in zo verre relevant voor genealogie Van Keulen - Polman

1800 - 1849

In de geschiedenis ligt de nadruk doorgaans op machtige mensen. In www.liemershistorie.nl vooral aandacht voor de geschiedenis van gewone mensen, hun zwoegen voor een menswaardig bestaan want de overgrote meerderheid van de bevolking heeft tot halverwege de 20e eeuw doorgaans op de rand van een bestaansminimum geleefd waarbij misoogsten, ziekten, oorlogen en (natuur)rampen kwellingen zijn die de mensen bij voortduring hard hebben getroffen. Indrukwekkend is hoe velen onder moeilijke omstandigheden toch het hoofd boven water hebben kunnen houden.

1800    Het begin van de 19e eeuw verloopt voor het gebied rondom Zevenaar, Huissen, Duiven en Wehl, de zogenaamde Kleefse enclaves in de Liemers,  zeer bewogen. Tot 1806 behoren de enclaves bij Kleef (Kleve), hetgeen in die tijd Pruisisch betekent. In de daarop volgende tien jaar behoort het gebied achtereenvolgens tot het Groothertogdom Berg, het Koninkrijk Holland, het Franse Keizerrijk, enkele weken weer onder Nederlands bewind, dan weer Pruisisch bewind om tenslotte in 1816 aan Nederland toe te vallen. Machthebbers beschouwen de Liemers vaak als een wingewest en vooral tijdens de indeling bij het Groothertogdom Berg wordt de bevolking uitgezogen.

1800    Op grond, die volgens het polderregister uit 1787 al "Schokkenkamp" wordt genoemd, bouwt Willem van Egeren een boerderij. 
Willem kent de omgeving goed want hij is de zoon van Jan van Egeren, die aan de overzijde van de weg boerderij Heckingstede in pacht heeft van de erven Hecking. Wanneer de bouw van de nieuwe boerderij in 1801 voltooid is, wordt deze achtereenvolgens bewoond door twee generaties Van Egeren (Willem en Lamert). In 1858 verkoopt Lamert van Egeren de boerderij aan Everardus Otten, waarna enkele generaties Otten de bewoners zijn totdat in 1927 Jan (J.W.) van Keulen (betovergrootvader van Sam, Simon en Sjef van Keulen) de hoeve aan de Pannerdenseweg in Ooy koopt.

Boerderij "Schokkenkamp" van de familie Van Keulen aan de Pannerdenseweg in Ooy (midden 20e eeuw).

 

1801    Kinkhoestepidemie in (onder meer) Zevenaar.     
 
Old Seventer
Oud-Zevenaar, Rademaker 1791

1801    Aan de molendwang in Ambt Liemers komt een eind. Door de molendwang mochten de inwoners van Ambt Liemers (o.a. Duiven, Loo, Groessen en Zevenaar) alleen van de Zevenaarse Buitenmolen gebruik maken. 

1801     Nadat Pannerden meer dan vier eeuwen een leen van de heren van huis Bergh is geweest, worden de rechten van heerlijkheid Pannerden door Carel Herman van Nispen gekocht.

1802    In de zomer van 1802 wordt het in de regio bekend dat de Kleefse enclaves (met o.a. Zevenaar, Duiven, Huissen, Malburgen en Wehl) op termijn over zullen gaan naar Nederland. Velen  overvalt dit bericht en vrijwel alle hoofdgeerfden van de streek richten zich in een verzoekschrift tot de koning van Pruissen om in het belang van de ingezetenen de enclaves te behouden. Voorstanders van de overgang naar Nederland zijn er echter ook. Zij worden aangevoerd door de Zevenaarse Carel Herman van Nispen. 

1802    In Wehl overlijden 22 inwoners aan roodvonk. Ook in Oud-Zevenaar vallen slachtoffers. Groessen en Zevenaar volgen in 1803.

1803    Op 23 februari breekt de dijk bij de Pannerdense molen.  Het water, dat op vele plaatsen in de Liemers schade veroorzaakt,  zoekt een uitweg in de richting van  Angerlo en Doesburg. 

De omgeving van de Pannerdense molen in 1742

Bij deze molen vindt de dijkdoorbraak in 1803 plaats.
 


 

1803    Op zaterdag 3 december 1803 veroordeelt de rechtbank in Arnhem vijf mannelijke rovers tot de doodstraf. Zij hebben enkele jaren eerder het bejaarde echtpaar Hoppenreis op de Roskam in Loo beroofd. De roversbende, waarvan zij deel hebben uitgemaakt, blijkt naast mannen ook uit vrouwen te hebben bestaan. De vrouwen hebben vooraf met kinderen afgelegen boerderijen bezocht om te zien of er waardevolle spullen te roven zijn. Het doodvonnis van de mannen wordt zaterdag 10 december 1803 in Arnhem voltrokken in aanwezigheid van de vrouwen. De vrouwen worden veroordeeld tot geseling en langdurige gevangenisstraf.     


Blik op Arnhem
(Thomas Barber, eerste helft 19e eeuw)

 

1803    In huis Hoek (volledig verwoest op 3 april 1945) in Zevenaar wordt op 27 december geboren Jan (J.A.C.A.) van Nispen van Sevenaer (1803-1875), stamvader van de tak Sevenaer. Jan van Nispen bekleedt vele publieke functies, waaronder het lidmaatschap van de Tweede Kamer der Staten Generaal van 1848 tot 1875. Hij speelt een eminente rol bij de emancipatie van de in deze tijd achtergestelde Rooms-Katholieken in Nederland. Tijdens zijn leven is hij een belangrijke kapitaalverschaffer in de Liemers en behoort hij tot de vier rijkste mensen van Gelderland.  

 


J.A.C.A. van Nispen van Sevenaer 
(1803 -1875)

1804    Nadat in 1801 in de Liemers een eind komt aan de molendwang, waardoor men in Ambt Liemers (o.a. Duiven, Loo, Groessen en Zevenaar) tot 1801 alleen van de Zevenaarse Buitenmolen gebruik mag maken, wordt in 1804 in Duiven aan de Eltensestraat in opdracht van molenaar Mattheus van der Grinten een molen gebouwd. Deze korenmolen zal 140 jaar later in de 2e Wereldoorlog op 7 oktober 1944 worden verwoest (opgeblazen).

1804    In Zevenaar wordt Otto Heldring  (1804 - 1876), de latere stichter van de Heldringhuizen in Zetten en Hoenderloo, geboren. Grote landelijke bekendheid zal Otto Heldring verkrijgen als filantroop, schrijver en drankbestrijder ("de jenever erger dan de cholera").  

 


Otto Gerhard Heldring (1804 -1876)


1804
    In Ambt Lijmers (Liemers) sterven tientallen mensen, waaronder de Zevenaarse dr.K.J. Frowein,  als gevolg van een tyfusepidemie ("zenuwkoorts" of "zenuwzinkingskoorts). Ook andere delen van de Liemers worden getroffen: 's-Heerenberg 20 doden, Westervoort 15 doden,  Wehl 24 doden.         

 

1805    Om de verdere verspreiding van tyfus tegen te gaan geeft de Kleefse overheid (op verzoek van burgemeester G. Botticher) het Zevenaarse stadsbestuur opdracht om de vastenavondfeesten (carnaval), die van 24 tot 26 februari 1805 plaatsvinden, te verbieden. De tyfusepidemie blijft echter in de Liemers slachtoffers maken; alleen al in het kerspel (parochie) Oud-Zevenaar sterven 66 van de 139 lijders. In Groessen overlijden in 1805 29 mensen aan tyfus.  

1805    Ook na het jaar 1805 wisselt de Kleefse Liemers, waartoe onder meer behoren Zevenaar, Duiven, Groessen en Loo, meerdere keren van machthebber. 
Pruissen, waartoe de Kleefse Liemers behoort, komt met Napoleon overeen om de rechter Rijnoever te ruilen voor het Koninkrijk Hannover. Hierdoor kan Napoleon op de rechter Rijnoever een heel nieuw staatje stichten; het Groothertogdom Berg met Duesseldorf als hoofdstad. De zwager van Napoleon, Murat wordt er staatshoofd. In zijn naam nemen Franse militairen op dinsdag 25 maart 1806 ook in Zevenaar de macht over. 
Ook voor het Nederlandse deel van de Liemers (o.a. Westervoort, Angerlo, Giesbeek, Lathum, Didam en Zeddam) verandert de situatie. Omdat de Bataafse Republiek in de ogen van Napoleon niet gehoorzaam genoeg is aan de Franse wensen maakt hij een koninkrijk met zijn broer Louis als koning. In juni 1806 houdt deze Lodewijk Napoleon als Koning van Holland zijn intocht in Den Haag. 
De Kleefse enclaves maken tot 21 april 1808 deel uit van het Groothertogdom Berg, vervolgens tot 9 juli 1810 van het Koninkrijk Holland en daarna tot 30 november 1813 van het Franse Keizerrijk. Na de nederlaag van Napoleon bij Leipzig blijft de situatie enkele weken onduidelijk maar op 17 december 1813 neemt Pruissen weer bezit van de Kleefse Liemers. Dit keer voor een korte periode want op 1 juni 1816 wordt de Kleefse Liemers in ruil voor o. a. de vestiging Schenckenschans aan het Koninkrijk der Nederlanden afgestaan. Deze situatie blijft tot onze huidige tijd bestaan.  

1806    De Kleefse enclaves, waaronder Zevenaar, komen onder Frans bestuur. Door het verblijf van Franse troepen ontstaat in Zevenaar een enorm voedsel- en vleestekort.

1806    Pastoor Gerardus Mulder uit Emmerich wordt gedurende een periode van 55 jaar (1806-1861) pastoor van de St.Martinusparochie in Oud-Zevenaar. Onder zijn verantwoordelijkheid wordt een katholieke school gebouwd.

1806    In Loo overlijdt op maandag 25 augustus op 80 jarige leeftijd Huybert van Keulen (1726 - 1826), over-over-over-over-over-overgrootvader van Sam, Simon en Sjef van Keulen.

1807    In de nacht van 18 op 19 februari veroorzaakt een hevige noordooster storm veel schade. In Doesburg wordt de schipbrug over de IJssel zwaar beschadigd.

1807    Pokkenepidemie treft Groessen.

1807    Bij de vrede van Tilsit wordt het Ambt Liemers (o.a. Zevenaar, Duiven, Groessen, Loo en Wehl) ingedeeld bij het Koninkrijk Holland; het behoort dan tot het heersgebied van koning Lodewijk Napoleon. Na de val van Napoleon zal de streek weer onder Pruisisch gezag komen, totdat het in 1815 definitief bij het Koninkrijk der Nederlanden wordt gevoegd. 

1808    Via het Looveer arriveert op zondag 26 juni  koning Louis Napoleon (1778 - 1846), jongere broer van keizer Napoleon I en vader van de latere Franse keizer Napoleon III,  in Zevenaar, waar hij op het marktplein een grootse ontvangst krijgt. Het stadje ontvangt 2.000 gulden voor de bouw van een nieuw stadhuis.
 


Lodewijk Napoleon van 1806 tot 1810 koning van Holland

1808    In de katholieke St.Martinuskerk in Oud-Zevenaar worden soms ook protestanten begraven zoals op dinsdag 12 januari 1808 Joanna Kelder en op vrijdag 31 maart 1837 Joannes Christianus Melchers. De tegenstelling protestant - katholiek is in de Kleefse gebieden van de Liemers veel minder groot dan in Nederland.

 

Een 19e-eeuwse tekening van de Oud-Zevenaarse
(Alt Sewenaer) St.Martinuskerk met daaromheen het kerkhof

 

 

1809    Opnieuw grote overstroming in de gehele Liemers als gevolg van dijkdoorbraken te Oud-Zevenaar en de buurtschap Leuven; zeven mensen verdrinken. Bij de St.Martinuskerk is de hoogste stand van het water meer dan 15 meter boven Nieuw Amsterdams Peil.

"nmiddelbaar in den Ooischen doorbraak, zo berichte de Zevenaarse richter, stonden drie huizen bewoond wordende door de familien van P. Holtendorp, J. van Uum en Grades Kruis. De familie van P. Holtendorp was in het huis van J. van Uum gevlugt en beide huisgezinnen hadden tegen negen uur 's-morgens geene andere retirade meer als het dak van het reeds vallende huis. Naar dat de ongelukkige familien bestaande uit vijf leeden een half uur op het dak gezeeten hadden, begon het dak met de stroom weg te drijven, en separeerde zig in verscheidene stukken. P. Holtendorp met zijne vrouw op een stuk van het dak drijvende had zoo veel praesence désprit eenig voorbij schemmend dun wilgenhout op te vatten, en daar mede de sparren en het stroo van het stuk dak waarop hij met zijne vrouw zat aan malkander te hegten. J. van Uum bij eenen willigenboom voorbijdrijvende verliet zijn stuk dat en retireerde zig op deezen boom die hem egter geen veiligheid gaf maar naar zijn verderven wierd, daar eenige tijd daarop, toen reeds twee aakens tot redding naaderden, eene ijsschots den zelven omwierp en op deeze wijze aan J. van Uum het leven verliezen deed. Alle overige leeden der Holtendorpsche en van Umsche familien werden door de aakens, maar eenige uuren naar dat den dijk gebroken was, gelukkig gered."

   

IJsgang tussen Arnhem en Westervoort, januari 1809; rechts de stad Arnhem met de Walburgiskerk en links een boerderij aan de Westervoortse kant van de IJssel
In het stormachtige najaar van 1808 heeft de Liemers al vroeg te kampen met hoog water. Op 3 januari 1809 is er een hevige sneeuwstorm, waarna de winter in alle hevigheid toeslaat. Rond de Pley bij Westervoort ontstaat een ijsmassa, die zowel de IJssel als de Rijn afsluit waardoor stroomopwaarts de Liemerse bandijk van Oud-Zevenaar tot Westervoort onder zware druk komt.  Op vrijdagochtend 13 januari om 7.30 uur begeeft de dijk het bij Ooy in de buurt van Toetenburg. Enige uren later breekt de dijk bij de Loowaard door. In korte tijd staat de gehele Liemers onder water. Zelfs in het relatief hoog gelegen centrum van Zevenaar-stad staat het water meer dan 1 meter hoog.

1809    In de loop van het jaar wordt een overlaat in de Liemerse banddijk gemaakt bij Babberich. Bij hoog water kan daarmee, om de dijken te ontlasten,  een brede strook weiland in het Zevenaarse en Didamse broek tijdelijk onder water worden gezet. Dit overtollige water wordt via een overlaat bij Bingerden in de IJssel geleid. Op deze manier hoopt men in de toekomst bij hoog water een dijkdoorbraak te voorkomen.

1809    Op donderdag 9 november veroorzaakt een hevige storm schade in de Liemers. In Wehl veroorzaakt de storm veel schade aan de R.K. kerk.


1810    Na de watersnood van 1809 wordt serieus overwogen een kanaal door de Liemers van Pannerden naar Doesburg te graven en de Nederrijn definitief te sluiten. Men gaat ervan uit, dat dit de oplossing is voor alle (overstromings)problemen: Een afleiding van het Rijnwater via de Liemers en de IJssel naar de Zuiderzee. 

1810    Van 9 juli 1810 tot 30 november 1813 behoort de Lijmers tot het Franse Keizerrijk. Op grote schaal verzetten de bewoners zich tegen de dienstplicht. Dit doet men op allerlei wijzen waarbij zelfs verminking door het afhakken van de rechter wijsvinger en verminking aan voeten niet geschuwd worden. Daarnaast komen omkoperij en desertie op grote schaal voor om het leger te ontlopen. Napoleon doet er alles aan om de deserteurs, die door de bevolking worden gesteund, op te sporen. 

1810   Op donderdag 27 december 1810 overlijdt op 53-jarige leeftijd Gertruda Polman-Ebbers (1757-1810), echtgenote van Matthias Polman (1765-1816). Gertruda en Matthias, voorouders in rechte lijn (7 generaties) van Sam, Simon en Sjef van Keulen, hebben samen zes kinderen en wonen in boerderij "De Sweeckhorst", waar Matthias is geboren en getogen. Buurtschap de Zweekhorst tussen Zevenaar en Angerlo hoort in deze tijd tot het kerspel (parochie) Oud-Zevenaar.

 


   

1811    In de herfst slaat dysenterie (rode loop), een zeer besmettelijke darmaandoening gepaard gaande met waterdunne bloederige diarree,  op veel plaatsen in de Liemers toe. In Gendringen vallen ruim zestig dodelijke slachtoffers, in Groessen twaalf, in Oud-Zevenaar vier en in  Zevenaar-stad zijn drie dodelijke slachtoffers te betreuren.  

1811    Op 18 november voert Napoleon Bonaparte in onze streken de burgerlijke stand in. Iedereen moet wettelijk verplicht een achternaam hebben.

1811   Op 30 april 1811 wordt de eerste steen gelegd voor de Nederlands Hervormde Kerk in Zeddam. Op 4 november wordt de nieuwe kerk ingewijd door ds.Warnsinck. De kosten voor de bouw bedragen ruim 5.000 gulden (omgerekend 2.300 euro).
 

De in 1811 gebouwde Nederlands Hervormde Kerk, gebouwd in de tuin van de oude pastorie in Zeddam
Afbeelding is gesigneerd: HS 5 juli 1871

1812    In 1812 vindt de loting plaats voor militaire dienstplicht voor jongemannen, die in 1790 en 1791 geboren zijn. Velen van hen, die in militaire dienst moeten, komen terecht in de barre veldtocht diep in Rusland. Hierbij sneuvelen alleen al uit de gemeente Zevenaar (Zevenaar, Oud-Zevenaar, Ooy en Babberich) 21 mannen.

1812     Vanaf 1812 oefent in Zevenaar, gedurende een periode van een halve eeuw tot 1862, Johan Baptist Pelgrom een medische praktijk uit.  Hij is de eerste arts in Nederland die tijdens de ernstige roodvonkepidemie van 1822 / 1823 een homeopathisch medicijn toepast. Volgens zijn verslag (14 maart 1923) aan het gemeentebestuur van Zevenaar heeft hij geen werkzaamheid kunnen vaststellen.

1812   Na de nederlaag van de Fransen in Rusland doet keizer Napoleon (1769 - 1821) naar verluid volgens de mondelinge overlevering op zijn terugtocht naar Frankrijk Elten aan, waar hij vertoeft in het etablissement op de Markt dat in onze tijd de naam "Het oude Posthuis" draagt. 
Het vermoeden bestaat echter dat niet keizer Napoleon maar zijn jongere broer bijgenaamd Lodewijk de Goede, korte tijd koning van Holland en later groothertog van Berg, het etablissement in Elten heeft bezocht. Mogelijk zijn beide broers in het geheugen van Eltenaren verwisseld.     


Lodewijk de Goede in 1812 


Martinuskerk en het Oude Posthuis (september 2011), ongeveer 200 jaar nadat Napoleon hier volgens de Eltense overlevering is geweest   



1813    Op 17 december zijn de Fransen door de Pruisen verslagen en wordt het oude ambt Liemers (Zevenaar, Duiven, Groessen, Loo, Wehl, Lobith, Tolkamer, Spijk, Herwen en Aerdt) weer een deel van Pruisen. Dit zal naar later blijkt slechts van korte duur zijn.

1813    Het leger van Napoleon wordt bij Leipzig verpletterend verslagen.
            Nederland wordt een koninkrijk.

1813   Het Spyckse veer over de Rijn, tussen de op de rechter rivieroever gelegen plaatsen Lobith en Elten en het op de andere zijde gelegen Spyck bij het stadje Griethausen, dient eind oktober en begin november als vluchtweg voor Franse ambtenaren en hun gezinnen na de Volkerenslag bij Leipzig.     


Het Spyckse veer met op de achtergrond Laag- en Hoog-Elten (Johannes Leupenius, 1741)


1814    Door ijsopstopping lopen eind januari de Rijndijken over. De gehele Liemers komt weer eens onder water te staan. 

1814    Op vrijdag 8 juli vindt bij de Zevenaarse havezate Zwanepol, waar de familie Van Hugenpoth woont, een dramatisch ongeval plaats. De kinderen, Alex (7 jaar) en Onno (4 jaar) spelen in de tuin als plotseling een schot klinkt. Aanvankelijk wordt vermoed dat de buurman, apotheker Pelgrom, op vogels heeft geschoten. De dienstbode doet echter al snel een afschuwelijke ontdekking. Onno ligt vreselijk bloedend en levenloos voor de huisdeur, zijn linkerkaak en wang zijn volledig verdwenen. Zoals vaker in die tijd wordt de schuld van het niet goed opbergen van het jachtgeweer gelegd buiten de invloedrijke familie. Het kindermeisje Johanna Berendsen krijgt ten onrechte de schuld van de dood van Onno. In werkelijkheid heeft de oudste zoon (Cornelis 14 jaar) verzuimd het jachtgeweer na het laatste gebruik veilig op te bergen.     

Havezate de Zwanepol omstreeks 1925
De havezate Zwanepol dateert uit de 16e eeuw en is dan gelokaliseerd vlakbij de Zevenaarse Kerkpoort. In 1814 doet zich in de tuin een tragisch ongeval voor. Het pand wordt in die tijd bewoond door de familie Van Hugenpoth. 
In de 20e eeuw vestigt zich in de directe nabijheid van Zwanepol een sigarettenfabriek (Turmac). Gedurende de Tweede Wereldoorlog zal de Zwanepol ernstig worden beschadigd. Enige jaren na de oorlog is het pand helaas afgebroken. De familie Kampschreur (notaris) zal dit pand als laatste bewonen tot 1944.   
 

 


1815
    Het Weense Congres besluit, dat het gebied tussen Emmerick en de (huidige) grens Duits wordt in ruil voor de Duitse enclaves Wehl, Liemers en Huissen, die tot Nederland gaan behoren. Lobith en Spijk worden vergeten en komen korte tijd later bij Nederland; Schenkenschans wordt Duits; Elten en Grondstein blijven Duits (Pruisisch).

In de Algemene Acte van het Wener Congres van 9 juni 1815 worden de algemene grenzen bepaald tussen het Verenigd Koninkrijk (Noord- en Zuid-Nederland), Frankrijk en Pruisen.
Van de oostgrens van Limburg wordt nader bepaald dat de Pruisische grens op alle punten tenminste 800 Rijnlandse roeden (ruim 3 km) van de Maas verwijderd moet zijn en voorts worden de voormalige Kleefse enclaves Huissen, Zevenaar en Duiven met de Lijmers, Malburg en de heerlijkheid Weel (Wehl) voorgoed aan het Verenigd Koninkrijk afgestaan.

 


1815    Frans J.A. de Neree (1773 - 1846) koopt havezate Camphuysen. Het is in deze  havezate van de familie de Neree, waar op zaterdag 13 september 1873 de Oud-Zevenaarse schutterij St. Anna wordt opgericht

 

 

1816    Na de val van Napoleon komt Zevenaar eerst onder Nederlands en daarna opnieuw onder Pruisisch bewind, totdat het op 1 juni 1816 definitief overgaat naar het Koninkrijk der Nederlanden. Spijk en Lobith volgen Zevenaar iets later, want deze is men bij de onderhandelingen even vergeten. De overgang naar Nederland brengt geen voorspoed. De 19e eeuw wordt een periode van grote misoogsten, ziekten, honger, ellende en armoede. Handel en nijverheid zijn er nog nauwelijks en de meeste bewoners hebben een karig bestaan in de landbouw of leven van de bedeling.  

 

Uit de Leeuwarder Courant van 31 mei 1816 waarin melding wordt gemaakt van de overgave van Zevenaar, Huissen, Malburgen en de Lijmers, waardoor het Koninkrijk der Nederlanden "met een niet onaanzienlijk met allervruchtbaarst bouwland en uitmuntende weiden beslagen en door nijvere inwoners bewoond territoir wordt vergroot". 

 

 

1816   Op maandag 1 juli 1816 treft het noodlot de familie Spijker in Zevenaar. Hun drie jarige dochtertje Maria verdrinkt die dag in de stadsgracht, die vlak achter hun huis is gelegen. De familie Spijker, vader is griffier bij het vredegerecht in Zevenaar en secretaris van de stad, woont in een pand op de hoek van de Kerkstraat - Romei dat in de volksmond het Spijkerhuis wordt genoemd.
In 1884 wordt het Spijkerhuis gekocht door het R.K. Kerkbestuur, die het pand laat slopen en ter plekke een pastorie bouwt
.

 


In 1884 koopt het R.K. Kerkbestuur het Spijkerhuis van dr. C. Honig, die er vanaf zijn komst in Zevenaar, in 1867, zijn praktijkwoning heeft. Dr. C. Honig verhuist naar een pand bij de Grietsepoort. Het R.K. Kerkbestuur sloopt het Spijkerhuis en bouwt er een pastorie (foto - pijl). In deze pastorie wonen achtereenvolgens de pastoors: Wessels (1833 - 1900), Schaepman, Van Os, Schoorlemmer, Van Oppenraaij (1877 - 1933), Teeuwen (1883 - 1946), Frank (1888 - 1971), Veeger, Olde Rikkert, Lurvink en Wolters.


1816   Uitgezonderd enkele dagen in augustus regent het dit jaar van half mei tot in november vrijwel onafgebroken. Half mei valt er nog sneeuw. De Liemers verandert in een groot moeras. De oogst gaat verloren en schrikbarende armoede is het gevolg. Velen voeden zich met voedsel dat onder normale omstandigheden aan varkens gegeven wordt. 
Ook elders in Europa en de wereld is 1816 een extreem jaar. Naar schatting 200.000 mensen verhongeren in Europa. In veel landen breken voedselrellen uit. In latere jaren wordt duidelijk dat de extreme weersomstandigheden het gevolg zijn van de vulkaanuitbarsting van de Tambora op het eiland Sulawesi in de Indonesische Archipel.
 


1816
    Koning Willem I wijzigt de naam "gereformeerd" in "Nederlands Hervormd". Er volgt een periode van vele afsplitsingen. Zo ontstaan onder meer: de Gereformeerde Kerk, de Gereformeerde Gemeente, de Christelijk Gereformeerde Kerk en de Gereformeerde Kerk Vrijgemaakt. In de Liemers blijft het aantal volgelingen van deze kerken zeer beperkt. 

1817
    Op zaterdag 1 maart worden Lobith, Spijk, 's-Gravenwaard, Bielandse Waard en Kiefwaard alsnog bij het Koninkrijk der Nederlanden gevoegd.

1817   Nadat het gehele jaar 1816 het slechte weer ook in de Liemers voor enorme problemen zoals honger en armoede heeft gezorgd, verschijnt medio maart 1817 de zon, die zich daarvoor in dertien maanden vrijwel niet heeft laten zien. Het gewone klimaat keert eindelijk weer terug. 
Pas in de loop der 20e eeuw hebben wetenschappers vastgesteld dat de tijdelijke klimaatverandering, die de wereld en ook de Liemers in 1816 kwelt, het gevolg is van de enorme vulkaanuitbarsting van de Tambora op het eiland Sulawesi in de Indonesische Archipel. Aan het begin van de 19e eeuw duurt het maanden tot jaren voordat nieuws van de andere kant van de wereld onze omgeving bereikt maar ook als men het geweten had zou niemand een verband gelegd hebben tussen de vulkaanuitbarsting en de tijdelijke klimaatverandering.
 

1817    De bij de overgang naar het Koninkrijk der Nederlanden ontstane gemeente Lobith verliest reeds na 9 maanden haar zelfstandigheid en wordt samengevoegd tot de gemeente Herwen en Aerdt. Tot 1816 heeft het gebied rondom Lobith vele eeuwen behoord tot de Pruisische ambten Kleverham en Emmerich. 

1817    Arnhem wordt hoofdstad van Gelderland.  

 


Kleine (R.K.) Eusebiuskerk in Arnhem
(1868)

 


1818   
Op dinsdag 4 augustus 1818 vindt onder grote belangstelling de plechtige eerste steenlegging plaats van de nieuwe R.K. Kerk aan de Keurbeek in Herwen Een jaar later op dinsdag 12 oktober 1819 wordt de kerk door de aartspriester Johannes Gerritsen ingezegend. 

De in 1819 ingezegende R.K. Kerk in Herwen
Deze kerk zal ongeveer 85 jaar dienst doen en wordt in 1904 gesloopt en vervangen door een grotere kerk.


1818   
Petrus S. Nass wordt tot burgemeester van Duiven benoemd. Hij blijft dit gedurende een periode van bijna een halve eeuw tot 1863 en behoort daarmee tot de langstzittende burgemeesters uit de geschiedenis van de Liemers.

1819    Op 27 juni overlijdt in Huis Aerdt Godefricus baron van Hugenpoth tot Aerdt. Hij is de eerste die op het nieuwe kerkhof in Herwen naast de R.K. Kerk wordt begraven.

Bij testament heeft Godefricus 1000 gulden aan de kerk vermaakt. Voorts heeft hij bepaald, dat op de dag van zijn begrafenis het stoffelijk overschot van zijn in 1808 overleden echtgenote, begraven in de familiegrafkelder in de Aerdtse kerk, opgegraven moet worden om naar het nieuwe kerkhof te worden overgebracht om te worden herbegraven. Overeenkomstig deze wens is dit geschied.

1819    Miljoenen veldmuizen richten in de Liemers onvoorstelbare vernielingen aan. De oogst gaat voor een groot deel verloren.

1820    In het vroege voorjaar worden door de ongewoon hoge temperatuur massa's smeltwater over de rivier aangevoerd, waarbij ten gevolge van de instorting van de Babberichse overlaat (zie ook 1809) de Liemers weer eens geheel en al overstroomt.  

1820    De tabaksteelt krijgt, na de overdracht van de Kleefse enclaves aan het Koninkrijk der Nederlanden, een gevoelige klap door de hoge invoerrechten, die voor de export van tabak naar Pruisen geheven worden.

1821     De gemeenten Zeddam en Netterden worden op 1 januari met de gemeente 's-Heerenberg samengevoegd tot de nieuwe gemeente Bergh.

1821    Er zijn plannen ontwikkeld voor de aanleg van een groot kanaal dwars door de Liemers: Van de Kijfwaard bij Pannerden naar Doesburg. Deze plannen zijn echter nimmer uitgevoerd.

1821    Het omstreeks 1730 gebouwde hervormde kerkje in Wehl wordt grondig gerenoveerd. De kerk blijft vervolgens in gebruik tot 1857 wanneer het wordt afgebroken en vervangen door een nieuwe kerk, die we ook in onze huidige tijd kennen.

 

 

1822     De rode loop (dysenterie) eist in de gemeente Zevenaar, in de periode augustus tot half oktober, zestien slachtoffers

1822    In de winter van 1822 / 1823 heerst een roodvonkepidemie in Zevenaar-stad. Meer dan twintig mensen sterven als gevolg hiervan.

 

.

Roodvonkpatiente omstreeks 1825
Uit: Alibert, Clinique de l'Hopital Saint-Louis, Paris

"Volwassene, bloedrijke, menschen van een sterk gestel" worden volgens de Zevenaarse dr.J.Pelgrom in het bijzonder door deze aandoening getroffen.

    

1823    Jan (J.A.C.A.) van Nispen van Sevenaer, geboren op 27 december 1803 in Huis Hoek in Zevenaar en overleden op 5 mei 1875 eveneens in Zevenaar, trouwt in 1823 op 19-jarige leeftijd met Isabella E. J. Hoevel tot Swanenburg (1804-1879) uit 's-Heerenberg. Het echtpaar krijgt tien kinderen.
Jan van Nispen ontwikkelt zich tot een overtuigd strijder voor een volwaardige positie van de in deze tijd achtergestelde Nederlandse Rooms-Katholieken. Zowel op regionaal als landelijk niveau is zijn invloed groot. In 1848 wordt hij voor de eerste keer gekozen als lid van de Tweede Kamer waarvan hij tot zijn dood in 1875 lid blijft. Zijn populariteit is groot. Zo worden bij verkiezingen in 1858 in het kiesdistrict Nijmegen maar liefst 93% (!) van de stemmen op hem uitgebracht. In 1856 wordt hij gevraagd voor de functie van minister in het kabinet Van der Brugghen maar hij ziet er vanaf in verband met de in zijn ogen te sterke protestantse invloed. 

 


Jan van Nispen (1803-1875)


1823   Omstreeks deze tijd breken voor boeren, ook in de Liemers, moeilijke tijden aan als gevolg van import van goedkope granen uit Rusland. Pas na 1835 tekent zich een herstel af als gevolg van de toenemende industrialisatie in Engeland.

1824    Omstreeks deze tijd rijdt driemaal per week een diligence over de rijksweg van Arnhem door de Liemers (Westervoort, Duiven, Zevenaar, Babberich, Elten) en vervolgens via Emmerik, Wesel naar Duesseldorf en vice versa. De diligence is in deze tijd het snelste en veiligste vervoermiddel. De prijs bedraagt ongeveer 75 zilver grosschen per mijl. Langs de route zijn diverse wisselplaatsen, waar verse paarden kunnen worden ingezet en reizigers zich kunnen verpozen.


          De diligence zoals deze door de Liemers kan hebben gereden


1824    In Zevenaar wordt op 16 augustus geboren Benedictus Rosenboom, die in de tweede helft van de 19e eeuw in de Liemers bekend staat als de rondtrekkende jood Bender (Bendel).


Bendel (1824 - 1912)

Bendel woont vele jaren of in Babberich of in de Zevenaarse Wittenburgstraat.
Op de Liemerse wegen is hij een bekend figuur, die handelt in van alles en nog wat maar vooral in oude metalen, lompen en horloges.
In 1902 wordt hij in het gesticht in Warnsveld opgenomen waar hij op 11 mei 1912 overlijdt.

 


1824
    In Huize Hoek in Zevenaar wordt op 28 augustus geboren Carel (C.J.Ch.H.) van Nispen tot Sevenaer. Hij krijgt tijdens zijn leven landelijke bekendheid als een van de eerste politieke voormannen van de Rooms-Katholieken. Als lid van de Tweede Kamer, waarin hij vaak en lang spreekt, geldt hij als leider van de katholieke fractie. In 1883 maakt hij deel uit van de Grondwetscommissie. 

 






 


Carel (C.J.Ch.H.) van Nispen
(1824-1884)


Huize Hoek in Zevenaar (hoek Grietsestraat Arnhemseweg) wordt in 1945 tijdens de laatste oorlogsnacht volledig verwoest.

1825    In plattelandsgemeenten wordt de titel van schout (voor het hoofd van de gemeente) veranderd in die van burgemeester.

De Liemers en omgeving uit een aardrijkskundig schoolboek door J. van Wijk Roelands Zoon uitgegeven door H.C.A. Thieme te Zutphen in 1827.

1825   Op vrijdag 11 februari trouwt in Zevenaar Jan (Johannes) Pollman (1797 - 1881) met Johanna Banning (1798 - 1882) uit Wehl. Zij zijn voorouders in rechte lijn (6 generaties) van Sam, Simon en Sjef van Keulen.

1825
     De Zevenaarse raad besluit om drie van de vier stadspoorten te slopen; alleen de Bleckse Poort (Arnhemse Poort) blijft voorlopig intact, omdat hierin de kantonnale gevangenis is gehuisvest. In 1842 zal de Zevenaarse gemeenteraad besluiten om ook de Bleckse Poort af te breken.


"Het Steedje Zevenaar in 't land van Cleef op 15 Junij 1745"  Tekening van Jan de Beijer
Zevenaar vanuit het noordwesten gezien met op de voorgrond de Lymerse Postweg (Arnhem naar Keulen) die loopt naar de Blekse- of Arnhemsepoort.
 
1827
    Een hevige noordwester storm op 17 en 18 maart veroorzaakt grote schade. In Pannerden breekt de Pannerdensewaardsedam door en worden negen huizen volledig verwoest. Ook op andere plaatsen richt het water grote vernielingen aan.      

1828    Op last van de Pruisische autoriteiten wordt het onderwijs in onder meer de regio Kleve, het gebied waartoe de Liemerse enclaves tot 1816 behoren, niet meer in het Nederlands maar in het Duits gegeven. Ook in kerken mag niet meer in het Nederlands worden gepreekt. Na 1870 sterft een bevolking, die perfect Nederlands spreekt, uit. Een eeuwenoude taalkundige en culturele verwevenheid met de Nederlanden behoort dan tot het verleden.      

1829    Op woensdag 29 juli overlijdt thuis op huize 't Hoek te Zevenaar Carel van Nispen (1764 - 1829), vanaf 1818 hoofdschout van het district Zevenaar. Tot 1850 zijn groepen plattelandsgemeenten verenigd in districten, die daarmee een bestuurslaag vormen tussen provincie en gemeente. Het district Zevenaar omvat in deze tijd de gemeenten Zevenaar, Duiven, Westervoort, Pannerden en Herwen en Aerdt. Naast hoofdschout van Zevenaar is Carel van Nispen o.a. Heer van Pannerden (1803-1829) en Lid Provinciale Staten van Gelderland (1817-1829). 
Carel van Nispen weet tijdens zijn leven zakelijke activiteiten te combineren met persoonlijke belangen. Zo koopt hij door zijn goede verstandhouding met de graaf van Bergh omstreeks 1802 de heerlijkheid Pannerden uit Berghs bezit. In 1824 koopt hij het huis Sevenaer van zijn zwaar in schulden geraakte neef Everard van Nispen (1784-1842). Kort na de aankoop van Huis Sevenaer schenkt hij het aan zijn oudste zoon Johannes A.C.A. van Nispen van Sevenaer (1803 - 1875) terwijl  zijn andere zoon Carolus E.J.F. van Nispen tot Pannerden (1807-1870) de heerlijkheid Pannerden erft. 

 


Carel  van Nispen
(1764 - 1829)

1829     Het begraven in de kerk is niet meer toegestaan. Elke gemeente met meer dan duizend inwoners wordt verplicht een begraafplaats buiten de bebouwde kom aan te leggen en het oude kerkhof om de kerk te sluiten.

1830       Rivierwater dat over de Liemerse wateroverlaat stroomt, richt weer veel waterschade aan. Het geduld van de inwoners van de Liemers, toch al vaak op de proef gesteld wat betreft het onzorgvuldige waterbeheer van de overheid, raakt duidelijk op. In 1844 noemt het gemeentebestuur van Zevenaar de overlaatkade: "een daad van geweld, waardoor deze gemeente van hare waterkeeringen, zonder eenige schadevergoeding is beroofd".      

1830     De Belgische opstand leidt tot afscheiding van Belgie van Nederland. 
Koning Willem I roept ook in de overwegend katholieke Liemers (jonge)mannen op voor actieve militaire dienst. De weerstand om voor een protestante vorst te vechten tegen het katholieke Belgie is enorm. Dit leidt tot grote onrust. In Lobith trekt een groep jongemannen door het dorp, die dreigt het gemeentehuis in brand te steken. De gouverneur van Gelderland stuurt daarop 90 soldaten om de rust te herstellen. Honderd (jonge)mannen, die vervolgens worden gedwongen in militaire dienst te gaan, deserteren in de winter van 1830 - 1831. Velen van hen vluchten naar Pruisen uit vrees voor sancties van de in deze tijd door velen gehate Nederlandse overheid.

1830     De R.K.school aan de St.Jansstraat in Zevenaar wordt bezocht door 135 leerlingen ('s winters) en 98 leerlingen ('s zomers). Het schoolgeld bedraagt voor de schrijvende kinderen 30 cent per maand en voor de andere kinderen 25 cent. De schrijvende kinderen betalen bovendien nog 10 cent voor inkt en pen. Hermanus Rutjes, geboren in Duiven, is gedurende de periode 1818 tot 1860 de schoolmeester. 

De voormalige R.K.school aan de Jansstraat (nu Markt); rechts het middeleeuwse Loogasthuis
Beide panden zijn helaas a.g.v. de naoorlogse vernieuwingsdrang afgebroken. Rechtsonder is het muurtje, dat de Andreaskerk omgeeft, nog net te zien.
(foto omstreeks 1950)

 


1831   
Omstreeks deze tijd vindt op de Byvanck in Beek een belangrijke muntvondst plaats. Het betreft munten, die in de 14e eeuw zijn begraven en die mogelijk in verband staan met de Tempeliers, die  op de Byvanck hebben vertoefd.


       Byvanck, begin 20e eeuw

1831     In de Liemers ontstaat grote beroering en onrust nadat Koning Willem I de militaire dienstplicht heeft ingevoerd. Velen, vooral katholieken, voelen er weinig voor om voor een protestante vorst te vechten. Daar komt bij dat door armoede en misoogsten velen het toch al erg moeilijk hebben en alleen met de allergrootste moeite het hoofd boven water kunnen houden. Op dinsdag 15 februari 1831 komt een strafexpeditie, bestaande uit tweehonderd manschappen, onder leiding van majoor Schimmelpenninck, naar Zevenaar om orde op zaken te stellen en dienstweigeraars op te sporen. Ook Herwen en Aerdt, Wehl, Angerlo, Didam en Bergh krijgen februari 1831 met deze strafexpeditie te maken. Begin april is het de beurt aan Duiven, waar de strafexpeditie onwillige mannen, die zich aan de dienstplicht onttrekken, inrekent.

1832    Het kadaster wordt ingevoerd waardoor vanaf dit jaar het eigendomsrecht en de bebouwing eenvoudig te volgen is.

1833    Op vrijdag 2 augustus wordt aan de Grietsestraat in Zevenaar de synagoge ingewijd. Deze synagoge heeft bestaan tot donderdag 8 februari 1945, toen vier geallieerde vliegtuigen een bombardement op de Grietsestraat hebben uitgevoerd, waarbij de synagoge volledig wordt verwoest.

1833
    De Leidse historicus dr. Jansen vindt op Montferland een Romeinse dakpan, die dateert van ongeveer 40 na Christus. Het betreft een van de oudste Romeinse vondsten in onze omgeving.

1833    Johannes Rutjes, hoofd van de Duivense parochieschool en koster, opent in Duiven een Franse kostschool. De leerlingen krijgen les in de naast de kostschool gelegen Duivense dorpsschool.

De voormalige kostschool in Duiven van Rutjes omstreeks 1920
Omstreeks het midden van de 19e eeuw telt de school ongeveer 40 kostleerlingen. Op 4 augustus 1863 wordt de kostschool opgeheven. In de veertig jaar van haar bestaan hebben veel priesters, waaronder Aartsbisschop Henricus van de Wetering, hier hun eerste opleiding gevolgd.
In 1925 zal de voormalige kostschool in het bezit komen van kloosterzusters; daarna zal het deel worden van het Duivense raadhuis.  
 

 

1834    Op Eerste Kerstdag 1833 loopt tijdens stormachtig weer en wassend water de Pannerdense waard onder. Bijna een week later, in de nieuwjaarsnacht, woedt een hevige noordwesterstorm met onweer waardoor in de overstroomde Pannerdense waard een 25-tal huizen volledig wordt verwoest.   

 

1834     Het kerkbestuur van Oud-Zevenaar laat aan de overzijde van de Kerkweg een nieuwe school bouwen. Hoofdmeester is Theodorus van de Kamp, die in januari  1832 zijn vader na diens overlijden opvolgt.

Op deze foto uit 1918 ziet men de Oud-Zevenaarse parochiekerk met geheel links (nog net zichtbaar) de school uit 1834, die tot 1897 als zodanig dienst heeft gedaan. Vanaf 1897 zal het schoolgebouw gebruikt worden als catechismuslokaal en weer later als opslagplaats. In nog latere jaren staat op deze locatie het parochiehuis / dorpshuis "de Tichel", dat inmiddels ook al weer geschiedenis is.   
 
 

1835    De  in 1804 in Zevenaar geboren dominee Otto G. Heldring is in 1835 de initiatiefnemer en tot 1847 redacteur van de Geldersche Volksalmanak. Vermaard worden de vele opvoedende en belerende stukjes, die hij schrijft in het Liemerse dialect van de eerste helft van de 19e eeuw. Onderstaand een tweetal willekeurige fragmenten:

.

"een uur vroeger op, een uur later nao bed; een uur minder verpraot, een uur meer spoed, zin vier uren zuiver winst op eenen dag"

"De hoogmoed aet 's margens met aovervloed, aet 's middags met schraoljammer, en geet 's aovonds met schande te bed. Daorum laot ou veur 't leste nog een ding zeggen: dat niks gemekkelijker is, as zonder geld te koopen, en niks onmeugelijker as zonder geld te betalen. Een man met schulden zit op een paerd, dat van achteren schulden en van veuren leugens draegt. Een laege zak kan niet aoverend staon."
 

1835    Een van de eerste voorvechters van katholiek onderwijs Th. Brouwers wordt kapelaan in Duiven. In 1846 wordt hij pastoor te Pannerden en in 1848 deken-pastoor in Arnhem. In 1837 / 1838 schrijft de Duivense kapelaan een aantal geruchtmakende publicaties, waarin hij de openbare school aanvalt en de bijzondere (R.K.) school verheerlijkt.

1836    Thomas Barber vervaardigt de staalgravure "The village of Beek", een gezicht op Beek vanuit het zuidwesten met op de achtergrond links de Elterberg.


          Gezicht op het dorp Beek, 1836, Thomas Barber, Rijks Universiteit, Leiden

1836    Op dinsdag 29 november wordt de Liemers geteisterd door een hevige storm, die veel schade aanricht.

1836   In 1836 wordt voor de zoveelste maal geklaagd over de abominabele toestand waarin de verbindingsweg tussen Zevenaar en Didam, genaamd Tatelaar, zich vooral aan Didamse zijde bevindt. Op 17 december stelt de Districtscommissaris zelfs strenge maatregelen in het vooruitzicht tegen de gemeente Didam  wanneer de weg niet binnen een week in orde is. Gedreigd wordt met de intrekking van de tolheffing op deze weg waardoor de gemeente Didam jaarlijks veel inkomsten misloopt. Het dreigement heeft resultaat.


         Tatelaar, de verbindingsweg tussen Zevenaar en Didam, in de winter van 1908

1837    Dijkdoorbraak bij Leuven / Leuffen (buurtschap in nabijheid van Oud-Zevenaar), waardoor de Liemers voor de zoveelste keer overstroomt.


1837    Van Gend & Loos neemt de exploitatie over van de postwagendienst van Arnhem door de Liemers naar Emmerich. De postwagen vertrekt 's ochtends om zeven uur uit Arnhem en  is om elf uur in Emmerich. Bij logement Het Hof van Berlijn in Zevenaar wordt van paarden gewisseld. 
Wanneer in Emmerich verder wordt gereisd, kan dat over Rees en Wesel naar Duisburg, waar men 's nachts om 24.00 uur arriveert, vervolgens naar Keulen (aankomst 's ochtends 7 uur), Bonn, Andernach, Koblenz (aankomst 's middags 16.30 uur), Mainz (aankomst 's nachts 2.30 uur) naar Frankfurt am Main (aankomst 's ochtends 6.30 uur).
Het is ook mogelijk om in Emmerich over te stappen op de snelwagen naar Berlijn, de reisduur naar Berlijn bedraagt drie dagen en 17 uur. 

 


  Hof van Berlijn in Zevenaar waar vele decennia van paarden is gewisseld. 

1837    De vroegste vermelding in de Liemers van een influenza-epidemie. In Oud-Zevenaar overlijden zeven mensen aan influenza.

1837    De parochie Oud-Zevenaar (in die tijd omvattende Oud-Zevenaar, Babberich, Grieth, Kwartier, Ooy, Zweekhorst en  Holthuizen) telt 349 huizen en ongeveer 2.200 inwoners, waarvan ongeveer 2.050 Rooms Katholiek en 130 Hervormd zijn. Het overgrote deel van de bevolking is werkzaam in de landbouw.

1837    De uit 1715 daterende Didamse R.K. schuilkerk wordt na meer dan een eeuw dienst te hebben gedaan, vervangen door een nieuw kerkgebouw. Vanwege de bemoeienis van het ministerie van Waterstaat met de bouw wordt deze kerk wel Waterstaatskerk genoemd.


De in 1837 gebouwde Waterstaatskerk met links de pastorie
Deze kerk heeft bijna 140 jaar dienst gedaan tot omstreeks 1975. Op de plaats van de pastorie wordt in de zeventiger jaren van de 20e eeuw de (huidige) Sint Martinuskerk gebouwd.
 


1838
    Als gevolg van kruiend ijs, meer dan 7 meter hoge ijsbergen op 28 februari bij Spijk, zijn de dijken in groot gevaar. In de vroege ochtend van 1 maart om 2.30 uur breekt de dijk bij Rees door. Om 11.00 uur is het water de gemeente Wehl reeds genaderd en enkele uren later staan de buurtschappen Broek, Meerenbroek en Achterwehl volledig onder water. De volgende dag, 2 maart, bereikt het water onder meer Zevenaar, Duiven en Westervoort. Aangezien ieder is gewaarschuwd blijft de schade beperkt.   

1838    Hoedenmakerij Gruyters aan de Zevenaarse Grietsestraat brandt af.

1838    De uit Zevenaar afkomstige dominee O.Heldring wijst in zijn publicatie "De jenever is erger dan de cholera" op de verwoestende werking van het dagelijks gebruik van jenever door grote aantallen arbeiders.  In perioden van de 19e eeuw is ook in de Liemers sprake van een ontstellend drankprobleem.

1838    Polderdistrict Lijmers wordt gevormd. De belangrijkste doelstelling is de verbetering van de dijken langs de Oude Rijn en Rijn; een begrijpelijke keuze gezien de zeer vele dijkdoorbraken.

1838    Theodorus Wesselus de Groen is oud genoeg om in Zevenaar de bierbrouwerij van zijn in 1822 overleden vader (Johannes Thomas de Groen) voort te zetten. Hij verplaatst de brouwerij van de Didamsestraat naar een pand aan de Marktstraat. Bijna een eeuw later in 1930 zal deze brouwerij, die inmiddels de naam "de Lelie" draagt, overgenomen worden door de Groenlose bierbrouwerij "de Klok" en wordt de productie van bier (Grolsch) in Groenlo voortgezet. 

Briefhoofd bierbrouwerij de Lelie
Het betreft een rekening d.d. juli 1879 van bierbrouwer Th. de Groen gericht aan de gemeente Zevenaar.

1839     Bij de volkstelling van 1839 is maar liefst 89,7% van de inwoners van Zevenaar katholiek. In Duiven en Wehl zijn deze percentages zelfs nog hoger respectievelijk 97,8 en 94,4. In deze voormalig Kleefse gebieden heeft in tegenstelling tot de andere delen van Gelderland ten tijde van het ancien regime een volledige godsdienstvrijheid bestaan en zijn de inwoners in overgrote meerderheid katholiek gebleven.  

1841    Op 3 oktober wordt Jhr. Mr. Carolus E.J.J.F. van Nispen van Pannerden burgemeester van Zevenaar. Hij zal dit ambt uitoefenen tot zijn dood op 1 december 1870.

 

Jhr. Mr. Carolus van Nispen van Pannerden wordt 3 mei 1807 in Zevenaar geboren en overlijdt daar op 1 december 1870. Naast burgemeester is hij gedurende de periode 1849 tot zijn  dood tevens lid van de Eerste Kamer. Als kamerlid voert hij zeer regelmatig het woord over uiteenlopende zaken. In 1870 stemt hij tegen het voorstel om de doodstraf af te schaffen.


Carolus woont in Zevenaar met zijn vrouw (C. van Hoevel) en hun zes kinderen in Huis "Het Hoek" (op deze plaats bevindt zich thans het Raadhuisplein).

Voor meer informatie klik: hier

We kijken hier vanuit de Marktstraat de Grietsestraat in.
Vooraan links: Huis "Het Hoek"
Vooraan rechts: Hotel "Hof van Berlijn"
Zowel het huis als het hotel zijn in april 1945 verwoest.

1841     Door onophoudelijke regen verrotten de aardappelen op het Liemerse land.

1842    Op de grens van Zevenaar en Oud-Zevenaar op de weg Zevenaar - Babberich wordt een nieuw Tolhuis in gebruik genomen. Deze tolgaarderswoning staat gedeeltelijk op de (zand)weg en is eigendom van de Staat. Voor de tol bevinden zich tolbomen en de te betalen tol is afhankelijk van het aantal en de breedte van de wielen alsmede het aantal personen. Aan het eind van de 19e eeuw komt er een cafe ("Den Oude Tol") bij het Tolhuis. Een eeuw later, omstreeks 1999,  wordt "Den Oude Tol" afgebroken voor de aanleg van de Betuwelijn.

 


       Cafe "Den Oude Tol" gelegen tussen Zevenaar en Babberich wordt omstreeks 1999 afgebroken voor de aanleg van de Betuwelijn. 

1842     De katholieken in Westervoort krijgen weer de beschikking over een eigen kerk. Bij de reformatie is de laatgothische Westervoortse dorpskerk overgegaan in protestantse handen. Op zondag 4 september1842 consacreert bisschop Wijckerslooth de z.g. "waterstaats"kerk (gebouwd door architecten van Rijkswaterstaat; aannemer: Massop uit Zevenaar). 

Het interieur van de R.K."waterstaats"kerk in Westervoort halverwege de 19e eeuw. Dit kerkje is in 1911 gesloopt. 

1842   Op vrijdagmiddag 26 augustus komt koning Willem II, komend vanuit Ruurlo, door onder meer Didam, Zevenaar en Duiven

 


Koning Willem II
(1792 - 1849)

1842    Op 24 september besluit de Zevenaarse gemeenteraad de Bleckse Poort af te breken. Deze stadspoort heeft van de 15e eeuw tot halverwege de 19e eeuw gestaan op de plaats waar zich nu de trouwzaal van het Zevenaarse gemeentehuis bevindt: Aan de Kleefse Postweg, nu Arnhemseweg geheten. 


Bleckse Poort (1745)

De Bleckse Poort: Een vierkant torenachtig bouwwerk van ongeveer 9 bij 9 meter; een breedte van de doorgang van 3,5 meter; op de hoeken aan de bovenzijde zeskantige arkeltorentjes. Op de eerste verdieping zijn de schietopeningen te zien.


De poort  heeft lange tijd als plaatselijke gevangenis dienst gedaan. Het is heel praktisch om een van de poorten als gevangenis te gebruiken, omdat er immers voortdurend toezicht van de poortwachter is.

Kleefse Postweg met Bleckse Poort (stadsgezicht 1745)
geheel links is nog juist de Binnenmolen zichtbaar

 

1843    In Duiven komt, met de vestiging van Bernardus van Reijsen, heelmeester tevens vroedmeester, een definitief einde aan een eeuwenlange situatie dat men voor medische hulp op andere plaatsten, zoals Zevenaar en Arnhem, is aangewezen.

1843    Op vrijdagmiddag 17 maart vindt op de Westervoortse dijk, tussen Arnhem en Westervoort, een tragisch ongeval plaats, waarbij vier personen uit Zevenaar om het leven komen. Zij zitten met totaal zes personen in een kar, die doordat het paard schrikt, van de dijk in de rivier stort. De voerman, Gradus Rode en zijn broer Bernardus Rode overleven het ongeval. De anderen: Drie vrouwen (Alyda Rode, echtgenote van Lamert van Egeren, Dora Rode en Everdina Gerritsen), een man (Reinholt), alsmede het paard verdrinken.

 

 

 



 

 

 

1844    Arnold, Gijsje en Leida, straatarme kinderen van 13, 11 en 8 jaar, zakken op 15 februari terugkomend van een bedeltocht bij Zevenaar door het ijs van de Oude Rijn en verdrinken. Ook dit is weer zo'n voorbeeld waaruit blijkt dat de "goede oude tijd" door armoede en ziekte in feite nooit bestaan heeft.

1844     Bewoners van de Liemers zijn het in hun ogen onzorgvuldige waterbeheer van de overheid spuugzat. Zij vragen zich af waarom grensbewoners opgeofferd moeten worden voor het gewaande nut van de Liemerse overlaat. Het gemeentebestuur van Zevenaar noemt de overlaatkade: "een daad van geweld, waardoor deze gemeente van hare waterkeeringen, zonder eenige schadevergoeding is beroofd".
Als enkele jaren later in 1850 het rivierwater, dat  over de overlaat spoelt, opnieuw grote waterschade veroorzaakt, is de maat meer dan vol. Het gemeentebestuur schrijft: "De schade is te weeg gebragt, niet door eene ramp, waartegen geen menschelijke magt iets vermag maar door de daden van het Staatsgezag". 


1845
    Op 14 mei 1845, zes jaar na de opening van de eerste Nederlandse spoorlijn van Amsterdam naar Haarlem, wordt de Rhijnspoorweg, die Arnhem via Utrecht met Amsterdam verbindt, geopend. Ruim tien jaar later in 1856 wordt deze spoorverbinding via Zevenaar doorgetrokken naar Duitsland. De spoorverbinding geeft een economische impuls aan onder meer de Liemers.

1845    Overvloedige regenval heeft tot gevolg dat meer dan 75% van de oogst verloren gaat. De aardappelteelt verrot vrijwel volledig. Honger is het gevolg.  

1845     Op maandag 17 november wordt in Angerlo David Kromhout geboren. Op zijn 15e gaat David als kadet naar de Koninklijke Militaire Academie (KMA) in Breda alwaar hij de opleiding in 1865 voltooit. Gedurende zijn lange leven ontwikkelt hij zich tot een zeer invloedrijk militair bij de artillerie, die het brengt tot luitenant-generaal. De Kromhoutkazerne in Tilburg, die heeft bestaan van 1909 tot 1988, is naar hem vernoemd.


David Kromhout (1845 - 1927)

 

1845    De uit Zevenaar afkomstige Otto Heldring  (1804 - 1876) richt samen met Groen van Prinsterer de Reveilkring Christelijke Vrienden op en wordt twee jaar later hoofdredacteur van de "Vereeniging Christelijke Stemmen".  

 


O. Heldring (1804 -1877)


1846    Door de aardappelziekte gaat opnieuw een groot deel van de aardappeloogst verloren. Omdat bovendien ook de roggeoogst en tarweoogst door een muizenplaag mislukken is er een groot voedseltekort.

1846    Op Elterberg wordt het bronnenhuis (Drususbrunnenhaus) gebouwd. Vanaf de realisatie van de bron omstreeks het jaar 975 na Chr. tot de aanleg van de waterleiding in 1931, gedurende een periode van bijna duizend jaar, heeft de "Drususbron" de lokale bevolking van drinkwater voorzien.

 

 


Het bronnenhuis op Elterberg (1961)
           gebouwd in 1846 en na de volledige verwoesting
in 1945 opnieuw opgebouwd in 1950

1846    In Elten wordt een Hollandse windmolen gebouwd, die bekend is geworden onder de naam Gerritzens molen.

  Gerritzens molen aan de Stokkumerstraat in Elten (september 2011), 
in de negentiger jaren van de 20e eeuw is deze molen uit 1846 volledig gerestaureerd


1847    De overheid roept 2 mei uit tot algemene biddag. Na twee eerdere jaren met een mislukte aardappeloogst is er opnieuw, door de aardappelziekte alsmede de hoge graanprijzen, een ernstig voedseltekort. Op diverse plaatsen is er onrust onder de bevolking. 

 

1848    Nederland krijgt godsdienstvrijheid, die in de grondwet wordt vastgelegd.

 

1849    Cholera slaat op veel plaatsen toe, maar in Westervoort slaagt men erin de ziekte buiten de deur te houden door de jaarlijkse kermis af te gelasten.
In de periode 20 juli tot 9 augustus heerst cholera in Lobith alwaar twaalf personen sterven aan de aandoening. Wanneer de Lobithse pastoor A. Verhey ontdekt dat alle dodelijke slachtoffers een door de Zevenaarse geneesheer, dr. B. Hopma, voorgeschreven medicijn hebben gebruikt, raadt hij zieken met klem aan om geen geneesmiddelen meer te gebruiken maar voortaan (vijfmaal per dag) een glas wijn te drinken. 

1849    Van Gend en Loos gaat met een "diligence" rijden over de kort tevoren gereed gekomen grindweg tussen Zutphen, Keppel, Wehl, 's-Heerenberg en Emmerik. Vanuit Emmerik is het vertrek dagelijks om 7.30 uur en vanuit Zutphen om 18.00 uur. De reistijd van een enkele reis Zutpen - Emmerik bedraagt minder dan vier uur.

 

 
       Advertentie Overijsselsche Courant 8 juli 1849

 

1849    In heel Nederland sterven als gevolg van de cholera-epidemie, die in 1848 en 1849 de samenleving teistert, 22.000 mensen. In de Liemers is het aantal slachtoffers gering omdat het drinkwater op veel plaatsen wordt opgepompt uit zandgronden waardoor het relatief zuiver is. 


1850
    De gemiddelde levensverwachting in de Liemers bedraagt 34 jaar. Dit is in het bijzonder het gevolg van de grote kindersterfte.

1850
    Als gevolg van een epidemie van roodvonk sterven in Herwen en Aerdt zestien mensen, waaronder tien kinderen.

1850     Ook in de tweede helft van de negentiende eeuw gaat de industriele revolutie vrijwel volledig voorbij aan de Liemers.