uit Elberfeld, het kasteel Enghuizen in Zevenaar.
Het kasteel Enghuizen, dat oorspronkelijk eigendom is geweest van het geslacht Von Loe, gaat in het midden van de 17e eeuw over op de familie Von Hasenkampf, die het in 1745 verkoopt aan Rutger von Carnap.
Enghuizen wordt in 1945 door oorlogshandelingen zeer zwaar beschadigd. Helaas wordt wat dan nog van het kasteel over is omstreeks 1950 afgebroken en gaat een parel voor de Liemers verloren. 


                  Kasteel Enghuizen

 

1769    Huybert van Keulen en zijn vrouw Dora van Groenen (voorouders van Sam, Simon en Sjef van Keulen) kopen in de Broekstraete in Westervoort Huize Emmeri(c)k van de familie van Schlauns.

   

Pentekening van H.Kemperman van de T-type boerderij genaamd "Emmeri(c)k" te Westervoort.

In 1769 koopt Huybert van Keulen "Emmeri(c)k" van de familie van Schlauns.

 

1770     Rampjaar. Van november 1769 tot mei 1770 overstroomt het Geldersch Eiland zeven keer. Bij een dijkdoorbraak op 3 december 1770 wordt de helft van het dorp 't Loo weggevaagd. Ook een onverwachte dijkdoorbraak in Oud-Zevenaar, een dag eerder, veroorzaakt grote schade.

 

 

 

 

 

                                                De afbeelding rechts laat een aantal doorbraken van Liemerse dijken zien in de 18e en 19e eeuw.

 


1770
    In de Didamse Weemstraat (nu Hoofdstraat) wordt een synagoge ingericht. Tot 1833, het jaar waarin Zevenaar een eigen synagoge krijgt, maken ook Zevenaarse joden van de Didamse synagoge gebruik. Omstreeks 1900 is de Didamse synagoge afgebroken.


 


Voor het Gelders eiland en de gehele Liemers is 1770 een echt rampjaar.
 Vooral bij de onverwachte dijkdoorbraken op 2 en 3 december 1770 bij Oud-Zevenaar en  Loo is het menselijke leed onvoorstelbaar.

1771    In het voorjaar regent het gedurende vijf weken onophoudelijk waardoor de Liemers met een ernstige wateroverlast te kampen heeft.

1771    Friedrich II (1712-1786), koning van Pruisen, verleent op 1 oktober 1771 aan de Rooms-Katholieken te Lobith het recht een eigen kerkgebouw te stichten op de plaats van het voormalige tolhuis. Voordien waren de katholieken uit Lobith genoodzaakt voor het vervullen van de kerkelijke plichten naar Huis Aerdt of Elten te gaan. Sommigen gingen zelfs per roeiboot de Rijn over om naar de kerk te Bimmen of Keeken te gaan.

 

De Martinuskerk in Bimmen, stammend uit het einde van de 15e eeuw, is een van de kerken, waarvan de Lobithse katholieken gebruik maken in de tijd dat Lobith zelf nog geen R.K. kerk heeft.

.
In 1775 komt in Lobith als eerste missionaris de in Emmerich geboren pater Schonenbosch, vergezeld van broeder Humilis, uit Gennep. Over wat zij in Lobith aantreffen staat in de parochiegeschiedenis: "Deze mannen (Schonenbosch en Humilis) vonden het hier (Lobith) zeer desolaat, want meenige wisten niets van God of zijn gebod. Zommige van 17, 18, 19 jaaren waaren nog zelden in de kerk geweest. Na de onwetendheid waar en ook de zeeden van de menschen, die zo verwildert waaren, dat ze wilde menschen genoemt wierden".

 

 

 

1772    De nieuwe Herwense bandijk komt gereed. In latere jaren wordt deze dijk wel de Statendijk genoemd. Het betreft de huidige Pannerdense dijk en een deel van de Herwense dijk tot het punt waar de dijk overgaat in de 's Gravenwaardse dijk. Door deze dijk ontstaat ook de Geitenwaard, die buitendijks komt te liggen.

 

1773    Op dinsdag 13 juli vindt de aanbesteding plaats van de verplaatsing van de IJsselmond in Westervoort (zie jaar: 1774). Deze klus, het graven van een kanaal 1.500 m lang en 120 m breed, wordt gegund aan Pieter Huysers, die met f 217.000,00 (190.000 euro) de laagste inschrijver is. In de periode voorafgaand aan de besteding zijn kundige persoonen aangesteld om onder meer bestekken te maken. Onder de kundige persoonen bevinden zich onder meer Huybert van Keulen (wonend op de Westervoortse boerdereij "Emmeri(c)k", voorvader van Sam, Simon en Sjef van Keulen) en Arnt Aleven.


1774
    De mond van de IJssel wordt verplaatst naar de Pley. Tot 1774 ligt de IJsselmond ongeveer 2 km noordelijker, alwaar de IJssel zich rechthoekig van de Rijn afsplitst, waardoor de IJssel te weinig water opneemt.

   

Tot 1774 splitst de IJssel bij de Kleefse Waard rechthoekig uit de Rijn waardoor de IJssel weinig water ontvangt en soms zelfs droog staat.
In 1774 vindt een verplaatsing van de IJsselmond in zuidoostelijke richting plaats, waardoor de IJssel meer water ontvangt.     

1774    Opnieuw worden Liemerse dorpen getroffen door een veepestepidemie. Veel (keuter)boeren en daghuurders raken in een klap al hun vee kwijt. Het betreft de zoveelste uitbraak van de gevreesde veeziekte in korte tijd. Eerdere uitbraken van veepest hebben onder meer in 1714, 1719, 1745, 1747 en 1768 plaatsgevonden. Ook door andere ziekten, sterfte, plunderende soldaten, rondtrekkende bendes, slecht weer, extreme winters en natuurgeweld leven velen toch al bij voortduring op de rand van het bestaan.


"Gods slaandehand over Nederland door de pest-siekte onder het rundvee, geteekent en gegraveert door Jan Smit" in 1745. Vooral in de 18e eeuw brengt de "pest-siekte onder rundvee" (ook genoemd veepest of runderpest) veel (keuter)boeren ook in De Liemers tot wanhoop.  Enerzijds ondergaan velen de runderpest met  berusting en enorm vertrouwen in God anderzijds is het leed vooral onder de keuterboeren enorm.   


1775
    In Lobith vindt de Sacramentsprocessie, op de zondag na Hemelvaart, voor het eerst plaats. Dit betekent dat deze processie inmiddels al bijna 250 keer heeft plaatsgevonden. Deze traditie, begonnen in 1775, vormt nog altijd de opening van de jaarlijkse kermis en schuttersfeesten. 


1775    Omstreeks deze tijd tekent Jan Brandes (1743 - 1808) de vermaarde herberg op de "Montferberg" in Zeddam in waterverf, over schets in potlood, met penseel in kleuren. De herberg is in vakwerk en heeft een rieten dak; in de naaste omgeving is een tuin met groenten en voor de herberg staan twee huifkarren. In onze huidige tijd bevindt zich hier het hotel Montferland.
In de tijd dat Brandes, die in 1743 in Bodegraven is geboren, deze tekening maakt, is hij dominee bij de Lutherse gemeente in Doetinchem. In 1779 wordt hij predikant in Batavia en in 1787 keert hij terug naar Europa en vestigt zich in Zweden, waar hij in 1808 overlijdt. In 1985 is zijn collectie door het Rijksmuseum aangekocht op een veiling bij Sotheby's in Londen.  

 

 

1775    Uit de kerkrekeningen van 1775 blijkt hoe de Oud-Zevenaarse processie van kerkmis verwatert tot kermis. Mensen, die werkzaamheden verrichten tijdens de processie, worden onder meer beloond op foesel (jenever).
 

  
 

1775    Overvloedige regenval veroorzaakt in augustus wateroverlast in grote delen van de Liemers.

1776    Het Bijlandsch Kanaal, een drie kilometer lange waterweg tussen Tolkamer en Millingen aan de Rijn, komt gereed. Het kanaal, dat is gegraven in de periode tussen 1773 en 1776 en dwars door de Bijlandsche Waard loopt, dient ter afsnijding van een scherpe bocht in de Waal. Met deze aanleg beoogt het gewest Gelre niet alleen de scheepvaart van dienst te zijn maar vooral ook  het rivierwater beter te kunnen reguleren waardoor overstromingen kunnen worden voorkomen.


    

 

1776    In Groesssen wordt geboren Jan Baldewijn van Hugenpoth tot den Beerenclaauw. In latere jaren wordt hij een vermaard bestuurder, die in 1814 burgemeester van Boxmeer wordt, waar hij tevens eerste plaatsvervanger is van de rechter. Hij is de vader van de schrijver Jean Baptist van Hugenpoth tot den Beerenclaauw.     


 J.B. van Hugenpoth tot den Beerenclaauw
geportretteerd door Th. Bohres (1820)

1778    Door de stijging van marktprijzen ten gevolge van de oorlog in Amerika krijgt de tabaksverbouw in de Liemers een belangrijke impuls.

1778    In Zevenaar wordt geboren Johann Dietrich Moritz Boetticher (1778 - 1836), de latere lijfarts van tsaar Alexander I in Sint Petersburg.

1779    Wederom maakt dysenterie (rode loop) veel dodelijke slachtoffers in de Liemers. Vooral de Zevenaarse buurtschap 't Grieth wordt zwaar getroffen met enkele tientallen doden. In Zevenaar-stad en Oud-Zevenaar overlijden in de periode september tot november ongeveer veertig mensen.

1779    Mr. Johannes Nepomucenus Hoevel, rentmeester van Bergh, koopt het landgoed Bijvanck in Beek. Blijkbaar gaan de zaken goed want enkele jaren later koopt hij achtereenvolgens kasteel Lindhorst (1786), het huis Hohensorge (1787), beide bij Emmerich en de Swanenburg (1805) bij Gendringen.


 Swanenburg (Nicolaas van Geelkercken)

1780    Op dinsdag15 februari overlijdt in Emmerich Jan de Beijer (1702 - 1780), zoon van Johan de Beijer (1654 - 1719) en Maria Barbara Huisch, vermaard tekenaar die in onze omgeving vele kerken, dorpsgezichten en kastelen heeft getekend.

1780    Tot omstreeks 1800 komen veel mannen uit het Duitse Rijnland onder meer naar onze streek om te werken en geld te verdienen. Velen van hen waaronder ook een voorvader van Sam, Simon en Sjef van Keulen, zijn in onze omgeving blijven hangen.  

1780    In het najaar van 1780 overlijdt Alexander Walrad Diederik baron van Hugenpoth tot Aerdt (1695 - 1780), ambtman van Herwen en Aerdt. Hij wordt begraven in het Minderbroedersklooster te Laag - Elten.
Alexander is in 1695 in Dortmund geboren, in 1707 overgegaan tot het katholieke geloof en heeft in 1722 van zijn kinderloos overleden oom Joost van Steenhuys de heerlijkheid Aerdt geerfd.

 


Alexander W. D. baron van Hugenpoth tot Aerdt
op een olieverfschilderij van Ernest Grips

1781    Cobus Peters wordt in Zevenaar beboet met 30 stuivers wegens te hard galopperen, omdat het in verband met de veiligheid verboden is paarden door de stad te jagen.


Hooioogst in de Lijmers
Bron: Kadastrale Atlas van de Lymers van omstreeks 1790

1782    In de late avond en nacht van maandag 1 april (2e Paasdag) heerst grote consternatie in Zevenaar. Een groot aantal woedende en met geweren en bijlen bewapende inwoners van Elten bevrijdt hun dorpsgenoot, Jan Boekhorst, uit de gevangeniscel in het Zevenaarse raadhuis. De bewakers in Zevenaar zijn na afloop opgelucht dat ze het er levend van af gebracht hebben.

1783    Een zoveelste dysenterie-epidemie maakt ook in de Liemers weer veel slachtoffers. Het jaar 1783 gaat de geschiedenis in als een rampjaar voor Zevenaar en omgeving. Alleen in augustus en september overlijden er in Zevenaar ongeveer vijftig mensen aan deze vreselijke aandoening. In totaal bedraagt het aantal dodelijke slachtoffers in Zevenaar ongeveer 85. In Zevenaar geschiedt de behandeling van de ziekte door drie plaatselijke chirurgijns, een med. dr. ontbreekt. Een van de drie chirurgijns, Warnerus Schmidts, grijpt de ellende zo aan, dat hij krankzinnig wordt. Zijn opvolger Hendrik Kreeft raakt binnen enige weken zo aan de drank, dat hij niet meer in staat is zijn werk te verrichten. Ook in de omgeving van Zevenaar zijn in het najaar van 1783 veel slachtoffers van dysenterie te betreuren; zo zijn er in de parochie Duiven 23, in Westervoort 20,  in  Pannerden 15,  in Zeddam 13, in Stokkum 7 en in Groessen 5 dodelijke slachtoffers.

1783    De  "Kriegsrath und Posmeister" B.A. von Weller koopt in Oud-Zevenaar de havezaten Poelwijck en Leemkuyl voor 42 duizend gulden (ongeveer 19 duizend euro).
 


Havezate Poelwijck in Oud-Zevenaar     
    
(eind 19e eeuw, kort voor de afbraak)       

 

1784    Een felle en langdurige vorstperiode zorgt dat de rivieren tot op de bodem met ijs bedekt zijn. In februari zet de dooi in en in de middag van 29 februari breken bij Spijk dijken door. Een dag later zijn er dijkdoorbraken in Oud-Zevenaar. Door wateroverlast ontstaat opnieuw veel leed en ellende in de Liemers: Vernielingen in huizen, verloren gegane voorraden in kelders, omgekomen vee en mensen in bittere koude en nood.

1784    Nadat door dijkdoorbraken begin maart 1784 grote delen van de Liemers onder water komen te staan, woedt tot overmaat van ramp op woensdag 10 maart een hevige orkaan uit het zuidwesten, die grote vernielingen aanricht.

 

1785    Zevenaar en omgeving wordt getroffen door een hevige pokkenepidemie. Andere jaren met pokkenslachtoffers in de Liemers zijn o.a.: 1724, 1730, 1773, 1791, 1799, 1801, 1807 en 1831.

1785    Op de oude fundamenten van het uit de 14e eeuw stammende Huis Babberich laten Johannes Philippus de Neree en zijn vrouw Anna Mechtildus Heix een wit kasteel bouwen. Nadat een dienstmaagd met een list zeven rovers onthoofdt, wordt  het kasteel in de volksmond "Kasteel  Halsaf" genoemd.

 

Afbeeldingen  Huis Babberich / "Kasteel Halsaf"

Kasteel Halsaf beschikt sedert 1850 over een huiskapel. In dat jaar wordt een ontredderde vluchteling op de dijk bij het kasteel hulp geboden. De vluchteling blijkt een kardinaal te zijn en op diens voorspraak krijgt Halsaf van de paus een eigen kapel.

In 1918 krijgt Huis Babberich een eigen begraafplaats. 

1785    In Westervoort overlijdt op maandag 10 oktober op 57-jarige leeftijd Dorothea (Theodora) van Keulen - van Groen, over-over-over-over-over-overgrootmoeder van Sam, Simon en Sjef van Keulen.

1786 
  De familie van Nispen koopt voor ruim 20.000 euro (omgerekend) het landgoed Huis Sevenaer in Zevenaar.  

                                                      Tekening Huis Sevenaer te Zevenaar door W.G. Hofker

1786    Op zaterdg 28 januari trouwt de Westervoortse schout Jan van Brandenburg(h) in Westervoort met Wilhelmina Burgers. Jan en Wilhelmina zijn de voorouders in directe lijn (7 generaties) van Sam, Simon en Sjef van Keulen.

1787
    Johann Heinrich Finnmann (1759 - 1842) wordt benoemd tot rector van de Latijnse school in Zevenaar. Hij zal  deze functie 43 jaar, tot 1830, vervullen.

De opdracht aan Finnman is: "de jeugd in 't Latijn en andere talen, alsmede in de geographie en historie te informeren en zoo verre te brengen dat se tot 't academie kunnen gepromoveerd worden". Voorts vermeldt zijn instructie dat hij zich te richten heeft naar de naburige scholen, in het bijzonder die van de hoofdstad Kleef. 


 

Voor de opvolging van rector Finnmann verschijnt op 22 april 1830 deze advertentie in de Arnhemsche Courant.

 

1787     Door de weduwe Everhardus Brandts en haar zoon Theodorus wordt op de Vaalwaard in Lathum - Giesbeek een steenoven gesticht. In 1802 wordt een pannenfabriek toegevoegd. Het betreft een van de oudst bekende steen / panovens in de Liemers
In 1845 wordt G.J. Dibbets sr. eigenaar. In 1972 wordt de productie gestaakt waarna in de jaren daarna de fabriek wordt gesloopt.

 



 

1788    Om verspreiding van ziekten te voorkomen bepaalt de Kleefse overheid op 11 april dat voortaan twee begrafenisgebruiken achterwege dienen te blijven te weten:
                    - het afleggen van het lijk door een groot aantal vrouwen uit de verre omtrek
                    - het meerijden van vele vrouwelijke familieleden op de lijkwagen.

1788   Johannes Wilhelmus Koch (1760 - 1833), zoon van Johannes P.C. Koch, schoolmeester in Kleef (Kleve), wordt benoemd tot schoolmeester van de Gereformeerde Gcmeente in Zevenaar. Later zal hij tot 1818 burgemeester-secretaris van Duiven zijn.

Johannes Wilhelmus (Johann Wilhelm) Koch (1760 - 1833) wordt in 1788 schoolmeester in Zevenaar. Later wordt hij burgemeester-secretaris van Duiven. Hij trouwt met Louise Uhlenbruch (1755 - 1819), dochter van de pachter op de Loowaard; zij krijgen 6 zoons: Johann (1786 - 1875), Carel (1788 - 1862), Friedrich (1790), Giesbert (1791 - 1872), Christiaan (1794 - 1856) en Jan Wilhelm (1786 - 1875).
 

De jongste zoon Jan Wilhelm wordt vrijwilliger in het Nederlandse leger tijdens de opstand van Belgie in 1830. Deze opstand ontstaat vanuit een streven van de Belgen naar onafhankelijkheid alsmede door verschillen in godsdienst, door de uiterst starre houding van koning Willem I en door Franse intriges. In 1839 na de vrede met Belgie keert hij terug naar de Liemers en trouwt in 1844 met Anna Barten-Moorrees, de zeer welgestelde weduwe van Hermanus Barten. Jan Wilhelm en Anna bouwen in Duiven een groot huis. In dit huis, Regina Pacis, wonen in latere jaren de paters Oblaten.    

1789    De winter van 1788-1789 verloopt extreem koud. Met de winter van 1708-1709 is deze winter de aller-koudste winter van de 18 eeuw. Mens en dier gaan gebukt onder de extreme koude en de gevolgen daarvan.

1789    Diverse dijkdoorbraken waardoor de Liemers en het grootste deel van Zevenaar weer eens onder water komen.

1789    De Pruisische regering verbiedt, vanwege de vele ongelukken die er bij gebeuren, de sint-jansvuren. Bij dit gebruik, dat jaarlijks plaatsvindt op 24 juni, dansen jongens en meisjes in een kring om het vuur en springen over vlammen. Niet zelden vatten hierbij de kleren vlam. De traditie van de sint-jansvuren gaat terug op de verering van Balder, de Germaanse god van de midzomer. Ondanks het in 1789 ingestelde verbod vinden de sint-jansvuren tot in het begin van de 20e eeuw in de Liemers plaats.

1791    Op dinsdag 10 mei trouwt de 26-jarige Matthias (Matheus, Tijs) Pol(l)man (1765-1816) in de R.K. Martinuskerk in Oud-Zevenaar met Gertruda Ebbe(r)s (1762-1810) uit Groessen. Matthias Polman en Gertruda Ebbe(r)s zijn voorouders in rechte lijn (7 generaties) van Sam, Simon en Sjef van Keulen. Matthias Polman neemt in 1794 de pacht van de boerderij "De Sweeckhorst", Zweekhorstweg 3 in Oud-Zevenaar over van zijn vader. Buurtschap de Zweekhorst wordt in deze tijd gerekend tot Oud-Zevenaar.

De Oud-Zevenaarse Martinuskerkis de kerk waar veel voorouders Polman gedoopt zijn.
Ook voor de mensen die in de buurtschappen 't Grieth en de Zweekhorst wonen  is deze kerk tot ver in de 19e eeuw de parochiekerk. De voor hen veel dichterbij gelegen Andreaskerk in Zevenaar is tot die tijd uitsluitend bestemd voor de inwoners van Zevenaar-stad. 

 

 




1791
     De eigenaar van Huis Bingerden Johan Maurits van Pabst, secretaris van Amsterdam, geeft de Duitse landschapsarchitect J.P. Posth opdracht om tuinen aan te leggen in Engelse landschapstijl. Deze tuinen zijn in onze tijd nog altijd herkenbaar bij Huis Bingerden.

 

                                                Huis Bingerden in Angerlo
omstreeks1925
 

 

1792    Het aantal inwoners van de gehele Liemers, inclusief de heerlijkheid Wehl, is gedaald tot 4.400. In Zevenaar-stad wonen nog 900 mensen waar dat enige decennia eerder nog 1.300 bedroeg. Een belangrijke oorzaak van de bevolkingsafname is dysenterie, een infectieuze darmziekte die gepaard gaat met een hevige bloederige diarree en daarom in de volksmond wel "rode loop" wordt genoemd.   

1792     In Oud-Zevenaar (Alt-Sevenaer) wordt de uit Warbeyen (dorp tussen Kleve en Emmerich) afkomstige Peter van de Kamp (1763 - 1832) onderwijzer en R.K. koster. Na zijn dood worden deze taken voortgezet door zijn zoon Theodorus van de Kamp (1804 - 1858).

In het witte huis naast de dijk  hebben in de 18e en 19e eeuw vier generaties "van de Kamp" gewoond w.o. Peter en Theodorus.

In de 20e eeuw zijn in het witte huis achtereenvolgens gevestigd: cafe  Florissen, cafe van Aalst en cafe "De Kroon".

1793    Pruisen verklaart Frankrijk de oorlog. De Duitse economie krijgt te maken met een enorme inzinking en de tabaksbouw in o.a. de Liemers krijgt een gevoelige tik.

1794     Didam wordt getroffen door een uitbraak van de besmettelijke darmaandoening dysenterie, in de volksmond genoemd rode (pers)loop (vanwege de waterdunne bloederige diarree).


Didam dorpscentrum in 1792
tekening: Leendert Overbeek

1794    De Kleefse regering wijst de stadsbesturen, waaronder Zevenaar, op de gevaren van het te snel begraven van overledenen na diverse gevallen van schijndood.  Gesteld wordt dat de enige betrouwbare aanwijzingen voor de dood de geur en de ontbinding zijn.


De angst levend begraven te worden bij schijndood.            


1794   
Om de Franse troepen die Nederland zijn binnengedrongen tegen te houden, beveelt de Nederlandse Raad van State het onder water zetten van een gebied tussen Westervoort en Doesburg . Hierdoor komt begin november een omvangrijk gebied onder water komt te staan. Deze actie heeft de revolutie niet kunnen voorkomen en op 21 april 1795 wordt besloten het onder water zetten te beeindigen.

1795    In Zevenaar vestigt zich als geneesheer Leonard Frederik Vermeer, zoon van de plaatselijke landschrijver. Hij zal zijn praktijk bijna een halve eeuw, tot zijn dood in 1844, uitoefenen. Gedurende de periode1838 tot 1844 is hij tevens burgemeester van Zevenaar.

Dr. L.F. Vermeer (1762 - 1844)
Grafsteen L.F. Vermeer

Vermeer is tijdgenoot van de Zevenaarse arts Pelgrom (zie 1812)

Naast geneesheer en burgemeester is Vermeer vele jaren lid van de Provinciale Commissie van Geneeskundig Onderzoek en Toevoorzigt.

 

1795    In Duiven overlijden 15 mensen aan tyfus ("rot en hete koortsen"). Groessen kampt met een dysenterieplaag, die vijf mensen noodlottig wordt.

1795    De oudste tot nu toe bekende voorouder Jurrius, in de directe lijn van Sam, Simon en Sjef van Keulen, Gerardus Jurrius overlijdt in Doornenburg.

1795    Frankrijk bezet de Nederlanden. Het is het  begin van de Franse tijd. De Kleefse gebieden, waaronder Zevenaar, Duiven en Huissen, worden als "Departements belgiques" door de Franse republiek geannexeerd. Door de Franse overheersing verdwijnt de tabaksverbouw in de Liemers grotendeels.

 

 

Franse troepen trekken bij Gendt over de bevroren Waal.

1795    Nadat in Nederland de Bataafse Republiek, verbonden met Frankrijk, is uitgeroepen wordt op veel plaatsen feest gevierd. In Westervoort danst men met Franse soldaten onder de feestelijk versierde vrijheidsboom. Vrijheid, Gelijkheid en Broederschap daagt aan de horizon. Er verandert veel: Zo is het afgelopen met de betaling van leenrechten door bezitters van leengoederen zoals door de Van Keulens op Huize Emmerik in Westervoort.

1796    In de wet van 5 augustus 1796 worden alle kerkgenootschappen gelijkgesteld waardoor in de Nederlandse gebieden de gereformeerde kerk niet langer het enig erkende kerkgenootschap is.    

1797    Op zondag 5 november 1797 wordt in Zevenaar geboren Joannes (Jan) Pol(l)man (1797-1881). Hij wordt landbouwer en trouwt op vrijdag 11 februari 1825 met Joanna Banning (1798-1882) uit Wehl. Ze kopen in 1842 de "Foppengaarde", Oude Steeg 2 in Zevenaar, waar ze tot hun dood wonen. Jan Pol(l)man en zijn vrouw Joanna Banning zijn voorouders in de rechte lijn (6 generaties) van Sam, Simon en Sjef van Keulen.

1798    In de nieuwe grondwet wordt vastgelegd dat kerken en pastorieen van voor 1581 moeten worden toegekend aan dat kerkgenootschap dat ter plaatse de meeste belijders heeft.

1799   Na een zeer koude winter wordt de Liemers opnieuw getroffen door een grote overstroming. Een belangrijk deel van Leuffen (Leuven) wordt weggespoeld. De huidige Leuffense dijk, vanaf de Oliemolen onder Ooy -  Zevenaar tot voorbij Groessen, is aangelegd na deze overstroming. De Jezuitenwaai bij Groessen wordt nog altijd gekenmerkt door de gevolgen van de dijkdoorbraak in 1799. De Jezuitenwaai dankt haar naam aan de omstandigheid dat Emmerikse Jezuiten eigenaar waren van gronden in de omgeving. De watersnood treft de regio op een extra ongunstig moment omdat men ook nog kampt met de gevolgen van een pokkenepidemie. 

 

 

Het begin van de 19e eeuw verloopt voor het gebied rondom Zevenaar, Huissen, Duiven en Wehl, de zogenaamde Kleefse enclaves in de Liemers,  zeer bewogen. Tot 1806 behoren de enclaves bij Kleef (Kleve), hetgeen in die tijd Pruisisch betekent. In de daarop volgende tien jaar behoort het gebied achtereenvolgens tot het Groothertogdom Berg, het Koninkrijk Holland, het Franse Keizerrijk, enkele weken weer onder Nederlands bewind, dan weer Pruisisch bewind om tenslotte in 1816 aan Nederland toe te vallen. Machthebbers beschouwen de Liemers vaak als een wingewest en vooral tijdens de indeling bij het Groothertogdom Berg wordt de bevolking uitgezogen.