Herwen

             UIT HET VERLEDEN ONTWIKKELT ZICH HET HEDEN en UIT HET HEDEN DE TOEKOMST


DE GESCHIEDENIS VAN HERWEN IN JAARTALLEN



De naam Herwen wordt al in 897 genoemd. Uit de vondst van gedenkstenen, gebruiksvoorwerpen en ijzeren en bronzen zwaarden, blijkt echter dat het gebied van Herwen al voor het begin van onze jaartelling bewoond is geweest. Bij baggerwerkzaamheden is een grafsteen gevonden (nu in het Gemeentemuseum in Arnhem) van een overleden Romeinse soldaat M. Mallius. De tekst van de steen luidt: "Marcus Mallius, zoon van Marcus, van de stam (tribus) Galeria, uit Genua, soldaat van het 1ste legioen, 35 jaar oud met 16 dienstjaren, is begraven te Carvium bij de dam." Carvium is volgens taalgeleerden te herleiden tot Herwen.
Dichtbij de vindplaats van de grafsteen bevond zich het oorspronkelijke dorp Herwen, dat in 1760 door het wassende water van de Waal werd verzwolgen. De bewoners hebben dit destijds al lang van tevoren zien aankomen; zij hebben geleidelijk hun woningen afgebroken en aan de Rijndijk, daar waar sinds 1819 de R.K. kerk staat, en aan de Ringdam herbouwd.

De in Herwen bij baggerwerkzaamheden
gevonden grafsteen

697     De H. Willibrord (een later heilig verklaarde Engelse monnik) bouwt de Martini-kerk in Emmerik (Emmerich). Van Willibrord is bekend dat hij een groot respect voor de Frankische heilige Maarten (Martinus) heeft. Kerken in Utrecht en Emmerich zijn door hem naar deze heilige genoemd. Ook de huidige R.K. kerk in Herwen en Aerdt is naar Martinus genoemd. Opvallend is dat ook veel andere kerken en/of parochies in de Liemers de naam St. Maarten of St. Martinus dragen, namelijk die van Angerlo/Lathum/Giesbeek, Oud-Zevenaar, Elten, Didam, Doesburg en Pannerden.

800     De verspreiding van het Christelijk geloof over de Liemers vindt plaats

897     Harawa (Herwen) wordt genoemd, gelegen in Pagus Leomeriche (Liemers).

  Nederzettingen in onze streek, omstreeks 1200

Aswen (Azewijn) en Thedodem (Didam) worden genoemd in 828; Thuvine (Duiven), Gruosne (Groessen) en Harawa (Herwen) in 897; Eltnon (Elten) in 944; Berga ('s Heerenberg) in 1105; Sydehem (Zeddam) in 1142; Lengel in 1144; Loel (Loil), Wele (Wehl) en Waverlo (Dijk) in 1178; Beek in 1206; Stockem (Stokkum) in 1240.

 

 

 


900
    
Omstreeks deze tijd is er reeds sprake van een kerkgemeenschap in Herwen. De cutis Harawa bestaat uit een houten kerkje, dat toegewijd is aan Sint Jan de Doper.

1075    Omstreeks deze tijd wordt het houten kerkje in Herwen vervangen door een natuurstenen kerkje in de Romaanse stijl.

1218    De oudst bekende pastoor van Herwen is Herrimannus.

1275    De oudste vermelding van kasteel Byland stamt uit 1275 als de Heer van Pannerden, Willem Doys,  het kasteel als leengoed krijgt van de Hertog van Kleef.  Dit bij Pannerden gelegen kasteel ook genoemd Huis Scathe van Willem Doys wordt in de 16e eeuw door de veranderde loop van de Waal weggespoeld. Op een kaart uit 1631 van Millingen staat de ruine van Huis Bylandt nog in de Waal getekend.  
Voornoemd kasteel Bylandt is niet hetzelfde kasteel Bylandt dat in 1734 door Jan de Beijer is getekend. Dit kasteel, ook bekend als Huis Halt, ligt verder stroomopwaarts bij Bimmen.

 


Kasteel Byland (Jan de Beijer, 1734)

1309    Egidius de Bake is pastoor van Herwen.

1339    Gelre, waartoe ook Herwen en Aerdt in deze tijd behoren, wordt door keizer van Beieren tot hertogdom verheven. Het is een zeer groot en belangrijk hertogdom. Het omvat naast de huidige provincie Gelderland, grote delen van de huidige provincie Limburg (met ondermeer Venlo, Venray en Roermond) en delen van het huidige Noord-Rijnland-Westfalen met ondermeer het stadje Geldern, waarnaar het hertogdom Gelre en de latere provincie Gelderland zijn genoemd. Het hertogdom Kleve vormt een wig tussen de Noordelijke en de Zuidelijke delen van Gelre. De zelfstandigheid van Gelre eindigt in 1543.

 

Het hertogdom Gelre omvat omstreeks 1350:
1. Het Kwartier van Nijmegen (huidige Betuwe)
2. Het Kwartier van de Veluwe (ook genoemd het Kwartier van Arnhem)
3. Het Kwartier van Zutphen (de huidige Achterhoek en Liemers)
4. Het Kwartier van Roermond (het huidige Limburg en delen van Noord-Rijnland-Westfalen) 

 

 

 

 

 

1360    Graaf Johan van Kleef bouwt op de splitsing van Rijn en Waal de burcht Schenkenschanz; deze vlakbij Pannerden gelegen burcht wordt in 1586 omgebouwd tot een fort, dat in de Tachtigjarige Oorlog een belangrijke rol speelt in de strijd tussen de Spanjaarden en de Nederlanders.

1454    In een akte uit 1454 wordt gesproken van de "gemeijnte des kerspels Herwen". Hieruit blijkt dat de inwoners van het kerspel (parochie) Herwen een georganiseerde eenheid vormen, die als rechtspersoon kan optreden. Theodorus Boeck wordt in deze tijd als pastoor vermeld en Gerit van den Kirchoff en Johan van Hoeckelom Willemss als kerkmeesters.

1473    Theodorus Boeck wordt in dit jaar opnieuw als pastoor van Herwen genoemd. Ook in 1454 wordt hij als pastoor in Herwen vermeld waaruit kan worden afgeleid dat hij deze functie minimaal 19 jaar heeft vervuld.

1503    De zomer van 1503 is zinderend heet en kurkdroog en daardoor een kwelling voor de inwoners van Herwen

1517
     Maarten Luther slaat zijn 95 stellingen aan de deur van de slotkerk in Wittenberg.

1540     Jaspar Lyppit wordt genoemd als pastoor van Herwen.

1557    
De vermaarde cartograaf Christiaan sGrooten, geograaf van de Spaanse koning Philips II, brengt het gewest Gelderland in kaart.

Een detail uit de kaart van Christiaan sGrooten betreffende de omgeving van Herwen
In de omgeving van Herwen zien we o.a. Tolhuys (Lobith), Aert (Aerdt), Hoigh Elten (Hoog Elten), Neder Elten (Laag Elten), de Elter Heyde en Grontsteyn.

 


1565    Uitzonderlijk strenge winter waarin half december 1564 de vorst intreedt. Op 2e Kerstdag vriest de Rijn dicht en tot in maart blijft het ijs begaanbaar.

1566
   De pest slaat in Herwen ongenadig toe:  Tweehonderd doden op een totale bevolking van ruim 600. Onvoorstelbaar!!!

1568   Begin van de Tachtigjarige Oorlog. De strijd tussen Spaanse en Staatse troepen brengt de bevolking in de Liemers regelmatig tot wanhoop.  

De staatkundige indeling van de Liemers en de omgevende gebieden in de 16e eeuw
Geel: Kleefs gebied   Groen: Gelders / Staats gebied   Licht Groen: Berghs gebied   Wit: zelfstandig gebied
Merk op dat zowel Herwen als Aerdt in de 16 eeuw Gelders (Staats) zijn en door de loop van de Rijn tot de Betuwe behoren

1572    Begin juli worden 19 katholieke priesters uit Gorcum ontvoerd naar Den Briel. Als ze daar niet bereid zijn het katholieke geloof af te zweren worden ze een voor een opgehangen. De herinnering aan dit gebeuren, dat bekend staat als een van de dieptepunten in de opstand tegen Spanje, blijft tot ver in de 20e eeuw bij veel katholieken, ook in de Liemers, levend.

Links: Martelaren van Gorcum worden in een schuur terechtgesteld (19e eeuws schilderij van Cesare Fracassini)

Rechts: Beeld van pater Claas Pieck in de bedevaartskerk in Brielle
  Claas Pieck is de eerste, die wordt opgehangen, na hem volgen nog 18 paters. 



De ontvoering van de 19 priesters vindt plaats door watergeuzen onder leiding van hun in 1571 door Willem van Oranje benoemde opperbevelhebber Lumey. Wanneer de priesters niet bereid zijn om het katholieke geloof af te zweren, worden ze in een schuur een voor een opgehangen. Na hun dood worden de 19 martelaren van Gorcum voor veel katholieken ook in de Liemers lichtende bakens in een periode van onderdrukking en duisternis. De herinnering aan het gebeuren in 1572 blijft tot ver in de 20e eeuw levend. Veel katholieken sluiten tot ver in de 20e eeuw hun dagelijks gebed af met: "heilige martelaren van Gorcum bidt voor ons".

1574    In Herwen wordt pastoor Van Heerdt opgevolgd door Gerrit Lettinck, die de laatste pastoor is voor de Reformatie.

1577    Op 2 februari gaat Frederik van den Bergh met zijn troepenmacht in Herwen en Aerdt in kwartier. Tijdens het verblijf maakt het leger zich schuldig aan plunderingen en de inwoners worden behandeld als overwonnenen. Pastoor Gerrit Lettinck vermeldt dat alleen al in Herwen meer dan 3000 gulden (te vergelijken met vele miljoenen euro's in onze tijd) schade is geleden. 

 

1581    De periode 1581 tot 1603 verloopt voor de bevolking in het Gelders - Kleefs grensgebied rampzalig. De Tachtigjarige Oorlog, een meedogenloze strijd tussen Spaanse en Staatse troepen, maakt veel slachtoffers onder de bevolking. Zowel Staatse als Spaanse soldatenbendes trekken regelmatig plunderend en brandstichtend rond. De terreur wordt mede veroorzaakt door de slechte betaling van vooral de Staatse soldaten.

Plundering van een dorp geschilderd door Pieter Molijn (Frans Halsmuseum, Haarlem)
Vooral tijdens de eerste helft van de Tachtigjarige Oorlog gaat de bevolking van het Gelders - Kleefs grensgebied regelmatig gebukt onder de wreedheden en plunderingen van Hollandse en Spaanse soldaten. 

1584
    Op donderdag 26 januari vindt in de avonduren een dijkdoorbraak plaats bij de Oliemolen van Leuven / Leuffen (buurtschap tussen Oud-Zevenaar en Groessen). Het betreft de oudst bekende melding van een dijkdoorbraak in de Liemers.

1586     Tijdens de Tachtigjarige Oorlog speelt de beheersing van de rivieren een belangrijke rol. Op de splitsing van Rijn en Waal wordt daarom onder leiding van Maarten Schenk van Nydeggen de, door Graaf Johan van Kleef omstreeks 1360, gebouwde burcht uitgebouwd tot een fort (Schenkenschans). Het fort, de 'toegangspoort' tot de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden, wordt lange tijd als onneembaar gezien. Door verandering in de loop van de Rijn verliest het fort in het begin van de 18e eeuw haar strategische betekenis.

Schenkenschans wordt in 1635 door de Spanjaarden veroverd op de Nederlanders maar een jaar later alweer door Frederik Hendrik van Oranje heroverd.

In 1672 wordt Schenkenschans door Nederland zonder slag of stoot overgeleverd aan Frankrijk, maar in 1681 komt het fort weer in Nederlandse handen. In 1816 wordt het bij het Koninkrijk Pruisen gevoegd en worden de vestingwerken afgebroken.

Momenteel is Schenkenschanz een klein, stil en vriendelijk Duits dorpje vlakbij Kleve.

 

1595    Na een extreem koude winter volgen in maart zware overstromingen. De Lijmerse bandijk breekt op diverse plaatsen door.

1598     In de Over-Betuwe, waartoe in die tijd door de loop van de rivierstroom ook Aerdt, Herwen en Pannerden behoren, woedt de pest zo hevig dat het fruit niet geplukt kan worden en het graan op de velden verrot.

Huis Aerdt in 1621
Herwen in de Betuwe
Pentekening van J.Stellingwerf
(Prentenkabinet Rijksuniversiteit Leiden)


1598
    Johannes Rongius wordt de allereerste dominee in Herwen.

1599     De Spanjaarden trekken weg en het Gelders Eiland komt onder gezag van de Staten van Holland. 

1600     Omstreeks deze tijd wordt de uitoefening van de katholieke godsdienst verboden maar de overgrote meerderheid van de inwoners van Herwen en Aerdt blijft de katholieke kerk trouw. De R.K. kerken worden overgenomen door protestanten. Godsdienstige bijeenkomsten van katholieken moeten in het geheim plaatsvinden zoals op het Huis ter Aerdt, waar in de loop der tijd vaak noodgedwongen ook priesters zijn gehuisvest. In latere tijden wordt deze huisvesting als verre van ideaal gezien en in 1744 wordt een R.K. pastorie gebouwd op "den Ceurbeek" te Herwen. Naast deze pastorie wordt in 1818 een nieuwe R.K. (Waterstaats)kerk gebouwd

1602    De Staten van Gelderland starten onderhandelingen over teruggave van Lobith, dat naar hun overtuiging ten onrechte door Kleve (Kleef) wordt bezet. Het zal echter tot 1816 duren alvorens Lobith en haar omgeving Nederlands wordt.

Kasteel Het Tolhuis in Lobith in 1674, kort nadat het in het rampjaar 1672 nog dienst heeft gedaan als militaire wachtpost.

.

1608    Een ontstellend koude winter zorgt voor grote problemen. In januari en februari vriest het zo hard dat zelfs de oudste mensen zich niet kunnen herinneren dit ooit eerder te hebben meegemaakt.

1611
    In Herwen is al een (hervormde) school. Leenhart Pennine is onderwijzer op deze school.

1624     Op 2 februari 1624 vraagt dominee Henricus Ebberus toestemming om zijn zoon aan te stellen als schoolmeester van de school in Herwen

1631     Op een kaart van Millingen staan de restanten van het bij Pannerden gelegen Huis Bylandt nog in de Waal getekend. Dit kasteel ook genoemd Huis Scathe van Willem Doys is in de 16e eeuw door de veranderende loop van de Waal weggespoeld. 
Het in 1735 door Jan de Beijer getekende huis Bylandt, ook bekend als Huis Halt, is een ander kasteel en gelegen vlabij Bimmen, een eind stroomopwaarts dus. 

1635  Na een strenge winter volgt, als gevolg van een dijkdoorbraak bij Loo, een zware overstroming. De Spanjaarden moeten in verband met het hoge water Schenckenschans ontruimen.

1636     Joseph Hardt afkomstig uit Lent wordt koster en schoolmeester in Herwen. Hij blijft dit tot 1643. 

1643     Johannes Prignon volgt Joseph Hardt op als koster en schoolmeester in Herwen. Prignon blijft tot eind 1646. 

1647    Nadat het Huis te Aerdt ruim 160 jaar in het bezit is geweest van het geslacht Van der Horst komt het in zeer slechte staat verkerende pand in 1647 in het bezit van Walraven van Steenhuys, die het afbreekt en vervolgens een nieuw Huis Aerdt bouwt. Via zijn kleinzoon Joost gaat het in 1722 over op diens zusterszoon Alexander Walraad van Hugenpoth. Nazaten Hugenpoth bewonen het pand tot 1881. Het pand raakt in een vervallen staat en in 1945 wordt het als gevolg van oorlogshandelingen grotendeels verwoest. In de zestiger jaren van de 20e eeuw wordt het gerestaureerd en daardoor behouden als icoon van de eeuwenoude historie van Herwen en Aerdt


Huis Aerdt na de restauratie in de 20e eeuw

1648    Einde van de Tachtigjarige Oorlog: Vrede van Munster.

1649    De molenaar van de Herwense molen is Henrich Molenar.
                                                                                 De Herwense molen in 1909

1649    Salomon van Ruysdael (1601 - 1670) schildert het befaamde "Rivierlandschap met veerpont en gezicht op Herwen en Aerdt". 


Rivierlandschap met veerpont en gezicht op Herwen en Aerdt (National Gallery of Art in Washington)

 

1650    Dominee Rosa van Herwen klaagt dat de protestantisering in het geheel niet vordert en het "pausdom" zelfs aan invloed wint. 
            "In het tegendeel het pausdom in de Aenhanck van dien dagelicx toeneemt, also dat de predicanten suchten".

1652    Op de resten van slot Ter Cluse, dat tijdens de Tachtigjarige Oorlog is verwoest, wordt Huis Aerdt gebouwd. In de 18e en 19e eeuw zal dit huis de residentie zijn van de adellijke familie Van Hugenpoth.

De loop van Rijn en Waal in 1705
Voor de realisatie van het Pannerdens kanaal liggen Herwen (Herwert) en Aerdt (Aert) in de Betuwe. Pas na de aanleg van het Pannerdens kanaal in 1707 komen deze dorpen in de Liemers te liggen.  


1670
     In Herwen en Aerdt wonen ongeveer 750 mensen waarvan een kleine minderheid (90) tot de gereformeerde kerk behoort. De overgrote meerderheid is rooms-katholiek gebleven. 

1684    De winter van 1683 - 1684 verloopt ontstellend koud. Zelfs oude mensen kunnen zich niet herinneren zo'n extreem koude winter ooit eerder meegemaakt te hebben. De koude valt ver voor kerstmis 1683 in en duurt tot medio februari 1684. De rivieren vriezen volledig dicht en ijsdikten tot twee Rijnlandse voeten (63 cm) worden gemeten. De winter zorgt voor veel overlast.
 


Kaart uit de tweede helft van de 17e eeuw met Herwijn (Herwen

1695     De eerste maanden van 1695 wordt de bevolking in extreme mate gekweld door de gevolgen van hoog water en geweldige ijsgang.

1707    Op 14 november wordt het Pannerdens kanaal  (Nieuwe Rijn) geopend.                                   

De militaire dreiging vanuit Frankrijk  omstreeks 1700 was de directe aanleiding voor de aanleg van het Pannerdens kanaal. De Neder-Rijn en IJssel waren doorwaadbaar en daardoor zwakke plaatsen in de defensie van de Republiek der Vereenigde Nederlanden. De situatie voor de scheepvaart was daarnaast een belangrijke bijkomstigheid. Dankzij de aanleg van het Pannerdens kanaal (Nieuwe Rijn) werden Neder-Rijn en IJssel beter bevaarbaar. Gedurende de eerste zestig jaar na de aanleg van het kanaal had de aanleg echter een rampzalige invloed op de hoogwaterveiligheid. Talrijke dijkdoorbraken in de 18e eeuw waren een direct gevolg van de aanleg van het Pannerdens kanaal. In de loop der tijd is de rol van het kanaal voor de waterhuishouding echter drastisch gewijzigd en is het nu  de "hoofdkraan van Nederland".  

1707    Door het Pannerdens Kanaal worden Aerdt, Herwen en Pannerden van de Overbetuwe afgesneden en behoren vanaf nu tot de Liemers.

 

Het door het Pannerdens kanaal ontstane "Gelders Eiland" heeft zowel economisch als cultureel belemmerend gewerkt. Aan de andere kant heeft de geisoleerde ligging voor een hechte gemeenschap gezorgd.

Regelmatig hebben  in de Liemers overstromingen plaatsgevonden. De laatste in 1926. In 1995 was het elders in Gelderland uitermate spannend; enkele honderdduizenden mensen werden (30 januari - 6 februari 1995) preventief geevacueerd, maar gelukkig bleef een dijkdoorbraak uit.

De hoogste waterstand van de Rijn tijdens de overstroming van 1926 bedraagt 16,92 m. boven N.A.P.; de hoogste stand van de Rijn in 1995 bedraagt 16,69 m. boven N.A.P.; de laagste stand van de Rijn ooit gemeten (2003) bedraagt 6,91 m. boven N.A.P. Het verschil tussen de hoogste en de laagste stand bedraagt dus ruim 10 meter.  

1708    Na het gereedkomen van het Pannerdens Kanaal kunnen we nog niet spreken van een "Gelders" eiland omdat Lobith en Tolkamer Kleefs gebied zijn. Alleen Herwen, Aerdt en Pannerden zijn Gelders. Pas wanneer Lobith en Tolkamer ruim een eeuw later op 1 maart 1817 bij Nederland komen is er echt sprake van een "Gelders" eiland. 

1709    Zeer strenge winter vanaf Driekoningen (6 januari); veel vee doodgevroren.

1711
    In het voorjaar zijn er diverse dijkdoorbraken zoals de IJsseldijk bij Lathum en de Boterdijk bij Lobith. Veel voedselvoorraden gaan verloren, weiden blijven lang onbruikbaar en op grote schaal wordt honger geleden.

1717    Dominee Samuel Hundius, predikant in Herwen en Aerdt, verzoekt Caspar Anthonis Baron van Lynden, Amptman en richter van het Ambt Over-Betuwe, om strenge maatregelen te nemen tegen Roomse gebruiken op het kerkhof in Aerdt. Vooral het bevestigen van kruizen bij graven ziet hij als een vernedering van de gereformeerde godsdienst. De dominee wijst er bovendien op dat dit in strijd is met synodale voorschriften en verlangt dat de kruizen vooral in de buurt van de ingang van de Aerdtse kerk van hogerhand worden verwijderd.

1722    Alexander Walraad van Hugenpoth komt in 1722 in het bezit van Huis Aerdt. Nazaten Hugenpoth bewonen het pand tot 1881. Het pand raakt in verval en in 1945 wordt het als gevolg van oorlogshandelingen grotendeels verwoest. In de zestiger jaren van de 20e eeuw wordt het echter volledig gerestaureerd en daardoor behouden als icoon van de eeuwenoude historie van Herwen en Aerdt.

1727    Na vijftig jaar, vanaf 1677 tot 1727, schoolmeester in Herwen te zijn geweest komt een eind aan het leven van Steven ten Holler Derkz. Hij wordt opgevolgd door zijn zoon Derk ten Holler. Tijdens de ambtsperiode van laatstgenoemde moet het oude dorp Herwen worden verlaten omdat het wordt verzwolgen door de oprukkende rivier.   

1735    Jan de Beijer tekent 't Huys de Byland.

 

1742    In augustus 1742 tekent Jan de Beijer het oorspronkelijke dorp Herwen dat enkele decennia later door de Waal wordt verzwolgen.
                                 Het dorp Herwen in 1742 voordat het door de Waal wordt verzwolgen
                                                               (Jan de Beijer, augustus 1742)

1743    In het voorjaar staat de Liemers onder water. Tientallen paarden en meer dan honderd runderen overleven het niet.
 

1744    Op "het hoogste en bequaamste van den Ceurbeek" te Herwen wordt in 1744 een R.K. pastorie gebouwd. Tot dan hebben de priesters gewoond in Huis Aerdt. In het jaar 1819 wordt naast de pastorie de "Waterstaatskerk" gebouwd. In 1856 wordt op de plaats van de in 1844 gebouwde, inmiddels ruim honderd jaar oude pastorie, een nieuwe pastorie gebouwd. Laatstgenoemde pastorie wordt in 1988 vervangen door het parochiecentrum, zoals we dat in onze huidige tijd nog kennen.

1747    Een nieuwe golf van veepest veroorzaakt bittere armoede.
 


Herwen in 1742


1753
    Op 19 december vindt dijkdoorbraak plaats bij de buurtschap Leuven / Leuffen (buurtschap tussen Oud-Zevenaar en Groessen). Een zeer omvangrijk gebied tot Steenderen komt onder water.


Doorbreken van de Rhijndijk in 1753
Meer dan drie maanden lang, tot eind maart 1754, blijft het water door de Leuvense doorbraak naar binnen stromen..
Tot  in oktober 1754 werkt men dagelijks met honderd karren aan het herstel van de dijk.
 

1757    Op 30 januari ziet men op het Gelders eiland de eerste tekenen van ijsgang. Het opgestuwde water stijgt daardoor zo hoog dat het nog dezelfde dag twee voet over de dijk loopt en de dijk ter hoogte van de Pannerdenschen Waerd breekt. Ruim een week later op 9 februari breekt de Herwense dijk op vijf plaatsen tegelijk door als gevolg van het opnieuw kruiende ijs en ook bij Pannerden volgen nieuwe doorbraken. Ook de dijk bij Leuven, tussen Oud-Zevenaar en Groessen breekt in deze rampzalige maand.

Door vele dijkdoorbraken als gevolg van waterstuwing door het kruiende ijs staat in februari 1757 de Liemers grotendeels onder water. Velen vertoeven dagenlang op zolders of daken van hun huis. Ook gaan veel huizen door de watermassa verloren.

1758    Op 28 februari wordt in Herwen geboren Gerardus Roelofs, zoon van Joannes Roelofs en Hendrina Hartjens. Getuigen bij de geboorte zijn Giesbers en Joanna Evers. In 1785 trouwt hij met de 22-jarige Getruda Goris, eveneens uit Herwen. Gerardus Roelofs en Gertruda Goris zijn voorouders in rechte lijn (7 generaties) van Sam, Simon en Sjef van Keulen.

1758    De zomer is uitzonderlijk nat waardoor vrijwel alle landerijen onder water komen te staan en een groot tekort aan hooi ontstaat.  

 

1760     Het oorspronkelijke dorp Herwen, wordt door het wassende water van de Waal verzwolgen. De bewoners hebben dit al lang van tevoren zien aankomen; zij hebben geleidelijk hun woningen afgebroken en aan de Rijndijk en aan de Ringdam herbouwd.

 

1761    Een combinatie van zeer hoog water en storm veroorzaakt in de zeer vroege ochtend van 27 februari drie doorbraken in de Herwense bandijk. Ongeveer gelijktijdig  veroorzaken dijkdoorbraken tussen Loo en Westervoort twee waaien, waarvan een met een diepte van meer dan 50 voet.

1764    In februari vinden dijkdoorbraken plaats bij Rees en Herwen waardoor grote overlast ontstaat.

1764    In maart veroorzaken de pokken in Herwen en Aerdt 10 tot 15 dodelijke slachtoffers.

1765    Op 23 april wordt in Herwen geboren Gertruda Goris, dochter van Dirk Goris en Mathilde Driessen. In 1785 trouwt zij met Gerardus Roelofs, eveneens uit Herwen. Gertruda Goris en Gerardus Roelofs zijn voorouders in rechte lijn (7 generaties) van Sam, Simon en Sjef van Keulen.

1766    Als gevolg van de zeer hoge waterstand breekt in juli 1766 de zomerdijk in Herwen door. Het binnenstromende water slaat via een weggespoelde sluis in Pannerden gaten in de Deukerdijk en in de zomerdijk bij Candia. De oogst gaat volledig verloren. De armoede en de tekorten in de winter, die komt, zijn onbeschrijflijk.

1770     Rampjaar. Van november 1769 tot mei 1770 overstroomt het Geldersch Eiland zeven keer. Bij een dijkdoorbraak in december 1770 wordt de helft van het dorp 't Loo weggevaagd.

 

 

 

 

 

                                                De afbeelding rechts laat een aantal doorbraken van Liemerse dijken zien in de 18e en 19e eeuw.

 


Voor het Gelders eiland en de gehele Liemers is 1770 door vele dijkdoorbraken een echt rampjaar.
 Vooral bij de onverwachte dijkdoorbraak op 2 en 3 december 1769 bij Oud-Zevenaar en Loo is het menselijke leed onvoorstelbaar.

1771    In het voorjaar regent het gedurende vijf weken onophoudelijk, waardoor ook Herwen met een ernstige wateroverlast te maken heeft.

1772
    De nieuwe Herwense bandijk komt gereed. In latere jaren wordt deze dijk wel de Statendijk genoemd. Het betreft de huidige Pannerdense dijk en een deel van de Herwense dijk tot het punt waar de dijk overgaat in de 's Gravenwaardse dijk. Door deze dijk ontstaat ook de Geitenwaard, die buitendijks komt te liggen.

1772    Na een langdurig ziekbed overlijdt op 25 mei 1772 Derk ten Holler. Hij was 44 jaar, vanaf 1727 tot 1771, schoolmeester in Herwen., waar zijn vader eerder vijftig jaar, van 1677 tot 1727, schoolmeester was. Tijdens de ambtperiode van Derk ten Holler wordt het oude dorp Herwen door rivierwater verzwolgen. Na zijn overlijden is er gedurende zeer lange tijd geen schoolmeester meer in Herwen en moeten de kinderen in zoverre ze naar school gaan naar Aerdt, Elten of Lobith.

1775    Het Bijlandsch kanaal, een 3,5 km lang kanaal dwars door de Bijlandse Waard wordt gegraven om een scherpe Waalbocht, die in onze tijd nog terug te vinden is als Oude Waal in Herwen, af te snijden. Met de aanleg wil het gewest Gelre niet alleen de scheepvaart van dienst zijn maar bovendien ook het rivierwater beter kunnen reguleren.

1776    Het Bijlandsch Kanaal, een drie kilometer lange waterweg tussen Tolkamer en Millingen aan de Rijn, komt gereed. Het kanaal, dat is gegraven in de periode tussen 1773 en 1776 en dwars door de Bijlandsche Waard loopt, dient ter afsnijding van een scherpe bocht in de Waal. Met deze aanleg beoogt het gewest Gelre niet alleen de scheepvaart van dienst te zijn maar vooral ook  het rivierwater beter te kunnen reguleren waardoor overstromingen kunnen worden voorkomen.


    

1779    Op maandag 18 januari 1779 besluit de kerkenraad over te gaan tot de bouw van een nieuwe protestantse kerk in Herwen. Dominee C.J. Bruninga en kerkenraadslid Jacob van de Kolk moeten om inzicht in de kosten te krijgen contact opnemen met een architect. Het voornemen is de bouw van een eenvoudige kerk met een pannen dak en een torentje met twee klokken waarbij de bouwkosten ongeveer vierduizend gulden bedragen. Deze plannen zijn echter nimmer gerealiseerd.

1780    In het najaar van 1780 overlijdt Alexander Walrad Diederik baron van Hugenpoth tot Aerdt (1695 - 1780), ambtman van Herwen en Aerdt. Hij wordt begraven in het Minderbroedersklooster te Laag - Elten.
Alexander is in 1695 in Dortmund geboren, in 1707 overgegaan tot het katholieke geloof en heeft in 1722 van zijn kinderloos overleden oom Joost van Steenhuys de heerlijkheid Aerdt geerfd.

 


Alexander W. D. baron van Hugenpoth tot Aerdt
op een olieverfschilderij van Ernest Grips

1784    Een felle en langdurige vorstperiode zorgt dat de rivieren tot op de bodem met ijs bedekt zijn. In februari zet de dooi in en in de middag van 29 februari breken bij Spijk dijken door. Een dag later zijn er dijkdoorbraken in Oud-Zevenaar. Begin maart staat een gebied tussen 's Heerenberg en Doesburg onder water.

1785    Op 22 mei 1785 trouwt in de gemeente Herwen en Aerdt Gerardus Roelofs (geboren in Herwen in 1758) met Gertruda Goris (1765 - 1854). Zij zijn voorouders in rechte lijn (7 generaties) van Sam, Simon en Sjef van Keulen.

1788    Om verspreiding van ziekten te voorkomen bepaalt de Kleefse overheid op 11 april, dat voortaan twee begrafenisgebruiken achterwege dienen te blijven te weten:
                    - het afleggen van het lijk door een groot aantal vrouwen uit de verre omtrek
                    - het meerijden van vele vrouwelijke familieleden op de lijkwagen.

1789    De winter van 1788-1789 verloopt extreem koud. Met de winter van 1708-1709 is deze winter de aller-koudste winter van de 18 eeuw. Mens en dier gaan gebukt onder de extreme koude en de gevolgen daarvan.

1793    Pruisen verklaart Frankrijk de oorlog. De Duitse economie krijgt te maken met een enorme inzinking en de tabaksbouw in o.a. de Liemers krijgt een gevoelige tik.

1795   In Herwen en Aerdt is het aantal mensen dat in 1795 overlijdt veel groter dan in andere jaren. De oorzaak van dit hoge sterftecijfer is niet met zekerheid bekend maar mogelijk komt het door tyfus ("rot- en hete koortsen"), die in andere Liemerse plaatsen, in het bijzonder in Duiven, in 1795 veel dodelijke slachtoffers maakt.

 

1796   Omstreeks deze tijd spannen inwoners van Herwen zich al in om een school in hun dorp te krijgen. Drijvende kracht hierachter is de katholieke familie Van Hugenpoth. Het duurt echter nog tot 1841 alvorens Gedeputeerde Staten van Gelderland het plan voor een school goedkeuren. Drie jaar later in januari 1844 begint het onderwijs in de nieuwe Herwense school.


1797    Op 16 april wordt in Herwen geboren Maria Roelofs (1797-1868). Zij trouwt op 30 april 1831 in Pannerden met Joannes/Jan Jurrius (1796-1882). Zij zijn voorouders in rechte lijn (6 generaties) van Sam, Simon en Sjef van Keulen.

1799    In januari 1799 bedraagt het aantal kinderen op de school in Aerdt 86. Hiervan komen er 15 uit Herwen, andere kinderen uit Herwen gaan in Lobith of Elten naar school.

1800    Op zondag 9 november teistert een hevige storm de Liemers. De schade is enorm.

1806     Omstreeks deze tijd is Peter Verwaayen molenaar op de molen van Herwen. De molen, die van oudsher behoort bij Huize Aerdt, is in de loop der tijd door vele geslachten molenaars bediend. Zo beoefende Henrich Molenar dit beroep halverwege de 17e eeuw uit en vanaf 1869 zijn diverse generaties Heijnen er molenaar.
Ansichtkaart waarop molen uit Herwen (verzonden 1908)

1807    Het Ambtsbestuur benoemt Charlotte van Binsbergen (1748 - 1834), vrouw van Steven van Hasz te Aerdt, tot vroedvrouw van Herwen, Aerdt en Pannerden voor 70 gulden per jaar. Of Charlotte erg kundig is valt te betwijfelen want in 1813 acht de burgemeester haar niet alleen ongeschikt maar beschuldigt haar ook van het veroorzaken van schade aan zowel vrouwen als pasgeborenen.

1808    In Herwen en Aerdt is het aantal mensen dat in 1708 overlijdt twee keer groter dan in andere jaren. De oorzaak van dit hoge sterftecijfer is niet duidelijk.

1809    Weer een kolossale watervloed in de Liemers. Na een strenge vorstperiode veroorzaakt begin januari een ijsstopping in het Bylants kanaal een enorme vloed door de Oude en Neder-Rijn, waardoor de dijken de enorme druk niet weerstaan en op twee plaatsen, te weten bij de Toetenburg onder Ooy en bij 't Loo, doorbreken. Op 13 januari is het Liemerse land daardoor een grote met ijs beladen watervlakte waarin door een hevige storm ontwortelde bomen en daken van verwoeste huizen voortdrijven. Een nieuwe vorstperiode verandert het land vervolgens in een onafzienbare ijsvlakte.

 

 

IJsgang tussen Arnhem en Westervoort in de louwmaand (januari) 1809. Rechts is de stad Arnhem met de Walburgiskerk te zien.
Op 3 januari 1809 raast een hevige sneeuwstorm over de Liemers, waarna de winter in alle hevigheid toeslaat. Rond de Pley bij Westervoort ontstaat een ijsmassa, die zowel de IJssel als de Rijn afsluit, waardoor stroomopwaarts de Liemerse bandijk van Oud-Zevenaar tot Westervoort onder zware druk komt.  Op vrijdagochtend 13 januari om 7.30 uur begeeft de dijk het bij Ooy in de buurt van Toetenburg. Enige uren later breekt de dijk bij de Loowaard door. In korte tijd staat de gehele Liemers onder water. Zelfs in het relatief hoog gelegen centrum van Zevenaar-stad staat het water meer dan 1 meter hoog. 

 

Tot de mensen die in Herwen een belangrijke bijdrage leveren aan het redden en helpen van dorpsgenoten bij de watervloed van 1809 behoren: Hend. Bosman, Hend. Vermaas, Gisb. Derksen, Hend. van Binsbergen, Berend Roelofs, G. Weitjes en Geurt Bergman.

Juist over de grens bij Duffelwaard blijft een herinnering bewaard aan de watersnoodramp van 1809 in de vorm van een monument voor de 17-jarige Johanna Sebus, die na haar zieke moeder gered te hebben vervolgens bij een poging ook anderen te redden verdrinkt. Het is de grote dichter Goethe die aan deze tragedie een ballade wijdt.

1810    Na de watersnoodramp van 1809 wordt serieus overwogen een kanaal door de Liemers van Pannerden naar Doesburg te graven en de Nederrijn definitief te sluiten. Men gaat ervan uit dat de oplossing voor alle (overstromings)problemen een afleiding van het Rijnwater via de Liemers en de IJssel naar de Zuiderzee is. 

1811    Lobith, dat tot dan bij de gemeente Elten behoort, wordt in februari 1811 gevoegd bij de nieuw gevormde gemeente Herwen. De Eltense burgemeester J.W. Mosterd is hier hevig ontsteld over en doet er alles aan om Lobith bij Elten te houden. Een keizerlijk decreet van 21 oktober 1811 bevestigt echter dat Lobith tot de gemeente Herwen behoort. De burgemeester van Elten geeft de strijd nog niet op en drijft het conflict op 26 maart 1812 op de spits door de Eltense gendarmerie opdracht te geven ambtenaren van de gemeente Herwen, die in Lobith werkzaamheden verrichten, te arresteren. Uiteindelijk verliest burgemeester Mosterd de hoog opgelopen ruzie omdat aan een keizerlijk decreet niet valt te tornen. 

1812     De burgemeester van Elten weigert te accepteren dat Lobith geen deel meer uitmaakt van zijn gemeente. Op donderdag 26 maart 1812 drijft hij het conflict op de spits door  de Eltense gendarmerie opdracht te geven om ambtenaren van de gemeente Herwen, die in Lobith werkzaamheden aan het verrichten zijn, te arresteren. De burgemeester van Herwen waartoe Lobith sedert 1811 formeel behoort, protesteert uiteraard hevig en uiteindelijk delft de Eltense burgemeester het onderspit. Voor de bevolking zijn het verwarrende tijden. 

1813    Op 17 december zijn de Fransen door de Pruisen verslagen en wordt het oude ambt Liemers (Zevenaar, Duiven, Groessen, Loo, Wehl, Lobith, Tolkamer, Spijk, Herwen en Aerdt) weer een deel van Pruisen. Dit zal naar later blijkt slechts van korte duur zijn.

1815    Het Weense Congres besluit dat het gebied tussen Emmerick en de (huidige) grens Duits wordt in ruil voor Duitse enclaves Wehl, Liemers en Huissen, die tot Nederland gaan behoren. 

1816    Uitgezonderd enkele dagen in augustus regent het in 1816 van half mei tot in november vrijwel onafgebroken. De Liemers verandert daardoor in een moeras. In Herwen en Aerdt staan half juli niet alleen de buitenpolders blank maar ook in de binnenpolder verrot het grootste deel van de oogst (o.a. tabak en aardappelen). Extreme armoede is het gevolg en aan de allerarmsten wordt voedsel uitgedeeld. De burgemeester van Herwen en Aerdt probeert voorwaarden te verbinden aan de voedseluitdeling. Zo wil hij dat de ontvangers van bijstand hun hond(en) weg doen en hun kinderen laten vaccineren tegen de pokken. 

1817   Nadat het gehele jaar 1816 het extreem slechte weer ook in Herwen voor enorme problemen zoals honger en armoede heeft gezorgd, verschijnt medio maart 1817 eindelijk de zon, die zich daarvoor in dertien maanden vrijwel niet heeft laten zien. Het gewone klimaat keert eindelijk weer terug. 
Pas in de loop der 20e eeuw hebben wetenschappers vastgesteld dat de tijdelijke klimaatverandering, die de wereld in 1816 heeft gekweld, het gevolg is van de enorme vulkaanuitbarsting van de Tambora op het eiland Sulawesi in de Indonesische Archipel. Aan het begin van de 19e eeuw duurt het maanden tot jaren voordat nieuws van de andere kant van de wereld onze omgeving bereikt maar ook als men het toen eerder geweten had zou niemand een verband gelegd hebben tussen de vulkaanuitbarsting en de tijdelijke klimaatverandering.
 

1817    Lobith en Spijk worden verenigd met Herwen en Aerdt tot de gemeente Herwen en Aerdt. 

1817    Nadat de katholieken van Herwen en Aerdt ongeveer een eeuw genoegen hebben moeten nemen met een schuurkerk waarvoor de heer van Aerdt de boerderij naast zijn huis ter beschikking heeft gesteld, neemt in 1817 baron Godefridus van Hugenpoth het initiatief tot de bouw van een echt kerkgebouw dat  wordt gebouwd in de Keurbeek waar reeds sedert 1743 een pastorie staat. De grond wordt grotendeels geschonken door de baron. 


1818   
Op dinsdag 4 augustus 1818 vindt onder grote belangstelling de plechtige eerste steenlegging plaats van de nieuwe R.K. kerk aan de Keurbeek in Herwen. De eerste steen wordt gelegd door Godefridus van Hugenpoth. Een jaar later op dinsdag 12 oktober 1819 wordt de kerk door de aartspriester Johannes Gerritsen ingezegend. 

De in 1819 ingezegende R.K. kerk in Herwen
Deze kerk zal ongeveer 85 jaar dienst doen  en wordt in 1904 gesloopt en vervangen door een grotere kerk.

1819    Op 27 juni overlijdt in Huis Aerdt Godefricus baron van Hugenpoth tot Aerdt. Hij is de eerste die op het nieuwe kerkhof naast de R.K. kerk wordt begraven.

"Bij testament heeft Godefricus 1.000 gulden aan de kerk vermaakt. Voorts heeft hij bepaald, dat op de dag van zijn begrafenis het stoffelijk overschot van zijn in 1808 overleden echtgenote, begraven in de familiegrafkelder in de Aerdtse kerk, opgegraven moet worden om naar het nieuwe kerkhof te worden overgebracht om te worden herbegraven. Overeenkomstig deze wens is dit geschied".

1819    Donderdag 26 augustus 1819 is een bijzondere dag voor de katholieken van Herwen en Aerdt. Voor het eerst sedert de Reformatie beieren weer klokken van een katholieke kerk over de polders van Herwen en Aerdt. 

1821     Op vrijdag 4 mei overlijdt in Herwen de landbouwer Gerardus Roelofs. Hij en zijn vrouw Gertruda Roelofs-Goris zijn voorouders in rechte lijn (7 generaties) van Sam, Simon en Sjef van Keulen.

 

 

 

 

 

                                                Overlijdensakte Gerardus Roelofs

 

 

 

1823    Gedeputeerde Staten van Gelderland verbieden de in Aerdt, Herwen en Pannerden werkzame chirurgijn Johannes Lucassen (1758 - 1826) vanwege onkunde en drankmisbruik de verdere beroepsuitoefening.

 

1824    De gemeente Herwen en Aerdt doet er alles aan om de aan lager wal geraakte chirurgijn Johannes (Jan) Lucassen (1758 - 1826) weer aan het werk te krijgen. Dit lukt in 1824. De drank heeft Lucassen echter al te lang gesloopt. Hij overlijdt in 1926. Zijn weduwe Catharina Teunissen hertrouwt in 1829 met klompenmaker Lodewijk Rabeling.

1825    In plattelandsgemeenten wordt de titel van schout (voor het hoofd van de gemeente) veranderd in die van burgemeester.

De Liemers en omgeving uit een aardrijkskundig schoolboek door J.van Wijk Roelands Zoon uitgegeven door H.C.A. Thieme te Zutphen in 1827. Vermeld worden o.a. Aerdt, Herwen, Pannerden, Lobtih, Doornenburg, Kerkerdom, Zeeland en Millingen.

 

1826     Frederik Lang (1765 - 1834), die in 1817 is aangesteld als gemeenteveldwachter in Herwen en Aerdt, wordt op 9 november 1826 door de Gouverneur van Gelderland in zijn functie geschorst. Korte tijd later volgt zijn ontslag nadat hem een gevangenisstraf van een jaar is opgelegd voor belediging.

Frederik Lang, die in 1765 is geboren in Weilburg, woont en werkt als timmerman te Lobith wanneer hij in 1817 als gemeenteveldwachter wordt aangesteld tegen een jaarwedde van honderd gulden. De eerste jaren doet Lang zijn werk nog redelijk naar behoren maar zijn alcoholverslaving vormt een steeds groter wordend probleem. Ondanks vele vermaningen gaat het steeds verder bergafwaarts. Wanneer hij in 1826 de burgemeester in het openbaar grovelijk beledigt, is de maat vol en volgt ontslag.

 

1828     Herman Colenbrander wordt dominee in Herwen en Aerdt. Hij blijft dit bijna een halve eeuw tot 1877 en wordt daarmee de langstzittende predikant uit de historie van Herwen en Aerdt.

 

1829    Op 29 juli overlijdt thuis op huize 't Hoek te Zevenaar Carel van Nispen (1764 - 1829), vanaf 1818 hoofdschout van het district Zevenaar. Tot 1850 zijn groepen plattelandsgemeenten verenigd in districten, die daarmee een bestuurslaag vormen tussen provincie en gemeente. Het district Zevenaar omvat in deze tijd de gemeenten Zevenaar, Duiven, Westervoort, Pannerden en Herwen en Aerdt.

 


Carel  van Nispen
(1764 - 1829)

1837    Dijkdoorbraak bij Leuven / Leuffen (buurtschap in de nabijheid van Oud-Zevenaar), waardoor de Liemers voor de zoveelste keer overstroomt.

1838    Het "Reglement op het beheer der rivierpolders in de provincie Gelderland" komt tot stand waardoor het polderdistrict Herwen, Aerdt & Pannerden een feit wordt. Dit polderdistrict vormt 120 jaar later in 1958 met nog enkele andere gebieden het nieuwe Polderdistrict Oude Rijn. Weer 25 jaar later in 1983 fuseert dit  polderdistrict op haar beurt met het Polderdistrict Rijn en IJssel en ontstaat het vergrote Polderdistrict Rijn en IJssel.


     In 1879 bouwt het polderdistrict Herwen, Aerdt & Pannerden bovenstaand dijkmagazijn in Aerdt om materialen, waarmee dijkdoorbraken kunnen worden voorkomen, op te slaan. In onze tijd is het magazijn een rijksmonument en het enige in haar soort dat in onze omgeving is overgebleven.  

1839    In de gemeente Herwen en Aerdt vestigt zich in december 1839 voor het eerst in de geschiedenis een universitair opgeleide medicus. Het is dr. Wilhelm Anton Letterhaus (1815 - 1849) uit Munster, die een medische praktijk start in Lobith.  De praktijk verloopt verre van succesvol en er zijn vele klachten omdat dr. Letterhaus kampt met een alcoholverslaving en mede daardoor op de jeugdige leeftijd van nog geen 34 jaar op donderdag 12 april 1849 overlijdt.

1840    In het dorp Herwen vestigt zich voor het eerst een bakker. Het betreft de bakkerij van Jan Lamers, die tot 1860 heeft bestaan.

1840    De uit Pannerden afkomstige Henricus Terwindt (1809 - 1893) volgt Richardus Kolkschoten (1767 - 1839) op als pastoor van de parochie Sint Martinus in Herwen. Hij blijft dit ruim vijftig jaar tot zijn dood in 1893 en wordt daarmee de langstzittende pastoor in de geschiedenis van Herwen.

1841   Gedeputeerde Staten van Gelderland keuren het plan voor een eigen school in Herwen goed. Met als drijvende kracht de katholieke familie Van Hugenpoth hebben inwoners van Herwen gestreden voor een eigen school en nu na vele decennia eindelijk succes. In januari 1844 begint het onderwijs in de nieuwe Herwense school.

 

1842    Op zaterdag 26 februari 1842 verkoopt Alexander baron van Hugenpoth tot Aerdt voor 300 gulden aan de gemeente Herwen en Aerdt een stuk grond voor de bouw van een school. Op donderdag 18 januari 1844 begint meester Bernardus Erhatz met het onderwijs. Eindelijk heeft Herwen een eigen school.

 

1844   Op donderdag 18 januari 1844 begint meester Bernardus Erhatz met het onderwijs in de nieuwe school in Herwen. Na zich vele tientallen jaren voor een eigen school te hebben ingespannen hebben de bewoners van Herwen eindelijk een eigen school.

 

1849    Een cholera-epidemie veroorzaakt in binnen- en buitenland grote aantallen dodelijke slachtoffers. In de gemeente Herwen en Aerdt bezwijken in 1849 twaalf mensen aan de gevreesde aandoening.


     Priester bezoekt cholera-patient 
        (Engels tijdschrift, 1849).
 

1850     Johannes Grosseveld volgt Bernardus Anthonius Erhatz op als hoofd van de Herwense school. Grosseveld overlijdt in 1859 en wordt dan opgevolgd door Henricus Wijnandus van der Waarden  uit Nijmegen. Van der Waarden blijft ruim dertig jaar tot 1891 verbonden aan de openbare school in Herwen

1850    De gemiddelde levensverwachting in de Liemers bedraagt 34 jaar. Dit is in het bijzonder het gevolg van de grote kindersterfte.

1850
    Ook in de tweede helft van de negentiende eeuw gaat de industriele revolutie vrijwel volledig voorbij aan de Liemers. 

1850
    Als gevolg van een epidemie van roodvonk sterven in Herwen en Aerdt zestien mensen, waaronder tien kinderen.

1853   Bij aartsbisschoppelijk decreet wordt het dekenaat Doesburg opgericht. Het dekenaat omvat vijftien, voornamelijk in de Liemers gelegen, R.K. parochies: Doesburg, Lathum en Giesbeek, Westervoort, Duiven, Groessen, Loo, Zevenaar, Oud-Zevenaar, Lobith en Tolhuis, Herwen en Aerdt, Pannerden, Didam, Beek, 's-Heerenberg, Zeddam en Azewijn. De allereerste deken wordt pastoor J. Willemsen van Duiven.  

1854    Burgemeester Antoon Robbers wordt als gevolg van "minder diplomatiek handelen" door koning Willem III ontslagen als burgemeester van Pannerden en als burgemeester van Herwen & Aerdt. Robbers richt zich vervolgens met zijn schoonfamilie Van de Hoogen volledig op de wijnhandel: Robbers & van de Hoogen  in Arnhem

1854    Op een bevolking van 2.533 personen in de gemeente Herwen en Aerdt moet meer dan de helft "van den arme" worden gesteund. Ook dit is weer zo'n voorbeeld dat de "goede oude tijd" in feite nooit bestaan heeft.    

1858    Verschijning van Maria in Lourdes. Ook op de overwegend katholieke bevolking van de Liemers maakt dit diepe indruk.  

1859    In het provinciaal verslag over 1859 wordt gemeld dat in Zevenaar en in de "geheele Lijmers, zooals doorgaans weinig heerschende ziekten zijn voorgekomen". Het wordt toegeschreven aan de "gezonde ligging" van deze streek.

1859     Henricus Wijnandus van der Waarden uit Nijmegen wordt hoofd van de school in Herwen. Van der Waarden blijft dit ruim dertig jaar tot 1891. 

1860    De Vincentiusvereniging in Herwen kan mede dankzij een gift van vijfhonderd gulden (225 euro) van de familie Van Hugenpoth tot Aerdt een naaischool aan het Kosterijpad bouwen.

De naaischool te Herwen in 1925
De onderwijzeressen wonen aanvankelijk in het schoolgebouw. De eerste onderwijzeressen zijn: Gerharda Braam, Johanna Meijer, Johanna Lemm en Jacoba Mulder-Mastrigt. Vanaf 1911 worden de lessen gegeven door kloosterzusters.
In 1937 wordt het pand verbouwd tot bewaarschool, naaischool en vergaderlokaal. In 1973 zal het gesloopt worden. 

 

 

1864    Wilhelmina Peppink wordt gemeentevroedvrouw van Herwen en Aerdt. Meer dan veertig jaar tot 1908 verricht ze haar werkzaamheden op voortreffelijke wijze. Door weer en wind gaat ze naar barende vrouwen, waarbij ze veelvuldig gebruik maakt van tilbury en paard.

    Tilbury (midden 19e eeuw) 

 

1866    Een dood en verderf zaaiende cholera-epidemie maakt in binnen- en buitenland ontelbare slachtoffers. In Arnhem overlijden in 1866 maar liefst 428 mensen aan de gevreesde aandoening. In de Liemers valt het aantal slachtoffers mee doordat op veel plaatsen het water dat als drinkwater wordt gebruikt relatief goed is. In de gemeente Herwen en Aerdt overlijdt 1 persoon aan cholera. 


Tijdens de cholera-epidemie van 1866 wordt tegen het gebruik van onrijpe vruchten, pruimen, komkommers, meloenen en garnalen gewaarschuwd.  

1867    Door runderpest gaat het grootste deel van de veestapel verloren. Ook de oogst is slecht waardoor 1867 als rampjaar ervaren wordt.


De gemeente Herwen en Aerdt in 1867
De gemeente telt dan 2.925 inwoners en beslaat een grondoppervlak van 3.356 hectare.

1868    Extreme droogte in de Liemers veroorzaakt voedseltekort.

1869     Vanaf 1869 zijn diverse generaties Heijnen molenaar op de molen van Herwen. De molen, die van oudsher behoort bij Huize Aerdt, is in de loop der tijd door vele geslachten molenaars bediend. Zo beoefende Henrich Molenar dit beroep halverwege de 17e eeuw uit en is Peter Verwaayen er omstreeks 1806 molenaar..
Ansichtkaart waarop molen uit Herwen (verzonden 1908)

1874     Begin oktober zijn de broers Jan en Hendrik Vierboom uit Herwen de veroorzakers van een schandalige grafschennis in Pannerden. De broers roven op het kerkhof het houten grafkruis van de 30 april van dat jaar overleden vroedvrouw Cornelia van Hien, echtgenote van veldwachter Ruedisueli, en plaatsen dit vervolgens in de tuin voor het huis van de veldwachter. Voor deze grafschennis vindt later een veroordeling plaats tot gevangenisstraf. 
Aanleiding voor de grafschennis zijn gebeurtenissen in de late avond van 6 oktober. De broers Vierboom eisen dan een borrel in de Pannerdense herberg "de Koekoek" van Gerardus Hendriks. Omdat het inmiddels al sluitingstijd geweest is, weigert de kroegbaas. De broers dreigen daarop alles kort en klein te slaan. De te hulp geroepen veldwachter Ruedisueli wordt uitgescholden waarna de broers een bekeuring krijgen. Vervolgens gaan ze naar het kerkhof om wraak te nemen.

1875   Opnieuw wordt de gemeente Herwen en Aerdt getroffen door tyfus. Zowel in 1875 als in 1876 zijn twee dodelijke slachtoffers te betreuren. Ook in de jaren daarna vooral tot 1907 maakt tyfus regelmatig slachtoffers. Het duurt nog tot halverwege de 20e eeuw alvorens de aandoening in de gemeente is uitgeroeid.     

1879   Op dinsdagavond 18 november 1879 breekt omstreeks 21.00 uur brand uit in het huis van de arbeider, tapper en winkelier Hendrik Weitjes (34 jaar) in Herwen. Wanneer de drie kleine kinderen van twee, drie en vier jaar in veiligheid zijn gebracht, keren Hendrik en zijn vrouw Trui Lamers (26 jaar) terug in de brandende woning om nog zo veel mogelijk te redden. Doordat een deel van het brandende rieten dak naar beneden stort, kan Trui het huis niet meer uit. De 43-jarige arbeider Hendrik Huijing, die met anderen naar de brand staat te kijken, hoort het gegil van de vrouw en slaagt erin om met groot gevaar voor eigen leven via een kelderluik in de brandende woning te komen en de reeds bewusteloze vrouw met de grootste moeite in veiligheid te brengen. In de frisse lucht komt zij na enige tijd weer bij bewustzijn en later blijkt dat ze geen blijvend nadelige gevolgen van de bijna verstikking heeft overgehouden.  

1880    De gemeente Herwen en Aerdt telt acht steenfabrieken waar 176 mannen boven de 16 jaar werk vinden. Voorts zijn ongeveer 235  mannen werkzaam op boerenbedrijven. Weer anderen verdienen een boterham buiten de agrarische sector. Zo zijn er: 13 bakkers, 10 kleermakers, 5 klompenmakers, enkele leerlooiers, 7 metselaars, 1 koperslager, 2 kuipers, 4 mandenmakers, 2 molenaars, 14 schoenmakers, 2 meubelmakers, 2 molenaars, enkele rietdekkers, 11 schippers, 5 slagers, 7 smeden, 1 stoelenmatter, 12 timmerlieden, 2 tuinlieden, 4 schilders, 1 wagenmaker, 1 wever, 1 zadelmaker en 1 zeilmaker. Tenslotte zijn er nog enkelen werkzaam als gemeenteambtenaar, politiebeambte en douanier. Het totaal aantal mannen in de gemeente Herwen en Aerdt dat min of meer geregeld arbeid vindt bedraagt bijna 600.  De resterende mannen, ongeveer 400, moeten trachten door hier en daar los werk te verrichten het hoofd boven water te houden en dat is verre van eenvoudig.      

1881    Cornelia Maria van Wijnbergen, weduwe van Baron Alexander van Hugenpoth, bewoonster van het omstreeks 1652 door Walraaf van Steenhuys gebouwde Huis Aerdt, overlijdt. Door vererving wordt Huize Aerdt eigendom van Jonkheer Peter Alexander Ignatius de Kuijper.


Huize Aerdt in Herwen en Aerdt

1881    Aan de Polderdijk gaat een jongensschool van start met als hoofd de heer Menting.

1882    Het voorjaar is uitzonderlijk nat waardoor het hele Gelders Eiland te lijden heeft onder kwelwater.

1883    De aardappeloogst gaat voor het tweede achtereenvolgende jaar door wateroverlast verloren

1884    In december 1884 viert de heer Van der Waarden zijn 25 jarig ambtsjubileum als hoofd der school in Herwen en Aerdt.

1885     Na ongeveer 25 jaar verstoken te zijn geweest van een eigen huisarts vestigt zich in 1885 weer een arts in de gemeente Herwen en Aerdt. Het is de uit Haarlem afkomstige Johannes van Gruting (1857 - 1902), die tot zijn overlijden in 1902 gemeentearts blijft.

1886    Een rampjaar voor veel boeren: Na een uitzonderlijk warme en droge voorzomer volgt een overvloed aan regen waardoor veel weilanden onder water komen en het vee opgestald moet worden. Veel boeren hebben onvoldoende mogelijkheden om de dieren bij te voeren. Tot overmaat van ramp is er een epidemie van mond- en klauwzeer.

1887    Tussen 1878 en 1895 treft een enorme landbouwcrisis Europa. Deze is het gevolg van import van goedkope landbouwproducten uit de Verenigde Staten en Canada waardoor prijzen sterk dalen en veel boeren landarbeiders niet meer kunnen betalen. Werkeloosheid en armoede nemen sterk toe. Veel mensen, ook uit onze omgeving, besluiten onder druk van de omstandigheden naar het buitenland te vertrekken zoals naar het Duitse Ruhrgebied en de Verenigde Staten. Voor sommigen is dit vertrek tijdelijk, anderen vertrekken definitief.

1889    Omstreeks deze tijd beleeft de baksteenindustrie opnieuw een bloeiperiode. In de Liemers werken meer dan 1500 mensen in steenfabrieken. Dit zijn overigens niet alleen mannen maar ook vrouwen en kinderen. Van de ongeveer 700 arbeiders, die in de gemeente Herwen en Aerdt in de baksteenindustrie werken zijn 100 vrouwen, 70 jongens en 30 meisjes.  

1890     Wanneer het in de maand mei warm wordt, krijgt Herwen en Aerdt en omgeving te maken met een enorme meikeverplaag. Zwermen meikevers vreten in korte tijd het blad van planten op. De schade is enorm.

1890
     De winter van 1890 / 1891 is uitzonderlijk streng. De decembermaand spant de kroon want sedert
het begin van de temperatuurmetingen in 1706 is het alleen in december 1788 nog kouder geweest.
Op 25 november 1890 gaat de wind uit het noordoosten waaien en dat is het begin van een langdurige strenge vorstperiode. De gemiddelde ijsdikte in sloten is in de loop van december ongeveer 65 cm., plaatselijk wordt zelfs een dikte van 70-80 cm bereikt. Mens en dier gaan gebukt onder extreme koude. Op 19 december vriest bij Elten een grensbeambte dood.

1891    Johannes Theodorus Smals volgt zijn schoonvader Henricus Wijnandus van der Waarden op als hoofd van de Herwense school. 

1891    Op 11 maart besluiten 101 Liemerse boeren (68 uit  Didam, 19 uit Zeddam en 14 uit Wehl) tot de oprichting van een cooperatieve roomboterfabriek, waardoor Didam de primeur heeft van de allereerste cooperatieve roomboterfabriek buiten Friesland.  Het kapitaal wordt verkregen door uitgifte van aandelen van f 50,- (22,50 euro) aan ieder van de deelnemers. De fabriek is al snel een groot succes en omgevende plaatsen volgen: Doesburg in 1892, Zevenaar in 1893, Angerlo in 1894 en Wehl in 1894. In de 20e eeuw kent ook Herwen en Aerdt haar eigen zuivelfabriek.
 

Zuivelfabriek in Herwen en Aerdt omstreeks 1925



1893    Na meer dan een halve eeuw, van 1840 tot 1893, R.K. pastoor te zijn geweest in Herwen en Aerdt overlijdt op vrijdag 7 juli pastoor H. Terwindt (1809 - 1893).



1893    Op vrijdag 28 juli wordt Johannes Gommich  (1850 - 1906)
door aartsbisschop Schaepman benoemd tot pastoor in Herwen. Gommich blijft pastoor in Herwen tot zijn overlijden op 7 juli 1906. Zijn  levenswerk, de bouw van de nieuwe kerk in Herwen, is dan juist voltooid.

Gezicht op de Herwense kerk (eerste helft 20e eeuw)
Pastoor Gommich is bij zijn benoeming tot pastoor vermogend en gebruikt mede zijn eigen geld om de bouw van deze kerk mogelijk te maken.
Gommich, wars van uiterlijk vertoon en onnodige poespas, heeft een sterk rechtvaardigheidsgevoel en in zijn zondagse preken een sterke overtuigingskracht: Wanneer er op een dag varkens bij boer Nuy zijn gestolen en pastoor Gommich dit in zijn preek aan de kaak stelt, zijn de gestolen varkens reeds de volgende ochtend terug.
 
 

1894     Eind juli 1894 brengt een hevig noodweer gepaard met onweer, storm en slagregens grote schade toe aan de veldgewassen in ondermeer Herwen, Aerdt en Elten.

1895
    De gemeenteraad van Herwen en Aerdt ziet de fiets als een gevaar op de weg waartegen maatregelen overwogen moeten worden.

 

Christiaan Polman (over-overgrootvader van Sam, Simon en Sjef van Keulen) omstreeks 1900
De fiets is in die tijd nog een uitzonderlijk vervoermiddel en de gemeenteraad van Herwen en Aerdt is in 1895 voornemens maatregelen te treffen tegen het gevaar dat de fiets op de weg veroorzaakt.
Ook wordt in de begintijd van de fiets, voor 1900, fietsen door menigeen zelfs gezien als een losbandige bezigheid. 
 

1896    Opnieuw worden boeren getroffen door een epidemie van mond- en klauwzeer. Alleen al in de gemeente Herwen en Aerdt moeten vele honderden runderen worden afgemaakt.

1899    Op 31 december telt de gemeente Herwen & Aerdt 3817 inwoners verdeeld over 1946 mannen en 1871 vrouwen. De bevolking is te groot voor het beschikbare werk in de directe omgeving.  Sommige inwoners verhuizen daarom naar het Duitse Ruhrgebied om daar een nieuw bestaan op te bouwen Anderen pendelen per trein vanuit Elten naar fabrieken in Emmerik, Rees of Wezel.

 

 


Station Elten

1900    Zonder enige bestuurlijke ervaring wordt Charles Govert Schattenkerk (1871 - 1946) na zijn rechtenstudie in Leiden benoemd tot burgemeester van Herwen en Aerdt. Hij blijft dit tot 1924 wanneer hij wordt benoemd tot burgemeester van Tiel.


Verkiezingen in de gemeente Herwen en Aerdt  v.l.n.r:  J. Publiekhuizen, Th. Peters, M. v. d. Loo en burgemeester C. Schattenkerk

1901    In Lobith overlijdt in november 1901 op 69 jarige leeftijd Herman H. Christjani, burgemeester van de gemeente Herwen en Aerdt van mei 1870 tot mei 1900.

1902    Op vrijdag 14 maart 1902 verleent de aartsbisschop van Utrecht goedkeuring voor de bouw van een nieuwe R.K. kerk in Herwen en Aerdt. Architect van de nieuw te bouwen kerk wordt A. Tepe (1840 - 1920) uit Utrecht, die in de periode tussen 1873 en 1905 in Nederland maar liefst zeventig kerken bouwt. Op donderdag 21 januari 1904 vindt de aanbesteding plaats. De laagste inschrijver aan wie het werk wordt gegund is de fa. J. Rodenrijs te Baarn. De aanneemsom bedraagt 46.920 gulden, waarbij inbegrepen de bouw van een noodkerk.

1904    Op vrijdag 10 juni 1904 vindt de eerste steenlegging plaats van de nieuwe R.K. kerk in Herwen en Aerdt. De ceremonie begint met een plechtige lofviering in de noodkerk waarna men naar de nieuwbouw gaat, waar pastoor Gommich met de kerkmeesters Goris, Vrehe, Voss en Verhoeven de eerste steen op zijn plaats legt. Vervolgens nemen meer dan tweeduizend (!) mensen ook de troffel ter hand waarna ze een gift in de collectebus doen. In het voorjaar van 1905 is de bouw van de kerk voltooid. Tijdens de bouw is, om niet steeds stapeltjes stenen naar boven te hoeven dragen, gebruik gemaakt  van een voor deze tijd ingenieus toestel, waarbij de stenen op een planken schot worden geplaatst dat tussen vier lange palen naar boven wordt gehesen door aan een wiel te draaien.
 

 

1904     Hermanus Gerretschen (1866 - 1935) uit Herwen en Aerdt wordt voor 1500 gulden (800 euro) eigenaar van de molen aan de Stokkumer Strasse in Elten, waar zijn oudere broer Theodorus Gerritschen (1854 -1941) ook molenaar is.
Nog in de huidige tijd is deze molen, die onder monumentenzorg valt, bij de plaatselijke bevolking bekend onder de naam Gerritzens molen.

 


       Molen aan de Stokkumerstraat in Elten (foto: september 2011) 

1905    In Herwen wordt op 19 februari op initiatief van hoofdonderwijzer J. Th. Smals  schuttersgilde "Vrede & Vriendschap" opgericht.  Een belangrijk streven van de schutterij is de Herwense kermis gezelliger en vooral ordelijker te laten verlopen. Tussen 1914-1918 (Eerste Wereldoorlog) wordt geen kermis gevierd, maar na de vrede in 1918 wordt de jaarlijkse kermis weer gehouden. Elk jaar beginnen de kermis- en schuttersfestiviteiten in het eerste weekend na 8 september.


De tweede klas van de openbare lagere school in Herwen in 1907. Geheel links meester Smals, die in 1905 het initiatief neemt om een schuttersgilde op te richten.

1905     Herwen krijgt een nieuwe Sint-Martinuskerk op de plaats van de oude kleinere R.K. kerk. Op 2 mei wordt de nieuwe kerk plechtig ingewijd door Mgr. Van de Wetering, aartsbisschop van Utrecht. De neogothische kerk is ontworpen door de Utrechtse architect Tepe.

 

1906    Het Gelders Eiland ondervindt weer ernstige overlast van het Rijnwater.

 

Hotel-Restaurant van Dorus Gertsen te Lobith-Tolkamer loopt in 1906 gedeeltelijk onder water. 


1906    Pastoor Gommich, die een grote rol heeft gespeeld bij de realisatie van de Herwense Sint Martinuskerk,  overlijdt op zaterdag 7 juli 1906. Hij wordt begraven naast de kerk, zijn levenswerk. Hij wordt opgevolgd door pastoor Gerardus Massa, die op 27 juli feestelijk wordt ingehaald. Gerardus Massa zal ruim 20 jaar (tot 1927) in Herwen pastoor blijven.

De R.K. kerk in Herwen met rechts de pastorie ten tijde van pastoor Gerardus Massa

 

 

 

 


  Pastoor Gommich (1850 - 1906)

1906    Op zondag 23 september wordt in Herwen de fanfare Sint Caecilia opgericht.

De begintijd van St. Caecilia
Tot de mensen, die aan de wieg van de fanfare hebben gestaan, behoren:  L. Beijkirch, G. Derksen, H. Dukkerhof, J. Dukkerhof, G. Essing, J. Essing, L.Grintjes, A. Janssen,  A. de Laak, F. Overdreef, G. Siebers, H. Siebers, J. Siebers en J. Zijlstra. In 1908 volgen: H. Polman, J. Polman, H. Peters en  G. Stoll.

   
 

 

1909    Op donderdagochtend 8 juli breekt in alle vroegte om 5.00 uur brand uit in de boerderij van de familie H. Weltjes in Herwen. De boerderij en het aangrenzende woonhuis branden in korte tijd volledig af.

1910    In de nacht van zaterdag 30 juli op zondag 31 juli wordt een 27 jarige inwoner van Herwen dodelijk door de bliksem getroffen.

1911    Kloosterzusters vestigen zich in het zusterhuis aan de Keurbeek in Herwen en op dinsdag 31 oktober 1911 wordt de naastgelegen meisjesschool ingewijd. Hoofd van deze school is zuster Lidwine.

School en zusterhuis in 1920
Bij de ingebruikname van de meisjesschool zijn er ongeveer 70 leerlingen. Op 1 oktober 1937 zullen de meisjesschool en de jongensschool worden samengevoegd en ondergebracht in de meisjesschool aan de Keurbeek. De voormalige jongensschool wordt daarna ingericht als parochiehuis en na de oorlog gesloopt. Het eerste hoofd van de gemengde school is Hendrik Petrus. Op 21 juni 1944 zal de school door de Duitse bezetter worden gevorderd; na de oorlog wordt het onderwijs in deze school weer  hervat.  

1912    Op vrijdag 12 januari wordt de heer Th. Weitjes, lid van de gemeenteraad van Herwen en Aerdt, door de duisternis misleid. Hij geraakt in het water en verdrinkt. 

1913
    In Herwen en Aerdt wordt de eerste woningbouwvereniging opgericht met de toepasselijke benaming "De Goede Woning". Met de huisvesting van veel inwoners is het in deze tijd uitermate slecht gesteld.

Uit de Graafschap-Bode (1938): "In de gemeente Wehl aan een smal wegje naar Nieuw-Wehl staat een steenen schuurtje: vier muren en een dak. Een vloer bezit het kot niet, evenmin behoorlijke vensters, of men zou de met planken dichtgespijkerde gaten voor zoodanig moeten houden. Van de dakpannen zijn er velen door de lieve jeugd stuk gegooid en de deuren kan men kwalijk nog zoo noemen ( ). Reeds ongeveer 10 jaar leeft Dien Damen hier (  )."

Vergelijkbare toestanden kan men in de eerste helft van de 20e eeuw nog overal aantreffen. 

 

 

 

1914    Vooral in maart veroorzaakt de extreem hoge waterstand, ook in Herwen, veel overlast en schade. De problemen worden nog vergroot door de harde wind.

 

 

 

 

1914    Op vrijdag 31 juli om 12.10 uur kondigt de Nederlandse regering een militaire mobilisatie aan. Korte tijd later breekt een weerzinwekkende oorlog (W.O. I 1914 - 1918) uit, waarin 10 miljoen mensen omkomen. Hoewel Nederland buiten het oorlogsgeweld blijft, gaat ook in de Liemers de bevolking gebukt onder angsten, onzekerheid, tekorten, ondervoeding, werkeloosheid en armoede.
 


Mobilisatie Herwen en Aerdt 1914

 

1914    Medio augustus vliegt boven Herwen en Aerdt, Pannerden, Huissen en Angeren een Duitse vliegmachine. Bij Angeren vliegt dit "luchtschip" niet hoger dan de kerktoren. Vanuit het fort Pannerden en door de grenswacht bij Herwen wordt op het luchtschip geschoten maar het wordt niet geraakt. 


1915   
Begin augustus treft het noodlot het gezin van landbouwer H. van Haaren uit de Ossenwaard. De kleren van het tienjarig dochtertje, enig kind van de heer en mevrouw Van Haaren, vatten bij het spelen bij de Zusterschool in Herwen vlam. Het meisje wordt naar het ziekenhuis in Elten gebracht, waar ze aan haar brandwonden overlijdt. 

1915   
De gemeente Herwen & Aerdt wordt aangesloten op het elektriciteitsnetwerk van de Provinciale Geldersche Electriciteits Maatschappij (P.G.E.M.). 

1915    Woningbouwvereniging "De Goede Woning", voorganger van woonstichting "Vrijleven", bouwt acht woningen aan de Polderdijk in Herwen. Architect is H. Verborg uit Lobith. De huizen, waarvan de huur drie gulden per week bedraagt, zijn in 1985 afgebroken.
 


Ook de huizen van "De Goede Woning" aan de Herwense Polderdijk ontkomen niet aan de watersnood van januari 1926

 

1916    Door de oorlogssituatie (alle buurlanden zijn in de Eerste Wereldoorlog verwikkeld) ontstaan tekorten, waardoor de prijzen stijgen en de armoede snel toeneemt. Daarnaast zijn er ook velen die door de smokkelhandel met Duitsland snel en grof geld verdienen. 
 

Smokkelaars aangehouden door douaniers
Op de achtergrond Eltenberg
Schilderij van Maximiliaan Kitzinger (1871)

 

 

1917    Begin april neemt de militaire overheid de kermistent van de heer Luus in Herwen en Aerdt in beslag om dienst te doen als opvangbarak voor Duitsers, die in deze tijd in grote getale onwettig de grens overkomen.

 

1918    Op 11 november komt een eind aan een onvoorstelbaar bizarre en gruwelijke oorlog (Wereldoorlog I). Een groot deel van de Europese, vooral mannelijke jeugd, is afgeslacht. Naast de ongeveer 9 miljoen(!) dodelijke slachtoffers, zijn vele miljoenen levens geknakt en gezinnen kapot gemaakt. Nederland en ook de Liemers zijn de dans ontsprongen maar hebben wel de ontberingen (armoede) van de oorlog gekend.


Schoolfoto Aerdt op 26 augustus 1915

Schoolkinderen op de afbeelding:
achterste rij: Th. Voss, G. v. d. Brink, Verhoeven, Hendrik Joosten, Harrie de Vries, H. van Kouwen en D. Huiting
tweede rij: Drieka Reintjes, Dora Bruins, Aaltje Langereis, Anna de Vries, T. van Kouwen, Gerrit Huiting en Lambert Voss
derde rij: J. v. d. Brink, An de Vries, Diena Rietbergen, Marie Rutten, Marie Burghart, An Voss, Marie Gerritsen, en An Bangert
voorste rij: Appie Pouwels, Jozef Huiting, Lies Jurrius, ....., Marie de Vries, Cato Voss, Marie Hendriksen, The Reintjes, H. v. d. Brink (met lei) en .......

Hoofdonderwijzer: A. v. d. Wegen en onderwijzeres juf Jansen

Foto en informatie ontvangen van Carel Voss

1918     Op 27 mei meldt het persbureau Reuter, dat de Spaanse koning alsmede Spaanse ministers lijden aan een geheimzinnige aandoening, die later de geschiedenisboeken ingaat als de Spaanse griep van 1918. Een aandoening waaraan wereldwijd 20 miljoen mensen sterven. Omstreeks 10 juli komt bij Zevenaar de Spaanse griep de Liemers binnen, nadat in Elten en Emmerik enkele honderden gevallen van griep zijn geconstateerd.
De wereldwijde influenza-epidemie teistert ook de Liemers. De Graafschap-Bode van 19 november 1918 meldt: "Overal, in 't binnenland hoort men van ziekte en sterven. In de dorpen luidt dag aan dag de doodsklok." Enkele voorbeelden: in Angerlo 14 doden, in Herwen en Aerdt 30 doden en in Zevenaar 16 doden a.g.v. influenza.

 

1919     Het inwoneraantal van de gemeente Herwen en Aerdt (inclusief Lobith, Tolkamer en Spijk) bedraagt ongeveer 5100.

1919     Het in 1905 opgerichte Herwense schuttersgilde "Vrede & Vriendschap" viert het 12,5 jarig jubileum. Door de crisisomstandigheden als gevolg van de Eerste Wereldoorlog (1914 - 1918) kon de viering in 1917 niet plaatsvinden.


      Koning en hofhouding van Vrede en Vriendschap (1927)     

1920    Als gevolg van grote massa's smeltende sneeuw en overvloedige regen staat het water in de rivieren eind 1919 en begin 1920 uitzonderlijk hoog. Op 29 december loopt de Pannerdense waard onder. Via de Oude Rijn en de Wildt stroomt veel water naar de Oude IJssel waardoor Wehl en Angerlo te maken hebben met wateroverlast. In Lathum gaat men op nieuwjaarsdag 's morgens zoals gewoonlijk om 5.00 uur aan het werk(!) maar om 10.00 uur staat alles onder water. Begin januari 1920 kamperen op het Gelders eiland honderden gezinnen op de dijken. Door een defect aan een sluis raken ook de dorpen Aerdt en Herwen onder water. In Herwen staat het water tot het dak van de zuivelfabriek.

Tolkamer / Lobith, januari 1920

1921    Bij de viering van het 400-jarig bestaan van de St. Andreasparochie op 23 september 1921 worden de R.K. Jongensschool en MULO-school geopend in de Nieuwe Doelenstraat in Zevenaar. Beide scholen staan onder leiding van de heer J.Th. Gerrits (1890 - 1965), die vanwege zijn imposante voorkomen in de volksmond wel "lange Jan" genoemd wordt. De Mulo-school wordt tot in de jaren zestig ook bezocht door leerlingen uit Herwen.

-  

R.K. Jongensschool en MULO-school in de Nieuwe Doelenstraat in Zevenaar
Foto jaren twintig

Dit schoolgebouw is omstreeks 2000 afgebroken. Op de plaats van de vroegere school bevindt zich nu een parkeerterrein tegenover de COOP-supermarkt.

In de periode 1937 - 1951 is Louis van Keulen (overgrootvader van Sam, Simon en Sjef van Keulen) als onderwijzer in dit gebouw werkzaam.

 

1922     Op 3 januari wordt in Didam het nieuwe gebouw van de Land- en Tuinbouwschool in gebruik genomen. Uit de verre omtrek, ook uit Herwen, gaan in de loop der tijd veel boerenzonen naar deze school, die erg goed staat aangeschreven. In 1956 wordt de naam van de school veranderd in "middelbare land- en tuinbouwschool".


 Land- en tuinbouwschool in  Didam (1922) 

1923    In de nacht van zondag 29 juli op maandag 30 juli 1923 brandt de kapitale boerderij van de familie Heinrich van Haaren in Herwen volledig af. De oorzaak van de brand is hooibroei. Veertig varkens en vele kippen komen in de vlammen om. Ook de gehele inboedel gaat verloren.

1923    De gemeenteraad van Herwen & Aerdt besluit om de salarissen van burgemeester, wethouders, ontvanger en secretaris alsmede andere ambtenaren te verlagen. Het provinciebestuur van  Gelderland verleent echter geen toestemming voor de salarisvermindering van burgemeester, wethouders, ontvanger en secretaris. Als gevolg hiervan besluit de gemeenteraad ook het salaris van de andere ambtenaren ongewijzigd te laten.

1924     De openbare school in Herwen wordt omgezet in een katholieke jongensschool naast de reeds bestaande meisjesschool van de zusters.

Herwen in 1960
met rechts de St. Josefschool

 

1924    Charles Govert Schattenkerk (1871 - 1946) wordt burgemeester van Tiel. Willem Bruns wordt de nieuwe burgemeester van Herwen en Aerdt. Bruns blijft burgemeester tot zijn dood in 1942.


Het personeel van de gemeente Herwen en Aerdt in de dertiger jaren
1e rij v.l.n.r: H. Mulder, W. Bruns (burgemeester) en J. Stokman
2e rij v.l.n.r: G. Bangert (veldwachter), J. Heijmen, G. Kiphart, A. Smink, C. Albers en H. Burghardt (veldwachter)

 

1926   Watersnood in de Liemers als gevolg van een dijkdoorbraak in Pannerden.



De gearceerde gebieden staan in het voorjaar van 1926 onder water.

In Pannerden staat alleen de hogergelegen boerderij van "Van Keulen" niet onder water. Op bepaalde plaatsen bereikt het water een hoogte van meer dan drie meter.

 

Ook landelijk trekt de watersnood grote aandacht. Mariniers schieten de bevolking te hulp. Op 7 januari 1926 brengt koningin Wilhelmina een bezoek aan Pannerden om de situatie in ogenschouw te nemen. De bevolking van de Liemers is in het verleden vaak geconfronteerd met de gevolgen van hoog water. Andere hoogwaterjaren van de laatste 125 jaar zijn 1882, 1883, 1906, 1914, 1920, 1930, 1946, 1948, 1952, 1955, 1957, 1865, 1966, 1970 en 1995.

1927 In Herwen wordt pastoor Massa opgevolgd door pastoor Bergervoet.


 
















 

 

1927    Lambert Scholten (1892 - 1948), hoofd van de lagere school in Herwen verruilt in 1927 Lobith voor Herwen, waar hij hoofd wordt van de jongensschool. 
Meester Scholten is een groot kenner van de Liemerse flora en fauna en een vermaard vlinderdeskundige, die ook landelijke bekendheid geniet door zijn talrijke publicaties over de natuur in het algemeen en de biologie van vlinders in het bijzonder. Zijn belangrijkste artikel schrijft hij in 1938 wanneer hij maar liefst 565(!) soorten vlinders beschrijft, die hij in de Lijmers heeft waargenomen en bestudeerd.

                              

1928    Begin augustus overlijdt op 53 jarige leeftijd te Pannerden jhr. F.L.M. van Nispen tot Pannerden, burgemeester aldaar en dijkgraaf van het polderdistrict Herwen, Aerdt en Pannerden.

1929    Een van de zwaarste winters van de 20e eeuw. De hevige koude duurt van januari tot half maart. Er zijn vele meldingen van afgevroren oren en ledematen. Op 11 februari vriest in Steenderen een melkrijder, tijdens zijn dagelijkse rit op zijn wagen, dood. De problemen zijn overal groot, ook al door de veelal eenvoudige niet geisoleerde huizen, waardoor de snijdende vrieswind naar binnen waait.

   

Een beeld van de dichtgevroren Rijn bij Pannerden in 1929. Ook met auto's wordt over de Rijn gereden.

1929    Op het terrein van het ziekenhuis in Zevenaar wordt het Maria paviljoen in gebruik genomen. Het is bestemd voor de verpleging van patienten met een besmettelijke ziekte afkomstig uit de gemeenten Zevenaar, Duiven, Westervoort, Herwen en Aerdt en Pannerden. Hiermee geven deze gemeenten uitvoering aan de in 1928 van kracht geworden Wet op de Besmettelijke Ziekten, waarin geregeld is dat alle gemeenten, alleen dan wel in samenwerking, dienen te beschikken over een barak voor de verpleging van besmettelijke zieken.


 


Kort na de opening van het Maria paviljoen in 1929 brengt ondermeer minister Verschuur van Volksgezondheid (rechts) een bezoek aan het paviljoen. Links van de minister dr. J.G.A. Honig jr. geneeskundig directeur van het ziekenhuis. 

Voor het Maria paviljoen in Zevenaar bestaat gedurende de eerste jaren na de opening grote landelijke belangstelling, omdat het als model dient voor nieuw te bouwen inrichtingen. Het Maria paviljoen is de eerste inrichting in Nederland, waar het boxensysteem bij het verplegen van volwassen lijders aan besmettelijke ziekten consequent is doorgevoerd. 

1929    De positieve ontwikkelingen van de jaren twintig worden bijzonder wreed verstoord door de beurskrach op 29 oktober, het begin van een wereldwijde crisis, die zijn weerga niet kent.

1930    Theodorus Holtman wordt in 1930 pastoor in Herwen en Aerdt. Hij zal dit blijven tot 1935 wanneer Cornelis Terwischa van Scheltinga hem als pastoor opvolgt.


Thedorus Holtman met Goudse pijp

 

1930     Het in 1905 opgerichte Herwense schuttersgilde "Vrede & Vriendschap" viert haar 25 jarig jubileum. In de jaren hierna wordt de economische crisis van de jaren dertig ook bij festiviteiten van het schuttersgilde steeds duidelijker zichtbaar.


Schutterij Vrede en Vriendschap voor schutterstent in 1930     

 

1931    Pastoor Holtman voert de jaarlijkse sacramentsprocessie in voor de parochie Herwen en Aerdt. De zusters van de Congregatie van de arme Dienstmaagden uit Dernbach zorgen voor schilden met vrome spreuken alsmede vlaggetjes, vaantjes en bloemen voor de bruidjes. De processie schuifelt vanuit de katholieke kerk over het kerkhof en de gestichtstuin om daarna weer terug te gaan. Het is voor de katholieken van Herwen en Aerdt een bijzonder gebeuren dat een jaarlijkse traditie wordt.




1932    De in de Liemers immens populaire Zevenaarse arts Jan G. A. Honig (1872 - 1958) wordt voorzitter van de Koninklijke Nederlandse Maatschappij ter bevordering van de Geneeskunst (KNMG).

 

 


De immense populariteit van dr. Jan Honig blijkt ondermeer uit een bericht in een regionale krant uit 1906, waarin wordt vermeld dat Honig en zijn echtgenote, terugkomend van een huwelijksreis van drie weken, op het Zevenaarse station(splein) worden verwelkomd door "schutterijen uit Babberich, Grieth en Ooy, drie muziekcorpsen, een stoet ruiters alsmede een mensenmenigte van zeker 5.000 tot 6.000 personen" (In 1906 bedraagt het inwoneraantal van de volledige gemeente Zevenaar ongeveer 5.000) 


1932    Eind december brandt in Herwen de boerderij van de familie F. Mulders volledig af. De brandweer uit Lobith komt met een brandspuit die defect is.  

1933    Eind juni veroordeelt het gerechtshof in Arnhem een tweetal inwoners van Nijmegen tot resp. 7 en 9 maanden gevangenisstraf. Zij hadden een cafehouder in Herwen en Aerdt opgelicht voor een bedrag van 170 gulden door hem wijs te maken dat een pot poeder gesmokkelde cocaine bevatte, waar veel geld mee te verdienen viel. In werkelijkheid bleek de inhoud van de pot te bestaan uit (vrijwel) waardeloos zuiveringszout.

1934     Opnieuw is er wateroverlast. Talrijke landerijen in de Liemers komen onder water te staan.


                                        Hoogwater in Aerdt in 1934
 

















 

 

1934    Nadat eerder al twee steenfabrieken van de N.V. Steenfabriek, voorheen Th.G.J. Daams, door de economische crisis hun poorten hebben gesloten, wordt begin augustus ook in de derde steenfabriek de "Hollandsch-Duitsche" in Herwen en Aerdt de productie gestopt waardoor opnieuw tweehonderd arbeiders zonder werk komen.  

1935     Op 15 juni wordt de Fries Cornelis Johannes Josephus Terwischa van Scheltinga, die grote bekendheid heeft verworven als medeoprichter van de Federatie het Wit Gele Kruis, pastoor van de Sint Martinus parochie in Herwen en Aerdt.


 

















 

                

 

1937     Eind februari en begin maart zijn Herwen, Aerdt en Spijk als gevolg van de extreem hoge waterstand, waardoor de dijk overstroomt, alleen nog per boot te bereiken.


 

















 

1937   Met ingang van 1 oktober 1937 gaan in Herwen de tot dan toe zelfstandige R.K. jongensschool en meisjesschool samen. Om alles tijdig gereed te hebben, wordt de zomervakantie dat jaar verplaatst van augustus naar september. Het oude hoofd van de jongensschool, de heer J. Menting krijgt per 1 oktober eervol ontslag. Zuster Lidwina, het hoofd van de meisjesschool vertrekt al op 1 september teleurgesteld naar Geleen. De heer H.P. van Zutphen wordt het nieuwe hoofd van de gecombineerde school. De oude jongensschool aan de Polderdijk wordt verbouwd tot parochiehuis.

1938    Op 1 maart wordt voetbalvereniging Carvium opgericht. De eerste jaren heet de club A.H.C. (Aerdt-Herwen Combinatie) ontstaan uit drie verenigingen: Excelsior Aerdt, Eendracht Onderdijk en Herwense Boys Bovendijk.   
 


Logo Carvium

 

1938    De legendarische priester-redenaar Henri de Greeve SJ (1892 - 1974) richt de "Bond zonder Naam" op om de naastenliefde te bevorderen. Voor zijn wekelijkse radio-uitzending, het Lichtbaken, op zaterdagavond blijven veel katholieken ook in Herwen graag thuis.

1938    In Herwen gaat H. Hetterscheidt (1904-1952) van start met zijn wekelijks op zaterdag verschijnende krant met de naam Wahalto (Wekelijks Advertentieblad voor Herwen, Aerdt, Lobith, Tolkamer en Omstreken). Aanvankelijk wordt de krant gratis verspreid en bevat hoofdzakelijk advertenties met een enkel kerkbericht. Wanneer enige tijd later ook plaatselijk en regionaal nieuws in het blad wordt opgenomen, wordt de gratis verspreiding gestopt en moet men voor de Wahalto betalen. Vanaf 1 oktober 1942 verschijnt het weekblad op last van de Duitse bezetter niet meer. Na de bevrijding verschijnt het blad voor het eerst weer op 9 juni 1945 en wordt de nieuwe naam: Liemers Lantaern. In de zomer van 1948 wordt het weekblad door de Zevenaarse uitgever A.J.M. Akkermans (1915-2005) overgenomen.

1939    De vaste brug over de Oude Rijn bij Aerdt komt gereed.

De brug over de Oude Rijn (1939)  Een jaar later, tijdens de eerste oorlogsdag, zal deze brug door Nederlandse soldaten worden vernield.

1939     In april behaalt de N.S.B. in de gemeente Herwen en Aerdt bij verkiezingen voor de Provinciale staten slechts 1% van de uitgebrachte  stemmen. 

1939     De Duitse dreiging neemt toe. Op 29 augustus 1939 gaat de Nederlandse regering over tot een algemene mobilisatie. Van het Gelders Eiland worden meer dan tweehonderd mannen gemobiliseerd.


Op 29 augustus 1939 vertrekt de stoomboot "Koningin Wilhelmina" van Tolkamer naar Arnhem met aan boord gemobiliseerde soldaten uit de gemeente Herwen en Aerdt. Velen van hen zouden ruim 9 maanden later op de Grebbeberg een ongelijke strijd voeren. "Den Haag" heeft de bewapening en uitrusting van soldaten hopeloos laten verouderen: Veel Nederlandse soldaten zijn slechts uitgerust met een geweer uit 1890 met vijf patronen en drie handgranaten. Op bovenstaande afbeelding staan v.l.n.r.: B. Roos, J. Roos, W. Derksen, Th. Pastoor en H. Hesseling. 

 

1940    Op Goede Vrijdag 22 maart 1940 vindt op zeer grote hoogte een luchtgevecht plaats. Een Spitfire van de Britse Royal Air Force, die op de terugweg is van een fotoverkenningsvlucht boven het Duitse Ruhrgebied, wordt door een Duits vliegtuig onderschept en komt om 12.41 uur neer nabij de Kruisdijk tussen Herwen en Lobith. De piloot Claude Wheatley komt hierbij om het leven. Zijn parachute heeft zich niet geopend. Hij stort ter aarde aan de Duitse zijde van de Rijn, in de weide van Gottfried Derksen bij Duffelward en wordt door de Duitsers nog dezelfde dag met militaire eer begraven.



Omstanders aanschouwen op 22 maart 1940 de resten van de neergestorte Spitfire
Collectie Sander Woonings, Arca (Aircraft Research Group Achterhoek)

1940    In de zeer vroege ochtend van vrijdag 10 mei begint voor Nederland  de Tweede Wereldoorlog. Grote aantallen Duitse vliegtuigen komen over. Een onafzienbaar leger Duitse soldaten komt vanuit Zevenaar in de richting van Arnhem. Na het opblazen van de Westervoortse brug ontstaat enige tijd een file aan Duitse oorlogsvoertuigen van meer dan 20 km. tot Emmerich. De nieuwe brug bij Aerdt (Herwen) over de Oude Rijn wordt door terugtrekkende Nederlandse militairen vernield.

De vernielde brug over de Oude Rijn in juni 1940
In februari 1941 is de brug weer hersteld maar op donderdag 29 maart 1945 zal de brug opnieuw opgeblazen worden; ditmaal door de Duitsers, die het grondiger zullen doen dan de Nederlanders.


1940   In de ochtend van zaterdag 11 mei begint de slag om de Grebbeberg, die drie vreselijke dagen (en nachten) duurt. De Grebbeberg is dan het toneel van hevige gevechten, tragiek, wanhoop en ontreddering. De Nederlandse offers zijn enorm. Bij de slag om de Grebbeberg sneuvelen tussen 11 en 14 mei ongeveer 425 Nederlandse soldaten. Onder de gesneuvelden zeven dienstplichtige soldaten uit de gemeente Herwen en Aerdt. Het aantal gesneuvelde soldaten uit Herwen en Aerdt is ongeveer even groot als het aantal gesneuvelden uit 's Gravenhage; alleen wonen in laatstgenoemde plaats wel 150 maal zo veel mensen als in de gemeente Herwen en Aerdt!

Johannes Hendrikus Brakel uit de gemeente Herwen en Aerdt sneuvelt op 12 mei 1940 op 21-jarige leeftijd in de strijd tegen de Duitsers aan de Grebbelinie. Zijn lichaam wordt 16 mei 1940 bij Hotel Grebbe aan de weg Rhenen-Wageningen gevonden. Hij is begraven op het ereveld (rij 2, graf 63) in Rhenen.
Johannes Theodorus Driessen uit de gemeente Herwen en Aerdt sneuvelt op 12 mei 1940 op 29-jarige leeftijd in de strijd tegen de Duitsers aan de Grebbelinie. Zijn lichaam wordt 16 mei 1940 gevonden. Hij is begraven op het ereveld (rij 2, graf 28) in Rhenen.
Gerardus Frederikus Bernardus Jurrius uit de gemeente Herwen en Aerdt sneuvelt op 13 mei 1940 op 30-jarige leeftijd in de strijd tegen de Duitsers aan de Grebbelinie. Hij krijgt een veldgraf naast Hotel Bergzicht aan de Cuneraweg te Prattenburg (gemeenteVeenendaal) en wordt 3 juni 1940 herbegraven op het ereveld (rij 7, graf 41) in Rhenen (zie afbeelding).
Johan van der Kamp uit de gemeente Herwen en Aerdt sneuvelt op 12 mei 1940 op 24-jarige leeftijd in de strijd tegen de Duitsers aan de Grebbelinie. Zijn lichaam wordt 17 mei 1940 gevonden. Hij is begraven op het ereveld (rij 3, graf 33) in Rhenen.
Hendrikus Hermanus Theodorus Pastoor uit de gemeente Herwen en Aerdt sneuvelt op 14 mei 1940 op 26-jarige leeftijd in de strijd tegen de Duitsers aan de Grebbelinie. Zijn lichaam wordt 17 mei 1940 gevonden. Hij is begraven op het ereveld (rij 3, graf 46) in Rhenen.
Everhardus Gerhardus Theodorus Spronk uit de gemeente Herwen en Aerdt sneuvelt op 13 mei 1940 op 31-jarige leeftijd in de strijd tegen de Duitsers aan de Grebbelinie. Zijn lichaam wordt 17 mei 1940 gevonden. Hij is begraven op het ereveld (rij 3, graf 45) in Rhenen.
Hendrikus Christiaan Ferdinand Thielking uit de gemeente Herwen en Aerdt sneuvelt op 13 mei 1940 op 27-jarige leeftijd in de strijd tegen de Duitsers aan de Grebbelinie. Zijn lichaam wordt 17 mei 1940 gevonden. Hij is begraven op het ereveld (rij 4, graf 18) in Rhenen; tot 11 februari 1941 als onbekende soldaat.

1940     Enige weken na de Duitse inval herneemt het leven zijn "normale" gang. De opgeblazen brug over de Oude Rijn wordt hersteld.

1941   Op 13 januari richt kardinaal De Jong zich in een schrijven tot de Nederlandse katholieken. Met nadruk verklaart hij dat zij geen lid mogen zijn van de N.S.B. Ook is het hen niet toegestaan openlijk te sympathiseren met deze partij. Het N.S.B.-lidmaatschap wordt dus expliciet verboden. Een buitengewoon dappere taal in oorlogstijd. Voor de overwegend katholieke bevolking van Herwen is dit een extra argument verre te blijven van de N.S.B.

1941    In de loop van zondag 26 januari treedt de overlaat bij Spijk in werking waardoor enorme hoeveelheden water in de Oude Rijn worden gestuwd. Een groot deel van de Liemers komt in de daarop volgende dagen onder water te staan en ondermeer de dorpen Aerdt, Herwen en Lobith worden van de buitenwereld afgesloten.



Spijkse overlaat

 

1941    Het eerste bombardement waaraan het Gelders Eiland wordt blootgesteld vindt plaats in de nacht van maandag 18 op dinsdag 19 augustus op de steenfabriek van Terwindt & Arntz in Spijk; stoker Piet de Bruin wordt hierbij dodelijk getroffen.


P. de Bruin (1888-1941)

 

1942   De uit Herwen en Aerdt afkomstige Lambertus Voss, werkzaam bij een munitiefabriek in Hemberg, wordt gearresteerd op beschuldiging van wapenlevering aan het Nederlandse verzet. Hij wordt vastgezet aan de Weteringschans in Amsterdam en later op transport gesteld naar Bergen-Belsen. Op 7 maart 1945 wordt hij in Hameln, waar hij te werk is gesteld,  doodgeschoten.  

 


Famillie Voss met rechts achter Lambert Voss (afbeelding van Carel Voss, neef van Lambert)


1942      Als vijfde Gelderse gemeente krijgt Herwen en Aerdt na het overlijden van burgemeester Bruns een N.S.B.'er als burgemeester. Bij de installatie van de N.S.B. burgemeester J. Hesselink in zaal Van Dungen in Herwen is het druk met vooral partijgenoten van elders. De plaatselijke bevolking houdt zich grotendeels afzijdig.

Advertentie in het regionale weekblad WAHALTO (Week- en advertentieblad voor Herwen, Aerdt, Lobith, Tolkamer en omstreken) op 25 juli 1942


Hesselink arriveert per extra boot van de stoombootonderneming Concordia uit Arnhem.  Ongeveer 250 N.S.B.ers verwelkomen Hesselink aan de kade.

1943    Tenminste vijf joodse burgers uit de gemeente Herwen en Aerdt worden op last van de bezetter gedeporteerd en overlijden in 1942, 1943 en 1944 in het vernietigingskamp Auschwitz.

1943     Op 15 augustus, in deze tijd de belangrijke katholieke feestdag van Maria Hemelvaart, is pastoor Terwisscha van Scheltinga van de R.K. parochie Herwen en Aerdt 25 jaar priester.


Overvolle kerk bij de viering van het 25 jarig priesterjubileum van pastoor Terwisscha van Scheltinga  

















 

1944    Op woensdagavond 3 mei vindt omstreeks 18.00 uur een tragisch ongeluk plaats op het overzetbootje tussen Pannerden en Millingen waarbij zes van de zeven opvarenden verdrinken. Hun  bootje kantelt op een onrustig water. Alleen de heer J. Roos (50 jr) uit Lobith slaagt erin zichzelf drijvende te houden en wordt na een half uur gered. De overige inzittenden waaronder de 71 jarige veerman Eerden en zijn zoon verdwijnen in de golven en verdrinken. De slachtoffers zijn afkomstig uit Pannerden, Herwen en Aerdt.

1944    Op 20 augustus wordt de afdeling Herwen en Aerdt van het Rode Kruis opgericht, die een half jaar later buitengewoon belangrijk werk verricht bij de evacuatie van de gemeente.

1944    Na de geallieerde landingen bij Arnhem en Nijmegen in september 1944 wordt door de Duitsers een veldhospitaal ingericht in de R.K. lagere school in Herwen en het Michaelhuis. Vanuit de Over-Betuwe worden vele gewonden overgebracht naar Herwen en daar verpleegd. Tientallen gesneuvelde Duitse soldaten worden in de periode eind september 1944 tot eind januari 1945 begraven op het R.K. kerkhof van Herwen. De jongste gesneuvelde soldaat die in Herwen begraven wordt, is Wienand Kuckartz op de leeftijd van 17 jaar en 14 dagen. 

1945    In februari komt het bevel tot evacuatie. Een groot deel van de bevolking evacueert naar Zutphen en omgeving. Op 29 maart wordt de brug over de Oude Rijn voor de tweede maal opgeblazen; dit keer door de Duitsers en grondiger.
De evacuatie van de bevolking in de koude winter gaat begrijpelijkerwijs gepaard met veel stress. Soms verloopt een evacuatie uiterst dramatisch zoals bij de familie Beijkirch: Vanuit Herwen onderweg naar Doetinchem stikt in de vol geladen kinderwagen het eenjarig zoontje Gerard, terwijl zijn zusje in een ziekenhuis moet worden opgenomen.      

1945    Begin april komt een eind aan een zinloze oorlog, die alleen verliezers heeft gekend; veel menselijk leed en immense materiele schade. N.S.B.-burgemeester C.R.G. Vleeming is gevlucht en op 6 april wordt Herman C.M. Peters benoemd tot waarnemend burgemeester van Herwen en Aerdt.

Aanleg Baileybrug bij Herwen in 1947 naast de verwoeste brug
De brug over de Oude Rijn bij Herwen, die kort voor het uitbreken van de oorlog gereed is gekomen, is tweemaal verwoest: In 1940 door de Nederlanders en in 1945 door de Duitsers.


Aerdtse veer (1935)

 Voor de komst van de brug
moet het verkeer van dit
 veer gebruik maken..
 


1945  
 In de tweede week van juli kan het onderwijs aan de lagere school van Herwen gedeeltelijk hervat worden. Aangezien veel schoolmeubilair is verdwenen of vernield, krijgt voorlopig een deel van de kinderen 's ochtends les en een ander deel 's middags.

1945    Hoewel de oorlog voorbij is vallen er op het Gelders Eiland nog doden en gewonden door de vele achtergebleven granaten, mijnen en boobytraps zoals op 20 september wanneer kolenhandelaar Toon Rietbergen met paard en wagen op de 's-Gravenlandsedam over een landmijn rijdt en op slag wordt gedood.


Mijnen in de Veerstraat in Tolkamer (april 1945)

Tot de dodelijke slachtoffers van achtergebleven oorlogstuig behoren in de gemeente Herwen en Aerdt vooral kinderen. Zoals:
de vijftienjarige Stephanus Theodorus (Steffie) Stift uit de Middenstraat in Lobith;
de broertjes Gerard (12 jr), Jacob (11 jr) en Jan (8 jr) Nieuwenhuis uit het Tuindorp;
de vijftienjarige Henk Reuser uit Tolkamer;
Kees Cretier (16 jr), Theo Elvering (14 jr), Stan Dietz (13 jr) slachtoffers van een verongelukte Engelse militaire truck beladen met antitankmijnen. Bij dit ongeval op 18 juni 1945 komen ook twee Engelse militairen om: John Allan Rowett (37 jr) en George Brazneill (24 jr). 


 
Henk Reuser, voor wie op 1 juni 1945 
een niet geruimde voetmijn noodlottig wordt.

 
 


1946   
De in 1945 gevluchte en later opgepakte en sedertdien in het kamp Wezep verblijvende N.S.B.-burgemeester C.R.G. Vleeming van Herwen en Aerdt wordt op 9 mei door het tribunaal van het arrondissement Arnhem veroordeeld tot internering voor een periode van acht jaar.

1946   Op 1 juni wordt J.N.M. Daalderop burgemeester van de gemeente Herwen en Aerdt. De benoeming van Daalderop, gemeenteambtenaar in Lichtenvoorde, is een waardering voor zijn activiteiten in het ondergrondse verzet.  

 


J.N.M. Daalderop
       (1958)

1946   Begin juli wordt op initiatief van Toon van Uden voetbalvereniging A.H.C. (Aerdt Herwen Combinatie) opgericht. In 1955 wordt deze vereniging omgedoopt in Carvium.

A.H.C. in 1946
Staand v.l.n.r.: T. Korts, J. van Hall, J. Wesselkamp, J. Teunissen, H. ten Eikelder, B. Kuper, Th. Kuper en G. Buil
Knielend v.l.n.r.: B. Luub, G. Drost, B. Hendriks. T. Gerritzen, J. Loef en B. Loef

1947    Johannes Poodt wordt pastoor van de Sint Martinus parochie in Herwen en Aerdt. Hij volgt Cornelis Johannes Josephus Terwisscha van Scheltinga (1894-1946) op, die op 30 december 1946 in het Elisabeth Gasthuis aan kanker overlijdt.  


Pastoor Terwisscha van Scheltinga,
pastoor in Herwen van 1935 tot  1947


Pastoor Poodt
,
pastoor in Herwen van 1947 tot 1966

1947     Met 86 vorstdagen is 1947 de strengste winter van de 20e eeuw. Sinds mensenheugenis veroorzaken koude winters grote problemen. De snijdende vrieswind waait door de eenvoudige niet geisoleerde woningen en dorpen worden onbereikbaar. Vaak wordt melding gemaakt van afgevroren oren en ledematen, soms ook van mensen die doodvriezen. Andere zeer koude winters sedert 1870 zijn 1871, 1880, 1891, 1929, 1940, 1942, 1956 en 1963 geweest.

1947     Uit het landbouwkundig rapport over de Liemers blijkt, dat de gemiddelde grootte van een boerenbedrijf in Angerlo 14 ha., in Didam 7 ha., in Duiven 12 ha., in Herwen en Aerdt 15 ha., in Pannerden 16 ha., in Wehl 7 ha., in Westervoort 9 ha. en in Zevenaar 8 ha. bedraagt.

1947     Op 8 december, 32 maanden na de bevrijding van het Gelders Eiland, wordt de 45 jarige Johannes Arnoldus Brinkman zeer ernstig gewond wanneer hij met zijn vrachtwagen op de Bieland op een  niet opgespoorde mijn rijdt. Het zou nog tot 1955 duren voordat alle mijnen op het Gelders Eiland gevonden zijn. 

1948     In maart wordt een  door Engelse soldaten gebouwde baileybrug tussen Aerdt / Herwen en Babberich in gebruik genomen. Deze Baileybrug zal ongeveer 10 jaar dienst doen, totdat in 1958 een permanente brug in gebruik wordt genomen.

1948    Voorafgaande aan het bezoek dat prins Bernhard (echtgenoot van prinses Juliana) in juni aan het Gelders Eiland brengt stuurt de Pannerdense gemeenteraad een rekwest in verband met de voorgenomen samenvoeging van Pannerden met de gemeente Herwen en Aerdt.  De Raad schrijft verwijzend naar de watersnoodramp in 1926 en de oorlogsramp in 1944/1945 "dat een nieuwe ramp, die voor de gemeente Pannerden alle vorige zal overtreffen, voor aller ogen komt opdagen: de voorgenomen opheffing van de gemeente Pannerden en de samenvoeging met de gemeente Herwen en Aerdt". De Raad verzoekt de prins "bij uw Gemalin, de toekomstige koningin der Nederlanden en de betreffende organisaties uw invloed te doen gelden teneinde deze catastrofe van de gemeente (Pannerden) af te wenden".

 

 


Prins Bernhard (1960)
wordt gevraagd "catastrofe" voor Pannerden af te wenden

1948    Het bezoek dat prins Bernhard, echtgenoot van de aanstaande koningin Juliana op 8 juni aan het Gelders Eiland brengt, wordt ook door de inwoners van Herwen als buitengewoon teleurstellend ervaren. Een correspondent schrijft over dit bezoek: "We hadden ons dit bezoek anders voorgesteld. Met een flinke vaart ging het over de dijk van de Aerdtse brug naar Lobith en dito weer naar Pannerden. Het was nog erger alsof hij (prins Bernhard) naar het hooi moest".

1948     Op 15 juni sneuvelt bij Palembang op Nederlands Indie de 20-jarige dienstplichtige soldaat Willem Gerritzen uit Herwen

1950    In de tweede helft van de twintigste eeuw verandert er ook in Herwen op boerenbedrijven veel. In snel tempo worden landarbeiders, boerenknechten en trekdieren vervangen door machines. Het trekpaard verdwijnt uit het straatbeeld. Veel werk gaat verricht worden door loonbedrijven.

 


Het maaien van rogge in de Liemers (1936)

1953    In de St. Martinuskerk te Herwen worden kerkklokken geplaatst, die vooraf worden ingewijd door de R.K. deken E. Frank uit Zevenaar.

 

 

1954    De stoffelijke overschotten van 55 in de oorlog gesneuvelde Duitse soldaten, die begraven zijn op het R.K kerkhof in Herwen worden overgebracht naar het Duitse soldatenkerkhof Ysselsteyn bij Venray.

1955     Dinsdagavond 7 juni loopt de Cooperatieve winkel in Herwen en Aerdt bij een felle uitslaande brand grote schade op.




1955     Katholiek Herwen viert feest ter gelegenheid van het vijftigjarig bestaan van het kerkgebouw en het vijfentwintigjarig priesterschap van pastoor Poodt.


Herwen met R.K. Kerk (1955, Ad Dekkers)

1957    Het  gemeentebestuur van Herwen en Aerdt, waartoe Herwen in deze tijd behoort, schrijft een brandbrief aan de Nederlandse regering waarin ze waarschuwt voor de "catastrofale" gevolgen van een eventuele teruggave van Elten aan Duitsland. Het gemeentebestuur schrijft: "De belangrijkste industrie van Herwen, Aerdt, Lobith, Tolkamer en Spijk zal bijna helemaal verloren gaan, daar er voor het zware vervoer geen andere weg is dan die naar Elten. De gemeente zal terugkeren naar de middeleeuwen". 
Ondanks dit schrijven wordt Elten enkele jaren later weer Duits, een catastrofe blijft uit en de gemeente keert niet naar de middeleeuwen
terug.

 



Gezicht op Hoch-Elten (1948)

1958    Bij werkzaamheden aan de Baileybrug (tijdelijke militaire brug) over de Oude Rijn kapseist op vrijdagavond 23 mei 1958 omstreeks 18.30 uur een werkvlot waardoor vier dienstplichtige soldaten verdrinken. De soldaten hadden de opdracht om de Baileybrug, die Herwen en Aerdt met Babberich verbindt, af te breken omdat deze vervangen wordt door een nieuwe brug. De omgekomen soldaten zijn: K. Dekker uit Den Haag (21 jaar), J.J.M. Guntlisbergen uit Den Bosch (21 jaar), Ph. Leydeckers uit Den Haag (21 jaar) en J. Rietveld uit Vorden (21 jaar). Een trieste bijkomstigheid is dat de omgekomen soldaten juist op de dag van het tragische ongeval met verlof zouden gaan.

1958    Op 14 november wordt de nieuwe "Burgemeester Brunsbrug", beter bekend als de Aerdtse brug, tussen Herwen en Aerdt en Babberich geopend. De opening wordt overschaduwd doordat bij de demontage van de oude in maart 1948 in gebruik genomen baileybrug vier Nederlandse geniesoldaten zijn verdronken.

 



Monument bij Aerdtse brug

 

1959    De zomer van 1959 verloopt gortdroog. Ook in Herwen is de extreme droogte voor velen een kwelling. Vooral voor de landbouwers is het een beproeving. De problemen verergeren nog omdat ook september extreem zonnig en droog is.

1961     Aan de onzekerheid ten aanzien van het al dan niet voortbestaan van het in de oorlog zwaar beschadigde Huis Aerdt komt een einde. Huis Aerdt wordt voor een symbolisch bedrag van een gulden overgedragen aan de stichting "Vrienden van Geldersche Kastelen", die Huis Aerdt vervolgens in de oude glorie herstelt.


                            Huis Aerdt, direct na de oorlog

                                   Huis Aerdt, na restauratie

 

1961    De dorpskern van Herwen wordt aangesloten op waterleiding. In vergelijking met andere Liemerse dorpen is Herwen erg laat; Duiven krijgt in  1952 water, Spijk in 1953, Angerlo in 1954, Groessen in 1954, Loo in 1954, Pannerden in 1954, Wehl in 1958 en Aerdt in 1961.

1964   De ontdekking van het Groningse aardgas in Slochteren in 1959 veroorzaakt in de jaren zestig ook ingrijpende gevolgen voor de energievoorziening in de Liemers, waardoor kolenkachels ook in Herwen nu snel tot het verleden behoren.

 

Minister Andriessen brengt op 9 juli 1964 een werkbezoek aan het  Zevenaarse / Duivense Broek, waar op dat moment een belangrijke aardgasleiding wordt aangelegd.

 

1965    In Emmerich wordt een imposante hangbrug over de Rijn geopend. De brug is meer dan 1.000 meter lang en daarmee de langste hangbrug over de Rijn. Het verbindt Emmerich met Kleve. Ook veel inwoners van de Liemers hebben de bouw (1959 -1965) van deze indrukwekkende brug met bijzondere belangstelling gevolgd.     

   

 Rijnbrug Emmerich (foto 6 september 2008)

 

1966  De Herwense fanfare St. Caecilia viert op grootse wijze haar 60-jarig jubileum. De 76-jarige medeoprichter Th. Siebers wordt gehuldigd evenals 7 muzikanten, die 40 jaar lid zijn: H. ten Eikelder, T. Gerritzen, L. Grintjes, H. Heinst, M. Koenen, M. Tiemessen en W. Verhoeven.
 

 

1966    In december vinden een tweetal dijkdoorbraken plaats tussen Herwen en Pannerden waardoor de Knijfwaard en de Geitenwaard overstromen. Ook komen enkele tientallen woningen onder water te staan..

 

1967    Op kermiszondag 1967 wordt voor het eerst sedert vele jaren door schuttersgilde "Vrede en vriendschap" in Herwen weer voor de pastoor gevendeld, waarmee een oude traditie in ere wordt hersteld. Op het Kerkplein heeft zich die middag een grote menigte verzameld wanneer de schutterij, voorafgegaan door harmonie St. Caecilia de pastorietuin binnen marcheert om er voor de pastoor te vendelen.

 

1968    De R.K. kerk in Herwen krijgt een nieuwe centrale verwarming. De oude verwarming met twee olieverslindende branders kan het bij vorst niet warmer krijgen dan 5 graden boven nul.

1971    In de vroege ochtend van woensdag 25 augustus 1971 raakt de 19-jarige A. Wezendonk uit Pannerden op de Brugweg in  de gemeente Herwen en Aerdt met het voorwiel van zijn bromfiets van de weg. Hij komt daarbij zo ongelukkig ten val dat hij zijn nek breekt en ter plaatse overlijdt.

1972    De eeuwenoude monumentale boerderij "De Boswaai" in Herwen wordt gesloopt voor de aanleg van de Batavenweg, de weg van Herwen naar Lobith en Tolkamer. In de periode na de Reformatie, waarin de uitoefening van de katholieke godsdienst verboden is geweest, hebben op "De Boswaai" regelmatig in het geheim godsdienstige bijeenkomsten plaatsgevonden.
Een jaar na de afbraak wordt in 1973 op enige honderden meters afstand een nieuwe boerderij "De Boswaai" gebouwd
.



1972    De gemeente Herwen en Aerdt, waartoe ook Lobith en Tolkamer in deze tijd behoren, viert dat het precies 750 jaar geleden is dat bij de rivierscheiding van Waal en Neder-Rijn een tol werd gevestigd. In 1222 verplaatste de graaf van Gelre zijn riviertol te Arnhem naar Lobith. Tijdens een feestweek in de laatste week van augustus 1972 is in Huis Aerdt een historische tentoonstelling ingericht over de gemeente Herwen en Aerdt.

1973    Het Antoniusgebouw in Herwen wordt gesloopt. 
Het gebouw, dat in 1860 is opgericht door de St. Vincentiusvereniging om als "naaischool voor vrouwen" te dienen en in de volksmond ook wel "St. Vincentiusgebouw" en "naaischool" wordt genoemd is in 1918 verkocht aan het R.K. kerkbestuur om te dienen als vergaderruimte voor de plaatselijke verenigingen. Vanaf 1937 is het ook in gebruik als bewaarschool
.



St. Antoniusgebouw in Herwen in 1925

 

1974    Op 26 april wordt  het regionale weekblad De Liemers Lantaern (voorheen Wahalto), sedert 1948 in handen van A.J.M. Akkermans, voor de laatste keer door deze Zevenaarse uitgever gedrukt. Het blad wordt overgenomen door uitgeversmaatschappij De Gelderlander, die het weekblad later weer verkoopt aan krantenuitgeverij Wegener.

 


Op vrijdag 26 april 1974 wordt De Liemers Lantaern, die ook in Herwen veel gelezen wordt, voor de laatste keer gedrukt door de Zevenaarse uitgever Akkermans.

1976  Op zaterdag 7 februari 1976 overlijdt dokter Arnoldus G. Reijers (1897 - 1976). De oorspronkelijk uit Huissen afkomstige Reijers vestigde zich in 1924 als huisarts in de gemeente Herwen en Aerdt. Hij is ruim een halve eeuw huisarts geweest.
 


1978    In februari start het provinciaal bestuur van Gelderland een wettelijke procedure voor de samenvoeging van de gemeenten Herwen en Aerdt en Pannerden. Herwen en Aerdt bestaande uit de dorpen Aerdt, Herwen, Lobith, Spijk en Tolkamer heeft 7850 inwoners. Pannerden met de gehuchten De Kijfwaard, Lobberden en Pannerdensche Waard heeft 2200 inwoners.

1981     De in 1906 in Herwen opgerichte harmonie Sint Caecilia viert op zondag 14 juni 1981 haar 75 jarig jubileum met een misviering waarna een rondgang door het dorp, een receptie en als afsluiting van de dag een dansavond.

    

 

1985    De gemeente Herwen en Aerdt houdt op te bestaan en wordt onderdeel van de nieuwe gemeente Rijnwaarden.
 

 


Rijnwaarden gelegen in het zuidwesten van de Liemers

1986    Op vrijdag 4 juli 1986 overlijdt in het R.K. Streekziekenhuis in Zevenaar Johannes H. Breuking. De oorspronkelijk uit Amsterdam afkomstige Breuking was R.K. pastoor in Herwen van 1966 tot zijn dood.

1988    Op zaterdag 25 juni wordt het Nederlands voetbalelftal  Europees kampioen na een 2-0 overwinning op Rusland in het Olympiastadion in Munchen. De stemming in heel Nederland is uitgelaten. Ook in Herwen heerst euforie met overal feestende mensen en toeterende auto's.

 


Uitgelaten sfeer in Amsterdam juni 1988

 

1990    In het Liemers Museum in Zevenaar vindt een expositie plaats van vondsten uit de Byland, het watersportcentrum nabij Herwen en Aerdt dat tussen 1945 en 1955 door zand- en grintwinning is ontstaan. Verreweg de meeste vondsten zijn van Romeinse oorsprong en hebben een militair karakter. Niet zo verwonderlijk omdat op de plaats van de huidige Byland een Romeins fort (castellum) heeft gestaan met de naam Carvium (Herwen).

 


Enkele Romeinse vondsten uit de Byland
(Liemers Museum, Zevenaar)

1995   Begin februari bereikt het water in Rijn, Waal en IJssel recordstanden. Honderdduizenden inwoners in bedreigde gebieden, vooral in Gelderland, worden geevacueerd. In Ochten (Betuwe) kan een dijkdoorbraak met inzet van het leger op het nippertje voorkomen worden. In tegenstelling tot vroegere tijden loopt de Liemers dit maal geen gevaar.

 

Begin februari 1995 wordt de hoogste waterstand ooit in het Pannerdensch kanaal gemeten. De peilschaal bij Pannerden geeft een niveau aan van 14,75+ N.A.P.  Dat is ruim 8 meter meer dan de laagste waterstand ooit, die hier gemeten wordt in 2003.

 

2004     Op vrijdagmiddag 2 januari wordt de regio opgeschrikt door een lafhartige moord. De 56-jarige eigenaar van het eeuwenoude Montferland in Zeddam, Henk Zinger, wordt tijdens een brute overval door messteken gedood. De 33-jarige dader, afkomstig uit Havelte, wordt enige maanden later veroordeeld tot 7 jaar gevangenisstraf en tbs.

 

 


Hotel Montferland / Graaf van den Bergh in Zeddam (2012)

2005    In het voorjaar viert het schuttersgilde "Vrede en Vriendschap" haar honderdjarig jubileum. 

2006    In Herwen viert fanfare St. Caecilia haar honderdjarig bestaan. Voor haar verdiensten voor de plaatselijke gemeenschap sedert de oprichting in 1906 ontvangt de vereniging een Koninklijke Onderscheiding waardoor zij zich nu Koninklijke Muziekvereniging St. Caecilia mag noemen.

2008    Op vrijdagmiddag 9 mei wordt, terwijl dakdekkers op het dak het riet vernieuwen, de monumentale boerderij uit het midden van de 19e eeuw van de familie De Vries aan de Aerdtsedijk volledig in de as gelegd. 

2009    Op 1 januari gaan de R.K. parochies van Babberich, Herwen en Aerdt, Lobith, Oud-Zevenaar, Pannerden, Spijk en Zevenaar samen tot de nieuw gevormde Sint Willibrordusparochie.

Sint Willibrordus

Bij de verspreiding van het christelijk geloof spelen de uit Engeland afkomstige Willibrordus (658 - 739) en zijn uit Ierland afkomstige medewerker Werenfried (overleden op 14 augustus 760 in Westervoort) een belangrijke rol.
Werenfried krijgt de leiding over een gebied met Elst als centrum en Willibrordus neemt vanuit Emmerich de rest van de Liemers onder zijn hoede. Naar Willibrordus wordt in 2009 de nieuw gevormde parochie vernoemd van de voormalige parochies Babberich, Herwen en Aerdt, Lobith, Oud-Zevenaar, Pannerden, Spijk en Zevenaar. 

Willibrord sterft in 739 in het Luxemburgse Echternach. Al gauw na zijn dood wordt hij als heilige vereerd en zijn graf groeit uit tot pelgrimsplaats. Nu nog altijd tonen bedevaartgangers die in Echternach deelnemen aan de zogenaamde springprocessie hun trouw aan de patroonheilige. Het is een bijzondere processie, omdat de deelnemers steeds drie stappen naar voren zetten en vervolgens twee naar achteren. Elk jaar vindt deze processie met vele deelnemers en bezoekers plaats op de dinsdag na Pinksteren ter nagedachtenis aan Willibrord.

 

 

 

2011    Op 21 april (Witte Donderdag) overlijdt in zijn woning in Zevenaar volkomen onverwacht de bekende streekhistoricus dr. Ben Janssen. Hij is van grote betekenis geweest voor de Liemers waar hij tal van boeken over heeft geschreven. Op 28 april vindt in de R.K. kerk van Lobith-Tolkamer, zijn geboorteplaats, de uitvaartdienst plaats.  

 


 Dr. Ben Janssen 
(1931 - 2011)

2013    Op 4 december is het exact honderd jaar geleden dat in de gemeente Herwen en Aerdt woningbouwvereniging "De Goede Woning", voorganger van woonstichting "Vryleve" is opgericht. "Vryleve" beheert in 2013 bijna 1500 woningen in de gemeente Rijnwaarden waartoe ook Herwen behoort.
 


Huizen van "De Goede Woning" aan de Herwense Polderdijk, gebouwd in 1915 en afgebroken in 1985

 

2014    Op 5 en 6 juli 2014 herdenkt Herwen haar 250-jarig bestaan. In de jaren zestig van de 18e eeuw viel het voormalige dorp Harawa (Herwen) ten prooi aan de meanderende Waal. De toenmalige bewoners, die dit niet hebben kunnen verhinderen, hebben het gevaar tijdig zien aankomen en zich gevestigd op de locatie van het huidige Herwen.
                                 Het voormalige dorp Herwen in 1742 voordat het door de Waal wordt verzwolgen
                                                               (Jan de Beijer, augustus 1742)

 

2015    Ter gelegenheid van het 110 jarig jubileum organiseert het Schuttersgilde Vrede en Vriendschap uit Herwen op zondag 3 mei een concours, waaraan 18 schutterijen met in totaal 1100 schutters deelnemen.
                                

 

2018    Op 1 januari 2018 wordt de gemeente Rijnwaarden, waartoe Aerdt, Herwen, Lobith, Pannerden, Tolkamer en Spijk behoren, samengevoegd bij de gemeente Zevenaar. 

 

2018    Op vrijdag 16 maart 2018 overlijdt op 93-jarige leeftijd Jozef Cornielje (1924 - 2018). 
Jozef Cornielje is op 30 december 1924 in Spijk geboren. In de periode 1958 - 1964 is hij secretaris van het polderdistrict Oude-Rijn en vervolgens tot 1976 gemeentesecretaris van Herwen en Aerdt. Van 1976 tot zijn pensionering in 1989 is hij burgemeester van de gemeente Angerlo. Zijn zoon Clemens werd in 2005 Commissaris van de Koningin in Gelderland.