Oud-Zevenaar    Ooy

Oud-Zevenaar: Snel door de tijd

Het dorp Oud-Seventer (1742) is, zoals de naam al doet vermoeden, veel ouder dan Zevenaar-stad.
Deze eeuwenoude Martinuskerk, die al in het begin van de 15e eeuw wordt vermeld, ligt op een uitstulping van de dijk.
Paul van Liender / Jan de Beijer 1742

 

700 voor Christus    In de omgeving van Steenheuvel (Oud-Zevenaar) bestaat reeds ver voor onze jaartelling, aan het begin van de ijzertijd, een nederzetting waar tot ongeveer 500 na Christus bewoning heeft plaatsgevonden

 

397 na Christus     Omstreeks 11 november overlijdt op ongeveer tachtigjarige leeftijd de later heilig verklaarde monnik Martinus. Hij is de grondlegger geweest van een klooster dat de bakermat is geworden van het monnikenwezen in West-Europa. In de loop der tijd is Martinus (Maarten) onder meer door zijn enorme onbaatzuchtigheid uitgegroeid tot een van de meest populaire heiligen in de katholieke kerk. In onder meer Oud-Zevenaar is de katholieke kerk toegewijd aan de heilige Martinus.

697 na Christus    De H. Willibrord (een later heilig verklaarde Engelse monnik) bouwt de Martini-kerk in Emmerik (Emmerich). Van Willibrord is bekend dat hij een groot respect voor de Frankische heilige Maarten (Martinus) heeft. Kerken in Utrecht en Emmerich zijn door hem naar deze heilige genoemd. Ook de kerk in Oud-Zevenaar is naar Martinus genoemd. Opvallend is dat ook veel andere kerken en/of parochies in de Liemers de naam St. Maarten of St. Martinus dragen, namelijk die van Angerlo/Lathum/Giesbeek, Elten, Didam, Doesburg, Herwen/Aerdt en Pannerden.

725       Omstreeks deze tijd is er reeds een landgoed op het grondgebied van het huidige Oud-Zevenaar dat behoort aan een klooster in het bij Kleef gelegen Rindern.    

750       Omstreeks deze tijd is er bewoning in de buurt van de Martinuskerk in Oud-Zevenaar; aangenomen wordt dat hier Zevenaarals plaats ontstaan is.

1000    In het Liemerse land zijn nederzettingen maar nog geen dijken. De rivieren en stroompjes treden voortdurend buiten hun oevers maar echt hoge waterstanden komen vrijwel nooit voor, omdat het water zich door het ontbreken van dijken vrijelijk kan verspreiden.

1050     Oudste zekere vermelding van Oud-Zevenaar: In een oorkonde van de Duitse Keizer Karel III wordt de nederzetting Oud-Zevenaar genoemd. 

 

 


Bewoonde plaatsen rondom1050

Oude nederzetting

Riviertjes

Huidig dijkverloop
 

 

 

Rondom 1050 is er op een zestal plaatsen in Oud-Zevenaar bewoning.
De bewoonde locaties zijn Ooy, Bloemendaal, gebied tussen Bloemendaal en Oud-Zevenaar, Poelwijk, Holthuizen en Camphuysen.
Steenheuvel is een oude nederzetting waar tussen 700 voor Christus en 500 na Christus bewoning is.
Ter orientatie is voorts het huidig dijkverloop, de latere burcht Sevenaer alsmede de stad  (vanaf 1487) Sevenaer weergegeven.

1054    Omstreeks deze tijd worden opbrengsten van de kerk in (Oud)Zevenaar door graaf Herman van Zutphen bestemd voor de bouw van een stenen kerk in Elten.

1150    Halverwege de 12e eeuw wordt in het Liemerse land een begin gemaakt met de aanleg van dijken. Het zijn lage "zomerdijken" om het zomerwater te keren. Ruim honderd jaar later komen in de "Lijermersch" de eerste winterdijken.

Dijkaanleg met eenvoudige hulpmiddelen is een onvoorstelbaar omvangrijke klus, die naast vakmanschap vooral ook veel logistiek inzicht vraagt.


1250    Omstreeks deze tijd loopt al een belangrijke verkeersweg van Arnhem naar Keulen via een pontveer over de IJssel bij Westervoort, vervolgens via Groessen, Oud-Zevenaar, Babberich, Elten naar Emmerik en daarna verder langs de Rijn naar Keulen.

1276     Oudst bekende pastoor in Oud-Zevenaar is pastoor Gerlach (omstreeks 1276).

1290    Aan het eind van de dertiende eeuw is Doesburg verreweg het belangrijkste centrum in onze regio. De gehele Liemers tot aan Emmerik alsmede ook Doetinchem ressorteren onder het ambt Doesburg.

1300    Omstreeks deze tijd is de Sint-Maartenskerk in Oud-Zevenaar nog in het bezit van het gelijknamige Utrechtse domkapittel. Dit blijft zo tot 1335 waarna de kerk mede door toedoen van de Graaf van Kleef (Kleve) overgedragen wordt aan het Kleefse kapittel Monterberg dat sedertdien de priesterbenoemingen verricht. Vanaf 1346 is bij deze benoemingen de uitdrukkelijke instemming van de Emmerikse (Emmerichse) aartsdeken vereist.

1335    Uit een bewaard gebleven akte blijkt dat de kerk van Oud-Zevenaar onder het patronaat van Kleef (Kleve) staat.  Hieruit kan worden afgeleid dat Kleef reeds in deze tijd rechtsmacht in (Oud-)Zevenaar bezit.

1339    Gelre, waartoe ook Oud-Zevenaar, Ooy en Zevenaar in deze tijd behoren, wordt door de keizer van Beieren tot hertogdom verheven. Het is een zeer groot en belangrijk hertogdom. Het omvat naast de huidige provincie Gelderland, grote delen van de huidige provincie Limburg (met onder meer Venlo, Venray en Roermond) en delen van het huidige Noord-Rijnland-Westfalen met onder meer het stadje Geldern, waarnaar het hertogdom Gelre en de latere provincie Gelderland zijn genoemd. Het hertogdom Kleve vormt een wig tussen de Noordelijke en de Zuidelijke delen van Gelre. De zelfstandigheid van Gelre eindigt in 1543.

 

Het hertogdom Gelre omvat omstreeks 1350:
1. Het Kwartier van Nijmegen (huidige Betuwe)
2. Het Kwartier van de Veluwe (ook genoemd het Kwartier van Arnhem)
3. Het Kwartier van Zutphen (de huidige Achterhoek en Liemers)
4. Het Kwartier van Roermond (het huidige Limburg en delen van Noord-Rijnland-Westfalen) 

 

 
 

1345    Omstreeks deze tijd wordt de (huidige) kerk in Oud-Zevenaar gebouwd. Vermoedelijk is na het gereed komen van de kerk een deel van Oud-Zevenaar bij een overstroming verzwolgen door het Rijnwater waarbij men de kerk juist heeft kunnen behouden. Dit kan een verklaring zijn voor het feit dat de kerk in onze tijd feitelijk buitengedijkt is.

1346    Steven van Ooy wordt vermeld als pastoor in Oud-Zevenaar.

1355    Vanaf 1355 neemt de macht van Kleef in de Liemers sterk toe ten koste van Gelre.

Bezittingen van Gelre en Kleef (Kleve) in de Liemers, omstreeks 1350
Voor 1350 bezit Kleef in de Liemers alleen Groessen, Leuven (tussen Oud-Zevenaar en Groessen), Oud-Zevenaar en Grondstein (nabij Elten).
In de periode na 1355 worden o.a. ook Zevenaar, Huissen (Huussen), Wehl, Duiven, 't Loo, Ooy, Babberich, Eltingen (Weel) en Elten deel van Kleve.

 

1370     De havezate Poelwijk in Oud-Zevenaar wordt voor het eerst in een archief vermeld. Deze havezate is omstreeks 1891 afgebroken en stond op de plaats waar nu de boerderij van de familie Weenink staat. Deze boerderij draagt ook de naam Poelwijk.

 

De havezate Poelwijk zoals deze er omstreeks 1742 uitziet.

Op de achtergrond staat de Martinuskerk van Oud-Zevenaar.

 

1375     Omstreeks deze tijd is Oud-Zevenaar al een bedevaartsplaats, waar Maria wordt vereerd. Na de vondst van een bijzonder Mariabeeldje aan de oevers van de Rijn bij Oud-Zevenaar aan het begin van de 15e eeuw krijgt deze verering nog een extra impuls. Na de Tachtigjarige Oorlog neemt de betekenis af. In het begin van de 20e eeuw herleeft de devotie echter weer zeer sterk maar verdwijnt in de loop van de tweede helft van deze eeuw. 

1388    Johan Pyec is pastoor in Oud-Zevenaar.

1406    Ambt Liemers (o.a. Zevenaar, Duiven, Loo, Groessen, Wehl), van oorsprong Gelders grondgebied, wordt door Reinoud IV van Gelre aan het graafschap Kleef (Kleve) verpand.

1417     Graafschap Kleef waartoe ook Oud-Zevenaar behoort wordt tot Hertogdom verheven.    


Gezicht op Kleef (Kleve) omstreeks 1570
Het ambt Liemers, dat in 1406 wordt verpand aan Kleve, zal tot  het begin van de 19e eeuw Duits blijven; gravure van Frans Hogenberg

1421    Het oudste archiefstuk met de naam Leemkuyl dateert uit 1421. De naam Leemkuyl verwijst naar de aanwezigheid van leem, dat in de middeleeuwen een zeer belangrijk bouwmateriaal is. Wanneer deze leem weg gegraven is, is sprake van een kuil en het akkerland dat dan ontstaat houdt de naam Leemkuyl. Rond 1500 is op de plaats van de Leemkuyl in Oud-Zevenaar een havezate gebouwd, die behoort tot de grootste in de Liemers. In de 19e eeuw raakt de havezate, gelegen tussen de huidige Dijkweg en Oud-Zevenaarsedijk, vlakbij de Martinuskerk, ernstig in verval waardoor we in onze (huidige) tijd alleen nog de boerderij Leemkuyl kennen op de plaats waar ooit een imposante havezate heeft gestaan.

1425     Omstreeks deze tijd wordt aan de oevers van de Rijn bij Oud-Zevenaar een bijzonder Mariabeeldje gevonden. Vermoedelijk vormt deze vondst de aanleiding voor een speciale Mariadevotie in Oud-Zevenaar

1431    Aan de zuidzijde van de Oud-Zevenaarse Martinuskerk wordt een daarmee verbonden Mariakerk gebouwd. De stichtingsbrief dateert van 2 februari 1431. Gedurende vele eeuwen heeft deze kerk als belangrijk bedevaartsoord gediend met een enorme Mariaverering en een niet aflatende stroom pelgrims. De grote trekpleister hierbij is voortdurend een Mariabeeld, een albasten pieta, geweest. Dit beeld zal in 1975 gestolen worden en is (tot op heden) nimmer teruggevonden.

 

1432   Na een extreem koude winter overstroomt de Liemers na het invallen van de dooi. De stad Arnhem stuurt haringen naar de slachtoffers. 
Bij een dijkdoorbraak in Oud-Zervenaar ontstaat een diepe kolk, die we in latere jaren kennen onder de naam Breuly.


                            Breuly 1898 (G. Jansen, Liemers Museum)

1439    In Oud-Zevenaar is al een schoolmeester. Het schooltje staat naast de kerk. 

1439    Johan Heuck is pastoor in Oud-Zevenaar

1450     Omstreeks 1450 wordt het landgoed "De Nooteboom" in Oud-Zevenaar reeds vermeld. In de loop der tijd heeft het landgoed vele pachters gekend waaronder Arnt van der Borch en Claes van Camphuysen. In augustus 1886 gaan de kapitale gebouwen van het landgoed door brand volledig verloren. Op de plek van het landgoed staan in onze huidige tijd een boerderij en een bungalow.

1451    Op 7 juni 1451 erft Elisabeth van Poelwijck, ook genoemd Lyzee, van haar kinderloos gestorven broer Henrick, het goed Poelwijck in Oud-Zevenaar. Lyzee is gehuwd met Geryt van Remen. Omdat zij geen kinderen nalaten komt Poelwijck in 1596 via de zus van Van Remen in het bezit van de familie Diepenbrock.
 


Havezate Poelwijck in Oud-Zevenaar
           
(eind 19e eeuw, kort voor de afbraak)             

1454    Ridder Johan van de Loo (Loe), ambtman van de Liemers, keurt de financiering goed voor de herbouw van de afgebrande toren van de Oud-Zevenaarse Martinuskerk. Het geld voor de bouw wordt door de lokale adel bijeengebracht.

1467    Ridder Johan van de Loo doet een schenking  om jaarlijks rogge uit de Byvanck te Beek uit te delen aan de Oud-Zevenaarse armen.

1467    Henrick Hoynck is pastoor in Oud-Zevenaar. Daarnaast wordt nog een priester Derck Roloffs genoemd.  

1473    De zomer van 1473 is zinderend heet en kurkdroog. Van half april tot half november valt er vrijwel geen regen. Ook de bewoners van Oud-Zevenaar gaan gebukt onder de gevolgen van droogte en hitte.  

1475    Omstreeks 1475 wordt Camphuysen in Oud-Zevenaar gebouwd door een lid van het geslacht Camphusen op een stuk land, behorende bij de hof te Babberich. 
In dit geval heeft de familie haar naam aan het goed gegeven, terwijl het omgekeerde meer voorkomt.

 


Kasteel / Huis Kamphuizen ook wel "Heerd" genaamd naar het geslacht Heerde, dat eeuwenlang huist op Kamphuizen. Aan het begin van de 19e eeuw komt Kamphuizen in het bezit van de familie De Neree. 

1476    Ridder Johan van den Loo (Loe) sterft en wordt overeenkomstig zijn wens in de kerk van Oud-Zevenaar begraven. Zijn zoon Wessel van den Loe volgt hem op als ambtman van de Liemers. Zijn ambtswoning is het kasteel in Zevenaar.  

1486    Na een strenge winter met veel sneeuw komt het Angerlose Broek onder water te staan. Ook de Grote Gelderse Waard heeft te maken met een watersnood, waardoor pachter Johan Lipholt zijn pacht niet kan betalen.

1496    Het Sint Annagilde in Oud-Zevenaar wordt opgericht.

1500    Omstreeks deze tijd wordt in de directe nabijheid van de Martinuskerk de havezate Leemkuyl gebouwd. In vergelijking met de vele havezaten in de Liemers is de Leemkuyl groot. In de 19e eeuw raakt het goed ernstig in verval en in onze huidige tijd kennen we alleen nog een boerderij aan de Leemkuylweg in Oud-Zevenaar op de plaats waar eens de imposante havezate heeft gestaan.

1503    De zomer van 1503 is zinderend heet en kurkdroog en daardoor een kwelling voor de inwoners van Oud-Zevenaar

1517    Derick Smullingh koopt voor zijn zoon Johan het landgoed Poelwijck in Oud-Zevenaar. Na het overlijden van Johan komt kasteel Poelwijck in het bezit van zijn oudste zoon Derick Smullingh jr., die drost in Elten is. Na de dood van Derick, die kinderloos is gebleven, komt zijn broer Wolter in het bezit van Poelwijck. Wolter Smullingh heeft maar een kind, een dochter, die huwt met Henrich van der Hoeven waardoor het geslacht Van der Hoeven in 1596 eigenaar van kasteel Poelwijck wordt.

1521   Zevenaar-stad krijgt een eigen rooms katholieke parochie. De Sint Martinuskerk in Oud-Zevenaar blijft parochiekerk voor Holthuizen, Grieth, Zweekhorst, Ooy, Babberich en Oud-Zevenaar. Pas meer dan drie eeuwen later, in 1852, komen Grieth en Zweekhorst bij de parochie Zevenaar-stad. Babberich wordt pas in 1971 een zelfstandige parochie.
 


           

1540    De zomer van 1540 is lang, heet en kurkdroog. Zeven maanden lang is het vrijwel steeds zonovergoten, droog en snikheet. De rivieren komen vrijwel droog te staan. Ook in Oud-Zevenaar kampen de bewoners met de gevolgen van tekorten aan water en voedsel. Na dit "Grote zonnejaar" volgt een lange periode waarin de zomers veelal koud en nat zijn.

1545     Omstreeks deze tijd behoren de parochiekerken van onder meer Oud-Zevenaar, Wehl, Laag-Elten, Zeddam en Didam tot de proosdij Emmerich met als patroonheilige Sint Maarten.

1550    Omstreeks deze tijd behoort de havezate Leemcuyl, gelegen vlakbij de Martinuskerk in Oud-Zevenaar, aan het geslacht Van Els. Op landkaarten wordt de havezate daarom ook wel "Elst" of "Else" genoemd. Door vererving worden achtereenvolgens de geslachten Von Udesheim, Von Droste en Von Rhede eigenaar tot het in 1719 wordt gekocht door de eigenaar van Groot Poelwijk. De havezate raakt steeds meer  in een vervallen staat en wordt in de 19e eeuw vervangen door een boerderij.

1553    Hendrik Huitinck wordt pastoor in Oud-Zevenaar. Tijdens zijn pastoraat vindt een deel van de verschrikkingen van de Tachtigjarige Oorlog plaats.

1557    
De vermaarde cartograaf Christiaan sGrooten, geograaf van de Spaanse koning Philips II, brengt het gewest Gelderland in kaart.


Een detail uit de kaart van Christiaan sGrooten betreffende Die Lymers (De Liemers)

In de omgeving zien we o.a. Sevenaer (de hierbij getekende kerk is die van Oud-Zevenaar), Weesterfort (Westervoort), Groyssem (Groessen), Duven (Duiven), Baer, Lathum, Huessen (Huissen) en Malburch (Malburgen).

 

 

1559     Uit een landkaart uit 1559 blijkt dat (Oud-)Zevenaar, Duiven, Groessen en Loo een enclave vormen, die staatkundig tot het hertogdom Kleve behoort.


 

 


Staatkundige indeling 1559


1565    Uitzonderlijk strenge winter
waarin half december 1564 de vorst intreedt. Op 2e Kerstdag vriest de Rijn dicht en tot in maart blijft het ijs begaanbaar.

1567    Eerste vermelding van het maagdenklooster of armenhuis in Oud-Zevenaar. De plaatselijke vicaris Frans van de Velde maakt twee daalders over aan het armenhuis bij de Sint Martinuskerk om onder de bewoners te verdelen.

1570    De periode 1570 tot 1600 is in de Liemers (en Achterhoek) een uiterst onrustige tijd. De bevolking is wanhopig door rondtrekkende plunderende troepen: De ene keer Staatse en de andere keer Spaanse troepen en daar tussendoor rondtrekkende muitende bendes. Verwoeste huizen en kerken, onbebouwde akkers, plundering, doodslag, zware maandelijkse oorlogscontributies en roof van hele veestapels zijn aan de orde van de dag. De kerken van ondermeer 's Heerenberg, Zeddam, Etten, Gendringen, Netterden, Elten, Oud-Zevenaar, Zevenaar en Didam worden in die periode geplunderd en zwaar beschadigd. In Hoog-Keppel en Drempt staat geen enkel huis meer overeind.

1572    De gotische spits van de Oud-Zevenaarse kerk wordt op St. Vitusdag (15 juni) door troepen in brand geschoten. De spits verwoest in haar val de kerk.

De gedeeltelijk vernielde St. Martinuskerk in Oud-Zevenaar

1573    Reeds eind oktober begint in de Liemers een lange zeer strenge winter, waarin vrijwel alle wintervoorraden verloren gaan met grote tekorten en honger tot gevolg.

1573    Uit een in 1573 in opdracht van de Spaanse koning door Christiaen 's Grooten getekende kaart van de Liemers blijkt dat de Oud-Zevenaarse kerk op een terp is gebouwd.

Gedeelte van de door Christiaen 's Grooten in 1573 getekende kaart van de Liemers
Duidelijk is te zien dat de kerk van Oud-Zevenaar op een terp is gebouwd. Momenteel is dat niet meer te zien omdat in de loop der tijd de dijk met een bocht om de kerk heen en deels over de terp is komen te liggen.
Op de achtergrond zien we het stadje Zevenaar getekend.

1580      Oud-Zevenaar gaat gebukt onder het oorlogsgeweld van de Tachtigjarige Oorlog en pastoor Henric Huetinck zoekt een veilig heenkomen in Zevenaar-stad met medeneming van kerkelijke kostbaarheden.  

1583      Nicolaus Vallick wordt pastoor in Oud-Zevenaar. Zowel de vader als de grootvader van Nicolaus zijn pastoor geweest in het naburige Groessen. De vader van Nicolaus is de vermaarde Jacob Vallick, die zich als een van de eersten in zijn tijd keert tegen de opvatting, dat ernstige gedragsstoornissen het gevolg zijn van heksen en/of  duivels; hij doet dit in het boek "Tooveren" waarvan in 1559 de eerste druk is verschenen. Nicolaus Vallick is pastoor in Oud-Zevenaar in de periode 1583 - 1600.

Titelblad van een herdruk uit 1598 van het boek "Tooveren" van Vallick
In zijn boek benadrukt Jacob Vallick dat onheil niet het werk is van de duivel, laat staan van een heks, maar van God, die hooguit gebruik maakt van Satans diensten.
Vallick staat dus terughoudend tegenover geloof in duivelse krachten en hekserij. In zijn tijd zijn veel mensen beducht voor duivels en heksen. Vallick is van oordeel dat tegenslag een louterende werking heeft voor de geest, omdat het voorkomt dat je als mens zelfgenoegzaam wordt.

Vier jaar na de eerste verschijning van "Tooveren"  verschijnt een uitgave van de beroemde Kleefse hofarts Johannes Wier, waarin ook hij de rol van heksen met kracht bestrijdt. Daarentegen is Johannes Wier wel overtuigd van de invloed van de duivel. 

.

 
1584
    Op vrijdag 26 januari vindt in de avonduren een dijkdoorbraak plaats bij de Oliemolen van Leuven / Leuffen (buurtschap tussen Oud-Zevenaar en Groessen). Het betreft de oudst bekende melding van een dijkdoorbraak in de Liemers.

1585    De Oud-Zevenaarse kerk is door oorlogshandelingen in een ruine veranderd.  Het zal tot 1866 duren alvorens de kerk weer de oorspronkelijke vorm van 1350 terug heeft en het herstel volledig is afgerond. Ook de Stiftskerk van Hoog Elten wordt volledig verwoest door plunderende Staatse troepen.

Plundering van een dorp geschilderd door Pieter Molijn (Frans Halsmuseum, Haarlem)
Vooral tijdens de eerste helft van de Tachtigjarige Oorlog gaat de bevolking van het Gelders - Kleefs grensgebied regelmatig gebukt onder de wreedheden en plunderingen van Hollandse en Spaanse soldaten. 

1589    Nadat vanaf omstreeks 1500 enkele generaties Van Camphuysen  op de havezate "Leemcuyl" in Oud Zevenaar hebben gewoond, wordt Hilbrand van Els, schoonzoon van Claeas van Camphuysen in 1589 de nieuwe bewoner. Na het overlijden van Hilbrand van Els in 1602 is zijn zoon, Onna van Els, de volgende bewoner van de havezate "Leemcuyl", die op kaarten ook genoemd wordt "Else" of "Elst".
 


Op de voorgrond links boerderij "Leemcuyl" / "Leemkuil", waar ten tijde van de opname (1900) de familie Nieuwenhuis-Martens woont.         


1595    Na een extreem koude winter volgen in maart zware overstromingen. De Lijmerse bandijk breekt op diverse plaatsen door.

1598    In september liggen Hollandse soldaten onder leiding van Maurits in stelling rond de Oud-Zevenaarse kerk en op de Gelderse Waard, waarbij Hollanders en Spanjaarden elkaar met grof geschut beschieten. Onder meer de Oud-Zevenaarse pastorie wordt door brand verwoest en pastoor Theodorus Lengel sr. vlucht naar Zevenaar-stad.

1599    Zevenaar-stad wordt door brand getroffen. Bij deze brand gaat het parochiearchief van Oud-Zevenaar, dat binnen de stad in veiligheid was gebracht, verloren.

1600    Het begin van de 17e eeuw. Voor de inwoners van de Liemers en ook van Oud-Zevenaar wordt het bepaald geen gouden eeuw. Door oorlogen, misoogsten, epidemieen, dijkdoorbraken, zeer droge en dan weer uiterst natte zomers alsmede regelmatig bizar strenge winters komt de bevolking regelmatig in grote problemen. 

1600    Pastoor Th. Lengell wordt pastoor van Oud-Zevenaar. Hij blijft dit ruim 25 jaar tot 1626.
 


          De in 1585 zwaar beschadigde kerk in Oud Zevenaar             

1602     Na het overlijden van Hilbrand van Els in 1602 wordt zijn zoon, Onna van Els, de volgende bewoner van de havezate "Leemcuyl" in Oud-Zevenaar. Op landkaarten wordt deze havezate vaak "Else" of "Elst" genoemd.
 



Havezate "Leemcuyl" ten zuiden van van Seventer (Zevenaar) wordt vermeld als "Elst"

1603     In Oud-Zevenaar wordt Peter van Andernach als schoolmeester aangesteld. In 1608 zal hij worden opgevolgd door Herman Toenissen. 

1607    Henrick van de Hoeve, drost van de Lymers, erft de havezate Poelwijck in Oud-Zevenaar. Omstreeks 1690 vererft het goed op de familie Von Quadt tot Wickrath. 
In 1709 koopt de geldschieter Bonecamp het Huis Poelwijck. Vervolgens wordt in 1729 de familie Von Coenen eigenaar en in 1749 baron Van Heerma tot Holwinde. Laatstgenoemde laat het vervallen pand moderniseren en koopt tevens de nabijgelegen havezate Leemcuyl. In 1769 wordt dr. Soellner de volgende eigenaar en in 1783 de Wezelse postmeester Von Weiler. In 1891 wordt het oude kasteel Poelwijck afgebroken en vervangen door een moderne boerderij met de naam Poelwijck.
 


Havezate Poelwijck
(1742)         
op de achtergrond de St. Martinuskerk             

1608    Een ontstellend koude winter zorgt voor grote problemen. In januari en februari vriest het zo hard dat zelfs de oudste mensen zich niet kunnen herinneren dit ooit eerder te hebben meegemaakt.

1609   
Het Kleefse hertogelijke geslacht is uitgestorven. Het hertogdom Kleef komt door vererving in het bezit van de keurvorst van Brandenburg. De Kleefse gebieden in de Liemers (o.a. Zevenaar, Oud-Zevenaar, Wehl, Duiven, Huissen) worden deel van Brandenburg.

Zes generaties hertogen van Kleve met op de achtergrond het historische Kleve
v.l.n.r. Adolph IV (1417 - 1448), Johann I (1448 - 1481), Johann II (1482 - 1521), Johann III (1521 - 1539), Wilhelm (1539 - 1592) en Johann Wilhelm (1592 - 1609)

1610     Op vrijdag 22 januari wordt onze regio getroffen door een zware storm. Bij Rees breekt de dijk door. Veel land staat onder water.

1616    De herstelwerkzaamheden aan de Oud-Zevenaarse kerk na de verwoesting door oorlogshandelingen zijn in volle gang. De kap met een houten dak is op het middenschip geplaatst en met leien bedekt. Het zal echter nog 250 jaar duren alvorens de kerk weer de oorspronkelijke vorm zal terughebben.

1620   In de parochie Oud-Zevenaar, die in deze tijd de hele omgeving van Zevenaar (met uitzondering van Zevenaar-stad) omvat, wordt geboren Wilhelm van Huet (Huut). Hij trouwt omstreeks 1649 met de de 20-jarige Gerarda Kaeltgens (1629-1666). Wilhelm en zijn vrouw Gerarda zijn de voorouders in directe lijn (10 generaties) van Sam, Simon en Sjef van Keulen

1621    Havezate "Bluhmendahlsgut" in Oud-Zevenaar wordt vermeld. Vermoedelijk hangt de naam samen met de familienaam Bloemendahl. In 1909 wordt havezate "Bloemendaal", gelegen aan de westzijde van de Oud-Zevenaarseweg door brand verwoest. Het pand wordt daarna herbouwd maar in de jaren zestig van de 20e eeuw raakt het in verval en in september 1970 wordt het afgebroken


    Bloemendaal omstreeks 1900, gelegen tussen de Oud-Zevenaarseweg en de Breuly. 

 

1626    De uit Nijmegen afkomstige Petrus Fabricius wordt pastoor in de parochie Oud-Zevenaar.  
De aan het eind van de 16e eeuw door oorlogshandelingen grotendeels verwoeste parochiekerk is in het begin van de 17e eeuw weliswaar enigszins hersteld maar het duurt vervolgens nog tot het midden van de 17e eeuw alvorens de herstelwerkzaamheden opnieuw ter hand worden genomen waarna het middenschip weer voor godsdienstoefeningen gebruikt kan worden.
 


         
De zwaar beschadigde kerk in Oud Zevenaar             

1631   In de parochie Oud-Zevenaar wordt pastoor Fabricius opgevolgd door Johannes Braeckelman. Ook tijdens zijn pastoraat blijft de parochie gebruik maken van een noodkerk. 

1635  Na een strenge winter volgt als gevolg van een dijkdoorbraak bij Loo een zware overstroming. De Spanjaarden moeten in verband met het hoge water Schenckenschans ontruimen.

1636    In een omstreeks deze tijd uitgegeven atlas staat Oud-Zevenaar vermeld als "Oudekerck".

 


Oud-Zevenaar staat vermeld als Oudekerck. 
Merk op: oost is links en  noord is onder  

1638    De Liemers krijgt het als gevolg van de Paltse inkwartiering zwaar te verduren. Veel soldaten maken zich schuldig aan beroving en ook als gevolg van drankmisbruik wordt grote schade aangericht.

1639     Op een landkaart vervaardigd door de landmeter Nicolaes van Geelkercken wordt "Herd" vermeld als "Edelhuys" (adellijk huis). Met "Herd" wordt Camphuysen in Oud-Zevenaar bedoeld naar het geslacht Van Heerde, dat vele eeuwen eigenaar van Camphuysen is. Andere adellijke huizen in onze omgeving, die Van Geelkercken in zijn landkaart vermeldt, zijn Halsaf in Babberich alsmede Poelwijk en Elst in Oud-Zevenaar. Met Elst wordt de Leemkuil bedoeld, bewoond door het geslacht Van Elst.

 


Camphuysen halverwege 20e eeuw  

1649    Wilhelm van Huet (Huut) trouwt met de de 20-jarige Gerarda Kaeltgens (1629-1666). Wilhelm en zijn vrouw Gerarda zijn de voorouders in directe lijn (10 generaties) van Sam, Simon en Sjef van Keulen

1649   Pastoor van Wildenraet van de parochie Oud-Zevenaar, die zich tijdens zijn pastoraat erg heeft ingezet om het middenschip van de kerk weer voor de eredienst geschikt te maken, vertrekt naar de Sint Aldegondusparochie in Emmerik. Hij wordt opgevolgd door Theodorus Lengel jr. 

1664   Pastoor Lengel laat op eigen kosten een Westduits Maria-altaar plaatsen in de noorderbeuk, toen ook vaak Mariabeuk genoemd, van de kerk in Oud-Zevenaar. In het zelfde jaar giet de Huissense klokkengieter Peter van Trier de Mariaklok. De totale kosten voor deze klok bedragen 1927 gulden en 18 stuivers. Dit bedrag wordt door de inwoners bijeengebracht en binnen de gebruikelijke termijn van twee jaar aan Van Trier betaald. 

1669  Apostolisch vicaris J. van Neercassel bezoekt in mei Oud-Zevenaar en memoreert aan de wonderen, die er hebben plaatsgevonden. 

1670  Op zaterdag 22 maart sterft de Oud-Zevenaarse pastoor Theodorus van Lengell. Na zijn dood wordt uit zijn nalatenschap voor tweehonderd gulden een monstrans gekocht. Pastoor Van Lengell wordt opgevolgd door de uit Emmerich afkomstige pastoor Hieronymus Killer, die pastoor blijft tot 1704. Gedurende het pastoraat van laatstgenoemde wordt aan de zuidzijde van de kerk, in de verwoeste Mariakerk, een Mariakapel opgericht. 

1677    Op vrijdag 10 december 1677 koopt Michael Henrich Wunder, richter te Zevenaar, de Ooyse hoeve "Toutenburg". In onze huidige tijd behoort de "Toutenburg" tot een van de oudste huizen aan de Slenterweg in Oud-Zevenaar.

 


     Toutenburg, eind 19e eeuw (afbeelding P. Fontein)  

 

1680    Op vrijdag 24 mei trouwt Albertus Ontijt, koster in Oud-Zevenaar, in Emmerich met Lamberta Oostricks. Het paar gaat wonen in de "Custerij" bij de R.K. kerk in Oud-Zevenaar en krijgt 11 kinderen. Tot 1807 blijven nakomelingen van hen in de "Custerij" wonen. 
In 1909 verkoopt de R.K. Kerk van St. Martinus in Oud-Zevenaar de "Custerij" aan het Polderdistrict Lijmers waarna  het pand "Polderhuis" wordt genoemd
.


    In dit pand  heeft de dijkwacht regelmatig vergaderd en bij hoog water vertrokken van hier de dijkwachters over de dijk naar het polderhuis in 't Loo. 

1681  Pastoor H. Killer bestelt voor 400 Kleefse daalders bij Mr. Roepphart te Anholt een kerkorgel. Het orgel wordt op Kerstmis 1681 feestelijk in gebruik genomen. Het is de oudste vermelding van de aanwezigheid van een kerkorgel in de Martinuskerk in Oud-Zevenaar

1682  Ernstige wateroverlast in de Liemers en ook in "Out-Seventer".

1683  Het stadsbestuur vraagt schoolmeester en koster "Swarte Jan" jongens er op te wijzen om niet op het kerkhof te spelen. Bij gebrek aan een betere speelplaats spelen schoolkinderen op het kerkhof, waar ze graven vernielen en rondslingerende schedels als bal gebruiken. 

1684    De winter van 1683 - 1684 verloopt ontstellend koud. Zelfs stokoude mensen kunnen zich niet herinneren zo'n extreem koude winter ooit eerder meegemaakt te hebben. De koude valt ver voor kerstmis 1683 in en duurt tot medio februari 1684. De rivieren vriezen volledig dicht en ijsdikten tot twee Rijnlandse voeten (63 cm) worden gemeten. De winter zorgt voor veel overlast. 

1685  Aan de zuidzijde van de Martinuskerk in Oud-Zevenaar wordt op de plaats van de verwoeste Mariakerk een apart Mariaheiligdom in de vorm van een kapel opgericht. 

1689    Zoals zo vaak tijdens oorlogen wordt ook tijdens de Negenjarige Oorlog (1688 - 1697), tussen Frankrijk en onder meer Pruisen, de lokale bevolking door de machthebbers geterroriseerd. Zo beveelt de Pruisische overheid in januari 1689 dat het Ambt Liemers, waartoe onder meer Zevenaar, Oud-Zevenaar, Loo, Groessen, Duiven en Wehl behoren, grote hoeveelheden haver, rogge, stro en hooi moet leveren ver beneden de marktprijs. Of de bewoners het kunnen missen wordt niet gevraagd. 

1690    Omstreeks 1690 erft de familie Von Quadt tot Wickrath de havezate Poelwijck in Oud-Zevenaar. 
In 1709 koopt de geldschieter Bonecamp het Huis Poelwijck. Vervolgens wordt in 1729 de familie Von Coenen eigenaar en in 1749 baron Van Heerma tot Holwinde. Laatstgenoemde laat het vervallen pand moderniseren en koopt tevens de nabijgelegen havezate Leemcuyl. In 1769 wordt dr. Soellner de volgende eigenaar en in 1783 de Wezelse postmeester Von Weiler. In 1891 wordt het oude kasteel Poelwijck afgebroken en vervangen door een moderne boerderij met de naam Poelwijck.
 


   Havezate Poelwijck
(1742)              

1694    Goudsmid Theodorus van Berckel uit 's-Hertogenbosch maakt een stralenmonstrans, die zich in onze huidige tijd bevindt in de kerk in Oud-Zevenaar. Van Berckel is in de periode 1679 - 1692 leerling van Nicolaes van Ouwen. Wanneer hij in 1693 / 1694 deze monstrans maakt, op bijna 30-jarige leeftijd, is dit zijn eerste grote meesterwerk. In 1807 geven H. C. Baron van Nispen (1764 - 1829) en zijn vrouw H. C. Goossens (1769 - 1823) de monstrans cadeau bij gelegenheid van de installatie van Gerard Mulder als pastoor te Oud-Zevenaar. In onze huidige tijd wordt deze met de Heilige Hostie in het midden nog altijd gedragen tijdens de jaarlijkse processie


Stralenmonstrans gemaakt door goudsmid Van Berckel  

1695     De eerste maanden van 1695 wordt de bevolking in extreme mate gekweld door de gevolgen van hoog water en geweldige ijsgang.

1698   Op zondagmorgen 5 januari 1698 wordt Petrus, knecht van Van Hunnepel, gemaand om naar de kerk in Oud-Zevenaar te gaan. Petrus sympathiseert echter met de leer van Luther en antwoordt "ik wil Maria niet aanbidden omdat ze zelf ook een zondares is".  Nog diezelfde dag schiet een klein meisje, die met een geweer speelt, hem per ongeluk dood. Op dinsdag 7 januari wordt hij begraven. Pastoor Killer tekent aan "dat hij de straf heeft ondergaan voor de laster, welke hij met zijn tong tegen de H. Maagd heeft bedreven". 

1698     Op woensdag 25 juni 1698 wordt Stephanus Goris, echtgenoot van Aleida Bus(se) en vader van vijf kinderen, door een bandiet gedood. Hij wordt begraven in de Mariabeuk van de R.K. kerk in Oud-Zevenaar. Zijn vrouw hertrouwt op woensdag 31 december 1698 in Herwen en Aerdt met Bardt Voss. 

1702    In de parochie Oud-Zevenaar heerst dysenterie, vanwege de waterdunne bloederige diarree  in de volksmond "rode loop" genoemd.  De aandoening heerst van augustus tot oktober en kost het leven aan ongeveer dertig parochianen.

1704    De uit Zevenaar afkomstige Johannes Ignatius Lippert wordt pastoor in Oud-Zevenaar. Op zijn eigen kosten laat hij een nieuwe pastorie bouwen.   

1707    Tot omstreeks deze tijd stroomt de Rijn tussen Oud-Zevenaar en Aerdt. Bij het aanleggen van het Pannerdenskanaal verplaatst men de splitsing van de Rijn naar de huidige plaats tussen Pannerden en Millingen. De Rijn ter plaatse wordt Oude Rijn.

1709    Zeer strenge winter vanaf Driekoningen (6 januari); veel vee doodgevroren.

1711    In het voorjaar zijn er diverse dijkdoorbraken zoals de IJsseldijk bij Lathum en de Boterdijk bij Lobith. Veel voedselvoorraden gaan verloren, weiden blijven lang onbruikbaar en op grote schaal wordt honger geleden.

1712    Op woensdag 6 april 1712 wordt de Eerbeekse pastoor Henricus Brans begraven in de Mariabeuk aan de noordzijde van de R.K. kerk in Oud-Zevenaar. Op deze wijze wordt zijn grote toewijding tot de Heilige Maria benadrukt.

1716    Op zondag 28 augustus 1716 wordt in de parochiekerk in Oud-Zevenaar gedoopt Elbert van Huet (1716-1788). Hij trouwt op dinsdag 16 september 1760 in Duiven met Hendrica Wolters (1735-1784). Elbert en Hendrica zijn voorouders in rechte lijn (8 generaties) van Sam, Simon en Sjef van Keulen.

 


Parochiekerk Oud-Zevenaar (1742) 
ten tijde van Elbert van Huet

 

1717    Op woensdag 3 maart 1717 overlijdt in de parochie Oud-Zevenaar Derck van Huet (1657-1717). Hij en zijn vrouw Joanna van Janssen zijn voorouders in rechte lijn (9 generaties) van Sam, Simon en Sjef van Keulen.

 


Slot Hueth bij Kleve
(Jan de Beijer)

 

1718    Op 14 februari 1718 wordt Theodorus (Derk) Pol(l)man geboren te Stokkum en op dezelfde dag gedoopt (R.K.) in Zeddam. Hij wordt van beroep "cultivator" (landbouwer) en trouwt op 29 jarige leeftijd op 6 december 1747 in de parochiekerk van Oud-Zevenaar met Joanna Raben (Rabitz), 21 jaar oud, geboren op 22 januari 1726 te Didam. Zij gaan wonen op de hoeve "De Sweeckhorst" (Zweekhorstweg 3) in Zevenaar. In die tijd valt de buurtschap "De Sweeckhorst" (Zweekhorst), gelegen tussen Zevenaar en Angerlo, onder de parochie Oud-Zevenaar. Derk Polman ((1718-1794) en Joanna Raben (1726-1795) zijn voorouders in directe lijn (8 generaties) van Sam, Simon en Sjef van Keulen.  

1720    De uit een Zevenaarse magistraatfamilie afkomstige Henricus Becher wordt R.K. pastoor van Oud-Zevenaar. Hij zal dit gedurende een periode van ruim een halve eeuw tot 1772 blijven.

1728    De Oud-Zevenaarse pastoor Henricus Becker krijgt van de drost van de Liemers toestemming om de muren van de verwoeste Mariakerk, aan de zuidzijde van de Martinuskerk, af te breken en de stenen te gebruiken voor de restauratie van de Mariakerk.  

1729    De familie Von Coenen wordt eigenaar van havezate Poelwijck in Oud-Zevenaar.
 


   Havezate Poelwijck
(1742)              

1734    Tijdens het zeer langdurig luiden van de klokken bij het overlijden van prins Filip van Brandenburg in september 1734 barst de in 1664 door klokkengieter Van Trier gemaakte Mariaklok in de kerk in Oud-Zevenaar. In het najaar van 1737 giet de befaamde Franse klokkengieter Jan Petit een nieuwe klok.


1736    Door het aanbrengen van een dikke laag grof zand, hetgeen een gezamenlijke inspanning is van het Arnhemse stadsbestuur en de Kleefse overheid, wordt de route van Arnhem door Westervoort, Duiven en Zevenaar naar Elten sterk verbeterd. Deze weg, die algemeen bekend staat als Zandstraat of Hoogestraat, wordt enkele jaren later in 1741 na het instellen van een vaste postwagenverbinding ook wel (Kleefsche) Postweg genoemd. De minder rechtstreekse weg naar Elten over de dijken (Westervoortse IJsseldijk en Rijndijken onder meer bij Groessen en Oud-Zevenaar via Babberich naar Elten), die sedert de Middeleeuwen is gebruikt, raakt omstreeks deze tijd in onbruik.

1737    De Mariaklok in de kerktoren van Oud-Zevenaar, die enkele jaren eerder is gebarsten, wordt vervangen. De nieuwe klok wordt gegoten door de befaamde Franse klokkengieter Jean Petit, die omstreeks deze tijd een werkplaats in Laag-Elten heeft. De klok is een geschenk van het Sint Anna-Gilde uit Babberich en Holthuysen aan de parochie. Ruim tweehonderd jaar later, tijdens de Tweede Wereldoorlog in december 1942, wordt deze unieke en waardevolle Gildeklok door de Duitse bezetter geroofd en vervolgens omgesmolten om als grondstof te dienen voor de Duitse wapenindustrie.

 

1740   Frederik II volgt zijn vader Frederik I op als koning van Pruisen, waartoe ook Oud-Zevenaar in deze tijd behoort. Frederik II, die ook Frederik de Grote wordt genoemd, blijft heerser van Pruisen tot zijn dood in 1786. Een belangrijke verdienste van hem is dat hij een zeer belangrijke rol speelt bij de invoering van de aardappel als volksvoedsel. Op 24 maart 1756 vaardigt hij het befaamde "Kartoffelbefehl" uit, waarin hij beveelt dat al zijn onderdanen met de aardappel bekend dienen te worden en deze op iedere beschikbare plek moet worden verbouwd.     


 Frederik II (1712 - 1786) 

 

 

1740  De winter van 1740 is zeer koud. Na een relatief zachte december 1739 wordt januari 1740 extreem koud. In de periode van zaterdag 9 tot en met dinsdag 12 januari wordt het zelfs overdag in Oud-Zevenaar niet warmer dan 10 graden onder nul. De barre winter wordt gevolgd door een extreem koud voorjaar. Door armoede hebben veel huizen nauwelijks of geen verwarming. Op zaterdag 7 mei sneeuwt het nog. Ook de zomer verloopt zeer koud waardoor de oogsten volledig mislukken. Het duurt jaren voor dat men het rampzalige jaar 1740 te boven is.


Zevenaar (Jan de Beijer, 1745)

1741    Een in economisch opzicht voor de Liemers belangrijke verandering betreft de wijziging van de postroute Arnhem - Keulen. De postwagens rijden niet meer via Doesburg, Doetinchem, Anholt en Wezel naar Keulen, maar worden vanaf 1741 geleid via Zevenaar, Elten en Kleve naar Kleve.

                       De Oud-Zevenaarse herberg De Pelikaan in 1752 met postwagen; P.J. Liender

1742    In de zomer van 1742 tekent de befaamde kunstenaar Jan de Beijer (1703 - 1780) op onnavolgbare wijze vele objecten in de Liemers, waaronder in Oud-Zevenaar havezate Poelwijck en de Martinuskerk.
 


Op deze afbeelding van Jan de Beijer uit 1742 staan de Martinuskerk en herberg De Pelikaan. Op het bord geheel rechts staat dat tol betaald moet worden. De weg, die in onze huidige tijd Kerkweg heet, werd daarom in het verleden "Tolstraatje" genoemd..             

1743    In het voorjaar staat de Liemers onder water. Tientallen paarden en meer dan honderd runderen overleven het niet.

1745    De Pruisische regering besluit om in de monding van de Oude Rijn tussen Spijk en Tolkamer een overlaat aan te leggen. Op deze manier kan bij hoge waterstand van de Rijn het water wegstromen in de grotendeels drooggevallen bedding van de Oude Rijn om vervolgens bij Candia weer in de Neder-Rijn te stromen. Door deze maatregelen wordt de druk op de bandijk bij Babberich en Oud-Zevenaar groter met dijkdoorbraken als gevolg.

1747    Dijkdoorbraak bij Leuven, buurtschap tussen Oud-Zevenaar en Groesssen.


1747    Een nieuwe golf van veepest veroorzaakt bittere armoede. Veepest slaat in de 18e eeuw regelmatig genadeloos toe. Vooral omstreeks 1714, 1747 en 1768 raken veel (keuter)boeren ook in Oud-Zevenaar in een klap al hun vee kwijt.  Door veepest maar ook door andere ziekten, sterfte, plunderende soldaten, rondtrekkende bendes, slecht weer, extreme winters, dijkdoorbraken en natuurgeweld leven velen toch al bij voortduring op de rand van het bestaan..


"Gods slaandehand over Nederland door de pest-siekte onder het rundvee, geteekent en gegraveert door Jan Smit" in 1745. Vooral in de 18e eeuw brengt de "pest-siekte onder rundvee" (ook genoemd veepest of runderpest) veel (keuter)boeren ook in Oud-Zevenaar tot wanhoop. Enerzijds ondergaan velen de runderpest met veel berusting en enorm vertrouwen in God anderzijds is het leed vooral onder de keuterboeren enorm.   

1747    Op 6 december trouwt in de Martinuskerk te Oud-Zevenaar Theodorus Polman (1718-1794) uit Zeddam met Johanna Raben (1726-1795) uit Didam. In deze tijd behoren de ommelanden van Zevenaar waaronder Grieth en Zweekhorst tot de parochie Oud-Zevenaar. Theodorus Polman en zijn vrouw Johanna Raben zijn voorouders in rechte lijn (8 generaties) van Sam, Simon en Sjef van Keulen.

 


Kerk Oud-Zevenaar, 18e eeuw

 

1749   Baron Van Heerma tot Holwinde wordt eigenaar van havezate Poelwijck in Oud-Zevenaar. Hij laat het vervallen pand moderniseren en koopt tevens de nabijgelegen havezate Leemcuyl. In 1769 wordt dr. Soellner de volgende eigenaar en in 1783 de Wezelse postmeester Von Weiler. In 1891 wordt het oude kasteel Poelwijck afgebroken en vervangen door een moderne boerderij met de naam Poelwijck.
 


Havezate Poelwijck
(1742)              

 

1750    Tot het midden van de 18e eeuw functioneert de Ooysedijk als belangrijke hoofddijk (bandijk) van de Rijn. In de jaren daarna doet de dijk alleen nog dienst bij hoogwater.

 


Ooysedijk bij hoogwater, op achtergrond de Martinuskerk

1753    Op 19 december vindt  een dijkdoorbraak plaats bij de buurtschap Leuven / Leuffen (buurtschap tussen Oud-Zevenaar en Groessen). Een zeer omvangrijk gebied tot Steenderen komt onder water.


Doorbreken van de Rhijndijk in 1753
Meer dan drie maanden lang, tot eind maart 1754, blijft het water door de Leuvense doorbraak naar binnen stromen..
Tot  in oktober 1754 werkt men dagelijks met honderd karren aan het herstel van de dijk.
 

1755    Pastoor H. Becher en kerkmeester Herman Hendriksen maken een contract op met vicaris Roghmans om tegen een jaarlijks stipendium van 40 daalder wekelijks een heilige mis te lezen.

1756    Op woensdag 24 maart vaardigt Frederik de Grote (1712 - 1786), koning van Pruisen, waartoe ook Oud-Zevenaar behoort,  het befaamde "Kartoffelbefehl" uit waarmee hij de in deze tijd nog weinig populaire aardappel als volksvoedsel tracht in te voeren. Zaadgoed wordt gratis verdeeld en veldwachters zien er op toe dat met het verbouwen van aardappelen wordt begonnen want de aardappel heeft (voor een deel terecht) de naam giftig te zijn waardoor veel boeren aanvankelijk tegenstribbelen. Tot in de huidige tijd liggen op het graf van Frederik de Grote enige aardappelen.     


Het graf van Frederik de Grote bij slot Sanssouci met aardappelen
door Frederik de Grote werd de aardappel volksvoedsel

1756    In Oud-Zevenaar bestaat een schutterij, St. Anna, waarvan de heer van Camphuysen kapitein is. De feesten bestaan uit schijfschieten en 2 of 3 dagen kermis.  

1757    Op 30 januari ziet men op het Gelders Eiland de eerste tekenen van ijsgang. Het opgestuwde water stijgt daardoor zo hoog dat het nog dezelfde dag twee voet over de dijk loopt en de dijk ter hoogte van de Pannerdenschen Waerd breekt. Ruim een week later op 9 februari breekt de Herwense dijk op vijf plaatsen tegelijk, door het opnieuw kruiende ijs en ook bij Pannerden volgen nieuwe doorbraken. Ook de dijk bij Leuven tussen Oud-Zevenaar en Groessen breekt in deze rampzalige maand.

Door vele dijkdoorbraken als gevolg van waterstuwing door het kruiende ijs staat in februari 1757 de Liemers grotendeels onder water. Velen vertoeven dagenlang op zolders of daken van hun huis. Ook gaan veel huizen door de watermassa verloren.

 

1757    Dysenterie-epidemie treft onder meer Oud-Zevenaar. Dysenterie is een, in de 18e eeuw, veel voorkomende aandoening; het betreft een door bacterien veroorzaakte ernstige buikloop, waarbij de frequentie van de ontlasting kan oplopen tot 100 maal per dag. Bij ongeveer 30% van de patienten verloopt de aandoening dodelijk. Bij de meeste vormen van dysenterie is de bloedafgang zo opvallend dat men sprak van rode loop; de ziekte is ook wel persloop genoemd. 

1758     Dysenterie slaat opnieuw toe.

1758    Tijdens de Zevenjarige Oorlog (1756 - 1763) bezetten Franse troepen in 1758 het Kleefse land, waartoe onder meer behoren Duiven, Groessen, Loo, Zevenaar, Oud-Zevenaar, Huissen, Malburgen, Lobith en Wehl. De bevolking heeft het zwaar te verduren en leeft op de rand van de hongersnood. Toch eisen de bezetters bij voortduring brood, graan, meel stro, hooi, brandhout en inkwartiering. Ook worden bewoners gesommeerd voor de bezetters te werken. Boeren en landarbeiders worden opstandig en velen vluchten voor het oorlogsgeweld naar de republiek.

De Kleefse enclaves. (Uit: Graswinckel, De rechterlijke archieven der voormalige Kleefsche enklaves, 1543 - 1816, 's-Gravenhage, 1927)

 

1760    Tijdens de herfst van 1760 regent het weken onophoudelijk waardoor ook Oud-Zevenaar verandert in een grote modderpoel. Door uitzonderlijk slechte weersomstandigheden en oorlogsomstandigheden (Zevenjarige Oorlog) heeft de bevolking het zwaar te verduren.

1764    In februari vinden dijkdoorbraken plaats bij Rees en Herwen waardoor onder meer Westervoort, Duiven, Oud Zevenaar en Lathum onder water komen te staan.

1765    Op 18 april 1765 wordt in Oud-Zevenaar geboren Matthias (Matheus, Tijs) Pol(l)man. Tot Oud-Zevenaar behoort in deze tijd de gehele omgeving van Zevenaar m.u.v. Zevenaar-stad, dus ook 't Grieth en de Zweekhorst. Matthias trouwt op 26-jarige leeftijd op 10 mei 1791 in de R.K. kerk in Oud-Zevenaar met Gertruda Ebbe(r)s (1757-1810) uit Wehl. Matthias neemt in 1794 de pacht van de boerderij "De Sweeckhorst", Zweekhorstweg 3 in (Oud)Zevenaar over van zijn vader. Matthias overlijdt op 11 januari 1816 op 50-jarige leeftijd aan de gevolgen van "een kwade koorts". Matthias en zijn vrouw Gertruda zijn voorouders in directe lijn (7 generaties) van Sam, Simon en Sjef van Keulen .

 


Kerk Oud-Zevenaar (J. de Beijer 1742), 
waar op 10 mei 1791 Matthias Polman en Gertruda Ebbes trouwen

 

1768    Arnoldus Massop (26 jaar) uit Oud-Zevenaar legt voor het Amsterdamse chirurgijngilde de meesterproef af. In de 18e eeuw zijn medicinae doctores en chirurgijns de belangrijkste medische beroepsbeoefenaren. Medicinae doctores zijn vooral theoretisch geschoold en chirurgijns zijn meer praktisch opgeleid.

 


Drie bestuursleden van het Amsterdamse chirurgijngilde 
(1731, Cornelis Troost)

 

1769    Dr. Soellner wordt in 1769 eigenaar van Poelwijck in Oud-Zevenaar. Enige jaren later in 1783 wordt de Wezelse postmeester Von Weiler de volgende eigenaar. In 1891 wordt het oude kasteel Poelwijck afgebroken en vervangen door een moderne boerderij met de naam Poelwijck.
 


   Boerderij Poelwijck
(ca 1950)              

 

1770    Geheel onverwacht breekt in de nacht van 1 op 2 december om 1.00 uur de dijk bij de Oliemolen onder Oud-Zevenaar door. Wanneer het licht wordt is alles een zee van water. Veel huizen zijn ingestort of zelfs verdwenen. Uit Zevenaar wordt gemeld dat het gekerm op de daken onbeschrijflijk is. Reeds op 3 december wordt in Zevenaar een collecte voor de slachtoffers gehouden, die ruim 21 rijksdaalders opbrengt; hiervoor wordt jenever, tabak, olie en brood gekocht.  


Voor het Gelders Eiland en de Liemers is  1770 een echt rampjaar.
Het menselijke verdriet en de economische schade zijn onvoorstelbaar.

1770    Bij een dijkdoorbraak ontstaat in Oud-Zevenaar een kolk, die in latere jaren de naam Ezelswaai krijgt. In onze tijd (21e eeuw) is deze waai (nabij de Slenterweg 18) inmiddels grotendeels dichtgegroeid. 

1771    Omstreeks deze tijd wordt in het zogenaamde Kwartier bij Oud-Zevenaar geboren Hend. Heckmann. Hij wordt een berucht crimineel, die in 1801 zelfs beschuldigd wordt van een poging tot verkrachting en verdrinking van een 8-jarig meisje. Ook wordt hij in verband gebracht met talloze diefstallen. Hij wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van 10 jaar maar slaagt er in 1806 in om met geweld uit de gevangenis van Wesel te ontsnappen.

1773    In de parochie Oud-Zevenaar worden 37 dalers en 21 stuivers onder de armen verdeeld. Jan Holtendorp ontvangt vijftien dalers van het armenfonds voor gemaakte doodskisten. 

1774    De in Emmerich geboren Johannes F. Becher wordt pastoor in Oud-Zevenaar. Hij zal dit blijven tot 1779 als hij wordt opgevolgd door Gerardus Manders.
 


Martinuskerk in Oud-Zevenaar
    
ten tijde van pastoor J.F. Becher    

1775    Uit de kerkrekeningen van 1775 blijkt hoe de Oud-Zevenaarse processie van kerkmis verwatert tot kermis. Mensen, die werkzaamheden verrichten tijdens de processie worden beloond onder meer op foesel (jenever).
 


   

1779    Wederom maakt dysenterie (rode loop) veel dodelijke slachtoffers in de Liemers. Vooral de Zevenaarse buurtschap 't Grieth wordt zwaar getroffen met enkele tientallen doden. In Zevenaar-stad en Oud-Zevenaar overlijden in de periode september tot november ongeveer veertig mensen.

1782    Een grote groep tot de tanden bewapende inwoners van Elten bevrijdt in de late avond van 1 april (2e paasdag) hun dorpsgenoot, Jan Boekhorst, uit de gevangeniscel in Zevenaar. Het aantal bevrijders is bijzonder groot want op weg naar Zevenaar wordt op het land van Schepen Gunther, nabij de kerk in Oud-Zevenaar, zoveel rogge plat getrapt dat de schade twee dukaten bedraagt.

1783     Een zoveelste dysenterie-epidemie maakt ook in Oud-Zevenaar weer slachtoffers.  

 

1783    De  "Kriegsrath und Posmeister" B.A. von Weller koopt in Oud-Zevenaar de havezaten Poelwijck en Leemkuyl voor 42 duizend gulden (ongeveer 19 duizend euro).
 



Havezate Poelwijck in Oud-Zevenaar (eind 19e eeuw, kort voor de afbraak)                     

1784    Een felle en langdurige vorstperiode zorgt dat de rivieren tot op de bodem met ijs bedekt zijn. In februari zet de dooi in en in de middag van 29 februari breken bij Spijk dijken door. Een dag later zijn er dijkdoorbraken in Oud-Zevenaar. Een deel van de bevolking heeft een veilig onderkomen gevonden in de stad Zevenaar, die overigens ook voor een groot deel onder water staat. Er is onder de bewoners veel stress door vernielingen in huizen, verloren gegane voorraden in kelders, omgekomen vee en mensen in bittere koude en nood.

1784    Nadat door dijkdoorbraken begin maart 1784 grote delen van de Liemers onder water komen te staan, woedt tot overmaat van ramp op woensdag 10 maart een hevige orkaan uit het zuidwesten, die grote vernielingen aanricht.

1785    Zevenaar en omgeving worden getroffen door een hevige pokkenepidemie. Andere jaren met pokkenslachtoffers in de Liemers zijn o.a. 1724, 1730, 1773, 1791, 1799, 1801, 1807 en 1831.

1787    In Ambt Liemers worden in 1787 voor het eerst brandspuiten aangeschaft. De oudst bekende bergplaats van brandspuiten in het Ambt is voor Oud-Zevenaar havezate Poelwijk, voor Duiven en Loo de havezate Ploen en voor Groessen de R.K. pastorie.
De aanschaf van de brandspuiten in de Liemers in 1787 vindt plaats ruim een eeuw na de ontdekking van de brandspuit in 1671 door Jan en Nicolaas van der Heijden. Na deze uitvinding wordt een effectieve brandbestrijding mogelijk
.

1788    Om verspreiding van ziekten te voorkomen bepaalt de Kleefse overheid op 11 april, dat voortaan twee begrafenisgebruiken achterwege dienen te blijven te weten:
                    - het afleggen van het lijk door een groot aantal vrouwen uit de verre omtrek
                    - het meerijden van vele vrouwelijke familieleden op de lijkwagen.

 

1789    De Pruisische regering verbiedt vanwege de vele ongelukken, die er bij gebeuren de sint-jansvuren. Bij dit gebruik, dat jaarlijks plaatsvindt op 24 juni, dansen jongens en meisjes in een kring om het vuur en springen over vlammen. Niet zelden vatten hierbij de kleren vlam. De traditie van de sint-jansvuren gaat terug op de verering van Balder, de Germaanse god van de midzomer. Ondanks het in 1789 ingestelde verbod vinden de sint-jansvuren tot in het begin van de 20e eeuw in de Liemers plaats.

 

1789    In Leuffen wordt door Arnold Bolck uit Oud-Zevenaar een steenfabriek opgericht, waarvan de oven zo groot is dat daarin 340.000 stenen in een keer kunnen worden gebakken. 

1790    In  Oud-Zevenaar worden Jan Massop en Henrich Behnen aangesteld als brandmeesters. Zij zijn de oudst bekende brandmeesters in Oud-Zevenaar, dat enkele jaren eerder voor het eerst de beschikking kreeg over brandspuiten, essentieel voor een effectieve bestrijding van branden.

1791    Op dinsdag 10 mei trouwt de 26-jarige Matthias (Matheus, Tijs) Pol(l)man (1765-1816) in de R.K. Martinuskerk in Oud-Zevenaar met de 34-jarige Gertruda Ebbe(r)s (1762-1810) uit Wehl. Matthias Polman en Gertruda Ebbe(r)s zijn voorouders in rechte lijn (7 generaties) van Sam, Simon en Sjef van Keulen. Matthias Polman neemt in 1794 de pacht van de boerderij "De Sweeckhorst", Zweekhorstweg 3 in Oud-Zevenaar over van zijn vader. Buurtschap de Zweekhorst wordt in deze tijd gerekend tot Oud-Zevenaar.


De Oud-Zevenaarse Martinuskerk (foto) is de kerk waar veel voorouders Polman gedoopt zijn.
Ook voor de mensen die in de buurtschappen 't Grieth en de Zweekhorst wonen  is deze kerk tot ver in de 19e eeuw de parochiekerk. De voor hen veel dichterbij gelegen Andreaskerk in Zevenaar is tot die tijd uitsluitend bestemd voor de inwoners van Zevenaar-stad. 

 

1792    Op woensdagmorgen 2 mei omstreeks 7 uur in de ochtend ziet het dienstmeisje van Willlem Grob uit Ooy tot haar grote schrik iemand in het water van de Breuly liggen. Ze rent naar de in de buurt wonende Willem Gesthuizen, die vervolgens met hulp van Berend Jansen, Berend Clabbers en Willem Herben de drenkeling uit het water haalt. Om 8.30 uur is de gewaarschuwde chirurgijn C.P.M. Berlijn bij de drenkeling en ziet dat het kapelaan Engels van de Andreasparochie uit Zevenaar betreft. 
De drenkeling wordt vervolgens met hulp van 8 mannen naar het dichtstbijzijnde huis gebracht, waar de natte kleding wordt verwijderd en een wollen hemd wordt aangetrokken. Verder worden onder meer een warme kruik aan de voeten gelegd, het lichaam ingewreven met warme doeken en kruiden, in de neus een sterk prikkelende ammoniakvloeistof gespoten en in de endeldarm via de anus tabaksrook geblazen, in de maag een klein kopje braakwortel geblazen en op de arm vindt een aderlating plaats. Het betreffen de handelingen, die in deze tijd gebruikelijk zijn om iemand van de verdrinkingsdood te redden.
Nadat de chirurgijn intensief vier uur met de drenkeling bezig is geweest, krijgt hij assistentie van dokter Clumper, die vaststelt dat de patient alle inspanningen ten spijt stijf is. In de vroege avond wanneer chirurgijn Berlijn ongeveer 10 uur zonder succes met de behandeling bezig is geweest, vertrekt hij met instemming van dokter Clumper, die de dood vaststelt. 
Uit het onderzoek dat dokter Clumper instelt, komt vast te staan dat van zelfmoord geen sprake is. Kapelaan Engels kan daarom op vrijdag 4 mei 's morgens vroeg op het R.K. kerkhof begraven worden.

1794    Matthias (Matheus, Tijs) Pol(l)man (1765-1816), voorouder in rechte lijn (7 generaties) van Sam, Simon en Sjef van Keulen neemt de pacht van boerderij "De Sweeckhorst", Zweekhorstweg 3 in Oud-Zevenaar over van zijn vader. Buurtschap de Zweekhorst wordt in deze tijd gerekend tot Oud-Zevenaar.

 

1795    Omstreeks deze tijd wordt in Oud-Zevenaar een kapel ter ere van Maria gebouwd op de plaats waar in 1572 de Mariakerk verwoest werd.     
 
Oud-Zevenaar
verwoeste dubbelkerk 
Martinuskerk / Mariakerk  
(Rademaker)

1799    Na een zeer koude winter wordt de Liemers opnieuw getroffen door een grote overstroming. Een belangrijk deel van Leuffen (Leuven) wordt weggespoeld. De huidige Leuffense dijk, vanaf de Oliemolen onder Ooy -  Zevenaar tot voorbij Groessen, wordt aangelegd na deze overstroming. De Jesuitenwaay bij Groessen wordt nog altijd gekenmerkt door de gevolgen van de dijkdoorbraak in 1799.

1800    Op grond, die volgens het polderregister uit 1787 al "Schokkenkamp" wordt genoemd, bouwt Willem van Egeren een boerderij. 
Willem kent de omgeving goed want hij is de zoon van Jan van Egeren, die aan de overzijde van de weg boerderij Heckingstede in pacht heeft van de erven Hecking. Wanneer de bouw van de nieuwe boerderij in 1801 voltooid is, wordt deze achtereenvolgens bewoond door twee generaties Van Egeren (Willem en Lamert). In 1858 verkoopt Lamert van Egeren de boerderij aan Everardus Otten, waarna enkele generaties Otten de bewoners zijn totdat in 1927 Jan (J.W.) van Keulen (betovergrootvader van Sam, Simon en Sjef van Keulen) de hoeve koopt.

De boerderij van de familie Van Keulen aan de Pannerdenseweg in Ooy (midden 20e eeuw).

1801    Een kinkhoestepidemie teistert onder meer Oud-Zevenaar.

1802    In de zomer van 1802 wordt het in de regio bekend dat de Kleefse enclaves (met o.a. Zevenaar, Oud-Zevenaar, Duiven, Groessen, Loo, Huissen, Malburgen en Wehl) op termijn over zullen gaan naar Nederland. Velen  overvalt dit bericht en vrijwel alle hoofdgeerfden van de streek richten zich in een verzoekschrift tot de koning van Pruissen om in het belang van de ingezetenen de enclaves te behouden. Voorstanders van de overgang naar Nederland zijn er echter ook. Zij worden aangevoerd door de Zevenaarse Carel Herman van Nispen. 

1802   
In Wehl overlijden 22 inwoners aan roodvonk. Ook in Oud-Zevenaar vallen slachtoffers. Groessen en Zevenaar volgen in 1803.

1803   Op Camphuysen overlijdt Louis Michel van Heerde als laatste mannelijke telg uit het geslacht "Van Heerde tot Camphuysen". Zijn zuster Maria Anna verkoopt het huis in 1815 aan Frans Josef Anton de Neree van Babberich, in wiens familie het sindsdien blijft.
 


        Kamphuizen in Babberich / Oud-Zevenaar omstreeks 1965

 

1804    In Oud-Zevenaar sterven in 1804 zes kinderen aan een kwaadaardige variant van de zeer besmettelijke kinderziekte mazelen.

1805    In de parochie Oud-Zevenaar veroorzaakt een tyfusepidemie maar liefst 66 dodelijke slachtoffers. Ook in de omgeving van Oud-Zevenaar eist de ziekte haar tol. Zo zijn in Zevenaar 10 doden te betreuren en in Groessen 29 doden.  

1806   Hendrik de Bruin komt in het bezit van het Berghoofdse veer over de Oude Rijn op de weg tussen Oud-Zevenaar / Ooy en Pannerden. In 1849 wordt de familie Van de Bergh de nieuwe eigenaar.
 

.

1807    In de nacht van woensdag 18 op donderdag 19 februari veroorzaakt een hevige noordooster storm veel schade. In Doesburg wordt de schipbrug over de IJssel zwaar beschadigd.

1807    Pastoor Gerardus Mulder (1779-1864) uit Emmerich wordt gedurende een periode van maar liefst 54 jaar (1807-1861) pastoor van de St. Martinusparochie in Oud-Zevenaar. Onder zijn verantwoordelijkheid wordt een katholieke school gebouwd. Pastoor Mulder staat bekend om zijn milddadigheid.   

1808    In de katholieke St. Martinuskerk in Oud-Zevenaar worden soms ook protestanten begraven zoals op 12 januari 1808 Joanna Kelder en op 31 maart 1837 Joannes Christianus Melchers. De tegenstelling protestant - katholiek is in de Kleefse gebieden van de Liemers duidelijk veel minder groot dan in Nederland.

 

Een 19e eeuwse tekening van de Oud-Zevenaarse (Alt Sewenaer) St. Martinuskerk met daaromheen het kerkhof

 

 

1808    Op 26 juni krijgt koning Louis Napoleon (1778 - 1846), jongere broer van keizer Napoleon I en vader van de latere Franse keizer Napoleon III, op de Markt in Zevenaar een grootse ontvangst.

 


Lodewijk Napoleon van 1806 tot 1810 koning van Holland.

1809    Opnieuw grote overstroming in de gehele Liemers als gevolg van dijkdoorbraken te Oud-Zevenaar en de buurtschap Leuven; zeven mensen verdrinken. Bij de St. Martinuskerk is de hoogste stand van het water meer dan 15 meter boven Nieuw Amsterdams Peil.

"Onmiddelbaar in den Ooischen doorbraak, zo berichte de Zevenaarse richter, stonden drie huizen bewoond wordende door de familien van P. Holtendorp, J. van Uum en Grades Kruis. De familie van P. Holtendorp was in het huis van J. van Uum gevlugt en beide huisgezinnen hadden tegen negen uur 's-morgens geene andere retirade meer als het dak van het reeds vallende huis. Naar dat de ongelukkige familien bestaande uit vijf leeden een half uur op het dak gezeeten hadden, begon het dak met de stroom weg te drijven, en separeerde zig in verscheidene stukken. P. Holtendorp met zijne vrouw op een stuk van het dak drijvende had zoo veel praesence desprit eenig voorbij schemmend dun wilgenhout op te vatten, en daar mede de sparren en het stroo van het stuk dak waarop hij met zijne vrouw zat aan malkander te hegten. J. van Uum bij eenen willigenboom voorbijdrijvende verliet zijn stuk dat en retireerde zig op deezen boom die hem egter geen veiligheid gaf maar naar zijn verderven wierd, daar eenige tijd daarop, toen reeds twee aakens tot redding naaderden, eene ijsschots den zelven omwierp en op deeze wijze aan J. van Uum het leven verliezen deed. Alle overige leeden der Holtendorpsche en van Umsche familien werden door de aakens, maar eenige uuren naar dat den dijk gebroken was, gelukkig gered."

   

IJsgang tussen Arnhem en Westervoort, januari 1809
Op 3 januari 1809 raast een hevige sneeuwstorm over de Liemers, waarna de winter in alle hevigheid toeslaat. Rond de Pley bij Westervoort ontstaat een ijsmassa, die zowel de IJssel als de Rijn afsluit, waardoor stroomopwaarts de Liemerse bandijk van Oud-Zevenaar tot Westervoort onder zware druk komt.  Op vrijdagochtend 13 januari om 7.30 uur begeeft de dijk het bij Ooy in de buurt van Toetenburg. Enige uren later breekt de dijk bij de Loowaard door. In korte tijd staat de gehele Liemers onder water. Zelfs in het relatief hoog gelegen centrum van Zevenaar-stad staat het water meer dan 1 meter hoog. 

 

1810    Na de watersnood van 1809 wordt serieus overwogen een kanaal door de Liemers van Pannerden naar Doesburg te graven en de Nederrijn definitief te sluiten. Men gaat ervan uit dat de oplossing voor alle (overstromings)problemen een afleiding van het Rijnwater via de Liemers en de IJssel naar de Zuiderzee is. 

1810   Op donderdag 27 december 1810 overlijdt op 53-jarige leeftijd Gertruda Polman-Ebbers (1757-1810), echtgenote van Matthias Polman (1765-1816). Gertruda en Matthias, voorouders in rechte lijn (7 generaties) van Sam, Simon en Sjef van Keulen, hebben samen zes kinderen en wonen in boerderij "De Sweeckhorst", waar Matthias is geboren en getogen. Buurtschap de Zweekhorst tussen Zevenaar en Angerlo hoort in deze tijd tot het kerspel (parochie) Oud-Zevenaar.

 


   

1810   Koning Lodewijk-Napoleon komt in conflict met zijn broer waardoor hij in juli 1810 moet aftreden. Het Koninkrijk Holland, waartoe ook de Liemers in deze tijd behoort, gaat daardoor deel uitmaken van het Franse Keizerrijk. Zevenaar valt dan onder de Mairie Zevenaar, dat de stad en het kerspel Oud-Zevenaar omvat. In deze Franse tijd gaat het in de Liemers economisch wat minder slecht. Nadat de Fransen eind 1813 door de Pruisen verslagen zijn, wordt het ambt Liemers weer Pruisisch; Zevenaar (waartoe ook Oud-Zevenaar behoort) wordt een Burgermeisterey, die onder de Kreis Rees ressorteert maar op 1 juni 1816 wordt ambt Liemers onderdeel van het Koninkrijk der Nederlanden.          

1811    In Oud-Zevenaar overlijden in november en december 4 mensen aan dysenterie (een hevige bloedende buikloop; in de volksmond rode loop genoemd).

1812    In 1812 vindt de loting plaats voor militaire dienstplicht voor jongemannen, die in 1790 en 1791 geboren zijn. Velen van hen, die in militaire dienst moeten, komen terecht in de barre veldtocht diep in Rusland. Hierbij sneuvelen alleen al uit de gemeente Zevenaar (Zevenaar, Oud-Zevenaar, Ooy en Babberich) 21 mannen.

1813  Nadat de Fransen eind 1813 door de Pruisen verslagen zijn, wordt het ambt Liemers waartoe ook Oud-Zevenaar behoort weer Pruisisch; Zevenaar ( inclusief Oud-Zevenaar) wordt een Burgermeisterey, die onder Kreis Rees ressorteert maar op 1 juni 1816 wordt ambt Liemers onderdeel van het Koninkrijk der Nederlanden. Een situatie die tot in onze huidige tijd voortduurt.          

1815    Het Weense Congres besluit dat het gebied tussen Emmerick en de (huidige) grens Duits wordt in ruil voor de Duitse enclaves Wehl, Liemers (waaronder Oud-Zevenaar en Ooy) en Huissen, die tot Nederland gaan behoren. Lobith en Spijk worden vergeten en komen korte tijd later bij Nederland.

In de Algemene Acte van het Wener Congres van 9 juni 1815 worden de grenzen bepaald tussen het Verenigd Koninkrijk (Noord- en Zuid-Nederland), Frankrijk en Pruisen.
De voormalige Kleefse enclaves Huissen, (Oud-)Zevenaar en Duiven, Malburg en de heerlijkheid Weel (Wehl) worden aan het Verenigd Koninkrijk (Nederland) afgestaan.

 


1815    De Oud-Zevenaarse school, in feite niet meer dan een vertrek van de woning van koster Peter van de Kamp, gelegen naast de kerk en tegen de dijk, wordt in de winter bezocht door ongeveer 100 leerlingen en in de zomer door 25 leerlingen. Het totaal aantal kinderen dat voor de school in aanmerking komt bedraagt ongeveer 310. Oorzaken van het zeer grote schoolverzuim zijn bittere armoede en de grote afstanden. 


1815    Frans J.A. de Neree (1773 - 1846) koopt havezate Camphuysen. Het is in deze  havezate van de familie de Neree, waar op zaterdag 13 september 1873 de Oud-Zevenaarse schutterij St. Anna wordt opgericht

 

 

1816    Na de val van Napoleon komt Zevenaar (evenals Oud-Zevenaar en Ooy) eerst onder Nederlands en daarna opnieuw onder Pruisisch bewind, totdat het op 1 juni 1816 definitief overgaat naar het Koninkrijk der Nederlanden. Spijk en Lobith volgen Zevenaar iets later, want deze is men bij de onderhandelingen even vergeten. De overgang naar Nederland brengt geen voorspoed. De 19e eeuw wordt een periode van grote misoogsten, ziekten, honger, ellende en armoede. Handel en nijverheid zijn er nog nauwelijks en de meeste bewoners hebben een karig bestaan in de landbouw of leven van de bedeling.  

De Leeuwarder Courant van 31 mei 1816 meldt dat door de overgang van Zevenaar, Huissen, Malburgen en de Lijmers het  Koninkrijk der Nederlanden "met een niet onaanzienlijk met allervruchtbaarst bouwland en uitmuntende weiden beslagen en door nijvere inwoners bewoond territoir wordt vergroot". 


1816
    De bandijk tussen Oud-Zevenaar en Babberich wordt door de regering van het nieuwe Koninkrijk der Nederlanden waartoe de Liemers inmiddels behoort over een grote afstand geslecht en vervangen door een overlaatkade. Wanneer bij hoog water de overlaat werkt, worden talrijke bewoners van de Liemers door grote wateroverlast ernstig gedupeerd. Velen voelen zich als grensbewoners opgeofferd. Zo schrijft een woedend gemeentebestuur van Zevenaar in 1850 na opnieuw grote waterschade: "De waterschade is te weeg gebragt, niet door eene ramp, waartegen geene menschelijke magt iets vermag, maar door de daden van het Staatsgezag"
Twee jaar later in 1852 geeft de regering eindelijk toe en wordt de Liemerse overlaat gesloten. Vermoedelijk wordt dit niet gedaan omdat de regering in Den Haag zich het lot van de bevolking aantrekt maar veeleer om economische redenen, in verband met de aanleg van de spoorlijn Arnhem - Emmerich.     

1816    Uitgezonderd enkele dagen in augustus regent het in 1816 van half mei tot in november vrijwel onafgebroken. De Liemers verandert in een moeras. Ook in Oud-Zevenaar gaan de oogsten compleet verloren. Armoede is het gevolg en velen voeden zich met voedsel dat onder normale omstandigheden aan varkens gegeven wordt. Ook elders in Europa en de wereld is 1816 een extreem jaar. Naar schatting 200.000 mensen verhongeren in Europa. In veel landen breken voedselrellen uit. In latere jaren wordt duidelijk dat de extreme weersomstandigheden het gevolg zijn van de vulkaanuitbarsting van de Tambora op het eiland Sulawesi in de Indonesische Archipel.. 

1817   Nadat het gehele jaar 1816 het extreem slechte weer ook in Oud-Zevenaar voor enorme problemen zoals honger en armoede heeft gezorgd, verschijnt medio maart 1817 de zon, die zich daarvoor in dertien maanden vrijwel niet heeft laten zien. Het gewone klimaat keert eindelijk weer terug. 
Pas in de loop der 20e eeuw hebben wetenschappers vastgesteld dat de tijdelijke klimaatverandering, die de wereld en ook Oud-Zevenaar in 1816 kwelt, het gevolg is van de enorme vulkaanuitbarsting van de Tambora op het eiland Sulawesi in de Indonesische Archipel. Aan het begin van de 19e eeuw duurt het maanden tot jaren voordat nieuws van de andere kant van de wereld onze omgeving bereikt maar ook als men het toen eerder geweten had zou niemand een verband gelegd hebben tussen de vulkaanuitbarsting en de tijdelijke klimaatverandering.
 

1818    De provincie Gelderland is verdeeld in 17 districten of hoofdschoutambten, welke gezamenlijk 107 gemeenten of schoutambten omvatten.

1818    Op 15 maart meldt de Oud-Zevenaarse pastoor Mulder dat in het plaatselijke armenhuis zeven vrouwen en drie jongens wonen. Daarnaast worden in de parochie Oud-Zevenaar (dus inclusief Babberich en Grieth)  nog twee mensen geheel onderhouden door het armenfonds en  91 gedeeltelijk. Laatste genoemde groep is verdeeld over Babberich / Holthuizen (54 personen), 't Grieth (25 personen) en Ooy (12 personen).   

1819     Een veldmuizenplaag in de Liemers richt ook in Oud-Zevenaar rampzalige vernielingen aan.    

1820    In het vroege voorjaar worden door de ongewoon hoge temperatuur massa's smeltwater over de rivier aangevoerd, waarbij ten gevolge van de instorting van de Babberichse overlaat (zie ook 1809) de Liemers weer geheel en al overstroomt. Ook in Oud-Zevenaar is de schade door het water enorm.  

1820    De tabaksteelt krijgt na de overdracht van de Kleefse enclaves aan het Koninkrijk der Nederlanden een gevoelige klap door de hoge invoerrechten die voor de export van tabak naar Pruisen geheven worden.

1820    Een zestal inwoners van Oud-Zevenaar wordt onderscheiden vanwege het gedurende acht dagen  "onvermoeid met zelfopoffering redden van huisgezinnen en vee" bij de zware watersnood van 1820. De onderscheiden inwoners zijn: C.H.T. Nahuijs, ontvanger der accijnzen, alsmede de dagloners J. van Binsbergen, M. Jansen, H. v.d. Kamp en H. Lelieveld.

1821    Er zijn plannen ontwikkeld voor de aanleg van een groot kanaal dwars door de Liemers: Van de Kijfwaard bij Pannerden naar Doesburg. Deze plannen zijn echter nimmer uitgevoerd.


1824
    In Huize Hoek in Zevenaar wordt op 28 augustus geboren Carel (C.J.Ch.H.) van Nispen tot Sevenaer. Hij krijgt tijdens zijn leven landelijke bekendheid als een van de eerste politieke voormannen van de Rooms-katholieken. Als lid van de Tweede Kamer, waarin hij vaak en lang spreekt, geldt hij als leider van de katholieke fractie. In 1883 maakt hij deel uit van de Grondwetscommissie. 

 






 


Carel (C.J.Ch.H.) van Nispen
(1824-1884)




Huize Hoek in Zevenaar (hoek Grietsestraat Arnhemseweg) wordt in 1945 tijdens de laatste oorlogsnacht volledig verwoest

1825    Pastoor G. Mulder van Oud-Zevenaar beschrijft de wonderbaarlijke gebedsgenezing van het meisje Maria Gustenhoven, dat al vele jaren lijdt aan zeer ernstige kramp- en zenuwtoevallen.

De Liemers en omgeving uit een aardrijkskundig schoolboek door J.van Wijk Roelands Zoon uitgegeven door H.C.A. Thieme te Zutphen in 1827. Oud Zevenaar staat expliciet vermeld.

 

1826    Op 7 november 1826 koopt de in Oud Zevenaar geboren maar inmiddels  in Amsterdam wonende pianofabrikant Johannes van Raay (1775 - 1845) een huis aan de Hoofdstraat in Babberich. Het pand, dat hij grondig laat verbouwen en de naam Huize Valdijk geeft, wordt in de jaren dertig van de 19e eeuw uitgebreid met een forse toren, die in latere jaren weer wordt gesloopt waardoor het in onze tegenwoordige tijd geen toren heeft. 

 


Naast Huize Valdijk bezit Johannes van Raay nog andere panden in de omgeving waaronder Huize Liemerslust.

 

1827    Op zondag 22 juli omstreeks 19.00 uur wordt Gradus Polman in Oud-Zevenaar geboren. Hij wordt timmerman en trouwt op 6 november 1866 op 39 jarige leeftijd met Johanna Judith Jansen (roepnaam: Judith) uit Wehl. Gradus en Judith zijn voorouders in rechte lijn (5 generaties) van Sam, Simon en Sjef van Keulen.

Gradus Polman (1827 - 1892), in 1879 weduwnaar geworden, sterft op 8 december 1892 op 65-jarige leeftijd aan de gevolgen van tongkanker.

1828    In de zomer gaan ongeveer 85 kinderen regelmatig naar het schooltje bij de kerk in Oud-Zevenaar. In de winter zijn dit er ongeveer 155. Het totaal aantal kinderen in de schoolgaande leeftijd bedraagt ongeveer 310. Belangrijke oorzaken van het grote schoolverzuim zijn de intense armoede alsmede de grote afstanden.

1830    In deze tijd tot het midden van de 19e eeuw vinden jaarlijks processies naar de R.K. kerk in Oud-Zevenaar plaats ter ere van de Heilige Maria. Aan deze plechtige processies nemen vele omliggende dorpen deel. Zo komen veel deelnemers vooraf in Groessen bij elkaar vanwaar ze met kruis en vaandels onder leiding van de Groessense pastoor Kuppers biddend over de landwegen naar Oud-Zevenaar lopen. Ook vanuit Elten trekken veel gelovigen naar Oud-Zevenaar. In de tweede helft van de 19e eeuw komt de klad in deze processies maar aan het begin van de 20e eeuw neemt het enthousiasme voor de Mariaviering in Oud-Zevenaar weer sterk toe en tot in de tweede helft van de 20e eeuw vinden er dan weer processies ter ere van Maria plaats. 

1830     De Belgische opstand leidt tot afscheiding van Belgie van Nederland. 
Koning Willem I voert de militaire dienstplicht in. Velen voelen er echter weinig voor om voor een protestante vorst te vechten tegen het katholieke Belgie. Dit leidt ook in Ooy tot grote onrust. In Lobith trekt zelfs een groep jongemannen door het dorp, die dreigt het gemeentehuis in brand te steken. De gouverneur van Gelderland stuurt daarop 90 soldaten om de rust te herstellen. Honderd (jonge)mannen, die vervolgens worden gedwongen in militaire dienst te gaan, deserteren in de winter van 1830 - 1831 en vluchten naar Pruisen.

1831     Op dinsdag 15 februari 1831 komt een strafexpeditie bestaande uit tweehonderd manschappen, onder leiding van majoor Schimmelpenninck, naar Zevenaar, waartoe ook Oud-Zevenaar behoort, om orde op zaken te stellen en dienstweigeraars op te sporen. Ook Angerlo, Didam alsmede Herwen en Aerdt krijgen in februari 1831 met deze strafexpeditie te maken. Begin april is het de beurt aan Duiven, waar de strafexpeditie onwillige mannen, die niet in militaire dienst willen, inrekent.

1832     In januari overlijdt Peter van de Kamp, hoofdmeester in Oud-Zevenaar. Zijn zoon Theodorus van de Kamp volgt hem op. De school, waarop zij lesgeven, is veel te klein (7 bij 5 meter) vooral in de winter wanneer ruim 150(!) kinderen hier gebruik van maken. Gelukkig wordt twee jaar later, in 1834, een nieuwe school aan de overzijde van de Kerkweg gebouwd.

1834     Het kerkbestuur van Oud-Zevenaar laat aan de overzijde van de Kerkweg een nieuwe school bouwen. Hoofdmeester is Theodorus van de Kamp, die in januari  1832 zijn vader na diens overlijden opvolgt.

Op deze foto uit 1918 staat de Oud-Zevenaarse parochiekerk met geheel links (nog net zichtbaar) de school uit 1834, die tot 1897 als zodanig dienst heeft gedaan. Vanaf 1897 zal het schoolgebouw gebruikt worden als catechismuslokaal en weer later als opslagplaats. In nog latere jaren staat op deze locatie het parochiehuis / dorpshuis "de Tichel", dat inmiddels ook al weer geschiedenis is.   
 
 


1836
    Op 81-jarige leeftijd overlijdt vroedvrouw Catharina Wolters, vrouw van Jan Harmsen. Ze heeft meer dan een halve eeuw vanaf 1784 tot haar overlijden in 1836 als vroedvrouw gewerkt in Oud-Zevenaar en Babberich. In 1815 deed ze op 60-jarige leeftijd examen in Munster.

1837    Dijkdoorbraak bij Leuven / Leuffen (buurtschap in nabijheid van Oud-Zevenaar en Ooy), waardoor de Liemers voor de zoveelste keer overstroomt.

1837    De vroegste vermelding in de Liemers van een influenza-epidemie. In Oud-Zevenaar overlijden zeven mensen aan influenza.

1837    De parochie Oud-Zevenaar (in die tijd omvattende Oud-Zevenaar, Babberich, Grieth, Kwartier, Ooy, Zweekhorst en  Holthuizen) telt 349 huizen en ongeveer 2.200 inwoners, waarvan ongeveer 2.050 Rooms Katholiek en 130 Hervormd. Het overgrote deel van de bevolking is werkzaam in de landbouw.

1838    Polderdistrict Lijmers wordt gevormd. De belangrijkste doelstelling is de verbetering van de dijken langs de Oude Rijn en Rijn; een begrijpelijke keuze gezien de zeer vele dijkdoorbraken.

1839     Op het onderwijs in het Oud-Zevenaarse schooltje is volgens een rapport van hoofdinspecteur Wijnbeek heel wat aan te merken.

"Het onderwijs is zeer achterlijk: geen verstandsontwikkeling, de oude spelmethode, lezen op eenen treurigen toon zonder achtgeeving op de leesteekens .Het schrift is matig. Er is ook gebrek aan orde, hetgeen niet te verwonderen is in eene school van 350 kinderen zonder ondermeester". 


1840
    Tot omstreeks 1840 vinden in volle luister Mariaprocessies vanuit Elten, Groessen, Duiven, Pannerden en Loo naar Oud-Zevenaar plaats. Na 1840 stoppen deze georganiseerde bedevaarten geleidelijk; vermoedelijk omdat de "moderne" pastoor Mulder deze achterhaald vindt. In het begin van de 20e eeuw zal de Maria-devotie in Oud-Zevenaar echter weer met kracht herleven en komen de georganiseerde processies weer in zwang.


Oud-Zevenaar en omgeving in 1845

1842    Op de grens van Zevenaar en Oud-Zevenaar op de weg Zevenaar - Babberich wordt een nieuw Tolhuis in gebruik genomen. Deze tolgaarderswoning staat gedeeltelijk op de (zand)weg en is eigendom van de Staat. Voor de tol bevinden zich tolbomen en de te betalen tol is afhankelijk van het aantal en de breedte van de wielen alsmede het aantal personen. Aan het eind van de 19e eeuw komt er een cafe ("Den Oude Tol") bij het Tolhuis.

 


       Cafe "Den Oude Tol" gelegen tussen Zevenaar en Babberich wordt omstreeks 1999 afgebroken voor de aanleg van de Betuwelijn. 

1844    Arnold, Gijsje en Leida, 13, 11, 8 jaar, kinderen van Willem Janssen uit Oud-Zevenaar, zakken op donderdagavond 15 februari door het ijs van de Oude Rijn en verdrinken. Hun lichaampjes worden op zondag 18 februari gevonden  op de Ossenwaard, tegenover de zogenaamde Kijkuit, nabij Lobith.

1845     Na een uiterst strenge winter treedt op paasavond 22 maart de dooi in waarna veel landerijen onder water komen. In Oud-Zevenaar hebben de veehouders vrijwel geen veevoer meer. Op deze rampzalige situatie volgt in de zomer een aardappelziekte waardoor de aardappeloogst mislukt.   

1847    Het gemeentebestuur van Zevenaar vraagt aan het Oud-Zevenaarse parochiebestuur om gegoede parochianen te verzoeken pootaardappels voor arme burgers beschikbaar te stellen.

1850    De Warnsveldse molenaar Hendrik Meijer bouwt molen "De Hoop" in Oud-Zevenaar.

 

 
De in 1850 gebouwde molen De Hoop aan de Babberichseweg in Oud-Zevenaar wordt in 1852 eigendom van de familie Pijnappel, een echte molenaars- en bakkersfamilie, die omstreeks 1900 ook de windmolens van Babberich, Ooy (bij Zevenaar), Duiven, Pannerden, Klarenbeek en Posterenk (bij Voorst) in bezit heeft.

1850    Rivierwater, dat  op 5 februari door de hoge waterstand als gevolg van ijsopstopping over de Liemerse overlaat stroomt, zorgt er voor dat ook in Oud-Zevenaar wateroverlast veel schade veroorzaakt. De inwoners vragen zich af waarom zij als  grensbewoners opgeofferd moeten worden voor het gewaande nut van de Liemerse overlaat. Blijkbaar zijn de belangen van de grensbewoners ondergeschikt aan die van de inwoners van "Holland". Ook het gemeentebestuur van Zevenaar is woedend en uit onomwonden haar gevoelens door te stellen dat de schade niet het gevolg is van een natuurramp maar van wandaden van de rijksoverheid.
Enkele jaren later in 1852 geeft de rijksoverheid eindelijk toe en wordt de Liemerse overlaatkade op dijkhoogte gebracht. In 1855 wordt ook de overlaat bij Bingerden opgehoogd.

1851    De zomer verloopt voor de boeren rampzalig. Een lange periode van hitte en droogte eindigt met een hevig onweer met hagel en storm.

1851    Bijna 9% van de Zevenaarse bevolking is afhankelijk van de bedeling. In grote en Europese steden is dit percentage halverwege de 19e eeuw dramatisch hoger: Amsterdam 30%, Londen 35% en Parijs 35%. Het  Zevenaarse gemeentebestuur maakt zich grote zorgen. Zij zoekt de oorzaak in de lustgevoelens van de huwbare armen:

"een algemene oorzaak voor de vermeerdering van de armoede wordt gevonden in de vroege en vermenigvuldige huwelijken van de armen en minst gegoede, waardoor hun aantal buitengewoon vermeerdert"    

   

 

Ook in de Liemers vinden we in voorgaande eeuwen diverse armenhuizen bestemd voor mensen afhankelijk van de bedeling.

 

Op de foto links zien we een huis (plaatselijk ook bekend als "Maagdenklooster") op de hoek Kerkweg-Dijkweg dat  tot 1916 in Oud-Zevenaar als armenhuis heeft gediend. In het armenhuis heeft iedere arme een kamer. In 1924 is het huis verbouwd tot woonhuis. 

Op de achtergrond de Martinuskerk

1852    In een heel jaar verdient een arbeider in de Liemers ongeveer 300 gulden (135 euro).

1852     De legendarische pastoor G. Mulder (1779 - 1864), meer dan een halve eeuw van 1806 tot 1861 pastoor van de R.K. Martinuskerk in Oud-Zevenaar, viert in 1852 zijn vijftigjarig priesterjubileum. Ter gelegenheid hiervan schenkt de parochie hem een zilveren kelk, die vervaardigd is door de befaamde Eindhovense zilversmid W. F. Hermans(1835 - 1867).

 

1853    De Zevenaarse Andreasparochie (R.K.) wordt uitgebreid met de buurtschappen Grieth en Zweekhorst, die tot dan tot de Martinusparochie in Oud-Zevenaar behoren.

De Martinusparochie in Oud-Zevenaar is tot 1853 zeer uitgestrekt. De parochie omvat niet alleen de dorpen Ooy, Oud-Zevenaar en Babberich maar ook de buurtschappen Holthuizen, 't Griet(h) en de Zweekhorst. Vooral de inwoners van de Zweekhorst moeten voor het wekelijkse kerkbezoek aan  hun parochiekerk een relatief grote afstand (ongeveer 10 km.) overbruggen. Veel voorouders Polman wonen in de 19e eeuw op 't Grieth en de Zweekhorst. Het is dan ook voor hen een belangrijke verbetering, wanneer ze vanaf 1853 voor het kerkbezoek gebruik mogen maken van de Zevenaarse Andreaskerk. 

 

 

De eeuwenoude R.K. Kerk in Oud-Zevenaar vanuit de dijkzijde gezien (foto's zomer 2008).

 

   


1855
    Door ijsopstopping breken 3 maart de Rijndijken bij Bislich (in de omgeving van Wesel). Het Houwbergse veer (bij Elten over de Oude Rijn) wordt door de zware ijsgang van zijn kettingen gerukt en later in Leuven (buurtschap tussen Oud-Zevenaar en Groessen) teruggevonden. Vanuit Zevenaar en Duiven wordt in de vroege ochtend van 5 maart het eerste rivierwater gemeld. In Angerlo en Lathum kampt men nog eerder met de wateroverlast. Grote delen van de Liemers staan in maart 1855 blank.

 

IJsgang op de IJssel voor Westervoort in 1855

1855    De burgemeester van Bergh, ondersteund door inwoners van Babberich, Didam, Herwen en Aerdt, Oud-Zevenaar en Beek, verzoekt de minister van Binnenlandse Zaken om in Babberich een treinstation te realiseren aan de nieuwe spoorlijn Arnhem - Emmerik. Het verzoek wordt in eerste instantie afgewezen. Ruim veertig jaar later op 1 mei 1897 wordt Babberich toch halteplaats voor internationale treinen. Op 22 mei 1932  zal deze halte weer gesloten worden. 

1856    Station Zevenaar wordt op 15 februari, gelijktijdig met de verlenging van de Rhijnspoorweg naar Emmerik, geopend. De spoorlijn via Zevenaar naar Duitsland veroorzaakt niet alleen een belangrijke economische impuls voor de regio maar ook voor het land als geheel.

Station Zevenaar kort na de opening in 1856
Het imposante station heeft een eerste, tweede en derde klas restauratie. Er zijn duidelijke regels: Zo is de tweede klas restauratie bestemd voor ambtenaren en middenstanders.

Restaurateurs in station Zevenaar zijn onder meer "dikke" Jan Bus, Dopheide en Gietelink geweest. 

Ruim honderd jaar na de opening in 1856 wordt dit station in 1961 afgebroken en vervangen door het huidige (eenvoudige) station.

 

Hetzelfde station in Zevenaar in 1938
Het station is ruim tachtig jaar na de bouw nog steeds onveranderd. Het is vrijwel identiek aan het toenmalige Arnhemse station. Tot het midden van de 20e eeuw stoppen alle internationale treinen in Zevenaar, ondermeer voor de afhandeling van douaneformaliteiten, maar ook voor het reizigersvervoer. In de tweede helft van de 20e eeuw vermindert het belang van het station Zevenaar, doordat de douanetaken worden overgenomen door het station Arnhem en internationale treinen niet meer in Zevenaar stoppen.

In de Tweede Wereldoorlog wordt het station ernstig beschadigd door bombardementen vanuit geallieerde vliegtuigen. Na de oorlog wordt het station hersteld. Aangezien het station, gezien de veranderde situatie, veel te groot is wordt het  in 1962 vervangen  door een klein station.   

 

 


1857
     Jan van Nispen tot Sevenaer verwijt Koning Willem III naar aanleiding van de invoering van de onderwijswet van 1857 dat deze katholieken als "tweederangs" burgers beschouwt. Willem III komt vervolgens naar Zevenaar om dit "misverstand" recht te zetten. Voorafgaande aan zijn komst ontstaat echter een hoogoplopende ruzie tussen districtscommissaris Jan van Nispen tot Sevenaer en zijn broer de Zevenaarse burgemeester Carel Everard van Nispen tot Pannerden over de vraag bij wie (Jan of Carel Everard) de koning moet komen en wiens vrouw aan de rechterzijde van de koning mag zitten. Een commissie bestaande uit burgemeesters van naburige gemeenten geeft Jan gelijk waardoor de Koning tijdens zijn bezoek aan Zevenaar naar Huis Sevenaer komt en de vrouw van Jan naast de koning mag plaatsnemen. Tijdens het bezoek van de koning valt geen onvertogen woord tussen de beide broers maar na afloop is er wel een blijvende verwijdering.



       Willem III       

1857    Bijna krijgt Zevenaar kort na de opening van de spoorlijn Amsterdam - Keulen weer een nieuwe spoorverbinding: Enschede zoekt verbinding met de spoorlijn Amsterdam - Keulen. Er wordt een concessie verleend voor de aanleg van een spoorlijn Zevenaar-Borculo-Enschede-Rheine en van meedere kanten worden gelden toegezegd, maar het plan wordt niet gerealiseerd.

1858    Pokkenepidemie in Zevenaar. Onder de dodelijke slachtoffers is Theodorus van de Kamp (*04-04-1804 - 01-05-1858), hoofd van de lagere school in Oud-Zevenaar.
Theodorus van de Kamp wordt na zijn overlijden als schoolmeester in Oud-Zevenaar opgevolgd door de uit het Duitse Kranenburg afkomstige Theodor Riswick, die in december 1857 tot Nederlander is genaturaliseerd.

1858    Verschijning van Maria in Lourdes; ook op de overwegend katholieke bevolking van Oud-Zevenaar maakt dit diepe indruk.  

1859    In het provinciaal verslag over 1859 wordt gemeld dat in Zevenaar en de "geheele Lijmers, zooals doorgaans weinig heerschende ziekten zijn voorgekomen". Het wordt toegeschreven aan de "gezonde ligging" van deze streek.

1860    Pastoor Gerardus Mulder van de Martinuskerk in Oud-Zevenaar klaagt bij de Aartsbisschop van Utrecht dat hij meermalen bij zijn parochianen moet aandringen de begrafeniskosten op tijd te betalen. Zo heeft hij in 1859 tien overleden armen begraven van wie niets aan geld is binnengekomen.  

1861    Nadat het half december 1860 is gaan vriezen, zet op 16 januari de dooi in waarna het ijs zich opeenpakt en het water snel stijgt. Op 29 januari stroomt de Pannerdense Waard onder. Een dag later lopen door een zeer hoge waterstand van de Oude Rijn de spoorlijn en de postweg tussen Babberich en Elten op diverse plaatsen over. Korte tijd later spoelt de spoordam over een afstand van 100 meter weg, waarna de bandijk onder grote druk komt en een zeer ernstige situatie ontstaat. Met man en macht wordt getracht om de bandijk te versterken. Ter versterking van zwakke plekken gebruikt men pannen en stenen van een bakoven. In de vroege ochtend van donderdag 31 januari blijkt dat de inspanningen vergeefs zijn en breekt de dijk door. Reeds op de tweede dag na de doorbraak bezoekt Koning Willem III het rampgebied.

Koning Willem III en zijn eenjarige dochter prinses Wilhelmina in 1881

Koning Willem III bezoekt op zaterdag 2 februari 1861 in het getroffen gebied zowel Zevenaar als Westervoort
.

1864     Op dinsdag 15 maart overlijdt in Zevenaar de legendarische Gerardus Mulder, sedert 1861 rustend pastoor van de R.K. Martinusparochie in Oud-Zevenaar, in de ouderdom van 84 jaar en 7 maanden. De in 1779 in Emmerich geboren Mulder was er meer dan een halve eeuw, van 1806 tot 1861, pastoor. Tijdens zijn pastoraat is de katholieke school in Oud-Zevenaar gebouwd.



                                De eeuwenoude Martinuskerk in Oud-Zevenaar  
   
       

1865    Tijdens het pastoraat van pastoor G.J. Oosterik wordt de Mariakapel aan de zuidzijde van de Oud-Zevenaarse St. Martinuskerk vervangen door een zijschip. In het begin van de 20e eeuw zal dit zijschip onder invloed van de opbloeiende Mariaverering weer worden afgebroken en vervangen door de Mariakerk, zoals we deze in onze tijd ook kennen.     


Op deze afbeelding uit 1911 is goed te zien dat aan de zuidzijde (rechts) van de Martinuskerk in Oud-Zevenaar, het zijschip is vervangen door de Mariakerk 

1867    Door runderpest gaat het grootste deel van de veestapel verloren. Op 19 januari wordt de runderpest in Zevenaar geconstateerd. In de volgende twaalf dagen gaat vrijwel de gehele veestapel verloren. Ook buiten Zevenaar in de buurtschappen Ooy / Oud-Zevenaar en Grieth en op Poelwijk heerst de ziekte waardoor daar 441 stuks moeten worden afgemaakt. De ramp is zo onvoorstelbaar groot dat er in Nederland geen voorbeeld bestaat van het binnen zo weinig dagen op gelijke wijze verspreiden van zo'n vreselijke ziekte. Ook de oogst is slecht waardoor 1867 door de bevolking als rampjaar ervaren wordt.

1868    Extreme droogte in de Liemers veroorzaakt voedseltekort.

1871    In de zeer vroege ochtend van 27 maart treft een vreselijke ramp de familie Bruins, wonende aan de Bemweg in de buurtschap Holthuizen, tussen Babberich en Oud-Zevenaar. Hun hofstede "De Oude Bem" brandt die ochtend volledig af. Een elfjarig dochtertje (Agnes Bruins) loopt hierbij gruwelijke brandwonden op maar op wonderbaarlijke wijze overleeft zij de ramp. Het pand en de roerende zaken waren voor in totaal 2400 gulden (1100 euro) verzekerd.     


Schilderstuk op hout door Agnes Bruins, gemaakt als herinnering aan het huis dat in 1871 volledig is afgebrand. De zwarte punten zijn aantastingen door houtworm.

 

1871   Op maandag 2 oktober 1871 overlijdt in zijn geliefde Zevenaarse kasteel Enghuizen Carl Hendrik Pelgrom (1815 - 1871). Hij wordt op donderdag 5 oktober begraven bij de R.K. kerk in Oud-Zevenaar. Een groot deel van zijn nalatenschap is bestemd voor de stichting van een R.K. verzorgingshuis, de Pelgroms Stichting, in Zevenaar. 
Carl Hendrik Pelgrom, geboren op donderdag 31 augustus 1815 in Zevenaar, priester gewijd in 1843, achtereenvolg
ens kapelaan in Haarlem (1843 - 1844), Delft (1844 - 1848) en vervolgens pastoor in Brielle (1848 - 1855) gaat vanwege een slechte gezondheid in 1855 met emeritaat en woont de laatste jaren van zijn leven in zijn ouderlijk huis Enghuizen in Zevenaar.

 


Grafsteen van C.H. Pelgrom in de muur van de R.K. Kerk in Oud-Zevenaar. De afbeelding is van 21 april 2014, de steen is in de loop der tijd sterk verweerd. De nog moeilijk leesbare tekst luidt: Rustplaats van de Weledel Geboren Zeer Eerwaarde Heer C.H. Pelgrom van Enghuizen R.C. Priester Oud-Pastoor van Brielle geboren 31 augustus 1815 overleden 2 october 1871 Fundateur Pelgrom Stichting

 

1873    In  havezate Camphuysen wordt op zaterdag 13 september de Oud-Zevenaarse schutterij St. Anna opgericht.

 


                                                       Havezate Camphuysen omstreeks 1960

 

1875   Bij Koninklijk Besluit (K.B.) van 27 oktober (Staatsblad nr 183) wordt station Zevenaar hoofdstation.  Zevenaar is na Amsterdam en Rotterdam het derde grootste spoorstation voor het goederenvervoer in Nederland. Ook als grensstation is station Zevenaar uitermate belangrijk. Passagiers moeten vijftien minuten voor vertrek aanwezig zijn en vijf minuten voor vertrek wordt het loket gesloten. Het belang van Zevenaar als grensstation verandert volledig wanneer in de beginjaren vijftig van de 20e eeuw reizigers voor douane - controle niet langer hoeven uit te stappen, waardoor Zevenaar veel diensten kwijtraakt.


Stationcomplex Zevenaar, Staatsspoor (1913)

1876    Theodor Riswick, van 1858 tot 1876 schoolmeester in Oud-Zevenaar, wordt opgevolgd door Johannes Aldenhuijsen uit Valburg. 

1876   Alexander Bell ( 1847 - 1922) vindt de telefoon uit. Het zal dan echter nog veel meer dan een halve eeuw duren voordat de telefoon ook in het dagelijks leven van gewone mensen haar intrede doet. Zo bedraagt het aantal telefoonaansluitingen in Zevenaar in 1915 nog maar ongeveer dertig. Het zijn tot het midden van de 20e eeuw voornamelijk zakenmensen en notabelen, die over telefoon beschikken.


Aangeslotenen op telefoon in Zevenaar in 1915

 

1877    Pastoor Carolus A. Alferink wordt pastoor van de R.K. parochie Oud-Zevenaar. Hij blijft dit tot begin maart 1887 wanneer hij na een zeer kort ziekbed overlijdt.
 


Kerk in Oud-Zevenaar
(begin 20e eeuw) 

 

1878  De uit Loo afkomstige bakker Jacobus Ebben bouwt een korenmolen in de nabijheid van de Ooyse Slenterweg. In het vakblad "De Molenaar" wordt de molen in 1909 "De Ooysche Kroon" genoemd. In 1910 wordt er een motormaalderij aan toegevoegd en in de twintger jaren wordt de molen ontwiekt. Na een brand in 1962 raakt de molen volledig in verval. In onze tijd  resteert nog slechts een klein gedeelte van de romp.

 


Ooy, molenrestant
eind 20e eeuw

1880    De R.K.school van de Sint Martinusparochie in Oud-Zevenaar houdt, na het vertrek van hoofdmeester J.H. Aldenhuijsen naar Loo, op te bestaan. De kinderen moeten naar scholen in de omgeving maar velen spijbelen. In oktober 1888 wordt de school weer heropend met de uit Arnhem afkomstige Wilhelmus Kemper als hoofdmeester. Enkele jaren later, in 1892, wordt laatstgenoemde opgevolgd door Hermanus Paardekoper uit Rijsenburg maar in 1897 ziet het kerkbestuur zich opnieuw genoodzaakt de R.K. school te sluiten. Een jaar later opent de gemeente Zevenaar een openbare school aan de Slenterweg in Ooy.

1880    De uit Oirschot afkomstige George Kepper huurt het eeuwenoude kasteel/havezate Poelwijk in Oud-Zevenaar en start daarin een protestantse jongeherenschool; het is een kostschool waarvan de leerlingen merendeels uit de kolonien afkomstig zijn.

De Oud-Zevenaarse havezate Poelwijk omstreeks 1882
In de periode 1880 - 1886 is hier een kostschool voor jongens gehuisvest. Deze school zal per 1 mei 1886 in Utrecht voortgezet worden. Als de eigenaren van Poelwijk er vervolgens niet in slagen een nieuwe huurder te vinden, wordt de havezate enkele jaren later in 1891 afgebroken en vervangen door een boerderij.  


1882    Het voorjaar is uitzonderlijk nat waardoor er weer sprake is van ernstige wateroverlast.

1882    Op 3 november overlijdt in de parochie Oud-Zevenaar op 86 jarige leeftijd Joannes/Jan Jurrius (1796-1882). Hij en zijn vrouw Maria Roelofs (1797-1868) zijn voorouders in rechte lijn (6 generaties) van Sam, Simon en Sjef van Keulen.

1883    De aardappeloogst gaat voor het tweede achtereenvolgende jaar door wateroverlast verloren

1883    Dat het alcoholgebruik in Oud-Zevenaar niet gering is, blijkt uit het feit dat de Oud-Zevenaarse kasteleins in de periode 1 januari tot en met 30 november 1883 zesduizend liter jenever hebben geschonken. Oud-Zevenaar telt in deze tijd ongeveer 1000 zielen.

1884   Oud-Zevenaar krijgt landelijke bekendheid door een geslaagd experiment van enige plaatselijke fruittelers, waarbij ze  appelen gedurende de  winter bewaren door ze in te kuilen.

1885    Komst van de "blotevoetenpaters" in Babberich; voor deze volgelingen van de Heilige Franciscus is in 1885 een klooster en kloosterkerk gebouwd. De katholieken mogen in deze kerk hun "zondagsplicht" vervullen, maar blijven formeel parochianen van de St. Martinusparochie in Oud-Zevenaar.
 


Klooster en kapel aan de Beekseweg komen gereed in 1885  

1886    Op donderdag 26 augustus omstreeks 17.30 uur breekt brand uit in het woonhuis van het landgoed "De Nooteboom" in Oud-Zevenaar. Het landgoed dat een geschiedenis kent van meer dan vierhonderd jaar, in 1450 wordt het al vermeld, gaat bij de brand volledig verloren. Op het moment van de brand is O. Baron van Wassenaar van Catwijck eigenaar en landbouwer G. Bus pachter. Op de plek van het landgoed staan in onze tijd een boerderij en een bungalow.

1886    Op 14 april wordt in Venray geboren (Lam)bertus Wilmsen. In 1909 komt hij als boerenknecht naar Oud-Zevenaar waar hij vele decennia met zijn schapen en hond rondtrekt en uitgroeit tot een  legendarische schaapherder. De allerlaatste jaren van zijn leven woont hij in de Pelgromstichting op de Marktstraat in Zevenaar waar hij op 14 maart 1965 overlijdt.
 


Sculptuur in het dorpscentrum van Oud-Zevenaar
onthuld op 20 juni 1995 dat herinnert aan de 
legendarische schapenhoeder van boerderij Poelwijk

 

1887    Op vrijdag 4 maart 1887 wordt de Oud-Zevenaarse pastoor Carolus A. Alferink plotseling onwel. Hij ontvangt nog diezelfde dag de laatste heilige sacramenten en overlijdt in de zeer vroege ochtend van zondag 6 maart op de leeftijd van 67 jaar. Alferink, die 10 jaar pastoor is geweest in Oud-Zevenaar wordt opgevold door Lambertus H. van Egeren.
 


Oud-Zevenaar omstreeks 1900
 

1888    Tussen 1878 en 1895 treft een enorme landbouwcrisis Europa. Deze is het gevolg van import van goedkope landbouwproducten uit de Verenigde Staten en Canada waardoor prijzen sterk dalen en veel boeren landarbeiders ontslaan. Werkeloosheid en armoede nemen sterk toe. Een aantal mensen, ook uit onze omgeving, besluit onder druk van de omstandigheden voor werk naar het buitenland te vertrekken zoals naar het Duitse Ruhrgebied en de Verenigde Staten. Voor sommigen is dit vertrek tijdelijk, anderen vertrekken definitief.

1890    In Oud-Zevenaar wordt het schooltje, dat daar sinds mensenheugenis bij de kerk en het oude kerkhof heeft gestaan, gesloten.



Plattegrond van Oud-Zevenaar omstreeks 1850

1. Pastorie
2. Armenhuis
3. Cafe de Pelikaan
4. School
5. Kerkingang
Als het schooltje (nummer 4) in 1890 wordt gesloten, is het een van de laatste parochiescholen in Nederland. De onderwijskrachten worden tot dan betaald en benoemd door het kerkbestuur. Na de sluiting in 1890 gaat een deel van de kinderen in Babberich naar school en een ander deel in Zevenaar-stad. Door overbelasting van de school in Babberich wordt na enkele jaren de oude  school in Oud-Zevenaar weer geopend totdat op 10 oktober 1898 de nieuwe  gemeenteschool in Ooy wordt geopend. In 1956 gaat de huidige Martinusschool aan de Martinusweg van start.

 

   

1890     Wanneer het in de maand mei warm wordt, krijgen vooral Oud-Zevenaar, Herwen en Aerdt en omgeving te maken met een enorme meikeverplaag. Zwermen meikevers vreten in korte tijd het blad van planten op. De schade is enorm.

1891     De havezate Poelwijk in Oud-Zevenaar wordt afgebroken, waarmee een brok geschiedenis van meer dan vijfhonderd jaar verdwijnt. De havezate Poelwijk staat tot  1891 op de plaats waar nu de boerderij van de familie Weenink staat. Deze boerderij draagt ook de naam Poelwijk.

Links de beschilderde tegel van Huis Poelwijk door H. von Weiler tot Poelwijk

Rechts Huis Poelwijk in 1890 kort voor de afbraak
Op de voorgrond de in 1856 geopende spoorlijn Arnhem-Zevenaar-Emmerich

 

1892   De oorspronkelijk uit Friesland afkomstige Willem Okkes (1856 - 1916) koopt de veldovensteenfabriek, de Panoven, in Ooy. Okkes is een veelzijdig ondernemer, die patenten (bevoegdheden) bezit als koopman, timmerman, pannenbakker, metselaar en architect. In 1934 wordt J.F. Kruitwagen eigenaar van de steenfabriek, die op de Rijksmonumentenlijst staat als zijnde cultureel en industrieel erfgoed.     


 
De villa rechts aan de Oud-Zevenaarseweg wordt in 1903 gebouwd door steenfabrikant Okkes. In 1909 koopt notaris Feldbrugge het pand, in 1917 wordt het verkocht aan een zustercongregatie uit Texas en omstreeks 1930 wordt gemeentesecretaris Van der Heijden eigenaar. De afbeelding is van omstreeks 1915, geheel links zijn nog de quarantainebarakken te zien voor de zieken, die tijdens de Eerste Wereldoorlog van over de grens komen.

1894    Zevenaar is in 1894 de vijfde plaats in Gelderland (na Arnhem, Nijmegen, Apeldoorn en Zutphen) waar zich een tandmeester vestigt. Het is de uit Kleef afkomstige Friedrich Nagel, die zich van de in deze tijd bijzonder modieuze titel "tandarts" bedient.   

1894    In Ooy wordt "Schutterij en Ringrijdersvereniging Eendracht Maakt Macht" opgericht. Het doel is: "ieder jaar tijdens de Oud-Zevenaarse kermis een feest te organiseren bestaande uit het houden van een optocht, schieten en ringrijden om prijzen".
 

 


Schutterij E.M.M. halverwege de 20e eeuw

1897    Op 1 december telt de gemeente Zevenaar, waartoe ook Babberich en Oud-Zevenaar behoren, 4342 inwoners, verdeeld over 2285 mannen en 2057 vrouwen.
 

1898    Aan de Slenterweg in Ooy wordt op 10 oktober openbare school III (derde lagere school in de gemeente Zevenaar), genaamd Kon. Wilhelminaschool, in gebruik genomen. Hoofd van deze school wordt Aloysius Verheijen uit Oldenzaal. In 1923 wordt de school overgedragen aan het parochiebestuur van Oud-Zevenaar en wordt het een R.K. school. In 1956 verhuist de school van de Slenterweg naar een nieuw gebouw (hoofd der school de heer Jorna) aan de Martinusweg in Oud-Zevenaar. In het oude schoolgebouw komt de Lagere Landbouwschool, die in 1973 sluit waarna het gebouw in gebruik wordt genomen door Scouting Zevenaar.
 


Schoolplaat (onderwerp: Aan de Rivier) zoals deze in de eerste helft van de 20e eeuw op de school in Ooy is gebruikt.  

 

1899   De familie Van de Sandt laat hun boerderij (het Uiversnest) aan de Babberichseweg in de buurtschap Holthuizen tussen Oud-Zevenaar en Babberich slopen en bouwt een nieuw statig herenhuis


Het in 1899 door Frans van de Sandt gebouwde herenhuis dat in 1950 wordt gekocht door de familie Visscher uit Arnhem. Afb.: Babberichseweg nr 49 omstreeks 1955 

 

1899    Op vrijdag 5 mei overlijdt op 55 jarige leeftijd pastoor Theodorus Bader. F. Th. Weitjes wordt vervolgens de nieuwe pastoor van de R.K. parochie Oud-Zevenaar. Gedurende diens pastoraat wordt de uit 1865 daterende Zuidbeuk van de St. Martinuskerk gesloopt en vervangen door een Mariakerk


F. Th. Weitjes 
pastoor in Oud-Zevenaar van 1899-1912 

 

1900    De nieuwe eeuw begint slecht voor de familie Wanders. Hun huis in Wijk D huisnummer 47 (in onze tijd: Groessenseweg 1) in Oud-Zevenaar brandt volledig af. Het boerderijtje staat op grond, die in een atlas uit 1735 "Barkeland" wordt genoemd. In latere jaren wordt het ook als "Speldendreef" vermeld. In 1818 wordt op deze grond een woning gebouwd, die in 1854 wordt afgebroken voor de aanleg van de spoorlijn Arnhem-Zevenaar. Enige meters naar achteren wordt in de tuin een nieuw huis gebouwd dat in 1900 afbrandt, waarna herbouw plaatsvindt. Gedurende een periode van bijna 150 jaar van 1818 tot 1964 zijn achtereenvolgens diverse generaties Wanders bewoners geweest van "Barkeland"


 

1900    De Vlaamse klokkenmaker C. Teirlinck uit Segelsem repareert in de zomer van 1900 een gebarsten klok van de Oud-Zevenaarse Martinuskerk. De kosten bedragen 380 franken en 32 franken voor de reis (in geld van nu omgerekend in totaal ongeveer 90 euro)

 

1901   Willem Okkes (1856 - 1916), eigenaar van de "Panoven" in Oud-Zevenaar, bouwt naast de oude pannenbakkerij een nieuwe steenoven. In de periode 1906 - 1910 werken op de fabriek ongeveer 25 arbeiders. In 1927 wordt de oude oven gesloopt..

 

1901    Op woensdagavond 4 september brandt door onbekende oorzaak de schuur van boer Jansen in Oud-Zevenaar volledig af. Naast een hooimijt en de volledige korenoogst komen 14 varkens en 150 kippen in de vlammen om.

1902    Op vrijdag 15 augustus, wat in deze tijd de feestdag Maria Hemelvaart is, wordt de uit Oud-Zevenaar afkomstige F.J. Pruijs priester gewijd. Hij wordt kapelaan in Amersfoort. In latere jaren wordt hij kapelaan in Zwolle en pastoor in Neede (Gld.) en Joure.

1903   Steenfabrikant Okkes laat op de Oud-Zevenaarseweg in Oud-Zevenaar een villa bouwen.     


 De door steenfabrikant Okkes gebouwde villa (omstreeks 2000)

1904    Het jaarloon voor een inwonende boerenknecht bedraagt 80 tot 180 gulden; een inwonende meid ontvangt 60 tot 125 gulden.

 

 

Sculptuur in het centrum van Oud Zevenaar
Onthuld op 20 juni 1995

Het betreft een blijvende herinnering aan Lambertus (Bertus) Wilmsen, die in de eerste helft van de twintigste eeuw vele tientallen jaren met de schapen van boerderij Poelwijk door de omgeving van Oud-Zevenaar heeft getrokken.  
 

Bertus is geboren in 1886 in Venraaij en komt op jeugdige leeftijd als boerenknecht naar Zevenaar, waar hij op 14 maart 1965 overlijdt. 

 

1905    Op zondag 14 september vindt in Oud-Zevenaar een groot Maria-feest plaats. Dit feest, georganiseerd door de R.K. parochie Oud-Zevenaar samen met diverse andere parochies uit de Liemers, luidt een hernieuwde periode in met Oud-Zevenaar als bedevaartsplaats ter ere van Maria.

 

1906    Aan de Dijkweg (Lijkweg) in Oud Zevenaar wordt een nieuw kerkhof ingezegend door Deken S. van Os, pastoor van Zevenaar. De Oud-Zevenaarse pastoor Florissen houdt hierbij een toepasselijke rede.  De oude begraafplaats rondom de kerk, die vele eeuwen als zodanig dienst heeft gedaan, wordt decennia later geruimd met uitzondering van het familiegraf van de Neree.

Gezicht op de Oud-Zevenaarse kerk omstreeks 1900

Deze afbeelding dateert van voor de aanleg van de begraafplaats in 1906.
Het lage pand rechts op de voorgrond is de toenmalige woning van de familie Heijneman; deze woning wordt afgebroken voor de aanleg van het kerkhof. Achter de woning staat de oude pastorie, die in 1927 vervangen zal worden door een nieuwe pastorie, die op haar beurt in 1981 weer is  vervangen door het huidige pand.
Op deze afbeelding staat links op de voorgrond de toenmalige boerderij van de familie Nieuwenhuis met daarachter het Polderhuis.

 

1907    De Zevenaaarse arts J.G.A. Honig heeft meer dan 40 t.b.c.-patienten onder behandeling waaronder patienten uit Ooy / Oud-Zevenaar. Tot voorbij het midden van van de 20e eeuw blijft tuberculose een ernstige en veel voorkomende aandoening.


Lighal van het Zevenaarse sanatorium omstreeks 1925

 

1909    Havezate "Bloemendaal" in Oud-Zevenaar wordt door brand verwoest. Het pand wordt weliswaar herbouwd maar in de jaren zestig van de 20e eeuw raakt het in verval en in september 1970 wordt het afgebroken .


Op deze 19e eeuwse kaart van Oud-Zevenaar is de lokalisatie van havezate (grote boerderij) Bloemendaal duidelijk weergegeven. De geblokte streep van boven naar beneden is de Oud-Zevenaarse weg. Aan de westzijde van deze weg zien we Bloemendaal, aan de oostzijde het riviertje de Aa en aan de zuidzijde de Ooyse dijk. Voorts zien we de Breuly, een peervormige diepe plas, die ontstaan is na een dijkdoorbraak. Sedert de tweede helft van de 20e eeuw is de Breuly een gemeentelijk zwembad.

1909    De uit Venray afkomstige (Lam)bertus Wilmsen komt als boerenknecht naar Oud-Zevenaar, waar hij vele decennia met zijn schapen en hond rondtrekt en uitgroeit tot een  legendarische schaapherder. De allerlaatste jaren van zijn leven woont hij in de Pelgromstichting op de Marktstraat in Zevenaar, waar hij op zondag 14 maart 1965 overlijdt.
 

 

1910    Nadat de uit 1865 daterende Zuidbeuk van de St. Martinuskerk in Oud-Zevenaar is gesloopt, wordt deze onder leiding van de architecten Cuypers en Stuyt vervangen door een Mariakerk, die in 1912 wordt ingewijd.


Op de achtergrond de Martinuskerk, op de voorgrond schaatsers op de (huidige) karakietenpoel, omstreeks 1900. De Mariakerk rechts van de kerktoren is nog niet gebouwd en de Oude Rijn staat nog in verbinding met de Rijn waardoor bij hoog water achter de dijk de Gelderse waard onder water staat en in koude winters geschaatst kan worden tot het Looveer en Lobith. 

 

1912    C. Th. Voss wordt pastoor in Oud-Zevenaar. Hij zal dit blijven tot 1932. Pastoor Voss staat bekend als weldoener voor de armen en is de eerste pastoor die aan de Dijkweg te Oud-Zevenaar begraven wordt. Pastoor Voss heeft veel schoolrapporten van Louis (Wiet) van Keulen, (overgrootvader van Sam, Simon en Sjef van Keulen) ondertekend. Ook bij de eerste aanstelling van Louis van Keulen, als onderwijzer in 's-Heerenberg in 1931, speelt pastoor Voss, die in 's-Heerenberg over goede contacten beschikt, een belangrijke rol.


    Pastoor Voss (1865 - 1932)

In de eerste helft van de 20e eeuw is het gebruikelijk dat ook de parochiegeestelijke een schoolrapport ondertekent.

Het rapport van de overgrootvader van Sam, Simon en Sjef van Keulen, ondertekend door de Oud-Zevenaarse pastoor Voss

 

 

1913    Bij de overweg in de Oud-Zevenaarseweg (en Zwarteweg), die de verbindingsweg is tussen Oud-Zevenaar en Zevenaar wordt een belangrijk seinhuis in gebruik genomen van waaruit sein- en wisselbediening voor treinen op het stationsemplacement wordt verzorgd.  


Stoomlokomotief met bemanning voor de seinpost (post III) aan de Oud-Zevenaarseweg

 

 

1913    Hoewel de gemeente Zevenaar, waartoe Oud-Zevenaar behoort, pas sedert 1816 deel uitmaakt van het Koninkrijk der Nederlanden, wordt op grootse wijze het eeuwfeest van de onafhankelijkheid gevierd. De organisatie is in handen van de heren A. Verheijen uit Ooy, H. Gremmen uit Babberich en J.G.A. Honig uit Zevenaar.  

 


 

1914    Op 31 juli om 12.10 uur kondigt de Nederlandse regering een militaire mobilisatie aan. Korte tijd later breekt een weerzinwekkende oorlog (W.O. I 1914 - 1918) uit, waarin 10 miljoen mensen omkomen. Hoewel Nederland buiten het oorlogsgeweld blijft, gaat ook in de Liemers de bevolking gebukt onder angsten, onzekerheid, tekorten, ondervoeding, werkeloosheid en armoede.

1915    Door de oorlogssituatie (alle buurlanden zijn in de Eerste Wereldoorlog verwikkeld) ontstaan tekorten, waardoor de prijzen stijgen en de armoede ook in Oud-Zevenaar snel toeneemt. Daarentegen zijn er ook velen die door de smokkelhandel met Duitsland snel en grof geld verdienen. 
 

Smokkelaars aangehouden door douaniers
Op de achtergrond Eltenberg
Schilderij van Maximiliaan Kitzinger (1871)


1915   Zevenaar-stad wordt op het elektriciteitsnet aangesloten.


Uit deze afbeelding (omstreeks 1929) blijkt, dat ook Oud-Zevenaar inmiddels op het elektriciteitsnetwerk is aangesloten.

 

1916    Ondanks armoede en werkeloosheid, mede door de oorlog in buurlanden, viert Oud-Zevenaar het zilveren priesterfeest van pastoor C.T. Voss, de "weldoener der armen".

 

 


De versierde Martinuskerk (1916) t.g.v. het jubileum van pastoor Voss 

1916    Op 10 oktober komen uit de parochie Gendringen 180 pelgrims op bedevaart naar Oud-Zevenaar ter ere van de Heilige Maria.

1916   Op 21 september overlijdt in 's Gravenhage Jean P.R.M. de Neree tot Babberich, vanaf 1893 vooraanstaand lid van de Raad van Staten. Vier dagen later wordt hij per staatsspoor naar Zevenaar overgebracht en begraven in het familiegraf naast de R.K. kerk in Oud-Zevenaar. Zijn begrafenis wordt onder meer bijgewoond door: prins Hendrik, de ministers Cort v. d. Linden, Ort en Lely, de oud-ministers Rink en Nelissen, de commissaris van de koningin Sweerts de Landas, burgemeester Van Karnebeek, de vice-president en leden van de Raad van Staten, leden van de Hoge Raad en gedeputeerden.


Martinuskerk Oud-Zevenaar (omstreeks 2010)
 naast de kerk is nog net zichtbaar het graf van de familie De Neree

1917     Op zondagavond 28 januari raakt de dienstplichtig soldaat A. Jansen uit Oud-Zevenaar op 't Grieth in Zevenaar verzeild in een ruzie met B. Roelofsen, gehuwd en vader van zes kinderen. Bij deze ruzie wordt laatstgenoemde door soldaat Jansen, die in volle uitrusting is, in de borst geschoten. De verwonding is zo ernstig dat Roelofsen nog voor aankomst in het ziekenhuis overlijdt.

1918
    
Op 27 mei meldt het persbureau Reuter, dat de Spaanse koning alsmede Spaanse ministers lijden aan een geheimzinnige aandoening, die later de geschiedenisboeken ingaat als de Spaanse griep van 1918; een aandoening waaraan wereldwijd 20 miljoen mensen sterven. Omstreeks 10 juli komt bij Zevenaar de Spaanse griep de Liemers binnen, nadat in Elten en Emmerik enkele honderden gevallen van griep zijn geconstateerd.
De wereldwijde influenza-epidemie teistert ook de Liemers. De Graafschap-Bode van 19 november 1918 meldt: "Overal, in 't binnenland hoort men van ziekte en sterven. In de dorpen luidt dag aan dag de doodsklok". Enkele voorbeelden: in Angerlo 14 doden, in Herwen en Aerdt 30 doden en in Zevenaar 16 doden a.g.v. influenza.

1918    Op maandag 11 november capituleert Duitsland en komt een eind aan de Eerste Wereldoorlog. Vanaf medio november komen maandenlang in totaal vele duizenden terugkerende krijgsgevangen per trein  in Zevenaar aan. Meestal reizen ze vervolgens, na enige dagen van rust en noodzakelijk medisch onderzoek, verder met als eindbestemming hun vaderland. In Zevenaar worden voor hun opvang scholen ontruimd en aan de Oud-Zevenaarseweg in Oud-Zevenaar worden barakken gereed gemaakt. Om een indruk te geven van de aantallen: op zondag 17 november komen meer dan 1000 Engelsen in Zevenaar aan die de volgende dag verder naar Rotterdam reizen. Dinsdag 19 november zijn het er zelfs 1400, 21 november weer 1400 en ook 150 Grieken, dinsdag 3 december 1000 Franse krijgsgevangenen en zo gaat het nog tijden door.

1919   De erven van Willem Okkes (1856 - 1916) verkopen de "Panoven" in Oud-Zevenaar aan Herman Wiegerink uit Groenlo. Vijftien jaar later, in 1934, koopt de familie Kruitwagen, die al generaties lang in het steenbakkersvak zit, de "Panoven", die daarna tot 1984 in bedrijf blijft.

 

1919    Op 8 september komen 125 bedevaartgangers uit de parochie Pannerden naar Oud-Zevenaar ter verering van de Heilige Maria.

1919     Eind 1919 geeft de gemeenteraad van Zevenaar toestemming voor de komst van een sigarettenfabriek en kan worden begonnen met de bouw van de Turmacfabriek in de Kerkstraat. Na de ingebruikname van de fabriek in 1920 draait deze al snel op volle toeren. De arbeidskrachten komen uit Zevenaar en omgeving, waaronder ook uit Ooy en Oud-Zevenaar. De meeste arbeidsplaatsen worden ingenomen door meisjes en jonge vrouwen. Mannen werken vooral als machinebedieners en bij de tabaksbewerking. De fabriek geeft een enorme impuls aan de ontwikkeling van de streekfunctie van Zevenaar. In 1926 werken er 367 mensen waaronder 85 mannen.

1920    Op woensdagochtend 24 november vindt op de dijk in Oud-Zevenaar een ernstig ongeluk plaats. Tijdens een huwelijksplechtigheid rijdt een van de volgrijtuigen met zes bruiloftsgasten van de dijk. De inzittenden lopen hierbij zeer ernstige verwondingen op.

 

 


Dijk in Oud Zevenaar bij hoog water (eerste helft 20e eeuw)

1920    Tot omstreeks deze tijd wordt de weg, die we in onze huidige tijd kennen als de Zuiderlaan in Oud-Zevenaar "Ooysestraat" genoemd.

 

.

Halverwege de 20e eeuw bevinden zich aan de linkerzijde van de weg achtereenvolgens de huizen van schoenmaker Stender, kapper Jansen, het kaaswinkeltje van Dokter, de winkel van Kruising en de radiozaak van Polman.
Aan de rechterzijde: geheel vooraan cafe Welling en voorts onder meer de winkeltjes van bakker Kersten en melkboer Jansen en de woonhuizen van Fleskes, alternatief genezer "dokter" Nuyens en Deinema.

1921    Op zondag 17 april passeert een wel zeer bijzondere trein (Oud-)Zevenaar. Het betreft de begrafenistrein op weg van Maarn naar het Duitse Potsdam met daarin het stoffelijk overschot van de op 11 april overleden Keizerin Augusta van Schleswig-Holstein (1858 - 1921). De keizerin, in ballingschap overleden in het Nederlandse Doorn (bij Maarn), wordt op 19 april in Potsdam begraven waar ongeveer 250.000 mensen haar de laatste eer brengen. 


Augusta Victoria van Sleeswijk-Holstein, echtgenote van de laatste Duitse keizer
Keizerin Augusta overlijdt in ballingschap in de Nederlandse plaats Doorn. Op het in de buurt van Doorn gelegen station Maarn wordt zij voor haar laatste reis naar haar vaderland op 17 april 1921 uitgeleide gedaan door haar man keizer Wilhelm II en haar zoon Willem.

1922    Voetbalvereniging Blauw Wit Ooy (BWO) bestaat reeds. Ongeveer 15 jaar later zal de vereniging echter door geldgebrek haar activiteiten beeindigen. Na de Tweede Wereldoorlog op 19 augustus 1945 zal de heroprichting plaatsvinden. In 1947 wordt de naam BWO gewijzigd in OBW (Ooys Blauw Wit).

1922     De familie Bouwman komt in het bezit van het eeuwenoude Berghoofdse veer over de Oude Rijn op de weg tussen Oud-Zevenaar en Pannerden. Dit blijft zo tot 1960 wanneer Staatsbosbeheer de kabelpont koopt, waarna Willem Bouwman het veerpontje pacht. Ontelbare keren heeft hij heen en weer gevaren tot dat op 28 oktober 1972 een brug het trekpontje vervangt.
 

.

 

1923    Op 1 september wordt de openbare school aan de Slenterweg in Ooy door het gemeentebestuur overgedragen aan het R.K kerkbestuur te Oud-Zevenaar, waardoor het een katholieke school wordt met vrijwel hetzelfde personeel. Hoofd van de school blijft A. A. Verheijen.

 

.

Ooyse school aan de Slenterweg kort na de opening in 1898

 

1924    Op woensdagochtend 13 augustus breekt een felle brand uit in cafe Welling nabij het treinstation in Oud-Zevenaar. De brand breidt zich zo snel uit dat reeds een half uur na de ontdekking van de brand drie naburige huizen als verloren kunnen worden beschouwd. Gebrek aan water maakt het blussen bovendien zeer moeilijk.

 

.

Cafe Welling in Zevenaar


1925    Omstreeks deze tijd gaat de NV Lobitsche Auto-Dienst (L.A.D.) van start, die een autobusdienst onderhoudt tussen Spijk, Tolkamer, Lobith, Babberich, Oud-Zevenaar en Zevenaar. Tot in de jaren tachtig rijden er bussen van de L.A.D. tussen Lobith, Zevenaar en Arnhem.



1925    Op de Zevenaarse Andreasschool aan de Nieuwe Doelenstraat behaalt de allereerste leerling het Mulo-diploma. Het is W. Willemsen uit Oud-Zevenaar. Het hoofd der school de heer Gerrits vermeld vol trots: "geslaagd allen".

Het onderwijzend personeel (1922) van de Andreasschool met achter de tafel zittend de heer Gerrits
en rechts daarvan juffrouw Bollen; staand 2e van links: meester Berendsen, het latere hoofd van de school in Groessen.

 

1926    Watersnood in de Liemers als gevolg van een dijkdoorbraak in Pannerden.

De gearceerde gebieden staan in het voorjaar van 1926 onder water

In Pannerden staat alleen de hoger gelegen boerderij van "Van Keulen" niet onder water. Op bepaalde plaatsen bereikt het water een hoogte van meer dan drie meter.

 

 

Ook landelijk trekt de watersnood grote aandacht. Mariniers schieten de bevolking te hulp. Op 7 januari 1926 brengt koningin Wilhelmina een bezoek aan Pannerden om de situatie in ogenschouw te nemen. De bevolking van de Liemers is in het verleden vaak geconfronteerd met de gevolgen van hoog water. Andere hoogwaterjaren van de laatste 125 jaar zijn 1882, 1883, 1906, 1914, 1920, 1930, 1946, 1948, 1952, 1955, 1957, 1865, 1966, 1970 en 1995.

 

1926    Na zijn priesterwijding op 25 juli 1926 wordt de vooral in latere tijd in R.K. kringen vermaard geworden Herman (H. J. H. M.) Fortmann enige tijd kapelaan in de R.K. parochie Oud-Zevenaar
In latere jaren wordt Fortmann onder meer hoogleraar aan het seminarie Rijsenburg en de Rijks Universiteit Utrecht. In 1950 wordt hij belast met de oprichting van het filosoficum Dijnselburg in Huis ter Heide bij Zeist, waar toekomstige priesters vele decennia hun wijsgerige en theologische opleiding ontvangen. Ook tegenslagen zijn hem niet bespaard gebleven. Zo gaat bij de brand van Rijsenburg in de zomer van 1938 het materiaal van zijn proefschrift volledig verloren
.


H.J.H.M. Fortmann 
        
(1904-1968) 

1927    De familie Van Keulen-Jurrius verhuist op dinsdag 3 mei 1927 van Pannerden naar Ooy bij Zevenaar.

Ondanks dat de boerderij van de familie Van Keulen in Pannerden bij de overstroming in 1926 niet onder water komt te staan, verhuist de familie vanwege het overstromingsgevaar in 1927 toch naar Ooy bij Zevenaar. Daar koopt de familie nevenstaande boerderij aan de Pannerdenseweg.

   

1927    De Oud-Zevenaarse schuttersvereniging  St. Anna wordt koninklijk goedgekeurd. In hetzelfde jaar krijgt de vereniging een eigen schuttersgebouw aan de Babberichseweg alwaar het nog altijd gevestigd is.

 

1928    Meester Verheijen (1869-1951), hoofd van de lagere school in Ooy vanaf 1898, viert zijn veertig jarig onderwijsjubileum.


     A. A. Verheijen 

1929    Een van de zwaarste winters van de 20e eeuw. De hevige koude duurt van januari tot half maart. Er zijn vele meldingen van afgevroren oren en ledematen. Op 11 februari vriest in Steenderen een melkrijder, tijdens zijn dagelijkse rit op zijn wagen, dood. De problemen zijn overal groot, ook al door de veelal eenvoudige niet geisoleerde huizen, waardoor de snijdende vrieswind naar binnen waait.

   

Een beeld van de dichtgevroren Rijn bij Pannerden in 1929. Ook met auto's wordt over de Rijn gereden.

1929    Op het terrein van het ziekenhuis in Zevenaar wordt het Maria paviljoen in gebruik genomen. Het is bestemd voor de verpleging van patienten met een besmettelijke ziekte afkomstig uit de gemeenten: Zevenaar (waaronder Oud-Zevenaar), Duiven, Westervoort, Herwen en Aerdt en Pannerden. Hiermee geven deze gemeenten uitvoering aan de in 1928 van kracht geworden Wet op de Besmettelijke Ziekten waarin geregeld is dat alle gemeenten, alleen dan wel in samenwerking, dienen te beschikken over een barak voor de verpleging van besmettelijke zieken.


Voor het Maria paviljoen in Zevenaar bestaat gedurende de eerste jaren na de opening grote landelijke belangstelling omdat het als model dient voor nieuw te bouwen inrichtingen. Het Maria paviljoen is de eerste inrichting in Nederland waar het boxensysteem bij het verplegen van volwassen lijders aan besmettelijke ziekten consequent is doorgevoerd. 


Afb.: Kort na de opening in 1929 brengt onder meer minister Verschuur van Volksgezondheid (rechts) een bezoek aan het paviljoen. Links van de minister: dr. J.G.A. Honig jr, geneeskundig directeur van het ziekenhuis. 

1929    De positieve ontwikkelingen van de jaren twintig worden bijzonder wreed verstoord door de beurskrach op 29 oktober, het begin van een wereldwijde crisis, die zijn weerga niet kent.  

1930    De vereniging "Kevelaersche Processie de Lijmers" viert in oktober haar 60-jarig jubileum. De Utrechtse aartsbisschop J.H.G. Jansen zet met zijn komst naar de Liemers het jubileum luister bij. Maria-bedevaarten naar het Duitse Kevelaer zijn in deze tijd enorm populair onder de katholieken in de Liemers.  

 



1931    Groot is de plaatselijke verwondering na de vliegtuiglanding achter de Martinuskerk in Oud-Zevenaar.  

 


Op bovenstaande afbeelding naast de vliegtuigbemanning ook Zevenaarse notabelen, waaronder burgemeester Van Nispen tot Pannerden met echtgenote, chef-monteur Hendriks en de Oud-Zevenaarse winkelier Kruising (Zuiderlaan).                               


1931     De Oud-Zevenaarse kerk krijgt prachtige gebrandschilderde ramen van Joep Nicolas. Klik hier voor meer informatie over Joep Nicolas.

 Joep Nicolas (1897 - 1972) in 1972

 

 

Detail uit een op 34-jarige leeftijd door Joep Nicolas ontworpen glas-in-loodraam in de St. Martinuskerk van Oud-Zevenaar

De Oud-Zevenaarse parochie komt in contact met Joep Nicolas door haar kapelaan Frits van der Meer, die een levenslange vriendschap met de legendarische glazenier opbouwt. Later wordt dr. van der Meer een vermaard hoogleraar kunstgeschiedenis aan de Universiteit van Nijmegen.
In totaal heeft de Martinuskerk vijf gebrandschilderde ramen van Nicolas. Algemeen wordt de artistieke waarde van deze ramen als zeer hoog gezien.

De gebrandschilderde ramen worden pastoor Voss aangeboden t.g.v. zijn vijftigjarig priesterfeest. Per raam bedragen de kosten in 1931 1.300 gulden (590 euro).    

 

 

1932    Op 22 mei wordt het treinstation  Babberich, na 35 jaar dienst te hebben gedaan, gesloten. Van de halteplaats is vooral gebruik gemaakt door arbeiders o.a. uit Oud-Zevenaar en Holthuizen, die in Duitsland werken. Velen komen op klompen, vandaar dat wel gesproken wordt van de "klompentrein". 
 


Het eenvoudige houten stationnetje van Babberich
Pentekening van M. Wenting Giesen

 

1932    De immens populaire Zevenaarse arts Jan G. A. Honig (1872 - 1958) wordt voorzitter van de Koninklijke Nederlandse Maatschappij ter bevordering van de Geneeskunst (KNMG).

 

 


De immense populariteit van dr. Jan Honig blijkt ondermeer uit een bericht in een regionale krant uit 1906, waarin wordt vermeld dat Honig en zijn echtgenote, terugkomend van een huwelijksreis van drie weken, op het Zevenaarse station(splein) worden verwelkomd door "schutterijen uit Babberich, Grieth en Ooy, drie muziekcorpsen, een stoet ruiters alsmede een mensenmenigte van zeker 5.000 tot 6.000 personen" (In 1906 bedraagt het inwoneraantal van de volledige gemeente Zevenaar ongeveer 5.000) 


1932    Op 31 augustus 1932 overlijdt in het ziekenhuis in Zevenaar op 67-jarige leeftijd de bijzonder geliefde Oud-Zevenaarse pastoor C. Voss.

 

Pastoor C.Th. Voss wordt op zijn uitdrukkelijke verzoek niet begraven in het priestergraf bij de Oud-Zevenaarse Martinuskerk maar tussen zijn parochianen op het (toen) nieuwe kerkhof aan de Dijkweg.

 

Grafsteen van pastoor Cornelis Theodorus Voss (1865 - 1932) Foto augustus 2008

   

 

1932    Marie Ruijs - Verhallen en haar man Piet Ruijs worden aangesteld als overwegwachters in Oud-Zevenaar.  Het gezin betrekt de dienstwoning (Wachtpost 7), gelegen bij het punt waar de rijksweg van Babberich naar Zevenaar de spoorlijn Zevenaar - Winterswijk kruist. Marie draait haar diensten van 4.30 uur tot 15.00 uur. Na zijn werk bij de wegploeg neemt Piet het van haar over en draait hij de diensten van 15.00 uur tot 1.00 uur in de nacht. Op maandag hebben ze vrij en komt een vervanger. Maandag is voor Marie wasdag. Tussen de treinen door verricht Marie haar huishoudelijke werkzaamheden. In de loop der tijd telt het gezin in hun kleine woning met in totaal drie slaapkamers 17 (!) kinderen. De zorg voor het gezin komt vooral op de schouders van Marie. Het echtpaar Ruijs -Verhallen blijft de werkzaamheden als overwegwachters verrichten tot Piet en Marie eind vijftiger jaren met pensioen gaan.

 


Het echtpaar Ruijs - Verhallen in 1974 t.g.v. hun gouden bruiloft bij de overweg waar ze decennia lang de spoorbomen hebben bediend.

1934    In Ooy bij Zevenaar wordt het nieuwe schuttersgebouw van E.M.M. geopend.

 

Het in 1934 geopende schuttersgebouw
 

Het bestuur van E.M.M. in 1934
V.l.n.r.: H. Bolck, Theed van Keulen (broer van Louis van Keulen), Th. Thomassen, G. Willemsen, Jozef Bus, P. de Groen, G. Heinst en Th van Alst

1934     Op maandagavond 5 maart 1934 breekt brand uit in de boerderij van de familie L. van Ditshuizen. Door de sterke zuidwestenwind slaat het vuur over naar de honderd meter verder gelegen boerderij van de familie Goris. Beide boerderijen branden volledig af. 

1934    In Ooy wordt op vrijdag 5 oktober muziekvereniging Crescendo opgericht door de heren A. Willemsen en G. Heinst.


Muziekvereniging Crescendo  kort na de oprichting
Foto uit 1935 voor het schuttersgebouw in Ooy

1935     De uit Wehl afkomstige H.W.M. van Rooy wordt in januari 1935 hoofd van de R.K. school in Oud-Zevenaar. Per 1 mei 1942 vertrekt hij om schoolhoofd van de R.K. school in Blaricum te worden. In Oud-Zevenaar wordt hij opgevolgd als schoolhoofd door W. Jorna. 

1937     Pastoor G. Wijfker van de St. Martinusparochie in Gendringen wordt ter gelegenheid van zijn 80e verjaardag benoemd tot Ridder in de Orde van Oranje Nassau. Pastoor Wijfker heeft zich met succes ingezet om in Oud-Zevenaar de belemmeringen van het processierecht ongedaan te maken. Bij zijn allereerste tocht op 10 oktober 1916 trok hij met zijn parochianen met ontplooide vaandels van het station Zevenaar naar de Oud-Zevenaarse kerk waarbij tegen hem proces verbaal werd opgemaakt wegens overtreding van het processieverbod. Uiteindelijk wordt hij vrijgesproken. 

1938    De legendarische priester-redenaar Henri de Greeve SJ (1892 - 1974) richt de "Bond zonder Naam" op om de naastenliefde te bevorderen. Voor zijn wekelijkse radio-uitzending, het Lichtbaken, op zaterdagavond blijven veel katholieken ook in Oud-Zevenaar graag thuis. 

1939   Viering van het eeuwfeest van de spoorwegen in Nederland

 
Bij gelegenheid van het eeuwfeest wordt in 1939 bovenstaande foto gemaakt van het NS-personeel in Zevenaar.
V.l.n.r. voorste rij: mw Geurts, van Dijk, Maarten de Graaff (Zwarteweg 4), de Wit, treindiensleider van der Loop, chef weg en werken Gorter, stationschef Hartink, van Doorn, Keijzer, Lobeek, Jansen, Bezemer en Anna Hugen.
tweede rij: Behnen (overwegwachter Oud-Zevenaarseweg),  Kruis, Joosten (Doesburgseweg), Schoemaker (Zuiderlaan), Willemsen, van der Meij, Giezen, Bosman Groeneveld, van Alst, Lubbers, Zweers, van Emmerich, Kramer, van Beek en Gradussen 
derde rij: derde  van rechts Jan Boerboom uit Groessen    

1939   De in Denekamp geboren Gerardus J. Scholten wordt op 23 juli 1939 priester gewijd. Een halve eeuw later, in juli 1989, viert hij in Oud-Zevenaar zijn gouden priesterfeest. In de periode 1964 tot 1990 is hij pastoor in Oud-Zevenaar. Van de eerste H. Mis van Gerard Scholten in Denekamp in 1939 is een indrukwekkend filmpje bewaard gebleven. Het is een herinnering aan het rijke roomse leven. Klik hier voor dit filmpje.

1940    In de maanden voor mei wordt steeds duidelijker dat de oorlog aanstaande is. Op Goede Vrijdag 22 maart 1940 vindt niet ver van Oud-Zevenaar op zeer grote hoogte een luchtgevecht plaats. Een Spitfire van de Britse Royal Air Force, die op de terugweg is van een fotoverkenningsvlucht boven het Duitse Ruhrgebied, wordt door een Duits vliegtuig onderschept en komt om 12.41 uur neer bij de kruising van de Herwensedijk met de Polderdijk tussen Herwen en Lobith. De piloot Claude Wheatley komt hierbij om het leven. Zijn parachute heeft zich niet geopend. Hij stort ter aarde aan de Duitse zijde van de Rijn, in de weide van Gottfried Derksen bij Duffelward en wordt door de Duitsers nog dezelfde dag met militaire eer begraven.



Omstanders aanschouwen op 22 maart 1940 de resten van de neergestorte Spitfire
Collectie Sander Woonings, Arga (Aircraft Research Group Achterhoek)

1940   In de zeer vroege ochtend van 10 mei begint voor Nederland de Tweede Wereldoorlog. Grote aantallen Duitse vliegtuigen komen over. Een onafzienbaar leger Duitse soldaten komt vanuit Zevenaar in de richting van Arnhem. Na het opblazen van de Westervoortse brug ontstaat enige tijd een file aan Duitse oorlogsvoertuigen van meer dan 20 km. tot Emmerich.

1940   In de ochtend van 11 mei begint de slag om de Grebbeberg, die drie dagen duurt. De Grebbeberg is het toneel van hevige gevechten, tragiek en wanhoop. De Nederlandse offers zijn enorm. Bij de slag om de Grebbeberg sneuvelen tussen 11 en 14 mei ongeveer 425 Nederlandse soldaten. Onder de gesneuvelden zes dienstplichtige soldaten uit de gemeente Zevenaar
: Gerrit Gudden (25 jaar), Jacobus Hugen (27 jaar), Wilhelus Kruitwagen (25 jaar), Johannes Scholten (21 jaar), Wilhelmus Vermeulen (26 jaar),  Hendricus Zweers (25 jaar).

Bidprentje van Gerrit Gudden; zoon van bakker Gudden uit de Zevenaarse Kerkstraat.

Reeds op 12 mei staan de Duitsers onderaan de Grebbeberg en wanneer die nacht een voorhoede van de SS via de weg over de Grebbeberg doorbreekt tot in Rhenen, leidt dit tot grote paniek. Hoewel de Nederlanders zich enigszins hebben kunnen hergroeperen, waardoor de voorhoede van de SS afgesneden raakt van de hoofdmacht, is de weerstand op de Grebbeberg dan eigenlijk al gebroken.

Gerardus Johannes Bernardus Gudden sneuvelt op 14 mei, zijn lichaam wordt vrijdag 17 mei  gevonden. Hij wordt begraven op het Militair Ereveld Grebbeberg, dat toen aan het ontstaan was. De doden zijn op het Ereveld begraven in de volgorde waarin ze aangevoerd werden. Gerrit is begraven in de derde rij, graf 23.

 

 

 

1940    In een gebaar van goede wil worden begin juni 1940 in opdracht van Hitler dertigduizend krijgsgevangen gemaakte Nederlandse soldaten vrijgelaten. Op zondag 9 juni 1940 verandert de wei van Poelwijk in Oud-Zevenaar in een "feestterrein", waar terugkerende krijgsgevangenen door plattelandsvrouwen worden ontvangen en getrakteerd op koffie en broodjes. Ook kunnen ze zich er wassen. In  Oud-Zevenaar en elders wordt de draad van het gewone leven weer opgepakt. De bezetter is (nog) vol zelfvertrouwen.    

             
Op zondag 9 juni 1940, een zeer warme zomerdag, komen om 7.30 uur 1700 Nederlandse soldaten, die gedurende de dagen van strijd of na de overgave in krijgsgevangenschap naar Duitsland zijn weggevoerd per trein in Zevenaar aan.. De tweede extra trein komt nog dezelfde dag om 13.30 uur en maandag 10 juni en volgende dagen komen steeds nieuwe militairen.

1941   Op 13 januari richt kardinaal De Jong zich in een schrijven tot de Nederlandse katholieken. Met nadruk verklaart hij dat zij geen lid mogen zijn van de N.S.B. Ook is het hen niet toegestaan openlijk te sympathiseren met deze partij. Het N.S.B.-lidmaatschap wordt dus expliciet verboden. Een buitengewoon dappere taal in oorlogstijd. Voor de overwegend katholieke bevolking van Oud-Zevenaar is dit een extra argument verre te blijven van de N.S.B.

1942    Op 4 april overlijdt in Ooy op bijna 66-jarige leeftijd Anna Wilhelmina Jurrius (1876 - 1942), over- overgrootmoeder van Sam, Simon en Sjef van Keulen.
Anna is geboren op 9 juni 1876, exact 130 jaar later op 9 juni 2006 zou haar achter-achterkleinzoon Simon van Keulen in Schalkwijk (gemeente Houten) geboren worden. 
Anna groeit op in Duiven en trouwt op 30 april 1903 met Jan W. van Keulen (1876 - 1952), over-overgrootvader van Sam, Simon en Sjef van Keulen.   
Als kinderen zijn Anna Jurrius en haar latere man Jan van Keulen buurkinderen. Anna woont met haar ouders broers en zussen op boerderij Poeldijk, aan de Ploenstraat in Duiven. Jan woont met zijn (stief)ouders, broer en halfbroers en -zussen op de Hagemanshof, eveneens aan de Ploenstraat. Na hun huwelijk in 1903 betrekken zij een boerderij in Pannerden en krijgen daar 11 kinderen, waarvan er twee in het eerste levensjaar overlijden. In 1927 verhuizen ze naar een boerderij aan de Pannerdenseweg in Ooy.

 

.


Anna van Keulen - Jurrius
(1876 - 1952)

 

1942     Op 30 december worden de klokken van de Oud-Zevenaarse Martinuskerk door de Duitsers geroofd.


St. Martinuskerk in Oud-Zevenaar omstreeks 1990

 

1943    Gedurende de oorlog is de woning van Henricus J.E. Smits in de Dorpsstraat in Babberichhet trefpunt van het verzet rond Babberich, Lobith, Pannerden en (Oud-)Zevenaar. Piloten krijgen er onderdak en verzorging, onderduikers waaronder Joden worden er verzorgd en vervolgens op onderduikadressen ondergebracht. 
Henricus J.E. Smits, schuilnaam in de oorlog "Harrie van de grens", is werkzaam als douanebeambte bij de grenspost Babberich. Hierdoor kan hij zich redelijk vrij  bewegen, gedekt door zijn papieren en is hij buitengewoon bekend met alle paden en paadjes in het grensgebied.



 Douanekantoor Babberich (1931)
 Smits is  werkzaam bij de douane in Babberich. 

1944    Op 3 september wordt de school aan de Slenterweg in Ooy door de Duitsers gevorderd. Het onderwijs wordt, zo goed en zo kwaad als dat kan, voortgezet in een cafe en enkele woningen. In februari 1945 moet het overgrote deel van Oud-Zevenaar evacueren. Twee maanden later kunnen de inwoners weer naar huis en op 1 juni 1945 kan de school weer in gebruik worden genomen. 

1944    Op 17 september wordt een olietrein, die op het rangeeremplacement langs de Zwarteweg in Oud-Zevenaar staat, in brand geschoten door duikbommenwerpers. Tussen de brandende olietanks bevinden zich bovendien wagons geladen met munitie waardoor de huizen langs de Zwarteweg door de enorme hitte dreigen vlam te vatten. Met gevaar voor eigen leven door de naar alle kanten opvliegende kogels en granaten, lukt het de Zevenaarse brandweer de huizen te behouden.   

1945
    Op vrijdag 2 februari, het feest van Maria-Lichtmis, komt omstreeks half elf in de ochtend een V-1 neer vlak naast de Oud-Zevenaarse boerderij Poelwijk, waar de familie Weenink woont. De ontploffing is kilometers ver te horen en de ravage is enorm.   

1945    Op maandag 12 februari moeten Babberich, Ooy en Oud-Zevenaar evacueren.  Ofschoon gelegen in een gebied dat van september 1944 tot april 1945 oorlogsgebied is, zal de oorlogsschade in Oud-Zevenaar, in vergelijking met het zwaar getroffen Arnhem, Hoog-Elten, Zevenaar-stad en Emmerik, beperkt blijven.   

1945    Op dinsdag 3 april verlaten de Duitsers in een snelle run de Liemers. Daarmee is een eind gekomen aan een bezettingsperiode met ontstellend veel menselijk leed. 
 

1946    Op zondag 20 januari treft het noodlot de families Holland en Helmes. Hun kinderen Albert Holland (11 jaar) en Bep Helmes (10 jaar) zakken in de omgeving van de Noordstrang door het ijs en verdrinken. Op donderdag 24 januari worden ze op het R.K. Kerkhof in Oud-Zevenaar begraven.  

1946    Door hevige en onophoudelijke regenval is in februari de omgeving van Zevenaar herschapen in een moeras. Het meeste van de ingekuilde aardappelen, wortelen en bieten gaan verloren.

1946   Pastoor H.J. Knippers volgt pastoor H.J. Hageman op als R.K. pastoor van de Sint Martinusparochie in Oud-Zevenaar. Hij blijft in deze functie werkzaam tot zijn dood daags voor zijn 70e verjaardag op 23 januari 1964.
             

1947    Uit het landbouwkundig rapport over de Liemers blijkt dat de gemiddelde grootte van een boerenbedrijf  in Angerlo 14 ha., in Didam 7 ha., in Duiven 12 ha., in Herwen en Aerdt 15 ha., in Pannerden 16 ha., in Wehl 7 ha., in Westervoort 9 ha. en in Zevenaar 8 ha. bedraagt.

                      Het binnenhalen van de oogst in de Liemers omstreeks het midden van de 20e eeuw

1947   
Op 5 november passeert ten kantore van notaris Th. B. Kampschreur in Zevenaar de oprichtingsakte van de N.V. Stoomzuivelfabriek De Liemers. De fabriek aan de Zevenaarse Molenstraat die vanaf 1898 in Duits bezit was en na de oorlog in beslag werd genomen door de Staat der Nederlanden, wordt eigendom van Duivense-, Groessense- en (Oud-)Zevenaarse melkveehouders. Directeur wordt de Friese zuivelexpert Jitte Veltman en voorzitter van de Raad van Commissarisen wordt W.M.M. Weenink van boerderij Poelwijk in Oud-Zevenaar.  

1948    In januari verkeert bij hoog water en stormachtig weer de dijk bij de Breuly in gevaar.

 


Wandtegeltje van de kerk omstreeks 1948

1949    Donderdag 28 juli verloopt voor de familie Ter Heerdt in Oud-Zevenaar bijzonder tragisch. Tijdens een keuring van Gelderse stamboekmerries krijgt Th. ter Heerdt, echtgenoot en vader van vier kinderen, een dodelijke trap van een paard tegen zijn borst.  

1950    In Oud-Zevenaar wordt op donderdag 8 juni 1950 het Tamboercorps St. Anna opgericht. In 1992 wordt dit corps omgedoopt naar Drumfanfare St. Anna.

 


Oud Zevenaar, kerk omstreeks 1950

 

1951    In de tweede helft van de twintigste eeuw verandert er ook in Oud-Zevenaar op boerenbedrijven veel. In snel tempo worden landarbeiders, boerenknechten en trekdieren vervangen door machines. Het trekpaard verdwijnt uit het straatbeeld. Veel werk gaat verricht worden door loonbedrijven.

 


Het maaien van rogge in de Liemers (1936)

 

1951    Op 21 april overlijdt op 81 jarige leeftijd Aloysius Antonius Verheijen (1869-1951). Vanaf 1898 tot zijn pensionering in 1934 is de uit Oldenzaal afkomstige Verheijen hoofd geweest van de school aan de Slenterweg in Ooy. Daarnaast is hij vele jaren kassier van de plaatselijke Boerenleenbank geweest. Als er klanten voor de bank kwamen, moest de klas even wachten en ging hij naar zijn kantoor dat in zijn onderwijzerswoning was ingericht. 

1952    Op 20 juni overlijdt in het ziekenhuis in Zevenaar Jan (Johannes) W. van Keulen, over-overgrootvader van Sam, Simon en Sjef van Keulen, op 76-jarige leeftijd.

Jan W. van Keulen wordt op 4 april 1876 in Duiven geboren. Nog voor zijn tweede verjaardag overlijdt zijn vader. Zijn moeder, Betje de Wit, die als zeer lief wordt omschreven, hertrouwt met Frans Aleven. Jan groeit op in het gezin Aleven. Nog voor zijn elfde verjaardag overlijdt ook zijn moeder.

Op 27-jarige leeftijd trouwt Jan van Keulen met Anna W. Jurrius. Zij gaan wonen in een boerderij in Pannerden, waar zij samen 11 kinderen krijgen, waarvan er twee op zeer jonge leeftijd overlijden.

De boerderij in Pannerden heeft door haar ligging regelmatig problemen met hoog water; daarom verhuist de familie in 1927 naar een boerderij aan de Pannerdenseweg in Oud-Zevenaar / Ooy

Ik herinner me Jan van Keulen als een erg vriendelijke en lieve opa.


1953    In Ooy / Oud-Zevenaar opent de gemeente Zevenaar aan de westelijke punt van de Breuly een nieuw zwembad. Het natuurbad is jaarlijks open van 15 mei tot 15 september. In het zwemrooster zijn er aparte openingstijden voor dames, heren en gezinnen. In de aanvangsfase is het zwembad op zondagen gesloten. Op hete zondagen bekeurt de politie clandestiene zwemmers.

 

.


1953    Omstreeks deze tijd komt in Oud-Zevenaar een klein kleuterschooltje / "bewaarschooltje", waar kinderen van 4 tot 6 heen kunnen voordat ze naar de lagere school gaan. Bij de invoering van de Wet op het Basisonderwijs in 1985 worden in Nederland kleuterscholen en lagere scholen samengevoegd tot basisscholen.

 


Oud-Zevenaar
, kleuterschooltje (boven pijl), omstreeks 1955

1953    Halverwege de 20e eeuw wordt de roep om een eigen parochieschool in de nabijheid van de Martinuskerk in Oud-Zevenaar steeds luider. In 1953 bereiken de betrokken instanties tijdens een etentje op de pastorie, waarbij aanwezig inspecteur Zegers, enkele kerkbestuursleden en een afvaardiging van het landbouwonderwijs, overeenstemming over de verkoop van het schoolgebouw aan de Slenterweg in Ooy aan het landbouwonderwijs. Hierdoor wordt het mogelijk een nieuwe lagere school te bouwen in de nabijheid van de Martinuskerk .

1954    Op zondag 11 juli 1954 overlijdt op 75 jarige leeftijd in het Antonius-ziekenhuis in Sneek pastoor Franciscus J.M. Pruys van de R.K. parochie Joure. De uit Oud-Zevenaar afkomstige Frans Pruys werd op 15 augustus 1902 op 22 jarige leeftijd priester gewijd. Hij was vanaf 1926 tot zijn overlijden pastoor van de R.K. parochie in het Friese Joure. 

1955    In Ooy gaat de lagere landbouwschool van start met als hoofd de heer Van der Peet. Na de verhuizing van de lagere school naar een splinternieuw gebouw aan de Martinusweg in Oud-Zevenaar wordt de landbouwschool gevestigd in de voormalige Ooyse lagere school aan de Slenterweg. Als gevolg van de teruggang van leerlingen wordt de landbouwschool 17 jaar later, in 1972, opgeheven.

 

.

Ooyse school aan de Slenterweg (omstreeks1900)

 

1956    In november wordt de nieuwe lagere school aan de Martinusweg in Oud-Zevenaar door pastoor H.J. Knippers ingewijd. Het hoofd van de school is Wiebe Jorna en de overige leerkrachten zijn Catharina de Groot, Theo Hebing, Fien de Kinkelder, Gerrie Luiking, Riek Peters-Brands, Frans Tomesen en Mien Willemsen.

 

.

Pastoor Knippers met naast hem schoolhoofd W. Jorna

 

1956    De spoorverbinding Arnhem - Zevenaar - Emmerich - Oberhausen, die aan de Liemers een economische impuls heeft gegeven, bestaat honderd jaar
Vooral aan het eind van de 19e eeuw en het begin van de 20e eeuw is de spoorverbinding van groot belang geweest voor het vervoer van de talrijke arbeiders, die ook vanuit Oud-Zevenaar in het Duitse Ruhrgebied werkten. Velen van hen vertrokken op maandag in alle vroegte om zaterdagavond weer thuis te komen.
 


1957    Dr. A. Gerver, directeur-geneesheer van het sanatorium in Zevenaar moet om gezondheidsredenen (MS) zijn werk neerleggen. Gedurende meer dan  twintig jaar (1936 -1957) heeft hij onder veelal uiterst moeilijke omstandigheden van armoede, tekorten en oorlogsellende zijn werk als longarts moeten verrichten in een tijd waarin ook in Oud-Zevenaar tuberculose (tbc) een erg gevreesde ziekte is.

Dr. A.J. Gerver (1903 - 1962) met een assisterende zuster tijdens het aanleggen van een pneumotharax (stilleggen van een long) bij een tuberculosepatient (foto ontvangen van: mevr. I. Konersmann-Gerwer).
Dr. Gerwer heeft het sanatorium ook geleid gedurende de moeilijke oorlogsjaren waarin hij zelf tweemaal door de Duitsers gevangen is genomen. Na de oorlog heeft hij zich ingespannen voor de uitbreiding van het sanatorium, noodzakelijk omdat tuberculose in die periode ook in de Liemers hoogtij viert. Ook in die tijd is hij een belangrijke promotor achter de thoraxchirurgie. Direct na de oorlog heeft hij bij gebrek aan artsen enige tijd alleen voor de medische behandeling van tweehonderd patienten gestaan.

1958    Meester Wiebe Jorna, hoofd van de R.K. school in Ooij / Oud-Zevenaar is 25 jaar in het onderwijs werkzaam
Jorna blijft schoolhoofd tot maart 1977, wanneer hij met pensioen gaat. Hij heeft dan meer dan veertig jaar les gegeven op de plaatselijke dorpsschool. Bijna 35 jaar (vanaf mei 1942) is hij bovendien hoofd van deze school geweest
.


 

1959    De zomer van 1959 verloopt extreem droog. Ook in Oud-Zevenaar is de extreme droogte voor velen een kwelling. Vooral voor de landbouwers is het een beproeving omdat het juist in het groeiseizoen kurkdroog is. De problemen verergeren nog omdat ook september extreem zonnig en droog is.

1960     Staatsbosbeheer koopt het kabelpontje over de Oude Rijn, het Berghoofdse veer, van de familie Bouwman. Vervolgens pacht Bouwman de veerpont totdat op 28 oktober 1972 een brug het trekpontje overbodig maakt.
 


Het kabelpontje tussen Pannerden en Oud-Zevenaar / Ooy (omstreeks 1971)

 

 

1961    Op 11 augustus 1961 is H.J. Hageman, emeritus pastoor van R.K. Oud-Zevenaar, 55 jaar priester.

 


Oud Zevenaar
, waar Hageman van 1932 tot 1946 pastoor was (pentekening Ad Dekkers, 1955)

1963   De ontdekking van het Groningse aardgas in Slochteren in 1959 veroorzaakt in de jaren zestig ook ingrijpende gevolgen voor de energievoorziening in de Liemers, waardoor kolenkachels ook in Oud-Zevenaar snel tot het verleden gaan behoren.

 

Minister Andriessen brengt op 9 juli 1964 een werkbezoek aan het  Zevenaarse Broek (Zweekhorst), waar op dat moment een belangrijke aardgasleiding wordt aangelegd.

1964    Op donderdag 23 januari, daags voor zijn 70e verjaardag overlijdt de Oud-Zevenaarse pastoor H.J. Knippers. Hij wordt opgevolgd door pastoor G.J. Scholten.

 


H.J. Knippers
(1894 - 1964)

H.J. Knippers is pastoor in Oud-Zevenaar in de periode 1946 - 1964
Hij is de opvolger van pastoor Hageman, pastoor in de periode 1932-1946. De in Denekamp geboren Knippers wordt begraven op de begraafplaats in Oud-Zevenaar op een ereplaats voor de kapel met het kruisbeeld en de beelden van Maria en Johannes (foto juni 2008)

   

1965    In Oud-Zevenaar vindt op 3 oktober voor de laatste(?) keer een georganiseerde bedevaart ter ere van de H. Maria plaats. Gedurende diverse perioden in de geschiedenis vanaf het eind van de middeleeuwen is de Oud-Zevenaarse parochiekerk het bloeiende middelpunt geweest van een sterke Mariaverering.

 



1966    Camphuysen wordt als "Havezate Kamphuizen" opgenomen in het Register van Rijksmonumenten. De bescherming betreft niet alleen het huis zelf maar ook diverse kenmerkende bestanddelen zoals plafondbalken, spiltrap en schoorsteenboezems. Het ongeveer 300 meter van de Babberichseweg in Babberich / Oud-Zevenaar gelegen Camphuysen dat omgeven is door een gracht, ligt hoger waardoor het bijvoorbeeld bij de grote overstroming van maart 1855 geen schade heeft opgelopen. Camphuysen is gedurende een lange periode in het bezit geweest van de familie Van Heerde, die zich vanaf het einde van de 18e eeuw Van Heerdt noemt. In 1815 komt Camphuysen in het bezit van de familie De Neree tot Babberich.

 

 

1966    Op  woensdag 18 mei wordt de geelektrificeerde spoorverbinding tussen Emmerich en Arnhem officieel in gebruik genomen. Dit baanvak is tot dan het enige deel in het traject Bazel - Amsterdam dat niet voorzien is van elektrische bovenleiding. 

 


Vanaf station Emmerich vertrekt op 18 mei de eerste elektrische trein via Elten, Babberich, (Oud-)Zevenaar, Duiven en Westervoort naar Arnhem 

1967    Na 45 jaar neemt mej. H. A. Willemsen, in dienst getreden in 1922 (Ooyse School aan de Slenterweg met meester A. Verheijen schoolhoofd), op grootse wijze afscheid als onderwijzeres van de St. Martinusschool in Oud-Zevenaar.

 


Mej Willemsen 
omstreeks 1922

1970   Het seinwachtershuisje gelegen in Oud-Zevenaar aan de rijksweg van Babberich naar Zevenaar waar de spoorlijn Zevenaar - Winterswijk kruist, wordt afgebroken. In dit huis heeft vanaf 1932, bijna veertig jaar,  het gezin Ruijs - Verhallen met hun 17 kinderen gewoond.

 

1970    Twaalf jaar na de inschrijving van de 10.000e inwoner verwelkomt de gemeente Zevenaar, waartoe ook Babberich, Oud-Zevenaar en Ooy behoren, in september 1970 de 20.000e inwoner.
 

 


Burgemeester F. van Gent verwelkomt de 20.000e inwoner van Zevenaar (sept. 1970)

1970    In Groessen wordt aan de Kandiasestraat het watergemaal Kandia in bedrijf gesteld. Het gemaal zorgt ervoor dat wateroverlast in een omvangrijk gebied,  waaronder ook Oud-Zevenaar eindelijk tot het verleden behoort.

1970    In oktober legt een brand de boerderij van Berendsen "De Noteboom" in de as.

1971    In het begin van de jaren zeventig wordt het dagelijkse transport van melk in melkbussen van de boerderij naar de Zevenaarse melkfabriek vervangen door de rijdende melkontvangst, waarbij gebruik wordt gemaakt van vrachtwagens met gekoelde melktanks en apparatuur voor het leegzuigen van de koeltanks op de boerderijen.      


1971
    Op 2e Paasdag 1971 brandt de kapitale boerderij van de familie H. Uenk op de Gelderse waard in Oud-Zevenaar geheel af. Door de krachtige noord-oostenwind staat de brandweer voor een hopeloze taak. Het bedrijfsgedeelte met zestig koeien kan wel behouden worden.

1971    Op zondag 16 september 1971 slaat het noodlot toe bij de familie Grob uit Oud Zevenaar / Ooy. Hun negentienjarige zoon Bennie Grob (1952-1971), die enkele maanden eerder geslaagd is voor het HBS-examen op het St. Ludgercollege in Doetinchem,  verongelukt bij een bromfietsongeval in Zeddam.      

1972    Het Berghoofdse veer, tussen Oud-Zevenaar (Ooy) en Pannerden, wordt na vele eeuwen, door de komst van een brug, overbodig. Het Berghoofdse veer is een van de laatste veren in Nederland, die met de hand over het water wordt getrokken. Het veer dankt haar naam aan de Heerlijkheid Bergh, omdat Pannerden tot het begin van de 19e eeuw een heerlijkheid van Bergh is.

 

Het Berghoofdse veer, tussen Zevenaar en Pannerden, heeft ongeveer driehonderd jaar gevaren: Van voor 1700 tot 1972. 

 


1973    De op zaterdag 13 september 1873 in  havezate Camphuysen opgerichte Oud-Zevenaarse schutterij St. Anna  viert haar honderdjarig jubileum.

 


 Havezate Camphuysen, waar in 1873 schutterij St. Anna is opgericht

 

1974    Op 26 april wordt  het regionale weekblad De Liemers Lantaern (voorheen Wahalto), sedert 1948 in handen van A.J.M. Akkermans, voor de laatste keer door deze Zevenaarse uitgever gedrukt. Het blad wordt overgenomen door uitgeversmaatschappij De Gelderlander, die het weekblad later weer verkoopt aan krantenuitgeverij Wegener.

 


Op vrijdag 26 april 1974 wordt De Liemers Lantaern, die ook in Oud-Zevenaar veel gelezen wordt, voor de laatste keer gedrukt door de Zevenaarse uitgever Akkermans.

1975    Uit de Oud-Zevenaarse St. Martinuskerk wordt in de zomer van 1975 een zeer waardevol Mariabeeld, een albasten pieta, gestolen. Eeuwenlang is de Martinuskerk een bedevaartskerk, waarbij dit Mariabeeld een belangrijke trekpleister is voor de vele pelgrims. Hoe het Mariabeeld in de Oud-Zevenaarse kerk komt is niet met zekerheid bekend, maar een lezing is dat de streekridder Johan van de Loo het beeld heeft gekregen van de Paus toen hij omstreeks 1450 naar het Heilige Land reist en op de terugweg Rome aandoet. De ridder schenkt het beeld aan de kerk.

 

Eeuwenlang heeft de St. Martinuskerk als bedevaartskerk gediend, waarbij de grote trekpleister het Mariabeeld is. Volgens de overlevering hebben bij dit beeld vele wonderen plaatsgevonden.

Het gestolen beeld stelt Maria als de Moeder van Smarten voor met het dode lichaam van Jezus.   

In de nis, waar tot 1975 het kostbare Mariabeeld stond, bevindt zich inmiddels een replica van het beeld, dat pastoor G.J. Scholten in zijn bezit had en aan de kerk heeft geschonken. (G.J. Scholten was pastoor van deze kerk in de periode 1964 - 1990).

 

1977       In maart gaat Wiebe Jorna met pensioen na 43 jaar (vanaf januari 1934) onderwijs te hebben gegeven op de dorpsschool in Oud-Zevenaar / Ooy. Bijna 35 jaar (vanaf mei 1942) is hij bovendien hoofd van deze school geweest.     
 


W.J.M. Jorna (1955)

 

1979       Het gezellige buurtcafeetje "Het Kruithuis van Tante Mies" aan de Babberichseweg in Oud-Zevenaar sluit haar deuren. Het cafe dat meer dan honderd jaar heeft bestaan en officieel cafe "Kruitwegen" heet, heeft in de beginjaren de naam "De Metworst" gehad. Tot omstreeks 1960 is het een bloeiend cafe ook al omdat het gelegen is aan de drukke Rijksweg Arnhem Emmerich maar na de ingebruikname van de autoweg A12 komen alleen nog stamgasten.     
 

 

1981       In juli wordt de in 1927 gebouwde R.K. pastorie in Oud-Zevenaar afgebroken om plaats te maken voor een nieuwe (kleinere) pastorie en een tweetal woningen.    
 


De tot 1981 zo vertrouwde pastorie in het hart van Oud-Zevenaar

 

1981     Nadat het bedrijf is overgenomen door Pelikan verdwijnt in de loop van 1981 de naam Gimborn van de inktfabriek in de Spoorstraat in Oud-Zevenaar. Menigeen denkt dan met weemoed terug aan de markante persoon Max von Gimborn.

 



Gimborn vulpeninkt (1955)

Gimbornfabriek aan de Spoorstraat in Oud-Zevenaar (jaren zestig)

 

 

1984     Het processieverbod wordt uit de Nederlandse grondwet geschrapt. In Oud-Zevenaar, Groessen, Loo en Duiven vinden nog de jaarlijkse sacramentsprocessies plaats; dat is zeer bijzonder omdat in de tijd van de reformatie (1520 - 1600) de katholieken in Nederland hun geloof niet in het openbaar mogen belijden, laat staan een processie houden. Het overgrote deel van de Liemers hoorde toen echter niet bij Nederland, maar bij het Hertogdom Kleef dat, zoals beschreven, godsdienstvrijheid kende. Toen in 1816 de Liemers bij Nederland kwam, werden de processies 'gedoogd' mits zij ieder jaar worden gehouden.

   
 

Een eeuwenoude processietraditie, vermoedelijk sedert de 11e eeuw, vindt  in Oud-Zevenaar nog elk jaar plaats.
Foto:  22 juni 2008

 

 

1987     Op 24 januari is het precies vijfhonderd jaar geleden dat Zevenaar van Johan II, hertog van Kleef, stads-, markt- en molenrechten ontving. Ter gelegenheid hiervan verschijnt de uitgave "Zevenaar, stad in de Liemers" (Walburg Pers, redactie A.J.M. Akkermans e.a.z).

 


Omslag van het boek  "Zevenaar stad in de Liemers"
uitgegeven n.a.v. 500 jaar stadsrechten van Zevenaar

 

1988    Op zaterdag 25 juni wordt het Nederlands voetbalelftal  Europees kampioen na een 2-0 overwinning op Rusland in het Olympiastadion in Munchen. De stemming in heel Nederland is uitgelaten. Ook in Oud-Zevenaar heerst euforie met overal feestende mensen en toeterende auto's.

 


Uitgelaten sfeer in Amsterdam juni 1988

1989     In Oud-Zevenaar herdenkt pastoor G.J. Scholten op zondag 6 juli dat hij vijftig jaar geleden tot priester is gewijd.

Pastoor G.J. Scholten in 1989 bij de zijdeur van de St. Martinuskerk

Gerrit Scholten is geboren op 4 januari 1915 in Denekamp en gaat in 1927 naar het klein-seminarie in Culemborg; vervolgens in 1933 naar het groot-seminarie Rijsenburg bij Driebergen, waar onder andere De Jong en Alfrink, die later na elkaar aartsbisschop van Utrecht en kardinaal zouden worden, hem onderwezen. Op 23 juli 1939 vindt de priesterwijding plaats. Vervolgens wordt hij kapelaan in Munsterseveld, Vinkeveen (gedurende de oorlogsjaren), Deventer en Arnhem en pastoor in Spijk en vanaf 14 februari 1964 tot 1990 is hij pastoor in Oud Zevenaar

 

 

1990     Het vertrek van pastoor G. Scholten betekent voor Oud-Zevenaar het afscheid van de laatste dorpspastoor.
 


 
Processie in Oud-Zevenaar met in het midden pastoor Scholten

1991     Het eerste elftal van de Ooyse voetbalvereniging O.B.W. wordt kampioen in de derde klasse van de KNVB en promoveert naar de tweede klasse.

1992    In april besluit de  Nederlandse regering tot de aanleg van een goederenspoorlijn "de Betuwelijn" tussen Rotterdam en Zevenaar, die de Rotterdamse haven met het Europese achterland moet verbinden. Deze aanleg zal  ook voor Oud-Zevenaar grote gevolgen hebben.

1992     De Zevenaarse sigarettenfabriek Turmac (Turkish Macedonian Tobacco Compagny) wordt onderdeel van Rothmans International, later B.A.T. (British-American Tobacco). Vanaf 1920 is de Turmac een van de belangrijkste werkgevers in de Liemers, ook veel inwoners van Oud-Zevenaar zowel vrouwen als mannen hebben hier hun brood verdiend. In 2008 wordt de vestiging in Zevenaar op last van het hoofdkantoor van B.A.T. in Londen gesloten.

 


Turmac aan de Zevenaarse Kerkstraat, jaren dertig 20e eeuw 

1992     Vijftig jaar na de roof van drie klokken door de Duitse bezetter in de Tweede Wereldoorlog worden twee door de firma Petit en Fritsen uit Aarle-Rixtel gegoten klokken in de toren van de Martinuskerk in Oud-Zevenaar geplaatst. De grootste klok met de naam Maria en een gewicht van 1250 kg is de zogenaamde dodenklok, die geluid wordt na een overlijden. De andere klok, de Franciscusklok, met een gewicht van 540 kg wordt onder meer gebruikt bij doopvieringen. 
Eerder in 1947 was al een klok, met de naam Martinus, in de kerktoren geplaatst. Met de komst van de twee nieuwe klokken in 1992 zijn de klokken in de toren weer compleet. Alle drie de klokken tezamen worden onder meer geluid bij misvieringen.

 



1995   Op dinsdag 20 juni, dertig jaar na de dood van Bertus Wilmsen, wordt voor de R.K. pastorie in Oud-Zevenaar een beeldengroep voorstellende "Bertus en zijn schapen" onthuld. Het door de Amsterdamse kunstenaar Peter Erftemeijer vervaardigde werk moet de herinnering levend houden aan Bertus Wilmsen (1886 - 1965), die tussen 1909 en 1940 met de schaapskudde van boerderij Poelwijk door de omgeving heeft getrokken.  
 




 

1996   Van de hand van Vincent van den Eijnde verschijnt een uitgave over de gifmoord die meer dan een eeuw eerder in 1874 in Zevenaar plaatsvond en vele decennia de plaatselijke gemoederen intens bezighield.  
 


Moord te Zevenaar in 1874
Uitgave: Vincent van den Eijnde

1997   Op maandag 11 november wordt tijdens de parochieavond het kort tevoren verharde Olde Processiepad in Oud-Zevenaar officieel in gebruik genomen. Dit pad, dat sedert mensenheugenis aan de zuidzijde om de Martinuskerk loopt, is op verzoek van het parochiebestuur door de gemeente Zevenaar formeel omgedoopt in 't Olde Processiepad.  
 


1997    Op zaterdag 30 augustus 1897 wordt onder overweldigende belangstelling het 40-jarig priesterfeest gevierd van Henk van Doorn, pastor van de Sint Martinuskerk in Oud-Zevenaar. Tevens vindt de publicatie plaats van het boek "St. Martinuskerk van Oud-Zevenaar", geschreven door W.F.W.M van Heugten met een bijdrage van Th.J.G. Goossen.

                                                      

1998    Ook in de Liemers, in het bijzonder in Groessen en Zevenaar, moeten vele woningen plaatsmaken voor de komst van de Betuwelijn.

Ook deze huizen aan de Zwarteweg in Zevenaar, in de dertiger jaren gebouwd door C.J. Polman (over-overgrootvader van Sam, Simon en Sjef van Keulen) moeten wijken voor de Betuwelijn.

 


1999    Bij de aanleg van de de Betuwelijn maakt de parallel aan de spoorlijn lopende Zwarteweg in Oud-Zevenaar plaats voor de Ringbaan Zuid.

Op deze ansicht uit het begin van de 20e eeuw de Oud Zevenaarschestraat (in onze tijd de Oud-Zevenaarseweg) met aan de linker zijde het begin van de Zwarteweg, aan de rechterzijde is nog net het begin van de Zuiderlaan zichtbaar.Niet meer zichtbaar op de afbeelding is dat de Zwarteweg een bocht naar rechts maakt om vervolgens parallel te lopen met de spoorlijn en de Oud Zevenaarschestraat. 
Aan de linkerzijde van de Oud Zevenaarschestraat en aan de Zwarteweg staan in deze tijd nog geen huizen. In de dertiger jaren zijn aan de Zwarteweg en de Oud Zevenaarschestraat onder meer door C.J. Polman (over-overgrootvader van Sam, Simon en Sjef van Keulen) huizen gebouwd, die bij de bouw van de Betuwelijn op twee na zijn gesloopt.

 


2000    In juni presenteert de Algemene Rekenkamer een vernietigend rapport over het economisch nut van de Betuwelijn. Het lijkt erop dat de Betuwelijn een geldverslindend stokpaardje is geweest van enige invloedrijke politici.

2000    Voetbalvereniging O.B.W. (Ooys Blauw Wit) promoveert naar de 1e klasse van de K.N.V.B.


2001   Staatssecretaris Faber van Natuurbeheer opent het informatiecentrum Gelderse Poort annex conferentieruimte bij de Panoven in Oud-Zevenaar. Het is voor de eigenaars (de familie Kruitwagen) "een droom, die werkelijkheid is geworden" zegt de staatssecretaris bij deze gelegenheid.
In 1982 is "De Panoven" de allerlaatste zigzagoven in Europa. Wanneer het vuur van de oven in dat jaar voorgoed dooft, wil de gemeente op het terrein 1500 woningen bouwen. Door inspanningen van de familie Kruitwagen, in het bijzonder Wim Kruitwagen (1937 - 2018),  blijft "De Panoven" echter voor toekomstige generaties behouden al "buitengebied De Panoven".  
 



2004
    Vanaf 2 april draagt de kabelbrug in de Babberichseweg officieel de naam Fergusonbrug. Deze verkeersbrug over de sporenbundel in (Oud-)Zevenaar is genoemd naar de 19-jarige Canadese soldaat Kenneth Scott Ferguson, die vlakbij deze overgang op 2 april 1945 een dag voor de bevrijding van Zevenaar is gesneuveld. Het is de enige brug in de Betuweroute, die een naam heeft gekregen. De broer en zus van de gesneuvelde Kenneth Furguson zijn aanwezig bij de tenaamstelling van de brug.


    Kenneth Ferguson
      (1925 - 1945)

 


Huis in Lanark (Can) waar Ferguson met ouders en 9 broers en zussen woont tot hij in 1940 op 15 jarige leeftijd bij het Ontario Regiment komt 

2005    De in 1945 in Oud-Zevenaar opgerichte  harmonie Sint Martinus bestaat 60 jaar. Het jubileum wordt groots gevierd met onder meer een enorm feest op zaterdag 22 oktober in sporthal Lentemorgen in Zevenaar met meer dan 1200 bezoekers.

2007   De toren van de Martinuskerk in Oud-Zevenaar wordt gerestaureerd waarbij onder meer het voegwerk wordt hersteld en natuurstenen bij de galmgaten worden vastgezet.  
 

2009    Op 1 januari gaan de R.K. parochies van Babberich, Herwen en Aerdt, Lobith, Oud-Zevenaar, Pannerden, Spijk en Zevenaar samen tot de nieuw gevormde Sint Willibrordusparochie.

Ook de Oud-Zevenaarse Martinuskerk (foto augustus 2008) behoort vanaf 1 januari 2009 tot de nieuwe Sint Willibrordusparochie.


2010
    In een poging de Betuwelijn te redden verlaagt Keyrail (een samenwerkingsverband van Prorail en het Havenbedrijf Rotterdam) de gebruikstarieven voor de goederenspoorlijn tot 40%. Een tariefsverlaging voor het gebruik van infrastructuur is in deze omvang in Nederland nog nooit voorgekomen. De belastingbetaler zal miljoenen euro's meer moeten bijdragen, want het goederenspoor is bij lange na niet rendabel.

2011    Op 12 februari overlijdt Jasper W. van Keulen (1984 - 2011), zoon van de uit Zevenaar afkomstige Haagse huisarts Will van Keulen ten gevolge van een noodlottig verkeersongeval in Milaan. Jasper is een uitzonderlijk talent: op 23 jarige leeftijd is hij arts waarna hij zich specialiseert tot vaatchirurg. In het kader van zijn aanstaande promotie vertoeft Jasper tijdelijk in het buitenland als het ongeluk hem overkomt. Zijn gedrevenheid, gepaard met empathie, tomeloze energie en intelligentie hebben zijn leven gekenmerkt.
Jasper is de kleinzoon van Louis van Keulen (1912 - 2001) en Mies van Keulen - Polman (1913 - 2004) uit Zevenaar


Jasper
* Den Haag, 2 april 1984
na een turbulent stralend leven overleden ten gevolge
van een noodlottig ongeval op 12 februari 2011 in Milaan

 



Jasper
kort voor zijn dood bij het beoefenen van zijn
geliefde sport in het universiteitselftal van Yale (USA)
Ook in sportief opzicht heeft Jasper gestraald.

 

 

2012    Op vrijdag 16 maart promoveert Jasper W. van Keulen (1984-2011), zoon van de uit (Oud-)Zevenaar afkomstige Haagse huisarts Will van Keulen en zijn vrouw Willeke van Andel, postuum tot doctor aan de Universiteit van Utrecht. Een jaar eerder is een verkeersongeval Jasper op 26 jarige leeftijd noodlottig geworden. Tijdens de promotieplechtigheid zegt zijn promotor Prof. dr. F. Moll onder meer: "Jasper was een groot talent. Hij ging als een raket door zijn onderzoek en kon ook nog  eens gemakkelijk schrijven en was methodologisch goed. Hij had al een surplus aan gepubliceerde artikelen. Hij verdiende het om te promoveren".  

 


 Jasper W. van Keulen 
(1984 - 2011)

2012    Op vrijdag 10 augustus overlijdt op 93 jarige leeftijd jonkheer Huub van Nispen, bewoner en eigenaar van landgoed Sevenaer in Zevenaar. Hij wordt na een uitvaartdienst op woensdag 15 augustus in de Martinuskerk in Oud-Zevenaar begraven op zijn eigen landgoed waarover hij sedert 1947 het beheer heeft gehad. Zijn leven lang heeft hij gestreden voor het behoud van het landgoed, gelegen aan de oostzijde van het Zevenaarse stadscentrum, dat in 1785 in handen kwam van zijn voorouders en nu in onze tijd de laatste kasteelboerderij in Nederland is. Na de dood van Van Nispen gaat Huis en landgoed Sevenaer over naar de Stichting Behoud Landgoed Sevenaer.                                     .  


 
  Van Nispen
  (1919-2012)





 Huis Sevenaaer omstreeks 2000

 

2012    Met ingang van het nieuwe schooljaar op 13 augustus 2012 wordt de Brede School Sint Martinus in Oud-Zevenaar in gebruikgenomen. De formele opening vindt enkele maanden later op 10 oktober 2012 plaats. Het nieuwe gebouw waarin basisonderwijs, kinderopvang, peuterspeelzaal en buitenschoolse opvang zijn ondergebracht staat op de plaats waar in de periode 1956 tot 2011 de Martinusbasisschool heeft gestaan  

 

 
Brede School Sint Martinus (2012) 

 

2015    Op zaterdag 30 mei 2015 viert de in 1945 opgerichte Harmonie St. Martinus haar zeventigjarig jubileum met het "Martinus Maximus" gebeuren, waarbij op het Tichelpark aan de Oud-Zevenaarseweg een groots muzikaal openlucht festival plaatsvindt.  

 

2016    Op woensdag 1 juni 2016 maken de voormalig Duitse gebieden Zevenaar, Oud-Zevenaar, Babberich, Wehl, Duiven, Groessen, Loo, Huissen en Malburgen tweehonderd jaar deel uit van het Koninkrijk der Nederlanden. De overgang van Pruissen naar Nederland in 1816 bracht zeker de eerste decennia geen voorspoed want de 19e eeuw werd een periode van grote misoogsten, ziekten, honger, ellende en armoede

 

Uit de Leeuwarder Courant van 31 mei 1816 waarin melding wordt gemaakt van de overgave van Zevenaar, Huissen, Malburgen en de Lijmers, waardoor het Koninkrijk der Nederlanden "met een niet onaanzienlijk met aller vruchtbaarst bouwland en uitmuntende weiden beslagen en door nijvere inwoners bewoond territoir wordt vergroot". 

 

 

 

2016    Martijn van Keulen wordt eigenaar van het hoofdgebouw van de voormalige inktfabriek "Gimborn" aan de Ringbaan Zuid in Oud-Zevenaar
Gimborn kent in Zevenaar een geschiedenis, die teruggaat tot 1907, wanneer de uit Emmerich afkomstige Max von Gimborn er een inktfabriek vestigt. In 1931 wordt het Duitse concern Pelikan eigenaar van het bedrijf.  Nadat het bedrijf direct na de oorlog in 1945 in beslag wordt genomen door het beheersinstituut, wordt het in latere jaren opnieuw onderdeel van het Pelikan-concern.  

 


In 2016 koopt Martijn van Keulen het hoofdgebouw van de voormalige "Gimborn" en vestigt er "Ondernemerscentrum De Pelikaan" dat onderdak biedt aan ongeveer 25 bedrijven. 
Martijn van Keulen is de achterkleinzoon  van Jan van Keulen en Anna Jurrius, die zich in 1927 aan de Pannerdenseweg in Ooy vestigden. 

 

 

Luchtfoto van Oud-Zevenaar, omstreeks 2004
De Martinuskerk, het kerkhof en geheel links is "De Breuly" nog net te zien

 

 

 

In de geschiedenis ligt de nadruk doorgaans op machtige mensen. In www.liemershistorie.nl vooral aandacht voor de geschiedenis van gewone mensen, hun zwoegen voor een menswaardig bestaan, want de overgrote meerderheid van de bevolking in de Liemers heeft tot halverwege de 20e eeuw doorgaans op de rand van een bestaansminimum geleefd, waarbij misoogsten, ziekten, oorlogen en (natuur)rampen kwellingen zijn, die de mensen bij voortduring hard hebben getroffen. Indrukwekkend is om te zien hoe velen onder uiterst moeilijke omstandigheden toch het hoofd boven water hebben kunnen houden.