Loerbeek  Beek  Didam

Uit opgravingen is gebleken, dat er in de omgeving van Didam reeds 5.000 tot 6.000 jaar geleden mensen gewoond hebben. Vuurstenen werktuigjes, die bij opgravingen gevonden zijn, tonen aan dat er rond 2500 voor Christus een nederzetting is op de grens van Didam en Beek. Ook op andere plaatsen zijn bodemvondsten gedaan, die onder meer op Romeinse aanwezigheid duiden. Op de plaats van de huidige Didamse Mariakerk is in 1957 een onderzoek verricht door de Rijksdienst van Oudheidkundig bodemonderzoek, waarbij toen o.a. een vroeg middeleeuws grafveld is gevonden. Veel werk op archeologisch gebied in en rondom Didam is verricht door wijlen schoolmeester Tinneveld.

Loerbeek kent in de geschiedenis meerdere benamingen zoals Bekermark (Beekse hei), omstreeks 1500 komen de benamingen 'Lobberik' en 'Loberke' in gebruik. "Loo" duidt op een met gras begroeide open plek in het bos en "rik" betekent rijk. Dus Lobberik betekent rijk aan open weideplekken in het bos.  

 

  De Manhorst in Didam wordt al omstreeks 1300 vermeld.

 

Didam heeft in de geschiedenis niet altijd zo geheten. De naam Didam wordt voor het eerst genoemd in 1373. Al veel eerder, in de vroege middeleeuwen, blijkt Didam al te bestaan als nederzetting in de Liemers. De oudst gevonden benaming is Theodon. In een oorkonde van de kerk Sint Maarten te Utrecht uit 828 wordt deze naam genoemd. Namen die in latere tijden gebruikt zijn betreffen onder meer Didem (1276), Diedem (1449) en Diem (1568). In de volksmond wordt Didam nog vaak "Diem" genoemd!

 

    Huize Baerle in Didam
Pentekening M. de Raed, anno 1721

 

De oudste buurtschappen van Didam zijn Waverlo of Dijk, Greffelkamp, Loil en Holthuizen. Een vijfde buurtschap ontstaat later rondom de kerk en krijgt daarom de naam  Kerkwijk. Zowel de hertog van Gelre als die van Kleve (Kleef) hebben in Didam een militair steunpunt namelijk kasteel Didam (Gelre) en kasteel Loil (Kleef). De heer van den Bergh verwerft in 1388 de heerlijke rechten in Didam. Hij koopt in 1440 kasteel Loil; geleidelijk voegen zich andere Didamse bezittingen daarbij.

 

Loerbeek: Snel door de tijd

2500 voor Christus       Vuurstenen werktuigjes, die bij opgravingen gevonden zijn, tonen aan dat er reeds rond 2500 voor Christus een nederzetting is op de grens van Didam en Beek.

838    Oudst overgeleverde vermelding van Leomeriche (Liemers).

  Nederzettingen in onze streek omstreeks 1200

Aswen (Azewijn) en Thedodem (Didam) worden genoemd in 828; Thuvine (Duiven), Gruosne (Groessen), Harawa (Herwen) in 897; Eltnon (Elten) in 944; Berga ('s Heerenberg) in 1105; Sydehem (Zeddam) in 1142; Lengel in 1144; Loel (Loil), Wele (Wehl) en Waverlo (Dijk) in 1178; Beek in 1206; Stockem (Stokkum) in 1240

 

 


1000
 na Christus       In het Liemerse land zijn nederzettingen maar nog geen dijken. De rivieren en stroompjes treden voortdurend buiten hun oevers maar echt hoge waterstanden komen vrijwel nooit voor omdat het water zich door het ontbreken van dijken vrijelijk kan verspreiden.

1206    Beek wordt als parochie van Elten afgescheiden waardoor het een zelfstandige parochie wordt.

1240    Hendrik van den Bergh verhuist van Montferland naar de nieuwe woontoren op de plaats waar nu Huis Bergh  staat.

1275    Omstreeks deze tijd ontstaat de nederzetting Lobberik tussen Loerbeek en Kilder.

1290    Aan het eind van de dertiende eeuw is Doesburg verreweg het belangrijkste centrum in onze regio. De gehele Liemers tot aan Emmerik alsmede ook Doetinchem ressorteren onder het ambt Doesburg.

1339    De inwoners van Beek bouwen hun eerste stenen kerk.

1340     Uit een rekening van de rentmeester van de graaf van Gelre blijkt, dat in deze tijd tot de Lijmers Weel (Wehl), Betburg (Babberich), Zevenaar, Angeroy (Loo), Westervoort, Beek en Zeddam,  Duiven en Groessen gerekend worden.

1357    Er is reeds sprake sprake van een "kasteel van Loel" (Loil), later genaamd het "goed Loil" of "Huis Loil". In 1357 wordt Albrecht Doys van Loel leenman van dit kasteel. Hij krijgt dit leen van graaf Jan van Kleef. Na hem wordt Willem van Bergh de leenman. Omstreeks 1920 wordt het huis, dat dan Kasteel Tengbergen wordt genoemd, afgebroken.


Huis Loil in 1783
 

1361     Het goed Byvanck bij Beek wordt voor het eerst vermeld. De bezitter is Gheryt Palick van der Wilten.  


De Byvanck bij Beek getekend door W.G. Hofker (1902 - 1981) in 1957

1370    Een zekere Dideric van Ulft verkoopt een aantal landerijen, waaronder de Hees in de Didamse buurtschap Waverlo, aan de heer Van den Bergh.

   

Het huis De Hees te Didam
Tekening van M. de Raed, anno 1721

1408    Het huis "Het Avesaet" in de buurtschap Grefflichem bij Didam komt in het bezit van het geslacht Momm, dat de richters van Didam zou leveren.

Huis Avesaet in Didam
Afbeelding links is getekend door M. de Raad (Raed) in 1721.
Afbeelding rechts is geschilderd door C.Tromp in 1958.

 


1427
    De hertog van Gelre verkoopt al zijn rechten in de Bergherbossen aan de heer Van den Bergh.

1432    Na een extreem koude winter overstroomt de Liemers na het invallen van de dooi. De stad Arnhem stuurt haringen naar de slachtoffers.

1440     De heer Van den Bergh koopt het kasteel Loil.   Het Huis Loil onder Didam
Tekening van D.J. van Elten
anno 1783

1447    Op 30 maart laat Willem II Van den Bergh in een uitvoerige oorkonde vastleggen, dat Hertog Adolf 1 van Kleef voor 5.500 Rijnse guldens aan hem het kerspel (parochie) Beek heeft verpand; de hertog heeft veel geld nodig voor zijn oorlog, Soester Fehde, met de bisschop van Keulen. Voor deze verpanding behoort het kerspel Beek staatkundig tot de Kleefse Liemers waartoe dan ook Zevenaar, Duiven, Groessen en Loo behoren. 

1503    De zomer van 1503 is zinderend heet en kurkdroog en daardoor een kwelling voor de inwoners van Loerbeek

1517     Maarten Luther slaat zijn 95 stellingen aan de deur van de slotkerk in Wittenberg.

1532     Oswald, graaf van den Bergh, tekent protest aan omdat mensen uit Babberich hout hebben gehaald uit de Beekse heide.

1557     De vermaarde cartograaf Christiaan sGrooten, geograaf van de Spaanse koning Philips II, brengt het gewest Gelderland in kaart.

Een detail uit de kaart van Christiaan sGrooten betreffende de omgeving van Loerbeek

Loerbeek wordt niet genoemd. In de omgeving zien we o.a. Beeck (Beek), Stockem (Stokkum) en Zeedam (Zeddam).

 



 

 


1568
    Begin van de Tachtigjarige Oorlog. De strijd tussen Spaanse en Staatse troepen brengt de bevolking in de Liemers en ook Didam regelmatig tot wanhoop.  

De staatkundige indeling van de Liemers en de omgevende gebieden in de 16e eeuw
Geel: Kleefs gebied     Groen: Gelders / Staats gebied     Licht Groen: Berghs gebied     Wit: zelfstandig gebied. 

1570     De periode 1570 tot 1600 is in de Liemers (en Achterhoek) een uiterst onrustige tijd. De bevolking is wanhopig door rondtrekkende plunderende troepen; de ene keer Staatse en de andere keer Spaanse troepen en daar tussendoor rondtrekkende muitende bendes. Verwoeste huizen en kerken, onbebouwde akkers, plundering, doodslag, zware maandelijkse oorlogscontributies en roof van hele veestapels zijn aan de orde van de dag. De kerken van ondermeer Didam, 's Heerenberg, Zeddam, Etten, Gendringen, Netterden, Elten, Oud-Zevenaar en Zevenaar worden in die periode geplunderd en zwaar beschadigd. In Hoog-Keppel en Drempt staat geen enkel huis meer overeind.

Plundering van een dorp geschilderd door Pieter Molijn (Frans Halsmuseum, Haarlem)
Vooral tijdens de eerste helft van de Tachtigjarige Oorlog gaat de bevolking van het Gelders - Kleefs grensgebied regelmatig gebukt onder de wreedheden en plunderingen van Hollandse en Spaanse soldaten. 

1572    Begin juli worden 19 katholieke priesters uit Gorcum ontvoerd naar Den Briel. Als ze daar niet bereid zijn het katholieke geloof af te zweren worden ze een voor een opgehangen. De herinnering aan dit gebeuren, dat bekend staat als een van de dieptepunten in de opstand tegen Spanje, blijft tot ver in de 20e eeuw bij veel katholieken, ook in de Liemers, levend.

Links: Martelaren van Gorcum worden in een schuur terechtgesteld (19e eeuws schilderij van Cesare Fracassini)

Rechts: Beeld van pater Claas Pieck in de bedevaartskerk in Brielle
  Claas Pieck is de eerste, die wordt opgehangen, na hem volgen nog 18 paters. 



De ontvoering van de 19 priesters vindt plaats door watergeuzen onder leiding van hun in 1571 door Willem van Oranje benoemde opperbevelhebber Lumey. Wanneer de priesters niet bereid zijn om het katholieke geloof af te zweren, worden ze in een schuur een voor een opgehangen. Na hun dood worden de 19 martelaren van Gorcum voor veel katholieken ook in de Liemers lichtende bakens in een periode van onderdrukking en duisternis. De herinnering aan het gebeuren in 1572 blijft tot ver in de 20e eeuw levend. Veel katholieken sluiten tot ver in de 20e eeuw hun dagelijks gebed af met: "heilige martelaren van Gorcum bidt voor ons".


1573
    Reeds eind oktober begint in de Liemers een lange zeer strenge winter, waarin vrijwel alle wintervoorraden verloren gaan met grote tekorten en honger tot gevolg.


1578    Op 10 maart wordt Jan van Nassau, broer van Willem van Oranje, stadhouder van Gelderland. Hij is een vijand van het katholicisme en baant de weg om het Calvinisme met geweld in te voeren, waardoor katholieken in de Gelderse delen van de Liemers moeten kerken waar ze dat wel in vrijheid kunnen. De katholieken van Loerbeek kerken in die tijd vooral in Wehl. De overgrote meerderheid van de Liemerse bevolking blijft ondanks de onderdrukking sterk gehecht aan het oude geloof.   

Oudste afbeelding van de kerk van Beek uit 1735 (op tiendkaart van Theodor Bucker)
Het Berghse gebied behoort politiek tot de Nederlanden. Het katholicisme wordt uit kerken en pastorieen verdreven; de godsdienstuitoefening wordt verboden. Door de grote invloed van de heren van Bergh blijft in onze omgeving de vervolging van katholieken grotendeels uit.

 

1581    De periode 1581 tot 1603 verloopt voor de bevolking in het Gelders - Kleefs grensgebied rampzalig. De Tachtigjarige Oorlog, een meedogenloze strijd tussen Spaanse en Staatse troepen, maakt veel slachtoffers onder de bevolking. Zowel Staatse als Spaanse soldatenbendes trekken regelmatig plunderend en brandstichtend rond. De terreur wordt mede veroorzaakt door de slechte betaling van vooral de Staatse soldaten.

1582    Didam, Zevenaar, Elten en Lobith worden volledig leeg geplunderd door Staatse troepen en soldatenbendes.

1590     De Didamse kerk moet aan protestanten worden afgestaan.

1593    De Beekse kerk wordt gesloten voor de uitoefening van de katholieke erediensten. De katholieke inwoners van Beek kerken vanaf 1593 op Kleefs gebied in Elten, Wehl en Zevenaar. Pas in 1795 krijgen de katholieken in Beek hun kerk weer terug, die inmiddels volkomen vervallen is. Beek zou na de reformatie nooit een predikant krijgen: De gemeente wordt aanvankelijk ingedeeld bij Didam en later bij Zeddam.

1608    Een ontstellend koude winter zorgt voor grote problemen. In januari en februari vriest het zo hard dat zelfs de oudste mensen zich niet kunnen herinneren dit ooit eerder te hebben meegemaakt.

1609
   
 Het eens zo machtige slot Didam, de oude Meurse toren, wordt afgebroken.

1610     Op vrijdag 22 januari wordt onze regio getroffen door een zware storm. Bij Rees breekt de dijk door. Veel land staat onder water.

1652     De Gelderse landmeter Nicolaas van Geelkercken brengt onder meer de Lymers in kaart. Beeck (Beek) en Monferlant (Montferland) worden expliciet genoemd.

De omgeving van Seventer (Zevenaar), Des Heerenberg ('s Heerenberg) en Dydam (Didam) zoals getekend door N. van Geelkercken.
Merk op dat het noorden onder en het westen rechts is. 
 


1681
    De paters Franciscanen bouwen in Elten een nieuw klooster. Paters van dit klooster spelen een belangrijke rol bij de recatholisering van naburige Staatse gebieden (o.a. Loerbeek). 


Het Franciscanenklooster in Elten, gebouwd in 1681 ter vervanging van het in 1572 verwoeste klooster in de Briemer bij Emmerik.
J.H.A. van Heek maakt in 1952 kort voor afbraak van het zwaar beschadigde klooster bovenstaande tekening.
 

1684    De winter van 1683 - 1684 verloopt ontstellend koud. Zelfs stokoude mensen kunnen zich niet herinneren zo'n extreem koude winter ooit eerder meegemaakt te hebben. De koude valt ver voor kerstmis 1683 in en duurt tot medio februari 1684. De rivieren vriezen volledig dicht en ijsdikten tot twee Rijnlandse voeten (63 cm) worden gemeten. De winter zorgt voor veel overlast. 

1709    Zeer strenge winter vanaf Driekoningen (6 januari); veel vee doodgevroren.

1711
    In het voorjaar zijn er diverse dijkdoorbraken zoals de IJsseldijk bij Lathum en de Boterdijk bij Lobith. Veel voedselvoorraden gaan verloren, weiden blijven lang onbruikbaar en op grote schaal wordt honger geleden.

1714    Veepest veroorzaakt in de Liemers de dood van veel runderen en grote armoede onder de bevolking.


Hooioogst in de Lijmers, 1790

1715   Op vrijdag 3 mei wordt het aan het eind van de ochtend omstreeks 11.00 uur nachtelijk donker. Het is een gevolg van een (vrijwel) volledige zonsverduistering in Nederland. Op de eerstvolgende volledige zonsverduistering zal de Liemers 420 jaar moeten wachten tot het jaar 2135.   

1719    In Beek sterven meer dan 250 runderen aan de veepest.

1737    De reizende tekenaar Jan de Beijer tekent vanaf Eltenberg het gezicht op Elten en het Franciscanenklooster.

Gezicht op Elten , Jan de Beijer (1737)

1740    De winter van 1740 verloopt zeer koud. Na een relatief zachte december 1739 wordt januari 1740 extreem koud. In de periode van zaterdag 9 tot en met dinsdag 12 januari is het zelfs overdag in Loerbeek niet warmer dan 10 graden onder nul. De barre winter wordt gevolgd door een extreem koud voorjaar. Op zaterdag 7 mei sneeuwt het nog. Ook de zomer verloopt zeer koud waardoor de oogsten volledig mislukken. Het duurt jaren voor dat men het rampzalige jaar 1740 te boven is.


Kerk van Beek omstreeks het rampzalige jaar 1740

 

1742    De befaamde Nederlandse tekenaar Jan de Beijer tekent op 27 augustus Didam.


                                                 "Dorp Diedam ofte Diem 27 Augustus 1742", Jan de Bijer


1743
   In het voorjaar staat de Liemers onder water. Tientallen paarden en meer dan honderd runderen overleven het niet.

1745   Het jaar 1745 is voor Loerbeek en omgeving een rampjaar. Besmettelijke ziekten en veepest richten grote schade aan. Talrijke mensen bezwijken en hele veestapels gaan ten gronde.

1756    Op zaterdag 11 december 1756 begint het streng te vriezen en de intense koude duurt onafgebroken tot maandag 7 februari 1757. De langdurige en intense koude moet ook voor de inwoners van  Loerbeek een ware kwelling zijn geweest.

1758    De zomer is uitzonderlijk nat waardoor veel landerijen onder water komen te staan en een groot tekort aan hooi ontstaat.  

 

1764    In februari vinden dijkdoorbraken plaats bij Rees en Herwen waardoor de regio opnieuw te maken krijgt met grote wateroverlast.

1768    De veepest slaat opnieuw toe. Op boerderij de Vaanhorst van boer Hendrick Francken (1736 -1796) sterven maar liefst 15 melkkoeien aan de gevreesde ziekte. Tot overmaat van ramp sterft tijdens deze epidemie ook nog boerin Geertrudis Francken - Roosendaals (1721 - 1769) en blijft Hendrick met kleine kinderen achter.

1771    In het voorjaar regent het gedurende vijf weken onophoudelijk, waardoor Loerbeek erge wateroverlast heeft.

1774    Opnieuw wordt de regio getroffen door een epidemie van de gevreesde veepest. In (Loer)Beek sterft daardoor meer dan 75%  (!) van het vee. Vooral veel keuterboeren en daghuurders raken in een klap al hun vee kwijt. Het betreft de zoveelste uitbraak van runderpest in korte tijd, die meedogenloos toeslaat. Eerdere uitbraken van veepest hebben onder meer in 1714, 1719, 1745, 1747 en 1768 plaatsgevonden. Niet alleen door de veepest maar ook door ziekten, sterfte, plunderende soldaten, rondtrekkende bendes, slecht weer, extreme winters en natuurgeweld leven velen toch al bij voortduring op de rand van het bestaan.


"Gods slaandehand over Nederland door de pest-siekte onder het rundvee, geteekent en gegraveert door Jan Smit" in 1745. 
Vooral in de 18e eeuw brengt de "pest-siekte onder rundvee" (ook genoemd veepest of runderpest) veel (keuter)boeren ook in (Loer)beek tot wanhoop.  In (Loer)beek worden ernstige uitbraken onder meer gemeld in 1714, 1719, 1745, 1747 en 1768. Enerzijds ondergaan velen de runderpest met veel berusting en enorm vertrouwen in God anderzijds is het leed vooral onder de keuterboeren enorm.   

1779    Mr. Johannes Nepomucenus Hoevel, rentmeester van Bergh, koopt het landgoed Bijvanck in Beek. Blijkbaar gaan de zaken goed want enkele jaren later koopt hij achtereenvolgens kasteel Lindhorst (1786), het huis Hohensorge (1787), beide bij Emmerich en de Swanenburg (1805) bij Gendringen.


 Swanenburg (Nicolaas van Geelkercken)

1784    Nadat door dijkdoorbraken begin maart 1784 grote delen van de Liemers onder water komen te staan, woedt tot overmaat van ramp op woensdag 10 maart een hevige orkaan uit het zuidwesten, die grote vernielingen aanricht.

1789    De winter van 1788-1789 verloopt extreem koud. Met de winter van 1708-1709 is deze winter de aller-koudste winter van de 18 eeuw. Mens en dier gaan gebukt onder de extreme koude en de gevolgen daarvan.

1795    Franse troepen brengen ook in (Loer)beek "Vrijheid, Gelijkheid, Broederschap". De katholieken in Beek krijgen hun kerk terug, die ze ruim twee eeuwen eerder hebben moeten afstaan. De kerk is inmiddels volkomen vervallen en er is een jaar nodig om de kerk te herstellen.  

1799    Na een zeer koude winter wordt de Liemers opnieuw getroffen door een grote overstroming. Mensen vluchten naar hoger gelegen gebieden zoals Elten.

1800    Op zondag 9 november teistert een verwoestende storm de Liemers. De schade aan behuizingen en goederen is enorm. Huizen zijn omver geblazen. Schoorstenen en muren zijn ingestort. De oogst op zolder is nat geworden doordat daken het hebben begeven.

1807    In de nacht van 18 op 19 februari veroorzaakt een hevige noordooster storm opnieuw veel schade.

1811     In het najaar heerst dysenterie in Didam. Dysenterie (in de volksmond rode loop genoemd) is een hevige bloedende diarree, die in de 18e en 19e eeuw veel dodelijke slachtoffers maakt.

1816    Uitgezonderd enkele dagen in augustus regent het in 1816 van half mei tot in november vrijwel onafgebroken. De Liemers verandert in een moeras. Ook in Loerbeek gaat de oogst (tarwe, rogge, gerst, aardappelen en tabak) volledig verloren. De schade is onvoorstelbaar en wordt bovendien nog versterkt door het volledige gebrek aan gras als voedsel voor het vee. Bittere armoede is het gevolg en mensen moeten zich voeden met voedsel dat onder normale omstandigheden aan varkens gegeven wordt. Ook elders in Europa en de wereld is 1816 een extreem jaar. Naar schatting 200.000 mensen verhongeren in Europa. In veel landen breken voedselrellen uit. In latere jaren wordt duidelijk dat de extreme weersomstandigheden het gevolg zijn van de vulkaanuitbarsting van de Tambora op het eiland Sulawesi in de Indonesische Archipel. 

1817   Nadat het gehele jaar 1816 het extreem slechte weer ook in Loerbeek voor enorme problemen zoals honger en armoede heeft gezorgd, verschijnt medio maart 1817 de zon, die zich daarvoor in dertien maanden vrijwel niet heeft laten zien. Het gewone klimaat keert eindelijk weer terug. 
Pas in de loop der 20e eeuw hebben wetenschappers vastgesteld dat de tijdelijke klimaatverandering, die de wereld en ook Loerbeek in 1816 kwelt, het gevolg is van de enorme vulkaanuitbarsting van de Tambora op het eiland Sulawesi in de Indonesische Archipel. Aan het begin van de 19e eeuw duurt het maanden tot jaren voordat nieuws van de andere kant van de wereld onze omgeving bereikt maar ook als men het geweten had zou niemand een verband gelegd hebben tussen de vulkaanuitbarsting en de tijdelijke klimaatverandering.
 

1818    De provincie Gelderland is verdeeld in 17 districten of hoofdschoutambten, welke gezamenlijk 107 gemeenten of schoutambten omvatten. De gemeenten Angerlo, Didam, Gendringen, 's Heerenberg, Netterden, Wehl en Zeddam worden samengevoegd tot het hoofdschoutambt Doesburg, waartoe ook Loerbeek behoort. In 1851 zou er een eind komen aan de districtsgewijze indeling van het Gelderse platteland.

1819    Miljoenen veldmuizen richten in de Liemers onvoorstelbare vernielingen aan. De oogst gaat voor een groot deel verloren.

1821     Gerrit-Jan van Embden volgt zijn vader op als schout / burgemeester  van de gemeente Didam. Hij zal dit ambt 42 jaar tot 1862 uitoefenen en wordt daarmee de langst zittende burgemeester in de geschiedenis van Didam
Burgemeester Van Embden is protestant in een tijd waarin 95% van de inwoners rooms katholiek is. Om deze reden heeft de katholieke districtssecretaris Jan van Nispen van Sevenaer halverwege de jaren 30 ernstige bedenkingen bij de herbenoeming van Van Embden. Zijn poging een herbenoeming te voorkomen heeft echter mede door de protestante gouverneur baron Van Heeckeren tot Kell geen succes.


Gerrit-Jan van Embden (1792 - 1880)
burgemeester van Didam van 1821 tot 1862

 

1825    In plattelandsgemeenten wordt de titel van schout (voor het hoofd van de gemeente) veranderd in die van burgemeester.

De Liemers en omgeving uit een aardrijkskundig schoolboek door J.van Wijk Roelands Zoon uitgegeven door H.C.A. Thieme te Zutphen in 1827. Loerbeek wordt niet expliciet vermeld, wel worden o.a.: Beek, Dijk, Lool, Holthuizen en Kilder genoemd.

 


1830   
Omstreeks deze tijd vindt op de Byvanck in Beek een belangrijke muntvondst plaats. Het betreft munten, die er in 14e eeuw zijn begraven en die mogelijk in verband staan met de Tempeliers, die  op de Byvanck hebben vertoefd.


       Byvanck, begin 20e eeuw

1830     De Belgische opstand leidt tot afscheiding van Belgie van Nederland. 
Koning Willem I voert de militaire dienstplicht in. Velen voelen er echter weinig voor om voor een protestante vorst te vechten tegen het katholieke Belgie. Dit leidt ook in Loerbeek tot grote onrust. In Lobith trekt zelfs een groep jongemannen door het dorp, die dreigt het gemeentehuis in brand te steken. De gouverneur van Gelderland stuurt daarop 90 soldaten om de rust te herstellen. Honderd (jonge)mannen, die vervolgens worden gedwongen in militaire dienst te gaan, deserteren in de winter van 1830 - 1831 en vluchten naar Pruisen.

1831     Eind februari 1831 komt een strafexpeditie, bestaande uit tweehonderd manschappen onder leiding van majoor Schimmelpenninck, naar Bergh, waartoe ook Loerbeek behoort, om orde op zaken te stellen en dienstweigeraars op te sporen.

1833    De Leidse historicus dr. Jansen vindt op Montferland een Romeinse dakpan, die dateert van ongeveer 40 na Christus. Het betreft een van de oudste Romeinse vondsten in onze omgeving.

1836    Op dinsdag 29 november veroorzaakt een hevige storm veel schade. In Beek en Loerbeek lopen 12 van de 82 huizen ernstige schade op.

1837    De uit 1715 daterende Didamse R.K. schuilkerk wordt na meer dan een eeuw dienst te hebben gedaan, vervangen door een nieuw kerkgebouw. Vanwege de bemoeienis van het ministerie van Waterstaat met de bouw wordt deze kerk wel Waterstaatskerk genoemd.


De in 1837 gebouwde Waterstaatskerk met links de pastorie
Deze kerk heeft bijna 140 jaar dienst gedaan tot omstreeks 1975. Op de plaats van de pastorie wordt in de zeventiger jaren van de 20e eeuw de (huidige) Sint Martinuskerk gebouwd.
 

1841    Johannes F. Boubaij laat aan de Eltenseweg in Loerbeek een molen bouwen. Een jaar later in 1842 brandt deze molen onder verdachte omstandigheden af. Mogelijk heeft Boubaij zelf de hand in de brand om van de brandverzekering geld te ontvangen.

1842
    In de nacht van vrijdag 8 op zaterdag 9 april brandt in Loerbeek de een jaar eerder gebouwde molen van Boubaij af. Boubaij wordt ervan verdacht de molen zelf in brand te hebben gestoken om van de verzekering geld te ontvangen. Op de plaats van de uitgebrande molen laat J.W. ten Benzel enkele jaren later opnieuw een molen bouwen.

1844    Aan de Eltenseweg in Loerbeek is door J.W. ten Benzel een windmolen gebouwd.

   

 
Links de molen omstreeks 1905
Rechts de molen omstreeks 2005

Door een brand wordt in 1922 de molen ernstig beschadigd. De schade als gevolg van de brand is nimmer volledig hersteld en men gaat na 1922 verder malen op motorkracht.

 

   

1845    Overvloedige regenval heeft tot gevolg dat meer dan 75% van de oogst verloren gaat. De aardappelteelt verrot vrijwel volledig; honger is voor velen het gevolg.

1846    Door de aardappelziekte gaat opnieuw een groot deel van de aardappeloogst verloren; omdat bovendien ook de rogge- en tarweoogst door een muizenplaag mislukken is er een groot voedseltekort.

1847
    De overheid roept 2 mei uit tot algemene biddag. Na twee eerdere jaren met een mislukte aardappeloogst is er opnieuw door de aardappelziekte, alsmede de hoge graanprijzen, een ernstig voedseltekort.

1850    De gemiddelde levensverwachting in de Liemers bedraagt 34 jaar; dit is in het bijzonder het gevolg van de grote kindersterfte.

1850    Ook in de tweede helft van de negentiende eeuw gaat de industriele revolutie vrijwel volledig aan Loerbeek en de Liemers voorbij.

1851  
  Op dinsdag 9 september vinden voor het eerst gemeenteraadsverkiezingen plaats. Kiesrecht hebben alleen mannen vanaf 23 jaar, die voldoende vermogend zijn. In de gemeente Didam zijn 116 mannen stemgerechtigd. Van hen brengen er 110 hun stem uit.

1852    In een heel jaar verdient een arbeider in de Liemers ongeveer 300 gulden (135 euro).

1854    Burgemeester Simons van Doetinchem lanceert een plan om een "kunstweg" (spoorweg) aan te leggen van Varsseveld via Doetinchem, Wehl, Didam naar Zevenaar.

1855    De windmolen Sint Martinus, die geen voorganger heeft gekend, wordt in gebruik gesteld

 

Sint-Martinus (2008)

Na de voltooiing van de molen in 1855 blijft deze bijna 120 jaar (tot 1973) in gebruik.
In 2007 wordt de molen volledig gerestaureerd  en vervolgens door de Stichting St. Martinusmolen geexploiteerd.

1856    Op 10 januari 1856 wordt Carolus A. L. Baron van Hugenpoth tot Aerdt (1825 - 1907) burgemeester van de gemeente Bergh, waartoe ook Loerbeek behoort. Hij blijft dit bijna 40 jaar tot 23 april 1894, wanneer hij wordt opgevolgd door zijn zoon Johannes Nepomucenus. Carolus overlijdt op 16 oktober 1907 op 82 jarige leeftijd te 's-Heerenberg.


Carolus A.L.van Hugenpoth tot Aerdt
burgemeester van Bergh van 1856 tot 1894  
    

1857    Hendrikus Neijenhuis begint een timmer-aannemersbedrijf in Beek.  Wanneer het bedrijf, dat in 1927 verhuist naar Arnhem,  in 1957 honderd jaar bestaat, kan het terugzien op de bouw van een omvangrijk aantal huizen, boerderijen, kerken, kloosters en utiliteitswerken. Ook talloze gebouwen, waaronder de dorpskerk in Didam, zijn in de loop der tijd door het bedrijf gerestaureerd.

      

1858    Verschijning van Maria in Lourdes. Ook op de dan overwegend katholieke bevolking van de Liemers maakt dit diepe indruk.  

1859   
In het provinciaal verslag over 1859 wordt gemeld dat in de "geheele Lijmers, zooals doorgaans weinig heerschende ziekten zijn voorgekomen". Het wordt toegeschreven aan de "gezond ligging" van deze streek.

1859    De weg Zeddam - Beek - Didam wordt met grind verhard. Om de kosten te bestrijden wordt aan de ingang van Bergerbosch de Beeksche Tol  gebouwd. De eerste tolgaarder is Derk Giezenaar, die na zijn dood in 1888 wordt opgevolgd door zijn zoon Bart.


 

Tolhuis van Giezenaar aan de Grindweg van Beek - Zeddam;
omstreeks 1900
Links de weg van west naar oost
Rechts de weg van oost naar west

 


 

 

1864    De uit Geldrop afkomstige Godefridus van Woerkom (1819 - 1892) wordt in november 1864 pastoor van de R.K. parochie in (Loer)beek. Hij volgt pastoor Coen Burgers (1800  - 1878) op, die met emeritaat gaat. Tijdens het pastoraat van pastoor Van Woerkom wordt in Beek een nieuwe weem (pastorie) gebouwd. In onze huidige tijd is het een villa, gelegen aan de Martinusstraat 22, met de naam Volle Wille (Veel Plezier).


Villa "Volle Wille" in Beek   

1867    Door runderpest gaat het grootste deel van de veestapel verloren. Ook de oogst is slecht waardoor 1867 als rampjaar ervaren wordt.

1868    Extreme droogte in de Liemers veroorzaakt voedseltekort.

1869    De Begrafeniswet treedt in werking, waardoor voor het eerst in de geschiedenis de termijn van ter aarde bestelling in het hele land dezelfde wordt. Doden mogen voortaan niet eerder dan 36 uur en niet later dan de vijfde dag na overlijden worden begraven.

1870   Vooral na het gereedkomen van de spoorlijn Arnhem - Keulen in 1856 gaan veel arbeiders uit de Liemers werken in het Duitse Ruhrgebied. Op maandagochtend staan op de treinstations van o.a. Zevenaar, Babberich en Elten honderden arbeiders om met de eerste trein naar het Ruhrgebied te gaan. Arbeiders uit plaatsen als Beek, Didam en Loerbeek hebben dan al een aantal kilometers lopend afgelegd. Sommige arbeiders vestigen zich in de loop der tijd definitief in Duitsland, het merendeel komt echter telkens na een week werken zaterdagavond thuis.

1872
   "Hevig onweder vergezeld van zware hagelstenen zo groot als pootaardappelen" leiden tot een volledige vernietiging van het koren op de velden.

1875
    Als gevolg van  de hardnekkige landbouwcrisis in het laatste kwart van de 19e eeuw zoeken steeds meer mensen werk buiten de landbouw, vooral in de bouwvak, zowel in de omgeving als verder weg in het buitenland.

1877     De congregatie der Zusters van Jezus, Maria en Jozef (JMJ)  uit Den Bosch beginnen in Didam met het lager onderwijs (basisonderwijs) voor meisjes; later gevolgd door patronaatswerk (1915), huishoudonderwijs in het Pius-X-complex aan de Kerkstraat en nog later het Buitengewoon Onderwijs voor meisjes.

1878   Op 1e Kerstdag overlijdt in Beek op 78-jarige leeftijd Coen Burgers (1800 - 1878), pastoor in de parochie (Loer)Beek van 1841 tot zijn emeritaat in 1864. 

1879    Op zaterdag 4 oktober komt de krant De Graafschap-Bode voor de allereerste keer uit.

Voorpagina van de allereerste editie van de Graafschap-Bode
 
De Graafschap-Bode wordt uitgegeven door Misset in Doetinchem.
Op 1 april 1873 begint de grondlegger van het bedrijf, Cornelis Misset uit Haarlem, een kleine drukkerij in Doetinchem. Op zaterdag 4 oktober 1879 verschijnt de Graafschap-Bode in een oplage van 2.000 voor het eerst als een wekelijks nieuws- en advertentieblad; vanaf 1 maart 1967 verschijnt het blad dagelijks.
 

.


 

 


1884
   Een uitzonderlijk zwaar onweer maakt in juli een einde aan een zeer droge periode. Beek en Stokkum worden zo zwaar getroffen, dat overal in de omgeving inzamelingen worden gehouden om de getroffenen te helpen.  

1884   Bakker  Johan Gerardus Reijers bouwt een watermolen, die wordt gevoed door water uit een aangelegde modderkolk, die de naam 't Peeske krijgt. In latere jaren vanaf het begin van de 20e eeuw wordt Beekse Peeske een gezellige uitspanning in het Bergherbos. In onze tijd vermeldt de ANWB 't Peeske als het "enige Nederlandse bergmeer". 


                                     Het Peeske

1885    Spoorlijn Zevenaar - Didam - Wehl - Doetinchem komt gereed.

1886     Na een zeer droge en warme periode valt het regenwater vanaf eind juli met bakken uit de hemel waardoor lager gelegen weilanden onder water komen te staan en het vee opgestald moet worden. Veel boeren zijn niet in staat om hun vee voldoende bij te voeren. Bij dit alles komt nog een epidemie van mond- en klauwzeer waardoor 1886 voor veel boeren in onze omgeving de geschiedenis ingaat als een rampjaar.

1887    Tussen 1878 en 1895 treft een enorme landbouwcrisis Europa. Deze is het gevolg van import van goedkope landbouwproducten uit de Verenigde Staten en Canada waardoor prijzen sterk dalen en veel boeren landarbeiders ontslaan. Werkeloosheid en armoede nemen sterk toe. Een aantal mensen, ook uit onze omgeving, besluit onder druk van de omstandigheden voor werk naar het buitenland te vertrekken zoals naar het Duitse Ruhrgebied en de Verenigde Staten. Voor sommigen is dit vertrek tijdelijk, anderen vertrekken definitief.

1889    In 1889 trekt een verwoestende hagelstorm over de huizen en landerijen van (Loer)Beek. De ravage is enorm, kapotte dakpannen, ingebeukte ruiten en een vernielde oogst, waarbij rogge, aardappelen en boekweit als mest over de akkers verspreid liggen. Het zwaarst is het gebied getroffen tussen de oude pastorie en de Eltense grens. Juist in deze omgeving staat het eeuwenoude hagelkruis, een lange houten paal van ongeveer tien meter hoog met daarop een Grieks kruis, geplaatst met de christelijke intentie geen hagelschade te krijgen aan gewassen. Toch houdt de bevolking vertrouwen in het hagelkruis. 
De Liemers is een bijzonder gebied als het om hagelkruisen gaat omdat het het enige in Nederland is, waar in onze tijd nog hoge hagelkruisen staan. Het hagelkruis in Beek staat op de lijst van Rijksmonumenten (nr. 9262).
 

..

1890    De bevolking van Beek telt 775 inwoners waarvan er 79 in Loerbeek wonen. De R.K. kerk staat in Beek maar de openbare school in Loerbeek. Op deze school zitten 107 kinderen waarvan 19 leerlingen van de Diemse hei en 14 uit Kilder. Er zijn twee onderwijzers en drie onderwijzeressen.

 1890     De winter van 1890 / 1891 is uitzonderlijk streng. De decembermaand spant de kroon want sedert het begin van de temperatuurmetingen in 1706 is het alleen in december 1788 nog kouder geweest.
Op 25 november 1890 gaat de wind uit het noordoosten waaien en dat is het begin van een langdurige strenge vorstperiode. De gemiddelde ijsdikte in sloten is in de loop van december ongeveer 65 cm., plaatselijk wordt zelfs een dikte van 70-80 cm. bereikt. Mens en dier gaan gebukt onder extreme koude. Op 19 december vriest bij Elten een grensbeambte dood.

1891    Op 11 maart besluiten 101 Liemerse boeren (68 uit Didam, 19 uit Zeddam en 14 uit Wehl) tot de oprichting van een cooperatieve roomboterfabriek, waardoor Didam de primeur heeft van de allereerste cooperatieve roomboterfabriek buiten Friesland.  Het kapitaal wordt verkregen door uitgifte van aandelen van f 50,- (22,50 euro) aan ieder van de deelnemers. De fabriek is al snel een groot succes en omgevende plaatsen zoals Doesburg in 1892, Zevenaar in 1893, Angerlo in 1894 en Wehl in 1894 volgen.  

De Didamse roomboterfabriek omstreeks 1900  


1891
    De congregatie van de zusters van Sint Jozef uit Amersfoort, gaat zich in Didam bezighouden met de ziekenzorg en bejaardenzorg.

1891    De weg van Beek naar Loerbeek wordt met slak (sintels uit de tijd van de middeleeuwse ijzerindustrie) verhard. De weg wordt al snel "Slakweg" genoemd.

1892    Op maandag 22 augustus overlijdt in Gendt op 72-jarige leeftijd Godefridus van Woerkom (1819 - 1892). Hij was pastoor in de parochie (Loer)Beek van 1864 tot 1874. Tijdens zijn pastoraat is de kerk in Beek uitgebreid met twee zijbeuken aan weerszijden van het schip naar plannen van architect J.H. Wenneker uit Zwolle. 

                                            
                                     Beek R.K kerk in 1908 

 

1893    In de zomer doen ook in de landelijke pers verontrustende berichten aangaande de Didamse notaris mr. P. Kok de ronde. Zijn verblijfplaats is enige tijd onbekend en hij blijkt geld van Didammers in zijn beheer te hebben waarmee kennelijk weinig succesvol is gespeculeerd. In november wordt hij bij koninklijk besluit ontslagen en vertrekt hij geheel berooid naar Valkenburg. Kok, die notaris in Didam is geweest vanaf 1885, wordt opgevolgd door notaris H. van Romond. 


                       Notarishuis in Didam in periode 1882 -1950  

1894     Eind juli 1894 brengt een hevig noodweer gepaard met onweer, storm en slagregens grote schade toe aan de veldgewassen.

1895    Bij algemene politieverordening voor de gemeente Didam wordt bepaald dat geen lijken naar de begraafplaats vervoerd mogen worden anders dan in behoorlijke en goed gesloten kisten en dat het graf binnen twee uur weer gesloten moet worden. 

1896    In Beek wordt schuttersvereniging De Eendracht opgericht.

Schutterij De Eendracht, Beek omstreeks 1905  


1897    In 's Heerenberg wordt de R.K. Pancratiuskerk ingewijd.



Interieur van de R.K. Pancratius in 's Heerenberg
De kerk is gebouwd in 1895 - 1897 naar een ontwerp van de bouwmeester Afred Tepe. Het meubilair en de kruiswegstaties komen uit de ateliers van W. Mengelberg. In de toren hangen de drie klokken, die in 1496 door Geert van Wou zijn gegoten. In het kerkgebouw boven het priesterkoor hangt een kruis dat in de volksmond het botterkruus (boterkruis) wordt genoemd, omdat het is geschonken door iemand die erg rijk van de botersmokkel is geworden.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog zijn de pastoor van de Pancratiuskerk (Galama) en de kapelaan (Van Rooyen) in het concentratiekamp Dachau vermoord. Uit respect en ter nagedachtenis zijn er na de Tweede Wereldoorlog enkele glas-in-lood ramen over hun deportatie en moord in de kerk aangebracht

 

 

 


 

 

 


1897    In Didam wordt de eerste Boerenleenbank in Gelderland (en een van de eerste in Nederland) opgericht.

1898   Op 1 juli komt Henri Vermeulen, op 18 jarige leeftijd als onderwijzer naar Loerbeek, waar hij gaat werken onder hoofdonderwijzer A.F. Wevers. In 1910 wordt Vermeulen hoofd van deze school. Dit blijft hij totdat hij in 1925 hoofd wordt van de R.K. school in Beek. 
De uit het Limburgse Venray afkomstige Vermeulen (1880 - 1984) blijft vanaf 1898 zijn hele verdere lange leven wonen en werken in (Loer)beek, waar hij veel betekent voor de dorpsgemeenschap.  


Het gezin van hoofdonderwijzer Vermeulen omstreeks 1926


1900
    Door de natte zomer moeten de boeren veel hooi noodgedwongen nat en halfnat binnenhalen. Daardoor treedt regelmatig hooibroei en (beginnende) hooibrand op. Hooibergen moeten worden omvergehaald. Veel hooi, dat nog niet bedorven is, gaat verloren omdat gebroeid hooi geen smaak en kracht heeft


1902    In de winter van 1902 wordt de Didamse onderwijzer J. Jongbloed ernstig ziek. Hij lijdt aan de gevreesde tuberculose (t.b.c.). Het Didamse gemeentebestuur wil hem ontslaan, maar zijn collega's vragen om dit niet te doen. De onderwijzersorganisatie biedt bovendien aan het salaris voor een plaatsvervanger te betalen. Desondanks wordt onderwijzer Jongbloed ontslagen zonder enige financiele uitkering. Enkele dagen later overlijdt hij. Hoezo goede oude tijd?

1907    Op woensdag 16 oktober 1907 overlijdt op 82 jarige leeftijd Carolus A. L. Baron van Hugenpoth tot Aerdt (1825 - 1907), burgemeester van de gemeente Bergh, waartoe ook Loerbeek behoort, van 1856 tot 1894. Hij wordt op maandag 21 oktober op het R.K. kerkhof in 's-Heerenberg bijgezet in het familiegraf.


In memoriam Carolus A.L.van Hugenpoth tot Aerdt
burgemeester van Bergh van 1856 tot 1894      

1908    Het gasthuis / ziekenhuis in de Didamse Raadhuisstraat gaat van start.  

    Het voormalige gasthuis in Didam aan de Raadhuisstraat

 

1910   Henri Vermeulen (1880 - 1984) wordt hoofdmeester op de school in Loerbeek, waar hij al vanaf 1898 als onderwijzer werkzaam is. 
De oorspronkelijk uit het Limburgse Venray afkomstige Vermeulen blijft zijn hele verdere lange leven wonen en werken in (Loer)beek, waar hij veel betekent voor de dorpsgemeenschap.  


 

1910   Op 15 november wijdt aartsbisschop Van de Wetering de nieuwe kerk in Loil, een van de oudste buurtschappen van Didam, plechtig in. Wanneer een jaar later ook in Dijk bij Didam een nieuwe R.K. kerk wordt ingewijd heeft de gemeente Didam in korte tijd twee nieuwe R.K. parochies.


De R.K. kerk in Loil in 1910

 

1912    Op maandagochtend 12 februari wordt Beek en omgeving opgeschrikt door een kindermoord, die de dag tevoren heeft plaatsgevonden. Deze moord zou de  gemoederen lange tijd bezig houden Een zevenjarig meisje, Maria Hartjes, dat op zondagmiddag om ongeveer 4 uur naar de winkel van Ten Benzel wordt  gestuurd om lucifers te halen, komt tot grote ongerustheid van de ouders niet terug. De ouders zoeken tevergeefs. Om tien uur wordt de marechaussee gewaarschuwd, die tot drie uur eveneens zonder resultaat zoekt. De volgende ochtend wordt in het bos niet ver van de ouderlijke woning het lijk gevonden. Het kind blijkt te zijn misbruikt en gewurgd. Intensief politiewerk zou niet leiden tot veroordeling van een dader.


Diverse betrokkenen bij de afschuwelijk kindermoord in Beek
In de cirkel het vermoorde meisje: Maria Hartjes; 1 en 2: de ouders van Maria; 3: de 25 jarige Christine Gottsman uit Emmerik, die een veldarbeider als mogelijke dader vermoedt; 4: de heer Semmelink, die belangeloos zijn auto ten dienste van het opsporingsonderzoek afstond; 5: een wachtmeester van de marechaussee de heer G. Kelder; 6: een Duitse politiehondbegeleider; 7: journalist Themans; 8 commissaris van politie Maixner uit Emmerik; 9 de heer H. Keuning, journalist uit Doesburg   

1913     De verkoop van eieren wordt een steeds belangrijker bron van inkomsten. Om de prijsvorming in gunstige banen te leiden wordt in 1913 de Beekse Eierbond opgericht door August Gerritsen (1872-1942). 

Bestuur en medewerkers van de Beekse Eierbond bij het 25-jarig jubileum in 1938
Zittend v.l.n.r. Gerhardus Hendriksen (secretaris), Johannes Tiemessen (voorzitter), Augustinus Wilhelmus Gerritsen (oprichter), Augustinus Alphonsus Gerritsen (boekhouder) Staande v.l.n.r. J. Tomassen, A.Putman, Th. Kruus en A. Keurntjes (pakker) 

 


1914
    Op 31 juli om 12.10 uur kondigt de Nederlandse regering een militaire mobilisatie aan. Korte tijd later breekt een weerzinwekkende oorlog (W.O. I 1914 - 1918) uit waarin 10 miljoen mensen omkomen. Hoewel Nederland buiten het oorlogsgeweld blijft, gaat ook in de Liemers de bevolking gebukt onder angsten, onzekerheid, tekorten, ondervoeding, werkeloosheid en armoede.

1915    Door de oorlogssituatie (alle buurlanden zijn in de Eerste Wereldoorlog verwikkeld) ontstaan tekorten, waardoor de prijzen stijgen en de armoede ook in Loerbeek snel toeneemt. Daarentegen zijn er ook velen die door de smokkelhandel met Duitsland snel en grof geld verdienen. 

Smokkelaars aangehouden door douaniers
Op de achtergrond Eltenberg
Schilderij van Maximiliaan Kitzinger (1871)

 

 

1916    De oorlog in Europa veroorzaakt ook in Loerbeek extreme armoede. Elders in Europa is de burgerellende vaak nog vele malen groter, getuige ook de aankomst van een groep ondervoede Oostenrijkse kinderen (afbeelding hiernaast) om in Nederland aan te sterken.


 

 

1917     Piet  Pennards, beter bekend als "Piet van de Tol", wordt eigenaar van "Hotel Juliana" in Zeddam. Deze op de kruising van de wegen naar Beek, Terborg, 's-Heerenberg en Zeddam gelegen uitspanning, die zich bevindt op de plaats waar tot het begin van de 20e eeuw tol is geheven, wordt in latere jaren "Het Tolhuis" genoemd. In de jaren dertig legt Piet een speeltuin aan met onder meer een carrousel, glijbaan, schommels, rekstokken, uitkijktoren en draaitrommels. 


         Piet van de Tol
     halverwege 20e eeuw

               Advertentie van Hotel Juliana 
     gelegen op de weg van Beek naar Zeddam(1921)



                              Advertentie omstreeks 1934

                                                  Ansicht, jaren dertig 


1917    In Didam gaat het Rijks Quarantaine Station van start, waar in totaal ongeveer 2500 deserteurs van vele nationaliteiten worden ondergebracht. Zieke militairen worden in afzondering verpleegd in houten barakken. Naast influenza is tuberculose (vliegende tering) een besmettelijke aandoening, die aan velen het leven kost. Directeur wordt de Didamse dominee Stork. Na de opheffing in 1919 worden de houten barakken gebruikt voor een kinderkamp, waar in de periode 1919 tot 1929 ongeveer 4000 verzwakte stadskinderen worden ondergebracht om weer op krachten te komen. Directeur van het kinderkamp wordt eveneens dominee Stork.

  
Quarantaine-station Didam in 1918
Links: Per speciale "lazeret" trein worden deserteurs na verblijf in het Didamse Rijks Quarantaine station naar eigen land vervoerd.

In het midden met hoed op het hoofd: de directeur van deze inrichting, dominee G. Stork
Rechts: Twee zieken, een verpleegster en het directeursechtpaar. Zieke militairen worden in afzondering verpleegd in houten barakken. Naast influenza is tuberculose (vliegende tering) een besmettelijke aandoening, die aan velen het leven kost.

 

1918    Op 11 november komt een eind aan een onvoorstelbaar bizarre en gruwelijke oorlog (Wereldoorlog I). Een groot deel van de Europese, vooral mannelijke jeugd, is afgeslacht. Naast de ongeveer 9 miljoen(!) dodelijke slachtoffers, zijn vele miljoenen levens geknakt en gezinnen kapot gemaakt. Nederland en ook de Liemers zijn de dans ontsprongen maar hebben wel de ontberingen (armoede) van de oorlog gekend.

1918     Op 27 mei meldt het persbureau Reuter dat de Spaanse koning alsmede Spaanse ministers lijden aan een geheimzinnige aandoening, die later de geschiedenisboeken ingaat als de Spaanse griep van 1918. Een aandoening waaraan wereldwijd 20 miljoen mensen sterven. Omstreeks 10 juli komt de Spaanse griep de Liemers binnen, nadat in Elten en Emmerik enkele honderden gevallen van griep zijn geconstateerd.
De wereldwijde influenza-epidemie teistert ook Didam en omgeving. De Graafschap-Bode van 19 november 1918 meldt: "Overal, in 't binnenland hoort men van ziekte en sterven. In de dorpen luidt dag aan dag de doodsklok".


Begrafenis in 1918 van een gedeserteerde Franse soldaat, overleden in het Rijks Quarantainekamp in Didam.


 

1919     Het Didamse spoorwegstation gebouwd in 1884 krijgt er over de hele lengte een verdieping boven op. Station Didam in 1950
In 1973 wordt het station afgebroken en vervangen door het station wat er heden ten dage nog is.
 

1920     In Didam wordt een  R.K. middelbare land-en tuinbouwwinterschool opgericht. In de zomer zijn er geen lessen omdat de boerenzonen op de boerderij nodig zijn. Deze middelbare landbouwschool heeft een belangrijke regionale functie gehad.

1922     Op 3 januari wordt in Didam het nieuwe gebouw van de Land- en Tuinbouwschool in gebruik genomen. Ook veel boerenzonen uit Loerbeek bekwamen zich in de loop der tijd op deze school. In 1956 wordt de naam van de school veranderd in "middelbare land- en tuinbouwschool".


 Land- en tuinbouwschool in  Didam (1922) 


1924    Omstreeks deze tijd gaat de NV Lobitsche Auto-Dienst (L.A.D.) van start, die een autobusdienst onderhoudt tussen Spijk, Tolkamer, Lobith, Babberich en Zevenaar. Ook vervoeren bussen van de L.A.D. onder meer personeel uit Lobith, Beek en Loerbeek naar de Philipsfabriek in Doetinchem.



1925     Een legendarisch noodweer, bekend onder de naam stormramp (ook wel cycloon) van Borculo, trekt in de vroege avond  van maandag 10 augustus over Brabant, via Nijmegen, Liemers en Achterhoek naar Twente en uiteindelijk naar Duitsland. Borculo wordt geteisterd door een onvoorstelbare tornado met een diameter van tussen de een en twee kilometer. Er vallen vier doden en tachtig gewonden. Ook de buurtschap Dijk bij Didam wordt zwaar getroffen.

Het dagblad "Het Vaderland" schrijft op dinsdag 11 augustus: "Het hevige noodweer heeft gisteravond de buurtschap Dijk nabij Didam eveneens ernstig geteisterd. De bewoners van deze buurtschap zagen plotseling een hooge grijze zuil, welke steeds nader kwam, en welke op haar weg alles meesleurde. Niet minder dan elf woningen werden vernield. Een man en een vrouw werden tientallen meters weggeslingerd."
De avondeditie van de NRC schrijft, ook op 11 augustus 1925: "Gisteravond heeft zich in de omgeving van Didam een noodweer ontlast, zooals zelden in ons land is voorgekomen. Tegen halfzeven kwam de bui uit het Zuiden aanzetten. Een hevig onweer, gepaard met een slagregen, was de inleiding. Daarna kwam een stevige wind opzetten, die allengs in kracht toenam. Plotseling bemerkten de verschrikte bewoners van Didam, dat van de Zuidzijde, van den kant van de Babbericher Allee, een hoos kwam aanzetten, een wervelwind, die met geweldige kracht alles wat hij op zijn weg tegenkwam, in het rond smeet."

1926    De uit Nieuwer Amstel afkomstige J.A.M. Dunselman wordt huisarts in Didam. In de periode 1926 tot 1940 is hij de enige huisarts in Didam en omgevende dorpen. Hij blijft meer dan dertig jaar een zeer geliefd huisarts totdat hij in 1960 om gezondheidsredenen de praktijk moet beeindigen.

 


Dokter Dunselman (1896 - 1970)

1927    Pastoor Van Angeren viert dat hij 25 jaar pastoor in Beek is. Zijn pastoraat vormt het hoogtepunt van het Rijke Roomse leven in de parochie Beek.  

Bij het 25-jarig pastoorsfeest van de Beekse pastoor Van Angeren in 1927 marcheert schutterij Eendracht mee in de optocht. De ereboog is opgesteld bij cafe Ten Bensel.  

 

1928   Op 6 juli overlijdt de legendarische Beekse pastoor Van Angeren. Hij wordt op 3 augustus 1928 opgevolgd door Henricus Peters, die tot 8 oktober 1940 pastoor in Beek blijft.

 

 



Pastoor Peters (1883 - 1963)

1928    Op 13 september wordt het Theresiaziekenhuis aan de Hofstraat in 's Heerenberg geopend.

Het Theresiaziekenhuis aan de Hofstraat in 's Heerenberg  is genoemd naar de moeder van Pastoor van Sonsbeeck uit Stokkum omdat de pastoor 10.000 gulden schonk.

 

 

 

1929    Een van de zwaarste winters van de 20e eeuw. De hevige koude duurt van januari tot half maart. Er zijn vele meldingen van afgevroren oren en ledematen. Op 11 februari vriest in Steenderen een melkrijder tijdens zijn dagelijkse rit op zijn wagen dood. De problemen zijn overal groot, ook al door de veelal eenvoudige niet geisoleerde huizen, waardoor de snijdende vrieswind naar binnen waait.

   

Een beeld van de dichtgevroren Rijn bij Pannerden in 1929. Ook met auto's wordt over de Rijn gereden.

1929    Op 14 juli wordt in Beek voetbalclub R.K. B.V.C. (Rooms Katholieke Beekse Voetbalclub) opgericht. Tot de oprichters behoren de heren J. Claus en Jac. Beening. Aanvankelijk is de Beekse pastoor Peeters fel gekant tegen het voetballen in korte broeken maar door tussenkomst van de 's-Heerenbergse kapelaan Marinus Van Rooyen schuift pastoor Peeters zijn bezwaren terzijde. Omdat in de omgeving van Beek meerdere clubs zijn met een ongeveer gelijkluidende naam wordt na de Tweede Wereldoorlog de naam BVC veranderd in 't Peeske.

Het elftal en bestuursleden van BVC omstreeks 1933
eerste rij v.l.n.r.: B. Jansen, J. Weijenbarg en A. Roes,
tweede rij v.l.n.r.: W. Fielt, W. Limbeek, A. Kruus
derde rij v.l.n.r.: W. Beening, B. Zweden,
W. van Jaaren, J. Nuy en L. Hetterscheid
vierde rij: Jac. Beening, R. Putman, kapelaan Sterneberg, H. Hermsen, Th. Putman

 

 

 

1929    De positieve ontwikkelingen van de jaren twintig worden bijzonder wreed verstoord door de beurskrach op dinsdag 29 oktober; het begin van een langdurige wereldwijde recessie / depressie.

1930
    Loerbeek wordt door de P.G.E.M. (Provinciale Gelderse Electriciteit Maatschappij, voorganger van de NUON) aangesloten op het elektriciteitsnet.

1930    De vereniging "Kevelaersche Processie de Lijmers" viert in oktober haar 60-jarig jubileum. De Utrechtse aartsbisschop J.H.G. Jansen zet met zijn komst naar de Liemers het jubileum luister bij. Maria-bedevaarten naar het Duitse Kevelaer zijn in deze tijd enorm populair onder de katholieken in de Liemers.  

 

 

1931    Ondernemer G.A. Bodt uit Beek krijgt in april 1931 van Gedeputeerde Staten van Gelderland vergunning voor het onderhouden van een autobusdienst op het traject Kilder, Wehl, Loil, Didam, Nieuw Dijk, Babberich, Oud-Zevenaar, Ooy, Groessen, Loo, Westervoort, Arnhem v.v.. Enkele maanden later in augustus 1931 besluit Bodt echter af te zien van de verleende vergunning waarna deze wordt ingetrokken.

1931    Op vrijdag 15 mei viert Hermanus J. Smit, burgemeester van de gemeente Bergh waartoe in deze tijd ook Loerbeek behoort, zijn 25 jarig ambtsjubileum. Smit is burgemeester van Bergh van 15 mei 1906 tot 31 augustus 1935.


Foto t.g.v. het 25 jarig ambtsjubileum van burgemeester Smit op vrijdag 15 mei 1931

 

1932    Op 22 mei wordt het treinstation  Babberich, aan de internationale  spoorlijn Zevenaar - Emmerik,  na 35 jaar dienst te hebben gedaan, gesloten. Van de halteplaats is vooral gebruik gemaakt door arbeiders, ook uit (Loer)Beek, die in Duitsland werken. Velen komen op klompen, vandaar dat wel gesproken wordt van "klompentrein".   
 


Het eenvoudige houten stationnetje van Babberich
Pentekening M. Wenting Giesen

 

1935 Er bestaan gevorderde plannen om het Twente-Rijnkanaal door de Liemers te leiden.

Realisatie van het Twente-Rijnkanaal door de Liemers kan de lokale industrie een impuls geven. Het kanaal (zie plantekening) moet lopen ten zuiden van Wehl, Didam en Zevenaar en tussen Pannerden en Lobith uitmonden in de Rijn.

Het plan is nooit gerealiseerd wellicht mede door de naderende Tweede Wereldoorlog.

Ongeveer zeventig jaar later zal een in economisch opzicht uiterst omstreden plan "de Betuwelijn" wel  geeffectueerd worden en de westelijke zijde van de Liemers splijten.   


1936
    In Beek wordt het 500-jarig bestaan gevierd van het Sint-Jansgilde, dat stamt uit de middeleeuwen. Tot de oorspronkelijke taken van een gilde behoren het beschermen van leden van de buurschap in hun rechten door regels te maken voor een ordelijke gang van zaken alsmede het bescherming bieden tegen vijandige aanvallen van buiten. 

Het bestuur van het Sint-Jansgilde in 1936 bij het 500-jarig jubileum.
V.l.n.r. staan: Neijenhuis, Hansen, A. Hendricksen, Kruus, Wools, H. Hendricksen en Van Boxem; v.l.n.r. zitten: Heuijnk, Janssen, Splithof, Lambooij, Hendriksen en Lammers.


 


1937
     De congregatie van de fraters van Utrecht begint in Didam met het buitengewoon onderwijs voor jongens.

1937    Op woensdag 10 maart overlijdt Gradus Neijenhuis (1859 - 1937). Vele jaren heeft hij leiding gegeven aan het in 1857 door zijn vader Hendrikus Neijenhuis in Beek gevestigde aannemersmaatschappij Neijenhuis.
Een grote bijzonderheid is dat Gradus in samenwerking met molenaar Kreeftenberg een molen in de Zaanstreek in zijn geheel heeft afgebroken en vervolgens op twintig boerenwagens over een afstand van 125 km heeft vervoerd naar Beek en daar weer heeft opgebouwd.

 

 

.   
 


1937     In oktober viert katholiek Didam dat de Sint Martinuskerk honderd jaar geleden is ingewijd. Het initiatief voor de viering gaat uit van de Didamse pastoor-deken Reuvekamp.

Enige prominente Didamse katholieken (omstreeks 1920)
V.l.n.r: kapelaan G.C. Smit, H. Verhey (directeur landbouwschool), kapelaan van der Heijden, pastoor Reuvekamp, A. van Romondt (notaris) en kapelaan Buve.

1938    De legendarische priester-redenaar Henri de Greeve SJ (1892 - 1974) richt de "Bond zonder Naam" op om de naastenliefde te bevorderen. Voor zijn wekelijkse radio-uitzending het Lichtbaken op zaterdagavond blijven veel katholieken ook in Loerbeek graag thuis.

1938   
Theet
Kaal wordt eigenaar van 't Peeske in Beek en ontwikkelt het tot een regionaal uitgaanscentrum. Er komt een speeltuin en op het meertje komen waterfietsen en roeiboten. Kaal blijft eigenaar tot hij in 1958 restaurant 't Hazepad (in onze tijd "De Bourgondier") aan de Arnhemseweg in Beek bouwt.


bergmeertje 't Peeske met spelende kinderen Kaal (1948)


    speeltuin 't Peeske met spelende kinderen Van Keulen (1 september 2012) 

1938    Met de huisvesting is het in de eerste helft van de 20e eeuw soms nog erg slecht gesteld, zoals blijkt uit de Graafschap-Bode van 1938.

Uit de Graafschap-Bode (1938): "In de gemeente Wehl aan een smal wegje naar Nieuw-Wehl staat een steenen schuurtje: vier muren en een dak. Een vloer bezit het kot niet, evenmin behoorlijke vensters, of men zou de met planken dichtgespijkerde gaten voor zoodanig moeten houden. Van de dakpannen zijn er velen door de lieve jeugd stuk gegooid en de deuren kan men kwalijk nog zoo noemen ( ). Reeds ongeveer 10 jaar leeft Dien Damen hier (  )."

Vergelijkbare toestanden kan men in de eerste helft van de 20e eeuw nog overal aantreffen. 

 

 

1939    In verband met het dreigend oorlogsgevaar kondigt de Nederlandse regering op maandag 28 augustus de algemene mobilisatie af. Honderden extra treinen worden ingezet en binnen enkele dagen zitten 280.000 soldaten op hun post. De bevolking krijgt een verbod om te hamsteren.
Bij de afkondiging van de mobilisatie is het eind augustus juist kermis in Beek. Aangezien ook alle dienstplichtigen uit (Loer)Beek onder de wapenen moeten duurt de kermis van 1939 maar tot maandag.

1940    Op donderdag 9 mei worden de straten in 's-Heerenberg met prikkeldraad afgesloten. Midden in de nacht van donderdag 9 op vrijdag 10 mei barst het geweld los en de Duitse inval is een feit. De marechausseekazerne, het douanekantoor en het postkantoor worden omsingeld. Telefoonverbindingen worden onklaar gemaakt. In de zeer vroege ochtend van 10 mei trekken Duitse legercolonnes te voet en te paard door de straten van 's-Heerenberg. De aan de grens gelegerde Nederlandse militairen worden als krijgsgevangen afgevoerd.

Wim Berntsen (foto bidprentje) geboren te Loerbeek op 2 augustus 1920 sneuvelt op de Grebbeberg op maandag 13 mei (Tweede Pinksterdag) 1940 op 19-jarige leeftijd. Als oudste van de negen kinderen van het molenaarsgezin Berntsen is hij voorbestemd zijn vader als molenaar op te volgen maar het lot beslist anders.

 

 

1940    Op 8 oktober wordt Albertus Hendrix (1887 - 1961) de nieuwe pastoor van Beek als opvolger van pastoor Peters. Hendrix blijft bijna 9 jaar tot 8 april 1949 pastoor in Beek.

 


Pastoor Hendrix (links) wordt in Beek ingehaald. Naast hem kapelaan Oosterbaan.

1941   Op 13 januari richt kardinaal De Jong zich in een schrijven tot de Nederlandse katholieken. Met nadruk verklaart hij dat zij geen lid mogen zijn van de N.S.B. Ook is het hen niet toegestaan openlijk te sympathiseren met deze partij. Het N.S.B.-lidmaatschap wordt dus expliciet verboden. Een buitengewoon dappere taal in oorlogstijd. Voor de overwegend katholieke bevolking van Loerbeek is dit een extra argument verre te blijven van de N.S.B.

1942    Ook in Loerbeek gaan de mensen gebukt onder barre winterse omstandigheden in de koudste winter sedert 1789. De periode 18-27 januari 1942 is de koudste periode van tien dagen in de 20e eeuw. In de nacht van 26 op 27 januari worden minima gemeten van ongeveer -25 graden C. Mensen doen er alles aan om de kachels brandend te houden. De koude blijft tot in de derde week van maart.

1942    De 's Heerenbergse pastoor Galama en zijn kapelaans M. van Rooijen en R. Hegge, die de plaatselijke bevolking waarschuwen tegen de leer van de NSB, worden door de Duitsers opgepakt. Jan Galama  en Marinus van Rooyen overlijden in 1942 in Dachau na vele mishandelingen te hebben ondergaan. Naar Martinus van Rooyen wordt na de oorlog de voetbalclub MvR genoemd. Kapelaan Regnerus Hegge is door de Duitsers overgebracht naar het concentratiekamp Bergen Belsen, waar hij ernstig is mishandeld maar in mei 1945 wordt bevrijd.

Op bovenstaande foto uit 1935 t. g. v. een onderwijsjubileum zien we ondermeer pastoor Galema en kapelaan van Rooyen.
Zittend v.l.n.r. kapelaan Kloppenborg, kapelaan van Rooyen (vermoord in Dachau in 1942), onderwijzeres Mensing, Elsje Egbers (dochter van het hoofd der  school), juffrouw Renee (vriendin van juffrouw Vallinga), juffrouw Vallinga (onderwijzeres), G.J. Egbers (hoofd der school), pastoor Galema (vermoord in Dachau in 1942) en de heer J. Thuis (schoolbestuur). Staand v.l.n.r. Louis van Keulen, onbekend, mevrouw A.M. Egbers-Tielkes (echtgenote van het schoolhoofd) en onderwijzer Ten Velde.
Deze informatie is in september 2009 ontvangen van dhr. H. Egbers uit Baarle-Nassau, zoon van het hoofd der school.

1943    Op 12 maart  stort een door de Duitsers neergeschoten Engelse bommenwerper op de boerderij van de familie Giezen-Jordens aan de Zuidermarkweg in Beek. Hierbij komen naast de acht bemanningsleden van het vliegtuig ook Johannes Giezen (50 jaar) en zijn zoons Wim (18 jaar) en Bernard (16 jaar) om het leven. Giezens vrouw en de vier jongste kinderen, Toon, Lies, Mieneke en Jan, hebben de ramp overleefd.

 

 

Jan Giezen en zijn zoons Bernard en Wim (rechts)
Bij de ramp gaat alles van het gezin Giezen in vlammen op. Om toch een tastbare herinnering te hebben aan hun overleden familieleden zijn hun pasfoto's opgevraagd bij een ministerie in Den Haag. Aan de hand daarvan is het gezamenlijk portret van vader Giezen en zijn twee zoons getekend (zie afbeelding).

Aangetrokken door het geronk van de aanstormende bommenwerper is Giezen met zijn oudste zoon Wim naar buiten gerend om poolshoogte te nemen. Bernard gaat even later ook naar buiten, maar is waarschijnlijk nog binnen wanneer het toestel neerstort. Hij wordt de volgende dag (13 maart) dood gevonden. De stoffelijke resten van zijn vader en broer worden pas later gevonden. Allen zijn op 20 maart begraven op het rooms-katholieke kerkhof van Beek, naast de acht omgekomen bemanningsleden van het vliegtuig.

 

1944    Op 22 februari bombarderen Amerikaanse vliegtuigen de binnenstad van Nijmegen waarbij bijna 800 burgers om het leven komen.  Onder de dodelijke slachtoffers ook de 22 jarige Maria J. Thus uit Loerbeek. Zij is de dochter van Antonius Thus en Maria A. Heusingveldt. 

1944    Op maandag 2 oktober worden Hein Thuis uit Loerbeek en Toon Bosman uit Beek door een vliegtuigkogel getroffen. Hein Thuis is op slag dood en Jan Bosman overlijdt een dag later aan zijn verwondingen. Ze waren op weg om bij Zevenaar voor de Duitsers loopgraven te graven wanneer ze bij Didam door een vliegtuig worden beschoten.
Op zaterdag 7 oktober wordt in de verre omtrek de lucht donker tijdens het vreselijke geallieerde  bombardement op
Emmerich dat binnen een uur voor 97% verwoest wordt door honderden Lancasters van de Royal Air Force. Meer dan 2.400 gebouwen worden daarbij getroffen en er vallen vele honderden doden. Ook in Beek en Loerbeek is de luchtdruk van de ontploffende bommen duidelijk te voelen en overal dwarrelen stukjes papier door de lucht.

1944    Tijdens een razzia op dinsdag 24 oktober 1944 in Enschede worden enige duizenden mannen door de Duitsers opgepakt en op transport gesteld naar Bergh en omgevende plaatsen waar ze moeten werken aan de Duitse verdedigingslinie, de zogenaamde Westwall. Na de oorlog betuigen deze dwangarbeiders hun dank aan de lokale bevolking. Zo verschijnt op vrijdag 31 augustus een dankbetuiging van deze Westwallarbeiders, die in Loerbeek ondergebracht zijn geweest. 

 


Dankbetuiging van Westwallarbeiders aan inwoners van (Loer)Beek in Kerkblad voor Bergh op 31 augustus 1945 

 

1945    Op maandag 22 januari wordt de 19 jarige Beekse verzetsstrijder Wim Moorman in het Friese Dokkum bij het verrichten van verzetsactiviteiten door de Duitsers dood geschoten.  Ondanks zijn jonge leeftijd heeft Wim vele honderden vaak uiterst riskante verzetsdaden verricht. Op 22 januari 1945 wordt hem dit helaas noodlottig. 

 


Wim Moorman (1925 - 1945)


Op 26 mei 1945 wordt Wim Moorman op het kerkhof in Beek herbegraven.

1945    Op woensdagmiddag 26 maart, luttele dagen voor de bevrijding, wordt Marietje Hasenbrink lopend op weg naar huis in Loerbeek dodelijk getroffen door een mitrailleursalvo uit een geallieerd vliegtuig.

1945    Op 1 april, eerste Paasdag,  komt met de komst van de Canadezen ook voor Loerbeek een eind aan een oorlog.

Tanks van het Canadese Eerste Leger rijden zondagochtend 1 april  's Heerenberg binnen.  

 

1945    Op koninginnendag 31 augustus,  (geboortedag van koningin Wilhelmina) wordt bij het gildegebouw in Beek een monument onthuld als eerbetoon aan de Canadese soldaten, die bij de bevrijding van (Loer)Beek en omgeving gesneuveld zijn.

 


Monument voor de gesneuvelde Canadese soldaten
dat in latere jaren (helaas) weer wordt afgebroken

 

1946    Uit dankbaarheid voor het behoud van de Beekse parochie gedurende de oorlogsjaren wordt door de afdeling Jonge Boeren van (Loer)Beek een Mariakapel opgericht. Dit kapelletje wordt op 15 augustus 1946 ingewijd. De Mariakapel van Beek en Loerbeek staat aan de Zuidermarkweg / hoek Kerkhuisstraat en is een gemeentelijk monument.

 


Jonge boeren uit (Loer)Beek bij de Mariakapel

 

1947    Met 86 vorstdagen is 1947 de strengste winter van de 20e eeuw. Sinds mensenheugenis veroorzaken koude winters grote problemen. De snijdende vrieswind waait door de eenvoudige niet geisoleerde woningen en dorpen worden onbereikbaar. Vaak wordt melding gemaakt van afgevroren oren en ledematen, soms ook van mensen die doodvriezen. Andere zeer koude winters sedert 1870:   1871, 1880, 1891, 1929, 1940, 1942, 1956 en 1963.
 


IJsbrekers op de Rijn bij Lobith in de koude winter van 1940


1948
    Op 12 december onthult kardinaal de Jong, aartsbisschop van Utrecht, in 's Heerenberg het oorlogsmonument de Goede Herder ter nagedachtenis aan de vele oorlogsslachtoffers in de gemeente Bergh.


 



Onthulling van het oorlogsmonument op 12 december 1948 door kardinaal de Jong.

Onder de op het monument vermelde oorlogsslachtoffers staan ondermeer Wim Berntsen, die op 13 mei op de Grebbeberg is gesneuveld, alsmede Jan Giezen en zijn zoons Bernard en Wim, die in 1943 door oorlogsgeweld zijn overleden; voorts pastoor Galama en  kapelaan M. van Rooijen, priesters werkzaam in de R.K. Kerk te 's-Heerenberg. Tijdens de Tweede Wereldoorlog waarschuwen beide priesters de plaatselijke bevolking voor de leer van de NSB; ook hun collega kapelaan R. Hegge doet dit. De drie priesters worden door de Duitsers opgepakt. Jan Galama  en Marinus van Rooyen overlijden in 1942 in Dachau na vele mishandelingen te hebben ondergaan. Naar Martinus van Rooyen is de voetbalclub MvR genoemd. Kapelaan Regnerus Hegge is door de Duitsers overgebracht naar het concentratiekamp Bergen Belsen, waar hij ernstig is mishandeld maar in mei 1945 wordt bevrijd.
 

 
 
 

1948  De firma Eysbout - Lips uit Asten plaatst drie klokken in de kerktoren van Beek. Ze vervangen de drie door de Duitsers tijdens de Tweede Wereldoorlog in 1943 geroofde klokken. 
Halverwege de 20e eeuw vervullen de kerkklokken in de parochie (Loer)Beek een belangrijke, ook sociale, functie
 


R.K. Kerk in Beek met H. Hart beeld (2013)

 
 

1949    Op maandag 11 juli wordt de 21-jarige soldaat Jo Bod uit Loerbeek in de omgeving van Magelang op Midden-Java vermist. Zijn lichaam wordt nooit meer gevonden en als overlijdensdatum wordt 11 juli 1949 aangehouden. 
Jo Bod is gesneuveld kort voordat in augustus 1949 een eind komt aan de gevechten tussen Nederlandse soldaten en Indonesische nationalisten. In december 1949 erkent Nederland de soevereiniteit van Indonesie. 

 


Johannes L. W. Bod 
(1928 - 1949)

 

1949    Meer dan zevenduizend bezoekers luisteren op een stralende zondag (14 augustus) op een terrein in Nieuw-Dijk bij Didam in de openlucht naar een preek van de uiterst populaire priester-redenaar Henri de Greeve. Een van de vermaarde uitspraken van pater de Greeve is: "Verbeter de wereld, begin bij jezelf".

 


Henri de Greeve (1802 - 1974), priester, publicist, radiospreker en oprichter van de Bond Zonder Naam (B.Z.N.)

1950    Het gemiddelde vermogen in Didam is zeer laag. Het bedraagt halverwege de 20e eeuw slechts 578 gulden (263 euro). Het gemiddelde vermogen in de Liemers als geheel bedraagt 980 gulden (445 euro), in Gelderland 2040 gulden (927 euro) en in Nederland 2080 gulden (945 euro). De Liemers behoort in deze tijd tot de vijf minst draagkrachtige regio's van Nederland.
Het totale vermogen van alle inwoners van de gemeente Didam, waartoe ook Loerbeek behoort, bedraagt volgens de belastingdienst in 1950 ruim vijf miljoen gulden (2.2 miljoen euro) waarmee Didam tot de minst welgestelde gemeenten van Nederland behoort.

1951    De Didamse Hervormde Gemeente verkoopt de Mariakerk aan de katholieken.

De Didamse kerk moet in 1590 aan de protestanten worden afgestaan, maar wordt in 1951 weer een katholieke kerk.

 


1952    In de tweede helft van de twintigste eeuw verandert er ook in Loerbeek op boerenbedrijven veel. In snel tempo worden landarbeiders, boerenknechten en trekdieren vervangen door machines. Het trekpaard verdwijnt uit het straatbeeld. Veel werk gaat verricht worden door loonbedrijven.

 


Het maaien van rogge in de Liemers (1936)

 

1953     Het in 1681 gebouwde Franciscanenklooster in Elten wordt afgebroken. Paters van dit klooster hebben onder meer in de 18e eeuw een belangrijke rol gespeeld bij de recatholisering in parochies in naburig Staatse gebieden zoals (Loer)Beek, Zeddam en Didam.

Het Franciscanenklooster in Elten omstreeks 1930
In de oorlog is dit klooster ernstig beschadigd. Voor meer afbeeldingen van dit klooster zie: 1681 en 1737

 

1954    Pastoor Janssen wijdt in Didam de nieuwe Sint Martinus Mulo (later MAVO) in. De school vervult een streekfunctie, ook uit Beek, Loerbeek en Wehl komen leerlingen naar deze school.     


De leerkrachten van de Didamse Mulo in 1966
Zittend v.l.n.r:  Raats, Breukers (hoofd),  Bramer en Van Roosmalen 
Staand: kapelaan Vernooy, Jaspers, Hemmelder, Harmsen, Schonis (hoofd vanaf 1972) en Wapereis. 

1955    Door de voortschrijdende mechanisatie worden in de jaren vijftig ook in Loerbeek de vertrouwde trekpaarden vervangen door landbouwtrekkers.

 

 

1956    De spoorverbinding Arnhem - Zevenaar - Emmerich - Oberhausen, die aan de Liemers een economische impuls heeft gegeven, bestaat honderd jaar. In de periode 1897 tot 1932 heeft Babberich een eigen station, waarvan veel inwoners van Loerbeek gebruik hebben gemaakt
Vooral aan het eind van de 19e eeuw en het begin van de 20e eeuw is de spoorverbinding ook van groot belang geweest voor het vervoer van de talrijke arbeiders, die vanuit de Liemers in het Duitse Ruhrgebied werkten. Velen van hen vertrokken op maandag in alle vroegte om zaterdagavond weer thuis te komen.
 


Als tienjarig jongetje herinner ik me de doorkomst van deze feesttrein nog als de dag van gisteren

 

1959    De zomer van 1959 verloopt gortdroog. Ook in Loerbeek is de extreme droogte voor velen een kwelling. Vooral voor de landbouwers is de droogte een beproeving. De problemen verergeren nog omdat ook september extreem zonnig en droog is.

1960    In de nadagen van het "rijke Roomse leven" viert de R.K. parochie Loil in de gemeente Didam op 6 oktober haar vijftigjarig jubileum.


Viering gouden parochiejubileum in Loil 
Tweede van rechts kardinaal Alfrink, links van hem pastoor Wolters (Loil) en helemaal rechts pastoor Dodkorte (Nieuw-Dijk)

 

1961    De parochie (Nieuw-)Dijk in de gemeente Didam viert
 haar vijftigjarig jubileum
, waarbij onder meer aanwezig zijn kardinaal Alfrink en deken Frank.

 


Viering van vijftigjarig jubileum van parochie(kerk) in (Nieuw-)Dijk met kardinaal Alfrink en links naast hem deken Frank.

1963   De ontdekking van het Groningse aardgas in Slochteren in 1959 veroorzaakt in de jaren zestig ook ingrijpende gevolgen voor de energievoorziening in de Liemers, waardoor kolenkachels ook in Loerbeek nu snel tot het verleden behoren.

 

Minister Andriessen brengt op 9 juli 1964 een werkbezoek aan het  Zevenaarse Broek (Zweekhorst). waar op dat moment een belangrijke aardgasleiding wordt aangelegd.

 

1964    Dokter J.A.M. Dunselman (1896 - 1970) wordt tot ereburger van Didam benoemd. De oorspronkelijk uit Nieuwer Amstel afkomstige Dunselman wordt in 1926 huisarts in Didam waar hij tevens chirurg is bij kleine medische ingrepen in het naast zijn woonhuis gelegen ziekenhuis. In de periode 1926 tot 1940 is Dunselman de enige huisarts in Didam en omgevende kerkdorpen. In 1960 moet hij om gezondheidsredenen de huisartsenpraktijk beeindigen en wordt hij opgevolgd door dokter T. Bekema.

 


Dokter Dunselman en echtgenote (omstreeks 1929)

1965    In Emmerich wordt een imposante hangbrug over de Rijn geopend. De brug is meer dan 1.000 meter lang en daarmee de langste hangbrug over de Rijn. Het verbindt Emmerich met Kleve. Ook veel inwoners van de Liemers hebben de bouw (1959 -1965) van deze indrukwekkende brug met bijzondere belangstelling gevolgd.     

   

 Rijnbrug Emmerich
Foto 6 september 2008

1966     Het Albertusgebouw aan de Raadhuisstraat is tot 1966 in gebruik als algemeen ziekenhuis en gasthuis voor bejaarden.

1966    Op 59-jarige leeftijd overlijdt de vermaarde meester (Antoon) Abbing, een streng maar rechtvaardig schoolhoofd van de St. Martinussschool in Beek sedert 1940 en tevens een soort ombudsman voor velen in de dorpsgemeenschap.

 


Meester Abbing met klas 6 omstreeks 1944

 

1972    De moedige Beekse verzetsstrijder Wim Moorman, die kort voor de bevrijding door de Duitsers is terechtgesteld, wordt op het Ereveld Loenen herbegraven. Ondanks zijn jonge leeftijd, hij werd slechts 19 jaar, heeft Wim Moorman vele honderden, vaak uiterst riskante, verzetsdaden verricht.

 


Wim Moortman in 1972 herbegraven in Loenen
graf 339, vak D

1977   Na vanaf 1 juni 1940 onderwijzeres te zijn geweest in Loerbeek gaat Jo Vermeulen (1917 - 2010) in 1977 met pensioen. Diverse generaties (Loer)bekers hebben van deze bijzondere vrouw het lezen en schrijven geleerd. Medio 2006 schenkt zij het overgrote gedeelte van haar familiearchief, waarin vele foto's die een goed beeld geven van het Liemerse platteland, aan het Liemersmuseum in Zevenaar.

1978    Voor het eerst in haar bestaan promoveert de Beekse voetbalclub 't Peeske naar de vierde klasse K.N.V.B.


Promotie van 't Peeske naar de vierde klas K.N.V.B. in 1978
V.l.n.r. staand: H. van Aalst (trainer), Th. Verheij, H. Hansen, J. Meulenbeek, H. Rosendaal (voorzitter), J Jansen, A. Gerritsen, A. ten Have, A. Keurntjes, A. Hendriksen, H. Jansen (grensrechter), H. Sanders (secr.) en N. Zweden (leider)
V.l.n.r: gehurkt: A. Hansen, Th. Jansen, H. Tomassen, S. Kool, Fr. Stienissen, J. Maas, A. Jansen en K. Westerhof (verzorger)


1984
   Op 29 januari overlijdt enkele dagen voor zijn 104e verjaardag hoofdonderwijzer Henri Vermeulen. De uit het Limburgse Venray afkomstige Vermeulen werd in 1898 op 18-jarige leeftijd onderwijzer aan de openbare lagere school in Loerbeek. In 1910 werd hij hoofd van deze school. Dit bleef hij tot hij in 1925 hoofd van de R.K. school in Beek werd. Zijn hele leven bleef hij in Beek wonen, waarvan de laatste jaren samen met zijn dochter Jo (1917 - 2010). Gedurende zijn lange leven is hij van grote betekenis geweest voor de dorpsgemeenschap.

1986   Het Sint-Jansgilde in Beek, dat stamt uit de middeleeuwen, viert haar 550-jarig jubileum. Tot de oorspronkelijke taken van een gilde behoren het beschermen van leden van de buurschap in hun rechten door regels te maken voor een ordelijke gang van zaken, alsmede het bescherming bieden tegen vijandige aanvallen van buiten. 

Het bestuur van het Sint-Jansgilde in 1986 bij het 550-jarig jubileum.
V.l.n.r.: Tiemesen. Raben,  Franken, Hermsen en Hendricksen

 

1988    Op zaterdag 25 juni wordt het Nederlands voetbalelftal  Europees kampioen na een 2-0 overwinning op Rusland in het Olympiastadion in Munchen. De stemming in heel Nederland is uitgelaten. Ook in Loerbeek heerst euforie met overal feestende mensen en toeterende auto's.

 


Uitgelaten sfeer in Amsterdam juni 1988

 

1991    Na  zeventig jaar houdt in het voorjaar van 1991 het weekblad "de Lijmers" ("de Liemers") op te bestaan. Drie generaties Leonards hebben er in de loop der tijd veel energie in gestoken.
In 1921 begon Theo Leonards, die samen met zijn broers Godfried en Gerard in het bezit was van een drukkerij, met de verspreiding van het weekblad "De Lijmers", met in de begintijd vooral katholieke kerkberichten van Didam, Loil, Nieuw-Dijk en Zevenaar. Kort na de oorlog kreeg het weekblad de naam "de Liemers".


Th. Leonards (1921)


Weekblad De Lijmers (1922)


Weekblad De Liemers (1946)

1992     De smederij van de Loerbeekse smid wordt als herinnering aan een ambachtelijke periode verplaatst naar het Openlucht Museum in Arnhem. De smederij, voorzien van speciale "explosieramen" die automatisch openklappen in geval van een ontploffing, heeft onder de vloer een opslagruimte voor carbid dat voor het lassen noodzakelijk is.

 

 

 


Loerbeekse smederij in het openlucht museum 

 

2004     Op vrijdagmiddag 2 januari wordt onze regio opgeschrikt door een lafhartige moord. De 56-jarige eigenaar van het eeuwenoude Montferland in Zeddam, Henk Zinger, wordt tijdens een brute overval door messteken gedood. De 33-jarige dader, afkomstig uit Havelte, wordt enige maanden later veroordeeld tot 7 jaar gevangenisstraf en tbs.

 

 


Hotel Montferland / Graaf van den Bergh in Zeddam (2012)

 

2005     Bergh, de gemeente waartoe Loerbeek behoort, houdt op een zelfstandige gemeente te zijn. Ten gevolge van een gemeentelijke herindeling wordt het samengevoegd met de buurgemeente Didam tot Montferland.

 

 

 


Montferland in grondoppervakte de grootste gemeente in de Liemers 

 

2006   Jo Vermeulen (1917 - 2010), dochter van meester Henri Vermeulen (1880 - 1984) onderwijzer / schoolhoofd in de periode 1898 - 1940 in (Loer)Beek, schenkt het overgrote deel van het familiearchief aan het Liemers Museum in Zevenaar. In dit archief, de collectie Vermeulen, bevinden zich onder meer vele foto's, die een goed inzicht geven op het Liemerse platteland aan het eind van de 19e eeuw en de eerste helft van de 20e eeuw.    



Het gezin van hoofdonderwijzer Vermeulen (omstreeks1926)
geheel rechts dochter Jo Vermeulen, van 1940 tot 1977 onderwijzeres in Loerbeek

 

2007    Op 27 december overlijdt in zijn woonplaats Velp de vermaarde kinderboekenschrijver / onderwijzer Carel Beke (1913 - 2007). Beke, die ongeveer honderd kinderboeken schreef, verwierf zijn grootste bekendheid met de Pim Pandoer-serie. Een van de boeken uit deze serie, Pimpandoer de heks van 's Heerenberg, speelt zich af in onze omgeving: 's-Heerenberg, Elten, Zeddam, (Loer)beek en Montferland.

 


Cover van het boek dat gebaseerd is op Mechteld ten Ham, die in het begin van de 17e eeuw op de brandstapel is verbrand

 

2010   Op zondag 23 mei 2010 overlijdt in Zevenaar op 93-jarige leeftijd J. (Jo) Th. H. Vermeulen (1917 - 2010), het vierde kind in het gezin van de legendarische meester Vermeulen uit Beek. 
Net als haar vader blijft ook Jo, in de volksmond meestal genoemd juffrouw Vermeulen haar hele leven werkzaam in het onderwijs. Van 1940 tot haar pensionering in 1977 aan de lagere school in Loerbeek. "Juffrouw" Vermeulen is ongehuwd gebleven en tot kort voor haar dood in het ouderlijk thuis blijven wonen.  


De 9-jarige Jo Vermeulen (geheel rechts) met haar ouders, broers en zussen (1926)

 

2010    Op 21 december vindt de officiele opening plaats van een door Toon Abbing ingericht historisch klaslokaal in zijn ouderlijk huis aan de St.Jansgildestraat in Beek. Het betreft mede een hommage aan zijn vader, meester Abbing, hoofd van de St. Martinusschool in Beek van 1940 tot zijn dood in 1966.

 

  Meesterhuis Abbing aan de St. Jansgildestraat in Beek
(28-07-2011)

2011    Op 16 en 17 april  viert het in 1436 opgerichte St. Jansgilde te Beek het 575 jarig bestaan.  

 

2011    Op 21 april (Witte Donderdag) overlijdt in zijn woning in Zevenaar volkomen onverwacht de bekende streekhistoricus dr. Ben Janssen. Hij is van grote betekenis geweest voor de Liemers waar hij tal van boeken over heeft geschreven. Op 28 april vindt in de R.K. kerk van Lobith-Tolkamer, zijn geboorteplaats, de uitvaartdienst plaats.  

 


 Dr. Ben Janssen 
(1931 - 2011)

2013  Op zondag 17 maart besteedt de Nederlandse televisie (VPRO) in een boeiende uitzending met als titel, Die Liebe war Schuld daran (Tommy Wieringa), zeer uitvoerig aandacht aan de Nederlands-Duitse grensstreek in de Liemers. (http://vimeo.com/62056112).

2013    Op donderdagavond 19 september wordt Didam en wijde omgeving opgeschrikt door een enorme explosie, die een woning aan De Braak volledig verwoest. Bij deze explosie komt het echtpaar Fabian en Monique Udink, die tijdens de explosie in hun huis zijn, om het leven. Hun beide zoons zijn op het moment van de explosie naar de voetbaltraining.

2014    In het Bergerbos bij Beek worden aan beide zijden van de grens unieke restanten van verdedigingswerken uit de Eerste Wereldoorlog blootgelegd. Het loopgravenstelsel is door Duitsers in 1917 aangelegd om een eventuele aanval vanuit het toen neutrale Nederland af te weren omdat er rekening mee werd gehouden dat Nederland alsnog de kant van de geallieerden zou kiezen. Hoewel onze regio een catastrofale loopgravenstrijd bespaard is gebleven en de verdedigingswerken in 1921 door de Fransen grotendeels zijn verwoest, tonen de nu gereconstrueerde restanten veel van de militaire techniek uit die periode. De Fransen mochten de verdedigingswerken destijds ontmantelen omdat volgens het Verdrag van Versailles Duitsland geen militaire objecten meer mocht hebben. Een deel van de nu blootgelegde Duitse verdedigingswerken ligt nu op Nederlands grondgebied vanwege een grenscorrectie in 1963. 
 

 


Bemande loopgraaf tijdens de Eerste Wereldoorlog


2014    Als gevolg van bevolkingskrimp sluit de St. Martinusschool in Loerbeek de deuren. Kinderen uit Loerbeek moeten voortaan naar de Kolkstedeschool in Beek. 
 

 


Schoolfoto van de dorpsschool uit 1905
 met betovergrootouders van kinderen, die een eeuw later de school bevolken

2016    Op maandagmiddag 11 januari wordt de nieuwe 27 meter hoge uitkijktoren op de Hulzenberg in de nabijheid van Loerbeek geopend. De uitkijktoren, die in opdracht van de gemeente Montferland in samenwerking met Natuurmonumenten is gebouwd, biedt een schitterend uitzicht over de wijde omgeving van de Veluwezoom tot ver in het Duitse Rijnland. Bij helder weer is vanuit deze unieke locatie de Stevenskerk in Nijmegen te zien. 
 

2016    Op maandagavond 18 januari overlijdt na een kortstondige ziekte op 93-jarige leeftijd in het Slingeland Ziekenhuis in Doetinchem de befaamde streekhistoricus John Thoben (1922 - 2016). 
Aanvankelijk wilde de in Raalte geboren John Thoben priester worden maar na het Klein- en Groot-Seminarie in Apeldoorn en Rijsenburg doorlopen te hebben liep het anders. Hij ontwikkelde zich tot een enthousiast schrijver, uitgever, publicist, genealoog en streekhistoricus en verhuisde in 1985 naar Bergh, waar zijn huis aan de Kellenstraat voor de door hem opgerichte Werkgroep "Genealogie tussen Rijn en IJssel" zowel kantoor als archief werd. 
In 1999 verscheen van zijn hand het tweedelige boek over (Loer)Beek "Het kerspel Beek in de Liemers" waarin de complexe dorpsgeschiedenis uitvoerig is beschreven.