Klik hier voor een leuk filmpje: 
"Van Zevenaar naar Babberich
"

Babberich

 

Babberich: Snel door de tijd

800      De verspreiding van het Christelijk geloof over de Liemers vindt plaats.

1150    Halverwege de 12e eeuw wordt in het Liemerse land een begin gemaakt met de aanleg van dijken. Het zijn lage "zomerdijken" om het zomerwater te keren. Ruim honderd jaar later komen in de "Lijermersch" de eerste winterdijken.

Dijkaanleg met eenvoudige hulpmiddelen is een onvoorstelbaar omvangrijke klus, die naast vakmanschap vooral ook veel logistiek inzicht vraagt.


1250
    Omstreeks deze tijd loopt al een belangrijke verkeersweg van Arnhem naar Keulen via een pontveer over de IJssel bij Westervoort, vervolgens via Groessen, Oud-Zevenaar, Babberich, Elten naar Emmerik en daarna verder langs de Rijn naar Keulen.

1290    Aan het eind van de dertiende eeuw is Doesburg verreweg het belangrijkste centrum in onze regio. De gehele Liemers tot aan Emmerik alsmede ook Doetinchem ressorteren onder het ambt Doesburg.

1328    De graven van Gelre en Kleef (Kleve) besluiten om een grote dijk aan te leggen van Babberich tot Giesbeek.

1339    Gelre, waartoe ook Babberich in deze tijd behoort, wordt door de keizer van Beieren tot hertogdom verheven. Het is een zeer groot en belangrijk hertogdom. Het omvat naast de huidige provincie Gelderland, grote delen van de huidige provincie Limburg (met ondermeer Venlo, Venray en Roermond) en delen van het huidige Noord-Rijnland-Westfalen met ondermeer het stadje Geldern, waarnaar het hertogdom Gelre en de latere provincie Gelderland zijn genoemd. Het hertogdom Kleve vormt een wig tussen de Noordelijke en de Zuidelijke delen van Gelre. De zelfstandigheid van Gelre eindigt in 1543.

    Het hertogdom Gelre omvat omstreeks 1350:
1. Het Kwartier van Nijmegen (huidige Betuwe)
2. Het Kwartier van de Veluwe (ook genoemd het Kwartier van Arnhem)
3. Het Kwartier van Zutphen (de huidige Achterhoek en Liemers)
4. Het Kwartier van Roermond (het huidige Limburg en delen van Noord-Rijnland-Westfalen) 

 

1340    Een Gelderse rentmeesterrekening vermeldt Betburg; dit is Babberig / Babberich. Uit deze rekening blijkt, dat tot de Lijmers gerekend worden: Weel, Betburg, Zevenaar, Angeroy (Loo), Westervoort, Beek en Zeddam,  Duiven en Groessen.

1342    In juli bezwijken rivierdijken waardoor een groot deel van de Liemers onder water blijft tot in de nazomer van 1343.

1355    Vanaf 1355 neemt de macht van Kleef in de Liemers sterk toe ten koste van Gelre.

Bezittingen van Gelre en Kleef (Kleve) in de Liemers omstreeks 1350
Voor 1350 bezit Kleef in de Liemers alleen Groessen, Leuven (tussen Oud-Zevenaar en Groessen), Oud-Zevenaar en Grondstein (nabij Elten).
In de periode na 1355 worden o.a. ook Zevenaar, Huissen (Huussen), Wehl (Weel), Duiven, 't Loo, Ooy, Babberich, Eltingen en Elten deel van Kleve.

 

1363  Kasteel Huize Babberich wordt reeds in 1363 vermeld. In de middeleeuwen is Huize Babberich een echt kasteel compleet met ophaalbrug.  In de Tachtigjarige Oorlog gebruikt Prins Maurits het kasteel in zijn strijd tegen de Spanjaarden. In de 18e eeuw wordt het kasteel afgebroken en vervangen door het huidige "Huize Babberich", ook wel genoemd kasteel Halsaf.
 

 


Huize Babberich (Halsaf) in 1740

1380    Mechtelt, hertogin van Gelre, verkoopt kasteel Huize Babberich aan ridder Ernst Mom. Diens familie blijft gedurende een periode van twee eeuwen eigenaar van het kasteel, waarna het achtereenvolgens in handen komt van: de geslachten Van Zeller (eind 16e eeuw), Foppinga (17e eeuw), Van der Hoevelinck (1689), Von Rohe tot Elmpt (1731), Van Diest (1759), Van Heerdt en De Neree (1785).

1400    De naam Babberich komt in de middeleeuwen voor als Bedburg, Batberg Batbergenen Babberg. Doordat "berg" door de bewoners wordt uitgesproken als "ber-rig" wordt in de loop der tijd Babberg uitgesproken als "Babberig".

1406    Ambt Liemers (o.a. Zevenaar, Babberich, Duiven, Loo, Groessen, Wehl), van oorsprong Gelders grondgebied, wordt door Reinoud IV van Gelre aan het graafschap Kleef (Kleve) verpand.


Gezicht op Kleef (Kleve) omstreeks 1570, gravure van Frans Hogenberg
Het ambt Liemers, dat in 1406 wordt verpand aan Kleve, zou tot het begin van de 19e eeuw Duits blijven.

1431      Het gilde van Babberich en Holthuizen bestaat al. Het ontstaan ervan gaat vermoedelijk nog wel een eeuw terug.

1447    Het kasboekje van het Gilde van Babberich en Holthuizen vermeldt een uitgave van 4 Keizers ten behoeve van de schoolmeester / koster.

1475    Omstreeks 1475 wordt Camphuysen in Oud-Zevenaar gebouwd door een lid van het geslacht Camphusen op een stuk land, behorende bij de hof te Babberich. 
In dit geval heeft de familie haar naam aan het goed gegeven, terwijl het omgekeerde meer voorkomt.

 


Kasteel / Huis Kamphuizen ook wel "Heerd" genaamd naar het geslacht Heerde, dat eeuwenlang huist op Kamphuizen. Aan het begin van de 19e eeuw komt Kamphuizen in het bezit van de familie De Neree. 

1491     Begin februari breekt de Rijndijk tussen Emmerik (Emmerich) en Rees door. Het gevolg is dat een groot gebied tot aan Doesburg onder water komt te staan.

1503      De zomer van 1503 verloopt zinderend heet en kurkdroog. Het is ook voor de inwoners van Babberich een ware beproeving.

1521   Zevenaar-stad krijgt een eigen rooms katholieke parochie. De Sint Martinuskerk in Oud-Zevenaar blijft parochiekerk voor Holthuizen, Grieth, Zweekhorst, Ooy, Babberich en Oud-Zevenaar. Pas meer dan drie eeuwen later, in 1852, komen Grieth en Zweekhorst bij de parochie Zevenaar-stad. Babberich wordt pas in 1971 een zelfstandige parochie.
 


           

1532     Oswald Graaf van den Bergh tekent protest aan omdat mensen uit Babberich hout hebben gehaald uit de Beekse heide.

1557     De vermaarde cartograaf Christiaan sGrooten, geograaf van de Spaanse koning Philips II, brengt het gewest Gelderland in kaart.

Een detail uit de kaart van Christiaan sGrooten betreffende de omgeving van Halsaff (kasteel Babberich)

In de omgeving van Babberich zien we o.a. Sevenaer (Zevenaar) en Grontsteyn.

 



1567   
Het algemene oproer bekend geworden als de Beeldenstorm gaat volledig aan de Liemers voorbij.

1568    Begin van de Tachtigjarige Oorlog. De strijd tussen Spaanse en Staatse troepen brengt de bevolking in de Liemers regelmatig tot wanhoop.  

De staatkundige indeling van de Liemers en de omgevende gebieden in de 16e eeuw
Geel: Kleefs gebied   Groen: Gelders / Staats gebied   Licht Groen: Berghs gebied   Wit: zelfstandig gebied Babberig is in deze tijd Kleefs gebied. 

1570     De periode 1570 tot 1600 is in de Liemers (en Achterhoek) een uiterst onrustige tijd. De bevolking is wanhopig door rondtrekkende plunderende troepen: De ene keer Staatse en de andere keer Spaanse troepen en daar tussendoor rondtrekkende muitende bendes. Verwoeste huizen en kerken, onbebouwde akkers, plundering, doodslag, zware maandelijkse oorlogscontributies en roof van hele veestapels zijn aan de orde van de dag.

1572
    Begin juli worden 19 katholieke priesters uit Gorcum ontvoerd naar Den Briel. Als ze daar niet bereid zijn het katholieke geloof af te zweren worden ze een voor een opgehangen. De herinnering aan dit gebeuren, dat bekend staat als een van de dieptepunten in de opstand tegen Spanje, blijft tot ver in de 20e eeuw bij veel katholieken, ook in de Liemers, levend.

Martelaren van Gorcum worden in een schuur terechtgesteld (19e eeuws schilderij van Cesare Fracassini)

De ontvoering van de 19 priesters vindt plaats door watergeuzen onder leiding van hun in 1571 door Willem van Oranje benoemde opperbevelhebber Lumey. Wanneer de priesters niet bereid zijn om het katholieke geloof af te zweren, worden ze in een schuur een voor een opgehangen. Na hun dood worden de 19 martelaren van Gorcum voor veel katholieken ook in de Liemers lichtende bakens in een periode van onderdrukking en duisternis. De herinnering aan het gebeuren in 1572 blijft tot ver in de 20e eeuw levend. Veel katholieken sluiten tot ver in de 20e eeuw hun dagelijks gebed af met: "heilige martelaren van Gorcum bidt voor ons".


1573    Reeds eind oktober begint in de Liemers een lange zeer strenge winter waarin vrijwel alle wintervoorraden verloren gaan met grote tekorten en honger tot gevolg.

1581
    De periode 1581 tot 1603 verloopt voor de bevolking in het Gelders - Kleefs grensgebied rampzalig. De Tachtigjarige Oorlog, een meedogenloze strijd tussen Spaanse en Staatse troepen, maakt veel slachtoffers onder de bevolking. Zowel Staatse (Hollandse) als Spaanse soldatenbendes trekken regelmatig plunderend en brandstichtend rond. De terreur wordt mede veroorzaakt door de slechte betaling van vooral de Staatse soldaten.

Plundering van een dorp geschilderd geschilderd door Pieter Molijn (Frans Halsmuseum, Haarlem)
Vooral tijdens de eerste helft van de Tachtigjarige Oorlog gaat ook de bevolking van de Liemers regelmatig gebukt onder de wreedheden en plunderingen van Hollandse en Spaanse soldaten.

1584    Op donderdag 26 januari vindt in de avonduren een dijkdoorbraak plaats bij de Oliemolen van Leuven / Leuffen (buurtschap tussen Oud-Zevenaar en Groessen). Het betreft de oudst bekende melding van een dijkdoorbraak in de Liemers.

1585    De Oud-Zevenaarse kerk, in die tijd de parochiekerk voor de bewoners van Babberik (Babberich), is door oorlogshandelingen in een ruine veranderd.  Het zal tot 1866 duren alvorens de kerk weer de oorspronkelijke vorm van 1350 terug heeft en het herstel volledig is afgerond.

1608    Een ontstellend koude winter zorgt voor grote problemen. In januari en februari vriest het zo hard dat zelfs de oudste mensen zich niet kunnen herinneren dit ooit eerder te hebben meegemaakt.

1609   
Het Kleefse hertogelijke geslacht is uitgestorven. Het hertogdom Kleef komt door vererving in het bezit van de keurvorst van Brandenburg. De Kleefse gebieden in de Liemers (o.a. Zevenaar, Oud-Zevenaar, Babberich, Wehl, Duiven, Huissen) worden deel van Brandenburg.

Zes generaties hertogen van Kleve met op de achtergrond het historische Kleve
v.l.n.r: Adolph IV (1417 - 1448), Johann I (1448 - 1481), Johann II (1482 - 1521), Johann III (1521 - 1539), Wilhelm (1539 - 1592) en Johann Wilhelm (1592 - 1609)


1610
     Op vrijdag 22 januari wordt onze regio getroffen door een zware storm. Bij Rees breekt de dijk door. Veel land komt onder water te staan.

1638    De Liemers krijgt het als gevolg van de Paltse inkwartiering zwaar te verduren. Veel soldaten maken zich schuldig aan beroving en ook als gevolg van drankmisbruik wordt grote schade aangericht.

 


Babberich staat op een landkaart uit 1636 als Halsaf vermeld
Merk op: oost is links en  noord is onder  

1639     Op een landkaart vervaardigd door de landmeter Nicolaes van Geelkercken wordt "Herd" vermeld als "Edelhuys" (adellijk huis). Met "Herd" wordt Camphuysen in Oud-Zevenaar bedoeld naar het geslacht Van Heerde, dat vele eeuwen eigenaar van Camphuysen is. Andere adellijke huizen in onze omgeving, die Van Geelkercken in zijn landkaart vermeldt, zijn Halsaf in Babberich alsmede Poelwijk en Elst in Oud-Zevenaar. Met Elst wordt de Leemkuil bedoeld, bewoond door het geslacht Van Elst.

 


Camphuysen halverwege 20e eeuw  

1640    Omstreeks deze tijd is een aantal soldaten van het Staatse (Hollandse) leger enige tijd in Babberich gelegerd. De naam van de Babberichse buurtschap "Het Kwartier" herinnert tot in onze tijd nog aan hun verblijf.

1645    Kevelaer als bedevaartsoord oefent reeds in deze tijd een grote aantrekkingskracht uit op katholieken. Onder de bedevaartgangers, die op voorspraak van de H. Maria genezen behoort ook de manke Otto Goris uit Babberich. Hij geneest op wonderbaarlijke wijze en hoeft geen krukken meer te gebruiken. Op 1 juli 1645 legt hij over zijn genezing een verklaring af.

 

 

1648    Einde van de Tachtigjarige Oorlog: Vrede van Munster. De oorlog is voorbij maar voor velen, ook in Babberich, blijft de armoede.

1682    Weer ernstige wateroverlast. In januari breekt de dijk bij Babberich door.

1684    De winter van 1683 - 1684 verloopt ontstellend koud. Zelfs  ouderen kunnen zich niet herinneren zo'n extreem koude winter ooit eerder meegemaakt te hebben. De koude valt ver voor kerstmis 1683 in en duurt tot medio februari 1684. De rivieren vriezen volledig dicht en ijsdikten tot twee Rijnlandse voeten (63 cm) worden gemeten. De winter zorgt voor veel overlast. 

1695     De eerste maanden van 1695 wordt de bevolking in extreme mate gekweld door de gevolgen van hoog water en geweldige ijsgang.

1709    Zeer strenge winter vanaf Driekoningen (6 januari); veel vee doodgevroren.

1714    Veepest veroorzaakt in de Liemers de dood van veel runderen en grote armoede onder de bevolking.

 

1731    Baron von Rohe tot Elmpt komt in het bezit van huis Babberig of Halsaf in Babberich. In 1759 wordt Von Dies de nieuwe eigenaar.

 

 

1736    Door het aanbrengen van een dikke laag grof zand hetgeen een gezamenlijke inspanning is van het Arnhemse stadsbestuur en de Kleefse overheid wordt de route van Arnhem door Westervoort, Duiven en Zevenaar naar Elten sterk verbeterd. Deze weg, die algemeen bekend staat als Zandstraat of Hoogestraat wordt enkele jaren later in 1741 na het instellen van een vaste postwagenverbinding ook wel (Kleefsche) Postweg genoemd. De minder rechtstreekse weg naar Elten over de dijken (Westervoortse IJsseldijk en Rijndijken ondermeer bij Groessen en Oud-Zevenaar via Babberich naar Elten), die sedert de Middeleeuwen is gebruikt, raakt omstreeks deze tijd in onbruik.

 

1737    De Mariaklok in de kerktoren van Oud-Zevenaar, die enkele jaren eerder is gebarsten, wordt vervangen. De nieuwe klok wordt gegoten door de befaamde Franse klokkengieter Jean Petit, die omstreeks deze tijd een werkplaats in Laag-Elten heeft. De klok is een geschenk van het Sint Anna-Gilde uit Babberich en Holthuysen aan de parochie Oud-Zevenaar, waartoe Babberich in deze tijd ook behoort. Ruim tweehonderd jaar later, tijdens de Tweede Wereldoorlog in december 1942, wordt deze unieke en waardevolle Gildeklok door de Duitse bezetter geroofd en vervolgens omgesmolten om als grondstof te dienen voor de Duitse wapenindustrie.

 


De R.K kerk in Oud-Zevenaar, ook de parochiekerk van de katholieken in Babberich 

 

1739    Onophoudelijke regen, hagel en sneeuw maken dat de Liemers in april een grote watervlakte is. Het winterkoren gaat verloren en voor mens en dier is er een groot tekort aan voedsel.

1741    Een in economisch opzicht voor de Liemers belangrijke verandering betreft de wijziging van de postroute Arnhem - Keulen. De postwagens rijden niet meer via Doesburg, Doetinchem, Anholt en Wezel maar worden vanaf 1741 geleid via Westervoort, Zevenaar, Babberich, Elten, Spijckse veer en Kleef, waar de wagen aansluit op de verbinding met  Keulen (via Kalkar, Xanten en Neuss).

 

De postwagen zoals deze vanaf 1741 moet hebben gereden van Arnhem via Westervoort, Duiven, Babberich, Zevenaar en Elten naar Kleve. Door de komst van de postwagens moet de weg door de Westervoortse polder worden verlegd en verbeterd  voor de somma van 30.000 daalders. In Zevenaar stijgen de inkomsten als gevolg van de nieuwe postweg door de inning van tolgelden met tientallen daalder per jaar. Deze tolgelden moeten worden betaald ter hoogte van de Blekse Poort (Arnhemse Poort) in Zevenaar.

 


1744    Op zondag 15 maart is er een dijkdoorbraak in Babberich. Vrijwel de hele Liemers komt daardoor onder water te staan. Bij deze dijkdoorbraak wordt de reeds bestaande Zwanewaai (genoemd naar herberg De Zwaan) in Babberich aanzienlijk vergroot.

 

1745    De Pruisische regering besluit om in de monding van de Oude Rijn tussen Spijk en Tolkamer een overlaat aan te leggen. Op deze manier kan bij hoge waterstand van de Rijn het water wegstromen in de grotendeels drooggevallen bedding van de Oude Rijn om vervolgens bij Candia weer in de Neder-Rijn te stromen. Door deze maatregelen wordt de druk op de bandijk bij Babberich en Oud-Zevenaar groter met dijkdoorbraken als gevolg.

 

1745    Jan de Beyer (1703 - 1780) tekent huis Babberig in Babberich dat in deze tijd eigendom is van baron von Rohe tot Elmpt.

 





Huis Babberig of Hals af getekend in 1745 door de reizende tekenaar Jan de Beyer

Het verhaal gaat dat:  "De dienstmeid 's avonds alleen in het kasteel aanwezig was toen een groep van zeven rovers haar vroeg om binnengelaten te worden. De meid legt uit dat ze niet allemaal tegelijk naar binnen kunnen komen, maar een voor een mogen ze door een opening aan de zijkant van het kasteel naar binnen. Zodra de rovers, hun hoofd door de kleine opening naar binnen steken hakt de dienstmeid het hoofd er met een zwaard af, een voor een, op een na. Zo weet ze de roof in het kasteel te voorkomen. Later wordt de dienstmeid uitgenodigd door een knappe jongeman voor een ritje met zijn koets over de heide van Babberich. Toen zijn pruik afwaaide herkende zij hem als laatste rover en gooide hem van de koets af. Hij viel voor de wielen van de koets, en was op slag dood".
 

 

1747    Een nieuwe golf van veepest veroorzaakt bittere armoede.
 

1753    Op 19 december vindt dijkdoorbraak plaats bij de buurtschap Leuven / Leuffen (buurtschap tussen Oud-Zevenaar en Groessen). Een zeer omvangrijk gebied tot Steenderen komt onder water.
 

Doorbreken van de Rhijndijk in 1753
Meer dan drie maanden lang, tot eind maart 1754, blijft het water door de Leuvense doorbraak naar binnen stromen.
Tot  in oktober 1754 werkt men dagelijks met honderd karren aan het herstel van de dijk.

 

1756    Op woensdag 24 maart vaardigt Frederik de Grote (1712 - 1786), koning van Pruisen, waartoe ook Babberich behoort,  het befaamde "Kartoffelbefehl" uit waarmee hij de in deze tijd nog weinig populaire aardappel als volksvoedsel tracht in te voeren. Zaadgoed wordt gratis verdeeld en veldwachters zien er op toe dat met het verbouwen van aardappelen wordt begonnen want de aardappel heeft (voor een deel terecht) de naam giftig te zijn waardoor veel boeren aanvankelijk tegenstribbelen. Tot in de huidige tijd liggen op het graf van Frederik de Grote enige aardappelen.     


 Graf Frederik de Grote bij slot Sanssouci met aardappelen
door Frederik de Grote werd de aardappel volksvoedsel 

1756    Op zaterdag 11 december 1756 begint het streng te vriezen en de intense koude duurt onafgebroken tot maandag 7 februari 1757. De langdurige en intense koude moet ook voor de inwoners van  Babberich een ware kwelling zijn geweest.

1757    Op zondag 30 januari ziet men op het Gelders eiland de eerste tekenen van ijsgang. Het opgestuwde water stijgt daardoor zo hoog, dat het nog dezelfde dag twee voet over de dijk loopt en de dijk ter hoogte van de Pannerdenschen Waerd breekt. Ruim een week later op 9 februari breekt de Herwense dijk op vijf plaatsen tegelijk door als gevolg van het opnieuw kruiende ijs. Ook bij Pannerden volgen nieuwe doorbraken. Ook de dijk bij Leuven, tussen Oud-Zevenaar en Groessen, breekt in deze rampzalige maand.

Door vele dijkdoorbraken als gevolg van waterstuwing door het kruiende ijs staat in februari 1757 de Liemers grotendeels onder water. Velen vertoeven dagenlang op zolders of daken van hun huis. Ook gaan veel huizen door de watermassa verloren.

 

 

1758    De zomer is uitzonderlijk nat, waardoor vrijwel alle landerijen onder water komen te staan en een groot tekort aan hooi ontstaat.

 

1759   "Geheimrat" von Diest koopt Huis Babberich (Halsaf). Wanneer Von Diest in 1777 overlijdt, volgt in verband met de vele schulden een gerechtelijke beslaglegging. In 1784 wordt Huis Babberich tijdens een publiekelijke verkoop gekocht door Palick Juliaan van Heerde van Camphuysen, stroman voor Johan Philip de Neree. Laatstgenoemde wordt in 1785 eigenaar van het goed. Tot in onze huidige tijd blijft het in het bezit van de familie De Neree tot Babberich. 


        

 

1764    In februari vinden dijkdoorbraken plaats bij Rees en Herwen waardoor ondermeer Westervoort, Duiven, Angerlo, Ooy, Babberich en Lathum getroffen worden door enorme wateroverlast.


1770
    Op donderdag 1 februari wordt de Zevenaarse pastoor J. Th. Theben slachtoffer van het water. Terugkomend te paard vanuit Emmerich helpt hij op de Eltense hei twee Didamse boeren, die de weg zoeken. Daarna neemt pastoor Theben de kortste weg naar huis, waarbij hij in de duisternis in de Zwarte Waai bij kasteel Halsaf in Babberich op jammerlijke wijze verdrinkt.

 

Kasteel Halsaf vanaf de dijk van Babberich naar Elten, niet ver van de plaats waar pastoor Theben verdrinkt


  't                                      Huis "Babberich" of "Halsaf" in 1957 (W. G. Hofker, stedelijk museum Zutphen)

1770    Geheel onverwacht breekt in de nacht van 1 op 2 december om 1.00 uur de dijk bij de Oliemolen onder Oud-Zevenaar door. Wanneer het licht wordt is alles een zee van water. Veel huizen zijn ingestort of zelfs verdwenen. Uit Zevenaar wordt gemeld dat het gekerm op de daken onbeschrijflijk is. Reeds op 3 december wordt in Zevenaar een collecte voor de slachtoffers gehouden, die ruim 21 rijksdaalders opbrengt. Hiervoor wordt jenever, tabak, olie en brood gekocht.  

Voor het Gelders eiland en de Liemers is  1770 een echt rampjaar.
Het menselijke verdriet en de economische schade zijn onvoorstelbaar.

 

 


1771    In het voorjaar regent het gedurende vijf weken onophoudelijk, waardoor ook Babberich met een ernstige wateroverlast te maken heeft.

1783    In januari overstroomt een deel van Babberich doordat de dam in het Kwartier wordt doorgestoken vermoedelijk door mensen die in de omgeving wonen en overlast hebben van het water van de Beekse heide.

1783    Een zoveelste dysenterie-epidemie maakt ook in de Liemers weer veel slachtoffers. Het jaar 1783 gaat de geschiedenis in als een rampjaar voor Zevenaar en omgeving. Alleen al in augustus en september overlijden in Zevenaar ongeveer vijftig mensen aan deze vreselijke aandoening. In totaal bedraagt het aantal dodelijke slachtoffers in Zevenaar ongeveer 85. In Zevenaar geschiedt de behandeling van de ziekte door drie plaatselijke chirurgijns; een med. dr. ontbreekt. Een van de drie chirurgijns, Warnerus Schmidts, grijpt de ellende zo aan dat hij krankzinnig wordt. Zijn opvolger Hendrik Kreeft raakt binnen enige weken zo aan de drank, dat hij niet meer in staat is zijn werk te verrichten. Ook in de omgeving van Zevenaar zijn in het najaar van 1783 veel slachtoffers van dysenterie te betreuren; zo zijn er in de parochie Duiven 23, in Westervoort 20,  in  Pannerden 15 en in Groessen 5 dodelijke slachtoffers.

1784    In maart veroorzaakt wateroverlast opnieuw veel leed en ellende in de Liemers: Vernielingen in huizen, verloren gegane voorraden in kelders, omgekomen vee en mensen in bittere koude en nood.

1785    Zevenaar en omgeving worden getroffen door een hevige pokkenepidemie. Andere jaren met pokkenslachtoffers in de Liemers zijn o.a. 1724, 1730, 1773, 1791, 1799, 1801, 1807 en 1831.

1785    Op de oude fundamenten van het uit de 14e eeuw stammende Huis Babberich laten Johannes Philippus de Neree en zijn vrouw Anna Mechtildus Heix een wit kasteel bouwen. Nadat een dienstmaagd met een list zeven rovers onthoofdt, wordt  het kasteel in de volksmond "Kasteel  Halsaf" genoemd.

 

Afbeeldingen  Huis Babberich / "Kasteel Halsaf"

Kasteel Halsaf beschikt sedert 1850 over een huiskapel. In dat jaar wordt een ontredderde vluchteling op de dijk bij het kasteel hulp geboden. De vluchteling blijkt een kardinaal te zijn en op diens voorspraak krijgt Halsaf van de paus een eigen kapel.
In 1918 krijgt Huis Babberich een eigen begraafplaats. 

1788    Om verspreiding van ziekten te voorkomen bepaalt de Kleefse overheid op 11 april, dat voortaan twee begrafenisgebruiken achterwege dienen te blijven te weten:
                    - het afleggen van het lijk door een groot aantal vrouwen uit de verre omtrek
                    - het meerijden van vele vrouwelijke familieleden op de lijkwagen.

1789    De winter van 1788-1789 verloopt ook in Babberich extreem koud. Met de winter van 1708-1709 is deze winter de aller-koudste winter van de 18 eeuw. Mens en dier gaan gebukt onder de extreme koude en de gevolgen daarvan. .

1794   Engelse en Oostenrijkse soldaten bezetten de Liemers. Een jaar later, in 1795, worden ze er door de Fransen alweer uitgezet maar korte tijd later bij de vorming van de Bataafse Republiek komen de Kleefsche enclaves, waartoe ook Babberich behoort,  weer bij Pruisen. Uiteindelijk komen deze enclaves op 1 juni 1816 definitief bij Nederland.

1796   In de "boerschap" Babberich branden boerderij De Kolkhof en de naast gelegen schuur af. De boerderij, eigendom van de familie de Neree, wordt gepacht door Marselius Ticheler. Vrijwel niets kan worden gered. 

1799    Na een zeer koude winter wordt de Liemers opnieuw getroffen door een grote overstroming. Een belangrijk deel van Leuffen (Leuven) wordt weggespoeld. De huidige Leuffense dijk, vanaf de Oliemolen onder Ooy -  Zevenaar tot voorbij Groessen, wordt aangelegd na deze overstroming. De Jesuitenwaay bij Groessen wordt nog altijd gekenmerkt door de gevolgen van de dijkdoorbraak in 1799.

1800    Het begin van de 19e eeuw verloopt voor het gebied rondom Zevenaar, Huissen, Duiven en Wehl, de zogenaamde Kleefse enclaves in de Liemers,  zeer bewogen. Tot 1806 behoren de enclaves bij Kleef (Kleve), hetgeen in die tijd Pruisisch betekent. In de daarop volgende tien jaar behoort het gebied achtereenvolgens tot het Groothertogdom Bergh, het Koninkrijk Holland, het Franse Keizerrijk, enkele weken weer onder Nederlands bewind, dan weer Pruisisch bewind om tenslotte in 1816 aan Nederland toe te vallen. Machthebbers beschouwen de Liemers vaak als een wingewest en vooral tijdens de indeling bij het Groothertogdom Berg wordt de bevolking uitgezogen.

1801    Op dinsdag 29 december wordt melding gemaakt van de arrestatie van drie beruchte criminelen uit onze omgeving. Het betreffen Heegman en Sanders, beide uit Babberich, en Klaas Jacobs uit de "Hoeselarij"  bij Groessen.

1802    In de zomer van 1802 wordt het in de regio bekend dat de Kleefse enclaves (met o.a. Zevenaar, Babberich, Duiven, Groessen, Loo, Huissen, Malburgen en Wehl) op termijn over zullen gaan naar Nederland. Velen  overvalt dit bericht en vrijwel alle hoofdgeerfden van de streek richten zich in een verzoekschrift tot de koning van Pruissen om in het belang van de ingezetenen de enclaves te behouden. Voorstanders van de overgang naar Nederland zijn er echter ook. Zij worden aangevoerd door de Zevenaarse Carel Herman van Nispen. 

1803   Op Camphuysen overlijdt Louis Michel van Heerde als laatste mannelijke telg uit het geslacht "Van Heerde tot Camphuysen". Zijn zuster Maria Anna verkoopt het huis in 1815 aan Frans Josef Anton de Neree van Babberich, in wiens familie het sindsdien blijft.
De familie De Neree verpacht het huis als boerderij tot 1925, van 1815 tot 1895 aan de familie Van Egeren daarna aan de families Geurts, Ter Heerdt en Zock. In de periode 1948 - 1962 wordt het huis verhuurd aan huisarts W. van Meeuwen. 


        Kamphuizen in Babberich / Oud-Zevenaar omstreeks 1965

 

1806   Tien jaar nadat boerderij De Kolkhof in 1796 afbrandt, wordt deze Babberichse boerderij in de nacht van 20 op 21 mei 1806 opnieuw door brand getroffen. Een kudde schapen eigendom van pachter Ticheler en schaapherder Seegers komt in de vlammenzee om. 

1807    In de nacht van woensdag 18 op donderdag 19 februari veroorzaakt een hevige noordooster storm veel schade.

1808   Op 21 april 1808 komen de Kleefsche enclaves, waartoe ook Babberich behoort, bij het Koninkrijk Holland onder Napoleon. 

1809    Opnieuw grote overstroming in de gehele Liemers als gevolg van dijkdoorbraken te Oud-Zevenaar en de buurtschap Leuven; zeven mensen verdrinken. Bij de St. Martinuskerk is de hoogste stand van het water meer dan 15 meter boven Nieuw Amsterdams Peil.

"Onmiddelbaar in den Ooischen doorbraak, zo berichte de Zevenaarse richter, stonden drie huizen bewoond wordende door de familien van P. Holtendorp, J. van Uum en Grades Kruis. De familie van P. Holtendorp was in het huis van J. van Uum gevlugt en beide huisgezinnen hadden tegen negen uur 's-morgens geene andere retirade meer als het dak van het reeds vallende huis. Naar dat de ongelukkige familien bestaande uit vijf leeden een half uur op het dak gezeeten hadden, begon het dak met de stroom weg te drijven, en separeerde zig in verscheidene stukken. P. Holtendorp met zijne vrouw op een stuk van het dak drijvende had zoo veel praesence desprit eenig voorbij schemmend dun wilgenhout op te vatten, en daar mede de sparren en het stroo van het stuk dak waarop hij met zijne vrouw zat aan malkander te hegten. J. van Uum bij eenen willigenboom voorbijdrijvende verliet zijn stuk dat en retireerde zig op deezen boom die hem egter geen veiligheid gaf maar naar zijn verderven wierd, daar eenige tijd daarop, toen reeds twee aakens tot redding naaderden, eene ijsschots den zelven omwierp en op deeze wijze aan J. van Uum het leven verliezen deed. Alle overige leeden der Holtendorpsche en van Umsche familien werden door de aakens, maar eenige uuren naar dat den dijk gebroken was, gelukkig gered."

   

IJsgang tussen Arnhem en Westervoort in de louwmaand (januari) 1809
Rechts is de stad Arnhem met de Walburgiskerk te zien; links een boerderij aan de Westervoortse kant van de IJssel.
In het stormachtige najaar van 1808 heeft de Liemers al vroeg te kampen met hoog water en in december volgt een periode van vorst en sneeuw. Op 3 januari 1809 raast een hevige sneeuwstorm over de Liemers, waarna de winter in alle hevigheid toeslaat. Rond de Pley bij Westervoort ontstaat een ijsmassa, die zowel de IJssel als de Rijn afsluit, waardoor stroomopwaarts de Liemerse bandijk van Oud-Zevenaar tot Westervoort onder zware druk komt.  Op vrijdag 13 januari om 7.30 uur in de ochtend begeeft de dijk het bij Ooy in de buurt van Toetenburg. Enige uren later breekt de dijk bij de Loowaard door. In korte tijd staat de gehele Liemers onder water. Zelfs in het relatief hoog gelegen centrum van Zevenaar-stad staat het water meer dan 1 meter hoog. 

 

1809    In de loop van het jaar wordt een overlaat in de Liemerse banddijk gemaakt bij Babberich. Bij hoog water kan daarmee, om de dijken te ontlasten, een brede strook weiland in het Zevenaarse en Didamse broek tijdelijk onder water worden gezet. Dit overtollige water wordt via een overlaat bij Bingerden in de IJssel geleid. Op deze manier hoopt men in de toekomst bij hoog water een dijkdoorbraak te voorkomen.

1810    Bij dijkwerkzaamheden wordt op zaterdag 13 oktober de zestienjarige Willem van Hees uit Babberich onder vallende aarde bedolven en overlijdt ter plekke.

1810   Koning Lodewijk-Napoleon komt in conflict met zijn broer waardoor hij in juli 1810 moet aftreden. Het Koninkrijk Holland, waartoe ook de Liemers behoort, gaat daardoor deel uitmaken van het Franse Keizerrijk. Zevenaar valt dan onder de Mairie Zevenaar, dat de stad en het kerspel Oud-Zevenaar (waaronder Babberich) omvat. In deze Franse tijd gaat het in de Liemers economisch wat minder slecht. Nadat de Fransen eind 1813 door de Pruisen verslagen zijn, wordt het ambt Liemers weer Pruisisch; Zevenaar (waartoe ook Babberich behoort) wordt een Burgermeisterey, die onder de Kreis Rees ressorteert maar op 1 juni 1816 wordt ambt Liemers onderdeel van het Koninkrijk der Nederlanden.          

1810    Na de watersnood van 1809 wordt serieus overwogen een kanaal door de Liemers van Pannerden naar Doesburg te graven en de Nederrijn definitief te sluiten. Men gaat ervan uit, dat dit de oplossing is voor alle (overstromings)problemen: Een afleiding van het Rijnwater via de Liemers en de IJssel naar de Zuiderzee

1812    In 1812 vindt de loting plaats voor militaire diensplicht voor jongemannen, die in 1790 en 1791 geboren zijn. Velen van hen, die in militaire dienst moeten, komen terecht in de barre veldtocht diep in Rusland. Hierbij sneuvelen alleen al uit de gemeente Zevenaar (Zevenaar, Oud-Zevenaar, Ooy en Babberich) 21 mannen.

1813    Met hulp van de Kozakken komen de voormalige Kleefse gebieden in Gelderland, waartoe Babberich behoort, weer onder het gezag van Pruisen. Deze situatie blijft tot 1 juni 1816, wanneer ze definitief bij Nederland komen. 

1815    Het Weense Congres besluit dat het gebied tussen Emmerik en de (huidige) grens Duits wordt in ruil voor de Duitse enclaves Wehl, Liemers (Zevenaar, Babberich, Duiven, Groessen, Loo) en Huissen, die tot Nederland gaan behoren. 

In de Algemene Acte van het Wener Congres van 9 juni 1815 worden de grenzen bepaald tussen het Verenigd Koninkrijk (Noord- en Zuid-Nederland), Frankrijk en Pruisen.
De voormalige Kleefse enclaves Huissen, Zevenaar, Babberich en Duiven, Malburg en de heerlijkheid Weel (Wehl) worden aan het Verenigd Koninkrijk (Nederland) afgestaan.

 

 


1815    Frans J.A. de Neree (1773 - 1846) koopt havezate Camphuysen. 

 

 

1816    Na de val van Napoleon komt Zevenaar (en Babberik) eerst onder Nederlands en daarna opnieuw onder Pruisisch bewind, totdat het op 1 juni 1816 definitief overgaat naar het Koninkrijk der Nederlanden. Spijk en Lobith volgen Zevenaar iets later, want deze is men bij de onderhandelingen even vergeten. De overgang naar Nederland brengt geen voorspoed. De 19e eeuw wordt een periode van grote misoogsten, ziekten, honger, ellende en armoede. Handel en nijverheid zijn er nog nauwelijks en de meeste bewoners hebben een karig bestaan in de landbouw of leven van de bedeling.  

1816    De bandijk tussen Oud-Zevenaar en Babberich wordt door de regering van het nieuwe Koninkrijk der Nederlanden waartoe de Liemers inmiddels behoort over een grote afstand geslecht en vervangen door een overlaatkade. Wanneer bij hoog water de overlaat werkt, worden talrijke bewoners van de Liemers door grote wateroverlast ernstig gedupeerd. Velen voelen zich als grensbewoners opgeofferd. Zo schrijft een woedend gemeentebestuur van Zevenaar in 1850 na opnieuw grote waterschade: "De waterschade is te weeg gebragt, niet door eene ramp, waartegen geene menschelijke magt iets vermag, maar door de daden van het Staatsgezag"
Twee jaar later in 1852 geeft de regering eindelijk toe en wordt de Liemerse overlaat gesloten. Vermoedelijk wordt dit niet gedaan omdat de regering in Den Haag zich het lot van de bevolking aantrekt maar veeleer om economische redenen, in verband met de aanleg van de spoorlijn Arnhem - Emmerich.     

1816    Uitgezonderd enkele dagen in augustus regent het in 1816 van half mei tot in november vrijwel onafgebroken. De Liemers verandert in een moeras. Ook in Babberich gaan de oogsten compleet verloren. Armoede is het gevolg en velen voeden zich met voedsel dat onder normale omstandigheden aan varkens gegeven wordt. Ook elders in Europa en de wereld is 1816 een rampjaar. Naar schatting 200.000 mensen verhongeren in Europa. In veel landen breken voedselrellen uit. In latere jaren wordt duidelijk dat de extreme weersomstandigheden het gevolg zijn van de vulkaanuitbarsting van de Tambora op het eiland Sulawesi in de Indonesische Archipel. 

1817   Nadat het gehele jaar 1816 het extreem slechte weer ook in Babberich voor enorme problemen zoals honger en armoede heeft gezorgd, verschijnt medio maart 1817 de zon, die zich daarvoor in dertien maanden vrijwel niet heeft laten zien. Het gewone klimaat keert eindelijk weer terug. 
Pas in de loop der 20e eeuw hebben wetenschappers vastgesteld dat de tijdelijke klimaatverandering, die de wereld in 1816 kwelt, het gevolg is van de enorme vulkaanuitbarsting van de Tambora op het eiland Sulawesi in de Indonesische Archipel. Aan het begin van de 19e eeuw duurt het maanden tot jaren voordat nieuws van de andere kant van de wereld onze omgeving bereikt maar ook als men het toen eerder geweten had zou niemand een verband gelegd hebben tussen de vulkaanuitbarsting en de tijdelijke klimaatverandering.
 

1820    In het vroege voorjaar worden door de ongewoon hoge temperatuur massa's smeltwater over de rivier aangevoerd, waarbij ten gevolge van de instorting van de Babberichse overlaat (zie ook 1809) de Liemers weer geheel en al overstroomt. De hulpvaardige burgemeester van Elten, Andreas Jansen vaart enkele dagen met zijn aak in Babberich rond om mensen en vee te redden.   

1820    De tabaksteelt krijgt na de overdracht van de Kleefse enclaves aan het Koninkrijk der Nederlanden een gevoelige klap door de hoge invoerrechten, die voor de export van tabak naar Pruisen geheven worden.

De Liemers en omgeving uit een aardrijkskundig schoolboek door J. van Wijk Roelands Zoon uitgegeven door H.C.A. Thieme te Zutphen in 1827. Babberich wordt niet expliciet genoemd, Beek, Dijk, Oud Zevenaar, Lool en Holthuizen daarentegen wel.

 

1824    In Zevenaar wordt op 16 augustus geboren Benedictus Rosenboom, die in de tweede helft van de 19e eeuw in de Liemers bekend staat als de rondtrekkende jood Bender (Bendel).


Bendel (1824 - 1912)

Bendel woont vele jaren of in Babberich of in de Zevenaarse Wittenburgstraat.
Op de Liemerse wegen is hij een bekend figuur, die handelt in van alles en nog wat maar vooral in oude metalen, lompen en horloges.
In 1902 wordt hij in het gesticht in Warnsveld opgenomen waar hij op 11 mei 1912 overlijdt.


1824    Omstreeks deze tijd rijdt driemaal per week een diligence over de rijksweg van Arnhem via Zevenaar, Babberich, Emmerik, Wesel naar Duesseldorf en vice versa. De diligence is in deze tijd het snelste en veiligste vervoermiddel. De ritprijs bedraagt ongeveer 75 zilver grosschen per mijl. Langs de route zijn diverse wisselplaatsen, waar verse paarden kunnen worden ingezet en reizigers zich kunnen verpozen.


          De diligence zoals deze door Babberich kan hebben gereden



1826    Op 7 november 1826 koopt de in Oud Zevenaar geboren en in Amsterdam wonende pianofabrikant Johannes van Raay (1775 - 1845) een huis in Babberich van Jan Arends. Het pand, dat hij de naam Huize Valdijk geeft, wordt door timmerman Hendrik ter Heerd aan de wensen van de nieuwe eigenaar aangepast.  Naast Huize Valdijk bezit Van Raay nog andere panden in Babberich waaronder Huize Liemerslust. 

 


In de jaren dertig van de 19e eeuw wordt Huize Valdijk uitgebreid met een forse toren, die in latere jaren weer wordt gesloopt waardoor in onze tegenwoordige tijd het pand geen toren heeft.

1830       Rivierwater dat over de Liemerse wateroverlaat stroomt richt weer eens veel waterschade aan. Het geduld van de inwoners van de Liemers, toch al vaak op de proef gesteld, wat betreft het onzorgvuldige waterbeheer van de overheid, raakt duidelijk op. In 1844 noemt het gemeentebestuur van Zevenaar de overlaatkade: "een daad van geweld, waardoor deze gemeente van hare waterkeeringen, zonder eenige schadevergoeding is beroofd".      

1831     De oproep van de protestante koning Willem I, om dienst te nemen in het leger, leidt in de overwegend katholieke Liemers tot grote weerstand onder de bevolking. Op dinsdag 15 februari 1831 komt zelfs een strafexpeditie bestaande uit tweehonderd manschappen, onder leiding van majoor Schimmelpenninck, naar het district Zevenaar, waartoe Babberich behoort, om orde op zaken te stellen en dienstweigeraars op te sporen.

1836    Op 81-jarige leeftijd overlijdt vroedvrouw Catharina Wolters, vrouw van Jan Harmsen. Ze heeft meer dan een halve eeuw vanaf 1784 tot haar overlijden in 1836 als vroedvrouw gewerkt in Oud-Zevenaar en Babberich. In 1815 deed ze op 60-jarige leeftijd examen in Munster.

1837    Dijkdoorbraak bij Leuven / Leuffen (buurtschap in nabijheid van Oud-Zevenaar), waardoor de Liemers voor de zoveelste keer overstroomt.

1837
    De parochie Oud-Zevenaar (in die tijd omvattende Oud-Zevenaar, Babberich, Grieth, Kwartier, Ooy, Zweekhorst en  Holthuizen) telt 349 huizen en ongeveer 2.200 inwoners, waarvan ongeveer 2.050 Rooms Katholiek en 130 Hervormd. Het overgrote deel van de bevolking is werkzaam in de landbouw.

1837    De vroegste vermelding in de Liemers van een influenza-epidemie. In Oud-Zevenaar overlijden zeven mensen aan influenza.


1837    Van Gend & Loos neemt de exploitatie over van de postwagendienst Arnhem - Zevenaar - Babberich - Emmerich. De postwagen vertrekt 's ochtends om zeven uur uit Arnhem en  is om elf uur in Emmerich. Bij logement Het Hof van Berlijn in Zevenaar wordt van paarden gewisseld. 
Wanneer in Emmerich verder wordt gereisd, kan dat over Rees en Wesel naar Duisburg, waar men 's nachts om 24.00 uur arriveert, vervolgens naar Keulen (aankomst 's ochtends 7 uur), Bonn, Andernach, Koblenz (aankomst 's middags 16.30 uur), Mainz (aankomst 's nachts 2.30 uur) naar Frankfurt am Main (aankomst 's ochtends 6.30 uur).
Het is ook mogelijk om in Emmerich over te stappen op de snelwagen naar Berlijn, de reisduur naar Berlijn bedraagt drie dagen en 17 uur. 

 


  Hof van Berlijn in Zevenaar waar vele decennia van paarden is gewisseld. 

1842    De kronkelende dijk, vlak langs kasteel Halsaf, wordt tot aan de landsgrens recht getrokken.

1845    Overvloedige regenval heeft tot gevolg dat meer dan 75% van de oogst verloren gaat. De aardappelteelt verrot vrijwel volledig.

1846    Door de aardappelziekte gaat opnieuw een groot deel van de aardappeloogst verloren. Omdat bovendien ook de roggeoogst en tarweoogst door een muizenplaag mislukken is er een groot voedseltekort.


1846    Op zondag 1 november 1846 overlijdt op 72-jarige leeftijd Frans J.A. de Neree (1773 - 1846), heer van Babberich, Kamphuizen en Hees, lid van de Staten van Gelderland, dijkgraaf van het polderdistrict de Lijmers en echtgenoot van Catharina Tellegen. Sedert 1815 was hij eigenaar van havezate Camphuysen. 

 


 

1847    De overheid roept 2 mei uit tot algemene biddag. Na twee eerdere jaren met een mislukte aardappeloogst is er opnieuw door de aardappelziekte alsmede de hoge graanprijzen een ernstig voedseltekort.

1849
   Een zeer besmettelijke cholera-epidemie maakt in Nederland in 1848 / 1849 ruim 22.000 dodelijke slachtoffers. De gemeente Zevenaar, waaronder Babberich blijft gelukkig gevrijwaard. Mogelijk hebben maatregelen op het gebied van hygiene, die het gemeentebestuur genomen heeft, hieraan bijgedragen.

1850    De gemiddelde levensverwachting in de Liemers bedraagt 34 jaar; dit is in het bijzonder het gevolg van de grote kindersterfte.

1850     Ook in de tweede helft van de negentiende eeuw gaat de industriele revolutie vrijwel volledig voorbij aan de Liemers. 

1850    In Oud-Zevenaar / Babberich wordt molen "De Hoop" gebouwd. Bouwer is Hendrik B. Meyer uit Vorden, die al in 1852 na het overlijden van zijn echtgenote de molen verkoopt aan de familie Pijnappel uit Olst. Tot in de huidige tijd, dus al meer dan 160 jaar,  is deze molen in het bezit van de  familie Pijnappel.

 


Molen "De Hoop"

1851    Bijna 9% van de Zevenaarse bevolking is afhankelijk van de bedeling. In grote Europese steden is dit percentage halverwege de 19e eeuw dramatisch hoger: in Amsterdam 30%, in Londen 35% en in Parijs 35%. Het  Zevenaarse gemeentebestuur maakt zich grote zorgen. Zij zoekt de oorzaak in de lustgevoelens van de huwbare armen:

"een algemene oorzaak voor de vermeerdering van de armoede wordt gevonden in de vroege en vermenigvuldige huwelijken van de armen en minst gegoede, waardoor hun aantal buitengewoon vermeerdert"    

   

 

Ook in de Liemers vinden we in voorgaande eeuwen diverse armenhuizen bestemd voor mensen afhankelijk van de bedeling.

 

Op de foto links zien we een huis (plaatselijk ook bekend als "Maagdenklooster") op de hoek Kerkweg-Dijkweg dat  tot 1916 in Oud-Zevenaar als armenhuis heeft gediend. In het armenhuis heeft iedere arme een kamer. In 1924 is het huis verbouwd tot woonhuis. 

Op de achtergrond de Martinuskerk; ook voor de inwoners van Babberik in die tijd de parochiekerk.

1852    In een heel jaar verdient een arbeider in de Liemers ongeveer 300 gulden (135 euro).

1852    De in 1809 door Koning Lodewijk Napoleon verlaagde dijk bij Kamphuizen wordt weer op bandijkhoogte gebracht.
 

1853    Omstreeks deze tijd wordt in Babberich de Dorpsstraat aangelegd.

 


Doorgaande weg Zevenaar - Elten begin 20e eeuw
Rechts is nog net te zien de Babberichse molen (gebouwd 1856 en gesloopt 1927)


1855    De burgemeester van Bergh, ondersteund door inwoners van Babberich, Didam, Herwen en Aerdt, Oud-Zevenaar en Beek, verzoekt de minister van Binnenlandse Zaken om in Babberich een treinstation te realiseren aan de nieuwe spoorlijn Arnhem - Emmerik. Het verzoek wordt in eerste instantie afgewezen. Ruim veertig jaar later op 1 mei 1897 wordt Babberich toch halteplaats voor internationale treinen. Op 22 mei 1932  zou deze halte weer gesloten worden. 

1856    De Rhijnspoorweg, die Arnhem via Utrecht met Amsterdam verbindt, wordt via Zevenaar en Babberich doorgetrokken naar Duitsland. De spoorverbinding geeft een economische impuls aan ondermeer de Liemers. Op 12 februari wordt het traject van de spoorlijn Arnhem - Emmerich feestelijk geopend. Nog hetzelfde jaar is op 17 oktober de aansluiting op de spoorlijn Emmerich - Oberhausen een feit. In de periode 1897 tot 1932 heeft Babberich een eigen station.

Station Zevenaar kort na de opening in 1856
Het imposante station heeft een eerste, tweede en derde klas restauratie. Er zijn duidelijke regels: Zo is de tweede klas restauratie bestemd voor ambtenaren en middenstanders.

Restaurateurs in station Zevenaar zijn onder meer "dikke" Jan Bus, Dopheide en Gietelink geweest. 

Ruim honderd jaar na de opening in 1856 wordt dit station in 1961 afgebroken en vervangen door het huidige (eenvoudige) station.

 

 

1856      Zes jaar nadat molen "De Hoop" is gebouwd, krijgen de broers Jan (bakker)  en Louis Hetterscheid (timmerman) uit Zevenaar vergunning voor de bouw van een stellingmolen aan de Dopstraat in Babberich. Deze molen wordt in 1927 gesloopt maar het huis van de molenaar blijft (tot op de dag van vandaag) gespaard.

 


Stellingmolen in Babberich, gebouwd in 1856, omstreeks 1900
rechts voor de molen het huis van de molenaar (molenhuis)

1856   De toren van Huize Valdijk aan de Hoofdstraat in Babberich wordt gesloopt waarna Valdijk als boerderij in gebruik wordt genomen.

1857    Op de in 1856 geopende spoorverbinding tussen Arnhem en de Duitse grens vindt het allereerste dodelijke ongeval plaats. De 31-jarige spoorwegwachter Johannes Theodorus Bodde, gehuwd met Joanna Daniels en vader van vier jonge kinderen, wonende aan de Oud-Zevenaarsedijk verongelukt op woensdag 21 januari 1857 in de buurtschap Holthuizen bij Babberich.  

1857    In de in 1857 in Amsterdam verschenen uitgave "Ons Vaderland en zijn bewoners" staat op bladzijde 248 over Zevenaar en de Liemers onder meer: "Zevenaar en zijn omtrek is bovendien merkwaardig door den hoogen ouderdom, welken vele inwoners hier bereiken, een gevolg der gezonde luchtstreek, die nagenoeg nimmer besmettelijke ziekten duldt. Zoowel om deze als om de gemakkelijke middelen van communicatie, verdient de uitmuntende Latijnsche School te Zevenaar, tevens kostschool, alle aanbeveling".

1858    Verschijning van Maria in Lourdes. Ook op de overwegend katholieke bevolking van Babberich maakt dit diepe indruk.  

1859   
In het provinciaal verslag over 1859 wordt gemeld dat in Zevenaar en in de "geheele Lijmers, zooals doorgaans weinig heerschende ziekten zijn voorgekomen". Het wordt toegeschreven aan de "gezond ligging" van deze streek.

1861    Nadat het half december 1860 is gaan vriezen, zet op 16 januari de dooi in, waarna het ijs zich opeen pakt en het water snel stijgt. Op 29 januari stroomt de Pannerdense waard onder. Een dag later lopen door een zeer hoge waterstand van de Oude Rijn de spoorlijn en de postweg tussen Babberich en Elten op diverse plaatsen over. Korte tijd later spoelt de spoordam over een afstand van 100 meter weg, waarna de bandijk onder grote druk komt en een zeer ernstige situatie ontstaat. Met man en macht wordt getracht om de bandijk te versterken. Ter versterking van zwakke plekken gebruikt men pannen en stenen van een bakoven. In de vroege ochtend van donderdag 31 januari blijkt dat de inspanningen vergeefs zijn en breekt de dijk door. Reeds op de tweede dag na de doorbraak bezoekt Koning Willem III het rampgebied.

Koning Willem III en zijn eenjarige dochter prinses Wilhelmina in 1881

Koning Willem III bezoekt op zaterdag 2 februari 1861 het getroffen gebied in Zevenaar, Babberich en in Westervoort.

1867    Door runderpest gaat het grootste deel van de veestapel verloren. Ook de oogst is slecht waardoor 1867 als rampjaar ervaren wordt.

1868    Extreme droogte in de Liemers veroorzaakt voedseltekort.

1870   Vooral na het gereedkomen van de spoorlijn Arnhem - Keulen in 1856 gaan veel arbeiders uit de Liemers werken in het Duitse Ruhrgebied. Op maandagochtend staan op de treinstations van o.a. Zevenaar, Babberich en Elten honderden arbeiders om met de eerste trein naar het Ruhrgebied te gaan. Arbeiders uit plaatsen als Beek, Didam en Loerbeek hebben dan al een aantal kilometers lopend afgelegd. Sommige arbeiders vestigen zich in de loop der tijd definitief in Duitsland, het merendeel komt echter telkens na een week werken zaterdagavond thuis.

1871    In de zeer vroege ochtend van 27 maart treft een gruwelijke ramp de familie Bruins, wonende aan de Bemweg in de buurtschap Holthuizen, tussen Babberich en Oud-Zevenaar. Hun hofstede "De Oude Bem" brandt die ochtend volledig af. Een elfjarig dochtertje (Agnes Bruins) loopt hierbij vreselijke brandwonden op maar op wonderbaarlijke wijze overleeft zij de ramp. Het pand en de roerende zaken waren voor in totaal 2400 gulden (1100 euro) verzekerd.     


Schilderstuk op hout door Agnes Bruins, gemaakt als herinnering aan het huis dat in 1871 volledig is afgebrand. De zwarte punten zijn aantastingen als gevolg van houtworm.

 

1873    In  havezate Camphuysen wordt op 13 september de Oud-Zevenaarse schutterij St. Anna opgericht.

 


                                Havezate Camphuysen, omstreeks 1960


1874    Het Gilde St. Jan wordt opgericht.
Het Gilde, de grootste vereniging van Babberich, heeft altijd een grote verbondenheid met de kerk en de familie De Neree gekend. Bij de oprichting van het gilde speelt het beteugelen van drankmisbruik en ruzies een belangrijke rol.

1875    In de periode 1875 - 1895 is door de landbouwcrisis sprake van grote werkeloosheid. Ook inwoners van Babberich zoeken werk in het Duitse Ruhrgebied.

1876
    In de nacht van 12 op 13 maart beukt een zware storm de bandijk in Lathum over een lengte van 400 meter voor een deel weg. Door het met man en macht aanbrengen van driedubbele bekistingen van mest en puin slaagt men erin de gevolgen te beperken. In Giesbeek komen 24 huizen onder water te staan en in Angerlo 4 huizen. Bij het grenskantoor in Babberich spoelen door water en storm gaten van 8 meter in de weg.

1878    Medio september 1878 ontstaat als gevolg van hooibroei brand op het Huis te Babberich, ook genoemd Huis Halsaf,  waardoor het washuis, het koetshuis en de schuur in vlammen opgaan. Het huis zelf blijft met hulp van de brandspuiten gespaard.


1880    In Huis Babberich wordt 18 maart geboren Christophe Karel Henri de Neree tot Babberich (1880 - 1909). Op 21 jarige leeftijd loopt Karel tuberculose (t.b.c.) op waardoor hij de rest van zijn leven doorbrengt in  sanatoria o.a. in Arosa en Montreux. Vooral tijdens zijn verblijf in sanatoria blijkt hij een begenadigd tekenaar.


Zelfportret van Karel de Neree (1880 - 1909)




1880     De Zevenaarse stalhouder Chr. Weijers, die de nachtelijke postrit Arnhem - Babberich - Emmerik onderhoudt, klaagt over de slechte berijdbaarheid bij nacht van sommige delen van de weg, waardoor zowel mens als paard gevaar lopen. Weijers is verplicht om de afstand Arnhem Emmerik (32 km) binnen 2 uur en een kwartier af te leggen. Hoofdingenieur De Bruijn Kops antwoordt op de klacht "dat bij zulk een hard rijden bij duisternis de geringste oneffenheden hinderlijk, ja gevaarlijk worden".

 

   



1882    De gemeente Zevenaar richt een openbare school op aan de Rijksweg in Babberich. Het eerste schoolhoofd is Bernardus Berendsen, die zijn intrek neemt in de onderwijzerswoning naast de school. Zijn jaarwedde bedraagt 900 gulden (410 euro). Hij blijft ruim 25 jaar hoofd. In december 1882 telt de school 175 leerlingen.
 

Openbare Lagere School in Babberich in 1918.
 
Links: juffrouw Van der Horst, meester Meijer en meester Coolen. Geheel rechts nog net zichtbaar: juffrouw Orth en meester Hagen.

 

 


1883
    De aardappeloogst gaat voor het tweede achtereenvolgende jaar door wateroverlast verloren

1883   Voorafgaande aan de definitieve huisvesting van paters Capucijnen in Babberich vertoeven enkele paters enige tijd in een pand van klompenmaker Jan Nova, die met zijn vrouw Aleida van Bindsbergen en hun vijf kinderen naar Noord-Amerika was geemigreerd. Sedertdien wordt het daglonershuis in de volksmond vaak het "oude patersklooster" genoemd.


Het "oude patersklooster" tussen de waai, dijk en Dorpsstraat (omstreeks 1964)
In 1977 laat de laatste bewoner, Piet van Lugt, het oude huis slopen om er een nieuwe bungalow te bouwen.

 

1884    Op 21 juni overlijdt prins Willem-Alexander onverwacht. Omdat zijn vader koning Willem III niet van zins is eerder terug te komen van een vakantiereis naar Duitsland en Zwitserland, vindt de begrafenis pas plaats op 17 juli 1884. 
Door het overlijden van de prins moet het schuttersfeest in Babberich afgelast worden. Aangezien reeds flinke kosten zijn gemaakt, onder meer is een grote tent al gehuurd, kan slechts met moeite het gilde van de ondergang gered worden.
 

 

1884     Op de hoek van de grote weg naar Elten (later Dorpsweg/Rijksweg) en de Zandweg naar Beek (later Beekseweg) bouwt R.J.C.W. de Neree op de fundamenten van een voormalig pand een winkel met cafe dat de naam "Sint Annaburcht" krijgt. De naam verwijst naar een voormalig pand op dezelfde plaats dat eigendom was van het Sint Anna gilde. Sint Annaburcht is lange tijd rustplaats voor de paardenkoets van Arnhem naar Emmerich.  

 

 


Schutterij Sint Jan (kermis 1953) met op de achtergrond de Sint Annaburcht

 

1885    Komst van de "blotevoetenpaters" in Babberich. Voor deze volgelingen van de Heilige Franciscus is in 1885 een klooster en kloosterkerk gebouwd. De katholieken mogen in deze kerk hun "zondagsplicht" vervullen, maar blijven formeel parochianen van de St. Martinusparochie in Oud-Zevenaar.
 


Klooster en kapel aan de Beekseweg komen gereed in 1885  

1886    Een rampjaar voor veel boeren: Na een uitzonderlijk warme en droge voorzomer volgt een overvloed aan regen, waardoor veel weilanden onder water komen en het vee opgestald moet worden. Veel boeren hebben onvoldoende mogelijkheden om de dieren bij te voeren. Tot overmaat van ramp heerst er een epidemie van mond- en klauwzeer.

1887    Op donderdagochtend 8 september ontstaat brand in het huis van de familie J. van Ampting in Babberich. Huis en inboedel gaan verloren. Oorzaak van de brand is "het springen der lantaarn". Alles is verzekerd bij de brandwaarborg-maatschappij te Zwolle. 

1885    Tussen 1878 en 1895 treft een enorme landbouwcrisis Europa. Deze is het gevolg van import van goedkope landbouwproducten uit de Verenigde Staten en Canada waardoor prijzen sterk dalen. Werkeloosheid en armoede nemen sterk toe. Veel mensen, ook uit Babberich, besluiten onder druk van de omstandigheden naar het buitenland te vertrekken zoals naar het Duitse Ruhrgebied en de Verenigde Staten. Voor sommigen is dit vertrek tijdelijk, anderen vertrekken definitief.

1889    De Babberichse paters Capucijnen beginnen met het geven van meditaties, predicaties en veertigurengebeden, waarmee ze in een grote behoefte voorzien.

 

 


Klooster van de paters Capucijnen in Babberich omstreeks 1910         

 

1890    De winter van 1890 / 1891 is uitzonderlijk streng. De decembermaand spant de kroon, want sedert het begin van de temperatuurmetingen in 1706 is het alleen in december 1788 nog kouder geweest.
Op 25 november 1890 gaat de wind uit het noordoosten waaien en dat is het begin van een langdurige strenge vorstperiode. De gemiddelde ijsdikte in sloten is in de loop van december ongeveer 65 cm., plaatselijk wordt zelfs een dikte van 70-80 cm bereikt. Mens en dier gaan gebukt onder extreme koude. Op 19 december vriest bij Elten een grensbeambte dood.
 

1891    Op 11 maart besluiten 101 Liemerse boeren (68 uit Didam, 19 uit Zeddam en 14 uit Wehl) tot de oprichting van een cooperatieve roomboterfabriek, waardoor Didam de primeur heeft van de allereerste cooperatieve roomboterfabriek buiten Friesland.  Het kapitaal wordt verkregen door uitgifte van aandelen van f 50,- (22,50 euro) aan ieder van de deelnemers. De fabriek is al snel een groot succes en omgevende plaatsen volgen: Doesburg in 1892, Zevenaar in 1893, Angerlo in 1894 en Wehl in 1894.

De Didamse roomboterfabriek, omstreeks 1900  


1892     Op 1 februari 1892 wordt in 't Kwartier te Babberich, waar zijn voorouders al vele eeuwen woonden,  geboren Albertus (Bart) van Bindsbergen (1892 - 1978).
Bart krijgt regionale bekendheid door de meesterlijke wijze, waarop hij verhaalt. Mede door zijn mimiek en intonatie alsmede zijn enorme geheugen zijn de vertellingen uit zijn mond een feest om aan te horen. Hij vertelt met armen en benen en kruipt desnoods over de grond. Veel van zijn vertellingen zijn in 1976 gepubliceerd in een speciale uitgave van Neerlands Volksleven, dat samengesteld is door A. Tinneveld.


 

1893    Op 25 april brandt het meer dan 150 jaar oude pand van de familie Alters, gelegen aan de Babberichseweg, volledig af.

 

 


Na de brand in 1893 wordt het huis opnieuw opgebouwd. In 1929 koopt Hendricus Sales het pand (nu: Babberichseweg 77). Foto omstreeks 1950

1893    Op 28 november brandt boerderij "De Swaen", gelegen aan de Aerdtse veerweg, bewoond en in gebruik bij de eigenaar Jan Hendrik Gepkens geheel af. Het vee kan slechts met grote moeite gered worden, de hond komt in de vlammen om, de huisraad gaat vrijwel geheel verloren evenals alle landbouwwerktuigen en de ingezamelde oogst, waaronder dertigduizend garven tarwe 

1894    Medio januari brandt het vlakbij Huis Babberich gelegen huis van Albertus Ross volledig af. Door de hevige koude is er een groot tekort aan bluswater.

1895    Op donderdag 13 juni 1895 ontstaat brand in het huis van de familie Jac. Kluitman in Babberich. Huis en inboedel gaan vrijwel volledig verloren. Extra triest is dat het vuur ontstaan is in de kamer, waar de een dag eerder overleden dertienjarige zoon opgebaard lag. Mogelijk is een omgevallen kaars de oorzaak van de brand. De vrouw des huizes loopt bij het weghalen van het lijk ernstige brandwonden op aan gezicht, armen en handen.  

1896   Omstreeks deze tijd worden op de school in Babberich al jaarlijks klassenfoto's gemaakt.

 

 

 


1897    Op maandag 10 mei wordt het treinstation Babberich geopend. Het is dan het laatste Nederlandse station voor de grens.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Spoorwegwachtershuisje in Babberich, omstreeks 1965
Hoewel Babberich het laatste Nederlandse treinstation voor de grens is, blijven de douaneformaliteiten na 1897 gewoon in Zevenaar afgehandeld worden. Ongeveer 35 jaar later op 22 mei 1932 wordt het station Babberich gesloten.
 


1897
    Op 1 december telt de gemeente Zevenaar, waartoe ook Babberich en Oud-Zevenaar behoren, 4342 inwoners, verdeeld over 2285 mannen en 2057 vrouwen.
 

1898    Op donderdagavond 28 juli 1898 omstreeks 9 uur treft een blikseminslag de boerderij van J.H. Stam, gelegen in Babberich aan de Rijksweg van Zevenaar naar Elten. Het woon- en achterhuis alsmede schuren worden geheel door brand verwoest. De gebouwen alsmede de roerende goederen zijn tegen brandschade verzekerd. De in de onmiddellijke nabijheid gelegen boerderij van A.T.M. Bergervoet kan met behulp van de in Babberich gestationeerde brandspuit behouden worden.  

1899   De familie Van de Sandt laat hun boerderij (het Uiversnest) aan de Babberichseweg in de buurtschap Holthuizen tussen Oud-Zevenaar en Babberich slopen en bouwt een nieuw statig herenhuis


Het in 1899 door Frans van de Sandt gebouwde herenhuis dat in 1950 wordt gekocht door de familie Visscher uit Arnhem.
Afb.: Babberichseweg nr 49 omstreeks 1955
 

 

1899   F. Th. Weitjes wordt pastoor van de R.K. parochie Oud-Zevenaar, waartoe in deze tijd ook Babberich behoort. Gedurende zijn pastoraat wordt de uit 1865 daterende Zuidbeuk van de Oud-Zevenaarse St. Martinuskerk gesloopt en vervangen door een Mariakerk


F. Th. Weitjes , pastoor in Oud-Zevenaar van 1899-1912 

 

1900   In december brengt Paul Kruger, president van Zuid-Afrika per trein een bezoek aan Nederland. De ontvangst is overal gigantisch en overweldigend. 
Reeds vanaf het moment dat Kruger vanuit Emmerich op donderdag 6 december in Zevenaar aankomt, staan vele duizenden hem enthousiast toe te juichen. Van de kerktoren, station en vrijwel alle woningen wapperen vlaggen, Nederlandse en Transvaalse. Wanneer de trein het station in Zevenaar nadert stijgt een enorme jubelkreet op. Op het station bevinden zich afgevaardigden van onder meer de gemeenten Zevenaar, Lobith, Terborg, Didam en Doetinchem. De fanfares van Didam en Zevenaar spelen het Transvaalse volkslied.
Ook bij de doorkomst van de trein met president Kruger en zijn gevolg in de diverse plaatsen van de Liemers zoals Elten, Babberich, Groessen, Duiven en Westervoort is het enthousiasme enorm.

 

1903    Op donderdagochtend 3 december valt ter hoogte van Babberich een 7 jarig jongetje uit de trein rijdend van Emmerik naar Zevenaar. Onmiddellijk wordt aan de noodrem getrokken maar deze blijkt niet te werken en de trein rijdt verder. De pleegvader van het jongetje, een predikant uit 's-Heerenberg, wil uit de trein springen maar medepassagiers kunnen dit tegenhouden. De trein rijdt door naar Zevenaar waar het ongeval wordt gemeld waarna direct een goederentrein met de stationschef en drie marechaussees vertrekken om de jongen te zoeken. Het jongetje wordt gevonden en wonder boven wonder heeft hij alleen wat schrammen aan de val uit de rijdende trein overgehouden

 


Station Zevenaar, waar op 3 december 1903 een trein vertrekt naar Babberich om hulp te bieden aan een uit de trein gevallen jongen (J.H. Heijmans, Uitgave Loman, 1888)

 

1904    Omstreeks deze tijd aan het begin van de 20e eeuw zijn er vooral in 't Kwartier in Babberich opmerkelijk veel uitmuntende vertellers, die elkaar inspireren.
De vertellers, die boeiend en meesterlijk verhalen, worden door de plaatselijke gemeenschap bijzonder gewaardeerd. In de loop van de 20e eeuw verslechteren de omstandigheden voor de vertellers echter geleidelijk doordat het onderwijs zorgt voor een schoolse ontwikkeling; jonge mensen de fiets nemen om elders ontspanning te zoeken op de talrijke kermissen die de Liemers kent; de opkomst van plaatselijke toneelverenigingen; de komst van de radio en veel later ook van de televisie. Door dit alles vermindert de belangstelling voor de oude overgeleverde vertellingen en worden deze door sommigen zelfs gezien als bewijs van onontwikkeldheid.
Tot de befaamde generatie vertellers uit 't Kwartier in Babberich behoren in de eerste decennia van de 20e eeuw o.a.: Hend Derksen (afbeelding) alsmede zijn dochter mevr. Haan-Derksen en achternicht mcvrouw B. van Dinther-Derksen en de legendarische Toon van Bindsbergen.
Veel van de Liemerse vertellingen zijn in 1976 gepubliceerd in een speciale door A. Tinneveld samengestelde uitgave van Neerlands Volksleven.



 


1905     Hendrik  Cremers (uit Sint Agatha bij Cuyk) bouwt in de Dorpstraat een woning, waar hij een schoenmakerij aan huis heeft.   


Dorpstraat in 1910, in een tijd dat fotograferen nog iets exceptioneels is. Geheel links (gedeeltelijk zichtbaar) schoenmakerij Cremers met daarnaast het hulppostkantoor van postbode Willem Peters.

 

1905    Op zondag 14 september vindt in de parochie Oud-Zevenaar, waartoe ook Babberich in die tijd behoort, een groot Maria-feest plaats. Dit feest, georganiseerd door de R.K. parochie Oud-Zevenaar samen met diverse andere parochies uit de Liemers, luidt een hernieuwde periode in met Oud-Zevenaar als bedevaartsplaats ter ere van Maria.

1906    In januari zoekt de Rijkspolitie uit de omtrek van Babberich en de marechaussee van Zevenaar versterkt met manschappen van andere brigades gedurende vele weken in de bossen naar Dorus Driesen, lid van de beruchte familie Driesen. Naast Dorus worden ook zijn broers Antoon en Bernard bij voortduring gezocht en veroordeeld. Op dinsdagmiddag 23 januari 1906 lukt het de rijksveldwachters Heere uit Babberich en Almekinders uit Didam eindelijk om Dorus Driesen te arresteren. Hij wordt overgebracht naar het arrestantenlokaal in Didam en de hele nacht zorgvuldig bewaakt uit vrees dat zijn broers hem zullen bevrijden. De volgende dag wordt Dorus overgebracht naar de gevangenis in Arnhem waar hij een straf van 9 maanden moet uitzitten.

1907    Op woensdag 18 september viert "bovenmeester" Berendsen dat hij 25 jaar schoolhoofd van de openbare school in Babberich is. In 1911 wordt hij opgevolgd door Martinus Julianua Gremmen, tot dan schoolhoofd in Gendringen.

1907     In de kruitfabriek van Elten vindt een ontploffing plaats. Tot de dodelijke slachtoffers behoort Johannes Theodorus Klutman (1874 - 1907) uit Babberich.

1908    Opening ziekenhuis "Consolatio Afflictorum" Zevenaar aan de Didamseweg.

 

Links het Ziekenhuis "Consolatio Afflictorum", omstreeks 1930
Onder een vooroorlogse ansichtkaart van het Zevenaarse ziekenhuis met aan de rechterzijde Hotel Wielerrust van de familie Benen.

 

 

1909    Een initiatief om een smalspoorlijn dwars door de Liemers (van Tolkamer via Lobith, Elten, Babberich, Didam en Angerlo naar Doesburg) aan te leggen loopt stuk mede omdat gemeenten weinig medewerking verlenen.

 

1909    Op dinsdag 19 oktober 1909 overlijdt in het Duitse kuuroord Todtmoos Carel de Neree (1880 - 1909) aan de gevolgen van de in deze tijd ongeneeslijke tuberculose (t.b.c.). Het werk van deze in 1880 in Babberich geboren "dandy-kunstenaar", wordt gerekend tot de hoogtepunten van de Nederlandse kunst rond 1900.


 

 

1910    Het ministerie van Justitie geeft opdracht voor de bouw van een woning voor de veldwachter aan de Babberichse Dorpsstraat. In het huis waar op de begane grond ook een arrestantenverblijf aanwezig is, woont in de periode 1914 tot 1939 rijksveldwachter Lucas Geertman. Daarna wordt het vele decennia de woning van schoenmaker Bernard ter Heerdt. 


Op deze afbeelding uit 1918 Lucas Geertman (in uniform) voor zijn dienstwoning. Verder ondermeer: zittend schuin voor Geertman diens echtgenote Hermina Wijnveld en daarnaast hun dochtertje Lucia Geertman.

 

1911    De  Babberichse  "bovenmeester" Berendsen wordt opgevolgd door Martinus Julianua Gremmen, tot dan schoolhoofd in Gendringen. Meester Bernardus Berendsen is bijna dertig jaar, vanaf de opening van de school in 1882 tot 1911, schoolhoofd geweest.

 

1912    In Warnsveld sterft op 11 mei Benedictus Rosenboom, zoon van de uit Hallenberg afkomstige koopman Abraham Rosenbaum en zijn vrouw Maria Benedictus Lyon. Een groot deel van zijn leven heeft Benedictus in Babberich gewoond tot hij in 1902 wordt opgenomen in het gesticht in Warnsveld.. In de tweede helft van de 19e eeuw was Benedictus in de Liemers een bekende figuur als de rondtrekkende jood Bender (Bendel).


Bendel (1824 - 1912)

Bendel woont vele jaren afwisselend in Babberich en in Zevenaar.
Op de Liemerse wegen is hij een bekend figuur, die handelt in van alles en nog wat maar vooral in oude metalen, lompen en horloges.
In 1902 wordt hij in het gesticht in Warnsveld opgenomen waar hij op 11 mei 1912 overlijdt.

 

1912    Eind juli is in Babberich en omgeving een hevig onweer waarbij de commies van het douanekantoor Babberich, de heer J. Wijenberg, voor de ogen van zijn vrouw dodelijk door de bliksem wordt getroffen. Als gevolg van de enorme schrik wordt de weduwe Wijenberg "krankzinnig" en moet in een "krankzinnigengesticht" worden opgenomen.

 

1913    Hoewel de gemeente Zevenaar, waartoe Babberich behoort, pas sedert 1816 deel uitmaakt van het Koninkrijk der Nederlanden wordt op grootse wijze het eeuwfeest van de onafhankelijkheid gevierd. De organisatie is in handen van de heren A. Verheijen uit Ooy, H. Gremmen uit Babberich en J.G.A. Honig uit Zevenaar.  

 



1913     De komst van de Eerste Wereldoorlog dient zich aan. Op 1 augustus wordt de grenspassage naar Nederland door de Duitse autoriteiten verboden.

 


Grens tussen Babberich en Elten (begin 20e eeuw)


1913     De postkardienst tussen Arnhem - Zevenaar - Babberich - Emmerik wordt opgeheven. Hiermee komt ook een eind aan de paardenwisseling, die in Babberich  bij logement Sint Anna van Johan Tenback (op de hoek Rijksweg - Beekseweg) plaatsvond. Het traject Arnhem - Emmerik - Arnhem met een totale afstand van ongeveer 65 kilometer werd door de paarden in vijf uur afgelegd. De koetsier van de allerlaatste rit is Bart Karrenbelt. Door de treinverbinding en de intrede van de auto wordt de met paarden getrokken postkar geschiedenis .

 


Rijksweg in Babberich met links op de achtergrond logement Sint Anna (begin 20e eeuw)


1914    Op 31 juli om 12.10 uur kondigt de Nederlandse regering een militaire mobilisatie aan. Korte tijd later breekt een weerzinwekkende oorlog (W.O. I 1914 - 1918) uit, waarin 10 miljoen mensen omkomen. Hoewel Nederland buiten het oorlogsgeweld blijft, gaat ook in de Liemers de bevolking gebukt onder angsten, onzekerheid, tekorten, ondervoeding, werkeloosheid en armoede.
 

Groepje gemobiliseerde grenswachten in Beek (1917)
Dit soort foto's moeten het thuisfront de indruk geven dat de stemming uitstekend is. De werkelijkheis is anders. Omdat de mobilisatie vier jaar duurt, slaat op grote schaal de verveling onder de gemobiliseerde soldaten toe.


1915    Door de oorlogssituatie (alle buurlanden zijn in de Eerste Wereldoorlog verwikkeld) ontstaan tekorten, waardoor de prijzen stijgen en de armoede ook in Babberich snel toeneemt. Daarentegen zijn er ook velen die door de smokkelhandel met Duitsland snel en grof geld verdienen. 
 

Smokkelaars aangehouden door douaniers
Op de achtergrond Eltenberg, schilderij van Maximiliaan Kitzinger (1871)

 

1916   Op 21 september overlijdt in 's Gravenhage Jean P.R.M. de Neree tot Babberich, vanaf 1893 vooraanstaand lid van de Raad van Staten. Vier dagen later wordt hij per staatsspoor naar Zevenaar overgebracht en begraven in het familiegraf naast de R.K. kerk in Oud-Zevenaar. Zijn begrafenis wordt ondermeer bijgewoond door: prins Hendrik, de ministers Cort v. d. Linden, Ort en Lely, de oud-ministers Rink en Nelissen, de commissaris van de koningin Sweerts de Landas, burgemeester Van Karnebeek, de vice-president en leden van de Raad van Staten, leden van de Hoge Raad en gedeputeerden.


Martinuskerk Oud-Zevenaar (omstreeks 2010)
 naast de kerk is nog net zichtbaar het graf van de familie De Neree


1916    De
kloosterkerk aan de Beekseweg in Babberich wordt gepromoveerd tot hulpkerk van de Oud-Zevenaarse St. Martinus
 


Babberich, Capucijnen-klooster en ingang kloosterkerk aan Beekseweg, omstreeks 1916 

    

1916    In Babberich wordt aan de Dorpsstraat een huis gebouwd voor de zusters Franciscanessen. De kloosterzusters overgekomen uit Veghel gaan in Babberich onder meer aan de meisjesschool les geven.

 

.

 

 



    

1917    In Babberich wordt een meisjesschool gebouwd. Zusters Franciscanessen overgekomen uit Veghel gaan er les geven. Het aantal meisjes bedraagt in 1917 al meer dan 100. Ook wordt een bewaarschool in gebruik genomen, evenals een  school voor voortgezet handwerkonderwijs voor meisjes.

 

.

 

 


R. K. meisjesschool en bewaarschool in Babberich omstreeks 1918

 

1917    Op 17 november wordt in Babberich toneelvereniging D.V.S. (Door Vriendschap Saamgebracht) opgericht. Tot de oprichters behoren naast pater Gracianus onder meer de heren S. Daniels, G. Swaters, H. en E. Schipper, W. Kluitman en W. Duits.

 

 


Toneelvereniging D.V.S. in 1927 bij haar tienjarig bestaan


1918     Op maandag 27 mei meldt het persbureau Reuter dat de Spaanse koning alsmede Spaanse ministers lijden aan een geheimzinnige aandoening, die later de geschiedenisboeken ingaat als de Spaanse griep van 1918. Een aandoening waaraan wereldwijd 20 miljoen mensen sterven. Omstreeks 10 juli komt bij Zevenaar de Spaanse griep de Liemers binnen, nadat in Elten en Emmerik enkele honderden gevallen van griep zijn geconstateerd.
De wereldwijde influenza-epidemie teistert ook de Liemers. De Graafschap-Bode van 19 november 1918 meldt: "Overal, in 't binnenland hoort men van ziekte en sterven. In de dorpen luidt dag aan dag de doodsklok". Enkele voorbeelden: in Angerlo: 14 doden, in Herwen en Aerdt 30 doden en in Zevenaar 16 doden a.g.v. influenza.

1918    Op maandag 11 november komt een eind aan een onvoorstelbaar bizarre en gruwelijke oorlog (Wereldoorlog I). Een groot deel van de Europese vooral mannelijke jeugd is afgeslacht. Naast de ongeveer 9 miljoen (!) dodelijke slachtoffers, zijn vele miljoenen levens geknakt en gezinnen kapot gemaakt. Nederland en ook de Liemers zijn de dans ontsprongen maar hebben wel de ontberingen (armoede) van de oorlog gekend.

1919     De Babberichse muziekvereniging St. Jan is actief bij de festiviteiten rond de Vrede van Versailles, een verdrag dat een eind maakt aan de Eerste Wereldoorlog.

 

1919   In Babberich gaan de R.K. Werkliedenvereniging en de A.B.T.B. (Algemene boeren en Tuindersbond, in de volksmond boerenbond) gezamelijk een winkel exploiteren "in het voordeel van de arbeidende stand".  De winkel krijgt de naam "De Eendracht" en wordt meer dan zestig jaar, tot 1983, gerund door de zusjes Betje (1897 - 1985) en Tonia (1895 1988) Pelgrum. Bij aankopen ontvangen klanten  bonnen ("dividend") ter waarde van 2% van het gekochte bedrag waardoor men extra te besteden heeft.    


De "Boerenbond" (in latere jaren C.A.V.V.: cooperatieve aan- en verkoopvereniging) in de Babberichse Dorpsstraat in 1920. Op de afbeelding naast diverse leden van de familie Messing ook: molenaar Jan van Alst (4e van links), daarnaast  achter de hondenkar: Jan Messing jr (10jr) en achter paard en wagen: Jan Gademan (37 jr)   

1920     In Didam wordt een  R.K. middelbare land- en tuinbouwwinterschool opgericht. De school verkrijgt een belangrijke regionale functie. Ook boerenzonen uit Babberich bekwamen zich in de loop der tijd op deze school. Omstreeks 1960 is Louis van Keulen, overgrootvader van Sam, Simon en Sjef van Keulen, enige jaren in deeltijd (avonduren) docent aan deze school.

De geslaagden van de middelbare land- en tuinbouwschool in 1923
Bovenste rij v.l.n.r.: J. Giessen (Angerlo), A. Gerritsen (Drempt), F. Giesen (Zevenaar), H. Kaal (Holthuizen), G. Wolsing (concierge 1920-1946), H. Scheers (Wehl), H. Roemaat, H. Giesen (Zeddam) en E. Stam (Babberich); middelste rij v.l.n.r.: A. Hoppereys (Dichteren), J. Braam (Zeddam), H. te Witt (Groessen), A. Poodt (Herwen), H. Evers ('t Loo), W. van Onna (Wijnbergen), A. Mentink (Steenderen) en F. Giesen (Steenderen); voorste rij v.l.n.r.: Th. van Sandt (Babberich), J. Giesen, H. Hendriks (leraar 1920-1948), A. Tombrock (godsdienstleraar 1920-1927), ir. H.J.M. Verhey (directeur 1920-1958) en Th. Schenning (Wehl).

 


1921    Op zondag 17 april passeert een wel zeer bijzondere trein Babberich. Het betreft de begrafenistrein op weg van het Nederlandse Maarn naar het Duitse Potsdam met daarin het stoffelijk overschot van de op 11 april overleden keizerin Augusta van Schleswig-Holstein (1858 - 1921). De keizerin, in ballingschap overleden in het Nederlandse Doorn (bij Maarn), wordt op 19 april in Potsdam begraven waar ongeveer 250.000 mensen haar de laatste eer brengen. 


Overweldigende belangstelling bij de aankomst van de rouwtrein in Elten op 17 april 1921

 

1921    De Franciscusstichting verzoekt de gemeente Zevenaar tot "de bouw en inrichting" van een bijzondere (=R.K.) lagere school. Als belangrijkste argument voert zij aan dat de openbare school  bevolkt wordt door 8 protestantse meisjes en jongens en maar liefst 121 katholieke jongens. Op 1 mei 1922 wordt de tot dan openbare school overgedragen aan de St. Franciscusstichting.
 


Laatste schooldag in Babberich op 30 juli 1921 van hoofdmeester Jos Simmelink, die wordt opgevolgd door meester Appels. In het midden Jos Simmelink en naast hem meester Meijer. 


1921
     De heer Cornelis Appels wordt schoolhoofd in Babberich. Hij zal dit gedurende een periode van maar liefst 40 jaar blijven en verbreekt daarmee het record van Bernardus Martinus Berendsen die van 1882 tot 1911, bijna dertig jaar schoolhoofd in Babberich is geweest.

 

Links: de jongensschool van Babberich

Rechts: de meisjesschool en het zustershuis in Babberich

 



Links
: meester Appels met zijn Ford 

Rechts: leerkrachten jongensschool (1957) v.l.n.r mej. A. Appels, Van Huet, juf Teelen, C. Appels en onbekend


 

1923     De Harmonie St. Franciscus wordt 28 januari 1923 opgericht. Tot de oprichters behoren Bernard van Bindsbergen, Bart Bod en Anton Ros. Meester Mulder uit Babberich is de eerste dirigent. Hij zal worden opgevolgd door de voormalige professionele dirigent Broers van harmonie St. Jan.

 

De Babberichse muziekvereniging St. Franciscus, omstreeks 1935


1924    Omstreeks deze tijd gaat de NV Lobitsche Auto-Dienst (L.A.D.) van start, die een autobusdienst onderhoudt tussen Spijk, Tolkamer, Lobith, Babberich, Oud-Zevenaar en Zevenaar. Tot in de jaren tachtig rijden er bussen van de L.A.D. tussen Lobith, Babberich, Zevenaar en Arnhem.



1925     Een legendarisch noodweer, bekend onder de naam stormramp van Borculo, trekt in de vroege avond  van 10 augustus over Brabant, via Nijmegen, Liemers en Achterhoek naar Twente en uiteindelijk naar Duitsland. Borculo wordt geteisterd door een onvoorstelbare tornado met een diameter van tussen een en twee kilometer. Er vallen vier doden en tachtig gewonden.  In De Liemers wordt vooral de buurtschap Dijk bij Didam zwaar getroffen.

Het dagblad "Het Vaderland" schrijft op 11 augustus: "Het hevige noodweer heeft gisteravond de buurtschap Dijk nabij Didam eveneens ernstig geteisterd. De bewoners van deze buurtschap zagen plotseling een hooge grijze zuil, welke steeds nader kwam, en welke op haar weg alles meesleurde. Niet minder dan elf woningen werden vernield. Een man en een vrouw werden tientallen meters weggeslingerd."
De avondeditie van het NRC schrijft ook op 11 augustus 1925: "Gisteravond heeft zich in de omgeving van Didam een noodweer ontlast, zooals zelden in ons land is voorgekomen. Tegen halfzeven kwam de bui uit het Zuiden aanzetten. Een hevig onweer, gepaard met een slagregen, was de inleiding. Daarna kwam een stevige wind opzetten, die allengs in kracht toenam. Plotseling bemerkten de verschrikte bewoners van Didam, dat van de Zuidzijde, van den kant van de Babbericher Allee, een hoos kwam aanzetten, een wervelwind, die met geweldige kracht alles wat hij op zijn weg tegenkwam, in het rond smeet."

1926    Watersnood in de Liemers als gevolg van een dijkdoorbraak in Pannerden.

De gearceerde gebieden staan in het voorjaar van 1926 onder water.

In Pannerden staat alleen de hoger gelegen boerderij van "Van Keulen" niet onder water. Op bepaalde plaatsen bereikt het water een hoogte van meer dan drie meter.

 

 

Ook landelijk trekt de watersnood grote aandacht. Mariniers schieten de bevolking te hulp. Op 7 januari 1926 brengt koningin Wilhelmina een bezoek aan Pannerden om de situatie in ogenschouw te nemen. De bevolking van de Liemers is in het verleden vaak geconfronteerd met de gevolgen van hoog water. Andere hoogwaterjaren van de laatste 125 jaar zijn 1882, 1883, 1906, 1914, 1920, 1930, 1946, 1948, 1952, 1955, 1957, 1865, 1966, 1970 en 1995.


1926    Begin augustus wordt cafe "De Grens" in Babberich door brand verwoest.


   

 

1926    Na zijn priesterwijding op zondag 25 juli 1926 wordt de vooral in latere tijd in R.K. kringen vermaard geworden Herman (H.J.H.M.) Fortmann enige tijd kapelaan in de R.K. parochie Oud-Zevenaar, waartoe ook Babberich in deze tijd behoortIn latere jaren wordt Fortmann ondermeer hoogleraar aan het seminarie Rijsenburg en de Rijks Universiteit Utrecht. In 1950 wordt hij belast met de oprichting van het filosoficum Dijnselburg in Huis ter Heide bij Zeist, waar toekomstige priesters vele decennia hun wijsgerige en theologische opleiding ontvangen. Ook tegenslagen zijn hem niet bespaard gebleven. Zo gaat bij de brand van Rijsenburg in de zomer van 1938 het materiaal van zijn proefschrift volledig verloren.


   H.J.H.M. Fortmann 
        
(1904-1968)
 


       Een groet uit Babberich (1926)

1927    Rijkswaterstaat ontwikkelt plannen voor de aanleg van de "Provinciale Weg",  die Babberich moet verbinden met Beek. Als blijkt dat deze weg door landgoed "De Bijvank" zal lopen, maken inwoners zich sterk voor een alternatief dat de Bijvank spaart. In 1933 zal blijken dat hun inspanningen succesvol zijn geweest.
 


Het huis van Dora en Nelleke Klu(i)tman aan de Beekseweg in Babberich omstreeks 1935. Deze woning wordt afgebroken om plaats te maken voor de nieuwe weg van Babberich naar Beek.

 

1927   De in 1856 door de gebroeders Jan en Louis Hetterscheid in Babberich gebouwde stellingmolen wordt gesloopt. Het er naast staande molenhuis (Dorpsstraat 7) blijft gespaard.

 


Schilderij van de in 1927 gesloopte stellingmolen in Babberich, rechts het molenhuis  Nadat de stellingmolen in 1856 door Hetterscheid is gebouwd wordt deze in 1863 verkocht aan bakker Wilhelmus Willemsen uit Heteren, die op zijn beurt de molen in 1886 verkoopt aan Jan Pijnappel van de molen "De Hoop". In 1895 overlijdt Pijnappel en  zijn weduwe, Aleida van Kempen hertrouwt met bakker Jan Roelofsen, die het molenbedrijf overneemt. Op 1 juni 1926 wordt de molen overgenomen door bakker Jan Brouwer uit Westervoort. Een jaar later wordt de molen gesloopt.    

 

1928    Omstreeks dit jaar rijdt voor het eerst een inwoner van Babberich met zijn Ford op de wegen in en rond Babberich.  

 


Cornelis Sinterdinck en Hent Bruns omstreeks 1928 met de eerste Ford in Babberich. Sinterdinck, die een boter- en eierhandel heeft, slaat op de Babberichseweg in Zevenaar ter hoogte van het juvenaat met de auto over de kop, waarbij hij een neusfractuur oploopt.     

1929    Op het terrein van het ziekenhuis in Zevenaar wordt het Maria paviljoen in gebruik genomen. Het is bestemd voor de verpleging van patienten met een besmettelijke ziekte afkomstig uit de gemeenten Zevenaar (o.a. Babberich), Duiven, Westervoort, Herwen en Aerdt en Pannerden. Hiermee geven deze gemeenten uitvoering aan de in 1928 van kracht geworden Wet op de Besmettelijke Ziekten, waarin geregeld is dat alle gemeenten, alleen dan wel in samenwerking, dienen te beschikken over een barak voor de verpleging van besmettelijke zieken.


Kort na de opening van het Maria paviljoen in 1929 brengt ondermeer minister Verschuur van Volksgezondheid (rechts) een bezoek aan het paviljoen. Links van de minister dr. J.G.A. Honig jr. geneeskundig directeur van het ziekenhuis. 

Voor het Maria paviljoen in Zevenaar bestaat gedurende de eerste jaren na de opening grote landelijke belangstelling, omdat het als model dient voor nieuw te bouwen inrichtingen. Het Maria paviljoen is de eerste inrichting in Nederland, waar het boxensysteem bij het verplegen van volwassen lijders aan besmettelijke ziekten consequent is doorgevoerd. 


 

 

1929    De positieve ontwikkelingen van de jaren twintig worden bijzonder wreed verstoord door de beurskrach op 29 oktober, het begin van een wereldwijde crisis, die zijn weerga niet kent. Ongeveer 80 jaar later, in 2009, treedt een mondiale economische recessie / depressie op die vergeleken wordt met die van 1929.

 


Rijksweg in Babberich in 1933 Halverwege aan de rechterzijde winkel "De Eendracht", die van 1919 tot 1983 gerund wordt door de zusjes Betje en Tonia Pelgrum. Klanten ontvangen bij aankoop bonnen, die een jaarlijks dividend van 2% opleveren. Desondanks is er bittere armoede voor velen. Geheel links: het elektriciteitsgebouwtje (in de volksmond: "de peperbus")


1930
    In Babberich wordt de R.K. Voetbalvereniging Victoria opgericht en een jaar later gaat de R.K. Voetbalvereniging Excelsior van start. In juni 1945 zouden beide verenigingen fuseren en ontstaat de R.K. Sportvereniging Babberich.   
 
1931
    Onder
nemer G.A. Bodt uit Beek krijgt in april 1931 van Gedeputeerde Staten van Gelderland vergunning voor het onderhouden van een autobusdienst op het traject Kilder, Wehl, Loil, Didam, Nieuw Dijk, Babberich, Oud-Zevenaar, Ooy, Groessen, Loo, Westervoort, Arnhem v.v.. Enkele maanden later in augustus 1931 besluit Bodt echter af te zien van de verleende vergunning waarna deze vergunning wordt ingetrokken.

1932    De ook in Babberich immens populaire Zevenaarse arts Jan G. A. Honig (1872 - 1958) wordt voorzitter van de Koninklijke Nederlandse Maatschappij ter bevordering van de Geneeskunst (KNMG).

 

 


De immense populariteit van dr. Jan Honig blijkt ondermeer uit een bericht in een regionale krant uit 1906, waarin wordt vermeld dat Honig en zijn echtgenote, terugkomend van een huwelijksreis van drie weken, op het Zevenaarse station(splein) worden verwelkomd door "schutterijen uit Babberich, Grieth en Ooy, drie muziekcorpsen, een stoet ruiters alsmede een mensenmenigte van zeker 5.000 tot 6.000 personen" (In 1906 bedraagt het inwoneraantal van de volledige gemeente Zevenaar ongeveer 5.000) 


 

1932    Op zondag 22 mei wordt het treinstation  Babberich, na 35 jaar dienst te hebben gedaan, gesloten. Het is tot dan het laatste Nederlandse station voor de grens.
 


Het eenvoudige houten stationnetje van Babberich
pentekening M. Wenting Giesen
 

1932    Marie Ruijs - Verhallen en haar man Piet Ruijs worden aangesteld als overwegwachters in Oud-Zevenaar.  Het gezin betrekt dienstwoning (Wachtpost 7), gelegen bij het punt waar de rijksweg van Babberich naar Zevenaar de spoorlijn Zevenaar - Winterswijk kruist. Marie draait haar diensten van 4.30 uur tot 15.00 uur. Na zijn werk bij de wegploeg neemt Piet het van haar over en draait hij de diensten van 15.00 uur tot 1.00 uur in de nacht. Op maandag hebben ze vrij en komt een vervanger. Maandag is voor Marie wasdag. Tussen de treinen door verricht Marie haar huishoudelijke werkzaamheden. In de loop der tijd telt het gezin in hun kleine woning met in totaal drie slaapkamers 17 (!) kinderen. De zorg voor het gezin komt vooral op de schouders van Marie. Het echtpaar Ruijs -Verhallen blijft de werkzaamheden als overwegwachters verrichten tot Piet en Marie eind vijftiger jaren met pensioen gaan.

 


Het echtpaar Ruijs - Verhallen in 1974 t.g.v. hun gouden bruiloft bij de overweg waar ze decennia lang de spoorbomen hebben bediend.

1933     In de Babberichse kloosterkerk mag vanaf 1933 ook gedoopt, getrouwd en begraven worden. De katholieke inwoners van Babberich hoeven hiervoor nu niet meer naar de Oud-Zevenaarse St. Martinuskerk.

Parochiekerk in Babberich in 1958


1933  
Begin juli brandt in Babberich de boerderij van C. Kremer af.

1934    Op zondagavond 9 september breekt in Babberich brand uit in de woning van de weduwe Veldkamp. In deze woning bevindt zich ook een schoenen- en sigarenwinkeltje. Het vuur grijpt zo snel om zich heen dat de woning tot op de grond toe afbrandt.     

1934    Op de ledenvergadering van voetbalvereniging Victoria op zondag 30 september 1934 wordt meester C. Appels,  tot voorzitter gekozen. Dit heeft verstrekkende gevolgen voor de toekomst van het Babberichs clubvoetbal want gedurende vele decennia tot 1961 blijft hij een bezielend leider van de sport in Babberich.
 


                        


1935    Op zondag 5 januari viert Babberich dat het klooster van de Capucijnen alsmede de Franciscus- of kloosterkerk vijftig jaar bestaan. Het geschenk van de parochianen bestaat uit nieuwe banken in de kerk.
 


                            Capucijner Klooster in Babberich (1910)

 

1935 Er bestaan gevorderde plannen om het Twente-Rijnkanaal door de Liemers te leiden.

Realisatie van het Twente-Rijnkanaal door de Liemers kan de lokale industrie een impuls geven. Het kanaal (zie plantekening) moet lopen ten zuiden van Wehl, Didam en Zevenaar en tussen Pannerden en Lobith uitmonden in de Rijn.

Het plan is nooit gerealiseerd wellicht mede door de naderende Tweede Wereldoorlog.

Ongeveer zeventig jaar later zal een in economisch opzicht uiterst omstreden plan "de Betuwelijn" wel  geeffectueerd worden en de westelijke zijde van de Liemers splijten.   

1937    De A.N.W.B. richt zich tot de inspecteur-generaal van het verkeer met het verzoek verbetering aan te laten brengen in de verlichting van beide onbewaakte spoorlijnoverwegen in de rijksweg Zevenaar - Babberich waar met regelmaat aanrijdingen plaatsvinden. De overwegen zijn weliswaar voorzien van petroleumlampen maar deze geven onvoldoende licht waardoor de afsluitbomen in de duisternis onvoldoende opvallen.

1937    Op vrijdag 10 december 1937 vindt de aanbesteding plaats voor de bouw van de brug ter lengte van 185 meter en ter breedte van 10,5 meter over de Oude Rijn tussen Aerdt en Babberich. De nieuw te bouwen brug moet ervoor zorgen dat de gemeente Herwen & Aerdt uit haar isolement wordt verlost. De brug wordt aanbesteed voor rekening van de gemeente Herwen & Aerdt, de toegangsweg voor rekening van de gemeente Zevenaar.

1938    Op woensdagavond 6 april treft het noodlot de familie Kruis, aannemer, wonende aan de Rijksweg te Babberich. Hun jongste zoontje zit voor zijn ouderlijke woning naast de bestuurder van een vrachtauto, geladen met zand. Terwijl de auto nog niet helemaal stil staat, stapt het jongetje reeds uit en komt onder de wielen. Hij overlijdt ter plekke.
 


Babberich Rijksweg (begin 20e eeuw), rechts de molen van Pijnappel

1939    De vaste brug over de Oude Rijn tussen Aerdt en Babberich komt gereed.

De brug over de Oude Rijn (1939) tussen Aerdt en Babberich. Een jaar later tijdens de eerste oorlogsdag zou deze brug door Nederlandse soldaten worden opgeblazen.

1939    In verband met het dreigend oorlogsgevaar kondigt de Nederlandse regering op maandag 28 augustus de algemene mobilisatie af. Honderden extra treinen worden ingezet. Binnen enkele dagen zitten 280.000 soldaten op hun post.  De bevolking krijgt een verbod om te hamsteren. 
                             

1939    De Duitse dreiging neemt snel toe. Op de dijk, de verbindingsweg tussen Babberich en Elten wordt een uit palen en beton bestaande provisorische grensverdediging opgebouwd.

 
Op 10 mei 1940 zal blijken dat de "aspergehindernis", een in allerijl opgebouwde hindernis om de opmars van Duitse troepen te vertragen, de Duitsers weinig problemen geeft. 
Op de afbeelding is het deel van de "aspergehindernis" te zien aan de rechterzijde van de dijk (in richting Elten). De gedeelten van de versperring gelegen op beide hellingen van de dijk zullen pas tientallen jaren na de oorlog worden afgebroken. 

 

1940    In de maanden voor mei wordt steeds duidelijker dat de oorlog aanstaande is. Op Goede Vrijdag 22 maart 1940 vindt niet ver van Babberich op zeer grote hoogte een luchtgevecht plaats. Een Spitfire van de Britse Royal Air Force, die op de terugweg is van een fotoverkenningsvlucht boven het Duitse Ruhrgebied, wordt door een Duits vliegtuig onderschept en komt om 12.41 uur neer bij de kruising van de Herwensedijk met de Polderdijk tussen Herwen en Lobith. De piloot Claude Wheatley komt hierbij om het leven. Zijn parachute heeft zich niet geopend. Hij stort ter aarde aan de Duitse zijde van de Rijn, in de weide van Gottfried Derksen bij Duffelward en wordt door de Duitsers nog dezelfde dag met militaire eer begraven.



Omstanders aanschouwen op 22 maart 1940 de resten van de neergestorte Spitfire
Collectie Sander Woonings, Arga (Aircraft Research Group Achterhoek)

1940    Op zondag 14 april vindt in de namiddag boven Babberich een luchtgevecht plaats tussen een Engels vliegtuig, dat een verkenningsvlucht uitvoert, en enkele Duitse vliegtuigen. Het Engelse vliegtuig stort neer waarbij de drie inzittenden omkomen. Het zijn: de 27-jarige piloot H.G. Graham Hogg, de 26-jarige waarnemer J.R. Proctor en de 21-jarige monteur J. Shuttleworth.  

22e grensbataljon Babberich in 1939

 

In april 1940 worden de bij een luchtgevecht boven Babberich omgekomen Britse vliegers met militaire eer begraven

 

 

1940   In de zeer vroege ochtend van 10 mei begint voor Nederland de Tweede Wereldoorlog. Grote aantallen Duitse vliegtuigen komen over. In Babberich overschrijden Duitse troepen om 3.30 uur op diverse plaatsen de grens. De ijzeren "asperge"-versperring op de dijk bij kasteel "Halsaf" wordt door de Duitsers met snijbranders verwijderd. Een onafzienbaar leger Duitse soldaten gaat vervolgens in de richting van Arnhem. Na het opblazen van de Westervoortse brug ontstaat enige tijd een file aan Duitse oorlogsvoertuigen van meer dan 20 km tot Emmerich.

De vernielde brug over de Oude Rijn in juni 1940
In de vroege ochtend van 10 mei 1940 is deze brug tussen Babberich en Aerdt door een Nederlands springcommando opgeblazen. Bij hun vlucht zijn de drie soldaten van dit commando: F. Braam (33 jr), J. Pretejus (21 jr) en B.C van de Pol (21 jr) gesneuveld.
In februari 1941 is de brug weer hersteld maar op donderdag 29 maart 1945 zou de brug opnieuw opgeblazen worden. Dit maal door de Duitsers, die het grondiger zouden doen dan de Nederlanders.


1940
   In de ochtend van 11 mei begint de slag om de Grebbeberg die drie dagen duurt. De Grebbeberg is het toneel van hevige gevechten, tragiek en wanhoop. De Nederlandse offers zijn enorm. Bij de slag om de Grebbeberg sneuvelen tussen 11 en 14 mei ongeveer 425 Nederlandse soldaten. Onder de gesneuvelden zes dienstplichtige soldaten uit de gemeente Zevenaar
: Gerrit Gudden (25 jaar), Jacobus Hugen (27 jaar), Wilhelmus Kruitwagen (25 jaar), Johannes Scholten (21 jaar), Wilhelmus Vermeulen (26 jaar),  Hendricus Zweers (25 jaar).

Bidprentje van Gerrit Gudden, zoon van bakker Gudden uit de Zevenaarse Kerkstraat

Reeds op 12 mei staan de Duitsers onderaan de Grebbeberg en wanneer die nacht een voorhoede van de SS via de weg over de Grebbeberg doorbreekt tot in Rhenen, leidt dit tot grote paniek. Hoewel de Nederlanders zich enigszins hebben kunnen hergroeperen, waardoor de voorhoede van de SS afgesneden raakt van de hoofdmacht, is de weerstand op de Grebbeberg dan eigenlijk al gebroken.

Gudden sneuvelt op 14 mei, zijn lichaam wordt vrijdag 17 mei  gevonden. Hij wordt begraven op het Militair Ereveld Grebbeberg, dat toen aan het ontstaan was. De doden zijn op het Ereveld begraven in de volgorde waarin ze aangevoerd werden. Gerrit is begraven in de derde rij, graf 23.

 

 

 

Op 13 mei 1940 sneuvelt op de Grebbeberg bij Rhenen Wilhelmus (Wim) Kruitwagen, zoon van Jan Kruitwagen (1882 - 1966) en Johanna Kruitwagen - Kuster (1887 - 1982) wonende aan de Bemweg 29 te Babberich.

Op de afbeelding: Fam. Kruitwagen - Kuster t.g.v. het 25 jarig huwelijksfeest in 1932
Staand: 3e van rechts: Wim Kruitwagen (1914 - 1940)

 

 

1941    In de loop van zondag 26 januari treedt de overlaat bij Spijk in werking waardoor enorme hoeveelheden water in de Oude Rijn worden gestuwd. Een groot deel van de Liemers komt in de daarop volgende dagen onder water te staan.



Spijkse overlaat


1941    Op last van de Duitse bezetter wordt in Babberich, in het noorden van Holthuizen, een begin gemaakt met de aanleg van de autosnelweg A12. In 1943 worden deze werkzaamheden gestaakt. In 1959 hervat Rijkswaterstaat de werkzaamheden waardoor op 8 maart 1961 het traject Arnhem - Zevenaar kan worden geopend en ruim een jaar later op 12 april 1962 het traject Zevenaar - Elten.

1942    De Babberichse pater Hadelius wordt op 13 januari in Kleve veroordeeld tot een gevangenisstraf van zes maanden wegens het verspreiden van een voor de Duitse bezetter vijandelijk geschrift.

1942    In Babberich gaat de straat open voor de aanleg van de waterleiding. Veel andere dorpskernen in de Liemers worden pas in latere jaren aangesloten op de waterleiding: Westervoort krijgt in  1952 water, Spijk in 1953, Angerlo in 1954, Groessen in 1954, Loo in 1954, Pannerden in 1954, Duiven in 1958, Wehl in 1958, Aerdt in 1961 en Herwen in 1961.



 

1943    Gedurende de oorlog is de woning van Henricus J.E. Smits in de Dorpsstraat in Babberichhet trefpunt van het verzet rond Babberich, Lobith, Pannerden en Zevenaar. Piloten krijgen er onderdak en verzorging, onderduikers waaronder Joden worden er verzorgd en vervolgens op onderduikadressen ondergebracht. 
Henricus J.E. Smits, schuilnaam in de oorlog "Harrie van de grens", is werkzaam als douanebeambte bij de grenspost Babberich. Hierdoor kan hij zich redelijk vrij  bewegen, gedekt door zijn papieren en is hij buitengewoon bekend met alle paden en paadjes in het grensgebied.



   Douanekantoor Babberich (1931)
    Smits is  werkzaam bij de douane in Babberich. 

1943    Op dinsdag 5 januari wordt de torenklok uit het Babberichse klooster door de Duitse bezetter naar beneden gehaald en weggevoerd om omgesmolten te worden ten behoeve van de oorlogsindustrie.
           Op zaterdag 14 augustus overlijdt in een krijgsgevangenenkamp in het verre Thailand de Babberichse jongen Willem Hermanus Moerkes (1916 -1943), soldaat in Nederlands-Indie. Pas twee jaar later, op 20 oktober 1945, ontvangen de ouders het trieste bericht. Vijf dagen later wordt in de R.K. kerk in Babberich een plechtige uitvaartdienst ter nagedachtenis gehouden.      

1944    Op dinsdag 5 september wordt de in 1926 in Babberich geboren Karel Simmelink (1916 - 1944)  in kamp Vught gedood. Karel is de zoon van Jos Simmelink (1891 - 1973), die in de periode 1915 tot 1921 hoofd van de lagere school in Babberich is geweest. Tijdens de Tweede Wereldoorlog is de familie Simmelink actief in het Limburgse verzet. Vermoedelijk na verraad vindt een inval plaats in hun huis "het kasteeltje" in Nunhem en worden vader en zoon door de Duitsers gearresteerd. Karel wordt 5 september 1944 op 27 jarige leeftijd op last van de bezetter in Vught doodgeschoten. Zijn vader overleeft omdat hij door een Limburgse knokploeg wordt bevrijd. Als eerbetoon komt er na de oorlog in hun woonplaats Nunhem een  Karel Simmelinkstraat.
 


Personeel lagere school Babberich (1916) 
Zittend: schoolhoofd Jos Simmelink, vader van Karel Simmelink 

1944    Op dinsdag 5 september raken veel Duitsers en NSB-ers in paniek omdat volgens het geruchtencircuit, naar later blijkt ten onrechte, een snelle Duitse capitulatie aanstaande lijkt. Op deze "dolle dinsdag" vluchten ook vanuit Zevenaar via Babberich velen naar Duitsland. Op de dijk bij Halsaf wordt een grote groep op weg naar Duitsland door een geallieerd vliegtuig onder vuur genomen waarbij veel doden en gewonden vallen.
           Op 25 september stort na een luchtgevecht boven Babberich een Engelse Spitfire neer waarbij de piloot B. Boe sneuvelt. Hij wordt op het R.K. kerkhof in Babberich begraven.
           Op 17 november weigert bij de aanleg van de Duitse tankgracht in Babberich de 28-jarige Bernhard Polman uit Doetinchem werkzaamheden te verrichten. Hij wordt ter plaatse door de Duitsers dood geschoten en begraven.    

1945     Donderdag 8 februari is een gitzwarte dag voor de gemeente Zevenaar. Een zwaar Brits bombardement treft in Zevenaar vooral de Grietsestraat, de Schoolstraat en de Marktstraat In de Turmac slaat een bom door zes betonnen verdiepingen. Grote stofwolken verduisteren Zevenaar en omgeving. In totaal vallen er die dag twintig doden waarvan acht in Babberich.

1945     Op 15 februari wordt de ongeveer 15-jarige Theodorus Bernardus Buiting in de ouderlijke woning in Babberich door een granaat dodelijk getroffen.
             Op 16 februari horen de inwoners van Babberich dat iedereen, die woont ten zuiden van de spoorlijn Arnhem-Elten, moet evacueren.
             Op 17 februari wordt de 18 jarige Frederica G.J. Rengelink door oorlogsgeweld in Babberich gedood. 
            Op 2 april bevrijden de Canadezen Babberich. Bij de spoorwegovergang dichtbij cafe de Oude Tol komt het tot een vuurgevecht met terugtrekkende Duitsers, waarbij de 19-jarige Canadees Kenneth Ferguson dodelijk wordt getroffen. Als postuum eerbetoon wordt in 2004 niet ver van de plaats van het vuurgevecht een brug over de Betuwelijn naar hem genoemd.   

1945    In juni fuseren de Babberichse voetbalverenigingen Victoria en Excelsior en ontstaat de R.K. Sportvereniging Babberich.  Ruim een halve eeuw later op 8 mei 1997 zou het voetbalelftal van Babberich landelijke bekendheid krijgen door in de Rotterdamse Kuip de bekerfinale te winnen.  

1946
    Op 1 oktober is dhr. C.(Cees) W.J. Appels 25 jaar hoofd van de jongensschool in Babberich.


Vele decennia woont de familie Appels in het huis gelegen bij de school (op de afbeelding de meest links gelegen woning) aan de Rijksweg in Babberich.

  

 

1947    Met 86 vorstdagen is 1947 de strengste winter van de 20e eeuw. Sinds mensenheugenis veroorzaken koude winters grote problemen. De snijdende vrieswind waait door de eenvoudige niet geisoleerde woningen en dorpen worden onbereikbaar. Vaak wordt melding gemaakt van afgevroren oren en ledematen, soms ook van mensen die doodvriezen. Andere zeer koude winters sedert 1870 zijn 1871, 1880, 1891, 1929, 1940, 1942, 1956 en 1963 geweest.    

  Koude winters veroorzaken  vaak overlast maar soms ook vertier.

Op deze foto ijspret op de Oud-Zevenaarse Panoven (winter1955). We zien een deel van de buitenbaan en daarbinnen het midden-ijs voor het kunstrijden. De ijsbaan is voorzien van een licht- en geluidsinstallatie.

Op de achtergrond is rechts nog de toren van de Martinuskerk vaag te zien.

1947    Voor het eerst wordt een Liemerse Katholiekendag georganiseerd voor het hele dekenaat Zevenaar. De manifestatie vindt plaats op 24 augustus in het Babberichse Bos en is bedoeld om op grootse wijze uiting te geven aan het Roomse geloof. De plechtige hoogmis wordt opgedragen door de Zevenaarse deken Frank met assistentie van de Groessense pastoor Schoemaker en de Didamse pastoor Janssen. Pater Simeon houdt een redevoering met als thema het herstel van goede zeden. Hij constateert vier grote bedreigingen: de schrikbarende toename van het aantal echtscheidingen, de toenemende kinderbeperking, het ondermijnen van het ouderlijk gezag en het verdwijnen van christelijke gebruiken. 

1948    In maart wordt de, door Engelse soldaten gebouwde, Baileybrug (noodbrug) tussen Aerdt en Babberich in gebruik genomen. Deze Baileybrug zou ongeveer 10 jaar dienst doen totdat in 1958 een permanente brug in gebruik wordt genomen.
 


De brug over de Oude Rijn bij Herwen, die kort voor het uitbreken van de oorlog gereed kwam, is tweemaal verwoest: in 1940 door de Nederlanders en in 1945 door de Duitsers.

 

1949    Op zaterdag 23 april 1949 neemt Nederland bezit van Elten. Tussen Babberich en Elten verdwijnt de grens, waardoor Elten weer deel wordt van de Liemers. Veertien jaar later in 1963 komt Elten weer bij de Bondsrepubliek Duitsland en wordt Babberich weer grensplaats.
 

 

1950    Op dinsdag 21 februari overlijdt in het R.K. ziekenhuis in Zevenaar pater Emmanuel (1874 - 1950), vicaris van het Capucijnerklooster in Babberich. Paters van dit klooster staan in de wijde omgeving van Babberich bekend als de "blote voeten" paters omdat ze zowel in de zomer als in de winter zonder sokken in open sandalen lopen.
 



Babberich Capucijnerklooster (midden 20e eeuw)

 

 

1951    Bewoners van Babberich richten bij Landgoed Halsaf een Mariakapel op uit dankbaarheid dat Babberich redelijk goed de Tweede Wereldoorlog heeft doorstaan.
 


Mariakapel in Babberich

 

1952    In de tweede helft van de twintigste eeuw verandert er ook in Babberich op boerenbedrijven veel. In snel tempo worden landarbeiders, boerenknechten en trekdieren vervangen door machines. Ook het trekpaard verdwijnt uit het straatbeeld. Veel werk gaat verricht worden door loonbedrijven.

 


Het maaien van rogge in de Liemers (1936)

 

 

1953    Harmonie Sint Franciscus in Babberich viert haar 30-jarig bestaan.

 


Harmonie Sint Franciscus in 1953, gefotografeerd naast zaal van de Lugt, waar jarenlang de repetities zijn gehouden. 
Op deze foto zien we onder meer dirigent Kapper, geestelijk adviseur pater Hugo, de tamboers Henk Schipper, Wim Bouwman, Piet Schipper, Jan Stegeman en met grote trom Nol Ross.

 

1954    In de jaren vijftig worden de vertrouwde trekpaarden vervangen door landbouwtrekkers. Sinds mensenheugenis hebben paarden het zwaarste werk gedaan maar dat wordt nu ook in Babberich geschiedenis.

 

1955    In het begin van het jaar veroorzaakt de uitzonderlijk hoge waterstand in de grote rivieren ook in Babberich veel overlast.

   




1955    De heer J. (Jos) J.W. Simmelink (1891 - 1973) ontvangt bij gelegenheid van het feit dat hij veertig jaar hoofd van een lagere school is in achtereenvolgens Babberich (van 1915 tot 1921), Roermond en Nunhem de onderscheiding met het gouden erekruis Pro Ecclesia et Pontifice. Tijdens de oorlog is de familie Simmelink actief in het verzet. Jos Simmelink wordt met zijn zoon Karel door de bezetter in 1944 opgepakt. Karel wordt in Vught gedood, Jos wordt door een knokploeg bevrijd.
 


Personeel lagere school Babberich (1916) Zittend: schoolhoofd Jos Simmelink 

 

1956    In de zeer strenge winter van 1955/56  brandt in februari de timmerfabriek van Joosten en Hugen in Babberich af. Door de ijzige vrieskoude van 26 graden onder het vriespunt verloopt het blussen spectaculair. Wanneer men de brand meester is, wordt de pomp even stilgezet om een brandweerman, die de hele nacht de pomp draaiende heeft gehouden gelegenheid te geven om op te warmen. Wanneer hij even later de motor wil opstarten, is de pomp al vastgevroren en moet men naar de garage in Zevenaar om de pomp te ontdooien om vervolgens met draaiende motor en pomp terug te keren naar de brand voor de nablussing. Het uitgebrande gebouw biedt een fantastische aanblik door het bevroren bluswater op de zwartberookte gevels waardoor het lijkt of een kantwerk van ijs is ontstaan.


1956    De spoorverbinding Arnhem - Zevenaar - Babberich - Emmerich - Oberhausen, die aan de Liemers een economische impuls heeft gegeven, bestaat honderd jaar. In de periode 1897 tot 1932 heeft Babberich een eigen station gehad
Vooral aan het eind van de 19e eeuw en het begin van de 20e eeuw is de spoorverbinding ook van groot belang geweest voor het vervoer van de talrijke arbeiders, die vanuit de Liemers in het Duitse Ruhrgebied werkten. Velen van hen vertrokken op maandag in alle vroegte om zaterdagavond weer thuis te komen.
 


Als tienjarig jongetje herinner ik me de doorkomst van deze feesttrein nog als de dag van gisteren

 

1957    Op Hemelvaartsdag wordt in Babberich de nieuwe St. Franciscuskerk ingewijd door aartsbisschop Alfrink. De oude kloosterkerk was in de loop der tijd veel te klein geworden. Op zon- en feestdagen hadden tijdens de Hoogmis veel parochianen geen plaats meer in de kloosterkerk en stonden buiten de kerk tot aan de Beekseweg.


De Sint Franciscuskerk in Babberich

 

1957    Op 6 mei 1957 bestaat het Arnhemse aannemersbedrijf Neijenhuis precies 100 jaar. Het oorspronkelijk in Beek door Hendrikus Neijenhuis opgerichte bedrijf, dat in 1927 naar Arnhem is verplaatst, heeft in de loop der tijd ook in Babberich veel gebouwd.

1957    Dr. A. Gerver, directeur-geneesheer van het sanatorium aan de Didamseweg in Zevenaar moet om gezondheidsredenen (M.S.) zijn werk neerleggen. Gedurende meer dan  twintig jaar (1936 -1957) heeft hij onder veelal uiterst moeilijke omstandigheden van vaak bittere armoede, tekorten en oorlogsellende zijn werk als longarts moeten verrichten in een tijd waarin ook in Babberich tuberculose (tbc) een erg gevreesde en veel voorkomende aandoening is. Dr Gerver wordt als geneesheer-directeur opgevolgd door Eduard Eugene Marie Geelen uit Roermond. 


Dr. A.J. Gerver (1903 - 1962) met een assisterende zuster
tijdens het aanleggen van een pneumotharax (stilleggen van een long) bij een tuberculosepatient (foto ontvangen van: mevr. I. Konersmann-Gerver). Dr. Gerwer heeft het sanatorium ook geleid gedurende de moeilijke oorlogsjaren waarin hij zelf tweemaal door de Duitsers gevangen is genomen. Andere (long)artsen aan het sanatorium verbonden zijn o.a. geweest: Alexander Antonius Bots (1937 - 1942), Matthias Peter Schoemaker (1941 - 1945) en Louise Maria Catharina Rienks (1942 - 1946).  

1958    Bij werkzaamheden aan de Baileybrug (tijdelijke militaire brug) over de Oude Rijn kapseist op vrijdagavond 23 mei 1958 omstreeks 18.30 uur een werkvlot waardoor vier dienstplichtige soldaten verdrinken. De soldaten hebbden de opdracht om de Baileybrug, die Herwen en Aerdt met Babberich verbindt, af te breken omdat deze vervangen wordt door een nieuwe brug. De omgekomen soldaten zijn: K. Dekker uit Den Haag (21 jaar), J.J.M. Guntlisbergen uit Den Bosch (21 jaar), Ph. Lijdeckers uit Den Haag (21 jaar) en J. Rietveld uit Vorden (21 jaar). Een trieste bijkomstigheid is dat de omgekomen soldaten juist op de dag van het tragische ongeval met verlof zouden gaan.     

1958    Op 14 november wordt de nieuwe "Burgemeester Brunsbrug", beter bekend als de Aerdtse brug, tussen Aerdt en Babberich geopend. De opening wordt overschaduwd doordat bij de demontage van de oude in maart 1948 in gebruik genomen baileybrug vier Nederlandse geniesoldaten zijn verdronken.

 



Monument bij Aerdtse brug

 

 

1959    De zomer van 1959 verloopt gortdroog. Ook in Babberich is de extreme droogte voor velen een kwelling. Vooral voor de landbouwers is de droogte een beproeving. De problemen verergeren nog omdat ook september extreem zonnig en droog is.

1960    In januari 1960 wonen de paters Capucijnen ("blote voeten paters") 75 jaar in het klooster aan de Beekseweg in Babberich. Het eeuwfeest in 1985 bereiken de paters echter niet omdat ze in 1965 het klooster verlaten.

 

 

1961    De jongens- en meisjesschool in Babberich worden samengevoegd.

 


Impressie Babberich 1955 (Ad Dekkers, Liemers Museum)

1961   Kort na de samenvoeging van de jongens- en meisjesschool gaat meester Appels, na ruim veertig jaar schoolhoofd in Babberich te zijn geweest met pensioen. Hij wordt opgevolgd door Theo(dorus) ter Heerdt, die tot september 1977 schoolhoofd in Babberich blijft.


De onderwijsgevenden van de lagere school in Babberich in 1962
V.l.n.r: J. Fentrop (1962 - 1983), pater Gardiaan drs. Silvester van Veghel, Th. ter Heerdt (hoofd der school van 1961 - 1977), mej. T. Appels (1959 - 1965), mej. H. Neijenhuis (1961 - 1966), mej R. Teelen (1923 - 1964). mej. H. Delahaye (1963 - 1968) en J. Schepers (1963 - 1965)  

1962    De A12 tussen Arnhem en Emmerich is (in fasen) gereed gekomen. Het traject Zevenaar - Elten wordt op 12 april 1962 opengesteld. Tot die tijd moet het drukke interlokale en internationale verkeer door het dorpscentrum van Babberich.

 


De Dorpstraat in Babberich kort na 12 april 1962

 

1962    In zijn wooonplaats Velp overlijdt op 18 juli longarts dr. A. Gerver (1903-1962), directeur-geneesheer van het sanatorium in Zevenaar. Hij  was directeur in de periode 1936 - 1957, waarin mede door armoede,  oorlogsomstandigheden en ondervoeding de aandoening tuberculose ook in Babberich veel slachtoffers heeft gemaakt.


Dr. Gerver vanuit het raam van zijn werkkamer in "zijn" sanatorium (afb. mevr. Konersmann-Gerver)

1962    Op zaterdagochtend 17 november om 10.40 uur vindt op een niet met waarschuwingsborden beveiligde overweg in Babberich een tragisch ongeval plaats waarbij de drie inzittenden van de auto om het leven komen. Het zijn de 36 jarige H. Kruis uit Babberich, zijn 22 jarige zus R. Kruis en haar 23 jarige vriend J. Centen uit Gaanderen. Hun auto is door de internationale trein komend uit de richting Zevenaar 800 meter meegesleurd.     

1963    Op 1 augustus wordt Elten na 14 jaar weer Duits in de zogenaamde "Butternacht". Babberich wordt hierdoor weer grensplaats.

 

 

ANWB bord in het centrum van Elten met op de achtergrond de St. Martinuskerk (1955).

In 1957 beginnen de onderhandelingen over de teruggave van Elten, die op 1 augustus 1963 plaatsvindt. Op 31 juli 1963 staan in Elten vele honderden vrachtwagens vol met boter, koffie en andere waren, die in Duitsland duurder zijn. Na middernacht wordt Elten met alles wat zich er in bevindt weer Duits en is de Eltense "Butternacht" (in feite een massale legale smokkel) een feit.  

Het Nederlandse bord "Elten" wordt vervangen door het Duitse bord.


1963  Op 1 augustus 1963 treedt een Nederlands-Duits verdrag in werking waardoor de gescheiden grenscontroles van beide landen worden samengevoegd. Het betreft onder meer de grensovergangen: Spijk - Elten, Lobith-Elten, Babberich-Elten en Beek-Elten.
 


Grensovergang Elten-Spijk
, begin 20e eeuw, rechts Nederlandse en links de Duitse grenscontrole

1964  Tijdens de Zevenaarse kermis vindt bij landbouwer Poodt in Babberich een grote boerderijbrand plaats waarbij ondermeer enorme hoeveelheden hooi verloren gaan.

1964   De ontdekking van het Groningse aardgas in Slochteren in 1959 veroorzaakt in de jaren zestig ook ingrijpende gevolgen voor de energievoorziening in de Liemers, waardoor kolenkachels ook in Babberich nu snel tot het verleden behoren.

 

Minister Andriessen brengt op 9 juli 1964 een werkbezoek aan het  Zevenaarse Broek (Zweekhorst), waar op dat moment een belangrijke aardgasleiding wordt aangelegd.

 

1965    In de voormalige meisjesschool en het zustershuis in de Babberichse Dorpsstraat gaat op 15 maart een verzorgingshuis, huize "De Eg", voor geestelijk gehandicapte kinderen van start. 

 


Huize De Eg (omstreeks 1965)

1965    In Emmerich wordt een imposante hangbrug over de Rijn geopend. De brug is meer dan 1.000 meter lang en daarmee de langste hangbrug over de Rijn. Het verbindt Emmerich met Kleve. Ook veel inwoners van de Liemers hebben de bouw (1959 -1965) van deze indrukwekkende brug met bijzondere belangstelling gevolgd.     

 

Rijnbrug Emmerich (foto 6 september 2008)
 

1965    De paters Capucijnen ("blote voeten paters") verlaten het Babberichse klooster. De zusters Capucinessen worden enkele jaren later in 1967 de nieuwe bewoonsters van het klooster.

 


Paters Capucijnen Babberich (midden 20e eeuw)

 

1966    Op  woensdag 18 mei wordt de geelektrificeerde spoorverbinding tussen Emmerich en Arnhem officieel in gebruik genomen. Dit baanvak is tot dan het enige deel in het traject Bazel - Amsterdam dat niet voorzien is van elektrische bovenleiding. 

 


Vanaf station Emmerich vertrekt op 18 mei de eerste elektrische trein via Elten, Babberich, Zevenaar, Duiven en Westervoort naar Arnhem 

1966    Camphuysen wordt als "Havezate Kamphuizen" opgenomen in het Register van Rijksmonumenten. De bescherming betreft niet alleen het huis zelf maar ook diverse kenmerkende bestanddelen zoals plafondbalken, spiltrap en schoorsteenboezems. Het ongeveer 300 meter van de Babberichseweg in Babberich / Oud-Zevenaar gelegen Camphuysen dat omgeven is door een gracht, ligt hoger waardoor het bijvoorbeeld bij de grote overstroming van maart 1855 geen schade heeft opgelopen. Camphuysen is gedurende een lange periode in het bezit geweest van de familie Van Heerde, die zich vanaf het einde van de 18e eeuw Van Heerdt noemt. In 1815 komt Camphuysen in het bezit van de familie De Neree tot Babberich.

 

 

1967    Op het Babborgaplein in Babberich komt een pastorie voor de paters gereed. De zusters Clarissen Capucinessen vestigen zich in het klooster dat de paters verlaten hebben. De zusters zullen hier blijven totdat ze in 1995 naar Someren verhuizen. Het klooster wordt vervolgens verbouwd tot een appartementencomplex en in de kloostertuin worden woningen gebouwd.

 


Klooster van de zusters Clarissen in Babberich (1985)

 

1968    Aan de Aerdtseweg in Babberich wordt boerderij "Huttemershof" afgebroken. De hoeve,  ook wel "Nicolaasstede" genoemd naar de eerste bewoner Nicolaas Sloot, is in de 18e eeuw eigendom van het "Gilt von Babberich". 
In de periode 1710 tot 1830 zijn diverse generaties Sloot bewoners van de boerderij geweest. Daarna volgen de families Meijer, Kruitwagen, van Onna (1870 tot 1930), Dukkerhof en Boxtart. De laatste bewoner is J.H. Zegers.

 

1970   Het seinwachtershuisje gelegen in Oud-Zevenaar aan de rijksweg van Babberich naar Zevenaar waar de spoorlijn Zevenaar - Winterswijk kruist, wordt afgebroken. In dit huis heeft vanaf 1932, bijna veertig jaar,  het gezin Ruijs - Verhallen met hun 17 kinderen gewoond.

 

1970    Twaalf jaar na de inschrijving van de 10.000e inwoner verwelkomt de gemeente Zevenaar, waartoe ook Babberich, Oud-Zevenaar en Ooy behoren, in september 1970 de 20.000e inwoner.
 

 


Burgemeester F. van Gent verwelkomt de 20.000e inwoner van Zevenaar (sept. 1970)

1971    Het dorp Babberich wordt een zelfstandige R.K. parochie: de St.Franciscusparochie. Tot 1971 is R.K. Babberich formeel een deel van de parochie Oud-Zevenaar.

1972   In maart 1972 wordt het pand "Varenstein", ook wel genoemd "Kolkhof" aan de Beekseweg afgebroken voor de aanleg van voetbalvelden voor Sportvereniging Babberich.
Het goed dat zeer oud is,  heeft vrijwel steeds behoord bij 't Huis Babberich of Halsaf. Het wordt in de 17e eeuw vermeld als "Verresteijn", "Farenstein" en "Varenstein". In een atlas uit 1735 wordt het "Hoff die Kolck" genoemd met als eigenaresse Frau von Rohe, die tevens kasteel Halsaf in eigendom heeft.


"Varenstein"  of "Kolkhof" aan de Beekseweg in Babberich (midden 20e eeuw) wordt in 1972 afgebroken voor aanleg voetbalvelden

 

1973    Op de met automatische knipperlichtinstallatie beveiligde overweg De Sleeg in Babberich komt op 28 juni een auto in botsing met de D-trein uit de richting Elten. De bestuurder van de auto komt hierbij om het leven. 


De verpletterde auto na het treinongeluk op 28 juni in Babberich (Liemers Lantaern, 29 juni 1973). Na het ongeval breekt brand uit waardoor de trein zwaar geblakerd wordt. 

 

1974    Op 26 april wordt  het regionale weekblad De Liemers Lantaern (voorheen Wahalto), sedert 1948 in handen van A.J.M. Akkermans, voor de laatste keer door deze Zevenaarse uitgever gedrukt. Het blad wordt overgenomen door uitgeversmaatschappij De Gelderlander, die het weekblad later weer verkoopt aan krantenuitgeverij Wegener.

 


Op vrijdag 26 april 1974 wordt De Liemers Lantaern, die ook in Babberich veel gelezen wordt, voor de laatste keer gedrukt door de Zevenaarse uitgever Akkermans.

1974    Schutterij St. Jan Babberich viert haar 100-jarig jubileum. Ter gelegenheid hiervan verschijnt een uitgave over het dorp Babberich waarin de auteur H. Visscher het Gilde Sint-Jan centraal stelt. 

 

1976   In een speciale uitgave van Neerlands Volksleven, samengesteld door A, Tinneveld, worden vele vertellingen gepubliceerd van de Babberichse meesterverteller Albertus (Bart) van Bindsbergen (1892 - 1298).

1977     Nadat vele generaties Bergervoert vanaf 1856 de kapitale boerderij Valdijk aan de Dorpsstraat 35 in Babberich hebben bewoond, gaat deze in januari 1977 onder de hamer. De huidige eigenaar, de 89-jarige E. Bergervoert, verhuist naar een bejaardenwoning. Het nieuws over de verkoop van Huize Valdijk met bijgebouwen, erf, tuin, oprijlaan en grachten ter grootte van 1 hectare is begin 1977 in Babberich het gesprek van de dag. De nieuwe eigenaar wordt H. Joosten die Valdijk ingrijpend verbouwt.
 


1978
    Op 4 oktober 1978 overlijdt 
Albertus (Bart) van Bindsbergen (1892 - 1978).

Bart is 1 februari 1892 in 't Kwartier te Babberich geboren, waar zijn voorouders reeds vele eeuwen woonden.
Bart is regionale bekend geworden door de meesterlijke wijze, waarop hij in staat was te vertellen. Mede door zijn mimiek en intonatie alsmede zijn enorme geheugen zijn de vertellingen uit zijn mond een feest om aan te horen. Hij vertelt met armen en benen en kruipt desnoods over de grond. Veel van zijn vertellingen zijn in 1976 gepubliceerd in een speciale uitgave van Neerlands Volksleven, dat samengesteld is door A. Tinneveld.

1979   Begin november 1979 worden bij graafwerkzaamheden in Babberich 150 scherpe brisantgranaten van Duitse makelij uit de Tweede Wereldoorlog blootgelegd. De gewaarschuwde Explosieven Opruimingsdienst uit Culemborg laat deze granaten gecontroleerd ontploffen.

1980   Begin 1980 worden de in 1924 door de firma Neyenhuis uit Beek in opdracht van de Woningbouwvereniging St. Antonius gebouwde huizen op de hoek Veerweg - Dorpsstraat afgebroken om plaats te maken voor nieuwbouw. Meerdere bewoners hebben er dan 56 jaar onafgebroken gewoond. Met de bouw van deze huizen heeft Woningbouwvereniging St. Antonius, voortkomend uit het R.K. Werkliedenverbond, een belangrijke bijdrage geleverd aan de realisatie van haar doelstelling om voldoende huizen voor een betaalbare prijs voor de eigen ingezeten te bouwen.

 

1982    Frits van Bindsbergen uit Babberich behaalt met Gerrit Solleveld, Maarten Ducrot en Gerard Schipper de wereldtitel op de 100 kilometer ploegentijdrit bij de amateurs. 

 


Frits van Bindsbergen
  *Babberich, *1960

 

1983  Harmonie Sint-Franciscus viert haar 60-jarig jubileum. Op zondag 6 februari vindt in het stampvolle dorpshuis de opening plaats van de festiviteiten rond de viering van het jubileum. 


Fanfare Sint-Jan, waaruit in 1923 harmonie Sint-Franciscus ontstaat, in het midden dirigent en opleider Broers 

1985    Ter gelegenheid van de komst van de paters Capucijnen in Babberich honderd jaar eerder schrijft H. Visscher een paperback met als titel: "Honderd jaar Capucijnen in de Liemers".
 

       

1988    Op zondag 8 mei promoveert de voetbalvereniging Babberich naar de hoogste klasse in het Nederlandse amateurvoetbal: de hoofdklasse KNVB.

  Het elftal van voetbalvereniging Babberich, dat op 8 mei 1988 kampioen wordt in de 1e klasse KNVB en daardoor promoveert naar de hoofdklasse KNVB.

 

1992     De Zevenaarse sigarettenfabriek Turmac (Turkish Macedonian Tobacco Compagny) wordt onderdeel van Rothmans International, later B.A.T. (British-American Tobacco). Vanaf 1920 is de Turmac een van de belangrijkste werkgevers in de Liemers, ook veel inwoners van Babberich zowel vrouwen als mannen hebben hier hun brood verdiend. In 2008 wordt de vestiging in Zevenaar op last van het hoofdkantoor van B.A.T. in Londen gesloten.

 


Turmac aan de Zevenaarse Kerkstraat, jaren dertig 20e eeuw 

1995    Op 23 januari vindt de oprichtingsvergadering plaats van de Babberichse Dorpsraad. De eerste voorzitter wordt Ton Burgers.

1995   De zusters vertrekken uit het Babberichse klooster, dat wordt overgenomen door de Stichting Volkshuisvesting Zevenaar, die er een appartementencomplex van maakt.

Het klooster in Babberich
In 1995 komt er een einde aan ruim honderd jaar kloosterleven in Babberich. Ook in Babberich is het rijke Roomse leven definitief verleden tijd.

 

 

1996     B.G.H. Jacobs sedert 1995 eigenaar van het imposante Huis Valdijk aan de Dorpsstraat in Babberich laat de oude paardenstal verbouwen tot kantoor. In het hoofdhuis wordt het monumentale vroeg 19e-eeuwse trappenhuis in ere hersteld. 
 

 

1997    Voetbalvereniging Babberich wint in de Rotterdamse Kuip de landelijke amateurbekerfinale.

  Het elftal van voetbalvereniging Babberich, dat op 8 mei 1997 in Rotterdam de bekerfinale wint.

 

 

1998    Ook in de Liemers moeten omstreeks 1998 veel huizen plaatsmaken voor de aanleg van de Betuwelijn.

 


       Cafe "Den Oude Tol" gelegen tussen Zevenaar en Babberich wordt omstreeks 1999 afgebroken voor de aanleg van de Betuwelijn.
 

 

2004    Vanaf 2 april draagt de kabelbrug (afbeelding rechts) in de Babberichseweg tussen Zevenaar en Babberich officieel de naam Fergusonbrug. Deze verkeersbrug over de sporenbundel is genoemd naar de 19-jarige Canadese soldaat Kenneth Scott Ferguson, die vlakbij deze overgang op 2 april 1945, een dag voor de bevrijding van Zevenaar, sneuvelt. Het is de enige brug in de Betuweroute, die een naam krijgt. De broer en zus van de gesneuvelde Kenneth Ferguson zijn aanwezig bij de tenaamstelling van de brug.

 


 Kenneth Ferguson
      (1925 - 1945)


Huis in Lanark (Can) waar Ferguson met ouders en 9 broers en zussen woont tot hij in 1940 op 15 jarige leeftijd bij het Ontario Regiment komt 

 

2004    Er komt een einde aan de eeuwenoude traditie dat een lid van de familie De Neree de president van het Babberichse Gilde levert. Sedert de heroprichting van het gilde in 1874 heeft de famillie De Neree altijd de president van het Gilde geleverd.
 


Vaandel Gilde St. Jan Babberich vervaardigd door Th. de Neree van Babberich-Regout in 1928
 Op het vaandel:  het wapen van de familie de Neree van Babberich.


2009
    Op 1 januari gaan de R.K. parochies van Babberich, Herwen en Aerdt, Lobith, Oud-Zevenaar, Pannerden, Spijk en Zevenaar samen tot de nieuw gevormde Sint Willibrordusparochie.

Sint Willibrordus

Bij de verspreiding van het christelijk geloof spelen de uit Engeland afkomstige Willibrordus (658 - 739) en zijn uit Ierland afkomstige medewerker Werenfried (overleden op 14 augustus 760 in Westervoort) een belangrijke rol.
Werenfried krijgt de leiding over een gebied met Elst als centrum en Willibrordus neemt vanuit Emmerich de rest van de Liemers onder zijn hoede. Naar Willibrordus wordt in 2009 de nieuw gevormde parochie vernoemd van de voormalige parochies Babberich, Herwen en Aerdt, Lobith, Oud-Zevenaar, Pannerden, Spijk en Zevenaar. 

Willibrord sterft in 739 in het Luxemburgse Echternach. Al gauw na zijn dood wordt hij als heilige vereerd en zijn graf groeit uit tot pelgrimsplaats. Nu nog altijd tonen bedevaartgangers, die in Echternach deelnemen aan de zogenaamde springprocessie, hun trouw aan de patroonheilige. Het is een heel bijzondere processie waarbij de deelnemers steeds drie stappen naar voren zetten en vervolgens twee naar achteren. Elk jaar vindt deze processie met vele deelnemers en bezoekers plaats op de dinsdag na Pinksteren ter nagedachtenis aan Willibrord.

 

 

 

2010     In april gaat in Babberich de bouw van het kultuurhus van start. In het nieuwe kultuurhus dat in 2011 gereed is, komen naast het dorpshuis en de basisschool St. Franciscus ook een supermarkt, de huisartsenpost, een kapper, vier eengezinswoningen en 29 zorgwoningen.
 


Dorpshuis Babberich (2009), kort voor de afbraak
Om plaats te maken voor het nieuwe kultuurhus moet ondermeer het dorpshuis afgebroken worden.

2010   In augustus wordt een nieuw plan gepresenteerd voor het Duitse deel van de Nederlandse Betuwelijn: de vele miljarden euro's gekost hebbende goederenspoorlijn door de Nederlandse Betuwe van Rotterdam naar Babberich (landsgrens). Het nieuwe plan behelst om juist over de grens dus nog voor het dorp Elten de Betuwelijn in de richting van Lobith af te buigen om zo ondermeer Elten en Emmerich te sparen. Daarvoor zal de Betuwelijn na even op Duits grondgebied te zijn geweest weer over Nederlands gebied richting Lobith / Spijk moeten lopen, waarna deze via een brug over de Rijn bij Spijk definitief in Duitsland arriveert om vervolgens via Griethausen en Kleef verder richting de eindbestemming (Ruhrgebiet) te lopen.

2011     Op   dinsdagmiddag 11 januari rond het middaguur schampen tussen Zevenaar en Babberich een lege Duitse goederentrein en een Duitse internationale passagierstrein (ICE-trein) uit Amsterdam elkaar. Hierdoor ontsporen de twee voorste wagons van de passagierstrein en de drie achterste wagons van de goederentrein. Wonder boven wonder vallen er geen gewonden maar de materiele schade is groot. Het treinverkeer tussen Nederland en Duitsland is als gevolg hiervan 36 uur gestremd. Uit het na het ongeval ingestelde onderzoek blijkt dat op het spoortraject 300 meter koperdraad is gestolen. Alles wijst erop dat deze diefstal de oorzaak van het ongeval is.
 


Treinbotsing tussen Zevenaar en Babberich op 11 januari 2011

 

2011    Op 21 april (Witte Donderdag) overlijdt in zijn woning in Zevenaar volkomen onverwacht de bekende streekhistoricus dr. Ben Janssen. Hij is van grote betekenis geweest voor de Liemers waar hij tal van boeken over heeft geschreven. Op donderdag 28 april vindt in de R.K. kerk van Lobith-Tolkamer, zijn geboorteplaats, de uitvaartdienst plaats.  

 


 Dr. Ben Janssen 
(1931 - 2011)

2011    Op zaterdag 8 oktober wordt in Babberich Kulturhus De Borg feestelijk geopend. Het biedt onderdak aan de basisschool, de kinderdagopvang, de peuterspeelzaal, fysiotherapie, logopedie en het plaatselijke verenigingsleven.  

 


Kulturhus Babberich

2012   Bij een felle brand in de zeer vroege ochtend van zondag 22 januari in de paardenstal van de familie Bles in Babberich komen vijftien paarden om het leven.

2013  Op zondag 17 maart besteedt de Nederlandse televisie (VPRO) in een boeiende uitzending met als titel, Die Liebe war Schuld daran (Tommy Wieringa), zeer uitvoerig aandacht aan de Nederlands-Duitse grensstreek in de Liemers. (http://vimeo.com/62056112).

2016    Op woensdag 1 juni maken de voormalig Duitse gebieden Zevenaar, Oud-Zevenaar, Babberich, Wehl, Duiven, Groessen, Loo, Huissen en Malburgen tweehonderd jaar deel uit van het Koninkrijk der Nederlanden. De overgang van Pruissen naar Nederland in 1816 bracht zeker de eerste decennia geen voorspoed want de 19e eeuw werd een periode van grote misoogsten, ziekten, honger, ellende en armoede

 

Uit de Leeuwarder Courant van 31 mei 1816 waarin melding wordt gemaakt van de overgave van Zevenaar, Huissen, Malburgen en de Lijmers, waardoor het Koninkrijk der Nederlanden "met een niet onaanzienlijk met aller vruchtbaarst bouwland en uitmuntende weiden beslagen en door nijvere inwoners bewoond territoir wordt vergroot". 

 

 

2017    De op 17 november 1917 in Babberich opgerichte toneelvereniging D.V.S. (Door Vriendschap Saamgebracht) viert in 2017 haar eeuwfeest. Ter gelegenheid hiervan vinden eind mei en begin juni op het binnenterrein van Kasteel Halsaf opvoeringen plaats van Romeo & Julia.

 

 


Toneelvereniging D.V.S. in 1927 bij haar tienjarig bestaan



 

 

 

In de geschiedenis ligt de nadruk doorgaans op machtige mensen. In www.liemershistorie.nl vooral aandacht voor de geschiedenis van gewone mensen, hun zwoegen voor een menswaardig bestaan want de overgrote meerderheid van de bevolking heeft tot halverwege de 20e eeuw doorgaans op de rand van een bestaansminimum geleefd waarbij misoogsten, ziekten, oorlogen en (natuur)rampen kwellingen zijn die de mensen bij voortduring hard hebben getroffen. Indrukwekkend is hoe velen onder moeilijke omstandigheden toch het hoofd boven water hebben kunnen houden.