Giesbeek

Giesbeek en Lathum: Snel door de tijd

Giesbeek is een dorp met ongeveer 3.000 inwoners dat sedert 2005 deel uitmaakt van de gemeente Zevenaar.

Het gebied rond Giesbeek en Lathum is al sinds lange tijd bewoond. De Nederlands Hervormde kerk in Lathum stamt uit 1608 hetgeen duidt op meer geconcentreerde bouw dan hier en daar een enkele boerderij. In het Huis te Lathum ontving Lodewijk XIV in 1672 de Arnhemse Gedeputeerden die over de overgave van hun stad kwamen onderhandelen.
Omstreeks 1592 wordt een wet van kracht voor de provincie Gelderland die bepaalt dat alleen in de Hervormde kerk godsdienstoefeningen worden toegelaten. In 1596 wordt het openbaar katholieke leven geheel verboden. De schuilkeldertijd begint, trouw gebleven katholieken "kerken" in het geheim op boerderijen.
In 1672 wordt d
e parochie Lathum-Giesbeek gesticht met als eerste pastoor Petrus Boom. In de loop van de 18e eeuw groeit de buurtschap Giesbeek uit tot een dorp met een vrijwel geheel katholieke bevolking waardoor de behoefte aan een grotere kerk groeit.

Het gezicht van Giesbeek en Lathum is jarenlang bepaald door beroepsscheepvaart, boerderijen en steenfabrieken. Vanaf de tweede helft van de 20e eeuw zorgt de ligging aan de IJssel voor een nieuwe bron van inkomsten: grootschalige recreatie in het Rhederlaag. Door afgraving van zand en grind zijn plassen met oevers ontstaan die geschikt zijn voor watersport. Tegen het einde van de 18e eeuw tellen Giesbeek en Lathum 656 inwoners. Nu wonen er in Giesbeek bijna 3.000 mensen en in Lathum ongeveer 750. Tot 2005 maken Lathum en Giesbeek deel uit van de gemeente Angerlo.

600      Omstreeks deze tijd ontstaat een spontane aftakking van de Rijn ergens in de buurt van Arnhem, die in de nieuwe loop steeds meer Rijnwater afvoert en bevaarbaar wordt. Rond ongeveer 950 ligt er dan een rivier, de IJssel, van een omvang zoals wij die nu kennen.  

697     De H. Willibrord (een later heilig verklaarde Engelse monnik) bouwt de Martini-kerk in Emmerik (Emmerich). Van Willibrord is bekend dat hij een groot respect voor de Frankische heilige Maarten (Martinus) heeft. Kerken in Utrecht en Emmerich zijn door hem naar deze heilige genoemd. Ook de kerk in Lathum/ Giesbeek / Angerlo is naar Martinus genoemd. Opvallend is dat ook veel andere kerken en/of parochies in de Liemers de naam St. Maarten of St. Martinus dragen, namelijk die van Oud-Zevenaar, Elten, Didam, Doesburg, Herwen, Aerdt en Pannerden.

800     De verspreiding van het Christelijk geloof over de Liemers vindt plaats.

1000   In het Liemerse land zijn nederzettingen maar nog geen dijken. De rivieren en stroompjes treden voortdurend buiten hun oevers, maar echt hoge waterstanden komen vrijwel nooit voor omdat het water zich door het ontbreken van dijken vrijelijk kan verspreiden.

1053    De naam Lathum komt al voor.

1150    Halverwege de 12e eeuw wordt in het Liemerse land een begin gemaakt met de aanleg van dijken. Het zijn lage "zomerdijken" om het zomerwater te keren. Ruim honderd jaar later komen in de "Lijermersch" de eerste winterdijken.

Dijkaanleg met eenvoudige hulpmiddelen is een onvoorstelbaar omvangrijke klus, die naast vakmanschap vooral ook veel logistiek inzicht vraagt.

1245     Huis te Lathum wordt voor het eerst in documenten genoemd.

1290    Aan het eind van de dertiende eeuw is Doesburg verreweg het belangrijkste centrum in onze regio. De gehele Liemers tot aan Emmerik alsmede ook Doetinchem ressorteren onder het ambt Doesburg.

1328    De graven van Gelre en Kleef (Kleve) besluiten om een grote dijk aan te leggen van Babberich tot Giesbeek.

1339    Gelre, waartoe ook Giesbeek en Lathum in deze tijd behoren, wordt door de keizer van Beieren tot hertogdom verheven. Het is een zeer groot en belangrijk hertogdom. Het omvat naast de huidige provincie Gelderland, grote delen van de huidige provincie Limburg (met ondermeer Venlo, Venray en Roermond) en delen van het huidige Noord-Rijnland-Westfalen met ondermeer het stadje Geldern waarnaar het hertogdom Gelre en de latere provincie Gelderland zijn genoemd. Het hertogdom Kleve vormt een wig tussen de Noordelijke en de Zuidelijke delen van Gelre. De zelfstandigheid van Gelre eindigt in 1543.

 

Het hertogdom Gelre omvat omstreeks 1350:
1. Het Kwartier van Nijmegen (huidige Betuwe)
2. Het Kwartier van de Veluwe (ook genoemd Het Kwartier van Arnhem)
3. Het Kwartier van Zutphen (de huidige Achterhoek en Liemers)
4. Het Kwartier van Roermond (het huidige Limburg en delen van Noord-Rijnland-Westfalen)

 

 

1350    Omstreeks deze tijd wordt een wetering gegraven, die het overtollige water uit de Liemers via de "Grote Sluis" bij Giesbeek op de IJssel moet afvoeren. De wetering, die het water "verzwolg" wordt Zwalg genoemd. In de 19e eeuw spreekt men van Zwalling en in de 20e eeuw van Zwalm. De inwoners van Giesbeek en Lathum hebben hier in de loop der eeuwen veel last van want wanneer het IJsselwater hoog staat en de sluis niet geopend kan worden, stroomt het overtollige water over de plaatselijke landerijen. Wanneer omstreeks 1540 de sluis weer eens vernieuwd moet worden, weigeren de inwoners van Giesbeek en Lathum om mee te betalen.

1355    Over het 'Huis te Lathum' wordt voor het eerst geschreven.

1380    Jacob Vaeck wordt eigenaar van boerderij Valewaard bij Giesbeek. De boerderij wordt Vaecksgoed genoemd dat ook wel verbasterd wordt tot Fuik waardoor in latere jaren de naam "De Fuik" ontstaat.


1385    Omstreeks deze tijd wordt het veer dat de Valewaard bij Giesbeek verbindt met het aan de overzijde van de IJssel gelegen Rheden reeds vermeld.

 


1421    De vermaarde St. Elisabethsvloed van 19 december 1421 veroorzaakt ook schade in de Liemers. Op 20 december breekt bij Emmerik de Rijndijk door, waardoor een omvangrijk gebied overstroomt. Een groot deel van het water baant zich een weg via 's Heerenberg en Doesburg naar de IJssel.

1465    In 1465 beginnen de Gelderse Oorlogen, die bijna tachtig jaar tot 1543 duren. In deze periode wordt ook de Liemers regelmatig geteisterd door oorlogsgeweld zoals in 1495 wanneer na een beleg, dat duurt van Goede Vrijdag tot Hemelvaart (6 weken lang) het, uit de 11e eeuw stammende, roemruchte kasteel Baer volledig wordt verwoest.        

1486     Na een strenge winter met veel sneeuw komt het Angerlose Broek onder water te staan.

1492    Columbus maakt tijdens zijn ontdekkingsreizen naar Amerika melding van een geurig kruid, "tabaco" genoemd, dat door inlanders in brand wordt gestoken en waarvan de rook wordt geinhaleerd. Eeuwen later zal deze tabak vooral voor de Liemers bijzonder belangrijk blijken; vooral in de 17e, 18e en 19e eeuw voor de tabaksteelt in de Liemers en in de 20e eeuw voor de tabaksindustrie in Zevenaar (Turmac, Britisch American Tobacco).

1495    Na een beleg dat duurt van Goede Vrijdag tot Hemelvaart, 6 weken lang, vindt de verovering plaats van kasteel Baar en volgt de volledige ondergang van deze uit de 11e eeuw stammende burcht aan de IJssel, de oorspronkelijke stamzetel van de heren van Baar.


Boven de ingang van de kerk in Lathum bevindt zich in de nis een gedenksteen, die herinnert aan de verwoesting van
het kasteel Baar. Het is de enige herinnering aan de machtige burcht, die eeuwenlang de wijde omgeving heeft beheerst. 

   
Het eens zo roemrijke kasteel / burcht Baar volgens een 17e eeuwse tekening
 

1503      De zomer van 1503 verloopt zinderend heet en kurkdroog. Voor de inwoners van Giesbeek is de hitte en droogte een ware beproeving.

1517    Maarten Luther slaat zijn 95 stellingen aan de deur van de slotkerk in Wittenberg.

1533     In juni is er een overstroming waardoor veel gewassen verloren gaan en grote armoede het gevolg is.

1540    Wanneer omstreeks deze tijd de "Grote Sluis" bij Giesbeek, die het overtollige water uit de Lijmers op de IJssel afvoert, moet worden vervangen, weigeren Giesbeek en Lathum mee te betalen. De inwoners van Giesbeek en Lathum hebben van de sluis veel overlast want wanneer het water van de IJssel hoog staat en de sluis niet geopend kan worden, overstroomt het overtollige water de plaatselijke landerijen. Herhaalde aanmaningen van de dijkgraaf en de heemraden van de Lijmers om mee te betalen hebben echter geen effect ook al omdat Lathum en Giesbeek Gelders zijn en dus "buitenland" voor de Kleefse Lijmers.

1557     De vermaarde cartograaf Christiaan sGrooten, geograaf van de Spaanse koning Philips II, brengt het gewest Gelderland in kaart.




Een detail uit de kaart van Christiaan sGrooten betreffende de omgeving van Giesbeek
Giesbeek
wordt niet vermeld. In de omgeving zien we o.a. Weesterfort (Westervoort), Duven (Duiven), Groyssem (Groessen), Sevenaer (Zevenaar), Halsaff (Babberich), Lathem, Baer, Velp, Dyem (Didam), Loel (Loil), Lijnhorst en het Dymer Bosch (Didamse bos).

 



 

 

1567    Het algemene oproer bekend geworden als Beeldenstorm gaat grotendeels aan de Liemers voorbij.

1568    Begin van de Tachtigjarige Oorlog. De strijd tussen Spaanse en Staatse troepen brengt de bevolking in de Liemers regelmatig tot wanhoop.  

Staatkundige indeling van de Liemers en de omgevende gebieden in de 16e eeuw
Geel: Kleefs gebied   Groen: Gelders / Staats gebied
Licht Groen: Berghs gebied   Wit:zelfstandig gebied
Giesbeek is in deze tijd zelfstandig gebied.

1570     De periode 1570 tot 1600 is in de Liemers (en Achterhoek) een uiterst onrustige tijd. De bevolking is wanhopig door rondtrekkende plunderende troepen: De ene keer Staatse (Hollandse) en de andere keer Spaanse troepen en daar tussendoor rondtrekkende muitende bendes. Verwoeste huizen en kerken, onbebouwde akkers, plundering, doodslag, zware maandelijkse oorlogscontributies en roof van hele veestapels zijn aan de orde van de dag.

Plundering van een dorp geschilderd door Pieter Molijn (Frans Halsmuseum, Haarlem)
Vooral tijdens de eerste helft van de Tachtigjarige Oorlog gaat de bevolking van het Gelders - Kleefs grensgebied regelmatig gebukt onder de wreedheden en plunderingen van Hollandse en Spaanse soldaten. 
 
1571    In het vroege voorjaar, februari en maart, zijn er overstromingen.  Ook in 1572 en 1573 is in de regio sprake van een enorme wateroverlast en moet het verkeer naar Doesburg met schuiten plaatsvinden.

1572    Begin juli worden 19 katholieke priesters uit Gorcum ontvoerd naar Den Briel. Als ze daar niet bereid zijn het katholieke geloof af te zweren worden ze een voor een opgehangen. De herinnering aan dit gebeuren, dat bekend staat als een van de dieptepunten in de opstand tegen Spanje, blijft tot ver in de 20e eeuw bij veel katholieken, ook in de Liemers, levend.

Links: Martelaren van Gorcum worden in een schuur terechtgesteld (19e eeuws schilderij van Cesare Fracassini)

Rechts: Beeld van pater Claas Pieck in de bedevaartskerk in Brielle
  Claas Pieck is de eerste, die wordt opgehangen, na hem volgen nog 18 paters. 



De ontvoering van de 19 priesters vindt plaats door watergeuzen onder leiding van hun in 1571 door Willem van Oranje benoemde opperbevelhebber Lumey. Wanneer de priesters niet bereid zijn om het katholieke geloof af te zweren, worden ze in een schuur een voor een opgehangen. Na hun dood worden de 19 martelaren van Gorcum voor veel katholieken ook in de Liemers lichtende bakens in een periode van onderdrukking en duisternis. De herinnering aan het gebeuren in 1572 blijft tot ver in de 20e eeuw levend. Veel katholieken sluiten tot ver in de 20e eeuw hun dagelijks gebed af met: "heilige martelaren van Gorcum bidt voor ons".


1573
    Reeds eind oktober begint in de Liemers een lange zeer strenge winter waarin vrijwel alle wintervoorraden verloren gaan met grote tekorten en honger tot gevolg.

1584    Op 26 januari vindt in de avonduren een dijkdoorbraak plaats bij de Oliemolen van Leuven / Leuffen (buurtschap tussen Oud-Zevenaar en Groessen). Het betreft de oudst bekende melding van een dijkdoorbraak in de Liemers.

1592     Voor de provincie Gelderland wordt een wet van kracht die bepaalt dat alleen in de Hervormde kerk godsdienstoefeningen mogen plaatsvinden.

1595    Na een extreem koude winter volgen in maart zware overstromingen. De Lijmerse bandijk breekt op diverse plaatsen door.

1596     Het openbaar katholieke leven wordt geheel verboden. De schuilkeldertijd begint, trouw gebleven katholieken "kerken" in het geheim op boerderijen. Dit alles staat in groot contrast met de Liemerse gebieden, die onder het hertogdom Kleve vallen zoals Zevenaar, Duiven, Groessen en Wehl.

1608   
Een ontstellend koude winter zorgt voor grote problemen. In januari en februari vriest het zo hard dat zelfs de oudste mensen zich niet kunnen herinneren dit ooit eerder te hebben meegemaakt.

1608    Kerk in Lathum komt gereed.

 

 

 

 

Kerk in Lathum, die door de schrijver Jan Siebelink in het boek "Knielen op een bed violen" beschreven wordt als "de blauwe klokkentoren".

 

1610     Op vrijdag 22 januari wordt onze regio getroffen door een zware storm. Bij Rees breekt de dijk door. Veel land staat onder water.

1636    Pestepidemie treft o.a. Zevenaar. "Godt de Heere besocht meer als die helfte der burgerie met die pest".


Zevenaar en omgeving in 1646, volgens Johannes Janssonius.
. Merk op dat het zuiden boven, het noorden onder, het oosten links en het westen rechts is getekend en dat o.a. Laetem is vermeld
.

 


 

 





1642
    In Doesburg komt een schipbrug over de IJssel. Deze brug gaat in 1672 verloren en het duurt daarna een halve eeuw tot 1722 wanneer voor de tweede keer een schipbrug wordt aangebracht.

 

 

 

 

      

1672    In het Huis te Lathum ontvangt Lodewijk XIV de Arnhemse Gedeputeerden, die over de overgave van hun stad komen onderhandelen.

1672      De parochie Lathum-Giesbeek wordt gesticht met als eerste pastoor Petrus Boom. In de loop van de 18e eeuw groeit de buurtschap Giesbeek uit tot een dorp met een vrijwel geheel katholieke bevolking. De behoefte aan een grotere kerk groeit.

1682    Ernstige wateroverlast in de Liemers.

1684    De winter van 1683 - 1684 verloopt ontstellend koud. Zelfs stokoude mensen kunnen zich niet herinneren zo'n extreem koude winter ooit eerder meegemaakt te hebben. De koude valt ver voor kerstmis 1683 in en duurt tot medio februari 1684. De rivieren vriezen volledig dicht en ijsdikten tot twee Rijnlandse voeten (63 cm) worden gemeten. De winter zorgt voor veel overlast. 

1695     De eerste maanden van 1695 wordt de bevolking in extreme mate gekweld door de gevolgen van hoog water en geweldige ijsgang.

1709    Zeer strenge winter vanaf Driekoningen (6 januari); veel vee doodgevroren.

1711
    In het voorjaar zijn er diverse dijkdoorbraken zoals de IJsseldijk bij Lathum en de Boterdijk bij Lobith. Veel voedselvoorraden gaan verloren, weiden blijven lang onbruikbaar en op grote schaal wordt honger geleden.

1714    Veepest veroorzaakt in de Liemers de dood van veel runderen en grote armoede onder de bevolking.





1722
    Doesburg krijgt voor de tweede maal in de geschiedenis een schipbrug over de IJssel. Nadat de eerste schipbrug uit 1642 in 1672 verloren is gegaan duurt het een halve eeuw tot 1722 alvorens Doesburg weer de beschikking heeft over een dergelijke oeververbinding.

 

 

 

 

      

1729    Het sterftecijfer in Giesbeek-Lathum is in 1729 veel groter dan in andere jaren. Onbekend is welke ziekte(n) hiervoor verantwoordelijk is (zijn).

1739    Onophoudelijke regen, hagel en sneeuw maken dat de Liemers in april een grote watervlakte is. Het winterkoren gaat verloren en voor mens en dier is er een groot tekort aan voedsel.

1740    De winter van 1740 is zeer koud. Na een relatief zachte december 1739 wordt januari 1740 extreem koud. In de periode van zaterdag 9 tot en met dinsdag 12 januari wordt het zelfs overdag in Giesbeek niet warmer dan 10 graden onder nul. De barre winter wordt gevolgd door een extreem koud voorjaar. Door armoede hebben veel huizen nauwelijks of geen verwarming. Op zaterdag 7 mei sneeuwt het nog. Ook de zomer verloopt zeer koud waardoor de oogsten volledig mislukken. Het duurt jaren voordat men het rampzalige jaar 1740 te boven is.

1742    In Westervoort wordt fort "Geldersoord" met een inundatiesluis aangelegd. Het betreft een verdedigingswerk waarbij een gebied tussen Westervoort en Doesburg, waaronder Giesbeek, onder water kan worden gezet. Nadat in het begin van de 19e eeuw Duiven en Zevenaar bij Nederland komen verliest het fort zijn strategische betekenis.

 


Pentekening: inundatiesluis Geldersoord in Westervoort (eind 18e eeuw)

 

1742    Op 23 augustus tekent Jan de Beijer Kasteel Lathum.


1743
   In het voorjaar staat de Liemers onder water. Tientallen paarden en meer dan honderd runderen overleven het niet.

1744    Omstreeks 10 maart komt geheel Pannerden onder water te staan als gevolg van een doorbraak in de Kanaaldijk. Ook een groot deel van Ambt Lijmers heeft te maken met de wateroverlast. Alleen de stad Zevenaar blijft droog maar het juist bij de stad gelegen Zevenaarse Grieth komt onder water evenals grote delen van Duiven, Groessen, Angerlo, Giesbeek, Lathum en Westervoort. Tot overmaat van ramp is er in de Liemers omstreeks deze tijd een zeer ernstige veeziekte.

1745    Op zaterdag 28 augustus 1745 wordt de predikanten opgedragen om wekelijkse bidstonden te houden zowel vanwege een epidemie van de gevreesde veepest als vanwege "toenemende oorlogsgeruchten". Dit laatste houdt verband met de Oostenrijkse Successieoorlog (1740 - 1748), waar het nabijgelegen Pruisen bij betrokken is.  
Veepest slaat in de 18e eeuw regelmatig genadeloos toe. Vooral omstreeks 1714, 1745 en 1768 raken ook in Giesbeek veel (keuter)boeren door deze gevreesde infectieziekte in een klap al hun vee kwijt.  Door deze veepest maar ook door ziekten, sterfte, plunderende soldaten, rondtrekkende bendes, slecht weer, extreme winters en natuurgeweld leven velen toch al bij voortduring op de rand van het bestaan.


"Gods slaandehand over Nederland door de pest-siekte onder het rundvee, geteekent en gegraveert door Jan Smit" in 1745. Vooral in de 18e eeuw brengt de "pest-siekte onder rundvee" (ook genoemd veepest of runderpest) veel (keuter)boeren ook in Giesbeek tot wanhoop. Enerzijds ondergaan velen de runderpest met veel berusting en enorm vertrouwen in God anderzijds is het leed vooral onder de keuterboeren enorm.   

1749    Doorbraak van de IJsseldijk bij Nieuwgraaf, waarbij door de kracht van het water een waai ontstaat. Het gehele gebied tussen Westervoort en Doesburg komt daardoor op 10 februari onder water te staan.  

1753
    Op 19 december vindt dijkdoorbraak plaats bij de buurtschap Leuven / Leuffen (buurtschap tussen Oud-Zevenaar en Groessen). Een zeer omvangrijk gebied tot Steenderen komt onder water.


Doorbreken van de Rhijndijk in 1753
Meer dan drie maanden lang, tot eind maart 1754, blijft het water door de Leuvense doorbraak naar binnen stromen;
tot  in oktober 1754 werkt men dagelijks met honderd karren aan het herstel van de dijk.

 

1756    Op zaterdag 11 december 1756 begint het streng te vriezen en de intense koude duurt onafgebroken tot maandag 7 februari 1757. De langdurige en intense koude stelt ook de  inwoners van Giesbeek erg op de proef.

1757    Op zondag 30 januari ziet men op het Gelders eiland de eerste tekenen van ijsgang. Het opgestuwde water stijgt daardoor zo hoog, dat het nog dezelfde dag twee voet over de dijk loopt en de de dijk ter hoogte van de Pannerdenschen Waerd breekt. Ruim en week later op 9 februari breekt de Herwense dijk op vijf plaatsen tegelijk door het opnieuw kruiende ijs en ook bij Pannerden volgen nieuwe doorbraken. Ook de dijk bij Leuven, tussen Oud-Zevenaar en Groessen, breekt in deze rampzalige maand.

Door vele dijkdoorbraken als gevolg van waterstuwing door het kruiende ijs staat in februari 1757 de Liemers grotendeels onder water. Velen vertoeven dagenlang op zolders of daken van hun huis. Ook gaan veel huizen door de watermassa verloren.

 

1758    De zomer is uitzonderlijk nat waardoor vrijwel alle landerijen onder water komen te staan en een groot tekort aan hooi ontstaat.  


1764    In februari vinden dijkdoorbraken plaats bij Rees en Herwen waardoor ondermeer Westervoort, Duiven, Angerlo, Giesbeek, Ooy en Lathum onder water komen te staan.

1770     Rampjaar. Van november 1769 tot en met december 1770 vinden in de Liemers talloze overstromingen als gevolg van dijkdoorbraken plaats.

 

 

 

 

 

                                                De afbeelding rechts laat een aantal doorbraken van Liemerse dijken zien in de 18e en 19e eeuw.

 


Voor het Gelders eiland en de gehele Liemers is 1770 door vele dijkdoorbraken een echt rampjaar.
 Vooral bij de onverwachte dijkdoorbraken op 2 en 3 december 1770 bij Zevenaar en Loo is het menselijke leed onvoorstelbaar.

1771    In het voorjaar regent het gedurende vijf weken onophoudelijk waardoor ook Giesbeek met een ernstige wateroverlast te maken heeft.

1779    De Lathumse-Giesbeekse pastoor Herman Deurvorst dient met een aantal vooraanstaande inwoners een rekwest in bij de Staten om een schuurkerkje te mogen bouwen; op 11 oktober 1780 wordt dit verzoek goedgekeurd en in datzelfde jaar wordt het kerkje in gebruik genomen. Als kerk mocht het niet herkenbaar zijn. Een flinke financiele bijdrage van het "Rijk" maakt in 1835 een ingrijpende verbouwing mogelijk, waardoor het aanzien van een echte kerk wordt verkregen.
 

1780    De overwegend katholieke inwoners van Giesbeek krijgen in 1780 de beschikking over een eigen heuse kerkschuur, die van 1780 tot 1909, dus bijna 130 jaar, in gebruik blijft. In 1835 krijgt wordt het mogelijk om met een geldelijke bijdrage van de overheid de kerkschuur ingrijpend te verbouwen tot een "echte kerk".
Wanneer omstreeks 1590 de IJsselstreek in Staatse handen is, wordt de openbare uitoefening van het katholicisme streng verboden en moeten katholieken lange tijd in het geheim hun geloof belijden en breekt een periode van schuilkerken aan. Naarmate de tijd voortschrijdt krijgen katholieken echter weer vaker toestemming kerken te bouwen mits deze geen aanstoot geven. Er breekt dan een periode aan, waarin katholieken kerkschuren bouwen.

 

1784    In maart veroorzaakt wateroverlast opnieuw veel leed en ellende in de Liemers: Vernielingen in huizen, verloren gegane voorraden in kelders, omgekomen vee en mensen in bittere koude en nood.


1785    Zevenaar en omgeving worden getroffen door een hevige pokkenepidemie. Andere jaren met pokkenslachtoffers in de Liemers zijn o.a.: 1724, 1730, 1773, 1791, 1799, 1801, 1807 en 1831.
 

1787     De weduwe van Everhardus Brandts en haar zoon Theodorus stichten op de Vaalwaard in Lathum - Giesbeek een steenoven. In 1802 wordt een pannenfabriek toegevoegd. Het betreft een van de oudst bekende steen / panovens in onze omgeving. 
In 1845 wordt G.J. Dibbets sr. eigenaar. In 1972 wordt de productie gestaakt waarna in de daaropvolgende jaren de fabriek wordt gesloopt.

 




 

1789    De winter van 1788-1789 verloopt extreem koud. Met de winter van 1708-1709 is deze winter de aller-koudste winter van de 18 eeuw. Mens en dier gaan gebukt onder de extreme koude en de gevolgen daarvan.

1796    Op 29 maart 1796 wordt Willem Tammel als schoolmeester in Giesbeek aangesteld. De schooluren zijn van 9 tot 11.30 uur en van 13.00 tot 16.00 uur. Het maandelijks schoolgeld bedraagt voor spellers 4 stuivers, voor lezers en schrijvers 6 stuivers en voor schrijvers en rekenaars 8 stuivers. Gedurende de wintermaanden worden de bedragen voor alle leerlingen verhoogd met 3 duiten per week voor kachelgeld. Vermoedelijk is Tammel bij zijn aanstelling al oud want reeds in 1800 wordt hij opgevolgd door de uit Venray afkomstige Johannes van de Boom, die tot zijn dood op 29 juni 1837, ruim 75 jaar oud, in functie blijft.

1799    Geweldige watervloed in de Liemers omdat de Liemerse bandijk het begin februari op drie plaatsen begeeft: Bij Leuven (tussen Oud-Zevenaar en Groessen), bij 't Loo en bij 't fort Geldersoord in Westervoort.

1800    Op zondag 9 november teistert een verwoestende storm de Liemers. De schade aan behuizingen en goederen is enorm. Huizen zijn omver geblazen. Schoorstenen en muren zijn ingestort. De oogst op zolder is nat geworden doordat daken het hebben begeven.

1801    De gemeenschap van Bahr, Lathum en Giesbeek telt 395 katholieken en 233 protestanten.

1807    In de nacht van woensdag 18 op donderdag 19 februari veroorzaakt een hevige noordooster storm veel schade. In Doesburg wordt de schipbrug over de IJssel zwaar beschadigd.

1809    Opnieuw grote overstroming in de gehele Liemers als gevolg van dijkdoorbraken te Oud-Zevenaar en de buurtschap Leuven; zeven mensen verdrinken.

   

IJsgang tussen Arnhem en Westervoort in januari 1809. Rechts is de stad Arnhem met de Walburgiskerk te zien..

In het stormachtige najaar van 1808 heeft de Liemers al vroeg te kampen met hoog water en in december volgt een periode van vorst en sneeuw. Op 3 januari 1809 is er een hevige sneeuwstorm, waarna de winter in alle hevigheid toeslaat. Rond de Pley bij Westervoort ontstaat een ijsmassa, die zowel de IJssel als de Rijn afsluit, waardoor stroomopwaarts de Liemerse bandijk van Oud-Zevenaar tot Westervoort onder zware druk komt.  Op vrijdag 13 januari om 7.30 uur in de ochtend begeeft de dijk het bij Ooy in de buurt van Toetenburg. Enige uren later breekt de dijk bij de Loowaard door. In korte tijd staat de gehele Liemers onder water.  

 

 

1810    Na de watersnood van 1809 wordt serieus overwogen een kanaal door de Liemers van Pannerden naar Doesburg te graven en de Nederrijn definitief te sluiten. Men gaat ervan uit dat de oplossing voor alle (overstromings)problemen  een afleiding van het Rijnwater is via de Liemers en de IJssel naar de Zuiderzee. 

1811    Angerlo wordt een zelfstandige gemeente los van Doesburg. Tot 2005 blijft Angerlo een zelfstandige gemeente, die ook Bahr, Bevermeer, Bingerden, Giesbeek en Lathum omvat.  

1816    Uitgezonderd enkele dagen in augustus regent het in 1816 van half mei tot in november vrijwel onafgebroken. De Liemers verandert daardoor in een moeras. Ook in Giesbeek gaat de oogst verloren. Armoede is het gevolg en velen voeden zich met voedsel dat onder normale omstandigheden aan varkens gegeven wordt. 

1817   Nadat het gehele jaar 1816 het extreem slechte weer ook in Giesbeek voor enorme problemen zoals honger en armoede heeft gezorgd, verschijnt medio maart 1817 de zon, die zich daarvoor in dertien maanden vrijwel niet heeft laten zien. Het gewone klimaat keert eindelijk weer terug. 
Pas in de loop der 20e eeuw hebben wetenschappers vastgesteld dat de tijdelijke klimaatverandering, die de wereld in 1816 heeft gekweld, het gevolg is van de enorme vulkaanuitbarsting van de Tambora op het eiland Sulawesi in de Indonesische Archipel. Aan het begin van de 19e eeuw duurt het maanden tot jaren voordat nieuws van de andere kant van de wereld onze omgeving bereikt maar ook als men het toen eerder geweten had zou niemand een verband gelegd hebben tussen de vulkaanuitbarsting en de tijdelijke klimaatverandering.
 

1820 In het vroege voorjaar worden door de ongewoon hoge temperatuur massa's smeltwater over de rivier aangevoerd, waarbij ten gevolge van de instorting van de Babberichse overlaat de Liemers weer geheel en al overstroomt.  

1825    In plattelandsgemeenten wordt de titel van schout (voor het hoofd van de gemeente) veranderd in die van burgemeester.

De Liemers en omgeving uit een aardrijkskundig schoolboek door J. van Wijk Roelands Zoon uitgegeven door H.C.A. Thieme te Zutphen in 1827. Vermeld worden o.a. Giesbeek, Angerlo, Bahr, Giesbeek, Lathum, Eldrik Lool en Holthuizen.

1830     De Belgische opstand leidt tot afscheiding van Belgie van Nederland. 
Koning Willem I roept ook in de overwegend katholieke Liemers (jonge)mannen op voor militaire dienst. Velen voelen er echter weinig voor om voor een protestante vorst te vechten tegen het katholieke Belgie. De invoering van de militaire diensplicht leidt in de gemeente Angerlo, waartoe Giesbeek in deze tijd behoort, tot grote onrust.

1831     Op dinsdag 15 februari 1831 komt een strafexpeditie bestaande uit tweehonderd manschappen, onder leiding van majoor Schimmelpenninck, naar Zevenaar om orde op zaken te stellen en dienstweigeraars op te sporen. Ook Angerlo, waartoe Giesbeek behoort, Didam alsmede Herwen en Aerdt krijgen in februari 1831 met deze strafexpeditie te maken. Begin april is het de beurt aan Duiven, waar de strafexpeditie onwillige mannen, die niet in militaire dienst willen, inrekent.

1834    Inspecteur Wijnbeek bezoekt de school in Giesbeek. Hij vindt het schoollokaal "een klein bedompt vertrek", waarin een blinde onderwijzer (J. van de Boom) zijn leerlingen leert spellen door een schoenlapper (Jan Hendrik Spronk).

1837    Op 29 juni komt, op ruim 75-jarige leeftijd, een eind aan het leven van Johannes van de Boom, die vanaf 1800 tot zijn dood meester was in Giesbeek. Zijn bezittingen (schoolhuis alsmede enige kledinstukken) vallen toe aan schoenlapper-herbergier Jan Hendrik Spronk, bij wie hij de laatste jaren in de kost is geweest en die regelmatig als plaatsvervangend schoolmeester is opgetreden. Het schoolhuis wordt vervolgens lange tijd gebruikt als cafe. Het heeft gestaan op de plaats waar in onze huidige tijd pand Kerkstraat 41 is gevestigd.

1838    Ruim een jaar na het overlijden van meester Van de Boom en de sluiting van de vervallen school richt eind 1838 een aantal mensen uit Giesbeek, dat in deze tijd ongeveer 350 zielen telt, een request tot het provinciaal bestuur waarin gevraagd wordt om een eigen school. De gemeente doet dit verzoek af door te verklaren dat twee jaar eerder een nieuwe school in Lathum is geopend, die bestemd is voor zowel Lathum als Giesbeek.
In 1866 verzoeken inwoners van Giesbeek opnieuw om een eigen school. Dit keer sturen ze een request naar zowel gemeente, provincie, Rijk en zelfs de Koning. Dit leidt er uiteindelijk toe dat de gemeente in 1880 bepaalt dat er voortaan drie openbare scholen moeten zijn waarvan een in Giesbeek. Uiteindelijk wordt op 2 januari 1883 een openbare school in Giesbeek geopend. De eerste hoofdmeester is Gerrit Willem Kastein uit het Overijsselse dorpje Baalder.

1845    Overvloedige regenval heeft tot gevolg dat meer dan 75% van de oogst verloren gaat. De aardappelteelt verrot vrijwel volledig. Voor velen is honger het gevolg. 

1845     Willem baron van Heeckeren van Kell (1815 - 1914) wordt burgemeester van de gemeente Angerlo, waartoe in deze tijd ook Giesbeek en Lathum behoren. Hij blijft dit vijftien jaar tot 1860. In 1877 wordt hij minister van Buitenlandse Zaken en daarna lid van de Tweede Kamer. Tevens is hij vele jaren een belangrijk adviseur van Koning Willem III met wie hij overigens enkele keren in conflict komt. Aan het begin van de 20e eeuw van 1903 tot 1910 wordt ook zijn zoon Alexander burgemeester van de gemeente Angerlo.


W. van Heeckeren van Kell (1815 - 1914)

1851    De zomer verloopt voor de boeren rampzalig. Een lange periode van hitte en droogte eindigt met een hevig onweer met hagel en storm.

1853   Bij aartsbisschoppelijk decreet wordt het dekenaat Doesburg opgericht. Het dekenaat omvat vijftien, voornamelijk in de Liemers gelegen, R.K. parochies: Doesburg, Lathum en Giesbeek, Westervoort, Duiven, Groessen, Loo, Zevenaar, Oud-Zevenaar, Lobith en Tolhuis, Herwen en Aerdt, Pannerden, Didam, Beek, 's-Heerenberg, Zeddam en Azewijn. De allereerste deken wordt pastoor J. Willemsen van Duiven.  

1856    Nadat enkele jaren eerder de Liemerse overlaat tussen Oud-Zevenaar en Babberich is gesloten, wordt ook de overlaat in Bingerden opgehoogd. Hiermee komt een eind aan een bron van grote ergernis onder de Liemerse bevolking als gevolg van schade door overstromend water bij een werkende overlaat. Zo noemt een getergd gemeentebestuur van Zevenaar in 1844 de Liemerse overlaatkade: "een daad van geweld, waardoor deze gemeente van hare waterkeeringen zonder eenige schadevergoeding is beroofd".

1859    In het provinciaal verslag over 1859 wordt gemeld dat in de "geheele Lijmers, zooals doorgaans weinig heerschende ziekten zijn voorgekomen". Het wordt toegeschreven aan de "gezond ligging" van deze streek.

1860     Carel Marie baron Brantsen (1834 - 1909) wordt in 1860 op 26-jarige leeftijd burgemeester van de gemeente Angerlo, waartoe ook Giesbeek behoort. In 1851 is hij na de dood van zijn vader eigenaar geworden van het landgoed Wielbergen, gelegen naast het landgoed en landhuis Bingerden. In 1869 geeft hij architect Eberson de opdracht tot het bouwen van het landhuis / kasteel Wielbergen. In januari 1909 wordt hij op de door hem aangelegde familiebegraafplaats op het landgoed Wielbergen te Angerlo begraven.


 

1866     Het gemeentebestuur van Angerlo, waartoe ook Giesbeek behoort, krijgt in herberg "Het Wapen" twee kamers ter beschikking als secretarie.

 

 


1867    De gemeente Angerlo legt met financiele steun van het Rijk, de provincie en de gemeente Rheden een nieuwe veerweg aan waardoor het Rhedense veer, dat de verbinding vormt tussen Giesbeek en Rheden een krachtige impuls krijgt.

 


 


1868    Aan de Dorpstraat (later de Kerkstraat) in Giesbeek begint Johannnes Soethof een smederij, die in latere jaren wordt overgenomen door zijn zoon Antoon. Diens zoon Jan neemt op zijn beurt de smederij omstreeks 1950 over. Na het overlijden van Jan neemt zoon Hent de smederij over en in 1979 wordt het bedrijf overgenomen door diens neef Tonnie Soethof, die in 2006 bij het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd met de smederij stopt, waarmee na bijna anderhalve eeuw de vertrouwde smederij Soethof uit de Kerkstraat verdwijnt.

 

 

1876    In de nacht van zondag 12 op maandag 13 maart beukt een zware storm de bandijk in Lathum over een lengte van 400 meter voor een deel weg. Door het met man en macht aanbrengen van driedubbele bekistingen van mest en puin slaagt men erin de gevolgen te beperken. In Giesbeek komen 24 huizen onder water te staan en in Angerlo 4 huizen. Bij het grenskantoor in Babberich spoelen door water en storm gaten van 8 meter in de weg.

1882  Op vrijdag 24 maart overlijdt in Angerlo de van oorsprong Duitse tekenaar en kunstschilder Maximilaan Leonard Kitzinger (1811 - 1882). Hij schilderde met name landschappen, vaak bij maanlicht.

 

 

                                                IJssel in de omgeving van Giesbeek 
(Maximiliaan L. Kitzinger)

 

 

1883    Op 2 januari 1883 wordt een openbare school in Giesbeek geopend. De uit twee lokalen bestaande school alsmede een onderwijzerswoning zijn gebouwd op een stuk bouwland aan de Kerkstraat in Giesbeek. De eerste hoofdmeester wordt Gerrit Willem Kastein uit het Overijsselse dorpje Baalder. 


1883    In de strijd tegen het water wordt in 1883 het Giesbeekse stoomgemaal in gebruik genomen. In 1925 wordt een van de drie stoommachines vervangen door een elektromotor. Wanneer het gemaal door beschadiging en gebrek aan kolen en elektriciteit aan het eind van de Tweede Wereldoorlog niet meer werkt, komt in 1944 / 1945 meer dan tweehonderd hectare onder water te staan. Het oude uit 1883 stammende gemaal heeft tenslotte dienst gedaan tot het in 1981 is vervangen door het nieuwe gemaal "De Liemers", dat op woensdag 10 juni 1981 in aanwezigheid van de commissaris van de koningin M. Geertsema en burgemeester J. Corniele in gebruik is genomen.



1885
   Tussen 1878 en 1895 treft een enorme landbouwcrisis Europa. Deze is het gevolg van import van goedkope landbouwproducten uit de Verenigde Staten en Canada waardoor prijzen sterk dalen en boeren hun arbeiders niet meer kunnen betalen. Werkeloosheid en armoede nemen sterk toe. Ook in Giesbeek besluiten mensen onder druk van de omstandigheden naar het buitenland te vertrekken om daar werk te zoeken zoals naar het Duitse Ruhrgebied. Voor sommigen is dit vertrek tijdelijk, anderen vertrekken definitief
.

1887    Aan de Meentsestraat in Giesbeek laat G. Winterink uit Drempt een molen bouwen.


De Giesbeekse molen (De Hoop),  omstreeks 2000

Na de bouw in 1887 blijft de molen 55 jaar in handen van de familie Winterink. In 1942 verkoopt de inmiddels 80-jarige Winterink de molen.
Tijdens de  Tweede Wereldoorlog loopt de molen veel schade op, die omstreeks 1956 wordt hersteld. In 1979 koopt de gemeente Angerlo de molen, die vervolgens volledig wordt gerestaureerd, met financiele steun van rijk, provincie en gemeente.  

1889    Albert Otten begint met zijn vrouw een cafe, bakkerij en winkel voor kleding en kruidenierswaren in de Kerkstraat in Giesbeek. Daarnaast hebben ze ook een boerderij. 
Omstreeks 1920 neemt hun zoon Jan de zaak over. Deze stopt op zijn beurt in 1967 en verkoopt de zaak aan de familie Spijker uit Nijmegen. Omstreeks 1970 brand het pand af, waarna het niet meer herbouwd wordt
.

1890     In de nacht van zaterdag 15 op zondag 16 maart probeert een 70-jarige huisvader uit Giesbeek kolen te stelen op boerderij "De Bahrse Pol" in Lathum. Rijkswachter Schimmel betrapt de dief echter op heterdaad. De rechter veroordeelt de man tot drie dagen gevangenisstraf, waarbij hij rekening houdt met de grote armoede waarin het gezin van de dief verkeert.

1890     De winter van 1890 / 1891 is uitzonderlijk streng. De decembermaand spant de kroon want sedert het begin van de temperatuurmetingen in 1706 is het alleen in december 1788 nog kouder geweest.
Op 25 november 1890 gaat de wind uit het noordoosten waaien en dat is het begin van een langdurige strenge vorstperiode. De gemiddelde ijsdikte in sloten is in de loop van december ongeveer 65 cm., plaatselijk wordt zelfs een dikte van 70-80 cm. bereikt. Mens en dier gaan gebukt onder extreme koude. Op 19 december vriest bij Elten een grensbeambte dood.

1891    Op 11 maart besluiten 101 Liemerse boeren (68 uit Didam, 19 uit Zeddam en 14 uit Wehl) tot de oprichting van een cooperatieve roomboterfabriek, waardoor Didam de primeur heeft van de allereerste cooperatieve roomboterfabriek buiten Friesland.  Het kapitaal wordt verkregen door uitgifte van aandelen van f 50,- (22,50 euro) aan ieder van de deelnemers. De fabriek is al snel een groot succes en omgevende plaatsen zoals Doesburg in 1892, Zevenaar in 1893, Angerlo in 1894 en Wehl in 1894 volgen.

Angerlose boterfabriek en directeurswoning, omstreeks 1900
In 1894 krijgt Angerlo een boterfabriek; in 1925 wordt in Angerlo een nieuwe fabriek gebouwd. 
 

 


1891    De uit twee lokalen bestaande lagere school aan de Kerkstraat in Giesbeek wordt met 1 lokaal vergroot. Hoofdmeester van de school is Hendrik Lucas van Benthem uit Breda, die in 1886 meester Kastein opvolgde omdat deze hoofdmeester in Hoog-Keppel werd. In 1897 vertrekt Van Benthem naar Gietelo en wordt zijn plaats in Giesbeek ingenomen door Derk Jan Diepenbroek. Zowel Kastein, Van Benthem als Diepenbroek zijn protestant terwijl Giesbeek overwegend katholiek is. 


1892
    Op woensdag 17 augustus 1892, de dag van Sint-Juttemis, brandt boerderij "De Bahrse Pol" in Giesbeek / Lathum grotendeels af. De inboedel gaat volledig verloren. De beide in het huis wonende gezinnen (Lagerwey en Katgert) kunnen zich tijdig in veiligheid brengen.

1893    Schutterij Eendracht Maakt Macht (E.M.M.) Giesbeek wordt opgericht.
Tot de oprichters behoren Albert Gerritsen (bijnaam: De Boer), Johan Gieling (uit  Zevenaar), Willem Janssen, Gradus en Jan Kelderman en Jan Winterink (bijnaam: De Mulder).


Schutterij E.M.M. in de begintijd


1894     Eind juli 1894 brengt een hevig noodweer gepaard met onweer, storm en slagregens grote schade toe aan de veldgewassen.

1895  In opdracht van H.J. Tiemens, burgemeester van de gemeente Angerlo, waartoe in deze tijd behoren de kerkdorpen Angerlo, Giesbeek en Lathum, wordt Villa Vreewijk aan de Mariendaalseweg gebouwd. Het pand dient als ambtswoning van Tiemens, die burgemeester is van de gemeente Angerlo van 1895 tot 1903.

 

 

                                                 


 

1896    Voor de allereerste keer vestigt zich een huisarts in de gemeente Angerlo, waartoe ook Giesbeek behoort.

1897    Op 21 augustus overlijdt Franciscus Arnoldus Aleven onder uiterst tragische omstandigheden in Giesbeek; hij verdrinkt in de IJssel.


1900
    Door de natte zomer moet veel hooi noodgedwongen nat en halfnat worden binnengehaald. Daardoor treedt regelmatig hooibroei en (beginnende) hooibrand op. Hooibergen moeten worden omvergehaald. Veel hooi, dat nog niet bedorven is, gaat verloren omdat gebroeid hooi geen smaak en kracht heeft.

1902    De Giesbeekse molen "de Hoop" van de familie Winterink wordt in 1902 voorzien van een 5 pk stoommachine. In latere jaren krijgt de molen een diesel- en electroaandrijving.


 

1904    Reinier Slinger wordt tot pastoor in Lathum-Giesbeek benoemd. Hij stelt zich tot taak de parochie te voorzien van een echte kerk met pastorie.


Ansichtkaart van de Meentsestraat (1909), die door pastoor Slinger is verzonden naar de paters aan de Velperweg in Arnhem. Aan het begin van de 20e eeuw is een foto nog zo bijzonder dat bewoners graag voor de fotograaf poseren.


1906    De Giesbeekse pastoor Slinger begint in 1906 met het inzamelen van geld ten behoeve van de invoering van bijzonder (Rooms Katholiek) onderwijs in Giesbeek. Hoofdmeester Antonius Raaymakers ervaart dit als een aanslag op zijn broodwinning en een openlijke vijandschap tussen pastoor Slinger en hoofdmeester Raaymakers is het gevolg. In 1911 vertrekt Raaymakers naar Indie om daar zijn onderwijswerkzaamheden voort te zetten. Toch duurt het nog tien jaar, tot 1921, alvorens in Giesbeek de eerste bijzondere (Rooms Katholieke) school van start gaat. 

1907   Met de huisvesting is het in de eerste helft van de 20e eeuw ook in Liemerse gemeenten soms erg slecht gesteld zoals ondermeer blijkt uit een rapport van de Doesburgse gezondheidscommissie, waarin staat dat tweederde van de bevolking in de gemeente Angerlo zeer krap behuisd is: 91 eenkamerwoningen, 154 tweekamerwoningen en 60 driekamerwoningen. Van deze woningen heeft 125 geen w.c., 16 slecht drinkwater en 18 onvoldoende slaapplaatsen.   

   

Uit de Graafschap-Bode (1938): "In de gemeente Wehl aan een smal wegje naar Nieuw-Wehl staat een steenen schuurtje: vier muren en een dak. Een vloer bezit het kot niet, evenmin behoorlijke vensters, of men zou de met planken dichtgespijkerde gaten voor zoodanig moeten houden. Van de dakpannen zijn er velen door de lieve jeugd stuk gegooid en de deuren kan men kwalijk nog zoo noemen ( ). Reeds ongeveer 10 jaar leeft Dien Damen hier (  )."

Vergelijkbare toestanden kan men in de hele eerste helft van de 20e eeuw nog overal aantreffen. 


1908    Op 2 januari 1908 beginnen de eerste werkzaamheden voor de bouw van een nieuwe R.K Kerk in Giesbeek. De kerk wordt door de aannemer opgeleverd op 18 mei 1909. De totale kosten voor bouw van kerk en pastorie bedragen ongeveer 75.00 gulden. Bouwer is Rodenreis uit Baarn.

 

1909    Ook in Giesbeek is in deze tijd het drankmisbruik groot. Pastoor R. Slinger zet zich in om dit misbruik terug te dringen. Hij lijkt enig succes te boeken want in 1909 wordt in Giesbeek nog meer dan 9000 liter sterke drank gedronken, een jaar later is dit verminderd tot ongeveer 6400 liter.

1909    Op donderdag 3 juni wordt de nieuwe R.K.  parochiekerk in Lathum-Giesbeek ingewijd door de Aartsbisschop van Utrecht, Monseigneur H. van de Wetering.


Mgr. Van de Wetering (1850 - 1929)

 

1910    Omstreeks deze tijd wordt in Giesbeek het R.K. Ziekenfonds St. Antonius opgericht. De contributie bedraagt in de beginjaren 20 cent en de uitkering bij ziekte 7,50 gulden per week.

1911    Op 15 augustus, in deze tijd voor katholieken de feestdag van Maria Hemelvaart, viert de parochie Lathum-Giesbeek het 25-jarig priesterjubileum van de pastoor Slinger.
 

 

 

1911  Aan het eind van het jaar wordt een begin gemaakt met de aanleg van een telefoonlijn van Doesburg naar Giesbeek.


Giesbeek, postkantoor begin 20e eeuw
 

 

1911    In 1911 vestigt zich Hendrik Eijkelkamp als smid in Lathum. Hij legt daarmee de basis voor Eijkelkamp Agrisearch Equipment, dat sedert 1980 gevestigd is op het industrieterrein in Giesbeek. Bij de viering van het honderdjarig bestaan in 2011 is het uitgegroeid tot een vooraanstaand bedrijf op het gebied van onderzoeksapparatuur voor bodem en water.


1912    Gerlof ten Broeke volgt Antonius Raaymakers op als hoofdmeester van de school in Giesbeek. Ten Broeke blijft maar een jaar in deze functie en wordt in 1913 opgevolgd door de van Alblasserdam komende Hendrikus Bloembergen. Laatstgenoemde vertrekt in 1924 naar Doesburg nadat in 1921 een R.K jongensschool in Giesbeek van start is gegeaan waardoor het aantal leerlingen op de openbare school sterk is verminderd. 


1912  Omstreeks deze tijd verandert de naam van de weg door het dorp Giesbeek van Dorpsstraat in Kerkstraat.

 


1913  Op maandag 20 januari 1913 wordt het nieuwe gemeentehuis van de gemeente Angerlo, waartoe Giesbeek behoort, feestelijk geopend. Onder leiding van architect W. Honig uit Velp is het voor bijna vijftienduizend gulden gebouwd op de fundamenten van het voormalige Klein Bingerden. Ook het nieuwe gemeentehuis heeft een gelagkamer en logement. Pas wanneer hier in 1940 geen nieuwe pachter voor wordt gevonden mag het erfpachtcanon met betrekking tot het logement vervallen en wordt het logement bij het gemeentehuis betrokken. De naam en het uithangbord met 't Wapen van Bingerden moeten wel blijven. Ook houdt de Heer van Bingerden het recht een ooievaarsnest te onderhouden, dat zich sinds mensenheugenis op het raadhuis bevindt.

 


 

 

1913  Ook in de gemeente Angerlo, waartoe in deze tijd ook Giesbeek en Lathum behoren, wordt het eeuwfeest van de bevrijding groots gevierd.

 

                                            Kasteel Bingerden met de 98-jarige oud-minister Baron Van Heeckeren en diens familie op het bordes tijdens het 100-jarig bevrijdingsfeest

 


1914
    Op 31 juli om 12.10 uur kondigt de Nederlandse regering een militaire mobilisatie aan. Korte tijd later breekt een weerzinwekkende oorlog (W.O. I 1914 - 1918) uit, waarin 10 miljoen mensen omkomen. Hoewel Nederland buiten het oorlogsgeweld blijft, gaat ook in de Liemers de bevolking gebukt onder angsten, onzekerheid, tekorten, ondervoeding, werkeloosheid en armoede.
 

1915    Door de oorlogssituatie (alle buurlanden zijn in de Eerste Wereldoorlog verwikkeld) ontstaan tekorten, waardoor de prijzen stijgen en de armoede ook in Giesbeek snel toeneemt.



 

1916  Jac. P. Thijsse schrijft in zijn vermaarde in 1916 uitgegeven album "De IJssel" over de schoonheid van onze omgeving.

 

                                            


Giesbeek (afbeelding 86, J.P. Thijsse,  1916)
 


1917    De oorlog in Europa veroorzaakt ook in Giebeek extreme armoede. Elders in Europa is de burgerellende vaak nog vele malen groter, getuige ook de aankomst van een groep ondervoede Oostenrijkse kinderen (afbeelding hiernaast), die in Nederland komen om aan te sterken.


 

 

1918    Op maandag 11 november komt een eind aan een onvoorstelbaar gruwelijke oorlog (Wereldoorlog I). Een groot deel van de Europese vooral mannelijke jeugd is letterlijk afgeslacht. Naast de ongeveer 9 miljoen(!) dodelijke slachtoffers, zijn vele miljoenen levens geknakt en gezinnen kapot gemaakt. Nederland en daarmee ook Giesbeek ontspringen de dans maar lijen wel onder de ontberingen (armoede), anderzijds hebben sommigen zich met smokkelhandel verrijkt.



 

 

1919   Als gevolg van grote massa's smeltende sneeuw en overvloedige regen staat het water in de rivieren eind 1919 en begin 1920 uitzonderlijk hoog. Op 29 december 1919 loopt de Pannerdense waard onder. Via de Oude Rijn en de Wildt stroomt veel water naar de Oude IJssel, waardoor ook Giesbeek te maken krijgt met wateroverlast.


In de watermassa een eenzame boerenwoning; de schuur is weggeslagen en het dak is tegen de dijk geworpen.

 

1920     Op woensdagavond 14 januari verdrinkt de Angerlose burgemeester jhr. H.M.J.F.E. van Grotenhuis. Na een bezoek aan de Societeit in Doesburg is hij per fiets naar huis gegaan, maar daar is hij nooit aangekomen. Men vindt hem enkele dagen later bij het dreggen op 100 meter van zijn woning.


 Jhr. H. van Grotenhuis (1890 - 1920);
burgemeester van Angerlo, verdronken op 29 jarige leeftijd  

 

1921    Op donderdag 1 september 1921 wordt de Paulusschool in Giesbeek feestelijk ingewijd. Deze school blijft tot het begin van de 21e eeuw in gebruik. In 2004 wordt het dan in slechte staat verkerende schoolgebouw vervangen door een "Kulturhus", dat wordt gebouwd door het Giesbeekse aannemersbedrijf Van den Boom. Naast de basisschool zijn in dit gebouw ook ondergebracht de kinderopvang, de bibliotheek, het gezondheidscentrum en het cultureel centrum.
Aanvankelijk is de Paulusschool een gemengde school, die echter in 1932 is omgezet in een jongensschool nadat de geestelijke zusters een meisjesschool in Giesbeek hebben geopend.

 

1922     Op 3 januari wordt in Didam het nieuwe gebouw van de Land- en Tuinbouwschool in gebruik genomen. Uit de verre omtrek, ook uit Giesbeek, gaan vooral boerenzonen naar deze school, die erg goed staat aangeschreven. In 1956 wordt de naam van de school veranderd in "middelbare land- en tuinbouwschool".


 Land- en tuinbouwschool in  Didam (1922) 

1924    In Zevenaar wordt naast het ziekenhuis een sanatorium geopend voor lijders aan de zo gevreesde t.b.c. (tuberculose / tering). De Zevenaarse arts J.G.A. Honig wordt geneesheer-directeur. In 1936 wordt hij opgevolgd door dr. A.J. Gerver. Laatstgenoemde blijft ruim twintig jaar tot 1957 geneesheer-directeur totdat hij in 1957 om gezondheidsredenen zijn werkzaamheden moet beeindigen. 
Vooral in de eerste helft van de 20e eeuw worden ook vele  inwoners van Giesbeek in hun naaste omgeving geconfronteerd met tuberculose, een infectieziekte veroorzaakt door besmetting met de tuberkelbacil.

Lighal van het Zevenaarse sanatorium
Volgens de inzichten van die tijd geschiedt het kuren bij voorkeur in de openlucht. Door armoede, ondervoeding en slechte leefomstandigheden komt t.b.c. erg veel voor. Nadat halverwege de twintigste eeuw een werkzaam medicijn wordt ontdekt door Waksman en de welvaart toeneemt, daalt het aantal lijders aan deze aandoening snel.

 

1926    Op zaterdag 25 september 1926 wordt de Liemerse Rijwielbedevaartclub naar Kevelaer opgericht. Doel van de vereniging is het jaarlijks houden van een bedevaart per rijwiel naar Kevelaer. Lid van de vereniging kunnen worden alle mannelijke ingezetenen van de R.K. parochies uit de Liemers, waaronder Giesbeek.
 

 

1928   Op dinsdagmiddag 8 mei vindt in de steenfabriek van de firma Jurgens in Giesbeek een tragisch ongeval plaats. Een werknemer wordt door een draaiende machine gegrepen en meters weggeslingerd. Hij overlijdt enkele uren later.

1928    Op dinsdag 7 augustus 1928 overlijdt doctor Alphonse Ariens (1860-1928). De op het feest van Maria Hemelvaart (15 augustus) 1882 R.K. priester gewijde Ariens heeft zich tijdens zijn leven vol overgave gewijd aan sociale rechtvaardigheid en christelijke matigheid vooral vanuit Enschede, Steenderen en Maarsen waar hij achtereenvolgens als priester heeft gewerkt. 
Als eerbetoon wordt in latere jaren in Giesbeek  de Doctor Ariensstraat naar hem genoemd.
 

 

1929    Jhr. Rudolf M.J.F.L. van Grotenhuis volgt burgemeester Blom op en wordt daarmee de 12e burgemeester van de gemeente Angerlo, waartoe Giesbeek behoort. Rudolf van Grotenhuis, de jongere broer van de in januari 1920 op tragische wijze verdronken burgemeester, is op 19 december 1900 in Gendringen geboren. Hij volgt de middelbare school op het seminarie in Rolduc en studeert te Leiden rechten. Tijdens zijn burgemeesterschap in Angerlo woont hij in de Veste, Angerloseweg in Beinum. Hij blijft burgemeester van Angerlo tot november 1941 wanneer hij benoemd wordt tot burgemeester van Groesbeek.

1930    Vooral in de eerste helft van de 20e eeuw is het Duitse Kevelaer een, voor katholieken uit de Liemers, geliefde plaats voor de Mariaverering.
 

 


Bedevaartgangers uit Lathum en Giesbeek
in Kevelaer (1930)

1931     Hendrik Sellen, oorspronkelijk afkomstig van Varsseveld, die vanaf 1924 hoofdmeester is geweest van de openbare lagere school in Giesbeek, wordt opgevolgd door Pieter J. Amesz uit Weesp. Laatstgenoemde wordt de laatste hoofdmeester van de openbare school, die in 1934 voorgoed haar deuren sluit omdat het leerlingenaantal door de komst van de R.K. Pauluschool in 1921 en de R.K. meisjesschool in 1932 te gering is geworden.

1932     In Giesbeek vestigen zich vanuit Tilburg R.K. zusters. Zij beginnen op 1 september met het geven van onderwijs. Ook een bewaarschool gaat van start. Aangezien deze Giesbeekse bewaarschool geruime tijd de enige in de gemeente zal blijven, bezoeken ook veel niet katholieke kinderen de school.

1932    De in de Liemers immens populaire Zevenaarse arts Jan G. A. Honig (1872 - 1958) wordt voorzitter van de Koninklijke Nederlandse Maatschappij ter bevordering van de Geneeskunst (KNMG).

 

 


De immense populariteit van dr. Jan Honig blijkt ondermeer uit een bericht in een regionale krant uit 1906, waarin wordt vermeld dat Honig en zijn echtgenote, terugkomend van een huwelijksreis van drie weken, op het Zevenaarse station(splein) worden verwelkomd door "schutterijen uit Babberich, Grieth en Ooy, drie muziekcorpsen, een stoet ruiters alsmede een mensenmenigte van zeker 5.000 tot 6.000 personen" (In 1906 bedraagt het inwoneraantal van de volledige gemeente Zevenaar ongeveer 5.000) 

1934     Op 31 maart 1934 sluit de openbare lagere school in Giesbeek voorgoed haar deuren. Het schoolgebouw wordt verkocht en verbouwd tot woonhuis (Kerkstraat 63). De openbare school in Giesbeek is van start gegaan in 1883 en heeft dus ruim een halve eeuw als zodanig dienst gedaan. Door de komst van de R.K. jongensschool in 1921 en de R.K. meisjesschool in 1932 was het aantal leerlingen op de openbare school te klein geworden.

1937    Op maandag 9 augustus overlijdt in Giesbeek pastoor R. Slinger. De in Kloosterburen geboren R. Slinger is ruim dertig jaar vanaf 1904 tot 1937 R.K. pastoor in Giesbeek geweest.

 

 


Giesbeek ten tijde van het pastoraat van pastoor R. Slinger

1938    De legendarische priester-redenaar Henri de Greeve SJ (1892 - 1974) richt de "Bond zonder Naam" op om de naastenliefde te bevorderen. Voor zijn wekelijkse radio-uitzending op zaterdagavond, het Lichtbaken genoemd,  blijven veel katholieken ook in Giesbeek graag thuis.

1938    Op initiatief van Joh. Berends en G. Jansen wordt op 12 juni 1938 met medewerking van pastoor Gribnau in Giesbeek voetbalvereniging R.K.G.V.V. opgericht. In 1971 wordt de naam van de voetbalclub gewijzigd in G.S.V. '38.



                                                                                R.K.G.V.V  (1964)

1938    Aan de Meentsestraat wordt met geld van de families Gieling en Soethof een schuttersgebouw geplaatst. In dit gebouw houdt de Giesbeekse schutterij E.M.M. tot omstreeks 1960 de schuttersfeesten.

1939    Op zondag 6 augustus draagt Herman Beekman de eerste Heilige Mis op in de kerk van zijn geboorteplaats Giesbeek. Een week eerder is hij te Valkenburg tot priester gewijd. Het opdragen van een eerste Heilige Mis in de geboorteplaats door een pas gewijde priester (neomist) is in de katholieke gemeenschap een uitermate feestelijk gebeuren.



Verwelkoming in Giesbeek van Herman Beekman op 30 juli 1939

1939    De schoolarts constateert dat in Giesbeek een zeer groot aantal kinderen kampt met struma, een vergrote schildklier, ook wel kropgezwel genoemd. Maar liefst 65% (!) van de Giesbeekse kinderen lijdt er aan, waarvan 24% in ernstige mate.
Struma kan met jodiumhoudend Jozo-zout effectief bestreden worden maar een kilo daarvan kost in deze tijd 16 cent en dat is 6 cent meer dan gewoon zout. Een groot deel van de Giesbeekse bevolking, voor een belangrijk deel bestaande uit gezinnen van werkloze steenfabrieksarbeiders, is niet in staat dan wel niet bereid het duurdere Jozo-zout te kopen.

1939    Op maandag 21 augustus 1939, een snikhete dag, zoekt de 21 jarige Louis Arntz met een viertal vrienden verkoeling in de IJssel bij Giesbeek. Tijdens het zwemmen wordt Louis door een golfstroom verrast. Hij wordt meegesleurd en verdrinkt. De jongen, die woont en werkt in Enschede, hield juist enkele dagen vakantie bij zijn in Giesbeek wonende ouders.

1940
    De nacht van 10 mei: Grote aantallen Duitse vliegtuigen komen over. Een onafzienbaar leger Duitse soldaten komt vanuit Zevenaar in de richting van Arnhem. Na het opblazen van de Westervoortse brug ontstaat enige tijd een file aan Duitse oorlogsvoertuigen van meer dan 20 km. tot Emmerich.

 

 

Op vrijdag 10 mei wordt de Westervoortse brug in alle vroegte om 4.45 uur opgeblazen, waardoor de Duitse invasie enige vertraging oploopt.

1940    In de strijd tegen de Duitsers aan de Grebbelinie bij Rhenen sneuvelt op 13 mei dienstplichtig soldaat Johannes Bos (21 jaar) uit Giesbeek (gemeente Angerlo).

 

 

Dienstplichtig soldaat Johannes Hendrikus Bos uit Giesbeek sneuvelt op 13 mei 1940 op 21-jarige leeftijd in de strijd tegen de Duitsers aan de Grebbelinie. Zijn lichaam wordt 16  mei 1940 aan de noordzijde van de Grebbeberg, bij restaurant "Rust Wat" gevonden. Hij is begraven op het ereveld (rij 6, graf 11) in Rhenen.

 

 

 

1940    Kort na middernacht op zaterdag 31 augustus 1940 schiet de Duitse luchtmacht een Engels militair vliegtuig van de RAF neer. Het toestel dat voor een aanvalsvlucht op weg is naar een olieraffinaderij in het Duitse Gladbach stort brandend neer aan de Rhedense Veerweg bij Giesbeek. De vier bemanningsleden overleven de crash niet. Het zijn de piloot Kenneth Smettem, Alan Horsfall  (waarnemer, 19 jaar), Herbert Best (telegrafist, 22 jaar) en William Skinner (schutter, 21 jaar). Ze worden op maandag 2 september begraven op het R.K. kerkhof in Giesbeek. Op 28 februari 1951 worden zij, in verband met herplaatsing van het kerkhof, herbegraven op het Canadees oorlogskerkhof in Groesbeek (Canadian War Cemetery, graven 12-H-9, 10, 11, 12).

1941    In de loop van zondag 26 januari treedt de overlaat bij Spijk in werking waardoor enorme hoeveelheden water in de Oude Rijn worden gestuwd. Een groot deel van de Liemers komt in de daarop volgende dagen onder water te staan.



Spijkse overlaat

1941    In januari volgt de N.S.B-er A. Pinkster jonkheer R. van Grotenhuis op als burgemeester van de gemeente Angerlo, waartoe ook Giesbeek behoort. Pinkster blijft bijna drie jaar tot 12 oktober 1944 in deze functie om vervolgens burgemeester van de gemeente Bergh te worden. In Angerlo wordt hij dan opgevolgd door de N.S.B-er L. van Rijn.
Noch Pinkster noch Van Rijn hebben de allures van een doorsnee N.S.B-er waardoor de gemeente
Angerlo wat betreft deze N.S.B-ers nog geluk heeft gehad. Zo is mede door de handelswijze van burgemeester Van Rijn voorkomen dat de bezetter aan het eind van de oorlog inwoners heeft gegijzeld, hetgeen in onze omgeving uitzonderlijk is.


1942   
Ook
in Giesbeek gaan de mensen gebukt onder barre winterse omstandigheden in de koudste winter sedert 1789. De periode 18 - 27 januari 1942 is de koudste periode van tien dagen in de 20e eeuw. In de nacht van 26 op 27 januari worden minima gemeten van ongeveer -25 graden C. Mensen doen er alles aan om de kachels brandend te houden. De koude blijft tot in de derde week van maart.


1943    Onder de inwoners van Giesbeek, die in augustus 1943 door de bezetter als dwangarbeider naar Duitsland worden gevoerd, behoort ook de 20-jarige Kobus Meurkes. Na enige jaren in het Duitse stadje Attendorn (Sauerland) in een generatorfabriek te zijn tewerkgesteld, wordt HIJ rondom de bevrijding op dinsdag 17 april 1945 door gefrustreerde wegtrekkende Duitsers zwaar mishandeld. Hij wordt door de Amerikanen naar het ziekenhuis in Drolshagen vervoerd, waar hij aan zijn verwondingen overlijdt. Hij wordt in Drolshagen begraven maar enige jaren later met veel eerbetoon in Giesbeek herbegraven.

1944    Bij
de beschieting van het schip van de schippersfamilie Witjes uit Giesbeek, dat vaart op de Oude IJssel bij Keppel, komen op zaterdag 7 oktober 1944 Johanna Witjes - van Baal (28 jaar) en haar 2 jarig zoontje Arnold om het leven. 
Op dezelfde dag komt eveneens op de Oude IJssel bij Keppel het tweejarig zoontje van de familie van Baal - Witjes uit Giesbeek door een bomardement om het leven. Hij bevindt zich aan boord van het schip "Eureka" dat aan zijn ouders toebehoort.

1944    In de vroege middag van zondag 17 september stort bij het Rhedense veer, in de directe nabijheid van Giesbeek, een Engelse Mosquito neer. De beide inzittenden de 23 jarige piloot Robert Woodhouse en de 22 jarige navigator John McPhee spoelen dood uit het wrak.


 


1944    Op donderdag 30 november 1944 sneuvelt de 22 jarige Jan Gidding uit Giesbeek als Duits soldaat aan het oostfront te Libau in Letland. Ook hij is een slachtoffer van een zinloze oorlog.


1945    In
de vroege middag van dinsdag 16 januari 1945 wordt de 35 jarige landbouwersknecht Johannes B. Banning uit Giesbeek in Laag Soeren gedood bij beschieting door een geallieerd vliegtuig.

1945     Begin april wordt door de Duitsers de toren van de R.K. Kerk in Lathum-Giesbeek opgeblazen. De kerk wordt ernstig beschadigd. In 1947 wordt pastoor Aalders benoemd met de opdracht de kerk te herstellen; deze kerk wordt vergroot maar zonder toren op 20 februari 1949 weer in gebruik genomen. 

1945    Ook de toren van het Huis te Lathum wordt opgeblazen door Duitse troepen. De toren wordt niet herbouwd zodat alleen het lage deel nog resteert.

 

   

1945     Op 7 en 8 april moeten de bewoners van Giesbeek evacueren over de IJssel. Op woensdagmiddag 11 april ondernemen de geallieerden vanuit Angerlo een aanval op Doesburg met enorme verwoestingen tot gevolg. De definitieve bevrijding komt voor zowel Doesburg als Giesbeek pas op maandag 16 april. 

1946     Na de bevrijding zijn er ook in Giesbeek nog regelmatig slachtoffers als direct gevolg van de oorlog. Zo verongelukt  op zaterdag 1 juni 1946 de dertienjarige Wim Koman, enig kind van Gerhardus Koman en Theodora Derksen. Bij het naar de wei brengen van een paard ontploft een landmijn waardoor ze beiden in de lucht worden geslingerd. De jongen is op slag dood. Het paard moet worden afgemaakt. Op dinsdag 4 juni wordt Wim in Giesbeek begraven. 

1948    Schutterij Eendracht Maakt Macht (E.M.M.) in Giesbeek viert haar vijftigjarig jubileum.

 

1949    In de tweede helft van de twintigste eeuw gaat er ook in Giesbeek op boerenbedrijven veel veranderen. In snel tempo worden landarbeiders, boerenknechten en trekdieren vervangen door machines. Het trekpaard verdwijnt uit het straatbeeld. Veel werk gaat verricht worden door loonbedrijven.

 


Het maaien van rogge in de Liemers (1936)


1950    De gemeente Angerlo eert Theo A.J. Soethof (1915 - 1945) door een straat in zijn geboortedorp Giesbeek naar hem te vernoemen.
Soethof  is gemeenteambtenaar en verricht tijdens de oorlog verzetswerk. Medio april 1944 wordt hij door de Duitsers gearresteerd wegens het vervalsen van zegels en persoonsbewijzen, waarna hij wordt overgebracht naar het Huis van Bewaring in Arnhem. In de herfst van 1944 wordt hij op transport gesteld naar Neuengamme. Juist voor de bevrijding komt hij in het concentratiekamp om het leven.


 

1951    In september 1951 nemen de schutters van E.M.M. uit Giesbeek deel aan een groot vendelconcours in het Italiaanse Merano, waar de eerste prijs wordt behaald.

1952    In Giesbeek wordt tussen de Kerkstraat en de Pastoor Slingerstraat een weg aangelegd, die de naam Meester Willemsenstraat krijgt. 
Het is een eerbetoon aan meester Willemsen, die in 1921 als onderwijzer begon en later tot 1952 hoofd van de Paulusschool was.

1952    In Doesburg wordt een vaste brug over de IJssel geopend, die de oude schipbrug vervangt.



Op de achtergrond de nieuwe IJsselbrug, op de voorgrond de oude schipbrug (januari 1952)

 

1953    In de binnenstad van Doesburg worden de zo gehate hobbelige kinderkopjes vervangen door vlakke straatstenen. Voor de weggebruikers is dit een enorme verbetering.



1955    In de jaren vijftig worden de vertrouwde trekpaarden vervangen door landbouwtrekkers. Sinds mensenheugenis hebben paarden het zwaarste werk gedaan maar dat wordt nu ook in Giesbeek geschiedenis.


Nol Roth, knecht bij boer Veenink van de Mariendaalseweg bij Groot Kell, met het driespan paarden (1937)

1956  De tijdens de Tweede Wereldoorlog ernstig beschadigde Giesbeekse molen is hersteld.
 


Giesbeek met haar molen (Ad Dekkers, 1955, Liemers Museum)

1957    Dr. A. Gerver, directeur-geneesheer van het sanatorium in Zevenaar moet om gezondheidsredenen (M.S.) zijn werk neerleggen. Gedurende meer dan  twintig jaar (1936 -1957) heeft hij onder veelal uiterst moeilijke omstandigheden van armoede, tekorten en oorlogsellende zijn werk als longarts moeten verrichten in een tijd waarin ook in Giesbeek velen in hun naaste omgeving geconfronteerd worden met tuberculose.

Dr. A.J. Gerver (1903 - 1962) met een assisterende zuster tijdens het aanleggen van een pneumotharax (stilleggen van een long) bij een tuberculosepatient (foto ontvangen van: mevr. I. Konersmann-Gerver).
Dr. Gerver heeft het sanatorium ook geleid gedurende de moeilijke oorlogsjaren waarin hij zelf tweemaal door de Duitsers gevangen is genomen. Na de oorlog heeft hij zich ingespannen voor de uitbreiding van het sanatorium, noodzakelijk omdat tuberculose in die periode ook in de Liemers hoogtij viert. Ook in die tijd is hij een belangrijke promotor achter de thoraxchirurgie. Direct na de oorlog heeft hij bij gebrek aan artsen enige tijd alleen voor de medische behandeling van tweehonderd patienten gestaan.

1957    In augustus vieren de R.K. zusters van het Heilig Hart dat ze 25 jaar werkzaam zijn in Giesbeek en Lathum.

 


 

1960    Na de aanleg van riolering wordt de Meentsestraat volledig gereconstrueerd. In de krant staat niet zonder trots dat Giesbeek hierdoor een "stedelijk aanzien" heeft gekregen.



1961
  Op 1 september 1961 wordt de R.K. meisjesschool in Giesbeek, waar R.K. zusters bijna dertig jaar, vanaf 1932, onderwijs hebben gegeven, opgeheven. Het pand wordt daarna ingericht als wooncomplex ("het Klooster", Melaniastraat 2- 50).

1964   De ontdekking van het Groningse aardgas in Slochteren in 1959 heeft in de jaren zestig ook ingrijpende gevolgen voor de energievoorziening in de Liemers, waardoor kolenkachels ook in Giesbeek nu snel tot het verleden behoren.

 

Minister Andriessen brengt op 9 juli 1964 een werkbezoek aan het  Zevenaarse / Duivense Broek, waar op dat moment een belangrijke aardgasleiding wordt aangelegd.

 

1965    Eind maart is er een doorbraak van een zomerdijk langs de IJssel in Giesbeek. Persoonlijke ongelukken vinden niet plaats maar landerijen komen onder water te staan.

 

 


De doorgebroken dijk in Giesbeek
(eind maart 1965). 


1966    Eind augustus 1966 houdt het Rhedense veer op te bestaan. Het veer dat een lange traditie heeft gekend, reeds in de 14e eeuw wordt melding gemaakt van de verbinding Rheden met de Valewaard bij Giesbeek, wordt in de tweede helft van de 20e eeuw overbodig. Helaas wordt het aan de Rhedense zijde gelegen schilderachtige veerhuis enkele jaren later afgebroken.

 


1968    Op donderdagavond 10 oktober wordt burgemeester C.G.M. van Riel tijdens een gemeenteraadsvergadering door een hartaanval getroffen. Hij overlijdt ter plaatse. De consternatie is enorm. Van Riel was sedert 1946 burgemeester van de gemeente Angerlo, waartoe Giesbeek in deze tijd behoort.

1970    Het in 1920 opgerichte Giesbeekse fanfarekorps St. Gregorius viert op 29, 30 en 31 mei 1970 haar gouden jubileum.


Leden en bestuur Sint Gregorius t.g.v. het 55-jarig bestaan op 1 november 1975 in "Het Hof van Giesbeek" van de familie Soethof 

 

1972     Op zondag 11 juni viert de R.K. parochie Lathum-Giesbeek onder leiding van Pastoor Van Halteren op luisterrijke wijze het 300-jarige bestaan.

1972     Panoven Brandts - Debets op de Vaalwaard te Lathum - Giesbeek houdt op te bestaan. De in 1787 in Lathum door de weduwe Brandts en haar zoon Theodorus opgerichte steenbakkerij behoort tot de oudst bekende in onze regio.

 




 

1979    De gemeente Angerlo, waartoe Giesbeek in deze tijd behoort, koopt de uit 1887 stammende molen "De Hoop" om deze te renoveren.

 

 


De molen in Giesbeek (eerste helft 20e eeuw)

 

1981    Op woensdag 10 juni wordt het watergemaal "De Liemers" in Giesbeek in aanwezigheid van commissaris van de koningin dhr. M. Geertsema en burgemeester J. Cornielje in gebruik genomen. Het vervangt het oude in 1883 in gebruik genomen gemaal, waarvan een deel als "monument" op een sokkel is gezet.

 

 

 

1982    Molen "De Hoop" in Giesbeek, die in 1887 is gebouwd door de familie Winterink en in 1979 is gekocht door de gemeente Angerlo, wordt na een ingrijpende restauratie feestelijk heropend.

 

 

 

1984    Op 27 februari 1984 besluit de gemeenteraad een straat in Giesbeek te noemen naar Jan Bos. Het is een postuum eerbetoon aan de op maandag 13 mei 1940 op de Grebbeberg bij Rhenen als dienstplichtig soldaat in de strijd tegen de Duitsers gesneuvelde Jan Bos uit Giesbeek.  Zijn lichaam is 16 mei 1940 gevonden aan de noordzijde van de Grebbenberg bij restaurant "Rust Wat". Hij is begraven op het ereveld (rij 6, graf 11).

 

 


Jan H. Bos (1918 - 1940)


1988    Op zaterdag 25 juni wordt het Nederlands voetbalelftal  Europees kampioen na een 2-0 overwinning op Rusland in het Olympiastadion in Munchen. De stemming in heel Nederland is uitgelaten. Ook in Giesbeek heerst euforie met overal feestende mensen en toeterende auto's.

 


Uitgelaten sfeer in Amsterdam juni 1988

1993   De in 1893 opgerichte schutterij Eendracht Maakt Macht (E.M.M.) Giesbeek  viert haar honderdjarig jubileum met een Federatief Kringconcours.


Schutterij E.M.M. omstreeks 1900

1994    De gemeente Angerlo, waartoe Giesbeek in deze tijd behoort, knoopt met de grotendeels agrarische Poolse gemeente Pruszcz (9500 inwoners) speciale vriendschapsbanden aan.

2000    De gemeente Angerlo, die de kerkdorpen Angerlo, Giesbeek en Lathum alsmede de buurtschappen Bahr en Bingerden omvat, telt 4918 inwoners. De verdeling is Angerlo 1414 inwoners, Giesbeek 2822 inwoners en Lathum 682 inwoners.

2001    Koert Post, burgemeester van de gemeente Angerlo, waartoe Giesbeek in deze tijd behoort, wordt opgevolgd door Mr. C. van der Vliet, die in verband met de gemeentelijke herindeling in 2005 de laatste burgemeester in de geschiedenis van de gemeente wordt. Burgemeester Post stelt het geld, dat hij als afscheidsgeschenk ontvangt, beschikbaar aan het Gezondheidscentrum in de Poolse gemeente Pruszcz, waarmee de gemeente Angerlo speciale banden onderhoudt.

2002    Voor het eerst in de geschiedenis van de gemeente Angerlo wordt de grens van 5000 inwoners bereikt. Zenna, dochter van Tamara en Danny Groeliker uit Giesbeek is de 5000e inwoner van de gemeente.

 

2004    In Giesbeek wordt Kulturhus de Brede Blik geopend. Het is het eerste Kulturhus in de provincie Gelderland. In het Kulturhus is ondermeer gevestigd de basisschool, kinderopvang, bibliotheek, cultureel centrum en consultatiebureau.

 

 

Kulturhus aan de Kerkstraat in Giesbeek 

 

2005    Op 1 januari wordt Lathum in het kader van een gemeentelijke herindeling gevoegd bij Zevenaar. Tot 2005 is Lathum onderdeel van de gemeente Angerlo geweest.

 

 


De langgerekte vorm van de gemeente  Zevenaar, van  de Veluwe tot aan de Duitse grens en grenzend aan zeven andere gemeenten, heeft alle kenmerken van een politiek compromis bij de gemeentelijke herindeling. 

 

2009    Op woensdag 25 maart 2009 overlijdt op 81-jarige leeftijd H. J. Geurts, oud-burgemeester van de voormalige gemeente Angerlo, waartoe ook Giesbeek heeft behoord.  
De in Herwen en Aerdt op 3 januari 1928 geboren Henk Geurts werd in juni 1969 burgemeester van de gemeente 
Angerlo. Zijn ambtswoning was "De Veste" in Beinum. In april 1975 werd hij burgemeester van Druten wat hij bleef tot zijn pensionering in 1993. Vervolgens verhuist hij naar Ameland, waar hij in het voorjaar 2009 overlijdt.

 


2010   In Giesbeek wordt op zondag 31 oktober, de dag voor Allerheiligen, het honderdjarig bestaan van de Martinuskerk gevierd. Gelijktijdig wordt de nieuwe kerktoren officieel geopend door de Commissaris van de Koningin Clemens Cornielje, zoon van de burgemeester van de voormalige gemeente Angerlo.
De St. Martinuskerk verloor haar toren aan het einde van de Tweede Wereldoorlog door een beschieting. Na 65 jaar heeft Giesbeek haar kerktoren eindelijk terug.


Kerktoren, Giesbeek (2010)

 

2011    Op 21 april (Witte Donderdag) overlijdt in zijn woning in Zevenaar volkomen onverwacht de bekende streekhistoricus dr. Ben Janssen. Hij is van grote betekenis geweest voor de Liemers waarover hij tal van boeken heeft geschreven. Op 28 april vindt in de R.K. kerk van Lobith-Tolkamer, zijn geboorteplaats, de uitvaartdienst plaats.  

 


 Dr. Ben Janssen 
(1931 - 2011)

 


2011
    Streekhistoricus W. van Heugten uit Duiven publiceert een nieuwe verklaring omtrent de herkomst van de naam "Liemers" waarbij hij er vanuit gaat dat het begrip Liemers een samentrekking is van "lee" en "mers". 
Lee verwijst volgens hem naar het waterstroompje de Lee dat begint in Loo en vervolgens van oudsher de grens vormt tussen Duiven en Westervoort en tenslotte overgaat in de Leigraaf. De term Lee stamt mogelijk van het Germaanse "laida" dat waterloop betekent. Mers is een Oudnederlands woord voor "mars" dat moeras, beemd of broek betekent. De naam Liemers zou dus verwijzen naar een moerasachtig gebied, ten zuiden van Giesbeek, dat afwaterde via de Lee.  

 


Detail kaart van Christiaan sGrooten (1557)
ten noorden van Zevenaar (Sevenaer) en Duiven: moerasachtig gebied

2014    Harmonie Juliana, opgericht in december 1925, houdt in 2014 na 89 jaar op te bestaan. In de loop der tijd heeft de harmonie een belangrijke rol gespeeld in de muziekcultuur van Lathum en Giesbeek. In de kleine dorpsgemeenschap is het aantal leden te klein geworden en de aanwas te gering waardoor de ledenvergadering van maandag 24 maart moet besluiten om de vereniging op te heffen.

2018    Op vrijdag 16 maart 2018 overlijdt op 93-jarige leeftijd Jozef Cornielje (1924 - 2018), van 1976 tot zijn pensionering in 1989, burgemeester van de (voormalige) gemeente Angerlo, waartoe Giesbeek behoorde.