Lathum

Lathum: Snel door de tijd

Aangenomen wordt dat Lathum en Baer in de vroege middeleeuwen aan de westzijde van de IJssel hebben gelegen. Tussen 800 en 1000 verlegt de IJssel haar loop waardoor Lathum en Baer van Rheden worden afgesneden en in de Liemers komen te liggen.
Lathum komt in documenten uit 1033 voor als heerlijkheid Lathem, gelegen in het graafschap Hamelande, district Leomerike (het tegenwoordige Liemers). Waarschijnlijk waren de heren van Lathem en die van het naastgelegen Baer (tegenwoordig buurtschap Bahr) telgen van de familie Van Rheden. Lathum komt in de geschiedenis onder verschillende namen voor: Lathum,  Lathem, Laten en Latem.

Lathum is nu een dorpje met ongeveer 650 inwoners in de gemeente Zevenaar gelegen aan de rivier de IJssel, bekend door Huize Lathum dat al in de middeleeuwen wordt genoemd. De Hervormde Kerk in  Lathum is  door schrijver Jan Siebelink in zijn boek "Knielen op een bed violen" beschreven  als "de blauwe klokkentoren".

 

Kerk Lathum, die door schrijver Jan Siebelink in het boek "Knielen op een bed violen" beschreven wordt als "de blauwe klokkentoren".

 

 

600      Omstreeks deze tijd ontstaat een spontane aftakking van de Rijn ergens in de buurt van Arnhem, die in de nieuwe loop steeds meer Rijnwater afvoert en bevaarbaar wordt. Rond ongeveer 950 ligt er dan een rivier, de IJssel, van een omvang zoals wij die nu kennen.  

697     De H. Willibrord (een later heilig verklaarde Engelse monnik) bouwt de Martini-kerk in Emmerik (Emmerich). Van Willibrord is bekend dat hij een groot respect voor de Frankische heilige Maarten (Martinus) heeft. Kerken in Utrecht en Emmerich zijn door hem naar deze heilige genoemd. Ook de kerk in Lathum/ Giesbeek / Angerlo is naar Martinus genoemd. Opvallend is dat ook veel andere kerken en/of parochies in de Liemers de naam St. Maarten of St. Martinus dragen, namelijk die van Oud-Zevenaar, Elten, Didam, Doesburg, Herwen, Aerdt en Pannerden.

800     De verspreiding van het Christelijk geloof over de Liemers vindt plaats.

900     Omstreeks deze tijd verlegt de IJssel haar loop waardoor Lathum en Baer van Rheden worden afgesneden en in de Graafschap komen te liggen.

970    Bingerden voor het eerst beschreven als een versterkte boerderij met gracht als bezit van de graven van Hamaland, die bescherming biedt tegen eventuele aanvallen vanaf de IJssel.


                                             
Bingerden omstreeks 1800
                                                                
(tekenaar onbekend)

1000    In het Liemerse land zijn nederzettingen maar nog geen dijken. De rivieren en stroompjes treden voortdurend buiten hun oevers, maar echt hoge waterstanden komen vrijwel nooit voor, omdat het water zich door het ontbreken van dijken vrijelijk kan verspreiden.

1018     Er komt een officieel einde aan Hamaland en het gebied valt uiteen in een aantal losse delen met eigen machthebbers zoals: Bergh, Gelre, Zutphen, Kleef en Baar.

1033   Lathum komt in documenten uit 1033 voor als heerlijkheid Lathem, gelegen in het graafschap Hamelande, district Leomerike (het tegenwoordige Liemers).
 

0
 In Hameland o.a. Lathem, Elten en Theoden (Didam) 

1150    Halverwege de 12e eeuw wordt in het Liemerse land een begin gemaakt met de aanleg van dijken. Het zijn lage "zomerdijken" om het zomerwater te keren. Ruim honderd jaar later komen in de "Lijermersch" de eerste winterdijken.

1150
     In de twaalfde eeuw wordt Lathum genoemd, wanneer gesproken wordt van een heer Van Lathum: Eyle van Lathum wordt als getuige genoemd, wanneer graaf Gerard IV van Gelre enkele voorrechten verleent aan de Veluwe.

1243     In de heerlijheid Lathum wordt Wenemar van Lathum vermeld.

1245    Huis te Lathum wordt voor het eerst vermeld.


                                             
Huis te Lathum omstreeks 1750

 

1272     Het kasteel Baer wordt voor het eerst vermeld wanneer Frederic van Baer verhuist van kasteel Rheden naar de heerlijkheid Baer. Ruim een eeuw later wordt het kasteel als Gelders leen vermeld en komt het geslacht Lathum in het bezit er van. In 1495 wordt het kasteel veroverd en verwoest door hertog Karel van Gelre.
 


Karel van Gelre (1467-1538)
wiens leger in 1495 kasteel Baer verwoest

1290    Aan het eind van de dertiende eeuw is Doesburg verreweg het belangrijkste centrum in onze regio. De gehele Liemers tot aan Emmerik alsmede ook Doetinchem ressorteren onder het ambt Doesburg.

1338
    Met de dood van Hendrik van Lathum sterft het geslacht Lathum in de mannelijke lijn uit. Daarna gaat de overerving via de vrouwelijke lijn en huwelijken, tot de Heerlijkheid in 1547 wordt verkocht aan de bekende legeraanvoerder Maarten van Rossum.

 

1339    Gelre, waartoe ook Lathum in deze tijd behoort, wordt door de keizer van Beieren tot hertogdom verheven. Het is een zeer groot en belangrijk hertogdom. Het omvat naast de huidige provincie Gelderland, grote delen van de huidige provincie Limburg (met ondermeer Venlo, Venray en Roermond) en delen van het huidige Noord-Rijnland-Westfalen met ondermeer het stadje Geldern waarnaar het hertogdom Gelre en de latere provincie Gelderland zijn genoemd. Het hertogdom Kleve vormt een wig tussen de Noordelijke en de Zuidelijke delen van Gelre. De zelfstandigheid van Gelre eindigt in 1543.

 

Het hertogdom Gelre omvat omstreeks 1350:
1. Het Kwartier van Nijmegen (huidige Betuwe)
2. Het Kwartier van de Veluwe (ook genoemd het Kwartier van Arnhem)
3. Het Kwartier van Zutphen (de huidige Achterhoek en Liemers)
4. Het Kwartier van Roermond(het huidige Limburg en delen van Noord-Rijnland-Westfalen)

 

 

 

 

1350    Omstreeks deze tijd wordt een wetering gegraven, die het overtollige water uit de Liemers via de "Grote Sluis" bij Giesbeek op de IJssel moet afvoeren. De wetering, die het water "verzwolg" wordt Zwalg genoemd. In de 19e eeuw spreekt men van Zwalling en in de 20e eeuw van Zwalm. De inwoners van Giesbeek en Lathum hebben hier in de loop der eeuwen veel last van want wanneer het IJsselwater hoog staat en de sluis niet geopend kan worden, overstroomt het overtollige water de plaatselijke landerijen. Wanneer omstreeks 1540 de sluis weer eens vernieuwd moet worden, weigeren de inwoners van Giesbeek en Lathum om mee te betalen.

1354     Bij het neerslaan van een boerenopstand op de Veluwe sneuvelt de Heer van Baar.

 

 

 

 


        Kasteel Baar (17e eeuw)



1355     Op donderdag 3 februari 1355 schrijft Eduard van Gelre dat het Huis te Lathum, eens het bezit van Maarten van Rossum, in brand is gestoken.

 

 

 

 


                             Het Huijs Latem in de Baronije van Baar en Latem     

1363    Paus Urbanus geeft toestemming om een huiskapelaan voor de Middagter kapel aan te stellen. Goeswijn van Campen, kapelaan te  Lathum, wordt de eerste huiskapelaan van de Middagter kapel. Hieruit blijkt dat al in de 14e eeuw in Lathum een kapel bestaat.  

1421    De vermaarde St. Elisabethsvloed van 19 december 1421 veroorzaakt ook schade in de Liemers. Op 20 december breekt bij Emmerik de Rijndijk door, waardoor een omvangrijk gebied overstroomt. Een groot deel van het water baant zich een weg via 's Heerenberg en Doesburg naar de IJssel.

1465    In 1465 beginnen de Gelderse oorlogen, die bijna tachtig jaar tot 1543 duren. In deze periode wordt ook de Liemers regelmatig geteisterd door oorlogsgeweld zoals in 1495 wanneer na een beleg, dat duurt van Goede Vrijdag tot Hemelvaart (6 weken lang) het, uit de 11e eeuw stammende, roemruchte kasteel Baer volledig wordt verwoest.        

1472    De tot dan aparte heerlijkheden Baer en Lathum worden verenigd.

1491     Begin februari breekt de Rijndijk tussen Emmerik (Emmerich) en Rees door. Het gevolg is dat een groot gebied tot aan Doesburg onder water komt te staan.

1492    Columbus maakt tijdens zijn ontdekkingsreizen naar Amerika melding van een geurig kruid "tabaco" genoemd, dat door inlanders in brand wordt gestoken en waarvan de rook wordt geinhaleerd. Eeuwen later zal deze tabak vooral voor de Liemers bijzonder belangrijk blijken: Vooral in de 17e, 18e en 19e eeuw voor de tabaksteelt in de Liemers en in de 20e eeuw voor de tabaksindustrie in Zevenaar (Turmac, Britisch American Tobacco).

1495    Na een beleg dat duurt van Goede Vrijdag tot Hemelvaart, 6 weken lang, vindt de verovering plaats van kasteel Baar en volgt de volledige ondergang van deze uit de 11e eeuw stammende burcht aan de IJssel, de oorspronkelijke stamzetel van de heren van Baar.


Boven de ingang van de kerk in Lathum bevindt zich in de nis een gedenksteen, die herinnert aan de verwoesting van het kasteel Baar. Het is de enige herinnering aan de machtige burcht, die eeuwenlang de wijde omgeving heeft beheerst. 


   
Het eens zo roemrijke kasteel / burcht Baar volgens een 17e eeuwse tekening
 

1500    Aan het begin van de 16e eeuw heeft Lathum reeds een windmolen. Omstreeks 1922 is de Lathumse molen, die dan in vervallen toestand verkeert, afgebroken.


1503
    De zomer van 1503 is zinderend heet en kurkdroog en daardoor een kwelling voor de inwoners van Lathum

1517
    Maarten Luther slaat zijn 95 stellingen aan de deur van de slotkerk in Wittenberg.


1519
    In Baer wordt een molen gebouwd. De molen blijft echter maar kort staan omdat hertog Karel van Gelre met Doesburgse hulp deze volledig verwoest.

1528    De Lathumse kapel, die tot 1528 onder de parochiekapel in Rheden valt, wordt een zelfstandige parochiekerk onder leiding van pastoor Boeve.

1533    In juni is er een overstroming waardoor veel gewassen verloren gaan en grote armoede het gevolg is.

1540    Wanneer omstreeks deze tijd de "Grote Sluis" bij Giesbeek, die het overtollige water uit de Lijmers op de IJssel afvoert, moet worden vervangen, weigeren Giesbeek en Lathum mee te betalen. De inwoners van Giesbeek en Lathum hebben van de sluis veel overlast want wanneer het IJsselwater hoog staat en de sluis niet geopend kan worden, overstroomt het overtollige water de plaatselijke landerijen. Herhaalde aanmaningen van de dijkgraaf en de heemraden van de Lijmers om mee te betalen hebben geen effect ook al omdat Lathum en Giesbeek Gelders zijn en dus "buitenland" voor de Kleefse Lijmers.

 

1547     De vermaarde Gelderse legeraanvoerder Maarten van Rossum koopt de heerlijkheid Lathum.
 


Maarten van Rossum
(1478-1555)

1557     De vermaarde cartograaf Christiaan sGrooten, geograaf van de Spaanse koning Philips II, brengt het gewest Gelderland in kaart.





Een detail uit de kaart van Christiaan sGrooten betreffende de omgeving van Lathum
In de omgeving van Lathem (Lathum) zien we o.a. Weesterfort (Westervoort), Duven (Duiven), Groyssem (Groessen), Sevenaer (Zevenaar), Halsaff (Babberich), Baer, Velp, Dyem (Didam), Loel (Loil), Lijnhorst en het Dymer Bosch (Didamse bos).

 



 

 

1567    Het algemene oproer bekend geworden als de Beeldenstorm gaat grotendeels aan de Liemers voorbij.

1568    Begin van de Tachtigjarige Oorlog. De strijd tussen Spaanse en Staatse troepen brengt de bevolking in de Liemers regelmatig tot wanhoop.  

De staatkundige indeling van de Liemers en de omgevende gebieden in de 16e eeuw
Geel: Kleefs gebied   Groen: Gelders / Staats gebied   Licht Groen: Berghs gebied   Wit: zelfstandig gebied
Lathum is in deze tijd zelfstandig gebied.

1570     De periode 1570 tot 1600 is in de Liemers (en Achterhoek) een uiterst onrustige tijd. De bevolking is wanhopig door rondtrekkende plunderende troepen: De ene keer Staatse en de andere keer Spaanse troepen en daar tussendoor rondtrekkende muitende bendes. Verwoeste huizen en kerken, onbebouwde akkers, plundering, doodslag, zware maandelijkse oorlogscontributies en roof van hele veestapels zijn aan de orde van de dag.

Plundering van een dorp geschilderd door Pieter Molijn (Frans Halsmuseum, Haarlem)
Vooral tijdens de eerste helft van de Tachtigjarige Oorlog gaat de bevolking van het Gelders - Kleefs grensgebied regelmatig gebukt onder de wreedheden en plunderingen van Hollandse en Spaanse soldaten. 

1572    Door wateroverlast is Lathum vanuit Doesburg alleen te bereiken met boten.

1573    Reeds eind oktober begint in de Liemers een lange zeer strenge winter, waarin vrijwel alle wintervoorraden verloren gaan met grote tekorten en honger tot gevolg.

1584    Op 26 januari vindt in de avonduren een dijkdoorbraak plaats bij de Oliemolen van Leuven / Leuffen (buurtschap tussen Oud-Zevenaar en Groessen). Het betreft de oudst bekende melding van een dijkdoorbraak in de Liemers.

1592     Voor de provincie Gelderland wordt een wet van kracht die bepaalt, dat alleen in de Hervormde kerk godsdienstoefeningen mogen plaatsvinden.

1595    Na een extreem koude winter volgen in maart zware overstromingen. De Lijmerse bandijk breekt op diverse plaatsen door.

1596     Het openbaar katholieke leven wordt geheel verboden. De schuilkeldertijd begint; trouw gebleven katholieken "kerken" in het geheim op boerderijen. Dit alles is in groot contrast met de Liemerse gebieden, die onder het hertogdom Kleve horen zoals Zevenaar, Duiven, Groessen en Wehl.

1600    Gedurende de periode 1590 - 1600 slaagt prins Maurits erin om de Achterhoek te veroveren op de Spanjaarden.  

1608    Een ontstellend koude winter zorgt voor grote problemen. In januari en februari vriest het zo hard dat zelfs de oudste mensen zich niet kunnen herinneren dit ooit eerder te hebben meegemaakt.

1609    De Provinciale Synode wijst
voor Westervoort een predikant aan, die ook Lathum moet bedienen. Deze eerste gereformeerde predikant is de fanatieke Calvinist Conradus Sagelius (1583 - 1656).

1610     Op vrijdag 22 januari wordt onze regio getroffen door een zware storm. Bij Rees breekt de dijk door. Veel land staat onder water.

1614    Wilhelmus Mollerus is de eerste officieel beroepen predikant in Lathum. Hij voert de lijst aan van meer dan veertig predikanten, die gedurende een periode van vierhonderd jaar het ambt in Lathum uitgeoefend hebben.

1615    In het voorjaar van 1615 wordt Goessen Hendrix aangesteld als schoolmeester. Hij gaat de geschiedenis in als de allereerste Hervormde schoolmeester van Lathum.


1619    Bartholdus Huisman volgt Goessen Hendrix op als schoolmeester in Lathum. Hij blijft maar kort want reeds in 1620 vertrekt hij met achterlating van schulden naar Overijssel.

1620    Dionisius Jansen uit Brummen wordt schoolmeester in Lathum. Evenals bij zijn voorganger. die met achterlating van schulden vertrok,het gaval was, blijkt dit geen gelukkige keuze want er ontstaan al snel grove ruzies tussen schoolmeester Jansen en dominee Valentinus Lindenbornius. Bij deze ruzies raken ook beide echtgenotes betrokken met als gevolg "grote onstichtinge van de gemeijnte".

1630     Omstreeks deze tijd is Petrus Steyardus predikant in Lathum.
 



Latum (Lathum) gelegen in het Rigter Ambt Zutphen

1635  Na een strenge winter volgt door een dijkdoorbraak bij Loo een zware overstroming. De Spanjaarden moeten in verband met het hoge water Schenckenschans ontruimen.

1636    Pestepidemie treft o.a. Zevenaar: "Godt de Heere besocht meer als die helfte der burgerie met die pest".


.

 




Zevenaar en omgeving in 1646,
volgens Johannes Janssonius.

Merk op dat het zuiden boven, het noorden onder, het oosten links en het westen rechts is getekend en dat o.a. Laetem
wordt vermeld.


 

 





1642
    In Doesburg komt een schipbrug over de IJssel. Deze brug gaat in 1672 verloren en het duurt daarna een halve eeuw tot 1722 wanneer voor de tweede keer een schipbrug wordt aangebracht.

 

 

 

 

      

1659  Tussen Lathum en Rheden is een veerdienst. Een zekere Ambrosius heeft toestemming om een veerdienst te onderhouden waarmee steeds maximaal 1 persoon mocht worden overgezet.

1668    Anna Catharina van Stepraedt komt na de dood van haar vader in het bezit van Huis / Kasteel te Lathum. Vier jaar later in 1672 neemt Lodewijk XIV (de Zonnekoning) in dit kasteel de sleutel van de stad Arnhem in ontvangst, waarmee de stad haar overgave aan de Zonnekoning bezegelt.
 

 

1672    Lodewijk XIV ontvangt in het Huis te Lathum de Arnhemse Gedeputeerden, die over de overgave van hun stad  onderhandelen.
 


Huis te Lathum (Antoon Markus, 1897, Historisch Museum Arnhem) 


1672    De R.K. parochie Lathum-Giesbeek wordt gesticht met als eerste pastoor Petrus Boom.

1673    De Lathumse predikant Plancius noteert in het doopboek dat na een doop in de "Francen tyt" (Franse tijd) de kerk is afgenomen. Lang blijft de kerk echter niet van de katholieken want na het vertrek van de Fransen in 1674 krijgen de protestanten de kerk weer terug.

1675    Na het vertrek van de Fransen krijgen de protestanten de kerk in Lathum terug. R.K. pastoor Boom levert het kerkelijk doopboek na twee jaar weer in. Op woensdag 30 oktober 1675 vindt de eerste protestantse doop na de teruggave van de kerk plaats. Pastoor Boom houdt de R.K. eredienst weer in de schuilkerk.

1681    De Staten van Gelderland vaardigen een "Ordonnantie op de scholen ten Platten Lande" uit. Elke Roomse invloed op school moet worden geweerd: "Sullen geen school mogen houden eenige papen, paepsche schoolmeesters, Monnicken, Mennoniten, Nonnen, Bagynen, Kloppen, Sectarisen, noch niemandt anders, 't sy man of vrouw niet synde van de ware Gereformeerde religie". Onderwijzers wordt te verstaan gegeven er op toe te zien dat kinderen geen rozenkransen, kruisen of dergelijke meenemen naar school

1682    Ernstige wateroverlast in de Liemers.

1684    De winter van 1683 - 1684 verloopt ontstellend koud. Zelfs oude mensen kunnen zich niet herinneren zo'n extreem koude winter ooit eerder meegemaakt te hebben. De koude valt ver voor kerstmis 1683 in en duurt tot medio februari 1684. De rivieren vriezen volledig dicht en ijsdikten tot twee Rijnlandse voeten (63 cm) worden gemeten. De winter zorgt voor veel overlast.
 


Lathum (Lathem) en omgeving op een kaart uit de tweede helft van de 17e eeuw 

1692    De vermogende Lathummer Donckers heeft vanwege zijn Rooms-Katholieke geloof geen recht op een eigen graf in de kerk van Lathum maar hij koopt in 1692 voor het in deze tijd formidabele bedrag van vijfhonderd gulden het recht om in deze kerk begraven te worden.

1695     De eerste maanden van 1695 wordt de bevolking in extreme mate gekweld door de gevolgen van hoog water en geweldige ijsgang.

1702    De familie Westerholt schenkt de kerk in Lathum een koperen doopbekken, waarin de wapens van Westerholt en Bahr staan.

1709    Zeer strenge winter vanaf Driekoningen (6 januari); veel vee doodgevroren.

1711
    In het voorjaar zijn er diverse dijkdoorbraken zoals de IJsseldijk bij Lathum en de Boterdijk bij Lobith. Veel voedselvoorraden gaan verloren, weiden blijven lang onbruikbaar en op grote schaal wordt honger geleden.

1714    Veepest veroorzaakt in de Liemers de dood van veel runderen en grote armoede onder de bevolking.





1720
    
Omstreeks deze tijd maakt de Noord-Nederlandse tekenaar van landschappen en topografische objecten Jacobus Stellingwerff (1677 - 1727) een tekening van het dorp Lathum.

 

 

 

 


  Lathum aan het begin van de 18e eeuw (Jacobus Stellingwerff)

 





1722
    Doesburg krijgt voor de tweede maal in de geschiedenis een schipbrug over de IJssel. Nadat de eerste schipbrug uit 1642 in 1672 verloren is gegaan, duurt het een halve eeuw tot 1722 alvorens Doesburg weer de beschikking heeft over een dergelijke oeververbinding.

 

 

 

 


Doesburg Schipbrug omstreeks 1910

1727    Jan Naaldenberg volgt Jan Frowijn op als schoolmeester in Lathum. Jan Naaldenberg blijft meer dan een halve eeuw schoolmeester in Lathum tot zijn dood in 1778.

1729    Het sterftecijfer in Giesbeek-Lathum is in 1729 veel groter dan in andere jaren. Onbekend is welke ziekte(n) hiervoor verantwoordelijk is (zijn).

1737    Pieter Keerman bouwt het kabinetsorgel dat in onze tijd een grote bijzonderheid vormt in de kerk in Lathum. Tot kort na de Tweede Wereldoorlog is dit orgel, een van de oudste kabinetsorgels in Nederland, in het bezit geweest van een Groningse familie.


1739    Onophoudelijke regen, hagel en sneeuw maken dat de Liemers in april een grote watervlakte is. Het winterkoren gaat verloren en voor mens en dier is er een groot tekort aan voedsel.

1740    De winter van 1740 is zeer koud. Na een relatief zachte december 1739 wordt januari 1740 extreem koud. In de periode van zaterdag 9 tot en met dinsdag 12 januari wordt het zelfs overdag in Lathum niet warmer dan 10 graden onder nul. De barre winter wordt gevolgd door een extreem koud voorjaar. Door armoede hebben veel huizen nauwelijks of geen verwarming. Op zaterdag 7 mei sneeuwt het nog. Ook de zomer verloopt zeer koud waardoor de oogsten volledig mislukken. Het duurt jaren voor dat men het rampzalige jaar 1740 te boven is.

1742    Op 23 augustus tekent Jan de Beijer Kasteel Lathum

 

1742    In Westervoort wordt fort "Geldersoord" met een inundatiesluis aangelegd. Het betreft een verdedigingswerk waarbij een gebied tussen Westervoort en Doesburg, waaronder Lathum, onder water kan worden gezet. Nadat in het begin van de 19e eeuw Duiven en Zevenaar bij Nederland komen verliest het fort zijn strategische betekenis.

 


Pentekening: inundatiesluis Geldersoord in Westervoort (eind 18e eeuw)

1743    In het voorjaar staat de Liemers onder water. Tientallen paarden en meer dan honderd runderen overleven het niet.

1744    Omstreeks 10 maart komt geheel Pannerden onder water te staan als gevolg van een doorbraak in de Kanaaldijk. Ook een groot deel van Ambt Lijmers heeft te maken met de wateroverlast. Alleen de stad Zevenaar blijft droog, maar het juist bij de stad gelegen Zevenaarse Grieth komt onder water evenals grote delen van Duiven, Groessen, Angerlo, Giesbeek, Lathum en Westervoort. Tot overmaat van ramp is er in de Liemers omstreeks 1744 een zeer ernstige veeziekte (veepest).

1745    Op zaterdag 28 augustus 1745 wordt de predikanten opgedragen om wekelijkse bidstonden te houden zowel vanwege een epidemie van de gevreesde veepest als vanwege "toenemende oorlogsgeruchten". Dit laatste houdt verband met de Oostenrijkse Successieoorlog (1740 - 1748), waar het nabijgelegen Pruissen bij betrokken is.  
Veepest slaat in de 18e eeuw regelmatig genadeloos toe. Vooral omstreeks 1714, 1745 en 1768 raken veel (keuter)boeren door deze gevreesde infectieziekte in een klap vrijwel al hun vee kwijt.  Door deze veepest maar ook door ziekten, sterfte, plunderende soldaten, rondtrekkende bendes, slecht weer, extreme winters en natuurgeweld leven velen toch al bij voortduring op de rand van het bestaan.


"Gods slaandehand over Nederland door de pest-siekte onder het rundvee, geteekent en gegraveert door Jan Smit" in 1745. Vooral in de 18e eeuw brengt de "pest-siekte onder rundvee" (ook genoemd veepest of runderpest) veel (keuter)boeren ook in Lathum tot wanhoop. Enerzijds ondergaan velen de runderpest met veel berusting en enorm vertrouwen in God anderzijds is het leed vooral onder de keuterboeren enorm.   

1749    Doorbraak van de IJsseldijk bij Nieuwgraaf, waarbij door de kracht van het water een waai ontstaat. Het gehele gebied tussen Westervoort en Doesburg komt daardoor op 10 februari onder water te staan.  

1753
    Op 19 december vindt dijkdoorbraak plaats bij de buurtschap Leuven / Leuffen (buurtschap tussen Oud-Zevenaar en Groessen). Een zeer omvangrijk gebied tot Steenderen komt onder water.


Doorbreken van de Rhijndijk in 1753
Meer dan drie maanden lang, tot eind maart 1754, blijft het water door de Leuvense doorbraak naar binnen stromen..
Tot  in oktober 1754 werkt men dagelijks met honderd karren aan het herstel van de dijk.
 

1755    Op Allerheiligen (1 november) vindt omstreeks 11.00 uur in de ochtend een zeer krachtige aardbeving plaats met (naar achteraf berekend) een kracht van 8,7 op de schaal van Richter. Het episch centrum van de aardbeving ligt bij Lissabon. Het aantal doden als gevolg van deze aardbeving is meer dan 50.000.
In de Liemers wordt geen melding gemaakt van beweging van de grond, maar wel van een sterke waterschommeling (waterbeving) in veel sloten.

1756    Op zaterdag 11 december 1756 begint het streng te vriezen en de intense koude duurt onafgebroken tot maandag 7 februari 1757. De langdurige en intense koude moet ook voor de inwoners van  Lathum een ware kwelling zijn geweest.



1757  
 Op 30 januari ziet men op het Gelders eiland de eerste tekenen van ijsgang. Het opgestuwde water stijgt daardoor zo hoog dat het nog dezelfde dag twee voet over de dijk loopt en de dijk ter hoogte van de Pannerdenschen Waerd breekt. Ruim en week later op 9 februari breekt de Herwense dijk op vijf plaatsen tegelijk als gevolg van het opnieuw kruiende ijs en ook bij Pannerden volgen nieuwe doorbraken. Ook de dijk bij Leuven, tussen Oud-Zevenaar en Groessen, breekt in deze rampzalige maand.

Door vele dijkdoorbraken als gevolg van waterstuwing door het kruiende ijs staat in februari 1757 de Liemers grotendeels onder water. Velen vertoeven dagenlang op zolders of daken van hun huis. Ook gaan veel huizen door de watermassa verloren.

 


1758
    De zomer is uitzonderlijk nat, waardoor vrijwel alle landerijen onder water komen te staan en een groot tekort aan hooi ontstaat.  

1764    In februari vinden dijkdoorbraken plaats bij Rees en Herwen waardoor ondermeer Westervoort, Duiven, Lathum  en Ooy onder water komen te staan.

1768     Op dinsdag 3 mei 1768 wordt in Hoog Keppel geboren Arend Ketz (1768 - 1838), zoon van Jan Ketz en Meintjen Wassink. Na de Latijnsche school in Doesburg te hebben doorlopen gaat Arend in september 1788 naar de Academie in Harderwijk, waar hij in 1793 de studie theologie afrondt. Nog in hetzelfde jaar wordt hij predikant in Angerlo maar omdat Angerlo geen pastorie heeft, woont hij in Doesburg. Tot grote spijt van de gemeente in Angerlo wordt hij in september 1806 predikant in Lathum, waar wel een pastorie beschikbaar is. In 1819 wordt hij predikant in Putten, wat hij blijft tot zijn emeritaat.


1771    In het voorjaar regent het gedurende vijf weken onophoudelijk, waardoor ook Lathum met een ernstige wateroverlast te maken heeft.

1776     Op maandag 22 april verdrinkt in de IJssel bij Lathum de 58-jarige Peter Putman uit Westervoort.



IJssel nabij Lathum aan het begin van de 20e eeuw

 

1778     Na meer dan een halve eeuw, vanaf 1727, schoolmeester in Lathum te zijn geweest komt in 1778 een eind aan het leven van Jan Naaldenberg. Hij wordt opgevolgd door door Abraham Picard, die op zijn beurt schoolmeester blijft tot zijn dood in 1788.

1779    De Lathumse pastoor Herman Deurvorst dient met een aantal vooraanstaande inwoners een rekwest in bij de Staten om een schuurkerkje te mogen bouwen; op 11 oktober 1780 wordt het verzoek goedgekeurd en datzelfde jaar wordt het kerkje in gebruik genomen. Als kerk mocht het niet herkenbaar zijn. Een flinke financiele bijdrage van het "Rijk" maakte in 1835 een ingrijpende verbouwing mogelijk, waardoor het aanzien van een echte kerk wordt verkregen.


1780    De Angerlose dominee Lambertus de Bervee, die regelmatig als gevolg van alcoholverslaving in opspraak raakt, neemt op Eerste Paasdag de dienst in Lathum waar. Onderweg naar Lathum drinkt hij op paaszaterdag bij de "bevriende" roomse pastoor zoveel alcohol dat hij laat in de avond in benevelde toestand op zijn logeeradres aankomt.

 

1784    In maart veroorzaakt wateroverlast opnieuw veel leed en ellende in de Liemers: Vernielingen in huizen, verloren gegane voorraden in kelders, omgekomen vee en mensen in bittere koude en nood.


1785    Zevenaar en omgeving worden getroffen door een hevige pokkenepidemie. Andere jaren met pokkenslachtoffers in de Liemers zijn o.a. 1724, 1730, 1773, 1791, 1799, 1801, 1807 en 1831.


1787     Door de weduwe Everhardus Brandts en haar zoon Theodorus wordt op de Vaalwaard in Lathum - Giesbeek een steenoven gesticht. In 1802 wordt een pannenfabriek toegevoegd. Het betreft een van de oudst bekende steen / panovens in onze omgeving. 
In 1845 wordt G.J. Dibbets sr. eigenaar. In 1972 wordt de productie gestaakt waarna in de jaren daarna de fabriek wordt gesloopt.

 


 

1789    De winter van 1788-1789 verloopt extreem koud. Met de winter van 1708-1709 is deze winter de aller-koudste winter van de 18 eeuw. Mens en dier gaan gebukt onder de extreme koude en de gevolgen daarvan.

1793    In Lathum wordt op kosten van de diaconie niet ver van de Dorpsstraat voor de eerste keer een schooltje gebouwd. Voordien werd er in de kerk school gehouden.

1799    Geweldige watervloed in de Liemers omdat de Liemerse bandijk het begin februari op drie plaatsen begeeft: Bij Leuven (tussen Oud-Zevenaar en Groessen), bij 't Loo en bij 't fort Geldersoord in Westervoort.

1800     Op zondag 9 november 1800 veroorzaakt een hevige storm enorme schade in de Liemers. Ook de molen in Lathum op de hoek Bandijk / Molenstraat wordt die zondag grotendeels verwoest. De molen wordt later herbouwd en in 1895 door de familie Herfkens voorzien van een stoomtuig. Omstreeks 1922 wordt de molen, die dan in vervallen toestand verkeert, afgebroken



1801    De gemeenschap van Bahr, Lathum en Giesbeek telt 395 katholieken en 233 protestanten.

1807    In de nacht van 18 op 19 februari veroorzaakt een hevige noordooster storm veel schade. In Doesburg wordt de schipbrug over de IJssel zwaar beschadigd.

1807    De uit Elst afkomstige Wilhelmus Dibbets wordt R.K. pastoor in Lathum en blijft dit ruim tien jaar tot april 1818, wanneer hij vertrekt als pastoor naar Zutphen.

1808    Op woensdag 27 april 1808 bezoekt schoolopziener (inspecteur) Donker Curtius de openbare school in Lathum. De schoolopziener maakt melding van dertig kinderen, die worden onderwezen door de 42-jarige meester Van Oostendorp. In de voorgaande wintermaanden heeft deze zestig leerlingen onder zijn hoede gehad, waarvan er 29 in staat waren te schrijven. 
De openbare school in Lathum is tot 1835 gevestigd aan de Kerkstraat 27.  In dat jaar wordt de school, die in zeer slechte staat verkeert, vervangen door nieuwbouw aan de Lathumse Bandijk 47.

1809    Opnieuw grote overstroming in de gehele Liemers als gevolg van dijkdoorbraken te Oud-Zevenaar en de buurtschap Leuven; zeven mensen verdrinken.

   

IJsgang tussen Arnhem en Westervoort in de louwmaand (januari) 1809. Rechts is de stad Arnhem met de Walburgiskerk te zien. In het stormachtige najaar van 1808 heeft de Liemers al vroeg te kampen met hoog water en in december volgt een periode van vorst en sneeuw. Op 3 januari 1809 raast een hevige sneeuwstorm over de Liemers, waarna de winter in alle hevigheid toeslaat. Rond de Pley bij Westervoort ontstaat een ijsmassa, die zowel de IJssel als de Rijn afsluit waardoor stroomopwaarts de Liemerse bandijk van Oud-Zevenaar tot Westervoort onder zware druk komt.  Op vrijdag 13 januari om 7.30 uur in de ochtend begeeft de dijk het bij Ooy. Enige uren later breekt de dijk bij de Loowaard door. In korte tijd staat de gehele Liemers onder water.  

 

1811    Angerlo wordt een zelfstandige gemeente los van Doesburg. Tot 2005 blijft Angerlo een zelfstandige gemeente, die ook Bahr, Bevermeer, Bingerden, Giesbeek en Lathum omvat.  

1815    Uit een in 1815 gemaakt rapport blijkt dat de vijftigjarige Thomas Oostendorp, hoofdmeester van de lagere school in Lathum, vijftig gulden per jaar verdient. Dit jaarinkomen wordt nog aangevuld met inkomsten uit de verkoop van schoolbehoeften, de opbrengsten van een paar stukjes land, twee "ommegangen" door het dorp, het aflezen van publicaties, het houden van kerkduiven en werkzaamheden bij begrafenissen. In de winter geeft Oostendorp les aan 45 tot 50 kinderen en bij warm weer in de zomer, wanneer er op de boerderij veel werkzaamheden moeten worden verricht, bedraagt het aantal leerlingen nog maar ongeveer tien. 

1816    Uitgezonderd enkele dagen in augustus regent het in 1816 van half mei tot in november vrijwel onafgebroken. De Liemers verandert in een moeras. Ook in Lathum gaat de oogst (tarwe, rogge, gerst, aardappelen en tabak) volledig verloren. De schade is onvoorstelbaar en wordt bovendien nog versterkt door het volledige gebrek aan gras als voedsel voor het vee. Bittere armoede is het gevolg en veel mensen voeden zich met voedsel dat onder normale omstandigheden aan varkens gegeven wordt. 

1817   Nadat het gehele jaar 1816 het extreem slechte weer ook in Lathum voor ontberingen, honger en armoede heeft gezorgd, verschijnt medio maart 1817 de zon, die zich daarvoor in dertien maanden vrijwel niet heeft laten zien. Het gewone klimaat keert eindelijk weer terug. 
Pas in de loop der 20e eeuw hebben wetenschappers vastgesteld dat de tijdelijke klimaatverandering, die de wereld in 1816 heeft gekweld, het gevolg is van de enorme vulkaanuitbarsting van de Tambora op het eiland Sulawesi in de Indonesische Archipel. Aan het begin van de 19e eeuw duurt het maanden tot jaren voordat nieuws van de andere kant van de wereld onze omgeving bereikt maar ook als men het toen eerder geweten had zou niemand een verband gelegd hebben tussen de vulkaanuitbarsting en de tijdelijke klimaatverandering.
 

1819    Miljoenen veldmuizen richten in de Liemers onvoorstelbare vernielingen aan. De oogst gaat voor een groot deel verloren.

1820    In het vroege voorjaar worden door de ongewoon hoge temperatuur massa's smeltwater over de rivier aangevoerd, waarbij ten gevolge van de instorting van de Babberichse overlaat de Liemers weer eens geheel en al overstroomt. De bevolking in de Liemers voelt zich geofferd en richt zich in een rekest tot koning Willem I met het verzoek de overlaat op bandijkhoogte te brengen. In niet mis te verstane bewoordingen schrijft men ondermeer: "dat alle bewoners der Lijmers hun noodlot betreurende waartoe zij veroordeeld waren om als grensbewoners opgeofferd te moeten worden voor het gewaande voordeel der bewoners van het binnenrijk".    
  
1825    In plattelandsgemeenten wordt de titel van schout (voor het hoofd van de gemeente) veranderd in die van burgemeester.

De Liemers en omgeving uit een aardrijkskundig schoolboek door J.van Wijk Roelands Zoon uitgegeven door H.C.A. Thieme te Zutphen in 1827. Vermeld worden o.a. Lathum, Angerlo, Bingerden, Bahr, Giesbeek, Eldrik, Lool en Holthuizen.

1830     De Belgische opstand leidt tot afscheiding van Belgie van Nederland. 
Koning Willem I voert de militaire dienstplicht in. Dit leidt tot grote onrust, die nog versterkt wordt door voedseltekorten als gevolg van misoogsten.

1831     Op dinsdag 15 februari 1831 komt een strafexpeditie bestaande uit tweehonderd manschappen, onder leiding van majoor Schimmelpenninck, naar Zevenaar om orde op zaken te stellen en dienstweigeraars op te sporen. Ook Angerlo, waartoe Lathum behoort, Didam alsmede Herwen en Aerdt krijgen in februari 1831 met deze strafexpeditie te maken. Begin april is het de beurt aan Duiven, waar de strafexpeditie onwillige mannen, die niet in militaire dienst willen, inrekent.

1835    Aan de Lathumse Bandijk 47 in Lathum wordt een openbare lagere school geopend, die de oude vervallen school aan de Kerkstraat vervangt. De bouwkosten van de nieuwe school, van 11,5 bij 6 meter en 5,7 meter hoog, hebben ruim 2500 gulden bedragen. Ook kinderen uit Giesbeek komen naar deze school waar meester Oostendorp bovenmeester is en Hendrik Wielheesen ondermeester. Laatstgenoemde wordt enige tijd later hoofd van de school als opvolger van de inmiddels 76-jarige Oostendorp. Wielheesen blijft hoofd van deze school tot 1881. Zijn opvolgers zijn achtereenvolgens Gerrit Jan Henseler, Reinier Jacobus J.H. Schreijner en Arie van Mameren.

1836    Gerrit Jan Pierik, molenaar in Zeddam, koopt de standaardmolen in Lathum, die hij laat bemalen door zijn plaatsgenoot Gradus Herfkens. De molen, die al omstreeks 1500 wordt vermeld, staat op de hoek Bandijk / Molenstraat op een verhoogd terrein naast de Bandijk. In de jaren twintig van de 20e eeuw wordt de molen afgebroken.




            

1838     Op zaterdag 28 april 1838 overlijdt in Doesburg ds Arend Ketz (1768 - 1838), predikant in Angerlo van 1793 tot 1806 en van 1806 tot 1819 in Baer - Lathum.
In de periode dat ds Ketz predikant in Angerlo is, woont hij in Doesburg omdat Angerlo geen pastorie heeft. Tot grote spijt van de gemeente in Angerlo wordt hij in september 1806 predikant in Lathum waar wel een pastorie beschikbaar is. Ds Ketz is een van de eerste bewoners van de pastorie aan de Kerkstraat in Lathum. In 1819 wordt hij predikant in Putten wat hij blijft tot zijn emeritaat.



Pastorie aan de Kerkstraat in Lathum, waar ds Ketz van 1806 tot 1819 heeft gewoond

 

1842      Nicolaas van Zadelhoff verkoopt Huis te Lathum in Lathum aan Mr. G. van Eck. Ruim zeventig jaar later, in 1915, verkopen de erven Van Eck het Huis te Lathum aan Freule Sophia van Heeckeren, die het laat restaureren. Aan het einde van de Tweede Wereldoorlog wordt de toren van het Huis verwoest. Het lage deel blijft gespaard.



Huis te Lathum in Lathum, na de restauratie begin 20e eeuw

1845    Overvloedige regenval heeft tot gevolg dat meer dan 75% van de oogst verloren gaat. De aardappelteelt verrot vrijwel volledig. Voor velen is honger het gevolg. 

1845     Willem baron van Heeckeren van Kell (1815 - 1914) wordt burgemeester van de gemeente Angerlo, waartoe in deze tijd ook Giesbeek en Lathum behoren. Hij blijft dit vijftien jaar tot 1860. In 1877 wordt hij minister van Buitenlandse Zaken en daarna lid van de Tweede Kamer. Tevens is hij vele jaren een belangrijk adviseur van Koning Willem III met wie hij overigens enkele keren in conflict komt. Aan het begin van de 20e eeuw van 1903 tot 1910 wordt ook zijn zoon Alexander burgemeester van de gemeente Angerlo.


W. van Heeckeren van Kell (1815 - 1914)

1847    In 1847 overlijdt op ruim 83-jarige leeftijd, Thomas Oostendorp. Hij was vele decennia tot zijn dood hoofdmeester van de openbare lagere school in Lathum. Oostendorp wordt opgevolgd door ondermeester Hendrik Wielheesen, die tot 1881 hoofdmeester blijft.

1851    De zomer verloopt voor de boeren rampzalig. Een lange periode van hitte en droogte eindigt met een hevig onweer met hagel en storm.

1853   Bij aartsbisschoppelijk decreet wordt het dekenaat Doesburg opgericht. Het dekenaat omvat vijftien, voornamelijk in de Liemers gelegen, R.K. parochies: Doesburg, Lathum en Giesbeek, Westervoort, Duiven, Groessen, Loo, Zevenaar, Oud-Zevenaar, Lobith en Tolhuis, Herwen en Aerdt, Pannerden, Didam, Beek, 's-Heerenberg, Zeddam en Azewijn. De allereerste deken wordt pastoor J. Willemsen van Duiven.  

1855    Door ijsopstopping breken 3 maart de Rijndijken bij Bislich (in de omgeving van Wesel). Het Houwbergse veer (bij Elten over de Oude Rijn) wordt door de zware ijsgang van zijn kettingen gerukt en later in Leuven (buurtschap tussen Oud-Zevenaar en Groessen) teruggevonden. Vanuit Zevenaar en Duiven wordt in de vroege ochtend van 5 maart het eerste rivierwater gemeld. In Angerlo en Lathum kampt men nog eerder met de wateroverlast. Grote delen van de Liemers staan in maart 1855 blank.

 

IJsgang op de IJssel voor Westervoort 1855

 

1856    Nadat enkele jaren eerder de Liemerse overlaat tussen Oud-Zevenaar en Babberich is gesloten, wordt ook de overlaat in Bingerden opgehoogd. Hiermee komt een eind aan een bron van grote ergernis onder de Liemerse bevolking als gevolg van schade door overstromend water bij een werkende overlaat. Zo noemt een getergd gemeentebestuur van Zevenaar in 1844 de Liemerse overlaatkade: "een daad van geweld, waardoor deze gemeente van hare waterkeeringen zonder eenige schadevergoeding is beroofd".

1859    In het provinciaal verslag over 1859 wordt gemeld dat in de "geheele Lijmers, zooals doorgaans weinig heerschende ziekten zijn voorgekomen". Het wordt toegeschreven aan de "gezond ligging" van deze streek.

1860     Carel Marie baron Brantsen (1834 - 1909) wordt in 1860 op 26-jarige leeftijd burgemeester van de gemeente Angerlo, waartoe ook Lathum behoort. In 1851 is hij na de dood van zijn vader eigenaar geworden van het landgoed Wielbergen, gelegen naast het landgoed en landhuis Bingerden. In 1869 geeft hij architect Eberson de opdracht tot het bouwen van het landhuis / kasteel Wielbergen. In januari 1909 wordt hij op de door hem aangelegde familiebegraafplaats op het landgoed Wielbergen te Angerlo begraven.


 

1866     Het gemeentebestuur van Angerlo, waartoe ook Lathum behoort, krijgt in herberg "Het Wapen" twee kamers ter beschikking als secretarie.

 

 

1868    Na een langdurige periode van droogte en tropische hitte volgt op vrijdag 17 juli noodweer met hagel en onweer. Het huis van landbouwer Derksen in Lathum wordt door de bliksem getroffen en in de as gelegd. De naast gelegen Hervormde pastorie blijft gespaard.

1869    In Lathum overlijden zes kinderen aan de gevreesde kinderziekte difterie, een besmettelijke aandoening waarbij de luchtpijp grotendeels wordt afgesloten met hevige benauwdheid als gevolg.

1872    In Lathum slaat difterie opnieuw toe. Acht kinderen overlijden aan deze besmettelijke en aangrijpende aandoening. De luchtpijp wordt grotendeels afgesloten met hevige benauwdheid als gevolg. Als de ziekte fataal verloopt, stikken de kinderen letterlijk.

1876    In de nacht van 12 op 13 maart beukt een zware storm de bandijk in Lathum over een lengte van 400 meter voor een deel weg. Door het met man en macht aanbrengen van driedubbele bekistingen van mest en puin slaagt men erin de gevolgen te beperken. In Giesbeek komen 24 huizen onder water te staan en in Angerlo 4 huizen. Bij het grenskantoor in Babberich spoelen door water en storm gaten van 8 meter in de weg.

1881    Hendrik Wielheesen, hoodmeester van de openbare lagere school in Lathum sedert 1847 wordt opgevolgd door de uit Laren afkomstige Gerrit J. Henseler.

1882  Op vrijdag 24 maart overlijdt in Angerlo de van oorsprong Duitse tekenaar en kunstschilder Maximilaan Leonard Kitzinger (1811 - 1882). Hij schilderde met name landschappen, vaak bij maanlicht.

 

 

                                                IJssel in de omgeving van Lathum 
(Maximiliaan L. Kitzinger)

 

 

1884    Tussen 1878 en 1895 treft een enorme landbouwcrisis Europa. Deze is het gevolg van import van goedkope landbouwproducten uit de Verenigde Staten en Canada waardoor prijzen sterk dalen en veel boeren landarbeiders niet meer kunnen betalen. Werkeloosheid en armoede nemen sterk toe. Een aantal mensen, ook uit onze omgeving, besluit onder druk van de omstandigheden naar het buitenland te vertrekken zoals naar het Duitse Ruhrgebied en de Verenigde Staten. Voor sommigen is dit vertrek tijdelijk, anderen vertrekken definitief.

1885    In Lathum wordt steenfabriek Koppenwaard opgericht door de gebroeders Avelingh. De fabriek zal ruim een eeuw tot 1992 in bedrijf blijven. In 2008 geeft de gemeente Zevenaar toestemming de dan vervallen steenfabriek te slopen. 
 

 


Arbeiders bij hoog water per boot naar de Koppenwaard 

1890     In de nacht van zaterdag 15 op zondag 16 maart probeert een 70-jarige huisvader uit Giesbeek kolen te stelen op boerderij "De Bahrse Pol" in Lathum. Rijkswachter Schimmel betrapt de dief echter op heterdaad. De rechter veroordeelt de man tot drie dagen gevangenisstraf, waarbij hij rekening houdt met de grote armoede, waarin het gezin van de dief verkeert.

1890     De winter van 1890 / 1891 is uitzonderlijk streng. De decembermaand spant de kroon, want sedert het begin van de temperatuurmetingen in 1706 is het alleen in december 1788 nog kouder geweest.
Op 25 november 1890 gaat de wind uit het noordoosten waaien en dat is het begin van een langdurige strenge vorstperiode. De gemiddelde ijsdikte in sloten is in de loop van december ongeveer 65 cm., plaatselijk wordt zelfs een dikte van 70-80 cm. bereikt. Mens en dier gaan gebukt onder extreme koude. Op 19 december vriest bij Elten een grensbeambte dood.

1891    Op 11 maart besluiten 101 Liemerse boeren (68 uit Didam, 19 uit Zeddam en 14 uit Wehl) tot de oprichting van een cooperatieve roomboterfabriek, waardoor Didam de primeur heeft van de allereerste cooperatieve roomboterfabriek buiten Friesland.  Het kapitaal wordt verkregen door uitgifte van aandelen van f 50,- (22,50 euro) aan ieder van de deelnemers. De fabriek is al snel een groot succes en omgevende plaatsen volgen: Doesburg in 1892, Zevenaar in 1893, Angerlo in 1894 en Wehl in 1894.

Angerlose boterfabriek en directeurswoning omstreeks 1900
In 1894 krijgt Angerlo een boterfabriek. In 1925 wordt in Angerlo een nieuwe fabriek gebouwd. 
 

 


1892    Op woensdag 17 augustus wordt boerderij "De Bahrse Pol" in Giesbeek / Lathum door brand getroffen. De beide gezinnen (Lagerwey en Katgert), die de boerderij bewonen, kunnen zich tijdig redden. De inboedel gaat volledig verloren.

1893    Arie van Mameren volgt Reinier Schreijner op als schoolhoofd van de openbare school in Lathum. Van Mameren blijft twintig jaar tot 1913 in deze functie en wordt dan opgevolgd door Berend Willem te Strake. 
Tijdens de ambtsperiode van Van Mameren wordt in 1912 een nieuwe tweeklassige school aan de Kerkstraat 2-4 gebouwd. De oude school, Bandijk 47, wordt verbouwd tot veldwachterswoning. 
 

 


Meester Arie van Mameren bij de lagere school aan de Bandijk in Lathum (1900)

1894     Eind juli 1894 veroorzaakt een extreem noodweer gepaard met onweer, storm en slagregens grote schade aan de veldgewassen.

1895  In opdracht van H.J. Tiemens, burgemeester van de gemeente Angerlo, waartoe in deze tijd behoren de kerkdorpen Angerlo, Giesbeek en Lathum, wordt Villa Vreewijk aan de Mariendaalseweg gebouwd. Het pand dient als ambtswoning van Tiemens, die burgemeester is van de gemeente Angerlo van 1895 tot 1903.

 

 

                                                 

 

 

1896    Voor de allereerste keer vestigt zich een huisarts in de gemeente Angerlo, waartoe ook Lathum behoort.

1897    Angerlo, waartoe Lathum in deze tijd behoort,  is de allereerste Liemerse gemeente waar een wijkverpleegkundige werkzaam is.

1900    De Arnhemse kunstenaar Willem Jan Willemsen (1866 - 1914) tekent de molen in Lathum. Deze molen, die heeft gestaan op de hoek Bandijk / Molenstraat op een verhoogd terrein naast de Bandijk, is in de jaren twintig van de 20e eeuw afgebroken.


             

1900    Door de natte zomer moet veel hooi noodgedwongen nat en halfnat worden binnengehaald. Daardoor treedt regelmatig hooibroei en (beginnende) hooibrand op. Hooibergen moeten worden omvergehaald. Veel hooi, dat nog niet bedorven is, gaat verloren omdat gebroeid hooi geen smaak en kracht heeft.

1901     In mei wordt de uit Arnhem afkomstige A. van Marmeren benoemd tot hoofd van de school in Lathum.

1903     Tijdens een hevig onweer op dinsdagmiddag 16 juni 1903 slaat de bliksem in het huis van landbouwer Van Zadelhoff in Lathum. Het huis brandt volledig af.

1903    Op de deel van de familie Hupkes in Lathum vindt een feest plaats voor de plaatselijke buurtschap. Dit gebeuren is in feite de start van het Lathums volksfeest dat sedertdien jaarlijks plaatsvindt met uitzondering van de jaren gedurende de Tweede Wereldoorlog.

1904    Reinier Slinger wordt tot pastoor in Lathum-Giesbeek benoemd. Hij stelt zich tot taak de parochie te voorzien van een echte kerk met pastorie.

1905    Fundamenten en restanten van de toegangspoort van het kasteel Lathum worden gevonden.


                    Kasteel Lathum (Jan de Beijer, 1742)

1908   Met de huisvesting is het in de eerste helft van de 20e eeuw ook in Liemerse gemeenten soms erg slecht gesteld, zoals ondermeer blijkt uit een rapport van de Doesburgse gezondheidscommissie, waarin staat dat tweederde van de bevolking in de gemeente Angerlo (waartoe Lathum in deze tijd behoort) zeer krap behuisd is: 91 eenkamerwoningen, 154 tweekamerwoningen en 60 driekamerwoningen. Van deze woningen heeft 125 geen w.c., 16 slecht drinkwater en 18 onvoldoende slaapplaatsen.   

Uit de Graafschap-Bode (1938): "In de gemeente Wehl aan een smal wegje naar Nieuw-Wehl staat een steenen schuurtje: vier muren en een dak. Een vloer bezit het kot niet, evenmin behoorlijke vensters, of men zou de met planken dichtgespijkerde gaten voor zoodanig moeten houden. Van de dakpannen zijn er velen door de lieve jeugd stuk gegooid en de deuren kan men kwalijk nog zoo noemen ( ). Reeds ongeveer 10 jaar leeft Dien Damen hier (  )."

Vergelijkbare toestanden kan men in de hele eerste helft van de 20e eeuw nog overal aantreffen. 

 

 

 

 

1909     Op 3 juni 1909 wordt de nieuwe R.K.  parochiekerk in Lathum-Giesbeek ingewijd door de Aartsbisschop van Utrecht, Monseigneur H.v.d. Wetering.

1911     Het gemeentebestuur gunt de bouw van een nieuwe tweeklassige school in Lathum aan de firma J. Liet uit Wordt-Rheden voor de aanneemsom van 5940 gulden (2700 euro).

1911    Op 15 augustus, in deze tijd voor katholieken de feestdag van Maria Hemelvaart, viert de parochie Lathum-Giesbeek het 25-jarig priesterjubileum van pastoor Slinger.
 

 


1911    In 1911 vestigt zich Hendrik Eijkelkamp als smid in Lathum. Hij legt daarmee de basis voor Eijkelkamp Agrisearch Equipment, dat sedert 1980 gevestigd is op het industrieterrein in Giesbeek. Bij de viering van het honderdjarig bestaan in 2011 is het uitgegroeid tot een vooraanstaand bedrijf op het gebied van onderzoeksapparatuur voor bodem en water.

1912    Naast de Lathumse kerk wordt een nieuwe tweeklassige school geopend. De oude school wordt veldwachterswoning (nu: Lathumse Bandijk 47).

Openbare lagere school te Lathum in 1915
Omstreeks 1915 telt de school ongeveer 70 leerlingen: 44 jongens en 26 meisjes.
Een rapport van de schoolopziener (inspecteur) in 1921 is vernietigend: "Deze school is onrustbarend achter" en "in de 6de klas zag ik leerlingen werken uit een taalboekje dat voor het 2e leerjaar bestemd is". 


1913  Op maandag 20 januari 1913 wordt het nieuwe gemeentehuis van de gemeente Angerlo, waartoe Lathum behoort, feestelijk geopend. Onder leiding van architect W. Honig uit Velp is het voor bijna vijftienduizend gulden gebouwd op de fundamenten van het voormalige Klein Bingerden. Ook het nieuwe gemeentehuis heeft een gelagkamer en logement. Pas wanneer hier in 1940 geen nieuwe pachter voor wordt gevonden mag het erfpachtcanon met betrekking tot het logement vervallen en wordt het logement bij het gemeentehuis betrokken. De naam en het uithangbord met 't Wapen van Bingerden moeten wel blijven. Ook houdt de Heer van Bingerden het recht een ooievaarsnest te onderhouden, dat zich sinds mensenheugenis op het raadhuis bevindt.

 


1913  Ook in de gemeente Angerlo, waartoe in deze tijd ook Giesbeek en Lathum behoren, wordt het eeuwfeest van de bevrijding groots gevierd.

 

                                            Kasteel Bingerden met de 98-jarige oud-minister Baron Van Heeckeren en diens familie op het bordes tijdens het 100-jarig bevrijdingsfeest

 


1913    De uit Apeldoorn afkomstige Berend W. te Strake wordt hoofdmeester van de openbare lagere school in Lathum.


Openbare lagere school in Lathum in 1915: Leerlingen, schoolhoofd B. te Strake en helemaal rechts juffrouw Aaltje Tammel


1914    Op 31 juli om 12.10 uur kondigt de Nederlandse regering een militaire mobilisatie aan. Korte tijd later breekt een weerzinwekkende oorlog (W.O. I 1914 - 1918) uit, waarin 10 miljoen mensen omkomen. Hoewel Nederland buiten het oorlogsgeweld blijft, gaat ook in de Liemers de bevolking gebukt onder angsten, onzekerheid, tekorten, ondervoeding, werkeloosheid en armoede.

1915    Door de oorlogssituatie (alle buurlanden zijn in de Eerste Wereldoorlog verwikkeld) ontstaan tekorten, waardoor de prijzen stijgen en de armoede ook in Lathum snel toeneemt.
                                                                  

1915     Huis Lathum wordt gerestaureerd. Met name het hoofdgebouw met het fraaie torentje worden hersteld. Dertig jaar later op 1e Paasdag 2 april 1945 wordt het hoge woonhuisgedeellte door Duitse soldaten opgeblazen. Na de oorlog wordt dit niet herbouwd; alleen de lage vleugels worden hersteld. 

 

 

 

 


      


1916  Jac. P. Thijsse schrijft in zijn album "De IJssel" over de schoonheid van onze omgeving en over de standaardmolen in Lathum : "een buitengewoon mooie standertmolen, die met zijn zwarte balkenwerk en groot steenen voetstuk iets heel aparts is in deze streek". Desondanks wordt deze molen in 1922 afgebroken.

 

                                            


Standaardmolen in Lathum, afbeelding 84 in JP Thijsse 1916
 


1917    De oorlog in Europa veroorzaakt ook in Lathum bittere armoede. Elders in Europa is de burgerellende vaak nog vele malen groter, getuige ook de aankomst van een groep ondervoede Oostenrijkse kinderen (afbeelding hiernaast) die in Nederland komen aansterken.



1918    Op maandag 11 november komt een eind aan een onvoorstelbaar gruwelijke oorlog (Wereldoorlog I). Een groot deel van de Europese vooral mannelijke jeugd is letterlijk afgeslacht. Naast de ongeveer 9 miljoen(!) dodelijke slachtoffers, zijn vele miljoenen levens geknakt en gezinnen kapot gemaakt. Nederland en daarmee ook Lathum ontspringen de dans maar lijden  wel onder de ontberingen (armoede), anderzijds hebben sommigen zich met smokkelhandel verrijkt.



1919    Meester Berend Willem te Strake, schoolhoofd van de openbare lagere school te Lathum, wordt opgevolgd door meester Pieter de Boer. Uit een inspectierapport blijkt dat het met het onderwijs abominabel gesteld is. Zo werken leerlingen van het 7e leerjaar uit een leerboekje dat bestemd is voor het 4e leerjaar en in de 6e klas worden leerboekjes gebruikt, die bestemd zijn voor het 2e leerjaar. 
De onvrede over het onderwijs op de openbare school in Lathum draagt er in belangrijke mate toe bij dat dominee Willem Frederik Jonkers enkele jaren later, op 6 mei 1921, de "Vereeniging voor Christelijk Nationaal Schoolonderwijs te Lathum en Giesbeek" opricht.

1920    Als gevolg van grote massa's smeltende sneeuw en overvloedige regen staat het water in de rivieren eind 1919 en begin 1920 uitzonderlijk hoog. Op 29 december loopt de Pannerdense waard onder. Via de Oude Rijn en de Wildt stroomt veel water naar de Oude IJssel waardoor Wehl en Angerlo te maken hebben met wateroverlast. In Lathum gaat men op nieuwjaarsdag 's morgens zoals gewoonlijk om 5.00 uur aan het werk(!) maar om 10.00 uur staat alles onder water. Begin januari 1920 kamperen op het Gelders eiland honderden gezinnen op de dijken. Door een defect aan een sluis raken ook de dorpen Aerdt en Herwen onder water. In Herwen staat het water tot het dak van de zuivelfabriek.

Tolkamer / Lobith in januari 1920


1920
    Op woensdagavond 14 januari verdrinkt de Angerlose burgemeester jonkheer Henri Josef Franciscus Edmundus van Grotenhuis. Na een bezoek aan de Societeit in Doesburg is hij per fiets naar huis gegaan, maar daar is hij nooit aangekomen. Men vindt hem enkele dagen later bij het dreggen op 100 meter van zijn woning. 

Jhr. H. van Grotenhuis (1890 - 1920), burgemeester van Angerlo, verdronken op 29 jarige leeftijd
 

1921     Op initiatief van dominee Jonkers wordt op 6 mei in Lathum de "Vereeniging voor Christelijk Nationaal Schoolonderwijs te Lathum en Giesbeek" opgericht. Op 16 december besluit de gemeenteraad de openbare school in Lathum over te dragen aan de vereniging. Aangezien de school dan slechts 8 leerlingen telt en het wettelijk minimum negen leerlingen bedraagt, kan de overdracht pas in de zomer van 1922 plaatsvinden.

1922    In Lathum wordt op 22 november de Christelijke school officieel geopend. De school telt dan 34 leerlingen. In 1951 zou het schoolgebouw vervangen worden door een nieuw gebouw, dat aan de andere kant van de weg is gelegen. De oude school wordt dan verbouwd tot een dubbel woonhuis (Kerkstraat 2-4).

1922    In Lathum wordt de molen afgebroken. De molen heeft gestaan op de hoek Bandijk / Molenstraat op een verhoogd terrein naast de Bandijk.

De molen te Lathum in 1921, kort voor de afbraak
Aquarel van Ido Wiersma (Stedelijk Museum Zutphen)


1926
    Het tienjarig zoontje van schoenmaker Derksen in Lathum wordt op 4 januari, terwijl hij aan het spelen is, verrast door het extreem hoge water en verdrinkt.

1929    Jhr. Rudolf M.J.F.L. Grotenhuis volgt burgemeester Blom op en wordt daarmee de 12e burgemeester van de gemeente Angerlo, waartoe Lathum behoort. 
Rudolf Grotenhuis, de jongere broer van de in januari 1920 op tragische wijze verdronken burgemeester, is op 19 december 1900 in Gendringen geboren. Hij volgt de middelbare school op het seminarie in Rolduc en studeert te Leiden rechten. Tijdens zijn burgemeesterschap in Angerlo woont hij in de Veste, Angerloseweg in Beinum. Hij blijft burgemeester van Angerlo tot november 1941 wanneer hij benoemd wordt tot burgemeester van Groesbeek

1930    Jacob Voogsgeerd (1893 - 1957) wordt per 1 mei 1930 hoofd van de school in Lathum. Tijdens de oorlog is hij "verkeerd". Nadat de school in september 1944 door de Duitsers is gevorderd, vertrekt hij met de noorderzon, naar later blijkt naar Duitsland. In maart 1945 keert hij terug en gaat wonen in het meestershuis (Kerkstraat 25, hoek Molenstraat). Na de bevrijding verhuist de familie Voogsgeerd naar Angerlo.

1930   Christoffel Johannes Bartels (1882 - 1946) wordt predikant in Lathum. Van de zeer begaafde ds. Bartels wordt in Lathum wel gezegd dat hij "maor een paar keer hen en weer deur d'n hof hoeft te lope - en hij het de praek klaor". In 1932 wordt hij dominee te Colmschate en in 1937 te Zevenaar. 
 

Christoffel Johannes Bartels

 

1931     Vooral in de eerste helft van de 20e eeuw is het Duitse Kevelaer een voor katholieken uit de Liemers geliefde plaats voor de Mariaverering.
 

 


Bedevaartgangers uit Lathum en Giesbeek
in Kevelaer (1930)

 

1932    Boven het gemeentehuis van de gemeente Angerlo, waartoe ook Lathum behoort, nestelt zich in mei een ooievaarsechtpaar met weldra vijf jonge ooievaars.
 

 


Gemeentehuis Angerlo  (begin 21e eeuw) 
Tot 1 januari 2005 is Angerlo een zelfstandige gemeente, die ook Bahr, Bevermeer, Bingerden, Giesbeek en Lathum omvat.

 

1932    De in de Liemers immens populaire Zevenaarse arts Jan G. A. Honig (1872 - 1958) wordt voorzitter van de Koninklijke Nederlandse Maatschappij ter bevordering van de Geneeskunst (KNMG).

 

 


De immense populariteit van dr. Jan Honig blijkt ondermeer uit een bericht in een regionale krant uit 1906, waarin wordt vermeld dat Honig en zijn echtgenote, terugkomend van een huwelijksreis van drie weken, op het Zevenaarse station(splein) worden verwelkomd door "schutterijen uit Babberich, Grieth en Ooy, drie muziekcorpsen, een stoet ruiters alsmede een mensenmenigte van zeker 5.000 tot 6.000 personen" (In 1906 bedraagt het inwoneraantal van de volledige gemeente Zevenaar ongeveer 5.000) 


1933    In het weekblad "Gelderland in Woord en Beeld" staat in 1933 een heel bijzondere afbeelding van vier generaties Hendrik Wolsink uit Lathum. Zowel grootvader, vader, zoon als kleinzoon hebben dezelfde voornaam: Hendrik. Ze zijn respectievelijk 87, 54, 29 jaar en 3 maanden oud. 
 

 


1935    Onder grote belangstelling opent dominee Coolsma "Het Gebouw" voor Christelijke belangen te Lathum, dat dienst doet als gemeenschapshuis en van groot belang is voor het verenigingsleven. 
 

 

 

1940    In de nacht van 10 mei komen grote aantallen Duitse vliegtuigen over. Een onafzienbaar leger Duitse soldaten komt vanuit Zevenaar in de richting van Arnhem. Na het opblazen van de Westervoortse brug ontstaat enige tijd een file aan Duitse oorlogsvoertuigen van meer dan 20 km. tot Emmerich.

 

 

Op vrijdag 10 mei wordt de Westervoortse brug in alle vroegte om 4.45 uur opgeblazen, waardoor de Duitse invasie enige vertraging oploopt.

1940    In de strijd tegen de Duitsers aan de Grebbelinie bij Rhenen sneuvelt op 13 mei dienstplichtig soldaat Johannes Hendrikus Bos (21 jaar) uit Giesbeek (gemeente Angerlo).

 

 

Dienstplichtig soldaat Johannes Hendrikus Bos (foto links) uit Giesbeek sneuvelt op 13 mei 1940 op 21-jarige leeftijd in de strijd tegen de Duitsers aan de Grebbelinie. Zijn lichaam wordt 16  mei 1940 aan de noordzijde van de Grebbeberg, bij restaurant "Rust Wat", gevonden. Hij is begraven op het ereveld (rij 6, graf 11) in Rhenen (foto rechts).

 

 

 

 

1941    In de loop van zondag 26 januari treedt de overlaat bij Spijk in werking waardoor enorme hoeveelheden water in de Oude Rijn worden gestuwd. Een groot deel van de Liemers komt in de daarop volgende dagen onder water te staan.



Spijkse overlaat

1941    In januari volgt de N.S.B.-er A. Pinkster jonkheer R. van Grotenhuis op als burgemeester van de gemeente Angerlo, waartoe ook Lathum behoort. Pinkster blijft bijna drie jaar tot 12 oktober 1944 in deze functie om vervolgens burgemeester van de gemeente Bergh te worden. In Angerlo wordt hij dan opgevolgd door de N.S.B.-er L. van Rijn.
Noch Pinkster noch Van Rijn hebben de allures van een doorsnee N.S.B.-er waardoor de gemeente
Angerlo wat betreft deze N.S.B.-ers nog geluk heeft gehad. Zo is mede door de handelswijze van burgemeester Van Rijn voorkomen dat de bezetter aan het eind van de oorlog inwoners heeft gegijzeld, hetgeen in onze omgeving uitzonderlijk is.

1941    In juni worden bij graafwerkzaamheden bij de "Bahrse Pol" in Lathum restanten van een voormalige bewoning uit de 16e eeuw gevonden. Het betreft ondermeer stenen, tegels en gebruiksvoorwerpen.

1942    Ook in Lathum gaan de mensen gebukt onder barre winterse omstandigheden in de koudste winter sedert 1789. De periode 18-27 januari 1942 is de koudste periode van tien dagen in de 20e eeuw. In de nacht van 26 op 27 januari worden minima gemeten van ongeveer -25 graden C. Mensen doen er alles aan om de kachels brandend te houden. De koude blijft tot in de derde week van maart.

1943    In augustus 1943 maakt kunstenaar Piet van Dokkum (1910 - 1990) een tekening van Lathum. Hierdoor blijft een bijzonder beeld van het dorpshart, zoals dit is in het midden van de Tweede Wereldoorlog, bewaard.


1944        De school in Lathum wordt op 14 september in beslag genomen door de Duitse bezetter. De pas benoemde jonge onderwijzer Age Visser geeft aan groepjes leerlingen thuis les.

1945    In de ochtend van 2 februari wordt de 20-jarige uit Lathum afkomstige Laura Cornelia Smit dodelijk getroffen door een exploderende Duitse V1 raket. Laura is op 31 juli 1924 in Lathum geboren als eerste kind van Arinus C. Smit (1897 - 1988) en Hendrika Kostelijk (1899 - 1996). Laura verblijft in pension Marienwaarde in Tilburg als daar op 2 februari kort voor 9 uur in de ochtend een Duitse V1 raket inslaat, waarbij in totaal 22 mensen om het leven komen.
 

 


Laura Smit (1924 - 1945)


1945
     In een van de laatste oorlogsdagen, 2 en 3 april 1945, wordt door de Duitsers de toren van de R.K. Kerk in Lathum-Giesbeek opgeblazen. De kerk wordt ernstig beschadigd. In 1947 wordt Pastoor
Aalders benoemd met de opdracht de kerk te herstellen; deze kerk wordt vergroot, maar zonder toren op 20 februari 1949 weer in gebruik genomen. 

1945    De toren van het Huis te Lathum wordt opgeblazen door Duitse troepen. De ruines worden afgebroken, zodat alleen het lage deel (afbeelding geheel rechts) nog resteert.

 

 


Huis te Lathum voor 1945


Huis te Lathum omstreeks 1990

1945    Wanneer de Canadezen op dinsdag 3 april 1945 voor het eerst in Lathum verschijnen, trekken ze zich nog enkele keren terug in de richting van Zevenaar en Duiven waarna steeds weer Duitse soldaten terugkomen, waarbij regelmatig flink gevochten wordt. Burgers, die bijvoorbeeld proberen voor hun vee te zorgen, lopen daarbij groot gevaar. Daardoor vallen in de laatste oorlogsdagen veel burgerslachtoffers; onder hen zijn ook de 15 jarige Wim Worm en de 53 jarige Gradus Willemsen, die begin april worden gedood bij beschietingen van burgers door de Duitsers in Lathum.

1945    Op woensdag 2 mei wordt de 27 jarige Adriaan Bax uit  Lathum gedood bij de demontage van een landmijn in Velp. 
Bax  is uitermate bedreven in het demonteren van landmijnen. Hij heeft er vele ondermeer aan weerszijden van de Bandijk onschadelijk gemaakt maar op 2 mei gaat het vreselijk mis. Hij overlijdt de volgende dag in het ziekenhuis te Velp aan zijn verwondingen en wordt op zaterdag 5 mei in Lathum begraven. Extra triest is dat zijn ouders daar niet bij zijn omdat het telegram met het trieste nieuws hen te laat bereikt.

 

1949    In de tweede helft van de twintigste eeuw gaat er ook in Lathum op boerenbedrijven veel veranderen. In snel tempo worden landarbeiders, boerenknechten en trekdieren vervangen door machines. Het trekpaard verdwijnt uit het straatbeeld. Veel werk gaat verricht worden door loonbedrijven.

 


Het maaien van rogge in de Liemers (1936)


1950    Burgemeester Van Riel vraagt dominee J.A. Visser in 1950 of deze er mee akkoord gaat dat in Lathum een straat naar hem vernoemd wordt. 
Een jaar later staat de Dominee Jan Adriaan Visserstraat op de straatnamenlijst. Het is een eerbetoon aan dominee Visser niet alleen omdat hij reeds lange tijd dominee is maar vooral ook vanwege  zijn verzetswerk ten behoeve van de Lathumse samenleving tijdens de Tweede Wereldoorlog.

 

1951    In Lathum wordt een nieuwe Christelijke school in gebruik genomen schuin tegenover de oude school. De oude school wordt verbouwd tot dubbel woonhuis (Kerkstraat 2-4).


Kerkstraat in Lathum, 1955 (Ad Dekkers, Liemers Museum)

 

1952    In Doesburg wordt een vaste brug over de IJssel geopend, die de oude schipbrug vervangt.



Op de achtergrond de nieuwe IJsselbrug, op de voorgrond de oude schipbrug (januari 1952)

 

1953    In de binnenstad van Doesburg worden de zo gehate hobbelige kinderkopjes vervangen door vlakke straatstenen. Voor de weggebruikers is dit een enorme verbetering.



 

1957    In augustus vieren de R.K. zusters van het Heilig Hart dat ze 25 jaar werkzaam zijn in Giesbeek en Lathum.

 



Ter gelegenheid van het 25 jarig jubileum bieden de inwoners de zusters een huldebetoon aan

1964   De ontdekking van het Groningse aardgas in Slochteren in 1959 veroorzaakt in de jaren zestig ook ingrijpende gevolgen voor de energievoorziening in de Liemers, waardoor kolenkachels ook in Lathum nu snel tot het verleden behoren.

 

Minister Andriessen brengt op 9 juli 1964 een werkbezoek aan het  Zevenaarse / Duivense Broek, waar op dat moment een belangrijke aardgasleiding wordt aangelegd.


1966    Op zaterdag 5 november 1966 onthult mevrouw Jonkers de naam van de school in Lathum: "Ds. Jonkersschool". Tot dan sprak men in Lathum over de school voor Christelijk Nationaal Schoolonderwijs. Mevrouw Jonkers is de weduwe van ds. W.F. Jonkers, die aan het begin van de 20e eeuw oprichter is geweest van de school.

 

 

 

 

1968    Op donderdagavond 10 oktober wordt burgemeester C.G.M. van Riel tijdens een gemeenteraadsvergadering door een hartaanval getroffen. Hij overlijdt ter plaatse. De consternatie is enorm. Van Riel was burgemeester van de gemeente Angerlo, waartoe Lathum in deze tijd behoort, sedert 1946.

1972     Panoven Brandts - Debets op de Vaalwaard te Lathum - Giesbeek houdt op te bestaan. De fabriek aan de Rhedense veerweg vlakbij de IJssel is daarna gesloopt. De in 1787 in Lathum door de weduwe Brandts en haar zoon Theodorus opgerichte steenbakkerij behoorde tot de oudst bekende in onze regio .

 



 

1972     Op zondag 11 juni viert de R.K. parochie Lathum-Giesbeek onder leiding van Pastoor Van Halteren op luisterrijke wijze het 300-jarige bestaan.

1975    De veerverbinding tussen Lathum en Velp wordt in 1975 opgeheven. Het is deze oversteek over de Gelderse IJssel, waar de vader van de schrijver Jan Siebelink ontelbare malen gebruik van heeft gemaakt. In de gelauwerde roman "Knielen op een bed violen" (2005) werkt Siebelink een indrukwekkend portret uit van zijn godvrezende vader afkomstig uit Lathum, die een bloemenzaak begint in het aan de overzijde van de IJssel gelegen Velp.

 


Omslag van de met de AKO-literatuurprijs bekroonde roman

 

1976    Na tweehonderd jaar Lathum van een tijdsaanduiding te hebben voorzien wordt het uurwerk in de Lathumse kerktoren vervangen. 
Indien het nieuwe uurwerk even lang functioneert als het oude, zal vervanging van dit uurwerk omstreeks 2176 plaatsvinden. Hoe zullen Lathum en de wereld er dan uitzien? Kunnen wij ons daar nu een voorstelling van maken?

 


Lathum: Kerk, kerktoren met wijzerplaat van uurwerk

 

1980    In het voorjaar breekt de Koppenwaardsedam door waardoor het water van de IJssel met geweld in de Lathumse Waard en de pal daarachter gelegen Marsweg stroomt. In de dijk van de Marsweg wordt een gat van enkele tientallen meters geslagen en de weg wordt over de gehele lengte zwaar beschadigd.

 


 

1983    Op zaterdag 28 mei 1983 wordt gelijktijdig het 60-jarig bestaan van de "Vereniging voor Christelijk Nationaal Schoolonderwijs te Lathum en Giesbeek" gevierd met de feestelijke heropening van de volledig verbouwde en uitgebreide Ds. Jonkersschool.

1988    Op zaterdag 12 maart 1988 verricht burgemeester J. Cornielje de formele heropening van de Ds. Jonkerschool in Lathum. De school is uitgebreid is met een speel-leerlokaal voor de onderbouw en een handvaardigheidruimte. Bovendien is de gemeenschapsruimte vergroot.

1988    Op zaterdag 25 juni wordt het Nederlands voetbalelftal  Europees kampioen na een 2-0 overwinning op Rusland in het Olympiastadion in Munchen. De stemming in heel Nederland is uitgelaten. Ook in Lathum heerst euforie met overal feestende mensen en toeterende auto's.

 


Uitgelaten sfeer in Amsterdam juni 1988

1994    De gemeente Angerlo, waartoe Lathum in deze tijd behoort, knoopt met de grotendeels agrarische Poolse gemeente Pruszcz (9500 inwoners) speciale vriendschapsbanden aan.

2000    De gemeente Angerlo, die de kerkdorpen Angerlo, Giesbeek en Lathum alsmede de buurtschappen Bahr en Bingerden omvat, telt 4918 inwoners. de verdeling is Angerlo 1414 inwoners, Giesbeek 2822 inwoners en Lathum 682 inwoners.

2001    Koert Post, burgemeester van de gemeente Angerlo, waartoe Lathum in deze tijd behoort, wordt opgevolgd door Mr. C. van der Vliet, die in verband met de gemeentelijke herindeling in 2005 de laatste burgemeester in de geschiedenis van de gemeente wordt. Burgemeester Post stelt het geld, dat hij als afscheidsgeschenk ontvangt, beschikbaar aan het Gezondheidscentrum in de Poolse gemeente Pruszcz, waarmee de gemeente Angerlo speciale banden onderhoudt.

2002    Voor het eerst in de geschiedenis van de gemeente Angerlo, waartoe ook Lathum behoort, wordt de grens van 5000 inwoners bereikt. Zenna, dochter van Tamara en Danny Groeliker uit Giesbeek is de 5000e inwoner van de gemeente.

2005    Op 1 januari wordt Lathum, in het kader van een gemeentelijke herindeling, samengevoegd bij Zevenaar. Voor 2005 is Lathum onderdeel van de gemeente Angerlo.

 

 


De langgerekte vorm van de gemeente  Zevenaar, van  de Veluwe tot aan de Duitse grens en grenzend aan zeven andere gemeenten, heeft alle kenmerken van een politiek compromis bij de gemeentelijke herindeling. 

 

2008    De gemeente Zevenaar geeft toestemming om de vervallen steenfabriek Koppenwaard in Lathum te slopen. Pogingen om de fabriek, die een belangrijke historische en emotionele waarde vertegenwoordigt, te behouden mislukken omdat geen passende functie voor het gebouw gevonden wordt. Steenfabriek Koppenwaard is ruim een eeuw van 1885 tot 1992 in bedrijf geweest. 
 

 


Steenfabriek "de Emptepol" in Westervoort

 

2009    Op woensdag 25 maart 2009 overlijdt op 81-jarige leeftijd H. J. Geurts, oud-burgemeester van de voormalige gemeente Angerlo, waartoe ook Lathum heeft behoord.  
De in Herwen en Aerdt op 3 januari 1928 geboren Henk Geurts werd in juni 1969 burgemeester van de gemeente 
Angerlo. Zijn ambtswoning was "De Veste" in Beinum. In april 1975 werd hij burgemeester van Druten wat hij bleef tot zijn pensionering in 1993. Vervolgens verhuist hij naar Ameland, waar hij voorjaar 2009 overlijdt.

 


2010   Op zondag 31 oktober, de dag voor Allerheiligen, wordt het honderdjarig bestaan van de R.K. Martinuskerk (parochiekerk Lathum / Giesbeek) gevierd. Gelijktijdig wordt de nieuwe kerktoren officieel geopend door de Commissaris van de Koningin Clemens Cornielje, zoon van de burgemeester van de voormalige gemeente Angerlo.
De Martinuskerk verloor haar toren aan het einde van de Tweede Wereldoorlog door een beschieting. Na 65 jaar heeft de kerk  nu eindelijk haar toren terug.


Kerktoren, Martinuskerk (2010)

 

2011    Op 21 april (Witte Donderdag) overlijdt in zijn woning in Zevenaar volkomen onverwacht de bekende streekhistoricus dr. Ben Janssen. Hij is van grote betekenis geweest voor de Liemers waarover hij tal van boeken heeft geschreven. Op 28 april vindt in de R.K. kerk van Lobith-Tolkamer, zijn geboorteplaats, de uitvaartdienst plaats.  

 


 Dr. Ben Janssen 
(1931 - 2011)

2011    Streekhistoricus W. van Heugten uit Duiven publiceert een nieuwe verklaring omtrent de herkomst van de naam "Liemers" waarbij hij er vanuit gaat dat het begrip Liemers een samentrekking is van "lee"en "mers". 
Lee verwijst volgens hem naar het waterstroompje de Lee dat begint in Loo en vervolgens van oudsher de grens vormt tussen Duiven en Westervoort en tenslotte overgaat in de Leigraaf. De term Lee stamt mogelijk van het Germaanse "laida" dat waterloop betekent. Mers is een Oudnederlands woord voor "mars" dat moeras, beemd of broek betekent. De naam Liemers zou dus verwijzen naar een moerasachtig gebied, ten noorden van Zevenaar en ten zuiden van Lathum, dat afwatert via de Lee.  

 


Detail kaart van Christiaan sGrooten (1557)
ten noorden van Zevenaar en Duiven en ten zuiden van Lathum: moerasachtig gebied

 

2012    Eind maart  worden op de toegangswegen naar de Liemers, ondermeer bij het veerpontje in Lathum, toeristische streekborden geplaatst. Op de borden zijn kenmerken van de Liemers te zien zoals: Weids zicht, steenfabrieken in waterrijk landschap en wandel-, fiets en watersportmogelijkheden.  

 

 Liemers streekbord (ontwerp: F. Hippman)

2014    Harmonie Juliana, opgericht in december 1925, houdt in 2014 na 89 jaar op te bestaan. In de loop der tijd heeft de harmonie een belangrijke rol gespeeld in de muziekcultuur van Lathum en Giesbeek. In de kleine dorpsgemeenschap is het aantal leden echter te klein geworden en de aanwas te gering waardoor de ledenvergadering van maandag 24 maart moet besluiten om de vereniging op te heffen.

2018    Op vrijdag 16 maart 2018 overlijdt op 93-jarige leeftijd Jozef Cornielje (1924 - 2018). 
Jozef Cornielje is op 30 december 1924 in Spijk geboren. In de periode 1958 - 1964 is hij secretaris van het polderdistrict Oude-Rijn en vervolgens tot 1976 gemeentesecretaris van Herwen en Aerdt. Van 1976 tot zijn pensionering in 1989 is hij burgemeester van de (voormalige) gemeente Angerlo, waartoe Lathum behoort. Zijn zoon Clemens werd in 2005 Commissaris van de Koningin in Gelderland.