Ooy   Oud Zevenaar


Ooy betekent waard

Ooy: Snel door de tijd, CHRONOLOGIE

Het dorp Oud Seventer (1742) is, zoals de naam al doet vermoeden, veel ouder dan Zevenaar-stad.
Deze eeuwenoude Martinuskerk, die al in het begin van de 15e eeuw wordt vermeld, ligt op een uitstulping van de dijk.
Paul van Liender / Jan de Beijer 1742

 

700 voor Christus   In de omgeving van Steenheuvel (Oud-Zevenaar) bestaat reeds ver voor onze jaartelling, aan het begin van de ijzertijd, een nederzetting waar tot ongeveer 500 na Christus bewoning heeft plaatsgevonden.

 

697 na Christus        De H. Willibrord (een later heilig verklaarde Engelse monnik) bouwt de Martini-kerk in Emmerik (Emmerich). Van Willibrord is bekend dat hij een groot respect voor de Frankische heilige Maarten (Martinus) heeft. Kerken in Utrecht en Emmerich zijn door hem naar deze heilige genoemd. Ook de kerk in Oud-Zevenaar is naar Martinus genoemd. Opvallend is dat ook veel andere kerken en/of parochies in de Liemers de naam St. Maarten of St. Martinus dragen, namelijk die van Angerlo/Lathum/Giesbeek, Elten, Didam, Doesburg, Herwen, Aerdt en Pannerden.

750       Omstreeks deze tijd is er bewoning in de buurt van de Martinuskerk in Oud-Zevenaar; aangenomen wordt dat hier Zevenaar als plaats ontstaan is.

788      De buurtschap Leuven gelegen tussen Ooy en Groessen wordt onder de naam "Loffna" voor het eerst vermeld. Ruim duizend jaar later, in het rampjaar 1799, zal deze buurtschap als gevolg van een dijkdoorbraak vrijwel volledig worden verwoest. In de tussentijd heeft het gehucht vele namen gehad zoals: Lefna, Lofenick, Loefenum en Loeffen. 

1000    In het Liemerse land zijn nederzettingen maar nog geen dijken. De rivieren en stroompjes treden voortdurend buiten hun oevers, maar echt hoge waterstanden komen vrijwel nooit voor, omdat het water zich door het ontbreken van dijken vrijelijk kan verspreiden.

1050     Oudste zekere vermelding van Oud-Zevenaar: In een oorkonde van de Duitse Keizer Karel III wordt de nederzetting Oud-Zevenaar genoemd. 

 

 


Bewoonde plaatsen rondom1050

Oude nederzetting

Riviertjes

Huidig dijkverloop
 

 

 

Rondom 1050 is er op een zestal plaatsen in Oud-Zevenaar bewoning.
De bewoonde locaties zijn Ooy, Bloemendaal, gebied tussen Bloemendaal en Oud-Zevenaar, Poelwijk, Holthuizen en Camphuysen.
Steenheuvel is een oude nederzetting waar tussen 700 voor Christus en 500 na Christus bewoning is.
Ter orientatie zijn voorts het huidig dijkverloop, de latere burcht Sevenaer alsmede de stad  (vanaf 1487) Sevenaer weergegeven.

1150    Halverwege de 12e eeuw wordt in het Liemerse land een begin gemaakt met de aanleg van dijken. Het zijn lage "zomerdijken" om het zomerwater te keren. Ruim honderd jaar later komen in de "Lijermersch" de eerste winterdijken.

1276     Oudst bekende pastoor in Oud-Zevenaar is pastoor Gerlach (omstreeks 1276).

1290    Aan het eind van de dertiende eeuw is Doesburg verreweg het belangrijkste centrum in onze regio. De gehele Liemers tot aan Emmerik alsmede ook Doetinchem ressorteren onder het ambt Doesburg.

1339    Gelre, waartoe ook Oud-Zevenaar, Ooy en Zevenaar in deze tijd behoren, wordt door de keizer van Beieren tot hertogdom verheven
. Het is een zeer groot en belangrijk hertogdom. Het omvat naast de huidige provincie Gelderland, grote delen van de huidige provincie Limburg (met ondermeer Venlo, Venray en Roermond) en delen van het huidige Noord-Rijnland-Westfalen met ondermeer het stadje Geldern, waarnaar het hertogdom Gelre en de latere provincie Gelderland zijn genoemd. Het hertogdom Kleve vormt een wig tussen de Noordelijke en de Zuidelijke delen van Gelre. De zelfstandigheid van Gelre eindigt in 1543.

    Het hertogdom Gelre omvat omstreeks 1350:
1. Het Kwartier van Nijmegen (huidige Betuwe)
2. Het Kwartier van de Veluwe (ook genoemd het Kwartier van Arnhem)
3. Het Kwartier van Zutphen (de huidige Achterhoek en Liemers)
4. Het Kwartier van Roermond (het huidige Limburg en delen van Noord-Rijnland-Westfalen) 

 

1342    In juli bezwijken rivierdijken waardoor een groot deel van de Liemers onder water blijft tot in de nazomer van 1343.

1346    Steven van Ooy wordt vermeld als pastoor in Oud-Zevenaar.

1355    Vanaf 1355 neemt de macht van Kleef in de Liemers sterk toe ten koste van Gelre.

Bezittingen van Gelre en Kleef (Kleve) in de Liemers omstreeks 1350
Voor 1350 bezit Kleef in de Liemers alleen Groessen, Leuven (tussen Oud-Zevenaar en Groessen), Oud-Zevenaar en Grondstein (nabij Elten).
In de periode na 1355 worden o.a. ook Zevenaar, Huissen (Huussen), Wehl, Duiven, 't Loo, Ooy, Babberich, Eltingen (Weel) en Elten deel van Kleve.

 

1370     De havezate Poelwijk in Oud-Zevenaar wordt voor het eerst in een archief vermeld. Deze havezate is omstreeks 1891 afgebroken en stond op de plaats waar nu de boerderij van de familie Weenink staat; deze boerderij draagt ook de naam Poelwijk.

 

De havezate Poelwijk zoals deze er omstreeks 1742 uitziet.

Op de achtergrond staat de Martinuskerk van Oud-Zevenaar.

 

1406    Ambt Liemers (o.a. Zevenaar, Duiven, Loo, Groessen, Wehl), van oorsprong Gelders grondgebied, wordt door Reinoud IV van Gelre aan het graafschap Kleef (Kleve) verpand.

1417     Graafschap Kleef, waartoe ook Ooy behoort, wordt tot Hertogdom verheven.    


Gezicht op Kleef (Kleve) omstreeks 1570, gravure Frans Hogenberg
Het ambt Liemers, dat in 1406 wordt verpand aan Kleve, zou tot  het begin van de 19e eeuw Duits blijven.

1421    Het oudste archiefstuk met de naam Leemkuyl dateert uit 1421. De naam Leemkuyl verwijst naar de aanwezigheid van leem, dat in de middeleeuwen een zeer belangrijk bouwmateriaal is. Wanneer deze leem weg gegraven is, is sprake van een kuil en het akkerland dat dan ontstaat houdt de naam Leemkuyl. Rond 1500 is op de plaats van de Leemkuyl in Oud-Zevenaar een havezate gebouwd, die behoort tot de grootste in de Liemers. In de 19e eeuw raakt de havezate, gelegen tussen de huidige Dijkweg en Oud-Zevenaarsedijk, vlakbij de Martinuskerk, ernstig in verval waardoor we in onze (huidige) tijd alleen nog de boerderij Leemkuyl kennen op de plaats waar ooit een imposante havezate heeft gestaan.

1432   Na een extreem koude winter overstroomt de Liemers na het invallen van de dooi. De stad Arnhem stuurt haringen naar de slachtoffers. 
Bij een dijkdoorbraak ontstaat een diepe kolk, die we in latere jaren kennen onder de naam Breuly.


                                   Breuly 1898 (G. Jansen, Liemers Museum)

1439    In Oud-Zevenaar is al een schoolmeester. Het schooltje staat naast de kerk.

1454    Ridder Johan van de Loo (Loe), ambtman van de Liemers, keurt de financiering goed voor de herbouw van de afgebrande toren van de Oud-Zevenaarse Martinuskerk. Het geld voor de bouw wordt door de lokale adel bijeengebracht.

1486     Na een strenge winter met veel sneeuw komt het Angerlose Broek onder water te staan. Ook de Grote Gelderse Waard heeft te maken met een watersnood, waardoor pachter Johan Lipholt zijn pacht niet kan betalen.

1500    Omstreeks deze tijd wordt in de directe nabijheid van de Martinuskerk de havezate Leemkuyl gebouwd. In vergelijking met de vele havezaten in de Liemers is de Leemkuyl groot. In de 19e eeuw raakt het goed ernstig in verval en in onze huidige tijd kennen we alleen nog een boerderij aan de Leemkuylweg in Oud-Zevenaar op de plaats waar eens de imposante havezate heeft gestaan.

1503    De zomer van 1503 is zinderend heet en kurkdroog en daardoor een kwelling voor de inwoners van Ooy

 

1514    In Linnich, een dorpje in de omgeving van Brussel, wordt Andreas Masius (of Maes) geboren op St. Andreasdag (30 november) 1514. Hij wordt een van de belangrijkste Europese geleerden uit de XVIe eeuw. Naast zijn moedertaal beheerst Masius tien talen en is hij een autoriteit op het gebied van onder meer de rechtsgeleerdheid, geschiedenis en aardrijkskunde. In het latere deel van zijn leven, vanaf 1558 tot zijn dood in 1573, woont Masius in Ooy. Na zijn dood raakt hij in onze regio in de vergetelheid. Aan het eind van de 20e eeuw wordt in het centrum van Zevenaar een plein naar hem genoemd. 

1521   Zevenaar-stad krijgt een eigen rooms katholieke parochie. De Sint Martinuskerk in Oud-Zevenaar blijft parochiekerk voor Holthuizen, Grieth, Zweekhorst, Ooy, Babberich en Oud-Zevenaar. Pas meer dan drie eeuwen later, in 1852, komen Grieth en Zweekhorst bij de parochie Zevenaar-stad. Babberich wordt pas in 1971 een zelfstandige parochie.
 


           

1550    Omstreeks deze tijd behoort de havezate Leemcuyl, gelegen vlakbij de Martinuskerk in Oud-Zevenaar, aan het geslacht Van Els. Door vererving worden achtereenvolgens de geslachten Von Udesheim, Von Droste en Von Rhede eigenaar tot het in 1719 wordt gekocht door de eigenaar van Groot Poelwijk. De havezate raakt steeds meer  in een vervallen staat en wordt in de 19e eeuw vervangen door een boerderij.

1557     De vermaarde cartograaf Christiaan sGrooten, geograaf van de Spaanse koning Philips II, brengt het gewest Gelderland in kaart.


Een detail uit de kaart van Christiaan sGrooten betreffende Die Lymers (De Liemers)

In de omgeving zien we o.a. Sevenaer (de hierbij getekende kerk is die van Oud-Zevenaar), Weesterfort (Westervoort), Groyssem (Groessen), Duven (Duiven), Baer, Lathum, Huessen (Huissen) en Malburch (Malburgen).

 


1558
     Een
van de grootste geleerde uit de 16e eeuw Andreas Masius (1514 - 1573)  trouwt in 1558 met Elsa up ten Haizhovel uit Zevenaar. Naast zijn moedertaal beheerst Masius maar liefst tien talen en is bovendien een autoriteit op het gebied van rechtsgeleerdheid, geschiedenis en aardrijkskunde. 
Na enige tijd bij hun (schoon)ouders in Zevenaar  te hebben ingewoond, koopt het echtpaar een boerderij in de "buerschap Oi" (buurtschap Ooy). Masius beschouwt de tijd, waarin hij in Ooy woont als een zeer gelukkige waar een eind aankomt als hij ernstig ziek wordt en op dinsdag 7 april 1573 overlijdt. Hij wordt in de Andreaskerk in Zevenaar begraven. Doordat deze kerk in 1602 door een brand grotendeels verwoest wordt, is van zijn graf in onze tijd niets meer te vinden. Ongeveer vierhonderd jaar na zijn dood wordt in het stadshart van Zevenaar een plein naar deze grote geleerde genoemd
.

1559     Uit een landkaart (1559) blijkt dat (Oud-)Zevenaar, Duiven, Groessen en Loo een enclave vormen, die staatkundig tot het hertogdom Kleve behoort.


 

 


Staatkundige indeling 1559


1565    Uitzonderlijk strenge winter waarin half december 1564 de vorst intreedt. Op 2e Kerstdag vriest de Rijn dicht en tot in maart blijft het ijs begaanbaar.

1570
     De periode 1570 tot 1600 is in de Liemers (en Achterhoek) een uiterst onrustige tijd. De bevolking is wanhopig door rondtrekkende plunderende troepen: De ene keer Staatse en de andere keer Spaanse troepen en daar tussendoor rondtrekkende muitende bendes. Verwoeste huizen en kerken, onbebouwde akkers, plundering, doodslag, zware maandelijkse oorlogscontributies en roof van hele veestapels zijn aan de orde van de dag. De kerken van ondermeer 's Heerenberg, Zeddam, Etten, Gendringen, Netterden, Elten, Oud-Zevenaar, Zevenaar en Didam worden in die periode geplunderd en zwaar beschadigd. In Hoog-Keppel en Drempt staat geen enkel huis meer overeind.

1572    De gothische spits van de Oud-Zevenaarse kerk wordt op St. Vitusdag (15 juni) door troepen in brand geschoten. De spits verwoest in haar val de kerk.

De grotendeels vernielde St. Martinuskerk in Oud-Zevenaar

1572    Begin juli worden 19 katholieke priesters uit Gorcum ontvoerd naar Den Briel. Als ze daar niet bereid zijn het katholieke geloof af te zweren worden ze een voor een opgehangen. De herinnering aan dit gebeuren, dat bekend staat als een van de dieptepunten in de opstand tegen Spanje, blijft tot ver in de 20e eeuw bij veel katholieken, ook in de Liemers, levend.

Links: Martelaren van Gorcum worden in een schuur terechtgesteld (19e eeuws schilderij van Cesare Fracassini)

Rechts: Beeld van pater Claas Pieck in de bedevaartskerk in Brielle
  Claas Pieck is de eerste, die wordt opgehangen, na hem volgen nog 18 paters. 



De ontvoering van de 19 priesters vindt plaats door watergeuzen onder leiding van hun in 1571 door Willem van Oranje benoemde opperbevelhebber Lumey. Wanneer de priesters niet bereid zijn om het katholieke geloof af te zweren, worden ze in een schuur een voor een opgehangen. Na hun dood worden de 19 martelaren van Gorcum voor veel katholieken ook in de Liemers lichtende bakens in een periode van onderdrukking en duisternis. De herinnering aan het gebeuren in 1572 blijft tot ver in de 20e eeuw levend. Veel katholieken sluiten tot ver in de 20e eeuw hun dagelijks gebed af met: "heilige martelaren van Gorcum bidt voor ons".



1573
     Op dinsdag 7 april 1573 overlijdt na een ziekbed van enkele maanden in zijn boerderij in Ooy op 58 jarige leeftijd Andreas Masius (1514 - 1573). Hij wordt begraven  in de Andreaskerk in Zevenaar. Doordat deze kerk in 1602 door een brand grotendeels verwoest wordt, is van zijn graf in onze tijd niets meer te vinden. 
Andreas Masius wordt beschouwd als een van de grootste geleerden uit de 16e eeuw. Naast zijn moedertaal beheerst hij maar liefst tien talen en is hij bovendien een autoriteit op het gebied van rechtsgeleerdheid, geschiedenis en aardrijkskunde. Ongeveer vierhonderd jaar na zijn dood wordt in het stadshart van Zevenaar een plein naar deze grote geleerde genoemd
.

1573    Reeds eind oktober begint in de Liemers een lange zeer strenge winter, waarin vrijwel alle wintervoorraden verloren gaan met grote tekorten en honger tot gevolg.

1573    Uit een in 1573, in opdracht van de Spaanse koning, door Christiaen 's Grooten getekende kaart van de Liemers blijkt dat de Oud-Zevenaarse kerk op een terp is gebouwd.

Gedeelte van de door Christiaen 's Grooten in 1573 getekende kaart van de Liemers
Duidelijk is te zien dat de kerk van Oud-Zevenaar op een terp is gebouwd. Momenteel is dat niet meer te zien, omdat in de loop der tijd de dijk met een bocht om de kerk heen en deels over de terp is komen te liggen. Op de achtergrond zien we het stadje Zevenaar getekend.

1583      Nicolaus Vallick wordt pastoor in Oud-Zevenaar. Zowel de vader als de grootvader van Nicolaus zijn pastoor geweest in het naburige Groessen. De vader van Nicolaus is de vermaarde Jacob Vallick, die zich als een van de eersten in zijn tijd keert tegen de opvatting, dat ernstige gedragsstoornissen het gevolg zijn van heksen en/of  duivels; hij doet dit in het boek "Tooveren", waarvan in 1559 de eerste druk is verschenen.

Titelblad van een herdruk uit 1598 van het boek "Tooveren" van Vallick
In zijn boek benadrukt Jacob Vallick dat onheil niet het werk is van de duivel, laat staan van een heks, maar van God, die hooguit gebruik maakt van Satans diensten.
Vallick staat dus terughoudend tegenover geloof in duivelse krachten en hekserij. In zijn tijd zijn veel mensen beducht voor duivels en heksen. Vallick is van oordeel dat tegenslag een louterende werking heeft voor de geest, omdat het voorkomt dat je als mens zelfgenoegzaam wordt.

Vier jaar na de eerste verschijning van "Tooveren"  verschijnt een uitgave van de beroemde Kleefse hofarts Johannes Wier, waarin ook hij de rol van heksen met kracht bestrijdt; daarentegen is Johannes Wier wel overtuigd van de invloed van de duivel. 

.


1584
    Op donderdag 26 januari vindt in de avonduren een dijkdoorbraak plaats bij de Oliemolen van Leuven / Leuffen (buurtschap tussen Oud-Zevenaar en Groessen). Het betreft de oudst bekende melding van een dijkdoorbraak in de Liemers.

1585    De Oud-Zevenaarse kerk is door oorlogshandelingen in een ruine veranderd.  Het zal tot 1866 duren alvorens de kerk weer de oorspronkelijke vorm van 1350 terug heeft en het herstel volledig is afgerond. Ook de Stiftskerk van Hoog Elten wordt volledig verwoest door plunderende Staatse troepen.

Plundering van een dorp geschilderd door Pieter Molijn (Frans Halsmuseum, Haarlem)
Vooral tijdens de eerste helft van de Tachtigjarige Oorlog gaat de bevolking van het Gelders - Kleefs grensgebied regelmatig gebukt onder de wreedheden en plunderingen van Hollandse en Spaanse soldaten. 

1595
    Na een extreem koude winter volgen in maart zware overstromingen. De Lijmerse bandijk breekt op diverse plaatsen door.

1602     Na het overlijden van Hilbrand van Els in 1602 wordt zijn zoon, Onna van Els, de volgende bewoner van de havezate "Leemcuyl" in Ooy / Oud-Zevenaar. Op landkaarten wordt deze havezate vaak "Else" of "Elst" genoemd.
 



Havezate "Leemcuyl" in Ooy ten zuiden van van Seventer (Zevenaar) wordt vermeld als "Elst"

1608    Een ontstellend koude winter zorgt voor grote problemen. In januari en februari vriest het zo hard dat zelfs de oudste mensen zich niet kunnen herinneren dit ooit eerder te hebben meegemaakt.

1609   
Het Kleefse hertogelijke geslacht is uitgestorven. Het hertogdom Kleef komt door vererving in het bezit van de keurvorst van Brandenburg. De Kleefse gebieden in de Liemers (o.a. Zevenaar, Oud-Zevenaar / Ooy, Wehl, Duiven, Huissen) worden deel van Brandenburg.

Zes generaties hertogen van Kleve met op de achtergrond het historische Kleve
v.l.n.r.: Adolph IV (1417 - 1448), Johann I (1448 - 1481), Johann II (1482 - 1521), Johann III (1521 - 1539), Wilhelm (1539 - 1592) en Johann Wilhelm (1592 - 1609)

1610     Op vrijdag 22 januari wordt onze regio getroffen door een zware storm. Bij Rees breekt de dijk door. Veel land komt onder water te staan.

1619     De weg, die wij in onze huidige tijd als de Slenterweg in Ooy kennen, wordt in 1619 vermeld als Oische straat (Ooysche straat). 

1624    Vertegenwoordiger van de "baurschaft Oy" (buurschap Ooy) zijn Arndt van Alst, Arndt Budde, Johan van Diest, Derick Evers en Arndt Thieb.

1625
    In de eerste helft van de 17e eeuw komen vertegenwoordigers van veel Liemerse dorpen waaronder Groessen, Hoeselarij, Duiven en Ooy regelmatig voor het gerecht om gronden te verpanden. Dit is het gevolg van herhaalde inkwartiering van soldaten en veel oorlogsgeweld waardoor een enorme verarming onder de bevolking heeft plaatsgevonden.

1635
  Na een strenge winter volgt door een dijkdoorbraak bij Loo een zware overstroming. De Spanjaarden moeten in verband met het hoge water Schenckenschans ontruimen.

1636    In een omstreeks deze tijd uitgegeven atlas staat Oud-Zevenaar vermeld als "Oudekerck".

 


Oud-Zevenaar staat vermeld als Oudekerck. 
Merk op: oost is links en  noord is onder  

 

1669    Uit een oorkonde uit 1669 blijkt dat boerderij de "Toetenburg" in Ooy wordt bewoond door Jan Luhrman en zijn vrouw Jenneke Schaeps. In 1673 verkopen ze hun hofstede aan Diederich Hecking, richter te Wehl. De "Toetenburg", ook wel genoemd de "Toutenburg", behoort dan ook tot de oudste huizen aan de Slenterweg in Ooy.

 


De Toetenburg in Ooy, omstreeks het midden van de 20e eeuw

 

1673    Op woensdag 1 maart 1673 kopen Diederich Hecking, richter te Wehl en zijn vrouw Maria Olischlagers hofstede "Toutenburg" in Ooy. Ruim vier jaar later op vrijdag 10 december 1677 koopt Michael Henrich Wunder, richter te Zevenaar de "Toutenburg" van Maria Olischlagers

 


Toutenburg, eind 19e eeuw (afbeelding P. Fontein) 

 

1680    Op vrijdag 24 mei trouwt Albertus Ontijt, koster in Oud-Zevenaar, in Emmerich met Lamberta Oostricks. Het paar gaat wonen in de "Custerij" bij de R.K. kerk in Oud-Zevenaar en krijgt 11 kinderen. Tot 1807 blijven nakomelingen van hen in de "Custerij" wonen. 
In 1909 verkoopt de R.K. Kerk van St. Martinus in Oud-Zevenaar de "Custerij" aan het Polderdistrict Lijmers waarna  het pand "Polderhuis" wordt genoemd
.


  In dit pand  heeft de dijkwacht regelmatig vergaderd en bij hoog water vertrokken van hier de dijkwachters over de dijk naar het polderhuis in 't Loo. 

1682    Ernstige wateroverlast in de Liemers en ook in "Out-Seventer".

1684    De winter van 1683 - 1684 verloopt ontstellend koud. Zelfs de oude mensen in Ooy kunnen zich niet herinneren zo'n extreem koude winter ooit eerder meegemaakt te hebben. De koude valt ver voor kerstmis 1683 in en duurt tot medio februari 1684. De rivieren vriezen volledig dicht en ijsdikten tot twee Rijnlandse voeten (63 cm) worden gemeten. De winter zorgt voor veel overlast. 

1689    Zoals zo vaak tijdens oorlogen wordt ook tijdens de Negenjarige Oorlog (1688 - 1697), tussen Frankrijk en onder meer Pruisen, de lokale bevolking door de machthebbers geterroriseerd. Zo beveelt de Pruisische overheid in januari 1689 dat het Ambt Liemers, waartoe onder meer Zevenaar, Ooy, Oud-Zevenaar, Loo, Groessen, Duiven en Wehl behoren, grote hoeveelheden haver, rogge, stro en hooi moet leveren ver beneden de marktprijs. Of de bewoners het kunnen missen wordt niet gevraagd. 

1695     De eerste maanden van 1695 wordt de bevolking in extreme mate gekweld door de gevolgen van hoog water en geweldige ijsgang.

1702    In de parochie Oud-Zevenaar heerst dysenterie, vanwege de waterdunne bloederige diarree  in de volksmond "rode loop" genoemd.  De aandoening heerst van augustus tot oktober en kost het leven aan ongeveer dertig parochianen.      

1709    Zeer strenge winter vanaf Driekoningen (6 januari); veel vee doodgevroren.

1711    In het voorjaar zijn er diverse dijkdoorbraken zoals de IJsseldijk bij Lathum en de Boterdijk bij Lobith. Veel voedselvoorraden gaan verloren, weiden blijven lang onbruikbaar en op grote schaal wordt honger geleden.

1715   Op vrijdag 3 mei wordt het aan het eind van de ochtend omstreeks 11.00 uur nachtelijk donker. Het is een gevolg van een (vrijwel) volledige zonsverduistering in Nederland. Op de eerstvolgende volledige zonsverduistering zal de Liemers 420 jaar moeten wachten tot het jaar 2135.  
 

1735   In de ambtsatlas van 1735 wordt als eigenaar van de boerderij, die in onze tijd is gelegen aan de Slenterweg 4 in Ooy, vermeld Klopp Becher. In 1786 is Johan van Alst eigenaar. Eigenaar van de boerderij Slenterweg 9 is in 1735  "Stadhaelter" Becher. In 1786 is deze hofstede, volgens het register van de "Grote Liemerse Schaupolder", eigendom van de heer Van Hecking Colenbrander.
Beide boerderijen worden ruim tweehonderd jaar later, in de nacht van 8 op 9 juli 1941, getroffen door een oorlogsbombardement en branden volledig af. Ze worden vervolgens herbouwd zodat in het voorjaar van 1942 de families Van Dick (Slenterweg 4) en Stender (Slenterweg 9) hun woning weer kunnen betrekken

 

1736    Door het aanbrengen van een dikke laag grof zand hetgeen een gezamenlijke inspanning is van het Arnhemse stadsbestuur en de Kleefse overheid wordt de route van Arnhem door Westervoort, Duiven en Zevenaar naar Elten sterk verbeterd. Deze weg, die algemeen bekend staat als Zandstraat of Hoogestraat wordt enkele jaren later in 1741 na het instellen van een vaste postwagenverbinding ook wel (Kleefsche) Postweg genoemd. De minder rechtstreekse weg naar Elten over de dijken (Westervoortse IJsseldijk en Rijndijken onder meer bij Groessen en Oud-Zevenaar (Ooy) via Babberich naar Elten), die sedert de Middeleeuwen is gebruikt, raakt omstreeks deze tijd in onbruik.


1740  De winter van 1740 is zeer koud. Na een relatief zachte december 1739 wordt januari 1740 extreem koud. In de periode van zaterdag 9 tot en met dinsdag 12 januari wordt het zelfs overdag in Ooy niet warmer dan 10 graden onder nul. De barre winter wordt gevolgd door een extreem koud voorjaar. Door armoede hebben veel huizen nauwelijks of geen verwarming. Op zaterdag 7 mei sneeuwt het nog. Ook de zomer verloopt zeer koud waardoor de oogsten volledig mislukken. Het duurt jaren voor dat men het rampzalige jaar 1740 te boven is.


Zevenaar (Jan de Beijer, 1745)

 

1740   Frederik II volgt zijn vader Frederik I op als koning van Pruisen, waartoe ook Ooy in deze tijd behoort. Frederik II, die ook Frederik de Grote wordt genoemd, blijft heerser van Pruisen tot zijn dood in 1786. Een verdienste van hem is dat hij een zeer belangrijke rol speelt bij de invoering van de aardappel als volksvoedsel. Op 24 maart 1756 vaardigt hij het befaamde "Kartoffelbefehl" uit, waarin hij beveelt dat al zijn onderdanen met de aardappel bekend dienen te worden en deze op iedere beschikbare plek moet worden verbouwd.     


 Frederik II (1712 - 1786) 

 

1741    Een in economisch opzicht voor de Liemers belangrijke verandering betreft de wijziging van de postroute Arnhem - Keulen. De postwagens rijden niet meer via Doesburg, Doetinchem, Anholt en Wezel naar Keulen, maar worden vanaf 1741 via Zevenaar, Elten en Kleve naar Keulen geleid.

                       De Oud-Zevenaarse herberg "De Pelikaan" in 1752 met postwagen; door P.J. Liender

 

1742    In de zomer van 1742 tekent de befaamde kunstenaar Jan de Beijer (1703 - 1780) op onnavolgbare wijze vele objecten in de Liemers, waaronder de Martinuskerk, de parochiekerk van de katholieken in Ooy.
 


Op deze afbeelding van Jan de Beijer uit 1742 staan de Martinuskerk en herberg De Pelikaan. Op het bord geheel rechts staat dat tol betaald moet worden. De weg, die in onze huidige tijd Kerkweg heet, werd daarom in het verleden "Tolstraatje" genoemd..             

1743    In het voorjaar staat de Liemers onder water. Tientallen paarden en meer dan honderd runderen overleven het niet.

1747    Een nieuwe golf van veepest veroorzaakt bittere armoede. Veepest slaat in de 18e eeuw regelmatig genadeloos toe. Vooral omstreeks 1714, 1747 en 1768 raken veel (keuter)boeren ook in Ooy in een klap al hun vee kwijt.  Door veepest maar ook door andere ziekten, sterfte, plunderende soldaten, rondtrekkende bendes, slecht weer, extreme winters en natuurgeweld leven velen toch al bij voortduring op de rand van het bestaan..


"Gods slaandehand over Nederland door de pest-siekte onder het rundvee, geteekent en gegraveert door Jan Smit" in 1745. Vooral in de 18e eeuw brengt de "pest-siekte onder rundvee" (ook genoemd veepest of runderpest) veel (keuter)boeren ook in Ooy tot wanhoop. Enerzijds ondergaan velen de runderpest met veel berusting en enorm vertrouwen in God anderzijds is het leed vooral onder de keuterboeren enorm.   

1750    Tot het midden van de 18e eeuw functioneert de Ooysedijk als belangrijke hoofddijk (bandijk) van de Rijn. In de jaren daarna doet de dijk alleen nog dienst bij hoogwater.

 


Ooysedijk bij hoogwater, op achtergrond de Martinuskerk

1753    Op 19 december vindt dijkdoorbraak plaats bij de buurtschap Leuven / Leuffen (buurtschap tussen Oud-Zevenaar en Groessen). Een zeer omvangrijk gebied tot Steenderen komt onder water.


Doorbreken van de Rhijndijk in 1753
Meer dan drie maanden lang, tot eind maart 1754, blijft het water door de Leuvense doorbraak naar binnen stromen..
Tot  in oktober 1754 werkt men dagelijks met honderd karren aan het herstel van de dijk.
 

1756    Op woensdag 24 maart vaardigt Frederik de Grote (1712 - 1786), koning van Pruisen, waartoe ook Ooy behoort,  het befaamde "Kartoffelbefehl" uit waarmee hij de in deze tijd nog weinig populaire aardappel als volksvoedsel tracht in te voeren. Zaadgoed wordt gratis verdeeld en veldwachters zien er op toe dat met het verbouwen van aardappelen wordt begonnen. De aardappel heeft (voor een deel terecht) de naam giftig te zijn waardoor veel boeren aanvankelijk tegenstribbelen. Tot in de huidige tijd liggen op het graf van Frederik de Grote enige aardappelen.     


 Graf Frederik de Grote bij slot Sanssouci met aardappelen
door Frederik de Grote werd de aardappel volksvoedsel 

1757    Op 30 januari ziet men op het Gelders eiland de eerste tekenen van ijsgang. Het opgestuwde water stijgt daardoor zo hoog dat het nog dezelfde dag twee voet over de dijk loopt en de dijk ter hoogte van de Pannerdenschen Waerd breekt. Ruim een week later op 9 februari breekt de Herwense dijk op vijf plaatsen tegelijk als gevolg van het opnieuw kruiende ijs en ook bij Pannerden volgen nieuwe doorbraken. Ook de dijk bij Leuven, tussen Oud-Zevenaar en Groessen breekt in deze rampzalige maand.

Door vele dijkdoorbraken als gevolg van waterstuwing door het kruiende ijs staat in februari 1757 de Liemers grotendeels onder water. Velen vertoeven dagenlang op zolders of daken van hun huis. Ook gaan veel huizen door de watermassa verloren.

 

1757    Dysenterie-epidemie treft onder meer Oud-Zevenaar. Dysenterie is een, in de 18e eeuw, veel voorkomende aandoening. Het betreft een door bacterien veroorzaakte ernstige buikloop, waarbij de frequentie van de ontlasting kan oplopen tot 100 maal per dag. Bij ongeveer 30% van de patienten verloopt de aandoening dodelijk. Bij de meeste vormen van dysenterie is de bloedafgang zo opvallend dat men sprak van rode loop. De ziekte is ook wel persloop genoemd.

1758    De zomer is uitzonderlijk nat waardoor veel landerijen onder water komen te staan en een groot tekort aan hooi ontstaat.  

1758     Dysenterie slaat opnieuw toe.

1758    Tijdens de Zevenjarige Oorlog (1756 - 1763) bezetten Franse troepen in 1758 het Kleefse land, waartoe onder meer behoren Duiven, Groessen, Ooy, Zevenaar, Huissen, Malburgen, Lobith en Wehl. De bevolking heeft het zwaar te verduren en leeft op de rand van de hongersnood. Toch eisen de bezetters bij voortduring brood, graan, meel stro, hooi, brandhout en inkwartiering. Ook worden bewoners gesommeerd voor de bezetters te werken. Boeren en landarbeiders worden opstandig en velen vluchten voor het oorlogsgeweld naar de republiek.

De Kleefse enclaves. (Uit: Graswinckel, De rechterlijke archieven der voormalige Kleefsche enklaves, 1543 - 1816, 's-Gravenhage, 1927)

 

1764    In februari vinden dijkdoorbraken plaats bij Rees en Herwen waardoor onder meer Westervoort, Duiven, Angerlo, Ooy en Lathum onder water komen te staan.

1770    Geheel onverwacht breekt in de nacht van 1 op 2 december om 1.00 uur de dijk bij de Oliemolen onder Oud-Zevenaar door. Wanneer het licht wordt is alles een zee van water. Veel huizen zijn ingestort of zelfs verdwenen. Uit Zevenaar wordt gemeld dat het gekerm op de daken onbeschrijflijk is. Reeds op 3 december wordt in Zevenaar een collecte voor de slachtoffers gehouden, die ruim 21 rijksdaalders opbrengt; hiervoor wordt jenever, tabak, olie en brood gekocht.  


Voor het Gelders eiland en de Liemers is 1770 een echt rampjaar.
Het menselijke verdriet en de economische schade zijn onvoorstelbaar.

1770    Bij een dijkdoorbraak ontstaat in Ooy / Oud-Zevenaar een kolk, die in latere jaren de naam Ezelswaai krijgt. In onze tijd (21e eeuw) is deze waai (nabij de Slenterweg 18) inmiddels grotendeels dichtgegroeid.  

1775    Uit de kerkrekeningen van 1775 blijkt hoe de Oud-Zevenaarse processie van kerkmis verwatert tot kermis. Mensen, die werkzaamheden verrichten tijdens de processie worden onder meer op foesel (jenever) beloond.
 


  
 

1777    In het "boerschap" Ooy ontvangt Hendrick Grob 100 rijksdaalders voor het herstel van zijn door brand verwoeste huis.

1779    Wederom maakt dysenterie (rode loop) veel dodelijke slachtoffers in de Liemers. Vooral de Zevenaarse buurtschap 't Grieth wordt zwaar getroffen met enkele tientallen doden. In Zevenaar-stad en Oud-Zevenaar overlijden in de periode september tot november ongeveer veertig mensen.

1782    Een grote groep tot de tanden bewapende inwoners van Elten bevrijdt in de late avond van 1 april (2e Paasdag) hun dorpsgenoot, Jan Boekhorst, uit de gevangeniscel in Zevenaar. Het aantal bevrijders is bijzonder groot want op weg naar Zevenaar wordt op het land van Schepen Gunther, nabij de kerk in Oud-Zevenaar, zoveel rogge plat getrapt dat de schade twee dukaten bedraagt.

1783     Een zoveelste dysenterie-epidemie maakt ook in Oud-Zevenaar weer slachtoffers.  

1784    Een felle en langdurige vorstperiode zorgt dat de rivieren tot op de bodem met ijs bedekt zijn. In februari zet de dooi in en in de middag van 29 februari breken bij Spijk dijken door. Een dag later zijn er dijkdoorbraken in Oud-Zevenaar. Een deel van de bevolking heeft een veilig onderkomen gevonden in de stad Zevenaar, die overigens ook voor een groot deel onder water staat. Er is onder de bewoners veel stress door vernielingen in huizen, verloren gegane voorraden in kelders, omgekomen vee en mensen in bittere koude en nood.

1785    Zevenaar en omgeving worden getroffen door een hevige pokkenepidemie. Andere jaren met pokkenslachtoffers in de Liemers zijn o.a. 1724, 1730, 1773, 1791, 1799, 1801, 1807 en 1831.

1786    In het polderregister van de "Grote Liemerse Schaupolder" uit 1786,  staat Johan van Alst vermeld als eigenaar van de boerderij, die in onze tijd is gelegen aan de Slenterweg 4 in Ooy. De hofstede Slenterweg 9 is in 1786 eigendom van de heer Van Hecking Colenbrander.
Beide boerderijen worden in de oorlogsnacht van 8 op 9 juli 1941, getroffen door een bombardement en branden volledig af. Ze worden vervolgens herbouwd zodat in het voorjaar van 1942 de families Van Dick (Slenterweg 4) en Stender (Slenterweg 9) hun woning weer kunnen betrekken.
 



De in 1941 / 1942 na het bombardement herbouwde woning met links de oude schuur (2017)
 

1788    Om verspreiding van ziekten te voorkomen bepaalt de Kleefse overheid op 11 april dat voortaan twee begrafenisgebruiken achterwege dienen te blijven te weten:
                    - het afleggen van het lijk door een groot aantal vrouwen uit de verre omtrek
                    - het meerijden van vele vrouwelijke familieleden op de lijkwagen.

1789    De winter van 1788-1789 verloopt extreem koud. Met de winter van 1708-1709 is deze winter de aller-koudste winter van de 18 eeuw. Mens en dier gaan gebukt onder de extreme koude en de gevolgen daarvan.

1789    In Leuffen wordt door Arnold Bolck, uit Oud-Zevenaar, een steenfabriek opgericht, waarvan de oven zo groot is dat daarin 340.000 stenen in een keer kunnen worden gebakken. 

1789    De Pruisische regering verbiedt vanwege de vele ongelukken, die er bij gebeuren de sint-jansvuren. Bij dit gebruik, dat jaarlijks plaatsvindt op 24 juni, dansen jongens en meisjes in een kring om het vuur en springen over vlammen. Niet zelden vatten hierbij de kleren vlam. De traditie van de sint-jansvuren gaat terug op de verering van Balder, de Germaanse god van de midzomer. Ondanks het in 1789 ingestelde verbod vinden de sint-jansvuren tot in het begin van de 20e eeuw in de Liemers plaats.

1790    In  een proclamatie gedateerd 27 december 1790 wordt de bevolking er aan herinnerd dat het schieten ter gelegenheid van Nieuwjaar streng verboden is. "Wie betrapt wordt, krijgt vijftig rijksdaalder boete". "Degene die meldt wie zich tijdens Oud-en-Nieuw te buiten gaat aan schieten, ontvangt daarvoor een Kleefse rijksdaalder beloning".

1792    Op woensdagmorgen 2 mei omstreeks 7 uur in de ochtend ziet het dienstmeisje van Willlem Grob uit Ooy tot haar grote schrik iemand in het water van de Breuly liggen. Ze rent naar de in de buurt wonende Willem Gesthuizen, die vervolgens met hulp van Berend Jansen, Berend Clabbers en Willem Herben de drenkeling uit het water haalt. Om 8.30 uur is de gewaarschuwde chirurgijn C.P.M. Berlijn bij de drenkeling en ziet dat het kapelaan Engels van de Andreasparochie uit Zevenaar betreft. 
De drenkeling wordt vervolgens met hulp van 8 mannen naar het dichtstbijzijnde huis gebracht, waar de natte kleding wordt verwijderd en een wollen hemd wordt aangetrokken. Verder worden onder meer een warme kruik aan de voeten gelegd, het lichaam ingewreven met warme doeken en kruiden, in de neus een sterk prikkelende ammoniakvloeistof gespoten en in de endeldarm via de anus tabaksrook geblazen, in de maag een klein kopje braakwortel geblazen en op de arm vindt een aderlating plaats. Het betreffen de behandelingen, die in deze tijd gebruikelijk zijn om iemand van de verdrinkingsdood te redden.
Nadat de chirurgijn intensief vier uur met de drenkeling bezig is geweest, krijgt hij assistentie van dokter Clumper, die vaststelt dat de patient alle inspanningen ten spijt stijf is. In de vroege avond wanneer chirurgijn Berlijn ongeveer 10 uur zonder succes met de behandeling bezig is geweest, vertrekt hij met instemming van dokter Clumper, die de dood vaststelt. 
Uit het onderzoek dat dokter Clumper instelt, komt vast te staan dat van zelfmoord geen sprake is. Kapelaan Engels kan daarom op vrijdag 4 mei 's morgens vroeg op het R.K. kerkhof begraven worden.

1798    De Ooyse schutterij (vermoedelijk: St. Anna) mag tijdens de jaarlijkse kermis een schietwedstrijd houden op voorwaarde dat ter voorkoming van brand niet bij huizen geschoten wordt.

1799    Na een zeer koude winter wordt de Liemers opnieuw getroffen door een grote overstroming. Een belangrijk deel van Leuffen (Leuven) wordt weggespoeld. De huidige Leuffense dijk, vanaf de Oliemolen onder Ooy -  Zevenaar tot voorbij Groessen, wordt aangelegd na deze overstroming. De Jesuitenwaay bij Groessen wordt nog altijd gekenmerkt door de gevolgen van de dijkdoorbraak in de nacht van 4 op 5 februari 1799.

1800    Op grond, die volgens het polderregister uit 1787 al "Schokkenkamp" wordt genoemd, bouwt Willem van Egeren een boerderij. 
Willem kent de omgeving goed want hij is de zoon van Jan van Egeren, die aan de overzijde van de weg boerderij Heckingstede in pacht heeft van de erven Hecking. Wanneer de bouw van de nieuwe boerderij in 1801 voltooid is, wordt deze achtereenvolgens bewoond door twee generaties Van Egeren (Willem en Lamert). In 1858 verkoopt Lamert van Egeren de boerderij aan Everardus Otten, waarna enkele generaties Otten de bewoners zijn totdat in 1927 Jan (J.W.) van Keulen (betovergrootvader van Sam, Simon en Sjef van Keulen) de hoeve aan de Pannerdenseweg in Ooy koopt.

Boerderij "Schokkenkamp" van de familie Van Keulen aan de Pannerdenseweg in Ooy (midden 20e eeuw).

 

1801    Kinkhoestepidemie in (onder meer) Zevenaar.     
 

Old Seventer
Oud-Zevenaar 1791, Rademaker

1802    In verband met een slecht oogstjaar wordt het ten strengste verboden om rogge te gebruiken voor het maken van brandewijn. 

1802    In de zomer van 1802 wordt het in de regio bekend dat de Kleefse enclaves (met o.a. Zevenaar, Ooy, Duiven, Groessen, Loo, Huissen, Malburgen en Wehl) op termijn over zullen gaan naar Nederland. Velen  overvalt dit bericht en vrijwel alle hoofdgeerfden van de streek richten zich in een verzoekschrift tot de koning van Pruissen om in het belang van de ingezetenen de enclaves te behouden. Voorstanders van de overgang naar Nederland zijn er echter ook. Zij worden aangevoerd door de Zevenaarse Carel Herman van Nispen. 

1802
    In Wehl overlijden 22 inwoners aan roodvonk. Ook in Oud-Zevenaar vallen slachtoffers. Groessen en Zevenaar volgen in 1803.

1806   Hendrik de Bruin komt in het bezit van het Berghoofdse veer over de Oude Rijn op de weg tussen Oud-Zevenaar / Ooy en Pannerden. In 1849 wordt de familie Van de Bergh de nieuwe eigenaar.
 

.

1807    In de nacht van woensdag 18 op donderdag 19 februari veroorzaakt een hevige noordooster storm veel schade.

1807    Pastoor Gerardus Mulder (1779 - 1864) uit Emmerich wordt gedurende een periode van 54 jaar (van 1807 tot 1861) pastoor van de St. Martinusparochie in Oud-Zevenaar. Onder zijn verantwoordelijkheid wordt een katholieke school gebouwd.

1808    In de katholieke St. Martinuskerk in Oud-Zevenaar worden soms ook protestanten begraven, zoals op 12 januari 1808 Joanna Kelder en op 31 maart 1837 Joannes Christianus Melchers. De tegenstelling protestant - katholiek is in de Kleefse gebieden van de Liemers duidelijk veel minder groot dan in Nederland.

 

Een 19e eeuwse tekening van de Oud-Zevenaarse (Alt Sewenaer) St. Martinuskerk met daaromheen het kerkhof

 

 

1808   In de zomer wordt in Ooy een meisje te vondeling gelegd. Koning Lodewijk Napoleon, die toevallig in Zevenaar op doorreis is, beslist dat zij op staatskosten wordt opgevoed in een instituut. De vondeling wordt ingeschreven in het doopboek als Ludovica Hortensia Eugenia Josepha Antonia Ooy.
 


Koning Lodewjk Napoleon (1778 - 1846)

1809    Opnieuw grote overstroming in de gehele Liemers als gevolg van dijkdoorbraken te Oud-Zevenaar en de buurtschap Leuven; zeven mensen verdrinken. Bij de St. Martinuskerk is de hoogste stand van het water meer dan 15 meter boven Nieuw Amsterdams Peil.

"Onmiddelbaar in den Ooischen doorbraak, zo berichte de Zevenaarse richter, stonden drie huizen bewoond wordende door de familien van P. Holtendorp, J. van Uum en Grades Kruis. De familie van P. Holtendorp was in het huis van J. van Uum gevlugt en beide huisgezinnen hadden tegen negen uur 's-morgens geene andere retirade meer als het dak van het reeds vallende huis. Naar dat de ongelukkige familien bestaande uit vijf leeden een half uur op het dak gezeeten hadden, begon het dak met de stroom weg te drijven, en separeerde zig in verscheidene stukken. P. Holtendorp met zijne vrouw op een stuk van het dak drijvende had zoo veel praesence desprit eenig voorbij schemmend dun wilgenhout op te vatten, en daar mede de sparren en het stroo van het stuk dak waarop hij met zijne vrouw zat aan malkander te hegten. J. van Uum bij eenen willigenboom voorbijdrijvende verliet zijn stuk dat en retireerde zig op deezen boom die hem egter geen veiligheid gaf maar naar zijn verderven wierd, daar eenige tijd daarop, toen reeds twee aakens tot redding naaderden, eene ijsschots den zelven omwierp en op deeze wijze aan J. van Uum het leven verliezen deed. Alle overige leeden der Holtendorpsche en van Umsche familien werden door de aakens, maar eenige uuren naar dat den dijk gebroken was, gelukkig gered."

   

IJsgang tussen Arnhem en Westervoort (januari 1809)
Op 3 januari 1809 raast een hevige sneeuwstorm over de Liemers, waarna de winter in alle hevigheid toeslaat. Rond de Pley bij Westervoort ontstaat een ijsmassa, die zowel de IJssel als de Rijn afsluit, waardoor stroomopwaarts de Liemerse bandijk van Oud-Zevenaar tot Westervoort onder zware druk komt.  Op vrijdagochtend 13 januari om 7.30 uur begeeft de dijk het bij Ooy in de buurt van Toetenburg. Enige uren later breekt de dijk bij de Loowaard door. In korte tijd staat de gehele Liemers onder water. Zelfs in het relatief hoog gelegen centrum van Zevenaar-stad staat het water meer dan 1 meter hoog. 

 

1810    Van 9 juli 1810 tot 30 november 1813 behoort de Lijmers tot het Franse Keizerrijk. Op grote schaal verzetten de bewoners zich tegen de dienstplicht. Dit doet men op allerlei wijzen waarbij zelfs verminking door het afhakken van de rechter wijsvinger en verminking aan voeten niet geschuwd worden. Daarnaast komen omkoperij en desertie op grote schaal voor om het leger te ontlopen. Napoleon doet er alles aan om de deserteurs, die door de bevolking worden gesteund, op te sporen. 

1810    Na de watersnood van 1809 wordt serieus overwogen een kanaal door de Liemers van Pannerden naar Doesburg te graven en de Nederrijn definitief te sluiten. Men gaat ervan uit dat de oplossing voor alle (overstromings)problemen een afleiding van het Rijnwater via de Liemers en de IJssel naar de Zuiderzee is. 

1811    In Oud-Zevenaar overlijden in november en december 4 mensen aan dysenterie (een hevige bloedende buikloop; in de volksmond rode loop genoemd).

1812    In 1812 vindt de loting plaats voor militaire dienstplicht voor jongemannen, die in 1790 en 1791 geboren zijn. Velen van hen, die in militaire dienst moeten, komen terecht in de barre veldtocht diep in Rusland. Hierbij sneuvelen alleen al uit de gemeente Zevenaar (Zevenaar, Oud-Zevenaar, Ooy en Babberich) 21 mannen.

1815    Het Weense Congres besluit dat het gebied tussen Emmerick en de (huidige) grens Duits wordt in ruil voor de Duitse enclaves Wehl, Liemers (waaronder Oud-Zevenaar en Ooy) en Huissen, die tot Nederland gaan behoren. Lobith en Spijk worden vergeten en komen korte tijd later bij Nederland.

1815    De Oud-Zevenaarse school, in feite niet meer dan een vertrek van de woning van koster Peter van de Kamp, gelegen naast de kerk en tegen de dijk, wordt in de winter bezocht door ongeveer 100 leerlingen en in de zomer door 25 leerlingen. Het totaal aantal kinderen dat voor de school in aanmerking komt bedraagt ongeveer 310. Oorzaken van het zeer grote schoolverzuim zijn bittere armoede en de grote afstanden.

1816    Na de val van Napoleon komt Zevenaar (evenals Oud-Zevenaar en Ooy) eerst onder Nederlands en daarna opnieuw onder Pruisisch bewind, totdat het op 1 juni 1816 definitief overgaat naar het Koninkrijk der Nederlanden; Spijk en Lobith volgen Zevenaar iets later, want deze is men bij de onderhandelingen even vergeten. De overgang naar Nederland brengt geen voorspoed. De 19e eeuw wordt een periode van grote misoogsten, ziekten, honger, ellende en armoede. Handel en nijverheid zijn er nog nauwelijks en de meeste bewoners hebben een karig bestaan in de landbouw of leven van de bedeling.  

De Leeuwarder Courant van 31 mei 1816 meldt dat door de overgang van Zevenaar, Huissen, Malburgen en de Lijmers het  Koninkrijk der Nederlanden "met een niet onaanzienlijk met allervruchtbaarst bouwland en uitmuntende weiden beslagen en door nijvere inwoners bewoond territoir wordt vergroot". 

1816    Uitgezonderd enkele dagen in augustus regent het in 1816 van half mei tot in november vrijwel onafgebroken. De Liemers verandert in een moeras. Ook in Ooy gaat de oogst (tarwe, rogge, gerst, aardappelen en tabak) volledig verloren. De schade is onvoorstelbaar en wordt bovendien nog versterkt door het volledige gebrek aan gras als voedsel voor het vee. Bittere armoede is het gevolg en veel mensen voeden zich met voedsel dat onder normale omstandigheden aan varkens gegeven wordt. 

1817   Nadat het gehele jaar 1816 het extreem slechte weer ook in Ooy voor enorme problemen zoals honger en armoede heeft gezorgd, verschijnt medio maart 1817 de zon, die zich daarvoor in dertien maanden vrijwel niet heeft laten zien. Het gewone klimaat keert eindelijk weer terug. 
Pas in de loop der 20e eeuw hebben wetenschappers vastgesteld dat de tijdelijke klimaatverandering, die de wereld in 1816 heeft gekweld, het gevolg is van de enorme vulkaanuitbarsting van de Tambora op het eiland Sulawesi in de Indonesische Archipel. Aan het begin van de 19e eeuw duurt het maanden tot jaren voordat nieuws van de andere kant van de wereld onze omgeving bereikt maar ook als men het toen eerder geweten had zou niemand een verband gelegd hebben tussen de vulkaanuitbarsting en de tijdelijke klimaatverandering.
 

1820 In het vroege voorjaar worden door de ongewoon hoge temperatuur massa's smeltwater over de rivier aangevoerd, waarbij ten gevolge van de instorting van de Babberichse overlaat (zie ook 1809) de Liemers weer geheel en al overstroomt.  

1820    De tabaksteelt krijgt na de overdracht van de Kleefse enclaves aan het Koninkrijk der Nederlanden een gevoelige klap door de hoge invoerrechten die voor de export van tabak naar Pruisen geheven worden.

1821    Er zijn plannen ontwikkeld voor de aanleg van een groot kanaal dwars door de Liemers: Van de Kijfwaard bij Pannerden naar Doesburg. Deze plannen zijn echter nimmer uitgevoerd.


1824
    In Huize Hoek in Zevenaar wordt op 28 augustus geboren Carel (C.J.Ch.H.) van Nispen tot Sevenaer. Hij krijgt tijdens zijn leven landelijke bekendheid als een van de eerste politieke voormannen van de Rooms-katholieken. Als lid van de Tweede Kamer, waarin hij vaak en lang spreekt, geldt hij als leider van de katholieke fractie. In 1883 maakt hij deel uit van de Grondwetscommissie. 

 






 


Carel (C.J.Ch.H.) van Nispen(1824-1884)



Huize Hoek in Zevenaar (hoek Grietsestraat Arnhemseweg) wordt in 1945 tijdens de laatste oorlogsnacht volledig verwoest


1825    Pastoor G. Mulder van Oud-Zevenaar beschrijft de wonderbaarlijke gebedsgenezing van het meisje Maria Gustenhoven, die al vele jaren lijdt aan zeer ernstige kramp- en zenuwtoevallen.

1830    In deze tijd tot het midden van de 19e eeuw vinden jaarlijks processies naar de R.K. kerk in Oud-Zevenaar plaats ter ere van de Heilige Maria. Aan deze plechtige processies nemen vele omliggende dorpen deel. Zo komen veel deelnemers vooraf in Groessen bij elkaar vanwaar ze met kruis en vaandels onder leiding van de Groessense pastoor Kuppers biddend over de landwegen naar Oud-Zevenaar lopen. Ook vanuit Elten trekken veel gelovigen naar Oud-Zevenaar. In de tweede helft van de 19e eeuw komt de klad in deze processies maar aan het begin van de 20e eeuw neemt het enthousiasme voor de Mariaviering in Oud-Zevenaar weer sterk toe en tot in de tweede helft van de 20e eeuw vinden er dan weer processies ter ere van Maria plaats. 

1830     De Belgische opstand leidt tot afscheiding van Belgie van Nederland. 
Koning Willem I voert de militaire dienstplicht in. Velen voelen er echter weinig voor om voor een protestante vorst te vechten tegen het katholieke Belgie. Dit leidt ook in Ooy tot grote onrust. In Lobith trekt zelfs een groep jongemannen door het dorp, die dreigt het gemeentehuis in brand te steken. De gouverneur van Gelderland stuurt daarop 90 soldaten om de rust te herstellen. Honderd (jonge)mannen, die vervolgens worden gedwongen in militaire dienst te gaan, deserteren in de winter van 1830 - 1831 en vluchten naar Pruisen.

1831     Op dinsdag 15 februari 1831 komt een strafexpeditie bestaande uit tweehonderd manschappen, onder leiding van majoor Schimmelpenninck, naar Zevenaar, waartoe ook Ooy behoort, om orde op zaken te stellen en dienstweigeraars op te sporen. Ook Angerlo, Didam alsmede Herwen en Aerdt krijgen in februari 1831 met deze strafexpeditie te maken. Begin april is het de beurt aan Duiven, waar de strafexpeditie onwillige mannen, die niet in militaire dienst willen, inrekent.

1834     Het kerkbestuur van Oud-Zevenaar laat aan de overzijde van de Kerkweg een nieuwe school bouwen. Hoofdmeester is Theodorus van de Kamp, die twee jaar eerder in januari 1832 zijn vader na diens overlijden is opgevolgd.
Theodorus van de Kamp blijft bijna 25 jaar hoofdmeester tot zijn overlijden op 1 mei 1858 als gevolg van de pokken.

Op deze foto uit 1918 staat de Oud-Zevenaarse parochiekerk met geheel links (nog net zichtbaar) de school uit 1834.
Deze school heeft tot 1897 als zodanig dienst gedaan. Vanaf 1897 zal het schoolgebouw gebruikt worden als catechismuslokaal en weer later als opslagplaats. In nog latere jaren staat op deze locatie het parochiehuis / dorpshuis "de Tichel", dat inmiddels ook geschiedenis is.   
 
 


1837
    Dijkdoorbraak bij Leuven / Leuffen (buurtschap in nabijheid van Oud-Zevenaar en Ooy), waardoor de Liemers voor de zoveelste keer overstroomt.

1837    De vroegste vermelding in de Liemers van een influenza-epidemie. In Oud-Zevenaar overlijden zeven mensen aan influenza.

1837    De parochie Oud-Zevenaar (in die tijd omvattende Oud-Zevenaar, Babberich, Grieth, Kwartier, Ooy, Zweekhorst en  Holthuizen) telt 349 huizen en ongeveer 2.200 inwoners, waarvan ongeveer 2.050 Rooms Katholiek en 130 Hervormd zijn. Het overgrote deel van de bevolking is werkzaam in de landbouw.

1838    Polderdistrict Lijmers wordt gevormd. De belangrijkste doelstelling is de verbetering van de dijken langs de Oude Rijn en Rijn. Een begrijpelijke keuze gezien de zeer vele dijkdoorbraken.

1840    Tot omstreeks 1840 vinden in volle luister Mariaprocessies vanuit Elten, Groessen, Duiven, Pannerden en Loo naar Oud-Zevenaar plaats. Na 1840 stoppen deze georganiseerde bedevaarten geleidelijk, omdat de "moderne" pastoor Mulder deze vermoedelijk achterhaald vindt. In het begin van de 20e eeuw zal de Maria-devotie in Oud-Zevenaar echter weer met kracht herleven en komen de georganiseerde processies weer in zwang.


Oud-Zevenaar en omgeving in 1845

1845     Na een uiterst strenge winter treedt op paasavond 22 maart de dooi in waarna veel landerijen onder water komen. In Ooy hebben de veehouders vrijwel geen veevoer meer. Op deze rampzalige situatie volgt in de zomer een aardappelziekte waardoor de aardappeloogst mislukt. 

1849   Een zeer besmettelijke cholera-epidemie maakt in Nederland in 1848 / 1849 meer dan 22.000 dodelijke slachtoffers. De gemeente Zevenaar, waaronder ook Ooy, blijft gelukkig gevrijwaard. Mogelijk hebben maatregelen op het gebied van hygiene, die het gemeentebestuur genomen heeft, hieraan bijgedragen.  

1850    Rivierwater, dat  op 5 februari door de hoge waterstand als gevolg van ijsopstopping over de Liemerse overlaat stroomt, zorgt er voor dat ook in Ooy wateroverlast veel schade veroorzaakt. De inwoners vragen zich af waarom zij als  grensbewoners opgeofferd moeten worden voor het gewaande nut van de Liemerse overlaat. Blijkbaar zijn de belangen van de grensbewoners ondergeschikt aan die van de inwoners van "Holland". Ook het gemeentebestuur van Zevenaar is woedend en uit onomwonden haar gevoelens, door te stellen, dat de schade niet het gevolg is van een natuurramp maar van wandaden van de rijksoverheid.
Enkele jaren later in 1852 geeft de rijksoverheid eindelijk toe en wordt de Liemerse overlaatkade op dijkhoogte gebracht. In 1855 wordt ook de overlaat bij Bingerden opgehoogd.

1851    Bijna 9% van de Zevenaarse bevolking is afhankelijk van de bedeling. In grote Europese steden is dit percentage halverwege de 19e eeuw dramatisch hoger: Amsterdam 30%, Londen 35% en Parijs 35%. Het  Zevenaarse gemeentebestuur maakt zich grote zorgen. Zij zoekt de oorzaak in de lustgevoelens van de huwbare armen:

"een algemene oorzaak voor de vermeerdering van de armoede wordt gevonden in de vroege en vermenigvuldige huwelijken van de armen en minst gegoede, waardoor hun aantal buitengewoon vermeerdert"    

   

 

Ook in de Liemers vinden we in voorgaande eeuwen diverse armenhuizen, bestemd voor mensen afhankelijk van de bedeling.

 

Op de foto links zien we een huis (plaatselijk ook bekend als "Maagdenklooster") op de hoek Kerkweg-Dijkweg, dat  tot 1916 in Oud-Zevenaar als armenhuis heeft gediend. In het armenhuis heeft iedere arme een kamer. In 1924 is het huis verbouwd tot woonhuis. 

Op de achtergrond staat de Martinuskerk.

1851    De zomer verloopt voor de boeren rampzalig. Een lange periode van hitte en droogte eindigt met een hevig onweer met hagel en storm.

1852    In een heel jaar verdient een arbeider in de Liemers ongeveer 300 gulden (135 euro).

1853    De Zevenaarse Andreasparochie (R.K.) wordt uitgebreid met de buurtschappen Grieth en Zweekhorst, die tot dan tot de Martinusparochie in Oud-Zevenaar behoren.

De Martinusparochie in Oud-Zevenaar is tot 1853 zeer uitgestrekt. De parochie omvat niet alleen de dorpen Ooy, Oud-Zevenaar en Babberich, maar ook de buurtschappen Holthuizen, 't Griet(h) en de Zweekhorst. Vooral de inwoners van de Zweekhorst moeten voor het wekelijkse kerkbezoek aan  hun parochiekerk een relatief grote afstand (ongeveer 10 km) overbruggen. Veel voorouders Polman wonen in de 19e eeuw op 't Grieth en de Zweekhorst. Het is dan ook voor hen een belangrijke verbetering, wanneer ze vanaf 1853 voor het kerkbezoek gebruik mogen maken van de Zevenaarse Andreaskerk. 

 

 

De eeuwenoude R.K. Kerk in Oud-Zevenaar vanaf de dijkzijde gezien (foto's zomer 2008)

 

   


1855
    Door ijsopstopping breken 3 maart de Rijndijken bij Bislich (in de omgeving van Wesel). Het Houwbergse veer (bij Elten over de Oude Rijn) wordt door de zware ijsgang van zijn kettingen gerukt en later in Leuven (buurtschap tussen Oud-Zevenaar en Groessen) teruggevonden. Vanuit Zevenaar en Duiven wordt in de vroege ochtend van 5 maart het eerste rivierwater gemeld. In Angerlo en Lathum kampt men nog eerder met de wateroverlast. Grote delen van de Liemers staan in maart 1855 blank.

 

IJsgang op de IJssel voor Westervoort 1855

 

1856    Station Zevenaar wordt op 15 februari, gelijktijdig met de verlenging van de Rhijnspoorweg naar Emmerik, geopend. De spoorlijn via Zevenaar naar Duitsland veroorzaakt niet alleen een belangrijke economische impuls voor de regio maar ook voor het land als geheel.

Station Zevenaar kort na de opening in 1856
Het imposante station heeft een eerste, tweede en derde klas restauratie. Er zijn duidelijke regels: Zo is de tweede klas restauratie bestemd voor ambtenaren en middenstanders.

Restaurateurs in station Zevenaar zijn onder meer "dikke" Jan Bus, Dopheide en Gietelink geweest. 

Ruim honderd jaar na de opening in 1856 wordt dit station in 1961 afgebroken en vervangen door het huidige (eenvoudige) station.

 

Op de foto rechts nogmaals hetzelfde station in Zevenaar in 1938
Het station is ruim tachtig jaar na de bouw nog steeds onveranderd. Het is vrijwel identiek aan het toenmalige Arnhemse station. Tot het midden van de 20e eeuw stoppen alle internationale treinen in Zevenaar; ondermeer voor de afhandeling van douaneformaliteiten, maar ook voor het reizigersvervoer. In de tweede helft van de 20e eeuw vermindert het belang van het station Zevenaar, doordat de douanetaken worden overgenomen door het station Arnhem en internationale treinen niet meer in Zevenaar stoppen.

In de Tweede Wereldoorlog wordt het station ernstig beschadigd door bombardementen vanuit geallieerde vliegtuigen. Na de oorlog wordt het station hersteld. Aangezien het station, gezien de veranderde situatie, veel te groot is wordt het  in 1962 vervangen  door een klein station.   

 


1857
    Bijna krijgt Zevenaar, kort na de opening van de spoorlijn Amsterdam - Keulen, weer een nieuwe spoorverbinding. Enschede zoekt verbinding met de spoorlijn Amsterdam - Keulen. Er wordt een concessie verleend voor de aanleg van een spoorlijn Zevenaar-Borculo-Enschede-Rheine en van meedere kanten worden gelden toegezegd, maar het plan wordt niet gerealiseerd.

1857    In de in 1857 in Amsterdam verschenen uitgave "Ons Vaderland en zijn bewoners" staat op bladzijde 248 over Zevenaar en de Liemers onder meer: "Zevenaar en zijn omtrek is bovendien merkwaardig door den hoogen ouderdom, welken vele inwoners hier bereiken, een gevolg der gezonde luchtstreek, die nagenoeg nimmer besmettelijke ziekten duldt. Zoowel om deze als om de gemakkelijke middelen van communicatie, verdient de uitmuntende Latijnsche School te Zevenaar, tevens kostschool, alle aanbeveling".

1857     Jhr. J.A.C.A. van Nispen van Sevenaer (1808 - 1875), een van de meest vermogende inwoners van Gelderland en wonend op Huis Sevenaer in Zevenaar, sticht in 1857 een steenfabriek aan de Slenterweg bij de Breuly in Ooy op een perceel grond genaamd "De Schaapsweide". Blijkens opgave van het Provinciaal Verslag van Gelderland werken in 1867 twintig arbeiders op deze fabriek. De familie Van Nispen houdt deze fabriek tot 1880 in bedrijf. Enkele jaren later wordt de oven gesloopt.


  
                              

1858    Pokkenepidemie in Zevenaar. Onder de dodelijke slachtoffers is Theodorus van de Kamp (*04-04-1804 - 01-05-1858), hoofd van de lagere school in Oud-Zevenaar.

De Zutphense Courant van 8 mei 1858:
"Deze gemeente heeft het verlies van haren achtingswaardigen en volijverigen onderwijzer en koster Th. van de Kamp, te betreuren. Na de kinderziekte gehad te hebben, is de goede man in eene kwijning geraakt en in den nacht van den eersten dezer, op 54 jarigen leeftijd, na ruim een vierde eener eeuw in functie te zijn geweest, aan zijne bedroefde vrouw en kinderen, ontvallen". 


1858     Verschijning van Maria in Lourdes.
Ook op de overwegend katholieke bevolking van de Liemers maakt dit diepe indruk.  

1859    In het provinciaal verslag over 1859 wordt gemeld dat in Zevenaar en de "geheele Lijmers, zooals doorgaans weinig heerschende ziekten zijn voorgekomen". Het wordt toegeschreven aan de "gezond ligging" van deze streek.

1861    Nadat het half december 1860 is gaan vriezen, zet op 16 januari de dooi in waarna het ijs zich opeenpakt en het water snel stijgt. Op 29 januari stroomt de Pannerdense Waard onder. Een dag later lopen door een zeer hoge waterstand van de Oude Rijn de spoorlijn en de postweg tussen Babberich en Elten op diverse plaatsen over. Korte tijd later spoelt de spoordam over een afstand van 100 meter weg, waarna de bandijk onder grote druk komt en een zeer ernstige situatie ontstaat. Met man en macht wordt getracht om de bandijk te versterken; ter versterking van zwakke plekken gebruikt men pannen en stenen van een bakoven. In de vroege ochtend van donderdag 31 januari blijkt dat de inspanningen vergeefs zijn en breekt de dijk door. Reeds op de tweede dag na de doorbraak bezoekt Koning Willem III het rampgebied.

Koning Willem III en zijn eenjarige dochter prinses Wilhelmina in 1881

Koning Willem III bezoekt op zaterdag 2 februari 1861 het getroffen gebied Zevenaar en Westervoort.

1863     Op een kaart uit 1863 staat de Slenterweg in Ooy vermeld als "Slenterweg". Het betreft een zeer oude weg, die eeuwen eerder Ooysche straat is genoemd. 

1864     Op dinsdag 15 maart overlijdt in Zevenaar de legendarische Gerardus Mulder, sedert 1861 rustend pastoor van de R.K. Martinusparochie in Oud-Zevenaar, in de ouderdom van 84 jaar en 7 maanden. De in 1779 in Emmerich geboren Mulder was meer dan een halve eeuw, van 1806 tot 1861, pastoor. Tijdens zijn pastoraat is de katholieke school in Oud-Zevenaar gebouwd.



  De eeuwenoude Martinuskerk in Oud-Zevenaar  
   
       

 

1865     De steen- en panoven op "Kievitsdel" wordt opgericht. Deze aan de "gemeenteweg" van Zevenaar naar de Ooysestraat gelegen oven blijft onder verschillende eigenaren en tenslotte onder de naam "De Panoven" meer dan honderd jaar tot 1983 in gebruik. De laatste eigenaar is de familie Kruitwagen. In onze huidige tijd is in deze voormalige dakpan- en steenfabriek "Buitengoed de Panoven" gevestigd.



                                      

1867    Door runderpest gaat het grootste deel van de veestapel verloren. Vooral Zevenaar, Ooy, Grieth en Poelwijk worden zwaar getroffen. Ook de oogst is slecht waardoor 1867 als rampjaar ervaren wordt.
In het gemeenteverslag over 1867 staat:  "De ramp was ontzettend, ja er bestond geen voorbeeld in Nederland van het binnen zoo weinige dagen zich op gelijke wijze verspreiden dezer vreesselijke ziekte."

1867     In de nacht van maandag 3 juni op dinsdag 4 juni breekt brand uit in de boerderij van Harmen Wijers (1820-1896) aan de Pannerdenseweg in Ooy. De boerderij en de naast gelegen schuur branden volledig af. Ook kalveren, varkens, biggen en kippen komen bij de brand om. Op dezelfde plaats wordt een nieuwe boerderij gebouwd, die in 1888 opnieuw geheel afbrandt ..

1868    Extreme droogte in de Liemers veroorzaakt voedseltekort.

1871    In de zeer vroege ochtend van 27 maart treft een vreselijke ramp de familie Bruins, wonende aan de Bemweg in de buurtschap Holthuizen, tussen Babberich en Oud-Zevenaar. Hun hofstede "De Oude Bem" brandt die ochtend volledig af. Een elfjarig dochtertje (Agnes Bruins) loopt hierbij gruwelijke brandwonden op maar op wonderbaarlijke wijze overleeft zij de ramp. Het pand en de roerende zaken waren voor in totaal 2400 gulden (1100 euro) verzekerd.     


Schilderstuk op hout door Agnes Bruins, gemaakt als herinnering aan het huis dat in 1871 volledig is afgebrand. De zwarte punten zijn aantastingen door houtworm.

1871   Op maandag 2 oktober 1871 overlijdt in zijn geliefde Zevenaarse kasteel Enghuizen Carl Hendrik Pelgrom (1815 - 1871). Hij wordt op donderdag 5 oktober begraven bij de R.K. kerk in Oud-Zevenaar. Een groot deel van zijn nalatenschap is bestemd voor de stichting van een R.K. verzorgingshuis, de Pelgroms Stichting, in Zevenaar. 
Carl Hendrik Pelgrom, geboren op donderdag 31 augustus 1815 in Zevenaar, priester gewijd in 1843, achtereenvolg
ens kapelaan in Haarlem (1843 - 1844), Delft (1844 - 1848) en vervolgens pastoor in Brielle (1848 - 1855) gaat vanwege een slechte gezondheid in 1855 met emeritaat en woont de laatste jaren van zijn leven in zijn ouderlijk huis Enghuizen in Zevenaar.

 


Grafsteen van pastoor C.H. Pelgrom in de muur van de R.K. Kerk in Oud-Zevenaar. De afbeelding is van 21 april 2014, de steen is in de loop der tijd sterk verweerd. De nog moeilijk leesbare tekst luidt: Rustplaats van de Weledel Geboren Zeer Eerwaarde Heer C.H. Pelgrom van Enghuizen R.C. Priester Oud-Pastoor van Brielle geboren 31 augustus 1815 overleden 2 october 1871 Fundateur Pelgrom Stichting

 

1875   Bij Koninklijk Besluit (K.B.) van 27 oktober (Staatsblad nr 183) wordt station Zevenaar hoofdstation.  Zevenaar is na Amsterdam en Rotterdam het derde grootste spoorstation voor het goederenvervoer in Nederland. Ook als grensstation is station Zevenaar uitermate belangrijk. Passagiers moeten vijftien minuten voor vertrek aanwezig zijn en vijf minuten voor vertrek wordt het loket gesloten. Het belang van Zevenaar als grensstation verandert volledig wanneer in de beginjaren vijftig van de 20e eeuw reizigers voor douane - controle niet langer hoeven uit te stappen, waardoor Zevenaar veel diensten kwijtraakt.


Stationcomplex Zevenaar, Staatsspoor (1913)

 

1878  De uit Loo afkomstige bakker Jacobus Ebben bouwt een korenmolen in de nabijheid van de Ooyse Slenterweg. In het vakblad "De Molenaar" wordt de molen in 1909 "De Ooysche Kroon" genoemd. In 1910 wordt er een motormaalderij aan toegevoegd en in de twintger jaren wordt de molen ontwiekt. Na een brand in 1962 raakt de molen volledig in verval. In onze tijd  resteert nog slechts een klein gedeelte van de romp.

 


Ooy, molenrestant
eind 20e eeuw


1881
    In Europa breekt een vele jaren durende landbouwcrisis uit doordat goedkope granen uit de Verenigde Staten de Europese markt overspoelen waardoor ook in Ooy boeren genoodzaakt zijn om meer samen te werken en nieuwe wegen in te slaan om het hoofd boven water te houden.

1883    De aardappeloogst gaat voor het tweede achtereenvolgende jaar door wateroverlast verloren

1883    Dat het alcoholgebruik in Oud-Zevenaar niet gering is, blijkt uit het feit dat de Oud-Zevenaarse kasteleins in de periode 1 januari tot en met 30 november 1883 zesduizend liter jenever hebben geschonken. Oud-Zevenaar telt in deze tijd ongeveer 1000 zielen.

 

1884   Oud-Zevenaar krijgt landelijke bekendheid door een geslaagd experiment van enige plaatselijke fruittelers, waarbij ze appelen gedurende de  winter bewaren door ze in te kuilen.

1884    Tussen 1878 en 1895 treft een enorme landbouwcrisis Europa. Deze is het gevolg van import van goedkope landbouwproducten uit de Verenigde Staten en Canada waardoor prijzen sterk dalen en veel boeren landarbeiders ontslaan. Werkeloosheid en armoede nemen sterk toe. Een aantal mensen, ook uit onze omgeving, besluit onder druk van de omstandigheden voor werk naar het buitenland te vertrekken zoals naar het Duitse Ruhrgebied en de Verenigde Staten. Voor sommigen is dit vertrek tijdelijk, anderen vertrekken definitief.

1886     Na een zeer droge en warme periode valt het regenwater vanaf eind juli met bakken uit de hemel waardoor lager gelegen weilanden onder water komen te staan en het vee opgestald moet worden. Meerdere boeren zijn niet in staat om hun vee voldoende bij te voeren. Bij dit alles komt nog een epidemie van mond- en klauwzeer waardoor 1886 voor veel boeren in onze omgeving de geschiedenis ingaat als een rampjaar.

1887    Op vrijdag 4 maart 1887 wordt de Oud-Zevenaarse pastoor Carolus A. Alferink plotseling onwel. Hij ontvangt nog diezelfde dag de laatste heilige sacramenten en overlijdt in de zeer vroege ochtend van zondag 6 maart op de leeftijd van 67 jaar. Alferink, die 10 jaar pastoor is geweest in Oud-Zevenaar, wordt opgevold door Lambertus H. van Egeren.
 


Oud-Zevenaar omstreeks 1900
 

1888     Op zaterdag 22 september breekt brand uit in de boerderij van de familie Wijers aan de Pannerdenseweg in Ooy. De boerderij alsmede de inboedel en oogst gaan volledig verloren..

1890    In Oud-Zevenaar wordt het schooltje, dat daar sinds mensenheugenis heeft gestaan bij de kerk en het oude kerkhof, gesloten.

 

Plattegrond van Oud-Zevenaar omstreeks 1850
1. Pastorie
2. Armenhuis
3. Cafe de Pelikaan
4. School
5. Kerkingang
Als het schooltje (nummer 4) in 1890 wordt gesloten is het een van de laatste parochiescholen in Nederland. De onderwijskrachten worden tot dan betaald en benoemd door het kerkbestuur. Na de sluiting in 1890 gaat een deel van de kinderen naar school in Babberich en een ander deel in Zevenaar-stad. Door overbelasting van de school in Babberich wordt na enkele jaren de oude  school in Oud-Zevenaar weer geopend totdat op 10 oktober 1898 de nieuwe  gemeenteschool in Ooy wordt geopend. In 1956 gaat de huidige Martinusschool aan de Martinusweg van start.

 

   

   

1890     De winter van 1890 / 1891 is uitzonderlijk streng. De decembermaand spant de kroon want sedert het begin van de temperatuurmetingen in 1706 is het alleen in december 1788 nog kouder geweest.
Op 25 november 1890 gaat de wind uit het noordoosten waaien en dat is het begin van een langdurige strenge vorstperiode. De gemiddelde ijsdikte in sloten is in de loop van december ongeveer 65 cm., plaatselijk wordt zelfs een dikte van 70-80 cm. bereikt. Mens en dier gaan gebukt onder extreme koude. Op 19 december vriest bij Elten een grensbeambte dood.

1891     De havezate Poelwijk in Oud-Zevenaar wordt afgebroken waarmee een brok geschiedenis van meer dan vijfhonderd jaar verdwijnt. De havezate Poelwijk stond tot  1891 op de plaats waar nu de boerderij van de familie Weenink staat. Deze boerderij draagt ook de naam Poelwijk.

Links de beschilderde tegel van Huis Poelwijk door H. von Weiler tot Poelwijk
Rechts Huis Poelwijk in 1890 kort voor de afbraak; op de voorgrond de in 1856 geopende spoorlijn Arnhem-Zevenaar-Emmerich

1891    Op 11 maart besluiten 101 Liemerse boeren (68 uit Didam, 19 uit Zeddam en 14 uit Wehl) tot de oprichting van een cooperatieve roomboterfabriek waardoor Didam de primeur heeft van de allereerste cooperatieve roomboterfabriek buiten Friesland.  Het kapitaal wordt verkregen door uitgifte van aandelen van f 50,- (22,50 euro) aan ieder van de deelnemers. De fabriek is al snel een groot succes en omgevende plaatsen zoals Doesburg in 1892, Zevenaar in 1893, Angerlo in 1894 en Wehl in 1894 volgen.

De Didamse roomboterfabriek, omstreeks 1900  

1892   De oorspronkelijk uit Friesland afkomstige Willem Okkes (1856 - 1916) koopt de veldovensteenfabriek, de Panoven, in Ooy. Okkes is een veelzijdig ondernemer, die patenten (bevoegdheden) bezit als o.a. koopman, timmerman, pannenbakker, metselaar en architect. In 1934 wordt J.F. Kruitwagen eigenaar van de steenfabriek, die op de Rijksmonumentenlijst staat als zijnde cultureel en industrieel erfgoed.     


 
De villa rechts aan de Oud-Zevenaarseweg wordt in 1903 gebouwd door steenfabrikant Okkes. In 1909 koopt notaris Feldbrugge het pand, in 1917 wordt het verkocht aan een zustercongregatie uit Texas en omstreeks 1930 wordt gemeentesecretaris Van der Heijden eigenaar. De afbeelding is van omstreeks 1915. Geheel links zijn nog de quarantainebarakken te zien voor de zieken, die tijdens de Eerste Wereldoorlog van over de grens komen.

1894    In Ooy wordt "Schutterij en Ringrijdersvereniging Eendracht Maakt Macht" opgericht. Het doel is: "ieder jaar tijdens de Oud-Zevenaarse kermis een feest te organiseren bestaande uit het houden van een optocht, schieten en ringrijden om prijzen".
 

 


Schutterij E.M.M. halverwege de 20e eeuw

                                

1894     Eind juli 1894 brengt een hevig noodweer gepaard met onweer, storm en slagregens grote schade toe aan de veldgewassen.

1895    Op  donderdagavond 4 april brandt de boerderij van de familie Van Alst, gelegen aan de Slenterweg in Ooy, geheel af. Nog in hetzelfde jaar vindt herbouw plaats. 
In de oorlogsnacht van dinsdag 8 juli op woensdag 9 juli 1941 wordt dit pand, bewoond door de familie Harmsen, getroffen door een bombardement en brandt wederom af. Nadat de bewoners tijdelijk gehuisvest zijn in het schuttersgebouw in Ooy wordt in het voorjaar van 1942 de herbouwde woning betrokken. Ook voor het in de nabijheid gelegen pand (Slenterweg 9) bewoond door de familie B.J. Stender verloopt de oorlogsnacht van 8 op 9 juli 1941 rampzalig. Nadat het omstreeks drie uur wordt getroffen door een bombardement brandt het volledig af. Herbouw volgt ook hier en in het voorjaar van 1942 wordt de nieuwe woning betrokken.

1896    Op vrijdagmiddag 24 juli breekt omstreeks 16.00 uur brand uit in het daghuurdershuisje van A. Jansen in Ooy. Het oude met strogedekte huis, waarvan het achterste deel slechts van strooien wanden is voorzien, brandt volledig af.

1898    Aan de Slenterweg in Ooy wordt op 10 oktober openbare school III (derde lagere school in de gemeente Zevenaar), genaamd Kon. Wilhelminaschool, in gebruik genomen. Hoofd van de school wordt Aloysius Verheijen uit Oldenzaal. In 1923 wordt de school overgedragen aan het parochiebestuur van Oud-Zevenaar en wordt het een R.K. school. In 1956 verhuist deze school van de Slenterweg naar een nieuw gebouw (hoofd der school de heer Jorna) aan de Martinusweg in Oud-Zevenaar. In het oude schoolgebouw komt de Lagere Landbouwschool, die in 1973 sluit waarna het gebouw in gebruik wordt genomen door Scouting Zevenaar.
 


Schoolplaat (onderwerp: Aan de Rivier) zoals deze in de eerste helft van de 20e eeuw op de school in Ooy is gebruikt.  

1899   F. Th. Weitjes wordt pastoor van de R.K. parochie Oud-Zevenaar, waartoe ook Ooy behoort. Gedurende zijn pastoraat wordt de uit 1865 daterende zuidbeuk van de St. Martinuskerk gesloopt en vervangen door een Mariakerk


F. Th. Weitjes , pastoor in Oud-Zevenaar van 1899-1912 

 

1900    De nieuwe eeuw begint slecht voor de familie Wanders. Hun huis in Wijk D huisnummer 47 (in onze tijd: Groessenseweg 1) in Ooy brandt volledig af. Het boerderijtje staat op grond, die in een atlas uit 1735 "Barkeland" wordt genoemd. In latere jaren wordt het ook als "Speldendreef" vermeld. In 1818 wordt op deze grond een woning gebouwd, die in 1854 wordt afgebroken voor de aanleg van de spoorlijn Arnhem-Zevenaar. Enige meters naar achteren wordt in de tuin een nieuw huis gebouwd dat in 1900 afbrandt, waarna herbouw plaatsvindt. Gedurende een periode van bijna 150 jaar van 1818 tot 1964 zijn achtereenvolgens diverse generaties Wanders bewoners geweest van "Barkeland"


 

1900    De Vlaamse klokkenmaker C. Teirlinck uit Segelsem repareert in de zomer van 1900 een gebarsten klok van de Oud-Zevenaarse Martinuskerk. De kosten bedragen 380 franken en 32 franken voor de reis (in geld van nu omgerekend in totaal ongeveer 90 euro).

1902   De lagere school, gelegen aan de Slenterweg in Ooy, wordt bezocht door 63 jongens en 57 meisjes. Tien jaar later, in 1912, telt de school 84 jongens en 83 meisjes. Een jaar eerder, in 1911, was de school met een lokaal vergroot.

1905    Het jaarloon voor een inwonende boerenknecht bedraagt 80 tot 180 gulden; een inwonende meid ontvangt 60 tot 125 gulden.

 

 

Sculptuur in het centrum van Oud Zevenaar, onthuld op 20 juni 1995

Het betreft een blijvende herinnering aan Lambertus (Bertus) Wilmsen die in de eerste helft van de twintigste eeuw vele tientallen jaren met de schapen van boerderij Poelwijk door de omgeving van Oud-Zevenaar heeft getrokken.  
 

Bertus is geboren in 1886 in Venraaij en komt op jeugdige leeftijd als boerenknecht naar Zevenaar, waar hij op 14 maart 1965 overlijdt. 

1905     Drankmisbruik is in deze tijd een knellend probleem. Er zijn veel initiatieven om het misbruik een halt toe te roepen. Zo vindt op 8 september 1905 onder leiding van pater Ildephonsus een propagandatocht plaats van "De Katholieke Drankbestrijding". De tocht gaat te voet van Westervoort over Duiven, Loo en Groessen naar Zevenaar. De muziekcorpsen van Zevenaar, Ooy en Duiven luisteren de voettocht op. 

1906    Aan de Dijkweg (in deze tijd Lijkweg genoemd) in Oud Zevenaar wordt een nieuw kerkhof ingezegend door Deken S. van Os, pastoor van Zevenaar. De Oud-Zevenaarse pastoor Florissen houdt hierbij een toepasselijke rede.  De oude begraafplaats rondom de kerk, die vele eeuwen als zodanig dienst heeft gedaan, wordt decennia later geruimd met uitzondering van het familiegraf van de Neree.

Gezicht op de Oud-Zevenaarse kerk, omstreeks 1900

Deze afbeelding dateert van voor de aanleg van de begraafplaats in 1906.
Het lage pand rechts op de voorgrond is de toenmalige woning van de familie Heijneman. Het huis wordt afgebroken voor de aanleg van het kerkhof; daarachter staat de oude pastorie, die in 1927 zal worden vervangen door een nieuwe pastorie, die op haar beurt in 1981 weer is  vervangen door het huidige pand.
Op deze afbeelding zien we links op de voorgrond de toenmalige boerderij van de familie Nieuwenhuis met daarachter het Polderhuis.

 

1907    De Zevenaaarse arts J.G.A. Honig heeft meer dan 40 t.b.c.-patienten onder behandeling waaronder patienten uit Ooy / Oud-Zevenaar. Tot voorbij het midden van de 20e eeuw blijft tuberculose een ernstige en veel voorkomende aandoening.


Lighal van het Zevenaarse sanatorium omstreeks 1925


1908   Op 26 maart 1908 wordt in Ooy geboren Jilis Verheijen, zoon van hoofdmeester Antonius Verheijen en zijn vrouw Maria Kessen.
Jilis wordt op 28 januari 1934 priester gewijd. Op 25 september 1935 vertrekt hij naar Flores en van daaruit naar het Manggarai-gebied, waar hij ruim 57 jaar als missionaris mag werken. Zeker de eerste jaren heeft Jilis daar enorm veel pionierswek verricht. In de Manggarai neemt de vriendelijke en hulpvaardige Jilis
elke gelegenheid te baat om met de bevolking in contact te komen en zich te verdiepen in hun cultuur, gewoonten alsmede de tropische natuur die hen omringt. In het Jappenkamp op Celebes, waar hij van 1942 tot 1945 gedwongen vertoeft, komt hij in contact met vakgeleerden op taal-, plant- en vogelkundig terrein. Met hen houdt hij ook na de oorlog contact. Hij legt omvangrijke collecties vogels, vogeleieren en planten aan, die onder meer naar het Rijksmuseum van Natuurlijke Historie in Leiden worden gestuurd.
De belangrijkste en meest tijdrovende publicatie van Jilis is zijn tweedelig woordenboek "Manggarais-Indonesisch" en "Indonesisch-Manggarais". Daarnaast heeft hij vele tientallen andere publicaties op zijn naam staan.
Pater Jilis Verheijen wordt door zijn omgeving voortdurend getypeerd als altijd vriendelijk, hulpvaardig, gastvrij, aimabel, ongedwongen en vooral ook bescheiden. Dat laatste verklaart dat hij plannen van zowel de Universiteit van Surabaya als de Universiteit van Amsterdam om hem een eredoctoraat te verlenen afwimpelt.
In 1993 neemt hij op 85-jarige afscheid van de Manggarai en vertrekt naar Nederland, waar hij in het Brabantse Deurne in samenwerking met enkele universiteiten zijn verzamelde materiaal verder uitwerkt. Omdat zijn gezondheid verder achteruitgaat, verhuist hij in september 1994 naar Zorgcentrum Zuiderhout in Teteringen, waar de diep gelovige pater Verheijen in de vroege ochtend van vrijdag 25 april 1997 in alle rust overlijdt.

 


 

1909     Bij de alfabetische indeling van de gemeente Zevenaar, onder meer belangrijk bij de postbezorging, krijgt Ooy als wijkletter D. In 1937 wordt het samen met Oud-Zevenaar onder de letter C gebracht.  

 

1909    Havezate "Bloemendaal" in Oud-Zevenaar wordt door brand verwoest. Het pand wordt weliswaar herbouwd maar in de jaren zestig van de 20e eeuw raakt het in verval en in september 1970 wordt het afgebroken .


Op deze 19e eeuwse kaart van Oud-Zevenaar is de lokalisatie van havezate (grote boerderij) Bloemendaal duidelijk weergegeven. De geblokte streep van boven naar beneden is de Oud-Zevenaarse weg. Aan de westzijde van deze weg zien we Bloemendaal, aan de oostzijde het riviertje de Aa en aan de zuidzijde de Ooyse dijk. Voorts zien we de Breuly, een peervormige diepe plas, die ontstaan is na een dijkdoorbraak. Sedert de tweede helft van de 20e eeuw is de Breuly een gemeentelijk zwembad.

1910    Nadat de uit 1865 daterende Zuidbeuk van de St. Martinuskerk in Oud-Zevenaar is gesloopt wordt deze onder leiding van de architecten Cuypers en Stuyt vervangen door een Mariakerk die in 1912 wordt ingewijd. 


Op de achtergrond de Martinuskerk, op de voorgrond schaatsers op de (huidige) karakietenpoel, omstreeks 1900. De Mariakerk rechts van de kerktoren is nog niet gebouwd en de Oude Rijn staat nog in verbinding met de Rijn waardoor bij hoog water achter de dijk de Gelderse waard onder water staat en in koude winters geschaatst kan worden tot het Looveer en Lobith. 

1912     C.Th. Voss wordt pastoor in Oud-Zevenaar; hij zal dit blijven tot zijn dood in 1932. De geliefde pastoor Voss staat bekend als weldoener voor de armen en is de eerste pastoor die aan de Dijkweg te Oud-Zevenaar begraven wordt. Pastoor Voss heeft veel schoolrapporten van Louis (Wiet) van Keulen, (overgrootvader van Sam, Simon en Sjef van Keulen) ondertekend. Ook bij de eerste aanstelling van Louis van Keulen, als onderwijzer in 's-Heerenberg in 1931, speelt pastoor Voss, die in 's-Heerenberg over goede contacten beschikt, een belangrijke rol.

In de eerste helft van de 20e eeuw is het gebruikelijk dat ook de parochiegeestelijke een rapport ondertekent.
Afbeelding links: Het schoolrapport van de overgrootvader van Sam, Simon en Sjef van Keulen, ondertekend door de Oud-Zevenaarse pastoor Voss


Op bovenstaande afbeelding pastoor Voss (1), kapelaan Koeleman (2) met de deelnemers aan een tridium, een driedaagse bezinningsbijeenkomst, geleid door een  pater (3)

 

 

1913    Hoewel de gemeente Zevenaar, waartoe Ooy behoort, pas sedert 1816 deel uitmaakt van het Koninkrijk der Nederlanden wordt op grootse wijze het eeuwfeest van de onafhankelijkheid gevierd. De organisatie is in handen van de heren A. Verheijen uit Ooy, H. Gremmen uit Babberich en J.G.A. Honig uit Zevenaar.  

 



1913    Bij de overweg in de Oud-Zevenaarseweg (en Zwarteweg), die de verbindingsweg vormt tussen Oud-Zevenaar en Zevenaar, wordt een belangrijk seinhuis in gebruik genomen van waaruit sein- en wisselbediening voor treinen op het stationsemplacement wordt verzorgd.  


Stoomlokomotief met bemanning voor de seinpost (post III) aan de Oud-Zevenaarseweg

 

 

1914    Op 31 juli om 12.10 uur kondigt de Nederlandse regering een militaire mobilisatie aan. Korte tijd later breekt een weerzinwekkende oorlog (W.O. I 1914 - 1918) uit, waarin 10 miljoen mensen omkomen. Hoewel Nederland buiten het oorlogsgeweld blijft, gaat ook in de Liemers de bevolking gebukt onder angsten, onzekerheid, tekorten, ondervoeding, werkeloosheid en armoede.


1915   
Door de oorlogssituatie (alle buurlanden zijn in de Eerste Wereldoorlog verwikkeld) ontstaan tekorten, waardoor de prijzen stijgen en de armoede ook in Ooy snel toeneemt. Daarentegen zijn er ook velen die door de smokkelhandel met Duitsland snel en grof geld verdienen. 
 

Smokkelaars aangehouden door douaniers
Op de achtergrond Eltenberg
Schilderij van Maximiliaan Kizinger (1871)


 

1915   Zevenaar-stad wordt op het elektriciteitsnet aangesloten.
 














Uit deze afbeelding (omstreeks 1920) blijkt, dat ook Oud-Zevenaar inmiddels op het elektriciteitsnetwerk is aangesloten. 

 

1916   Op 21 september overlijdt in 's Gravenhage Jean P.R.M. de Neree tot Babberich, vanaf 1893 vooraanstaand lid van de Raad van Staten. Vier dagen later wordt hij per staatsspoor naar Zevenaar overgebracht en begraven in het familiegraf naast de R.K. kerk in Oud-Zevenaar. Zijn begrafenis wordt onder meer bijgewoond door: prins Hendrik, de ministers Cort v. d. Linden, Ort en Lely, de oud-ministers Rink en Nelissen, de commissaris van de koningin Sweerts de Landas, burgemeester Van Karnebeek, de vice-president en leden van de Raad van Staten, leden van de Hoge Raad en gedeputeerden.


Martinuskerk Oud-Zevenaar (omstreeks 2010)
 Naast de kerk is nog net zichtbaar het graf van de familie De Neree


1916   Ondanks kwellende armoede en werkeloosheid, vooral door de oorlog in buurlanden, viert Oud-Zevenaar het zilveren priesterfeest van pastoor C.T. Voss, de "weldoener der armen".

 

 

1917    De oorlog in Europa veroorzaakt ook in Ooy extreme armoede. Elders in Europa is de burgerellende vaak nog vele malen groter, getuige ook de aankomst van een groep ondervoede Oostenrijkse kinderen (afbeelding hiernaast) om in Nederland aan te sterken.


1918     Op 27 mei meldt het persbureau Reuter dat de Spaanse koning alsmede Spaanse ministers lijden aan een geheimzinnige aandoening, die later de geschiedenisboeken ingaat als de Spaanse griep van 1918. Een aandoening waaraan wereldwijd 20 miljoen mensen sterven. Omstreeks 10 juli komt bij Zevenaar de Spaanse griep de Liemers binnen, nadat in Elten en Emmerik enkele honderden gevallen van griep zijn geconstateerd.
De wereldwijde influenza-epidemie teistert ook de Liemers. De Graafschap-Bode van 19 november 1918 meldt: "Overal, in 't binnenland hoort men van ziekte en sterven. In de dorpen luidt dag aan dag de doodsklok". Enkele voorbeelden: in Angerlo 14 doden, in Herwen en Aerdt 30 doden en in Zevenaar 16 doden a.g.v. de influenza.

1919     Eind 1919 geeft de gemeenteraad van Zevenaar toestemming voor de komst van een sigarettenfabriek en kan worden begonnen met de bouw van de Turmacfabriek in de Kerkstraat. Na de ingebruikname van de fabriek in 1920 draait deze al snel op volle toeren. De arbeidskrachten komen uit Zevenaar en omgeving, waaronder ook uit Ooy en Oud-Zevenaar. De meeste arbeidsplaatsen worden ingenomen door meisjes en jonge vrouwen. Mannen werken vooral als machinebedieners en bij de tabaksbewerking. De fabriek geeft een enorme impuls aan de ontwikkeling van de streekfunctie van Zevenaar. In 1926 werken er 367 mensen waaronder 85 mannen.

1920     In Didam wordt een  R.K. middelbare land- en tuinbouwwinterschool opgericht. De school verkrijgt een belangrijke regionale functie. Ook boerenzonen uit Ooy bekwamen zich in de loop der tijd op deze school. Omstreeks 1960 is Louis van Keulen, overgrootvader van Sam, Simon en Sjef van Keulen, enige jaren in deeltijd (avonduren) docent aan deze school.

De geslaagden van de middelbare land- en tuinbouwschool in 1923
Bovenste rij v.l.n.r.: J. Giessen (Angerlo), A. Gerritsen (Drempt), F. Giesen (Zevenaar), H. Kaal (Holthuizen), G. Wolsing (concierge 1920-1946), H. Scheers (Wehl), H. Roemaat, H. Giesen (Zeddam) en E. Stam (Babberich); middelste rij v.l.n.r.: A. Hoppereys (Dichteren), J. Braam (Zeddam), H. te Witt (Groessen), A. Poodt (Herwen), H. Evers ('t Loo), W. van Onna (Wijnbergen), A. Mentink (Steenderen) en F. Giesen (Steenderen); voorste rij v.l.n.r.: Th. van Sandt (Babberich), J. Giesen, H. Hendriks (leraar 1920-1948), A. Tombrock (godsdienstleraar 1920-1927), ir. H.J.M. Verhey (directeur 1920-1958) en Th. Schenning (Wehl).


 

1921    Tot omstreeks deze tijd wordt de weg, die we in onze huidige tijd kennen als de Zuiderlaan in Oud-Zevenaar de "Ooysestraat" genoemd.

 

.

Halverwege de 20e eeuw bevinden zich aan de linkerzijde van de weg achtereenvolgens de huizen van schoenmaker Stender, kapper Jansen, het kaaswinkeltje van Dokter, de winkel van Kruising en de radiozaak van Polman.
Aan de rechterzijde: geheel vooraan cafe Welling en voorts onder meer de winkeltjes van bakker Kersten en melkboer Jansen en de woonhuizen van Fleskes, alternatief genezer "dokter" Nuyens en Deinema.


1922     De familie Bouwman komt in het bezit van het eeuwenoude Berghoofdse veer over de Oude Rijn op de weg tussen Oud-Zevenaar / Ooy en Pannerden. Dit blijft zo tot 1960 wanneer Staatsbosbeheer de kabelpont koopt, waarna Willem Bouwman het veerpontje pacht. Ontelbare keren heeft hij heen en weer gevaren tot dat op 28 oktober 1972 een brug het trekpontje vervangt.
 

.

1922    Voetbalvereniging Blauw Wit Ooy (BWO) bestaat reeds. Ongeveer 15 jaar later zal de vereniging echter door geldgebrek haar activiteiten beeindigen. Na de Tweede Wereldoorlog op 19 augustus 1945 zal de heroprichting plaatsvinden. In 1947 wordt de naam BWO gewijzigd in OBW (Ooys Blauw Wit).

1923    Op 1 september wordt de openbare school aan de Slenterweg in Ooy door het gemeentebestuur overgedragen aan het R.K kerkbestuur te Oud-Zevenaar, waardoor het een katholieke school wordt met vrijwel hetzelfde personeel. Hoofd van de school blijft A. A. Verheijen.

 

.

Ooyse school aan de Slenterweg kort na de opening in 1898

 

1924    Op woensdagochtend 13 augustus breekt een felle brand uit in cafe Welling nabij het treinstation in Oud-Zevenaar. De brand breidt zich zo snel uit dat reeds een half uur na de ontdekking van de brand drie naburige huizen als verloren kunnen worden beschouwd. Gebrek aan water maakt het blussen bovendien zeer moeilijk.

 

.

Cafe Welling in Zevenaar

1925    De voetbalwedstrijd tussen Blauw Wit uit Ooy en Sevenaer uit Zevenaar wordt verstoord doordat "twee Ooijse jongelingen te vurig en ruw speelden" waardoor Sevenaer tijdens de rust afziet van verder spelen. Blauw Wit speelt vervolgens in de bekerfinale tegen Ulft. Ook deze wedstrijd wordt door enkele Blauw Wit spelers ontsierd. Desondanks wint Blauw Wit met 2-0 en legt daardoor beslag op de beker.

1926    Watersnood in de Liemers als gevolg van een dijkdoorbraak in Pannerden.

De gearceerde gebieden staan in het voorjaar van 1926 onder water.

In Pannerden staat alleen de hoger gelegen boerderij van "Van Keulen" niet onder water. Op bepaalde plaatsen bereikt het water een hoogte van meer dan drie meter.

 

 

Ook landelijk trekt de watersnood grote aandacht. Mariniers schieten de bevolking te hulp. Op 7 januari 1926 brengt koningin Wilhelmina een bezoek aan Pannerden om de situatie in ogenschouw te nemen. De bevolking van de Liemers is in het verleden vaak geconfronteerd met de gevolgen van hoog water. Andere hoogwaterjaren van de laatste 125 jaar zijn 1882, 1883, 1906, 1914, 1920, 1930, 1946, 1948, 1952, 1955, 1957, 1865, 1966, 1970 en 1995.

1927    Op woensdag 1 juni wordt onder meer Ooy getroffen door een hevige orkaan. Talloze huizen lopen zeer zware schade op en bomen worden met wortel en al uit de grond gerukt.

1927    De familie Van Keulen-Jurrius verhuist op dinsdag 3 mei van Pannerden naar Ooy bij Zevenaar.


Ondanks dat de boerderij van de familie Van Keulen in Pannerden bij de overstroming in 1926 niet onder water komt te staan, verhuist de familie vanwege het overstromingsgevaar in 1927 toch naar Ooy bij Zevenaar. Daar koopt de familie nevenstaande boerderij aan de Pannerdenseweg.

1928    Meester Verheijen, hoofd van de lagere school in Ooy vanaf 1898, viert zijn veertig jarig onderwijsjubileum.


A. A. Verheijen (1869-1951)

1928    In december 1928 wordt Toneel- en Zangvereniging Vrede en Vriendschap Ooy opgericht.

    

.

1929    Een van de zwaarste winters van de 20e eeuw. De hevige koude duurt van januari tot half maart. Er zijn vele meldingen van afgevroren oren en ledematen. Op 11 februari vriest in Steenderen een melkrijder, tijdens zijn dagelijkse rit op zijn wagen, dood. De problemen zijn overal groot, ook al door de veelal eenvoudige niet geisoleerde huizen, waardoor de snijdende vrieswind naar binnen waait.

   

Een beeld van de dichtgevroren Rijn bij Pannerden in 1929. Ook met auto's wordt over de Rijn gereden.

1929    Op het terrein van het ziekenhuis in Zevenaar wordt het Maria paviljoen in gebruik genomen. Het is bestemd voor de verpleging van patienten met een besmettelijke ziekte afkomstig uit de gemeenten: Zevenaar (waaronder Ooy en Oud-Zevenaar), Duiven, Westervoort, Herwen en Aerdt en Pannerden. Hiermee geven deze gemeenten uitvoering aan de in 1928 van kracht geworden Wet op de Besmettelijke Ziekten waarin geregeld is dat alle gemeenten, alleen dan wel in samenwerking, dienen te beschikken over een barak voor de verpleging van besmettelijke zieken.


Voor het Maria paviljoen in Zevenaar bestaat gedurende de eerste jaren na de opening grote landelijke belangstelling omdat het als model dient voor nieuw te bouwen inrichtingen. Het Maria paviljoen is de eerste inrichting in Nederland waar het boxensysteem bij het verplegen van volwassen lijders aan besmettelijke ziekten consequent is doorgevoerd. 


Afb.: Kort na de opening in 1929 brengt onder meer minister Verschuur van Volksgezondheid (rechts) een bezoek aan het paviljoen. Links van de minister: dr. J.G.A. Honig jr, geneeskundig directeur van het ziekenhuis. 

1929    De positieve ontwikkelingen van de jaren twintig worden bijzonder wreed verstoord door de beurskrach op 29 oktober, het begin van een wereldwijde crisis, die zijn weerga niet kent.  

1930    De vereniging "Kevelaersche Processie de Lijmers" viert in oktober haar 60-jarig jubileum. De Utrechtse aartsbisschop J.H.G. Jansen zet met zijn komst naar de Liemers het jubileum luister bij. Maria-bedevaarten naar het Duitse Kevelaer zijn in deze tijd enorm populair onder de katholieken in de Liemers.  

 

 


1931     Begin mei 1931 raakt de heer Verheijen (1861 - 1951), hoofd van de R.K school in Ooy en tevens kassier van de bij de school gehuisveste Boerenleenbank ernstig gewond ten gevolge van een ongeluk met een revolver. Bij het openen van de deur van brandkast van de bank valt een cylinder-revolver op de grond. Door de schok gaat het wapen af. De heer Verheijen wordt in de kaak getroffen en direct naar het ziekenhuis vervoerd, waar de kogel operatief wordt verwijderd.

1931     De Oud-Zevenaarse kerk krijgt prachtige gebrandschilderde ramen van de glazenier Joep Nicolas. Klik hier voor meer informatie over Joep Nicolas.

 Joep Nicolas (1897 - 1972) in 1972

 

 

Detail uit een op 34-jarige leeftijd door Joep Nicolas ontworpen glas-in-loodraam in de St. Martinuskerk van Oud-Zevenaar.

De Oud-Zevenaarse parochie komt in contact met de legendarische Joep Nicolas door haar kapelaan Frits van der Meer, die een levenslange vriendschap met deze glazenier opbouwt. Later wordt dr. Van der Meer een vermaard hoogleraar kunstgeschiedenis aan de Universiteit van Nijmegen.
In totaal heeft de Martinuskerk vijf gebrandschilderde ramen van Nicolas. Algemeen wordt de artistieke waarde van deze ramen als zeer hoog gezien.

De gebrandschilderde ramen worden pastoor Voss aangeboden t.g.v. zijn vijftigjarig priesterfeest. Per raam bedragen de kosten in 1931 1.300 gulden (590 euro).    

 

 

1932    De ook in Ooy zeer geliefde Zevenaarse arts Jan G. A. Honig (1872 - 1958) wordt voorzitter van de Koninklijke Nederlandse Maatschappij ter bevordering van de Geneeskunst (KNMG).

 

 


De immense populariteit van dr. Jan Honig blijkt ondermeer uit een bericht in een regionale krant uit 1906, waarin wordt vermeld dat Honig en zijn echtgenote, terugkomend van een huwelijksreis van drie weken, op het Zevenaarse station(splein) worden verwelkomd door "schutterijen uit Babberich, Grieth en Ooy, drie muziekcorpsen, een stoet ruiters alsmede een mensenmenigte van zeker 5.000 tot 6.000 personen" (In 1906 bedraagt het inwoneraantal van de volledige gemeente Zevenaar ongeveer 5.000) 


1932    Op woensdag 31 augustus 1932 overlijdt de geliefde Oud-Zevenaarse pastoor C. Voss.

 

Pastoor C. Th. Voss wordt op zijn uitdrukkelijke verzoek niet begraven in het priestergraf bij de Oud-Zevenaarse Martinuskerk, maar tussen zijn parochianen op het (toen) nieuwe kerkhof aan de Dijkweg.

 

Grafsteen van pastoor Cornelis Theodorus Voss (1865 - 1932) (foto augustus 2008)

   


1932
     In verband met de concurrentiestrijd als gevolg van de economische crisis start de Turmac in Zevenaar met de productie van sigaren; een bekend merk is "Vendelier". Door de slechte verkoopcijfers wordt de productie reeds in 1934 gestaakt.

 

 

 

Een groepje Turmac-arbeiders omstreeks 1925 

10e van links: Johannes Everardus Gieling uit 
Ooy, die zijn hele leven bij de Turmac werkt 
(informatie van: Wilco Gieling, kleinzoon) 
 

 


1934     Op maandagavond 5 maart breekt omstreeks 19.00 uur brand uit in de boerderij van landbouwer L. van Ditshuizen in de buurtschap Engeveld tussen Zevenaar en Groessen. Door de krachtige wind slaat het vuur snel over op de honderd meter verder gelegen kapitale boerderij van de familie Goris. Laatstgenoemde boerderij met de naam "Engeveld" behoort tot de grootste in de Liemers. Beide boerderijen branden volledig af. De vuurzee is enorm en nog te zien tot in Nijmegen en Wageningen. De brand is vermoedelijk ontstaan door vonken van een passerende stoomtrein.

1934    In Ooy bij Zevenaar wordt het nieuwe schuttersgebouw van E.M.M. geopend.

 

Schuttersgebouw, geopend in 1934
 

Het bestuur van E.M.M. in 1934
V.l.n.r.: H. Bolck, Theed van Keulen (broer van Louis van Keulen), Th. Thomassen, G. Willemsen, Jozef Bus, P. de Groen, G. Heinst en Th van Alst


1934    In Ooy wordt op 5 oktober muziekvereniging Crescendo opgericht door de heren A. Willemsen en G. Heinst.


Muziekvereniging Crescendo, kort na de oprichting
Foto uit 1935 voor het schuttersgebouw in Ooy

1935     De uit Wehl afkomstige H.W.M. van Rooy wordt in januari 1935 hoofd van de R.K. school in Oud-Zevenaar. Per 1 mei 1942 vertrekt hij om schoolhoofd van de R.K school in Blaricum te worden. In Oud-Zevenaar wordt hij opgevolgd als schoolhoofd door W. Jorna. 

1935     Op dinsdag 11 juni wordt de woning en de schoenwinkel van de familie Lorijn in Ooy door een felle brand volledig verwoest.  

1937     Pastoor G. Wijfker van de St. Martinusparochie in Gendringen wordt ter gelegenheid van zijn 80e verjaardag benoemd tot Ridder in de Orde van Oranje Nassau. Pastoor Wijfker heeft zich met succes ingezet om in Oud-Zevenaar de belemmeringen van het processierecht ongedaan te maken. Bij zijn allereerste tocht op 10 oktober 1916 trok hij met zijn parochianen met ontplooide vaandels van het station Zevenaar naar de Oud-Zevenaarse kerk waarbij tegen hem proces verbaal werd opgemaakt wegens overtreding van het processieverbod. Uiteindelijk wordt hij vrijgesproken. 

1938    De legendarische priester-redenaar Henri de Greeve SJ (1892 - 1974) richt de "Bond zonder Naam" op om de naastenliefde te bevorderen. Voor zijn wekelijkse radio-uitzending het Lichtbaken op zaterdagavond, blijven veel katholieken ook in Ooy graag thuis.

1939   Viering van het eeuwfeest van de spoorwegen in Nederland

 
Bij gelegenheid van het eeuwfeest wordt in 1939 bovenstaande foto gemaakt van het NS-personeel in Zevenaar.
V.l.n.r. voorste rij: mw Geurts, van Dijk, Maarten de Graaff (Zwarteweg 4), de Wit, van der Loop, chef weg en werken Gorter, stationschef Hartink, van Doorn, Keijzer, Lobeek, Jansen, Bezemer en Anna Hugen.
tweede rij: Behnen (overwegwachter Oud-Zevenaarseweg),  Kruis, Joosten (Doesburgseweg), Schoemaker (Zuiderlaan), Willemsen, van der Meij, Giezen, Bosman Groeneveld, van Alst, Lubbers, Zweers, van Emmerich, Kramer, van Beek en Gradussen 

1939   De in Denekamp geboren Gerardus J. Scholten wordt op 23 juli 1939 priester gewijd. Een halve eeuw later, in juli 1989, viert hij in Oud-Zevenaar zijn gouden priesterfeest. In de periode 1964 tot 1990 is hij pastoor in Oud-Zevenaar. Van de eerste H. Mis van Gerard Scholten in Denekamp in 1939 is een indrukwekkend filmpje bewaard gebleven. Het is een herinnering aan het rijke roomse leven. Klik hier voor dit filmpje.

1940    In de maanden voor mei wordt steeds duidelijker dat de oorlog aanstaande is. Op Goede Vrijdag 22 maart 1940 vindt niet ver van Ooy op zeer grote hoogte een luchtgevecht plaats. Een Spitfire van de Britse Royal Air Force, die op de terugweg is van een fotoverkenningsvlucht boven het Duitse Ruhrgebied, wordt door een Duits vliegtuig onderschept en komt om 12.41 uur neer bij de kruising van de Herwensedijk met de Polderdijk tussen Herwen en Lobith. De piloot Claude Wheatley komt hierbij om het leven. Zijn parachute heeft zich niet geopend. Hij stort ter aarde aan de Duitse zijde van de Rijn, in de weide van Gottfried Derksen bij Duffelward en wordt door de Duitsers nog dezelfde dag met militaire eer begraven.



Omstanders aanschouwen op 22 maart 1940 de resten van de neergestorte Spitfire
Collectie Sander Woonings, Arga (Aircraft Research Group Achterhoek)

1940   In de zeer vroege ochtend van vrijdag 10 mei begint voor Nederland de Tweede Wereldoorlog. Grote aantallen Duitse vliegtuigen komen over. Een onafzienbaar leger Duitse soldaten komt vanuit Zevenaar in de richting van Arnhem. Na het opblazen van de Westervoortse brug ontstaat enige tijd een file aan Duitse oorlogsvoertuigen van meer dan 20 km. tot Emmerich.|

1940   In de ochtend van zaterdag 11 mei begint de slag om de Grebbeberg, die drie dagen duurt. De Grebbeberg is het toneel van hevige gevechten, tragiek en wanhoop. De Nederlandse offers zijn enorm. Bij de slag om de Grebbeberg sneuvelen tussen 11 en 14 mei ongeveer 425 Nederlandse soldaten. Onder de gesneuvelden zes dienstplichtige soldaten uit de gemeente Zevenaar
: Gerrit Gudden (25 jaar), Jacobus Hugen (27 jaar), Wilhelmus Kruitwagen (25 jaar), Johannes Scholten (21 jaar), Wilhelmus Vermeulen (26 jaar) en  Hendricus Zweers (25 jaar).

Bidprentje van Gerrit Gudden;
zoon van bakker Gudden uit de Zevenaarse Kerkstraat

Reeds op 12 mei staan de Duitsers onderaan de Grebbeberg en wanneer die nacht een voorhoede van de SS via de weg over de Grebbeberg doorbreekt tot in Rhenen, leidt dit tot grote paniek. Hoewel de Nederlanders zich enigszins hebben kunnen hergroeperen, waardoor de voorhoede van de SS afgesneden raakt van de hoofdmacht, is de weerstand op de Grebbeberg dan eigenlijk al gebroken.

Gudden sneuvelt op 14 mei, zijn lichaam wordt vrijdag 17 mei  gevonden. Hij wordt begraven op het Militair Ereveld Grebbeberg, dat toen aan het ontstaan was. De doden zijn op het Ereveld begraven in de volgorde waarin ze aangevoerd werden. Gerrit is begraven in de derde rij, graf 23.

 

 

 

1941   Op 13 januari richt kardinaal De Jong zich in een schrijven tot de Nederlandse katholieken. Met nadruk verklaart hij dat zij geen lid mogen zijn van de N.S.B. Ook is het hen niet toegestaan openlijk te sympathiseren met deze partij. Het N.S.B.-lidmaatschap wordt dus expliciet verboden. Een buitengewoon dappere taal in oorlogstijd. Voor de overwegend katholieke bevolking van Ooy is dit een extra argument verre te blijven van de N.S.B.

1941    In de loop van zondag 26 januari treedt de overlaat bij Spijk in werking waardoor enorme hoeveelheden water in de Oude Rijn worden gestuwd. Een groot deel van de Liemers komt in de daarop volgende dagen onder water te staan.



Spijkse overlaat

1941   In de nacht van dinsdag 8 op woensdag 9 juli om circa drie uur worden de boerderijen van de familie Van Dick (Slenterweg nr 4) en de familie Stender (Slenterweg 9) door een bombardement volledig verwoest. Die zomernacht, 8 en 9 juli zijn bloedhete dagen met temperaturen van ruim 33 graden Celsius, laten Engelse vliegtuigen vele brandbommen en brisantbommen vallen op Ooy.

1942    Op zaterdag 4 april overlijdt in Ooy op bijna 66-jarige leeftijd Anna Wilhelmina Jurrius (1876 - 1942), over- overgrootmoeder van Sam, Simon en Sjef van Keulen.
Anna is geboren op 9 juni 1876, exact 130 jaar later op 9 juni 2006 zou haar achter-achterkleinzoon Simon van Keulen geboren worden. 
Anna groeit op in Duiven en trouwt op 30 april 1903 met Jan W. van Keulen (1876 - 1952), over-overgrootvader van Sam, Simon en Sjef van Keulen.   
Als kinderen zijn Anna Jurrius en haar latere man Jan van Keulen buurkinderen. Anna woont met haar ouders broers en zussen op boerderij Poeldijk, aan de Ploenstraat in Duiven. Jan woont met zijn (stief)ouders, broer en halfbroers en -zussen op de Hagemanshof, eveneens aan de Ploenstraat. Na hun huwelijk in 1903 betrekken zij een boerderij in Pannerden en krijgen daar 11 kinderen, waarvan er twee in het eerste levensjaar overlijden. In 1927 verhuizen ze naar een boerderij aan de Pannerdenseweg in Ooy.

 

.


Anna van Keulen - Jurrius
(1876 - 1952)

1942   Op 1 mei  wordt W. Jorna schoolhoofd van de school in Ooy. Hij volgt H.W.M. van Rooy op, die schoolhoofd van de R.K. school in Blaricum wordt .

 

 

1942     Op 30 december worden de klokken van de Oud-Zevenaarse Martinuskerk door de Duitsers geroofd om gebruikt te worden als grondstof voor de Duitse wapenindustrie.


St. Martinuskerk in Oud-Zevenaar, omstreeks 1990

 

1944    In mei 1944 is het vijftig jaar geleden dat schutterij Eendracht Maakt Macht (E.M.M.) in Ooy werd opgericht. In verband met de oorlog vindt de viering van het gouden jubileum pas in 1947 plaats.
 

.  

1944    Op 3 september wordt de school aan de Slenterweg in Ooy door de Duitsers gevorderd. Het onderwijs wordt, zo goed en zo kwaad als dat kan, voortgezet in een cafe en enkele woningen. In februari 1945 moet het overgrote deel van Oud-Zevenaar evacueren. Twee maanden later kunnen de inwoners weer naar huis en op 1 juni 1945 kan de school weer in gebruik worden genomen.

1945    Begin januari vorderen de Duitsers de lagere school aan de Slenterweg in Ooy. Het onderwijs wordt voortgezet in een cafe en een tweetal woonhuizen totdat medio februari de hele buurtschap moet evacueren voor het oorlogsgeweld.     

1945    Maandag 12 februari moeten Babberich, Ooy en Oud-Zevenaar evacueren
Juist voor de evacuatie komt in zijn ouderlijk huis in Ooy als gevolg van oorlogsgeweld om het leven de drie maanden oude Gerard van Dick. De familie moet het huis ontvluchten en kan niets anders dan het dode kind achterlaten. Enkele dagen later keren ze even terug om het kindje in stilte te begraven op het R.K. kerkhof in Oud-Zevenaar.     

1945    Op dinsdag 3 april verlaten de Duitsers in een snelle run de Liemers; daarmee is een eind gekomen aan een bezettingsperiode met ontstellend veel menselijk leed.  

1946    Door hevige en onophoudelijke regenval is in februari de omgeving van Zevenaar veranderd in een moeras. Het meeste van de ingekuilde aardappelen, wortelen en bieten gaat verloren.

1946   Pastoor H.J. Knippers volgt pastoor H.J. Hageman op als R.K. pastoor van de Sint Martinusparochie in Oud-Zevenaar / Ooy. Hij blijft in deze functie werkzaam tot zijn dood daags voor zijn 70e verjaardag op 23 januari 1964.
             


1947    Uit het landbouwkundig rapport over de Liemers blijkt dat de gemiddelde grootte van een boerenbedrijf in Angerlo 14 ha., in Didam 7 ha., in Duiven 12 ha., in Herwen en Aerdt 15 ha., in Pannerden 16 ha., in Wehl 7 ha., in Westervoort 9 ha. en in Zevenaar 8 ha. bedraagt.


         Het binnenhalen van de oogst in de Liemers omstreeks het midden van de 20e eeuw
 

1947    Ter gelegenheid van de viering van het 50-jarig jubileum houdt de Ooyse schutterij E.M.M. met haar 337 leden op 4 en 5 mei 1947 een groots feest.
 

.  


1947
  De naam van de Ooyse voetbalclub BWO (Blauw Wit Ooy) wordt gewijzigd in OBW (Ooys Blauw Wit). De naamsverandering is het gevolg van de overstap van de Arnhemse afdeling van de Nederlandse Voetbalbond naar de afdeling Gelderland van de K.N.V.B., waar al een club onder de naam BWO ingeschreven staat. Daarom moet een andere naam gekozen worden. Bekende voetbalfamilies halverwege de 20e eeuw zijn bij OBW onder meer Van Alst, Gesthuizen, Wanders en Witjes. In 1952 krijgt OBW ook een handbalafdeling.  

1947    Op woensdag 5 november passeert ten kantore van notaris Th. B. Kampschreur in Zevenaar de oprichtingsakte van de N.V. Stoomzuivelfabriek De Liemers. De fabriek aan de Zevenaarse Molenstraat die vanaf 1898 in Duits bezit was en na de oorlog in beslag werd genomen door de Staat der Nederlanden, wordt eigendom van Duivense-, Groessense-, Zevenaarse en Ooyse melkveehouders. Directeur wordt de Friese zuivelexpert Jitte Veltman en voorzitter van de Raad van Commissarisen wordt W.M.M. Weenink van boerderij Poelwijk in Oud-Zevenaar.  

1948    In januari verkeert bij hoog water en stormachtig weer de dijk bij de Breuly in gevaar.

 


De Breuly op een ansicht uit 1898, op de achtergrond de R.K. kerk van Zevenaar

1948    Op woensdag 5 mei wordt de Ooyse Toneelvereniging opgericht. Voorzitter is C.B. Jordense, secretaris is L. Arens en de contributie bedraagt 25 cent per maand. Nog in hetzelfde jaar op zondag 14 november 1948 wordt het eerste stuk met de toepasselijke naam "Zonsopgang" opgevoerd. 

 

1948    Op dinsdag 27 juli treft het noodlot de familie Willemsen uit Ooy. Hun 11 jarige dochter Elisabeth Maria Willemsen verdrinkt bij de "Oliemolen" aan de Veerweg naar Pannerden.  

1950    In de tweede helft van de twintigste eeuw verandert er ook in Ooy op boerenbedrijven veel. In snel tempo worden landarbeiders, boerenknechten en trekdieren vervangen door machines. Het trekpaard verdwijnt uit het straatbeeld. Veel werk gaat verricht worden door loonbedrijven.

 


Het maaien van rogge in de Liemers (1936)

 

1951    Op zaterdag 21 april overlijdt op 81 jarige leeftijd Aloysius Antonius Verheijen (1869-1951). Vanaf 1898 tot zijn pensionering in 1934 is de uit Oldenzaal afkomstige Verheijen hoofd geweest van de school aan de Slenterweg in Ooy. Daarnaast is hij vele jaren kassier van de plaatselijke Boerenleenbank geweest. Als er klanten voor de bank kwamen, moest de klas even wachten en ging hij naar zijn kantoor dat in zijn onderwijzerswoning was ingericht.

 

.


Leerlingen en onderwijzers van de school aan de Slenterweg in Ooy aan het begin van de 20e eeuw met links meester Verheijen

1952    Op vrijdag 20 juni overlijdt in het ziekenhuis in Zevenaar Jan (Johannes) W. van Keulen, over-overgrootvader van Sam, Simon en Sjef van Keulen, op 76-jarige leeftijd.

Jan W. van Keulen wordt op 4 april 1876 in Duiven geboren. Nog voor zijn tweede verjaardag overlijdt zijn vader. Zijn moeder Betje de Wit, die als zeer lief wordt omschreven, hertrouwt met Frans Aleven. Jan groeit op in het gezin Aleven. Nog voor zijn elfde verjaardag overlijdt ook zijn moeder.

Op 27-jarige leeftijd trouwt Jan van Keulen met Anna W. Jurrius. Zij gaan wonen in een boerderij in Pannerden, waar zij samen 11 kinderen krijgen, waarvan er twee op zeer jonge leeftijd overlijden.

De boerderij in Pannerden heeft door haar ligging regelmatig problemen met hoog water. Daarom verhuist de familie in 1927 naar een boerderij aan de Pannerdenseweg in Oud-Zevenaar / Ooy

Ik herinner me Jan van Keulen als een erg vriendelijke en lieve opa.

 

1953    In Ooy opent de gemeente Zevenaar aan de westelijke punt van de Breuly een nieuw zwembad. Het natuurbad is jaarlijks open van 15 mei tot 15 september. In het zwemrooster zijn er de eerste jaren aparte openingstijden voor dames, heren en gezinnen.  In de aanvangsfase is het zwembad op zondagen gesloten. Op hete zondagen bekeurt de politie clandestiene zwemmers.

 

.



1954    De in 1894 opgerichte schuttersvereniging E.M.M. (Eendracht Maakt Macht) viert te midden van het koningspaar Gesthuizen-Fontein haar 60-jarig jubileum.
 

 



1955    Het bereiken van de leeftijd van honderd jaar is halverwege de 20e eeuw iets wat maar weinig voorkomt. In 1955 viert "oma" Jansen uit Ooy op grootse wijze haar eeuwfeest in het E.M.M.-gebouw. Het feest wordt begonnen met een R.K Heilige Mis.

 

.



1955    In Ooy gaat de lagere landbouwschool van start met als hoofd de heer Van der Peet. Na de verhuizing van de lagere school naar een splinternieuw gebouw aan de Martinusweg wordt de landbouwschool gevestigd in de voormalige Ooyse lagere school aan de Slenterweg. Als gevolg van de teruggang van leerlingen wordt de landbouwschool 17 jaar later, in 1972, opgeheven.

 

.

Ooyse school aan de Slenterweg (omstreeks1900)
waarin van 1955 tot 1972 de landbouwschool gevestigd is

 

1956    In november wordt de nieuwe lagere school aan de Martinusweg in Oud-Zevenaar door pastoor H.J. Knippers ingewijd. Het hoofd van de school is Wiebe Jorna en de overige leerkrachten zijn Catharina de Groot, Theo Hebing, Fien de Kinkelder, Gerrie Luiking, Riek Peters-Brands, Frans Tomesen en Mien Willemsen. 

 

1956    De spoorverbinding Arnhem - Zevenaar - Emmerich - Oberhausen, die aan de Liemers een economische impuls heeft gegeven, bestaat honderd jaar
Vooral aan het eind van de 19e eeuw en het begin van de 20e eeuw is de spoorverbinding van groot belang geweest voor het vervoer van de talrijke arbeiders ook uit Ooy, die vanuit de Liemers in het Duitse Ruhrgebied werkten. Velen van hen vertrokken op maandag in alle vroegte om zaterdagavond weer thuis te komen.
 


 

1957    Maandag 8 juli, een warme zomerdag, het is kermis in Zevenaar, de scholen zijn vrij, er heerst een feestelijke stemming, die aan het eind van de dag volledig omslaat wanneer blijkt dat Jopie Dikker, de onafscheidelijke tweelingbroer van Freddie Dikker in Ooy is verdronken.
Een viertal ongeveer 15 jarige Zevenaarse vrienden, Jules Geutjes, Arie Minor, Jopie  en Freddie Dikker wil op deze warme maandagmiddag zwemmen in de Breuly. Bij aankomst blijkt dat het zwembad uitsluitend geopend is voor dames. Dames en heren zwemmen in deze tijd, halverwege de 20e eeuw, gescheiden. De jongens mogen daarom het bad niet in. Een toevallig aanwezig iemand geeft de jongens de tip om te gaan zwemmen in de kolk van de "Nuttenboom" achter de Ooyse Dijk in Ooy. Deze goedbedoelde tip heeft fatale gevolgen. De jongens zwemmen met tientallen anderen in de kolk. Op een bepaald moment wordt Jopie Dikker vermist. Hij blijkt zonder dat anderen het hebben gemerkt bij het zwemmen in de problemen te zijn gekomen. Hulp komt te laat. Het verdriet is onbeschrijflijk, vooral bij zijn tweelingbroer, familie en vrienden.

 



Zwembad "De Breuly" waar in de jaren vijftig dames en heren gescheiden zwemmen. Een viertal vrienden mag daarom op de snikhete 8 juli niet zwemmen in het zwembad en zoekt elders verkoeling met een tragische afloop. 

 

1958    Meester Wiebe Jorna, hoofd van de R.K. school in Ooij / Oud-Zevenaar is 25 jaar in het onderwijs werkzaam
Jorna blijft schoolhoofd tot maart 1977, wanneer hij met pensioen gaat. Hij heeft dan meer dan veertig jaar les gegeven op de plaatselijke dorpsschool. Bijna 35 jaar (vanaf mei 1942) is hij bovendien hoofd van deze school geweest
.


  

1959    In het jaar waarin de Ooyse muziekvereniging Crescendo 25 jaar bestaat, wordt tijdens een muziekconcours in Nijmegen de eerste prijs behaald waardoor de vereniging naar de "afdeling uitmuntendheid" promoveert. 

1960     Staatsbosbeheer koopt het kabelpontje over de Oude Rijn, het Berghoofdse veer, van de familie Bouwman. Vervolgens pacht Bouwman de veerpont totdat op 28 oktober 1972 een brug het trekpontje overbodig maakt.
 


Het kabelpontje tussen Pannerden en Oud-Zevenaar / Ooy (omstreeks 1971)

1962     Tot in de tweede helft van de 20e eeuw zijn bedevaarten ter ere van Maria erg populair onder rooms katholieken in Ooy.
 


 Inwoners van Ooy op bedevaart in Kevelaer (1962)

1963   De ontdekking van het Groningse aardgas in Slochteren in 1959 veroorzaakt in de jaren zestig ook ingrijpende gevolgen voor de energievoorziening in de Liemers, waardoor kolenkachels ook in Ooy snel tot het verleden behoren.

 

Minister Andriessen brengt op donderdag 9 juli 1964 een werkbezoek aan het  Zevenaarse Broek (Zweekhorst), waar op dat moment een belangrijke aardgasleiding wordt aangelegd.

1964    De Oud-Zevenaarse pastoor H.J. Knippers overlijdt. Hij wordt opgevolgd door pastoor G.J. Scholten.

 

H.J. Knippers

H.J. Knippers is pastoor in Oud-Zevenaar in de periode 1946 - 1964. Hij is de opvolger van pastoor Hageman, pastoor in de periode 1932-1946. Knippers is begraven op de begraafplaats in Oud-Zevenaar op een ereplaats voor de kapel met het kruisbeeld en de beelden van Maria en Johannes. (Foto juni 2008)

   

 

1965    Op  zondag 14 maart overlijdt schaapherder Bertus Wilmsen (1886 - 1965). De in Venray geboren (Lam)bertus Wilmsen komt in 1909 als boerenknecht naar Ooy / Oud-Zevenaar, waar hij vele decennia met zijn schapen en hond rondtrekt en uitgroeit tot een legendarisch schaapherder. De allerlaatste jaren van zijn leven woont hij in de Pelgromstichting aan de Marktstraat in Zevenaar.
 


Bertus Wilmsen met zijn schapen in de omgeving van boerderij Poelwijk (jaren dertig)

 

1965    In Oud-Zevenaar vindt op 3 oktober voor de laatste(?) keer een georganiseerde bedevaart ter ere van de H. Maria plaats. Gedurende diverse perioden in de geschiedenis, vanaf het eind van de mideleeuwen, is de Oud-Zevenaarse parochiekerk het bloeiende middelpunt geweest van een sterke Mariaverering.

 

 

1967    Na 45 jaar neemt mej. H. A. Willemsen, in dienst getreden in 1922 (Ooyse School aan de Slenterweg met meester A. Verheijen schoolhoofd), op grootse wijze afscheid als onderwijzeres van de St. Martinusschool in Oud-Zevenaar.

 


Mej Willemsen 
omstreeks 1922

 

1969   De in 1894 opgerichte Ooyse schutterij E.M.M. viert haar 75-jarig jubileum met een concours waaraan tien schutterijen deelnemen.  
 



1970    In Groessen wordt aan de Kandiasestraat het watergemaal Kandia in bedrijf gesteld. Het gemaal zorgt ervoor dat wateroverlast in een omvangrijk gebied,  waaronder ook Ooy, eindelijk tot het verleden behoort.

1970    De Ooyse sportvereniging O.B.W. viert in augustus 1950 haar 25 jarig jubileum.

 

1970    Twaalf jaar na de inschrijving van de 10.000e inwoner verwelkomt de gemeente Zevenaar, waartoe ook Babberich, Oud-Zevenaar en Ooy behoren, in september 1970 de 20.000e inwoner.
 

 


Burgemeester F. van Gent verwelkomt de 20.000e inwoner van Zevenaar (sept. 1970)

1971    In het begin van de jaren zeventig wordt het dagelijkse transport van melk in melkbussen van de boerderij naar de Zevenaarse melkfabriek vervangen door de rijdende melkontvangst, waarbij gebruik wordt gemaakt van vrachtwagens met gekoelde melktanks en apparatuur voor het leegzuigen van de koeltanks op de boerderijen.      

1971    Op 2e Paasdag 1971 brandt de kapitale boerderij van de familie H. Uenk op de Gelderse waard in Oud-Zevenaar / Ooy geheel af. Door de krachtige noord-oostenwind staat de brandweer voor een hopeloze taak. Het bedrijfsgedeelte met zestig koeien kan wel behouden worden.    

  

1971    Op zondag 26 september 1971 treft het noodlot de familie Grob in Oud Zevenaar / Ooy. Hun negentienjarige zoon Bennie Grob (1952-1971), die enkele maanden eerder geslaagd is voor het HBS-examen op het St. Ludgercollege in Doetinchem,  verongelukt bij een bromfietsongeval in Zeddam.      

1972    Het Berghoofdse veer, tussen Oud-Zevenaar (Ooy) en Pannerden, wordt na vele eeuwen door de komst van een brug overbodig. Het Berghoofdse veer is een van de laatste veren in Nederland, die met de hand over het water wordt getrokken. Het veer dankt haar naam aan de Heerlijkheid Bergh, omdat Pannerden tot het begin van de 19e eeuw een heerlijkheid van Bergh is.

 

Het Berghoofdse veer tussen Zevenaar en Pannerden heeft ongeveer driehonderd jaar gevaren: Van voor 1700 tot 1972. 



 


1972    Als gevolg van de gestage teruggang van het aantal leerlingen wordt de Land- en Tuinbouwschool aan de Slenterweg in Ooy gesloten. Het laatste schoolhoofd is Piet Kunnen, Achtergaardsestraat 13 te Groessen, die in 1970 de heer Van de Peet is opgevolgd.

 

.

De tweede klas van de Landbouwschool in Ooy in 1958
1 Willy Banning  2 Jan van Bindsbergen  3 Theo Reijmer  4 onbekend  5 Theo Gal  6 Joop Lucassen  7 Peter Schepers  8 Henk Wolberink  9 Rob Weenink  10 Theo Uffing

1973    Het schoolgebouw aan de Slenterweg in Ooy, waar van 1898 tot 1956 de Lagere School is gehuisvest en nadien tot 1972 de Land en Tuinbouwschool, wordt het nieuwe honk van de padvinderij in Zevenaar. De feestelijke opening vindt plaats op 24 april 1973, wanneer voorafgegaan door de Drumband van Scouting Arnhem, de padvind(st)ers, verkenners, welpen en kabouters van Scouting Zevenaar naar de Slenterweg lopen om daar hun eigen huis formeel in gebruik te nemen.

 

.

Ooyse school aan de Slenterweg (omstreeks1900)
wordt in 1973 het honk van Scouting Zevenaar

1973     Op zaterdag 7 april 1973 is het exact vierhonderd jaar geleden dat Andreas Masius (1514 - 1573) in zijn huis in Ooy is overleden. 
Masius geldt als een van de allerbelangrijkste geleerden van de 16e eeuw. Naast zijn moedertaal beheerst hij maar liefst tien talen en is hij bovendien een autoriteit op het gebied van rechtsgeleerdheid, geschiedenis en aardrijkskunde. Hij is enige tijd de belangrijkste raadgever van keizer Karel V. Later is hij ook onderhandelaar met de Spaanse bevelhebber in de Nederlanden, de hertog van Alva. Voorts heeft  hij meegewerkt aan de wereldberoemde uitgave van de Koninklijke Biblia Polyglotta. In 1555 krijgt hij van de paus toestemming om de universiteit van Duisburg te stichten. Omstreeks 1558 doet hij afstand van zijn priesterschap, treedt in het huwelijk en vestigt zich met zijn echtgenote in het huis van zijn schoonouders in Zevenaar. Korte tijd later gaat het paar wonen op een aangekochte boerderij in Ooy. De periode in Ooy beschouwt hij als een zeer gelukkige waar echter een eind aan komt als hij ernstig ziek wordt en op dinsdag 7 april 1573 overlijdt. Masius wordt in de Andreaskerk in Zevenaar begraven. Doordat deze kerk in 1602 door een brand grotendeels verwoest wordt, is van zijn graf in onze tijd niets meer te vinden. Na zijn dood raakt Masius in de Liemers in de vergetelheid. Pas ruim vierhonderd jaar na zijn dood wordt in het stadshart van Zevenaar een plein naar deze grote geleerde genoemd en in 2015 verschijnt van de hand van Ernest Stender de boeiende uitgave "De Wereld van Andreas Vesalius" waaraan de auteur vier jaar gewerkt heeft
.


1974    Op vrijdag 26 april wordt  het regionale weekblad De Liemers Lantaern (voorheen Wahalto), sedert 1948 in handen van A.J.M. Akkermans, voor de laatste keer door deze Zevenaarse uitgever gedrukt. Het blad, ook in Ooy door velen gelezen, wordt overgenomen door uitgeversmaatschappij De Gelderlander, die het weekblad later weer zou verkopen aan krantenuitgeverij Wegener.

 


1975    Uit de Oud-Zevenaarse St. Martinuskerk wordt in de zomer van 1975 een zeer waardevol Mariabeeld, een albasten pieta, gestolen. Eeuwenlang is de Martinuskerk een bedevaartskerk, waarbij dit Mariabeeld een belangrijke trekpleister is voor de vele pelgrims. Hoe het Mariabeeld in de Oud-Zevenaarse kerk komt is niet met zekerheid bekend, maar een lezing is dat de streekridder Johan van de Loo het beeld heeft gekregen van de Paus, toen hij omstreeks 1450 naar het Heilige Land reisde en op de terugweg Rome aandeed. De ridder zou het beeld aan de kerk hebben geschonken.

 

Eeuwenlang heeft de St. Martinuskerk als bedevaartskerk gediend, waarbij de grote trekpleister het Mariabeeld was. Volgens de overlevering hebben bij dit beeld vele wonderen plaatsgevonden.

Het gestolen beeld stelt Maria als de Moeder van Smarten met het dode lichaam van Jezus voor.   

In de nis, waar tot 1975 het kostbare Mariabeeld stond, bevindt zich inmiddels een replica van het beeld, dat pastoor G.J. Scholten in zijn bezit had en aan de kerk heeft geschonken. (G.J. Scholten was pastoor van deze kerk in de periode 1964 - 1990).

 

1977       In maart gaat Wiebe Jorna met pensioen na 43 jaar (vanaf januari 1934) onderwijs te hebben te gegeven op de dorpsschool in Oud-Zevenaar / Ooy. Bijna 35 jaar (vanaf mei 1942) is hij bovendien hoofd van deze school geweest.     
 


W.J.M. Jorna (1955)

 

1981       In juli wordt de R.K. pastorie in Oud-Zevenaar, gebouwd in 1927,  afgebroken om plaats te maken voor een nieuwe (kleinere) pastorie en een tweetal woningen.    
 


De tot 1981 zo vertrouwde pastorie in het hart van Oud-Zevenaar


1984
     Het processieverbod wordt uit de Nederlandse grondwet geschrapt. In Oud-Zevenaar, Groessen, Loo en Duiven vinden nog de jaarlijkse sacramentsprocessies plaats; dat is zeer bijzonder omdat in de tijd van de reformatie (1520 - 1600) de katholieken in Nederland hun geloof niet in het openbaar mogen belijden, laat staan een processie houden. Het overgrote deel van de Liemers hoorde toen echter niet bij Nederland, maar bij het Hertogdom Kleef dat, zoals beschreven, godsdienstvrijheid kende. Toen in 1816 de Liemers bij Nederland kwam, werden de processies 'gedoogd' mits zij ieder jaar werden gehouden.

   
 

Processie Oud-Zevenaar van 22 juni 2008
Een eeuwenoude processietraditie, vermoedelijk sedert de 11e eeuw, vindt  in Oud-Zevenaar nog elk jaar plaats.

 

 

1988    Op zaterdag 25 juni wordt het Nederlands voetbalelftal  Europees kampioen na een 2-0 overwinning op Rusland in het Olympiastadion in Munchen. De stemming in heel Nederland is uitgelaten. Ook in Ooy heerst euforie met overal feestende mensen en toeterende auto's.

 


Uitgelaten sfeer in Amsterdam juni 1988

1989     In Oud-Zevenaar herdenkt pastoor G.J. Scholten op zondag 6 juli, dat hij vijftig jaar geleden tot priester is gewijd.

Pastoor G.J. Scholten in 1989 bij de zijdeur van de St. Martinuskerk

Gerrit Scholten is geboren op 4 januari 1915 in Denekamp en gaat in 1927 naar het klein-seminarie in Culemborg; vervolgens in 1933 naar het groot-seminarie Rijsenburg bij Driebergen, waar onder andere De Jong en Alfrink, die later na elkaar aartsbisschop van Utrecht en kardinaal zullen worden, hem onderwijzen. Op zondag 23 juli 1939 vindt de priesterwijding plaats. Vervolgens wordt hij kapelaan in Munsterseveld, Vinkeveen (gedurende de oorlogsjaren), Deventer en Arnhem en pastoor in Spijk en vanaf 14 februari 1964 tot 1990 pastoor in Oud Zevenaar

 

1990     Het vertrek van pastoor G. Scholten betekent voor Oud-Zevenaar het afscheid van de laatste dorpspastoor.
 


 Processie in Oud-Zevenaar met in het midden pastoor Scholten


1991
     Het eerste elftal van de Ooyse voetbalvereniging O.B.W. wordt kampioen in de derde klasse van de KNVB en promoveert naar de tweede klasse.

1992    In april besluit de  Nederlandse regering tot de aanleg van een goederenspoorlijn, "de Betuwelijn", tussen Rotterdam en Zevenaar, die de Rotterdamse haven met het Europese achterland moet verbinden. Deze aanleg zal  ook voor Oud-Zevenaar grote gevolgen hebben.

1994   De in 1894 opgerichte Ooyse schutterij E.M.M. ontvangt bij haar honderdjarig bestaan het predicaat "Koninklijk". Het jubileum wordt groots gevierd met een feestprogramma met onder meer parachutespringen, een internationaal schutterstreffen en een optreden van Andre Rieu.  
 




1995   Op dinsdag 20 juni, dertig jaar na de dood van Bertus Wilmsen, wordt voor de R.K. pastorie in Oud-Zevenaar een beeldengroep voorstellende "Bertus en zijn schapen" onthuld. Het door de Amsterdamse kunstenaar Peter Erftemeijer vervaardigde werk moet de herinnering levend houden aan Bertus Wilmsen (1886 - 1965), die tussen 1909 en 1940 met de schaapskudde van boerderij Poelwijk door de omgeving heeft getrokken.  
 




 

1996   Van de hand van Vincent van den Eijnde verschijnt een uitgave over de gifmoord die meer dan een eeuw eerder in 1874 in Zevenaar plaatsvond en vele decennia de plaatselijke gemoederen intens bezighield.  
 


Moord te Zevenaar in 1874
Uitgave: Vincent van den Eijnde

.

1997   Op maandag 11 november wordt tijdens de parochieavond het kort tevoren verharde Olde Processiepad in Ooy / Oud-Zevenaar officieel in gebruik genomen. Dit pad, dat sedert mensenheugenis aan de zuidzijde om de Martinuskerk loopt, is op verzoek van het parochiebestuur door de gemeente Zevenaar formeel omgedoopt in 't Olde Processiepad.  
 


1998    Ook in de Liemers, in het bijzonder in Groessen en Zevenaar, moeten vele woningen plaatsmaken voor de komst van de Betuwelijn.

Ook deze huizen aan de Zwarteweg in Zevenaar, in de dertiger jaren gebouwd door C.J. Polman (over-overgrootvader van Sam, Simon en Sjef van Keulen) moeten wijken voor de Betuwelijn.

 

2000    In juni presenteert de Algemene Rekenkamer een vernietigend rapport over het economisch nut van de Betuwelijn. Het lijkt erop dat de Betuwelijn een geldverslindend stokpaardje is geweest van enige invloedrijke politici.  

2000    Voetbalvereniging O.B.W. (Ooys Blauw Wit) promoveert naar de 1e klasse van de K.N.V.B.

2004     Op vrijdagmiddag 2 januari wordt de Liemers opgeschrikt door een lafhartige moord. De 56-jarige eigenaar van het eeuwenoude Montferland in Zeddam, Henk Zinger, wordt tijdens een brute overval door messteken gedood. De 33-jarige dader, afkomstig uit Havelte, wordt enige maanden later veroordeeld tot 7 jaar gevangenisstraf en tbs.

 

 


Hotel Montferland / Graaf van den Bergh in Zeddam (2012)

 

2007   De toren van de Martinuskerk in Oud-Zevenaar wordt gerestaureerd waarbij onder meer het voegwerk wordt hersteld en natuurstenen bij de galmgaten worden vastgezet.  

 
Tegeltje Martinuskerk (ca 1950) 

2009    Op 1 januari gaan de R.K. parochies van Babberich, Herwen en Aerdt, Lobith, Oud-Zevenaar, Pannerden, Spijk en Zevenaar samen tot de nieuw gevormde Sint Willibrordusparochie.

Ook de Oud-Zevenaarse Martinuskerk behoort vanaf 1 januari 2009 tot de nieuwe Sint Willibrordusparochie.
Foto augustus 2008

 

2010    In een poging de Betuwelijn te redden verlaagt Keyrail (een samenwerkingsverband van Prorail en het Havenbedrijf Rotterdam dat de Betuwelijn exploiteert) de gebruikstarieven voor de goederenspoorlijn tot 40%. Een tariefsverlaging voor het gebruik van infrastructuur is in deze omvang in Nederland nog nooit voorgekomen. De belastingbetaler zal miljoenen euro's meer moeten bijdragen, omdat dit goederenspoor bij lange na niet rendabel is.

2011    Op 12 februari overlijdt op 26-jarige leeftijd Jasper W. van Keulen (1984 - 2011), zoon van de uit Zevenaar afkomstige Haagse huisarts Will van Keulen ten gevolge van een noodlottig verkeersongeval in Milaan. Jasper is een uitzonderlijk talent: op 23 jarige leeftijd is hij arts waarna hij zich specialiseert tot vaatchirurg. In het kader van zijn aanstaande promotie vertoeft Jasper tijdelijk in het buitenland als het tragische ongeluk hem overkomt. Zijn gedrevenheid, gepaard met empathie, tomeloze energie en intelligentie hebben zijn leven gekenmerkt. Tegelijkertijd was hij bezig om in een welhaast logaritmische versnelling de wereld te verkennen. 
Jasper is de achterkleinzoon van Jan W. van Keulen (1876 - 1952) en zijn vrouw Anna W. Jurrius (1876 - 1942), die zich met hun kinderen in 1927 vestigen in een boerderij aan de Pannerdenseweg in Ooy, waar zij tot hun dood blijven wonen.


Jasper
* Den Haag, 2 april 1984
na een turbulent stralend leven overleden ten gevolge
van een noodlottig ongeval op 12 februari 2011 in Milaan



Jasper
kort voor zijn dood bij het beoefenen van zijn
geliefde sport in het universiteitselftal van Yale (USA)
Ook in sportief opzicht heeft Jasper gestraald.


2012    Op vrijdag 16 maart promoveert Jasper W. van Keulen (1984-2011), zoon van de uit (Oud-)Zevenaar afkomstige Haagse huisarts Will van Keulen en zijn vrouw Willeke van Andel, postuum tot doctor aan de Universiteit van Utrecht. Een jaar eerder is een verkeersongeval Jasper op 26 jarige leeftijd noodlottig geworden. Tijdens de promotieplechtigheid zegt zijn promotor Prof. dr. F. Moll onder meer: "Jasper was een groot talent. Hij ging als een raket door zijn onderzoek en kon ook nog  eens gemakkelijk schrijven en was methodologisch goed. Hij had al een surplus aan gepubliceerde artikelen. Hij verdiende het om te promoveren".  

 


 Jasper W. van Keulen 
(1984 - 2011)

2012    Op vrijdag 10 augustus overlijdt op 93 jarige leeftijd jonkheer Huub van Nispen, bewoner en eigenaar van landgoed Sevenaer in Zevenaar. Hij wordt na een uitvaartdienst op woensdag 15 augustus in de Martinuskerk in Oud-Zevenaar begraven op zijn eigen landgoed waarover hij sedert 1947 het beheer heeft gehad. Zijn leven lang heeft hij gestreden voor het behoud van het landgoed, gelegen aan de oostzijde van het Zevenaarse stadscentrum, dat in 1785 in handen kwam van zijn voorouders en nu in onze tijd de laatste kasteelboerderij in Nederland is. Na de dood van Van Nispen gaat Huis en landgoed Sevenaer over naar de Stichting Behoud Landgoed Sevenaer.                                     .  


 
  Van Nispen
 (1919-2012)





 Huis Sevenaaer omstreeks2000

 

2012    Met ingang van het nieuwe schooljaar op maandag 13 augustus 2012 wordt de Brede School Sint Martinus in Oud-Zevenaar in gebruik genomen. De formele opening vindt enkele maanden later op 10 oktober 2012 plaats. Het nieuwe gebouw waarin basisonderwijs, kinderopvang, peuterspeelzaal en buitenschoolse opvang zijn ondergebracht staat op de plaats waar in de periode 1956 tot 2011 de Martinusbasisschool heeft gestaan  

 


Brede School Sint Martinus (2012) 

2014    Op zondag 30 november 2014 is het exact vijfhonderd jaar geleden dat Andreas Masius (1514 - 1573) in een dorpje in de omgeving van Brussel werd geboren. Hij ontwikkelt zich tot een van de belangrijkste Europese diplomaten en geleerden uit de XVIe eeuw. Naast zijn moedertaal beheerst hij maar liefst tien talen en wordt bovendien een autoriteit op het gebied van rechtsgeleerdheid, geschiedenis en aardrijkskunde. 
In het latere deel van zijn leven, vanaf 1558 woont Masius in grote harmonie met zijn echtgenote op een boerderij in de "buerschap Oi" (buurtschap Ooy. Deze periode beschouwt hij als een zeer gelukkige waar een eind aankomt als hij ernstig ziek wordt en op dinsdag 7 april 1573 overlijdt. 
Masius wordt in de Andreaskerk in Zevenaar begraven. Doordat deze kerk in 1602 door een brand grotendeels verwoest wordt, is van zijn graf in onze tijd niets meer te vinden. Ongeveer vierhonderd jaar na zijn dood is in het stadshart van Zevenaar een plein naar deze grote geleerde genoemd. In 2015 verschijnt van de hand van Ernest Stender de boeiende uitgave "De Wereld van Andreas Vesalius" waaraan de auteur vier jaar gewerkt heeft.

2015    Op zaterdag 30 mei 2015 viert de in 1945 opgerichte Harmonie St. Martinus haar zeventigjarig jubileum met het "Martinus Maximus" gebeuren, waarbij op het Tichelpark aan de Oud-Zevenaarseweg een groots muzikaal openlucht festival plaatsvindt.  

 

2016    Op woensdag 1 juni 2016 maken de voormalig Duitse gebieden Zevenaar, Oud-Zevenaar, Ooy, Babberich, Wehl, Duiven, Groessen, Loo, Huissen en Malburgen tweehonderd jaar deel uit van het Koninkrijk der Nederlanden. De overgang van Pruissen naar Nederland in 1816 bracht zeker de eerste decennia geen voorspoed want de 19e eeuw werd een periode van grote misoogsten, ziekten, honger, ellende en armoede

 

Uit de Leeuwarder Courant van 31 mei 1816 waarin melding wordt gemaakt van de "overgave" van Zevenaar, Huissen, Malburgen en de Lijmers, waardoor het Koninkrijk der Nederlanden "met een niet onaanzienlijk met aller vruchtbaarst bouwland en uitmuntende weiden beslagen en door nijvere inwoners bewoond territoir wordt vergroot". 

 

 

 

2016    Martijn van Keulen wordt eigenaar van het hoofdgebouw van de voormalige inktfabriek "Gimborn" aan de Ringbaan Zuid in Oud-Zevenaar
Gimborn kent in Zevenaar een geschiedenis, die teruggaat tot 1907, wanneer de uit Emmerich afkomstige Max von Gimborn er een inktfabriek vestigt. In 1931 wordt het Duitse concern Pelikan eigenaar van het bedrijf.  Nadat het bedrijf direct na de oorlog in 1945 in beslag wordt genomen door het beheersinstituut, wordt het in latere jaren opnieuw onderdeel van het Pelikan-concern.  

 


In 2016 koopt Martijn van Keulen het hoofdgebouw van de voormalige "Gimborn" en vestigt er "Ondernemerscentrum De Pelikaan" dat onderdak biedt aan ongeveer 25 bedrijven. 
Martijn van Keulen is de achterkleinzoon  van Jan van Keulen en Anna Jurrius, die zich in 1927 aan de Pannerdenseweg in Ooy vestigden. 

 

 

 

 

Luchtfoto van Oud-Zevenaar, omstreeks 2004;
de Martinuskerk, het kerkhof en geheel links is "De Breuly" nog net te zien