Didam


Didam
: Snel door de tijd

Uit opgravingen is gebleken, dat er in de omgeving van Didam reeds 5000 - 6000 jaar geleden mensen gewoond hebben. Vuurstenen werktuigjes die bij opgravingen gevonden zijn, tonen aan dat er rond 2500 voor Christus een nederzetting was op de grens van Didam en Beek. Ook op andere plaatsen zijn bodemvondsten gedaan, die ondermeer op Romeinse aanwezigheid duiden. Op de plaats van de huidige Mariakerk is in 1957 een onderzoek verricht door de Rijksdienst van Oudheidkundig bodemonderzoek, waarbij toen o.a. een vroeg middeleeuws grafveld is gevonden. Veel werk op archeologisch gebied in en rondom Didam is verricht door schoolmeester Tinneveld.

  De Manhorst in Didam, wordt al omstreeks 1300 vermeld

 

Didam heeft in de geschiedenis niet altijd zo geheten. De naam Didam wordt voor het eerst genoemd in 1373. Reeds veel eerder, in de vroege middeleeuwen, blijkt Didam al te bestaan als nederzetting in de Liemers. De oudst gevonden benaming is Theodon; in een oorkonde van de kerk Sint Maarten te Utrecht uit 828 wordt deze naam genoemd. Namen, die in latere tijden gebruikt zijn, betreffen ondermeer: Didem (1276), Diedem (1449) en Diem (1568). In de volksmond wordt Didam nog vaak Diem genoemd!

  Huize Baerle in Didam
Pentekening M. de Raed, anno 1721
 

De oudste buurtschappen van Didam zijn Waverlo of Dijk, Greffelkamp, Loil en Holthuizen. Een vijfde buurtschap ontstaat later rondom de kerk en krijgt daarom de naam  Kerkwijk. Zowel de hertog van Gelre als die van Kleve (Kleef) hadden in Didam een militair steunpunt, namelijk kasteel Didam (Gelre) en kasteel Loil (Kleve). De heer Van den Bergh verwierf in 1388 de heerlijke rechten in Didam. Hij kocht in 1440 kasteel Loil. Geleidelijk voegden zich daar andere Didamse bezittingen bij.

 

 

TIJDSBALK  DIDAM

18.000 voor Christus       In deze tijd omstreeks het einde van de laatste ijstijd stromen twee takken van de Rijn, een langs de noordzijde en een langs de zuidzijde van Montferland, naar het westen om zich juist ten westen van waar nu Didam ligt weer te verenigen.

2.500  voor Christus        Vuurstenen werktuigjes, die bij opgravingen gevonden zijn, tonen aan dat er reeds rond 2500 voor Christus een nederzetting is op de grens van Didam en Beek.

 

697 na Christus            De H. Willibrord (een later heilig verklaarde Engelse monnik) bouwt de Martini-kerk in Emmerik (Emmerich). Van Willibrord is bekend dat hij een groot respect voor de Frankische heilige Maarten (Martinus) heeft. Kerken in Utrecht en Emmerich zijn door hem naar deze heilige genoemd. Opvallend is dat ook veel andere kerken en/of parochies in de Liemers de naam St. Maarten of St. Martinus dragen, namelijk die van Oud-Zevenaar, Elten, Didam, Doesburg, Giesbeek, Herwen, Aerdt en Pannerden.

700    In de tijdsperiode tussen 650 en 750 ontstaan de zogenaamde "heem"-namen. In onze regio zijn dat: Aswihem (Azewijn), Dideheim (Didam), Dotincheim (Doetinchem), Altheim (Elten), Hutheim (Huthum), Stockheim (Stokkum) en Sydeheim (Zeddam).

828    Theoden / Didam worden genoemd gelegen in Pagus Leomeriche (Liemers). In dezelfde oorkonde wordt ook Hesin (vermoedelijk De Hees) vermeld.

  Nederzettingen in onze streek, omstreeks 1200

Aswen (Azewijn), Hesin  en Thedodem (Didam) worden genoemd in 828; Thuvine (Duiven), Gruosne (Groessen), Harawa (Herwen) in 897; Eltnon (Elten) in 944; Berga ('s Heerenberg) in 1105; Sydehem (Zeddam) in 1142; Lengel in 1144; Loel (Loil), Wele (Wehl) en Waverlo (Dijk) in 1178;  Beek in 1206, en Stockem (Stokkum) in 1240.

 

 

838    In de landstreek Leomerike wordt het in onze tijd volledig onbekende dorp Heoa vermeld. Wellicht betreft dit het Didamse "de Heegh".

1000    In het Liemerse land zijn nederzettingen maar nog geen dijken. De rivieren en stroompjes treden voortdurend buiten hun oevers maar echt hoge waterstanden komen vrijwel nooit voor, omdat het water zich door het ontbreken van dijken vrijelijk kan verspreiden.

1025    Didam wordt vermeld als Diedehun.

1178    Loil bestaat al, de plaats wordt gespeld als  'Loel', waarbij de 'e' zorgt voor verlenging van de 'o'. In latere eeuwen wordt de 'e' vervangen door een 'i', waarbij de functie dezelfde blijft. We vinden dit in onze tijd nog in andere plaatsnamen zoals: Goirle, Helvoirt en Oisterwijk. 

1200    Didam, in deze tijd Thiedeheim genoemd, is reeds een zelfstandige parochie. De kerk is toegewijd aan de H. Maagd Maria. De parochie maakt deel uit van de proosdij van Emmerik, welke op haar beurt behoort tot het bisdom Utrecht.

1241    Anthonius de Dyedem, van het geslacht Dyedem dat kasteel Didam als stamzetel heeft, is ambtsman van de abdij Elten.

1276    Didam wordt vermeld als Didem. Andere namen die in de loop der tijd gebruikt zijn, betreffen ondermeer: Dhidehem (1234), Dydem (1314), Dedem (1347) en Diem (1568).

1285    Omstreeks deze tijd wordt Grefflichem vermeld. Deze buurtschap in Didam, die in onze huidige tijd Greffelkamp wordt genoemd heeft vele havezaten gehad waaronder "de Nevelhorst", "de Baerle", "Luynhorst en "Manhorst" (Woldenborg). 

 

1290    Aan het eind van de dertiende eeuw is Doesburg verreweg het belangrijkste centrum in onze regio. De gehele Liemers tot aan Emmerik alsmede ook Doetinchem ressorteren onder het ambt Doesburg.

1300   Omstreeks deze tijd is het kasteel in Didam in het bezit van de graven van Gelder. Van dit kasteel, ook wel Meurse Toren genoemd, is in onze tijd niets meer te vinden omdat het in 1609 is afgebroken.

1312    De broeders Van Meurs krijgen het kasteel in Didam te leen van graaf Reinald I. Van dit kasteel, ook wel Meurse Toren genoemd, is in onze tijd niets meer te vinden omdat het in 1609 is afgebroken.

1314    Didam wordt vermeld als Dydem. Andere namen die in de loop der tijd gebruikt zijn, betreffen onder meer: Dhidehem (1234), Didem (1276), Dedem (1347) en Diem (1568).

1322    Pastoor Willem van Wischel, pastoor in Didam, doet afstand van zijn pastoraat. De Heer Van Bergh geeft het pastoraat met bijbehorende inkomsten vervolgens aan Hendrik van Wischel, die echter geen priester is. Door bemiddeling van Rome wordt in 1330 Arnt Gruters, pastoor in Doetinchem, tevens pastoor in Didam.

1325    Omstreeks deze tijd wordt het goed Oldenhof  in de buurschap Grefflinchem ("die Ailde hofstede to Grefflinchem") onder Didam reeds vermeld.

1339    Gelre, waartoe ook Didam in deze tijd behoort, wordt door de keizer van Beieren tot hertogdom verheven. Het is een zeer groot en belangrijk hertogdom. Het omvat naast de huidige provincie Gelderland, grote delen van de huidige provincie Limburg (met ondermeer Venlo, Venray en Roermond) en delen van het huidige Noord-Rijnland-Westfalen met ondermeer het stadje Geldern, waarnaar het hertogdom Gelre en de latere provincie Gelderland zijn genoemd. Het hertogdom Kleve vormt een wig tussen de Noordelijke en de Zuidelijke delen van Gelre. De zelfstandigheid van Gelre eindigt in 1543.

   

Het hertogdom Gelre omvat omstreeks 1350:
1. Het Kwartier van Nijmegen (huidige Betuwe)
2. Het Kwartier van de Veluwe (ook genoemd het Kwartier van Arnhem)
3. Het Kwartier van Zutphen (de huidige Achterhoek en Liemers)
4. Het Kwartier van Roermond (het huidige Limburg en delen van Noord-Rijnland-Westfalen) 

 

 

1340     Huis Baerl (Baarle) in Didam wordt vermeld.


Huize Baerle in Didam
(M. de Raed 1721)

 

1345    Omstreeks deze tijd wordt in Didam de Ludenhorst (genoemd naar de bouwer) op een hoger gelegen terrein (horst) gebouwd. In latere tijden verandert de naam langzamerhand in de Luynhorst. In de beginperiode is de Luynhorst in het bezit van buurrichters in buurtschap Greffelkamp.


De Luynhorst in 1721
pentekening van Maximilliaan de Raad

1346    In Didam wordt Henrick Momme  als "amptman" (ambtman) vermeld.

1347    Het in de "buerscap" Waverlo in de omgeving van kasteel Didam gelegen hof "de Haagh" behoort aan Warner van Lenep. Tot aan het eind van de 16e eeuw wonen Van Leneps op "de Haagh". Omstreeks 1610 wordt Gerhard van Aerde eigenaar van "de Haag(h)".

1357    Er is reeds sprake van een "kasteel van Loel" (Loil), later genaamd het "Goed Loil" of "Huis Loil". In 1357 wordt Albrecht Doys van Loel leenman van dit kasteel. Hij krijgt dit leen van graaf Jan van Kleef. Na hem wordt Willem van Bergh de leenman. Omstreeks 1920 wordt het huis, dat dan kasteel Tengbergen wordt genoemd, afgebroken.


Huis Loil in 1783

1367    Dat de kerk in Didam omstreeks het midden van de 14e eeuw door brand verwoest moet zijn, blijkt uit een schrijven van zaterdag 21 oktober 1367 waarin staat dat ieder, die de kerk de helpende hand biedt, een aflaat wordt verleend.

1370    Een zekere Dideric van Ulft verkoopt een aantal landerijen, waaronder de Hees in de Didamse buurtschap Waverlo, aan de Heer Van den Bergh.

  Het huis De Hees te Didam, 1721
Tekening van M. de Raed

 

1373    Didam wordt voor het eerst vermeld als Didam. Andere namen die in de loop der tijd gebruikt zijn, betreffen onder meer: Dhidehem (1234), Didem (1276), Dedem (1347) en Diem (1568).

1386    Schadewijk wordt in 1386 voor het eerst genoemd als "buurschap van Schaywick". Schadewijk betekent vermoedelijk kleine wijk, dus naast de grotere wijk Greffelkamp.   

 

 

 


         't Huijs Schadewijk in Didam, getekend door Maximiliaan de Raad (1721)

1388    De Heer van den Bergh verwerft de heerlijke rechten in Didam.

1390     Goessen Momme wordt vermeld als (mede)eigenaar van de Didammerbossen.


Dyemer Bossch (Didammerbossen) op de kaart van Christiaan Sgrooten (1557, Dyem is Didam)

 

1400    Didam valt in deze tijd nog onder drie machtige invloedsferen: het kasteel Didam (gelegen aan de tegenwoordige Dijksestraat) is Gelders; kasteel Loil (aan de Steenakker) is Kleefs en het resterende grondgebied is van het Huis Bergh.

1408    Het huis "Het Avesaet" in de buurtschap Grefflichem bij Didam komt in het bezit van het geslacht Momm, dat de richters van Didam zou leveren.

Huis Avesaet in Didam
Links: getekend door M. de Raad (Raed) in 1721
Rechts: geschilderd door C. Tromp in 1958

 


1408    
In Didam wordt voor het eerst een molen vermeld. Het betreft een stenen molen van Jan van Loel (Loil) in het "Loelseveld".  De molen wordt jammerlijk genoeg vijfhonderd jaar later, omstreeks 1918, gesloopt.

 
1410     Aernt van Ceps wordt volgens het leenregister de eerste bezitter van de Didamse havezate Luynhorst (ook genoemd Ludenhorst / Luunhorst / Lunhorst / Luinhorst). In 1440 wordt Aernt opgevolgd door Rulof Momme, stamvader van de Didamse tak van de Momme.


De Luynhorst in 1721
pentekening van Maximilliaan de Raad

1432    Na een extreem koude winter overstroomt de Liemers na het invallen van de dooi. De stad Arnhem stuurt haringen naar de slachtoffers.

1440     De Heer Van Bergh koopt het kasteel Loil.


Het Huis Loil onder Didam, 1783
tekening van D.J. van Elten






















 
 

 

1448     De Heer Van den Bergh (van  het Huis Bergh) koopt de torenmolen van het kasteel Didam.


Gezicht op Didam (detail tekening Jan de Beijer, 1742) 
Geheel links: O.L. Vrouwekerk en geheel rechts de torenmolen van Huis Bergh


1454
     Albert van Blomendail wordt richter te Didam op voorwaarde dat hij in gezelschap niet meer dan drie pinten wijn drinkt.

1456     De Heer Van den Bergh verwerft het slot / kasteel Didam, waarmee kasteel en heerlijkheid Didam dezelfde bezitter krijgen. Het kasteel wordt een halve eeuw later in 1502 door een brand grotendeels verwoest, waarna het niet wordt herbouwd. Aan het begin van de 17e eeuw, omstreeks 1609, wordt het volledig gesloopt.


Wapen van de Graven Van den Bergh

1469     Roloff Momm is richter te Didam.

1479     Gerrit van Airde is schoolmeester in Didam. Hij is vermoedelijk de eerste (niet-geestelijke) schoolmeester.  Onderricht vindt plaats in de vakken:  lezen, schrijven en rekenen. 

1484     Wessel van Woldenborg is richter te Didam.

1491     Begin februari breekt de Rijndijk tussen Emmerik (Emmerich) en Rees door. Het gevolg is dat een groot gebied tot aan Doesburg onder water komt te staan.

1493     Nadat in de dorpskerk in Didam een ernstig misdrijf, vermoedelijk een moord, heeft plaatsgevonden, wordt de kerk door de vicaris-generaal van Utrecht opnieuw ingewijd.

1500    Steven Reailt, richter in Didam, neemt kasteel Loil over van Henrick van Loil.

1502    Het kasteel Didam wordt bij een hevige brand vernield. In de periode daarna wordt het niet volledig hersteld en in 1609 wordt het afgebroken.

1503
      De zomer van 1503 verloopt zinderend heet en kurkdroog. Het is voor de inwoners van Didam een ware beproeving.

1517     Maarten Luther slaat zijn 95 stellingen aan de deur van de slotkerk in Wittenberg.

1527    F. van Groenen wordt pastoor in Didam. Hij blijft dit gedurende een periode van 45 jaar waarmee hij de langstzittende pastoor uit de geschiedenis van Didam is. Hij wordt in 1572 opgevolgd door pastoor C. Budding, de laatste pastoor in Didam voor de reformatie.

 

   

1531     Omstreeks deze tijd is Wolter van Baerle richter van Didam.

1547     In Didam zijn 55 armlastige gezinnen; dit betreft naar schatting ongeveer eenderde van de totale Didamse bevolking in 1547. Hoezo goede oude tijd?

1550     Omstreeks deze tijd behoren de parochiekerken van ondermeer Oud-Zevenaar, Wehl, Laag-Elten, Zeddam en Didam tot de proosdij Emmerich met als patroonheilige Sint Maarten.

1556     In Didam en omgeving heerst de pest. Frans van Groene, pastoor te Didam, heeft van docter Rey uit Deventer een recept voor een medicijn tegen de gevreesde ziekte. In dat recept staat ondermeer: meng een verse hoop koestront in bier en pers dit door een schone doek, doe vervolgens wat van het mengsel in een tinnen potje en laat de zieke er twee- of driemaal van drinken.

1557     De vermaarde cartograaf Christiaan sGrooten, geograaf van de Spaanse koning Philips II, brengt het gewest Gelderland in kaart.

Een detail uit de kaart van Christiaan sGrooten betreffende de omgeving van Dyem (Didam)

In de omgeving van Didam zien we o.a. Sevenaer (Zevenaar), Halsaff (kasteel Babberich) en Grontsteyn.

 


1564    De winter van 1564 op 1565 is extreem streng. Reeds op Tweede Kerstdag vriest de Rijn dicht en tot in maart kan men over het ijs lopen. Bij de invallende dooi ontstaan overstromingen. Tussen de inwoners van Didam en Zevenaar ontstaat een conflict over het doorsteken van een dijk tussen beide gebieden.

1567    Op vrijdag 3 januari wordt de uit Didam afkomstige Hans Spaen in Brugge gearresteerd wanneer hij op het punt staat naar Engeland te reizen. Bij het passeren van de stadspoort vinden poortwachters in een ton boeken met protestantse "ketterij". De hiervan in kennis gestelde landvoogdes Margreta van Parma bepaalt dat de boeken moeten worden verbrand en dat Spaen moet worden opgehangen. Dit vonnis wordt echter niet uitgevoerd. Onbekend is of Spaen gratie heeft weten te krijgen of dat hij uit de gevangenis heeft weten te ontsnappen.

1568    Begin van de Tachtigjarige Oorlog. De strijd tussen Spaanse en Staatse (Hollandse) troepen brengt de bevolking in de Liemers en ook Didam regelmatig tot wanhoop.  

De staatkundige indeling van de Liemers en de omgevende gebieden in de 16e eeuw
Geel: Kleefs gebied     Groen: Gelders / Staats gebied     Licht Groen: Berghs gebied     Wit: zelfstandig gebied. 
Merk op: Didam is Berghs gebied

 

1568     Didam wordt vermeld als Diem. Ook in onze tijd wordt Didam in de volksmond soms nog "Diem" genoemd.

1570
     De periode 1570 tot 1600 is in de Liemers (en de Achterhoek) een uiterst onrustige tijd. De bevolking is wanhopig door rondtrekkende plunderende troepen: de ene keer Staatse en de andere keer Spaanse troepen en daar tussendoor rondtrekkende muitende bendes. Verwoeste huizen en kerken, onbebouwde akkers, plundering, doodslag, zware maandelijkse oorlogscontributies en roof van hele veestapels zijn aan de orde van de dag. De kerken van ondermeer Didam, 's Heerenberg, Zeddam, Etten, Gendringen, Netterden, Elten, Oud-Zevenaar en Zevenaar worden in die periode geplunderd en zwaar beschadigd. In Hoog-Keppel en Drempt staat geen enkel huis meer overeind.


Plundering van een dorp geschilderd door Pieter Molijn (Frans Halsmuseum, Haarlem)
Vooral tijdens de eerste helft van de Tachtigjarige Oorlog gaat de bevolking van Liemers en Achterhoek regelmatig gebukt onder de wreedheden en plunderingen van Hollandse en Spaanse soldaten. 

1571   
Het hele jaar is het in onze omgeving buitengewoon onrustig en onveilig. Vooral in de bosrijke omgevingen rondom Elten, Bergh en Didam bevinden zich talrijke gewapende bendes, die regelmatig toeslaan. 

1572    Begin juli worden 19 katholieke priesters uit Gorcum ontvoerd naar Den Briel. Als ze daar niet bereid zijn het katholieke geloof af te zweren worden ze een voor een opgehangen. De herinnering aan dit gebeuren, dat bekend staat als een van de dieptepunten in de opstand tegen Spanje, blijft tot ver in de 20e eeuw bij veel katholieken, ook in de Liemers, levend.

Martelaren van Gorcum worden in een schuur terechtgesteld (19e eeuws schilderij van Cesare Fracassini)

De ontvoering van de 19 priesters vindt plaats door watergeuzen onder leiding van hun in 1571 door Willem van Oranje benoemde opperbevelhebber Lumey. Wanneer de priesters niet bereid zijn om het katholieke geloof af te zweren, worden ze in een schuur een voor een opgehangen. Na hun dood worden de 19 martelaren van Gorcum voor veel katholieken ook in de Liemers lichtende bakens in een periode van onderdrukking en duisternis. De herinnering aan het gebeuren in 1572 blijft tot ver in de 20e eeuw levend. Veel katholieken sluiten tot ver in de 20e eeuw hun dagelijks gebed af met: "heilige martelaren van Gorcum bidt voor ons".


1573
    Reeds eind oktober begint in de Liemers een lange zeer strenge winter, waarin vrijwel alle wintervoorraden verloren gaan met grote tekorten en honger tot gevolg.

1581    De periode 1581 tot 1603 verloopt voor de bevolking in het Gelders - Kleefs grensgebied rampzalig. De Tachtigjarige Oorlog, een meedogenloze strijd tussen Spaanse en Staatse troepen, maakt veel slachtoffers onder de bevolking. Zowel Staatse als Spaanse soldatenbendes trekken regelmatig plunderend en brandstichtend rond. De terreur wordt mede veroorzaakt door de slechte betaling van vooral de Staatse soldaten.

1582    Didam, Zevenaar, Elten en Lobith worden volledig leeg geplunderd door Staatse troepen en soldatenbendes.

1590    De Didamse kerk moet aan protestanten worden afgestaan.

 

De 15e eeuwse Gothische kerk in Didam, die in 1590 protestants wordt. Ruim 360 jaar later, in 1951, zal de kerk weer katholiek worden. 

1595    Na een extreem koude winter volgen in maart zware overstromingen. De Lijmerse bandijk breekt op diverse plaatsen door.

1597   Als allereerste predikant van de aan de "gereformeerden" toegewezen Didamse Mariakerk wordt Pibo Ovitius van Abbema aangesteld. Hij veroorzaakt echter zoveel conflicten dat hij al binnen een jaar na zijn aanstelling Didam moet verlaten. Het duurt dan  ruim zes jaar alvorens zijn opvolger, Lambertus Leopoldus, wordt bemoemd.

1604   Van de predikant van Didam, Lambertus Leopoldus, wordt meegedeeld dat hij zeer arm is en dat zijn kinderen barrevoets en armoedig langs de straat lopen.

1608    Een ontstellend koude winter zorgt voor grote problemen. In januari en februari vriest het zo hard dat zelfs de oudste mensen zich niet kunnen herinneren dit ooit eerder te hebben meegemaakt.

1609
   
Het eens zo machtige slot Didam, ook wel de oude Meurse toren of Berghvrede genoemd, wordt afgebroken.

Buurtschappen en havezaten;
versterkte huizen in Didam in de 17e eeuw (A. van Dalen, 1939)

 

 

1610    Jonker Gerhard van Aerde komt in het bezit van havezate "de Haagh" gelegen in de "buerscap" Waverlo in Didam.

 


De havezathe "de Haagh" in Didam
  Pentekening M. de Raed anno 1721  

1611    Op het moment dat predikant Joerlingius in Didam afwezig is, moet de vrouw van Derrick Peckel begraven worden. Peckel vraagt achtereenvolgens de pastoors van Zevenaar, Oud-Zevenaar en Groessen om het begrafenisceremonieel en de begrafenispreek te verrichten, hetgeen door de Gereformeerde Kerk ten strengste verboden is. De gevraagde pastoors weigeren allen maar de pastoor van Elten is er wel toe bereid. 

1625    Door oorlogen, oorlogscontributies en bandeloosheid ontvolkt het platteland waardoor de aanwezigheid van wolven in de eerste helft van de 17e eeuw ook in de Liemerse bossen geen zeldzaamheid is. Nog tot het eind van de 17e eeuw worden in Didam premies uitgeloofd voor het inleveren van een wolfshuid. 

1635  Na een strenge winter volgt door een dijkdoorbraak bij Loo een zware overstroming. De Spanjaarden moeten in verband met het hoge water Schenckenschans ontruimen.

1635    Een gereformeerde Didamse onderwijzer krijgt geen toestemming om een jood in zijn huis te laten verblijven op straffe van ontslag. Het duurt nog ruim dertig jaar tot 1666 alvorens de eerste jood toestemming krijgt in Didam te wonen. 

1638    De Liemers krijgt het als gevolg van de Paltse inkwartiering zwaar te verduren. Veel soldaten maken zich schuldig aan beroving en ook als gevolg van drankmisbruik wordt grote schade aangericht.

 


Dyem (Didam) op een landkaart uit het midden van de 17e eeuw 
Merk op: oost is links en  noord is onder  

1650    Halverwege de 17e eeuw zijn de belangrijkste buurtmarken (buurtschappen) in  Didam: Waverlo, het Kerkdorp, Grefflinchem, Loil en  Holthuizen. 

1651    Omstreeks deze tijd is Dirk ter Laak, van een bekend Didams molenaarsgeslacht, pachter van havezate Frieswijck (Friesick) in Didam

1652     De Gelderse landmeter Nicolaas van Geelkercken brengt ondermeer de Lymers in kaart.

De omgeving van Seventer (Zevenaar),  Duven (Duiven), Des Heerenberg ('s Heerenberg), Dydam (Didam) en Doesburg zoals getekend door N. van Geelkercken.
Merk op dat het noorden  onder is en het westen rechts. 
Aert (Aerdt), Herwen en Panderen (Pannerden) liggen in de Betuwe. 

 

1659    Jonker Engelbert van Woldenburg, komt in het bezit van erf Friesick (Vrieswijk) in Didam. Zijn familie behoort dan al sinds lange tijd tot de belangrijkste ingezetenen van Didam. 

1660    De Didamse schoolmeester Jan Dupree wordt ontslagen in verband met een conflict met dominee Falck. Zijn opvolging geeft veel problemen. Pas in 1666 wordt een nieuwe schoolmeester benoemd in de persoon van Henric ter Cuys. 

1666    Voor het eerst mag zich een jood in Didam vestigen. Het is de koopman Marius Moyses, die hiervoor 8 Hollandse daalders per jaar moet betalen.  

1672    Door de komst van de Fransen kunnen de Didamse katholieken, onder leiding van pater Matthaei uit Elten, bezit nemen van "hun" Onze Lieve Vrouwe Kerk. Twee jaar later moeten ze "hun" kerk echter weer aan de hervormden afstaan. 

1674    De  Fransen moeten na twee jaar van overheersing het veld ruimen. In Didam worden de katholieken zelfs op een zondagochtend op hardhandige wijze door soldaten uit de enkele jaren eerder verworven kerk verdreven. De pastoor, pater Matthaei uit Elten, moet de eerst volgende jaren zijn gelovigen verzamelen in het bos bij de Heegh. 

1681    De paters Franciscanen bouwen in Elten een nieuw klooster. Paters van dit klooster spelen een belangrijke rol bij de rekatholisering van naburige Staatse gebieden (o.a. Didam).


Het Franciscanenklooster in Elten; gebouwd in 1681 ter vervanging van het in 1572 verwoeste klooster in de Briemer bij Emmerik
J.H.A. van Heek maakt in 1952, kort voor afbraak van het zwaar beschadigde klooster, bovenstaande tekening.

1682    Ernstige wateroverlast in de Liemers.

1684    De winter van 1683 - 1684 verloopt ontstellend koud. Zelfs oude mensen kunnen zich niet herinneren zo'n extreem koude winter ooit eerder meegemaakt te hebben. De koude valt ver voor kerstmis 1683 in en duurt tot medio februari 1684. De rivieren vriezen volledig dicht en ijsdikten tot twee Rijnlandse voeten (63 cm) worden gemeten. De winter zorgt voor veel overlast. 

1685
    Op 11 oktober overlijdt Juliana van Palland de dienstbode van Jan Verheij. Zij is "om Didamsche kerkmisse crank geworden". Hieruit kan men concluderen dat Didam in de 17e eeuw al omstreeks oktober kermis viert.
De Didamse kermis (Diemsche Kirchmesse) is al in de 17e eeuw een begrip in de Liemers waar niet alleen Didammers maar ook mensen uit de wijde omgeving wekenlang naar uitkijken
. De kermisdagen zijn de belangrijkste dagen van het jaar en overtreffen in belangrijkheid verre het Kerst- en Paasfeest.

1698    Aan de Weemstraat in Didam wordt een schuur gebouwd, die als katholieke kerk dienst gaat doen. Een jaar later moet deze "paepsche" schuilkerk op last van het Hof van Gelderland worden afgebroken. Van godsdienstvrijheid is vooralsnog in de Staatse delen van de Liemers geen sprake.

1699    De door Didamse katholieken gebouwde schuilkerk moet op last van het Hof van Gelderland worden afgebroken. Hoewel de katholieken het onderspit delven, neemt hun zelfbewustheid wel steeds meer toe.

1699    De Brabantse edelman Thomas Walraven van IJpelaer trouwt met de dochter van Johan Floris Heysgen tot de Hees en wordt daardoor Heer van de Hees.

1703    Op zaterdag 29 september 1703 wordt F. G. Tuijnslijper R.K. pastoor van Didam. Tot groot ongenoegen van de gereformeerde kerkenraad vestigt de nieuwe pastoor zich midden in het dorp. Tijdens het pastoraat van Tuijnslijper wordt in 1716 de katholieke schuurkerk / boerderijkerk in gebruik genomen.

1709    Zeer strenge winter vanaf Driekoningen (6 januari); veel vee doodgevroren.

1710    Het lidmatenboek van de Hervormde  Gemeente in Didam onderscheidt zeven buurten: Dijck, Rugenhoeck (waar kasteel Loil heeft gestaan), 't dorp, de Mars (waar Nevelhorst heeft gestaan), Greffelkamp, Loil en Holthuizen.

1711
    In het voorjaar zijn er diverse dijkdoorbraken zoals de IJsseldijk bij Lathum en de Boterdijk bij Lobith. Veel voedselvoorraden gaan verloren, weiden blijven lang onbruikbaar en op grote schaal wordt honger geleden.

1714    Veepest veroorzaakt in de Liemers de dood van veel runderen en grote armoede onder de bevolking.


1716    Katholieken in Didam kunnen na lange tijd ongehinderd een boerderij verbouwen tot boerderijkerk: Balthasar van Erp, wonend op de havezathe "De Heegh"  koopt een boerderij op de plaats waar in onze tijd de Martinuskerk staat en laat de deel en de stallen van de boerderij verbouwen tot kerkruimte en het woongedeelte wordt pastorie.

1717    Voor de eerste keer na de reformatie formeren Didamse Rooms-Katholieken een kerkbestuur. Het eerste bestuur bestaat uit: pastoor F.G. Tuijnslijper, Balthasar van Erp (van de Heegh), Eric van Voorst (van Schagen), Nicolaas Waijop (van huis Loil), Derck Duis, Jan Thuis en Jan Otto Som. Afgesproken wordt dat bij overlijden van een bestuurslid de resterende bestuursleden een nieuw lid kiezen, waarbij de stem van de pastoor voor twee stemmen telt.   

1718    In Didam wordt het huis Kerkhoven vermeld als "Adelijk Goed Kerkhoven".

                                                                                         Kerkhoven in Greffelkamp bij Didam

1719     Havezathe "De Heegh" in Didam wordt gebouwd.


Havezathe De Heegh (Maximiliaan de Raad, 1721)
In 1809 koopt Jan van Embden, schout (burgemeester) van Didam van 1818-1821, deze havezathe  

 

1721    Maximiliaan de Raad tekent 't Huijs Schadewijk in Didam.   

 

 


1726
    Op dinsdag 22 januari 1726 wordt in Didam geboren Joanna Raben / Rabitz (1726-1795). Zij trouwt met de uit Stokkum afkomstige Theodorus (Derk) Pol(l)man (1718-1794) en gaan wonen in Zevenaar (Grieth). Joanna Raben en Theodorus Polman zijn voorouders in directe lijn (8 generaties) van Sam, Simon en Sjef van Keulen.

1738    Op donderdag 16 januari overvalt een groep inwoners van Didam de Waldhof,  in Spijk.  Op deze boerderij, ook genoemd "Hof zum Walde", die gelegen is tussen het huidige Spijk en de Eltenberg in het koninkrijk Pruissen, is Hendrick van de Wald de pachter. 
De overval is in scene gezet. Omdat Hendrick een grote pachtschuld heeft, zullen op vrijdag 17 januari zijn vee en goederen publiekelijk verkocht worden. Om dit te voorkomen helpen vrienden uit Didam, dat gelegen in het graafschap Bergh. Zij beroven de Waldhof op de avond voor de publieke veiling teneinde vee en spullen mee te nemen naar Didam om zo te voorkomen dat deze publiekelijk verkocht worden. Uiteindelijk komt men erachter dat de overval in scene is gezet en mede door de goede verstandhouding tussen de koning van Pruisen en de gravin van den Bergh vonnist de rechter van het graafschap Bergh de daders. Jan Roemaat, een vooraanstaand Didammer, die een belangrijke rol bij de organisatie van de overval heeft gespeeld, wordt veroordeeld tot levenslange verbanning uit het graafschap Bergh. De andere overvallers en handlangers mogen na het betalen van een boete en het uitzitten van hun straf wel weer naar huis.

1739    Onophoudelijke regen, hagel en sneeuw maken dat de Liemers in april een grote watervlakte is. Het winterkoren gaat verloren en voor mens en dier is een groot tekort aan voedsel.

1740    In Didam wordt Jan Herfkens (1740-1805) geboren. In 1764 trouwt hij met Arendje Stel(l). Zij zijn voorouders in rechte lijn (8 generaties) van Sam, Simon en Sjef van Keulen.   

1741    Omdat het aantal zitplaatsen in de Didamse katholieke kerk te klein is, bepaalt pastoor Lamers dat iedere parochiaan die een vaste stoel in de kerk wil hebben daarvoor jaarlijks vier stuivers Hollands geld moet betalen. 

1742    De befaamde Nederlandse tekenaar Jan de Beijer tekent op 27 augustus Didam.


"Dorp Diedam ofte Diem 27 Augustus 1742"; tekening van Jan de Beijer                         


1743
   In het voorjaar staat de Liemers onder water. Tientallen paarden en meer dan honderd runderen overleven het niet.

1744    Omstreeks 10 maart komt geheel Pannerden onder water te staan als gevolg van een doorbraak in de Kanaaldijk. Ook een groot deel van Ambt Lijmers heeft te maken met de wateroverlast. Alleen de stad Zevenaar blijft droog, maar het juist bij de stad gelegen Zevenaarse Grieth komt onder water evenals grote delen van Duiven, Groessen, Angerlo, Giesbeek, Lathum en Westervoort. Tot overmaat van ramp is er in de Liemers in 1744 een zeer ernstige veeziekte.

1745    Hoewel er geen vrijheid van onderwijs bestaat, de gereformeerden hebben het onderwijs stevig in handen, hebben katholieken in Didam heimelijk al drie bijscholen waar paters Franciscanen uit Elten kinderen leren bidden en lezen en de meisjes bovendien naaien en breien

1753    Op 19 december vindt dijkdoorbraak plaats bij de buurtschap Leuven / Leuffen (buurtschap tussen Oud-Zevenaar en Groessen). Een zeer omvangrijk gebied tot Steenderen komt onder water.


Doorbreken van de Rhijndijk in 1753
Meer dan drie maanden lang, tot eind maart 1754, blijft het water door de Leuvense doorbraak naar binnen stromen..
Tot  in oktober 1754 werkt men dagelijks met honderd karren aan het herstel van de dijk.


1756    Op zaterdag 11 december 1756 begint het streng te vriezen en de intense koude duurt onafgebroken tot maandag 7 februari 1757. De langdurige en intense koude is voor de inwoners van  Didam een ware kwelling.

1757    Op zondag 30 januari ziet men op het Gelders eiland de eerste tekenen van ijsgang. Het opgestuwde water stijgt daardoor zo hoog, dat het nog dezelfde dag twee voet over de dijk loopt en de dijk ter hoogte van de Pannerdenschen Waerd breekt. Ruim een week later op 9 februari breekt de Herwense dijk op vijf plaatsen tegelijk door. Als gevolg van het opnieuw kruiende ijs volgen ook bij Pannerden nieuwe doorbraken. Ook de dijk bij Leuven, tussen Oud-Zevenaar en Groessen, breekt in deze rampzalige maand.

Door vele dijkdoorbraken als gevolg van waterstuwing door het kruiende ijs staat in februari 1757 de Liemers grotendeels onder water. Velen vertoeven dagenlang op zolders of daken van hun huis. Ook gaan veel huizen door de watermassa verloren.

1758    De gemeente Didam telt ongeveer 1600 katholieken en 180 gereformeerden.

1760    Tijdens de herfst van 1760 regent het weken onophoudelijk waardoor Didam een grote modderpoel wordt. Door uitzonderlijk slechte weersomstandigheden staat het water velen tot aan de lippen.

1764    In februari vinden dijkdoorbraken plaats bij Rees en Herwen waardoor een omvangrijk gebied onder water komt te staan.

1767    Op dinsdag 28 april 1767 moet dominee Mencke, predikant van de gereformeerde kerk in Didam vanaf 1745, stoppen vanwege "droevige kranksinnigheit". Hij overlijdt op zondag 30 juli 1769.

1768    Op zondag 4 september 1768 wordt Hermannus Wilhelmus van Uchelen predikant van de gereformeerde kerk in Didam. Hij vervult deze functie ruim veertig jaar tot 11 oktober 1808 en is daarmee bijna de langstzittende predikant uit de geschiedenis van Didam. Alleen Daniel Johan Gulden, predikant in Didam van 1835 tot 1876, zou het ambt nog net iets langer vervullen.

1770    Geheel onverwacht breekt in de nacht van 1 (zaterdag) op 2 (zondag) december om 1.00 uur de dijk bij de Oliemolen onder Oud-Zevenaar door. Wanneer het licht wordt is alles een zee van water. Veel huizen zijn ingestort of zelfs verdwenen. Uit Zevenaar wordt gemeld dat het gekerm op de daken onbeschrijflijk is. Reeds op 3 december wordt in Zevenaar een collecte voor de slachtoffers gehouden, die ruim 21 rijksdaalders opbrengt. Hiervoor wordt jenever, tabak, olie en brood gekocht.  


Voor het Gelders eiland en de Liemers is  1770 een echt rampjaar.
Het menselijke verdriet en de economische schade zijn onvoorstelbaar.

1770    In de Didamse Weemstraat (nu Hoofdstraat) wordt een synagoge ingericht. Tot 1833, het jaar waarin Zevenaar een eigen synagoge krijgt, maken ook Zevenaarse joden van deze synagoge gebruik. De Didamse synagoge zou omstreeks 1900 afgebroken worden.

1771    In het  voorjaar regent het gedurende vijf weken onophoudelijk waardoor ook Didam met een ernstige wateroverlast te maken heeft.


Didam, boerderij in bosrijke omgeving (1792)
tekening: Leendert Overbeek (1752-1815)

1772   Omstreeks deze tijd is F. Bekker chirurgijn in Didam. Hij is tevens scheerbaas.

1780   Tot omstreeks 1800 komen veel mannen uit het Duitse Rijnland ondermeer naar onze streek om te werken en geld te verdienen. Velen van hen, waaronder ook een voorvader van Sam, Simon en Sjef van Keulen, zijn in onze omgeving blijven hangen.

1783    Zevenaar wordt met meer dan honderd slachtoffers zwaar getroffen door de besmettelijke aandoening "de rode loop" (dysenterie), maar ook in Didam vallen slachtoffers. In Didam, waar geen geneeskundige is gevestigd, wordt dokter Haak uit Elten ontboden om de patienten te behandelen.    

1783    Clara van Wetten wordt de allereerste gemeentevroedvrouw in de geschiedenis van Didam. In 1817 wordt zij vanwege een "grove misslag" ontslagen.    

1783    De uit Elten afkomstige E.H. Haach wordt heelmeester / chirurgijn in Didam.    

1784    Een felle en langdurige vorstperiode zorgt dat de rivieren tot op de bodem met ijs bedekt zijn. In februari zet de dooi in en in de middag van 29 februari breken bij Spijk dijken door. Een dag later zijn er dijkdoorbraken in Oud-Zevenaar. Begin maart staat een gebied tussen 's-Heerenberg en Doesburg onder water.

1788    Yohan Everard Vanderheyden herbouwt havezate De Luynhorst in Didam.

1789    Diverse dijkdoorbraken waardoor de Liemers weer onder water komt te staan.


Hooioogst in de Lijmers, 1790
Bron: Kadastrale Atlas van de Lymers van omstreeks 1790

 

1790    Omstreeks deze tijd wordt de oude middeleeuwse havezate De Hees afgebroken. In de directe nabijheid wordt vervolgens een nieuwe boerderij gebouwd, die in 1875 bij een brand wordt verwoest. Daarna is boerderij De Hees aan het Hazenpad in Didam gebouwd zoals we deze in onze huidige tijd nog kennen. Na de gemeentelijke herindeling in 2005 staat deze boerderij, die inmiddels geen landbouwfunctie meer heeft, in de gemeente Zevenaar.


Didam, havezate De Hees te Didam (1721)
Tekening van M. de Raed

1794    Didam wordt opnieuw getroffen door een uitbraak van de besmettelijke darmaandoening dysenterie, in de volksmond rode (pers)loop (vanwege de waterdunne bloederige diarree) genoemd.

 

1795    Nadat in Nederland de Bataafse Republiek, verbonden met Frankrijk, is uitgeroepen wordt op veel plaatsen feest gevierd. Ook veel vooral katholieke Didammers dansen rondom de vrijheidsboom.

 

1797    Voor de allereerste keer wordt in Didam een gemeentebestuur gekozen. Het nieuwgekozen bestuur bestaat vrijwel geheel uit katholieken.

 

1798    In september bouwen Didamse joden een kleine synagoge in de Weemstraat (nu: Hoofdstraat).

 

1800     De Didamse meimarkt wordt reeds vermeld. De vermaarde meimarkt wordt gehouden op de eerste zondag in mei met de marktdag op maandag. Op beide dagen is er kermis.


Didam dorpscentrum in 1792
tekening: Leendert Overbeek


1805    Ruim 80% van de inwoners van Didam is analfabeet.

 

1806    De gemeente Didam telt 2258 katholieken, 168 gereformeerden en 32 joden.

1808    Het ambt Didam telt "drieentwintighondert en taggentig" (2380) inwoners.

1809    Weer een kolossale watervloed in de Liemers. Na een strenge vorstperiode veroorzaakt begin januari een ijsstopping in het Bylants kanaal een enorme vloed door de Oude- en Neder-Rijn waardoor de dijken de enorme druk niet kunnen weerstaan en op twee plaatsen, te weten bij de Toetenburg onder Ooy en bij 't Loo, doorbreken. Op 13 januari is het Liemerse land daardoor een grote met ijs beladen watervlakte waarin door een hevige storm ontwortelde bomen en daken van verwoeste huizen voortdrijven. Een nieuwe vorstperiode verandert het land vervolgens in een onafzienbare ijsvlakte.
 

   

IJsgang tussen Arnhem en Westervoort in de louwmaand (januari) 1809
Rechts is de stad Arnhem met de Walburgiskerk te zien.

In het stormachtige najaar van 1808 heeft de Liemers al vroeg te kampen met hoog water en in december volgt een periode van vorst en sneeuw. Op 3 januari 1809 raast een hevige sneeuwstorm over de Liemers, waarna de winter in alle hevigheid toeslaat. Rond de Pley bij Westervoort ontstaat een ijsmassa, die zowel de IJssel als de Rijn afsluit waardoor stroomopwaarts de Liemerse bandijk van Oud-Zevenaar tot Westervoort onder zware druk komt.  Op vrijdag 13 januari om 7.30 uur in de ochtend begeeft de dijk het bij Ooy in de buurt van Toetenburg. Enige uren later breekt de dijk bij de Loowaard door. In korte tijd staat de gehele Liemers onder water. Zelfs in het relatief hoog gelegen centrum van Zevenaar-stad staat het water meer dan 1 meter hoog. 

 


1809    In de loop van het jaar wordt een overlaat in de Liemerse banddijk gemaakt bij Babberich. Bij hoog water kan daarmee, om de dijken te ontlasten,  een brede strook weiland in het Zevenaarse en Didamse broek tijdelijk onder water worden gezet. Dit overtollige water wordt via een overlaat bij Bingerden in de IJssel geleid. Op deze manier hoopt men in de toekomst bij hoog water een dijkdoorbraak te voorkomen.

 

1810    Het percentage analfabeten in Didam bedraagt 76, veel meer dan het gemiddelde dat in onze omgeving 62 bedraagt. Ter vergelijking: in Zeddam is het percentage analfabeten 76, in Wijnbergen 65, in Wehl 62, in Elten en in Gendringen 57 en in 's-Heerenberg 44.

1811     Ook de Didammers worden op last van Napoleon in een bevolkingsregister ingeschreven. Er zijn daarbij in Didam de volgende beroepen vermeld: 262 dagloners, 130 landbouwers, 38 knechten, 21 kleermakers, 17 wevers, 16 timmerlieden, 16 kasteleins, 9 klompenmakers, 9 kooplui (allen Joods), 8 schoenmakers, 5 smeden, 4 dakdekkers, 4 musici, 3 ketellappers, 2 bakkers, 2 molenaars, 2 bierbrouwers, 2 blauwververs, 1 verver en 1 winkelier.

 

1811     G. Roemaat wordt maire van Didam. Enkele jaren later wordt hij de eerste burgemeester.

1811     In het najaar heerst dysenterie in Didam. Dysenterie (in de volksmond rode loop genoemd) is een hevige bloedende diarree, die in de 18e en 19e eeuw veel dodelijke slachtoffers maakt.

1812
     Bewoners van Didam verzoeken de aanstelling van een gemeentelijke doodgraver ongedaan te maken omdat het delven van een graf door buren van de overledene kosteloos verricht kan worden.

1813    Jan Geerlings en zijn oudste zoon Hendricus Jurrianus Geerlings beginnen in Loil een roskorenmolen, die in 1824 wordt omgebouwd tot een windkorenmolen. Ongeveer 140 jaar later, omstreeks 1954, wordt deze molen gesloopt. 
Een rosmolen kan in tegenstelling tot een windmolen ook bij windstilte werken mits het paard (ros) maar op tijd wordt afgelost. Het tempo van malen ligt echter bij een rosmolen tien keer zo laag. 


1814    Wat gevreesd werd, gebeurt op maandag 24 januari 1814. Op die dag komt het rivierwater met geweld over de Liemerse overlaat bij Babberich. Het gevolg is dat vrijwel de hele Liemers onder water komt te staan. Pas wanneer het water het niveau bereikt van de overlaat bij Bingderden stroomt het water de IJssel in. Andere jaren waarin de Liemerse overlaat in werking treedt en de inwoners ook van Didam gekweld worden door het overstromende water zijn 1820 en 1850. Het wantrouwen van de lokale bevolking naar de centrale overheid wordt hierdoor gevoed. 

1814     G. Roemaat wordt de eerste burgemeester van de gemeente Didam.

1815     Pastoor G. Troost schrijft aan het Didamse gemeentebestuur dat zijn parochie (omvattende de gehele gemeente Didam) "weinig vermogenden en veel armen telt". Dominee W. van der Veur schrijft dat velen "het brood der luiheid eten". 

1816     Uitgezonderd enkele dagen in augustus regent het dit jaar van half mei tot in november vrijwel onafgebroken. Didam en omgeving veranderen in een moeras. De oogst gaat verloren en extreme armoede is het gevolg. Velen voeden zich met voedsel dat onder normale omstandigheden aan varkens gegeven wordt. Het jaar 1816 geldt als het jaar waarin de zomer is overgeslagen. 

1817   Nadat het gehele jaar 1816 het extreem slechte weer ook in Didam voor enorme problemen zoals honger en armoede heeft gezorgd, verschijnt medio maart 1817 de zon, die zich daarvoor in dertien maanden vrijwel niet heeft laten zien. Het gewone klimaat keert eindelijk weer terug. 
Pas in de loop der 20e eeuw hebben wetenschappers vastgesteld dat de tijdelijke klimaatverandering, die de wereld in 1816 heeft gekweld, het gevolg is van de enorme vulkaanuitbarsting van de Tambora op het eiland Sulawesi in de Indonesische Archipel. Aan het begin van de 19e eeuw duurt het maanden tot jaren voordat nieuws van de andere kant van de wereld onze omgeving bereikt maar ook als men het toen eerder geweten had zou niemand een verband gelegd hebben tussen de vulkaanuitbarsting en de tijdelijke klimaatverandering.
 

1817   In Didam zijn van de 2.590 inwoners er 2.400 rooms-katholiek. Desondanks zijn katholieken uitgesloten voor de functie van schoolmeester. Het Didamse gemeentebestuur maakt vergeefs bezwaar tegen deze uitsluiting bij de koning. 

1817  Na het overlijden van Martinus Harmsen is er in Didam een vacature voor schoolonderwijzer, koster, voorlezer en voorzanger. Op 24 september doen vier sollicitanten een vergelijkend examen bij dominee W. van der Veur.  De (Hervormde) Didamse kerkenraad benoemt Henricus Nollen uit Rijssen.

 

1818     Burgemeester J. van Embden schrijft op 17 april 1818 aan de provincie dat het gemeentebestuur van Didam bereid is de hele Tatelaarweg, ook op Zevenaars grondgebied, te begrinden en te onderhouden als het op de weg een tol mag stichten. Een jaar later, in 1819, verleent de koning toestemming voor het stichten van een tol. Deze zou tot 1942 in stand blijven. Ondanks de tolheffing heeft de weg vaak in een miserabele staat verkeerd vooral tijdens de wintermaanden.

 

 

1818    De provincie Gelderland is verdeeld in 17 districten of hoofdschoutambten, welke gezamenlijk 107 gemeenten of schoutambten omvatten. De gemeenten Angerlo, Didam, Gendringen, 's Heerenberg, Netterden, Wehl en Zeddam worden samengevoegd tot het hoofdschoutambt Doesburg. In 1851 zou er een eind komen aan de districtsgewijze indeling van het Gelderse platteland.

Schout van het schoutambt (voorheen gemeente) Didam is Jan van Embden, die als hoofd van het plaatselijk bestuur wordt bijgestaan door twee leden van de Didamse gemeenteraad te weten G. Som en W.J. Geerlings, die als assessor (wethouder) fungeren.
 


Jan van Embden

1819    Miljoenen veldmuizen richten in de Liemers onvoorstelbare vernielingen aan. De oogst gaat voor een groot deel verloren.

1820     Didam telt 2707 inwoners. Tien jaar later is dit 2951 en in 1840 bedraagt het aantal inwoners 3321. 

1820  Begin januari vriest het dat het kraakt waardoor medio januari de rivieren bevroren zijn. Wanneer in de tweede helft van januari de dooi invalt, oefent de water- en ijsmassa een verwoestende kracht uit op de dijken en wordt ook Didam weer getroffen door een overstroming. Op zondag 23 januari doet de Didamse schout Jan van Embden verslag aan de hoofdschout. Hij schrijft: "Deesen dag hebben wij met den aak drie huizen bezocht in de weg de Tatelaar welke het eerst was ondergelopen. Die mensen zullen van het allernoodzakelijkste worden voorzien, wij zullen morgen voortgaan in die oorden waar de nood dringt".

1821     Gerrit-Jan van Embden volgt zijn vader op als schout / burgemeester van Didam. Hij zal dit ambt 42 jaar tot 1862 uitoefenen en wordt daarmee de langst zittende burgemeester in de geschiedenis van Didam
Burgemeester Van Embden is protestant in een tijd waarin 95% van de inwoners rooms katholiek is. Om deze reden heeft de katholieke districtssecretaris Jan van Nispen van Sevenaer halverwege de jaren 30 ernstige bedenkingen bij de herbenoeming van Van Embden. Zijn poging een herbenoeming te voorkomen heeft echter mede door de protestante gouverneur baron Van Heecckeren tot Kell geen succes.


Gerrit-Jan van Embden (1792 - 1880)
burgemeester van Didam van 1821 tot 1862


1822
    Van de gemeentevroedvrouw Clara van Wetten, al veertig jaar in Didam werkzaam, wordt het diploma ingetrokken wegens gemaakte fouten. 

1824    In Zevenaar wordt op 16 augustus geboren Benedictus Rosenboom, die in de tweede helft van de 19e eeuw ook in Didam bekend staat als de rondtrekkende jood Bender (Bendel).


Bendel (1824 - 1912)

Bendel woont vele jaren afwisselend in Babberich en Zevenaar.
Op de Liemerse wegen is hij een bekend figuur, die handelt in van alles en nog wat maar vooral in oude metalen, lompen en horloges.
In 1902 wordt hij in het gesticht in Warnsveld opgenomen waar hij op 11 mei 1912 overlijdt.

1825    In plattelandsgemeenten wordt de titel van schout (voor het hoofd van de gemeente) veranderd in die van burgemeester.

De Liemers en omgeving uit een aardrijkskundig schoolboek door J. van Wijk Roelands Zoon uitgegeven door H.C.A. Thieme te Zutphen in 1827. Vermeld worden o.a: Didam, Beek, Lool, Holthuizen, Montferland, Eldrik, Braamdt en Kilder.

1826    Omstreeks deze tijd wordt in de Liemers nog veel vlas verbouwd. De meeste vrouwen kunnen spinnen. Ze doen dat vooral in de winter. Het gesponnen garen wordt vervolgens naar beroepswevers, waarvan er alleen al in Didam ongeveer twintig zijn, gebracht die er tegen betaling lappen stof van weven. Wanneer de linnen lappen bestemd zijn om er schorten of kielen van te maken wordt de stof vooraf door de blauwverver geverfd.

1827    Nadat de gouverneur van de provincie er nogmaals op heeft aangedrongen koopt de gemeente Didam voor de eerste maal een brandspuit. De keuze valt op een 75 gulden kostende brandspuit, die in 45 seconden 32 Nederlandse kannen water kan spuiten tot een hoogte van 15 Nederlandse ellen. Eerder in 1818 zag het Didamse gemeentebestuur het nut van een brandspuit en een georganiseerde brandweer nog niet in.

1828    De Didamse gemeenteraad bepaalt dat binnen de gemeente Didam geen lijken meer mogen worden begraven in kerken en ook niet op het kerkhof rond de dorpskerk. In december wordt het nieuwe katholieke kerkhof in gebruik genomen.

1828   Op donderdag 11 december wordt in Didam achter de Schuurkerk een R.K. kerkhof ingewijd door J. Gerritzen, aartspriester van Gelderland. In onze tegenwoordige tijd is dit bijna tweehonderd jaar oude kerkhof gelegen aan de Deken Reuvenkamplaan.


Grafsteen Mia van Keulen (zus overgrootvader van Sam, Simon en Sjef van Keulen) op R.K. kerkhof in Didam

1829     Het Didamse gemeentebestuur verkrijgt eindelijk van de koning een subsidie van duizend gulden (450 euro) voor de bouw van een dorpsschool.  Vanaf de reformatie is onderwijs gegeven in de sacristie van de gereformeerde dorpskerk (nu R.K: Mariakerk) waar de omstandigheden regelmatig erbarmelijk zijn zoals in 1829 wanneer het krioelt van de wandluizen. Mede door de subsidie van de koning komt de nieuwe dorpsschool in 1831 gereed.

 

1830     In Didam vindt de eerste volkstelling plaats. De beroepen die hierbij worden vermeld zijn, naast (vele) dagloners en landbouwers ook 18 kleermakers, 17 wevers, 15 herbergiers, 15 kooplieden, 14 schoenmakers, 14 timmerlieden, 12 klompenmakers, 11 winkeliers, 6 smeden, 6 metselaars, 5 strodekkers, 5 ambtenaren, 5 schaapherders, 4 gerichtsdienaars, 4 ververs, 4 kuipers, 3 horlogemakers, 3 bakkers, 2 spinsters, 2 ketellappers, 2 schatters, 2 veeartsen, 2 dominees, 2 kasteleins, 1 schoolmeester, 1 schoorsteenveger, 1 olieslager, 1 afdekker, 1 zadelmaker, 1 schrijnwerker, 1 mutsenwasser, 1 bijenhouder, 1 stoelenmatter, 1 dokter, 1 looier en 1 molenaar.

1831    Met rijkssubsidie wordt in Didam een nieuwe ruime eenlokalige school gebouwd. De afmetingen van het lokaal zijn: 17,00 x 7,50. In het lokaal staan vier rijen van zeven banken.Iedere bank biedt plaats aan zeven kinderen waardoor het lokaal in totaal 196 kinderen kan huisvesten. Schoolmeester (en koster) blijft H. Nollen. 

 
In de periode 1831 tot 1867 is de openbare lagere school in Didam gehuisvest op de begane grond van bovenstaand gebouw op de hoek van de Kerkstraat - Drostlaan - Raadhuisstraat. In 1867 wordt een nieuwe school geopend en wordt op de oude school uit 1831 een verdieping geplaatst waarna het ruim zeventig jaar (1867 - 1938) in gebruik is als gemeentehuis. Bovenstaande afbeelding is van het begin van de 20e eeuw.

1832     Met de komst van dokter H. Schouten vestigt zich voor het eerst een geneesheer in Didam. Hij vertrekt al weer in 1834 en wordt opgevolgd door heel- en vroedmeester J. van Dellen.

1834     Omstreeks deze tijd is in Didam het percentage overledenen dat jonger dan tien jaar is ruim dertig procent. Wanneer we de doodgeboren kinderen meetellen is het zelfs bijna veertig procent.

1835     Op 9 augustus wordt Daniel Johan Gulden predikant van de Didamse dorpskerk. Hij zal dit ambt meer dan veertig jaar tot 28 maart 1876 uitoefenen en wordt daarmee de langstzittende dominee uit de geschiedenis van Didam.

1836    Het kerkhof rond de dorpskerk (nu: Mariakerk) in Didam wordt geruimd.

1836   In 1836 wordt voor de zoveelste maal geklaagd over de verbindingsweg tussen Zevenaar en Didam, genaamd Tatelaar. Vooral aan Didamse zijde verkeert deze weg in een abominabele toestand. Op 17 december stelt de Districtscommissaris zelfs strenge maatregelen in het vooruitzicht tegen de gemeente Didam,  wanneer de weg niet binnen een week in orde is. Gedreigd wordt met de intrekking van de tolheffing op deze weg waardoor de gemeente Didam jaarlijks veel inkomsten misloopt. Het dreigement heeft resultaat.


         Tatelaar, de verbindingsweg tussen Zevenaar en Didam, in de winter van 1908

1837    De uit 1715 daterende Didamse R.K. schuilkerk wordt na meer dan een eeuw dienst te hebben gedaan, vervangen door een nieuw kerkgebouw. Vanwege de bemoeienis van het ministerie van Waterstaat met de bouw wordt deze Sint-Martinuskerk ook wel Waterstaatskerk genoemd.


De in 1837 gebouwde Waterstaatskerk met links de pastorie
Deze kerk heeft bijna 140 jaar dienst gedaan tot omstreeks 1975. Op de plaats van de pastorie wordt in de zeventiger jaren van de 20e eeuw een nieuwe (de huidige) Sint Martinuskerk gebouwd.
 


1838
    Als gevolg van kruiend ijs, meer dan 7 meter hoge ijsbergen op 28 februari bij Spijk, zijn de dijken in groot gevaar. In de vroege ochtend van 1 maart om 2.30 uur breekt de dijk bij Rees door. Om elf uur is het water de gemeente Wehl reeds genaderd en enkele uren later staan de buurtschappen Broek, Meerenbroek en Achterwehl volledig onder water. De volgende dag, 2 maart, bereikt het water ondermeer Didam, Zevenaar, Duiven en Westervoort. Aangezien ieder is gewaarschuwd blijft de schade beperkt.   

1839    In de Gelders Volksalmanak verschijnt een vertelling over een schone burchtvrouwe van het ten westen van het dorp Didam gelegen slot "de Nevelhorst". Verhaald wordt dat zij na het niet terugkeren van haar man, die op Kruisvaart was gegaan, haar belofte van eeuwige trouw schendt en trouwt met een jeugdige aanbidder. In de huwelijksnacht verschijnt de geest van haar man waarna beiden worden gedood.

1840     Didam telt 3321 inwoners. Tien jaar later is dit 3372 en in 1860 bedraagt het aantal inwoners 3386. Deze cijfers laten zien dat de bevolkingstoename in Didam halverwege de 19e eeuw zeer gering is. 

1841     Ruim 26 procent van de bevolking van Didam is in 1841 armlastig. Dit uitzonderlijk hoge percentage is het gevolg van ondermeer grote werkeloosheid, misoogsten van boekweit en aardappelen en de slechte kwaliteit van stro en hooi als gevolg van langdurige regen waardoor ook voor het vee onvoldoende voedsel beschikbaar is. Daarbij komt dat arbeiders die wel werk hebben te maken krijgen met een verlaging van de lonen, die in onze regio toch al tot de laagste van Nederland behoren. 

1842   Op vrijdagmiddag 26 augustus komt koning Willem II, komend vanuit Ruurlo, door Didam

 


Koning Willem II
(1792 - 1849)

1843    Omstreeks deze tijd vestigen zich op de "Diemse Hei" (Didamse heide) mensen met een zwervend bestaan, "kermisvolk" genoemd. Ze leiden een zwervend bestaan en oefenen beroepen uit als liedjeszanger, orgeldraaier en ketellapper.     

1844    Voor het eerst gaan katholieken uit Didam en Wehl gezamenlijk op bedevaart naar de eeuwenoude Duitse bedevaartsplaats Kevelaer. Meer dan 150 jaar houdt deze traditie stand. Wanneer in 1866 de spoorverbinding tussen Zevenaar en Kleve (Kleef) gereed komt, kunnen bedevaartgangers ook per trein vanuit Zevenaar naar Kevelaer reizen. Met de ingebruikname van de spoorlijn Zevenaar - Winterswijk in 1885 is het mogelijk om vanuit Didam en Wehl per trein op bedevaart naar Kevelaer te gaan.     

1845    Overvloedige regenval heeft tot gevolg dat meer dan 75% van de oogst verloren gaat. De aardappelteelt verrot vrijwel volledig.

1846    Door de aardappelziekte gaat opnieuw een groot deel van de aardappeloogst verloren. Omdat bovendien ook de roggeoogst en tarweoogst door een muizenplaag mislukken is er een groot voedseltekort.

1847    De overheid roept zondag 2 mei uit tot algemene biddag. Na twee eerdere jaren met een mislukte aardappeloogst is er opnieuw door de aardappelziekte alsmede de hoge graanprijzen een ernstig voedseltekort. Op diverse plaatsen is er onrust onder de bevolking. 

1848     Omstreeks deze tijd wordt in de Didamse buurtschap Greffelkamp boerderij Foxheuvel reeds vermeld. De boerderij dankt haar naam aan de terp waarop ze is gebouwd en waar bij hoge waterstanden van de Rijn vossen verbleven om zich tegen het water te beschermen. In onze tijd is Foxheuvel een boerderij met melkkoeien en vakantieverblijven.  

 


Foxheuvel in Greffelkamp (begin van de 20e eeuw)

1849    De totale jaaruitgave van de gemeente Didam bedraagt ongeveer 2.800 gulden (omgerekend: 1275 euro). De grootste uitgavenpost betreft het salaris van de burgemeester, die 625 gulden per jaar verdient. De gemeentesecretaris ontvangt 275 gulden en de veldwachter 175 per jaar.  

1850    De gemiddelde levensverwachting in de Liemers bedraagt 34 jaar; dit is in het bijzonder het gevolg van de grote kindersterfte.

1850     In Didam sterft pastoor L.H. van Haag (1805 - 1850) na een langdurig lijden. Na zijn overlijden behoort hij tot de eersten in Didam waarvoor ter nagedachtenis een bidprentje wordt gemaakt. Vanaf het einde van de 19e eeuw wordt het in katholieke kringen algemeen gebruik om na een begrafenis ter nagedachtenis aan de overledene bidprentjes, ook wel doodsprentjes genoemd, uit te delen. 

 


Voorzijde bidprentje Lambertus Henricus van Haag, pastoor te Didam van 1842 tot zijn dood op 27 november 1850

1851    Ook in de tweede helft van de negentiende eeuw gaat de industriele revolutie vrijwel volledig voorbij aan Didam en de Liemers.

1851    Op dinsdag 9 september vinden voor het eerst gemeenteraadsverkiezingen plaats. Kiesrecht hebben alleen mannen vanaf 23 jaar, die voldoende vermogend zijn. In Didam zijn 116 mannen stemgerechtigd. Van hen brengen er 110 hun stem uit.

1852    In een heel jaar verdient een arbeider in de Liemers ongeveer 300 gulden (135 euro).

 

1852    De uit Beek afkomstige Johannes Roosendaal koopt boerderij Loilderhof, ook genoemd 't Hof Loil, van Hendrik Slangenburg. De boerderij wordt vervolgens verpacht aan Everardus Bus uit Duiven maar in 1873 gaat de familie Roosendaal zelf op de boerderij wonen. In de jaren hierna wonen steeds nakomelingen van Johannes Roosendaal en zijn vrouw Hendrika Thuis op 't Hof Loil.
In de zeer vroege ochtend van 28 november 2014 wordt de boerderij door brand volledig verwoest. De bewoners, het echtpaar Roosendaal-Scheerder, kunnen zich ternauwernood in veiligheid stellen.  


Boerderij 't Hof Loil, ook genoemd Loilderhof of boerderij van kasteel Loil (omstreeks1970)

1853    In de periode 1850 - 1855 hebben ook de Didamse (Diemse) boeren over het algemeen succesvolle oogsten en neemt hun koopkracht duidelijk toe. Ook veel arbeiders ontvangen meer loon maar dit effect wordt door stijgende prijzen van levensmiddelen grotendeels te niet gedaan. Juist tijdens deze economische opleving is de armoede van velen, in het bijzonder door de vele werklozen, nog schrijnender dan ooit tevoren.  

1853   Van 1845 tot 1863 is Didam voor medische zorg aangewezen op Zevenaar. In 1853 komt de Zevenaarse arts E.F. Pelgrom, woonachtig op kasteel Enghuizen, met het Didamse gemeentebestuur overeen om voor tien gulden per maand armen verloskundige hulp te geven.

 


            Kasteel Enghuizen in Zevenaar

 

1853     Van 1853 tot 1867 huurt de gemeente Didam een vertrek in de woning van gemeentebode Derk Berendsen als "gemeentelokaal". Pas in 1867 krijgt Didam haar eerste gemeentehuis. 

 


Rechts op de foto een dubbel woonhuis waarvan: het linker deel de woning is van Derk Berendsen. Van 1853 tot 1867 bevindt zich hierin het "gemeentelokaal" van Didam.

1854    Op 5 augustus wordt door de aartsbisschop van Utrecht de Didamse parochie van de H. Martinus opgericht.

1854    Burgemeester Simons van Doetinchem lanceert een plan om een "kunstweg" (spoorweg) aan te leggen van Varsseveld via Doetinchem, Wehl, Didam naar Zevenaar.

1854    De in het 19e eeuwse Didam befaamde meester Hendrik Nollen emigreert na 37 jaar koster-schoolmeester te zijn geweest naar de U.S.A. Hij wordt opgevolgd door de Zeddammer Th. Weyers, die met een hulponderwijzer en twee kwekelingen les geeft in een lokaal, waarin voor 200 kinderen plaats is.

Voorgevel van de eenlokalige Openbare school Didam, omstreeks 1862
In latere jaren wordt dit gebouw met een verdieping verhoogd en worden enige binnenmuren gemetseld, waarna het dient als het allereerste gemeentehuis in Didam.


1855
    De windmolen Sint-Martinus, die geen voorganger heeft gekend, wordt in gebruik gesteld. Hendrik Meijer uit Vorden wordt de eerste molenaar.

 

Sint-Martinus (2008)
Na de voltooiing van de molen in 1855 blijft deze bijna 120 jaar (tot 1973) in gebruik.
In 2007 wordt de molen volledig gerestaureerd  en vervolgens door de Stichting St. Martinusmolen geexploiteerd.

1855    Na een lange vorstperiode treedt eind februari de dooi in. Door ijsopstopping stroomt het Rijnwater begin maart over de dijken en krijgt ook Didam te maken met ernstige wateroverlast.

1856    Op een totale Didamse bevolking van 3375 inwoners behoort ruim 20% tot de zeer armen en bedelaars. De criminaliteit in Didam is hoog. De Gelderse procureur-generaal deelt het Didamse gemeentebestuur mee dat nergens anders zoveel wordt gestolen als in Didam.

1856    In augustus wordt op de weg van Didam naar Zeddam ter hoogte van de Meikamer een tolheffing ingevoerd. De gemeenteraad van Didam benoemt Albertus Horsting tot de eerste tolgaarder tegen een beloning van 75 cent per etmaal. In 1872 wordt Horsting opgevolgd door zijn schoonzoon Hendrikus Jansen; diens weduwe neemt in 1901 de inning van de tolgelden over. De tol wordt eind 1942 opgeheven evenals die aan de Tatelaar.

1857    Op donderdag 18 juni hangt het leven van twee inwoners van Didam aan een zijden draad. Ze willen in Oud-Zevenaar met paard en kar een spoorlijn oversteken terwijl de goederentrein reeds heel dichtbij is. Een aanwezige politieman, die het gevaar ziet, snelt toe en werpt zich tegen het hoofd van het paard en weet zo het gevaar af te wenden. De verbaasde voerman verklaart de trein niet te hebben gezien en dacht dat de overgang veilig was omdat het spoorhek open stond.

1858    Op dinsdag 12 januari 1858 overlijdt in Didam de oorspronkelijk uit Sambeek afkomstige G. Troost (1768 - 1858). Hij was 33 jaar, van 1809 - 1842, R.K. pastoor van Didam.

1858    Verschijning van Maria in Lourdes. Ook op de dan overwegend katholieke bevolking van Didam maakt dit diepe indruk.  

1859    De weg Zeddam - Beek - Didam wordt met grind verhard. Om de kosten te bestrijden wordt aan de ingang van Bergerbosch de Beeksche Tol  gebouwd. De eerste tolgaarder is Derk Giezenaar, die na zijn dood in 1888 wordt opgevolgd door zijn zoon Bart.


 

Het tolhuis van Derk Giezenaar aan de Grindweg van Beek - Zeddam omstreeks 1900
Links van west naar oost
Rechts van oost naar west

 


 

 

1860     Didam telt  3386 inwoners. Tien jaar later in 1870 is dit 3482 en in 1880 bedraagt het aantal inwoners 3621. Didam kent in deze periode een gestage bevolkingstoename. 

1861  Omstreeks deze tijd woont de van oorsprong Duitse tekenaar en kunstschilder Maximiliaan Leonard Kitzinger (1811 - 1882) enige jaren in Didam in een herberg, waar in latere jaren het Albertusgebouw is gekomen. Vermaard zijn vooral de door Kitzinger geschilderde landschappen, vaak bij maanlicht. 
Vanuit Didam verhuist hij naar Angerlo, waar hij inwoont bij G. Volgers in boerderij "De Ganzepoel". Hij overlijdt daar op vrijdag 24 maart 1882.

 

 

                                                IJssel bij Angerlo 
(Maximiliaan L. Kitzinger)

 

 

1862    De gemeente Didam wordt ingedeeld in vijf wijken: A = Dorp, B = Dijk, C = Greffelkamp, D = Loil en E = Holthuizen.

 

1863    Isaak-Anne van Embden volgt zijn vader Gerrit-Jan van Embden op als burgemeester van Didam. Hij blijft burgemeester van Didam tot zijn dood in 1873. Tijdens zijn burgemeesterschap krijgt Didam in 1867 haar eerste gemeentehuis.

|
Didam eind 19e eeuw

 

1864     Op woensdag 16 maart 1864 wordt in het Overijsselse dorp Mastenbroek geboren Gerardus Henricus Reuvekamp (1864-1946) geboren. Hij wordt op woensdag 15 augustus (feestdag Maria Hemelvaart) 1888 tot priester gewijd. Vanaf 1911 tot zijn overlijden in 1946 is Gerard Reuvekamp een uitermate geliefde en geziene pastoor in Didam. Tijdens zijn begrafenis op zaterdag 2 november 1946 brengen binnen en buiten de Martinuskerk in Didam duizenden de overledene de laatste eer. 

 

 

1865    Aan het Schoolpad in Didam wordt een openbare school  gebouwd. In 1923 zou deze school omgezet worden in een katholieke school.


De school gebouwd in 1865, op de plaats waar in onze tijd het postkantoor en bibliotheek staan, doet ruim honderd jaar (tot 1968) dienst. Afb.: omstreeks 1950

1866    De gemeente Didam telt 3.350 inwoners en beslaat een totaal grondoppervlak van 3.504 hectare.
                                                                   De gemeente Didam in 1866

1867    Uit heel Europa, Canada en de V.S. gaan duizenden katholieke jongemannen, de zogenaamde Zouaven, naar Italie ter bescherming van de kerkelijke staat van Paus Pius IX; onder hen vele tientallen Zouaven uit de Liemers, waarvan zes jongens uit Didam. De Nederlandse Zouaven verliezen het Nederlandse staatsburgerschap. In 1947 wordt hen dit echter teruggeven. Het betreft een postuum eerherstel omdat de laatste Nederlandse Zouaaf in 1946 is overleden. 



Zouavenbeeld (Zouavenmuseum Oudenbosch)
De zes uit Didam afkomstige Zouaven zijn:

Johannes Aaldering, geboren op 28 augustus 1840, meldt zich in februari 1863 bij de Zouaven en ondertekent zijn contract met een kruisje. Hij dient de paus van 5 maart 1863 tot 12 maart 1865.
Johannes Herbers is geboren te Didam op 11 mei 1844 als zoon van de ongehuwde Henriëtte Herbers. Gezien zijn onwettige afkomst krijgt hij voor de zekerheid van de Amsterdamse pater De Kruijf een aanbevelingsbrief mee. Op 29 januari 1869 treedt hij te Rome in dienst bij de Zouaven en maakt precies twee jaar vol tot 29 januari 1871.
Johannes Theodorus ten Oever, geboren te Didam op 30 oktober 1843, vertrekt op 10 november 1867 naar Oudenbosch om zich voor het pauselijke leger te melden. Hij dient ruim twee jaar tot 31 december 1869.
Johannes Reinders, geboren te Didam op 29 december 1845,  schrijft zich op 6 mei 1867 te Brussel in voor het pauselijke leger. Hij maakt de zwaar bevochten triomf op de Garibaldisten bij Mentana mee op 3 november 1867 en wordt daarvoor met een medaille beloond.
Martinus Roding, geboren te Didam op 27 februari 1840, wordt op 6 mei 1863 Zouaaf. Zijn eervol ontslag volgt op 19 november 1865.
Johannes Schut, geboren te Didam op 5 juni 1850. Wanneer Jan twaalf jaar oud is overlijden in december 1862 kort na elkaar zijn ouders. Een maand later verhuist Jan naar Angeren en werkt daar als bakkersknecht. Hoewel pas zeventien jaar wil hij ook bij de Zouaven. Met een toestemmingsbrief van zijn voogd vertrekt hij op 23 januari 1868 vanuit Oudenbosch naar Rome. Jan dient de paus van 29 januari 1868 tot 29 januari 1870.

 

1867    Door runderpest gaat een deel van de veestapel verloren. Ook de oogst is slecht waardoor 1867 als rampjaar ervaren wordt.

1867    Didam krijgt voor het eerst in haar geschiedenis een gemeentehuis. Op de aan het begin van de Drostlaan in 1831 gebouwde openbare school wordt een verdieping geplaatst nadat de school is verhuisd naar een nieuw gebouw in de (huidige) Schoolstraat. De voormalige school wordt ingericht als gemeentehuis en doet als zodanig ruim zeventig jaar tot 1938 dienst waarna het wordt afgebroken.

.

Gemeentehuis van Didam in 1905
In het gebouw dat ruim 70 jaar (van 1867 tot 1938) als zodanig dienst doet, bevinden zich ook ruimten ingericht als politiebureau, arrestantenlokaal en stalling voor brandweer- en lijkwagen.

1868    Extreme droogte in de Liemers veroorzaakt voedseltekort.

1869    De Begrafeniswet treedt in werking, waardoor voor het eerst in de geschiedenis de termijn van ter aarde bestelling in het hele land dezelfde wordt. Doden mogen voortaan niet eerder dan 36 uur en niet later dan de vijfde dag na overlijden worden begraven.

1870   Vooral na het gereedkomen van de spoorlijn Arnhem - Keulen in 1856 gaan veel arbeiders uit de Liemers werken in het Duitse Ruhrgebied. Op maandagochtend staan op de treinstations van o.a. Zevenaar, Babberich en Elten honderden arbeiders om met de eerste trein naar het Ruhrgebied te gaan. Arbeiders uit plaatsen als Beek, Didam en Loerbeek hebben dan al een aantal kilometers lopend afgelegd. Sommige arbeiders vestigen zich in de loop der tijd definitief in Duitsland, het merendeel komt echter telkens na een week werken zaterdagavond thuis.

Station Zevenaar kort na de opening in 1856
Via dit station vertrekken ook veel Didamse arbeiders op maandagochtend naar het Ruhrgebied  om daar (hard) te werken en om vervolgens op zaterdag weer terug te keren.
Nadat de spoorlijn Zevenaar - Didam - Doetinchem in 1885 geopend wordt, kan men ook vertrekken van het station in Didam

 

1872   "Hevig onweder vergezeld van zware hagelstenen zo groot als pootaardappelen" leiden tot een volledige vernietiging van het koren op de velden in en rondom Didam.

1873    Op vrijdag 11 juli 1873 overlijdt Isaak Anne van Embden (1831 - 1873), burgemeester van Didam. Met zijn overlijden komt een einde aan een periode van ruim zestig jaar waarin in Didam drie burgemeesters elkaar opvolgden in de relatie grootvader-zoon-kleinzoon. Het betreft achtereenvolgens J. van Embden van 1811 tot 1821, G.J. van Emden van 1821 tot 1863 en I.A. van Embden van 1863 tot 1873.

 

1873    Medio augustus wordt jhr. G.W. van der Does (1831- 1890) benoemd tot burgemeester van Didam. Hij blijft dit tot zijn dood in 1890. Hij wordt omschreven als een "goeiige" man, die als burgemeester weinig gezag heeft bij de gemeenteraad.

1874    In de tweede helft van de 19e eeuw neemt het aantal geiten dat graast op bleken en wegbermen, met een ketting vastgebonden aan een ijzeren paal, in het Liemerse landschap sterk toe. Zo telt Didam in 1830 ongeveer vijftig geiten; dit aantal is in 1858 al vierhonderd en in 1892 al veel meer dan zeshonderd.

1875    Als gevolg van  de hardnekkige landbouwcrisis in het laatste kwart van de 19e eeuw zoeken steeds meer mensen werk buiten de landbouw vooral in het bouwvak, zowel in de omgeving als verder weg in het buitenland (Ruhrgebied). Voor veel Didammers wordt het werken in de bouw hoofdbron van inkomsten.

1875    Op initiatief van burgemeester Van der Does worden de schuttersverenigingen van Holthuizen, Greffelkamp, Oud-Dijk en Dorp verenigd onder de naam "De Eendracht".

De besturen van de schuttersverenigingen "De Eendracht" en "St. Martinus" uit Greffelkamp alsmede enkele notabelen (foto 1935)
Zittend v.l.n.r.: Herman Schaars, gemeentesecretaris Couwenberg, kapelaan Van der Burgt, burgemeester Kronenburg, notaris Van Romondt en Jan 
Wiendels. Staand v.l.n.r.: Dut Ruyling, Gradus Horsting, Hendrik Berendsen (kolenboer), Jan Burgers, Gradus van Vuuren, Toon Welling, Jan Looman, Tinus Polman, Bernard Botteram, Dorus Wiendels, Jan Berendsen, Meyer, Bart van Onna, Looman (Foxheuvel), onbekend, Willem Zweers en Hend Peters.

1876    In Didam is ongeveer 40% van de volwassen vrouwen volledig analfabeet.

1877    De congregatie der Zusters van Jezus, Maria en Jozef (JMJ)  uit Den Bosch beginnen in Didam met het lager onderwijs (basisonderwijs) voor meisjes, later gevolgd door patronaatswerk (1915), huishoudonderwijs in het Pius-X-complex aan de Kerkstraat en nog later het Buitengewoon Onderwijs voor meisjes.

 
Het Pius-complex (Didam) Door de komst van R.K. kloosterzusters en de bouw van de Piusschool met klooster krijgt Didam in 1877 voor het eerst katholiek lager onderwijs voor meisjes.

1878    Dinsdagavond 6 augustus omstreeks half negen breekt brand uit in het huis van logementhouder, bakker en winkelier J. Kok in Didam. Huis, inboedel alsmede tachtig vimmen rogge en vier varkens gaan in de vlammenzee verloren.

1879    Op 4 oktober komt de krant de Graafschap-Bode voor de allereerste keer uit.

Voorpagina van de allereerste editie van de Graafschap-Bode
 
De Graafschap-Bode wordt uitgegeven door Misset in Doetinchem.
Op 1 april 1873 begint de grondlegger van het bedrijf, Cornelis Misset uit Haarlem, een kleine drukkerij in Doetinchem. Op zaterdag 4 oktober 1879 verschijnt de Graafschap-Bode in een oplage van 2.000 als een wekelijks nieuws- en advertentieblad. Vanaf 1 maart 1967 verschijnt het blad dagelijks.
 

.


 

 

1880    De geneeskundig inspecteur schrijft de burgemeester dat in december 1979 vijf mensen in Didam zijn gestorven zonder door een medicus te zijn behandeld. De inspecteur vraagt zich af of medische zorg voor behoeftige mensen wel goed geregeld is en waarom in Didam zo weinig gebruik wordt gemaakt van geneeskundige hulp.

1880    Op maandag 31 mei worden plannen voor de aanleg van een spoorlijn Zevenaar - Didam - Wehl - Doetinchem - Winterswijk in de Didamse gemeenteraad besproken. Burgemeester Jhr. Van der Does stelt voor om Gedeputeerde Staten te berichten, dat de spoorlijn Didam geen voordelen biedt, omdat Didam zodanig dicht bij Zevenaar ligt, dat men daar op de trein kan stappen. Niettemin gaan de plannen door en krijgt Didam in 1885 toch een treinstation.

1881    In Europa breekt een vele jaren durende enorme landbouwcrisis uit doordat de markt wordt overspoeld met goedkope granen uit de Verenigde Staten. 
Om het hoofd boven water te houden gaan ook in Didam boeren meer samenwerken. In 1891 heeft Didam de primeur met de eerste cooperatieve zuivelfabriek buiten Friesland en in 1897 gaat er de allereerste cooperatieve Boerenleenbank van Gelderland van start.

|

 

1882    Op 1 januari wordt mr. M.J.C.M. Kolkman notaris in Didam. Hij blijft dit tot 1 oktober 1885. In 1884 doet hij zijn intrede in de Tweede Kamer en krijgt in latere jaren zeer grote landelijke bekendheid als invloedrijk en slagvaardig katholiek politicus en fractievoorzitter van de R.K.S.P. (Roomsch Katholieke StaatsPartij). In de periode 1908 - 1913 is hij minister van Financien in het kabinet Heemskerk.


Mr. M.J.C.M. Kolkman  (1853-1924)
notaris in Didam van 1882-1885

 

1883    Een klein bericht in "De Amsterdammer", dagblad voor Nederland, op 23 maart 1883 maar grote gevolgen voor hen die het treft: "Op den weg van Didam naar Zevenaar geraakte gisteren namiddag een landbouwer onder zijne kar met het noodlottig gevolg, dat hij met gebroken been en hoofdwonden naar zijn woning werd vervoerd."

1883    De Tweede Kamer neemt op 13 november 1883 met 40 tegen 10 stemmen een amendement aan waardoor Didam niet Diedam gaat heten.

1884    In Zevenaar wordt in Huize Hoek geboren jhr. Antoine (Tanne) van Nispen tot Pannerden,  die in 1911, op 27-jarige leeftijd, benoemd zou worden tot burgemeester van Didam en in 1920 tot burgemeester van Zevenaar, waar zijn grootvader in het midden van de 19e eeuw ook al burgemeester was geweest.

 
Huize 't Hoek in Zevenaar, het stamhuis van de familie Van Nispen tot Pannerden.
Het pand 't Hoek staat op de hoek Arnhemseweg - Grietsestraat totdat het in de vroege ochtend van de laatste oorlogsdag, 3 april 1945, door terugtrekkende Duitsers op zinloze wijze volledig zou worden verwoest. Op de plaats van dit pand bevindt zich in onze tijd het monument van de Vier Tamboers op het Zevenaarse  Raadhuisplein


1885    Spoorlijn Zevenaar - Didam - Wehl - Doetinchem -Winterswijk
komt gereed.  

Station Didam in 1969

Op 15 juli 1885 wordt station Didam geopend. Het is dan een laag langwerpig gebouw. In 1919 krijgt het gebouw er over de gehele lengte een verdieping bij. In 1973 wordt het station afgebroken en vervangen door een eenvoudige halte.
 

1886     Na een zeer droge en warme periode valt het regenwater vanaf eind juli met bakken uit de hemel waardoor lager gelegen weilanden onder water komen te staan en het vee opgestald moet worden. Veel boeren zijn niet in staat om hun vee voldoende bij te voeren. Bij dit alles komt nog een epidemie van mond- en klauwzeer waardoor 1886 voor veel boeren in onze omgeving de geschiedenis ingaat als een rampjaar.

1887     Een mazelenepidemie teistert Didam. Tien kinderen overlijden. In 1894 is er een volgende mazelenepidemie, waaraan ruim tweehonderd kinderen lijden. Acht kinderen overleven het niet. Ook in 1902 is er nog een mazelenepidemie in Didam. Ditmaal overlijden maar liefst 87 mensen.

1887     Medio december 1887 brandt in de buurtschap Greffelkamp in Didam het huis toebehorend aan en bewoond door de families A. Goorman en B. Kok volledig af. De brandweer, die weliswaar snel ter plaatse is, kan weinig uitrichten omdat er geen water te krijgen is.

1888     Volledig onverwacht overlijdt op zondag 1 april R.M. de Jager, gemeentegeneesheer in Didam..

1888     Vanaf de komst van de geliefde dokter L. ten Cate Hoedemaker in 1888 beschikt Didam onafgebroken over een huisarts.   

1889     De maximumsnelheid van personentreinen op de lijn Zevenaar - Didam - Wehl - Doetinchem - Winterswijk wordt verhoogd van 30 naar 40 kilometer per uur.

1889    Op 15 augustus 1889 wordt de uit Didam afkomstige Theodorus Thuis (1863 -1961) priester gewijd. Na zijn wijding wordt hij onder meer kapelaan in Zeddam en Lobith. In 1906 wordt hij pastoor in Keijenborg. Dit blijft hij gedurende veertig jaar. Vooral voor de katholieke gemeenschap van Keijenborg heeft Thuis enorm veel betekend. In 1931 wordt mede door zijn inspanning een nieuwe kerk gebouwd. In 1963 komt een einde aan zijn lange aardse leven. Na zijn dood wordt in Keijenborg een straat naar hem genoemd.

 

 


Op het monument bij de R.K. kerk in Keijenborg staat vermeld: 
"Als een molensteen zo zwaar
was het werk van Pastoor Thuis
Met zijn handen uit de mouwen
Bleef hij aan zijn parochie bouwen
"

1890     De levensstandaard van de boer staat omstreeks 1890 nog op een zeer laag niveau. De opbrengsten van vee en gewassen zijn gering en kinderen werken op het bedrijf van hun ouders. Opvallend is dat ondanks dit sobere bestaan veel boeren relatief tevreden zijn, mede omdat arbeidzaamheid, spaarzaamheid en soberheid ook in Didam het boerenleven kenmerken.

1890     Op 15 oktober wordt er tussen de stations van Didam en Wehl halte Stillewald voor treinen geopend.

 

Halte Stillewald; een tweetal reizigers staat te wachten op een trein.
Zoals deze foto uit 1900 laat zien betreft het een zeer eenvoudige halteplaats.
Halte Stillewald ligt tussen de stations van Didam en Wehl op ongeveer 1,5 km voor station Wehl. De halte wordt op 15 oktober 1890 geopend en ongeveer 30 jaar later op 1 juli 1920 gesloten.

 

1890     De winter van 1890 / 1891 is uitzonderlijk streng. De decembermaand spant de kroon, want sedert het begin van de temperatuurmetingen in 1706 is het alleen in december 1788 nog kouder geweest.
Op 25 november 1890 gaat de wind uit het noordoosten waaien en dat is het begin van een langdurige strenge vorstperiode. De gemiddelde ijsdikte in sloten is in de loop van december ongeveer 65 cm, plaatselijk wordt zelfs een dikte van 70-80 cm bereikt. Mens en dier gaan gebukt onder extreme koude. Op 19 december vriest bij Elten een grensbeambte dood.

1891    Op woensdag 11 maart besluiten 101 Liemerse boeren (68 uit Didam, 19 uit Zeddam en 14 uit Wehl) tot de oprichting van een cooperatieve roomboterfabriek, waardoor Didam de primeur heeft van de allereerste cooperatieve roomboterfabriek buiten Friesland.  Het kapitaal wordt verkregen door uitgifte van aandelen van f 50,- (22,50 euro) aan ieder van de deelnemers. De fabriek is al snel een groot succes en omgevende plaatsen zoals Doesburg in 1892, Zevenaar in 1893, Angerlo in 1894 en Wehl in 1894 volgen.
De roomboterfabriek in Didam omstreeks 1900

 

1891     De congregatie van de zusters van Sint Jozef uit Amersfoort, gaat zich in Didam bezighouden met de ziekenzorg en bejaardenzorg.
Hanneke Thuis en haar broer Bart Thuis kopen de winkel en herberg van Freriks en bestemmen deze voor bejaardenhuis, waar drie zusters van Amersfoort, Anna (overste), Leonarda en Martha bejaarden gaan verzorgen. Daarnaast gaan de zusters te voet door een gemeente van 3500 hectare om zieken te bezoeken in een tijd waarin de wegen vooral in de winter abominabel slecht zijn. Het betreft een sterk staaltje van onbaatzuchtige naastenliefde
.

1892    In 1892 wordt Lambertus Hendrikus Scholten (1892--1948) geboren in Didam waar hij opgroeit als boerenzoon. Op wat latere leeftijd kiest hij het onderwijs boven het boerenbedrijf en wordt onderwijzer langs de minder gebruikelijke weg van het staatsexamen. Hij wordt hoofd van de school in Herwen en in latere jaren in Lobith. 
Lambert Scholten groeit uit tot een groot kenner van de Liemerse flora en fauna en in de periode 1923 tot aan zijn plotselinge dood in 1948 publiceert hij talloze indrukwekkende artikelen over de natuur en vooral over de vlinderpopulatie in de Lijmers. In deze periode waarin de natuurstudie in Nederland tot grote bloei komt, geniet hij landelijke bekendheid. Zijn belangrijkste artikel schrijft hij in 1938 wanneer hij maar liefst 565 (!) soorten vlinders beschrijft, die door hem in de Lijmers zijn waargenomen en bestudeerd.
.

                              

1892    In december 1892 besluit de gemeenteraad van Didam om een tweede veldwachter aan te stellen tegen een jaarwedde van vierhonderd gulden en een vergoeding van vijftig gulden voor de bovenkleding. 

1893    Vrijdagmiddag 6 januari 1893 breekt brand uit op boerderij "de Manhorst" in Didam. De boerderij, die eigendom is van Baron van Voorst tot Voorst en wordt bewoond door J.G. Sweers, wordt vrijwel volledig in de as gelegd. Het vee kan worden gered. 

          
Tekening boerderij "De Manhorst", Maximiliaan de Raad  (1721)  

 

1893    In de zomer doen ook in de landelijke pers verontrustende berichten aangaande de Didamse notaris mr. P. Kok de ronde. Zijn verblijfplaats is enige tijd onbekend en hij blijkt geld van Didammers in zijn beheer te hebben waarmee kennelijk weinig succesvol is gespeculeerd. In november wordt hij bij koninklijk besluit ontslagen en vertrekt hij geheel berooid naar Valkenburg. Kok, die notaris in Didam is geweest vanaf 1885, wordt opgevolgd door notaris H. van Romond. 


Notarishuis in Didam in periode 1882 -1950  

1894     Twaalf kinderen van de lagere school in Didam overlijden aan difterie. Difterie is een gevreesde kinderziekte waarbij de slachtoffers door verstikking om het leven komen. Om de besmettingshaard in te dammen wordt de school tijdelijk gesloten.

1894    De gemeente Didam besluit 40 gulden per jaar gedurende 45 jaar bij te dragen in de meerdere kosten welke de nieuwe  spoorwegbrug bij Westervoort gaat kosten wanneer zij ook voor het algemene verkeer wordt ingericht. 


        Spoorbrug (1903) in Westervoort tevens ingericht voor wegverkeer  

 

1894    Op zondag 4 november wordt in Didam de muziek- en toneelvereniging "De Club" opgericht. Het eerste bestuur wordt gevormd door ondermeer M. Teeuwissen (voorzitter) en J. Welling (penningmeester). Vanaf 1897 luistert "De Club" de schuttersfeesten van schutterij "De Eendracht" op. 


Antoon Nova, de allereerste dirigent van "De Club"      

1895    Bij algemene politieverordening voor de gemeente Didam wordt bepaald dat geen lijken naar de begraafplaats vervoerd mogen worden anders dan in behoorlijke en goed gesloten kisten en dat het graf binnen twee uur weer gesloten moet worden. 

1895     Enkele dagen voor zijn 65e verjaardag overlijdt na een kortstondige ziekte Petrus J. Tasset, sedert 1875 pastoor van de Didamse R.K. Martinusparochie. Tijdens zijn pastoraat kwamen de R.K. kloosterzusters naar Didam waardoor Didam voor het eerst katholiek lager onderwijs voor meisjes kreeg. Pastoor Tasset wordt opgevolgd door pastoor Otten. 

 


Petrus J. Tasset (1830-1895)

1896     Op vrijdag 15 mei 1896 wordt de eerste steen gelegd van het Sint Albertusgebouw, een gasthuis voor bejaarden, in Didam
In 1908 wordt aan de zuidzijde een ziekenhuis aangebouwd. In 1924 wordt aan de achterzijde een nieuw verpleeghuis voor bejaarden gebouwd en wordt het voorste gedeelte geheel als ziekenhuis ingericht. In 1928 wordt aan de noordzijde een kapel voor de zusters gebouwd. Het ziekenhuis in Didam blijft tot 1966 in gebruik. In de periode 1908 tot 1966 beschikken de Didammers over een eigen ziekenhuis.
 

 

 

1896     In de nacht van 23 op 24 juli 1896 legt een hevige brand het huis van de weduwe Kelderman-Schut in Didam volledig in de as. Een geit en een varken overleven de vuurzee niet.

1896   De Zevenaarse burgemeester Ludovicius ridder De van der Schueren richt samen met pater Gerlachus van den Elsen de Nederlandse Boerenbond op om de nood onder kleine boeren te verlichten. De Didamse burgemeester B. J. Hulshof (1856 - 1926) wordt de eerste secretaris van het dagelijks bestuur van de Nederlandse Boerenbond.


Bernard Hulshof (1890)
 burgemeester van Didam van 1890 tot 1899

 

1897   In  Didam wordt de eerste Boerenleenbank in Gelderland (en een van de eerste in Nederland) opgericht. Jan ter Laak, zoon van Jacobus ter Laak, molenaar van de St. Martinusmolen, wordt de eerste kassier.

1897    In 's Heerenberg wordt de R.K. Pancratiuskerk ingewijd.


 

Interieur van de R.K. Pancratius in 's Heerenberg

De kerk is gebouwd in 1895 - 1897 naar een ontwerp van de bouwmeester Afred Tepe. Het meubilair en de kruiswegstaties komen uit de ateliers van W. Mengelberg. In de toren hangen de drie klokken, die in 1496 door Geert van Wou zijn gegoten. In het kerkgebouw boven het priesterkoor hangt een kruis, dat in de volksmond het botterkruus (boterkruis) wordt genoemd omdat het is geschonken door iemand, die erg rijk van de botersmokkel is geworden.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog zijn de pastoor van de Pancratiuskerk (Galama) en de kapelaan (Van Rooyen) in het concentratiekamp Dachau vermoord. Uit respect en ter nagedachtenis zijn er na de Tweede Wereldoorlog enkele glas-in-lood ramen, over hun deportatie en moord, in de kerk aangebracht.

 

 

 


 

 

 

 

1898   Franciscus Gilsing (1868-1942) start in de Spoorstraat in Didam een kleermakerij, die in latere jaren met (klein)kinderen uitgroeit tot een textielwarenhuis met ook vestigingen in Lichtenvoorde (1923), Gendringen (1928), Doetinchem (1933), 's-Heerenberg (1938), Emmeloord (1953) en Terborg (1958). Ruim honderd jaar tot het begin van de 21e eeuw blijft Gilsing in Didam als herenmodezaak in handen van nakomelingen van Franciscus Gilsing.                                   .

 
Winkel Gilsing in de Didamse Spoorstraat 
(begin 20e eeuw)

1898   In Didam, op de hoek van de Hoofdstraat en de Oranjestraat, begint Jan Welling met Cafe Wielerrust.                                   .

 

1899   In Didam bedraagt, aan het einde van de 19e eeuw, het percentage mannelijke en vrouwelijke analfabeten respectievelijk 8% en 11%.  Aan het begin van de 19e eeuw eeuw bedroegen deze aantallen nog 70% en 80%.


Dorpscentrum van Didam aan het begin van de 20e eeuw
kerk met links het burgemeesterhuis (van 1899 - 1921)  
en geheel rechts het in 1908 gebouwde ziekenhuis 

 

1899   De Didamse burgemeester B. J. Hulshof (1856 - 1926) wordt benoemd tot burgemeester van Bergen op Zoom.


Bernard Hulshof (1890)
 burgemeester van Didam van 1890 tot 1899

 

1900   Rondom de eeuwwisseling groeit Emmerik (Emmerich) uit tot een industriestad, die veel arbeiders uit Didam aantrekt. Zij die in Emmerik werken, gaan dagelijks per fiets dan wel per trein vanuit Babberich. Na het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog in 1914 vermindert hun aantal sterk en velen schakelen in die periode over op het beroep van smokkelaar waarmee ze meer verdienen dan met werken mogelijk is.


1900    Omstreeks deze tijd wordt bij het rooien van bossen en het in cultuur brengen van heide ondermeer door boeren in Nieuw-Dijk vele zogenoemde donderbeitels gevonden. De vondst betreft stenen vuistbijlen van rond 2000 jaar voor Christus. De vondsten maken het aannemelijk dat de zandgronden rond het huidige Didam al in de steentijd zijn bewoond.

1900   In december brengt Paul Kruger, president van Zuid-Afrika per trein een bezoek aan Nederland. De ontvangst is overal gigantisch en overweldigend. 
Reeds vanaf het moment dat Kruger vanuit Emmerich op donderdag 6 december in Zevenaar aankomt, staan vele duizenden hem enthousiast toe te juichen. Van de kerktoren, station en vrijwel alle woningen wapperen vlaggen, Nederlandse en Transvaalse. Wanneer de trein het station in Zevenaar nadert stijgt een enorme jubelkreet op. Op het station bevinden zich afgevaardigden van onder meer de gemeenten Zevenaar, Lobith, Terborg, Didam en Doetinchem. De fanfares van Didam en Zevenaar spelen het Transvaalse volkslied.

1901    De legendarische Didamse meester Berendsen publiceert samen met dr. J. C. Bouwmeester een methode voor spreek- en leesonderwijs voor minder begaafde kinderen. Bij deze methode, met gekoppeld lees-, spreek- en zangonderwijs worden tijdens de eerste schoolweken de klanken benoemd naar mondstanden, die in het leesboekje zijn afgedrukt.

Johannes Vincentius Berendsen (1852 - 1919)
Berendsen, zoon van de Didamse blauwverver Gerhardus Berendsen en Elisabeth Jansen, is vooral in de laatste decennia van de 19e en de eerste decennia van de 20e eeuw een zeer geziene meester.
In zijn onderwijs heeft hij extra aandacht voor de minder begaafde kinderen. De omstandigheden waaronder Berendsen in Didam werkt zijn vaak verre van ideaal. Omdat het Didamse gemeentebestuur onderwijzers slechts het minimumsalaris betaalt, zijn er regelmatig vacatures op school. In 1885 schrijft de inspecteur (schoolopziener) een boze brief aan het Didamse gemeentebestuur, waarin hij mededeelt dat hij meester Berendsen op school heeft aangetroffen met 125 kinderen onder zijn verantwoordelijkheid. 

1902    In de winter van 1902 wordt de Didamse onderwijzer J. Jongbloed ernstig ziek. Hij lijdt aan de gevreesde tuberculose (t.b.c.). Het Didamse gemeentebestuur wil hem ontslaan, maar zijn collega's vragen om dit niet te doen. De onderwijzersorganisatie biedt bovendien aan het salaris voor een plaatsvervanger te betalen. Desondanks wordt onderwijzer Jongbloed ontslagen zonder enige financiele uitkering. Enkele dagen na dit ontslag overlijdt hij op 4 april 1903 in Rekken in het huis van zijn moeder en stiefvader (aanvullende informatie van: Harald Bleumink uit Rekken) . Hoezo goede oude tijd?

1903   Omstreeks deze tijd wordt aan de Weemstraat (nu Hoofdstraat) in Didam de in 1770 gestichte synagoge afgebroken.


Herdenkingssteen op pand Hoofdstraat 20 (2012)

  
Hoofdstraat 20 (2012)           

1903    Na maar liefst 47 jaar als vroedvrouw / verloskundige in Didam te hebben gewerkt gaat mevrouw Carolina Sevens - Hubers met pensioen.

1904    Op een totale Didamse beroepsbevolking van ongeveer 1700 mensen vinden er ruim 1050 een bestaan in de landbouw.  

 

1905    Maandagmiddag 6 november 1905 brandt het daghuurdersplaatsje "Bloemenkamp", bewoond door de gezinnen van M. Mom en H. Tiemes, in Greffelkamp bij Didam volledig af. Omdat niets is verzekerd, brengt deze catastrofe beide gezinnen tot de bedelstaf. 

1906    In januari zoekt de Rijkspolitie uit de omtrek en de marechaussee van Zevenaar versterkt met manschappen van andere brigades gedurende vele weken in de bossen naar Dorus Driesen. Dorus is lid van de beruchte familie Driesen en naast Dorus worden ook zijn broers Antoon en Bernard bij voortduring gezocht en veroordeeld. Op dinsdagmiddag 23 januari 1906 lukt het de rijksveldwachters Heere uit Babberich en Almekinders uit Didam eindelijk om Dorus Driesen te arresteren. Hij wordt overgebracht naar het arrestantenlokaal in Didam en de hele nacht zorgvuldig bewaakt uit vrees dat zijn broers hem zullen bevrijden. De volgende dag wordt Dorus overgebracht naar de gevangenis in Arnhem waar hij een straf van 9 maanden moet uitzitten.

1906    In Didam komt een nieuw postkantoor gereed.


Didam, omstreeks 1908, vanaf de kerktoren, met links vooraan het nieuwe postkantoor
 
De straten (de huidige Wilhelminastraat en boven rechts de Spoorstraat) zijn nog onverhard. 
Naast het postkantoor panden van verver Kuppens en schoenmaker Even (vanaf 1908 coop. De Vruchtboom). Rechts achtereenvolgens panden van timmerman Lichtenberg, blauwverver Schlief, koperslager Kuppens en  het dubbele pand van uurwerkmaker Lukassen en slager Wolsing (voorheen gemeentesecretaris Banken).Op de hoek Wilhelminastraat/Spoorstraat: bakker Looman met aan de overzijde meubelmaker Wolters.

1906    Boerderij "De Lockhorst" van de familie Fierkens - Pallada brandt tot de grond toe af. In latere jaren wordt de boerderij weer opgebouwd en eigenaar Hannes Fierkens (1855 - 1940) laat in de bovengevel een steen metselen met het opschrift "De Lockhorst 1881" verwijzend naar het jaar 1881, waarin de familie Fierkens Wageningen verliet om zich in Didam te vestigen. In 1973 verkoopt Jan Fierkens, kleinzoon van Hannes Fierkens, boerderij "De Lockhorst" aan de Stichting Welzijn Gehandicapten Oost Gelderland waarmee voor de familie Fierkens na ruim negentig jaar een eind komt aan werken en wonen op de Didamse boerderij "De Lockhorst".

1907    Gerard (G.J.B.) Stork (1865 - 1951) wordt predikant in Didam. Hij blijft dit gedurende een periode van 36 jaar tot zijn emeritaat in 1943. Ds. Stork gaat de geschiedenis in als een begripvol mens, die een belangrijke rol heeft gespeeld bij de verbetering van de verhouding tussen katholieken en protestanten. Naast zijn functie van predikant bekleedt Stork diverse andere functies. Zo wordt hij in 1917 directeur van het Rijks Quarantaine Station in Didam, waarin in de periode 1917 tot 1919 in totaal 2500 deserteurs van diverse nationaliteiten worden opgevangen.

In het begin van de 20e eeuw is dominee Stork een der eersten, die in het bezit is van een auto.
Op deze foto: mevrouw Stork - van Ralen (echtgenote van ds. Stork) en hun dochter voor De Wheem.


1908
    Het gasthuis / ziekenhuis in de Didamse Raadhuisstraat gaat van start.
 

    Het voormalige gasthuis in Didam aan de Raadhuisstraat

1908    Op zondagmiddag 21 juni valt het vijfjarig kind van de familie Vierwindt in een pot hete soep en overlijdt  een dag later aan de opgelopen brandwonden.

1908    De tramlijn van Lichtenvoorde naar Zeddam wordt op 2 juli in gebruik genomen. Plannen om deze lijn door de Liemers via Didam, Zevenaar, Duiven en Westervoort door te trekken naar Arnhem worden echter nooit verwezenlijkt.

1908     Op donderdag 12 november overlijdt pastoor C.J.A. Otten (1847-1908), sedert 1895 pastoor van de Didamse R.K. Martinusparochie. Tijdens zijn pastoraat zijn verregaande plannen ontwikkeld voor de bouw van een grootse kathedraal in Didam. Na zijn dood worden deze plannen echter niet gerealiseerd en komt in plaats hiervan een tweetal nieuwe kerken in Loil en Dijk. Pastoor Otten wordt opgevolgd door pastoor Reuvekamp (1864-1946), die enkele jaren later tot deken wordt benoemd. 

 


Pastoor C.J.A. Otten (1847-1908)

1909    De aartsbisschop van Utrecht belast pastoor P.J.J. Inden in november 1909 met de oprichting van een nieuwe R.K. parochie in Loil (Didam).

1910    Op maandagavond 8 augustus treft het noodlot de familie Som in Didam. Landbouwer P. Som valt die avond op de Babberichseweg in Zevenaar van zijn met rogge geladen kar en wordt overreden. Op weg naar het ziekenhuis overlijdt hij.

1910     Met een marktaandeel van bijna 30% heeft Didam de grootste biggenmarkt van Liemers en Achterhoek.

De wekelijkse markt in Didam in 1936. De "Diemse" markt is vooral bij boerenhuishoudens altijd bijzonder populair geweest.

1910   Op 15 november wijdt aartsbisschop Van de Wetering de nieuwe kerk in Loil, een van de oudste buurtschappen van Didam, plechtig in. Wanneer een jaar later ook in Dijk bij Didam een nieuwe R.K. kerk wordt ingewijd heeft de gemeente Didam in korte tijd twee nieuwe R.K. parochies.


De R.K. kerk in Loil in 1910

1911     Jhr. Tanne van Nispen tot Pannerden (1884 - 1964) wordt op 27-jarige leeftijd burgemeester van Didam.

 



Jhr. Antoine (Tanne) Eduard Marie van Nispen tot Pannerden wordt in 1884 geboren in Zevenaar. In 1920 wordt hij burgemeester van Zevenaar, waar zijn grootvader in het midden van de 19e eeuw ook al burgemeester was geweest.

 

1911    Op 5 oktober wordt in Nieuw-Dijk (Didam) de nieuwe R.K. kerk ingewijd door de Utrechtse aartsbisschop Henricus van de Wetering. De Zevenaarse kapelaan Bonekamp wordt de eerste pastoor van de nieuwe parochie, die naar de heilige Antonius van Padua wordt genoemd. .  

 

1912    Op dinsdagavond 26 november 1912 schiet in Achterwehl (het huidige Nieuw-Wehl) tijdens een hoogopgelopen ruzie de 60-jarige Reintje Eijt-Aalbers de 18-jarige kippenhandelaar Nico Graus uit Didam met een jachtgeweer dood. Na haar daad meldt de vrouw, echtgenote van timmerman Jan Eijt, zich bij de politie. Op last van de officier van justitie wordt Reintje door de rijksveldwachter Van Soest naar Arnhem overgebracht waar ze in het voorjaar van 1913 wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van vijf jaar

1913    Op donderdag 22 mei 1913 wordt in Loil (Didam) op initiatief van pastoor Inden een muziekvereniging opgericht, die de naam Amicitia (vriendenkring) krijgt. De muziekvereniging wordt een harmonie, die al snel in een behoefte blijkt te voorzien want niet alleen processies van de eigen parochie worden opgefleurd maar ook zet de harmonie luister bij aan processies, feesten, bruiloften en jubilea tot in de verre omgeving.  

 


     Amicitia in 1953 tijdens het veertigjarig jubileum 

1914    Op 31 juli om 12.10 uur kondigt de Nederlandse regering een militaire mobilisatie aan. Korte tijd later breekt een weerzinwekkende oorlog (W.O. I 1914 - 1918) uit waarin 10 miljoen mensen omkomen. Hoewel Nederland buiten het oorlogsgeweld blijft, gaat ook in de Liemers de bevolking gebukt onder angsten, onzekerheid, tekorten, ondervoeding, werkeloosheid en armoede.

Ook soldaten uit de Liemers worden in 1914 gemobiliseerd. Op nevenstaande foto Gerrit Jansen uit Zevenaar (staand geheel links), broer van Marie Polman-Jansen (over-overgrootmoeder van Sam, Simon en Sjef van Keulen).

Volgens de overlevering loopt Bernardus Jansen (vader van o.a. Gerrit en Marie), over-over-overgrootvader van Sam,  Simon en Sjef van Keulen, bij het kijken naar het verloop van de mobilisatie een "koudje" op ten gevolge waarvan hij op 11 augustus 1914 op 64-jarige leeftijd overlijdt. 

Wanneer de strijdende partijen eind 1914 vastlopen in een zinloze en wrede loopgravenoorlog in Vlaanderen zal het Nederlandse leger vier jaar paraat blijven. Voor de meeste Nederlandse soldaten is dit een periode van grote ergernis en verveling.


 

1915    Door de oorlogssituatie (alle buurlanden zijn in de Eerste Wereldoorlog verwikkeld) ontstaan tekorten, waardoor de prijzen stijgen en de armoede ook in Didam snel toeneemt. Daarentegen zijn er ook velen die door de smokkelhandel met Duitsland snel en grof geld verdienen. 
 

Smokkelaars aangehouden door douaniers;
op de achtergrond Eltenberg, schilderij van Maximiliaan Kitzinger (1871)

 

1915    De gemeente Didam start een eigen elektriciteitsvoorziening. De carbidverlichting kan daardoor worden vervangen.

 


Didam in 1910 kort voor de komst van elektriciteit. Rechts het postkantoor. Op de achtergrond een carbidlamp (voor notarishuis en kerktoren), links naast het notarishuis het huis van schoenmaker Jan Ros.


1916
    De gemeente Didam telt 5108 inwoners. Het aantal aansluitingen op het elektriciteitsnetwerk van de P.G.E.M. (Provinciale Gelderse Elektriciteits Maatschappij, de voorganger van de Nuon) bedraagt 102. Het gemiddeld elektriciteitsverbruik per aansluiting bedraagt 209 kWh per jaar. Tien jaar later in 1926 zijn er inmiddels 448 aansluitingen en bedraagt het gemiddeld jaarlijks verbruik per aansluiting 418 kWh. Het tarief bedraagt in 1916:  0,40 gulden (ongeveer 0,18 euro) per kWh, in 1926: 0,24 gulden (ongeveer 0,11 euro) per kWh.

 

1916    Tijdens de oorlog 1914 - 1918, een periode van extra grote armoede, verdienen Didammers wat bij met het zoeken van eikels voor namaakkoffie, het verzamelen van bladeren van braamstruiken voor namaakthee en het vangen van bunzings en mollen.

 


             Didam dorpscentrum (1900)


1916
     In de nieuwe parochie (Nieuw-)Dijk gaat een openbare school van start waardoor de "Diekse" kinderen niet meer naar het dorp "Diem" hoeven. Meester Theodorus Hubertus de Ponti wordt het eerste schoolhoofd. In 1935 wordt deze openbare school een R.K. school met Sint Antonius als beschermheilige.



School in (Nieuw-) Dijk omstreeks 1920


1917    De gemeenteraad van Didam benoemt Elisabeth Mankhorst tot gemeentevroedvrouw. Korte tijd later trouwt de jonge vroedvrouw / verloskundige met Wilhelmus Schuurman, waarna ze in de volksmond als "juffer Schuurman" door het leven gaat. Juffer Schuurman, een zeer hartelijke en warme vrouw, blijft meer dan veertig jaar als vroedvrouw in Didam werkzaam en heeft aan het eind van de jaren vijftig meer dan tienduizend bevallingen verricht. 
 


Vroedvrouw Schuurman ruim 10.000 bevallingen  


1917
    In Didam gaat het Rijks Quarantaine Station van start, waar in totaal ongeveer 2500 deserteurs van vele nationaliteiten worden ondergebracht. Zieke militairen worden in afzondering verpleegd in houten barakken. Naast influenza is tuberculose (vliegende tering) een besmettelijke aandoening, die aan velen het leven kost. Directeur wordt de Didamse dominee Stork. Na de opheffing in 1919 worden de houten barakken gebruikt voor een kinderkamp, waar in de periode 1919 tot 1929 ongeveer 4000 verzwakte stadskinderen worden ondergebracht om weer op krachten te komen. Directeur van het kinderkamp wordt eveneens dominee Stork.

  
Quarantaine-station Didam in 1918
Links: Per speciale "lazeret" trein worden deserteurs na verblijf in het Didamse Rijks Quarantaine station naar eigen land vervoerd.

In het midden met hoed op het hoofd: de directeur van deze inrichting, dominee G. Stork
Rechts Twee zieken, een verpleegster en het directeursechtpaar. Zieke militairen worden in afzondering verpleegd in houten barakken. Naast influenza is tuberculose (vliegende tering) een besmettelijke aandoening, die aan velen het leven kost.

1918    Op 11 november komt een eind aan een onvoorstelbaar bizarre en gruwelijke oorlog (Wereldoorlog I). Een groot deel van de Europese, vooral mannelijke jeugd, is afgeslacht. Naast de ongeveer 9 miljoen(!) dodelijke slachtoffers, zijn vele miljoenen levens geknakt en gezinnen kapot gemaakt. Nederland en ook de Liemers zijn de dans ontsprongen maar hebben wel de ontberingen (armoede) van de oorlog gekend.

1918     Op 27 mei meldt het persbureau Reuter dat de Spaanse koning alsmede Spaanse ministers lijden aan een geheimzinnige aandoening, die later de geschiedenisboeken ingaat als de "Spaanse griep van 1918". Een aandoening waaraan wereldwijd 20 miljoen mensen sterven. Omstreeks 10 juli komt de Spaanse griep de Liemers binnen, nadat in Elten en Emmerik enkele honderden gevallen van griep zijn geconstateerd.
De wereldwijde influenza-epidemie teistert ook Didam. De Graafschap-Bode van 19 november 1918 meldt: "Overal, in 't binnenland hoort men van ziekte en sterven. In de dorpen luidt dag aan dag de doodsklok".


Begrafenis in 1918 van een gedeserteerde Franse soldaat, overleden in het Rijks Quarantainekamp in Didam.


 

1919     Het Didamse spoorwegstation gebouwd in 1884 wordt over de hele lengte met een verdieping verhoogd.

Station Didam in 1950
In 1973 wordt het station afgebroken en vervangen door het station wat er heden ten dage nog staat.

 


1919    Nadat de Eerste Wereldoorlog voorbij is komt de trek van Didamse arbeiders naar Duitsland niet terug. Didamse bouwvakkers fietsen vooral naar werk in Arnhem en omgeving maar werken ook elders.

 


Didam, Marktplein omstreeks 1919 Rechts: het herenlogement, links: de bakkerswinkel van Van Leeuwen en de kledingwinkel van Von Haar, in het midden: het oude gemeentehuis 

 

1919    Het Kamp Didam, dat in 1917 geopend is om Duitse burgers en deserteurs op te vangen, wordt in 1919 ingericht voor de opvang van verzwakte stadskinderen ("bleekneusjes").

 


Kamp Didam, waar na de Eerste Wereldoorlog stadskinderen worden opgevangen om aan te sterken. Het Kamp Didam heeft gestaan op de plaats waar zich in onze tegenwoordige tijd industrieterrein De Fluun I, bevindt. 

1919    In Didam gaat de Katholieke Volkshuishoudschool St. Oda van start. Hiermee krijgt de gemeente Didam voor het eerst in de geschiedenis een school voor voortgezet onderwijs. In de jaren dertig krijgt de school een belangrijke streekfunctie en wordt het schoolgebouw aanzienlijk vergroot. In het midden van de 20e eeuw wordt de vergrote huishoudschool opnieuw veel te klein en in 1953 wordt een nieuwe school aan de Bodenclauwstraat geopend.

 


      Huishoudschool in Didam, omstreeks 1924

 

1920    Omstreeks 1920 wordt Huis Loil, in deze tijd ook wel genoemd kasteel Tengbergen, afgebroken.  De oorsprong van Huis Loil bevindt zich in de 14e eeuw. Er is dan sprake van een "kasteel van Loel" (Loil). In 1357 is Albrecht Doys van Loel leenman van dit kasteel.


Huis Loil in 1783

1920     In Didam wordt een  R.K. middelbare land- en tuinbouwwinterschool opgericht. In de zomer zijn er geen lessen omdat de boerenzonen op de boerderij nodig zijn. De school heeft een belangrijke regionale functie en zou ruim een halve eeuw tot 1971 blijven bestaan. In de jaren zestig is Louis van Keulen, overgrootvader van Sam, Simon en Sjef van Keulen, enige jaren in deeltijd (avonduren) docent aan deze school.

De geslaagden van de middelbare land- en tuinbouwschool in 1923
Bovenste rij v.l.n.r.: J. Giessen (Angerlo), A. Gerritsen (Drempt), F. Giesen (Zevenaar), H. Kaal (Holthuizen), G. Wolsing (concierge 1920-1946), H. Scheers (Wehl), H. Roemaat, H. Giesen (Zeddam) en E. Stam (Babberich); middelste rij v.l.n.r.: A. Hoppereys (Dichteren), J. Braam (Zeddam), H. te Witt (Groessen), A. Poodt (Herwen), H. Evers ('t Loo), W. van Onna (Wijnbergen), A. Mentink (Steenderen) en F. Giesen (Steenderen); voorste rij v.l.n.r.: Th. van Sandt (Babberich), J. Giesen, H. Hendriks (leraar 1920-1948), A. Tombrock (godsdienstleraar 1920-1927), ir. H.J.M. Verhey (directeur 1920-1958) en Th. Schenning (Wehl).

 

 

1920     In december besluiten ruim vijftig inwoners van de Didamse buurtschap Greffelkamp om een eigen schutterij op te richten. Als naam wordt Sint Martinus gekozen, de patroonheilige van de R.K parochie waaronder Greffelkamp hoort.

 


Het bestuur van schutterij Sint Martinus, halverwege de jaren twintig. V.l.n.r: J. Rasing (penningm.), A. Stienissen, J. Reintjes, W. Luiking (voorz.), J. Elshof, W. Zweers en B. van Onna (secr.).

 

1921    Op initiatief van de 20-jarige Mart Welling wordt de Nieuw-Dijkse fanfare D.E.S. (Door Eendracht Sterk) opgericht. Het eerste dagelijks bestuur bestaat uit: Theed Wiendels (voorz.), Mart Welling (secr.) en Willem Raben (penningm.).

 

1921    Op initiatief van meester De Ponti wordt de Nieuw-Dijkse schutterij St. Antonius opgericht. Het allereerste schuttersfeest wordt gevierd op zondag 18 en maandag 19 september 1921. Het feest wordt gehouden aan de Smallestraat in het weiland van Boerstal, alwaar een gehuurde tent is opgezet.

 

1921    Begin oktober raakt de 45 jarige J.A. Balduk uit Didam op zijn werk op de steenfabriek van Jurgens in De Steeg bekneld tussen een muur en een kar en overlijdt ter plaatse. Hij laat een vrouw en negen kinderen na.

1922     Begin twintigerjaren komt Didam enkele malen negatief in het nieuws:
-  de gemeentesecretaris verduistert geld van het gemeentelijk elektriciteitsbedrijf. 
-  een ruzie tussen burgemeester Van de Poll en gemeentesecretaris Van Uum escaleert. Al vechtend rollen beiden van de trap en de burgemeester moet kortstondig in het ziekenhuis worden opgenomen. 

 

1922     Op 3 januari wordt het nieuwe gebouw van de Didamse Land- en tuinbouwschool aan de Dijksestraat in Oud-Dijk in gebruik genomen. In de jaren hiervoor zijn de lessen gegeven in het Carolusgebouw aan de Didamse Kerkstraat en het Cathechismuslokaal naast het kerkhof (in latere tijd mortuarium).

 


 Land- en tuinbouwschool in  Didam (1922) |
 In de jaren vijftig krijgt het gebouw een extra verdieping.

1922    Voor de arbeiders uit Didam, die in Duitsland werken, is de na de Eerste Wereldoorlog optredende superinflatie een groot probleem doordat de zuur verdiende Duitse Marken in rap tempo minder waard worden. Er wordt dan ook gezegd dat de Duitse Marken sneller in waarde dalen dan de trein naar Didam kan rijden om ze nog tegen redelijke koers in guldens om te wisselen waardoor het loon steeds minder toereikend is om een gezin te onderhouden.

1922    In de late avond van zaterdag 2 december keren twee jonge arbeiders woonachtig in Didam terug van arbeid in Duitsland. Onderweg in Zevenaar krijgen ze ruzie, die zo hoog oploopt dat de 23 jarige J. van Wessel, gehuwd en vader van twee kinderen, de 20 jarige J. Steintjes met een mes dodelijke verwondingen toebrengt. 

1923   De openbare school aan het schoolpad in Didam wordt omgezet in een katholieke school.

 


Didam, openbare school voor jongens omstreeks 1900
Deze school is omstreeks 1867 gebouwd nadat de vorige openbare school in gebruik is genomen als gemeentehuis. In 1923 wordt het de katholieke Sint Ludgerusschool
. 

1923    De beide gemeenteveldwachters, J. Olislagers (veldwachter sedert 1893) en H. Bollen (veldwachter sedert 1895) gaan met pensioen. Naar aanleiding hiervan richten inwoners van de Kerkbuurt in Nieuw-Dijk een verzoek aan de gemeenteraad van Didam. Zij schrijven: "Als er iets gebeurt, waarbij politiehulp noodzakelijk is, dan duurt het een tot twee uur voor die hulp uit de Kom van Didam hier kan zijn. Om die reden verzoeken de 43 ondergetekenden, waaronder pastoor Bijland, om een van de nieuw te benoemen gemeenteveldwachters in Nieuw-Dijk te stationeren". Het verzoek wordt echter niet toegewezen.

1923      De gemeente Didam verkoopt voor 5400 gulden (2.500 euro) haar gemeentelijk elektriciteitsnet aan de PGEM (Provinciale Gelderse ElektriciteitsMaatschappij), de voorloper van de huidige Nuon.

 


Didam omstreeks 1916 Vanaf 1915 krijgt het dorp elektriciteit uit de centrale in Nijmegen via het bovenstaand transformatorhuisje (in de volksmond peperbus genoemd) voor het postkantoor.

1924    In Zevenaar wordt een streeksanatorium geopend voor lijders aan t.b.c. (tuberculose / tering). Vooral onder de armere delen van de bevolking van Didam maakt de gevreesde ziekte veel slachtoffers.    



Lighal van het Zevenaarse sanatorium
Volgens de inzichten van die tijd geschiedt het kuren bij voorkeur in de openlucht. Door armoede, ondervoeding en slechte leefomstandigheden komt t.b.c. erg veel voor. Nadat halverwege de twintigste eeuw een werkzaam medicijn wordt ontdekt door Waksman en de welvaart toeneemt, daalt het aantal lijders aan deze aandoening snel.



1924
    Op 1 oktober  wordt  in Loil bij Didam een meisjesschool en een zustersklooster (Canisiusgesticht) aan de (huidige) Kloosterstraat geopend

In het voorjaar van 1945, kort nadat De Liemers is bevrijd van de Duitse bezetter, ontploft op de speelplaats van de meisjesschool een omvangrijke hoeveelheid munitie waardoor school en zustersklooster worden verwoest (zie jaar: 1945). Bij dit dramatische gebeuren komen twee twaalfjarige meisjes om het leven


    Meisjesschool en Canisiusklooster in Loil (1935) 

1924     Aan de achterzijde van de Albertusstichting in Didam wordt een nieuw verpleeghuis voor bejaarden gebouwd. Het voorste gedeelte wordt vervolgens geheel als ziekenhuis ingericht. In 1928 wordt aan de noordzijde een kapel voor de zusters gebouwd. Het ziekenhuis in Didam blijft tot 1966 in gebruik. In de periode 1908 tot 1966 beschikken de Didammers over een eigen ziekenhuis. 

 

 

1925     Een legendarisch noodweer, bekend onder de naam stormramp (ook wel cycloon) van Borculo, trekt in de vroege avond  van 10 augustus over Brabant, via Nijmegen, Liemers en Achterhoek naar Twente en uiteindelijk naar Duitsland. Borculo wordt geteisterd door een onvoorstelbare tornado met een diameter van tussen een en twee kilometer. Er vallen vier doden en tachtig gewonden. Ook de buurtschap Dijk bij Didam wordt zwaar getroffen.

Het dagblad "Het Vaderland" schrijft op 11 augustus: "Het hevige noodweer heeft gisteravond de buurtschap Dijk nabij Didam eveneens ernstig geteisterd. De bewoners van deze buurtschap zagen plotseling een hooge grijze zuil, welke steeds nader kwam, en welke op haar weg alles meesleurde. Niet minder dan elf woningen werden vernield. Een man en een vrouw werden tientallen meters weggeslingerd."
De avondeditie van de NRC schrijft, ook op 11 augustus 1925: "Gisteravond heeft zich in de omgeving van Didam een noodweer ontlast, zooals zelden in ons land is voorgekomen. Tegen halfzeven kwam de bui uit het Zuiden aanzetten. Een hevig onweer, gepaard met een slagregen, was de inleiding. Daarna kwam een stevige wind opzetten, die allengs in kracht toenam. Plotseling bemerkten de verschrikte bewoners van Didam, dat van de Zuidzijde, van den kant van de Babbericher Allee, een hoos kwam aanzetten, een wervelwind, die met geweldige kracht alles wat hij op zijn weg tegenkwam, in het rond smeet."

1926      Op zondag 31 oktober wordt in Didam de Didamsche Voetbal Club (D.V.C.) opgericht.

 


Cafe-restaurant Willemsen (Het Wapen van Gelderland), waar in de begintijd van D.V.C. een  kleedlokaal beschikbaar is.

 

1926    De uit Nieuwer Amstel afkomstige J.A.M. Dunselman wordt huisarts in Didam. In de periode 1926 tot 1940 is hij de enige huisarts in Didam en omgevende dorpen. Hij blijft meer dan dertig jaar een zeer geliefd huisarts totdat hij in 1960 om gezondheidsredenen de praktijk moet beeindigen.

 


Dokter Dunselman (1896 - 1970)

1927    Het gemeentebestuur bouwt aan de Hoofdstraat in Didam een nieuwe eenlokalige openbare school.

1927    Tijdens een hevig onweer treft de bliksem de woning van de familie Bannink aan de Koningsweg in Didam. Het huis wordt door brand volledig verwoest.

1928      Minister van Landbouw, Jhr. Mr. C.  J. M. Ruijs de Beerenbrouck, brengt een bezoek aan de landbouwschool aan de Dijksestraat in Didam.

 


De Minister van Landbouw bezoekt de landbouwschool in Didam
Voorste rij: v.l.n.r:  H. Verhey (directeur landbouwschool, met hoed), deken G.Reuvekamp (Didam), deken H. v. d. Waarden (A.B.T.B), minister Ruijs de Beerenbrouck, L. Baron van Voorst tot Voorst (voorz. A.B.T.B.), H. Ruiter (secr. A.B.T.B.) en L. Buve (kapelaan in Didam van 1912-1919)
 
 .

1928      Op dinsdagochtend 4 september vervoert een fabrieksbus een twintigtal meisjes naar de Turmac-fabriek in Zevenaar. Op de grindweg tussen Didam en Zevenaar moet de bus uitwijken voor een hondenkar waardoor de bus kantelt. De chauffeur raakt ernstig gewond, de overige inzittenden licht gewond. Allen worden behandeld in het ziekenhuis in Zevenaar.

 


Turmac-sigarettenfabriek in Zevenaar (1930) ook een belangrijk werkgever voor inwoners van Didam.

1929    Een van de zwaarste winters van de 20e eeuw; de hevige koude duurt van januari tot half maart. Er zijn vele meldingen van afgevroren oren en ledematen. Op 11 februari vriest in Steenderen een melkrijder, tijdens zijn dagelijkse rit op zijn wagen, dood. De problemen zijn overal groot, ook al door de veelal eenvoudige niet geisoleerde huizen, waardoor de snijdende vrieswind naar binnen waait.

   

Een beeld van de dichtgevroren Rijn bij Pannerden in 1929. Ook met auto's wordt over de Rijn gereden.

 

1929      Op donderdag 29 augustus wordt schutterij "De Heegh" opgericht. De oprichters zijn mensen uit de buurtschap De Heegh, waar in het verleden de rechters van Didam hebben gewoond.

 


De oprichters van schutterij De Heegh, waaronder vier broers Van Wessel, in 1969 bij het 40-jarig jubileum Staand v.l.n.r.: H. Menning, G. Clappers, H. van Wessel, D. Klaassen, J. van Wessel, J. Lusing, W. van Wessel, J.  en B van Vuuren.Zittend  v.l.n.r: G. van Wessel, J. Driessen, J. Bosz, W. Evers en G. Clappers.             .

1929    De positieve ontwikkelingen van de jaren twintig worden bijzonder wreed verstoord door de beurskrach op dinsdag 29 oktober; het begin van een langdurige wereldwijde recessie / depressie.

1930      Op een totale Didamse beroepsbevolking van ruim 2100 mensen vinden er ruim 730 een bestaan in de landbouw.

 


                            Didam, dorpsgezicht omstreeks 1930

 

1931    Op 7 en 8 juni viert de pas opgerichte Schutterij Sint Isidorus uit de buurtschap Oud-Dijk in Didam haar eerste schuttersfeest. Voorzitter van de nieuwe vereniging is Gradus Loeters. De schutterij is vernoemd naar Sint Isidorus de patroonheilige van de boeren.   
 


Schutterij Sint Isidorus in 1981 bij het 50 jarig jubileum

 

1931    De landbouwmarkt stort in. De Duitse grens gaat dicht, waardoor agrarische producten bijna waardeloos worden. Ook in Didam gaan velen gebukt onder de schrijnende armoede.   
 


Dorpsstraat Didam (1932)

1932    De in de Liemers immens populaire Zevenaarse arts Jan G. A. Honig (1872 - 1958) wordt voorzitter van de Koninklijke Nederlandse Maatschappij ter bevordering van de Geneeskunst (KNMG).

 

 


De immense populariteit van dr. Jan Honig blijkt ondermeer uit een bericht in een regionale krant uit 1906, waarin wordt vermeld dat Honig en zijn echtgenote, terugkomend van een huwelijksreis van drie weken, op het Zevenaarse station(splein) worden verwelkomd door een mensenmenigte van meer dan vijfduizend mensen. 


1932    In Didam wordt een radiocentrale gevestigd in het woonhuis (Lockhorststraat 22) van Antoon Versteegen. Deze centrale, die dienst heeft gedaan tot 1940, heeft in 1939 ongeveer 450 aansluitingen. Ondermeer het eeuwfeest van de R.K. Martinusparochie in 1937 wordt via deze radiocentrale uitgezonden. In 1938 richt burgemeester De Leeuw zich via deze microfoon tot de (vele) werklozen in Didam.

1932    De tollen in de gemeente Didam op de wegen naar Zeddam en Zevenaar brengen jaarlijks ongeveer 20.000 gulden (9.000 euro) op. De A.N.W.B. en de K.N.A.C. maken in een schrijven aan de ministers van Binnenlandse Zaken en Waterstaat bezwaar tegen deze tolheffingen. Het zal echter nog tot 1942 duren alvorens de tolheffing op de weg naar Zevenaar wordt opgeheven. 

1932    Op 22 mei wordt het treinstation  Babberich, aan de spoorlijn Zevenaar - Emmerik,  na 35 jaar dienst te hebben gedaan, gesloten. Van de halteplaats is vooral gebruik gemaakt door arbeiders, ook uit Didam, die in Duitsland werken. Velen komen op klompen, vandaar dat wel gesproken wordt van "klompentrein".   
 


Het eenvoudige houten stationnetje van Babberich
Pentekening M. Wenting Giesen

 

1933    W. Strijbosch pacht de graanmolen St. Martinus in Didam. In 1951 wordt de familie Strijbosch bovendien eigenaar van de molen en blijft dit tot 2004 wanneer woningbouwvereniging Laris de molen overneemt. Naast de graanmalerij en graan- en meelhandel verkoopt Strijbosch ook brandstoffen (met name kolen en vanaf 1953 bovendien olie)
Omdat de molen ruim 70 jaar in gebruik is geweest door de familie Strijbosch wordt de Martinusmolen in de volksmond nog vaak de molen van Strijbosch genoemd.

 


Molen Strijbosch 
jaren vijftig 20e eeuw

1934    Een paasvuur op dinsdag 3 april in Didam heeft een bijzonder tragisch verloop. Het vijfjarig dochtertje van de familie G.W. Lucassen komt te dicht bij het vuur waardoor haar kleren vlam vatten. Hoewel de vlammen snel gedoofd worden zijn de brandwonden zodanig ernstig dat ze een dag later overlijdt.

1934     Burgemeester Van de Poll verlaat Didam en vertrekt naar Nijmegen. Zijn burgermeesterschap is verre van vlekkeloos verlopen. Hij wordt opgevolgd door de 65 jarige voormalig Gelders Gedeputeerde W. B. Kronenburg, die als belangrijke taken krijgt de financiele janboel weer op orde te brengen alsmede de verstoorde onderlinge verhoudingen te verbeteren. 

                     


1934   
Op maandag 9 juli breekt aan het eind van de middag brand uit in het van ouds bekende cafe "De Harmonie" in Didam (eigenaaar G. Stevens). Het cafe alsmede de aangrenzende strohulzenfabriek en de winkel van de gezusters Stevenwerd branden volledig af. Het naburige ziekenhuis kan worden behouden. De brandweer van Zevenaar, die de Didamse brandweer assisteert, keert wegens watergebrek onverrichter zake naar Zevenaar terug.

1935     De gemeente Didam vervangt de tolkeet aan de Tatelaar, de verbindingsweg van Didam naar Zevenaar, door een tolgaarderwoning. Van daaruit wordt de tol tot de opheffing ervan in 1942 geheven.

 


1935     De firma Morren begint met een geregelde busdienst tussen Didam en de omliggende plaatsen.

 

1935  Er bestaan gevorderde plannen om het Twente-Rijnkanaal door de Liemers te leiden.

Realisatie van het Twente-Rijnkanaal door de Liemers kan de lokale industrie een impuls geven. Het kanaal (zie plantekening) moet lopen ten zuiden van Wehl, Didam en Zevenaar en tussen Pannerden en Lobith uitmonden in de Rijn.

Het plan is nooit gerealiseerd wellicht mede door de naderende Tweede Wereldoorlog.

Ongeveer zeventig jaar later zal een in economisch opzicht uiterst omstreden plan "de Betuwelijn" wel  geeffectueerd worden en de westelijke zijde van de Liemers splijten.   

1936    Op vrijdagochtend 7 februari brandt in Didam de boerderij van de familie H. Peters tot de grond toe af. Een 21 jarige dochter komt in de vlammen om.

1936    Op donderdag 13 februari stelt de gemeenteraad van Didam een nieuwe politieverordening vast. In deze verordening staan meer dan tweehonderd strafartikelen. Zo is het in de gemeente Didam ondermeer verboden om: "belletje te trekken, in bomen en palen te klimmen, vliegers op de weg op te laten, op de weg te schreeuwen of te voetballen, glijbanen op de weg te maken, op de weg of in lokalen te vloeken, water op de weg te werpen bij vriezend weer en karpetten op de weg te kloppen".

1936    Op zondag 26 april wordt in het Didamse kerkdorp (Nieuw-)Dijk voetbalvereniging Sprinkhanen opgericht. Het eerste bestuur wordt gevormd door Toon Raben (voorzitter), Nol Tinneveld (secretaris) en Theed Menting (penningmeester).

1936    Tussen Didam en Wehl wordt een betonweg aangelegd.
 

1936     Op dinsdag 13  oktober wordt in Didam de eerste Nederlandse streekschool voor B.L.O. (Bijzonder Lager Onderwijs voor moeilijk lerende kinderen c.q. kinderen met een verstandelijke beperking) gesticht. Vanaf het begin is er reeds een aparte klas voor imbeciele kinderen.

1937    Het huwelijk tussen kroonprinses Juliana en prins Bernard von Lippe Biesterfeld vergroot ook in Didam het enthousiasme voor de monarchie. 

Bewoners van Didam komen in 1937 bijeen bij het gemeentehuis ter gelegenheid van de verloving van kroonprinses Juliana met prins Bernard von Lippe Biesterfeld.

Dit Didamse gemeentehuis (afb.), oorspronkelijk een schoolgebouw dat in 1867 werd verbouwd tot raadhuis, blijft tot 1938 als zodanig dienst doen.

1937     De congregatie van de fraters van Utrecht beginnen met het buitengewoon onderwijs voor jongens.

1937     In oktober viert katholiek Didam dat de Sint Martinuskerk honderd jaar geleden is ingewijd. Het initiatief voor de viering gaat uit van de Didamse pastoor-deken Reuvekamp.

Enige prominente Didamse katholieken (omstreeks 1920)
V.l.n.r: kapelaan G.C. Smit, H. Verhey (directeur landbouwschool), kapelaan van der Heijden, pastoor Reuvekamp, A. van Romondt (notaris) en kapelaan Buve.

1938    Met de huisvesting is het in de eerste helft van de 20e eeuw ook in Liemerse gemeenten soms nog erg slecht gesteld, zoals blijkt uit ondermeer  de Graafschap-Bode van 1938.



Uit de Graafschap-Bode (1938): "In de gemeente Wehl aan een smal wegje naar Nieuw-Wehl staat een steenen schuurtje: vier muren en een dak. Een vloer bezit het kot niet, evenmin behoorlijke vensters, of men zou de met planken dichtgespijkerde gaten voor zoodanig moeten houden. Van de dakpannen zijn er velen door de lieve jeugd stuk gegooid en de deuren kan men kwalijk nog zoo noemen ( ). Reeds ongeveer 10 jaar leeft Dien Damen hier (  )."

Vergelijkbare toestanden kan men in de eerste helft van de 20e eeuw nog overal aantreffen. 

 

 

 


1938   
De legendarische priester-redenaar Henri de Greeve SJ (1892 - 1974) richt de "Bond zonder Naam" op om de naastenliefde te bevorderen. Voor zijn wekelijkse radio-uitzending het Lichtbaken op zaterdagavond blijven veel katholieken ook in Didam graag thuis.

1938    Op zondag 4 september vindt in Didam een belangrijke vriendschappelijke voetbalwedstrijd plaats tussen D.V.C. (versterkt met enige sterspelers uit andere Liemerse elftallen) en regerend landskampioen Volendam. Bij Volendam speelt o.a. Koning mee, die op dat moment geldt als de beste linksbuiten van Nederland. Burgemeester Kronenburg van Didam verricht de aftrap van de wedstrijd, die met 3-2 door de Didammers wordt gewonnen. De wedstrijd, bijgewoond door duizenden toeschouwers uit de wijde omgeving, vindt plaats waar in latere tijd het verzorgingshuis de Kelsehof komt. De prijs van de toegangskaarten voor de wedstrijd bedraagt 25 cent (12 eurocent).

1939    Op maandagmiddag 6 maart breekt omstreeks 4 uur door onbekende oorzaak brand uit op de zolderverdieping van het kledingmagazijn van de firma F. Gilsing in Didam. De vlammen grijpen zeer snel om zich heen waardoor de brandweer machteloos tegenover de vuurzee staat en het gehele drie verdiepingen tellende pand volledig afbrandt. 


    F. Gilsing sr.

 

1940    In de nacht van 10 mei komen grote aantallen Duitse vliegtuigen over. Een onafzienbaar leger Duitse soldaten komt vanuit Zevenaar in de richting van Arnhem. Na het opblazen van de Westervoortse brug ontstaat enige tijd een file aan Duitse oorlogsvoertuigen van meer dan 20 km. tot Emmerich; om 11 uur die ochtend is de IJssellinie gebroken. 


    De op vrijdag 10 mei in alle vroegte om 4.45 uur verwoeste Westervoortse brug.

 

1940     Nog geen kwartier nadat de Duitsers op vrijdag 10 mei om 3.55 uur de grens overschrijden, sneuvelt in Didam de dienstplichtige soldaat Thomas van Kekem (1920 - 1940) uit Tienhoven. De boer bij wie hij ingekwartierd was, had de soldaten een dag eerder nog op het hart gedrukt vooral geen weerstand te bieden wanneer de Duitsers zouden komen. Veel grensbewoners vermoedden al wat zou gaan gebeuren en waren overtuigd van de Duitse overmacht en de zinloosheid van man tegen man gevechten.

 

1940    In de strijd tegen de Duitsers aan de Grebbelinie bij Rhenen sneuvelen vier dienstplichtige soldaten uit Didam.


Sally Loewenstein (1918 - 1940) uit Didam sneuvelt 13 mei 1940 op de Grebbeberg



Petrus Johannes Bodde uit Didam sneuvelt op 11 mei 1940 op 25-jarige leeftijd in de strijd tegen de Duitsers aan de Grebbelinie. Zijn lichaam wordt 17 mei 1940 gevonden. Hij is begraven op het ereveld (rij 4, graf 21) in Rhenen (foto links).
Salomon Loewenstein uit Didam sneuvelt op 13 mei 1940 op 21-jarige leeftijd in de strijd tegen de Duitsers aan de Grebbelinie. Zijn lichaam wordt 16 mei 1940 gevonden. Hij is begraven op het ereveld (rij 1, graf 45) in Rhenen.
Gerardus Johannes Wichers uit Didam sneuvelt op 11 mei 1940 op 26-jarige leeftijd in de strijd tegen de Duitsers aan de Grebbelinie. Zijn lichaam wordt gevonden op 18 mei 1940. Hij is begraven op het ereveld (rij 5, graf 4) in Rhenen.
Gerardus Hendrikus Johannes Willemsen uit Didam sneuvelt op 11 mei 1940 op 27-jarige leeftijd in de strijd tegen de Duitsers aan de Grebbelinie. Zijn lichaam wordt gevonden op 18 mei 1940. Hij is begraven op het ereveld (rij 5, graf 49) in Rhenen.

 

 

1941    In het Didamse Sint Albertusziekenhuis wordt een consultatiebureau voor zuigelingen geopend. Belangrijke initiatiefnemer is meester De Ponti uit Nieuw-Dijk. 


Consultatiebureau in Didam kort na de opening in 1941.
Vanaf het eerste moment voorziet het consultatiebureau in een grote behoefte.

 

1941    Voor de aanleg van de autoweg Oberhausen - Den Haag (de latere A12) wordt in de buurtschap Greffelkamp in Didam grote hoeveelheden zand afgegraven waardoor het Baggergat ontstaat.  In de jaren vijftig wordt dit een zwembad en visvijver, 's-winters wordt er geschaatst. In 1988 worden stranden aangelegd en wordt de plas overgedragen aan het Recreatieschap. Als Recreatiegebied De Nevelhorst trekt het jaarlijks vele bezoekers. 

 

1942    De Nederlandse R.K. bisschoppen richten zich in maart openlijk tot alle parochies. In hun schrijven wijzen ze de discriminerende maatregelen, die de Duitse bezetter jegens joden neemt, met klem af en vragen ze hieraan niet mee te werken. 


Onderwijzers Ludgerusschool aan de Didamse Schoolstraat omstreeks 1942
V.l.n.r: Bramer, H. v d Wetering , Nieboer, P. v. d. Wetering, B. Knippenborg (de latere directeur van Andreas S. G  in Zevenaar), Debets, W. Raats (later: onderwijzer Aloysiusschool in Zevenaar) en H. Reumer.

1942    Op 1 december wordt de uit 1819 stammende tol tussen Didam en Zevenaar opgeheven.

De tol aan de Tatelaarweg (later Zevenaarseweg), die in 1932 nog bijna tienduizend gulden aan tolgelden opbracht, wordt op 1 december 1942 opgeheven. 


1943   
Op zaterdag 20 januari wordt op last van de Duitse bezetter, tot woede en verontwaardiging van de inwoners van Didam, de 850 kilogram wegende klok uit de toren van de dorpskerk gehaald om omgesmolten te worden tot oorlogstuig
.


1943    In de concentratiekampen Sobibor en Auschwitz worden in 1942 (
Sophie van der Hak) en 1943 (Aron Loevenstein, Fishel Friederich, Esther de Vries en Simon Lowenstein) tenminste vijf Didamse joodse medeburgers gedood. Het oorlogsjaar 1943 betekent het einde van ongeveer 280 jaar joods leven in Didam.

1943    Na vanaf 1907 als predikant in Didam werkzaam te zijn geweest, gaat dominee Gerard Stork in 1943, op bijna 78-jarige leeftijd, met emeritaat. In het overwegend katholieke Didam is de onderlinge verstandhouding tussen katholieken en protestanten, op enkele incidenten na, opvallend goed. Dit is niet op de laatste plaats een verdienste van de tactvolle, tolerante en innemende ds Stork, die zich nimmer onnodig op de voorgrond plaatst.
Gerard Stork overlijdt op zaterdag 21 april 1951 in Didam
.


          

 

1944    Op dinsdag 22 februari bombarderen Amerikaanse vliegtuigen de binnenstad van Nijmegen waarbij ongeveer 800 burgers om het leven komen. Onder de dodelijke slachtoffers ook Hendrik Doddema uit Didam. Hendrik is stationschef in Didam en volgt op het moment van het bombardement een cursus in het NS-station Nijmegen waar hij met ongeveer twintig andere cursisten dodelijk wordt getroffen. 


Hendrik Doddema 
  (1888-1944)


Nijmegen in brand (februari 1944), ongeveer 800 doden

1944    In de herfst van 1944 komt Didam in de frontlinie te liggen nadat de geallieerde Airbornedivisie bij Arnhem het onderspit heeft moeten delven.

1944    Op maandag 2 oktober  wordt een groep Todt-arbeiders op de weg van Beek naar Didam ter hoogte van de spoorwegovergang aangevallen door Engelse vliegtuigen. De arbeiders, die op weg zijn naar hun verplichte werk in Zevenaar, worden mogelijk door de Engelse piloten als militairen aangezien. Vijf mensen komen bij deze aanval om het leven, onder hen de Didammers: A.J. Bosman en J. Baakman.

 



Groepje Didamse 
Todtarbeiders 
omstreeks 1944 

 

1945    In hun wanhoop gaan de Duitse bezetters steeds verder om de bevolking te chanteren. Zo worden eind januari negen prominente inwoners van Didam gegijzeld, onder hen de heren Gilsing, Vennegoor, Verhey en Romondt. Gedreigd wordt hen te doden wanneer onvoldoende mannelijke inwoners zich melden voor de "Arbeidsinzet"

 



 

1945    Op woensdag 14 februari zijn de Didamse smid Louis van Raaij (1903 - 1945) en zijn knecht Henk van Dulmen (1915 - 1945) met paard en wagen in Zevenaar om collega-smid Cremers te helpen bij zijn evacuatie. Na deze klus geklaard te hebben keren ze naar Didam terug. Ter hoogte van het ziekenhuis in Zevenaar slaat het noodlot toe wanneer zij door een granaatinslag dodelijk worden getroffen. 
Op maandag 19 februari worden beiden na een gezamenlijke misviering in de St. Martinuskerk aan de Kerkstraat naast elkaar begraven achter de kerk op de Martinusbegraafplaats. Op het grafmonument wordt toepasselijk onderstaande tekst vermeld:
        "Getroffen door een noodlottig ongeval
        te Zevenaar op 14 februari 1945
        Hier is geschied gelijk en recht
        Hier rust de meester en zijn knecht
"

 


 

1945    Op zaterdag 24 februari trachten enkele geallieerde jachtbommenwerpers de spoorlijn Didam - Wehl te bombarderen. Hierbij worden de woningen van de families Hubers - Van den Berg en Van den Berg - Scholten in Nieuw-Dijk bij Didam getroffen. Als gevolg hiervan zijn drie doden te betreuren: Agnes Hubers - Van den Berg, haar zoontje Henkie Hubers en haar broer Willie van den Berg.


1945    Hans Rauter, de hoogste Duitse politiechef in Nederland heeft zijn hoofdkwartier in Didam. Op dinsdag 6 maart wordt hij rijdende van Didam naar Apeldoorn bij een aanslag zwaar gewond. Als wraak worden door de Duitse bezetter 117 Nederlandse gevangenen op de plaats van de aanslag gefusilleerd. Een Duitser, die weigert deel uit te maken van het vuurpeloton, wordt ter plekke ook gedood. Daarnaast vinden na de aanslag op Rauter ook elders in Nederland talrijke wraakexecuties plaats. Na de oorlog wordt Rauter in Nederland ter dood veroordeeld en op 25 maart 1949 nabij Scheveningen gefusilleerd. 

 

 


Rauter (1895 - 1949)

1945    Enige uren voor de bevrijding zijn in Didam nog oorlogsdoden te betreuren. Bij zware gevechten tussen Duitsers en Canadezen wordt de boerderij van de familie Bodde (adres F195, nu: Oldegoorweg 16) op maandag 2 april verwoest. Bij deze gevechtshandelingen wordt de 23 jarige Berend Bodde gedood. Het gezin Bodde is door de oorlog al eerder zwaar getroffen. In mei 1940 sneuvelde de 25 jarige Piet Bodde op de Grebbeberg. 

Wanneer op 2 april berichten circuleren dat Didam bevrijd is, gaat de 17 jarige Ben Verwaaijen naar buiten om met zijn accordeon de bevrijding te vieren. Nabij de boerderij, waar de familie Verwaaijen woont (F155,  nu: Frieslandweg 7), zijn echter nog Duitsers. Tijdens een vuurgevecht tussen Duitse en Canadeze soldaten komt Ben om het leven.

 


1945    Op dinsdag 3 april verlaten de Duitsers in een snelle run Westervoort, Duiven, Didam, Huissen, Zevenaar en Pannerden. Voor deze plaatsen is een eind gekomen aan een bezettingsperiode met ontstellend veel slachtoffers en grote materiele schade. In Didam beginnen op 3 april om 18.00 uur de kerkklokken te luiden, ten teken dat de oorlog voorbij is. Er ontstaat een jubelstemming, de dorpelingen verdringen zich rond de tanks en de Canadese soldaten, die van alles uitdelen. N.S.Bers worden in het gemeentehuis opgesloten en "moffenmeiden" wordt het haar afgeknipt.

1945    Op zaterdag 7 april, vier dagen nadat de Duitsers zijn gevlucht, ontploft op de speelplaats van de meisjesschool aan de (huidige) Kloosterstraat in Loil bij Didam een omvangrijke hoeveelheid munitie waardoor school en zustersklooster worden verwoest. Bij dit tragische gebeuren komen de twaalfjarige meisjes Lelke van Vuuren en Fientje Seegers om het leven

 


Het complex in Loil na 7 april 1945
Na de explosie wordt het verwoeste complex afgebroken.

 

1946     In februari hebben vooral de lager gelegen delen van Didam weer eens te maken met grote wateroverlast. 

 


Boerderij "De Paal" (aan huidige Haaghweg) met boer Jan Visser (februari 1946)

 

1946     Op dinsdag 29 oktober overlijdt na een kortstondige ziekte pastoor / deken Gerardus H. Reuvekamp (1864-1946), sedert 1908 pastoor van de Didamse R.K. Martinusparochie. De buitengewoon geliefde Reuvekamp wordt enkele dagen later op zaterdag 2 november in Didam op indrukwekkende wijze begraven. De uitvaartdienst in de overvolle Martinuskerk wordt geleid door de Zevenaarse deken E. Frank; buiten de kerk brengen duizenden de overledene de laatste eer. 

 


Pastoor G.H. Reuvekamp (1864-1946)

 

1946     Pastoor A.F.A. Janssen uit Bedum wordt de nieuwe pastoor van Didam. Hij verwerft grote bekendheid door zijn acties om geld te verkrijgen voor de restauratie van de Mariakerk. Pastoor Janssen overlijdt op donderdag 2 mei 1985 in het streekziekenhuis in Zevenaar.   

 


Pastoor A.F.A. Janssen
(1897-1985), geboren in Spijk bij Lobith, volgt het klein-seminarie in Culemborg en het groot-seminarie in Driebergen-Rijsenburg en wordt op 15 augustus 1921 tot priester gewijd, vervolgens kapelaan in Bussloo en Arnhem (St. Eusebius), pastoor in Bedum (Gr.) en Didam

1947    Met 86 vorstdagen is 1947 de strengste winter van de 20e eeuw. Sinds mensenheugenis veroorzaken koude winters grote problemen. De snijdende vrieswind waait door de eenvoudige niet geisoleerde woningen en dorpen worden onbereikbaar. Vaak wordt melding gemaakt van afgevroren oren en ledematen, soms ook van mensen die doodvriezen. Andere zeer koude winters sedert 1870 zijn 1871, 1880, 1891, 1929, 1940, 1942, 1956 en 1963.

1947    Uit het landbouwkundig rapport over de Liemers blijkt, dat de gemiddelde grootte van een boerenbedrijf in Angerlo 14 ha., in Didam 7 ha., in Duiven 12 ha., in Herwen en Aerdt 15 ha., in Pannerden 16 ha., in Wehl 7 ha., in Westervoort 9 ha. en in Zevenaar 8 ha. bedraagt.

           
Het binnenhalen van de oogst in Pannerden op de Kijfwaard met de steenfabriek op de achtergrond
 

1947    Aan de Zevenaarseweg (nu Tatelaarweg) in Didam wordt op initiatief van de Jonge Boeren en Boerinnenbond, verenigd in de kring De Lijmers, een Mariakapel gebouwd. De inwijding van de kapel vindt plaats op Tweede Pinksterdag, 24 mei 1947.

Mariakapel in Didam
De architect van de kapel (dhr. A.Vermeulen uit Eindhoven) kiest voor een kapel in de stijl van de 18e eeuwse havezaten. De Brabantse beeldhouwer M. Evers is de maker van het Mariabeeld in de kapel. 
Vele jaren tot omstreeks 1970 is op de feestdag van Maria ten Hemelopneming (15 augustus) door de Jonge Boeren en Boerinnenbond een processie georganiseerd vanuit de kerk in Didam naar de Mariakapel.

 

 
 

1947    Voor het eerst wordt een Liemerse Katholiekendag georganiseerd voor het hele dekenaat Zevenaar. De manifestatie vindt plaats op 24 augustus in het Babberichse Bos en is bedoeld om op grootse wijze uiting te geven aan het Roomse geloof. De plechtige hoogmis wordt opgedragen door de Zevenaarse deken Frank met assistentie van de Groessense pastoor Schoemaker en de Didamse pastoor Janssen. Pater Simeon houdt een redevoering met als thema het herstel van goede zeden. Hij constateert vier grote bedreigingen: de schrikbarende toename van het aantal echtscheidingen, de toenemende kinderbeperking, het ondermijnen van het ouderlijk gezag en het verdwijnen van christelijke gebruiken. 

1948    Op zondag 13 juni vindt in Didam (Nieuw-Dijk) bij schitterend weer voor het eerst een openbare processie plaats. Met man en macht is dagenlang gewerkt om van de processie een succes te maken. Langs de route Meikamerlaan-Bosstraat-Smallestraat zijn vier altaren gebouwd.  

1949    Meer dan zevenduizend bezoekers luisteren op een stralende zondag (14 augustus) op een terrein in Nieuw-Dijk bij Didam in de openlucht naar een preek van de uiterst populaire priester-redenaar Henri de Greeve. Een van de vermaarde uitspraken van pater de Greeve is: "Verbeter de wereld, begin bij jezelf".

 


Henri de Greeve (1802 - 1974), priester, publicist, radiospreker en oprichter van de Bond Zonder Naam (B.Z.N.)

1950    Het gemiddeld voor de belasting aangeslagen vermogen in Didam is zeer laag. Het bedraagt 578 gulden (263 euro). Het gemiddelde vermogen in de Liemers bedraagt 980 gulden (445 euro), in Gelderland 2040 gulden (927 euro) en in Nederland 2080 gulden (945 euro). De Liemers behoort in deze tijd tot de vijf minst draagkrachtige regio's van Nederland.
Het totale vermogen van alle Didammers bedraagt volgens de belastingdienst in 1950 ruim vijf miljoen gulden (2.2 miljoen euro) waarmee Didam tot de minst welgestelde gemeenten van Nederland behoort.

1950    In de tweede helft van de twintigste eeuw verandert er ook in Didam op boerenbedrijven veel. In snel tempo worden landarbeiders, boerenknechten en trekdieren vervangen door machines. Het trekpaard verdwijnt uit het straatbeeld. Veel werk gaat verricht worden door loonbedrijven.

 


Het maaien van rogge in de Liemers (1936)

1950     Op woensdag 27 september 1950 legt burgemeester H.A.B. de Leeuw de eerste steen van de markthal in Didam. Ongeveer een half jaar later op maandag 2 april 1951 wordt de hal officieel in gebruik genomen nadat pasoor Janssen deze heeft ingezegend. De hal is gebouwd door het Didamse aannemersbedrijf Gebr. Kok.

 


                       

1951    Op 4 mei wordt op het Lieve Vrouweplein in Didam het oorlogsmonument onthuld.

Het oorlogsmonument is ter nagedachtenis aan de 44 Didamse oorlogsslachtoffers (burgers en militairen), die in de periode 1940-1949 zijn omgekomen. Onder hen ook  de Didammer Sally Loewenstein, die op 13 mei 1940 op 21-jarige leeftijd op de Grebbenberg sneuvelt.
 

 

1951    De Hervormde Gemeente verkoopt de Mariakerk in Didam aan de katholieken.


De Didamse kerk moet in 1590 aan de protestanten worden afgestaan maar wordt in 1951 weer een katholieke kerk.

 

1951    In Didam gaat een MULO-school (Meer Uitgebreid Lager Onderwijs, niveau vergelijkbaar met de huidige HAVO) van start. Voordien moesten leerlingen, die de MULO-opleiding wilden volgen, naar Zevenaar waar in 1921 een dergelijke school van start was gegaan.

 


Schets Didam, Ad Dekkers 1955 (Liemers Museum)

1952    In de gemeente Didam bedraagt het aantal t.b.c.-patienten omstreeks deze tijd ongeveer 120. Dit grote aantal wordt geweten aan armoede almede slechte hygiene en huisvesting.


Sanatorium aan Didamseweg in Zevenaar (1951), 
waar ook veel t.b.c-patienten uit Didam verpleegd worden. 

1952    Op vrijdag 17 oktober breekt brandt uit op boerderij "De Lockhorst" van Stephaan Fierkens in Didam. Een groot deel van de boerderij brandt af, alleen het woonhuis kan worden behouden. Na de brand worden voor de naderende winter op de nog staande muren balken gelegd om het vee tegen de koude en regen te beschermen. Bij de stormramp op 1 februari 1953 worden de muren echter omver geblazen en komt al het vee om het leven.

1953    In de vroege ochtend van zondag 1 februari treft een vreselijke watersnoodramp Zeeland, het westen van Brabant en de Zuid-Hollandse eilanden. In totaal komen meer dan 1800 mensen om het leven. Onder hen de 20-jarige commando Jan Willemsen uit Didam, die op 1 februari bij het redden van een zwangere vrouw door de golven wordt meegezogen. Pas ruim een maand later, op woensdag 4 maart, wordt zijn lichaam gevonden en op 7 maart wordt hij in zijn woonplaats Didam begraven.

  J.E. Willemsen (1932-1953


Monument in Moerdijk ter nagedachtenis aan de slachtoffers van de watersnoodramp en een eerbetoon aan de hulpverleners. In de sokkel van het monument is de naam van Willemsen gebeiteld.

 

1954    Pastoor Janssen wijdt de nieuwe Sint Martinus Mulo (later MAVO) in. 


De leerkrachten van de Didamse Mulo in 1966
Zittend v.l.n.r:  Raats, Breukers (hoofd),  Bramer en Van Roosmalen 
Staand: kapelaan Vernooy, Jaspers, Hemmelder, Harmsen, Schonis (hoofd vanaf 1972) en Wopereis. 

 

1954    Op 1 december gaan de nieuwe busverbindingen Doesburg - Lobith en 's-Heerenberg - Zevenaar met bushaltes in o.a Didam feestelijk van start.

 

Zwaaiende kinderen en zusters bij het Pius-klooster in Didam op woensdag 1 december 1954                     


1955
    Na de oorlog breken voor Liemerse bouwvakkers gouden tijden aan: Zowel in Nederland als in Duitsland is er meer dan voldoende werk. In Didam groeit mede daardoor het totaal aantal bouwvakkers tot 800.

 

1956    Op 1 juni vindt in cafe Schaars (hoek Weemstraat en Wehlseweg) de oprichting plaats van voetbalvereniging Loil .

 


Cafe Schaars
Het cafe, (toen genaamd Disco las Palmas) wordt in 1986 door brand verwoest.

 

1956    De Didamse gemeenteraad besluit op 10 december dat de bestaande huisnummering volgens wijken wordt vervangen door een huisnummering per straat. Deze nieuwe huisnummers worden op 1 januari 1957 ingevoerd.

1957    Ook de "landelijke" wegen in Didam en omgeving krijgen een straatnaam. Tot 1957 zijn de huizen in de "landelijke" stukken ingedeeld in secties en per sectie genummerd. 

1957    Op de plaats van de Didamse Mariakerk ontdekt de Rijksdienst voor Oudheidkundig bodemonderzoek een vroeg middeleeuws grafveld. 

1957    Op 15 mei treft het noodlot de familie Raben uit Didam. Hun 19 jarige zoon, dienstplichtig soldaat, komt bij een legeroefening op de Veluwe waarbij halfscherpe aanvalsgranaten gebruikt worden om het leven.

 

1957    Het Arnhemse aannemersbedrijf Neijenhuis, dat de Didamse dorpskerk grondig restaureert, bestaat honderd jaar.

 

.

1958    Van de Didamse meisjes volgt 36% voortgezet onderwijs. In de Liemers en in Gelderland zijn deze percentages respectievelijk 26% en 36%.
Van de Didamse jongens volgt 34% voortgezet onderwijs. In de Liemers en in Gelderland zijn deze percentages respectievelijk 45% en 49%.

1959   Omstreeks deze tijd is kunstenaar en schilder Tonny Ros (1920-1993) docent aan de huishoudschool  in Didam
Bekende schilderijen van Ros zijn o.a.: "Hippies in Amsterdam" en "Visverkoopster". In 1952 ontving hij de Willinck van Collenprijs en in 1956 de N.O.C-prijs ter gelegenheid van de Olympische Spelen in het Australische Melbourne. In 1971 is hij medeoprichter van de Vrije Academie in Zevenaar. Werk van Ros bevindt zich o.a in het Stedelijk Museum in Amsterdam en het Callaghermuseum in New York.
 


"Visverkoopster" (Tonny Ros)

 

1960    In de nadagen van het "rijke Roomse leven" viert de R.K. parochie Loil in de gemeente Didam op 6 oktober haar vijftigjarig jubileum.


Viering gouden parochiejubileum in Loil 
Tweede van rechts kardinaal Alfrink, links van hem pastoor Wolters (Loil) en helemaal rechts pastoor Dodkorte (Nieuw-Dijk)

 

1961    De parochie (Nieuw-)Dijk in de gemeente Didam viert haar vijftigjarig jubileum, waarbij ondermeer aanwezig zijn kardinaal Alfrink en deken Frank.

 


Viering van vijftigjarig jubileum van parochie(kerk) in (Nieuw-)Dijk met kardinaal Alfrink en links naast hem deken Frank.

1961     Op donderdag 20 april wordt de 10.000e inwoner van de gemeente Didam geboren. Het is Marian Jansen, dochter van Johannes J. C. Jansen en Agnes B. M. Berendsen.

1961    Op 11 juni wordt de R.K. Mariakerk in Didam na een grondige renovatie ingewijd door kardinaal Alfrink.


         De R.K. kerk in Didam op eerste Pinksterdag 2011, precies een halve eeuw na de inwijding op11 juni 1961 door kardinaal Alfrink.

 

1962    In zijn woonplaats Velp overlijdt op 18 juli de longarts dr. A. Gerver (1903-1962), directeur-geneesheer van het streeksanatorium aan de Didamseweg in Zevenaar. Hij  was directeur in de periode 1936 - 1957, waarin mede door armoede, oorlogsomstandigheden en ondervoeding de aandoening tuberculose ook in Didam veel slachtoffers heeft gemaakt.

 


Dr. Gerver
vanuit het raam van zijn werkkamer in "zijn" sanatorium (afb. ontvangen van mevr. Konersmann-Gerver)


1963    Op woensdag 22 mei 1963 is het exact een halve eeuw geleden dat in Loil (Didam), op initiatief van pastoor Inden, muziekvereniging Amicitia is opgericht.  

 


            

1963   De ontdekking van het Groningse aardgas in Slochteren in 1959 heeftt in de jaren zestig ook ingrijpende gevolgen voor de energievoorziening in de Liemers, waardoor kolenkachels ook in Didam nu snel tot het verleden behoren.

 

Minister Andriessen brengt op 9 juli 1964 een werkbezoek aan het  Zevenaarse Broek (Zweekhorst) waar op dat moment een belangrijke aardgasleiding wordt aangelegd.


1964
    Op 1 juni wordt op de Groessenseweg in Zevenaar de 16 jarige E. Burgers uit Didam dodelijk door de bliksem getroffen.     

1964    Dokter J.A.M. Dunselman (1896 - 1970) wordt tot ereburger van Didam benoemd. De oorspronkelijk uit Nieuwer Amstel afkomstige Dunselman wordt in 1926 huisarts in Didam waar hij tevens chirurg is bij kleine medische ingrepen in het naast zijn woonhuis gelegen ziekenhuis. In de periode 1926 tot 1940 is Dunselman de enige huisarts in Didam. In 1960 moet hij om gezondheidsredenen  de huisartsenpraktijk beeindigen en wordt hij opgevolgd door dokter T. Bekema.

 


Dokter Dunselman en echtgenote (omstreeks 1929)

1965    In Emmerich wordt een imposante hangbrug over de Rijn geopend. De brug is meer dan 1.000 meter lang en daarmee de langste hangbrug over de Rijn. Het verbindt Emmerich met Kleve. Ook veel inwoners van de Liemers hebben de bouw (1959 -1965) van deze indrukwekkende brug met bijzondere belangstelling gevolgd.     

   
 Rijnbrug Emmerich (foto 6 september 2008)

1965     Aan de Didamse Polstraat wordt een nieuw schoolgebouw geopend voor kinderen met een verstandelijke beperking of zoals men het in 1965 noemt "geestelijk gehandicapte kinderen".

1966    Op dinsdag 16 augustus 1966 overlijdt Ir. H.J.M. Verheij (1893 - 1966). Hij was meer dan veertig jaar, van 1920 tot 1962, directeur van de R.K. Middelbare Land- en Tuinbouwschool in Didam. Daarnaast vervulde hij tal van nevenfuncties. Zo was hij in de periode 1948 - 1956 landbouwwoordvoerder van de KVP (Katholieke Volks Partij) in de Eerste Kamer der Staten Generaal en van 1946 tot 1948 lid van de Provinciale Staten van Gelderland.

 

                      

1966    Het Albertusgebouw aan de Raadhuisstraat is tot 1966 in gebruik als algemeen ziekenhuis en "gasthuis" voor bejaarden. Na bijna 60 jaar over een eigen ziekenhuis te hebben beschikt zijn de Didammers vanaf 1966 aangewezen op de ziekenhuizen van Zevenaar en Doetinchem.

 


                Piet Schepers kruipend op weg naar Zevenaar.

De Sint Albertusstichting in Didam aan het begin van de 20e eeuw

1967    Piet Schepers uit Nieuw-Dijk kruipt naar Zevenaar, een afstand van bijna 10 km waar hij dertien uur over doet. Het betreft een weddenschap die hij wint waarmee hij duizend gulden (450 euro) en vijftien kratjes bier wint.

 


                Piet Schepers kruipend op weg naar Zevenaar.

1967    Bij verkiezingen voor de Tweede Kamer der Staten Generaal behaalt de Boerenpartij van boer Koekoek in Didam ruim 17% van de stemmen. Een teken dat vooral veel boeren ontevreden zijn met het door de landelijke politiek gevoerde beleid.    

1968   De Tatelaarweg tussen Zevenaar en Didam, waar nog tot 1942 tol is geheven, wordt gereconstrueerd en krijgt fietspaden.

 

Reconstructie Tatelaarweg (1968) Links het oude bierhuis, rechts het in 1933 door tolgaarder Hageman gebouwde tolhuis.

1968    In Didam is slechts 35% van de woningen aangesloten op het waterleidingnet. Voor de gehele Liemers bedraagt dit percentage in deze tijd ongeveer 70%.     

1969    De op 29 augustus 1929 in de Didamse buurtschap De Heegh opgerichte Schutterij De Heegh viert haar 40-jarig jubileum.

De pioniers van schutterij De Heegh, waaronder vier broers Van Wessel in 1969
Staand v.l.n.r.: H. Menning, G. Clappers, H. van Wessel, D. Klaassen, J. van Wessel, J. Lusing, W. van Wessel, J.  en B van Vuuren.
Zittend  v.l.n.r: G. van Wessel, J. Driessen, J. Bosz, W. Evers en G. Clappers..

1970   De Middelbare Agrarische School (M.A.S.) / Middelbare Landbouwschool in Didam met Ir. Th. Peeters als directeur viert haar 50-jarig bestaan. De school, die als eerste Middelbare Landbouwschool van de ABTB (Algemene Boeren en Tuinders Bond) in Oost- en Noord-Nederland grote bekendheid heeft verworven, stond meer dan veertig jaar (van 1920 - 1963) onder leiding van Ir. H. Verhey.

Zittend op de voorste rij onder meer: A. Goossens,  H. Bolder (amanuensis), Fr. Verhey,  J. Momberg, Ir.Th. Peeters en Th. Hulshof

 

1970    De Didamse boterfabriek, in 1891 geopend als eerste cooperatieve boterfabriek buiten Friesland, wordt gesloten.

De medewerkers van de Didamse boterfabriek omstreeks 1930
Staand v.l.n.r.: N. Wigman, H. Jansen, F. Bolder, W. Hageman, Vennegoor (directeur), J. Kobesen, J. Jansen, G. Visser en J. Horsting.
Gehurkt v.l.n.r: H. Stienesen, G. Horsting, P. van Haren en J. Peters.

1971    In het begin van de jaren zeventig komt een eind aan het zelfstandig bestaan van de R.K. Middelbare Land- en Tuinbouwschool in Didam. Na een fusie met de Doetinchemse Middelbare Agrarische School (M.A.S) wordt het agrarisch onderwijs in Doetinchem voortgezet. Ruim een halve eeuw, vanaf 1920, heeft de Didamse Landbouwschool een belangrijke regionale functie vervult. Meer dan veertig jaar, van 1920 tot 1962, is Ir. H.J.M. Verheij (1893 - 1966) directeur van deze school geweest.

 

                      

1972    Het jaar kent een tragische start. Op nieuwjaarsdag wordt de 27-jarige W. Veerink-Vuurwind op de Beekseweg in Didam aangereden en overlijdt enkele dagen later in het streekziekenhuis in Zevenaar. Ze laat een zoontje van 6 jaar na. Extra tragisch is dat haar echtgenoot en vader van het jongetje ruim een jaar eerder eveneens bij een verkeersongeluk om het leven is gekomen.

1973    Stichting Welzijn Gehandicapten Oost Gelderland koopt boerderij "De Lockhorst" van de familie Fierkens omdat de bestaande locatie, De Berken in de Schoolstraat in Didam, te klein is geworden.

1973    Boerderij "De Geulecamp" in Didam brandt af.

 

                      

1973    In het centrum van Didam wordt in oktober 1973 zwembad "de Hoevert" in gebruik genomen.

1974    Er komt een eind aan de wekelijkse varkensmarkt in Didam. Vanaf de opening van de markthal op 2 april 1951 heeft deze daar plaatsgevonden. De wekelijkse warenmarkt blijft gewoon plaatsvinden.

 


                       Markthal in Didam kort na de opening in 1951


1974    Op maandag 30 september ontvangt Nol Tinneveld uit Didam de Turmac-Liemersprijs als bewijs van erkentelijkheid voor de wijze waarop hij zich meer dan dertig jaar heeft ingezet voor "zijn" Liemers. In 2006 wordt hij uitgeroepen tot "Didammer van de 20e eeuw".

 


Nol Tinneveld (1907 - 1977)

1975    De Didamse voetbalvereniging DVC wordt kampioen van de derde klasse KNVB en promoveert naar de tweede klasse. Twee seizoenen later in 1977 promoveert de club als eerste vereniging in De Liemers naar de eerste klasse.     


DVC in 1975 direct na het behalen van het kampioenschap
Staand v.l.n.r. G. Masselink (terreinknecht), E. Hogeweide (leider), J. Welling (voorzitter), Theo te Wil, Bennie Peters, Harrie Burgers, John Splithof, Harrie van Schijndel, Henk Splithof, Theo Straatsma, Henk te Wil en R. van Kraay (grensrechter) Gehurkt v.l.n.r G. Bosvelt (trainer), Hein de Reus, Wim Masselink, Frits Burkhard, Aloys Godschalk, Wim Visser, Bert Wolf en Theo Splithof.    

1975    Op maandagochtend 16 juni komt de 17-jarige scholier J. Duis uit Didam onder een trein en overlijdt ter plaatse. Het ongeluk gebeurt op een van automatische knipperlichten voorziene overweg op de spoorlijn Zevenaar - Doetinchem.

1976     Op dinsdag 27 januari overlijdt in Didam op 91 jarige leeftijd meester Theodorus de Ponti (1884 - 1976). De op woensdag 17 december 1884 in Venray geboren De Ponti is van enorme betekenis en invloed geweest voor Didam en heel in het bijzonder voor Nieuw-Dijk, waar hij vanaf 1916 tot zijn pensionering schoolhoofd is geweest. Ook was hij onder meer dirigent van het kerkkoor en een stuwende kracht achter de lokale K.V.P. (Katholieke Volkspartij). Vele honderden mensen heeft hij als een soort onbezoldigd ombudsman geholpen als er moeilijkheden waren zoals met betrekking tot belastingen, dienstplicht, uitkeringen en vergunningen. 
 


   In 1970 viert het echtpaar De Ponti - Rutten het diamanten (60-jarig) huwelijksfeest met een plechtige Heilige Mis, waarin hun zoon Thijs de voorganger is.                              

1976     De Didamse voetbalvereniging D.V.C. viert in oktober op grootse wijze haar 50 jarig jubileum met onder meer jubileumwedstrijden tegen het eerste elftal van Vitesse (0-7) en de Oud Internationals (3-1). 

1977    In Didam wordt een nieuw stationsgebouw geplaatst. De bewoners van vooral de aangrenzende Spoorstraat vieren de opening met het populaire steltlopen. Het vormt het begin van het jaarlijkse evenement "Didam op stelten". 
 


                     Didam, station

1977    Met zijn vrouw op zondag 21 augustus 1977 terugkerend, van een bedevaart naar Kevelaer, wordt de in de Liemers bekende Didammer Nol Tinneveld (1907 - 1977) getroffen door een hartaanval. Zijn auto botst als gevolg hiervan in Elten tegen een boom. Tinneveld overlijdt dezelfde dag, zijn vrouw Do Bouwmans overlijdt dinsdag 13 september 1977. Zij worden begraven op het R.K. kerkhof in Didam
Bijna dertig jaar na zijn dood wordt Nol Tinneveld in 2006 vanwege zijn grote verdiensten voor de lokale samenleving gekozen tot "Didammer van de 20e eeuw"
. 
 


 
                      R.K. kerkhof Didam (juni 2014)

1977     De Utrechtse kardinaal Willebrands (1909 - 2006) wijdt op 11 december de nieuwe R.K. Martinuskerk in Didam in.

1978    Op zaterdag 24 juni wordt het Nederlands voetbalelftal tweede bij het Wereldkampioenschap in Argentinie. In de finale verliest het Nederlands elftal pas na verlenging van het gastland. Voor zijn prestatie tijdens dit toernooi wordt de Didammer Ernie Brandts, oud-speler van voetbalvereniging Sprinkhanen, op vrijdag 14 juli op grootse wijze gehuldigd in Didam. 
 

 

1978     Op vrijdag 1 september 1978 verlaat de laatste zuster van "Sint Jozef" Didam. Die dag exact 87 jaar eerder, 1 september 1891, begonnen de zusters van de orde van St. Jozef uit Amersfoort met hun verzorgende werkzaamheden in Didam. Vooral de beginjaren moeten zwaar geweest. Bij nacht en ontij gingen de zusters er op uit om waar mogelijk hulp te verlenen. Tot begin 1914 ontvingen ze hiervoor geen vergoeding. 
 


Albertus Gesticht in Didam (1942), waar de zusters zich vele decennia voor ouderen en zieken hebben ingezet
                              

1975    Op donderdag 1 maart legt een felle uitslaande brand de eeuwenoude boerderij "Groot Vrieswijk" in Didam grotendeels in de as. In latere jaren is door achtereenvolgens de families Schoorl en Wiendels een nieuw pand in stijl gebouwd. Het is gelegen aan de Friesickweg nr. 3.

1979    De vermaarde Didamse verloskundige / vroedvrouw Trees Volman - Derks viert op 31 augustus 1979 haar vijfentwintigjarig jubileum. Ze heeft dan in Didam al veel meer dan vijfduizend bevallingen op haar naam staan. Wanneer ze 11 jaar later op 28 juni 1990 met pensioen gaat is dit aantal opgelopen tot meer dan achtduizend. 
 


Trees Volman - Derks

1980     Op zaterdag 2 augustus 1980  wordt de 15.000e inwoner van de gemeente Didam geboren. Het is Bram Kampschreur, zoon van Wim Kampschreur en Betsy Roemaat. 

1984    Op zaterdag 17 maart wint Frits Schuer uit Didam de wielerklassieker de Ronde van Zuid-Holland. Hij legt de 172 kilometer af in 3 uur 50 minuten en 36 seconden.

 


              Frits Schuer 

 

1984    Op woensdag 29 augustus 1984 overlijdt op 88 jarige leeftijd zuster Emma (Anna M. Bakker, 1896 - 1984). Vanaf haar komst in 1933 naar Didam heeft zij zich vele decennia vol overgave ingezet voor het onderwijs aan moeilijk lerende kinderen in onze regio. Zij heeft aan de basis gestaan van het buitengewoon (speciaal) onderwijs in Didam. Ook bij de kinderen, die ze met eindeloos geduld onderwijs gaf, was ze zeer geliefd. In Didam is een straat naar haar vernoemd: de Emmastraat.

 

1985     Op maandagochtend 5 augustus wordt na een zoektocht van meer dan 10 uur de driejarige Linda San in een maisveld in Didam teruggevonden. Het meisje dat met haar ouders bij familie in Didam logeert, is de avond tevoren tijdens het spelen plotseling verdwenen. Een grootscheepse zoektocht van familie, buren en politiehond heeft aanvankelijk geen succes. Tenslotte vindt een groep ME-ers van de rijkspolitie het sterk onderkoelde kind dat direct wordt overgebracht naar het ziekenhuis in Zevenaar, waar het snel herstelt. 

1986    In de vroege ochtend van woensdag 6 augustus 1986 wordt Disco Las Palmas, voorheen cafe Schaars ('t Roodborstje), door een grote uitslaande brand verwoest. De zaak wordt niet opnieuw opgebouwd waardoor na 175 jaar een eind komt aan een Loils cafe op deze plek. Op de vrijgekomen ruimte worden in latere jaren enkele geschakelde woningen gebouwd.

 


Cafe Schaars op de hoek van de Weemstraat en de Wehlseweg

 

1988    Op zaterdag 25 juni wordt het Nederlands voetbalelftal  Europees kampioen na een 2-0 overwinning op Rusland in het Olympiastadion in Munchen. De stemming in heel Nederland is uitgelaten. Ook in Didam heerst euforie met overal feestende mensen en toeterende auto's.

 


Uitgelaten sfeer in Amsterdam juni 1988

1989     Met het overlijden in 1989 van klompenmaker W. van de Berg ("van de Meursweg") verdwijnt een oud ambacht uit Didam. Aan het begin van de 20e eeuw telde Didam nog meer dan dertig geregistreerde zelfstandige klompenmakers. Vaak ging het beroep over van vader op zoon. Tot de families, die het beroep van klompenmaker in Didam tenminste een eeuw hebben uitgeoefend, behoren: Gies, Van der Heijden, Peters en Sanders.

 

1990     Op donderdag 12 april wordt de nieuwe op- en afrit in de snelweg A12 (de internationale autoweg van Arnhem door de Liemers naar Emmerich) ter hoogte van de Tatelaarweg en de Nieuwe Steeg te Zevenaar door de wethouders J. Som van Didam en M. Bitter van Zevenaar officieel in gebruik genomen. Door de nieuwe oprit kan het verkeer uit Didam eerder op de A12 komen en de oprit nabij de Griethse Poort vermijden.

1991    Na  zeventig jaar houdt in het voorjaar van 1991 het weekblad "de Lijmers" ("de Liemers") op te bestaan. Drie generaties Leonards hebben er in de loop der tijd veel energie in gestoken.
In 1921 begon Theo Leonards, die samen met zijn broers Godfried en Gerard in het bezit was van een drukkerij, met de verspreiding van het weekblad "De Lijmers", met in de begintijd vooral katholieke kerkberichten van Didam, Loil, Nieuw-Dijk en Zevenaar. Kort na de oorlog kreeg het weekblad de naam "de Liemers".


Th. Leonards (1921)


Weekblad De Lijmers (1922)


Weekblad De Liemers (1946)

1992     P.J.J.M. Peters wordt burgemeester van Didam. Hij is de 17e burgemeester en naar later blijkt de allerlaatste in de geschiedenis van de gemeente Didam. In 2005 worden de gemeenten Didam en Bergh samengevoegd waardoor de nieuwe gemeente Montferland ontstaat. 

 


P.J.J.M. Peters 
burgemeester Didam
1992-2005



1992     De Didammer Roy Luiking vestigt een wereldrecord 100 meter steltlopen. Zijn tijd bedraagt 13.01 seconden. Het record houdt decennia stand.

1992     De Zevenaarse sigarettenfabriek Turmac (Turkish Macedonian Tobacco Compagny) wordt onderdeel van Rothmans International, later B.A.T. (British-American Tobacco). Vanaf 1920 is de Turmac een van de belangrijkste werkgevers in de Liemers, ook veel Didammers zowel vrouwen als mannen hebben hier hun brood verdiend. In 2008 wordt de vestiging in Zevenaar op last van het hoofdkantoor van B.A.T. in Londen gesloten.

 


Turmac aan de Zevenaarse Kerkstraat, jaren dertig 20e eeuw 

1993     Bij de veertigjarige herdenking van de watersnoodramp uit 1953 wordt de Didamse commando Jan Willemsen (1932-1953) postuum onderscheiden met de erepenning van de gemeente Fijnaart en Heijningen wegens "de bij de Watersnoodramp van 1953 betoonde moed, opofferingsgezindheid en menslievendheid". Zijn broer Eef Willemsen neemt namens de familie de penning in ontvangst uit handen van burgemeester M.J. de Sutter-Besters.    
Op 1 februari 1953 werd de 20-jarige, zijn diensplicht vervullende soldaat, Jan Willemsen uit Didam bij het redden van een zwangere vrouw door de golven meegezogen. Pas ruim een maand later, op woensdag 4 maart 1953, werd zijn lichaam gevonden en op 7 maart 1953 werd hij met militaire eer in zijn woonplaats Didam begraven.

1994    De Didamse Broederschap van Kevelaer viert het jubileum ter gelegenheid van 150 jaar bedevaart vanuit Didam en Wehl naar de Duitse bedevaartsplaats Kevelaer. De uit het Betuwse Gendt afkomstige bisschop Jan Nienhaus begeleidt de bedevaartgangers naar Kevelaer. 

 


Mgr. Nienhaus (1929 - 2000)

1995     De Martinus Scholengemeenschap in Didam fuseert met het Liemers College in Zevenaar. De nieuwe school, die de naam Liemers College heeft, krijgt drie vestingen in Zevenaar alsmede een vestiging in Didam, in de voormalige landbouwschool.

1996     De Didamse voetbalclub D.V.C. wint op 9 mei de K.N.V.B. beker van het district Oost na een 2-1 overwinning op zaterdaghoofdklasser D.O.S. uit Kampen.

1997     Op zaterdag 19 april wordt in Didam het Gelders Schuttersmuseum geopend.

1997   Op zondag 23 november 1997 is het exact een eeuw geleden dat in Didam de eerste Boerenleenbank in Gelderland werd opgericht. Hiermee werd een van de fundamenten gelegd voor de Rabobank-Didam zoals we deze nu kennen. 
Op maandag 16 juni 1997 organiseert de Rabobank Didam een feest ter gelegenheid van het 100 jarig jubileum
.


Oprichtingsreglement van de boerenleenbank in Didam (1897)

 

1998    Op 30 augustus wordt ds. D. van Loo als dominee in Didam opgevolgd door ds. P.H. Endedijk.  
 


Dominee Endedijk (r) wordt op 30 augustus bevestigd door dominee Van Loo, die gedurende ruim dertig jaar (1967 - 1998) predikant is in Didam.

 

1999    Het grafmonument van de familie Von der Haar op het Martinuskerkhof aan de Deken Reuvenkamplaan in Didam wordt als rijksmonument aangewezen.  
 


                  Grafmonument op Martinuskerkhof in Didam

 

1999    Bij het huis aan de Weemstraat (nu Hoofdstraat), waar tot 1900 een kleine synagoge heeft gestaan, wordt op 28 november 1999 een gedenksteen onthuld ter herinnering aan de Joodse gemeenschap in Didam.  
 


        Gedenksteen ter herinnering aan de Joodse gemeenschap in Didam





2000
     De in 1875 opgerichte Didamse schutterij De Eendracht viert tijdens de pinksterdagen van 2000 haar 125 jarig jubileum en wordt onderscheiden met de Koninklijke Erepenning.

 

 

 

 


Schutterij De Eendracht bij cafe Heijmen (1895)

 

2004     Op een door het dagblad De Gelderlander georganiseerde "dag van de architectuur" krijgt havezate "De Luijnhorst" in Didam de meeste waardering.

 

 

 

 


Havezathe De Luijnhorst 
in de Didamse buurtschap Greffelkamp

 

 

2005     Didam houdt op een zelfstandige gemeente te zijn. Ten gevolge van een gemeentelijke herindeling wordt het samengevoegd met de buurgemeente Bergh tot Montferland.

 

 

 

 


Montferland in grondoppervlak de grootste gemeente in de Liemers

2006    Arnold (Nol) Tinneveld wordt uitgeroepen tot "Didammer van de 20e eeuw". Tinneveld (1907 - 1977) was in Didam naast onderwijzer, wethouder en gemeenteraadslid ook actief in vele culturele organisaties. Hij was een groot verzamelaar van archeologisch materiaal en verdiepte zich bij voortduring in archiefmateriaal van Didam en de Liemers. Als redacteur van het weekblad De Liemers schreef hij vele bijdragen over uiteenlopende lokale en regionale onderwerpen. In augustus 1977 komen Tinneveld en zijn echtgenote bij een tragisch auto-ongeluk in Elten om het leven.

 

2007     In november wordt de uit 1855 stammende St. Martinusmolen, in de volksmond ook wel molen van Strijbosch genoemd, na een voltooide restauratie feestelijk in gebruik genomen.

 

 

 


St Martinusmolen in Didam
(zomer 2011)

2008    In Didam ontstaat op 7 januari de Protestantse gemeente door het samengaan van de plaatselijke Hervormde gemeente met de Gereformeerde kerk van Didam. Op 1 september 2008 wordt Annette Ursula Melzer de allereerste vrouwelijke dominee in de geschiedenis van Didam.

2010    Het in oktober 1973 geopende zwembad "de Hoevert" in het centrum van Didam ontvangt op dinsdag 28 september 2010 haar 5 miljoenste bezoeker.

 

2010     De R.K. parochie Onze Lieve Vrouw in Loil bij Didam viert haar honderdjarig bestaan.

 

 

 


Mariakapel in de Didamse Mariakerk  (2011)
De Mariaverering is in de Liemers altijd groot geweest.

2011     In zijn woonplaats Didam komt op vrijdag 8 april een eind aan het leven van de historicus dr. Jan B. Smit. Met een enorme gedrevenheid heeft de in Zevenaar geboren Smit ondermeer de sociaal-economische ontwikkelingen in de Liemers in de 19e en 20e eeuw bestudeerd. 
In april 2010 promoveerde Smit in Wageningen op een proefschrift over de sociaal economische ontwikkelingen van de Liemers in de periode 1815 - 1940. Hij was voorts auteur van o.a. "Zevenaar een Roomse burcht in een Liemers land". 


dr. J.B. Smit
(1956-2011)


2011
   
Het kerkdorp Nieuw-Dijk in de voormalige gemeente Didam bestaat honderd jaar. Drie markante dorpsverenigingen in Dijk vieren eveneens een jubileum: fanfare D.E.S. (90 jaar), schutterij Sint Antonius (90 jaar) en voetbalvereniging Sprinkhanen (75 jaar).


2011
    Streekhistoricus W. van Heugten uit Duiven publiceert een nieuwe verklaring omtrent de herkomst van de naam "Liemers" waarbij hij er vanuit gaat dat het begrip Liemers een samentrekking is van "lee" en "mers". 
Lee verwijst volgens hem naar het waterstroompje de Lee dat begint in Loo en vervolgens van oudsher de grens vormt tussen Duiven en Westervoort en tenslotte overgaat in de Leigraaf. De term Lee stamt mogelijk van het Germaanse "laida" dat waterloop betekent. Mers is een Oudnederlands woord voor "mars" dat moeras, beemd of broek betekent. De naam Liemers zou dus verwijzen naar een moerasachtig gebied, ten westen van Didam en ten oosten van Duiven, dat afwaterde via de Lee.  

 


Detail kaart van Christiaan sGrooten (1557)
ten oosten van Duiven (Duven) en ten westen van Didam (Dyem):
moerasachtig gebied

 

2013    Op woensdag 22 mei 2013 is het op de dag af honderd jaar geleden dat in Loil (Didam) op initiatief van pastoor Inden harmonie Amicitia is opgericht. Dit honderdjarig jubileum wordt groots gevierd in het feestweekend van 11 en 12 mei 2013.  

 


                             Amicitia in 1953 tijdens het veertigjarig jubileum

 

2013    De monumentenprijs van de gemeente Montferland wordt toegekend aan havezate De Luynhorst in Didam.




Luynhorst in 1721 (M. de Raad)

2013    Op donderdagavond 19 september wordt Didam en omgeving opgeschrikt door een enorme explosie, die een woning aan De Braak volledig verwoest. Bij deze explosie komt het echtpaar Fabian en Monique Udink, die tijdens de explosie in hun huis zijn, om het leven. Hun beide zoons zijn op het moment van de explosie naar de voetbaltraining


2014
    In de vroege ochtend van vrijdag 28 november omstreeks 5.00 uur zien surveillerende agenten vlammen uit het rieten dak van een boerderij aan de Loilderhofweg in Didam. De bewoners een 68-jarige vrouw en een 74-jarige man worden met de sirene van de politieauto uit hun slaap gewekt waardoor erger wordt voorkomen. De boerderij is niet meer te redden en brandt volledig af.  

De afgebrande monumentale boerderij, met een rijk historisch verleden, betreft "Hof Loil", Loilderhof 6, die sedert het midden van de 19e eeuw eigendom is van de familie Roosendaal. In de loop der eeuwen heeft de boerderij meerdere namen gehad zoals "Deije Hof toe Loel" (einde 14e eeuw), "Hoff te Lool" (17e eeuw) en vanaf 1820 "Loilderhof".  Omstreeks 1870 krijgt de boerderij de vorm, die het tot op 28 november 2014, de dag waarop een dierbaar levenswerk van de familie Roosendaal verloren gaat, heeft gehad. 

 


Bij een verwoestende brand gaat de historische boerderij "HOF LOIL" verloren

 


2015
    Op dinsdagavond 5 mei 2015 zitten zeven mensen doodsangsten uit wanneer zij tijdens de voorjaarskermis in Didam ondersteboven op enkele tientallen meters hoogte in een kermisattractie blijven hangen. Na ruim een half uur lukt het om hen uit hun benarde positie te bevrijden. 

 


In de loop der tijd is er ook wat betreft  de kermis in Didam veel veranderd