Loo


 

Loo: Snel door de tijd

Loo is een klein dorpje in Gelderland, onderdeel van de gemeente Duiven, met zo'n 1.000 inwoners.

De oorspronkelijke naam van het dorp Loo is Angeroyen genoemd naar de waarden (Ooy is een ander woord voor waard) die bij Angeren behoren. Angeren ligt aan de Betuwse kant van de Rijn. Na een stroomverlegging in de middeleeuwen komen deze waarden en ook het dorp Angeroyen in de Liemers te liggen. In het toenmalige dorp stond een kapel, die oorspronkelijk viel onder Angeren.

De huidige katholieke Sint-Antonius Abtkerk in Loo is een vroeg werk van Alfred Tepe. Het is een torenloze, neogothische hallenkerk, gebouwd in de jaren 1873-1875 op de plaats van een 15e eeuwse kapel. Na voltooiing van de parochiekerk is Loo, tot in de jaren 50 van de 20e eeuw, een bedevaartsplaats geweest waarbij de H. Maria wordt vereerd.

De eerste zondag na 15 augustus (Maria Hemelvaart) wordt in Loo de traditionele processie gehouden, met daaraan gekoppeld de kermis & schuttersfeesten.
Voor de aanvang van de schuttersfeesten en de kermis vertrekt er om exact 12.00 uur een stoet vanaf de kerk en maakt een rondgang door Loo. Als het Loo aldus gezegend is, kan de driedaagse kermis en het schuttersfeest beginnen. Overal hangen de rode schuttersvlaggen uit en staan er groene welkomstpoorten van de verschillende buurtverenigingen. Het is een feestelijk gezicht!
Voor meer informatie: klik hier

 

 

40        De Romeinen bouwen het fort Loowaard, waarschijnlijk gelegen op de westelijke oeverwal van de Rijn, 1 km. ten zuiden van Loo. Na het vertrek van de Romeinen hebben de Franken dit Romeinse castellum nog tot in de zevende eeuw gebruikt, wanneer de Rijn de locatie verwoest.  

870      De naam Hoesselt (voor het latere Husselarij) wordt voor het eerst vermeld.

970      De naam 't Loo wordt voor het eerst in een schriftelijk stuk gebruikt.

1150    Halverwege de 12e eeuw wordt in het Liemerse land een begin gemaakt met de aanleg van dijken. Het zijn lage "zomerdijken" om het zomerwater te keren. Ruim honderd jaar later komen in de "Lijermersch" de eerste winterdijken.

1300     In Loo (Angeroyen) staat al een kapel.

   

Kapel te Loo in 1742

Wanneer bij de reformatie de Westervoortse dorpskerk overgaat in protestantse handen zijn ook de Westervoortse katholieken hoofdzakelijk op 't Loo aangewezen. De Kapel te Loo ligt op Kleefs gebied en geniet daardoor, in tegenstelling tot bijvoorbeeld Westervoort, wel godsdienstvrijheid.

 

1339    Gelre, waartoe Loo in deze tijd behoort, wordt door de keizer van Beieren tot hertogdom verheven. Het is een zeer groot en belangrijk hertogdom. Het omvat naast de huidige provincie Gelderland, grote delen van de huidige provincie Limburg (met onder meer Venlo, Venray en Roermond) en delen van het huidige Noord-Rijnland-Westfalen met ondermeer het stadje Geldern, waarnaar het hertogdom Gelre en de latere provincie Gelderland zijn genoemd. Het hertogdom Kleve vormt een wig tussen de Noordelijke en de Zuidelijke delen van Gelre. De zelfstandigheid van Gelre eindigt in 1543.

 

Het hertogdom Gelre omvat omstreeks 1350:
1. Het Kwartier van Nijmegen (huidige Betuwe)
2. Het Kwartier van de Veluwe (ook genoemd het Kwartier van Arnhem)
3. Het Kwartier van Zutphen (de huidige Achterhoek en Liemers)
4. Het Kwartier van Roermond (het huidige Limburg en delen van Noord-Rijnland-Westfalen) 

 

 

 

 

 

 

 

 

1340     Uit een rekening van de rentmeester van de graaf van Gelre blijkt, dat in deze tijd Weel (Wehl), Betburg (Babberich), Zevenaar, Angeroy (Loo), Westervoort, Beek en Zeddam,  Duiven en Groessen tot de Lijmers gerekend worden.

1355    Vanaf 1355 neemt de macht van Kleef in de Liemers sterk toe ten koste van Gelre.

Bezittingen van Gelre en Kleef (Kleve) in de Liemers omstreeks 1350
Voor 1350 bezit Kleef in de Liemers alleen Groessen, Leuven (tussen Oud-Zevenaar en Groessen), Oud-Zevenaar en Grondstein (nabij Elten).
In de periode na 1355 worden o.a. ook Zevenaar, Huissen (Huussen), Wehl, Duiven, 't Loo, Ooy, Babberich, Eltingen (Weel) en Elten deel van Kleve.

 

 

1406    Ambt Liemers (o.a. Zevenaar, Duiven, Loo, Groessen, Wehl), van oorsprong Gelders grondgebied, wordt door Reinoud IV van Gelre aan het graafschap Kleef (Kleve) verpand.

1417     Graafschap Kleef waartoe ook Loo behoort wordt tot Hertogdom verheven.    


Gezicht op Kleef (Kleve) omstreeks 1570, gravure van Frans Hogenberg
Het ambt Liemers, dat in 1406 wordt verpand aan Kleve, zal tot  het begin van de 19e eeuw duits blijven.

1432    Na een extreem koude winter overstroomt de Liemers na het invallen van de dooi. De stad Arnhem stuurt haringen naar de slachtoffers.

1437    Johan van de(n) Loo (1405-1476) wordt ambtman van de Liemers. Hij krijgt van de hertog van Kleef (Kleve) het beheer over de Kleefse gebieden in de Liemers. Zijn ambtszetel is de burcht in Zevenaar. Meer dan een eeuw blijft het ambt in handen van dit aanzienlijke Liemerse geslacht dat lange tijd bezitter is van de Loowaard en het huis Enghuizen in Zevenaar.  

1440    De oudste vermelding van het Angeroyse veer; Angeroyen is de naam van een voormalig onder Angeren ressorterende buurtschap en een havezate in Loo. Tot omstreeks 1300 ligt Angeroyen nog aan de Overbetuwe zijde van de Rijn.

1450    Johan van den Loo maakt een pelgrimsreis naar het Heilige Land en Rome, waar hij tot ridder wordt geslagen.

1467    In het jaar 1467 is Jan van den Loo (1436 - 1469) bezitter van de havezate Loowaard, dat buitendijks op een terp vlak bij Loo is gesitueerd.


Loowaard
middeleeuwswe tekening in olieverf

De Loowaaard dankt haar naam aan het geslacht Van den Loo, dat op een waard aan de Rijn een huis bouwt. Jan van den Loo is in 1467 de bezitter, maar woont zelf op het huis Enghuizen te Zevenaar, dat in de Tweede Wereldoorlog verwoest is.

Klik hier voor meer informatie

 

 

1481    Gooswijn Lippert is vicaris van de St. Antonius-vicarie in Groessen en bedient tevens de kapel in 't Loo.

1487    Het Kleefse drostambt Lymers, waartoe onder meer behoren Duiven, Groessen, 't Loo en Zevenaar, wordt gesplitst in de stad Zevenaar en Ambt Lymers. Deze situatie zal ruim driehonderd jaar tot het begin van de Franse tijd (1795) blijven bestaan.

1500    De naam Angeroyen  (Angerense waarden) verdwijnt na de 15e eeuw steeds meer om plaats te maken voor die van 't Loo.

1503    De zomer van 1503 is zinderend heet en kurkdroog en daardoor een kwelling voor de inwoners van Loo

1557    
De vermaarde cartograaf Christiaan sGrooten, geograaf van de Spaanse koning Philips II, brengt het gewest Gelderland in kaart.


Een detail uit de kaart van Christiaan sGrooten betreffende de omgeving van Loo
Loo
wordt niet expliciet genoemd. Wel worden Angheren (Angeren) en Die Lymers (De Liemers) met name genoemd.
In de omgeving zien we o.a. Weesterfort (Westervoort), Groyssem (Groessen), Sevenaer (Oud-Zevenaar), Baer Lathum, Huessen (Huissen) en Malburch (Malburgen).

 

 

1559     Uit een landkaart (1559) blijkt dat Zevenaar, Duiven, Groessen en Loo een enclave vormen, die staatkundig tot het hertogdom Kleve behoort.


 

 


Staatkundige indeling 1559

1565    Uitzonderlijk strenge winter waarin half december 1564 de vorst intreedt. Op 2e Kerstdag vriest de Rijn dicht en tot in maart blijft het ijs begaanbaar.

1565    Herman van de Loo voegt aan havezate Loowaard, gelegen in de uiterwaarden van de Rijn, een torentje toe. Herman van de Loo en Digna van Isendoorn, wier grafsteen is ingemetseld in de toren van de kerk in Groessen, zijn omstreeks deze tijd bewoners van het kasteeltje Loowaard in Loo.
 

Loowaard getekend door Jan de Beijer in 1742


1568    Begin van de Tachtigjarige Oorlog. De strijd tussen Spaanse en Staatse troepen brengt de bevolking in de Liemers regelmatig tot wanhoop. 

De staatkundige indeling van de Liemers en de omgevende gebieden in de 16e eeuw
Geel: Kleefs gebied   Groen: Gelders / Staats gebied   Licht Groen: Berghs gebied   Wit: zelfstandig gebied
Loo is in deze tijd Kleefs gebied.

1570     De periode 1570 tot 1600 is in de Liemers (en de Achterhoek) een uiterst onrustige tijd. De bevolking is wanhopig door rondtrekkende plunderende troepen: De ene keer Staatse en de andere keer Spaanse troepen en daar tussendoor rondtrekkende muitende bendes. Ook Duiven en omgeving gaan gebukt onder de terreur.

1572    Begin juli worden 19 katholieke priesters uit Gorcum ontvoerd naar Den Briel. Als ze daar niet bereid zijn het katholieke geloof af te zweren worden ze een voor een opgehangen. De herinnering aan dit gebeuren, dat bekend staat als een van de dieptepunten in de opstand tegen Spanje, blijft tot ver in de 20e eeuw bij veel katholieken, ook in de Liemers, levend.

Links: Martelaren van Gorcum worden in een schuur terechtgesteld (19e eeuws schilderij van Cesare Fracassini)

Rechts: Beeld van pater Claas Pieck in de bedevaartskerk in Brielle
  Claas Pieck is de eerste, die wordt opgehangen, na hem volgen nog 18 paters. 



De ontvoering van de 19 priesters vindt plaats door watergeuzen onder leiding van hun in 1571 door Willem van Oranje benoemde opperbevelhebber Lumey. Wanneer de priesters niet bereid zijn om het katholieke geloof af te zweren, worden ze in een schuur een voor een opgehangen. Na hun dood worden de 19 martelaren van Gorcum voor veel katholieken ook in de Liemers lichtende bakens in een periode van onderdrukking en duisternis. De herinnering aan het gebeuren in 1572 blijft tot ver in de 20e eeuw levend. Veel katholieken sluiten tot ver in de 20e eeuw hun dagelijks gebed af met: "heilige martelaren van Gorcum bidt voor ons".


1573    Reeds eind oktober begint in de Liemers een lange zeer strenge winter, waarin vrijwel alle wintervoorraden verloren gaan met grote tekorten en honger tot gevolg.


1579    Oudst bekende vermelding van het Looveer, de verbinding tussen de stad Huissen en Loo. Vermoedelijk is het Looveer veel ouder.

1581    De periode 1581 tot 1603 verloopt voor de bevolking in het Gelders - Kleefs grensgebied rampzalig. De Tachtigjarige Oorlog, een meedogenloze strijd tussen Spaanse en Staatse troepen, maakt veel slachtoffers onder de bevolking. Zowel Staatse als Spaanse soldatenbendes trekken regelmatig plunderend en brandstichtend rond. De terreur wordt mede veroorzaakt door de slechte betaling van vooral de Staatse soldaten.

Plundering van een dorp geschilderd door Pieter Molijn (Frans Halsmuseum, Haarlem)
Vooral tijdens de eerste helft van de Tachtigjarige Oorlog gaat de bevolking van het Gelders - Kleefs grensgebied regelmatig gebukt onder de wreedheden en plunderingen van Hollandse (Staatse) en Spaanse soldaten.
 

1584
    Op 26 januari vindt in de avonduren een dijkdoorbraak plaats bij de Oliemolen van Leuven / Leuffen (buurtschap tussen Oud-Zevenaar en Groessen). Het betreft de oudst bekende melding van een dijkdoorbraak in de Liemers.

1595    Na een extreem koude winter volgen in maart zware overstromingen. De Lijmerse bandijk breekt op diverse plaatsen door.

1598    Van de Groessense pastoor Jacob Vallick verschijnt in Hoorn een herdruk van zijn zeer vermaarde publicatie "Tooveren".

Titelblad van de publicatie "Tooveren" van Vallick
In zijn boek benadrukt Jacob Vallick dat onheil niet het werk is van de duivel, laat staan van een heks, maar van God die hooguit gebruik maakt van Satans diensten.
Vallick staat dus terughoudend tegenover geloof in duivelse krachten en hekserij. In zijn tijd zijn veel mensen beducht voor duivels en heksen.
Vallick is van oordeel dat tegenslag een louterende werking heeft voor de geest, omdat het voorkomt dat je als mens zelfgenoegzaam wordt.

Het boek "Tooveren" is geschreven in de vorm van een dialoog tussen Elizabeth aan de ene kant en haar buurvrouw Mechtilde en een pastoor aan de andere kant. Elizabeth wijdt de ziekte van haar echtgenoot, haar koeien en paarden aan hekserij en beschuldigt ook een specifieke heks. Mechtilde en de pastoor vermanen haar echter, dat een dergelijke reactie op tegenslag een teken van geestelijke zwakte is.

1600   Omstreeks deze tijd zoeken ook veel zieken uit 't Loo genezing bij de Groessense pastoor Vallick, die gebruik maakt van kruiden.

1608    Een ontstellend koude winter zorgt voor grote problemen. In januari en februari vriest het zo hard dat zelfs de oudste mensen zich niet kunnen herinneren dit ooit eerder te hebben meegemaakt.

1609   
Het Kleefse hertogelijke geslacht is uitgestorven. Het hertogdom Kleef komt door vererving in het bezit van de keurvorst van Brandenburg. De Kleefse gebieden in de Liemers (o.a.  Zevenaar, Wehl, Duiven, Groessen, Loo, Huissen) worden deel van Brandenburg.

Zes generaties hertogen van Kleve met op de achtergrond het historische Kleve
v.l.n.r. Adolph IV (1417 - 1448), Johann I (1448 - 1481), Johann II (1482 - 1521), Johann III (1521 - 1539), Wilhelm (1539 - 1592) en Johann Wilhelm (1592 - 1609)


1610
     Op vrijdag 22 januari wordt onze regio getroffen door een zware storm. Bij Rees breekt de dijk door. Veel land staat onder water.

1618    De eerste protestante dominee van Zevenaar, Leonardus Artopaeus preekt enkele malen in de kapel van Loo. Door predikant in Loo te worden tracht hij de inkomsten van de kapel bij die van de inkomsten als dominee van Zevenaar en het Ambt Lymers te voegen. Hij kan zich echter niet in Loo handhaven omdat de hele bevolking bij het oude vertrouwde geloof blijft.

 


                             Kapel in Loo (1765)
 

1620     In de eerste helft van de 17e eeuw komen vertegenwoordigers van veel Liemerse dorpen waaronder Groessen, Hoeselarij, Duiven en Ooy regelmatig voor het gerecht om gronden te verpanden. Dit is het gevolg van herhaalde inkwartiering van soldaten en veel oorlogsgeweld waardoor een enorme verarming onder de bevolking heeft plaatsgevonden. 

1625     Om de verplichte oorlogsbijdrage voor de Tachtigjarige Oorlog, die voor een groot deel in onze regio is uitgevochten, te kunnen betalen moet het gilde van de Husselarij de gildenhofstede "Tho Hoesselt" en bijbehorende gronden verpanden voor 650  gulden. Omdat het in latere jaren niet wordt ingelost komt het tenslotte definitief in handen van Johan Boon. Het gildenbestuur van de Husselarij bestaat omstreeks 1625 uit: Gerlach Damen, Thomas van Foirst, Heinrich ten Hoef, Jan Giesberts, Jacob van Hoevel, Heinrich Klabbers, Jacob van Lengell, Arndt van Tuyll en Albert Untijt. Het zijn namen die wij in de tegenwoordige tijd in de Husselarij en 't Loo vrijwel niet tegen komen.  

1630     Omstreeks deze tijd zijn in Loo paters Jezuiten werkzaam. Onder hen ook de Brabantse pater Gerard Otten, die een belangrijke rol speelt bij de opwaardering van de Loose kapel tot parochiekerk. Katholieken uit het naburige Gelderse Westervoort, waar geen godsdienstvrijheid bestaat, gaan in Loo bij de Jezuiten ter kerke.  

1632     Herman Castrop is de oudst bekende pastoor van Loo

1635  Na een strenge winter volgt, als gevolg van een dijkdoorbraak bij Loo, een zware overstroming. De Spanjaarden moeten in verband met het hoge water Schenckenschans ontruimen.

1638    De Liemers krijgt het als gevolg van de Paltse inkwartiering zwaar te verduren. Veel soldaten maken zich schuldig aan beroving en ook als gevolg van drankmisbruik wordt grote schade aangericht.

 


't Loo  staat op een landkaart uit omstreeks 1638 expliciet vermeld 
Merk op: oost is links en  noord is onder  

 

 

1648    Einde van de Tachtigjarige Oorlog: Vrede van Munster. De Republiek der Nederlanden wordt door Spanje als een zelfstandige staat erkend. Loo  en veel andere plaatsen in de Liemers zullen pas vanaf 1 juni 1816 definitief deel uitmaken van Nederland.


Grens van de Republiek in 1648
Merk op dat het grootste deel van de Liemers geen deel uitmaakt van de Republiek, maar behoort tot het Duitse Rijk.
 

1650    De oudste gegevens van een schooltje in Loo dateren van 1650. Henrick Heilink is naast koster ook de schoolmeester, een veel voorkomende combinatie van beroepen.

1651     Priester Stein wordt pastoor in 't Loo. Het bestuur van het gilde in 't Loo bestaat in deze tijd uit: Hendrick Offerman, Johan Hyman, Johan van Kerckhoff den Olden, Steven van Kerckhoff, Gerlach Kreyvenger en Johan van Kerckhoff den Jonge.

1657     De voormalige havezathe Angeroy in 't Loo verkeert in sterk vervallen staat. In latere jaren verdwijnt de bouwval volledig waardoor er in onze tegenwoordige tijd niets van over is.

1660    De Loose kapel wordt herbouwd.

1661    De vermaarde Amsterdamse kunstenaar Lambert Doomer, leerling van Rembrandt, tekent tijdens een van zijn vele reizen vanuit de Kleefse Pley in Westervoort een panorama naar het noordwesten met aan de linkerzijde de Rijn tussen Loo en Arnhem. Het origineel bevindt zich in onze huidige tijd in het Hermitage Museum in Sint-Petersburg.


Lambert Doomer: Gezicht vanaf  Westervoort naar het noordwesten.
 Links de Rijn tussen Loo en Arnhem, net niet zichtbaar is het begin van de IJssel en op de achtergrond zien we de stuwwal bij Oosterbeek

 

1672    Het Franse leger trekt bij Tolhuis in Lobith de Rijn over en bezet onze regio. De Franse bezetting van de Kleefse gebieden duurt ongeveer twee jaar. Het is een periode die, de toch al arme bevolking lang zal heugen. Men gaat gebukt onder de verplichte inkwartiering van soldaten, afpersingen, plunderingen en mislukte oogsten als gevolg van vertrapte akkers. Ook worden afkoopsommen opgelegd waarvoor inwoners van 't Loo eigendommen moeten verpanden. Het zal meer dan twee eeuwen duren alvorens de in deze periode aangegane pandschap volledig is ingelost. Pas in 1833 is het de gemeente Duiven, die de totale pandschap inlost.

1679    De Loose pastoor van der Linden ontvangt van een geldschieter een bedrag (300 gulden) om daarmee de door de Fransen na hun inval in 1672 opgelegde belasting te kunnen betalen. De geldschieter krijgt het gildebezit "den Dorrenheuvel"aan de Loodijk als onderpand.

1684    De winter van 1683 - 1684 verloopt ontstellend koud. Zelfs de oude mensen in Loo kunnen zich niet herinneren zo'n extreem koude winter ooit eerder meegemaakt te hebben. De koude valt ver voor kerstmis 1683 in en duurt tot medio februari 1684. De rivieren vriezen volledig dicht en ijsdikten tot twee Rijnlandse voeten (63 cm) worden gemeten. De winter zorgt voor veel overlast. 

 

1690    Omstreeks deze tijd kennen de inwoners van Loo al een kermis, die ze net als in onze tijd, enthousiast vieren op de eerste zondag na Maria Hemelvaart (15 augustus).


 

1695     De eerste maanden van 1695 wordt de bevolking in extreme mate gekweld door de gevolgen van hoog water en geweldige ijsgang.

1698     Gerard Beukels uit Loo vindt genezing in de Brabantse bedevaartsplaats Handel. Op 15 augustus (Maria Hemelvaart) 1698 gaat Gerard, die vanaf zijn geboorte kreupel is aan beide voeten,  met zijn vader naar de Mariakapel van Handel waar hun gebed verhoord wordt.

1699     In Westervoort wordt op zondag 22 februari  Bernard(us) Wolters (1699-1765) geboren. Nog dezelfde dag wordt hij in de R.K. kapel in Loo, waar wel godsdienstvrijheid bestaat, gedoopt. Bernard is een voorvader in rechte lijn (9 generaties) van Sam, Simon en Sjef van Keulen.

1701    De keurvorst van Brandenburg mag zich koning van Pruisen noemen, waardoor Loo en het Ambt Liemers onderdeel worden van het Koninkrijk Pruisen, dat uitgroeit tot een machtige staat.

1709    Zeer strenge winter vanaf Driekoningen (6 januari); veel vee doodgevroren.

1711    In het voorjaar zijn er diverse dijkdoorbraken waaronder de IJsseldijk bij Lathum en de Boterdijk bij Lobith. Veel voedselvoorraden gaan verloren, weiden blijven lang onbruikbaar en op grote schaal wordt honger geleden.
            "In Duiven is geen morgen winterzaad behouden".

1714    Veepest veroorzaakt in de Liemers de dood van veel runderen en grote armoede onder de bevolking.

1715    De in Zevenaar geboren Joannes Everardus Kleijman wordt pastoor in Loo. Hij blijft dit tot zijn dood op 14 april 1742. 

1726    De oudst bekende vermelding in Loo van een processie, een katholieke tocht van priesters en gelovigen buiten de kerk, dateert uit 1726. In de rooms-katholieke traditie is de belangrijkste processievorm de zogenaamde Sacramentsprocessie. Hierbij wordt het Allerheiligste Sacrament plechtig rondgedragen onder een baldakijn of draaghemel. De traditie van een processie, die in de 21e eeuw in Loo nog bestaat, kent dus een eeuwenoude oorsprong.

1729    Een hevige pokkenepidemie maakt in Duiven en omgeving (waaronder Loo) vele tientallen dodelijke slachtoffers.

1733    Het eeuwenoude Looveer ondervindt flinke concurrentie van een ander nabijgelegen veer, dat wordt bediend door veerman Hubert Peters. Laatstgenoemde  krijgt echter een verbod opgelegd om nog mensen over te zetten. 


Het Looveer in 1742
tekening van Jan de Beijer    
















 

 

1738    Omstreeks deze tijd ontstaat in Loo na een dijkdoorbraak de Waai van Boerboom, ook wel Viswaai genoemd. Het precieze jaar van ontstaan is onbekend maar zeker is dat het tussen 1723 en 1753 moet zijn. Na de dijkdoorbraak heeft men een nieuwe dijk om de ontstane plas gelegd.

 


Waai van Boerboom in Loo (mei 2012)
 

1740    De winter van 1740 is zeer koud. Na een relatief zachte december 1739 wordt januari 1740 extreem koud. In de periode van zaterdag 9 tot en met dinsdag 12 januari wordt het zelfs overdag in Loo niet warmer dan 10 graden onder nul. De barre winter wordt gevolgd door een extreem koud voorjaar. Door armoede hebben veel huizen nauwelijks of geen verwarming. Op zaterdag 7 mei sneeuwt het nog. Ook de zomer verloopt zeer koud waardoor de oogsten volledig mislukken. Het duurt jaren voordat men het rampzalige jaar 1740 te boven is.

1740   Frederik II volgt zijn vader Frederik I op als koning van Pruisen, waartoe ook Loo in deze tijd behoort. Frederik II, die ook Frederik de Grote wordt genoemd, blijft heerser van Pruisen tot zijn dood in 1786. Een belangrijke verdienste van hem is dat hij een zeer belangrijke rol speelt bij de invoering van de aardappel als volksvoedsel. Op 24 maart 1756 vaardigt hij het befaamde "Kartoffelbefehl" uit, waarin hij beveelt dat al zijn onderdanen met de aardappel bekend dienen te worden en deze op iedere beschikbare plek moet worden verbouwd.     


 Frederik II (1712 - 1786) 

 

1742    De reizende tekenaar Jan de Beijer (1703 - 1780) tekent in augustus havezate Loowaard.
 


 

1743    In het voorjaar staat de Liemers onder water. Tientallen paarden en meer dan honderd runderen overleven het niet.

1747    Een nieuwe golf van veepest veroorzaakt bittere armoede.

1750    In de jaren na 1750 daalt in onder meer de gemeente Duiven, waartoe ook Loo behoort, de gemiddelde huwelijksleeftijd van vrouwen met bijna 2 jaar, van bijna 29 naar bijna 27 jaar. Omdat het aantal buitenechtelijke kinderen zeer gering is, neemt bij afwezigheid van geboortebeperking de kans op kinderen toe naarmate mensen langer getrouwd zijn. Op grond hiervan is voor de gemeente Duiven berekend dat in de tweede helft van de 18e eeuw ongeveer 140 kinderen meer geboren worden dan wanneer de huwelijksleeftijd ongewijzigd zou zijn gebleven.

1751    Op zondag 6 juni 1751 vindt in de kapel te Loo het kerkelijk huwelijk plaats tussen Hubertus van Keulen (Kuelen, Koelen, Ceulen) en Dorothea van Groen. Zij zijn de  over-over-over-over-over-overgrootvader van Sam, Simon en Sjef van Keulen.

 


Kapel  te Loo, waar op 6 juni 1751 het kerkelijk huwelijk plaatsvindt tussen Hubertus van Keulen (1726 - 1806) en Dorothea van Groen (1728 - 1885)  

1753    Op woensdag 19 december vindt dijkdoorbraak plaats bij de buurtschap Leuven / Leuffen (buurtschap tussen Oud-Zevenaar en Groessen). Een zeer omvangrijk gebied tot Steenderen komt onder water.


Doorbreken van de Rhijndijk in 1753
Meer dan drie maanden lang, tot eind maart 1754, blijft het water door de Leuvense doorbraak naar binnen stromen..
Tot  in oktober 1754 werkt men dagelijks met honderd karren aan het herstel van de dijk.
 

1754    In Loo wordt Jan Rutgerus Visch schoolmeester en koster. Hij blijft dit gedurende meer dan veertig jaar tot zijn dood in 1797. Aan het eind van zijn leven raakt de school in Loo door gezondheidsproblemen van meester Visch ernstig in verval.    

1756    Op woensdag 24 maart vaardigt Frederik de Grote (1712 - 1786), koning van Pruisen, waartoe ook Loo behoort,  het befaamde "Kartoffelbefehl" uit waarmee hij de in deze tijd nog weinig populaire aardappel als volksvoedsel tracht in te voeren. Zaadgoed wordt gratis verdeeld en veldwachters zien er op toe dat met het verbouwen van aardappelen wordt begonnen want de aardappel heeft (voor een deel terecht) de naam giftig te zijn waardoor veel boeren aanvankelijk tegenstribbelen. Tot in de huidige tijd liggen op het graf van Frederik de Grote enige aardappelen.     


 Graf Frederik de Grote bij slot Sanssouci met aardappelen
door Frederik de Grote werd de aardappel volksvoedsel

1756    Op zaterdag 11 december 1756 begint het streng te vriezen en de intense koude duurt onafgebroken tot maandag 7 februari 1757. Ook de inwoners van Loo  lijden onder de intense koude.

1757    Op zondag 30 januari ziet men op het Gelders eiland de eerste tekenen van ijsgang. Het opgestuwde water stijgt daardoor zo hoog dat het nog dezelfde dag twee voet over de dijk loopt en de dijk ter hoogte van de Pannerdenschen Waerd breekt. Ruim een week later op woensdag 9 februari breekt de Herwense dijk op vijf plaatsen door het opnieuw kruiende ijs en ook bij Pannerden volgen nieuwe doorbraken. Ook de dijk bij Leuven, tussen Oud-Zevenaar en Groessen, breekt in deze rampzalige maand.

Door vele dijkdoorbraken, als gevolg van waterstuwing door het kruiende ijs, staat in februari 1757 de Liemers grotendeels onder water. Velen vertoeven dagenlang op zolders of daken van hun huis. Ook gaan veel huizen door de watermassa verloren.

 

1757    Dysenterie-epidemie; dysenterie is een in de 18e eeuw veel voorkomende aandoening. Het betreft een door bacterien veroorzaakte ernstige buikloop, waarbij de frequentie van de ontlasting kan oplopen tot 100 maal per dag. Bij ongeveer 30% van de patienten verloopt de aandoening in die tijd dodelijk. Bij de meeste vormen van dysenterie is de bloedafgang zo opvallend, dat men sprak van rode loop. De ziekte is ook wel persloop genoemd.

1758     Dysenterie slaat opnieuw toe in de Liemers; ondermeer Lobith (35 doden), Duiven (12 doden) en Zevenaar (10 doden) worden getroffen door deze besmettelijke ziekte, die vooral in de 18e eeuw een echte volksplaag is.   |

1758
    De zomer is uitzonderlijk nat waardoor vrijwel alle landerijen onder water komen te staan en een groot tekort aan hooi ontstaat.  

1758    Tijdens de Zevenjarige Oorlog (1756 - 1763) bezetten Franse troepen in 1758 het Kleefse land, waartoe onder meer behoren Duiven, Groessen, Loo, Zevenaar, Huissen, Malburgen, Lobith en Wehl. De bevolking heeft het zwaar te verduren en leeft op de rand van de hongersnood. Toch eisen de bezetters bij voortduring brood, graan, meel stro, hooi, brandhout en inkwartiering. Ook worden bewoners gesommeerd voor de bezetters te werken. Boeren en landarbeiders worden opstandig en velen vluchten voor het oorlogsgeweld naar de republiek.

De Kleefse enclaves. (Uit: Graswinckel, De rechterlijke archieven der voormalige Kleefsche enklaves, 1543 - 1816, 's-Gravenhage, 1927)

 

1761    Een combinatie van zeer hoog water en storm veroorzaakt in de zeer vroege ochtend van 27 februari drie doorbraken in de Herwense bandijk. Ongeveer gelijktijdig  veroorzaken dijkdoorbraken tussen Loo en Westervoort twee waaien, waarvan een met een diepte van meer dan 50 voet.

1764    In februari vinden dijkdoorbraken plaats bij Rees en Herwen waardoor de regio opnieuw te maken krijgt met grote wateroverlast.

1766    De in 1738 in Zevenaar geboren Wijnandus Geurds wordt pastoor in 't Loo. In 1788 overlijdt hij als gevolg van "eene langdurige sieckte".

1770    Bij een dijkdoorbraak in december wordt een groot deel van Loo weggevaagd en ontstaat een waai, die bij de wederaanleg van de dijk aan de rivierzijde komt te liggen.
Heemraad Lambertus Fontein redt een gezin dat met drie kinderen ronddobbert in Ooy. Lambertus Fontein bewoont in deze tijd de Loowaard, die zijn schoonvader J.D.A. Uhlenbroek gepacht heeft. In  latere jaren verhuist hij naar "de Toetenburg" in Ooy (informatie van Herbert Fontein).


Voor het Gelders eiland en de gehele Liemers is 1770 een echt rampjaar.
 Vooral bij de onverwachte dijkdoorbraak op 3 december 1769 bij Loo is het menselijke leed onvoorstelbaar.

1776    Op de havezate De Beerenclaauw wordt geboren Jan Baldewijn van Hugenpoth tot de Beerenclaauw. In latere jaren wordt hij een vermaard bestuurder, die in 1814 burgemeester van Boxmeer wordt, waar hij tevens eerste plaatsvervanger is van de rechter. Hij is de vader van de schrijver Jean Baptist van Hugenpoth tot den Beerenclauw.     


 Portret Jan.Baldewijn van Hugenpoth tot de Beerenclaauw 
gemaakt door Th. Bohres (1820)

1778    Door de stijging van marktprijzen ten gevolge van de oorlog in Amerika krijgt de tabaksverbouw in de Liemers een belangrijke impuls.

1779    Wederom maakt dysenterie (rode loop) veel dodelijke slachtoffers in de Liemers.

1780    Op dinsdag 15 februari 1780 overlijdt in Emmerich de vermaarde tekenaar Jan de Beijer (1702 - 1780), die ook in onze omgeving vele kerken, dorpsgezichten en kastelen voor het nageslacht heeft vastgelegd.

   

Gezicht op het dorp Duven (Duiven) in 1742, getekend door Jan de Beijer

 




 
Jan de Beijer 

 

1784    Een felle en langdurige vorstperiode zorgt dat de rivieren tot op de bodem met ijs bedekt zijn. In februari zet de dooi in en in de middag van 29 februari breken bij Spijk dijken door. Een dag later zijn er dijkdoorbraken in Oud-Zevenaar. Begin maart staat een gebied tussen 's Heerenberg en Doesburg onder water.

1785    Op 10 oktober 1785 overlijdt te Westervoort Dorothea van Groen (1728 - 1785). Zij wordt op vrijdag 14 oktober in Loo begraven. Dorothea en haar man Hubertus van Keulen (1726 - 1806), zijn de  over-over-over-over-over-overgrootvader van Sam, Simon en Sjef van Keulen.

1786    Op  zondag 2 april  trouwt in Zevenaar Johann W. Koch (1760 - 1833) met de uit Loo afkomstige Louise Albertine Uhlenbruch (1753 - 1819). 
In 1813 is Johann W. Koch de eerste burgemeester in de geschiedenis van de gemeente Duiven, waartoe ook Loo behoort.     


Kleurbewerking: Herbert Fontein 

 

1787    In Ambt Liemers worden in 1787 voor het eerst brandspuiten aangeschaft. De oudst bekende bergplaats van brandspuiten in het Ambt is voor Oud-Zevenaar havezate Poelwijk, voor Duiven en Loo de havezate Ploen en voor Groessen de R.K. pastorie.
De aanschaf van de brandspuiten in de Liemers in 1787 vindt plaats ruim een eeuw na de ontdekking van de brandspuit in 1671 door Jan en Nicolaas van der Heijden. Na deze uitvinding wordt een effectieve brandbestrijding mogelijk
.

1788    Om verspreiding van ziekten te voorkomen bepaalt de Kleefse overheid op 11 april, dat voortaan twee begrafenisgebruiken achterwege dienen te blijven te weten:
                    - het afleggen van het lijk door een groot aantal vrouwen uit de verre omtrek
                    - het meerijden van vele vrouwelijke familieleden op de lijkwagen.

1788    Op 1 juni 1788 wordt Reinirus Peters R.K. pastoor van 't Loo. Van pastoor Peters is bekend dat hij enorm gedreven en accuraat is. Ook besteedt hij veel aandacht aan versieringen in de kerk. Wanneer koning Lodewijk Napoleon in 1808 op doorreis door 't Loo komt en de kerk ziet is deze onder de indruk van de versieringen die door pastoor Peters zijn aangebracht.

1788   Johannes Wilhelmus Koch (1760 - 1833), zoon van Johannes P.C. Koch, schoolmeester in Kleef (Kleve), wordt benoemd tot schoolmeester van de Gereformeerde Gcmeente in Zevenaar. Later zou hij tot 1818 burgemeester-secretaris van de gemeente Duiven, waartoe Loo behoort, zijn.

Johannes Wilhelmus (Johann Wilhelm) Koch (1760 - 1833) wordt in 1788 schoolmeester in Zevenaar. Later wordt hij burgemeester-secretaris van Duiven. Hij trouwt met Louise Uhlenbruch (1755 - 1819), dochter van de pachter op de Loowaard, zij krijgen 6 zoons: Johann (1786 - 1875), Carel (1788 - 1862), Friedrich (1790), Giesbert (1791 - 1872), Christiaan (1794 - 1856) en Jan Wilhelm.
 

De jongste zoon Jan Wilhelm wordt vrijwilliger in het Nederlandse leger tijdens de opstand van Belgie in 1830. Deze opstand ontstaat vanuit een streven van de Belgen naar onafhankelijkheid alsmede door verschillen in godsdienst, door de uiterst starre houding van koning Willem I en door Franse intriges. In 1839 na de vrede met Belgie keert hij terug naar de Liemers en trouwt in 1844 met Anna Barten-Moorrees, de zeer welgestelde weduwe van Hermanus Barten. Jan Wilhelm en Anna bouwen in Duiven een groot huis. In dit huis, Regina Pacis, zouden in latere jaren de paters Oblaten wonen.    


1789    De winter van 1788-1789 verloopt extreem koud. Met de winter van 1708-1709 is deze winter de aller-koudste winter van de 18 eeuw. Mens en dier gaan gebukt onder de extreme koude en de gevolgen daarvan. 

1789    De Pruisische regering verbiedt vanwege de vele ongelukken, die er bij gebeuren de sint-jansvuren. Bij dit gebruik, dat jaarlijks plaatsvindt op 24 juni, dansen jongens en meisjes in een kring om het vuur en springen over vlammen. Niet zelden vatten hierbij de kleren vlam. De traditie van de sint-jansvuren gaat terug op de verering van Balder, de Germaanse god van de midzomer. Ondanks het in 1789 ingestelde verbod vinden de sint-jansvuren tot in het begin van de 20e eeuw in de Liemers plaats.

1793    De eerste erkende (opleiding gevolgd) dorpsvroedvrouw vestigt zich in Loo. Het is de uit Amsterdam afkomstige weduwe Hondjes. Haar kennis wordt geroemd maar ze is oud en slecht ter been.

1794    Catharina Driessen, leerlinge van de Loose vroedvrouw Hondjes begint een zelfstandige praktijk in Loo. Tien jaar later heeft ze al meer dan zeshonderd bevallingen op haar naam staan. Catharina is echter niet gediplomeerd. In 1829 moet ze zich verantwoorden voor het onbevoegd uitoefenen van de vroedkunde ten overstaan van de rechtbank in Arnhem. 

1797    De 66-jarige uit Bohemen afkomstige Joseph Andries Schreiber wordt de nieuwe schoolmeester in Loo. Hij is de opvolger van de overleden Jan Rutgerus Visch. Schreiber blijft drie jaar tot 1800 in functie. Onder zijn kundige leiding komt de in vervallen geraakte school weer tot bloei. In 1798 telt de school ongeveer 80 leerlingen. 

1798    Omstreeks deze tijd bereikt de teelt van tabak, die we in onze omgeving vanaf de 17e eeuw kennen, een hoogtepunt. In de loop van de 19e eeuw neemt het belang van de tabaksteelt geleidelijk af. 

1799    In de nacht van zaterdag 19 op zondag 20 januari dringt een groep rovers het huis binnen van het bejaarde echtpaar Hoppenreis op de Roskam in Loo. Het echtpaar en een inwonend dienstmeisje worden gekneveld en de rovers nemen alles van waarde mee. Enkele inwoners van Loo zien in de vroege ochtend de rovers met hun buit nog over de dichtgevroren rivier vluchten in de richting van Huissen. Enkele jaren later worden de rovers gearresteerd en bij de verhoren bekennen ze ook de roofoverval in Loo. De roversbende blijkt naast mannen ook uit vrouwen te bestaan.  De vrouwen hebben als spionnen gefungeerd en hebben vooraf met kinderen afgelegen boerderijen bezocht om te zien of er waardevolle spullen aanwezig zijn. Op 3 december 1803 worden de mannen door de rechtbank in Arnhem ter dood veroordeeld. Het vonnis wordt een week later voltrokken in aanwezigheid van de vrouwen conform het vonnis. De vrouwen worden veroordeeld tot geseling en langdurige gevangenisstraf. 

1799    Na een zeer koude winter wordt de Liemers opnieuw getroffen door een grote overstroming. Op dinsdag 5 februari is er zoveel water over de dijk in 't Loo gestroomd, dat de huizen bijna een halve meter onder water staan. Door de strenge winter wordt het een enorme ijsvlakte. Wanneer bovendien op 22 februari een storm woedt, begeven veel huizen het volledig. In 't Loo en Husselarij vluchten veel inwoners naar onder meer Zevenaar en Arnhem.  

1800    Willem Geurds wordt schoolmeester en koster in Loo. Hij blijft dit tot zijn dood in 1832, waarna hij wordt opgevolgd door zijn zoon Johannes Antonius Geurds.  

1801    Aan de molendwang in ambt Liemers komt een eind. Door de molendwang mochten de inwoners van ambt Liemers (o.a. Duiven, Loo, Groessen en Zevenaar) alleen van de Zevenaarse Buitenmolen gebruik maken. 

1802
    Omstreeks deze tijd vestigt de in 1775 op 't Gruuthuus in Angeren geboren R.K. landbouwer Joannes Peters (1775 - 1843) zich met zijn vrouw Maria Gerritsen
(1771 - 1868) op Candia in Loo. Zij zijn voorouders in rechte lijn (7 generaties) van Sam, Simon en Sjef van Keulen.

1803     Op dinsdag 25 oktober 1803 wordt een overeenkomst ondertekend tussen Pruisen en de Bataafse Republiek, waardoor de Liemers, waartoe ook Loo behoort, aan de Bataafse Republiek komt. Wanneer echter Napoleon de Oostenrijkers eind 1805 bij Austerlitz verslaat, krijgt de Liemers opnieuw een andere status en wordt zij onderdeel van het door Napoleon opgerichte hertogdom Berg, onder het bestuur van Murat. 

1803    Op zaterdag 3 december 1803 veroordeelt de rechtbank in Arnhem vijf mannelijke rovers tot de doodstraf. Zij hebben enkele jaren eerder het bejaarde echtpaar Hoppenreis op de Roskam in Loo beroofd. De roversbende, waarvan zij deel hebben uitgemaakt, blijkt naast mannen ook uit vrouwen te hebben bestaan. De vrouwen hebben vooraf met kinderen afgelegen boerderijen bezocht om te zien of er waardevolle spullen te roven zijn. Het doodvonnis van de mannen wordt zaterdag 10 december 1803 voltrokken in aanwezigheid van de vrouwen. De vrouwen worden veroordeeld tot geseling en langdurige gevangenisstraf.     


Blik op Arnhem
(Thomas Barber, eerste helft 19e eeuw)

 

1805    Het kerspel (kerkelijke parochie) Groessen, waartoe behoren Groessen, Husselarij en Leuffen, telt 171 gezinnen. Het aantal kinderen tussen de vijf en dertien jaar bedraagt in Groessen 72, te Husselarij 87 en te Leuffen 18. Het schoolgeld varieert van 8 tot 10 stuivers "Cleefs" per kind per maand. Van de 177 kinderen kunnen de ouders van 8 kinderen het schoolgeld niet betalen. Het aantal kinderen, dat werkelijk de school bezoekt, bedraagt ongeveer 70 in de winter en 25 in de zomer.
Het kerspel Duiven is veel kleiner dan Groessen en omvat 109 gezinnen in Duiven en Nieuwgraaf. Duiven telt 93 kinderen tussen vijf en dertien jaar en Nieuwgraaf 13. Van deze 106 kinderen zijn de ouders van 25 kinderen niet in staat om het schoolgeld, dat voor de jongste 6 stuivers en de iets oudere kinderen 10 stuivers per maand bedraagt, te betalen. Het aantal kinderen dat werkelijk naar school gaat, ligt hier tussen de 30 en 40.
Het kerspel Loo telt 23 gezinnen met 26 kinderen tussen de vijf en dertien jaar. Hiervan zijn de ouders van 5 kinderen niet in staat het schoolgeld te betalen. De hoogte van het schoolgeld hangt in Loo af van het onderwijs dat gevolgd wordt. Kinderen, die alleen leren spellen en lezen, betalen 8 stuivers per maand en kinderen die schrijfles krijgen 12 stuivers. Het aantal kinderen dat werkelijk de school bezoekt, bedraagt 14 in de winter en 6 in de zomer.

1806    De Kleefse enclaves waaronder Loo en Duiven komen onder Frans bestuur.

1806    In Westervoort overlijdt op maandag 25 augustus aan "ouderdomsziekte" op 80 jarige leeftijd Huybert van Keulen (1726 - 1826), over-over-over-over-over-overgrootvader van Sam, Simon en Sjef van Keulen. Hij wordt op vrijdag 29 augustus 1806 in Loo begraven.

1808    Op vrijdag 22 april komt 't Loo bij overeenkomst in het bezit van Lodewijk Napoleon, koning van Holland.

1808    Op dinsdag 26 juli omstreeks 18.00 uur komt Lodewijk Napoleon, koning van Holland, op doorreis van Huissen naar Zevenaar met een gevolg van vijf rijtuigen aan bij de kerk in 't Loo.  Langs de route staan bruidjes en engeltjes. Pastoor Reinier Peters houdt een korte toespraak. Na een bezoek aan de kerk schenkt de koning met zijn gebruikelijke gulheid 25 dukaten om onder engeltjes en bruidjes, die langs de route staan, te verdelen. Elk kind krijgt drie gulden, een royaal weekloon in deze tijd. Een kreupele man uit 't Loo, die ook langs de route staat, ontvangt op kosten van de koning een levenslang verblijf in een gasthuis in Arnhem.

1809    Weer een kolossale watervloed in de Liemers. Na een strenge vorstperiode veroorzaakt een ijsstopping in het Bylants kanaal een enorme vloed door de Oude en Neder-Rijn waardoor de dijken de enorme druk niet weerstaan en op twee plaatsen, te weten bij de Toetenburg onder Ooy en bij Loo, doorbreken. Hierdoor ontstaat de grote kolk bij de Vossendel. Op donderdag 12 januari is het Liemerse land een grote met ijs beladen watervlakte, waarin door een hevige storm ontwortelde bomen en daken van verwoeste huizen voortdrijven. Een nieuwe vorstperiode verandert het land vervolgens in een onafzienbare ijsvlakte.

   

IJsgang tussen Arnhem en Westervoort januari 1809
Rechts is de stad Arnhem met de Walburgiskerk te zien; links een boerderij aan de Westervoortse kant van de IJssel.

Op dinsdag 3 januari 1809 raast een hevige sneeuwstorm over de Liemers, waarna de winter in alle hevigheid toeslaat. Rond de Pley bij Westervoort ontstaat een ijsmassa, die zowel de IJssel als de Rijn afsluit, waardoor stroomopwaarts de Liemerse bandijk van Oud-Zevenaar tot Westervoort onder zware druk komt.  Op vrijdagochtend 13 januari om 7.30 uur begeeft de dijk het bij Ooy in de buurt van Toetenburg. Enige uren later breekt de dijk bij de Loowaard door. In korte tijd staat de gehele Liemers onder water. 

 

 

1810    Op zondag 1 juli wordt het Koninkrijk Holland en dus ook Loo, ingelijfd in "het grote Franse Keizerrijk". Deze inlijving duurt tot 17 december 1813 wanneer Loo weer Pruisisch gebied wordt, deel uitmakend van de zogenaamde Kleefse enclaves. 

 

1811    Voor de mairie (gemeente) Westervoort (la commune de Westervoort), waartoe in deze tijd behoren de dorpen Westervoort, Duiven, Groessen en 't Loo worden tien mannen benoemd als gemeenteraadslid. Het zijn: 

- uit Duiven: Gerrit Peelen (1758-1831), Hendrik van Brandenburg (1751-1822) en Peter Nass (1790 - 1863)
- uit Groessen: Derk van Egeren (1757-1820), Lamert van Egeren (1762-1831) en Arnold Mutter (1774-1855)

- uit 't Loo: Reinder Peelen

- uit Westervoort: Hendrik ten Bosch, Evert ten Bosch en Anthonij Buss (1770-1841)

 

1812    Omstreeks deze tijd gaan in Loo in de zomer ongeveer 25 kinderen naar school en in de winter 40. 's Zomers gaan minder kinderen naar school omdat ze dan meer nodig zijn bij allerlei agrarische werkzaamheden zoals het melken, oogsten, vee hoeden etc. 

1813    Op 17 december zijn de Fransen door de Pruisen verslagen en wordt het oude ambt Liemers (Zevenaar, Duiven, Groessen, Loo, Wehl, Lobith, Tolkamer, Spijk, Herwen en Aerdt) weer een deel van Pruisen. Dit zal naar later blijkt slechts van korte duur zijn.

1815   Het Weense Congres besluit dat het gebied tussen Emmerick en de (huidige) grens Duits wordt in ruil voor de Duitse enclaves Wehl, Liemers (o.a. Loo, Duiven en Zevenaar) en Huissen, die tot Nederland gaan behoren. Lobith en Spijk worden vergeten en komen korte tijd later bij Nederland.

In de Algemene Acte van het Wener Congres van 9 juni 1815 worden de grenzen bepaald tussen het Verenigd Koninkrijk (Noord- en Zuid-Nederland), Frankrijk en Pruisen.
De voormalige Kleefse enclaves Huissen, Zevenaar en Duiven (met Groessen en Loo), Malburg en de heerlijkheid Weel (Wehl) worden aan het Verenigd Koninkrijk (Nederland) afgestaan.

 

1816    Na de val van Napoleon komt Loo eerst onder Nederlands en daarna opnieuw onder Pruisisch bewind, totdat het op 1 juni 1816 definitief overgaat naar het Koninkrijk der Nederlanden.

In de Leeuwarder Courant van 31 mei 1816 wordt melding gemaakt van de overgave van Zevenaar, Huissen, Malburgen en de Lijmers waardoor het Koninkrijk der Nederlanden "met een niet onaanzienlijk met allervruchtbaarst bouwland en uitmuntende weiden beslagen en door nijvere inwoners bewoond territoir wordt vergroot". 

1816    Uitgezonderd enkele dagen in augustus regent het in 1816 van half mei tot in november vrijwel onafgebroken. De Liemers verandert in een groot moeras. Onder meer de zomerdijk bij de Loowaard overstroomt. De oogsten gaan volledig verloren. De schade is onvoorstelbaar en wordt bovendien nog versterkt door het volledige gebrek aan gras als voedsel voor het vee. Bittere armoede is het gevolg en veel mensen voeden zich met voedsel dat onder normale omstandigheden aan varkens gegeven wordt. 

1817   Nadat het gehele jaar 1816 het extreem slechte weer ook in Loo voor enorme problemen zoals honger en armoede heeft gezorgd, verschijnt medio maart 1817 de zon, die zich daarvoor in dertien maanden vrijwel niet heeft laten zien. Het gewone klimaat keert eindelijk weer terug. 
Pas in de loop der 20e eeuw hebben wetenschappers vastgesteld dat de tijdelijke klimaatverandering, die de wereld in 1816 heeft gekweld, het gevolg is van de enorme vulkaanuitbarsting van de Tambora op het eiland Sulawesi in de Indonesische Archipel. Aan het begin van de 19e eeuw duurt het maanden tot jaren voordat nieuws van de andere kant van de wereld onze omgeving bereikt maar ook als men het toen eerder geweten had zou niemand een verband gelegd hebben tussen de vulkaanuitbarsting en de tijdelijke klimaatverandering.
 

1817    In de gemeente Duiven wordt Mathias (Tieske) Peters (1817-1897), zoon van Jan Peters (1775 - 1843) en Maria Geretzen / Gerritsen (1771 - 1843), geboren. Hij wordt evenals zijn vader landbouwer en trouwt op 30 januari 1840 in 's Bergh met Anna Herfkens (1817-1895). Mathias Peters en Anna Herfkens zijn voorouders in rechte lijn (6 generaties) van Sam, Simon en Sjef van Keulen.     


Willem Peters (1813 - 1896)
oudere broer van Mathias

1818    Petrus S. Nass wordt tot burgemeester van Duiven benoemd. Hij blijft dit gedurende een periode van bijna een halve eeuw tot 1863 en wordt daarmee de langstzittende burgemeester uit de geschiedenis van de gemeente Duiven waartoe ook 't Loo behoort.

1818    Op zaterdag 19 september overlijdt Jacobus Beerndse (Beerns / Berentzen) in Loo op de leeftijd van 60 jaar. Hij is landbouwer, woonachtig Loo nr. 12 en getrouwd met Wilhelmina van Huet (1761-1839). Jacobus Beerndse en Wilhelmina van Huet zijn voorouders in directe lijn (7 generaties) van Sam, Simon en Sjef van Keulen.

1819    Miljoenen veldmuizen richten in de Liemers onvoorstelbare vernielingen aan. De oogst gaat voor een groot deel verloren.

1822    In het najaar overlijden in Loo acht mensen aan dysenterie, een hevig bloedende buikloop (in de volksmond rode loop genoemd).

1824    De kerk in Loo wordt "nieuw getimmerd". In augustus wordt de kerk, die nu niet meer als kapel is te beschouwen, ingewijd. Pastoor Wilhelmus Dibbets heeft ook het plan een nieuwe pastorie te bouwen maar door zijn overlijden op woensdag 6 april 1825 maakt hij dit niet meer mee. Pastoor Dibbets wordt in "zijn" kerk in Loo begraven.

1825   
De uit Zutphen afkomstige Antonius Bonekamp (1771 - 1852) wordt na het overlijden van pastoor Dibbets pastoor in Loo. Hij blijft tot zijn overlijden in 1852. Tijdens de eerste jaren van zijn pastoraat wordt het plan van zijn voorganger om een nieuwe pastorie te bouwen gerealiseerd.


1825
    In plattelandsgemeenten wordt de titel van schout (voor het hoofd van de gemeente) veranderd in die van burgemeester.

De Liemers en omgeving uit een aardrijkskundig schoolboek door J.van Wijk Roelands Zoon uitgegeven door H.C.A. Thieme te Zutphen in 1827. Loo staat vermeld als Loh.

1829    De school in Loo telt 67 (winter) en 24 (zomer) leerlingen. Schoolmeester Geurds verdient in totaal per jaar ongeveer 200 gulden (omgerekend ongeveer 90 euro), verdeeld over 50 gulden aan schoolgelden, 54 gulden rijksbijdrage, 25 gulden bijdrage van de gemeente Duiven en nog 75 gulden voor zijn werkzaamheden als koster. Daarnaast heeft hij nog vrij wonen. Het onderwijs vindt plaats in een schuur (4,93 bij 2,78 meter) van de Loose pastorie en betreft de vakken: lezen, schrijven, rekenen en Hoogduits.  

1830     De Belgische opstand leidt tot afscheiding van Belgie van Nederland. 
Koning Willem I roept ook in de overwegend katholieke Liemers (jonge)mannen op voor actieve militaire dienst. Velen voelen er echter weinig voor om voor een protestante vorst te vechten tegen het katholieke Belgie. Dit leidt ook in Loo tot onrust. In Lobith trekt zelfs een groep jongemannen door het dorp, die dreigt het gemeentehuis in brand te steken. De gouverneur van Gelderland stuurt daarop 90 soldaten om de rust te herstellen. Honderd (jonge)mannen, die vervolgens worden gedwongen in militaire dienst te gaan, deserteren in de winter van 1830 - 1831 en vluchten naar Pruisen.

1831     Op dinsdag 15 februari 1831 komt een strafexpeditie bestaande uit tweehonderd manschappen, onder leiding van majoor Schimmelpenninck, naar Zevenaar om orde op zaken te stellen en dienstweigeraars op te sporen. Ook Angerlo, Didam alsmede Herwen en Aerdt krijgen in februari 1831 met deze strafexpeditie te maken. Begin april is het de beurt aan Duiven, waartoe ook Loo behoort, waar de strafexpeditie onwillige mannen, die niet in militaire dienst willen, inrekent.

1833    Op woensdag 5 juni 1833 overlijdt in Zevenaar Johann Wilhelm Koch (1760 - 1833), vele jaren schoolmeester in Zevenaar en in 1813 de allereerste burgemeester in de geschiedenis van de gemeente Duiven, waartoe ook Loo behoort.


De eerste burgemeester van Duiven(kleurbewerking: Herbert Fontein)

1834    In de winter van 1834 wordt de school in Loo bevolkt door 56 kinderen. De school heeft 1 lokaal, een toilet ontbreekt. Wanneer een leerling "moet" trekt deze zich even terug in de omgeving van de school.  

1836    Van Sadelhoff en Verwaayen stichten op de Loose Middelwaard een steenfabriek, die tot omstreeks 1890 zal blijven bestaan. Na afbraak van de steenfabriek is er een boerderij gebouwd, die onder meer bewoond zal worden door de families van Sadelhoff en Berndsen.

1838    Polderdistrict Lijmers wordt gevormd. De belangrijkste doelstelling is de verbetering van de dijken langs de Oude Rijn en de Rijn. Een begrijpelijke keuze gezien de zeer vele dijkdoorbraken.

1839    Op donderdag 25 juli overlijdt in Loo Wilhelmina van Huut (1761 - 1839), weduwe van Jacobus Berentzen (1759 - 1818). Wilhelmina Berentzen en Jacobus Berentzen zijn voorouders in rechte lijn  (7 generaties) van Sam, Simon en Sjef van Keulen.  

1840    De Loose schaapherder Bernardus Giesberts geniet in de periode 1830 - 1850 in de wijde omgeving grote bekendheid als kwakzalver. Ook zieken uit onder meer Arnhem en Zevenaar maken gebruik van zijn bijzondere (paranormale) gaven. 

1841     In het aardrijkskundig woordenboek (A. van der Aa, Gorinchem 1841) staat over de gemeente Duiven onder meer:

"De gemeente bevat  de dorpen Duiven, Groessen en het Loo; telt 349 huizen, bewoond door 410 huisgezinnen, uitmakende een bevolking van ruim 2300 inwoners, die het meest hun bestaan vinden in de landbouw. De R.K., ten getale van ongeveer 2300, maken de staties van Duiven, Groessen en het Loo uit, en hebben in deze burgerlijke gemeente drie kerken. De Hervormden, wier getal 50 beloopt, worden tot de gemeente van Zevenaar gerekend. Men heeft in de gemeente Duiven drie scholen, een te Duiven, een te Groessen en een te Loo. Men telt in de kom van het dorp ruim 700 inwoners en met de buurschap Nieuwgraaf ruim 800 inwoners. De R.K., die 800 in getal zijn, maken, met die van eenigen in de gemeente Westervoort, eene statie uit, welke tot het aartspriesterschap van Gelderland behoort, door eenen Pastoor en eenen Kapellaan bediend wordt."  

1842    Schoolopziener (in onze tijd spreken we van: onderwijsinspecteur) Staats Evers schrijft dat de huisvesting van de school in Loo veel te klein is. Hij vindt het volstrekt ontoelaatbaar dat in een vertrek van 3,5 m lengte en een breedte van 3,0 m in de winter soms wel 90 kinderen worden "opgestapeld". 
Het zal  echter nog bijna tien jaren (tot 1851) duren, alvorens Loo over een grotere school beschikt.
   

1843    Te Loo overlijdt op 18 september op 77 jarige leeftijd Joannes Peters (1776-1843) van Candia, echtgenoot van Maria Gerritsen (Geretzen).  Zij zijn voorouders in rechte lijn (7 generaties) van Sam, Simon en Sjef van Keulen.   

1843     Bernardus Reijsen de eerste heelmeester in de gemeente Duiven vestigt zich in Groessen. In 1861 zal hij opgevolgd worden door de eerste geneesheer in de gemeente Duiven, Gerardus Mol.

1845     Overvloedige regenval heeft tot gevolg dat meer dan 75% van de oogst verloren gaat. De aardappelteelt verrot vrijwel volledig. Honger is het gevolg.  

1847     Johannes Stephanus van Sadelhoff, pachter van de Loowaard in Loo, verkeert in grote moeilijkheden. Wanneer in 1847 de huurjaren voorbij zijn, komt de eigenaar van de havezate, de Heer von Bodelschwingh naar de Loowaard. Hij ziet met eigen ogen de sterk in verval geraakte havezate en wil deze niet meer aan Van Sadelhoff verhuren. De jonge Jan Willem Conrad Koch (1825 - 1913) wordt vervolgens de nieuwe boer op de Loowaard, waarvan zijn vader de eerste jaren de pachter is.

1850   De winter van 1849 op 1850 is lang en zeer streng. Een bewoner van Loowaard,  Jan W. C. Koch (1825 - 1913), meldt in zijn "Herinneringen uit mijn leven" (uitgave: De Hagensche Behuysinge) dat het ijs zich bevindt tot op de bodem van de rivier. Als de dooi intreedt zorgt het snel wassende water voor overlast.  

 


Tekening van Loowaard  (Jan de Beijer)

1851    De Westervoortse katholieke gemeenschap wordt afgesplitst van het kerspel (parochie) 't Loo en wordt een zelfstandige parochie. Ter compensatie krijgt het kerspel 't Loo de Hoeslarij dat van de parochie Groessen wordt afgescheiden.

1851    Op 8 oktober wordt in Loo vlak bij het oude schooltje (ter plaatste van de huidige Loostraat 47) een wat grotere school in gebruik genomen. Meester Johannes Antonius Geurds blijft schoolmeester. Over deze meester wordt gerapporteerd dat het hem aan inzet en goede wil niet ontbreekt maar dat zijn onderwijs tekortschiet omdat hij onvoldoende bekwaam is. 

1852    Op woensdag 15 september overlijdt in Loo op 61 jarige leeftijd pastoor Antonius Bonekamp (1771 - 1852). Hij is gedurende een periode van meer dan 25 jaar (1825 - 1852) pastoor van Loo en wordt omschreven als een zeer goedige pastoor, die de belangen van de Loose bevolking in sterke mate is toegedaan. Hij heeft tijdens zijn pastoraat voortdurend geijverd om de buurtschap Hoeselarij, die in deze tijd onder Groessen valt, bij 't Loo te krijgen. Pastoor Bonekamp wordt opgevolgd door de uit Nijkerk afkomstige Arnoldus ten Brink

 


Bidprentje van pastoor Bonekamp 

1853    De bisschoppelijke hierarchie wordt in Nederland hersteld, waarna de aartsbisschop van Utrecht, mgr. Zwijssen,  in korte tijd zijn bisdom in parochies gaat indelen. Nieuwe parochies worden opgericht maar ook bestaande worden heropgericht. Op 19 maart 1855 wordt in Loo de parochie Heilige Antonius Abt heropgericht .

1853   Bij aartsbisschoppelijk decreet wordt het dekenaat Doesburg opgericht. Het dekenaat omvat vijftien, voornamelijk in de Liemers gelegen, R.K. parochies: Doesburg, Lathum en Giesbeek, Westervoort, Duiven, Groessen, Loo, Zevenaar, Oud-Zevenaar, Lobith en Tolhuis, Herwen en Aerdt, Pannerden, Didam, Beek, 's-Heerenberg, Zeddam en Azewijn. De allereerste deken wordt pastoor J. Willemsen van Duiven.  

1854    Op zaterdag 16 september 1854 wordt Maria Wilhelmina Cunera Peters (1854 - 1920) in 't Loo geboren. Zij is de dochter van Matthias (Tieske) Peters en Anna Herfkens en trouwt op 23 september 1873 met Theodorus Jurrius (1837 - 1900). Theodorus Jurrius en Maria W.C. Peters zijn voorouders in rechte lijn (over-over-overgrootouders) van Sam, Simon en Sjef van Keulen.

 


Theodorus Jurrius en Maria Peters stichten een kinderrijk gezin; in 22 jaar worden 14 kinderen geboren.
Op de foto de familie Jurrius-Peters omstreeks 1897; tweede van rechts (met donkere kleding) Anna Wilhelmina Jurrius, over-overgrootmoeder van Sam, Simon en Sjef van Keulen.
(foto van mevr. Riet Selman, kleindochter van het echtpaar Jurrius-Peters)
 

  

1855    De winter van 1854 op 1855 is extreem streng. In zijn "Herinneringen uit mijn leven" (uitgave: De Hagensche Behuysinge) meldt Jan Koch uit Loo de verschrikkingen van de dijkdoorbraken die in maart plaatsvinden als het gaat dooien.

 


De watersnoodramp in Gelderland van 1855
Vooral in de Gelderse Vallei en het Land van Maas en Waal zijn de gevolgen groot. In totaal verdrinken meer dan 20 mensen. Ook grote delen van de Liemers staan onder water.
 

1856     Nadat in de winter in Zwitserland erg veel sneeuw is gevallen, bereikt het waterpeil in de Rijn eind mei en begin juni een zeer gevaarlijke niveau. Met man en macht wordt in Loo gewerkt aan het versterken van dijken waardoor een doorbraak wordt voorkomen.
Bij het ophogen van de dam rondom de Loowaard in de tweede helft van mei helpen ongeveer tachtig mensen uit Loo. Wanneer later het water gezakt is, geeft Willem Koch, pachter van de Loowaard, in het achterhuis een feest met boterhammen, ham en bier. De mensen kunnen ook kiezen voor een vergoeding van een gulden per gewerkte dag maar vrijwel iedereen kiest voor het feest. 

1857   De gemeente Duiven waartoe ook Groessen en Loo behoren telt in 1857 zeven personeelsleden, twee wethouders en vier gemeenteraadsleden. De totale uitgaven van de gemeente bedragen 1993 gulden. Burgemeester Nass is tevens brouwer. Het gemeentesecretarie is in zijn brouwerij en raadsvergaderingen vinden plaats in zijn herberg.  

1857   De uit Pannerden afkomstige Johannes Peters (1814 - 1871) volgt op donderdag 31 december 1857 Arnoldus ten  Brink op als pastoor van Loo. Hij blijft dit tot zijn overlijden op zaterdag 28 januari 1871. Pastoor Peters is slachtoffer van de pokkenepidemie, die Loo in 1871 teistert.  

1858    De winter 1857 / 1858 is erg zacht en droog. Het water in de rivier is zo laag dat men gemakkelijk te voet door de Rijn naar de overkant kan. Maandenlang is geen scheepvaart mogelijk.     

1858    Verschijning van Maria in Lourdes. Ook op de katholieke bevolking van Loo maakt dit diepe indruk.


Gemeente Duiven (dorpen: Loo, Duiven en Groessen) omstreeks 1860

1861    In overleg met het R.K. kerkbestuur van Loo wordt de katholieke school op 31 oktober omgezet in een openbare school. Als schoolmeester wordt door het gemeentebestuur van Duiven Hendricus Nicolaas van Ierland uit Katwijk-Binnen aangesteld. In latere jaren blijkt dat Van Ierland zich niet als een "goed" katholiek gedraagt waardoor de verstandhouding met het gemeentebestuur en de Loose pastoor Van Egeren verslechtert. Dit leidt er toe dat per 1 september 1880 het Loose kerkbestuur de huur van het schoolgebouw opzegt en de openbare school weer wordt omgezet in een R.K. school. Als nieuwe meester wordt Johannes Hermanus Aldenhuijsen aangesteld.     

1862   Omstreeks deze tijd wordt Eduard Th. W. Daamen (1832-1893) gemeentelijk heel- en vroedmeester in Duiven. Hij is de opvolger van de naar de gemeente Wisch vertrokken heelmeester Van Reijsen. Eduard Daamen blijft tot zijn dood in 1893 werkzaam als geneesheer in de gemeente Duiven, waartoe ook Loo behoort.

1863     Een voorbeeld uit Loo, getuigend van intens menselijk leed, op 7 januari: "Te Loo bij Groessen verloor voor eenige dagen een knaapje jammerlijk het leven. Uit de school huiswaarts keerende, waagde hij zich onderweg te digt bij een rosmolen en werd verbrijzeld"

1863    Op maandag 11 mei 1863 overlijdt Petrus Stephanus Nass (1790 - 1863), burgemeester van Duiven sedert 1818. Hij gaat de geschiedenis in als de langstzittende burgemeester van de gemeente Duiven, waartoe ook Groessen en Loo behoren. Naast burgemeester was hij ook bierbrouwer en landbouwer. Zijn opvolger wordt baron van Voorst tot Voorst, bewoner van "de Ploen".     


Burgemeester P.S. Nass (1790 - 1863)

1865    Tyfus teistert 't Loo.

1865    In Loo wordt in opdracht van Theodorus Evers een windkorenmolen gebouwd. De molen krijgt de naam Ceres (Romeinse godin van de landouw en graan). Na een brand in 1930 wordt het bovenstuk afgebroken.

1868
    Op dinsdag 25 februari 1868 overlijdt in Loo op 97 jarige leeftijd Maria Gerritsen ((1771 - 1868), weduwe van Joannes Peters (1775 - 1843). Zij zijn voorouders in rechte lijn (7 generaties) van Sam, Simon en Sjef van Keulen.

1870    In Loo overlijden drie kinderen aan difterie, een besmettelijke aandoening waarbij de luchtpijp grotendeels wordt afgesloten met hevige benauwdheid als gevolg.

1871    In het bijzonder de buurtschap Husselarij wordt getroffen door een van de hevigste pokken-epidemieen uit haar geschiedenis. In een periode van drie maanden lijden 174 personen aan de ziekte, waarvan er 33 sterven; onder hen pastoor Joannes Peters uit 't Loo, die door het bezoek aan zieke parochianen wordt besmet en op zaterdag 28 januari 1871 overlijdt. 
Onder de dodelijke pokkenslachtoffers ook de eenjarige Hendrikus van Sadelhoff en zijn vierjarige broertje Johannes. Voor de familie Van Sadelhoff, wonend ten westen van de Loose kerk, is 1871 een echt rampjaar. De moeder van Hendrikus en Johannes overlijdt in hetzelfde jaar in het kraambed bij de geboorte van een levenloze zoon.  

Bidprentje van pastoor Peters (1814-1871)
De Loose pastoor Peters behoort in 1871 tot de dodelijke slachtoffers van de pokken, een vreselijke infectieziekte die in onze huidige tijd volledig is uitgeroeid.

 



1871   
De in Groessen op donderdag 26 februari 1835 geboren Lambertus van Egeren (1835 - 1896) wordt in maart 1871 benoemd tot pastoor te Loo. Hij blijft dit tot 24 maart 1887 wanneer hij als pastoor naar Oud-Zevenaar vertrekt, waar hij op dinsdag 7 januari 1896 overlijdt.  

1873
     Pastoor van Egeren (1835 - 1896) uit Loo gaat samen met zijn broer op bedevaart en brengt een sterke Maria-devotie over op de Loose parochiegemeenschap. Loo wordt vele decennia lang, van omstreeks 1880 tot 1955, een bedevaartsoord ter ere van Maria.  De bedevaarten vinden in die periode gewoonlijk rond Pinksteren plaats.

Het beeld van Maria als O.L. (Onze Lieve) Vrouw van het H. Hart wordt in de kapel aan de noordzijde van de nieuwe  parochiekerk geplaatst. Bij de wijding van deze kerk in 1875 laten aartsbisschop A.I. Schaepman en de pauselijke internuntius I. Capri marmeren votiefstenen aanbrengen.


Het beeld stelt  Maria met Kind voor, staande op een wolk met zijwaarts naar beneden gestrekte armen van Maria, haar voeten geplaatst op een slang. Het Kind Jezus staat recht voor Maria met de rug naar haar toe. Jezus' rechterhand wijst omhoog, zijn linkerhand wijst naar zijn geopende hart. Beiden zijn met een zilveren kroon gekroond. Het beeld dateert uit 1875; het is gemaakt van gips, circa 1.60 meter hoog en 50 centimeter breed en in meer kleuren geschilderd.

 

 

1875    In de periode 1875 - 1895 is door de landbouwcrisis sprake van grote werkeloosheid. Ook inwoners van Loo zoeken werk in het Duitse Ruhrgebied. Anderen emigreren naar de Verenigde Staten zoals leden van de families Van Keulen, Koch en Sanders.

1875  De R.K. parochiekerk, gebouwd in de periode 1873 - 1875, wordt ingewijd door aartsbisschop Schaepman.

In de 13e eeuw bouwen de inwoners van Angeroyen een eigen kapel, waarschijnlijk op de waard, die zij onder bescherming van de H. Antonius Abt stellen. Ook nadat de loop van de Rijn zich gewijzigd heeft en de oude kapel is vervangen door een nieuwe, op de plaats waar de huidige kerk staat, bleef er een relatie tussen Angeren en Loo bestaan. Waarschijnlijk is in de loop van de achttiende eeuw die band doorgesneden.
De tweede, inmiddels danig vervallen kapel, is tussen 1873 en 1875 vervangen door een nieuwe grotere parochiekerk (foto).

 

1878    Op maandagmiddag 24 juni 1878 omstreeks 14.30 uur treft de bliksem het huis van de familie Van Sadelhoff.  Het pand, gelegen bij de dorpskerk in Loo en eigendom van steenfabrikant F.E. van Sadelhoff, staat onmiddellijk in brand. Het achterhuis met hooi, stro, graan, twee varkens en inboedel gaan verloren. Het woonhuis kan door de gezamenlijke inspanning van de brandweren van Loo, Duiven, Groessen en Zevenaar behouden worden.  

1879    Willem Koch richt in 1879 op de Loowaard in Loo een steenoven op. De leiding van de steenproductie is in handen van zijn zoons, vooral van Frederik Karel, die het vak geleerd heeft bij Johannes S. van Sadelhoff op de Middelwaard. In 1885 wordt de steenfabriek op de Loowaard verkocht aan Theodorus E. van Sadelhoff, zoon van Johannes S. van Sadelhoff.  

1880     Op 24 juni komen duizenden pelgrims naar de Loose kapel om het feest van Onze Lieve Vrouw (Maria) van het H. Hart te vieren. Het is het indrukwekkende begin van een periode van meer dan een halve eeuw waarin pelgrims jaarlijks van heinde en verre Loo bezoeken ter ere van de heilige Maria.

 

1881       Op 24 april overlijdt op tragische wijze de 24 jarige leeftijd Willem Koch, zoon van de op Loowaard wonende Jan Willem Koch (1825 - 1913) en Wilhelmina Carolina Augusta Korten (1826 - 1913).
Willem, die na de Hoogere Burgerschool, de Politechnische school in Delft bezoekt en vervolgens zijn examen als civiel ingenieur heeft behaald, verongelukt bij station Elst, waar hij bij werkzaamheden aan de wissel door een locomotief wordt overreden.
   


J.W. Koch (omstreeks 1895), vader van Willem Koch

 

1881    Hoofdonderwijzer van de openbare school in Loo is  in deze tijd de heer Van Ierland. Hij heeft reeds enige jaren een slechte verstandhouding met de pastoor en accepteert in 1881 een aanbod van het kerkbestuur om voor een som van vijfduizend gulden ontslag te nemen bij het burgerlijk bestuur van de school en met zijn gezin naar elders te vertrekken. Opvolgers zijn achtereenvolgens: de heren Aldenhuysen, Van Rijn, Wijdeveld, IJzermans, Hoen, IJzermans, Soetens en Poppe.

 

1882    In de gemeente Duiven bedraagt de kindersterfte in het eerste levensjaar 13%. Het landelijk gemiddelde is nog aanzienlijk hoger: 17%.

 

1883    Hubert van Keulen (1826 - 1896) en Anton Sanders brengen in 1883 een verkennend bezoek aan de streek rondom het in 1881 door Belgische Rooms Katholieke kolonisten gestichte plaatsje Ghent in Minnesota (USA). De enorme landbouwcrisis in Europa noopt ook hen hun geluk elders te zoeken. Dit verkennend bezoek leidt ertoe dat Hubert van Keulen landbouwer, woonachtig L6 (nu Loostraat 28 (Valkenhof) met zijn vrouw Hendrica Peters (1833 - 1886), zes kinderen en een schoonzoon in 1885 emigreren naar Minnesota. Anton Sanders, smid in Loo woonachtig L24 (nu: Loostraat 71, smederij Booltink) emigreert eveneens in 1885.

 
Grafsteen van Hubertus T. van Keulen (1826-1896) en zijn echtgenote Hendrica T. Peters (1833-1886) in Ghent, Minnesota, USA.
Foto (2009) ontvangen van Gerda Belaen (Belgie)  

Hubert van Keulen en Hendrica van Keulen-Peters emigreren in 1885 vanuit de gemeente Duiven naar Minnesota (USA), waar in de huidige tijd inmiddels de 8e generatie woont.  
 

1884     Lambertus van Egeren (1835 - 1896) pastoor in Loo sedert 1871 wordt benoemd tot pastoor in Oud-Zevenaar. Antonius van den Bosch (1830 - 1888) volgt hem op als pastoor in Loo.

1885       Molenaar Theodorus Evers overlijdt waarna molen Ceres in Loo wordt overgenomen door zijn zoon Jan Evers. Vanaf de bouw in 1865 tot 1931 is de molen in bezit van de familie Evers.   


Loo molen (1920)
(
foto J. Derksen)

 

1885        J.W.C. (Willem) Koch, pachter van de Loowaard in Loo, vraagt een vermindering van de pachtsom van DM 3000 maar krijgt er slechts DM 1800 af. De landbouwcrisis, die Europa in deze tijd treft, maakt het ook voor Koch steeds moeilijker om de pacht tijdig te betalen. Enkele jaren later moet hij de pacht van de Loowaard opgeven.
Omstreeks deze tijd raakt Koch regelmatig overspannen. Hierbij speelt ook een rol dat de melk die hij in Arnhem levert, daar tijdig moet zijn. Het gaat om dertig melkkoeien. Soms verslapen de melksters, die grotendeels achter de dijk wonen, zich. Wanneer dat gebeurt, worden ze door Koch zelf opgehaald. Dit gebeurt midden in de nacht en veroorzaakt begrijpelijkerwijs veel stress.
   


Vanwege het afscheid van de Loowaard en het vertrek van drie zonen (twee naar Amerika en een naar Indie) komt de familie in 1888 nog een keer bij elkaar om zich voor de havezate te laten vereeuwigen (geheel links: Willem Koch) 

 

1886    Tussen 1878 en 1895 treft een enorme landbouwcrisis Europa. Dit is het gevolg van import van goedkope landbouwproducten uit de Verenigde Staten en Canada waardoor prijzen sterk dalen. Een deel van de plattelandsbevolking besluit noodgedwongen naar het buitenland te vertrekken zoals naar het Duitse Ruhrgebied. Voor sommigen is dit vertrek tijdelijk, anderen vertrekken definitief waardoor we vanuit onze omgeving in Duitsland namen aantreffen als: Derksen, Derkzen, Heuveling, Peters, Sanders, De Kinkelder en Wieleman. Ook zoeken in deze periode vanuit onze omgeving mensen heil in de Verenigde Staten zoals leden van de families Van Keulen, Koch en Sanders.

 

1887    Jan Willem Conrad Koch (1825-1913), jarenlang pachter van de Loowaard, moet in 1887 noodgedwongen deze pacht opgeven. De opbrengsten van de landbouwproducten zijn door de heersende landbouwcrisis zo laag dat ook hij de pacht niet meer kan opbrengen. Het toont hoe diep de crisis ook Loo treft. Een ander gevolg van de crisis is dat men elders bestaansmogelijkheden moet zoeken. Sommigen gaan voor werk naar het Duitse Ruhrgebied anderen emigreren naar de USA of Canada. Zo zijn twee zoons van Jan Willem C. Koch te weten Theodor (1854-1940) en Heinrich reeds in 1884 naar de USA geemigreerd. In 1888 vertrekken ook de zoons Frederik (1859-1949) en Louis (1861-1947) naar Minnesota (USA). Het worden allen succesvolle ondernemers in de USA, die door de crisis in Europa helaas hun heil elders hebben moeten zoeken. Een overzeese emigratie betekent in deze tijd meestal een levenslang afscheid van de streek waar men is opgegroeid. .

 

1887       De in 1884 uit Loo naar Minnesota (USA) geemigreerde Theodor Koch sticht in 1887 in Chippewa County de plaats Clara City, genoemd naar zijn vrouw Clara Hoeborn met wie hij op 12 april 1887 getrouwd is. 

 

 


   


Clara City (begin 20e eeuw)

 

1888    Op dinsdag 30 oktober 1888 vindt in het koffiehuis van Van Rooy in Zevenaar op verzoek van de Hooggeboren Heer Carl Graf von Bodelschwingh Plettenburg wonende te Bodelschwingh bij Dortmund in Pruissen, de openbare verpachting plaats van de in Loo gelegen havezate Loowaard met de daaraan gelegen weiden. 
De nieuwe pachter van Loowaard wordt Theodorus Everardus van Sadelhoff, zoon van Johannes Stephanus Sadelhoff, die in 1847 de Loowaard moest verlaten.
.

 

1888    De uit Nijmegen afkomstige Nicolaas Huibers (1824 - 1902) wordt op 30 oktober 1888 benoemd tot pastoor te Loo. Hij blijft dit ruim tien jaar tot 1899 wanneer hij wordt opgevolgd door de uit Klein Azewijn (Bergh) afkomstige Henricus Hoegen.

 

1889    De broers Frederik (Frits) en Louis Koch stichten in St. Paul (Minnesota, USA) de Twin City Brick Company. Onder leiding van Frederik groeit het bedrijf uit tot een van de grootste baksteenondernemingen in het noordwesten van de Verenigde Staten. 
Ervaring met het vak van steenbakker hebben de broers in hun jeugd al opgedaan in Loo, waar ze zijn opgegroeid op de Loowaard. Ze emigreren in 1888 naar Amerika. Hun broers Theodor en Heinrich zijn hen dan al voorgegaan. Frederik overlijdt, negentig jaar oud op 2 maart 1949, te St. Paul (Minnesota). Louis blaast zijn laatste adem uit op 27 januari 1947, 85 jaar oud, te Pasedena (Californie).


1890    De winter van 1890 / 1891 is uitzonderlijk streng. De decembermaand spant de kroon want sedert het begin van de temperatuurmetingen in 1706 is het alleen in december 1788 nog kouder geweest.
Op 25 november 1890 gaat de wind uit het noordoosten waaien en dat is het begin van een langdurige strenge vorstperiode. De gemiddelde ijsdikte in sloten is in de loop van december ongeveer 65 cm., plaatselijk wordt zelfs een dikte van 70-80 cm. bereikt. Mens en dier gaan gebukt onder extreme koude. Op 19 december vriest bij Elten een grensbeambte dood.

1891    Op 11 maart besluiten 101 Liemerse boeren (68 uit Didam, 19 uit Zeddam en 14 uit Wehl) tot de oprichting van een cooperatieve roomboterfabriek waardoor Didam de primeur heeft van de allereerste cooperatieve roomboterfabriek buiten Friesland.  Het kapitaal wordt verkregen door uitgifte van aandelen van f 50,- (22,50 euro) aan ieder van de deelnemers. De fabriek is al snel een groot succes en omgevende plaatsen zoals Doesburg in 1892, Zevenaar in 1893, Angerlo in 1894 en Wehl in 1894 volgen.

De Didamse roomboterfabriek omstreeks 1900  


1892    Nadat in 1891 de openbare lagere school door het Geneeskundig Staatstoezicht is afgekeurd, wordt in maart 1892 een nieuwe school geopend.

 

De in 1892 geopende openbare lagere school in Loo
Als hoofd van de school wordt door de gemeente de heer Van Rijn benoemd met een jaarsalaris van 800 gulden (360 euro). Van Rijn wordt gezien als een bekwaam onderwijzer. Door zijn kritische houding ten opzichte van gemeente en kerk ontstaan echter problemen. Wanneer hij in 1896 wordt beschuldigd van onzedelijke handelingen met meisjes uit zijn klas wordt hij ontslagen; de "onzedelijke" handelingen betreffen het kietelen van meisjes onder de kin en het tijdens een stoeipartij met de hand een bloot been aanraken. Gedeputeerde Staten maakt het ontslag echter ongedaan. De ouders houden vervolgens hun (ongeveer 100) kinderen thuis, waarna hij in 1898 alsnog eervol ontslagen wordt door gebrek aan leerlingen.     

 

1894    De gemeente Duiven, waartoe Loo behoort, besluit 300 gulden per jaar gedurende 45 jaar bij te dragen in de meerdere kosten welke de nieuwe  spoorwegbrug bij Westervoort gaat kosten wanneer zij ook voor het algemene verkeer wordt ingericht. 


        Spoorbrug (1903) in Westervoort tevens ingericht voor wegverkeer  

 

1895    Omstreeks deze tijd is in Loo al sprake van een vorm van carpooling. Dochters van gegoede boeren worden dagelijks bij toerbeurt per rijtuig naar Zevenaar gereden om bij de zusters naar school te gaan.


1896    Op woensdag 1 juli 1896 vinden in de gemeente Duiven gebeurtenissen plaats die ook in de landelijke pers veel aandacht krijgen. Nadat de heer Van Rijn, hoofd van de openbare school in Loo, die ochtend gewoon les heeft gegeven ontvangt hij omstreeks het middaguur bericht dat in een ingelaste gemeenteraadszitting besloten is hem per direct niet eervol te ontslaan. Het schoolhoofd gaat vervolgens naar het gemeentehuis en vraagt de burgemeester nadere informatie. Laatstgenoemde bevestigt het ontslag maar weigert de reden van het ontslag te noemen. Nog dezelfde dag wordt de school door de burgemeester, die vergezeld is van de veldwachter, gesloten. Gedeputeerde Staten maakt het ontslag van Van Rijn echter ongedaan. De ouders houden vervolgens hun kinderen (ongeveer 100) thuis, waarna hij in 1898 alsnog eervol wordt ontslagen door gebrek aan leerlingen. Van Rijn vertrekt naar Transvaal en gaat over tot de Nederlands Hervormde Kerk.

 

1897    Omstreeks deze tijd trekken uit 't Loo tal van huisvaders en jonge mannen naar het Duitse Ruhrgebied om daar als gastarbeider in de kolenmijnen te werken. Soms wordt melding gemaakt van uitwassen bijvoorbeeld wanneer bij de school in Loo kinderen geronseld worden om in Duitsland te werken. Hoezo goede oude tijd?

1898    Baron van Dorth tot Medler (1869-1973) wordt burgemeester van de gemeente Duiven, waartoe ook  't Loo behoort. Met hem gaat de dan nog grotendeels agrarische gemeente de 20e eeuw in. Hij blijft meer dan veertig jaar tot 1939 hoofd van de gemeente. 

        


1899    Op zaterdag 7 januari 1899 overlijdt in Huissen op 67-jarige leeftijd Hubertus J. Blaisse. Vanaf 1867 was Blaisse gedurende 14 jaar  burgemeester van de gemeente Duiven, waartoe ook Groessen en Loo behoren. In 1881 vestigde hij zich als notaris in Huissen. 

        


1899    De uit Lith afkomstige Martinus van de Ven (1869-1922) wordt per 1 februari 1899 aangesteld als hoofd van de Openbare Lagere School in 't Loo. Hij blijft dit vijf jaar. In 1904 wordt hij benoemd tot hoofd van de Lagere School in Duiven. Van de Ven is getrouwd met Dorothea G.l. Wansink, die in 1867 in Huissen is geboren. Het echtpaar krijgt zeven kinderen.
Op 20 mei 1915 noteert de ambtenaar van de gemeente Duiven dat een dag eerder Dorothea G.L. Wansink naar Amerika is geemigreerd. Op dezelfde dag schrijft ook Dingenis de Leeuw, stationschef in Duiven, zich uit de burgerlijke stand van de gemeente en geeft als bestemming eveneens Amerika aan. Tot in onze huidige tijd is het onduidelijk of beiden werkelijk naar Amerika zijn gegaan. Wel is zeker dat Martinus van de Ven in Duiven blijft wonen. Na zijn overlijden op maandag 13 november 1922 vermeldt de overlijdensakte dat hij echtgenoot is van Dorothea G.L. Wansink.
 


Voor de onderwijzerswoning aan de Rijksweg in Duiven staat meester van de Ven met echtgenote en kinderen  

 

 

1899    Op dinsdag 12 september gaat de op 1 december 1881 in Loo geboren Gertruda ((Trui) van Keulen (1881 - 1969) naar het klooster. Zij is de dochter van Johannes van Keulen en zijn vrouw Johanna Reijmers. Gertruda treedt toe tot de kloosterorde JMJ en haar kloosternaam wordt zuster Eucheria. Zij blijft meer dan 70 ! jaar tot haar dood in 1969 kloosterlinge.

 

1900    Vooral tussen het einde van de 19e eeuw en het begin van de 20e eeuw komen veel mensen uit alle streken van Nederland, maar ook uit Duitsland en Frankrijk, speciaal naar de kerk van Loo om het Mariabeeld te zien en te aanbidden. De georganiseerde bedevaarten zijn er vooral rond Pinksteren. Vanaf de jaren 20 wordt de belangstelling minder groot.

 

1902   De familie Von Inn- und Knyphausen erft in 1902 de Loowaard in Loo. Enige jaren later in 1918 wordt de Loowaard verkocht aan de familie van Sadelhoff, die het landgoed al jaren in pacht heeft.
De Loowaard is in de 16e eeuw gesticht door Herman van Loo. Door vererving komt het in bezit van de familie Van Asewyn.  Daarna zijn gedurende enkele eeuwen vele generaties van de familie Von Bodelschwingh zu Bodelschwingh eigenaar. In 1902 vererft de Loowaard op de eerder genoemde familie Von Inn- und Knyphausen.

 


Loowaard in 1742 (Jan de Beijer)


Loowaard in Loo omstreeks 1902

1903    Burgemeester Z.Th.J.F. baron van Dorth tot Medler van Duiven, waartoe 't Loo behoort, richt in zijn gemeente een Boerenleenbank op. Hij blijft gedurende zestig (!) jaar tot 1963, hij is dan 94 jaar, leiding geven aan deze bank. 


        

 


1904       Voor zijn vele activiteiten in Minnesota en zijn verdiensten als vice-consul ontvangt Theodor Koch (1854 - 1940) in 1904 van Koningin Wilhelmina een Delftsblauwe plak met een afbeelding van zijn geboortehuis.
De op de Loowaard in Loo in 1854 geboren Theodor Koch emigreert in 1884 met zijn broer Heinrich naar Amerika. Theodor gaat daarheen met 50 Holsteiner runderen, maar nog voordat hij deze verkocht heeft, begint hij met de handel in grond. Zijn belangrijkste bezigheid wordt de aan- en verkoop van braakliggende gronden in Minnesota. In 1887 sticht hij in Chippewa County de plaats Clara City, genoemd naar zijn vrouw Clara Hoeborn met wie hij op dinsdag 12 april 1887 in Hemer (Westfalen) getrouwd is. Theodor sterft op donderdag 19 september 1940 op 86-jarige leeftijd.
Heinrich Koch (1856 - 1917) start na zijn emigratie een kaasfabriek te Woodland (Washington). Hij trouwt op 24 december 1888 te Woodland met Emma Kulpe. Daar sterft hij op donderdag 6 november 1917. 

 

 


   


Delftsblauwe plak, waarop de  Loowaard (geschenk van Koningin Wilhelmina) met de tekst:. 
  O Haus Loowaard, O Heimats Ort
  Wie bist du mir so lieb
  Trieb auch das Schicksal mich hin fort
  Die Lieb zu dir, sie blieb

1905     Drankmisbruik is in deze tijd een knellend probleem. Er zijn veel initiatieven om het misbruik een halt toe te roepen. Zo vindt op 8 september 1905 onder leiding van pater Ildephonsus een propagandatocht plaats van "De Katholieke Drankbestrijding". De tocht gaat te voet van Westervoort over Duiven, Loo en Groessen naar Zevenaar. De muziekcorpsen van Zevenaar, Ooy en Duiven luisteren de voettocht op. 

1906    Het jaarloon voor een inwonende boerenknecht bedraagt 80 tot 180 gulden; een inwonende meid ontvangt 60 tot 125 gulden. 


        Duiven, Dorpsweg, de weg van Arnhem naar Zevenaar in 1905  

 

1907    Als gevolg van een slopende ziekte gaat in juni 1907 Henricus W. Hoegen (1844 - 1912), R.K. pastoor in Loo, met emeritaat. Tijdens zijn pastoraat van 1899 tot 1907 is de kerk in Loo verrijkt met een nieuw hoogaltaar waarvoor hij zelf een flink bedrag heeft geschonken. Hij wordt als pastoor in Loo opgevolgd door de uit Utrecht afkomstige Jacobus Nicolaas Augustinus Rijnbout. 

 

1909    Meester Jozef IJzermans volgt meester Anthonie Weijderveld op als hoofd van de Loose lagere school (basisschool). Jozef IJzermans en vanaf 1940 zijn zoon Johannes zullen gedurende een periode van 60 jaar leiding geven aan de Loose school


Schoolfoto omstreeks 1909:  Links meester Anthonie Weijderveld en rechts zijn opvolger Jozef IJzermans

1912    Op dinsdag 20 februari brandt de boerderij van de familie Peters in Loo tot de grond toe af.

 

1913       Op vrijdag 7 februari 1913  komt een eind aan het lange leven van Willem (J.W.C.) Koch (1825 - 1913).  Hij was van 1847 tot 1887 pachter van de Loowaard in Loo. Als gevolg van de grote landbouwcrisis, waaronder Europa van 1878 tot 1895 gebukt ging, kon hij in 1887 de pacht van de Loowaard niet meer voortzetten.
Willem overlijdt in Zwolle, waar zijn zoon Herman woont. In "Herinneringen uit mijn leven" (1902) verhaalt hij dat zijn leven ondanks tegenslagen en verdriet "toch over het algemeen een zeer werkzaam maar zeer gelukkig leven" is geweest.
   


Willem Koch (omstreeks 1895)

 

1913    Op zaterdag 20 december 1913 bestaat de gemeente Duiven, waartoe ook Loo en Groessen behoren, exact een eeuw. Het is dan precies honderd jaar geleden dat een gebied met de naam "Buergermeistery Duven" een bestuurlijk eenheid werd onder Pruisisch bestuur. In tegenstelling tot het tweehonderd jarig bestaan van de gemeente Duiven in 2013 wordt aan het eeuwfeest in 1913 geen aandacht besteed


Inwoners van Loo lopen uit om op de foto te komen (begin 20e eeuw)


1914    Dat in de eerste helft van de 20e eeuw de mobiliteit nog erg beperkt is, blijkt uit een schrijven van 6 januari 1914 gericht aan de Raad van de gemeente Duiven, waarin juffrouw Wuebbe, onderwijzeres aan de lagere school in 't Loo, toestemming vraagt om buiten de gemeentegrens te wonen. In deze tijd moeten onderwijzers binnen de gemeentegrens wonen tenzij ze van de gemeenteraad ontheffing krijgen maar erg ver weg wonen kan niet omdat het dan al snel onmogelijk wordt om iedere dag op tijd op school te zijn. 
Juffrouw Wuebbe wil graag bij haar oom in Zevenaar wonen omdat de hygienische omstandigheden in haar huidige kosthuis, het Stationskoffiehuis in Duiven, abominabel zijn en ze binnen de gemeentegrenzen geen geschikt ander kosthuis kan vinden. 


Verzoek juffrouw Wuebbe aan gemeenteraad dd  6 januari 1914

 

1914    Op 31 juli om 12.10 uur kondigt de Nederlandse regering een militaire mobilisatie aan. Korte tijd later breekt een weerzinwekkende oorlog (W.O. I 1914 - 1918) uit waarin 10 miljoen mensen omkomen. Hoewel Nederland buiten het oorlogsgeweld blijft, gaat ook in de Liemers de bevolking gebukt onder angsten, onzekerheid, tekorten, ondervoeding, werkeloosheid en armoede.

1915    Door de oorlogssituatie (alle buurlanden zijn in de Eerste Wereldoorlog verwikkeld) ontstaan tekorten, waardoor de prijzen stijgen en de armoede ook in Loo snel toeneemt.

1916    Op dinsdag 15 augustus, in deze tijd de feestdag van Maria Hemelvaart, wordt in Loo op grootse wijze het zilveren priesterfeest gevierd van pastoor Rijnboutt. 

 


1917    De oorlog in Europa veroorzaakt ook in Loo bittere armoede. Elders in Europa is de burgerellende vaak nog vele malen groter, getuige ook de aankomst van een groep ondervoede Oostenrijkse kinderen (afbeelding hiernaast) om in Nederland aan te sterken.



 

1918   De familie Von Inn- und Knyphausen verkoopt de Loowaard in Loo aan de familie van Sadelhoff, die het landgoed al jaren in pacht heeft.
De Loowaard is in de 16e eeuw gesticht door Herman van Loo. Door vererving komt het achtereenvolgens aan de families Van Asewyn en daarna enkele eeuwen in het bezit van de familie Von Bodelschwingh zu Bodelschwingh en vervolgens vererft het in 1902 op de eerder genoemde  familie Von Inn- und Knyphausen.

 


Loowaard  (begin 20e eeuw)

1918     Op maandag 27 mei meldt het persbureau Reuter dat de Spaanse koning alsmede Spaanse ministers lijden aan een geheimzinnige aandoening, die later de geschiedenisboeken ingaat als de Spaanse griep van 1918; een aandoening waaraan wereldwijd 20 miljoen mensen sterven. Omstreeks 10 juli komt bij Zevenaar de Spaanse griep de Liemers binnen, nadat in Elten en Emmerik enkele honderden gevallen van griep zijn geconstateerd. De wereldwijde influenza-epidemie teistert ook de Liemers.

1918    Op maandag 11 november komt een eind aan een onvoorstelbaar bizarre en gruwelijke oorlog (Wereldoorlog I). Een groot deel van de Europese, vooral mannelijke jeugd, is afgeslacht. Naast de ongeveer 9 miljoen(!) dodelijke slachtoffers zijn vele miljoenen levens geknakt en gezinnen kapot gemaakt. Nederland en ook de Liemers zijn de dans ontsprongen, maar hebben wel de ontberingen (armoede) van de oorlog gekend.

1920     In Didam wordt een  R.K. middelbare land- en tuinbouwwinterschool opgericht. De school verkrijgt een belangrijke regionale functie. Ook boerenzonen uit Loo bekwamen zich op deze school. Omstreeks 1960 is Louis van Keulen, overgrootvader van Sam, Simon en Sjef van Keulen, enige jaren in deeltijd (avonduren) docent aan deze school.

De geslaagden van de middelbare land- en tuinbouwschool in 1923
Bovenste rij v.l.n.r.: J. Giessen (Angerlo), A. Gerritsen (Drempt), F. Giesen (Zevenaar), H. Kaal (Holthuizen), G. Wolsing (concierge 1920-1946), H. Scheers (Wehl), H. Roemaat, H. Giesen (Zeddam) en E. Stam (Babberich); middelste rij v.l.n.r.: A. Hoppereys (Dichteren), J. Braam (Zeddam), H. te Witt (Groessen), A. Poodt (Herwen), H. Evers ('t Loo), W. van Onna (Wijnbergen), A. Mentink (Steenderen) en F. Giesen (Steenderen); voorste rij v.l.n.r.: Th. van Sandt (Babberich), J. Giesen, H. Hendriks (leraar 1920-1948), A. Tombrock (godsdienstleraar 1920-1927), ir. H.J.M. Verhey (directeur 1920-1958) en Th. Schenning (Wehl).

 

 

1922   Omstreeks deze tijd begint de 20 jarige Willem Derksen uit Loo met het experimenteren met het kunstmatig uitbroeden van kippeneieren. 
Zijn allereerste proefopstelling betreft: twee eieren in een sigarendoos met rondom hooi dat op temperatuur wordt gehouden door kruiken met warm water. Groot is de voldoening wanneer blijkt dat de eieren na 18 dagen uitkomen. Dit geslaagde experiment is in feite het prille begin van een broedbedrijf dat zich in de loop der tijd ontwikkelt tot een internationaal gerenommeerd bedrijf, waar veel mensen uit Loo en daarbuiten werk vinden. In 1964 worden wekelijks meer dan 140.000 eieren uitgebroed. 
In 1966 koopt de firma Koudijs het bedrijf en brengt dit in 1973 over naar Winsum waardoor in Loo een einde komt aan het bestaan van een van de modernste broedbedrijven in Nederland.


                                De kippenbroederij van Derksen in Loo in de beginjaren (omstreeks 1930)

 




1923    Loo wordt op het elektriciteitsnet aangesloten. De zes straatlantaarns op petroleum worden vervangen door elektrische lampen. De dorpsomroeper die als taak heeft de petroleumlampen iedere avond aan te steken en enige uren later te doven, verliest daardoor een deel van zijn werk. Veel inwoners van Loo staan versteld van de snelle ontwikkeling en noemen een lamp "lich ien 'n fleske".

1923   Toon de Bont, meer dan 40 jaar dorpsomroeper in Loo, overlijdt. Hij wordt opgevolgd door zijn zoon Willem, die tot 1940 deze traditie zal voortzetten. Willem de Bont zal de laatste Loose dorpsomroeper zijn.

1923    Baron van Dorth tot Medler (1869-1973) burgemeester van de gemeente Duiven, waartoe ook Loo behoort, viert begin mei 1923 zijn zilveren ambtsjubileum. Baron van Dorth is burgemeester vanaf 1898 en blijft dit ruim veertig jaar tot 1939. 


1923     In Loo worden schutterij Willem Tell en muziekvereniging Excelsior opgericht.


Muziekvereniging Excelsior Loo in 1928
Zittend v.l.n.r.: J. Bongers; W. van Dieck; A. Spaan; H. Erdhuizen en A. Segers
Midden v.l.n.r.: J. Ebben; Dorus van Dieck; A. Cremer; H. Peters; G. Meeuwsen; Th. Peters; B.Kaal en W. van Vuren
Achter v.l.n.r.: F. Bongers; H. Frederiks; B. Bisseling; H. Ebben; W. Meeuwsen en H. Frederiks

1923
   Voor de som van 313 gulden en 75 centen legt de firma H. Polman uit Zevenaar elektriciteitsleidingen aan in de parochiekerk in Loo. In de kerstnacht van 1923 wordt de elektrische verlichting voor het eerst in gebruik genomen en is er in de kerk in Loo "lich ien 'n fleske"
.

1924    Voor het eerst rijden automobielen over de onverharde Loose wegen.      

1925     In de hele gemeente Duiven, waartoe ook Groessen en 't Loo behoren en waar in deze tijd ongeveer drieduizend mensen wonen, is het aantal automobielen nog zeer gering. Alleen dokter R.B. Visser en steenfabrikant J.H.N. van Sadelhoff zijn in het bezit van een personenauto. Daarnaast zijn er nog een vijftal vrachtauto's onder meer toebehorend aan bedrijven zoals bierbrouwerij "de Star" van de familie Otten.


   

 

1925    De eerste gezinnen in 't Loo beschikken over een radio. Vanaf de jaren dertig zal de radio ook in Loo een belangrijke plaats in het huisgezin innemen.

1926    Watersnood in de Liemers als gevolg van een dijkdoorbraak in Pannerden.

De gearceerde gebieden staan in het voorjaar van 1926 onder water.

In Pannerden staat alleen de hogergelegen boerderij van "Van Keulen" niet onder water. Op bepaalde plaatsen bereikt het water een hoogte van meer dan drie meter.

 

Ook landelijk trekt de watersnood grote aandacht. Mariniers schieten de bevolking te hulp. Op 7 januari 1926 brengt koningin Wilhelmina een bezoek aan Pannerden om de situatie in ogenschouw te nemen. De bevolking van de Liemers is in het verleden vaak geconfronteerd met de gevolgen van hoog water. Andere hoogwaterjaren van de laatste 125 jaar zijn 1882, 1883, 1906, 1914, 1920, 1930, 1946, 1948, 1952, 1955, 1957, 1865, 1966, 1970 en 1995.

 

1927    De uit Varik afkomstige Johannes M. van Schaik (1881 - 1977) wordt R.K. pastoor in Loo. Hij blijft dit meer dan dertig jaar tot 1958 en wordt daarmee de langstzittende pastoor in de geschiedenis van Loo
Pastoor van Schaik overlijdt op zaterdag 18 juni 1977 op 96-jarige leeftijd in Lobith en wordt enkele dagen later in Loo begraven.


                 Processie in 't Loo met pastoor J.M. van Schaik (midden 20e eeuw)

 

1928    Er komt een eind aan een in Loo sedert de jaren zeventig van de 19e eeuw bestaande traditie van regelmatige bedevaarten, gewijd aan Onze Lieve Vrouwe van het Heilig Hart. Op beperkte schaal blijven incidenteel bedevaartgangers nog komen zoals bijvoorbeeld leerlingen van het Katholiek Gelders Lyceum (K.G.L.) uit Arnhem, die tot eind jaren vijftig op fietsbedevaart naar Loo gaan.

1929    Op het terrein van het ziekenhuis in Zevenaar wordt het Maria paviljoen in gebruik genomen. Het is bestemd voor de verpleging van patienten met een besmettelijke ziekte afkomstig uit de gemeenten Zevenaar, Duiven (waaronder Groessen en Loo), Westervoort, Herwen en Aerdt en Pannerden. Hiermee geven deze gemeenten uitvoering aan de in 1928 van kracht geworden Wet op de Besmettelijke Ziekten, waarin geregeld is dat alle gemeenten, alleen dan wel in samenwerking, dienen te beschikken over een barak voor de verpleging van besmettelijke zieken.


Kort na de opening van het Maria paviljoen in 1929 brengt ondermeer minister Verschuur van Volksgezondheid (rechts) een bezoek aan het paviljoen. Links van de minister dr. J.G.A. Honig jr. geneeskundig directeur van het ziekenhuis. 

Voor het Maria paviljoen in Zevenaar bestaat gedurende de eerste jaren na de opening grote landelijke belangstelling, omdat het als model dient voor nieuw te bouwen inrichtingen. Het Maria paviljoen is de eerste inrichting in Nederland, waar het boxensysteem bij het verplegen van volwassen lijders aan besmettelijke ziekten consequent is doorgevoerd. 


 

1929    De positieve ontwikkelingen van de jaren twintig worden bijzonder wreed verstoord door de beurskrach op 29 oktober, het begin van een wereldwijde crisis, die zijn weerga niet kent. 

1929    In december draagt de gemeente de openbare school in Loo over aan het kerkbestuur. Het reeds in 1909 benoemde hoofd der school, meester Jozef IJzermans, blijft als hoofd aan tot 1940.

1930   Na een brand in de in 1865 door Theodorus Evers (1829-1885) in de Loostraat gebouwde windkorenmolen Ceres wordt het bovenstuk afgebroken.

 


Loo molen (1920)
(foto J. Derksen)

  

1930   In Loo worden voor het eerst onverharde wegen verhard met teergrind.

 


Loo omstreeks1930

1931    Op woensdagmiddag 8 april omstreeks 16.30 uur maakt het militair vliegtuig 545 op weg van Maastricht naar Soesterberg een noodlanding in de uiterwaarden van 't Loo. De noodlanding, die door benzinegebrek noodzakelijk is, verloopt voorspoedig.

1931    In het weekend van 14, 15 en 16 augustus wordt in Loo op grootse wijze het zilveren priesterjubileum gevierd van pastoor J.M. van Schaik. Het hele dorp is versierd, overal zijn erebogen en hangen vlaggen. Van de parochianen ontvangt de jubilaris een Theresia-beeld voor de kerk en een radiotoestel.

1932    De in de Liemers immens populaire Zevenaarse arts Jan G. A. Honig (1872 - 1958) wordt voorzitter van de Koninklijke Nederlandse Maatschappij ter bevordering van de Geneeskunst (KNMG).

 

 


De immense populariteit van dr. Jan Honig blijkt ondermeer uit een bericht in een regionale krant uit 1906, waarin wordt vermeld dat Honig en zijn echtgenote, terugkomend van een huwelijksreis van drie weken, op het Zevenaarse station(splein) worden verwelkomd door "schutterijen uit Babberich, Grieth en Ooy, drie muziekcorpsen, een stoet ruiters alsmede een mensenmenigte van zeker 5.000 tot 6.000 personen" (In 1906 bedraagt het inwoneraantal van de volledige gemeente Zevenaar ongeveer 5.000) 


1933   Schuttersvereniging Willem Tell in Loo bouwt onder leiding van G. Otten en L. Berndsen en met veel inzet van dorpsbewoners voor een bedrag van 7.500 gulden (3.400 euro) een schutterstent. Het is een grootse prestatie van een kleine gemeenschap in een moeilijke tijd.

 


Gebouw Willem Tell in Loo
(30-05-2012)

1934    In de gemeente Duiven gaat een zwemgelegenheid van start. In De Waay in Loo zijn kleedhokjes geplaatst waardoor Duiven over een heus natuurbad beschikt. Het initiatief hiertoe is in 1933 genomen door de heren J. de Kinkelder (Duiven), H. IJzermans (Loo), G. Lindeman (Groessen) en W. Nass (Groessen).

1935    De gemeente Duiven (Duiven, Groessen en Loo) telt 3800 inwoners en 33 winkels verdeeld over: 8 bakkers, 3 textielwinkels, 5 brandstoffenhandelaren, 7 rijwielhandelaren, 1 stoffeerderwinkel, 4 slagerijen met winkel en 5 overige winkels. Voor bijzondere aankopen moeten de inwoners naar Arnhem, Doetinchem of Emmerik.

1937   Omstreeks deze tijd vindt het vervoer van zieken en gewonden in onze omgeving plaats door de ambulance van Hent Palm uit Groessen. In 1949 wordt dit vervoer overgenomen door de op de Zweekhorst in Zevenaar wonende landbouwer Bennie Aleven.







1938    De legendarische priester-redenaar Henri de Greeve SJ (1892 - 1974) richt de "Bond zonder Naam" op om de naastenliefde te bevorderen. Voor zijn wekelijkse radio-uitzending (het lichtbaken genoemd) op zaterdagavond blijven veel katholieken ook in Loo graag thuis.

1939    Baron Sloet tot Everlo (1901 - 1993) wordt burgemeester van de gemeente Duiven, waartoe ook 't Loo behoort. Hij blijft dit gedurende een periode van ruim een kwart eeuw.


W.J.A.F.R. van den Clooster, 
Baron Sloet tot Everlo  
burgemeester van Duiven van 1939 tot 1966

 

1939    Pater Alphons Bouwmeester viert zijn zilveren priesterfeest in zijn geboortedorp, waar hij op 26 juli 1939 op grootse wijze wordt ingehaald door schutterij Willem Tell. De in 't Loo geboren pater Bouwmeester, die in 1914 priester is gewijd, is de enige missionaris, die 't Loo ooit heeft voortgebracht. Hij is vanaf zijn priesterwijding als missionaris werkzaam in Hawaii.


Pater Bouwmeester 
in 1888 in 't Loo geboren

 

1940    Meester Jozef IJzermans, hoofd van de Loose lagere school sedert 1909, wordt opgevolgd door zijn zoon Johannes Henricus (Harrie) IJzermans, die tot zijn overlijden in 1969 deze functie zal blijven vervullen. Vader en zoon IJzermans hebben gedurende een periode van 60 jaar leiding gegeven aan de lagere school in 't Loo.

 
Harrie IJzermans 
(1940)

1940    In de nacht van 10 mei komen grote aantallen Duitse vliegtuigen over. Een onafzienbaar leger Duitse soldaten gaat via Zevenaar naar Westervoort. Na het opblazen van de Westervoortse brug ontstaat een file aan Duitse oorlogsvoertuigen van 20 km. tot Emmerich.

 

 

Op vrijdag 10 mei wordt de Westervoortse brug in alle vroegte om 4.45 uur opgeblazen, waardoor de Duitse invasie enige vertraging oploopt.

1940   In de ochtend van 11 mei begint de slag om de Grebbeberg die drie dagen duurt. De Grebbeberg is het toneel van hevige gevechten, tragiek en wanhoop. De Nederlandse offers zijn enorm. Bij de slag om de Grebbeberg sneuvelen tussen 11 en 14 mei ongeveer 425 Nederlandse soldaten. Onder de gesneuvelden twee dienstplichtige soldaten uit de gemeente Duiven: Antonius Jeurissen (23 jaar) en Franciscus Raasing (23 jaar).

Antonius Jeurissen sneuvelt op 11 mei 1940 op 23-jarige leeftijd in de strijd tegen de Duitsers aan de Grebbelinie. Zijn lichaam wordt 5 juni 1940 gevonden in een ingestorte stelling in de omgeving van boerderij Middelkoop ten zuiden van de weg Rhenen - Wageningen. Hij is begraven op het ereveld (rij 7, graf 47) in Rhenen (foto links).
Franciscus Raasing sneuvelt op 13 mei 1940 op 23-jarige leeftijd in de strijd tegen de Duitsers aan de Grebbelinie. Zijn lichaam wordt 17 mei 1940 gevonden. Hij is begraven op het ereveld (rij 3, graf 21) in Rhenen.
 

 

1940    Na een schokkende eerste oorlogsweek neemt het leven ook in 't Loo weer zijn gewone loop en worden de tegen de Duitsers gemaakte wegversperringen opgeruimd. Op donderdag 23 mei richt burgemeester Sloet tot Everlo zich in een toespraak tot de inwoners van de gemeente waarin hij zijn bewondering uitspreekt voor de waardige en rustige wijze waarop de burgers op de recente gebeurtenissen hebben gereageerd en dat van enige wanorde geen sprake is geweest.

 


1942    Ook in Loo gaan de mensen gebukt onder barre winterse omstandigheden in de koudste winter sedert 1789. De periode 18-27 januari 1942 is de koudste periode van tien dagen in de 20e eeuw. In de nacht van 26 op 27 januari worden minima gemeten van ongeveer -25 graden C. Mensen doen er alles aan om de kachels brandend te houden. De koude blijft tot in de derde week van maart.

1942    In juni wordt Loo opgeschrikt door een enorme explosie achter boerderij Valkenhof als gevolg van V1-raket, die op weg naar Engeland de koers is kwijtgeraakt. 

1944    Op 4 september wordt door "Radio Oranje" gemeld dat de geallieerde legers de Nederlandse grens zijn gepasseerd. De volgende dag dinsdag 5 september (dolle dinsdag) vluchten in paniek Duitsers en met hen veel NSB-ers. Bij station Duiven wordt een trein met zeven tankwagons met benzine in brand geschoten.

1944    Op zondag 17 september 1944, tijdens de geallieerde bevrijdingsoperatie Market Garden, wordt het Looveer gebombardeerd. Hierbij komen 23 mensen om het leven. 
Op vrijdag 29 september 1944 wordt boven het veer een Hawker Typhoon neergeschoten.

 


1944    Op dinsdag 19 september wordt een aantal Duitse vliegtuigen boven de omgeving van Duiven, Groessen en Loo aangevallen door Engelse jagers, waarbij zes Duitse vliegtuigen worden uitgeschakeld. Twee Groessense jongens, de broers Piet en Jan Meuwsen 17 en 22 jaar die hulp willen bieden bij een neergestort toestel, worden door Duitse SS-soldaten gefusilleerd. Alvorens terechtgesteld te worden, worden de jongens gedwongen zelf hun graf te graven. De verslagenheid en woede zijn groot.
Aanvulling ontvangen van Arnoldus Bosman uit Groessen (januari 2012): Bovenstaande heeft zich afgespeeld in Groessen, omgeving Vossendel achter de dijk. Arnoldus Bosman is er bij geweest tot de broers een andere kant zijn opgerend nadat het Duitse alarm afging. Arnoldus heeft de broers daarna niet meer gezien. 


Nadat de broers hardhandig zijn verhoord, moeten zij hun tweepersoonsgraf graven, waarna de standrechtelijke executie plaatsvindt; dat is op dinsdag 19 september omstreeks 20.30 uur.
Op zondag 24 september vindt in de R.K. Kerk in Groessen de herdenkingsdienst plaats voor de beide onschuldige slachtoffers.
Door bemiddeling van de Groessense kapelaan Weterman geven de Duitsers toestemming de stoffelijke overschotten te herbegraven onder voorwaarde dat tijdens de begrafenis geen ongeregeldheden plaatsvinden. Kapelaan Weterman haalt met enkele buurtbewoners de lijken op waarna deze op maandag 25 september op het R.K. kerkhof in Groessen worden herbegraven.
Na de oorlog is helaas nimmer een formeel onderzoek ingesteld, waardoor de schuldigen aan deze brute moorden niet bestraft zijn. 



1944    Op woensdag 27 september is de situatie zo dreigend dat de inwoners van Loo moeten evacueren. Aanvankelijk veronderstelt men dat de evacuatie van zeer korte duur is, maar wat aanvankelijk enkele dagen zou duren, wordt een half jaar. Medio april 1945 komen de bewoners terug in een leeggeroofd en troosteloos Loo.          

1945    Op vrijdag 30 maart wordt Varseveld, de plaats waar veel Loose gezinnen sedert hun evacuatie verblijven, bevrijd.
Op dinsdag 3 april verlaten de Duitsers in een snelle run
Westervoort, Duiven, Loo, Didam, Huissen, Zevenaar en Pannerden. Op 5 april moeten inwoners van Loo op bevel van de Engelsen het dorp opnieuw verlaten, omdat aan de overzijde van de Rijn de Duitsers nog niet verslagen zijn. Pas op 9 april is Loo voldoende veilig om terug te keren. Wat de bewoners dan aantreffen is een onvoorstelbare ravage.

1945    Landbouwer Hugo Antonius Peters (1895 - 1945) wordt te Loo getroffen door een ontploffende landmijn en overlijdt op woensdag 18 april in het R.K. ziekenhuis in Zevenaar. Hij wordt drie dagen later begraven in 't Loo.

1946    Ook uit Loo moeten dienstplichtige jongens van omstreeks 19 jaar, daartoe gedwongen door "Den Haag", in 1946 en 1947 naar het verre Indie. Het zal een vertrek zijn voor twee soms drie jaar. Op 27 december 1949 zal Nederland de soevereiniteit van de kolonie overdragen aan de Republiek Indonesie en worden de Nederlandse militairen gerepatrieerd. Meer dan drieduizend(!) jongens blijven op erevelden achter; onder hen de 21-jarige Theo Goris uit 't Loo.

Theo Goris voor zijn vertrek naar Indie omstreeks oktober 1946
Vanuit Loo gaan tenminste 7 dienstplichtigen naar Indie: Jan Boerboom, Wim van Dick, Theo Goris, Antoon Holland, Bernard Thuss, Hent Tilleman en Bertus Zweers. Van hen zal Theo Goris de barre Indische omstandigheden niet overleven. Hij sterft in mei 1947 op 21-jarige leeftijd aan malaria. Hij wordt begraven in Soeka Boemi en later herbegraven op de erebegraafplaats in Batavia / Djakarta.     

1947    Met 86 vorstdagen is 1947 de strengste winter van de 20e eeuw. Sinds mensenheugenis veroorzaken koude winters grote problemen. De snijdende vrieswind waait door de eenvoudige niet geisoleerde woningen. Andere zeer koude winters sedert 1870 zijn 1871, 1880, 1891, 1929, 1940, 1942, 1956 en 1963 geweest.

 

1948   De in 1923 opgerichte schuttersvereniging Willem Tell in Loo bestaat 25 jaar. Ter gelegenheid hiervan wordt een groot schuttersconcours georganiseerd dat in verband met de lange voorbereidingstijd pas een jaar later op 2e Pinksterdag 1949 plaatsvindt. 
Nadat de voorgaande dagen het regenwater met bakken uit de hemel valt, marcheren op 2e Pinksterdag 1949 elf schutterijen door Loo. Het eigenlijke concours, dat onder grote publieke belangstelling plaatsvindt in de wei van de familie Goris, wordt gewonnen door schuttersvereniging St. Jan uit Babberich.

 


Het allereerste koningspaar Staring - Verhoeven in 1923

1949    Meer dan zevenduizend bezoekers uit de Liemers luisteren op een stralende zondag (14 augustus) op een terrein in de gemeente Didam in de openlucht naar een preek van de uiterst populaire priester-redenaar Henri de Greeve. Een van de vermaarde uitspraken van pater de Greeve is: "Verbeter de wereld, begin bij jezelf".

 


Henri de Greeve (1892 - 1974), priester, publicist, radiospreker en oprichter van de Bond Zonder Naam (B.Z.N.)

 

1950    In de tweede helft van de twintigste eeuw verandert er ook in Loo op boerenbedrijven veel. In snel tempo worden landarbeiders, boerenknechten en trekdieren vervangen door machines. Het trekpaard verdwijnt uit het straatbeeld. Veel werk gaat verricht worden door loonbedrijven.

 


Het maaien van rogge in de Liemers (1936)

 

1951    Op 3 oktober vindt de eerste landelijke TV-uitzending plaats. De N.T.S. (Nederlandse Televisie Stichting, voorloper van de N.O.S.) begint met 3 zenduren per week; in 1959 is dit al 15 uren per week. Wie beginjaren vijftig in het bezit is van een T.V. krijgt 's avonds de buurt op bezoek: Op woensdagmiddag en zaterdagmiddag is er van 17.00 tot 17.30 uur  een uitzending voor kinderen met o.a. Pipo de Clown. 

Ook Christiaan Polman (1878 - 1954), over-overgrootvader van Sam, Simon en Sjef van Keulen is vol verwondering nadat hij voor het eerst een televisie-uitzending heeft gezien. Ik herinner me nog goed dat hij daarover sprak.

1952    Op 20 juni overlijdt in Zevenaar, de in de Duivense Ploenstraat opgegroeide, Jan (Johannes) W. van Keulen, over-overgrootvader van Sam, Simon en Sjef van Keulen, op 76-jarige leeftijd.

Jan W. van Keulen wordt op 4 april 1876 in Duiven geboren. Nog voor zijn tweede verjaardag overlijdt zijn vader. Zijn moeder Betje de Wit, die als zeer lief wordt omschreven, hertrouwt in Duiven met Frans Aleven. Jan groeit op in het gezin Aleven maar nog voor zijn elfde verjaardag overlijdt ook zijn moeder.

Op 27-jarige leeftijd trouwt Jan van Keulen met Anna W. Jurrius. Jan en Anna zijn in hun jeugd buurkinderen: Ze wonen tegenover elkaar in de Ploenstraat in Duiven. Na hun huwelijk gaan zij op een boerderij in Pannerden wonen, waar zij samen 11 kinderen krijgen waarvan er twee op zeer jonge leeftijd overlijden.

De boerderij in Pannerden heeft door haar ligging regelmatig problemen met hoog water. Daarom verhuist de familie in 1927 naar een boerderij aan de Pannerdenseweg in Oud-Zevenaar. 

Ik herinner me Jan van Keulen als een erg vriendelijke en lieve opa.

 

1953    Als gevolg van langdurige najaarsdroogte komen eind november de kommen van Groessen en Loo zonder watervoorziening omdat de welputten, die voor velen in deze tijd de enige drinkwatervoorziening zijn, vrijwel zijn drooggevallen. Naar aanleiding van deze noodsituatie stuurt Waterleiding Maatschappij Gelderland een telegram naar de minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid met het verzoek de aanleg van waterleiding in onrendabel gebied te versnellen. Een jaar later zijn de dorpskernen van Groessen en Loo aangesloten op waterleiding.

1954    De dorpskern van Loo wordt aangesloten op waterleiding. Ter vergelijking:  Duiven krijgt in  1952 water, Spijk in 1953, Angerlo in 1954, Groessen in 1954,  Pannerden in 1954, Wehl in 1958, Aerdt in 1961 en Herwen in 1961.


Loo 1955 (Ad Dekkers, Liemers Museum)

 

1954    Op zondagochtend 7 februari zorgt een defecte kachel in de kerk van Loo voor opschudding. Tijdens de dienst wordt de pastoor onwel en valt van het altaar. Ook enige kerkgangers moeten met spoed naar buiten worden gebracht. De oorzaak is kolendampvergiftiging.


Heilige Antonius Abt kerk in Loo (30 mei 2012)

1956    In 1956 wordt begonnen met de bouw van de Bernadette-school, die in 1957 in gebruik wordt genomen.  

1957    In Loo wordt de nieuwe Bernadette-school in gebruik genomen.  

1957    Op vrijdag 3 mei 1957 wordt de 5.000e inwoner van de gemeente Duiven, waartoe ook Groessen en Loo behoren, ingeschreven. Het is Charlotte Vonk, die bij de burgerlijke stand wordt aangegeven door haar vader, huisarts W. Vonk, in aanwezigheid van burgemeester W. van den Clooster baron Sloet tot Everlo, de wethouders W. Derksen en G. Lukassen, gemeentearchitect C. Jansen en gemeentesecretaris H. Wouters van den Oudenweyer. Elf jaar eerder, in 1946, was de 4.000e inwoner ingeschreven.

Beelden van Duiven ten tijde van de inschrijving van de 5.000e inwoner

 

1958    De uit Utrecht afkomstige Johannes W.A. van Veenendaal (1908 - 1969) wordt R.K. pastoor in 't Loo. Hij blijft dit tot 1964 wanneer hij wordt opgevolgd door pastoor Dellemijn. Pastoor Van Veenendaal overlijdt op vrijdag 23 mei 1969 in Baarn en wordt enkele dagen later in 't Loo begraven.

1963   De ontdekking van het Groningse aardgas in Slochteren in 1959 veroorzaakt in de jaren zestig ook ingrijpende gevolgen voor de energievoorziening in de Liemers, waardoor kolenkachels ook in Loo nu snel tot het verleden behoren.

 

Minister Andriessen brengt op 9 juli 1964 een werkbezoek aan het  Zevenaarse Broek (Zweekhorst), waar op dat moment een belangrijke aardgasleiding wordt aangelegd.


1964    
De uit Doesburg afkomstige Johannes (Jan) Hermanus Wilhelmus Maria Dellemijn (1919 - 1986) wordt R.K. pastoor te Loo. Hij blijft dit tot 1983 wanneer hij om gezondheidsredenen eervol ontslag krijgt. Hij blijft wonen op de pastorie en overlijdt onverwacht op zondag 7 september 1986. Na een uitvaartdienst op vrijdag 12 september in de parochiekerk te Loo wordt hij in Doesburg begraven. Pastoor Jan Dellemijn gaat de geschiedenis in als de laatste parochiepriester, die in Loo heeft gewoond.

1965    Het vervoersbedrijf G.T.W. (Gelderse Tramwegen) neemt het autobusbedrijf van Luc Hendriks te Zevenaar over. Vele decennia hebben de bussen van Luc Hendriks het busvervoer tussen Zevenaar, Groessen, Loo, Duiven, Westervoort en Arnhem onderhouden.
 


 Luc Hendriks en zijn zoon Jan voor een van zijn autobussen,  achter het stuur baron Constant van Heeckeren (oktober, 1949)                    


1965    In Zevenaar overlijdt op dinsdag 16 februari Jozef Th. Gerrits (1890-1965), van 1921 tot 1956 schoolhoofd van de (M)ULO-school in Zevenaar, in een periode waarin deze school door leerlingen uit de wijde omgeving (ook Duiven, Groessen en Loo) werd bezocht. Gerrits befaamd om zijn imposante voorkomen gaat de geschiedenis in als een onderwijzer van de oude stempel: streng maar rechtvaardig. In zijn vrije tijd was hij een verdienstelijk kunstschilder.

 


Grafmonument echtpaar Gerrits Brinkman
kerkhof: Arnhemseweg Zevenaar, juni 2013


1969    Er is een eind gekomen aan de traditie van het jaarlijkse Loofeest, dat tot eind jaren zestig plaatsvond op de laatste zondag van juli. Dit feest begon altijd met een plechtige hoogmis in de Loose kerk, waarna bij het vlakbij gelegen H. Hartbeeld een preek plaatsvond, gevolgd door een processie over het kerkhof en langs de Mariakapel. 's Middags legden de bruidjes, die 's ochtends in de processie hadden meegelopen bloemen bij het H. Hartbeeld waarna de dag werd besloten met een lof ter ere van Maria in de kerk. Voor veel jongens was deze dag een uitgelezen gelegenheid om eens rond te kijken met welk meisje ze de aanstaande kermis wilden vieren, een gebruik dat door veel oudere inwoners van Loo bekend is gebleven onder het zogenaamde "vleis keuren".


Mariakapel in Loo 

1970    In Groessen wordt aan de Kandiasestraat het watergemaal Kandia in bedrijf gesteld. Het gemaal zorgt ervoor dat wateroverlast in een omvangrijk gebied,  waaronder ook 't Loo, eindelijk tot het verleden behoort.

1972    De heer Poppe wordt hoofd van de Bernadette-school in Loo .  

1973    Op 104-jarige leeftijd overlijdt de legendarische Zeno van Dorth tot Medler (1869 - 1973). Hij was meer dan veertig jaar, van 1898 tot 1939, burgemeester van de gemeente Duiven, waartoe 't Loo behoort. Verder was hij onder meer zestig (!) jaar, van 1903 tot 1963, directeur van de plaatselijke Boerenleenbank en vanaf 1898 tot zijn dood erevoorzitter van de schutterij. 


  

 

1974    De R.K. parochiekerk in Loo wordt op de lijst van Rijksmonumenten geplaatst.  

1975    Begin januari besluit het bisdom Utrecht om pastor Gerard Huisman niet te benoemen tot pastor en catecheet binnen de R.K. parochies van Westervoort, Duiven, Groessen en Loo omdat de 28-jarige pastor een relatie heeft met een niet - katholiek meisje.

1976    In  Loo wordt de R.K. dorpskerk gerestaureerd. Door een unieke actie in binnen- en buitenland, het zogenaamde brievenpastoraat, alsmede door vele preekbeurten overal in het land is pastoor J.H.W. Dellemijn (1919 - 1986) erin geslaagd om het noodzakelijke geld bij elkaar te brengen.

      

1977    Na een ingrijpende restauratie wordt de R.K. parochiekerk in Loo op zondag 1 mei 1977 in gebruik genomen.  

1978    In 't Loo wordt een rioolstelsel gerealiseerd. De zinkputten, die eeuwenlang dienst hebben gedaan, worden daardoor overbodig.  

1979    De Bernadette-school in Loo wordt ingrijpend verbouwd en uitgebreid.  

1982    Maandagavond 6 december overvaart een op de Rijn varende rijnark in dichte mist de ankerketting van de veerpont Huissen - Loo. De pont wordt vijf kilometer tot Westervoort meegesleurd. Wonder boven wonder doen zich geen persoonlijke ongelukken voor. Een uur na de aanvaring wordt de veerpont, waarop vijf auto's, drie fietsen en een bromfiets, door een sleepboot teruggebracht.

1983    In mei viert schutterij Willem Tell uit Loo haar 60-jarig jubileum met onder meer een schuttersconcours waaraan deelnemen: St. Hubertus en St. Joris uit Ulft, St. Martinus uit Gaanderen, St. Damianus uit Niftrik, Eendracht uit Wehl, St. Martinus uit Greffelkamp (Didam), E.M.M. uit Dinxperlo, Wilhelmina uit Azewijn, Onderling Genoegen uit Duiven, St. Sebastiaan uit Zieuwent, Eendracht uit Etten en Claudius Civilus uit Pannerden.

1984     Het processieverbod wordt uit de Nederlandse grondwet geschrapt. In Loo, Oud-Zevenaar, Groessen en Duiven vinden nog de jaarlijkse sacramentsprocessies plaats; dat is zeer bijzonder omdat in de tijd van de reformatie (1520 - 1600) de katholieken in Nederland hun geloof niet in het openbaar mogen belijden, laat staan een processie houden. Het overgrote deel van de Liemers hoorde toen echter niet bij Nederland, maar bij het Hertogdom Kleef dat wel godsdienstvrijheid kende. Toen in 1816 de Liemers bij Nederland kwam, werden de processies 'gedoogd' mits zij ieder jaar werden gehouden. De eerste zondag na 15 augustus (Maria Hemelvaart) wordt in Loo de traditionele processie gehouden, met daaraan gekoppeld de kermis- en schuttersfeesten

   
 

Processie Oud-Zevenaar op 22 juni 2008
Een eeuwenoude processietraditie, vermoedelijk sedert de 11e eeuw, vindt  in Loo nog elk jaar plaats.

 

 

1985    In de jaren tachtig wordt het Looveer, dat sinds mensenheugenis in ieder geval sedert de 15e eeuw maar mogelijk al veel langer vaart tussen Huissen en Loo, in haar voortbestaan bedreigd door de bouw van de Pleybrug bij Arnhem. De verwachting is dat het aantal auto's en passagiers daardoor sterk afneemt. Gepoogd wordt om bij de rijksoverheid schadevergoeding te claimen met als argument dat de aanleg van de brug inbreuk maakt op het middeleeuwse Kleefse veerrecht. Deze poging mislukt echter omdat de brug (toevallig) juist buiten het voormalige Kleefse gebied is gebouwd. Uiteindelijk is de provincie Gelderland bereid een exploitatiesubsidie te verstrekken en blijft het pontveer behouden.

 

 

1986    Op zondag 7 september 1986 overlijdt onverwacht Jan Dellemijn (1919 - 1986), R.K. pastoor te Loo, van 1964 tot 1983.  Na een uitvaartdienst op vrijdag 12 september in de parochiekerk te Loo wordt hij in zijn geboortestad Doesburg begraven. Pastoor Dellemijn gaat de geschiedenis in als de laatste parochiepriester, die in Loo heeft gewoond .

 

1986    Op maandag 29 september sterft volledig onverwacht Hendrikus (Harrie) G. van Keulen tijdens het verrichten van werkzaamheden op zijn boerderij in de Husselarij in 't Loo. Harrie van Keulen (1906-1986) is een broer van Louis van Keulen (overgrootvader van Sam, Simon en Sjef van Keulen).

1988    Op zaterdag 25 juni wordt het Nederlands voetbalelftal  Europees kampioen na een 2-0 overwinning op Rusland in het Olympiastadion in Munchen. De stemming in heel Nederland is uitgelaten. Ook in 't Loo heerst euforie met overal feestende mensen en toeterende auto's.

 


Uitgelaten sfeer in Amsterdam juni 1988

 

1989    Na vanaf 1966 burgemeester van de gemeente Duiven, waartoe ook Looen Groessen behoren, te zijn geweest, wordt Johannes A.G. Kemme (1929 - 1996) opgevolgd door A. (Fons) B.G. Lichtenberg. 


Burgemeester Kemme  (1929 - 1996) ontmoet oud-burgemeester Baron van Dorth tot Medler (1869 - 1973). Samen zijn zij 64 jaar burgemeester van de gemeente Duiven geweest.       


1997    Op woensdag 18 juni brandt in de Husselarijstraat in Loo een historische drie-kappenboerderij volledig af. In deze boerderij hebben gedurende de 20e eeuw de families Diesveldt en Van Keulen-Diesfeldt (Harrie van Keulen en Dora Diesveldt) gewoond. Harrie van Keulen (1906-1986) is een broer van Louis van Keulen (overgrootvader van Sam, Simon en Sjef van Keulen).  


Drie-kappenboerderij in Loo van de familie H.G. van Keulen (1960)

2002    Op zondag 3 maart 2002 overlijdt op de Loowaard in Loo Wim van Sadelhoff (1916 - 2002). Nadat in de loop der tijd vele generaties Van Sadelhoff de Loowaard hebben bewoond, is Wim de allerlaatste die - tenslotte als een kluizenaar - de havezate heeft bewoond. 
De Loowaard wordt na zijn dood gekocht door de familie Van Aalst, die het inmiddels redelijk vervallen complex wil renoveren. Juist voor hiermee een begin wordt gemaakt, richt een brand in de zomer van 2005 grote schade aan.
In juli 2008 kan de havezate na een ingrijpende renovatie eindelijk opnieuw worden betrokken.

2003    Op zaterdag 20 september 2003 wordt aan de Rijksweg in Duiven het Indie-monument onthuld. Het is een postuum eerbetoon aan de Duivenaren, die door oorlogsgeweld in Nederlands-Indie zijn omgekomen. Het zijn: Theo Goris (1925 - 1947) uit Loo, Wim Nijsen (1925 - 1948) en Willy Wolters (1925 - 1949).

 


Theo Goris
uit Loo sterft op zondag 18 mei 1947 op 21 - jarige leeftijd

 

2004    Op zaterdag 27 november wordt het beeld van de Loose dorpsomroeper, gemaakt door de kunstenaar Hans Kuypers, onthuld. Het is een hommage aan de vele dorpsomroepers, die in Loo gedurende vele eeuwen het nieuws hebben verspreid. De laatste dorpsomroepers in Loo, vader en zoon Toon en Willem de Bont, hebben dit ambacht tot mei 1940 uitgeoefend. 


Beeld van de dorpsomroeper aan de Hoofdstraat in Loo

 

2005    Op vrijdag 15 juli wordt de havezathe Loowaard door brandstichting deels in de as gelegd. Het woonhuis en de twee torens kunnen met hulp van de brandweer van Arnhem en Zevenaar gespaard blijven. 


Loowaard, getekend door Jan de Beijer in 1742

 

2008    In juli 2008 kan havezate Loowaard in Loo na een ingrijpende renovatie opnieuw worden betrokken.
Drie jaar eerder is het dan ernstig verwaarloosde rijksmonument door brandstichting in de as gelegd. Dit gebeurde juist voordat de nieuwe eigenaar het huis wilde restaureren. Bij de brand ging het boerderijgedeelte grotendeels verloren maar het middeleeuws deel werd  door de brandweer gered. 


             Loowaard, na restauratie in 2008

2009    De raad van de gemeente Duiven bepaalt dat de officiele naam van Loo, ondanks dat dit 't Loo moet zijn, toch Loo blijft. Tijdens het schrijven van het boek "Duizend jaar en nog wat, het verre en nabije verleden van 't Loo in kort bestek 970-2000" heeft de auteur, T. Evers, ontdekt dat Loo eigenlijk 't Loo moet zijn.  Na de Tweede Wereldoorlog is het voorvoegsel 't van de bebouwde komborden van 't Loo verdwenen. 

2011
    Streekhistoricus W. van Heugten uit Duiven publiceert een nieuwe verklaring omtrent de herkomst van de naam "Liemers" waarbij hij er vanuit gaat dat het begrip Liemers een samentrekking is van "lee"en "mers". 
Lee verwijst volgens hem naar het waterstroompje de Lee dat begint in Loo en vervolgens van oudsher de grens vormt tussen Duiven en Westervoort en tenslotte overgaat in de Leigraaf. De term Lee stamt mogelijk van het Germaanse "laida" dat waterloop betekent. Mers is een Oudnederlands woord voor "mars" dat moeras, beemd of broek betekent. De naam Liemers zou dus verwijzen naar een moerasachtig gebied, ten noorden van Duiven en Zevenaar, dat afwatert via de Lee.  

2011
    Op zaterdag 12 februari overlijdt Jasper W. van Keulen (1984 - 2011), zoon van de uit Zevenaar afkomstige Haagse huisarts Will van Keulen ten gevolge van een noodlottig verkeersongeval in Milaan. Jasper is een uitzonderlijk talent: op 23 jarige leeftijd is hij arts waarna hij zich specialiseert tot vaatchirurg. In het kader van zijn aanstaande promotie vertoeft Jasper tijdelijk in het buitenland als het tragische ongeluk hem overkomt. Zijn gedrevenheid, gepaard met empathie, tomeloze energie en intelligentie hebben zijn leven gekenmerkt. Tegelijkertijd was hij bezig om in een welhaast logaritmische versnelling de wereld te verkennen. 
Jasper is een nakomeling van Hubertus van Keulen, die op maandag 25 augustus 1806 in 't Loo op 80-jarige leeftijd overlijdt. 


Jasper
* Den Haag, 2 april 1984
na een turbulent stralend leven overleden ten gevolge
van een noodlottig ongeval op 12 februari 2011 in Milaan


Jasper
kort voor zijn dood bij het beoefenen van zijn
geliefde sport in het universiteitselftal van Yale (USA)
Ook in sportief opzicht heeft Jasper gestraald.

 

2012    Eind maart  worden op de toegangswegen naar de Liemers, o.a. bij de veerpont in Loo, toeristische streekborden geplaatst. Op de borden zijn kenmerken van de Liemers te zien zoals: weids zicht, steenfabrieken in waterrijk landschap en wandel-, fiets en watersportmogelijkheden.  

 

 Liemers streekbord (ontwerp: F. Hippman)

 

2013    Op vrijdag  20 december 2013 is het precies twee honderd jaar geleden dat de dorpen Duiven, Groessen en Loo een bestuurlijke eenheid werden met de naam "Buergermeistery Duven" onder Pruisisch bestuur. Sedertdien is de gemeentelijke indeling ongewijzigd gebleven. In 1816 kwam de gemeente bij het Koninkrijk der Nederlanden. 

 

2016    Op woensdag 1 juni 2016 maken de voormalig Duitse gebieden Zevenaar, Oud-Zevenaar, Babberich, Wehl, Duiven, Groessen, Loo, Huissen en Malburgen tweehonderd jaar deel uit van het Koninkrijk der Nederlanden. De overgang van Pruissen naar Nederland in 1816 bracht zeker de eerste decennia geen voorspoed want de 19e eeuw werd een periode van grote misoogsten, ziekten, honger, ellende en armoede

 

Uit de Leeuwarder Courant van 31 mei 1816 waarin melding wordt gemaakt van de overgave van Zevenaar, Huissen, Malburgen en de Lijmers, waardoor het Koninkrijk der Nederlanden "met een niet onaanzienlijk met aller vruchtbaarst bouwland en uitmuntende weiden beslagen en door nijvere inwoners bewoond territoir wordt vergroot". 

 

 

2017    Op woensdag 8 maart geeft verkeersminister Schultz het startsein voor de aanleg van het ontbrekende stuk van de snelweg A15 tussen Bemmel en Duiven. Het knooppunt waar de autowegen A15  en A12 bij elkaar komen zal "De Liemers" worden genoemd. Met de wensen van de inwoners van Loo wordt, zoals zo vaak in de geschiedenis, geen rekening gehouden. Zo komt er geen tunnel tegen de gevreesde geluidsoverlast en horizonvervuiling. Ook houdt de minister vast aan haar plan om tol te heffen. Naar verwachting kan de weg in 2022 in gebruik worden genomen. 

 

 

In de geschiedenis ligt de nadruk doorgaans op machtige mensen. In www.liemershistorie.nl vooral aandacht voor de geschiedenis van gewone mensen, hun zwoegen voor een menswaardig bestaan want de overgrote meerderheid van de bevolking heeft tot halverwege de 20e eeuw doorgaans op de rand van een bestaansminimum geleefd waarbij misoogsten, ziekten, oorlogen en (natuur)rampen kwellingen zijn die de mensen bij voortduring hard hebben getroffen. Indrukwekkend is hoe velen onder moeilijke omstandigheden toch het hoofd boven water hebben kunnen houden.