DE GESCHIEDENIS VAN AERDT

Het woord Aerdt (Aard of Aert) betekent -veld-, -bouwland- of -open plaats-, dus goede grond voor de landbouw.

 

697     De H. Willibrord (een later heilig verklaarde Engelse monnik) bouwt de Martini-kerk in Emmerik (Emmerich). Van Willibrord is bekend dat hij een groot respect voor de Frankische heilige Maarten (Martinus) heeft. Kerken in Utrecht en Emmerich zijn door hem naar deze heilige genoemd. Ook de huidige kerk in Herwen en Aerdt is naar Martinus genoemd. Opvallend is dat ook veel andere kerken en/of parochies in de Liemers de naam St. Maarten of St. Martinus dragen, namelijk die van Angerlo/Lathum/Giesbeek, Oud-Zevenaar, Elten, Didam, Doesburg en Pannerden.

800     De verspreiding van het Christelijk geloof over de Liemers vindt plaats.

1120   De eerste stenen kerk in Aerdt is omstreeks 1120 gebouwd en toegewijd aan de Heilige Helena, de moeder van keizer Constantijn de Grote, de eerste christelijke keizer van het Romeinse rijk, die leefde in de 4e eeuw na Christus. De verering voor Helena is meegebracht door de ridders, die terugkeerden van de Kruistochten en haar zo over West-Europa hebben verbreid.
Het eerste stenen kerkje in Aerdt is gebouwd van tufsteen, dat afkomstig is uit het gebied de Eifel in Duitsland; het is toen gebouwd volgens Romaanse stijl: Ronde bogen, lage maar dikke muren en kleine vensters. In de 14e eeuw wordt dit kerkje gesloopt.

1150    Halverwege de 12e eeuw wordt in het Liemerse land een begin gemaakt met de aanleg van dijken. Het zijn lage "zomerdijken" om het zomerwater te keren. Ruim honderd jaar later komen in de "Lijermersch" de eerste winterdijken.

 


Dijkaanleg met eenvoudige hulpmiddelen is een omvangrijke klus, die naast vakmanschap ook veel logistiek inzicht vraagt 


1275    De oudste vermelding van kasteel Byland stamt uit 1275 als de Heer van Pannerden, Willem Doys,  het kasteel als leengoed krijgt van de Hertog van Kleef.  Dit bij Pannerden gelegen kasteel ook genoemd Huis Scathe van Willem Doys wordt in de 16e eeuw door de veranderde loop van de Waal weggespoeld. Op een kaart uit 1631 van Millingen staat de ruine van Huis Bylandt nog in de Waal getekend.  
Voornoemd kasteel Bylandt is niet hetzelfde kasteel Bylandt dat in 1734 door Jan de Beijer is getekend. Dit kasteel, ook bekend als Huis Halt, ligt verder stroomopwaarts bij Bimmen.

 


Kasteel Byland (Jan de Beijer, 1734)

1339    Gelre, waartoe ook Aerdt in deze tijd behoort, wordt door de keizer van Beieren tot hertogdom verheven. Het is een zeer groot en belangrijk hertogdom. Het omvat naast de huidige provincie Gelderland, grote delen van de huidige provincie Limburg (met onder meer Venlo, Venray en Roermond) en delen van het huidige Noord Rijnland-Westfalen met onder meer het stadje Geldern waarnaar het hertogdom Gelre en de latere provincie Gelderland zijn genoemd. Het hertogdom Kleve vormt een wig tussen de Noordelijke en de Zuidelijke delen van Gelre. De zelfstandigheid van Gelre eindigt in 1543.

Omstreeks 1350 omvat het hertogdom Gelre:

1 Het Kwartier van Nijmegen (huidige Betuwe)
2 Het Kwartier van de Veluwe (ook genoemd Kwartier van Arnhem)
3 Het Kwartier van Zutphen (de huidige Achterhoek en Liemers)
4 Het Kwartier van Roermond (het huidige Limburg en delen van Noord Rijnland-Westfalen.

1348     Schriftelijke vermelding van 't Guet tot Aerde, de voorloper van het huidige Huis Aerdt. Omstreeks 1430 wordt 't Guet Aerde, ook wel genoemd Borgh ter Cluse, verwoest. Veel later in het midden van de 17e eeuw wordt op dezelfde plaats Huis Aerdt gebouwd.

1350    Het oude kerkje in Aerdt wordt afgebroken en men bouwt een grotere kerk in gotische stijl met spitsbogen, grotere vensters en steunberen.

1360    Graaf Johan van Kleef bouwt op de splitsing van Rijn en Waal de burcht Schenkenschanz. Deze vlakbij Pannerden gelegen burcht wordt in 1586 omgebouwd tot een fort, dat in de Tachtigjarige Oorlog een belangrijke rol speelt in de strijd tussen de Spanjaarden en de Nederlanders.

1430     Omstreeks deze tijd wordt 't Guet Aerde, ook wel genoemd Borgh ter Cluse, verwoest. Veel later in het midden van de 17e eeuw wordt op dezelfde plaats Huis Aerdt gebouwd.

1450    In de 15e eeuw vindt men het priesterkoor van de Aerdtse kerk te klein en te laag en wordt het vergroot en verhoogd. Via Vlaanderen is de kunst van het houtsnijwerk in onze streek gekomen en daarom wordt het altaar versierd met kostbaar houtsnijwerk.

1473    Tolhuis en de omgeving van Lobith worden toegevoegd aan de parochie in Aerdt. Plannen om de kerk in Aerdt te vergroten worden slechts gedeeltelijk uitgevoerd onder meer door armoede, oorlogen, honger en pest.

1485    Nadat het Huis te Aerdt lange tijd in het bezit is geweest van Willem van Rees en zijn nazaten komt het in 1485 in het bezit van het Gelders-Kleefse geslacht Van der Horst. Deze familie blijft eigenaar totdat het in 1647 wordt verkocht aan Walraven van Steenhuys die het afbreekt en een nieuw huis bouwt dat we in onze huidige tijd nog kennen als Huis Aerdt.

1503    Ook voor de inwoners van Aerdt is de zinderend hete en intens droge zomer een ware beproeving.

1517    Maarten Luther slaat zijn 95 stellingen aan de deur van de slotkerk in Wittenberg.

1536    Het middengedeelte van de Aerdtse kerk, het schip tussen priesterkoor en toren, wordt grotendeels gesloopt en vervangen door hogere nieuwbouw. Tijdens de reformatie, omstreeks 1600,  wordt deze Aerdtse kerk protestants.

 


Het kerkje in Aerdt (1745) al eeuwenlang beeld bepalend in de regio

1557     De vermaarde cartograaf Christiaan sGrooten, geograaf van de Spaanse koning Philips II, brengt het gewest Gelderland in kaart.

Een tweetal details uit de kaart van Christiaan sGrooten betreffende de omgeving van Aerdt (Aert)

In de omgeving van Aert zien we o.a. Sevenaer (Zevenaar), Panderen (Pannerden), Tolhuys (Lobith), Herwen, Halsaff (kasteel Babberich) en Grontsteyn.


1565    Uitzonderlijk strenge winter
waarbij half december 1564 de vorst intreedt. Op 2e kerstdag vriest de Rijn dicht en tot in maart blijft het ijs begaanbaar.

1568
    Begin van de Tachtigjarige Oorlog. De strijd tussen Spaanse en Staatse troepen brengt de bevolking in de Liemers regelmatig tot wanhoop.  

De staatkundige indeling van de Liemers en de omgevende gebieden in de 16e eeuw
Geel: Kleefs gebied   Groen: Gelders / Staats gebied   Licht Groen: Berghs gebied   Wit: zelfstandig gebied
Merk op dat zowel Aerdt als Herwen in de 16e eeuw Gelders (Staats) zijn en door de loop van de Rijn tot de Betuwe behoren.


1572
    Begin juli worden 19 katholieke priesters uit Gorcum ontvoerd naar Den Briel. Als ze daar niet bereid zijn het katholieke geloof af te zweren worden ze een voor een opgehangen. De herinnering aan dit gebeuren, dat bekend staat als een van de dieptepunten in de opstand tegen Spanje, blijft tot ver in de 20e eeuw bij veel katholieken, ook in de Liemers, levend.

Martelaren van Gorcum worden in een schuur terechtgesteld (19e eeuws schilderij van Cesare Fracassini)

De ontvoering van de 19 priesters vindt plaats door watergeuzen onder leiding van hun in 1571 door Willem van Oranje benoemde opperbevelhebber Lumey. Wanneer de priesters niet bereid zijn om het katholieke geloof af te zweren, worden ze in een schuur een voor een opgehangen. Na hun dood worden de 19 martelaren van Gorcum voor veel katholieken ook in de Liemers lichtende bakens in een periode van onderdrukking en duisternis. De herinnering aan het gebeuren in 1572 blijft tot ver in de 20e eeuw levend. Veel katholieken sluiten tot ver in de 20e eeuw hun dagelijks gebed af met: "heilige martelaren van Gorcum bidt voor ons".


1577
    Op zaterdag 2 februari gaat Frederik van den Bergh met zijn troepenmacht in Herwen en Aerdt in kwartier. Tijdens het verblijf maakt het leger zich schuldig aan schandelijke plunderingen en de inwoners worden behandeld als overwonnenen.

1581    De periode 1581 tot 1603 verloopt voor de bevolking in het Gelders - Kleefs grensgebied rampzalig. De Tachtigjarige Oorlog, een meedogenloze strijd tussen Spaanse en Staatse troepen, maakt veel slachtoffers onder de bevolking. Zowel Staatse als Spaanse soldatenbendes trekken regelmatig plunderend en brandstichtend rond. De terreur wordt mede veroorzaakt door de slechte betaling van vooral de Staatse soldaten.

Plundering van een dorp geschilderd door Pieter Molijn (Frans Halsmuseum, Haarlem)
Vooral tijdens de eerste helft van de Tachtigjarige Oorlog gaat de bevolking van het Gelders - Kleefs grensgebied regelmatig gebukt onder de wreedheden en plunderingen van Hollandse en Spaanse soldaten. 

1584
    Op 26 januari vindt in de avonduren een dijkdoorbraak plaats bij de Oliemolen van Leuven / Leuffen (buurtschap tussen Oud-Zevenaar en Groessen). Het betreft de oudst bekende melding van een dijkdoorbraak in de Liemers.

1586     Tijdens de Tachtigjarige Oorlog speelt de beheersing van de rivieren een belangrijke rol. Op de splitsing van Rijn en Waal wordt daarom onder leiding van Maarten Schenk van Nydeggen de door Graaf Johan van Kleef omstreeks 1360 gebouwde burcht uitgebouwd tot een fort (Schenkenschans). Het fort, de 'toegangspoort' tot de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden, wordt lange tijd als onneembaar gezien. Door verandering in de loop van de Rijn verliest het fort in het begin van de 18e eeuw haar strategische betekenis.

Schenkenschans wordt in 1635 door de Spanjaarden veroverd op de Nederlanders, maar wordt een jaar later alweer door Frederik Hendrik van Oranje heroverd.

In 1672 wordt Schenkenschans door Nederland zonder slag of stoot overgeleverd aan Frankrijk, maar in 1681 komt het fort weer in Nederlandse handen. In 1816 wordt het bij het Koninkrijk Pruisen gevoegd. en worden de vestingwerken afgebroken.

Momenteel is Schenkenschanz een klein, stil en vriendelijk Duits dorpje vlakbij Kleve.

 


1591   
Everhardus Egberti wordt de eerste onderwijzer op de (hervormde) school in Aerdt. Hij is opgeleid bij de Jezuiten in Emmerich maar moet zich om zijn functie te kunnen vervullen, bekeren tot het nieuwe (hervormde) geloof. Zonder problemen verloopt dit niet want in 1631 wordt hij ontslagen omdat hij weigert deel te nemen aan het avondmaal. 

1595
    Na een extreem koude winter volgen in maart zware overstromingen. De Lijmerse bandijk breekt op diverse plaatsen door.

1598     In de Over-Betuwe, waartoe in die tijd door de rivierstroom ook Aerdt, Herwen en Pannerden behoren, woedt de pest zo hevig dat het fruit niet geplukt kan worden en het graan op de velden verrot. 

Herwen in de Betuwe; huis Aerdt in 1621
Pentekening van J. Stellingwerf  (Prentenkabinet Rijksuniversiteit Leiden)

 

1598     In de omgeving van Aerdt beschieten Spaanse troepen (onder leiding van Mendoza) en Staatse troepen (onder leiding van Maurits) elkaar met grof geschut. Hierbij worden grote verwoestingen aangericht. Ondermeer het huis Aerdt en de kerk van Oud-Zevenaar worden kapot geschoten. Begin november slagen de Spanjaarden er na een strijd van drie dagen in om Doetinchem te veroveren. Kort daarop dwingen de winterse omstandigheden de strijdende partijen hun winterkwartieren te betrekken. Een jaar later heroveren Staatse troepen niet alleen Doetinchem maar ook Emmerik. 

1599     De Spanjaarden trekken weg en het Gelders Eiland komt onder gezag van de Staten van Holland. 

1600     Omstreeks  deze tijd vindt onder invloed van prins Maurits, die dan in deze omgeving vertoeft, de reformatie plaats. 

1608     Een ontstellend koude winter zorgt voor grote problemen. In januari en februari vriest het zo hard dat zelfs de oudste mensen zich niet herinneren dit ooit eerder te hebben meegemaakt. 

1609     In Aerdt wordt voor het eerst een predikant aangesteld. Het is Hubertus Li(e)selius. Alles wat aan katholiek doet denken, wordt uit de kerk verwijderd: Altaren, beelden en schilderingen. Alle (kunst)voorwerpen gaan verloren

1610     Op vrijdag 22 januari wordt onze regio getroffen door een zware storm. Bij Rees breekt de dijk door. Veel land staat onder water.

1610     De eerste predikant van Aerdt dominee Li(e)selius, die in 1609 is aangesteld, wordt opgevolgd door Henricus Ebbergs. 

1631     Op een kaart van Millingen staan de restanten van het bij Pannerden gelegen Huis Bylandt nog in de Waal getekend. Dit kasteel ook genoemd Huis Scathe van Willem Doys is in de 16e eeuw door de veranderende loop van de Waal weggespoeld. 
Het in 1735 door Jan de Beijer getekende huis Bylandt, ook bekend als Huis Halt, is een ander kasteel en gelegen vlabij Bimmen, een eind stroomopwaarts dus. 

1635  Na een strenge winter volgt, door een dijkdoorbraak bij Loo, een zware overstroming. De Spanjaarden moeten in verband met het hoge water Schenckenschans ontruimen.

1644    Ruysdael schildert het kerkje van Aerdt.
 

 
Schilderij van Ruysdael  met kerkje van Aerdt en op de achtergrond het Lobithse Tolhuis.

 

1647    Nadat het Huis te Aerdt ruim 160 jaar in het bezit is geweest van het geslacht Van der Horst komt het in zeer slechte staat verkerende pand in 1647 in het bezit van Walraven van Steenhuys, die het afbreekt en vervolgens een nieuw Huis Aerdt bouwt. Via zijn kleinzoon Joost gaat het in 1722 over op diens zusterszoon Alexander Walraad van Hugenpoth. Nazaten Hugenpoth bewonen het pand tot 1881. Het pand raakt in een vervallen staat en in 1945 wordt het als gevolg van oorlogshandelingen grotendeels verwoest. In de zestiger jaren van de 20e eeuw wordt het gerestaureerd en daardoor behouden als icoon van de eeuwenoude historie van Herwen en Aerdt


Huis Aerdt na de restauratie in de 20e eeuw

 

1648    Einde van de Tachtigjarige Oorlog: Vrede van Munster

1649    Salomon van Ruysdael (1601 - 1670) schildert het befaamde "Rivierlandschap met veerpont en gezicht op Herwen en Aerdt". 


Rivierlandschap met veerpont en gezicht op Herwen en Aerdt (National Gallery of Art in Washington)

1649    Omstreeks deze tijd tekent de vermaarde kunstenaar Jan Ruyscher (1625 - 1675) vanuit de omgeving van Aerdt het landschap ten zuiden en westen van de Rijn. Het origineel bevindt zich in het British Museum in Londen.


Geheel links nog net zichtbaar Eltenberg, rechts daarvan achtereenvolgens de kerktorens van Laag-Elten en Griethausen. In het midden zien we de heuvels bij Kleef en geheel rechts het dorp Huissen 

1650    Omstreeks deze tijd treedt de zeer invloedrijke familie Van Hugenpoth tot Aerdt officieel weer toe tot de R.K. godsdienst.

1652    Op de resten van slot Ter Cluse, dat tijdens de Tachtigjarige Oorlog is verwoest, wordt Huis Aerdt gebouwd. In de 18e en 19e eeuw zal dit huis de residentie zijn van de adellijke familie van Hugenpoth.

De loop van Rijn en Waal in 1705
Voor de realisatie van het Pannerdens kanaal liggen Herwen (Herwert) en Aerdt (Aert) in de Betuwe. Pas na de aanleg van het Pannerdens kanaal in 1707 komen deze dorpen in de Liemers te liggen.  

1655     Otto van de Sandt, drost van Elten, koopt het huis Aerdenburg in Aerdt. Nakomelingen van deze invloedrijke familie blijven in het bezit van dit uit de 15e eeuw stammende huis totdat eigenaar Theodorus van de Sandt het in 1883 laat slopen.

1670    In Herwen en Aerdt wonen ongeveer 750 mensen waarvan een kleine minderheid (90) tot de gereformeerde kerk behoort. De overgrote meerderheid is rooms-katholiek gebleven.

1684    De winter van 1683 - 1684 verloopt ontstellend koud. Zelfs de oude mensen in Aerdt kunnen zich niet herinneren zo'n extreem koude winter ooit eerder meegemaakt te hebben. De koude valt ver voor Kerstmis 1683 in en duurt tot medio februari 1684. De rivieren vriezen volledig dicht en ijsdikten tot twee Rijnlandse voeten (63 cm) worden gemeten. De winter zorgt voor veel overlast. 

1687    Derck Rutgers van Haren, wonend op het Huis Aerdt, wordt veroordeeld tot het betalen van tweehonderd gulden boete omdat hij bijeenkomsten  van "Roomsgezinden" (katholieken) in Huis Aerdt heeft toegelaten. 

1689    De uit Huissen afkomstige Crijn Jacobus de Mooy wordt schoolmeester in Aerdt. Hij blijft dit ongeveer 55 (!) jaar tot zijn overlijden. In 1745 wordt hij opgevolgd door Johan van Schuylenburgh uit Beekbergen

1695     De eerste maanden van 1695 wordt de bevolking in extreme mate gekweld door de gevolgen van hoog water en geweldige ijsgang.

1707    Op maandag 14 november wordt het Pannerdens kanaal  (Nieuwe Rijn)  geopend.  

De militaire dreiging vanuit Frankrijk  omstreeks 1700 is de directe aanleiding voor de aanleg van het Pannerdens kanaal. De Neder-Rijn en IJssel zijn doorwaadbaar en daardoor zwakke plaatsen in de defensie van de Republiek der Vereenigde Nederlanden. De situatie voor de scheepvaart is daarnaast een belangrijke bijkomstigheid. Dankzij de aanleg van het Pannerdens kanaal (Nieuwe Rijn) worden Neder-Rijn en IJssel beter bevaarbaar. Gedurende de eerste zestig jaar na de aanleg van het kanaal heeft de aanleg echter een rampzalige invloed op de hoogwaterveiligheid. Talrijke dijkdoorbraken in de 18e eeuw zijn een direct gevolg van de aanleg van het Pannerdens kanaal. In de loop der tijd is de rol van het kanaal voor de waterhuishouding echter drastisch gewijzigd en momenteel (in onze tijd) is het de "hoofdkraan van Nederland".  

1707    Door het Pannerdens Kanaal worden Aerdt, Herwen en Pannerden van de Overbetuwe afgesneden en behoren vanaf nu tot de Liemers.

 

Het door het Pannerdens kanaal ontstane "Gelders Eiland" heeft zowel economisch als cultureel belemmerend gewerkt. Aan de andere kant heeft de geisoleerde ligging voor een hechte gemeenschap gezorgd.
Regelmatig hebben  in de Liemers overstromingen plaatsgevonden; de laatste in 1926. In 1995 is het elders in Gelderland uitermate spannend: enkele honderdduizenden mensen moeten (30 januari - 6 februari 1995) preventief worden geevacueerd maar gelukkig blijft een dijkdoorbraak uit.
De hoogste waterstand van de Rijn tijdens de overstroming van 1926 bedraagt 16,92 m boven N.A.P.; de hoogste stand van de Rijn in 1995 bedraagt 16,69 m  boven N.A.P.; de laagste stand van de Rijn ooit gemeten (2003) is 6,91 m boven N.A.P. Het verschil tussen hoogste en laagste stand bedraagt dus ruim 10 meter.  

1708    Na het gereedkomen van het Pannerdens Kanaal kunnen we nog niet spreken van een "Gelders" eiland omdat Lobith en Tolkamer Kleefs gebied zijn. Alleen Herwen, Aerdt en Pannerden zijn Gelders. Pas wanneer Lobith en Tolkamer ruim een eeuw later op 1 maart 1817 bij Nederland komen is er echt sprake van een "Gelders" eiland. 

1709    Vanaf Driekoningen (6 januari) een zeer strenge winter; veel vee is doodgevoren.

1711    In het voorjaar zijn er diverse dijkdoorbraken zoals de IJsseldijk bij Lathum en de Boterdijk bij Lobith. Veel voedselvoorraden gaan verloren, weiden blijven lang onbruikbaar en op grote schaal wordt honger geleden.

1717    Dominee Samuel Hundius, predikant in Herwen en Aerdt, verzoekt Caspar Anthonis Baron van Lynden, Amptman en richter van het Ambt Over-Betuwe, om strenge maatregelen te nemen tegen Roomse gebruiken op het kerkhof in Aerdt. Vooral het bevestigen van kruizen bij graven ziet hij als een vernedering van de gereformeerde godsdienst. De dominee wijst er bovendien op dat dit in strijd is met synodale voorschriften en verlangt dat de kruizen vooral in de buurt van de ingang van de Aerdtse kerk van hogerhand worden verwijderd.

1722    Alexander Walraad van Hugenpoth komt in 1722 in het bezit van Huis Aerdt. Nazaten Hugenpoth bewonen het pand tot 1881. Het pand raakt in verval en in 1945 wordt het als gevolg van oorlogshandelingen grotendeels verwoest. In de zestiger jaren van de 20e eeuw wordt het echter volledig gerestaureerd en daardoor behouden als icoon van de eeuwenoude historie van Herwen en Aerdt

1735    Jan de Beijer tekent 't Huys de Byland.
                   
't Huys de Byland  (Jan de Beijer, 1742)

1735    In de Ambtsatlas van de Lymers uit 1735 wordt de weg van Babberich naar Beek aangegeven.

1739    Onophoudelijke  regen, hagel en sneeuw maken dat de Liemers in april een grote watervlakte is. Het winterkoren gaat verloren en voor mens en dier is er een groot tekort aan voedsel.

1740    De winter van 1740 is zeer koud. Na een relatief zachte december 1739 wordt januari 1740 extreem koud. In de periode van zaterdag 9 tot en met dinsdag 12 januari wordt het zelfs overdag in Aerdt niet warmer dan 10 graden onder nul. De barre winter wordt gevolgd door een extreem koud voorjaar. Door armoede hebben veel huizen nauwelijks of geen verwarming. Op zaterdag 7 mei sneeuwt het nog. Ook de zomer verloopt zeer koud waardoor de oogsten volledig mislukken. Het duurt jaren voordat men het rampzalige jaar 1740 te boven is.

1743    In het voorjaar staat de Liemers onder water. Tientallen paarden en meer dan honderd runderen overleven het niet.

1745    De uit Beekbergen afkomstige Johan van Schuylenburgh wordt schoolmeester in Aerdt. Hij volgt Crijn Jacobus de Mooy op die maar liefst 55 jaar, vanaf 1689, schoolmeester in Aerdt is geweest

1747    Een nieuwe golf van veepest veroorzaakt bittere armoede.

 


Aart (Aerdt) in 1741 (Jan de Beyer)

 

1753    Op woensdag 19 december vindt dijkdoorbraak plaats bij de buurtschap Leuven / Leuffen (buurtschap tussen Oud-Zevenaar en Groessen). Een zeer omvangrijk gebied tot Steenderen komt onder water.


Doorbreken van de Rhijndijk in 1753
Meer dan drie maanden lang, tot eind maart 1754, blijft het water door de Leuvense doorbraak naar 
binnen stromen.Tot  in oktober 1754 werkt men dagelijks met honderd karren aan het herstel van de dijk.

 

1756    Op zaterdag 11 december 1756 begint het streng te vriezen en de intense koude duurt onafgebroken tot maandag 7 februari 1757. De langdurige en intense koude is ook voor de inwoners van  Aerdt een ware kwelling.

1757    Op zondag 30 januari ziet men op het Gelders eiland de eerste tekenen van ijsgang. Het opgestuwde water stijgt daardoor zo hoog, dat het nog dezelfde dag twee voet over de dijk loopt en de dijk ter hoogte van de Pannerdenschen Waerd breekt. Ruim een week later op woensdag 9 februari breekt de Herwense dijk op vijf plaatsen tegelijk, door het opnieuw kruiende ijs.  Bij Pannerden volgen nieuwe doorbraken. Ook de dijk bij Leuven, tussen Oud-Zevenaar en Groessen, breekt in deze rampzalige maand.

Door vele dijkdoorbraken als gevolg van waterstuwing door het kruiende ijs staat in februari 1757 de Liemers grotendeels onder water. Velen vertoeven dagenlang op zolders of daken van hun huizen. Ook gaan veel huizen door de watermassa verloren.


1758  
 De
zomer is uitzonderlijk nat waardoor vrijwel alle landerijen onder water komen te staan en een groot tekort aan hooi ontstaat.


1758    Frederik Jacobs Braakman uit Velp volgt Johan van Schuylenburgh op als schoolmeester in Aerdt. Braakman blijft hoofdmeester tot zijn overlijden in 1789, waarna hij op zijn beurt wordt opgevolgd door de uit Lobith afkomstige Evert Scholten.



1760     Het oorspronkelijke dorp Herwen wordt door het wassende water van de Waal verzwolgen. De bewoners hebben dit destijds al lang van te voren zien aankomen en hebben geleidelijk hun woningen afgebroken en herbouwd aan de Rijndijk (waar in 1819 de R.K. kerk zou komen) en aan de Ringdam.

 


Kerkbuurt Herwen (Jan de Beyer)

1761    Een combinatie van zeer hoog water en storm veroorzaakt in de zeer vroege ochtend van 27 februari drie doorbraken in de Herwense bandijk. Ongeveer gelijktijdig  veroorzaken dijkdoorbraken tussen Loo en Westervoort twee waaien, waarvan een met een diepte van meer dan 50 voet.

1764    In februari vinden dijkdoorbraken plaats bij Rees en Herwen met veel wateroverlast als gevolg.

1764
    In maart veroorzaken de pokken in Herwen en Aerdt 10 tot 15 dodelijke slachtoffers.

1770     Rampjaar. Van november 1769 tot mei 1770 overstroomt het Geldersch Eiland zeven keer. Bij een dijkdoorbraak in december 1770 wordt de helft van het dorp 't Loo weggevaagd.

 

 

 

 

 

                                                De afbeelding rechts laat een aantal doorbraken van Liemerse dijken zien in de 18e en 19e eeuw.

 


Voor het Gelders eiland en de gehele Liemers is 1770 een echt rampjaar; het Gelders Eiland overstroomt maar liefst zeven keer. 
Ook bij de onverwachte dijkdoorbraken op 2 en 3 december 1770 bij Oud-Zevenaar en Loo is het menselijke leed onvoorstelbaar.

1771    In het voorjaar regent het gedurende vijf weken onophoudelijk, waardoor ook het Gelders Eiland met ernstige wateroverlast te kampen heeft.

1771    Na jaren van moeizaam onderhandelen komt een overeenkomst tot stand tussen het gewest Gelre, Kleef en Holland waarbij een doorgraving van de Bijlandsche waard wordt afgesproken: het Bijlandsch Kanaal, een drie kilometer lange waterweg tussen Tolkamer en Millingen aan de Rijn. Met deze aanleg wordt niet alleen beoogd de scheepvaart van dienst te zijn maar vooral ook  het rivierwater beter te kunnen reguleren waardoor overstromingen kunnen worden voorkomen. De realisatie van het kanaal is ook een persoonlijk succes voor de Heer van Aerdt, Godefridus Franciscus Baron van Hugenpoth, die bij de voorbereiding en uitvoering een cruciale rol heeft gespeeld .

1772    De nieuwe Herwense bandijk komt gereed. In latere jaren wordt deze dijk wel de Statendijk genoemd. Het betreft de huidige Pannerdense dijk en een deel van de Herwense dijk tot het punt waar de dijk overgaat in de 's Gravenwaardse dijk. Door deze dijk ontstaat ook de Geitenwaard, die buitendijks komt te liggen.

1772    In de herfst wordt de gemeente Herwen en Aerdt getroffen door de pokken. De ziekte eist vier dodelijke slachtoffers.

1776    Het Bijlandsch Kanaal, een drie kilometer lange waterweg tussen Tolkamer en Millingen aan de Rijn, komt gereed. Het kanaal, dat is gegraven in de periode tussen 1773 en 1776 en dwars door de Bijlandsche Waard loopt, dient ter afsnijding van een scherpe bocht in de Waal. Met deze aanleg beoogt het gewest Gelre niet alleen de scheepvaart van dienst te zijn maar vooral ook  het rivierwater beter te kunnen reguleren waardoor overstromingen kunnen worden voorkomen.


    

 

1780    In het najaar van 1780 overlijdt Alexander Walrad Diederik baron van Hugenpoth tot Aerdt (1695 - 1780), ambtman van Herwen en Aerdt. Hij wordt begraven in het Minderbroedersklooster te Laag - Elten. 
Alexander is in 1695 in Dortmund geboren, in 1707 overgegaan tot het katholieke geloof en heeft in 1722 van zijn kinderloos overleden oom Joost van Steenhuys de heerlijkheid Aerdt geerfd.

 


Alexander W. D. baron van Hugenpoth tot Aerdt
op een olieverfschilderij van Ernest Grips

1784    Een felle en langdurige vorstperiode zorgt dat de rivieren tot op de bodem met ijs bedekt zijn. In februari zet de dooi in en in de middag van 29 februari breken bij Spijk dijken door. Een dag later zijn er dijkdoorbraken in Oud-Zevenaar. Begin maart staat een gebied tussen 's Heerenberg en Doesburg onder water. Ook in Aerdt is de schade door de overstroming aanzienlijk.

1785    Op 22 mei 1785 trouwt in de gemeente Herwen en Aerdt Gerardus Roelofs (geboren in Herwen in 1758) met Gertruda Goris (1765 - 1854). Zij zijn voorouders in rechte lijn (7 generaties) van Sam, Simon en Sjef van Keulen.

1788    Om verspreiding van ziekten te voorkomen bepaalt de Kleefse overheid op 11 april dat voortaan twee begrafenisgebruiken achterwege dienen te blijven te weten:
                    - het afleggen van het lijk door een groot aantal vrouwen uit de verre omtrek
                    - het meerijden van vele vrouwelijke familieleden op de lijkwagen. 


Voorjaar in de Lijmers, 1790
 

1789    De winter van 1788-1789 verloopt ook in Aerdt extreem koud. Met de winter van 1708-1709 is deze winter de aller-koudste winter van de 18 eeuw. Mens en dier gaan gebukt onder de extreme koude en de gevolgen daarvan.

1790    Op de omstreeks deze tijd gemaakte Hottinger Atlas wordt Aerdt vermeld als "Aart". Het is met onder meer Herwen en Pannerden volledig omgeven door rivieren. Zevenaar (Zeventer), Groessen (Groussen) en Duiven (Duven) liggen in deze tijd in de Kleefse enclave.     



1791    Omstreeks deze tijd is Evert Scholten koster en schoolmeester in Aerdt.

1793    Pruisen verklaart Frankrijk de oorlog. De Duitse economie krijgt te maken met een enorme inzinking en de tabaksbouw in o.a. de Liemers krijgt een gevoelige tik.

 

1795    In Herwen en Aerdt is het aantal mensen dat in 1795 overlijdt veel groter dan in andere jaren. De oorzaak van dit hoge sterftecijfer is niet met zekerheid bekend, maar mogelijk komt het door tyfus ("rot- en hete koortsen") die in andere Liemerse plaatsen, in het bijzonder in Duiven, in 1795 veel dodelijke slachtoffers maakt.

 

1796    Op 24 augustus wordt in Aerdt geboren Joannes / Jan Jurrius (1796-1882). Getuigen bij de geboorte zijn Fredericus Dercksen en Anna Reijmer. Joannes Jurrius trouwt op 30 april 1831 in Pannerden met Maria Roelofs (1797-1868). Zij zijn voorouders in rechte lijn (6 generaties) van Sam, Simon en Sjef van Keulen.

 

1798    De Zevenaarse chirurgijn Johannes Lucassen (1758 - 1826) wordt in het najaar van 1798 tot vier weken gevangenisstraf veroordeeld vanwege onbekwaam handelen. Hij weet echter aan de straf te ontkomen door de grens over te steken en zich in Aerdt te vestigen. Op dinsdag 4 december 1804 wordt hij door het Ambtsbestuur van Overbetuwe als chirurgijn voor het schoutambt Herwen, Aerdt en Pannerden benoemd voor een salaris van 150 gulden per jaar. Vanwege onkunde en drankmisbruik verbiedt Gedeputeerde Staten van Gelderland hem op woensdag 8 januari 1823 de beroepsuitoefening.

1799    In januari 1799 bedraagt het aantal kinderen op de school in Aerdt 86. Hiervan komen er 15 uit Herwen, andere kinderen uit Herwen gaan in Lobith of Elten naar school.

1800    Op zondag 9 november teistert een hevige storm de Liemers. De schade is enorm.

1806    Omstreeks deze tijd is Peter Verwaaijen molenaar van de molen van Aerdt, die sinds mensenheugenis hoort aan Huize Aerdt.

1807    Het Ambtsbestuur benoemt Charlotte van Binsbergen (1748 - 1834), vrouw van Steven van Hasz te Aerdt, tot vroedvrouw van Herwen, Aerdt en Pannerden voor 70 gulden per jaar. Of Charlotte erg kundig is valt te betwijfelen want in 1813 acht de burgemeester haar niet alleen ongeschikt maar beschuldigt haar ook van het veroorzaken van schade aan zowel vrouwen als pasgeborenen.

1808    In Herwen en Aerdt is het aantal mensen dat in 1808 overlijdt twee keer groter dan in andere jaren. De oorzaak van dit hoge sterftecijfer is niet duidelijk.

 

1809    Weer een kolossale watervloed in de Liemers. Na een strenge vorstperiode veroorzaakt begin januari een ijsstopping in het Bylants kanaal een enorme vloed door de Oude- en Neder-Rijn, waardoor de dijken de enorme druk niet kunnen weerstaan en op twee plaatsen, te weten bij de Toetenburg onder Ooy en bij 't Loo, doorbreken. Op 13 januari is het Liemerse land daardoor een grote met ijs beladen watervlakte waarin door een hevige storm ontwortelde bomen en daken van verwoeste huizen voortdrijven. Een nieuwe vorstperiode verandert het land vervolgens in een onafzienbare ijsvlakte.

   

IJsgang tussen Arnhem en Westervoort,  januari 1809
Rechts is de stad Arnhem met de Walburgiskerk te zien; links een boerderij aan de Westervoortse kant van de IJssel

Op 3 januari 1809 raast een hevige sneeuwstorm over de Liemers, waarna de winter in alle hevigheid toeslaat. Rond de Pley bij Westervoort ontstaat een ijsmassa, die zowel de IJssel als de Rijn afsluit waardoor stroomopwaarts de Liemerse bandijk van Oud-Zevenaar tot Westervoort onder zware druk komt.  Op vrijdagochtend 13 januari om 7.30 uur begeeft de dijk het in Ooy. Enige uren later breekt de dijk bij de Loowaard door. In korte tijd staat de gehele Liemers onder water.  

 

Tot de mensen die in Aerdt een belangrijke bijdrage leveren bij het redden en helpen van dorpsgenoten bij de watervloed van 1809 behoren: Jan Zegers, Peter van Os, Corn. Verhoeven, Jan Ricken, Hend Jonkhans, Steven van Hass, wed. Bosman en Steven Lemm.

 

1810    Na de watersnood van 1809 wordt serieus overwogen een kanaal door de Liemers van Pannerden naar Doesburg te graven en de Nederrijn definitief te sluiten. Men gaat ervan uit dat de oplossing voor alle (overstromings)problemen een afleiding van het Rijnwater is via de Liemers en de IJssel naar de Zuiderzee. 

 

1813   Op 17 december zijn de Fransen door de Pruisen verslagen en wordt het oude ambt Liemers (Zevenaar, Duiven, Groessen, Loo, Wehl, Lobith, Tolkamer, Spijk, Herwen en Aerdt) weer een deel van Pruisen. Dit zal naar later blijkt slechts van korte duur zijn.

 

1815    Het Weense Congres besluit dat het gebied tussen Emmerick en de (huidige) grens Duits wordt in ruil voor de Duitse enclaves Wehl, Liemers en Huissen, die tot Nederland gaan behoren. 


1815    In 1815 overlijdt de Aertse schoolmeester Evert Scholten, die zijn laatste levensjaren aan de drank is geraakt waardoor vele ouders hun kinderen elders, vooral in Pannerden, naar school stuurden. Zijn opvolger wordt de Winterwijkse schoolmeester Abraham Bouwmeesters, die evenals zijn voorganger ook koster is van de Hervormde Kerk in Aerdt en in een buitengewoon slecht gebouwtje les moet geven. Bouwmeesters blijft meester in Aerdt tot zijn overlijden in mei 1839. Hij laat dan een vrouw en 9 kinderen na. De kerkraad van Aerdt wil dat zoon Gerrit, die 16 jaar is en door zijn vader als onderwijzer is opgeleid, de nieuwe meester wordt. Gedeputeerde Staten komt in verband met zijn jonge leeftijd tegen deze benoeming in geweer zodat onderwijzer Johan Werner Hoxel door de kerkeraad als waarnemend onderwijzer wordt benoemd. In maart 1842 wordt de jonge Gerrit Bouwmeesters alsnog zijn opvolger. 


1816
    Uitgezonderd enkele dagen in augustus regent het in 1816 van half mei tot in november vrijwel onafgebroken. De Liemers verandert daardoor in een moeras. In Herwen en Aerdt staan half juli niet alleen de buitenpolders blank maar ook in de binnenpolder verrot het grootste deel van de oogst (o.a. tabak en aardappelen). Extreme armoede is het gevolg en aan de allerarmsten wordt voedsel uitgedeeld. De burgemeester van Herwen en Aerdt probeert voorwaarden te verbinden aan de voedseluitdeling. Zo wil hij dat de ontvangers van bijstand hun hond(en) weg doen en hun kinderen laten vaccineren tegen de pokken. 

1817   Nadat het gehele jaar 1816 het extreem slechte weer ook in Herwen en Aerdt voor onvoorstelbare problemen zoals honger en armoede heeft gezorgd, verschijnt medio maart 1817 de zon, die zich daarvoor in dertien maanden vrijwel niet heeft laten zien. Het gewone klimaat keert eindelijk weer terug. 
Pas in de loop der 20e eeuw hebben wetenschappers vastgesteld dat de tijdelijke klimaatverandering, die de wereld in 1816 kwelt, het gevolg is van de enorme vulkaanuitbarsting van de Tambora op het eiland Sulawesi in de Indonesische Archipel. Aan het begin van de 19e eeuw duurt het maanden tot jaren voordat nieuws van de andere kant van de wereld onze omgeving bereikt maar ook als men het toen eerder geweten had zou niemand een verband gelegd hebben tussen de vulkaanuitbarsting en de tijdelijke klimaatverandering.
 

1817    Lobith en Spijk worden verenigd met Herwen en Aerdt tot de gemeente Herwen en Aerdt


1818   
Op dinsdag 4 augustus 1818 vindt onder grote belangstelling de plechtige eerste steenlegging plaats van de nieuwe R.K. Kerk aan de Keurbeek in Herwen Een jaar later op dinsdag 12 oktober 1819 wordt de kerk door de aartspriester Johannes Gerritsen ingezegend. 

R.K. kerk in Herwen, ingezegend in 1819
Deze kerk doet ongeveer 85 jaar dienst en wordt in 1904 gesloopt en vervangen door een grotere kerk.

1819    Op dinsdag 27 juli 1819 overlijdt op het Huis Aerdt Godefricus van Hugenpoth. Zijn oudste zoon Alexander volgt hem op als heer van Aerdt .  

1820    In het vroege voorjaar worden door de ongewoon hoge temperatuur massa's smeltwater over de rivier aangevoerd. De Liemers stroomt  weer eens geheel en al onder. In Aerdt stort 1 huis in en 37 huizen worden ernstig beschadigd.  


1821
     Op vrijdag 31 augustus 1821 krijgt Steven van Hasz (1758 - 1843), broodbakker, rosmolenaar en tapper in Aerdt, een bekeuring omdat hij zonder vergunning een danspartij houdt en muziek ten gehore brengt op de deel van zijn hofstede aan de Aerdtse dijk.
.

1823    Gedeputeerde Staten van Gelderland verbiedt de in Aerdt, Herwen en Pannerden werkzame chirurgijn Johannes Lucassen (1758 - 1826) vanwege onkunde en drankmisbruik de verdere beroepsuitoefening.

 

1824    De gemeente Herwen en Aerdt doet er alles aan om de aan lager wal geraakte chirurgijn Johannes (Jan) Lucassen (1759 - 1826) weer aan het werk te krijgen. Dit lukt in 1824. De drank heeft Lucassen echter al te lang gesloopt. Hij overlijdt in 1926. Zijn weduwe Catharina Teunissen hertrouwt in 1829 met klompenmaker Lodewijk Rabeling.

1825    In plattelandsgemeenten wordt de titel van schout (voor het hoofd van de gemeente) veranderd in die van burgemeester.

De Liemers en omgeving uit een aardrijkskundig schoolboek door J. van Wijk Roelands Zoon uitgegeven door H.C.A. Thieme te Zutphen in 1827. Vermeld worden o.a: Aerdt, Herwen, Pannerden, Lobtih, Doornenburg, Kerkerdom, Zeeland en Millingen.

 

1826     Frederik Lang, die in 1817 is aangesteld als gemeenteveldwachter in Herwen en Aerdt, wordt op 9 november 1826 door de Gouverneur van Gelderland geschorst. Korte tijd later volgt zijn ontslag nadat hem een gevangenisstraf van een jaar is opgelegd voor belediging.

Frederik Lang, die in 1765 is geboren in het Duitse Weilburg, woont en werkt als timmerman te Lobith wanneer hij in 1817 als gemeenteveldwachter wordt aangesteld tegen een jaarwedde van honderd gulden. De eerste jaren doet Lang zijn werk nog redelijk naar behoren maar zijn alcoholverslaving vormt een steeds groter wordend probleem. Ondanks vele vermaningen gaat het steeds verder bergafwaarts. Wanneer hij in 1826 de burgemeester in het openbaar grovelijk beledigt, is de maat vol en volgt ontslag.

 

1828     Herman Colenbrander wordt dominee in Herwen en Aerdt. Hij blijft dit bijna een halve eeuw tot 1877 en wordt daarmee de langstzittende predikant uit de historie van Herwen en Aerdt.

 

1829    Op woensdag 29 juli overlijdt thuis op huize 't Hoek te Zevenaar Carel van Nispen (1764 - 1829), vanaf 1818 hoofdschout van het district Zevenaar. Tot 1850 zijn groepen plattelandsgemeenten verenigd in districten, die daarmee een bestuurslaag vormen tussen provincie en gemeente. Het district Zevenaar omvat in deze tijd de gemeenten Zevenaar, Duiven, Westervoort, Pannerden en Herwen en Aerdt

 


Carel  van Nispen
(1764 - 1829)

 

1830     In het najaar van 1830 leidt de Belgische opstand tot toenemende onrust bij de overwegend katholieke bevolking van de Liemers. De oproep van de protestante koning Willem I om de wapenen op te nemen tegen de katholieke Belgen veroorzaakt ook onder katholieken van Aerdt veel weerstand. Deze religieuze spanning wordt bovendien in belangrijke mate gevoed doordat in Nederland weliswaar vanaf 1815 formeel godsdienstvrijheid bestaat het protestantisme tot ergernis van de katholieken uiterst dominant is gebleven. Protestanten bekleden het overgrote deel van de publieke functies en de meeste inwoners van de Liemers hebben dan ook niets op met het Nederlandse natiebesef, waarin een innige band tussen God, Nederland en Oranje een belangrijk aspect vormt.

1831     De oproep van de protestante koning Willem I, om dienst te nemen in het leger, leidt in de overwegend katholieke Liemers tot grote weerstand onder de bevolking. Op dinsdag 15 februari 1831 komt zelfs een strafexpeditie bestaande uit tweehonderd manschappen, onder leiding van majoor Schimmelpenninck, naar Zevenaar om orde op zaken te stellen en deserteurs op te sporen. Ook Angerlo, Didam alsmede Herwen en Aerdt krijgen in februari 1831 met deze strafexpeditie te maken. Begin april is het de beurt aan Duiven, waar de strafexpeditie onwillige mannen, die niet in militaire dienst willen, inrekent.

1833   In Aerdt overlijdt op donderdag 25 april op 80-jarige leeftijd veerman / kuiper Walterus Jurrius (1752-1833), voorvader in rechte lijn (7 generaties) van Sam, Simon en Sjef van Keulen.

1834    De molen in Aerdt wordt door R. Verhoeven gepacht van Alexander van Hugenpoth.

 

1837    Dijkdoorbraak bij Leuven / Leuffen (buurtschap in de nabijheid van Oud-Zevenaar) waardoor de Liemers voor de zoveelste keer overstroomt.

1838    Het "Reglement op het beheer der rivierpolders in de provincie Gelderland" komt tot stand waardoor het polderdistrict Herwen, Aerdt & Pannerden een feit wordt. Dit polderdistrict vormt 120 jaar later in 1958 met nog enkele andere gebieden het nieuwe Polderdistrict Oude Rijn. Weer 25 jaar later in 1983 fuseert dit  polderdistrict op haar beurt met het Polderdistrict Rijn en IJssel en ontstaat het vergrote Polderdistrict Rijn en IJssel.


     In 1879 bouwt het polderdistrict Herwen, Aerdt & Pannerden bovenstaand dijkmagazijn in Aerdt om materialen op te slaan om dijkdoorbraken te voorkomen. In onze tijd is het magazijn een rijksmonument en het enige in haar soort dat in onze omgeving is overgebleven.  

 

1839    In mei 1839 overlijdt Abraham Bouwmeesters, die sedert 1815 schoolmeester en koster van de Hervormde Kerk in Aerdt is geweest. Abraham laat een vrouw en 9 kinderen na. De kerkraad van Aerdt wil dat zoon Gerrit, die 16 jaar is en door zijn vader als onderwijzer is opgeleid, de nieuwe meester wordt. Gedeputeerde Staten komt in verband met zijn jonge leeftijd tegen deze benoeming in geweer zodat onderwijzer Johan Werner Hoxel door de kerkeraad als waarnemend onderwijzer wordt benoemd. In maart 1842 wordt de jonge Gerrit Bouwmeesters alsnog zijn opvolger. Doordat in Herwen in november 1842 een nieuwe school annex meesterwoning gereed komt is het lot van de in vervallen staat verkerende school in Aerdt al snel bezegeld. In 1844 houdt de school in Aerdt op te bestaan en het duurt tot het voorjaar van 1914 alvorens in Aerdt weer een school en onderwijzerswoning in gebruik worden genomen. Al die tijd heeft Aerdt geen eigen school.   

1839    In de gemeente Herwen en Aerdt vestigt zich in december 1839 voor het eerst in de geschiedenis een universitair opgeleide medicus. Het is dr. Wilhelm Anton Letterhaus (1815 - 1849) uit Munster, die een medische praktijk start in Lobith.  De praktijk verloopt niet bepaald succesvol en er zijn vele klachten omdat dr. Letterhaus kampt met een alcoholverslaving en mede daardoor op de jeugdige leeftijd van 33 jaar op donderdag 12 april 1849 overlijdt.

1841    Inspecteur Wijnbeek bezoekt het schooltje in Aerdt. Hij treft er zoals hij het omschrijft "een ellendig hok" aan.

1842   Doordat in Herwen in november 1842 een nieuwe school annex meesterwoning gereed komt is het lot van de in vervallen staat verkerende school in Aerdt al snel bezegeld. In 1844 houdt de school in Aerdt op te bestaan en het duurt tot het voorjaar van 1914 alvorens in Aerdt weer een school en onderwijzerswoning in gebruik worden genomen. Al die tijd is Aerdt verstoken van een eigen school.   

1845    Overvloedige regenval heeft tot gevolg dat meer dan 75% van de oogst verloren gaat. De aardappelteelt verrot vrijwel volledig.

1846    Door de aardappelziekte gaat opnieuw een groot deel van de aardappeloogst verloren. Omdat bovendien ook de roggeoogst en tarweoogst door een muizenplaag mislukken is er een groot voedseltekort.

1847    De overheid roept zondag 2 mei uit tot algemene biddag. Na twee eerdere jaren met een mislukte aardappeloogst is er opnieuw door de aardappelziekte alsmede de hoge graanprijzen een ernstig voedseltekort.

1849    Op donderdag 12 april 1849 overlijdt onder behoeftige omstandigheden dr. Letterhaus (1815 - 1849). Hij gaat de geschiedenis in als de eerste universitair opgeleide medicus van de gemeente Herwen en Aerdt. Hij heeft zich tien jaar eerder in Lobith gevestigd maar kampt in de jaren daarna in toenemende mate met een ernstig alcoholprobleem waardoor zijn medische praktijk verre van succesvol is verlopen.

1849    Cholera eist in de gemeente Herwen en Aerdt twaalf slachtoffers.

1850    De gemiddelde levensverwachting in de Liemers bedraagt 34 jaar; dit wordt vooral veroorzaakt door de grote kindersterfte.

1850    Als gevolg van een epidemie van roodvonk sterven in Herwen en Aerdt zestien mensen waarvan tien kinderen.

1851    Ook in de tweede helft van de negentiende eeuw gaat de industriele revolutie vrijwel volledig voorbij aan de Liemers. 

1853
   Bij aartsbisschoppelijk decreet wordt het dekenaat Doesburg opgericht. Het dekenaat omvat de R.K. parochies: Doesburg, Lathum en Giesbeek, Westervoort, Duiven, Groessen, Loo, Zevenaar, Oud-Zevenaar, Lobith en Tolhuis, Herwen en Aerdt, Pannerden, Didam, Beek, 's-Heerenberg, Zeddam en Azewijn. De allereerste deken wordt pastoor J. Willemsen van Duiven.  

1854    Burgemeester Antoon Robbers wordt als gevolg van "minder diplomatiek handelen" door koning Willem III ontslagen als burgemeester van Pannerden en als burgemeester van Herwen & Aerdt. Robbers richt zich vervolgens met zijn schoonfamilie Van de Hoogen volledig op de wijnhandel: Robbers & van de Hoogen  in Arnhem

1854    Op een bevolking van 2.533 personen in de gemeente Herwen en Aerdt moet meer dan de helft "van den arme" worden gesteund. Ook dit is weer zo'n voorbeeld dat de "goede oude tijd" in feite nooit bestaan heeft.    

1855    De burgemeester van Bergh, ondersteund door inwoners van Babberich, Didam, Herwen en Aerdt, Oud-Zevenaar en Beek, verzoekt de minister van Binnenlandse Zaken om in Babberich een treinstation te realiseren aan de nieuwe spoorlijn Arnhem - Emmerik. Het verzoek wordt in eerste instantie afgewezen. Ruim veertig jaar later op 1 mei 1897 wordt Babberich toch halteplaats voor internationale treinen. Op zondag 22 mei 1932  zal deze halte weer gesloten worden. 

1859    In het provinciaal verslag over 1859 wordt gemeld dat in de "geheele Lijmers, zooals doorgaans weinig heerschende ziekten zijn voorgekomen". Het wordt toegeschreven aan de "gezonde ligging" van deze streek.

1860    De Vincentiusvereniging in Herwen kan mede dankzij een gift van vijfhonderd gulden (225 euro) van de familie Van Hugenpoth tot Aerdt een naaischool aan het Kosterijpad bouwen.

De naaischool te Herwen in 1925
De onderwijzeressen wonen aanvankelijk in het schoolgebouw. De eerste onderwijzeressen zijn: Gerharda Braam, Johanna Meijer, Johanna Lemm en Jacoba Mulder-Mastrigt. Vanaf 1911 worden de lessen gegeven door kloosterzusters.
In 1937 wordt het pand verbouwd tot bewaarschool, naaischool en vergaderlokaal; in 1973 wordt het gesloopt. 

 

 

1864    Wilhelmina Peppink wordt gemeentevroedvrouw van Herwen en Aerdt. Meer dan veertig jaar tot 1908 verricht ze haar werkzaamheden op voortreffelijke wijze. Door weer en wind gaat ze naar barende vrouwen, waarbij ze veelvuldig gebruik maakt van tilbury en paard.

    Tilbury (midden 19e eeuw) 

1864    In Aerdt is er in 1864 grote consternatie wanneer Hermina Johanna Stoll (1797-1865), echtgenote van de riviervisser Philip Lazee, de kleren van haar lijf rukt en naakt en luid gillend door het  dorp rent. In september wordt ze overgebracht naar het krankzinnigengesticht in Zutphen, waar ze op 6 april 1865 overlijdt. 

1867    Door runderpest gaat het grootste deel van de veestapel verloren. Ook de oogst is slecht waardoor 1867 als rampjaar ervaren wordt.


De gemeente Herwen en Aerdt in 1867
De gemeente heeft dan 2.925 inwoners en beslaat een grondoppervlak van 3.356 hectare.

1868    Extreme droogte in de Liemers veroorzaakt voedseltekort.

1869    De molen in Aerdt komt in handen van de familie Heijnen, die enkele generaties eigenaar blijft.

 

1870    In Aerdt wordt op zaterdag 23 april 1870 geboren Louis F.J.M. baron van Voorst tot Voorst, zoon van Frederik J.H. baron van Voorst tot Voorst, burgemeester van Pannerden (1866 - 1871) en van Zevenaar (1871 - 1906).
Louis is van 1901 tot 1919 notaris te Silvolde en van 1922 tot zijn dood op 25 december 1939 lid van de Tweede Kamer voor de R.K.S.P. (Rooms Katholieke Staatspartij). In de periode 1923 - 1931 is hij bovendien fractievoorzitter van de R.K.S.P. in de Provinciale Staten van Gelderland. Ook speelt hij een belangrijke rol bij de oprichting van de R.K. Boeren- en Tuindersbond. Hij heeft zich gekenmerkt als verdienstelijk, rustig en bezadigd organisator van de katholieke boeren en tuinders
.

1871    In de gemeente Herwen en Aerdt overlijden vijf mensen aan tyfus.

1873    In de late middag van donderdag 17 juli breekt brand uit op de boerderij van de 50-jarige landbouwer Jan van Munster aan de dijk te Aerdt, vlakbij de Heuvelakker. De met stro gedekte boerderij staat in korte tijd in lichterlaaie. De schade wordt maar in geringe mate door de verzekering gedekt omdat Van Munster veel te laag verzekerd is. Indirect kost de brand het leven aan de 18-jarige Gradus Wezendonk, zoon van Theodorus Wezendonk en Hendrina Lieven. Gradus is op het moment van het uitbreken van de brand op de Lobberden aan het hooien. Wanneer hij de brand ziet, verkeert hij in de veronderstelling dat de woning van zijn ouders in brand staat en "bleef onmiddellijk dood ter plaatse".

1877    In de vroege avond van zaterdag 14 april breekt brand uit op de boerderij bewoond door Jan Voss aan de Aerdtsedijk vlakbij de afrit naar het Aerdtse veer. De met riet en stro gedekte boerderij staat snel in lichterlaaie. De brandweer van Aerdt is snel ter plekke maar kan alleen het vee en een deel van de huisraad redden. Boerderij en inboedel zijn verzekerd. Veldwachter Arends, die het proces-verbaal opmaakt, vermoedt dat sprake is van brandstichting. Grondig onderzoek dat na de brand plaatsvindt, toont echter geen enkel bewijs voor dit vermoeden aan.

1882     Op vrijdagmiddag 8 december 1882 wordt brand ontdekt in de kosterswoning van de Hervormde gemeente in Aerdt. Aangewakkerd door een felle gure noordoosten wind wordt het gehele huis dat bewoond wordt door koster Johan A. Derksen en zijn vrouw, de gemeentelijke vroedvrouw Wilhelmina Peppink, in de as gelegd. De brandweer slaagt er wel in om arbeiderswoningen met strodaken, die op 50 meter afstand staan, te behouden. Vermoedelijk is de brand ontstaan door het onvoorzichtig stoken van de pot met varkensvoer door de elfjarige zoon Karel..

1880    De  gemeente Herwen en Aerdt telt acht steenfabrieken waar 176 mannen boven de 16 jaar werk vinden. Voorts zijn ongeveer 235  mannen werkzaam op boerenbedrijven. Weer anderen verdienen een boterham buiten de agrarische sector. Zo zijn er: 13 bakkers, 10 kleermakers, 5 klompenmakers, enkele leerlooiers, 7 metselaars, 1 koperslager, 2 kuipers, 4 mandenmakers, 2 molenaars, 14 schoenmakers, 2 meubelmakers, 2 molenaars, enkele rietdekkers, 11 schippers, 5 slagers, 7 smeden, 1 stoelenmatter, 12 timmerlieden, 2 tuinlieden, 4 schilders, 1 wagenmaker, 1 wever, 1 zadelmaker en 1 zeilmaker. Tenslotte zijn er nog enkelen werkzaam als gemeenteambtenaar, politiebeambte en douanier. Het totaal aantal mannen in de gemeente Herwen en Aerdt dat min of meer geregeld arbeid vindt bedraagt bijna 600.  De resterende mannen, ongeveer 400, moet trachten door hier en daar los werk te verrichten het hoofd boven water te houden en dat is verre van  eenvoudig.

1881    Cornelia Maria van Wijnbergen, weduwe van Baron Alexander van Hugenpoth, bewoonster van het omstreeks 1652 door Walraaf van Steenhuys gebouwde Huis Aerdt, overlijdt. Door vererving wordt Huize Aerdt eigendom van Jonkheer Peter Alexander Ignatius de Kuijper.


Huize Aerdt in Herwen en Aerdt 

1882    Het voorjaar is uitzonderlijk nat waardoor er weer eens sprake is van ernstige wateroverlast.


1882
     Op vrijdagmiddag 8 december 1882 wordt brand ontdekt in de kosterswoning van de Hervormde gemeente in Aerdt. Aangewakkerd door een felle gure noordoosten wind wordt het gehele huis dat bewoond wordt door koster Johan A. Derksen en zijn vrouw, de gemeentelijke vroedvrouw Wilhelmina Peppink, in de as gelegd. De brandweer slaagt er wel in om arbeiderswoningen met strodaken, die op 50 meter afstand staan, te behouden. Vermoedelijk is de brand ontstaan door het onvoorzichtig stoken van de pot met varkensvoer door de elfjarige zoon Karel.
.

1883    De aardappeloogst gaat voor het tweede achtereenvolgende jaar door wateroverlast verloren

1883    Het uit de 15e eeuw stammende huis Aerdenburg in Aerdt, dat in vervallen toestand verkeert, wordt gesloopt. De eigenaar, die de sloop laat uitvoeren, is Theodorus van de Sandt, lid van een invloedrijke Aerdtse familie, die sedert 1655 eigenaar is van huis Aerdenburg. 

1884    In december 1884 viert de heer Van der Waarden zijn 25 jarig ambtsjubileum als hoofd der school in Herwen en Aerdt.

1885     Na ongeveer 25 jaar verstoken te zijn geweest van een eigen huisarts vestigt zich in 1885 weer een arts in de gemeente Herwen en Aerdt. Het is de uit Haarlem afkomstige Johannes van Gruting (1857 - 1902), die tot zijn overlijden in 1902 gemeentearts blijft.

1886    Een rampjaar voor veel boeren: Na een uitzonderlijk warme en droge voorzomer volgt een overvloed aan regen waardoor veel weilanden onder water komen en het vee opgestald moet worden. Veel boeren hebben onvoldoende mogelijkheden om de dieren bij te voeren. Tot overmaat van ramp volgt een epidemie van mond- en klauwzeer.

1887    Tussen 1878 en 1895 treft een enorme landbouwcrisis Europa. Deze is het gevolg van import van goedkope landbouwproducten uit de Verenigde Staten en Canada waardoor prijzen sterk dalen. Werkeloosheid en armoede nemen sterk toe. Een aantal mensen, ook uit onze omgeving, besluit onder druk van de omstandigheden naar het buitenland te vertrekken zoals naar het Duitse Ruhrgebied en de Verenigde Staten. Voor sommigen is dit vertrek tijdelijk, anderen vertrekken definitief.

1889    Omstreeks deze tijd beleeft de baksteenindustrie opnieuw een bloeiperiode. In de Liemers werken meer dan 1500 mensen in steenfabrieken. Dit zijn overigens niet alleen mannen maar ook vrouwen en kinderen. Van de ongeveer 700 arbeiders, die in de gemeente Herwen en Aerdt in de baksteenindustrie werken zijn 100 vrouwen, 70 jongens en 30 meisjes.  

1890     Wanneer het in de maand mei warm wordt, krijgt Herwen en Aerdt en omgeving te maken met enorme meikeverplaag. Zwermen meikevers vreten in korte tijd het blad van planten op. De schade is groot.

1890
     De winter van 1890/1891 is uitzonderlijk streng. De decembermaand spant de kroon want sedert
het begin van de temperatuurmetingen in 1706 is het alleen in december 1788 nog kouder geweest.
Op dinsdag 25 november 1890 gaat de wind uit het noordoosten waaien en dat is het begin van een langdurige strenge vorstperiode. De gemiddelde ijsdikte in sloten is in de loop van december ongeveer 65 cm; plaatselijk wordt zelfs een dikte van 70-80 cm bereikt. Mens en dier gaan gebukt onder extreme koude. Op 19 december vriest bij Elten een grensbeambte dood.

1891    Op woensdag 11 maart besluiten 101 Liemerse boeren (68 uit Didam, 19 uit Zeddam en 14 uit Wehl) tot de oprichting van een cooperatieve roomboterfabriek waardoor Didam de primeur heeft van de allereerste cooperatieve roomboterfabriek buiten Friesland.  Het kapitaal wordt verkregen door uitgifte van aandelen van f 50,- (22,50 euro) aan ieder van de deelnemers. De fabriek is al snel een groot succes en omgevende plaatsen volgen: Doesburg in 1892, Zevenaar in 1893, Angerlo in 1894 en Wehl in 1894. In de 20e eeuw kent ook Herwen en Aerdt haar eigen zuivelfabriek.

Zuivelfabriek in Herwen en Aerdt, omstreeks 1925

 

1893    Na meer dan een halve eeuw, van 1840 tot 1893, R.K. pastoor te zijn geweest in Herwen en Aerdt overlijdt op vrijdag 7 juli pastoor H. Terwindt (1809 - 1893).



1893    Op 28 juli wordt Johannes Gommich  (1850 - 1906)
door aartsbisschop Schaepman benoemd tot pastoor in Herwen en Aerdt. Gommich blijft daar pastoor tot zijn overlijden op 7 juli 1906. Zijn  levenswerk, de bouw van de nieuwe kerk in Herwen, is dan juist voltooid.

Gezicht op de Herwense kerk, eerste helft 20e eeuw
Pastoor Gommich is bij zijn benoeming tot pastoor vermogend en gebruikt mede zijn eigen geld om de bouw van deze kerk mogelijk te maken.
Gommich, wars van uiterlijk vertoon en onnodige poespas, heeft een sterk rechtvaardigheidsgevoel en in zijn zondagse preken een sterke overtuigingskracht: Wanneer op een dag varkens bij boer Nuy zijn gestolen en pastoor Gommich dit in zijn preek aan de kaak stelt, zijn de gestolen varkens reeds de volgende ochtend terug.
 
 

1894     Eind juli 1894 brengt een hevig noodweer gepaard met onweer, storm en slagregens grote schade toe aan de veldgewassen in ondermeer Herwen, Aerdt en Elten.

1895    De gemeenteraad van Herwen en Aerdt ziet de fiets als een gevaar op de weg waartegen maatregelen overwogen moeten worden.

 

Christiaan Polman (over-overgrootvader van Sam, Simon en Sjef van Keulen), omstreeks 1900
De fiets is in die tijd nog een uitzonderlijk vervoermiddel en de gemeenteraad van Herwen en Aerdt is in 1895 voornemens maatregelen te treffen tegen het gevaar dat de fiets op de weg veroorzaakt.
Ook wordt in de begintijd (voor 1900) fietsen door menigeen zelfs gezien als een losbandige bezigheid.
 

 

 

1895    Naast de molen in Aerdt komt een motormaalderij. De familie Heijnen is eigenaar. Omstreeks 1930 raakt de molen in verval omdat niet meer met windkracht wordt gemalen. In latere jaren wordt de molen afgebroken.


Molen in Aerdt (begin 20e eeuw)

1896    Opnieuw worden boeren getroffen door een epidemie van mond- en klauwzeer. Alleen al in de gemeente Herwen en Aerdt moeten vele honderden runderen worden afgemaakt.

1899    Op 31 december 1899 telt de gemeente Herwen & Aerdt 3817 inwoners verdeeld over 1946 mannen en 1871 vrouwen. De bevolking is te groot voor het beschikbare werk in de directe omgeving.  Sommige inwoners verhuizen daarom naar het Duitse Ruhrgebied om daar een nieuw bestaan op te bouwen Anderen pendelen per trein vanuit Elten naar fabrieken in Emmerik, Rees of Wezel.

 

 


Station Elten  

 

1900    Zonder enige bestuurlijke ervaring wordt Charles Govert Schattenkerk (1871 - 1946) na zijn rechtenstudie in Leiden benoemd tot burgemeester van Herwen en Aerdt. Hij blijft dit tot 1924 wanneer hij wordt benoemd tot burgemeester van Tiel.


Verkiezingen in de gemeente Herwen en Aerdt V.l.n.r. J. Publiekhuizen, Th. Peters, M. v. d. Loo en burgemeester C. Schattenkerk

1901    In Lobith overlijdt in november 1901 op 69-jarige leeftijd Herman H. Christjani, burgemeester van de gemeente Herwen en Aerdt van mei 1870 tot mei 1900.

1902    Op vrijdag 14 maart 1902 verleent de aartsbisschop van Utrecht goedkeuring voor de bouw van een nieuwe R.K. kerk in Herwen en Aerdt. Architect van de nieuw te bouwen kerk wordt A.Tepe (1840 - 1920) uit Utrecht, die in de periode tussen 1873 en 1905 in Nederland maar liefst zeventig kerken bouwt. Op donderdag 21 januari 1904 vindt de aanbesteding plaats. De laagste inschrijver aan wie het werk wordt gegund is de fa. J. Rodenrijs te Baarn. De aanneemsom bedraagt 46.920 gulden, waarbij inbegrepen de bouw van een noodkerk.
 

1904    Op vrijdag 10 juni 1904 vindt de eerste steenlegging plaats van de nieuwe R.K. kerk in Herwen en Aerdt. De ceremonie begint met een plechtige lofviering in de noodkerk waarna men naar de nieuwbouw gaat, waar pastoor Gommich met de kerkmeesters Goris, Vrehe, Voss en Verhoeven de eerste steen op zijn plaats legt. Vervolgens nemen meer dan tweeduizend (!) mensen ook de troffel ter hand waarna ze een gift in de collectebus doen. In het voorjaar van 1905 is de bouw van de kerk voltooid. Tijdens de bouw is, om niet steeds stapeltjes stenen naar boven te hoeven dragen, gebruik gemaakt  van een voor deze tijd ingenieus toestel, waarbij de stenen op een planken schot worden geplaatst dat tussen vier lange palen naar boven wordt gehesen door aan een wiel te draaien.
 

1904     Hermanus Gerretschen (1866 - 1935) uit Herwen en Aerdt wordt voor 1500 gulden (800 euro) eigenaar van de molen aan de Stokkumer Strasse in Elten, waar zijn oudere broer Theodorus Gerritschen (1854 -1941) ook molenaar is.
Nog in de huidige tijd is deze molen, die onder monumentenzorg valt, bij de plaatselijke bevolking bekend onder de naam Gerritzens molen.

 


       Molen aan de Stokkumerstraat in Elten (foto: september 2011) 

1905    Op zondag 30 april wordt in Aerdt schutterij Eensgezindheid opgericht. De eerste taak is het gezellig samenleven te bevorderen door het organiseren van gepaste vermakelijkheden tijdens de Aerdtse kermis. Deze jaarlijkse kermis wordt de eerste zondag na 15 augustus gehouden.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

1905     Herwen krijgt een nieuwe Sint-Martinuskerk op de plaats van de oude kleinere R.K. Kerk. Op 2 mei wordt de nieuwe kerk plechtig ingewijd door Mgr. Van de Wetering, aartsbisschop van Utrecht. De neogothische kerk is ontworpen door de Utrechtse architect Tepe.

 


1906  
 Het Gelders Eiland ondervindt weer ernstige overlast van het Rijnwater.

 

Hotel-Restaurant van Dorus Gertsen te Lobith-Tolkamer loopt in 1906 gedeeltelijk onder water. 


 



1910
   Een aantal inwoners verzoekt het gemeentebestuur van Herwen en Aerdt om een openbare lagere school in Aerdt te mogen oprichten. De gemeente wijst dit echter af. De schoolopziener (inspecteur) in het district Zutphen is echter voor een eigen school in Aerdt. Hij schrijft: "het dorpsgevoel is te Aerdt sterk ontwikkeld, zodat het ongaarne als een aanhangsel van Herwen zal willen beschouwd worden". Gedeputeerde S
taten is het hier mee eens en de gemeente moet een school in Aerdt bouwen. Deze wordt in het voorjaar van 1914 geopend. Tot hoofd van deze nieuwe school wordt Antonius J.M. van Weegen uit Tubbergen benoemd.

 

 



1912    Op vrijdag 12 januari wordt de heer Th. Weitjes, lid van de gemeenteraad van Herwen en Aerdt, door de duisternis misleid. Hij geraakt in het water en verdrinkt. 

1913
     In Herwen en Aerdt wordt de eerste woningbouwvereniging opgericht met de toepasselijke benaming "De Goede Woning". Met de huisvesting van veel inwoners is het nog zeer slecht gesteld.

 

Uit de Graafschapbode (1938): "In de gemeente Wehl aan een smal wegje naar Nieuw-Wehl staat een steenen schuurtje: vier muren en een dak. Een vloer bezit het kot niet, evenmin behoorlijke vensters, of men zou de met planken dichtgespijkerde gaten voor zoodanig moeten houden. Van de dakpannen zijn er velen door de lieve jeugd stuk gegooid en de deuren kan men kwalijk nog zoo noemen ( ). Reeds ongeveer 10 jaar leeft Dien Damen hier."

Vergelijkbare toestanden kan men in de eerste helft van de 20e eeuw nog overal aantreffen. 


 

1914    In het begin van het jaar veroorzaakt ook in Aerdt de extreem hoge waterstand veel overlast en grote schade. De problemen worden nog vergroot door de harde wind.

 

 

 

 

1914    Op vrijdag 31 juli om 12.10 uur kondigt de Nederlandse regering een militaire mobilisatie aan. Korte tijd later breekt een weerzinwekkende oorlog (W.O. I 1914 - 1918) uit, waarin 10 miljoen mensen omkomen. Hoewel Nederland buiten het oorlogsgeweld blijft, gaat ook in de Liemers de bevolking gebukt onder angsten, onzekerheid, tekorten, ondervoeding, werkeloosheid en armoede.
 


Mobilisatie Herwen en Aerdt 1914

 

1914    Medio augustus vliegt boven Herwen en Aerdt, Pannerden, Huissen en Angeren een Duitse vliegmachine. Bij Angeren vliegt dit "luchtschip" niet hoger dan de kerktoren. Vanuit het fort Pannerden en door de grenswacht bij Herwen wordt op het luchtschip geschoten maar het wordt niet geraakt. 

1915   
Door de oorlogssituatie (alle buurlanden zijn in de Eerste Wereldoorlog verwikkeld) ontstaan tekorten waardoor de prijzen stijgen en de armoede snel toeneemt. Daarnaast zijn er velen die door smokkelhandel met Duitsland ook snel en grof geld verdienen. 

Schoolfoto Aerdt op 26 augustus 1915
achterste rij: Th. Voss, G. v. d. Brink, Verhoeven, Hendrik Joosten, Harrie de Vries, H. van Kouwen en D. Huiting
tweede rij: Drieka Reintjes, Dora Bruins, Aaltje Langereis, Anna de Vries, T. van Kouwen, Gerrit Huiting en Lambert Voss
derde rij: J. v. d. Brink, An de Vries, Diena Rietbergen, Marie Rutten, Marie Burghart, An Voss, Marie Gerritsen, en An Bangert
voorste rij: Appie Pouwels, Jozef Huiting, Lies Jurrius, ....., Marie de Vries, Cato Voss, Marie Hendriksen, The Reintjes, H. v. d. Brink (met lei) en .......

Hoofdonderwijzer: A. v. d. Wegen en onderwijzeres juf Jansen
Foto en informatie ontvangen van Carel Voss


1915    Eind januari zinkt de veerpont over de Oude Rijn in Aerdt. Persoonlijke ongelukken doen zich gelukkig niet voor.

1916     Een Russisch krijgsgevangene, die medio september probeert per roeiboot Duitsland te ontvluchten, wordt door een Duitse grenswacht in de nabijheid van Spijk opgemerkt en gedood. Door de stroom drijft het bootje met zijn lijk naar de Nederlandse grens. De onfortuinlijke Rus wordt op de algemene begraafplaats in Aerdt begraven.

1917    Begin april neemt de militaire overheid de kermistent van de heer Luus in Herwen en Aerdt in beslag om dienst te doen als opvangbarak voor Duitsers, die in deze tijd in grote getale onwettig de grens overkomen.

 

1918    Op 11 november komt een eind aan een onvoorstelbaar bizarre en gruwelijke oorlog (Wereldoorlog I). Een groot deel van de Europese vooral mannelijke jeugd is afgeslacht. Naast de ongeveer 9 miljoen (!) dodelijke slachtoffers zijn vele miljoenen levens geknakt en gezinnen kapot gemaakt. Nederland en ook de Liemers zijn de dans ontsprongen maar hebben wel de ontberingen (armoede) van de oorlog gekend.

1918     Op 27 mei meldt het persbureau Reuter dat de Spaanse koning alsmede Spaanse ministers lijden aan een geheimzinnige aandoening, die later de geschiedenisboeken ingaat als de Spaanse griep van 1918; een aandoening waaraan wereldwijd 20 miljoen mensen sterven. Omstreeks 10 juli komt bij Zevenaar de Spaanse griep de Liemers binnen, nadat in Elten en Emmerik enkele honderden gevallen van griep zijn geconstateerd.
De wereldwijde influenza-epidemie teistert ook de Liemers. De Graafschapbode van 19 november 1918 meldt: "Overal in 't binnenland hoort men van ziekte en sterven. In de dorpen luidt dag aan dag de doodsklok". Enkele voorbeelden: In Angerlo 14 doden; in Herwen en Aerdt 30 doden en in Zevenaar 16 doden a.g.v. influenza.

1919    Het inwoneraantal van de gemeente Herwen en Aerdt (inclusief Lobith, Tolkamer en Spijk) bedraagt ongeveer 5100.


Aerdt: Ned. Hervormde kerk en dorpsgezicht

 

1919    Het  gemeentebestuur van Herwen en Aerdt geeft geen toestemming om in augustus het traditionele schuttersfeest te houden om vanwege "de duurte der tijden de mensen tot geen andere dan de nodige uitgaven aan te zetten". Uiteindelijk mag het feest van de Aerdtse schutters wel in het eerste weekend van november worden gehouden maar een sneeuwstorm op zondag 2 november leidt tot bedrukte gezichten. Gelukkig schijnt er dinsdagochtend 4 november wel een flets zonnetje over het besneeuwde Aerdtse landschap wanneer de schutterij om 8 uur aantreedt.

1920    Als gevolg van grote massa's smeltende sneeuw en overvloedige regen staat het water in de rivieren eind 1919 en begin 1920 uitzonderlijk hoog. Op 29 december 1919 loopt de Pannerdense waard onder. Via de Oude Rijn en de Wildt stroomt veel water naar de Oude IJssel, waardoor Wehl en Angerlo te maken hebben met wateroverlast. In Lathum gaat men op nieuwjaarsdag 's morgens zoals gewoon om 5 uur aan het werk (!) maar om 10 uur staat alles onder water. Begin januari 1920 kamperen op het Gelders Eiland honderden gezinnen op de dijken. Door een defect aan een sluis raken ook de dorpen Aerdt en Herwen onder water. In Herwen staat het water tot het dak van de zuivelfabriek.

Tolkamer / Lobith,  januari 1920

1920    Nadat gedurende een periode van zes jaar, van 1914 tot 1920, in verband met oorlog in de buurlanden en crisis, armoede en spanningen in eigen land, het jaarlijkse koning-schieten door de Aerdtse schutterij geen doorgang heeft gevonden, wordt Coen Maertzdorf in 1920 de eerste koning na de "republikeinse periode".

1922     Op dinsdag 3 januari wordt in Didam het nieuwe gebouw van de Land- en Tuinbouwschool in gebruik genomen. Uit de verre omtrek, ook uit Aerdt, bekwamen vooral boerenzonen zich in de loop der tijd op deze school. In 1956 wordt de naam van de school veranderd in "middelbare land- en tuinbouwschool".


 Land- en tuinbouwschool in  Didam (1922) 

1922    Antonius J.M. van Weegen, die vanaf de opening van de openbare school in Aerdt in 1914 hoofdmeester was, overlijdt. Hij wordt opgevolgd door Joannes Jacobus van de Weijer uit Vlodrop, die eerder onderwijzer in Spijk is geweest. Van de Weijer blijft bijna veertig jaar tot 1960 in functie.

1923    De gemeenteraad van Herwen & Aerdt besluit om de salarissen van burgemeester, wethouders, ontvanger en secretaris alsmede andere ambtenaren te verlagen. Het provinciebestuur van  Gelderland verleent echter geen toestemming voor de salarisvermindering van burgemeester, wethouders, ontvanger en secretaris. Als gevolg hiervan besluit de gemeenteraad ook het salaris van de andere ambtenaren ongewijzigd te laten.

1924    Burgemeester Charles Govert Schattenkerk (1871-1946) wordt burgemeester van Tiel. Willem Bruns volgt hem op als burgemeester van Herwen en Aerdt. Bruns blijft burgemeester tot zijn dood in 1942.


Het personeel van de gemeente Herwen en Aerdt in de dertiger jaren
1e rij v.l.n.r: H. Mulder, W. Bruns (burgemeester) en J. Stokman
2e rij v.l.n.r: G. Bangert (veldwachter), J. Heijmen, G. Kiphart, A. Smink, C. Albers en H. Burghardt (veldwachter)


1926    Watersnood
in de Liemers als gevolg van een dijkdoorbraak in Pannerden.

De gearceerde gebieden staan in het voorjaar van 1926 onder water.

In Pannerden staat alleen de hogergelegen boerderij van "Van Keulen" niet onder water. Op bepaalde plaatsen bereikt het water een hoogte van meer dan drie meter.

 

 

Ook landelijk trekt de watersnood grote aandacht. Mariniers schieten de bevolking te hulp. Op 7 januari 1926 brengt koningin Wilhelmina een bezoek aan Pannerden om de situatie in ogenschouw te nemen. De bevolking van de Liemers is in het verleden vaak geconfronteerd met de gevolgen van hoog water. Andere hoogwaterjaren van de laatste 125 jaar: 1882, 1883, 1906, 1914, 1920, 1930, 1946, 1948, 1952, 1955, 1957, 1865, 1966, 1970 en 1995.

 

1927    Op zondag 8 mei viert het echtpaar H. Gerritse - G. Jansen uit Aerdt het zestigjarig huwelijksfeest.


 

1928    De kerkenraad van de Hervormde Kerk in Aerdt is in 1928 voornemens om de oude middeleeuwse kerk, die in slechte staat verkeert, te slopen en te vervangen door een nieuwe kleinere kerk. Dit plan wordt ondersteund door de Vereniging van Kerkvoogden in de Nederlands Hervormde Kerk. Om de nieuwe kerk te bouwen neemt de kerkenraad in 1930 contact op met archititect G. Feenstra in Arnhem. Wanneer Feenstra naar Aerdt komt en de oude kerk aanschouwt, voelt hij helemaal niets voor nieuwbouw omdat hij "deze kerk een juweel van middeleeuwse bouwpracht" vindt. De afbraak wordt tenslotte afgeblazen en in 1934 wordt de oude kerk gerestaureerd.


1928    Begin augustus overlijdt op 53 jarige leeftijd te Pannerden jhr. F.L.M. van Nispen tot Pannerden, burgemeester aldaar en dijkgraaf van het polderdistrict Herwen, Aerdt en Pannerden.

1928     Steven van de Sandt schiet op 84 jarige leeftijd koning en wordt voor de derde keer, eerder in 1905 en 1923, koning van schutterij "Eensgezindheid" in Aerdt. Hij sleept daarmee de "keizerstitel" in de wacht.

 



v.l.n.r: F. Burckhard, C. Maertzdorff, Th. Verkerk, Th. Pouwels, K. Maertzdorff, H. Bruns, D. Blij, G. Verkerk, W. Rutten, M.v.d. Sandt-Willemsen, A. Smink, S. v.d.Sandt, T. de Vries, A. Pouwels, H. Rutten, Fr. Berendsen, W. Beenen, H. Sommers, J. Bisseling, J. de Warle en Th. Otten Steven 

 

1929    Een van de zwaarste winters van de 20e eeuw. De hevige koude duurt van januari tot half maart. Er zijn vele meldingen van afgevroren oren en ledematen. Op 11 februari vriest in Steenderen een melkrijder, tijdens zijn dagelijkse rit op zijn wagen, dood. De problemen zijn overal groot, ook al door de veelal eenvoudige niet geisoleerde huizen, waardoor de snijdende vrieswind naar binnen waait.

   

Een beeld van de dichtgevroren Rijn bij Pannerden in 1929. Ook met auto's wordt over de Rijn gereden.

 

1929    Eind mei brandt in Aerdt de molenaarswoning van Silvester Heijnen af. De molen wordt behouden maar wordt later ook afgebroken.


Molen en molenaarswoning in Aerdt (begin 20e eeuw)

1929    Op het terrein van het ziekenhuis in Zevenaar wordt het Maria paviljoen in gebruik genomen. Het is bestemd voor de verpleging van patienten met een besmettelijke ziekte afkomstig uit de gemeenten Zevenaar, Duiven, Westervoort, Herwen en Aerdt en Pannerden. Hiermee geven deze gemeenten uitvoering aan de in 1928 van kracht geworden Wet op de Besmettelijke Ziekten, waarin geregeld is dat alle gemeenten, alleen dan wel in samenwerking, dienen te beschikken over een barak voor de verpleging van besmettelijke zieken.

Kort na de opening van het Maria paviljoen in 1929 brengt ondermeer minister Verschuur van Volksgezondheid (rechts) een bezoek aan het paviljoen. Links van de minister dr. J.G.A. Honig jr. geneeskundig directeur van het ziekenhuis. 


Voor het Maria paviljoen in Zevenaar bestaat gedurende de eerste jaren na de opening grote landelijke belangstelling, omdat het als model dient voor nieuw te bouwen inrichtingen. Het Maria paviljoen is de eerste inrichting in Nederland, waar het boxensysteem bij het verplegen van volwassen lijders aan besmettelijke ziekten consequent is doorgevoerd. 


 

 

1929    De positieve ontwikkelingen van de jaren twintig worden bijzonder wreed verstoord door de beurskrach op 29 oktober; het begin van een wereldwijde economische crisis, die zijn weerga niet kent.


 

1930    Theodorus Holtman wordt in 1930 pastoor in Herwen en Aerdt. Hij zal dit blijven tot 1935 wanneer Cornelis Terwischa van Scheltinga hem als pastoor opvolgt.


Theodorus Holtman met Goudse pijp

 

1931    Pastoor Holtman voert de jaarlijkse sacramentsprocessie in voor de parochie Herwen en Aerdt. De zusters van de Congregatie van de arme Dienstmaagden uit Dernbach zorgen voor schilden met vrome spreuken alsmede vlaggetjes, vaantjes en bloemen voor de bruidjes. De processie schuifelt vanuit de katholieke kerk over het kerkhof om daarna weer terug te gaan. Het is voor de katholieken van Herwen en Aerdt een bijzonder gebeuren dat een feestelijke jaarlijkse traditie wordt.



1932    De in de Liemers zeer populaire Zevenaarse arts Jan G. A. Honig (1872 - 1958) wordt voorzitter van de Koninklijke Nederlandse Maatschappij ter bevordering van de Geneeskunst (KNMG).

 

 


De immense populariteit van dr. Jan Honig blijkt ondermeer uit een bericht in een regionale krant uit 1906, waarin wordt vermeld dat Honig en zijn echtgenote, terugkomend van een huwelijksreis van drie weken, op het Zevenaarse station(splein) worden verwelkomd door "schutterijen uit Babberich, Grieth en Ooy, drie muziekcorpsen, een stoet ruiters alsmede een mensenmenigte van zeker 5.000 tot 6.000 personen" . 


1932    Op 22 mei wordt het treinstation  Babberich, aan de internationale  spoorlijn Zevenaar - Emmerik,  na 35 jaar dienst te hebben gedaan, gesloten. Van de halteplaats is vooral gebruik gemaakt door arbeiders, ook uit Aerdt en Herwen, die in Duitsland werken. Velen komen op klompen, vandaar dat wel gesproken wordt van "klompentrein".   
 


Het eenvoudige houten stationnetje van Babberich
Pentekening M. Wenting Giesen

1933    Eind juni veroordeelt het gerechtshof in Arnhem een tweetal inwoners van Nijmegen tot resp. 7 en 9 maanden gevangenisstraf. Zij hadden een cafehouder in Herwen en Aerdt opgelicht voor een bedrag van 170 gulden door hem wijs te maken dat een pot poeder gesmokkelde cocaine bevatte, waar veel geld mee te verdienen viel. In werkelijkheid bleek de inhoud van de pot te bestaan uit (vrijwel) waardeloos zuiveringszout.

1934     Opnieuw is er wateroverlast. Talrijke landerijen in de Liemers komen onder water te staan.

 
                                   Hoogwater in Aerdt in 1934
 

















 

1934    Na een grondige restauratie wordt de kerk van de Nederlands Hervormde Gemeente in Aerdt op zondag 2 december ingewijd.

 


De Hervormde kerk (1930)


1935     Op 15 juni wordt de Fries Cornelis Johannes Josephus Terwischa van Scheltinga, die grote bekendheid heeft verworven als medeoprichter van de Federatie het Wit Gele Kruis, pastoor van de Sint Martinus parochie in Herwen en Aerdt.


 

















 

              

 

1937    Op vrijdag 10 december 1937 vindt de aanbesteding plaats voor de bouw van de brug ter lengte van 185 meter en ter breedte van 10,5 meter over de Oude Rijn tussen Aerdt en Babberich. De nieuw te bouwen brug moet er voor zorgen dat de gemeente Herwen & Aerdt uit haar isolement wordt verlost. De brug wordt aanbesteed voor rekening van de gemeente Herwen & Aerdt, de toegangsweg voor rekening van de gemeente Zevenaar.

1938    Op 1 maart wordt voetbalverenigng Carvium opgericht. De eerste jaren heet de club A.H.C (Aerdt-Herwen Combinatie) ontstaan uit drie verenigingen: Excelsior Aerdt, Eendracht Onderdijk en Herwense Boys Bovendijk.   
 


Logo Carvium

1938    In Herwen gaat H. Hetterscheidt (1904-1952) van start met zijn wekelijks op zaterdag verschijnende krant met de naam Wahalto (Wekelijks Advertentieblad voor Herwen, Aerdt, Lobith, Tolkamer en Omstreken). Aanvankelijk wordt de krant gratis verspreid en bevat hoofdzakelijk advertenties met een enkel kerkbericht. Wanneer enige tijd later ook plaatselijk en regionaal nieuws in het blad wordt opgenomen, wordt de gratis verspreiding gestopt en moet men voor de Wahalto betalen. Vanaf 1 oktober 1942 verschijnt het weekblad op last van de Duitse bezetter niet meer. Na de bevrijding verschijnt het blad voor het eerst weer op 9 juni 1945 en wordt de nieuwe naam: Liemers Lantaern. In de zomer van 1948 wordt het weekblad door de Zevenaarse uitgever A.J.M. Akkermans (1915-2005) overgenomen.

1939     Vlakbij Huis Aerdt komt voor het eerst een vaste oeververbinding over de Oude Rijn tot stand.

De brug over de Oude Rijn (1939); een jaar later, tijdens de eerste oorlogsdag, zou deze brug door Nederlandse soldaten worden opgeblazen.

1939     De Duitse dreiging neemt toe. Op maandag 28 augustus 1939 wordt in Nederland de mobilisatie afgekondigd. Ook dienstplichtigen uit de gemeente Herwen en Aerdt worden gemobiliseerd.


Op 29 augustus 1939 vertrekt de stoomboot "Koningin Wilhelmina" van Tolkamer naar Arnhem met aan boord gemobiliseerde soldaten uit de gemeente Herwen en Aerdt waaronder Lobith. Velen van hen zouden ruim 9 maanden later op de Grebbeberg een ongelijke strijd voeren. "Den Haag" heeft de bewapening en uitrusting van soldaten hopeloos laten verouderen, veel Nederlandse soldaten zijn slechts uitgerust met een geweer uit 1890 met vijf patronen en drie handgranaten. Op bovenstaande afbeelding v.l.n.r.: B. Roos, J. Roos, W. Derksen, Th. Pastoor en H.Hesseling

 

 

1940    Op Goede Vrijdag 22 maart 1940 vindt in de nabijheid van Aerdt op zeer grote hoogte een luchtgevecht plaats. Een Spitfire van de Britse Royal Air Force, die op de terugweg is van een fotoverkenningsvlucht boven het Duitse Ruhrgebied, wordt door een Duits vliegtuig onderschept en komt om 12.41 uur neer nabij de Kruisdijk tussen Herwen en Lobith. De piloot Claude Wheatley komt hierbij om het leven. Zijn parachute heeft zich niet geopend. Hij stort ter aarde aan de Duitse zijde van de Rijn, in de weide van Gottfried Derksen bij Duffelward en wordt door de Duitsers nog dezelfde dag met militaire eer begraven.



Omstanders aanschouwen op 22 maart 1940 de resten van de neergestorte Spitfire
Collectie Sander Woonings, Arga (Aircraft Research Group Achterhoek)

1940     In de zeer vroege ochtend van 10 mei begint voor Nederland  de Tweede Wereldoorlog. Grote aantallen Duitse vliegtuigen komen over. Een onafzienbaar leger Duitse soldaten komt vanuit Zevenaar in de richting van Arnhem. Na het opblazen van de Westervoortse brug ontstaat enige tijd een file aan Duitse oorlogsvoertuigen van meer dan 20 km tot Emmerich. De nieuwe brug bij Aerdt (Herwen) over de Oude Rijn wordt door terugtrekkende Nederlandse militairen vernield.

De vernielde brug over de Oude Rijn in juni 1940
In februari 1941 is de brug weer hersteld maar op donderdag 29 maart 1945 wordt de brug opnieuw opgeblazen. Dit maal door de Duitsers, die het grondiger doen dan de Nederlanders eerder in 1940.


1940
   In de ochtend van 11 mei begint de slag om de Grebbeberg, die drie vreselijke dagen (en nachten) duurt. De Grebbeberg is dan het toneel van hevige gevechten, tragiek, wanhoop en ontreddering. De Nederlandse offers zijn enorm. Bij de slag om de Grebbeberg sneuvelen tussen 11 en 14 mei ongeveer 425 Nederlandse soldaten. Onder de gesneuvelden zeven dienstplichtige soldaten uit de gemeente Herwen en Aerdt. Het aantal gesneuvelde soldaten uit Herwen en Aerdt is ongeveer even groot als het aantal gesneuvelden uit 's Gravenhage; alleen wonen in laatstgenoemde plaats wel 150 maal zo veel mensen als in de gemeente Herwen en Aerdt!


 



Johannes Hendrikus Brakel (21 jaar) uit de gemeente Herwen en Aerdt sneuvelt op 12 mei 1940 in de strijd tegen de Duitsers aan de Grebbelinie. Zijn lichaam wordt 16 mei 1940 bij Hotel Grebbe aan de weg Rhenen-Wageningen gevonden. Hij is begraven op het ereveld (rij 2, graf 63) in Rhenen.

Johannes Theodorus Driessen (29 jaar) uit de gemeente Herwen en Aerdt sneuvelt op 12 mei 1940 in de strijd tegen de Duitsers aan de Grebbelinie. Zijn lichaam wordt 16 mei 1940 gevonden. Hij is begraven op het ereveld (rij 2, graf 28) in Rhenen.

Gerardus (Gerrit)  Frederikus Bernardus Jurrius (30 jaar) uit de gemeente Herwen en Aerdt sneuvelt op 13 mei 1940 in de strijd tegen de Duitsers aan de Grebbelinie. Hij krijgt een veldgraf naast Hotel Bergzicht aan de Cuneraweg te Prattenburg (gemeente Veenendaal) en wordt 3 juni 1940 herbegraven op het ereveld (rij 7, graf 41) in Rhenen (zie afbeelding).

Johan van der Kamp (24 jaar) uit de gemeente Herwen en Aerdt sneuvelt op 12 mei 1940 in de strijd tegen de Duitsers aan de Grebbelinie. Zijn lichaam wordt 17 mei 1940 gevonden. Hij is begraven op het ereveld (rij 3, graf 33) in Rhenen.

Hendrikus Hermanus Theodorus Pastoor (26 jaar) uit de gemeente Herwen en Aerdt sneuvelt op 14 mei 1940 in de strijd tegen de Duitsers aan de Grebbelinie. Zijn lichaam wordt 17 mei 1940 gevonden. Hij is begraven op het ereveld (rij 3, graf 46) in Rhenen.

Everhardus Gerhardus Theodorus Spronk (31 jaar) uit de gemeente Herwen en Aerdt sneuvelt op 13 mei 1940 in de strijd tegen de Duitsers aan de Grebbelinie. Zijn lichaam wordt 17 mei 1940 gevonden. Hij is begraven op het ereveld (rij 3, graf 45) in Rhenen.

Hendrikus Christiaan Ferdinand Thielking (27 jaar) uit de gemeente Herwen en Aerdt sneuvelt op 13 mei 1940 in de strijd tegen de Duitsers aan de Grebbelinie. Zijn lichaam wordt 17 mei 1940 gevonden. Hij is begraven op het ereveld (rij 4, graf 18) in Rhenen; tot 11 februari 1941 als onbekende soldaat.

 

1940     Enige weken na de Duitse inval herneemt het leven zijn "normale" gang. De opgeblazen brug over de Oude Rijn wordt hersteld.

1941    In de loop van zondag 26 januari treedt de overlaat bij Spijk in werking waardoor enorme hoeveelheden water in de Oude Rijn worden gestuwd. Een groot deel van de Liemers komt in de daarop volgende dagen onder water te staan en onder meer de dorpen Aerdt, Herwen en Lobith worden van de buitenwereld afgesloten.



Spijkse overlaat

 

1941    Het eerste bombardement waaraan het Gelders Eiland wordt blootgesteld vindt plaats in de nacht van maandag 18 op dinsdag 19 augustus op de steenfabriek van Terwindt & Arntz in Spijk. Stoker Piet de Bruin wordt hierbij dodelijk getroffen.


P de Bruin (1888-1941)

 

1942      Als vijfde Gelderse gemeente krijgt Herwen en Aerdt na het overlijden van burgemeester Bruns een N.S.B'er als burgemeester. Bij de installatie van de N.S.B burgemeester J. Hesselink in zaal van den Dungen in Herwen is het druk met vooral partijgenoten van elders. De plaatselijke bevolking houdt zich grotendeels afzijdig.

Advertentie in het regionale weekblad WAHALTO (Week- en advertentieblad voor Herwen, Aerdt, Lobith, Tolkamer en omstreken) op 25 juli 1942


Hesselink arriveert per extra boot van de stoombootonderneming Concordia uit Arnhem.  Ongeveer 250 N.S.B.ers verwelkomen Hesselink aan de kade.

 

1942   De uit Aerdt afkomstige Lambertus Voss, werkzaam bij een munitiefabriek in Hemberg, wordt gearresteerd op beschuldiging van wapenlevering aan het Nederlandse verzet. Hij wordt vastgezet aan de Weteringschans in Amsterdam en later op transport gesteld naar Bergen-Belsen. Op 7 maart 1945 zou hij in Hameln, waar hij te werk is gesteld, worden doodgeschoten.  

 


Bidprentje van Lambertus Voss (1907 -1945)
ontvangen van zijn neef Carel Voss, waarvoor hartelijk dank


Famillie Voss met rechts achter Lambert Voss (afbeelding van Carel Voss, neef van Lambert)

1943    Tenminste vijf joodse medeburgers uit de gemeente Herwen en Aerdt worden op last van de bezetter gedeporteerd en overlijden in 1942, 1943 en 1944 in het vernietigingskamp Auschwitz.


1944    Op woensdagavond 3 mei vindt omstreeks 18.00 uur een bijzonder tragisch ongeluk plaats op het overzetbootje tussen Pannerden en Millingen waarbij zes van de zeven opvarenden verdrinken. Hun  bootje kantelt op een onrustig water. Alleen de heer J. Roos (50 jr) uit Lobith slaagt er in zichzelf drijvende te houden en wordt na een half uur gered. De overige inzittenden waaronder de 71 jarige veerman Eerden en zijn zoon verdwijnen in de golven en verdrinken. De slachtoffers zijn afkomstig uit Pannerden, Herwen en Aerdt.

1944    Op 20 augustus wordt de afdeling Herwen en Aerdt van het Rode Kruis opgericht, die een half jaar later buitengewoon belangrijk werk verricht bij de evacuatie van de gemeente.

1945    In februari komt het bevel tot evacuatie. Een groot deel van de bevolking evacueert naar Zutphen en omgeving. Op 29 maart wordt de brug over de Oude Rijn voor de tweede maal opgeblazen. Dit keer door de Duitsers en grondiger.

1945    Op woensdag 14 februari 1945, de dag van de evacuatie, wordt H. Koerentjes bij het verrichten van werkzaamheden in de wei van boer Vreeman dodelijk getroffen door een granaatscherf, afkomstig van granaatvuur dat door de geallieerden tijdens het voorjaarsoffensief van 1945 wordt afgevuurd op Duitse stellingen aan de rechterzijde van de Rijn.

1945     Begin april komt een eind aan een zinloze oorlog, die alleen verliezers heeft gekend.


Aanleg Baileybrug bij Herwen in 1947 naast de verwoeste brug

De brug over de Oude Rijn bij Herwen, die kort voor het uitbreken van de oorlog gereed was gekomen, is tweemaal verwoest: In 1940 door de Nederlanders en in 1945 door de Duitsers.


Aerdtse veer (1935)

 Voor de komst van de brug moet
het verkeer van dit veer gebruik maken.
 
 


1945
    Hoewel de oorlog voorbij is vallen er op het Gelders Eiland nog doden en gewonden door de vele achtergebleven granaten, mijnen en boobytraps zoals op 20 september wanneer kolenhandelaar Toon Rietbergen met paard en wagen op de 's-Gravenlandsedam over een landmijn rijdt en op slag wordt gedood.



Mijnen in de Veerstraat in Tolkamer (april 1945)

Tot de dodelijke slachtoffers van achtergebleven oorlogstuig behoren in de gemeente Herwen en Aerdt vooral kinderen. Zoals:
de vijftienjarige Stephanus Theodorus (Steffie) Stift uit de Middenstraat in Lobith;
de broertjes Gerard (12 jr), Jacob (11 jr) en Jan (8 jr) Nieuwenhuis uit het Tuindorp;
de vijftienjarige Henk Reuser uit Tolkamer;
Kees Cretier (16 jr), Theo Elvering (14 jr), Stan Dietz (13 jr) slachtoffers van een verongelukte Engelse militaire truck beladen met antitankmijnen. Bij dit ongeval op 18 juni 1945 komen ook twee Engelse militairen om: John Allan Rowett (37 jr) en George Brazneill (24 jr). 

 
Henk Reuser, voor wie op vrijdag 1 juni 1945 
een niet geruimde voetmijn noodlottig wordt.

 
 

1946    Op 1 juni wordt J.N.M. Daalderop burgemeester van de gemeente Herwen en Aerdt. De benoeming van Daalderop, gemeenteambtenaar in Lichtenvoorde, is een waardering voor zijn activiteiten in het ondergrondse verzet.

1946   Begin juli wordt op initiatief van Toon van Uden voetbalvereniging A.H.C. (Aerdt Herwen Combinatie) opgericht. In 1955 wordt deze vereniging omgedoopt in Carvium.

A.H.C. in 1946
Staand v.l.n.r.: T. Korts, J. van Hall, J. Wesselkamp, J. Teunissen, H. ten Eikelder, B. Kuper, Th. Kuper en G. Buil
Knielend v.l.n.r.: B. Luub, G. Drost, B. Hendriks. T. Gerritzen, J. Loef en B. Loef

 

1947    Met 86 vorstdagen is 1947 de strengste winter van de 20e eeuw. Sinds mensenheugenis veroorzaken koude winters grote problemen. De snijdende vrieswind waait door de eenvoudige niet geisoleerde woningen en dorpen worden onbereikbaar. Vaak wordt melding gemaakt van afgevroren oren en ledematen, soms ook van mensen die doodvriezen. Andere zeer koude winters sedert 1870:   1871, 1880, 1891, 1929, 1940, 1942, 1956 en 1963.
 


IJsbrekers op de Rijn bij Lobith in de koude winter van 1940


1947   
Uit het landbouwkundig rapport over de Liemers blijkt dat de gemiddelde grootte van een boerenbedrijf in Angerlo 14 ha., in Didam 7 ha., in Duiven 12 ha., in Herwen en Aerdt 15 ha., in Pannerden 16 ha., in Wehl 7 ha., in Westervoort 9 ha. en in Zevenaar 8 ha. bedraagt.


Het binnenhalen van de oogst in Pannerden op de Kijfwaard. Tot ver voorbij het midden van de 20e eeuw een gebruikelijk beeld; ook in Aerdt
 

1947     Op 8 december, 32 maanden na de bevrijding van het Gelders Eiland, wordt de 45 jarige Johannes Arnoldus Brinkman zeer ernstig gewond wanneer hij met zijn vrachtwagen op de Bieland op een  niet opgespoorde mijn rijdt. Het zou nog tot 1955 duren voordat alle mijnen op het Gelders Eiland gevonden zijn. 

1948     In maart wordt een  door Engelse soldaten gebouwde baileybrug tussen Aerdt en Babberich in gebruik genomen. Deze Baileybrug zou ongeveer 10 jaar dienst doen totdat in 1958 een permanente brug in gebruik wordt genomen.  

1948    Voorafgaande aan het bezoek dat prins Bernhard (echtgenoot van prinses Juliana) in juni aan het Gelders Eiland brengt stuurt de Pannerdense gemeenteraad een rekwest in verband met de voorgenomen samenvoeging van Pannerden met de gemeente Herwen en Aerdt.  De Raad schrijft verwijzend naar de watersnoodramp in 1926 en de oorlogsramp in 1944/1945 "dat een nieuwe ramp, die voor de gemeente Pannerden alle vorige zal overtreffen, voor aller ogen komt opdagen: de voorgenomen opheffing van de gemeente Pannerden en de samenvoeging met de gemeente Herwen en Aerdt". De Raad verzoekt de prins "bij uw Gemalin, de toekomstige koningin der Nederlanden en de betreffende organisaties uw invloed te doen gelden teneinde deze catastrofe van de gemeente af te wenden".

 

 


Prins Bernhard (1960)
wordt gevraagd "catastrofe" voor Pannerden af te wenden

1948    Het bezoek dat prins Bernhard, echtgenoot van de aanstaande koningin Juliana op 8 juni aan het Gelders Eiland brengt, wordt door de inwoners als buitengewoon teleurstellend ervaren. Een Aerdts correspondent schrijft over dit bezoek: "We hadden ons dit bezoek anders voorgesteld. Met een flinke vaart ging het over de dijk van de Aerdtse brug naar Lobith en dito weer naar Pannerden. Het was nog erger alsof hij (prins Bernhard) naar het hooi moest".

1950    In de tweede helft van de twintigste eeuw verandert er ook in Aerdt op boerenbedrijven veel. In snel tempo worden landarbeiders, boerenknechten en trekdieren vervangen door machines. Veel werk gaat verricht worden door loonbedrijven.

 


Het maaien van rogge in de Liemers  (1936)

 

1952    In het voorjaar hebben vooral de landbouwers veel overlast van het water doordat de buitenpolders op het Gelders Eiland overstromen.

 



1954    Begin juli vernielt een hevig onweer met intense hagelbuien de fruitoogst in zowel Pannerden als Aerdt. Twee jaar eerder in 1952 was de fruitoogst op dezelfde plaatsen ook al zwaar beschadigd.

 

1955     Dinsdagavond 7 juni loopt de Cooperatieve winkel in Herwen en Aerdt bij een felle uitslaande brand grote schade op.



1955     Schuttersgilde "Eensgezindheid" in Aerdt viert haar gouden jubileum op zondag 21 augustus 1955 met een Internationaal Concours met deelname van "Vrede en Vriendschap" uit Herwen, "E.M.M." en "Excelsior" uit Lobith, "E.M.M." uit Spijk, "Claudius Civilis" uit Pannerden, "Sint Martinus" uit Elten, "Sint George" uit Huethem en het "Sint Jansgilde" uit Beek.

 


Zittend v.l.n.r: J. Huugen (penningmeester), H. Vrehe, F. Burkhard (koning), Th. Burkhard-van Valburg (koningin), J. van de Weijer (voorzitter) en W. Goris (secretaris) staand v.l.n.r: Th. Grob, J. Luub, J. Heijnen, W. Bruns, Th. Voss, J. Puttman en H. Heymen

1956    In de jaren vijftig worden de vertrouwde trekpaarden vervangen door landbouwtrekkers. Sinds mensenheugenis hebben paarden het zwaarste werk gedaan maar dat wordt nu ook in Aerdt geschiedenis.

 

1957    Het  gemeentebestuur van Herwen en Aerdt, waartoe Aerdt in deze tijd behoort, schrijft een brandbrief aan de Nederlandse regering waarin ze waarschuwt voor de "catastrofale" gevolgen van een eventuele teruggave van Elten aan Duitsland. Het gemeentebestuur schrijft: "De belangrijkste industrie van Herwen, Aerdt, Lobith, Tolkamer en Spijk zal bijna helemaal verloren gaan, daar er voor het zware vervoer geen andere weg is dan die naar Elten. De gemeente zal terugkeren naar de middeleeuwen". 
Ondanks dit schrijven wordt Elten enkele jaren later weer Duits, een catastrofe blijft uit en de gemeente keert niet naar de middeleeuwen
terug.

 



Gezicht op Hoch-Elten (1948)

1957    Dr. A. Gerver, directeur-geneesheer van het sanatorium in Zevenaar moet om gezondheidsredenen (M.S.) zijn werk neerleggen. Gedurende meer dan  twintig jaar (1936 -1957) heeft hij onder veelal uiterst moeilijke omstandigheden van vaak bittere armoede en oorlogsellende zijn werk als longarts moeten verrichten in een tijd waarin ook in Aerdt tuberculose (tbc) een zeer gevreesde ziekte is.

Dr. A.J. Gerver (1903 - 1962) met een assisterende zuster tijdens het aanleggen van een pneumotharax (stilleggen van een long) bij een tuberculosepatient (foto ontvangen van: mevr. I. Konersmann-Gerver).
Dr. Gerver heeft het sanatorium ondermeer geleid gedurende de moeilijke oorlogsjaren waarin hij zelf tweemaal door de Duitsers gevangen is genomen.  Direct na de oorlog heeft hij bij gebrek aan artsen enige tijd alleen voor de medische behandeling van tweehonderd patienten gestaan.

1958    Bij werkzaamheden aan de Baileybrug over de Oude Rijn kapseist op vrijdagavond 23 mei 1958 omstreeks 18.30 uur een werkvlot waardoor vier jonge dienstplichtige soldaten verdrinken. De soldaten hadden de opdracht om de baileybrug, die Herwen en Aerdt met Babberich verbindt, af te breken omdat deze vervangen wordt door een nieuwe brug. De omgekomen soldaten zijn: K. Dekker uit Den Haag (21 jaar), J.J.M. Guntlisbergen uit Den Bosch (21 jaar), Ph. Lijdeckers uit Den Haag (21 jaar) en J. Rietveld uit Vorden (21 jaar).

Voorbeeld van een Baleybrug zoals deze na de Tweede Wereldoorlog op tal van plaatsen aangelegd is. In de periode 1948- 1958 heeft een vergelijkbare brug de verbinding gevormd over de Oude Rijn tussen Babberich en Aerdt. 

1958    Op 14 november wordt de nieuwe "Burgemeester Brunsbrug", beter bekend als de Aerdtse brug, tussen Aerdt en Babberich geopend. De opening wordt overschaduwd doordat bij de demontage van de oude in maart 1948 in gebruik genomen baileybrug vier Nederlandse geniesoldaten zijn verdronken.

 



Monument bij Aerdtse brug

1959    De zomer van 1959 verloopt gortdroog. Ook in Aerdt is de extreme droogte voor velen een kwelling. Vooral voor de landbouwers is het een beproeving. De problemen verergeren nog omdat ook september extreem zonnig en droog is.

 

1960    Donderdagochtend 5 mei omstreeks tien uur wordt een pakkettenboot van "Tolkamers Handelsbelang" overvaren door het uit Duitsland komende Franse motorschip Delacroix. De pakkettenboot zinkt vrijwel direct en twee van de drie opvarenden verdrinken. Het zijn H. Hendriks en J. Peters, beiden uit Lobith-Tolkamer en vader van respectievelijk acht en vier kinderen. De derde opvarende de heer Vreeman uit Aerdt kan worden gered. Het gezonken schip werd gebruikt om belastingvrije levensmiddelenpakketten aan boord van schepen te brengen, die naar Duitsland varen

1961    De dorpskern van Aerdt wordt aangesloten op waterleiding. In vergelijking met andere Liemerse dorpen is Aerdt erg laat. Duiven krijgt in 1952 water, Spijk in 1953, Angerlo in 1954, Groessen in 1954, Loo in 1954, Pannerden in 1954, Wehl in 1958 en Herwen in 1961.

 

 


Aerdt, 1955 (Ad Dekkers, Liemers Museum)

1961     Aan de onzekerheid ten aanzien van het al dan niet voortbestaan van het in de oorlog zwaar beschadigde Huis Aerdt komt een einde; Huis Aerdt wordt voor een symbolisch bedrag van een gulden overgedragen aan de stichting "Vrienden van Geldersche Kastelen", die Huis Aerdt vervolgens in oude glorie herstelt.




                            Huis Aerdt, direct na de oorlog

                                   Huis Aerdt, na restauratie

1964   De ontdekking van het Groningse aardgas in Slochteren in 1959 veroorzaakt in de jaren zestig ook ingrijpende gevolgen voor de energievoorziening in de Liemers, waardoor kolenkachels nu snel tot het verleden behoren.

 

Minister Andriessen brengt op 9 juli 1964 een werkbezoek aan het  Zevenaarse Broek (Zweekhorst), waar op dat moment een belangrijke aardgasleiding wordt aangelegd.


1965
    In Emmerich wordt een imposante hangbrug over de Rijn geopend. De brug is meer dan 1.000 meter lang en daarmee de langste hangbrug over de Rijn. Het verbindt Emmerich met Kleve. Ook veel inwoners van de Liemers hebben de bouw (1959 -1965) van deze indrukwekkende brug met bijzondere belangstelling gevolgd.     

 
 Rijnbrug Emmerich, (foto 6 september 2008)

 

1967   De boerderij van de familie Tangelder aan de Pannerdensedijk in Aerdt wordt door brand grotendeels verwoest. De oorzaak is hooibroei een gevreesde veroorzaker van boerderijbranden.
 


 

1968    Op woensdag 1 mei vindt in Beek een bijzonder tragisch ongeval plaats, waarbij drie mensen om het leven komen. Onder de dodelijke slachtoffers de in Aerdt geboren 29 jarige architect E.J.A. de Vries en zijn 22 jarige zwangere vrouw Th. (Thea) H. M. de Vries-Kaal, geboren en opgegroeid in Zevenaar. Het ongeluk is te wijten aan een bijziende Duitse automobilist, die zonder zijn bril op rijdt. Hij wordt door de politie in voorlopige hechtenis genomen.

 


"zoals God beschikte" 

1972    In de nacht van dinsdag 12 september op woensdag 13 september botst de 21-jarige H. Drost uit Aerdt met zijn bromfiets tegen een voetganger. Drost overlijdt ter plaatse, de voetganger raakt slechts licht gewond.

 

1974    Op 26 april wordt  het regionale weekblad De Liemers Lantaern (voorheen Wahalto), sedert 1948 in handen van A.J.M. Akkermans, voor de laatste keer door deze Zevenaarse uitgever gedrukt. Het blad wordt overgenomen door uitgeversmaatschappij De Gelderlander, die het weekblad later weer verkoopt aan krantenuitgeverij Wegener.

 


Op vrijdag 26 april 1974 wordt De Liemers Lantaern, die ook in Aerdt veel gelezen wordt, voor de laatste keer gedrukt door de Zevenaarse uitgever Akkermans.

1976  Op zaterdag 7 februari 1976 overlijdt dokter Arnoldus G. Reijers (1897 - 1976). De oorspronkelijk uit Huissen afkomstige Reijers vestigde zich in 1924 als huisarts in de gemeente Herwen en Aerdt. Hij is ruim een halve eeuw huisarts geweest.
 


1978    In februari start het provinciaal bestuur van Gelderland een wettelijke procedure voor de samenvoeging van de gemeenten Herwen en Aerdt en Pannerden. Herwen en Aerdt bestaande uit de dorpen Aerdt, Herwen, Lobith, Spijk en Tolkamer heeft 7850 inwoners. Pannerden met de gehuchten De Kijfwaard, Lobberden en Pannerdensche Waard heeft 2200 inwoners.

1985    De gemeente Herwen en Aerdt houdt op te bestaan en wordt onderdeel van de nieuwe gemeente Rijnwaarden.

 


Rijnwaarden gelegen in het zuidwesten van de Liemers

 

1988    Op zaterdag 25 juni wordt het Nederlands voetbalelftal  Europees kampioen na een 2-0 overwinning op Rusland in het Olympiastadion in Munchen. De stemming in heel Nederland is uitgelaten. Ook in Aerdt heerst euforie met overal feestende mensen en toeterende auto's.

 


Uitgelaten sfeer in Amsterdam juni 1988

 

1990    In het Liemers Museum in Zevenaar vindt een expositie plaats van vondsten uit de Byland, het watersportcentrum nabij Herwen en Aerdt dat tussen 1945 en 1955 door zand- en grintwinning is ontstaan. Verreweg de meeste vondsten zijn van Romeinse oorsprong en hebben een militair karakter. Niet zo verwonderlijk omdat op de plaats van de huidige Byland een Romeins fort (castellum) heeft gestaan met de naam Carvium (Herwen).

 


Enkele Romeinse vondsten uit de Byland
(Liemers Museum, Zevenaar)

1995    Begin februari bereikt het water in Rijn, Waal en IJssel recordstanden. Honderdduizenden inwoners in bedreigde gebieden, vooral in Gelderland, worden geevacueerd. In Ochten (Betuwe) kan een dijkdoorbraak met inzet van het leger op het nippertje voorkomen worden. In tegenstelling tot vroegere tijden loopt de Liemers dit maal geen gevaar.

 

Begin februari 1995 wordt de hoogste waterstand ooit in het Pannerdensch kanaal gemeten. De peilschaal bij Pannerden geeft een niveau aan van 14,75+ N.A.P.  Dat is tenminste 8 meter meer dan de laagste waterstand ooit, die hier gemeten wordt in 2003.

 

 

 

 

2004     Op vrijdagmiddag 2 januari wordt onze regio opgeschrikt door een lafhartige moord. De 56-jarige eigenaar van het eeuwenoude Montferland in Zeddam, Henk Zinger, wordt tijdens een brute overval door messteken gedood. De 33-jarige dader, afkomstig uit Havelte, wordt enige maanden later veroordeeld tot 7 jaar gevangenisstraf en tbs.

 

 


Hotel Montferland / Graaf van den Bergh in Zeddam (2012)

2008    Op vrijdagmiddag 9 mei wordt, terwijl dakdekkers op het dak het riet vernieuwen, de monumentale boerderij uit het midden van de 19e eeuw van de familie De Vries aan de Aerdtsedijk volledig in de as gelegd. 

2009    Op 1 januari gaan de R.K. parochies van Babberich, Herwen en Aerdt, Lobith, Oud-Zevenaar, Pannerden, Spijk en Zevenaar samen tot de nieuw gevormde Sint Willibrordusparochie.

Sint Willibrordus, (658 - 739)

Bij de verspreiding van het christelijk geloof spelen de uit Engeland afkomstige Willibrordus (658 - 739) en zijn uit Ierland afkomstige medewerker Werenfried (overleden op 14 augustus 760 in Westervoort) een belangrijke rol.
Werenfried krijgt de leiding over een gebied met Elst als centrum en Willibrordus neemt vanuit Emmerich de rest van de Liemers onder zijn hoede. Naar Willibrordus wordt in 2009 de nieuw gevormde parochie vernoemd van de voormalige parochies Babberich, Herwen en Aerdt, Lobith, Oud-Zevenaar, Pannerden, Spijk en Zevenaar. 

Willibrord sterft in 739 in het Luxemburgse Echternach. Al gauw na zijn dood wordt hij als heilige vereerd en zijn graf groeit uit tot pelgrimsplaats. Nu nog altijd tonen bedevaartgangers die in Echternach deelnemen aan de zogenaamde springprocessie hun trouw aan de patroonheilige. Het is een heel bijzondere processie omdat de deelnemers steeds drie stappen naar voren zetten en vervolgens twee naar achteren. Elk jaar vindt deze processie met vele deelnemers en bezoekers plaats op de dinsdag na Pinksteren ter nagedachtenis aan Willibrord.

 

 

 

2011    Op 21 april (Witte Donderdag) overlijdt in zijn woning in Zevenaar volkomen onverwacht de bekende streekhistoricus dr. Ben Janssen. Hij is van grote betekenis geweest voor de Liemers waar hij tal van boeken over heeft geschreven. Op 28 april vindt in de R.K. kerk van Lobith-Tolkamer, zijn geboorteplaats, de uitvaartdienst plaats.  

 


 Dr. Ben Janssen 
(1931 - 2011)

2012    Drumfanfare Eensgezindheid uit Aerdt wordt in het weekend van 22 april in het Limburgse Nederweert Nederlands kampioen.

2013    Op 4 december 2013 is het exact honderd jaar geleden dat in de gemeente Herwen en Aerdt woningbouwvereniging "De Goede Woning", voorganger van woonstichting "Vryleve" is opgericht. "Vryleve" beheert in 2013 bijna 1500 woningen in de gemeente Rijnwaarden, waartoe ook Aerdt behoort.
 


Huizen van "De Goede Woning" aan de Herwense Polderdijk, gebouwd in 1915 en afgebroken in 1985

 

2015    Volgens opgave van het Centraal Bureau voor de Statistiek is het aantal huishoudens in de Liemers dat onder de armoedegrens leeft aanzienlijk geringer dan in de rest van Nederland. Zo bedraagt het percentage arme huishoudens in Duiven 5,6%, in Zevenaar 7,1%, in Westervoort 8,4% en in Rijnwaarden, waartoe Aerdt behoort, 7,6%. Het landelijk gemiddelde bedraagt 9,5%. Hoe anders was het een eeuw eerder toen de Liemers tot de armste streken van Nederland behoorde. Het kan (gelukkig) verkeren. 

2018
    Op 1 januari 2018 wordt de gemeente Rijnwaarden, waartoe Aerdt, Herwen, Lobith, Pannerden,Tolkamer en Spijk behoren, samengevoegd bij de gemeente Zevenaar. 

2018    Op vrijdag 16 maart 2018 overlijdt op 93-jarige leeftijd Jozef Cornielje (1924 - 2018). 
Jozef Cornielje werd op 30 december 1924 in Spijk geboren. In de periode 1958 - 1964 was hij secretaris van het polderdistrict Oude-Rijn en vervolgens tot 1976 gemeentesecretaris van Herwen en Aerdt. Van 1976 tot zijn pensionering in 1989 was hij burgemeester van de voormalige gemeente Angerlo. Zijn zoon Clemens werd in 2005 Commissaris van de Koningin in Gelderland.