in zo verre relevant voor genealogie Van Keulen - Polman

1940 - 1945

In de geschiedenis ligt de nadruk doorgaans op machtige mensen. In www.liemershistorie.nl vooral aandacht voor de geschiedenis van gewone mensen, hun zwoegen voor een menswaardig bestaan want de overgrote meerderheid van de bevolking heeft tot halverwege de 20e eeuw doorgaans op de rand van een bestaansminimum geleefd waarbij misoogsten, ziekten, oorlogen en (natuur)rampen kwellingen zijn die de mensen bij voortduring hard hebben getroffen. Indrukwekkend is hoe velen onder moeilijke omstandigheden toch het hoofd boven water hebben kunnen houden.

1940    In het voorjaar van 1940 neemt de Duitse dreiging snel toe. Regelmatig vliegen Duitse vliegtuigen over Zevenaar. Gemotiveerde inwoners bouwen in de Didamsestraat, onder leiding van de veldwachter, de "Oswald-linie" een goed bedoeld, maar naar op 10 mei zal blijken, nutteloos verdedigingswerk bestaande uit zand, stenen, prikkeldraad en schuinliggende boerenkarren.  

1940    Op Goede Vrijdag 22 maart 1940 vindt in onze regio op zeer grote hoogte een luchtgevecht plaats. Een Spitfire van de Britse Royal Air Force, die op de terugweg is van een fotoverkenningsvlucht boven het Duitse Ruhrgebied, wordt door een Duits vliegtuig onderschept en komt om 12.41 uur neer nabij de Kruisdijk tussen Herwen en Lobith. De piloot Claude Wheatley komt hierbij om het leven. Zijn parachute heeft zich niet geopend. Hij stort ter aarde aan de Duitse zijde van de Rijn, in de weide van Gottfried Derksen bij Duffelward en wordt door de Duitsers nog dezelfde dag met militaire eer begraven.


Omstanders aanschouwen op 22 maart 1940 de resten van de neergestorte Spitfire
Collectie Sander Woonings, Arga (Aircraft Research Group Achterhoek)

 

1940    In de maanden voor mei wordt steeds duidelijker dat de oorlog aanstaande is. Op 14 april vindt in de namiddag boven Babberich een luchtgevecht plaats tussen een Engels vliegtuig, dat een verkenningsvlucht uitvoert, en enkele Duitse vliegtuigen. Het Engelse vliegtuig stort neer waarbij de drie inzittenden omkomen. Het zijn: de 27-jarige piloot H.G. Graham Hogg, de 26-jarige waarnemer J.R. Proctor en de 21-jarige monteur J. Shuttleworth.

 


De op 14 april 1940 gesneuvelde Engelse soldaten worden met militaire eer begraven

 

1940    De nacht van 10 mei: Grote aantallen Duitse vliegtuigen komen over. Een onafzienbaar leger Duitse soldaten gaat via de Babberichseweg en de Arnhemseweg richting Westervoort. Na het opblazen van de Westervoortse brug ontstaat een file aan Duitse oorlogsvoertuigen van 20 km tot Emmerich.

 


De op vrijdag 10 mei in alle vroegte om 4.45 uur verwoeste Westervoortse brug

1940     Tijdens de oorlogsdagen van mei 1940 sneuvelen ruim tweeduizend Nederlandse militairen. Daaronder enkele tientallen soldaten uit de Liemers. De meeste van hen zijn gesneuveld op de Grebbeberg in Rhenen. Het aantal op de Grebbeberg gesneuvelde Liemerse militairen is relatief zeer hoog, ongeveer 30. 
Het totale aantal gewonde Nederlandse militairen in mei 1940, lange tijd geschat op drieduizend, blijkt (uit onderzoek van de historicus Kruit in 2008) in werkelijkheid substantieel hoger namelijk zevenduizend.  Op 14 mei 1940 capituleert het Nederlandse leger.  


In de ochtend van 11 mei 1940 begint de slag om de Grebbeberg, die drie lange dagen duurt. De Grebbeberg is het toneel van hevige gevechten, tragiek en wanhoop. De Nederlandse offers zijn enorm. Bij de slag om de Grebbeberg sneuvelen ongeveer 425 Nederlandse soldaten. Onder de gesneuvelden maar liefst 30 soldaten uit de Liemers.

Onder de gesneuvelde militairen uit de Liemers: Wim Berntsen (foto bidprentje) uit Loerbeek. Hij sneuvelt op 13 mei (Tweede Pinksterdag) op de Grebbeberg op 19-jarige leeftijd. Als oudste van de negen kinderen van het molenaarsgezin Berntsen is hij voorbestemd zijn vader als molenaar op te volgen, maar het noodlot beslist anders.

 


1940
    In juni worden de tijdens en na de Duitse inval krijgsgemaakte Nederlandse soldaten weer in vrijheid gesteld

In vrijheid gestelde Nederlandse krijgsgevangenen komen in goederenwagons terug in Nederland. Op de foto zien we de enthousiaste aankomst  van de Nederlandse soldaten in Westervoort. Omdat de IJsselbrug vernield is, moeten de soldaten lopend over de schipbrug naar Arnhem.

 

1940    Op maandagmiddag 11 november breekt brand uit in het imposante pand van de familie Nass aan de Dorpsstraat in Groessen. Het pand is niet te redden maar de brandweercorpsen van Duiven, Zevenaar en Arnhem slagen er met grote moeite wel in om de belendende panden, waaronder het tegenover het brandende gebouw staande nonnenklooster, te behouden. De brand is vermoedelijk ontstaan bij een benzinemotor, die bij het dorsen is gebruikt.

 


Het markante pand van Nass met de bijzondere trapgevels en halfronde ramen staat op vele ansichten zoals deze uit 1899. Links op de achtergrond bevindt zich de pastorie (in de oudste vorm) en op de voorgrond zien we bouwland. 


1941
  In diverse brieven wijzen de Nederlandse bisschoppen het lidmaatschap van de N.S.B. af. Elke vrijwillige deelname aan de N.S.B. moet volgens de bisschoppen leiden tot uitsluiting van het ontvangen van de katholieke sacramenten. Het is een buitengewoon dappere taal in oorlogstijd. Voor de overwegend katholieke bevolking van de Liemers is dit een extra argument om verre te blijven van de N.S.B

1941    In de loop van zondag 26 januari treedt de overlaat bij Spijk in werking waardoor enorme hoeveelheden water in de Oude Rijn worden gestuwd. Een groot deel van de Liemers komt in de daarop volgende dagen onder water te staan.


Spijkse overlaat

 

1941    Op maandag 26 mei 1941 bezoekt aartsbisschop Mgr. Jan de Jong (1885 - 1955) het juvenaat in Zevenaar en de kostschool in Wehl. 
Gedurende de Tweede Wereldoorlog geeft Mgr. de Jong op indrukwekkende wijze leiding aan het R.K. verzet tegen de Duitse bezetter. Zo vaardigt hij een door pater Titus Brandsma ontworpen verbod uit over het plaatsen van N.S.B.-advertenties in R.K. dagbladen. Na de oorlog wordt hij in februari 1946 door de paus tot kardinaal benoemd waarmee hij de allereerste Nederlandse kardinaal sedert de reformatie wordt. Als eerbetoon zijn o.a. in Didam de Kardinaal de Jonglaan en in Zevenaar de Kardinaal de Jongstraat naar hem genoemd.

 

1941    Op donderdag 19 juni 1941 vertrekt het stoomschip Berenice met 22 passagiers en 26 bemanningsleden voor wat later blijkt de laatste reis. Op weg van Bordeaux naar Engeland wordt het schip op de Atlantische Oceaan door een Duitse U-boot getorpedeerd. Slechts 9 mensen overleven de ramp.
In Lobith-Tuindorp is de Berenicestraat naar dit schip, dat in 1919 op de scheepswerf in Tolkamer is gebouwd, genoemd.



1941    Op woensdag 30 juli trouwen op het gemeentehuis van Zevenaar (Didamsestraat) Louis (A.G.M.) van Keulen en Mies (M.J.C.) Polman, overgrootouders van Sam, Simon en Sjef van Keulen; de kerkelijke bevestiging vindt plaats in de St. Andreaskerk in Zevenaar. 

 

Huwelijksfoto van Louis van Keulen en Mies Polman
30 juli 1941

In verband met de oorlogssituatie verblijft de bruidegom de nacht voor het huwelijk niet in het ouderlijk huis (Pannerdenseweg) maar in de toekomstige woning (Zwarteweg 6). Door een vergissing gaat de koetsier met  paard en koets op de dag van de bruiloft echter niet naar de Zwarteweg maar naar de Pannerdenseweg. Daar aangekomen blijkt de vergissing en in allerijl wordt vertrokken naar de Zwarteweg en vervolgens (te laat) naar de Grietsestraat om de bruid op te halen.   

Na de kerkelijke inzegening van het huwelijk vindt het huwelijksfeest plaats in zaal Polman (ouders bruid), Grietsestraat 72 in Zevenaar. Vanwege de oorlogsomstandigheden moet het feest op een zodanig tijdstip beeindigd zijn, dat iedereen voor 24.00 uur op de  plaats van bestemming is. Wat betreft het weer heeft men niet te klagen, want woensdag 30 juli  1941 is een warme, zonnige dag. Na 30 juli slaat het weer volledig om en er volgt een zeer lange periode met overvloedige regenval. 

    

 

1941    Het departement van Landbouw en Visserij legt de ruilverkaveling in het Duivense Broek van bovenaf op. De voorvechter van deze ruilverkaveling Ir. H. Verheij, directeur van de Didamse Land- en Tuinbouwschool, krijgt veel kritiek van de plaatselijke boeren. Wanneer de ruilverkaveling is gerealiseerd, verdwijnt de kritiek echter als sneeuw voor de zon. De herverkaveling leidt tot een betere waterhuishouding, betere bereikbaarheid van het land en verbetering van de grondkwaliteit.  

1941    Het verplichte persoonsbewijs voor alle personen vanaf 17 jaar wordt ingevoerd, voor Joden voorzien van de letter J.

1942   Kapelaan J. Pothof van de Zevenaarse R.K. Andreaskerk wordt door de Duitse bezetter gearresteerd en overgebracht naar het concentratiekamp Amersfoort. De reden van zijn gevangenschap is dat hij tijdens de zeer koude wintermaanden (januari/februari 1942) geld heeft uitgedeeld aan werkloze arbeiders in Zevenaar. Na zijn gevangenschap keert Pothof terug naar Zevenaar, waar hij tot zijn vertrek in 1946 naar Rietmolen kapelaan blijft.

 

 


Zevenaar, omstreeks 1940, met marktoverkapping en R.K.. Andreaskerk 
Op de achtergrond rechts bevindt zich de R.K. pastorie, waar kapelaan Pothof woont bij zijn arrestatie in 1942. 
(foto:
Ton Spamer, Deurne)

 

1942   Jonge Wacht, de katholieke jeugdbeweging vergelijkbaar met de verkenners, wordt in opdracht van de Duitse bezetter ook in de Liemers opgeheven.

 

 

 

1942   In de gehele Liemers worden op last van de Duitsers de klokken uit de torens gehaald om als grondstof te dienen voor de Duitse wapenindustrie. De oudste klok van de Andreaskerk (in 1648 gegoten) komt in 1945 vanuit Tilburg weer in Zevenaar terug. Om de klok weer in de toren te krijgen, moet een deel van de muur worden afgebroken en daarna weer opgebouwd.

 

 


Zevenaar (1942) met op de achtergrond de R.K. Andreaskerk 
(foto:
Ton Spamer, Deurne)



1942
    De 's-Heerenbergse pastoor Galama en zijn kapelaans M. van Rooijen en R. Hegge, die de plaatselijke bevolking waarschuwen tegen de leer van de NSB, worden door de Duitsers opgepakt. Jan Galama  en Marinus van Rooyen overlijden in 1942 in Dachau na vele mishandelingen te hebben ondergaan. Naar Marinus van Rooyen wordt na de oorlog de voetbalclub MvR genoemd. Kapelaan Regnerus Hegge is door de Duitsers overgebracht naar het concentratiekamp Bergen Belsen, waar hij ernstig is mishandeld maar in mei 1945 wordt bevrijd.

Op bovenstaande foto (1935) t. g. v. het onderwijsjubileum van juffrouw Vallinga, zien we onder meer pastoor Galama en kapelaan van Rooyen.
Zittend v.l.n.r. kapelaan Kloppenborg, kapelaan van Rooyen (vermoord in Dachau in 1942), onderwijzeres Mensing, Els Egbers (dochter van het hoofd der  school), juffrouw Renee (vriendin van Vallinga), juffrouw Vallinga (onderwijzeres), G.J. Egbers (hoofd der school), pastoor Galama (vermoord in Dachau in 1942) en de heer J. Thuis (schoolbestuur). Staand v.l.n.r.: Louis van Keulen, onbekend, mevrouw A.M. Egbers-Tielkes (echtgenote van het schoolhoofd) en onderwijzer Ten Velde.
Informatie ontvangen september 2009 van dhr. H. Egbers uit Baarle-Nassau, zoon van het hoofd der school.

1942      Als vijfde Gelderse gemeente krijgt Herwen en Aerdt na het overlijden van burgemeester Bruns een N.S.B.'er als burgemeester. Bij de installatie van de N.S.B. burgemeester J. Hesselink in zaal van den Dungen in Herwen is het druk met vooral partijgenoten van elders. De plaatselijke bevolking houdt zich grotendeels afzijdig.

Advertentie in het regionale weekblad WAHALTO (Week- en advertentieblad voor Herwen, Aerdt, Lobith, Tolkamer en omstreken) op 25 juli 1942


Hesselink arriveert per extra boot van de stoombootonderneming Concordia uit Arnhem.  Ongeveer 250 N.S.B.ers verwelkomen Hesselink aan de kade.

1942    Op 1 december wordt de uit 1819 stammende tol tussen Didam en Zevenaar opgeheven.

De tol aan de Tatelaarweg (later Zevenaarseweg), die in 1932 nog bijna tienduizend gulden aan tolgelden opbrengt, wordt op 1 december 1942 opgeheven. 


1943   
Op vrijdag 12 maart  stort een door de Duitsers neergeschoten Engelse bommenwerper op de boerderij van de familie Giezen-Jordens aan de Zuidermarkweg in Beek. Hierbij komen naast de acht bemanningsleden van het vliegtuig ook Johannes Giezen (50 jaar) en zijn zoons Wim (18 jaar) en Bernard (16 jaar) om het leven.
Giezens vrouw en de vier jongste kinderen, Toon, Lies, Mieneke en Jan, hebben de ramp overleefd.

 

Johannes Giezen en zijn zoons Bernard en Wim (rechts)
Bij de ramp gaat alles van het gezin Giezen in vlammen op. Om toch een tastbare herinnering te hebben aan hun overleden familieleden zijn hun pasfoto's opgevraagd bij een ministerie in Den Haag; aan de hand daarvan is het gezamenlijk portret van vader Giezen en zijn twee zoons getekend dat hiernaast is weergegeven.

Aangetrokken door het geronk van de aanstormende bommenwerper is Giezen met zijn oudste zoon Wim naar buiten gerend om poolshoogte te nemen. Bernard gaat even later ook naar buiten, maar is waarschijnlijk nog binnen wanneer het toestel neerstort. Hij wordt de volgende dag (13 maart) dood gevonden. De stoffelijke resten van zijn vader en broer worden pas later gevonden. Allen zijn op 20 maart begraven op het rooms-katholieke kerkhof van Beek, naast de acht omgekomen bemanningsleden van het vliegtuig.

 

 

1943    In augustus 1943 maakt kunstenaar Piet van Dokkum (1910 - 1990) een tekening van Lathum. Hierdoor blijft een bijzonder beeld van het dorpshart, zoals dit is in het midden van de Tweede Wereldoorlog, bewaard.

 

1943    Gedurende de oorlog is de woning van Henricus J.E. Smits in de Dorpsstraat in Babberichhet trefpunt van het verzet rond Babberich, Lobith, Pannerden en Zevenaar. Piloten krijgen er onderdak en verzorging, onderduikers waaronder Joden worden er verzorgd en vervolgens op onderduikadressen ondergebracht. 
Henricus J.E. Smits, schuilnaam in de oorlog "Harrie van de grens", is werkzaam als douanebeambte bij de grenspost Babberich. Hierdoor kan hij zich redelijk vrij  bewegen, gedekt door zijn papieren en is hij buitengewoon bekend met alle paden en paadjes in het grensgebied.


 Douanekantoor Babberich (1931)
 Smits is  werkzaam bij de douane in Babberich. 

1943    In 1943 worden een aantal scholen in Zevenaar door de Wehrmacht gevorderd.

 


Ook de R.K. Muloschool in de Nieuwe Doelenstraat moet in 1943 op last van de Wehrmacht worden ontruimd. Voor vier klassen van de plaatselijke Mulo kan het onderwijs worden voortgezet  in ruimten van de Turmac.

Op deze foto een R.K. Mulo-klas die gehuisvest is in de Turmac. Achter in de klas leraar Jan Dapper (links) en daarnaast het hoofd van de school J.Th.G. Gerrits.  

Dhr. J.Th.G. Gerrits (* Duiven 1890 -  Zevenaar 1965) is vele decennia hoofd van deze school geweest. Hij geniet aanzien en wordt alom gerespecteerd. Vanwege zijn lengte wordt hij vaak "lange Jan" genoemd. In zijn vrije tijd is hij een verdienstelijk kunstschilder. Als hoofd van de Mulo wordt de heer Gerrits halverwege de jaren vijftig opgevolgd door de heer Hofmans.

Jan Dapper is tientallen jaren leraar op deze school geweest. Hij is afkomstig van Schoorl en woont met zijn zus in de Molenstraat in Zevenaar. Na zijn pensionering, omstreeks 1960, gaan ze terug naar Noord-Holland.

 

1944    Op woensdagavond 3 mei vindt omstreeks 18.00 uur een tragisch ongeluk plaats op het overzetbootje tussen Pannerden en Millingen waarbij zes van de zeven opvarenden verdrinken. Hun  bootje kantelt op een onrustig water. Alleen de heer J. Roos (50 jaar) uit Lobith slaagt er in zichzelf drijvende te houden en wordt na een half uur gered. De overige inzittenden, waaronder de 71-jarige veerman Eerden en zijn zoon, verdwijnen in de golven en verdrinken. De slachtoffers zijn afkomstig uit Pannerden, Herwen en Aerdt.

1944    Op vrijdag 25 augustus worden op het Zevenaarse stationsemplacement vijf tanks met ieder 200.000 liter olie getroffen door geallieerde vliegers.
Dinsdag 5 september "dolle dinsdag": Bij station Duiven wordt een trein met zeven tankwagons met benzine in brand geschoten.
In oktober vliegt een geallieerde piloot genaamd Bernice Royce zich te pletter tegen de toren van de Zevenaarse Andreaskerk.

 

 

Het stationsemplacement in Zevenaar op vrijdag 25 augustus 1944 nadat vijf olietanks in brand zijn geschoten. De roetzwarte rook is tot in Arnhem en Doetinchem te zien.

 

1944      Op zondag 17 september is Hitlers Reichskommissar voor Nederland Arthur Seyss-Inquart in Zevenaar in het door de Duitsers gevorderde Juvenaat aan de Babberichseweg, dat dient als controlecentrum van de SS. In de tuin van het Juvenaat aanschouwt Seyss-Inquart op de eerste dag van de Slag om Arnhem gespannen de armada van geallieerde vliegtuigen die overvliegt. Op deze dag regent het bovendien bommen op Duitse oliewagons bij station Zevenaar.

 


Het juvenaat in Zevenaar, een kostschool voor schipperskinderen, krijgt tijdens de oorlogsjaren een sinistere bestemming. In het door de SS gevorderde gebouw worden gijzelaars, dwangarbeiders en verzetsmensen verhoord, gemarteld en/of opgesloten.

1944    Op dinsdag 19 september wordt een aantal Duitse vliegtuigen boven de omgeving van Duiven, Groessen en Loo aangevallen door Engelse jagers, waarbij zes Duitse vliegtuigen worden uitgeschakeld. Twee Groessense jongens, de broers Jan en Piet Meuwsen 23 en 17 jaar, die hulp willen bieden bij een neergestort toestel worden door gefrustreerde Duitse SS-soldaten gefusilleerd. Alvorens de jongens worden dood geschoten, worden ze gedwongen om in de uiterwaarden zelf hun graf te graven. De verslagenheid en woede zijn groot.

Aanvulling ontvangen van Arnoldus Bosman uit Groessen (januari 2012): Bovenstaande heeft zich afgespeeld in Groessen, omgeving Vossendel achter de dijk. Arnoldus Bosman is erbij geweest tot de broers een andere kant zijn opgerend, nadat het Duitse alarm afging. Arnoldus heeft de broers daarna niet meer gezien. 


Nadat de broers hardhandig zijn verhoord, moeten zij hun tweepersoonsgraf graven, waarna de standrechtelijke executie plaatsvindt; dat is op dinsdag 19 september 1944 omstreeks 20.30 uur.
Op zondag 24 september vindt in de R.K. Kerk in Groessen de herdenkingsdienst plaats voor de beide onschuldige slachtoffers.
Door bemiddeling van de Groessense kapelaan Weterman geven de Duitsers toestemming de stoffelijke overschotten te herbegraven onder voorwaarde dat tijdens de begrafenis geen ongeregeldheden plaatsvinden. Kapelaan Weterman haalt met enkele buurtbewoners de lijken op waarna deze op maandag 25 september op het R.K. kerkhof in Groessen worden herbegraven.
Na de oorlog is helaas nimmer een formeel onderzoek ingesteld, waardoor de schuldigen aan deze brute moorden niet bestraft zijn. 

1944     Op dinsdag 19 september vestigt generaal Harmel het hoofdkwartier van de 10de SS Panzerdivisie in Pannerden. Van hieruit wil hij de gevechten in de Over-Betuwe leiden. In het najaar van 1944, na de mislukte Slag om Arnhem, slagen de Duitsers er in een stellingenoorlog af te dwingen in de Over-Betuwe. De Duitsers beschouwen het gebied tussen Nijmegen en Arnhem als "den Schluessel zum Reich" en dus essentieel voor de verdediging van het Duitse Rijk. In de Liemers en het Gelders Eiland worden tientallen kilometers loopgraven en tankvallen aangebracht door duizenden dwangarbeiders van de "Organisation Todt".       

1944     Op zaterdag 7 oktober 1944 drijven de Duitse bezetters in het centrum van Utrecht duizenden mannen bijeen. Een deel van hen wordt vervolgens gedwongen op transport gezet naar het Overijsselse Havelte om daar werk voor de bezetter te verrichten, een ander deel, 2500 mannen, moet te voet naar Zevenaar om daar graafwerkzaamheden te verrichten. Hoewel de inwoners van Zevenaar het zelf ook moeilijk hebben, ontvangen zij de Utrechtse gevangenen gastvrij en voorzien hen van eten en de noodzakelijkste kledingstukken. 
Na afloop van de oorlog spreken de Utrechtenaren hun grote waardering uit over de hulp, die ze hebben ontvangen van de inwoners van Zevenaar. Heel erg veel waardering is er ook voor de locoburgemeester van Zevenaar, de heer C. Borst, die waar maar enigszins mogelijk de gevangen heeft geholpen. "Voor hem was niets te veel". Mede dank zij zijn inzet zijn veel mannen uiteindelijk weer veilig in Utrecht gekomen.
      

                       

1944    Oktober 1944 - april 1945: Zevenaar en omgeving in de frontlinie

Hof van Berlijn
Dit hotel staat op de hoek Didamsestraat / Grietsestraat in Zevenaar, totdat het 3 april 1945 volledig wordt verwoest.

 

1945     Donderdag 8 februari: Een zwaar Brits bombardement treft Zevenaar. Binnen enige minuten veranderen de Schoolstraat en een deel van de Grietsestraat in een puinhoop: 12 doden en 30 gewonden. Onder de dodelijke slachtoffers: Toos van Ditshuizen-Cornelissen (37 jaar), echtgenote van smid Fre van Ditshuizen en twee van haar kinderen (4 en 1 jaar).

1945    Maandag 12 februari: Babberich, Ooy en Oud-Zevenaar moeten evacueren.               

1945    Vrijdag 23 maart: De Zevenaarse Kerkstraat, in het bijzonder de sigarettenfabriek Turmac en de slagerswinkel van Mul, worden door een bombardement zwaar getroffen. In de winkel van slagerij Mul vallen drie doden.

Op de foto het ouderlijk huis (onder X) van Christiaan Polman (over-overgrootvader van Sam, Simon en Sjef van Keulen); daarnaast (links) de slagerij van Mul (tot 1913 de horlogewinkel  van Raebel) en vervolgens nog net zichtbaar de woning van de vice-consul van Duitsland, de tabakshandelaar M. Buschhammer. Al deze huizen in de Kerkstraat in Zevenaar worden in maart 1944 volledig verwoest. Op de plaats waar eens deze huizen hebben gestaan, bevindt zich in latere jaren het gazon van de Turmac (B.A.T.) - sigarettenfabriek.

 

 

Op deze foto uit 1936 staan voor de ingang van slagerij Mul Chris Jansen (visboer) en slager Jan Mul (rechts).

Slagerij Kees Mul is in 1917 van start gegaan in het pand waar voorheen horlogewinkel Raebel (naast het pand van de familie Polman) is gevestigd. In 1928 vestigt zich de slagerij in het naast gelegen grotere pand dat voorheen van de familie Polman is. In 1933 overlijdt Kees Mul, waarna zijn weduwe Mina Polman (zus van  Christiaan Polman) en zoon Jan de zaak voortzetten.

Alles gaat goed totdat op vrijdag 23 maart 1945 omstreeks 9.00 uur in de ochtend het noodlot toeslaat, wanneer vier Mustang-jagers met raketbommen en mitrailleurvuur de Turmacfabriek en omgeving verwoesten. In slagerij Mul worden hierbij drie mensen gedood:
Johannes (Jan) Mul (*28-11-1912), zijn vrouw Wilhelmina Mul-Verhey (*22-02-1917) en de winkelhulp Wilhelmina Kruijs (*09-09-1923).

     

   


1945
    Op 1 april 1945 (Eerste Paasdag) worden delen van de Liemers bevrijd van de Duitse onderdrukking. Voor Zevenaar en omgeving zal de oorlog nog twee dagen duren.

Tanks van het Canadese Eerste Leger rijden zondagochtend 1 april  's-Heerenberg binnen.  

 

1945    Dinsdag 3 april: Laatste oorlogsnacht in Zevenaar. 's Morgens om drie uur wordt het kruispunt Arnhemseweg - Marktstraat - Grietsestraat - Didamsestraat opgeblazen. De ravage is enorm. De panden van bakkerij van Swaay - Kleve, hotel "De Leeuw", "Hof van Berlijn" en de woning (Huize Hoek) van de freules Van Nispen worden volledig verwoest. Nog geen vier uur later, 's morgens om half 7, trekken de eerste Canadezen Zevenaar binnen. Aan een periode van 7 maanden frontstad te zijn geweest, is een eind gekomen.         

 

Grietsestraat hoek Didamsestraat voor en na 3 april 1945;
een groter contrast is nauwelijks voorstelbaar.

 

 

1945    Op dinsdag 3 april verlaten de Duitsers in een snelle run Westervoort, Duiven, Didam, Huissen, Zevenaar en Pannerden. Voor deze plaatsen is daarmee een eind gekomen aan een bezettingsperiode met ontstellend veel slachtoffers en grote materiele schade.

 

Op deze afbeelding de opgeblazen en volledig verwoeste katholieke kerk in Westervoort met daarnaast cafe Brouwer, dat er nauwelijks beter bij staat.

 

1945      In maart 1945 steken de geallieerden op diverse plaatsen in Duitsland de Rijn over in de richting van Berlijn, maar Britse en Canadese eenheden maken een bocht terug en bouwen begin april een troepenmacht op, die op donderdag 12 april de IJssel bij Westervoort oversteekt om ook het westen van Nederland te bevrijden. Na hevige gevechten wordt Arnhem op zaterdag 14 april ontzet.

 

 

1945    Hoewel de oorlog in de Liemers begin april 1945 voorbij is, vallen er nog doden en gewonden door de vele achtergebleven granaten, mijnen en boobytraps zoals op 20 september wanneer kolenhandelaar Toon Rietbergen met paard en wagen op de 's-Gravenlandsedam over een landmijn rijdt en op slag wordt gedood.


Mijnen in de Veerstraat in Tolkamer (april 1945)

Tot de dodelijke slachtoffers van achtergebleven oorlogstuig behoren vooral kinderen. Zoals:
de vijftienjarige Stephanus Theodorus (Steffie) Stift uit de Middenstraat in Lobith;
de broertjes Gerard (12 jr), Jacob (11 jr) en Jan (8 jr) Nieuwenhuis uit het Tuindorp;
de vijftienjarige Henk Reuser uit Tolkamer;
Kees Cretier (16 jr), Theo Elvering (14 jr), Stan Dietz (13 jr) slachtoffers van een verongelukte Engelse militaire truck beladen met antitankmijnen. Bij dit ongeval op 18 juni 1945 komen ook twee Engelse militairen om: John Allan Rowett (37 jr) en George Brazneill (24 jr). 


 
Henk Reuser, voor wie op 1 juni 1945 
een niet geruimde voetmijn noodlottig wordt.

 
 


1945
    De hulp aan zwaar getroffen Liemerse gemeenten blijft achter, zeker gelet op de immense schade, die ze geleden hebben door oorlogsgeweld en vernielzucht van Duitse soldaten. De gemeentebesturen van Zevenaar, Westervoort, Duiven en Pannerden richten daarom in juli de stichting "De Lijmers" op waarin ze de krachten bundelen ten einde hun belangen bij overheid en hulpinstanties kracht bij te zetten.   

Nevenstaande foto (Jan en Christiaan van Keulen, 29 mei 1948) is genomen in de Grietsestraat in Zevenaar op de plaats waar enkele jaren eerder nog de synagoge stond. Voor de oorlog was er een bloeiende Joodse gemeenschap; in de oorlog is deze gemeenschap weggevaagd. Van de meer dan 10 Zevenaarse families Gans is er na 1945 nog een over.
Het is niet te bevatten!

 


                

 Bovenstaand: Simon van Keulen (2008, 2 jaar oud); kleinzoon van Christiaan van Keulen (rechts op de nevenstaande foto).

    

 


1945
    In september is de oorlogsschade bij de Turmac in zoverre hersteld, dat de productie van sigaretten kan worden hervat.
 

 

De Turmac voor het bombardement in 1940

 

De Turmac direct na het bombardement in 1940