Lobith

Lobith: Snel door de tijd

In het jaar  1222 krijgt  de Graaf van Gelre van Keizer Frederik II toestemming om een tol te vestigen te Lobede op een gunstige plaats aan de voet van de Eltenberg bij de splitsing van Rijn en Waal. Een kleine eeuw later heeft deze splitsing zich ongeveer 1 kilometer stroomafwaarts verplaatst. Daar wordt begonnen met de bouw van een tolhuis, later Lobith genoemd. De tol met Tolhuis en omgeving worden in 1473 door Karel de Stoute wegens verleende diensten geschonken aan hertog Jan van Kleef.
In de 80-jarige oorlog (1568-1648) speelt het Tolhuis een belangrijke rol. Het dient meermalen als hoofdkwartier voor de legers van prins Maurits en Frederik Hendrik tijdens de belegeringen van Schenkenschans, waar Lobith in die tijd door de Boterdijk mee verbonden is.


   De tol met Tolhuis en omgeving worden in 1473 door Karel de Stoute
wegens verleende diensten geschonken aan hertog Jan van Kleef
(tekening van Abraham de Verwer ca. 1625)

 

Lobith: in de tijd

800     De verspreiding van het Christelijk geloof over de Liemers vindt plaats.

885     Einde invallen van de Noormannen; hun leider hertog Godfried wordt vermoord bij Spijk-Lobith

1000    In het Liemerse land zijn nederzettingen maar nog geen dijken. De rivieren en stroompjes treden voortdurend buiten hun oevers, maar echt hoge waterstanden komen vrijwel nooit voor, omdat het water zich door het ontbreken van dijken vrijelijk kan verspreiden.

1150    Halverwege de 12e eeuw wordt in het Liemerse land een begin gemaakt met de aanleg van dijken. Het zijn lage "zomerdijken" om het zomerwater te keren. Ruim honderd jaar later komen in de "Lijermersch" de eerste winterdijken.

Dijkaanleg met eenvoudige hulpmiddelen is een onvoorstelbaar omvangrijke klus, die naast vakmanschap vooral ook veel logistiek inzicht vraagt.

1202    Slot Heeshausen, gelegen tussen Elten en Lobith wordt vermeld. Het betreft een leen van de abdij van Elten.

1222    Omstreeks deze tijd verplaatst de graaf van Gelre zijn tol te Arnhem naar Lobede (thans oud Lobith).

1275    De oudste vermelding van kasteel Byland stamt uit 1275 als de Heer van Pannerden, Willem Doys,  het kasteel als leengoed krijgt van de Hertog van Kleef.  Dit bij Pannerden gelegen kasteel ook genoemd Huis Scathe van Willem Doys wordt in de 16e eeuw door de veranderde loop van de Waal weggespoeld. Op een kaart uit 1631 van Millingen staat de ruine van Huis Bylandt nog in de Waal getekend.  
Voornoemd kasteel Bylandt is niet hetzelfde kasteel Bylandt dat in 1734 door Jan de Beijer is getekend. Dit kasteel, ook bekend als Huis Halt, ligt verder stroomopwaarts bij Bimmen.

 


Kasteel Byland (Jan de Beijer, 1734)


1300
    Omstreeks 1300 komt Lobede als gevolg van de verandering van de Rijnloop aan dood water te liggen. De tol wordt daarom vanaf die tijd ongeveer een kilometer westelijker geheven. Daar verrijst omstreeks 1350 een kasteel met een zeer zware toren, waar Gelderse hertogen regelmatig verblijven. Rond het kasteel vormt zich een nederzetting, die lange tijd als Tolhuijs bekend zal staan, maar in onze tijd de naam Lobith draagt.  

1306    In het jaar 1306 passeren ongeveer 2.500 schepen de tol in Lobith.
Rijnafwaarts worden vooral eieren, boer, kaas, fruit, wijn, hout, natuursteen en tonnen vervoerd. Stroomopwaarts worden vooral haringen, gezouten vis, noten, Vlaams doek en Franse wijn vervoerd.

1339    Gelre, waartoe ook Lobith in deze tijd behoort, wordt door de keizer van Beieren tot hertogdom verheven. Het is een zeer groot en belangrijk hertogdom. Het omvat naast de huidige provincie Gelderland, grote delen van de huidige provincie Limburg (met ondermeer Venlo, Venray en Roermond) en delen van het huidige Noord-Rijnland-Westfalen met ondermeer het stadje Geldern, waarnaar het hertogdom Gelre en de latere provincie Gelderland zijn genoemd. Het hertogdom Kleve vormt een wig tussen de Noordelijke en de Zuidelijke delen van Gelre. De zelfstandigheid van Gelre eindigt in 1543.

 

Het hertogdom Gelre omvat omstreeks 1350:
1. Het Kwartier van Nijmegen (huidige Betuwe)
2. Het Kwartier van de Veluwe (ook genoemd het Kwartier van Arnhem)
3. Het Kwartier van Zutphen (de huidige Achterhoek en Liemers)
4. Het Kwartier van Roermond (het huidige Limburg en delen van Noord-Rijnland-Westfalen) 

 

 

 

 

1342     In de maand juli overstroomt een gebied tussen Lobith en Westervoort.



1347
  Omstreeks deze tijd wordt het nieuwe Tolhuis gebouwd. Het is gelegen aan de Rijn tussen Spijk en Eltenberg. In de loop van tientallen jaren ontwikkelt het zich tot een ware burcht waar vele eeuwen tol wordt geheven. In de loop der 17e eeuw moet de tol echter verplaatst worden naar het tegenwoordige Tolkamer omdat de loop van de Rijn zich wijzigt en het Tolhuis in het land komt te liggen.


 

 


Tolhuis omstreeks 1640 (Claes Jansz. Visscher)

1360    Graaf Johan van Kleef bouwt op de splitsing van Rijn en Waal de burcht Schenkenschanz. Deze vlakbij Pannerden gelegen burcht wordt in 1586 omgebouwd tot een fort, dat in de Tachtigjarige Oorlog een belangrijke rol speelt in de strijd tussen Spanjaarden en Nederlanders.

1378    Kasteel Grondstein
gelegen tussen Elten en Lobith wordt omstreeks deze tijd gebouwd.

Van het eens zo imposante kasteel Grondstein is in onze tijd niets meer over.

 


1394
    De eerste vermelding van het Tolhuisveer dateert uit 1394. Dit veer in Lobith, recht tegenover de Lobithsestraat, zal bijna drie eeuwen tot omstreeks 1660 een relatief belangrijke oeververbinding zijn. 


Aanvullende informatie ontvangen (januari 2012) van Erna Spann uit Spijk: 
"Ik ben op weg gegaan om de precieze locatie te vinden want ik woon op een plek onderaan de Eltenberg met als uitzicht Eltenberg, de molen en de Martinuskerk van Laag-Elten, die ook op deze tekening staan. De enige plek die ik kan vinden om ervoor in aanmerking te kunnen komen is ongeveer halverwege de Moddeich, ter hoogte van Oud Lobede (ter hoogte van de Marsweg in Spijk waar Oud Lobede ooit lag). Vanuit het latere (huidige) Lobith zouden Eltenberg, de Eltense molen en de Martinuskerk nooit op deze manier nagetekend kunnen zijn. Te Oud Lobede is van ca 1220 tot ca 1307 tol geheven, daarna is vanwege verzanding van de rivier, de tol verplaatst naar het huidige Lobith.  Het huis op de tekening zou in dat geval niet het genoemde tolhuisveer kunnen zijn dat er tot 1660 heeft bestaan. Dat hoorde bij het latere (huidige) Lobith, niet bij Oud Lobede. Ook is het mogelijk dat de tekenaar niet ter plekke, maar vanuit zijn herinnering heeft gewerkt".     

De latere Oude Rijn bij Lobith met Hoog- en Laag-Elten op de achtergrond.
Vermoedelijk is het huis rechts het veerhuis van het Tolhuisveer, dat tot omstreeks 1660 bestaan heeft.
(anoniem)

 

 



 

1404    Het aantal scheepsbewegingen over de Rijn wordt in deze tijd al bijgehouden. 
Stroomopwaarts wordt vooral kaas, zout, haring, rogge en boter vervoerd; stroomafwaarts vooral hout, (Franse) wijn, kastanjes, metaalwaren en natuursteen uit groeven bij de Drachenfels om molenstenen van te maken. 

1406    Ambt Liemers (o.a. Zevenaar, Duiven, Loo, Groessen, Wehl en Lobith), van oorsprong Gelders grondgebied, wordt door Reinoud IV van Gelre aan het Graafschap Kleef (Kleve) verpand.

1409    In februari een overstroming in Lobith en omgeving; de hertogin van Gelre laat brood en haring aan de slachtoffers uitdelen.

1417     Graafschap Kleef waartoe ook Lobith behoort wordt tot Hertogdom verheven.    


Gezicht op Kleef (Kleve) omstreeks 1570, gravure Frans Hogenberg
Het ambt Liemers, dat in 1406 wordt verpand aan Kleve, zal tot  het begin van de 19e eeuw Duits blijven.



1421    De vermaarde St. Elisabethsvloed van 19 december 1421 veroorzaakt ook schade in de Liemers. Op 20 december breekt bij Emmerik de Rijndijk door, waardoor een omvangrijk gebied overstroomt.

1429    In 1429 passeren 114 schepen Lobith. Stroomopwaarts worden vooral kaas, zout, haring, rogge en boter vervoerd; stroomafwaarts vooral hout, (Franse) wijn, kastanjes, metaalwaren en natuursteen uit groeven bij de Drachenfels om molenstenen van te maken. 

1432    Na een extreem koude winter overstroomt de Liemers na het invallen van de dooi. De stad Arnhem stuurt haringen naar de slachtoffers.

1473    De tol met Tolhuis en omgeving worden door Karel de Stoute wegens verleende diensten geschonken aan hertog Jan van Kleef. Hierdoor gaat het gebied van Gelderse handen over in Kleefse handen.


Het Tolhuys te Lobith


1476     In Lobith overlijdt op 20 februari Catharina van Kleef (1417-1476). Zij is de vrouw van Arnold van Egmont, hertog van Gelre, en dochter van Adolf IV van Kleef.


 

 


Catharina knielt voor Maria en Jezus
 uit: Getijdenboek van Catharina
 

1479     Het komt tot een openlijke strijd tussen Gelre en Kleve over het Tolhuys. Een Kleefse krijgsmacht trekt naar het Tolhys en begint op 6 mei 1479 een beleg dat bijna vijf weken duurt. Op 9 juni vindt de overgave plaats.

1480    In het verdrag van 12 maart 1480 tussen de bisschop van Munster en de koning van Frankrijk staat dat het Tolhuys een onvervreemdbaar Gelders bezit is. De werkelijkheid is echter dat Kleef (Kleve) bezitter is en blijft.

1494    Plunderende huurbendes worden bij Elten en Lobith teruggeslagen door Zutfense burger- en boerenmilities.

1503
    De zomer van 1503 is zinderend heet en kurkdroog en daardoor een kwelling voor de inwoners van Lobith

1557    
De vermaarde cartograaf Christiaan sGrooten, geograaf van de Spaanse koning Philips II, brengt het gewest Gelderland in kaart.

Een detail uit de kaart van Christiaan sGrooten betreffende de omgeving van Lobith
In de omgeving van Lobith zien we o.a. Tolhuys en Lobeth, Aert (Aerdt), Hoigh Elten (Hoog Elten), Neder Elten (Laag Elten), de Elter Heyde en Grontsteyn.

 


1568
    In 1568 begint de Tachtigjarige Oorlog. Het is een bloedige strijd tussen Spaanse en Staatse troepen waarin de bevolking van de Liemers regelmatig tot wanhoop wordt gebracht. Vanaf de strijd van de Nederlanden (Staatsen) tegen de Spanjaarden gaat het hertogdom Kleve een eigen weg. Dynastiek gebonden aan de Rijnlandse staten Gulik en Berg en de graafschappen Marck en Ravensberg in het Ruhrgebied en Sauerland richt het hertogdom Kleve zich veel minder op de Nederlanden en wordt het sterker aan het Duitse Rijk gebonden.  

De staatkundige indeling van de Liemers en de omgevende gebieden in de 16e eeuw
Geel: Kleefs gebied     Groen: Gelders / Staats gebied     Licht Groen: Berghs gebied     Wit: zelfstandig gebied. 

1568    De bloedige strijd tussen Spaanse en Staatse (Nederlandse) troepen belemmert alle normale scheepvaart. Wat nog over de Rijn vaart zijn vooral bewapende Staatse (Hollandse) schepen, die de Lobithse tol zonder te betalen passeren.  

1570     De periode 1570 tot 1600 is in de Liemers (en Achterhoek) een uiterst onrustige tijd. De bevolking is wanhopig door rondtrekkende plunderende troepen: De ene keer Staatse en de andere keer Spaanse troepen en daar tussendoor rondtrekkende muitende bendes. Verwoeste huizen en kerken, onbebouwde akkers, plundering, doodslag, zware maandelijkse oorlogscontributies en roof van hele veestapels zijn aan de orde van de dag.

Gezicht op Kleef (Kleve) omstreeks 1570
Kopergravure van Frans Hogenberg

 

1571     In het najaar trekken Spaanse troepen onder leiding van de hertog van Alva komend vanuit het Vlaamse Mechelen over de Rijn bij Lobith. Ze zijn dan op weg naar Zutphen waar ze met geweld de Spaanse heerschappij herstellen.


 

 


Hertog van Alva (1507-1582) 


1572
    In Lobith bestaat een schutterij. De ingezetenen van Lobith zijn in een gilde verenigd.


1572
    Begin juli worden 19 katholieke priesters uit Gorcum ontvoerd naar Den Briel. Als ze daar niet bereid zijn het katholieke geloof af te zweren worden ze een voor een opgehangen. De herinnering aan dit gebeuren, dat bekend staat als een van de dieptepunten in de opstand tegen Spanje, blijft tot ver in de 20e eeuw bij veel katholieken, ook in de Liemers, levend.

Links: Martelaren van Gorcum worden in een schuur terechtgesteld (19e eeuws schilderij van Cesare Fracassini)

Rechts: Beeld van pater Claas Pieck in de bedevaartskerk in Brielle
  Claas Pieck is de eerste, die wordt opgehangen, na hem volgen nog 18 paters. 



De ontvoering van de 19 priesters vindt plaats door watergeuzen onder leiding van hun in 1571 door Willem van Oranje benoemde opperbevelhebber Lumey. Wanneer de priesters niet bereid zijn om het katholieke geloof af te zweren, worden ze in een schuur een voor een opgehangen. Na hun dood worden de 19 martelaren van Gorcum voor veel katholieken ook in de Liemers lichtende bakens in een periode van onderdrukking en duisternis. De herinnering aan het gebeuren in 1572 blijft tot ver in de 20e eeuw levend. Veel katholieken sluiten tot ver in de 20e eeuw hun dagelijks gebed af met: "heilige martelaren van Gorcum bidt voor ons".


1573    Reeds eind oktober begint in de Liemers een lange zeer strenge winter, waarin vrijwel alle wintervoorraden verloren gaan met grote tekorten en honger tot gevolg.

1581    Vooral de periode 1581 tot 1603 verloopt voor de bevolking in het Gelders - Kleefs grensgebied rampzalig. De Tachtigjarige Oorlog, een meedogenloze strijd tussen Spaanse en Staatse troepen, maakt veel slachtoffers onder de bevolking. Zowel Staatse als Spaanse soldatenbendes trekken regelmatig plunderend en brandstichtend rond. De terreur wordt mede veroorzaakt door de slechte betaling van vooral de Staatse soldaten.

Plundering van een dorp geschilderd door Pieter Molijn (Frans Halsmuseum, Haarlem)
Vooral tijdens de eerste helft van de Tachtigjarige Oorlog gaat de bevolking van het Gelders - Kleefs grensgebied regelmatig gebukt onder de wreedheden en plunderingen van Hollandse en Spaanse soldaten. 
 

1582    Lobith, Zevenaar, Elten en Didam worden volledig leeg geplunderd door Staatse troepen en soldatenbendes.

1584    Op donderdag 26 januari vindt in de avonduren een dijkdoorbraak plaats bij de Oliemolen van Leuven / Leuffen (buurtschap tussen Oud-Zevenaar en Groessen). Het betreft de oudst bekende melding van een dijkdoorbraak in de Liemers.

1585
    De Stiftskerk van Hoog Elten wordt volledig verwoest door plunderende Staatse troepen.

 

De St. Vitus in Hochelten is gebouwd tussen 1100 en 1150.
De tekening links toont de toestand van 1150 tot 1585.

Na de verwoesting in 1585 wordt de St.Vitus tussen 1670 en 1677 weer tot de halve grootte opgebouwd. In maart 1945 wordt deze kerk door artillerie-geschut van Canadese eenheden vanuit Kleef zeer zwaar beschadigd. Een groot deel van de toren, het dak en het gewelf van het middenschip storten daarbij in en velen vrezen dat sloop onvermijdelijk is. Mede door de inspanningen van textielfabrikant dr.J.H. van Heek vindt in de naoorlogse jaren wederopbouw van de kerk plaats waardoor deze nu op Duitse bodem de noordelijkste van de romaanse kerken aan de Rijn is.   

 


1586
     Tijdens de Tachtigjarige Oorlog speelt de beheersing van de rivieren een belangrijke rol. Op de splitsing van Rijn en Waal wordt daarom onder leiding van Maarten Schenk van Nydeggen de door Graaf Johan van Kleef omstreeks 1360 gebouwde burcht uitgebouwd tot een fort (Schenkenschans). Het fort, de 'toegangspoort' tot de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden, wordt lange tijd als onneembaar gezien. Door verandering in de loop van de Rijn verliest het fort in het begin van de 18e eeuw haar strategische betekenis.

Schenkenschans wordt in 1635 door de Spanjaarden veroverd op de Nederlanders, maar een jaar later alweer door Frederik Hendrik van Oranje heroverd.

In 1672 wordt Schenkenschans door Nederland zonder slag of stoot overgeleverd aan Frankrijk, maar in 1681 komt het fort weer in Nederlandse handen. In 1816 wordt het bij het Koninkrijk Pruisen gevoegd en worden de vestingwerken afgebroken.

Momenteel is Schenkenschanz een klein, stil en vriendelijk Duits dorpje vlakbij Kleve.

 

1588     Het hertogdom Kleve benadrukt haar heerschappij over Lobith en haar tol door de vorming van een apart rechtsdistrict Lobith, waarvan Adolf van Meverden tot richter wordt benoemd. Het Spijk valt hier niet onder en blijft deel uitmaken van het gericht Emmerik. 
De Staten van Gelderland zijn echter van mening dat Lobith en de tol wederrechtelijk in het bezit worden gehouden door Kleve. Ook het bezit van o.a. het ambt Liemers, de Duffel en het ambt Goch wordt door de Gelderse Staten betwist. Vanaf 1602 vinden regelmatig onderhandelingen plaats maar pas na de Napoleontische tijd ongeveer 225 jaar later in 1816 worden de landsgrenzen definitief geregeld waardoor ondermeer Lobith bij Nederland wordt gevoegd. 

1602    De Staten van Gelderland starten onderhandelingen over teruggave van Lobith, dat naar hun overtuiging ten onrechte door Kleve (Kleef) wordt bezet. Het zal echter tot 1816 duren alvorens Lobith en haar omgeving Nederlands wordt.

Kasteel Het Tolhuis in Lobith in 1674, kort nadat het in het rampjaar 1672 nog dienst heeft gedaan als militaire wachtpost.

.

1608    Een ontstellend koude winter zorgt voor grote problemen. In januari en februari vriest het zo hard dat zelfs de oudste mensen zich niet kunnen herinneren dit ooit eerder te hebben meegemaakt.

1609   
Het Kleefse hertogelijke geslacht is uitgestorven. Het hertogdom Kleef komt door vererving in het bezit van de keurvorst van Brandenburg. De Kleefse gebieden in de Liemers (o.a. Zevenaar, Lobith, Wehl, Duiven en Huissen) worden deel van Brandenburg.

Zes generaties hertogen van Kleve met op de achtergrond het historische Kleve
v.l.n.r.: Adolph IV (1417 - 1448), Johann I (1448 - 1481), Johann II (1482 - 1521), Johann III (1521 - 1539), Wilhelm (1539 - 1592) en Johann Wilhelm (1592 - 1609)

1614     De "Gereformierte Gemeinde" (Gereformeerde Gemeente) in Lobith beroept haar allereerste predikant. Het is dominee Johannes Murarius. 

1631     Op een kaart van Millingen staan de restanten van het bij Pannerden gelegen Huis Bylandt nog in de Waal getekend. Dit kasteel ook genoemd Huis Scathe van Willem Doys is in de 16e eeuw door de veranderende loop van de Waal weggespoeld. 
Het omstreeks 1735 door Jan de Beijer getekende huis Bylandt, ook bekend als Huis Halt, is een ander kasteel en gelegen vlabij Bimmen, een eind stroomopwaarts dus. 

1636    In april 1636 lukt het Frederik Hendrik, die inmiddels Maurits is opgevolgd,  het fort Schenkenschans te heroveren.

Het beleg van Schenkenschans in 1636 geschilderd door Gerrit van Santen
De Schenkenschans, een in 1586 gebouwde vesting in de nabijheid van o.a. Lobith en Tolkamer volgens aanwijzingen van de militair Maarten Schenk op een strategisch punt, waar Rijn en Waal zich van elkaar afsplitsen. 

1648    Op woensdag 24 juni wordt in het Tolhuys te Lobith met schriftelijke toestemming van Friedrich Wilhelm keurvorst van Brandenburg een schutterij opgericht; het doel van deze schutterij is het jaarlijks vieren van het schuttersfeest, alsmede het bevorderen van de onderlinge saamhorigheid. Deze Lobithse schutterij heeft in 1998 haar 350-jarig bestaan gevierd.


Kasteel Het Tolhuys omstreeks 1648,  waar de schutterij wordt opgericht. 
(Claes Jansz. Visscher 1587 - 1652)
 

1650     Omstreeks deze tijd bevindt zich in Lobith reeds een molen, op de plaats waar deze in onze huidige tijd ook staat. Deze behoort aan het het nabijgelegen Tolhuys. 

1653    Jan de Goyer schildert Gezicht over de Rijn naar de Eltense berg.
          "Gezicht over de Rijn" van Jan de Goyer (Mauritshuis, Den Haag)


1660    Omstreeks deze tijd schildert Anthonie van Borssom de Rijn bij Lobith.



De Rijn (later de Oude Rijn) bij Lobith omstreeks 1660
(Anthonie van Borssom)
Op de achtergrond de molen en de kerk van Laag-Elten

1661     Op 9 augustus wordt de Reformatorische kerk op de Lobithse markt feestelijk in gebruik genomen. Dominee Armiger houdt de inwijdingsrede, waarvoor tot tekst dient Psalm 5, vers 8: 'Maar ik zal door de grootheid Uwer goedertierenheid in Uw huis gaan'. 
De kerk, een zaalkerk, is gebouwd door Jan Kerstins, stadsmetselaar te Huissen, op de plaats van een in 1648 verwoeste kapel.

.


 

 


1661     Dat er van godsdienstvrijheid in Staatse gebieden volstrekt geen sprake is, blijkt wanneer de in Lobith wonende gravin Van der Burgh verboden wordt om in haar eigen huis katholieke godsdienstoefeningen te houden. 

1672    Het leger van koning Lodewijk XIV trekt bij Lobith over de drooggevallen Nederrijn.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Een uit Elten afkomstige boer vertelt waar de Rijn doorwaadbaar is, waardoor Lodewijk XIV in 1672 bij een extreem lage waterstand met 120.000 man de Rijn kan oversteken.
Schilderij van Adam Frans van der Meulen

 

1672    Bij de inname door de Fransen raakt het Tolhuis zeer zwaar beschadigd. Het Tolhuis zou in de jaren hierna steeds verder in verval raken. Op de plek van het Tolhuis staat in onze tijd de R.K. kerk.

Lobith of Tolhuis voor de komst van de Fransen (Jan van Call, omstreeks 1670)
 

.



1673
  De Fransen bezetten de Kleefse gebieden, waartoe ook Lobith behoort. Gedurende deze bezetting, die ongeveer twee jaar duurt, wordt de sterk verarmde bevolking door de machthebbers geterroriseerd. Men moet inkwartiering accepteren en grote sommen geld betalen. Ook zijn er regelmatig afpersingen en plunderingen.


 

 


Kleefse enclaves 1543 - 1816
 
(Uit: Graswinckel, De rechterlijke archieven der voormalige Kleefsche enclaves, 's Gravenhage1927)

 

1674    Johannes Kruythoff wordt dominee in Lobith-Tolkamer. Hij blijft dit gedurende meer dan veertig jaar en wordt in 1716 opgevolgd door Hermannus de Bruyn. Het aantal protestanten is gering, de overgrote meerderheid van de bevolking is rooms katholiek gebleven.


 

 

 

1675    Omstreeks deze tijd tekent Johannes Leupenius de veerpont, die Lobith verbindt met Elten.


          Veerpont Lobith-Elten 
op de achtergrond: links Laag-Elten en rechts Hoog-Elten
pentekening van Johannes Leupenius (1647-1693)

1677    De abdijgebouwen op de Elterberg, die in 1585 volledig zijn verwoest, zijn door de vermaarde bouwmeester Jacob Vingboons herbouwd.

 

Eltenberg, zoals deze er in het midden van de 18e eeuw uitziet.  
S. Fokke, 1750

1682    Ernstige wateroverlast in de Liemers en ook in Zevenaar-stad.

1684
    De winter van 1683 - 1684 verloopt ontstellend koud. Zelfs de oude mensen in Lobith kunnen zich niet herinneren zo'n extreem koude winter ooit eerder meegemaakt te hebben. De koude valt ver voor kerstmis 1683 in en duurt voort tot medio februari 1684. De rivieren vriezen volledig dicht en ijsdikten tot twee Rijnlandse voeten (63 cm) worden gemeten. De winter zorgt voor veel overlast. 

1695    De eerste maanden van 1695 wordt de bevolking in extreme mate gekweld door de gevolgen van hoog water en geweldige ijsgang.

1703    De Boterdijk bij Lobith breekt door.

1707    Op 14 november wordt het Pannerdens kanaal  (Nieuwe Rijn) geopend. 

 

De militaire dreiging vanuit Frankrijk  omstreeks 1700 is de directe aanleiding voor de aanleg van het Pannerdens kanaal. De Neder-Rijn en IJssel zijn doorwaadbaar en daardoor zwakke plaatsen in de defensie van de Republiek der Vereenigde Nederlanden. De situatie voor de scheepvaart is daarnaast een belangrijke bijkomstigheid. Dankzij de aanleg van het Pannerdens kanaal (Nieuwe Rijn) worden Neder-Rijn en IJssel beter bevaarbaar. Gedurende de eerste zestig jaar na de aanleg van het kanaal heeft de aanleg echter een rampzalige invloed op de hoogwaterveiligheid: Talrijke dijkdoorbraken in de 18e eeuw zijn een direct gevolg van de aanleg van het Pannerdens kanaal. In de loop der tijd is de rol van het kanaal voor de waterhuishouding echter drastisch gewijzigd en het is nu  de "hoofdkraan van Nederland".  

1707    Door het Pannerdens Kanaal worden Aerdt, Herwen en Pannerden van de Overbetuwe afgesneden en behoren vanaf nu tot de Liemers.

 

Het "Gelders Eiland", door het Pannerdens kanaal ontstaan, heeft zowel economisch als cultureel belemmerend gewerkt; aan de andere kant heeft de geisoleerde ligging voor een hechte gemeenschap gezorgd.

Regelmatig hebben  in de Liemers overstromingen plaatsgevonden; de laatste in 1926. In 1995 is het elders in Gelderland uitermate spannend; enkele honderdduizenden mensen worden (30 januari - 6 februari 1995) preventief geevacueerd maar gelukkig bleef een dijkdoorbraak uit.

De hoogste waterstand van de Rijn tijdens de overstroming van 1926 bedraagt 16,92 m. boven N.A.P.; de hoogste stand van de Rijn in 1995 bedraagt 16,69 m.  boven N.A.P.; de laagste stand van de Rijn ooit gemeten (2003) bedraagt 6,91 m. boven N.A.P. Het verschil tussen de hoogste en de laagste stand bedraagt dus ruim 10 meter.  

1708    Na het gereedkomen van het Pannerdens Kanaal kunnen we nog niet spreken van een "Gelders" eiland omdat Lobith en Tolkamer Kleefs gebied zijn. Alleen Herwen, Aerdt en Pannerden zijn Gelders. Pas wanneer Lobith en Tolkamer ruim een eeuw later op 1 maart 1817 bij Nederland komen is er echt sprake van een "Gelders" eiland. 

1709    Zeer strenge winter vanaf Driekoningen (6 januari); veel vee doodgevroren.

1711    In het voorjaar zijn er diverse dijkdoorbraken zoals de IJsseldijk bij Lathum en de Boterdijk bij Lobith. Veel voedselvoorraden gaan verloren, weiden blijven lang onbruikbaar en op grote schaal wordt honger geleden.

1711    Na de doorbraak van de Boterdijk gaat de landverbinding tussen Lobith en Schenckenschans verloren. Het Lobithse tolkantoor betrekt daarna een nieuw onderkomen, dat noordelijker is gesitueerd. Korte tijd later worden hier woningen gebouwd, waarmee de grondslag zal worden gelegd voor het latere dorp Tolkamer / Zollkammer. In de jaren daarna verhuizen het volledige tolpersoneel alsmede anderen die bij de scheepvaart betrokken zijn naar de nieuwe locatie op 's-Gravenweerd. Aangezien 's-Gravenweerd geen deel uitmaakt van het Ambt Lobith maar tot Cleverham behoort, leidt dit tot grote armoede in het voorheen zeer welvarende Lobith.   

1714    Veepest veroorzaakt in de Liemers de dood van veel runderen en grote armoede onder de bevolking.   

1715   Op vrijdag 3 mei wordt het aan het eind van de ochtend omstreeks 11.00 uur nachtelijk donker. Het is een gevolg van een (vrijwel) volledige zonsverduistering in Nederland. Op de eerstvolgende volledige zonsverduistering zal de Liemers 420 jaar moeten wachten tot het jaar 2135.   

 

1716     Omstreeks deze tijd telt de Gereformeerde kerk Lobith 74 lidmaten in Lobith-Tolkamer en 7 in Elten en op de Houberg. Het overgrote deel van de bevolking is katholiek maar de bestuurlijke bovenlaag behoort tot de gereformeerde religie.

 

 

 

 

 

                                                De in 1661 geopende Gereformeerde kerk in Lobith

 


1723    Het sterftecijfer in Lobith is in 1723 tenminste twee keer groter dan in andere jaren. Onbekend is welke ziekte(n) hiervoor verantwoordelijk is (zijn).

 

1727    In Lobith is het aantal mensen dat in 1727 overlijdt twee keer groter dan in andere jaren. Ook in sommige andere Liemerse plaatsen zoals Wehl is het sterftecijfer veel hoger dan in andere jaren. Onbekend is welke ziekte(n) hiervoor verantwoordelijk is (zijn).

 

1731    In Lobith is het aantal mensen dat in 1731 overlijdt dubbel zo groot in vergelijking met de meeste andere jaren. Ook in sommige andere Liemerse plaatsen zoals Angerlo is het sterftecijfer hoger dan in andere jaren. Onbekend is welke ziekte(n) hiervoor verantwoordelijk is (zijn).
 

1735    Jan de Beijer tekent 't Huys de Byland

 

1740    De winter van 1740 is zeer koud. Na een relatief zachte december 1739 wordt januari 1740 extreem koud. In de periode van zaterdag 9 tot en met dinsdag 12 januari wordt het zelfs overdag in Lobith niet warmer dan 10 graden onder nul. De barre winter wordt gevolgd door een extreem koud voorjaar. Door armoede hebben veel huizen nauwelijks of geen verwarming. Op zaterdag 7 mei sneeuwt het nog. Ook de zomer verloopt zeer koud waardoor de oogsten volledig mislukken. Het duurt jaren voor dat men het rampzalige jaar 1740 te boven is.

1745    Nederland wordt door de Pruisische regering gedwongen om in Tolkamer een overlaat (=verlaagde dijk) te maken, waarover hoog water kan afvloeien via de Oude Rijn. Ruim tweehonderd jaar later, in 1961, zal deze verlaagde dijk weer op bandijkhoogte worden gebracht.

1753
    Op 19 december vindt dijkdoorbraak plaats bij de buurtschap Leuven / Leuffen (buurtschap tussen Oud-Zevenaar en Groessen). Een zeer omvangrijk gebied tot Steenderen komt onder water.


Doorbreken van de Rhijndijk in 1753
Meer dan drie maanden lang, tot eind maart 1754, blijft het water door de Leuvense doorbraak naar binnen stromen..
Tot  in oktober 1754 werkt men dagelijks met honderd karren aan het herstel van de dijk.

1756
    Het begin van de Zevenjarige Oorlog tussen Pruissen (waartoe dan ondermeer Lobith, Herwen en Aerdt, Zevenaar, Duiven, Huissen en Wehl behoren) enerzijds en Rusland en Oostenrijk anderzijds. Jonge mannen ook uit Lobith vluchten de grens over naar de Republiek om zich te onttrekken aan de Pruisische dienstplicht.

1756    Op zaterdag 11 december 1756 begint het streng te vriezen en de intense koude duurt onafgebroken tot maandag 7 februari 1757. De langdurige en intense koude is ook voor de  inwoners van Lobith een enorme kwelling.

1757    Op zondag 30 januari ziet men op het Gelders eiland de eerste tekenen van ijsgang. Het opgestuwde water stijgt daardoor zo hoog dat het nog dezelfde dag twee voet over de dijk loopt en de dijk ter hoogte van de Pannerdenschen Waerd breekt. Ruim een week later op 9 februari breekt de Herwense dijk op vijf plaatsen tegelijk door als gevolg van het opnieuw kruiende ijs. Ook bij Pannerden volgen nieuwe doorbraken. Ook de dijk bij Leuven, tussen Oud-Zevenaar en Groessen breekt in deze rampzalige maand.

Door vele dijkdoorbraken als gevolg van waterstuwing door het kruiende ijs staat in februari 1757 de Liemers grotendeels onder water. Velen vertoeven dagenlang op zolders of daken van hun huis. Ook gaan veel huizen door de watermassa verloren.

 

1758    Dysenterie slaat opnieuw toe in de Liemers; ondermeer Lobith (35 doden), Duiven (12 doden) en Zevenaar (10 doden) worden getroffen door deze besmettelijke ziekte, die vooral in de 18e eeuw een echte volksplaag is.


1758
    Tijdens de Zevenjarige Oorlog (1756 - 1763) bezetten Franse troepen in 1758 het Kleefse land, waartoe onder meer behoren Duiven, Groessen, Loo, Lobith, Zevenaar, Huissen, Malburgen, Lobith en Wehl. De bevolking heeft het zwaar te verduren en leeft op de rand van de hongersnood. Toch eisen de bezetters bij voortduring brood, graan, meel stro, hooi, brandhout en inkwartiering. Ook worden bewoners gesommeerd voor de bezetters te werken. Boeren en landarbeiders worden opstandig en velen vluchten voor het oorlogsgeweld naar de republiek.

De Kleefse enclaves. (Uit: Graswinckel, De rechterlijke archieven der voormalige Kleefsche enklaves, 1543 - 1816, 's-Gravenhage, 1927)

 

1763    De Zevenjarige Oorlog eindigt met de Vrede van Parijs. Pruisen is door de oorlog uitgeput; ontstellende armoede is het gevolg. Bovendien heeft een half miljoen soldaten en burgers, ongeveer 10% van de bevolking, het leven verloren; desondanks is de machtspositie van Pruisen in Europa voor lange tijd verzekerd maar daar heeft de gewone man in de Pruisische enclaves in de Liemers weinig aan. 

 

1764    In maart slaan de pokken toe: Tenminste tien mensen overleven de ziekte niet.

1770     Rampjaar. Van november 1769 tot mei 1770 overstroomt het Geldersch Eiland zeven keer. Bij een dijkdoorbraak in december 1770 wordt de helft van het dorp 't Loo weggevaagd.

 

 

 

 

 

                                                De afbeelding rechts laat een aantal doorbraken van Liemerse dijken zien in de 18e en 19e eeuw.

 


Voor het Gelders eiland en de gehele Liemers is 1770 door vele dijkdoorbraken een echt rampjaar.
 Vooral bij de onverwachte dijkdoorbraak op 2 en 3 december 1769 bij Oud-Zevenaar en Loo is het menselijke leed onvoorstelbaar.

1771    In het voorjaar regent het gedurende vijf weken onophoudelijk waardoor ook Lobith met een ernstige wateroverlast te maken heeft.

1771    Friedrich II (1712-1786) koning van Pruisen verleent op 1 oktober 1771 aan de Rooms-Katholieken te Lobith het recht een eigen kerkgebouw te stichten op de plaats van het voormalige tolhuis en een priester aan te nemen. Voordien zijn de katholieken uit Lobith genoodzaakt voor het vervullen van de kerkelijke plichten naar Huis Aerdt of Elten te gaan. Sommigen gaan zelfs per roeiboot de Rijn over om naar de kerk te Bimmen of Keeken te gaan.

 

De Martinuskerk in Bimmen, stammend uit het eind van de 15e eeuw, is een van de kerken waarvan de Lobithse katholieken gebruik maken; in deze tijd heeft Lobith zelf nog geen R.K. Kerk.
.
In 1775 komt in Lobith als eerste missionaris de in Emmerich geboren pater Schonenbosch, vergezeld van broeder Humilis uit Gennep.
Wat zij in Lobith aantreffen staat in de parochiegeschiedenis: "Deze mannen vonden het hier zeer desolaat, want meenige wisten niets van God of zijn gebod. Zommige van 17, 18, 19 jaaren waaren nog zelden in de kerk geweest. Na de onwetendheid waar en ook de zeeden van de menschen, die zo verwildert waaren, dat ze wilde menschen genoemt wierden ".

 

 

1772    De pokken eisen in de herfst opnieuw hun tol in Lobith: Vier sterfgevallen.

1775    In Lobith vindt de Sacramentsprocessie, op de zondag na Hemelvaart, voor het eerst plaats. Dit betekent dat deze processie inmiddels al bijna 240 keer heeft plaats gevonden. Deze traditie, begonnen in 1775, vormt nog altijd de opening van de jaarlijkse kermis en schuttersfeesten. 

1776    In Lobith legt pater Beugeman de eerste steen voor de nieuwe R.K. kerk. Door vele problemen vindt de echte bouw van de kerk pas plaats in de jaren 1784 - 1787.   

1776    Het Bijlandsch Kanaal, een drie kilometer lange waterweg tussen Tolkamer en Millingen aan de Rijn, komt gereed. Het kanaal, dat is gegraven in de periode tussen 1773 en 1776 en dwars door de Bijlandsche Waard loopt, dient ter afsnijding van een scherpe bocht in de Waal. Met deze aanleg beoogt het gewest Gelre niet alleen de scheepvaart van dienst te zijn maar vooral ook  het rivierwater beter te kunnen reguleren waardoor overstromingen kunnen worden voorkomen.


    

1780    De uit het Limburgse Heijen afkomstige Hermanus van der Meir wordt pastoor van de R.K.. parochie Lobith. Hij blijft echter slechts korte tijd in functie want op 16 augustus 1782 overlijdt hij aan "rotkoortsen" (dysenterie), een in deze tijd veel voorkomende besmettelijke darmaandoening. Na zijn dood zit Lobith enige tijd zonder pastoor omdat onenigheid ontstaat over zijn opvolging.

1782
    Tot de dodelijke slachtoffers van een dysenterie-epidemie (dysenterie is een ernstig infectieuze darmaandoening, die in de volksmond ook rotkoorts(en) en rode loop wordt genoemd) behoort de Lobithse pastoor Van der Meir, die op 44-jarige leeftijd sterft. 

1784    Een felle en langdurige vorstperiode zorgt dat de rivieren tot op de bodem met ijs bedekt zijn. In februari zet de dooi in en in de middag van 29 februari breken bij Spijk dijken door. Een dag later zijn er dijkdoorbraken in Oud-Zevenaar. Begin maart staat een gebied tussen 's Heerenberg en Doesburg onder water.

1785    Ongeveer tien personen in Lobith sterven in de tweede helft van het jaar als gevolg van de pokken. Andere jaren met dodelijke slachtoffers als gevolg van de pokken zijn 1790 (10), 1795 (?), 1799 (?), 1808 (11), 1848 (5), 1871 (4) en 1872 (1).   

1788    Om verspreiding van ziekten te voorkomen bepaalt de Kleefse overheid op 11 april dat voortaan twee begrafenisgebruiken achterwege dienen te blijven te weten:
                    - het afleggen van het lijk door een groot aantal vrouwen uit de verre omtrek
                    - het meerijden van vele vrouwelijke familieleden op de lijkwagen.

1789    De winter van 1788-1789 verloopt extreem koud. Met de winter van 1708-1709 is deze winter de aller-koudste winter van de 18 eeuw. Mens en dier gaan gebukt onder de extreme koude en de gevolgen daarvan.

1789    Op de eerste zondag van de advent kan de nieuwe R.K kerk in Lobith eindelijk feestelijk ingezegend worden door pater Strijthout. Door diverse problemen is de bouw van de kerk waarvoor reeds in 1771 toestemming is verleend vele jaren vertraagd.   

1790
    Opnieuw een tiental dodelijke slachtoffers in Lobith door de pokken.

1792    Het aantal inwoners van de gehele Liemers, inclusief de heerlijkheid Wehl, is gedaald tot 4.400. In Zevenaar-stad wonen nog 900 mensen waar dat enige decennia eerder nog 1.300 bedroeg. Een belangrijke oorzaak van de bevolkingsafname is dysenterie; een infectieuze darmziekte die gepaard gaat met een hevige bloederige diarree en daarom in de volksmond "rode loop" wordt genoemd.   

1795    Opnieuw zijn er in Lobith pokkenslachtoffers te betreuren. .   

1799    Op donderdag 31 januari begint het water in de Rijn te kruien en enkele dagen later komt ook de kom van het dorp Lobith onder water te staan. De schade is aanzienlijk. De watersnood kan nauwelijks op een slechter moment komen omdat ook een pokkenepidemie slachtoffers maakt.

1800    Op zondag 9 november veroorzaakt een hevige storm veel schade in de Liemers

1802    In de zomer van 1802 wordt het in de regio bekend dat de Kleefse enclaves (met o.a. Zevenaar, Lobith, Duiven, Groessen, Loo, Huissen, Malburgen en Wehl) op termijn over zullen gaan naar Nederland. Velen  overvalt dit bericht en vrijwel alle hoofdgeerfden van de streek richten zich in een verzoekschrift tot de koning van Pruissen om in het belang van de ingezetenen de enclaves te behouden. Voorstanders van de overgang naar Nederland zijn er echter ook. Zij worden aangevoerd door de Zevenaarse Carel Herman van Nispen. 

1803
    Op woensdag 23 februari breekt de dijk bij de Pannerdense molen.  Het water dat op vele plaatsen in de Liemers schade veroorzaakt zoekt een uitweg in de richting van  Angerlo en Doesburg. In Lobith komt het water  in de huizen 14 duim hoog te staan.

De omgeving van de Pannerdense molen in 1742

Bij deze molen vindt de dijkdoorbraak in 1803 plaats.
 

1804    In januari 1804 wordt Franciscus Reiffenscheidt predikant van de Evangelische Gemeente in Lobith. Aanvankelijk is hij Franciscaner monnik maar in 1776 bekeert hij zich tot het protestantisme en wordt in 1780 predikant in het naburige Kervenheim, waar hij blijft tot zijn komst naar Lobith in 1804.
Reiffenscheidt maakt zich onder de overwegend katholieke boeren van Lobith gehaat omdat hij voor zowel de Franse als later de Pruisische legers de inkwartiering en de verplichte leverantie van voedsel regelt. Medio februari 1817 wordt hem dit noodlottig. Onbekenden bellen dan aan bij de Evangelische pastorie in Lobith. De huishoudster, de 58-jarige Margaretha Ruetten, die open doet, wordt met pistoolschoten op slag gedood. Dominee Reiffenscheidt wordt levensgevaarlijk verwond en overlijdt bijna twee weken later op 26 februari 1817. De moordenaars zijn nooit gevonden. Vermoedelijk betreft de moord een politieke wraakneming. 

1808    In de eerste maanden van het jaar eisen de pokken opnieuw hun tol. Elf doden zijn te betreuren.

1808    Lobith wordt in 1808 ingedeeld bij de gemeente Elten, die tot het Groothertogdom Berg behoort. De veranderingen volgen elkaar snel op want in februari 1811 wordt Lobih gevoegd bij de nieuw gevormde gemeente Herwen, die tot het arrondissement Tiel behoort. 

1809    Weer een kolossale watervloed in de Liemers. Na een strenge vorstperiode veroorzaakt begin januari een ijsstopping in het Bylants kanaal een enorme vloed door de Oude en Neder-Rijn, waardoor de dijken de enorme druk niet weerstaan en op twee plaatsen te weten bij de Toetenburg onder Ooy en bij 't Loo doorbreken. Op 13 januari is het Liemerse land daardoor een grote met ijs beladen watervlakte waarin door een hevige storm ontwortelde bomen en daken van verwoeste huizen voortdrijven. Een nieuwe vorstperiode verandert het land vervolgens in een onafzienbare ijsvlakte.

   

IJsgang tussen Arnhem en Westervoort in de louwmaand (januari) 1809. Rechts is de stad Arnhem met de Walburgiskerk te zien.
Op 3 januari 1809 raast een hevige sneeuwstorm over de Liemers, waarna de winter in alle hevigheid toeslaat. Rond de Pley bij Westervoort ontstaat een ijsmassa, die zowel de IJssel als de Rijn afsluit, waardoor stroomopwaarts de Liemerse bandijk van Oud-Zevenaar tot Westervoort onder zware druk komt.  Op vrijdagochtend 13 januari om 7.30 uur begeeft de dijk het bij Ooy in de buurt van Toetenburg. Enige uren later breekt de dijk bij de Loowaard door. In korte tijd staat de gehele Liemers onder water. Zelfs in het relatief hoog gelegen centrum van Zevenaar-stad staat het water meer dan 1 meter hoog. 

 


1810    Na de watersnood van 1809 wordt serieus overwogen een kanaal door de Liemers van Pannerden naar Doesburg te graven en de Nederrijn definitief te sluiten. Men gaat er van uit dat de oplossing voor alle (overstromings)problemen een afleiding van het Rijnwater, via de Liemers en de IJssel, naar de Zuiderzee is. 

1811    Lobith, dat tot de gemeente Elten behoort, wordt in februari 1811 gevoegd bij de nieuw gevormde gemeente Herwen. De Eltense burgemeester J.W. Mosterd is hier hevig ontsteld over en doet er alles aan om Lobith bij Elten te houden. Een keizerlijk decreet van 21 oktober 1811 bevestigt echter dat Lobith tot de gemeente Herwen behoort. De burgemeester van Elten geeft de strijd nog niet op en drijft het conflict op 26 maart 1812 op de spits door de Eltense gendarmerie opdracht te geven ambtenaren van de gemeente Herwen, die in Lobith werkzaamheden verrichten, te arresteren. Uiteindelijk verliest burgemeester Mosterd de hoog opgelopen ruzie omdat aan een keizerlijk decreet niet valt te tornen. 

1812     De burgemeester van Elten weigert te accepteren dat Lobith geen deel meer uitmaakt van zijn gemeente. Op donderdag 26 maart 1812 drijft hij het conflict op de spits door  de Eltense gendarmerie opdracht te geven om ambtenaren van de gemeente Herwen, die in Lobith werkzaamheden aan het verrichten zijn, te arresteren. De burgemeester van Herwen waartoe Lobith sedert 1811 formeel behoort, protesteert uiteraard hevig en uiteindelijk moet de Eltense burgemeester het onderspit delven. Voor de bevolking zijn het verwarrende tijden. 

1813   Het Spyckse veer over de Rijn, tussen de op de rechter rivieroever gelegen plaatsen Lobith en Elten en het op de andere zijde gelegen Spyck bij het stadje Griethausen, dient eind oktober en begin november 1813 als vluchtweg voor Franse ambtenaren en hun gezinnen na de Volkerenslag bij Leipzig.     


Het Spyckse veer met op de achtergrond Laag- en Hoog-Elten (Johannes Leupenius, 1741)


1814    Dominee Reiffenscheidt, predikant van de Evangelische Gemeente in Lobith, maakt zich gehaat onder vooral de boerenbevolking. In mei 1814 wordt door zijn tussenkomst, zonder enig overleg, Pruisische soldaten, die Lobith zijn binnengetrokken bij boeren ingekwartierd. Burgemeester O.M. baron van Hugenpoth tot Aerdt beklaagt zich hierover bij de Gouverneur.
Eerder in 1813 had Reiffenscheidt zich ook al de woede van de overwegend katholieke boeren op de hals gehaald door eigenzinnig de inkwartiering en verplichte foerage van Franse soldaten te regelen. Medio februari 1817 worden deze gedragingen hem noodlottig. Onbekenden bellen dan aan bij de Evangelische pastorie in Lobith. De 58-jarige huishoudster, Margaretha Ruetten, die open doet, wordt met pistoolschoten op slag gedood. Dominee Reiffenscheidt wordt levensgevaarlijk verwond en overlijdt bijna twee weken later op woensdag 26 februari 1817. De moordenaars zijn nooit gevonden. Vermoedelijk betreft de moord een politieke wraakneming. 

1815   Het Weense Congres besluit dat het gebied tussen Emmerick en de (huidige) grens Duits wordt, in ruil voor de Duitse enclaves Wehl, Liemers en Huissen, die tot Nederland gaan behoren. Lobith en Spijk worden vergeten en komen korte tijd later bij Nederland.

1816    Uitgezonderd enkele dagen in augustus regent het in 1816 van half mei tot in november vrijwel onafgebroken. De Liemers verandert in een moeras. Ook in Lobith gaat de oogst (tarwe, rogge, gerst, aardappelen en tabak) volledig verloren. De schade is onvoorstelbaar en wordt bovendien nog versterkt door het volledige gebrek aan gras als voedsel voor het vee. Bittere armoede is het gevolg en veel mensen voeden zich met voedsel dat onder normale omstandigheden aan varkens gegeven wordt. 

1817   Nadat het gehele jaar 1816 het extreem slechte weer ook in Lobith voor enorme problemen zoals honger en armoede heeft gezorgd, verschijnt medio maart 1817 de zon, die zich daarvoor in dertien maanden vrijwel niet heeft laten zien. Het gewone klimaat keert eindelijk weer terug. 
Pas in de loop der 20e eeuw hebben wetenschappers vastgesteld dat de tijdelijke klimaatverandering, die de wereld in 1816 heeft gekweld, het gevolg is van de enorme vulkaanuitbarsting van de Tambora op het eiland Sulawesi in de Indonesische Archipel. Aan het begin van de 19e eeuw duurt het maanden tot jaren voordat nieuws van de andere kant van de wereld onze omgeving bereikt maar ook als men het toen eerder geweten had zou niemand een verband gelegd hebben tussen de vulkaanuitbarsting en de tijdelijke klimaatverandering.
 

1817    Op 1 maart worden Lobith, Spijk, 's-Gravenwaard, Bielandse Waard en Kiefwaard alsnog bij het Koninkrijk der Nederlanden gevoegd.

1817    De gemeente Lobith, ontstaan bij de overgang naar het Koninkrijk der Nederlanden, verliest reeds na 9 maanden haar zelfstandigheid en wordt samengevoegd met de gemeente Herwen en Aerdt. Tot 1816 heeft het gebied rondom Lobith vele eeuwen tot de Pruisische ambten Kleverham en Emmerich behoort. 

1821    De dijk rondom het dorp Lobith wordt met drie voet verhoogd, waardoor het aantal overstromingen aanzienlijk vermindert. Toch zal de kom van het dorp nog wel onderstromen zoals in 1920 en 1926 gebeurt.

1822    Omstreeks deze tijd zijn er veel landverhuizers, die vanuit Pruisen over de Rijn via Rotterdam naar Amerika emigreren. Aan de grens bij Lobith-Tolkamer is er voor hen in verband met de controle van paspoorten en andere douaneformaliteiten vaak een langdurig oponthoud. Om deze wachttijd te overbruggen, neemt in de zomer van 1822 een emigrant, Gerhard Rosmohler uit Repeln (Pruisen), een duik in het zwemwater. Hij geraakt echter in een draaikolk en verdrinkt. De tragiek van dit incident wordt nog vergroot doordat een of meer van de mede-emigranten zijn achtergelaten kleding, horloge en geld steelt. Het gevolg is dat burgemeester Van Staa alleen de zilveren ringen, die Gerhard in zijn oren heeft, naar zijn familie in Pruisen kan terugsturen.

1823    Op dinsdag 25 maart 1823 wordt de dertienjarige Richard Daams gevonden in de toren van de katholieke kerk in Lobith: "hangende met het hoofd in het touw van de kerkklok". Schout Van Staa waarschuwt onmiddellijk rechter P.C. van Woelderen in Zevenaar. Men gaat er vanuit dat de jongen per ongeluk of met opzet zich verhangen heeft. Richard, zoon van visser Derk Daams en Helena Verhoeven, die op Tolkamer een tapperij hebben, wordt op donderdag 27 maart op het R.K. kerkhof in Lobith begraven.

1823    Schoolmeester Gerrit Pauwels van de '"catholijke" (katholieke) school in Lobith verdwijnt plotseling uit het dorp. Het sterke gerucht gaat dat meester Pauwels "sodemieterij" bedreven heeft en dat hij naar Elten is gevlucht. Uiteindelijk blijkt er te weinig betrouwbaar belastend materiaal en veel getuigenissen zijn vaag en weinig concreet. De Officier van Justitie ziet daardoor af van vervolging. Pauwels keert vervolgens terug op school maar de meeste leerlingen blijven weg. 
Meester Gerrit Pauwels blijft zijn hele leven ongehuwd en overlijdt op 27 oktober 1854 op 60-jarige leeftijd.

1823    Bij de begeleiding van bedevaartgangers naar Kevelaer wordt pater Ignatius Greving getroffen door een ziekte, die hem fataal wordt. De pas 39-jarige Greving, sedert 1820 R.K pastoor in Lobith, overlijdt op maandag 29 september 1823 en wordt donderdag 2 oktober begraven voor de ingang van de grote kerkdeur, een plaats die hij bij leven heeft uitgekozen. 
Pastoor Greving heeft tijdens zijn korte pastorale periode in Lobith veel activiteiten ontplooit. Zo hebben kerk en pastorie een noodzakelijke opknapbeurt gehad. Voor de opluistering van de kerkdiensten heeft hij een zangkoor gevormd, waarvoor hij in Nijmegen voor 300 gulden een "welluidend kabinetorgel" heeft gekocht.

1825    In plattelandsgemeenten wordt de titel van schout (voor het hoofd van de gemeente) veranderd in die van burgemeester.

De Liemers en omgeving uit een aardrijkskundig schoolboek door J.van Wijk Roelands Zoon uitgegeven door H.C.A. Thieme te Zutphen in 1827. Lobith staat expliciet vermeld..

 

1826     Frederik Lang, die in 1817 is aangesteld als gemeenteveldwachter in Herwen en Aerdt, wordt op 9 november 1826 door de Gouverneur van Gelderland in zijn functie geschorst. Korte tijd later volgt zijn ontslag nadat hem een gevangenisstraf van een jaar is opgelegd voor belediging.

Frederik Lang, die in 1765 is geboren in Weilburg, woont en werkt als timmerman te Lobith wanneer hij in 1817 als gemeenteveldwachter wordt aangesteld tegen een jaarwedde van honderd gulden. De eerste jaren doet Lang zijn werk nog redelijk naar behoren maar zijn alcoholverslaving vormt een steeds groter wordend probleem. Ondanks vele vermaningen gaat het steeds verder bergafwaarts. Wanneer hij in 1826 de burgemeester in het openbaar grovelijk beledigt, is de maat vol en volgt ontslag.

 

1828     Op zondag 18 mei 1828 is er tijdens de processie, die jaarlijks ter gelegenheid van de opening van de kermis- en schuttersfeesten en ter herinnering aan de inwijding van de R.K. kerk plaatsvindt, een ordeverstoring. De protestante belastingontvanger O.A.D. Huijgens loopt op die dag op de Boterdijk in Lobith met zijn vrouw en kind de processie respectloos tegemoet. Bij burgemeester Van Staa wordt over het incident een klacht ingediend. Huijgens verklaart tegenover de burgemeester echter dat hij in het gedrang van de passerende volksmenigte zijn vrouw en kind, die bang zijn geworden voor het vreemde volksgebeuren, is kwijtgeraakt en dat dit zijn gedrag verklaart. Burgemeester Van Staa ziet geen redenen om aan deze visie van zijn geloofsgenoot te twijfelen hoewel de deelnemers aan de processie het gedrag van Huijgens geheel anders hebben ervaren. De burgemeester besluit de zaak te seponeren.

 

1830     De Belgische opstand leidt tot afscheiding van Belgie van Nederland. 
Koning Willem I roept ook in de overwegend katholieke Liemers (jonge)mannen op voor actieve militaire dienst. Velen voelen er echter weinig voor om voor een protestante vorst te vechten tegen het katholieke Belgie. Dit leidt tot grote onrust. In Lobith trekt een groep jongemannen door het dorp, die dreigt het gemeentehuis in brand te steken. De gouverneur van Gelderland stuurt daarop 90 soldaten om de rust te herstellen. Honderd (jonge)mannen, die vervolgens worden gedwongen in militaire dienst te gaan, deserteren in de winter van 1830 - 1831. Velen van hen vluchten naar Pruisen.

1838    Op Driekoningen (6 januari) begint het plotseling streng te vriezen, waarbij de strenge vorst tot Pasen aanhoudt zodat "men op die feestdag op het ijs der rivier nog eyeren heeft gegeten".

1839    In het najaar richt een hevige storm veel schade aan. Ook de katholieke kerk in Lobith loopt flinke averij op.

1839    In de gemeente Herwen en Aerdt, waartoe Lobith behoort, vestigt zich in december 1839 voor het eerst in de geschiedenis een universitair opgeleide medicus. Het is dr. Wilhelm Anton Letterhaus (1815 - 1849) uit Munster, die een medische praktijk start in Lobith.  De praktijk verloopt niet bepaald succesvol en er zijn vele klachten omdat dr. Letterhaus kampt met een alcoholverslaving en mede daardoor op de jeugdige leeftijd van 33 jaar op donderdag 12 april 1849 overlijdt.

1843    In Lobith bestaat al een bewaarschool. Deze wordt geleid door de voormalige schoolmeester Jan Pauwels, die de gemeente in 1823 wegens onzedelijk gedrag is ontvlucht, maar nadien weer is teruggekeerd.

1844    Arnold, Gijsje en Leida, 13, 11, 8 jaar, kinderen van Willem Janssen uit Oud-Zevenaar, zakken op donderdagavond 15 februari door het ijs van de Oude Rijn en verdrinken. Hun lichaampjes worden op zondag 18 februari gevonden  op de Ossenwaard, tegenover de zogenaamde Kijkuit, nabij Lobith.

1844    Dominee Lamping en kapelaan Verhey organiseren een gezamelijke huis-aan-huis collecte ten behoeve van de allerarmsten. De relatief grote opbrengst (meer dan driehonderd gulden) toont de grote nood.

1845    Overvloedige regenval heeft tot gevolg dat meer dan 75% van de oogst verloren gaat. De aardappelteelt verrot vrijwel volledig.

1846    Door de aardappelziekte gaat opnieuw een groot deel van de aardappeloogst verloren. Omdat bovendien ook de rogge- en tarweoogst door een muizenplaag mislukken is er een groot voedseltekort.

1847    De overheid roept 2 mei uit tot algemene biddag. Na twee eerdere jaren met een mislukte aardappeloogst is er opnieuw, door de aardappelziekte alsmede de hoge graanprijzen, een ernstig voedseltekort. Op diverse plaatsen is er onrust onder de bevolking. 

1848    In de laatste maanden van 1848 en het begin van 1849 veroorzaken de zogenaamde "pestpokken" een vijftal doden; de pokken zijn met bloed gevuld en hebben  zwarte korsten. 

1849    Op donderdag 12 april 1849 overlijdt onder behoeftige omstandigheden dr. Letterhaus (1815 - 1849). Hij gaat de geschiedenis in als de eerste universitair opgeleide medicus van de gemeente Herwen en Aerdt, waartoe Lobith behoort. Hij heeft zich tien jaar eerder in Lobith gevestigd maar kampt in de jaren daarna in toenemende mate met een ernstig alcoholprobleem waardoor zijn medische praktijk verre van succesvol is verlopen.

1849    In de periode van 20 juli tot 9 augustus heerst cholera in Lobith. Twaalf personen sterven als gevolg van de aandoening.
Wanneer de Lobithse pastoor A. Verhey ontdekt, dat alle dodelijke slachtoffers een door de Zevenaarse geneesheer dr. B. Hopma voorgeschreven medicijn hebben gebruikt, raadt hij zieken met klem aan om geen geneesmiddelen meer te gebruiken, maar voortaan (vijfmaal per dag) een glas wijn te drinken.  

1850    De gemiddelde levensverwachting in de Liemers bedraagt 34 jaar; dit is in het bijzonder het gevolg van de grote kindersterfte.

1850     Ook in de tweede helft van de negentiende eeuw gaat de industriele revolutie vrijwel volledig voorbij aan de Liemers. 

1851    In Lobith vestigt zich de arts Jacob Gefken (1814 - 1881). Hij is de tweede universitair opgeleide medicus in de geschiedenis van Lobith. Dr. Gefken, die in 1845 in Leiden is gepromoveerd, volgt de twee jaar eerder overleden Wilhelm Letterhaus op. Dr. Gefken blijft maar kort in Lobith want in 1853 vertrekt hij naar Millingen.  

1853    In Nederland en dus ook in de Liemers wordt de (R.K.) kerkelijke hierarchie hersteld. Als eerste aartsbisschop wordt monseigneur J. Zwijsen benoemd.

1853    In de periode september - oktober overlijden in Lobith vier mensen aan de gevreesde cholera (braakloop).

1854    Op een bevolking van 2.533 personen in de gemeente Herwen en Aerdt moet meer dan de helft "van den arme" worden gesteund; ook dit is weer zo'n voorbeeld dat de "goede oude tijd" in feite nooit bestaan heeft.    

1854    Op Eerste Kerstdag 1854 omstreeks 17.50 uur roeit sloeproeier Gradus Publiekhuijsen (1808 - 1854) in zijn roeiboot naar de stoomboot "Stad Bonn", die op de Rijn voor Lobith-Tolkamer ligt om uitgeklaard te worden. Gradus moet de aan boord zijnde douaneambtenaren ophalen. Op weg naar de stoomboot slaat zijn roeiboot op de ruwe Rijn om. Hoewel Gradus zich nog wel kan vastklampen aan zijn boot en luidkeels roept, komt hulp te laat. Door de kou bevangen moet hij loslaten. Pas ruim een half jaar later op 3 juli 1855 spoelt zijn stoffelijk overschot aan bij Pannerden. Hij wordt twee dagen later op 5 juli op het R.K. kerkhof in Lobith begraven.    

1855    Door ijsopstopping breken 3 maart de Rijndijken bij Bislich (in de omgeving van Wesel). Grote delen van de Liemers staan in maart 1855 blank. Ook Lobith en Tolkamer gaan gebukt onder de watersnood.

 

IJsgang op de IJssel voor Westervoort in 1855

1857    In het najaar, na een uitzonderlijk droge zomer, sterven twintig personen aan dysenterie (hevige bloedende buikloop, die in de volksmond "rode loop" wordt genoemd).

1858    Verschijning van Maria in Lourdes; ook op de overwegend katholieke bevolking van de Liemers maakt dit diepe indruk.  

1858    De Lobithse pastoor Verheyen viert zijn 25-jarig priesterfeest. Als cadeau ontvangt hij van zijn parochianen onder meer een nieuw "slaguurwerk" in de kerktoren, dat door klokkenmaker P. Oppen uit Leuth voor de som van vierhonderd gulden wordt gemaakt. Aan drie zijden van de toren worden eikenhouten wijzerborden met koperen cijfers en wijzers aangebracht. Tijdens de processie op kermiszondag gaat het nieuwe uurwerk voor het eerst lopen en slaan.

1859    Op maandag 7 februari 1859 worden de arbeiders Gerrit de Bruin (33 jaar) en Theodorus Schreven (31 jaar) in Lobith bekeurd omdat ze uit louter balorigheid met vuurwapens schieten. Zij worden  twee dagen opgesloten in het Huis van Bewaring te Zevenaar. Cipier Lieven brengt de gemeente Herwen en Aerdt, waartoe Lobith behoort, daarvoor een gulden in rekening.

1859    In het provinciaal verslag over 1859 wordt gemeld dat in de "geheele Lijmers, zooals doorgaans weinig heerschende ziekten zijn voorgekomen". Het wordt toegeschreven aan de "gezond ligging" van deze streek.

1861    In de periode 1861 tot 1885 moet de gemeente Herwen en Aerdt, waartoe Lobith behoort, het stellen zonder een eigen arts. De inwoners van Lobith zijn bij ernstige ziekte aangewezen op een arts uit een naburige gemeente (Elten, Zevenaar, Kleef).

1866
    In de nazomer sterven twee mensen uit Lobith aan de gevreesde cholera (braakloop). Door afwezigheid van de plaatselijke arts moeten zieken de hulp inroepen van een arts uit het naburige Elten.  

1867    Door runderpest gaat het grootste deel van de veestapel verloren. Ook de oogst is slecht waardoor 1867 als rampjaar ervaren wordt.


De gemeente Herwen en Aerdt in 1867
De gemeente waartoe ook Lobith behoort, heeft dan 2.925 inwoners en beslaat een grondoppervlak van 3.356 hectare.

1868    Extreme droogte in de Liemers veroorzaakt voedseltekort.

1868    Op dinsdag 18 augustus breekt brand uit in de naast de R.K pastorie in Lobith gelegen woning van de familie Stokman. Het huis, waarin ook het gemeentesecretarie is gevestigd, brandt mede aangewakkerd door een felle wind volledig af. Ternauwernood kan met "vereende krachtsinspanning der parochianen" de pastorie behouden worden.

1869    Smokkelen is een vergrijp dat door de inwoners van de Liemers en ook van Lobith over het algemeen niet als zodanig ervaren wordt. De overheid denkt daar echter volstrekt anders over. Regelmatig worden smokkelaars betrapt en de opgelegde straffen zijn hoog. Zo krijgt in 1869 de 41-jarige schrijnwerker Heinrich Horn een gevangenisstraf van twee weken nadat hij betrapt wordt bij de ongeoorloofde invoer van anderhalve liter gedestilleerd en een halve kilo vlees.

1871    Door de "pestpokken" overlijden in de zomermaanden vier mensen; in 1872 valt nog een dodelijk slachtoffer.

1872    In Lobith gaat een nieuwe openbare school met drie klaslokalen van start. Voor de ruim tweehonderd kinderen zijn er naast het schoolhoofd slechts twee onderwijzers en een onderwijzeres. Vier leerkrachten, die in drie lokalen met elk ongeveer 70 leerlingen, kinderen leren lezen, schrijven en rekenen. Een weinig ideale situatie maar het is al een aanzienlijke verbetering ten opzichte van de situatie op de inmiddels opgeheven katholieke school.

1873    Gedurende de maanden augustus en september sterven zeven mensen aan dysenterie. Het zal de laatste keer zijn dat de aandoening in Lobith ernstig toeslaat

1875    Op zaterdagochtend 4 december komt op tragische wijze een eind aan het leven van Gradus Struggelaar, koetsier te Lobith. Die ochtend zakt hij op de Oude Rijn nabij de Houberg door het ijs en verdrinkt.

1878    H.H. Boekhorst, tapper in Lobith, krijgt een proces-verbaal omdat hij zonder vergunning muziek in zijn gelagkamer ten gehore heeft gebracht.  

1879    Salomon Northeimer (1852 - 1933) opent in 1879 een slagerij in Lobith - Tolkamer. De zaken gaan goed en reeds in 1886 verruilt hij zijn huurpand voor een eigen winkel-woonhuis. 
Begin 1919 besluit Salomon om met pensioen te gaan maar het duurt nog tot de zomer van 1920 voordat hij de slagerij ook werkelijk aan zijn zoons overdraagt. 

 


Slagerij Gebroeders Northeimer in Lobith -Tolkamer (1925)

1882    In mei vindt tijdens een verblijf van een rondtrekkend Joods circus in Lobith een uiterst tragisch incident plaats. Salomon Schuitenvoerder, zoon van de circusdirecteur hangt zich op en aangezien een begrafenis op de Lobithse drenkelingenbegraafplaats niet mogelijk is, vraagt de ontgoochelde vader toestemming aan de Zevenaarse burgemeester Christjani om zijn zoon daar te mogen begraven. Na een aanvankelijke toestemming wordt dit echter geweigerd. Tenslotte krijgt de vader wel toestemming van de burgemeester van de gemeente Bergh waarna de begrafenis aldaar kan plaatsvinden. 

1884    Tussen 1878 en 1895 treft een enorme landbouwcrisis Europa. Deze is het gevolg van import van goedkope landbouwproducten uit de Verenigde Staten en Canada waardoor prijzen sterk dalen en veel boeren landarbeiders ontslaan. Werkeloosheid en armoede nemen sterk toe. Een aantal mensen, ook uit onze omgeving, besluit onder druk van de omstandigheden voor werk naar het buitenland te vertrekken zoals naar het Duitse Ruhrgebied en de Verenigde Staten. Voor sommigen is dit vertrek tijdelijk, anderen vertrekken definitief.

1885     Omstreeks 1885 zijn er opvallend veel tyfusslachtoffers in de omgeving van de Hervormde pastorie in Lobith. Op initiatief van de bewoner van de pastorie, ds Van Veen, die vermoedt dat de naastgelegen begraafplaats de bron de de tyfusinfectie is, besluit Gedeputeerde Staten (G.S.) van Gelderland de begraafplaats te sluiten. Het gemeentebestuur, bevreesd voor financiele schade gaat echter met succes bij de Kroon in beroep tegen het sluitingsbesluit van G.S. Mede hierdoor blijft tyfus nog decennia een vrijwel jaarlijks terugkerend probleem. Het duurt tot na 1945 alvorens de gevreesde ziekte in de gemeente (vrijwel) helemaal tot het verleden behoort. 

1886    In Lobith wordt in 1885 / 1886 de oude R.K. Kerk afgebroken. Op donderdag 5 juli 1886 wordt de eerste steen gelegd voor een nieuwe R.K. Kerk.


De oude R.K. Kerk in Lobith juist voor de afbraak
In 1886 wordt deze kerk vervangen door een nieuwe kerk (bouwmeester Alfred Tepe).

1887    Op donderdag 17 maart 1887 brandt de Lobithse molen volledig af. Een jaar later volgt herbouw maar op vrijdag 18 juli 1930 wordt de molen van de heer P. Sommerdijk wederom door brand verwoest.

 

 

 

1887    In Lobith-Tolkamer wordt de nieuwe R.K. parochiekerk in gebruik genomen. Drie jaar later in 1890 is ook een nieuwe pastorie klaar. Deze is gebouwd aan het hoofdeind (altaarzijde) van de kerk, op de plaats waar in het verleden het kostershuis heeft gestaan.

 

 


1888    De Tolhuys Coornmolen
wordt gebouwd ter vervanging van een afgebrande houten molen.

De Tolhuys Coornmolen is in 1888 gebouwd. Ruim 40 jaar later in 1930 zal een hevige brand de molen verwoesten. De molen is de jaren daarna hersteld met motoraandrijving, maar zonder  windaandrijving waardoor deze er vele decennia als kale romp bij heeft gestaan. In 1995 is de molen volledig in de oorspronkelijke toestand gerestaureerd en onder meer van een nieuwe kap en een wiekenkruis voorzien.

Foto omstreeks 2000 

 

 


1889    Aan het eind van de 19e eeuw worden langs veel wegen hoge palen, verbonden door draden, geplaatst. Op deze manier wordt communicatie per telegraaf mogelijk. Al snel wordt het kapot gooien van de witte geglazuurde potjes (isolatoren), die dienen ter isolering van de draden, een gewilde bezigheid onder jongeren. In januari 1889  maken de veldwachters Kroon en Gerrits uit Pannerden proces-verbaal op tegen de 13-jarige Pietje Holl, de 12- jarige Gerard Elfring en de 11-jarige Kupke Peters omdat zij isolatoren zouden hebben vernield. Burgemeester De Ras van Pannerden oordeelt echter dat er onvoldoende bewijs is want de veldwachters hebben het immers niet zelf gezien en hun proces-verbaal berust in feite alleen op een zeer sterke verdenking. Overigens vormt het kapot gooien van geglazuurde potjes in deze tijd wel een probleem want uit een inspectie blijkt dat van de 278 isolatoren langs de dijk tussen Pannerden en Lobith er 69 "door moedwil der voorbijgangers vernield" zijn.

1889    Omstreeks deze tijd beleeft de baksteenindustrie opnieuw een bloeiperiode. In de Liemers werken meer dan 1500 mensen in steenfabrieken. Dit zijn overigens niet alleen mannen maar ook vrouwen en kinderen. Van de ongeveer 700 arbeiders, die in de gemeente Herwen en Aerdt waartoe Lobith in deze tijd behoort, in de baksteenindustrie werken zijn 100 vrouwen, 70 jongens en 30 meisjes.  

1889      De scheepswerf van de gebroeders Bodewes gaat in Lobith-Tolkamer van start. In 1890 werken op deze werf al vijftig mannen en twaalf jongens, een jaar later negentig mannen en vijftien jongens.  

Lobith-Tolkamer kort na 1900. Op de achtergrond (links) het douanekantoor, rechts de schoorsteen van de steenfabriek van Daams. 

1890     Aan de oostzijde van de enkele jaren eerder gebouwde R.K kerk wordt in 1890 door de Utrechtse architect Alfred Tepe een pastorie gebouwd, die er in onze huidige tijd nog altijd staat (Dorpsdijk 51, Lobith). De pastorie wordt gebouwd op de plaats van het vroegere kostershuis en op de fundamenten van het Tolhuis dat hier in het verre verleden heeft gestaan.

1890     De winter van 1890 / 1891 is uitzonderlijk streng. De decembermaand spant de kroon want sedert het begin van de temperatuurmetingen in 1706 is het alleen in december 1788 nog kouder geweest.
Op 25 november 1890 gaat de wind uit het noordoosten waaien en dat is het begin van een langdurige strenge vorstperiode. De gemiddelde ijsdikte in sloten is in de loop van december ongeveer 65 cm., plaatselijk wordt zelfs een dikte van 70-80 cm. bereikt. Mens en dier gaan gebukt onder extreme koude. Op 19 december vriest bij Elten een grensbeambte dood.

1891     Tot ver voorbij het midden van de 20e eeuw wordt het ongehuwd zwanger zijn als een zeer grote schande ervaren. Dit blijkt bijvoorbeeld wanneer de ongehuwde 23-jarige Johanna Buunen uit Lobith half augustus 1891 van een doodgeboren kindje bevalt. Om dit geheim te houden begraaft zij het dode kind met hulp van haar moeder, die bij de bevalling aanwezig is geweest, in de tuin achter hun huis. Het geheim lekt echter uit en het lijkje wordt opgegraven. Grootmoeder Johanna van Buunen - van Kerken krijgt vervolgens een proces verbaal omdat zij de geboorte niet bij de burgerlijke stand heeft aangegeven en het lijkje niet op de daarvoor bestemde plaats is begraven. Moeder Johanna van Buunen trouwt in 1894 met Martinus Meijer en baart nog tien kinderen.

1891     Begin september vestigen zich R.K. kloosterzusters in Lobith. Zij stichten een meisjesschool annex bewaarschool, officieel Mariaschool geheten, die op 23 september haar poorten opent voor ongeveer 80 kinderen.

Meisjeschool (Mariaschool) in Lobith omstreeks 1930
De school, die van start is gegaan in 1891, is omstreeks 1913 te klein voor 150 leerlingen en wordt dan uitgebreid; dit gebeurt nogmaals in 1923, wanneer de school inmiddels 200 leerlingen telt.

1892    Vermoedelijk doordat hij door de duisternis is misleid raakt de koster van de R.K kerk in Lobith op donderdagdagavond 1 december 1892 te water en verdrinkt. Zijn lichaam wordt pas de volgende ochtend gevonden.

1893    In de zomer van 1893 overlijdt W.L Stokman, herbergier van Hotel de Leeuw in Lobith en vervoersondernemer. 
Met een rijtuig getrokken door een paard heeft Stokman jaren de vervoersdienst Tolkamer - Lobith - Elten onderhouden. Een enkele reis Lobith - Elten kost in deze tijd 25 centen en een retour 40 centen. Na zijn dood zet zijn weduwe het bedrijf voort.


Hotel de Leeuw in Lobith met weduwe Stokman

1893     Op 25 november 1893 vermeldt de Graafschapbode dat een felle uitslaande brand de kapitale boerderij  "De Vinkenhorst" op de Ossenwaard bij Lobith volledig in de as legt. Ook de gehele inboedel, waaronder goud- en zilverwerk, de oogst en vijf varkens gaan in de vuurzee verloren. Eigenaar van de boerderij is de heer Frits van Embden van wie algemeen bekend is dat hij in grote financiele problemen verkeert. Het sterke gerucht doet de ronde dat bij de brand opzet in het spel is maar burgemeester Christjani rapporteert aan de Officier van Justitie in Arnhem: "hoewel de oorzaak van de brand niet is te bestemmen acht ik kwaadwilligheid uitgesloten".

1894     Eind juli 1894 brengt een hevig noodweer gepaard met onweer, storm en slagregens grote schade toe aan de veldgewassen.

1895    Op woensdag 20 maart ontploft op de Rijn bij Griethausen/Tolkamer/Spijk het dynamiet-schip Reimer. Bij deze vreselijke ramp vallen 13 doden. Ook de materiele schade is in de zeer verre omgeving enorm; ondermeer in Spijk en Elten zijn huizen verwoest. In Tolkamer, Lobith, Elten, 's-Heerenberg en Emmerich zijn enorm veel ruiten gesneuveld. De ramp maakt een enorme indruk en is geruime tijd in het nieuws.

Bij lage waterstand zijn in 2005 op de Rijn nog de resten zichtbaar van het in 1895 ontplofte dynamietschip Reiner.

Na de ontploffing op 20 maart 1895 komen zelfs vanuit Heerlen, Tietjerk (Friesland) en M.Gladbach berichten omtrent "den gevoelden schok".
Het dynamiet in het schip in totaal 100.000 kg. is afkomstig van de kruitfabriek Porz in Keulen en is bestemd om vervoerd te worden naar de haven van Antwerpen; van daaruit zal het transport verdergaan naar de goudmijnen in Zuid-Afrika.
De Gelderlander van 25 maart 1895 bericht dat: "Het algemeen gevoelen is dat niet onvoorzichtigheid, maar verregaande roekeloosheid de oorzaak is van de dynamiet-catastrophe. Er is met de kisten omgesprongen, alsof het steenen waren." Gebleken is bovendien dat er op het kruitschip een kolenkachel gestookt wordt.
 


1895
    De gemeenteraad van Herwen en Aerdt ziet de fiets als een gevaar op de weg waartegen maatregelen overwogen moeten worden.


 

Christiaan Polman (over-overgrootvader van Sam, Simon en Sjef van Keulen) omstreeks 1900
De fiets is in die tijd nog een uitzonderlijk vervoermiddel en de gemeenteraad van Herwen en Aerdt is in 1895 voornemens maatregelen te treffen tegen het gevaar dat de fiets op de weg veroorzaakt.
Ook wordt in de begintijd van de fiets, voor 1900, fietsen door menigeen zelfs gezien als een losbandige bezigheid. 
 

1896    Opnieuw worden boeren getroffen door een epidemie van mond- en klauwzeer. Alleen al in de gemeente Herwen en Aerdt, waartoe Lobith in deze tijd behoort, moeten vele honderden runderen worden afgemaakt.

1897    Ook na de ramp op de Rijn in 1895 bij Griethausen/Tolkamer/Spijk met een dynamietschip, waarbij 13 doden zijn gevallen, blijft het vervoer van deze gevaarlijke stof plaatsvinden. Zo verleent de commissaris van de koningin in Gelderland aan vervoerder d' Harvant te Lobith toestemming om op 1 oktober 1897 met schipper H. Gerritsen in diens zeilschip, genaamd "Kehr-Wieder", over de Rijn en de Waal een partij dynamiet van 29925 kg, verpakt in 1330 kisten, te vervoeren naar Rozenburg om deze daar over te laden op het zeeschip "Winloe" met bestemming Engeland.

1898    Zoals vaak in de geschiedenis wisselen intens verdriet en feestvreugde elkaar af. In juni verdrinken in Lobith twee jongens bij het vangen van een karper (een derde jongen wordt met grote moeite gered) en in dezelfde zomer viert de Lobithse schutterij Eendracht Maakt Macht samen met tal van schutterijen uit de omgeving op grootse wijze haar 250-jarig jubileum. 

1898    Op vrijdag 24 juni 1898 bestaat de Lobithse schutterij Eendracht Maakt Macht (E.M.M) exact 250 jaar. Het jubileumfeest wordt op grootse wijze gevierd met tal van schutterijen uit de omgeving. Ook het weer werkt mee. Nadat het tevoren voortdurend koud en regenachtig is geweest, schijnt de zon tijdens de jubileumfeesten volop.

 

 

  

 

1899    Scheepsbouwer G.H. Bodewes, steenfabrikant Th. G.J. Daams en aannnemer G.H. van Hezewijk richten de "Lobithse Stoombootmaatschappij" op, die een vaste stoombootverbinding gaat onderhouden met Arnhem en Nijmegen. 

Tolkamer (1908): geheel links het douanekantoor en daarnaast de villa (met torentje) van Daams, medeoprichter van de "Lobithse Stoombootmaatschappij"
 

1900    Op 1 januari telt de gemeente Herwen & Aerdt, waartoe Lobith behoort, 3817 inwoners verdeeld over 1946 mannen en 1871 vrouwen. De bevolking is te groot voor het beschikbare werk in de directe omgeving.  Sommige inwoners verhuizen daarom naar het Duitse Ruhrgebied om daar een nieuw bestaan op te bouwen Anderen pendelen per trein vanuit Elten naar fabrieken in Emmerik, Rees of Wezel.

 

 


Station Elten, waarvan ook inwoners uit Lobith pendelen.  

 

1900    Zonder enige bestuurlijke ervaring wordt Charles Govert Schattenkerk (1871 - 1946) na zijn rechtenstudie in Leiden benoemd tot burgemeester van Herwen en Aerdt, waartoe ook Lobith behoort. Hij blijft dit tot 1924 wanneer hij wordt benoemd tot burgemeester van Tiel.


Verkiezingen in de gemeente Herwen en Aerdt v.l.n.r:  J. Publiekhuizen, Th. Peters, M. v. d. Loo en burgemeester C. Schattenkerk

 

1901    In  Lobith overlijdt in november 1901 op 69 jarige leeftijd Herman H. Christjani, burgemeester van de gemeente Herwen en Aerdt (waartoe in deze tijd ook Lobith behoort) van mei 1870 tot mei 1900.


Gemeentehuis in Lobith, begin 20e eeuw

1904    De R.K. kerk in Lobith-Tolkamer krijgt een nieuwe kruisweg. De kosten bedragen vijfduizend gulden. Het overgrote deel van dit bedrag wordt geschonken door de weduwe Stokman en Catharina Stokman, die samen het in deze tijd zeer grote bedrag van vierduizend gulden schenken.

1904    De gemeente stelt zich garant voor een bedrag van 62.500 gulden (29.000 euro), in deze tijd een relatief groot bedrag, voor de aanleg van een stoomtramlijn van Arnhem via Zevenaar en Elten naar Lobith en Tolkamer. Hoewel deze tramlijn nooit is gerealiseerd toont dit initiatief dat de gemeente waarde hecht aan de verdere ontsluiting van Lobith en Tolkamer voor de ontwikkeling van handel en industrie.

1904    Op 1 oktober 1904 verleent de gemeente toestemming voor de stichting van een protestants-christelijke school op de hoek van de Markt, bij de protestantse kerk en naast de hervormde pastorie. Op 1 april 1905 opent deze school, die twee lokalen telt, haar deuren. Er zijn 38 jongens en 18 meisjes ingeschreven. Leerkrachten zijn meester Van Houten en de jeugdige juffrouw Bouwmeesters. Het onderwijs, dat ze geven, is verrassend vernieuwend en kindgericht.


Protestantse kerk in Lobith, begin 20e eeuw  

 

1905    Op  12 juli vaardigt de Paus uit: "een volle aflaat te verlenen aan kinderen, die voor het eerst te communie gaan, alsmede aan hun verwanten tot in de derde graad, die tegelijk met dezen tot 's Heerentafel naderen".

 

1905    In Lobith-Tolkamer wordt een nieuw douane / belastingkantoor gebouwd.
In onze huidige tijd (begin van de 21e eeuw) fungeert dit inmiddels voormalige belastingkantoor uit 1905 als hotel. 

 

1906    Het Gelders Eiland ondervindt in maart veel overlast van het Rijnwater.

 

 

1908     In september wordt in Lobith de LEO-harmonie opgericht, genoemd naar paus LEO XIII. Het eerste bestuur bestaat uit de heren: J. Boonman, W. Hesseling, B. Lindsen, J. Roos en J. Verborg. In de begintijd vinden de repetities beurtelings plaats in cafe Heeswijk en in het Josephgebouw onder leiding van de heer ten Dijke uit Emmerich.

1908    In Lobith-Tolkamer wordt de plaatselijke afdeling van de Katholieke Arbeiders Beweging, de voorganger van het Nederlands Katholiek Vakverbond, opgericht.

 

 


Het plaatselijk bestuur van de Katholieke Arbeiders Beweging (K.A.B.) op 13 oktober 1958 bij het vijftigjarig jubileum. Op de foto: J. Overdreef, G. Peters, M. Joosten, H. Theunissen, J. Driessen, E. Booltink, J. Visser, J. Strick, J. Boorman, H. Seising, B. Winters, pastoor Loman, J. Arents en C. Roos

1909     Een initiatief om een smalspoorlijn dwars door de Liemers (van Tolkamer via Lobith, Elten, Babberich, Didam en Angerlo naar Doesburg) aan te leggen loopt omstreeks deze tijd stuk mede omdat gemeenten weinig medewerking verlenen.

1910     In Lobith -Tolkamer wordt voor het eerst een voetbalclub opgericht. Het is L.V.V. (Lobithse Voetbal Vereniging). Het voetbalveld bevindt zich aan de Eltenseweg, waar door de week gewoon door koeien gegraasd wordt. Voor het wekelijks verplaatsen van het vee en het gebruik van het veld betaalt de club 25 gulden aan grondeigenaar Peters. Tot de oprichters van L.V.V. behoren: Cor de Bruin, Herman Gerritsen, Jan Landgraaf, David Northeimer, Chris Spekking en de broers Van de Kemp. Scheidsrechter is de Lobithse bovenmeester Frank. Hij doet dit vanuit zijn stoel langs de zijlijn om op afstand zijn oordeel te vellen. Na het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog komt een eind aan het kortstondig bestaan van L.V.V.

1911    Bernardus Harperink, R.K. pastoor van Lobith-Tolkamer-Spijk sedert 1889, trekt zich in oktober 1911 terug in een klooster in Amersfoort. Hij is daartoe genoodzaakt door toenemende doofheid. Hij wordt opgevolgd door pastoor Berend Huser uit het Drentse Halen.

 

 


R.K. kerk en jongensschool in Lobith (1910)

1912    De eerste decennia van de 20e eeuw zijn auto's in Lobith-Tolkamer een bijzonderheid.

 

 


1913     De komst van de Eerste Wereldoorlog dient zich aan. Op 1 augustus wordt de grens met Duitsland door de Duitse autoriteiten gesloten. Verbinding met het Gelders Eiland is daardoor alleen nog mogelijk met behulp van de pontveren over de Oude Rijn bij Aerdt en Pannerden en over het Pannerdens kanaal bij Doornenburg.

1913    Op dinsdag 16 september wordt de firma Gebroeders Bodewes ontbonden en gaat Geert Bodewes verder met de scheepswerf te Tolkamer / Lobith en Joost Bodewes met de Pannerdense scheepswerf, die hij Scheepswerf "De Hoop" noemt.

 

 


1914
     Op 14 januari vindt de plechtige inwijding plaats van de eerste R.K. Kerk in Spijk, waardoor de katholieke inwoners van Spijk voor kerkdiensten niet meer naar  Lobith hoeven. Het feestprogramma moet enigszins worden aangepast, omdat Spijk vanwege het hoge water over land niet te bereiken is. Daarom wordt onder meer de nieuwe pastoor Van Groeningen per bootje van Tolkamer naar Spijk overgevaren. Patroon van de nieuwe Spijkse parochie wordt Gerardus Majella, die tien jaar eerder in 1904 heilig is verklaard.
 

 

Bouwtekening  van de R.K. Gerardus Majella-kerk en de pastorie in Spijk

Op 1 juli 1913 wordt om 16.30 uur door de toekomstige pastoor Van Groeningen de eerste steen gelegd. Hierbij zijn pastoor Huser en kapelaan Droege van Lobith, pastoor Massa en kapelaan Groenen van Herwen, pastoor Voss en kapelaan Bijlaard van Oud-Zevenaar, kapelaan Tenbroeck van Pannerden, pastoor Franken en kapelaan Buerer van Elten en kapelaan Bruening van Huethum aanwezig. 


1914    Vooral in maart veroorzaakt de extreem hoge waterstand, waardoor dijken overstromen, veel overlast en schade. De problemen worden nog vergroot door de harde wind.

 

 

 

1915   Het Spyckse veer over de Rijn, tussen de op de rechter rivieroever gelegen plaatsen Lobith en Elten en het op de andere zijde gelegen Spyck bij het stadje Griethausen, wordt opgeheven. 
In de 18e en het begin van de 19e eeuw heeft dit veer tot de belangrijke veren behoort maar in de loop van de 19e eeuw nam de betekenis sterk af door veranderde verkeersstromen en de komst van de spoorverbinding Zevenaar - Kleve waarvoor even verder stroomopwaarts een stoompont in de vaart kwam. Omstreeks 1840 voer het Spyckse veer nog met een zeilpont geschikt voor 100 mensen, 15 paarden of twee met paarden bespannen wagens. Een halve eeuw later was het nog maar een onbetekenend voetveer.     


Het Spyckse veer met op de achtergrond Laag- en Hoog-Elten (Johannes Leupenius, 1741)


1915    Door de oorlogssituatie (alle buurlanden zijn in de Eerste Wereldoorlog verwikkeld) ontstaan tekorten, waardoor de prijzen stijgen en de armoede ook in Lobith snel toeneemt. Daarnaast zijn er ook velen die door de smokkelhandel met Duitsland snel en grof geld verdienen. 


Koningsstraat (nu Hoofdstraat) in Lobith-Tolkamer omstreeks1915

 


1916
    Gedurende de periode
1914 - 1918 is het Nederlandse leger vier lange jaren gemobiliseerd. Gelukkig blijft Nederland buiten de oorlog, maar de langdurige militaire mobilisatie leidt ook onder Liemerse soldaten tot veel verveling en de nodige frustraties.

 

Gemobiliseerde soldaten tijdens de Eerste Wereldoorlog (1914 - 1918) voor Hotel de Geit te Lobith (bron Warner Teuben)

 

1917   De winter van 1917 is koud. In januari en februari is de Rijn bij Lobith weken dichtgevroren. Op zaterdag 27 januari wordt in Friesland de Elfstedentocht gereden met als winnaar Coen de Koning. Ook maart en april blijven koud.     



1917
    
Op 23 februari wordt de uit Zeddam afkomstige Hendrik van Loon (1869-1930) R.K. pastoor van Lobith en Tolkamer. Hij blijft pastoor tot zijn dood op dinsdag 4 maart 1930.

 

Koningsdijk en R.K kerk in Lobith tijdens het pastoraat van Hendrik van Loon.

1918     Op 27 mei meldt het persbureau Reuter dat de Spaanse koning alsmede Spaanse ministers lijden aan een geheimzinnige aandoening, die later de geschiedenisboeken ingaat als de Spaanse griep van 1918; een aandoening waaraan wereldwijd 20 miljoen mensen sterven.
De wereldwijde influenza-epidemie teistert ook de Liemers. De Graafschap-Bode van 19 november 1918 meldt: "Overal, in 't binnenland hoort men van ziekte en sterven. In de dorpen luidt dag aan dag de doodsklok". In Angerlo sterven 14 doden, in Herwen en Aerdt 30 doden en in Zevenaar 16 doden a.g.v. influenza.

1918     Op 15 augustus, in deze tijd de feestdag van Maria Hemelvaart, vindt in het cafe van Spekking in Lobith-Tolkamer een vergadering plaats met de bedoeling, de in 1910 opgerichte voetbalvereniging L.V.V. een nieuwe start te geven. De naam L.V.V. (Lobithse Voetbalvereninging) herleeft echter niet. Als naam voor de nieuwe vereniging wordt gekozen voor Thesos (Tot Heil En Sterkte Onzer Spieren). Tot de initiatiefnemers behoren David Northeimer, Jan Luub en Vic Oosterman. De eerste voorzitter wordt David Northeimer, de joodse slager die op 31 januari 1943 in het concentratiekamp Auschwitz om het leven komt. 

 

1918    Op 11 november komt een eind aan een onvoorstelbaar bizarre en gruwelijke oorlog (Wereldoorlog I). Een groot deel van de Europese vooral mannelijke jeugd is afgeslacht. Naast de ongeveer 9 miljoen(!) dodelijke slachtoffers, zijn vele miljoenen levens geknakt en gezinnen kapot gemaakt. Nederland en ook de Liemers zijn de dans ontsprongen, maar hebben wel de ontberingen (armoede) van de oorlog gekend.

 

1919    Een pand op de hoek Dorpsstraat - Boterdijk in Lobith wordt ingericht als ziekenhuis. Enkele jaren later zal het plaats maken voor een modern ziekenhuis, dat 15 bedden telt en is voorzien is van een operatiekamer en rontgenafdeling. Halverwege de 20e eeuw wordt echter steeds duidelijker dat het ziekenhuis te klein is en in 1952 wordt de operatiekamer gesloten en vanaf 1956 worden geen ziekenhuispatienten meer opgenomen.

 

Het St. Johannagesticht begin 20e eeuw. 
Gedurende de periode 1919 tot 1956 doet het pand dienst als ziekenhuis. In mei 1988 wordt het gebouw helaas gesloopt.

 

1919    Bij wet van 4 november 1919 "betreffende den aanleg van Scheepvaartkanalen naar Twenthe" wordt besloten tot het graven van kanalen tussen Twente en de rivieren Rijn en IJssel. Het Twentekanaal wordt als uitvloeisel van deze wet in de jaren 1930-1936 in het kader van de werkverschaffing deels met de hand gegraven. Het eveneens beoogde Twenthe-Rijnkanaal tussen Lobith en Almen wordt echter nooit gerealiseerd.

 

1920    Als gevolg van grote massa's smeltende sneeuw en overvloedige regen staat het water in de rivieren eind 1919 en begin 1920 uitzonderlijk hoog. Op 29 december loopt de Pannerdense Waard onder. Via de Oude Rijn en de Wildt stroomt veel water naar de Oude IJssel, waardoor Wehl en Angerlo te maken hebben met wateroverlast. In Lathum gaat men op Nieuwjaarsdag 's morgens zoals gewoonlijk om 5.00 uur aan het werk(!) maar om 10.00 uur staat alles onder water. Begin januari 1920 kamperen op het Gelders Eiland honderden gezinnen op de dijken. Door een defect aan een sluis raken ook de dorpen Aerdt en Herwen onder water. In Herwen staat het water tot het dak van de zuivelfabriek.


1921    
De openbare school in Lobith wordt omgezet in een katholieke jongensschool naast de reeds bestaande meisjesschool van de zusters.

De R.K. jongensschool in Lobith gebouwd in de twintiger jaren
Later zal achter deze school een meisjesschool gebouwd worden. Tot in de jaren zestig van de 20e eeuw zal het onderwijs aan meisjes en jongens gescheiden blijven.


 

 

 

1921    Bij de viering van het 400-jarig bestaan van de St. Andreasparochie op 23 september 1921 worden de R.K. Jongensschool en MULO-school geopend in de Nieuwe Doelenstraat in Zevenaar. Beide scholen staan onder leiding van de heer J.Th.Gerrits (1890 - 1965) die, vanwege zijn imposante voorkomen, in de volksmond wel "lange Jan" genoemd wordt. De Mulo-school wordt tot in de jaren zestig ook bezocht door leerlingen uit Lobith.

-
R.K. Jongensschool en MULO-school in de Nieuwe Doelenstraat in Zevenaar(foto jaren twintig)
Dit schoolgebouw is omstreeks 2000 afgebroken. Op deze plaats bevindt zich nu een parkeergarage  tegenover de COOP-supermarkt. In de periode 1937 - 1951 is Louis van Keulen (overgrootvader van Sam, Simon en Sjef van Keulen) als onderwijzer in dit gebouw werkzaam.
 

 

1922     De eerste Nederlandse filmdocumentaire wordt gemaakt. De ruim twee uur durende film gaat over "De Rijn van Lobith tot aan zee" en is bekend geworden als de "Rijnfilm".  In deze door Iep A. Ochse gemaakte film wordt de toeschouwer meegenomen op een raderboot over de rivier de Rijn vanaf de grenspaal bij Lobith / Spijk tot aan de monding van de Rijn.

 

 



 

 

1922    Vooral in de eerste helft van de 20e eeuw is het Duitse Kevelaer voor katholieken uit de Liemers een geliefde plaats voor de Mariaverering.
 

 


Bedevaartgangers uit Lobith
in Kevelaer omstreeks 1922

 

1923    Begin februari is sprake van een extreem hoge waterstand waardoor de omgeving van Lobith en Tolkamer een grote onafzienbare watermassa is. Ook de verbindingsweg Lobith - Elten staat onder water waardoor de communicatie met de buitenwereld plaatsvindt per roeiboot.

1923    De Lobithse schutterij Eendracht Maakt Macht viert op grootse wijze haar 275-jarig jubileum. "Nog nimmer heeft Lobith zooveel prachtige gilden met hun rijke vendels, oude schilden en banieren door de straten zien trekken". Koning en koningin zijn: Chr. J. Spekking en E.H.M Beishuizen.

1924    Na gedurende 24 jaar burgemeester te zijn geweest van de gemeente Herwen en Aerdt, waartoe Lobith behoort, wordt Govert Schattenkerk (1871 - 1946) burgemeester van Tiel. Willem Bruns wordt de nieuwe burgemeester van de gemeente Herwen en Aerdt. Bruns blijft dit tot zijn dood in 1942.


Het personeel van de gemeente Herwen en Aerdt in de dertiger jaren
1e rij v.l.n.r: H. Mulder, W. Bruns (burgemeester) en J. Stokman
2e rij v.l.n.r: G. Bangert (veldwachter), J. Heijmen, G. Kiphart, A. Smink, C. Albers en H. Burghardt (veldwachter)


1925    Omstreeks deze tijd gaat de NV Lobitsche Auto-Dienst (L.A.D.) van start, die een autobusdienst onderhoudt tussen Spijk, Tolkamer, Lobith, Babberich, Oud-Zevenaar en Zevenaar. Tot in de jaren tachtig rijden er bussen van de L.A.D. tussen Lobith, Zevenaar en Arnhem.



1926    Watersnood
in de Liemers als gevolg van een dijkdoorbraak in Pannerden. Ook de kom van Lobith komt onder water te staan. 

 

1927    Meester Lambert Scholten wordt hoofd van de R.K jongensschool in Lobith. Scholten, kenner van de Liemerse flora en fauna en een vermaard vlinderdeskundige, geniet landelijke bekendheid en blijft tot zijn plotselinge en tragische dood (t.g.v. een adderbeet) in 1948 schoolhoofd.

 

1927    Scheepswerf "De Hoop" in Pannerden koopt de failliete scheepswerf van Bowedes te Lobith / Tolkamer.


Motorlogger gebouwd op "de Hoop" in Pannerden (1913)

 

1928    Een vakantiedag naar bijvoorbeeld het strand, Schiphol of Duitsland is in de sobere eerste helft van de 20e eeuw ook voor de meeste inwoners van Lobith nog heel bijzonder.

   

Op deze foto een uitstapje van de leden van het zangkoor Zanglust uit Lobith-Tolkamer in de zomer van 1930 naar de Vossenberg (ongeveer 100 km van Lobith).

1929    Een van de zwaarste winters van de 20e eeuw. De hevige koude duurt van januari tot half maart. Er zijn vele meldingen van afgevroren oren en ledematen. Op 11 februari vriest in Steenderen een melkrijder, tijdens zijn dagelijkse rit op zijn wagen, dood. De problemen zijn overal groot, ook al door de veelal eenvoudige niet geisoleerde huizen, waardoor de snijdende vrieswind naar binnen waait.

   

Een beeld van de dichtgevroren Rijn bij Pannerden in 1929. Ook met auto's wordt over de Rijn gereden.




1929   De positieve ontwikkelingen van de jaren twintig worden bijzonder wreed verstoord door de beurskrach op 29 oktober 1929. Het is het begin van een wereldwijde crisis, die zijn weerga niet kent. Ook in Lobith neemt de armoede onder de inwoners enorme vormen aan. Velen zijn afhankelijk van steunuitkeringen om het hoofd nog enigszins boven water te houden.

 

1929    Op het terrein van het ziekenhuis in Zevenaar wordt het Maria paviljoen in gebruik genomen. Het is bestemd voor de verpleging van patienten met een besmettelijke ziekte afkomstig uit de gemeenten Zevenaar, Duiven, Westervoort, Herwen en Aerdt (waaronder Lobith) en Pannerden. Hiermee geven deze gemeenten uitvoering aan de in 1928 van kracht geworden Wet op de Besmettelijke Ziekten, waarin geregeld is dat alle gemeenten, alleen dan wel in samenwerking, dienen te beschikken over een barak voor de verpleging van besmettelijke zieken.


Kort na de opening van het Maria paviljoen in 1929 brengt ondermeer minister Verschuur van Volksgezondheid (rechts) een bezoek aan het paviljoen. Links van de minister dr. J.G.A. Honig jr. geneeskundig directeur van het ziekenhuis. 

Voor het Maria paviljoen in Zevenaar bestaat gedurende de eerste jaren na de opening grote landelijke belangstelling, omdat het als model dient voor nieuw te bouwen inrichtingen. Het Maria paviljoen is de eerste inrichting in Nederland, waar het boxensysteem bij het verplegen van volwassen lijders aan besmettelijke ziekten consequent is doorgevoerd. 


 

1929    Zaterdag 2 februari gaan twee jongens uit Lobith-Tolkamer samen op pad om mussen te vangen. Als ze echter bij het invallen van de duisternis nog niet thuis zijn, wordt met man en macht gezocht en wordt het ergste gevreesd. De volgende ochtend vindt de politie de 9 jarige Willem Klop doodgevroren in het ijs van een uitgebaggerd gat. Korte tijd later wordt ook de 7 jarige Jan van Zuijdam gevonden. Vermoedelijk zijn beide knapen door het invallen van de duisternis misleid en in een van de diepe baggergaten, welke vlak naast de weg loopt, gevallen.

1930    Op dinsdag 4 maart overlijdt Hendrik van Loon (1869-1930), vanaf 1917 R.K.pastoor van Lobith en Tolkamer. Hij wordt opgevolgd door Johannes Korbeld uit Raalte.

1930    Op vrijdag 18 juli wordt de Lobithse molen van de heer P. Sommerdijk door brand verwoest. Oorzaak van de brand is het warm lopen van een as. 
Na herstel wordt het een elektrisch aangedreven molen zonder wieken. In de tweede helft van de 20e eeuw raakt de molen in verval. 
In 1987 wordt de stichting "Vrienden van de Lobithse Molen" opgericht en volgt een volledige restauratie. Op Nationale Molendag, zaterdag 11 mei 1996, wordt de Tolhuys Coornmolen feestelijk in gebruik genomen.

 

 

1931    Op initiatief van burgemeester Bruns, dokter A. Reyers, H. Mulder en B. Winters wordt in Lobith een Ziekenfonds opgericht met de naam H(helpt) E(elkanders) L(lasten) D(dragen).

1932   In het begin van het jaar heeft Lobith weer eens te maken met wateroverlast. 




1932    De in de Liemers immens populaire Zevenaarse arts Jan G. A Honig (1872 - 1958) wordt voorzitter van de Koninklijke Nederlandse Maatschappij ter bevordering van de Geneeskunst (KNMG).

 

 


De immense populariteit van dr. Jan Honig blijkt ondermeer uit een bericht in een regionale krant uit 1906, waarin wordt vermeld dat Honig en zijn echtgenote, terugkomend van een huwelijksreis van drie weken, op het Zevenaarse station(splein) worden verwelkomd door "schutterijen uit Babberich, Grieth en Ooy, drie muziekcorpsen, een stoet ruiters alsmede een mensenmenigte van zeker 5.000 tot 6.000 personen" (In 1906 bedraagt het inwoneraantal van de volledige gemeente Zevenaar ongeveer 5.000) 


1933
    Op vrijdag 28 juli breekt kort na het middaguur brand uit in een huis in Lobith-Tuindorp bewoond door de familie Harmsen. Door de sterke wind en doordat de brandweer slechts over beperkt brandblusmateriaal beschikt, slaan de vlammen in korte tijd over naar een drietal aangrenzende huizen bewoond door de families Derksen, Nyenhuis en Schopman. De brandweer van Lobith wordt bij de bluswerkzaamheden geassisteerd door de brandweer van Pannerden.


1933    De plaatselijke afdeling Lobith van de Katholieke Arbeiders Beweging, de voorganger van het Nederlands Katholiek Vakverbond bestaat 25 jaar.

 

 



1933    Op donderdag 19 oktober brandt in Lobith de kapitale boerderij "de Ossenwaard" van K. Peters af. Wegens gebrek aan water kan de brandweer uit Lobith en Tolkamer weinig uitrichten. Het woonhuis en drie schuren branden volledig af.

1934    In maart koopt Eiso Wortelboer de N.V. Scheepswerf "De Hoop" met werven te Pannerden en Tolkamer van de familie Berninghaus voor een onmiddellijk te betalen bedrag van 30.000 Reichsmark en 70.000 gulden in termijnen.

1934    Op 30 april wordt  op initiatief van de heer van der Meijden, commandant bij de schutterij, het Lobith's Pijpercorps (L.P.C.) opgericht. Onder leiding van de heer J. Hendriks uit Elten vinden de eerste repetities plaats.


                                  Lobith's Pijpercorps, jaren dertig

 

1935    In de periode 1923 tot aan zijn plotselinge dood in 1948 publiceert Lambert Scholten (1892-1948), hoofd van de school in Lobith, talloze sublieme artikelen over de vlinderpopulatie in de Lijmers. In deze periode waarin de natuurstudie in Nederland tot grote bloei komt, verdient Scholten zeker een vooraanstaande plaats naast anderen zoals Heimans en Jacq Thijsse. 
Talrijk zijn de studies van Scholten van de natuur en de biologie van vlinders in het bijzonder. Zijn belangrijkste artikel schrijft hij in 1938 wanneer hij maar liefst 565 (!) soorten vlinders beschrijft, die hij in de Lijmers heeft waargenomen en bestudeerd.
Na zijn dood stelt de Nijmeegse neuroloog prof. dr. Prick, evenals Scholten een fanatiek amateur - entomoloog zich garant voor het behoud van de unieke vlindercollectie van Scholten. Na de plotselinge dood van Prick in de zomer van 1978 wordt de omvangrijke vlindercollectie overgebracht van de bovenste verdieping van de afdeling neurologie in het Radboudziekenhuis naar de faculteit Natuurwetenschappen van de eveneens in Nijmegen gevestigde universiteit.

                              

 

1936    Crisis en armoede heersen in de jaren dertig. In het oude gemeentehuis van Lobith zetelt het bureau voor sociale zaken, waar de vele werklozen dagelijks twee keer moeten stempelen en wekelijks een rantsoen krijgen dat bestaat uit blikken vlees en enkele pakjes margarine.


1937    Op 23 juni komt op de Rijn ter hoogte van Lobith-Tolkamer een bootje van de parlevinker W. Leigraaf in aanvaring met het Rijnschip "Francisca" en kapseist vrijwel direct. Bij dit ongeluk komt de schipper om het leven.


1937    Op initiatief van J.W. Verwoert, koning van het Lobithse schuttersgilde E.M.M. in 1935 en senator van 1936 tot 1961, wordt het Officierencorps opgericht. De initiatiefnemer blijft tot 1961 voorzitter van het corps.

 

1938    De legendarische priester-redenaar Henri de Greeve SJ (1892 - 1974) richt de "Bond zonder Naam" op om de naastenliefde te bevorderen. Voor zijn wekelijkse radio-uitzending het Lichtbaken op zaterdagavond blijven veel katholieken ook in Lobith graag thuis.


                      

1938    In Herwen gaat H. Hetterscheidt (1904-1952) van start met zijn wekelijks op zaterdag verschijnende krant met de naam Wahalto (Wekelijks Advertentieblad voor Herwen, Aerdt, Lobith, Tolkamer en Omstreken). Aanvankelijk wordt de krant gratis verspreid en bevat hoofdzakelijk advertenties met een enkel kerkbericht. Wanneer enige tijd later ook plaatselijk en regionaal nieuws in het blad wordt opgenomen, wordt de gratis verspreiding gestopt en moet men voor de Wahalto betalen. Vanaf 1 oktober 1942 verschijnt het weekblad op last van de Duitse bezetter niet meer. Na de bevrijding verschijnt het blad voor het eerst weer op 9 juni 1945 en wordt de nieuwe naam: Liemers Lantaern. In de zomer van 1948 wordt het weekblad door de Zevenaarse uitgever A.J.M. Akkermans (1915-2005) overgenomen.

1938    Met de huisvesting is het in de eerste helft van de 20e eeuw in de Liemers soms nog erg slecht gesteld, zoals blijkt uit de Graafschap-Bode van 1938.

Uit de Graafschap-Bode (1938): "In de gemeente Wehl aan een smal wegje naar Nieuw-Wehl staat een steenen schuurtje: vier muren en een dak. Een vloer bezit het kot niet, evenmin behoorlijke vensters, of men zou de met planken dichtgespijkerde gaten voor zoodanig moeten houden. Van de dakpannen zijn er velen door de lieve jeugd stuk gegooid en de deuren kan men kwalijk nog zoo noemen ( ). Reeds ongeveer 10 jaar leeft Dien Damen hier (  )."

Vergelijkbare toestanden kan men in de eerste helft van de 20e eeuw nog overal aantreffen. 

 

 

 

 

1939    De R.K parochiekerk van Lobith-Tolkamer, gebouwd in 1887 ter vervanging van de waterstaatskerk uit 1842, wordt in 1939 door architect Koldewey geheel vernieuwd en vergroot.




R.K kerk in Lobith voor de verbouwing van 1939

R.K kerk in Lobith na de verbouwing van 1939

 

1939    De vaste brug over de Oude Rijn tussen Aerdt en Babberich komt gereed. Voor de inwoners van Lobith, Tolkamer en Spijk wordt Zevenaar daardoor sneller bereikbaar.

De brug over de Oude Rijn in 1939 die een jaar later tijdens de eerste oorlogsdag door Nederlandse soldaten zal worden opgeblazen.

1939     De Duitse dreiging neemt toe. Het Nederlandse leger mobiliseert. Ook dienstplichtigen uit Lobith worden gemobiliseerd.


Op 29 augustus 1939 vertrekt de stoomboot "Koningin Wilhelmina" van Tolkamer naar Arnhem; aan boord gemobiliseerde soldaten uit de gemeente Herwen en Aerdt, waaronder Lobith. Velen van hen zullen ruim 9 maanden later op de Grebbeberg een ongelijke strijd voeren. "Den Haag" heeft de bewapening en uitrusting van soldaten hopeloos laten verouderen; veel Nederlandse soldaten zijn slechts uitgerust met een geweer uit 1890 met vijf patronen en drie handgranaten. Op bovenstaande afbeelding staan v.l.n.r. B. Roos, J. Roos, W. Derksen, Th. Pastoor en H.Hesseling. 

 

 

1940    Op Goede Vrijdag 22 maart 1940 vindt op zeer grote hoogte een luchtgevecht plaats. Een Spitfire van de Britse Royal Air Force, die op de terugweg is van een fotoverkenningsvlucht boven het Duitse Ruhrgebied, wordt door een Duits vliegtuig onderschept en komt om 12.41 uur neer bij de kruising van de Herwensedijk met de Polderdijk tussen Herwen en Lobith. De piloot Claude Wheatley komt hierbij om het leven. Zijn parachute heeft zich niet geopend. Hij stort ter aarde aan de Duitse zijde van de Rijn, in de weide van Gottfried Derksen bij Duffelward en wordt door de Duitsers nog dezelfde dag met militaire eer begraven.


Omstanders aanschouwen op 22 maart 1940 de resten van de neergestorte Spitfire
Collectie Sander Woonings, Arga (Aircraft Research Group Achterhoek)


1940
    Voorjaar 1940 neemt de Duitse dreiging snel verder toe. Regelmatig vliegen Duitse vliegtuigen over de Liemers. In de nacht van 10 mei begint voor Nederland de Tweede Wereldoorlog.

1940   In de ochtend van 11 mei begint de slag om de Grebbeberg, die drie vreselijke dagen (en nachten) duurt. De Grebbeberg is dan het toneel van hevige gevechten, tragiek, wanhoop en ontreddering. De Nederlandse offers zijn enorm. Bij de slag om de Grebbeberg sneuvelen tussen 11 en 14 mei ongeveer 425 Nederlandse soldaten. Onder de gesneuvelden bevinden zich zeven dienstplichtige soldaten uit de gemeente Herwen en Aerdt. Het aantal gesneuvelde soldaten uit Herwen en Aerdt is ongeveer even groot als het aantal gesneuvelden uit 's Gravenhage; alleen wonen in laatstgenoemde plaats wel 150 maal zo veel mensen als in de gemeente Herwen en Aerdt!


Johannes Hendrikus Brakel uit de gemeente Herwen en Aerdt sneuvelt op 12 mei 1940 op 21-jarige leeftijd in de strijd tegen de Duitsers aan de Grebbelinie. Zijn lichaam wordt 16 mei 1940 bij Hotel Grebbe aan de weg Rhenen-Wageningen gevonden. Hij is begraven op het ereveld (rij 2, graf 63) in Rhenen.
Johannes Theodorus Driessen uit Lobith-Tolkamer (gemeente Herwen en Aerdt) sneuvelt op 12 mei 1940 op 29-jarige leeftijd in de strijd tegen de Duitsers aan de Grebbelinie. Zijn lichaam wordt 16 mei 1940 gevonden. Hij is begraven op het ereveld (rij 2, graf 28) in Rhenen.
Gerardus Frederikus Bernardus Jurrius uit de gemeente Herwen en Aerdt sneuvelt op 13 mei 1940 op 30-jarige leeftijd in de strijd tegen de Duitsers aan de Grebbelinie. Hij krijgt een veldgraf naast Hotel Bergzicht aan de Cuneraweg te Prattenburg (gemeente Veenendaal) en wordt 3 juni 1940 herbegraven op het ereveld (rij 7, graf 41) in Rhenen (zie afbeelding).
Johan van der Kamp uit de gemeente Herwen en Aerdt sneuvelt op 12 mei 1940 op 24-jarige leeftijd in de strijd tegen de Duitsers aan de Grebbelinie. Zijn lichaam wordt 17 mei 1940 gevonden. Hij is begraven op het ereveld (rij 3, graf 33) in Rhenen.
Hendrikus Hermanus Theodorus Pastoor uit Lobith-Tolkamer (gemeente Herwen en Aerdt) sneuvelt op 14 mei 1940 op 26-jarige leeftijd in de strijd tegen de Duitsers aan de Grebbelinie. Zijn lichaam wordt 17 mei 1940 gevonden. Hij is begraven op het ereveld (rij 3, graf 46) in Rhenen.
Everhardus Gerhardus Theodorus Spronk uit de gemeente Herwen en Aerdt sneuvelt op 13 mei 1940 op 31-jarige leeftijd in de strijd tegen de Duitsers aan de Grebbelinie. Zijn lichaam wordt 17 mei 1940 gevonden. Hij is begraven op het ereveld (rij 3, graf 45) in Rhenen.
Hendrikus Christiaan Ferdinand Thielking uit de gemeente Herwen en Aerdt sneuvelt op 13 mei 1940 op 27-jarige leeftijd in de strijd tegen de Duitsers aan de Grebbelinie. Zijn lichaam wordt 17 mei 1940 gevonden. Hij is begraven op het ereveld (rij 4, graf 18) in Rhenen, tot 11 februari 1941 als onbekende soldaat.

 

1940    Op 12 mei sneuvelt in Rotterdam de 33-jarige dienstplichtige soldaat Gerrit Jan Busser, de enige zoon van de Lobithse bakker Jan Busser. Soldaat Busser sneuvelt bij een aanval door Duitse vliegtuigen op het station van Rotterdam twee dagen voor het grote bombardement op de Maasstad en de capitulatie van het Nederlandse leger.

 


Gerrit Jan Busser
 

1941   Op 13 januari richt kardinaal De Jong zich in een schrijven tot de Nederlandse katholieken. Met nadruk verklaart hij dat zij geen lid mogen zijn van de N.S.B. Ook is het hen niet toegestaan openlijk te sympathiseren met deze partij. Het N.S.B.-lidmaatschap wordt dus expliciet verboden. Een buitengewoon dappere taal in oorlogstijd. Voor de overwegend katholieke bevolking van Lobith is dit een extra argument verre te blijven van de N.S.B. Dr. B. Janssen telt in zijn boek "Oorlog over het Gelders Eiland" slechts zes partijleden in de gemeente Herwen en Aerdt, waartoe ook Lobith behoort; daarvan zijn er vier met een Duitse vrouw getrouwd.

 

1941    In de loop van zondag 26 januari treedt de overlaat bij Spijk in werking waardoor enorme hoeveelheden water in de Oude Rijn worden gestuwd. Een groot deel van de Liemers komt in de daarop volgende dagen onder water te staan en onder meer de dorpen Aerdt, Herwen en Lobith worden van de buitenwereld afgesloten.


Spijkse overlaat

 

1941    Op donderdag 19 juni 1941 vertrekt het stoomschip Berenice met 22 passagiers en 26 bemanningsleden voor wat later blijkt de laatste reis. Op weg van Bordeaux naar Engeland wordt het schip op de Atlantische Oceaan door een Duitse U-boot getorpedeerd. Slechts 9 mensen overleven de ramp.
In Lobith-Tuindorp is de Berenicestraat naar dit schip, dat in 1919 op de scheepswerf in Tolkamer is gebouwd, genoemd.



1941    Het eerste bombardement waaraan het Gelders Eiland wordt blootgesteld, vindt plaats in de nacht van maandag 18 op dinsdag 19 augustus op de steenfabriek van Terwindt & Arntz in Spijk. Stoker Piet de Bruin wordt hierbij dodelijk getroffen.


P. de Bruin (1888 - 1941)
 

1941    Voetbalvereniging Lobithse Boys wordt door de Duitse bezetter ontbonden nadat de spelers per GTW-bus terugkerend van een wedstrijd tegen Dierense Boys liederen zingen als: "Dat kan alleen Oranje" en "Denn wir fahren gegen Engeland, plons, plons, plons".

1942    Op woensdag 4 maart sneuvelt Albert Caerteling uit Lobith / Tolkamer in de omgeving van Bodjonegoro (Java) in de strijd tegen de Jappen. 

 

1942      Als vijfde Gelderse gemeente krijgt Herwen en Aerdt na het overlijden van burgemeester Bruns een N.S.B.'er als burgemeester. Bij de installatie van de N.S.B. burgemeester J.Hesselink in zaal Van Dungen in Herwen is het druk met vooral partijgenoten van elders. De plaatselijke bevolking houdt zich grotendeels afzijdig.

Advertentie in het regionale weekblad WAHALTO (Week- en advertentieblad voor Herwen, Aerdt, Lobith, Tolkamer en omstreken) op 25 juli 1942


Hesselink arriveert per extra boot van de stoombootonderneming Concordia uit Arnhem.  Ongeveer 250 N.S.B.ers verwelkomen Hesselink aan de kade.


1943
    De op Tolkamer wonende slager David Northeimer, die met zijn gezin in 1942 door de Duitse bezetter is gedeporteerd, sterft op 31 januari 1943 in het Poolse vernietigingskamp Auschwitz (Oswiecim).   

David Northeimer (1897 - 1943) en zijn slagerij in Tolkamer
(later zal in dit pand de slagerij van de weduwe Dikker gevestigd worden) 
Slager David Northeimer is in 1918 een van de oprichters van de plaatselijke voetbalvereniging Thesos en de eerste bewoner die in Tolkamer een Harley-Davidson bezit.
Zijn vrouw (Sara Northeimer-Swarts), zijn vijfjarig zoontje (Harry Gustaaf) en zijn drie broers (Louis, Benjamin en Simon) worden eveneens in Auschwitz vergast. Alleen zijn zus Sophia Northeimer zal de holocaust overleven. Van de in totaal 60.000 Nederlandse Joden die naar Auschwitz zijn ontvoerd, zullen ongeveer vijfhonderd terugkeren!

1944    Op woensdagavond 3 mei vindt omstreeks 18.00 uur een tragisch ongeluk plaats op het overzetbootje tussen Pannerden en Millingen waarbij zes van de zeven opvarenden verdrinken. Hun  bootje kantelt op een onrustig water. Alleen de heer J. Roos (50 jr) uit Lobith slaagt er in zichzelf drijvende te houden en wordt na een half uur gered. De overige inzittenden waaronder de 71 jarige veerman Eerden en zijn zoon verdwijnen in de golven en verdrinken. De slachtoffers zijn afkomstig uit Pannerden, Herwen en Aerdt.

1944    Op 5 december neemt de Duitse veldcompagnie pioniers haar intrek in de ontruimde neutrale school in Tolkamer.

1945    Begin februari komt Lobith onder zwaar granaatvuur te liggen en moet men in kelders slapen. Op 10 februari begint de evacuatie van Lobith. De door de Duitsers bevolen evacuatie vindt plaats over de route Elten-Beek naar 's-Heerenberg en verder.


Verwoestingen in Tolkamer 1945, o.a. slagerij Peet


Het door granietbeschietingen gehavende Tuindorp in 1945     

1945    In het concentratiekamp Buchenwald sterft op woensdag 7 maart, 5 weken voor de bevrijding van het kamp door de zesde pantserdivisie van het derde Amerikaanse leger, Bertus (Gijsbertus) Cornielje (25 jaar) uit Lobith.
In de meidagen van 1940 heeft Bertus Cornielje als dienstplichtig soldaat op de Grebbeberg gevochten. Na de capitulatie is hij als krijgsgevangene, gewond aan hoofd en hand, afgevoerd naar Duitsland. Na zijn vrijlating heeft hij enige tijd bij scheepswerf "De Hoop" in Tolkamer gewerkt. In 1944 is hij door de Duitsers opgepakt en weggevoerd.   

1945    Ook in Lobith komt begin april een eind aan de Tweede Wereldoorlog; een periode met immens veel leed. De allereerste inwoners van Lobith en Tolkamer, die op dinsdag 3 april terugkeren in hun dorp zijn onder de indruk van de chaos en de vernielingen die ze aantreffen. Hoewel de oorlog voorbij is vallen er nog doden en gewonden door de vele achtergebleven granaten, mijnen en booby-traps.



Mijnen in de Veerstraat in Tolkamer (april 1945)

Tot de dodelijke slachtoffers van achtergebleven oorlogstuig behoren vooral kinderen, zoals de vijftienjarige Stephanus Theodorus (Steffie) Stift uit de Middenstraat in Lobith, de broertjes Gerard (12 jaar), Jacob (11 jaar) en Jan (8 jaar) Nieuwenhuis uit het Tuindorp en de vijftienjarige Henk Reuser uit Tolkamer.

Kees Cretier (16 jaar), Theo Elvering (14 jaar) en Stan Dietz (13 jaar) zijn slachtoffers van een verongelukte Engelse militaire truck beladen met antitankmijnen; bij dit ongeval op 18 juni 1945 komen ook twee Engelse militairen om te weten John Allan Rowett (37 jaar) en George Brazneill (24 jaar). 

 
Henk Reuser voor wie op 1 juni 1945 
een niet geruimde voetmijn noodlottig wordt.

 
 

 
1945    Op zondag 29 april wordt het concentratiekamp Dachau door de Amerikanen bevrijd. Onder de 67.000 bevrijde gevangenen bevindt zich kapelaan Antonius Benschop uit Lobith. Na felle anti-Duitse preken in de Lobithse parochiekerk is hij halverwege de oorlog door de bezetter gearresteerd en afgevoerd naar Dachau, waar hij zeer veel heeft moeten doorstaan.

1946    Op 1 juni wordt J.N.M. Daalderop burgemeester van de gemeente Herwen en Aerdt. De benoeming van Daalderop, gemeenteambtenaar in Lichtenvoorde, is een waardering voor zijn activiteiten in het ondergrondse verzet.

1946    Eise Wortelboer, directeur / eigenaar van scheepswerf "De Hoop" in Lobith (Tolkamer) wordt in bewaring gesteld op verdenking van collaboratie met de Duitse bezetter gedurende de oorlogsjaren. Notaris T. B. Kampschreur uit Zevenaar wordt tot bestuurder van de scheepswerf benoemd. Op 4 januari 1947 zou Wortelboer weer in vrijheid worden gesteld en op 8 oktober 1948 zou hij het beheer over de scheepswerf weer terugkrijgen.

 


Eiso Wortelboer omstreeks 1965

1947    Met 86 vorstdagen is 1947 de strengste winter van de 20e eeuw. Sinds mensenheugenis veroorzaken koude winters grote problemen. De snijdende vrieswind waait door de eenvoudige niet geisoleerde woningen en dorpen worden onbereikbaar. Vaak wordt melding gemaakt van afgevroren oren en ledematen, soms ook van mensen die doodvriezen. Andere zeer koude winters sedert 1870 zijn 1871, 1880, 1891, 1929, 1940, 1942, 1956 en 1963 geweest.

1947    Eind januari lopen twee jongens, Tonny Hendriks uit Lobith (16 jaar) en Antoon Lamers uit Tolkamer (17 jaar) over de dichtgevroren Rijn naar het Duitse dorpje Bimmen, waar ze gearresteerd worden door de Duitse politie. De ouders denken dat hun zonen verdronken zijn totdat zij na vier dagen vernemen van de arrestatie. Door de president van een Engels gerecht met kennelijk geen enkel inlevingsgevoel wordt het tweetal tot zes(!) weken gevangenisstraf veroordeeld. Sterk vermagerd door ondervoeding en onder de schurft en zweren komen de "criminelen" half maart weer thuis. Al die tijd hebben de jongens in de gevangenis in Neuss geen bezoek mogen ontvangen.  

1948
    De eerste salonboot van de fa. E. Heymen & Zn wordt in gebruik genomen.

1948    De Lobithse schutterij E.M.M. viert haar 300-jarig bestaan met deelname van alle schutterijen van de gemeente.

Schuttersgilde E.M.M. (Eendracht Maakt Macht) in 1950 met het vaandel aangeboden door de vader van jeugdkoning J.W.G. Verwoert tijdens het feest van het 300-jarig bestaan op 15 augustus 1948. Door ziekte was de jeugdkoning niet zelf in staat het vaandel aan te bieden. (informatie van A. Muskens)

 


Gelijktijdig met het einde van de Tachtigjarige Oorlog met Spanje (Vrede van Munster) is op 24 juni 1648, met schriftelijke toestemming van Friedrich Wilhelm keurvorst van Brandenburg, in Lobith een schuttersgilde opgericht.  

 

1948    Voorafgaande aan het bezoek dat prins Bernhard (echtgenoot van prinses Juliana) in juni aan het Gelders Eiland brengt stuurt de Pannerdense gemeenteraad een rekwest in verband met de voorgenomen samenvoeging van Pannerden met de gemeente Herwen en Aerdt.  De Raad schrijft verwijzend naar de watersnoodramp in 1926 en de oorlogsramp in 1944/1945 "dat een nieuwe ramp, die voor de gemeente Pannerden alle vorige zal overtreffen, voor aller ogen komt opdagen: de voorgenomen opheffing van de gemeente Pannerden en de samenvoeging met de gemeente Herwen en Aerdt". De Raad verzoekt de prins "bij uw Gemalin, de toekomstige koningin der Nederlanden en de betreffende organisaties uw invloed te doen gelden teneinde deze catastrofe van de gemeente af te wenden".

 

 


Prins Bernhard (1960)
wordt gevraagd "catastrofe" voor Pannerden af te wenden

 

1948     Meester Lambert Scholten (1892-1948), vanaf 1927 hoofd van de jongensschool in Lobith, overlijdt aan de gevolgen van een adderbeet. Scholten, kenner van de Liemerse flora en fauna en een vermaard vlinderdeskundige, geniet grote bekendheid ook buiten de Liemers. 

1948    Het bezoek dat prins Bernhard, echtgenoot van de aanstaande koningin Juliana op 8 juni aan het Gelders Eiland brengt, wordt ook door de inwoners van Lobith als buitengewoon teleurstellend ervaren. Een correspondent schrijft over dit bezoek: "We hadden ons dit bezoek anders voorgesteld. Met een flinke vaart ging het over de dijk van de Aerdtse brug naar Lobith en dito weer naar Pannerden. Het was nog erger alsof hij (prins Bernhard) naar het hooi moest".

1949    Dat Lobith - Tolkamer tijdens de oorlog een basis van eenmans-onderzeeboten is geweest komt eind oktober 1949 weer duidelijk naar voren wanneer een schipper, die bij Lobith-Tolkamer voor anker ligt en zijn reis wil voortzetten, tegelijk met het anker een Duitse eenmans-onderzeeboot ophaalt. De schipper kapt onmiddellijk het anker en waarschuwt de autoriteiten, die de torpedo's van de boot onschadelijk maken.

 


Lobith-Tolkamer, Rijnzicht eerste helft 20e eeuw

1950    De zogenaamde "groene klaring" wordt ingevoerd waardoor de douaneformaliteiten voortaan aan boord van schepen kunnen worden afgehandeld en de schipper niet meer aan land hoeft te komen. Voor de expeditiekantoren, winkels en cafees op Lobith-Tolkamer, die zeven dagen per week open zijn, is dit geen gunstige ontwikkeling.

 


Lobith-Tolkamer, scheepvaart op de Rijn halverwege de 20e eeuw

 

1951    In de tweede helft van de twintigste eeuw verandert er ook op Lobith op boerenbedrijven veel. In snel tempo worden landarbeiders, boerenknechten en trekdieren vervangen door machines. Het trekpaard verdwijnt uit het straatbeeld. Veel werk gaat verricht worden door loonbedrijven.

 


Het maaien van rogge in de Liemers (1936)

 

1952    De operatiekamer van het ziekenhuis in Lobith wordt gesloten. Het is niet meer up to date. Enkele jaren later in 1956 worden ook geen ziekenhuispatienten meer opgenomen. Bijna veertig jaar vanaf 1919 tot 1956 heeft Lobith dan een eigen ziekenhuis gehad.

 

  Ziekenhuis in Lobith omstreeks 1950                   

 

1954    Op 1 december gaan in de Liemers de nieuwe busverbindingen Doesburg - Lobith en 's-Heerenberg - Zevenaar feestelijk van start.

 

 
  Lobith halverwege de 20e eeuw (Ad Dekkers, Liemers Museum)                   

 

1956    Scheepswerf "De Hoop" behoort tot de veertien grootste Nederlandse werven en is wat betreft bruto tonnencapaciteit opgeklommen naar de tiende plaats.

 


De ertstanker "Kreeft" wordt op de werf van "De Hoop" op 12 oktober 1957 te water gelaten

1957    Het gemeentebestuur van Herwen en Aerdt, waartoe Lobith in deze tijd behoort, schrijft een brandbrief aan de Nederlandse regering waarin ze waarschuwt voor de "catastrofale" gevolgen van een eventuele teruggave van Elten aan Duitsland. Het gemeentebestuur schrijft: "De belangrijkste industrie van Herwen, Aerdt, Lobith, Tolkamer en Spijk zal bijna helemaal verloren gaan, daar er voor het zware vervoer geen andere weg is dan die naar Elten. De gemeente zal terugkeren naar de middeleeuwen". 
Ondanks dit schrijven wordt Elten enkele jaren later weer Duits, een catastrofe blijft uit en de gemeente keert niet terug naar de middeleeuwen
.

1958    In Lobith-Tolkamer viert de plaatselijke afdeling van de Katholieke Arbeiders Beweging, de voorganger van het Nederlands Katholiek Vakverbond, haar vijftigjarig jubileum.

 

 


Het plaatselijk bestuur van de Katholieke Arbeiders Beweging (K.A.B.) op 13 oktober 1958 bij het vijftigjarig jubileum. Op de foto: J. Overdreef, G. Peters, M. Joosten, H. Theunissen, J. Driessen, E. Booltink, J. Visser, J. Strick, J. Boorman, H. Seising, B. Winters, pastoor Loman, J. Arents en C. Roos

 

1958     Op zaterdag 13 december overlijdt op 66 jarige leeftijd de filmpionier B.D. Ochse, oud-directeur en medeoprichter van de Polygoon-filmfabriek. Tot de allereerste producties van Ochse behoort "De Rijn van Lobith tot aan Zee". Deze ruim twee uur durende film uit 1922 is bekend geworden als de "Rijnfilm".  In deze film wordt de toeschouwer meegenomen op een raderboot over de rivier de Rijn vanaf de grenspaal bij Lobith / Spijk tot aan de monding van de Rijn.

 

 

1959    De Nederlands Hervormde kerk in Lobith-Tolkamer wordt gerenoveerd.

 

 

 

1959    Op woensdagochtend 6 mei treft het noodlot de familie W. Braam. Hun tweejarig kindje wordt in de Onlandstraat in Lobith door een auto gegrepen en is op slag dood

1960    Donderdagochtend 5 mei omstreeks tien uur wordt een pakkettenboot van "Tolkamers Handelsbelang" overvaren door het uit Duitsland komende Franse motorschip Delacroix. De pakkettenboot zinkt vrijwel direct en twee van de drie opvarenden verdrinken. Het zijn H. Hendriks en J. Peters, beiden uit Lobith-Tolkamer en vader van respectievelijk acht en vier kinderen. De derde opvarende de heer Vreeman uit Aerdt kan worden gered. Het gezonken schip werd gebruikt om belastingvrije levensmiddelenpakketten aan boord van schepen te brengen, die naar Duitsland varen

1960    Op 7 oktober, uitgerekend op de dag dat het geallieerde bombardement op Emmerich wordt herdacht, vindt bij deze stad een enorme scheepsramp plaats. 
Het betreft een van de grootste scheepvaartongelukken op de Rijn. De Deense veerpont "Tina Scarlett", die in de richting Lobith gesleept wordt, botst op de stroomopwaarts varende en met 1150 ton gasolie beladen tanker "Diamant". In korte tijd staat de Rijn over een lengte van 300 m in vuur en vlam. Elf schepen in brand, twee doden, 22 zwaargewonden en een miljoenenschade zijn het gevolg. Een ramp van nog grotere omvang wordt voorkomen door moedig optreden van schippers. De gevolgen van de scheepramp zouden niet te overzien zijn geweest als de op enige honderden meters afstand van de ramp gelegen Emilia, beladen met granaten voor het Amerikaanse leger, ook vlam zou hebben gevat. 

 


 Rhein in Flammen
bizar gebeuren op 7 oktober 1960


1961    De uit 1745 stammende beruchte Spijkse of Lobithse overlaat wordt gedicht.

 


De Spijkse of Lobithse overlaat in 1958 in werking

 

1963  Op 1 augustus 1963 treedt een Nederlands-Duits verdrag in werking waardoor de gescheiden grenscontroles van beide landen worden samengevoegd. Het betreft onder meer de grensovergangen: Spijk - Elten, Lobith-Elten, Babberich-Elten en Beek-Elten.
 


Grensovergang Elten
, begin 20e eeuw, rechts Nederlandse en links de Duitse grenscontrole

1964   De ontdekking van het Groningse aardgas in Slochteren in 1959 veroorzaakt in de jaren zestig ook ingrijpende gevolgen voor de energievoorziening in de Liemers, waardoor kolenkachels ook in Lobith nu snel tot het verleden behoren.

 

Minister Andriessen brengt op 9 juli 1964 een werkbezoek aan het  Zevenaarse / Duivense Broek, waar op dat moment een belangrijke aardgasleiding wordt aangelegd.

 

1965    In Emmerich wordt een imposante hangbrug over de Rijn geopend. De brug is meer dan 1.000 meter lang en daarmee de langste hangbrug over de Rijn. Het verbindt Emmerich met Kleve. Ook veel inwoners van Lobith hebben de bouw (1959 -1965) van deze indrukwekkende brug met bijzondere belangstelling gevolgd.     

   
 Rijnbrug Emmerich (foto 6 september 2008)

1968    Op dinsdag 2 april brengen prinses Beatrix en prins Claus een bezoek aan de marechaussee in Lobith/Tolkamer.

 


Prinses Beatrix en prins Claus in Lobith/Tolkamer

 

1970     De eerste Turkse gastarbeiders komen op de scheepswerf "De Hoop".  


Tot de vele honderden schepen, die in de loop der tijd in Tolkamer te water zijn gelaten, behoort ook het vrachtschip "Belkarin" (1954)

 

1972    De eeuwenoude monumentale boerderij "De Boswaai" in Herwen wordt gesloopt voor de aanleg van de Batavenweg, de weg van Herwen naar Lobith en Tolkamer. In de periode na de Reformatie, waarin de uitoefening van de katholieke godsdienst verboden is geweest, hebben op "De Boswaai" regelmatig in het geheim godsdienstige bijeenkomsten plaatsgevonden.
Een jaar na de afbraak wordt in 1973 op enige honderden meters afstand een nieuwe boerderij "De Boswaai" gebouwd
.



1972    Op donderdag 13 juli vindt op de Transeedijk in Lobith een bijzonder tragisch ongeval plaats. De 83-jarige J.C. Gerritsen wordt bij thuiskomst uit het ziekenhuis aangereden door een personenauto en overlijdt ter plaatse.

1972    De gemeente Herwen en Aerdt, waartoe in deze tijd ook Lobith behoort, viert dat het precies 750 jaar geleden is dat bij de rivierscheiding van Waal en Neder-Rijn een tol werd gevestigd. In 1222 verplaatste de graaf van Gelre zijn riviertol te Arnhem naar Lobith. Tijdens een feestweek in de laatste week van augustus 1972 is in Huis Aerdt een historische tentoonstelling ingericht over de gemeente Herwen en Aerdt.

1976  Op zaterdag 7 februari 1976 overlijdt dokter Arnoldus G. Reijers (1897 - 1976). De oorspronkelijk uit Huissen afkomstige Reijers vestigde zich in 1924 als huisarts in Lobith. Hij is ruim een halve eeuw huisarts geweest.
 


 

1977   Kunstenaar en schilder Tonny Ros (1920-1993) richt in 1977 in Lobith in een voormalige paardenstal een atelier in, waar hij zich volledig op de schilderkunst stort. 
Bekende schilderijen van Ros zijn o.a.: "Hippies in Amsterdam" en "Visverkoopster". In 1952 ontving hij de Willinck van Collenprijs en in 1956 de N.O.C-prijs t.g.v. de Olympische Spelen. In 1971 was hij medeoprichter van de Vrije Academie in Zevenaar. Werk van Ros bevindt zich o.a. in het Stedelijk Museum in Amsterdam en het Callaghermuseum in New York.
 


"Visverkoopster" (Tonny Ros)

1978    In februari start het provinciaal bestuur van Gelderland een wettelijke procedure voor de samenvoeging van de gemeenten Herwen en Aerdt en Pannerden. Herwen en Aerdt bestaande uit de dorpen Aerdt, Herwen, Lobith, Spijk en Tolkamer heeft 7850 inwoners. Pannerden met de gehuchten De Kijfwaard, Lobberden en Pannerdensche Waard heeft 2200 inwoners.

1981    Op vrijdag 6 februari overlijdt op 86 jarige leeftijd directeur Eiso Wortelboer van scheepswerf "De Hoop". Tot zijn dood heeft hij leiding gegeven aan de scheepswerf.

1985    Aerdt, Herwen, Tolkamer, Lobith, Pannerden en Spijk vormen de nieuwe gemeente Rijnwaarden.

 


Rijnwaarden gelegen in het zuidwesten van de Liemers

 

1986    Het tegenover Lobith-Tolkamer gelegen Duitse dorpje Schenkenschanz, dat tot het begin van de 19e eeuw bij Nederland heeft gehoord, viert haar vierhonderdjarig bestaan. 
In 1586 bouwde Maarten Schenk een veertiende-eeuwse burcht, gelegen op de splitsing van Rijn en Waal, uit tot een fort (Schenkenschans) dat lange tijd als onneembaar werd gezien. Door verandering in de loop van de Rijn verloor het fort in het begin van de 18e eeuw haar strategische betekenis.

 


Fort Schenkenschans (1636)

1987    Als gevolg van de wereldwijde recessie in de off-shore markt komt ook scheepswerf "De Hoop" in financiele problemen en gaat failliet. Een jaar later zou de scheepswerf in sterk afgeslankte vorm een herstart maken.

1987    Het Officierenkorps van de Lobithse schutterij E.M.M., dat in 1937 een zelfstandig onderdeel van de schutterij werd, bestaat vijftig jaar. Ter gelegenheid hiervan schrijft de historicus dr. G.B. Janssen met medewerking van de heren Th. Naterop, A. Mulder en J. Langenhof een boek met de titel: "Met vliegend vaandel en slaande trom".

1988    Nadat scheepswerf "De Hoop" in 1987 failliet is gegaan, maakt ze in januari 1988 een herstart in sterk afgeslankte vorm. De scheepswerf krijgt nu "International" achter de naam. 

1988    Op zaterdag 25 juni wordt het Nederlands voetbalelftal  Europees kampioen na een 2-0 overwinning op Rusland in het Olympiastadion in Muenchen. De stemming in heel Nederland is uitgelaten. Ook in Lobith heerst euforie met overal feestende mensen en toeterende auto's.

 


Uitgelaten sfeer in Amsterdam juni 1988

1990    Vanaf de jaren negentig worden de douaneformaliteiten voor de schepen steeds minder, waardoor steeds minder schepen in Tolkamer voor anker gaan. Inmiddels zijn de douaneformaliteiten zodanig verminderd dat schepen al varend de grens kunnen passeren. De in de 19e en een groot deel van de 20e eeuw zo belangrijke handel van Tolkamer met de scheepvaart is daardoor grotendeels verdwenen. 

1993     Door het wegvallen van de Europese binnengrenzen is het voor schippers niet meer nodig om bij het passeren van de landsgrens het douanekantoor te bezoeken, waardoor zij niet meer in Tolkamer hoeven aan te leggen. Dit betekent een flinke aderlating voor de plaatselijke middenstand, aangezien veel schippers(vrouwen) de mogelijkheid benutten hier hun inkopen te doen. Dit verlies heeft Tolkamer proberen op te vangen door zich meer te profileren als toeristenplaats.










Het douanekantoor / tolkantoor (afbeelding links) is inmiddels een hotel / restaurant (afbeelding boven) geworden.


1995    De Tolhuys Coornmolen
wordt volledig gerestaureerd.

De Tolhuys Coornmolen is in 1888 gebouwd ter vervanging van een afgebrande houten molen.
Ruim 40 jaar later in 1930 zal een hevige brand de molen opnieuw verwoesten. De molen is de jaren daarna hersteld met motoraandrijving maar zonder  windaandrijving, waardoor deze er vele decennia als kale romp heeft bijgestaan. In 1995 is de molen volledig in de oorspronkelijke toestand gerestaureerd en ondermeer van een nieuwe kap en een wiekenkruis voorzien.

Foto links: omstreeks 2000, rechts 1924 

 

 

1998     In Lobith viert schutterij Eendracht Maakt Macht, na een voorbereidingstijd van ruim vijf jaar, op indrukwekkende wijze over het hele jaar verspreid, haar 350-jarig bestaan. 

 


Koningsfoto E.M.M. 1998
Koningspaar: J.A.M. Lamers & J.H.M Lamers-Baak

 

2000     Op zondag 14 mei wordt het nieuwe stenen verenigingsgebouw van het vijfenzeventigjarig Lobithse schuttersgilde Excelsior in gebruik genomen met het eerste schutterstreffen Rijnwaarden, waar alle zes schutterijen uit Rijnwaarden aan deelnemen

 


Schuttersgilde Excelsior omstreeks 1925

2001     De uit Lobith afkomstige bakkerszoon Servais Knaven wint de befaamde wielerklassieker Parijs-Roubaix. Twee jaar later wint hij op sensationele wijze de etappe naar Bordeaux in de Ronde van Frankrijk

 


Servais Knaven 
* Lobith, 6 maart 1971

2003     De Rijn bereikt eind september de laagste waterstand tot dan toe ooit gemeten. Het gemeten laagste waterpeil bedraagt 6,91 meter boven NAP, een stand waarbij nauwelijks scheepvaart mogelijk is. De gemeten laagste stand is 10 meter lager dan de hoogste stand tot dan (in 1926) ooit gemeten

 


Bij de extreem lage waterstand in september 2003 komen de resten van het in 1895 bij Lobith ontplofte dynamietschap Reimer boven water. Dit ongeval, waarbij dertien doden te betreuren vielen, veroorzaakte destijds ook landelijk grote ophef.


2004     In Lobith-Tolkamer komt het nieuwe Gildehuis op de dijk juist op tijd voor Hemelvaartdag gereed.  Het is gebouwd door aannemer Joosten met hulp van vele vrijwilligers. Het nieuwe Gildehuis vervangt het oude uit 1923 dat ruim tachtig jaar heeft dienst gedaan.

 


Schuttersfeest (1935) op de achtergrond de stenen schutters"tent" uit 1923


Gildehuis omstreeks 2005

2005     In het vroege voorjaar van 2005 komt naar voren dat Schuttersgilde Excelsior in Lobith / Tolkamer acute betalingsproblemen heeft. De eens zo rooskleurige bankrekening blijkt een schuld van honderdduizenden euro's te hebben. Een in het leven geroepen onderzoekscommissie neemt draconische maatregelen om orde op zaken te stellen. In mei 2006 worden leden van de onderzoekscommissie door de algemene ledenvergadering benoemd tot bestuurslid. Na een moeilijke periode volgt een glorieus herstel van het in zwaar weer geraakte schuttersgilde

 

2009    Op 1 januari gaan de R.K. parochies van Babberich, Herwen en Aerdt, Lobith, Oud-Zevenaar, Pannerden, Spijk en Zevenaar samen tot de nieuw gevormde Sint Willibrordusparochie.

Sint Willibrordus 

Bij de verspreiding van het christelijk geloof spelen de uit Engeland afkomstige Willibrordus (658 - 739) en zijn uit Ierland afkomstige medewerker Werenfried (overleden op 14 augustus 760 in Westervoort) een belangrijke rol.
Werenfried krijgt de leiding over een gebied met Elst als centrum en Willibrordus neemt vanuit Emmerich de rest van de Liemers onder zijn hoede. Naar Willibrordus wordt in 2009 de nieuw gevormde parochie vernoemd van de voormalige parochies Babberich, Herwen en Aerdt, Lobith, Oud-Zevenaar, Pannerden, Spijk en Zevenaar. 

Willibrord sterft in 739 in het Luxemburgse Echternach. Al gauw na zijn dood wordt hij als heilige vereerd en zijn graf groeit uit tot pelgrimsplaats. Nu nog altijd tonen bedevaartgangers, die in Echternach deelnemen aan de zogenaamde springprocessie, hun trouw aan de patroonheilige. Het is een heel bijzondere processie omdat de deelnemers steeds drie stappen naar voren zetten en vervolgens twee naar achteren. Elk jaar vindt deze processie met vele deelnemers en bezoekers plaats op de dinsdag na Pinksteren ter nagedachtenis aan Willibrord.

 

 

2010   In augustus wordt een nieuw plan gepresenteerd voor het Duitse deel van de Nederlandse Betuwelijn, de vele miljarden euro's gekost hebbende goederenspoorlijn door de Nederlandse Betuwe van Rotterdam naar Babberich (landsgrens). Het nieuwe plan behelst om juist over de grens dus nog voor het dorp Elten de Betuwelijn in de richting van Lobith af te buigen om zo onder meer Elten en Emmerich te sparen. Daarvoor zal de Betuwelijn na even op Duits grondgebied te zijn geweest weer over Nederlands gebied richting Lobith / Spijk moeten lopen, waarna deze via een brug over de Rijn bij Spijk definitief in Duitsland arriveert om vervolgens via Griethausen en Kleef verder richting de eindbestemming (Ruhrgebiet) te lopen.

2010     In oktober komt het vermaarde boek "Zoete Mond" uit van de schrijver Thomas Roseboom. De roman speelt zich af in de jaren zestig van de 20e eeuw in het fictieve plaatsje Angelen, gelegen aan de Rijn een paar kilometer ten westen van Lobith. Aan de overzijde van Angelen bevindt zich het Duitse plaatsje Bimmen en het Nederlandse Millingen. De dorpskern van Pannerden lijkt als twee druppels water op het dorp uit het boek. Een hoge dijk, waarachter het dorp schuilgaat: bakkerij Groenen, slagerij Reijmer, een school, een hotel, de kerk en de doodse stilte van een dag waarop de mannen op hun fiets naar hun werk op de scheepswerf of steenfabriek gaan en huisvrouwen de meubels in de was zetten. 

 


Aan het Pannerdens kanaal, dichtbij de kop van Pannerden, bevindt zich het landhuis dat een grote rol speelt in "Zoete Mond". 


2011    Op 21 april (Witte Donderdag) overlijdt in zijn woning in Zevenaar volkomen onverwacht de bekende streekhistoricus dr. Ben Janssen. Hij is van grote betekenis geweest voor de Liemers waar hij tal van boeken over heeft geschreven. Op 28 april vindt in de R.K. kerk van Lobith-Tolkamer, zijn geboorteplaats, de uitvaartdienst plaats.  

 


 Dr. Ben Janssen 
(1931 - 2011)

 

2011    De op 9 augustus 1661 geopende reformatorische kerk op de Lobithse Markt viert haar 350 jarig bestaan.  

 

 

2012    Ter gelegenheid van het 75 jarig jubileum van het officierencorps van het schuttersgilde E.M.M. Lobith wordt het boek "Het Koningszilver" uitgegeven. Auteurs zijn A. Mulder, A. Muskens en A. Mertens. De historische bijdragen zijn van dr. G.B. Janssen.  

 

2013  Op zondag 17 maart besteedt de Nederlandse televisie (VPRO) in een boeiende uitzending met als titel, Die Liebe war Schuld daran (Tommy Wieringa), zeer uitvoerig aandacht aan de Nederlands-Duitse grensstreek in de omgeving van Elten en Lobith. (http://vimeo.com/62056112).

2013    Op donderdag 11 april 2013 vindt in Tolkamer de presentatie plaats van het boek "De vijand was mijn bondgenoot". Het is het aangrijpende levensverhaal van Heinz Vermaeten, een Duitser die geen mof wilde zijn. Als Heinz in 1926 twee jaar is, verhuist het gezin van Duitsland naar Lobith-Tolkamer. Tijdens de Tweede Wereldoorlog wordt Heinz gedwongen voor Duitsland te vechten. Pas ruim 60 jaar na de oorlog is hij in staat zijn gruwelijke ervaringen te vertellen en kan zijn dochter deze met zijn instemming op papier zetten.  

 


Ellen Vermaten: De vijand was mijn bondgenoot
Het indrukwekkende verhaal met aspecten over de Tweede Wereldoorlog, die in Nederland onderbelicht zijn

2015    Volgens opgave van het Centraal Bureau voor de Statistiek is het aantal huishoudens in de Liemers dat onder de armoedegrens leeft aanzienlijk geringer dan in de rest van Nederland. Zo bedraagt het percentage arme huishoudens in Duiven 5,6%, in Zevenaar 7,1%, in Westervoort 8,4% en in Rijwaarden, waartoe Lobith behoort, 7,6%. Het landelijk gemiddelde bedraagt 9,5%. Hoe anders was het een eeuw eerder toen de Liemers tot de armste streken van Nederland behoorde. Het kan (gelukkig) verkeren. 

2015    Bij graafwerkzaamheden aan de Dorpsdijk in Lobith worden oude bakstenen en scherven aardewerk blootgelegd, die herinneren aan de tijd van kasteel Tolhuys, dat in de 14e eeuw werd gebouwd en in 1672 door het Franse leger is verwoest.  

 

 

2017    Op woensdag 1 maart maken Lobith, Spijk, 's-Gravenwaard, Bielandse Waard en Kiefwaard tweehonderd jaar deel uit van het Koninkrijk der Nederlanden. In 1815 zijn ze tijdens het Wener Congres vergeten maar op 1 maart 1817 gaan ze toch nog over van Duitsland naar Nederland. Voordien heeft het gebied rondom Lobith vele eeuwen tot de Pruisische ambten Kleverham en Emmerich behoort.