Klik hier voor de tijdsbalk van "De Liemers"

Klik hier voor Ludgerus 
Kweekschool in Hilversum

Klik hier voor de familietak
"Van Keulen"

Klik hier voor de familietak
"Polman"

 

www.chrisvankeulen.nl

contact: chrisvankeulen@hetnet.nl

 

 

Enkele aspecten van de geschiedenis van de
 

GELDERSE LIEMERS (LIJMERS)

 

 

 

Souvereiniteit

Een groot deel van de Liemers, zoals de gemeenten Duiven, Wehl en Zevenaar alsmede het dorp Lobith en omgeving, behoorde van oudsher tot het Hertogdom Kleef, dat deel uitmaakte van Pruissen. De heren van Kleef hadden in dit gebied bijzonder veel invloed. Onder Duits bestuur genoot de Liemers, in tegenstelling tot de Gelderse Achterhoek waarmee de Liemers vaak verward wordt, godsdienstvrijheid waardoor het grootste deel van de bevolking Rooms-Katholiek bleef.
In 1808 werden Zevenaar en Duiven bij het Koninkrijk Holland gevoegd en op 1 januari 1811 kwamen ook Wehl en Lobith bij  Nederland, dat op dat moment onderdeel was van het Franse Keizerrijk. Na de val van Napoleon kwamen de voormalige Kleefse enclaves in de Liemers opnieuw onder Pruisische heerschappij, totdat  ze op 1 juni 1816 (Lobith op 1 maart 1817) definitief bij Nederland kwamen. Zevenaar bezat in die tijd, ongeveer tweehonderd jaar geleden, zelfs een burgemeester (BŲtticher) die zijn functie onder Duits, Nederlands en Frans bestuur heeft uitgeoefend. Andere delen van de Liemers, zoals Angerlo en Westervoort, maakten tot in de Franse tijd deel uit van het Kwartier van Zutphen, terwijl Pannerden en Herwen en Aerdt behoorden tot het Kwartier van Nijmegen. Het onderscheid in de drie genoemde territoria, Kleefs, Zutphens en Nijmeegs, is belangrijk omdat in die gebieden totaal verschillende wetten en voorschriften golden.  De voorouders van de familie Van Keulen uit de Gelderse Liemers woonden in de 18e  en 19e eeuw voor het overgrote deel in de plaatsen Duiven, Groessen, Westervoort en Zevenaar.

Zevenaar en omgeving
omstreeks 1866

 

Bevolking

De bevolking van de Liemers, voor het overgrote deel Rooms Katholiek, telde aan het begin van de 19e eeuw ruim 10.000 inwoners; dat is aanzienlijk minder dan 10% van het huidige aantal. In Zevenaar bedroeg het aantal inwoners in het jaar 1800 nog net geen duizend. Het aantal inwoners van het tot de gemeente Zevenaar behorende Oud-Zevenaar bedroeg toen ongeveer 1.200. Bij de overgang naar Nederland in 1816 telde de gemeente Zevenaar ongeveer 2.600 inwoners; in 1900  ongeveer 4.400 inwoners. Halverwege de jaren vijftig in de twintigste eeuw werd de 10.000e inwoner van de gemeente Zevenaar ingeschreven.
De Heerlijkheid Westervoort telde omstreeks 1800 ongeveer 500 mensen; een eeuw later bedroeg het inwonertal 1.800.
De Heerlijkheid Wehl telde in 1800 ongeveer 1.200 inwoners en een eeuw later 2.300.
In 1800 bedroeg het inwoneraantal van het dorp Duiven 600, het dorp Groessen 1.000 en het dorp ít Loo 150 . Een eeuw later telde de totale gemeente Duiven 3.000 inwoners.
Pannerden
telde omstreeks 1800 ongeveer 600 zielen; een eeuw later in 1900 was dit toegenomen tot 1.000.

 

 

 

 

Waar de naam Liemers vandaan komt, is niet met zekerheid bekend. Mogelijk is de naam afkomstig van Pagus Leomerike, waarbij pagus betekent gewest en leomerike duidt op leemrijke grond. Een andere verklaring voor de naam is dat het "in de luwte" zou betekenen. De Liemers ligt immers in de luwte tussen Montferland en de Veluwse Posbank. Een derde mogelijke verklaring kan zijn dat het verwijst naar het Latijnse "limes" dat grens betekent.
Het dialect dat in de Liemers door de autochtone bevolking wordt gesproken, is een overgangsdialect tussen het Nederfrankisch en het Nedersaksisch.

 

 

Godsdienst
De verspreiding van het christendom begon in de Liemers aan het begin van de 9e eeuw. Vanuit Engeland was Willibrord (658-739) naar Utrecht gekomen. Zijn medewerker, de Ierse monnik Werenfried (gestorven 14 augustus 760 in Westervoort) kreeg de leiding van een gebied met Elst als centrum. Tot die regio behoorde o.a. Westervoort. Willibrord nam de rest van de Liemers vanuit Emmerich onder zijn hoede. Hij had een groot respect voor de Frankische heilige Martinus (Maarten). De kerken in Utrecht en Emmerich werden door hem naar deze heilige genoemd. Opvallend is dat veel kerken en/of parochies in de Liemers de naam St. Martinus of St. Maarten dragen, te weten die van Aerdt, Angerlo, Didam, Doesburg, Herwen, Oud-Zevenaar en Pannerden.

Toen Werenfried op 14 augustus 760 in Westervoort overleed ontstond een strijd tussen Westervoort en Elst over de plaats waar hij begraven moest worden. Uiteindelijk is hij in Elst begraven. Sint Werenfried is de naamgever van twee kerken en de rooms katholieke parochie in Westervoort.
De Zevenaarse Andreasparochie was de enige Nederlandse parochie, die ooit door een paus is gesticht. Op 28 september 1521 zette paus Leo X zijn handtekening onder de stichting van de Andreaskerk. Dit geschiedde op voorspraak van de hertog Jan van Kleef, de man die Zevenaar in 1484 stadsrechten verleende.

 

Een beeld van Zevenaar met de Andreaskerk omstreeks 1640 (tekening: Abraham Rademaker).

Op de voorgrond het riviertje de Aa, dat vanuit de Rijn bij Oud-Zevenaar stroomde naar de moersasachtige gebieden ten noorden van Zevenaar.

 

De Reformatie aan het begin van de 16e eeuw voltrok zich in de Liemers heel geleidelijk en op kleine schaal. In het Gelderse deel van de Liemers werden rond 1600 alle pastoors vervangen door dominees en kwamen de kerken in handen van de calvinisten: Doesburg 1585, Westervoort 1609, Angerlo 1609, Lathum 1614 en Herwen en Aerdt 1627. In de Liemerse gebieden, die onder het hertogdom Kleef vielen, kwamen anders dan in de meeste plaatsen in de Noordelijke Nederlanden de kerken niet min of meer vanzelfsprekend in protestantse handen. Dit kwam doordat er in het hertogdom Kleef een andere godsdienstpolitiek werd gevoerd dan in de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden. In het  Kleefse gebied bestond vrijheid van godsdienst. De kerken in Duiven, Groessen, Loo, Wehl, Oud-Zevenaar en Zevenaar bleven daardoor in katholieke handen. De tegenstelling katholiek - protestant was in de Liemerse gebieden, die onder het hertogdom Kleef vielen, doorgaans veel minder scherp dan in de Noordelijke Nederlanden. Zo vermelden de archieven dat in de katholieke St. Martinuskerk in Oud-Zevenaar ook wel protestanten begraven werden. Er waren zelfs protestanten, die daar een familiegraf bezaten. Op 17 augustus 1701 luidden de klokken van de katholieke Zevenaarse Andreaskerk om kond te doen van het overlijden van een kind van de dominee. De gelijke behandeling van katholieken en protestanten in de Kleefse gebieden blijkt uit vele voorbeelden. Zo ontvangt in 1672  in Zevenaar de Gereformeerde schoolmeester Peter Muller een toelage uit gemeenschapsgelden van 25 daalders. Zijn Rooms-Katholieke collega Florentio Hesio ontvangt een zelfde bedrag.
De Calvinistische Kerk was daarentegen wel streng in het Gelderse deel van de Liemers; veel feestelijke gebruiken, waar het volk aan gehecht was, werden door haar verboden. In de strijd, die gedurende de Tachtigjarige Oorlog tegen Spanje werd gevoerd, speelde godsdienst een belangrijke rol om het politieke doel te bereiken. Mede als gevolg daarvan werd in Gelderland bij resolutie van 21 januari 1587 de kinderdoop verboden omdat deze als paaps werd gezien. De Hervormde kerk werd tot officiŽle staatskerk uitgeroepen. Voor de Kleefse gebieden in de Liemers zoals Zevenaar, Duiven en Wehl had dit geen gevolgen, in tegenstelling tot de Gelderse gebieden in de Liemers zoals Westervoort en Pannerden. Zo zochten veel inwoners van Pannerden hun kerk in het naburige dorp Hulhuizen, dat Kleefs grondgebied was. Mede omdat leden van het hooggraaflijk Huis Bergh, bezitters van de Heerlijkheid Pannerden, de katholieke godsdienst trouw bleven, kreeg in Pannerden de van boven opgelegde reformatie niet erg veel voet aan de grond.       

Op 14 juli 1609 werd in het Kleefse gebied godsdienstvrijheid afgekondigd. Kort daarop, in 1611, probeerden protestanten in Zevenaar een samenkomst te beleggen, maar werden daartoe door een volksoproer verhinderd. Dit kwam de burgemeester, Gerhart van Leeuwen, van katholieke huize, op ontslag te staan. Hij werd vervangen door Johan van Romswinckel, van protestantse huize. De voornaamste bestuursfuncties kwamen vervolgens in Zevenaar in protestantse handen.

 

De markt in Zevenaar (Seventer) in 1745
Gravure naar tekening van Jan de Beijer (1703 - 1780)

Rechts de "Reformeerde" (Hervormde) kerk, die op 1 mei 1660 plechtig werd ingewijd.
Van dit kerkgebouw is het muurwerk tot de dag van vandaag volledig bewaard gebleven.

Voor de Hervormde kerk is een schoolgebouwtje zichtbaar.

Links de omstreeks 1522 gebouwde R.K Andreaskerk, die in de 17e eeuw werd hersteld.
Deze kerk was in die tijd ondergeschikt aan de R.K kerk in Oud-Zevenaar en bezat mede daardoor nog geen hoge toren.
Aan het eind van de 19e eeuw werd de Andreaskerk in neogothische stijl uitgebreid en kreeg in 1884 alsnog een toren.
 

 

 

Ziekenhuis
Tot omstreeks 1900 was het ongebruikelijk om zieken of gewonden buiten de vertrouwde huiselijke sfeer te verplegen. Wie kon immers zorgzamer verplegen dan eigen familie en dienstpersoneel? Alleen de allerarmsten in de grote steden werden bij ziekte vaak met de meest grote tegenzin opgenomen in gast- en ziekenhuizen, aangezien verpleging thuis voor hen niet mogelijk was.
Ontwikkelingen in de medische wetenschap maakten omstreeks 1900, dat de verpleging thuis geleidelijk minder vanzelfsprekend werd. Zo was de rŲntgenapparatuur, die vlak voor 1900 zijn intrede deed, niet thuis toepasbaar. Toch duurde het, zeker op het platteland en ook in de Liemers, nog decennia alvorens ziekenhuizen echt gewaardeerd werden. Tot halverwege de twintigste eeuw werd door menig plattelander het ziekenhuis gezien als een sterfhuis, waar je maar beter nooit naar toe kon gaan tenzij je levensmoe was.
In 1908 werd in Zevenaar het eerste ziekenhuis geopend. Het stond buiten de Didamse poort en heette ďConsolatio AfflictorumĒ (Troost der Lijdenden). Aanvankelijk bood het plaats aan 28 bedden, maar al in 1916 vond de eerste uitbreiding plaats naar 44 bedden. In 1924 werd het complex vergroot met een sanatorium. Het ziekenhuis Consolatio Afflictorum heeft tot 1980 bestaan. In dat jaar werd een nieuw streekziekenhuis elders in Zevenaar betrokken.

 

 

EpidemieŽn
In onze tijd zijn kanker en hart- en vaatziekten de meest voorkomende doodsoorzaken. In voorgaande eeuwen waren besmettelijke ziekten zoals pest, tyfus, dysenterie, pokken, difterie, kinkhoest en tuberculose belangrijke doodsoorzaken. Wanneer zo'n ziekte zich als een epidemie manifesteerde, kon dit in korte tijd leiden tot een slagveld aan doden, waardoor delen van een gemeenschap werden weggevaagd.
Tot in de 20e eeuw werd ziekte in het algemeen gezien als veroorzaakt door een verkeerde menging van lichaamssappen:  bloed, lymfe, gal en/of slijm waren in een verkeerde verhouding aanwezig en daardoor zou men ziek worden. Zo zou men bijvoorbeeld zwartgallig (depressief) worden van een te grote hoeveelheid gal. Van te veel bloed zou men erg snel driftig worden (sanquinisch type) enz Naast deze min of meer wetenschappelijke verklaring, de zogenaamde sympathieleer, aangaande de oorzaak van ziekten, werd door de burgerij ziekte ook gezien als zijnde Gods wil. Ziekte werd dan vaak beschouwd als Goddelijke straf voor de menselijke zonden. Zo schreef dr.A.Kuyper omstreeks 1900: ďZoolang de zonde stand houdt, blijft ook de krankheid woedenĒ. Katholieken en protestanten verschilden hierover niet wezenlijk van mening. Ook werden buitenlanders of andere bevolkingsgroepen (joden) soms gezien als veroorzakers van een epidemie. Het zou echter tot het eind van de 19e eeuw duren alvorens, door baanbrekend onderzoek van de Duitse arts Koch, de Franse chemicus Pasteur en vele anderen, de werkelijke oorzaak van infectieziekten duidelijk werd. Veel eerder in de 19e eeuw had de Hongaarse vrouwenarts Semmelweiss gewezen op het belang van een goede hygiŽne om ziekten (in het bijzonder kraamvrouwenkoorts) te voorkomen, maar de tijd was er nog niet rijp voor. Ook veel artsen namen Semmelweiss niet serieus en volkomen miskend overleed hij in 1865. In de decennia daarna werd door Koch, Pasteur en anderen duidelijk dat zeer kleine organismen (o.a. bacteriŽn) de oorzaak zijn van infectieziekten.  

Infectieziekten traden in vroegere eeuwen veelvuldig op en maakten veel slachtoffers vooral omdat, tot het einde van de 19e eeuw, vrijwel niets bekend was over de werkelijke oorzaak van deze aandoeningen. Zo waren er in de Liemers cholera-epidemieŽn in 1832, 1849 en 1866. Zevenaar en omgeving werd vooral in de 18e maar ook in de 19e eeuw diverse keren getroffen door ernstige dysenterie-epidemieŽn. Zo had de parochie Oud-Zevenaar van augustus tot oktober 1702 ongeveer dertig doden te betreuren als gevolg van deze afschuwelijke aandoening. Ook in 1757/1758 sloeg de epidemie toe. In oktober 1779 trof de epidemie in het bijzonder de buurtschap Grieth bij Zevenaar. In 1782/1783 sloeg de epidemie weer hevig toe met als dieptepunt 7 september 1783, waarbij in Zevenaar 38 mensen aan dysenterie stierven. In totaal overleed maar liefst 10% van de bevolking tijdens deze epidemie aan dysenterie. De ontreddering en wanhoop waren groot. Ook andere plaatsen in de Liemers werden in 1783 genadeloos getroffen. Van 23 oktober tot 25 november van dat jaar kampte in het bijzonder Groessen met een dysenterie-epidemie. Ook in de herfst van 1811 sloeg dysenterie in de Liemers toe: in Groessen stierven in enkele weken tijd 12 inwoners aan deze gevreesde ďrode loopĒ. De ziekte werd in de volksmond zo genoemd vanwege de bloederige waterige diarree waarmee de ziekte gepaard ging, waardoor de ernstig zieke een spoor ("loop") achter zich liet.

Ook pokken eiste in vroegere tijden in de Liemers regelmatig slachtoffers. Er waren bijvoorbeeld pokkenepidemieŽn in Duiven en Groessen in 1729, 1743, 1764, 1777, 1786, 1807, 1838, 1848, 1865 en 1871. Bij de epidemie in 1871 overleden in enkele maanden tijd 33 mensen.
Naast cholera, dysenterie en pokken was tyfus bijzonder gevreesd. De verspreiding van deze zeer ernstige ingewandsziekte geschiedde vooral door besmette vloeistoffen als water en melk. De ziekte had meerdere namen zoals: rotkoorts, Faulfieber, zenuwzinkingskoorts, zenuwkoorts en hete koorts. De oudste vermelding van deze aandoening in de Liemers is in 1757 in Zevenaar. In de tweede helft van de 18e eeuw, de gehele 19e eeuw en een deel van de 20e eeuw (tot omstreeks 1925) bleef tyfus bij voortduring in de Liemers voorkomen en slachtoffers maken.
Difterie
, een besmettelijke keelziekte, kwam met name in de tweede helft van de 19e eeuw hoofdzakelijk bij kinderen tot 10 jaar voor. De aandoening maakte dat kinderen het ontzettend benauwd kregen. Als complicatie van difterie traden soms nier- en hartaandoeningen op. In vergelijking met andere eerder genoemde infectieziekten veroorzaakte difterie relatief weinig dodelijke slachtoffers. Het was vooral het verloop van de aandoening, kinderen werden onvoorstelbaar benauwd, hapten naar adem en stikten soms, die een onuitwisbare indruk en machteloos gevoel achterlieten bij hun ouders / verzorgers. Regelmatig verliep de aandoening ook dodelijk zoals bijvoorbeeld in 1894 wanneer in Duiven 5, in Wehl 5 en in Zevenaar 22 kinderen aan deze gevreesde ziekte sterven.
Ook aandoeningen als kinkhoest, tuberculose, mazelen en roodvonk eisten regelmatig tot ver in de 20e eeuw dodelijke slachtoffers.
Natuurlijk probeerden overheden de verspreiding van besmettelijke ziekten te voorkomen. Zo verordonneerden de Pruisische en Kleefse overheden in 1787 dat slachtoffers van besmettelijke ziekten niet opgebaard mochten worden. Voor hen moesten de graven bovendien dieper worden gegraven en dienden de naden van de lijkkist met pek gedicht te worden. In 1788 werden door dezelfde Pruisische en Kleefse overheden ook een tweetal begrafenisgebruiken verboden: het meerijden van vele vrouwelijke familieleden op de lijkwagen en het afleggen van het lijk door een groot aantal vrouwen uit de omgeving van de overledene.

 

 

HygiŽne
Pas na de Tweede Wereldoorlog gingen de ontwikkelingen wat betreft hygiŽne ook in de Liemers snel. Zo kreeg Zevenaar in 1951 een modern rioolstelsel. In de eerste helft van de twintigste eeuw kwamen afvalstoffen in veel gevallen direct in de stadsgracht, die als een open riool functioneerde. Op veel plaatsen in de Liemers werd pas na de Tweede Wereldoorlog een georganiseerde vuilnisophaaldienst ingevoerd.
Waterleiding kwam in de Liemers relatief laat tot stand. Tot in de jaren twintig van de twintigste eeuw was vrijwel de gehele bevolking van de Liemers aangewezen op pomp- en putwater. In 1926, meer dan driekwart eeuw na de realisatie van het  waterleidingnetwerk in Amsterdam, nam Zevenaar het besluit tot aanleg van een waterleiding. Voor Liemerse begrippen was Zevenaar hiermee een voorloper. Zo sprak de gemeenteraad van Duiven zich in 1933 (!) vrijwel unaniem uit tegen invoering van waterleiding. Na de Tweede Wereldoorlog was het overgrote deel van de Liemers, de stad Zevenaar en de kommen van Lobith en Tolkamer uitgezonderd, nog altijd verstoken van drinkwater. Pas in de jaren vijftig van de vorige eeuw kregen de meeste kernen in de Liemers waterleiding, in de jaren zestig kwamen ook de meeste buitengebieden aan de beurt. Onder meer dankzij betrouwbaar drinkwater kwamen de eens zo gevreesde aandoeningen als cholera en dysenterie vrijwel niet meer voor.
Door de komst van betrouwbaar drinkwater, betere hygiŽnische omstandigheden en juiste voeding nam de onvoorstelbaar grote kindersterfte geleidelijk af. Kinderen die slechts gedurende een zeer korte tijd of in het geheel geen borstvoeding kregen waren Ė zo werd later vastgesteld Ė veel vatbaarder voor ziekten. Bovendien zijn niet-zogende vrouwen veel sneller zwanger. Het gedurende vele jaren jaarlijks zwanger worden kon gemakkelijk leiden tot geestelijke en lichamelijke uitputting en verzwakking van de moeders en hun kinderen. Een belangrijke reden dat borstvoeding weinig gegeven werd, was de zware vrouwenarbeid waarbij het in de praktijk zowel bij land- als fabrieksarbeidsters vaak ontbrak aan mogelijkheden om kinderen te zogen. In plaats daarvan werd de baby vaak voeding gegeven met niet schone flessen waarin zich opgewarmde melk bevond die niet zelden zuur of bedorven was.

 

 

Kindersterfte
Door de extreem hoge kindersterfte was de gemiddelde levensverwachting aan het begin van de 19e eeuw slechts dertig jaar. Een eeuw later in 1900 was deze inmiddels opgelopen naar 50 jaar. Dit was niet het gevolg van het feit dat mensen omstreeks 1900 niet ouder werden dan vijftig jaar (een leeftijd bij mannen en vrouwen van 80 jaar was in het verleden evenals nu niet echt uitzonderlijk) maar werd voornamelijk verklaard door de hoge kindersterfte. Omstreeks het midden van de 19e eeuw bedroeg de zuigelingensterfte in Nederland 18% (van iedere 100 zuigelingen overleden er in het eerste levensjaar 18). In de tweede helft van de 19e eeuw liep dit percentage aanvankelijk op (1871: 23%) om vervolgens te dalen (1900: 13%). Regionaal waren er wel grote verschillen: zo bedroeg het sterftepercentage omstreeks  1900 in Pannerden 17, in Duiven 13, in Westervoort 11 en in Zevenaar 9. In de 20e eeuw daalde dit percentage steeds sneller (1920: 8%; 1940: 4%; 1960: 2% en 1975: 1%)  Op dit moment, aan het begin van de 21e eeuw, is de zuigelingensterfte veel minder dan 0,1% .
Het drama van het sterven van ťťn of meer kinderen als gevolg van een (besmettelijke) ziekte, iets waar maar weinig gezinnen in voorgaande eeuwen van gespaard bleef, is in onze tijd gelukkig een hoge uitzondering geworden.

 

 

Spoorwegen
In 1856 kwam een spoorwegverbinding gereed, die via Zevenaar naar Duitsland liep. Deze lijn werd geŽxploiteerd door de Nederlandsche Rhijn Spoorweg Maatschappij. In 1865 kwam een andere spoorwegverbinding gereed, die Zevenaar met Kleef (Kleve) verbond. Tot de grens reden de treinen over de lijn, die reeds in 1856 was gereed gekomen; daarna reed de trein over een nieuwe lijn, die aansloot op een stoompont die de trein over de Rijn vervoerde. Deze verbinding tussen Zevenaar en Kleef heeft ongeveer veertig jaar bestaan. In 1884 opende de Geldersch-Overijsselsche Locaalspoorweg Maatschappij de lijn Winterswijk - Zevenaar via Doetinchem. Zevenaar heeft in de tweede helft van de 19e eeuw en het begin van de 20 eeuw twee relatief grote treinstations gehad. De beide treinstations stonden op ongeveer 100 meter van elkaar en verwelkomden dagelijks hun eigen treinen. Het ene station was bestemd voor treinen in de richting Doetinchem / Winterswijk en het andere voor treinen naar Arnhem of naar Emmerich / Keulen. Omstreeks 1917 veranderde deze situatie. Men besloot tot samenwerking en ging verder onder de naam Nederlandsche Spoorwegen.

   

Het internationale station in Zevenaar omstreeks 1856 dat geŽxploiteerd werd door de Nederlandsche Rhijn Spoorweg Maatschappij.

 

Oorsprong van de plaatsnamen in de Liemers
Plaatsnamen hangen samen met begrippen, die voor de plaatselijke bevolking relevant waren. In grote lijnen zijn de plaatsnamen in de Liemers in drie groepen te ordenen: woonplaats, land en water

 

 

 

 

 

 

Klik hier voor de tijdsbalk van "De Liemers vůůr 1900"

Klik hier voor Ludgerus 
Kweekschool in Hilversum

Klik hier voor de familietak
"Van Keulen"

Klik hier voor de huissite
"Van Keulen-Monstrey
"

 

www.chrisvankeulen.nl

Vragen, suggesties, correcties, aanvullingen en tips graag naar: chrisvankeulen@hetnet.nl

 

Klik hier voor de tijdsbalk van "De Liemers nŠ 1900"

Klik hier voor Ludgerus 
Kweekschool in Hilversum

Klik hier voor de familietak
"Van Keulen"

Klik hier voor de familietak
"Polman"