in zo verre relevant voor genealogie Van Keulen - Polman

1910 - 1919

In de geschiedenis ligt de nadruk doorgaans op machtige mensen. In www.liemershistorie.nl vooral aandacht voor de geschiedenis van gewone mensen, hun zwoegen voor een menswaardig bestaan want de overgrote meerderheid van de bevolking heeft tot halverwege de 20e eeuw doorgaans op de rand van een bestaansminimum geleefd waarbij misoogsten, ziekten, oorlogen en (natuur)rampen kwellingen zijn die de mensen bij voortduring hard hebben getroffen. Indrukwekkend is hoe velen onder moeilijke omstandigheden toch het hoofd boven water hebben kunnen houden.

1910    De inktfabrikant Max von Gimborn laat een botanische tuin (5 ha) aanleggen aan de Emmerichseweg (nu Babberichseweg) in samenwerking met de Berlijnse landschapsarchitect Grossmann. Momenteel is deze Gimbornhof eigendom van de gemeente Zevenaar en toegankelijk voor publiek.

1910    De uit 1865 daterende Zuidbeuk van de St. Martinuskerk in Oud-Zevenaar is gesloopt en wordt onder leiding van de architecten Cuypers en Stuyt vervangen door een Mariakerk, die in 1912 wordt ingewijd


1910     Met een marktaandeel van bijna 30% heeft Didam de grootste biggenmarkt van Liemers en Achterhoek.

De wekelijkse markt in Didam in 1936  
De "Diemse" markt is vooral bij boerenhuishoudens altijd bijzonder populair geweest.
 

1910   Op 15 november wijdt aartsbisschop Van de Wetering de nieuwe kerk in Loil, een van de oudste buurtschappen van Didam, plechtig in. Wanneer een jaar later ook in Dijk bij Didam een nieuwe R.K. kerk wordt ingewijd heeft de gemeente Didam in korte tijd twee nieuwe R.K. parochies.


De R.K. kerk in Loil in 1910

1911    Op de langste dag van het jaar trouwen in Zevenaar Christiaan Polman en Marie Jansen (over-overgrootouders van Sam, Simon en Sjef van Keulen).

 

 

Bruidspaar Polman-Jansen op 21 juni 1911

Na de huwelijksvoltrekking gaan Christiaan Polman en Marie Polman-Jansen wonen op de Grietsestraat 72 in Zevenaar. Het echtpaar krijgt drie kinderen (Gerrit, Mies en Christine). Na het overlijden van Christiaan in 1954 blijft Marie met haar dochter Christine nog enkele jaren in het grote pand wonen totdat ze in 1960 naar de Wihelminalaan 4 in Zevenaar verhuizen. Het pand Grietsestraat 72 wordt in 1960 grondig verbouwd tot bankgebouw en enige tijd later tot Video-Store. In 2001 wordt het pand afgebroken om plaats te maken voor een groot winkelcomplex (waarin o.a. Albert Heijn).

 

 

Bouwtekening (1910) voorzijde Grietsestraat 72

Aan de rechterzijde van de ingang (portaal) het cafe en aan de linkerzijde de winkel; het raam geheel links is van de voorkamer van het huis.

Van het oorspronkelijke pand Grietsestraat 72 zijn, voor zover mij bekend, helaas geen foto's bewaard gebleven. Het pand is architectonisch een mooi gebouw. De buitenmuren bestaan uit steens metselwerk, waarvan de voorgevel uitgebouwd is met een houten waranda, waarin veel glas is verwerkt. In de raamkozijnen zit bovenin kruishout met veel kleine ruitjes. Boven de deuren en ramen bevinden zich segmentbogen. Je komt, dat herinner ik me heel goed, het gebouw binnen via een portaal; links een winkel en rechts de zogenaamde bierkamer / cafe. In het cafe is in de jaren vijftig tijdelijk het belastingkantoor gevestigd. Het gebouw is verder voorzien van een gebroken- of mansardedak, dat onder de goten voorzien is van mooi lijstwerk.       

 

1911    Op 5 oktober wordt in Nieuw-Dijk (gemeente Didam) de nieuwe R.K. kerk ingewijd door de Utrechtse aartsbisschop Henricus van de Wetering. De Zevenaarse kapelaan Bonekamp wordt de eerste pastoor van de nieuwe parochie, die naar de heilige Antonius van Padua wordt genoemd.  

 


1912
     C.Th. Voss wordt pastoor in Oud-Zevenaar. Hij zal dit blijven tot 1932. Pastoor Voss staat bekend als weldoener voor de armen en is de eerste pastoor die aan de Dijkweg te Oud-Zevenaar begraven wordt. Pastoor Voss heeft veel schoolrapporten van Louis (Wiet) van Keulen (overgrootvader van Sam, Simon en Sjef van Keulen) ondertekend. Ook bij de eerste aanstelling van Louis van Keulen, als onderwijzer in 's-Heerenberg in 1931, speelt pastoor Voss, die in 's-Heerenberg over goede contacten beschikt, een belangrijke rol.

In de eerste helft van de 20e-eeuw is het gebruikelijk dat ook de parochiegeestelijke een schoolrapport ondertekent.

Het rapport van de overgrootvader van Sam, Simon en Sjef van Keulen, ondertekend door de Oud-Zevenaarse pastoor Voss

1912    Op maandagochtend 12 februari wordt de Liemers opgeschrikt door een kindermoord, die de gemoederen lange tijd zal bezig houden Een zevenjarig meisje uit Beek, Maria Hartjes, dat op zondagmiddag om ongeveer 4 uur naar de plaatselijke winkel wordt  gestuurd om lucifers te halen, komt tot grote ongerustheid van de ouders niet terug. Er wordt tevergeefs gezocht totdat de volgende ochtend in het bos niet ver van de ouderlijke woning het kinderlijkje wordt gevonden. Het kind blijkt te zijn misbruikt en gewurgd. Intensief politiewerk leidt niet tot veroordeling van een dader.


Diverse betrokkenen bij de afschuwelijk kindermoord in Beek
In de cirkel het vermoorde meisje: Maria Hartjes; 1 en 2: de ouders van Maria; 3: de 25-jarige Christine Gottsman uit Emmerik, die een veldarbeider als mogelijke dader vermoedt; 4: de heer Semmelink, die belangeloos zijn auto ten dienste van het opsporingsonderzoek afstaat; 5: een wachtmeester van de marechaussee de heer G. Kelder; 6: een Duitse politiehondbegeleider; 7: journalist Themans; 8 commissaris van politie Maixner uit Emmerik; 9 de heer H. Keuning, journalist uit Doesburg   

1912    Kasteel Bergh in het centrum van 's-Heerenberg, een van de oudste Nederlandse kastelen, wordt op 9 juli gekocht door de textielfabrikant van Heek, die het geheel fraai laat restaureren en opnieuw inrichten.

Grote delen van Kasteel Bergh (afbeeldingen) bestaan uit 14e-eeuws muurwerk. De eerste vermeldingen van het kasteel dateren uit de 12e eeuw. 
Jan Herman van Heek (1873 - 1957), een actief natuurbeschermer,  koopt het kasteel met 1400 hectare grond van de vorst van Hohenzollern. De nieuwe eigenaar stelt zich ten doel  kasteel Bergh als historisch monument te restaureren en in te richten; dit doel is inmiddels volledig gerealiseerd.


1912
    In Pannerden wordt op 17 februari Aloysius (Wiet / Louis) Gerardus Maria van Keulen, overgrootvader van Sam, Simon en Sjef van Keulen, geboren.       


Openbare Lagere School Pannerden klas 4, 1921/1922
Jongen met pet links is Louis (Wiet) van Keulen; daarnaast zijn broer Bernard (Berntje)

1912    Op dinsdagavond 26 november 1912 schiet in Achterwehl (het huidige Nieuw-Wehl) tijdens een hoogopgelopen ruzie de 60-jarige Reintje Eijt-Aalbers de 18-jarige kippenhandelaar Nico Graus uit Didam met een jachtgeweer dood. Na haar daad meldt de vrouw, echtgenote van timmerman Jan Eijt, zich bij de politie. Op last van de officier van justitie wordt Reintje door de rijksveldwachter Van Soest naar Arnhem overgebracht waar ze in het voorjaar van 1913 wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van vijf jaar

1913
   Op zondag 30 maart wordt aan de Peeskesweg (hoek Schaapskooiweg) in 's-Heerenberg het eerste Nederlandse Dierenpark geopend. Oprichter en eigenaar is de heer J.G.H. Burgers uit 's-Heerenberg. Naast fazanten, pauwen, roofvogels en allerlei soorten watervogels zijn er wilde dieren te zien, hetgeen voor die tijd een sensatie is. Het dierenpark blijft 10 jaar in 's-Heerenberg en verhuist in 1924 naar Arnhem. Nog altijd is Burgers Zoo, door de natuurlijke wijze waarop de dieren er leven, zowel nationaal als internationaal toonaangevend. 

Heel bijzonder en omvangrijk is vooral de fazantencollectie van Johan Burgers.
De dierentuin heeft in 's-Heerenberg de naam "Fazanterie Buitenlust". De entree bedraagt 10 cent voor kinderen en 20 cent voor volwassenen.  Ondanks deze voor die tijd hoge entreeprijzen, komen er veel individuele bezoekers en groepen naar 's-Heerenberg. Om de bereikbaarheid van zijn complex te verbeteren, wil Burgers de toegangsweg verharden. Wanneer dat niet lukt, besluit hij de dierentuin te verplaatsen naar Arnhem, waar de dierentuin uitgroeit tot de vermaarde Burgers' ZOO. 

 

1913    Op zondag 16 november wordt in Zevenaar geboren: Mies Polman (1913 - 2005), overgrootmoeder van Sam, Simon en Sjef van Keulen. Ze groeit in harmonie op in het gezin Polman aan de Grietsestraat 72 te Zevenaar te midden van haar ouders, broer en zus. Op woensdag 30 juli 1941 trouwt ze met Louis van Keulen (1912 - 2001).


Grietsestraat in Zevenaar aan het begin van de 20e eeuw, tijdens de plaatselijke koeienmarkt
Na afloop van iedere koeienmarkt maken de gemeentewerkers de Grietsestraat schoon maar de stoep moet door de bewoners zelf worden gereingd.

 

1913        De 70 jaar oude en veel te klein geworden R.K. Waterstaatskerk in Westervoort wordt vervangen door een nieuwe kerk.

De Westervoortse R.K. kerk omstreeks 1930
Op 16 maart 1945 wordt de kerk door terugtrekkende Duitsers verwoest. In 1950 is de kerk zodanig hersteld dat weer erediensten kunnen plaatsvinden.
 


 

Het interieur van de Westervoortse kerk (bron: Joos van Oppenraaij).
De kerk is rijk voorzien van heiligenbeelden zoals gebruikelijk in R.K. kerken.   


.

1913    In Herwen en Aerdt wordt de eerste woningbouwvereniging opgericht met de toepasselijke benaming "De Goede Woning". Met de huisvesting is het in de Liemerse gemeenten, zeker in de eerste helft van de 20e-eeuw, vaak nog slecht gesteld.

Uit de Graafschapbode (1938): "In de gemeente Wehl aan een smal wegje naar Nieuw-Wehl staat een steenen schuurtje: vier muren en een dak. Een vloer bezit het kot niet, evenmin behoorlijke vensters, of men zou de met planken dichtgespijkerde gaten, voor zoodanig moeten houden. Van de dakpannen zijn er velen door de lieve jeugd stuk gegooid en de deuren kan men kwalijk nog zoo noemen ( ). Reeds ongeveer 10 jaar leeft Dien Damen hier ( )."

Vergelijkbare toestanden kan men in de eerste helft van de 20e eeuw nog overal aantreffen.

 

 

 

 

1913    Hoewel Pannerden pas vanaf 1817 deel uitmaakt van het Koninkrijk der Nederlanden wordt in 1913 net als in de rest van Nederland het eeuwfeest van Neerlandsch Onafhankelijkheid gevierd.

























Ereboog t.g.v. 100 jaar Neerlandsch onafhankelijkheid

 

 

1913    Begin oktober 1913 rijdt in de nabijheid van Zevenaar een goederentrein, die uit de richting Doetinchem komt, op een stilstaande goederentrein. Hoewel de materiele schade groot is, zijn er geen persoonlijke ongelukken.  

 

 

1914     Op 14 januari vindt de plechtige inwijding plaats van de eerste R.K. Kerk in Spijk waardoor de katholieke inwoners van Spijk voor kerkdiensten niet meer naar  Lobith hoeven. Het feestprogramma moet enigszins worden aangepast omdat Spijk vanwege het hoge water over land niet te bereiken is. Daarom wordt onder meer de nieuwe pastoor Van Groeningen per bootje van Tolkamer naar Spijk overgevaren. Patroon van de nieuwe Spijkse parochie wordt Gerardus Majella, die tien jaar eerder in 1904 heilig is verklaard.
 

 

Bouwtekening  van de R.K. Gerardus Majella-kerk en pastorie in Spijk

Op 1 juli 1913 wordt om 16.30 uur door de toekomstige pastoor Van Groeningen de eerste steen gelegd. Hierbij zijn aanwezig pastoor Huser en kapelaan Droege van Lobith, pastoor Massa en kapelaan Groenen van Herwen, pastoor Voss en kapelaan Bijlaard van Oud-Zevenaar, kapelaan Tenbroeck van Pannerden, pastoor Franken en kapelaan Buerer van Elten en kapelaan Bruening van Huethum. 

 

1914    Vooral in maart veroorzaakt de extreem hoge waterstand, waardoor dijken overstromen, veel overlast en schade. De problemen worden nog vergroot door de harde wind.

 

 

 

1914    Op vrijdag 31 juli om 12.10 uur kondigt de Nederlandse regering een algehele militaire mobilisatie af. De laatste mobilisatie is in 1870 geweest bij het begin van de Frans-Duitse oorlog. Burgemeesters lezen het mobilisatiebesluit vanaf de bordessen van de gemeentehuizen voor. De afkondiging maakt overal diepe indruk. Talloze kostwinners moeten plotseling huis en haard verlaten. Echtgenoten en kinderen moeten de taak van man en vader overnemen om toch nog zo veel mogelijk oogst van het land te halen. 
Korte tijd later breekt een weerzinwekkende oorlog (W.O. I 1914 - 1918) uit waarin 10 miljoen mensen omkomen. Hoewel Nederland buiten het oorlogsgeweld blijft, gaat ook in de Liemers de bevolking gebukt onder angsten, onzekerheid, tekorten, ondervoeding, werkeloosheid en armoede.

Ook soldaten uit de Liemers worden in 1914 gemobiliseerd. Op nevenstaande foto Gerrit Jansen uit Zevenaar (staand geheel links), broer van Marie Polman-Jansen (over-overgrootmoeder van Sam, Simon en Sjef van Keulen).

Volgens de overlevering loopt Bernardus Jansen (vader van o.a. Gerrit en Marie), over-over-overgrootvader van Sam,  Simon en Sjef van Keulen, bij het kijken naar het verloop van de mobilisatie een "koudje" op ten gevolge waarvan hij op 11 augustus 1914 op 64-jarige leeftijd overlijdt. 

Wanneer de strijdende partijen eind 1914 vastlopen in een zinloze en wrede loopgravenoorlog in Vlaanderen zal het Nederlandse leger vier jaar paraat blijven. Voor de meeste Nederlandse soldaten is dit een periode van grote ergernis en verveling.

Hoewel Nederland buiten de Eerste Wereldoorlog blijft, is deze periode ook voor de bevolking in de Liemers een tijd van afzien.

1914       Zevenaar beschikt over een handbediende telefooncentrale  met veertien aansluitingen. Buiten kantoortijd is geen communicatie mogelijk.

1915    Zevenaar-stad wordt op het elektriciteitsnet aangesloten. De petroleumlantaarns worden vervangen door 16 nieuwe (elektrische) lantaarnpalen. Wethouder en raadslid jhr. Louis (L.J.M.) van Nispen van Sevenaer is een van de "motoren" bij de invoering van elektriciteit.

 

 

In de Liemerse samenleving (aan het einde van de 19e-eeuw en in de eerste helft van de 20e-eeuw) neemt Louis van Nispen een heel bijzondere plaats in. Stammend uit het geslacht van Nispen, dat sedert 1785 in "Huis Sevenaer" woont, heeft Louis van Nispen evenals zijn vader jhr. Rafael (A.J.B.M.) van Nispen (1803 - 1885) een rol gespeeld bij de emancipatie van het toen achtergestelde katholieke volksdeel. In 1895 wordt Louis van Nispen gekozen in de Zevenaarse gemeenteraad. Hij blijft tot 1939 een markant raadslid en vervult daarnaast vele (neven)functies.  In 1897 trouwt hij met Mies Vos de Wael. Het huwelijk blijft kinderloos.

    

 

1915    Christiaan Polman (over-overgrootvader van Sam, Simon en Sjef van Keulen) bouwt een zestal huizen onder een kap op het Grieth.

 

Deze huizen aan de Oude Doesburgseweg  (tot 1952: Angerloscheweg, daarna tot 1965 Doesburgseweg en vanaf 1965 Oude Doesburgseweg) zijn ruim een eeuw geleden gebouwd in opdracht van C.J. Polman.  Deze  foto van de huizen is uit de jaren tachtig van de 20e-eeuw.

In deze woningen hebben in de eerste helft van de 20e-eeuw gewoond: Schouten, Keultjes, Gieling, Vos, Sesink, Van Ditshuizen, Sleijster, Mulderij, Sanders Van Tuil, Ultee en Diderichs.

Dat het college van Burgemeester en Wethouders in 1915 snel handelt blijkt uit het feit, dat al daags na de aanvraag van de vergunning toestemming tot bouwen wordt verleend.

 

 

1915   Het Spyckse veer over de Rijn, tussen de op de rechter rivieroever gelegen plaatsen Lobith-Tolkamer en Elten en het op de andere zijde gelegen Spyck bij het stadje Griethausen, wordt opgeheven. 
In de 18e en het begin van de 19e eeuw heeft dit veer tot de belangrijke veren behoort, maar in de loop van de 19e eeuw neemt de betekenis sterk af door veranderde verkeersstromen en de komst van de spoorverbinding Zevenaar - Kleve, waarvoor even verder stroomopwaarts een stoompont in de vaart komt.     


Het Spyckse veer met op de achtergrond Laag- en Hoog-Elten (Johannes Leupenius, 1741)
Omstreeks 1840 vaart het Spyckse veer nog met een zeilpont geschikt voor 100 mensen, 15 paarden of twee met paarden bespannen wagens. Een halve eeuw later is het nog maar een onbetekenend voetveer.

 

1915    Door de oorlogssituatie, alle buurlanden zijn in een weerzinwekkende oorlog verwikkeld, ontstaan tekorten waardoor de prijzen stijgen en de armoede ook in de Liemers snel toeneemt. Daarentegen zijn er ook velen die door de smokkelhandel met Duitsland snel en grof geld verdienen. 
 


Koningsstraat (nu Hoofdstraat) in Lobith-Tolkamer, omstreeks 1915

1916    Ondanks armoede en werkeloosheid, mede door de oorlog in buurlanden, viert Oud-Zevenaar het zilveren priesterfeest van pastoor C.T. Voss de "weldoener der armen".

1916   Op donderdag 21 september overlijdt in 's-Gravenhage Jean P.R.M. de Neree tot Babberich, vanaf 1893 vooraanstaand lid van de Raad van Staten. Vier dagen later wordt hij per staatsspoor naar Zevenaar overgebracht en begraven in het familiegraf naast de R.K. kerk in Oud-Zevenaar. Zijn begrafenis wordt onder meer bijgewoond door: prins Hendrik, de ministers Cort v. d. Linden, Ort en Lely, de oud-ministers Rink en Nelissen, de commissaris van de koningin Sweerts de Landas, de burgemeester van 's-Gravenhage Van Karnebeek, de vice-president en leden van de Raad van Staten, leden van de Hoge Raad en vele gedeputeerden.


Jean de Neree 
(1850-1916)

1916    In Pannerden is pastoor Felix Roelofs de eerste pastoor die in de Martinusparochie zijn gouden priesterfeest viert. Hij is pastoor in Pannerden van 1 november 1889 tot zijn dood op 1e Kerstdag 1924. Pastoor Roelofs, vermaard om zijn indrukwekkende zondagse preken, is pastoor in de periode (1903 - 1927) dat de familie Van Keulen - Jurrius (over-overgrootouders van Sam, Simon en Sjef van Keulen) in Pannerden woonachtig is geweest. Roelofs wordt in januari 1925 opgevolgd door Johannes Brugman, die op 15 augustus 1961 zijn 60-jarig priesterfeest viert.

 

 

 

Afbeelding van de Pannerdense Dorpstraat met pastorie uit 1923

Op het moment dat deze foto is genomen woont pastoor Roelofs in deze pastorie.

De familie Van Keulen-Jurrius woont van 1903 tot 1927 op een boerderij in Pannerden .

In januari 1926 staat Pannerden na een dijkdoorbraak vrijwel volledig onder water. De boerderij van de familie Van Keulen is een van de weinige huizen die niet onder water staat, niettemin verhuist de familie een jaar later naar een boerderij in Ooy bij Zevenaar.


1916  Jac. P. Thijsse schrijft in zijn vermaarde in 1916 uitgegeven album "De IJssel" over de schoonheid van onze omgeving.

 

                                            


De IJssel in de omgeving van Angerlo (afbeelding 92, JP Thijsse,  1916)
 

1916    Op woensdag 28 juni wordt in Zevenaar een nieuw postkantoor in gebruik genomen in de voormalige Doelentuin. Dit inmiddels honderd jaar oude gebouw heeft tot in het begin van de 21e eeuw dienst gedaan als postkantoor.

 

Op deze opname uit de twintiger jaren van de 20e-eeuw zien we rechts het Zevenaarse postkantoor en links de inktfabriek van Von Gimborn.

De oplevering van het postkantoor in 1916 moet enkele maanden worden uitgesteld als gevolg van de oorlogstoestand van de Eerste Wereldoorlog waardoor de aanvoer van bouwmaterialen vertraagd is. 

Tot 1916 is het postkantoor gevestigd in een pand op de hoek Kerkstraat en Kostschoollaan. In dit pand komen later achtereenvolgens de bakkers Hagdorn, Berntsen, De Lorijn en Seegers.  

1917    Het Zevenaarse ziekenhuis wordt uitgebreid tot 44 bedden. Er komt een tweede verdieping en een tweede operatiekamer. De verpleegprijs per dag bedraagt 1,10 gulden (ongeveer 0,50 euro).


Ziekenhuis omstreeks 1910
 


Ziekenhuis omstreeks 1920
 

1917    De oorlog in Europa veroorzaakt ook in de Liemers grote tekorten, armoede en werkeloosheid. Toch ontstaat in de Liemers, dat van oudsher veel contacten met Duitsland heeft, geen anti-Duitse stemming.


1917    Chr.J. Polman (over-overgrootvader van Sam, Simon en Sjef van Keulen) plaatst naast zijn huis aan de Grietsestraat een gebouw dat in eerste instantie bestemd is als dansgelegenheid, maar in 1917 / 1918 (gedurende de Eerste Wereldoorlog) worden er krijgsgevangenen van diverse nationaliteiten in ondergebracht.

Voorzijde dansgelegenheid, bouwtekening 1916

In dit gebouw is ook enige tijd een bioscoop gevestigd van de Eindhovense ondernemers Van Tuyl en Van de Werf, waarbij het mechanische gedeelte voor het draaien van de films vanuit de naastgelegen bakkerij van Christiaan Polman wordt bestuurd.

Aangezien de bioscoop slecht loopt, wordt het gebouw eind 1926 afgebroken en bouwt Polman op die plaats een dubbel woonhuis, dat wordt verhuurd aan de families Siweck en Bos. Latere bewoners zijn onder meer: Tiemego, Vorstelman, Kuppens, Peters, Van Geffen en Krist. In 1968 koopt Tjon An The het pand en verbouwt het tot een Chinees-Indisch restaurant met bovenwoning. In november 2001 wordt het gesloten en maakt het plaats voor een nieuw winkelcentrum.

 

1917     Piet  Pennards, beter bekend als Piet van de Tol, wordt eigenaar van het in de Liemers vermaarde "Hotel Juliana" in Zeddam. Deze op de kruising van de wegen naar Beek, Terborg, 's-Heerenberg en Zeddam gelegen uitspanning, die zich bevindt op de plaats waar tot het begin van de 20e eeuw tol is geheven, wordt in latere jaren "Het Tolhuis" genoemd. In de jaren dertig legt Piet een speeltuin aan met onder meer een carrousel, glijbaan, schommels, rekstokken, uitkijktoren en draaitrommels.


  Piet van de Tol
   halverwege 20e eeuw

  Advertentie van Hotel Juliana in Zeddam (1921)



                    Advertentie omstreeks 1934

                                        Ansicht, jaren dertig 

 

1917    In Didam gaat het Rijks Quarantaine Station van start, waar in totaal ongeveer 2500 deserteurs van vele nationaliteiten worden ondergebracht. Zieke militairen worden in afzondering verpleegd in houten barakken. Naast influenza is tuberculose (vliegende tering) een besmettelijke aandoening, die aan velen het leven kost. Directeur wordt de Didamse dominee Stork. Na de opheffing in 1919 worden de houten barakken gebruikt voor een kinderkamp, waar in de periode 1919 tot 1929 ongeveer 4000 verzwakte stadskinderen worden ondergebracht om weer op krachten te komen. Directeur van het kinderkamp wordt eveneens dominee Stork.
  
Quarantaine-station Didam in 1918
Links: Per speciale "lazeret" trein worden deserteurs na verblijf in het Didamse Rijks Quarantaine station naar eigen land vervoerd.

In het midden met hoed op het hoofd: de directeur van deze inrichting, dominee G. Stork
Rechts Twee zieken, een verpleegster en het directeursechtpaar. Zieke militairen worden in afzondering verpleegd in houten barakken. Naast influenza is tuberculose (vliegende tering) een besmettelijke aandoening, die aan velen het leven kost.

1918     Op maandag 27 mei meldt het persbureau Reuter dat de Spaanse koning alsmede Spaanse ministers lijden aan een geheimzinnige aandoening, die later de geschiedenisboeken ingaat als de "Spaanse griep van 1918". Een aandoening waaraan wereldwijd 20 miljoen mensen sterven. Omstreeks 10 juli komt bij Zevenaar de Spaanse griep de Liemers binnen, nadat in Elten en Emmerik enkele honderden gevallen van griep zijn geconstateerd.
De wereldwijde influenza-epidemie teistert ook de Liemers. Graafschapbode 19 november 1918: "Overal, in 't binnenland hoort men van ziekte en sterven. In de dorpen luidt dag aan dag de doodsklok". Enkele voorbeelden: Angerlo: 14 doden, Herwen en Aerdt 30 doden en Zevenaar 16 doden a.g.v. influenza. 


Begrafenis in 1918 van een gedeserteerde Franse soldaat, overleden in het Rijks Quarantainekamp in Didam.

 1918    Op maandag 11 november komt een eind aan een onvoorstelbaar bizarre, gruwelijke en weerzinwekkende oorlog (Wereldoorlog I). Een groot deel van de Europese vooral mannelijke jeugd is afgeslacht. Naast de ongeveer 9 miljoen (!) dodelijke slachtoffers, zijn vele miljoenen levens geknakt en gezinnen kapot gemaakt. Het immense leed onder soldaten en burgerbevolking veroorzaakt een golf van verzet en in veel Europese landen worden vorstenhuizen onttroond. Nederland en ook de Liemers zijn de dans van het oorlogsgeweld ontsprongen maar lijden  wel onder de ontberingen (armoede), onzekerheid en angsten. Anderzijds hebben sommigen zich met smokkelhandel verrijkt.

Het Nederlandse leger blijft vanaf 1914 vier lange jaren gemobiliseerd. Gelukkig is Nederland buiten de oorlog gebleven maar de langdurige militaire mobilisatie heeft ook onder Liemerse soldaten tot veel verveling en de nodige frustraties geleid..

Sommige soldaten zijn tijdens de mobilisatie bij particulieren ondergebracht zoals Jan Kobessen (1896 - 1952) uit het Gelderse Etten (afbeelding links), die ingekwartierd is bij de familie Polman (over-overgrootouders van Sam, Simon en Sjef van Keulen) in hun grote huis aan de Grietsestraat 72 te Zevenaar. Marie Beijer, de echtgenote van Jan Kobussen, wordt bij de familie Polman hulp in de huishouding. Na de mobilisatie blijven de families Kobessen-Beijer en Polman bevriend. Jan Kobessen overlijdt maandag 27 oktober 1952 op 56-jarige leeftijd aan diabetes (suikerziekte), dat in die tijd nog moeilijk te behandelen is.     

 

1919    Het Kamp Didam, dat in 1917 geopend is om Duitse burgers en deserteurs op te vangen, wordt in 1919 ingericht voor de opvang van sterk verzwakte stadskinderen ("bleekneusjes").

 


Kamp Didam, waar na de Eerste Wereldoorlog stadskinderen worden opgevangen om aan te sterken. Het Kamp Didam heeft gestaan op de plaats waar zich in onze tegenwoordige tijd industrieterrein De Fluun I, bevindt. 

1919    De tabaksondernemer Buschhammer sticht een sigarettenfabriek in de Kerkstraat in Zevenaar. Enige jaren later komt deze fabriek in handen van de Turmac en vele decennia later in handen van de British American Tobacco (B.A.T.). Wanneer de B.A.T. aan het begin van de 21e eeuw de productie van sigaretten in Zevenaar staakt, koopt de gemeente het pand en verbouwt het tot stadskantoor / gemeentehuis.

 

Helemaal rechts Huize Rijck in de Stationsstraat, waarin o.m. achtereenvolgens woonden de families Frowein, Buschhammer en Hazewinkel. Momenteel is Huize Rijck kantoor van de ernaast gelegen B.A.T.-sigarettenfabriek. Het grote gebouw waarboven de kerktoren uitkomt is de tabaksschuur waar Buschammer (later Turmac/B.A.T.) in 1919 met de productie van "cigarettes" begon.

Opmerking: Inmiddels (december 2008) heeft de British American Tobacco (B.A.T.) de sigarettenproductie in Zevenaar beeindigd, waarmee een eind is gekomen aan een periode van 90 jaar sigarettenproductie in Zevenaar. 


1919   
Bij wet van 4 november 1919 "betreffende den aanleg van Scheepvaartkanalen naar Twenthe" wordt besloten tot het graven van kanalen tussen Twente en de rivieren Rijn en IJssel. Het Twentekanaal wordt als uitvloeisel van deze wet in de jaren 1930-1936 in het kader van de werkverschaffing deels met de hand gegraven. Het eveneens beoogde Twenthe-Rijnkanaal tussen Lobith en Almen wordt echter nooit gerealiseerd.

 

1919    In Didam gaat de Katholieke Volkshuishoudschool St. Oda van start. Hiermee krijgt de gemeente Didam voor het eerst in haar geschiedenis een school voor voortgezet onderwijs. In de jaren dertig krijgt de school een belangrijke streekfunctie en wordt het dan te kleine schoolgebouw aanzienlijk vergroot. In het midden van de 20e eeuw wordt de vergrote huishoudschool opnieuw veel te klein en in 1953 wordt een nieuwe school aan de Bodenclauwstraat geopend.

 


      Huishoudschool in Didam, omstreeks 1924