Spijk

 

SPIJK  GESCHIEDENIS IN JAARTALLEN

Het eerste Nederlandse dorp aan de Rijn is Spijk, een dorp met ruim 600 inwoners. Tot 1817 is het Kleefs gebied en behoort het dus tot het Koninkrijk Pruisen. De talrijk aanwezige vette klei is uitermate geschikt als grondstof voor de baksteenindustrie en daarom hebben zich in de loop der tijd diverse steenfabrieken gevestigd. Spijk behoort vanaf 1 januari 1985 tot de gemeente Rijnwaarden. De naam Spijk is afkomstig van het woord Herespich.

Spijk ligt omsloten door de plaatsen Lobith,Tolkamer, het Duitse Elten en de rivier de Rijn. De weg van Spijk naar Elten, de Oude Kleefse Postweg is aan de ene kant Nederlands en aan de andere kant Duits grondgebied. Op de plaats waar in de periode 1865 tot 1926 een spoorpont de trein, komende vanuit Zevenaar, overzette naar Spijck, aan de Duitse kant van de rivier, is het punt dat in de regelgeving voor de scheepvaart wordt gebruikt om de grens met Duitsland aan te geven.


838    Oudst overgeleverde vermelding van Leomeriche (Liemers).

  Nederzettingen in onze streek omstreeks 1200

Aswen (Azewijn) en Thedodem (Didam) worden genoemd in 828; Thuvine (Duiven), Gruosne (Groessen) en Harawa (Herwen) in 897; Eltnon (Elten) in 944; Berga ('s Heerenberg) in 1105; Sydehem (Zeddam) in 1142; Lengel in 1144; Loel (Loil), Wele (Wehl) en Waverlo (Dijk) in 1178; Beek in 1206; Stockem (Stokkum) in 1240.

 

 

885     Einde invallen van de Noormannen. Hun aanvoerder hertog Godfried wordt vermoord bij Spijk-Lobith.

1000   In het Liemerse land zijn nederzettingen maar nog geen dijken. De rivieren en stroompjes treden voortdurend buiten hun oevers maar echt hoge waterstanden komen vrijwel nooit voor, omdat het water zich door het ontbreken van dijken vrijelijk kan verspreiden.

1150    Halverwege de 12e eeuw wordt in het Liemerse land een begin gemaakt met de aanleg van dijken. Het zijn lage "zomerdijken" om het zomerwater te keren. Ruim honderd jaar later komen in de "Lijermersch" de eerste winterdijken.

Dijkaanleg met eenvoudige hulpmiddelen is een onvoorstelbaar omvangrijke klus, die naast vakmanschap vooral ook veel logistiek inzicht vraagt.

 

1275    De oudste vermelding van kasteel Byland stamt uit 1275 als de Heer van Pannerden, Willem Doys,  het kasteel als leengoed krijgt van de Hertog van Kleef.  Dit bij Pannerden gelegen kasteel ook genoemd Huis Scathe van Willem Doys wordt in de 16e eeuw door de veranderde loop van de Waal weggespoeld. Op een kaart uit 1631 van Millingen staan de restanten van Huis Bylandt nog in de Waal getekend.  
Voornoemde kasteel Bylandt is niet hetzelfde kasteel Bylandt dat in 1734 door Jan de Beijer is getekend. Dit kasteel, ook bekend als Huis Halt, ligt verder stroomopwaarts bij Bimmen.

 


Kasteel Byland (Jan de Beijer, 1734)

1328    De graven van Kleve (Kleef) en Gelre regelen in een Landbrief het beheer van dijken, weteringen en sluizen. Dit kan gezien worden als het allereerste begin van de georganiseerde waterbeheersing in onze streek. Er zal echter nog een lange weg van vele eeuwen te gaan zijn alvorens de bewoners van de Liemers gevrijwaard zijn van overstromingen.



1347
  Omstreeks deze tijd wordt het nieuwe Tolhuis gebouwd. Het is gelegen aan de Rijn tussen Spijk en Eltenberg. In de loop van tientallen jaren ontwikkelt het zich tot een ware burcht waar vele eeuwen tol wordt geheven. In de loop der 17e eeuw moet de tol echter verplaatst worden naar het tegenwoordige Tolkamer omdat de loop van de Rijn zich wijzigt en het Tolhuis in het land komt te liggen.


 

 


Tolhuis omstreeks 1640 (Claes Jansz. Visscher)

1360    Graaf Johan van Kleef bouwt op de splitsing van Rijn en Waal de burcht Schenkenschanz. Deze vlakbij Pannerden gelegen burcht wordt in 1586 omgebouwd tot een fort, dat in de Tachtigjarige Oorlog een belangrijke rol speelt in de strijd tussen de Spanjaarden en Nederlanders.

1394    De eerste vermelding van het Tolhuisveer dateert uit 1394. Dit veer in Lobith, recht tegenover de Lobithsestraat, zou bijna drie eeuwen tot omstreeks 1660 een relatief belangrijke oeververbinding zijn. 

De latere Oude Rijn bij Lobith met Hoog- en Laag-Elten op de achtergrond (anoniem)
Vermoedelijk is het huis rechts het veerhuis van het Tolhuisveer, dat tot omstreeks 1660 bestaan heeft.

 

Aanvullende informatie, ontvangen (januari 2012) met betrekking tot bovenstaande, van Erna Spann uit Spijk: 
"Ik ben op weg gegaan om de precieze locatie te vinden want ik woon op een plek onderaan de Eltenberg met als uitzicht Eltenberg, de molen en de Martinuskerk van Laag-Elten, die ook op deze tekening staan. De enige plek die ik kan vinden om ervoor in aanmerking te kunnen komen is ongeveer halverwege de Moddeich, ter hoogte van Oud Lobede (ter hoogte van de Marsweg in Spijk waar Oud Lobede ooit lag). Vanuit het latere (huidige) Lobith zouden Eltenberg, de Eltense molen en de Martinuskerk nooit op deze manier nagetekend kunnen zijn. Te Oud Lobede is van ca 1220 tot ca 1307 tol geheven, daarna is vanwege verzanding van de rivier, de tol verplaatst naar het huidige Lobith.  Het huis op de tekening zou in dat geval niet het genoemde tolhuisveer kunnen zijn dat er tot 1660 heeft bestaan. Dat hoorde bij het latere (huidige) Lobith, niet bij Oud Lobede. Ook is het mogelijk dat de tekenaar niet ter plekke, maar vanuit zijn herinnering heeft gewerkt".

1503    De zomer van 1503 is zinderend heet en kurkdroog en daardoor een kwelling voor de meeste inwoners in onze regio. 

1517    Maarten Luther slaat zijn 95 stellingen aan de deur van de slotkerk in Wittenberg.

1557     De vermaarde cartograaf Christiaan sGrooten, geograaf van de Spaanse koning Philips II, brengt het gewest Gelderland in kaart.

Een detail uit de kaart van Christiaan sGrooten
Vermeld zijn o.a. Tolhuys en Lobeth, Herwen, Hoigh Elten (Hoog Elten), Neder Elten (Laag Elten), Griethuysen (Griethausen) en Warbeyden (Warbeyen).

 


1567    Het algemene oproer bekend geworden als Beeldenstorm gaat volledig aan de Liemers voorbij.

1568    Begin van de Tachtigjarige Oorlog. De strijd tussen Spaanse en Staatse troepen brengt de bevolking in de Liemers regelmatig tot wanhoop.  

De staatkundige indeling van de Liemers en de omgevende gebieden in de 16e eeuw
Geel: Kleefs gebied     Groen: Gelders / Staats gebied     Licht Groen: Berghs gebied     Wit: zelfstandig gebied. 

 

1571     In het najaar trekken Spaanse troepen onder leiding van de hertog van Alva komend vanuit het Vlaamse Mechelen over de Rijn bij Lobith / Spijk. Ze zijn dan op weg naar Zutphen waar ze met geweld de Spaanse heerschappij herstellen.


 

 


Hertog van Alva (1507-1582)

 

1572    Begin juli worden 19 katholieke priesters uit Gorcum ontvoerd naar Den Briel. Als ze daar niet bereid zijn het katholieke geloof af te zweren worden ze een voor een opgehangen. De herinnering aan dit gebeuren, dat bekend staat als een van de dieptepunten in de opstand tegen Spanje, blijft tot ver in de 20e eeuw bij veel katholieken, ook in de Liemers, levend.

Links: Martelaren van Gorcum worden in een schuur terechtgesteld (19e eeuws schilderij van Cesare Fracassini)

Rechts: Beeld van pater Claas Pieck in de bedevaartskerk in Brielle
  Claas Pieck is de eerste, die wordt opgehangen, na hem volgen nog 18 paters. 



De ontvoering van de 19 priesters vindt plaats door watergeuzen onder leiding van hun in 1571 door Willem van Oranje benoemde opperbevelhebber Lumey. Wanneer de priesters niet bereid zijn om het katholieke geloof af te zweren, worden ze in een schuur een voor een opgehangen. Na hun dood worden de 19 martelaren van Gorcum voor veel katholieken ook in de Liemers lichtende bakens in een periode van onderdrukking en duisternis. De herinnering aan het gebeuren in 1572 blijft tot ver in de 20e eeuw levend. Veel katholieken sluiten tot ver in de 20e eeuw hun dagelijks gebed af met: "heilige martelaren van Gorcum bidt voor ons".

 

1573    Reeds eind oktober begint in de Liemers een lange zeer strenge winter, waarin vrijwel alle wintervoorraden verloren gaan met grote tekorten en honger tot gevolg.

1581    De periode 1581 tot 1603 verloopt voor de bevolking in het Gelders - Kleefs grensgebied rampzalig. De Tachtigjarige Oorlog, een meedogenloze strijd tussen Spaanse en Staatse troepen, maakt veel slachtoffers onder de bevolking. Zowel Staatse als Spaanse soldatenbendes trekken regelmatig plunderend en brandstichtend rond. De terreur wordt mede veroorzaakt door de slechte betaling van vooral de Staatse soldaten.

Plundering van een dorp geschilderd door Pieter Molijn (Frans Halsmuseum, Haarlem)
Vooral tijdens de eerste helft van de Tachtigjarige Oorlog gaat de bevolking van het Gelders - Kleefs grensgebied regelmatig gebukt onder de wreedheden en plunderingen van Hollandse (Staatse) en Spaanse soldaten.

1586     Tijdens de Tachtigjarige Oorlog speelt de beheersing van de rivieren een belangrijke rol. Op de splitsing van Rijn en Waal wordt daarom onder leiding van Maarten Schenk van Nydeggen de door Graaf Johan van Kleef omstreeks 1360 gebouwde burcht uitgebouwd tot een fort (Schenkenschans). Het fort, de 'toegangspoort' tot de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden, wordt lange tijd als onneembaar gezien. Door verandering in de loop van de Rijn verliest het fort in het begin van de 18e eeuw haar strategische betekenis.

Schenkenschans wordt in 1635 door de Spanjaarden veroverd op de Nederlanders, maar een jaar later alweer door Frederik Hendrik van Oranje herovert.

In 1672 wordt Schenkenschans door Nederland zonder slag of stoot overgeleverd aan Frankrijk, maar in 1681 komt het fort weer in Nederlandse handen. In 1816 wordt het bij het Koninkrijk Pruisen gevoegd en worden de vestingwerken afgebroken.

Momenteel is Schenkenschanz een klein, stil en vriendelijk Duits dorpje vlakbij Kleve.

 

 

1588     Het hertogdom Kleve benadrukt haar heerschappij over Lobith en haar tol door de vorming van een apart rechtsdistrict Lobith, waarvan Adolf van Meverden tot richter wordt benoemd. Het Spijk valt hier niet onder en blijft deel uitmaken van het gericht Emmerik. 
De Staten van Gelderland zijn echter van mening dat Lobith en de tol wederrechtelijk in het bezit worden gehouden door Kleve. Ook het bezit van o.a. het ambt Liemers, de Duffel en het ambt Goch wordt door de Gelderse Staten betwist. Vanaf 1602 vinden regelmatig onderhandelingen plaats maar pas na de Napoleontische tijd ongeveer 225 jaar later in 1816 worden de landsgrenzen definitief geregeld waardoor onder meer Lobith bij Nederland wordt gevoegd. 

1608    Een ontstellend koude winter zorgt voor grote problemen. In januari en februari vriest het zo hard dat zelfs de oudste mensen zich niet kunnen herinneren dit ooit eerder te hebben meegemaakt.

1610     Op vrijdag 22 januari wordt onze regio getroffen door een zware storm. Bij Rees breekt de dijk door. Veel land staat onder water.

1671    Tijdens de winter 1670/1671 breekt de Spijkse dijk bij het Luisbos door.

1672
    Het leger van koning Lodewijk XIV trekt bij Lobith over de drooggevallen Nederrijn.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Een uit Elten afkomstige boer vertelt waar de Rijn doorwaadbaar is, waardoor Lodewijk XIV in 1672 bij een extreem lage waterstand met 120.000 man de Rijn kan oversteken.
Schilderij van Adam Frans van der Meulen.

1682    Ernstige wateroverlast in de Liemers.

1701
    De keurvorst van Brandenburg mag zich koning van Pruisen noemen, waardoor Spijk onderdeel wordt van het Koninkrijk Pruisen, dat uitgroeit tot een machtige staat.

1707    Op 14 november wordt het Pannerdens kanaal  (Nieuwe Rijn) geopend. 
 

De militaire dreiging vanuit Frankrijk  omstreeks 1700 is de directe aanleiding voor de aanleg van het Pannerdens kanaal.
De Neder-Rijn en IJssel zijn doorwaadbaar en daardoor zwakke plaatsen in de defensie van de Republiek der Vereenigde Nederlanden. De situatie voor de scheepvaart is daarnaast een belangrijke bijkomstigheid. Dankzij de aanleg van het Pannerdens kanaal (Nieuwe Rijn) worden Neder-Rijn en IJssel beter bevaarbaar. Gedurende de eerste zestig jaar na de aanleg van het kanaal heeft de aanleg echter een rampzalige invloed op de hoogwaterveiligheid. Talrijke dijkdoorbraken in de 18e eeuw zijn een direct gevolg van de aanleg van het Pannerdens kanaal. In de loop der tijd is de rol van het kanaal voor de waterhuishouding echter drastisch gewijzigd en is het nu  de "hoofdkraan van Nederland".  

1707    Door het Pannerdens kanaal worden Aerdt, Herwen en Pannerden van de Overbetuwe afgesneden en behoren vanaf nu tot de Liemers.

 

Het door het Pannerdens kanaal ontstane "Gelders Eiland" heeft zowel economisch als cultureel belemmerend gewerkt. Aan de andere kant heeft de geisoleerde ligging voor een hechte gemeenschapszin gezorgd.
Regelmatig hebben  in de Liemers overstromingen plaatsgevonden; de laatste in 1926. In 1995 is het elders in Gelderland uitermate spannend, enkele honderdduizenden mensen worden (30 januari - 6 februari 1995) preventief geevacueerd, maar gelukkig blijft een dijkdoorbraak uit.
De hoogste waterstand van de Rijn tijdens de overstroming van 1926 bedraagt 16,92 m. boven N.A.P.; de hoogste stand van de Rijn bedraagt in 1995 16,69 m.  boven N.A.P.; de laagste stand van de Rijn ooit gemeten (2003) bedraagt 6,91 m. boven N.A.P. Het verschil tussen hoogste en laagste stand bedraagt dus ruim 10 meter.  

1709    Zeer strenge winter vanaf Driekoningen (6 januari); veel vee doodgevroren.

1711     Na de strenge winter van 1710 op 1711 bezwijkt door aanvoer van enorme hoeveelheden smeltwater de Spijkse dijk. Het water stroomt dwars door Spijk en de Boterdijk breekt door. Ter hoogte van het huis Haelt stroomt het water vervolgens weer in de bedding. Als hoofdschuldige wordt door velen het enkele jaren eerder gegraven Pannerdens Kanaal gezien  Daardoor is immers de baan van de Neder-Rijn aanzienlijk bekort waardoor de stroomsnelheid en de kracht op de dijken met name in de bochten aanzienlijk vergroot is. 

1715   Op vrijdag 3 mei wordt het aan het eind van de ochtend omstreeks 11.00 uur nachtelijk donker. Het is een gevolg van een (vrijwel) volledige zonsverduistering in Nederland. Op de eerstvolgende volledige zonsverduistering zal de Liemers 420 jaar moeten wachten tot het jaar 2135.   

1735    Jan de Beijer tekent 't Huys de Byland.


1737
    De reizende tekenaar Jan de Beijer tekent vanaf Eltenberg het gezicht op Elten en het Franciscanenklooster.

Gezicht op Elten (1737) van Jan de Beijer

1738    Op donderdag 16 januari overvalt een groep Didammers de Waldhof,  in Spijk.  Op deze boerderij, ook genoemd "Hof zum Walde", die gelegen is tussen het huidige Spijk en de Eltenberg in het koninkrijk Pruissen, is Hendrick van de Wald de pachter. 
De overval is in scene gezet. Omdat Hendrick een grote pachtschuld heeft, zullen op vrijdag 17 januari zijn vee en goederen publiekelijk verkocht worden. Om dit te voorkomen helpen vrienden uit Didam, dat gelegen in het graafschap Bergh. Zij beroven de Waldhof op de avond voor de publieke veiling teneinde vee en spullen mee te nemen naar Didam om zo te voorkomen dat deze publiekelijk verkocht worden. Uiteindelijk komt men erachter dat de overval in scene is gezet en mede door de goede verstandhouding tussen de koning van Pruissen en de gravin van den Bergh vonnist de rechter van het graafschap Bergh de daders. Jan Roemaat, een vooraanstaand Didammer, die een belangrijke rol bij de organisatie van de overval heeft gespeeld, wordt veroordeeld tot levenslange verbanning uit het graafschap Bergh. De andere overvallers en handlangers mogen na het betalen van een boete en het uitzitten van hun straf wel weer naar huis.

1740    In december is er een doorbraak van de Spijkse dijk.

1741
    Een in economisch opzicht voor de Liemers belangrijke verandering betreft de wijziging van de postroute Arnhem - Keulen. De postwagens rijden niet meer via Doesburg, Doetinchem, Anholt en Wezel naar Keulen, maar worden vanaf 1741 geleid via Westervoort, Duiven, Zevenaar, Elten, Spijckse veer, Kleef, Kalkar en Xanten naar Keulen.


              Het Spyckse veer met voermanspostwagen en op de achtergrond Laag- en Hoog-Elten (Johannes Leupenius)
 

1745    De Pruisische regering besluit om in de monding van de Oude Rijn tussen Spijk en Tolkamer een overlaat aan te leggen. Op deze manier kan bij hoge waterstand van de Rijn het water wegstromen in de grotendeels drooggevallen bedding van de Oude Rijn om vervolgens bij Candia weer in de Neder-Rijn te stromen. Door deze maatregelen wordt de druk op de bandijk bij Babberich en Oud-Zevenaar groter met dijkdoorbraken als gevolg.

1753    Op 19 december vindt dijkdoorbraak plaats bij de buurtschap Leuven / Leuffen (buurtschap tussen Oud-Zevenaar en Groessen). Een zeer omvangrijk gebied tot Steenderen komt onder water.


Doorbreken van de Rhijndijk in 1753
Meer dan drie maanden lang tot eind maart 1754 blijft het water door de Leuvense doorbraak naar binnen stromen..
Tot  in oktober 1754 werkt men dagelijks met honderd karren aan het herstel van de dijk.
 

1756    Op zaterdag 11 december 1756 begint het streng te vriezen en de intense koude duurt onafgebroken tot maandag 7 februari 1757. De langdurige en intense koude is ook voor de  inwoners van Spijk een enorme beproeving.

1757    Op zondag 30 januari ziet men op het Gelders eiland de eerste tekenen van ijsgang. Het opgestuwde water stijgt daardoor zo hoog dat het nog dezelfde dag twee voet over de dijk loopt en de dijk ter hoogte van de Pannerdenschen Waerd breekt. Ruim een week later op 9 februari breekt de Herwense dijk op vijf plaatsen tegelijk door het opnieuw kruiende ijs en ook bij Pannerden volgen nieuwe doorbraken. Ook de dijk bij Leuven, tussen Oud-Zevenaar en Groessen, breekt in deze rampzalige maand.

Door vele dijkdoorbraken als gevolg van waterstuwing door het kruiende ijs staat in februari 1757 de Liemers grotendeels onder water. Velen vertoeven dagenlang op zolders of daken van hun huis. Ook gaan veel huizen door de watermassa verloren.


 

1770     Rampjaar: Van november 1769 tot mei 1770 overstroomt het Geldersch Eiland zeven keer. Bij een dijkdoorbraak in december 1770 wordt zelfs de helft van het dorp 't Loo weggevaagd.

 

 

 

 

                                                Doorbraken van Liemerse dijken in de 18e en 19e eeuw

 

1770    Geheel onverwacht breekt in de nacht van 1 op 2 december om 1.00 uur de dijk bij de Oliemolen onder Oud-Zevenaar door. Wanneer het licht wordt is alles een zee van water. Veel huizen zijn ingestort of zelfs verdwenen. Uit Zevenaar wordt gemeld dat het gekerm op de daken onbeschrijflijk is. Reeds op 3 december wordt in Zevenaar een collecte voor de slachtoffers gehouden, die ruim 21 rijksdaalders opbrengt. Hiervoor wordt jenever, tabak, olie en brood gekocht.  


Voor het Gelders eiland en de Liemers is  1770 een echt rampjaar.
Het menselijke verdriet en de economische schade zijn onvoorstelbaar.

1784    Een felle en langdurige vorstperiode zorgt dat de rivieren tot op de bodem met ijs bedekt zijn. In februari zet de dooi in en in de middag van 29 februari breken bij Spijk dijken door. Een dag later zijn er dijkdoorbraken in Oud-Zevenaar. Begin maart staat een gebied tussen 's Heerenberg en Doesburg onder water.

1788    Om verspreiding van ziekten te voorkomen bepaalt de Kleefse overheid op 11 april, dat voortaan twee begrafenisgebruiken achterwege dienen te blijven te weten:
                    - het afleggen van het lijk door een groot aantal vrouwen uit de verre omtrek
                    - het meerijden van vele vrouwelijke familieleden op de lijkwagen.

1789    De winter van 1788-1789 verloopt extreem koud. Met de winter van 1708-1709 is deze winter de aller-koudste winter van de 18 eeuw. Mens en dier gaan gebukt onder de extreme koude en de gevolgen daarvan.

1789    Diverse dijkdoorbraken waardoor de Liemers weer eens onder water komt te staan.


Voorjaar in de Lijmers, 1790

1794    De Kleefse regering wijst op de gevaren van het te snel begraven van overledenen na diverse gevallen van schijndood.  Gesteld wordt dat de enige betrouwbare aanwijzingen voor de dood de geur en de ontbinding zijn.

1795    Frankrijk bezet de Nederlanden; het is het  begin van de Franse tijd. De Kleefse gebieden waaronder Spijk, Zevenaar, Duiven en Huissen worden als "Departements belgiques" door de Franse republiek geannexeerd. Door de Franse overheersing verdwijnt de tabaksverbouw in de Liemers grotendeels.

 

 

Franse troepen trekken op 11 januari 1795 bij Gendt over de bevroren Waal.

1800    Op 9 november veroorzaakt een hevige storm veel schade in de Liemers

1802    In de zomer van 1802 wordt het in de regio bekend dat de Kleefse enclaves (met o.a. Zevenaar, Lobith, Spijk, Duiven, Groessen, Loo, Huissen, Malburgen en Wehl) op termijn over zullen gaan naar Nederland. Velen  overvalt dit bericht en vrijwel alle hoofdgeerfden van de streek richten zich in een verzoekschrift tot de koning van Pruissen om in het belang van de ingezetenen de enclaves te behouden. Voorstanders van de overgang naar Nederland zijn er echter ook. Zij worden aangevoerd door de Zevenaarse Carel Herman van Nispen. 

1809
    Weer een kolossale watervloed in de Liemers. Na een strenge vorstperiode veroorzaakt begin januari een ijsstopping in het Bylants kanaal een enorme vloed door de Oude en Neder-Rijn, waardoor de dijken de enorme druk niet weerstaan en op twee plaatsen, te weten bij de Toetenburg onder Ooy en bij 't Loo, doorbreken. Op 13 januari is het Liemerse land daardoor een grote met ijs beladen watervlakte, waarin door een hevige storm ontwortelde bomen en daken van verwoeste huizen voortdrijven. Een nieuwe vorstperiode verandert het land vervolgens in een onafzienbare ijsvlakte.

   

In het stormachtige najaar van 1808 heeft de Liemers al vroeg te kampen met hoog water en in december volgt een periode van vorst en sneeuw.
Op 3 januari 1809 raast een hevige sneeuwstorm over de Liemers, waarna de winter in alle hevigheid toeslaat. Rond de Pley bij Westervoort ontstaat een ijsmassa, die zowel de IJssel als de Rijn afsluit waardoor stroomopwaarts de Liemerse bandijk van Oud-Zevenaar tot Westervoort onder zware druk komt.  Op vrijdag 13 januari om 7.30 uur in de ochtend begeeft de dijk het bij Ooy in de buurt van Toetenburg. Enige uren later breekt de dijk bij de Loowaard door. In korte tijd staat de gehele Liemers onder water. Zelfs in het relatief hoog gelegen centrum van Zevenaar-stad staat het water meer dan 1 meter hoog. 

 

1810    Na de watersnood van 1809 wordt serieus overwogen een kanaal door de Liemers van Pannerden naar Doesburg te graven en de Nederrijn definitief te sluiten. Men gaat ervan uit dat de oplossing voor alle (overstromings)problemen een afleiding van het Rijnwater via de Liemers en de IJssel naar de Zuiderzee is. 

1815    Het Weense Congres besluit dat het gebied tussen Emmerick en de (huidige) grens Duits wordt in ruil voor de Duitse enclaves Wehl, Liemers (Zevenaar, Duiven, Groessen, Loo) en Huissen, die tot Nederland gaan behoren. Lobith en Spijk worden vergeten en komen korte tijd later (1 maart 1817) bij Nederland.

1816    Na de val van Napoleon komt Zevenaar eerst onder Nederlands en daarna opnieuw onder Pruisisch bewind, totdat het op 1 juni 1816 definitief overgaat naar het Koninkrijk der Nederlanden. Spijk en Lobith volgen Zevenaar iets later, want deze is men bij de onderhandelingen even vergeten. De overgang naar Nederland brengt geen voorspoed. De 19e eeuw wordt een periode van grote misoogsten, ziekten, honger, ellende en armoede. Handel en nijverheid zijn er nog nauwelijks en de meeste bewoners hebben een karig bestaan in de landbouw of leven van de bedeling.  

 

Uit de Leeuwarder Courant van 31 mei 1816 waarin melding wordt gemaakt van de overgave van Zevenaar, Huissen, Malburgen en de Lijmers, waardoor het Koninkrijk der Nederlanden "met een niet onaanzienlijk met allervruchtbaarst bouwland en uitmuntende weiden beslagen en door nijvere inwoners bewoond territoir wordt vergroot". 

 

1816    Uitgezonderd enkele dagen in augustus regent het in 1816 van half mei tot in november vrijwel onafgebroken. Spijk en omgeving zijn veranderd in een moeras. De oogst gaat verloren. De schade is onvoorstelbaar en wordt bovendien nog versterkt door het volledige gebrek aan gras als voedsel voor het vee. Bittere armoede is het gevolg en veel mensen voeden zich met voedsel dat onder normale omstandigheden aan varkens gegeven wordt. 

 

1817    Het tot dan Pruisisch Gelders Eiland wordt op 1 maart bij Nederland gevoegd.

1817    Op 1 maart worden Lobith, Spijk, 's-Gravenwaard, Bielandse Waard en Kiefwaard alsnog bij het Koninkrijk der Nederlanden gevoegd.  

1817    Lobith (403 inwoners) en Spijk (82 inwoners) worden verenigd met Herwen en Aerdt tot de gemeente Herwen en Aerdt. 

1818   Op zondag 13 december 1818 krijgt Johannes Fuerst, schoenmakersgezel uit Elten ruzie over een gemaakte weddenschap met de 18-jarige dagloner Jan Siemes, eveneens uit Elten. De ruzie, die plaatsvindt in een uiterwaard bij Spijk op Nederlands grondgebied, escaleert en op een bepaald moment trekt Fuerst, die maar 1,50 meter groot is, zijn mes en steekt Siemes daarmee in de buik. De verwondingen zijn zodanig ernstig dat geneeskundige hulp weinig kan uitrichten. "Nadat een groot gedeelte van de ingewanden door de wonde naar buiten was gedrongen", overlijdt Jan Siemes pas in de avond van de volgende dag. 
Johannes Fuerst vlucht na de moord naar Duitsland maar wordt later gepakt en aan justitie in Arnhem overgedragen. Hij wordt veroordeeld tot opsluiting in een tuchthuis voor een periode van twintig jaar.
 

1820    In de nacht van vrijdag 21 op zaterdag 22 januari stroomt rivierwater met grote kracht over de Liemerse overlaat in Babberich waardoor grote delen van de Liemers opnieuw  onder water komen te staan.

 

1821     Op zaterdag 25 augustus 1821 breekt brand uit op boerderij Hof zum Walde in Spijk
Hof zum Walde is een zeer oude domeinenhofstede op een terp met een geschiedenis, die terug gaat tot in de 17-de eeuw. De kapitale boerderij, die bewoond wordt door de familie Van Embden brandt volledig af. De boerderij wordt na de brand weer opgebouwd. Bijna een eeuw later in de zomer van 1913 brandt de boerderij opnieuw af doordat bij het bakken van pannenkoeken de vlam in de pan slaat. Binnen een jaar wordt een nieuwe boerderij gebouwd door de eigenaar, de familie Janssen - van Embden. Omstreeks 1950 wordt de monumentale boerderij verkocht aan Bernhard Stam. Nakomelingen van hem zijn ook in onze huidige tijd nog altijd eigenaar.

                                                



1824    Spijk wordt, als gevolg van een concordaat dat door Pruisen met de H. Stoel te Rome is gesloten, overgedragen van de parochie Elten naar de parochie Lobith.

1825
    In plattelandsgemeenten wordt de titel van schout (voor het hoofd van de gemeente) veranderd in die van burgemeester.

De Liemers en omgeving uit een aardrijkskundig schoolboek door J.van Wijk Roelands Zoon uitgegeven door H.C.A. Thieme te Zutphen in 1827. Spijk wordt niet expliciet vermeld..

1827    Op 17 en 18 maart woedt een hevige noordwester storm waardoor het tot aan de kruinen van de dijken staande water enorme schade aanricht.      

1830     De Belgische opstand leidt tot afscheiding van Belgie van Nederland. 
Koning Willem I roept ook in de overwegend katholieke Liemers (jonge)mannen op voor actieve militaire dienst. Velen voelen er echter weinig voor om voor een protestante vorst te vechten tegen het katholieke Belgie. Dit leidt tot grote onrust. In Lobith trekt een groep jongemannen, onder meer afkomstig uit Spijk, door het dorp, die dreigt het gemeentehuis in brand te steken. De gouverneur van Gelderland stuurt daarop 90 soldaten om de rust te herstellen. Honderd (jonge)mannen, die vervolgens worden gedwongen in militaire dienst te gaan, deserteren in de winter van 1830 - 1831. Velen van hen vluchten naar Pruisen.

1838    Als gevolg van kruiend ijs, meer dan 7 meter hoge ijsbergen op 28 februari bij Spijk, zijn de dijken in groot gevaar. In de vroege ochtend van 1 maart breekt de dijk bij Rees door, waardoor ook een groot deel van de Liemers onder water komt .     

1839    In de gemeente Herwen en Aerdt, waartoe Spijk behoort, vestigt zich in december 1839 voor het eerst in de geschiedenis een universitair opgeleide medicus. Het is dr. Wilhelm Anton Letterhaus (1815 - 1849) uit Munster, die een medische praktijk start in Lobith.  De praktijk loopt verre van succesvol en er zijn vele klachten omdat dr. Letterhaus kampt met een alcoholverslaving en mede daardoor op de jeugdige leeftijd van 33 jaar op donderdag 12 april 1849 overlijdt.

1845    Overvloedige regenval heeft tot gevolg dat meer dan 75% van de oogst verloren gaat. De aardappelteelt verrot vrijwel volledig. Honger is het gevolg.

1849    Op donderdag 12 april 1849 overlijdt onder behoeftige omstandigheden dr. Letterhaus (1815 - 1849). Hij gaat de geschiedenis in als de eerste universitair opgeleide medicus van de gemeente Herwen en Aerdt, waartoe Spijk behoort. Hij heeft zich tien jaar eerder in Lobith gevestigd maar kampt in de jaren daarna in toenemende mate met een ernstig alcoholprobleem waardoor zijn medische praktijk veel problemen heeft gekend.

1849    Een cholera-epidemie veroorzaakt in binnen- en buitenland grote aantallen dodelijke slachtoffers. In de gemeente Herwen en Aerdt, waartoe Spijk in deze tijd behoort, bezwijken in 1849 twaalf mensen aan de gevreesde aandoening.


     Priester bezoekt cholera-patient 
        (Engels tijdschrift, 1849).
 

1851    De zomer verloopt voor de boeren rampzalig. Een lange periode van hitte en droogte eindigt met een hevig onweer met hagel en storm.

1853    In Nederland en dus ook in de Liemers wordt de (R.K.) kerkelijke hierarchie hersteld. Als eerste aartsbisschop wordt monseigneur J. Zwijsen benoemd.

1854    Op een bevolking van 2.533 personen in de gemeente Herwen en Aerdt moet meer dan de helft "van den arme" worden gesteund. Ook dit is weer zo'n voorbeeld dat de "goede oude tijd" in feite nooit bestaan heeft.    

1855    Op het goed Dijkmanshof bouwt Joh. Arn. Sanders de steenfabriek "Spijk", die 5 jaar later, in 1860, in het bezit komt van Johan Peter van den Loo.    

1858    Verschijning van Maria in Lourdes. Ook op de overwegend katholieke bevolking van Spijk maakt dit diepe indruk.  

1859    In het provinciaal verslag over 1859 wordt gemeld dat in de "geheele Lijmers, zooals doorgaans weinig heerschende ziekten zijn voorgekomen". Het wordt toegeschreven aan de "gezonde ligging" van deze streek.

1862    De steenfabriek (Spijksedijk 27) wordt gesticht. Ruim een kwart eeuw later in 1888 komst deze fabriek in het bezit van de familie Terwindt.

1863    De Pruisische koning geeft toestemming voor de aanleg van de spoorlijn van Zevenaar via Elten en Spijk naar Kleef (Kleve). De oversteek over de Rijn in de omgeving van Spijk moet plaatsvinden door middel van een tweetal stoomponten waarop een rails is gemonteerd. Twee jaar later in 1865 wordt deze belangrijke spoorverbinding al geopend. Wanneer in 1890 een spoorlijn is aangelegd tussen Nijmegen en Kleef vermindert echter het belang van de spoorverbinding tussen Zevenaar en Kleef in sterke mate.

1865     De NRS (Nederlandsche Rhijnspoorweg-Maatschappij) opent een alternatieve spoorverbinding via Zevenaar naar Kleve in Duitsland.    

 

Detail spoorwegkaart uit 1904, waarop het spoor Zevenaar - Elten -Welle - Kleef, alsmede het spoor Zevenaar - Emmerik

 

De spoorlijn Zevenaar-Elten-Welle-Spijck-Griethausen-Kleef maakt tussen Welle en Spijck gebruik van een spoorpont. Men heeft wel overwogen hier een brug aan te leggen, maar daar is uit militaire overwegingen vanaf gezien. In 1912 wordt het spoorpont opgeheven.


Zijaanzicht van de veerpont
De veerpont vervoert alleen wagons, de locomotief vaart niet mee. Bij hoogwater, storm en ijsgang kan de pont niet varen, zodat gemiddeld drie weken per jaar geen treinen kunnen worden overgezet.  


1867    De gemeente Herwen en Aerdt, waartoe ook Spijk behoort, telt 2.925 inwoners en beslaat een grondoppervlak van 3.356 bunder (hectare).


De gemeente Herwen en Aerdt in 1867
 

1873    In maart ontvangt de weduwe Helena Heijdendaal-Peters, die woont op de "Wardhof" te Spijk, een "brandbrief". Het dreigement luidt dat ze een som geld op een bepaalde plaats moet neerleggen anders wordt haar boerderij in brand gestoken. 
In eerste instantie worden de op Spijk wonende Peter Muller en Johannes Evers verdacht. Maar tijdens het onderzoek krijgt de zaak een plotselinge wending doordat de 21 jarige hulppostbesteller Hendrik de Bruin uit Lobith zich erg verdacht gedraagt. Hij wordt duchtig aan de tand gevoeld en legt een volledige bekentenis af. Op 27 mei 1873 wordt hij veroordeeld tot een  gevangenisstraf van een maand. In latere jaren is Hendrik matroos op de binnenvaart maar heeft zijn leven niet echt verbeterd want door het plegen van diefstallen gaat hij opnieuw in de fout.      

1880    De gemeente Herwen en Aerdt, waartoe Spijk behoort, telt acht steenfabrieken waar 176 mannen boven de 16 jaar werk vinden. Voorts zijn ongeveer 235  mannen werkzaam op boerenbedrijven. Weer anderen verdienen een boterham buiten de agrarische sector. Zo zijn er: 13 bakkers, 10 kleermakers, 5 klompenmakers, enkele leerlooiers, 7 metselaars, 1 koperslager, 2 kuipers, 4 mandenmakers, 2 molenaars, 14 schoenmakers, 2 meubelmakers, 2 molenaars, enkele rietdekkers, 11 schippers, 5 slagers, 7 smeden, 1 stoelenmatter, 12 timmerlieden, 2 tuinlieden, 4 schilders, 1 wagenmaker, 1 wever, 1 zadelmaker en 1 zeilmaker. Tenslotte zijn er nog enkelen werkzaam als gemeenteambtenaar, politiebeambte en douanier. Het totaal aantal mannen in de gemeente Herwen en Aerdt dat min of meer geregeld arbeid vindt bedraagt bijna 600.  De resterende mannen, ongeveer 400, moet trachten door hier en daar los werk te verrichten het hoofd boven water te houden en dat is verre van eenvoudig.      

1882    Het voorjaar is uitzonderlijk nat, waardoor het gehele Gelders Eiland te lijden heeft onder kwelwater.

1883    De aardappeloogst gaat voor het tweede achtereenvolgende jaar door wateroverlast verloren

1884    Tussen 1878 en 1895 treft een enorme landbouwcrisis Europa. Deze is het gevolg van import van goedkope landbouwproducten uit de Verenigde Staten en Canada waardoor prijzen sterk dalen en veel boeren landarbeiders ontslaan. Werkeloosheid en armoede nemen sterk toe. Een aantal mensen, ook uit onze omgeving, besluit onder druk van de omstandigheden voor werk naar het buitenland te vertrekken zoals naar het Duitse Ruhrgebied en de Verenigde Staten. Voor sommigen is dit vertrek tijdelijk, anderen vertrekken definitief.

1885     Als gevolg van een algemene malaise in de baksteenindustrie verlagen de Spijkse steenfabrikanten het dagloon van de arbeiders met enkele stuivers. Het betreft in totaal 115 mannen, 24 vrouwen en 72 kinderen. Als gevolg hiervan breekt op donderdag 12 februari een wilde staking uit. De fabrikanten trachten de staking te breken door werkvolk uit Millingen aan te trekken maar de stakers weten te voorkomen dat ze aan de slag gaan. Deze overwinning wordt door de stakers gevierd in de kroegen van Cornielje en Reijers. Wanneer de stakers ook vernielingen aanrichten en met stenen ruiten ingooien van de woningen van steenfabrikant Burgers en zijn steenbaas Huisman is dit voor burgemeester Christjani aanleiding om maatregelen te nemen, waarna de staking door het ingrijpen van politie en marechaussee wordt gebroken. 
Na deze mislukte poging van arbeiders om betere arbeidsvoorwaarden te krijgen, blijft het daarna gedurende decennia rustig in de steenfabrieken op Spijk
.


1886     Na een zeer droge en warme periode valt het regenwater vanaf eind juli met bakken uit de hemel waardoor lager gelegen weilanden onder water komen te staan en het vee opgestald moet worden. Veel boeren zijn niet in staat om hun vee voldoende bij te voeren. Bij dit alles komt nog een epidemie van mond- en klauwzeer waardoor 1886 voor veel boeren in onze omgeving de geschiedenis ingaat als een rampjaar.

1887    In Lobith wordt de nieuwe R.K. parochiekerk in gebruik genomen. Deze kerk is nog tot januari 1914 ook de parochiekerk van katholieken in Spijk.

 

 

 

1889    Omstreeks deze tijd beleeft de baksteenindustrie opnieuw een bloeiperiode. In de Liemers werken meer dan 1500 mensen in steenfabrieken. Dit zijn overigens niet alleen mannen maar ook vrouwen en kinderen. Van de ongeveer 700 arbeiders, die in de gemeente Herwen en Aerdt waartoe Spijk in deze tijd behoort, in de baksteenindustrie werken zijn 100 vrouwen, 70 jongens en 30 meisjes.  

1889      De scheepswerf van de gebroeders Bodewes gaat in Lobith-Tolkamer van start. In 1890 zouden op deze werf al vijftig mannen en twaalf jongens werken, een jaar later negentig mannen en vijftien jongens.  

Lobith-Tolkamer kort na 1900. Op de achtergrond (links) het douanekantoor, rechts de schoorsteen van de steenfabriek van Daams. 

1890     De winter van 1890 / 1891 is uitzonderlijk streng. De decembermaand spant de kroon, want sedert het begin van de temperatuurmetingen in 1706 is het alleen in december 1788 nog kouder geweest.
Op 25 november 1890 gaat de wind uit het noordoosten waaien en dat is het begin van een langdurige strenge vorstperiode. De gemiddelde ijsdikte in sloten is in de loop van december ongeveer 65 cm., plaatselijk wordt zelfs een dikte van 70-80 cm. bereikt. Mens en dier gaan gebukt onder extreme koude. Op 19 december vriest bij Elten een grensbeambte dood.

1895
    Op 20 maart ontploft op de Rijn bij Griethausen/Tolkamer/Spijk het dynamiet-schip Reimer. Bij deze vreselijke ramp vallen 13 doden. Ook de materiele schade tot in de zeer verre omgeving is enorm. In ondermeer Spijk en Elten zijn huizen verwoest. In Tolkamer, Lobith, Spijk, Elten 's-Heerenberg en Emmerich zijn veel ruiten gesneuveld. De ramp maakt een enorme indruk en is geruime tijd in het nieuws.



Het dynamietschip Reimer gefotografeerd kort voor de ramp op 20 maart 1895.
 

 

Bij lage waterstand zijn in 2005 op de Rijn nog de resten zichtbaar van het in 1895 ontplofte dynamietschip Reiner.

Na de ontploffing op 20 maart 1895 komen zelfs vanuit Heerlen, Tietjerk (Friesland) en M.Gladbach berichten omtrent "den gevoelden schok".
 Het dynamiet in het schip, totaal 100.000 kg., is afkomstig van de kruitfabriek Porz in Keulen en bestemd om vervoerd te worden naar de haven van Antwerpen. Van daaruit zal het transport verder gaan naar de goudmijnen in Zuid-Afrika.
De Gelderlander van 25 maart 1895 bericht dat: "Het algemeen gevoelen is dat niet onvoorzichtigheid, maar verregaande roekeloosheid de oorzaak is van de dynamiet-catastrophe. Er is met de kisten omgesprongen, alsof het steenen waren." Gebleken is bovendien dat er op het kruitschip een kolenkachel gestookt werd.
 


1895
    De gemeenteraad van Herwen en Aerdt ziet de fiets als een gevaar op de weg, waartegen maatregelen overwogen moeten worden.

 

Christiaan Polman (over-overgrootvader van Sam, Simon en Sjef van Keulen) omstreeks 1900
De fiets is in die tijd nog een uitzonderlijk vervoermiddel en de gemeenteraad van Herwen en Aerdt is in 1895 voornemens maatregelen te treffen tegen het gevaar dat de fiets op de weg veroorzaakt.
Ook wordt in de begintijd van de fiets, voor 1900, fietsen door menigeen zelfs gezien als een losbandige bezigheid. 
 

1895     Eind 1895 verhuist het gezin van Bernardus Staring en zijn vrouw Johanna Bisseling van Spijk naar Zevenaar. Hun 20-jarige dochter Grada, die werkt bij slager Raats in Lobith, wil echter niet mee naar Zevenaar. Vader Staring doet daarop aangifte dat zijn minderjarige dochter tegen zijn wil en bevelen te Lobith verblijft, waarop de politie haar weer onder het ouderlijk gezag terugbrengt. 
Veel voorspoed kent de familie Staring-Bisseling overigens niet met hun kinderen. In 1888 overlijdt de 17-jarige Cornelia en in 1899 gaan kort na elkaar dochter Dina (21 jaar) en zoon Gradus (18 jaar) dood
.


1896
    In de zomer wordt de gemeente Herwen en Aerdt, waartoe Spijk behoort, getroffen door een epidemie van mond- en klauwzeer. Vele honderden runderen moeten worden afgemaakt. In Spijk worden bij onder meer de landbouwers H. Heisterman en F. van Embden tientallen runderen onteigend en geslacht. Een kind van de familie Van Galen uit Spijk wordt na het drinken van melk van een zieke koe ernstig ziek.

1897     In Spijk wordt op maandag 15 februari geboren Andreas Franciscus Antonius Janssen. Na zijn studie aan het klein- en grootseminarie in Culemborg en Driebergen-Rijssenburg wordt hij op zaterdag 15 augustus (Maria Hemelvaartsdag) 1931 priester gewijd. In de jaren daarna is hij als priester werkzaam in Buslo, Arnhem (Eusebiuskerk) en Bedum. In november 1946 wordt hij pastoor in Didam waar hij grote bekendheid verwerft met zijn acties om geld te verkrijgen voor de restauratie van de Mariakerk. Pastoor Janssen overlijdt in het streekziekenhuis in Zevenaar op 2 mei 1985, enkele dagen voor het begin van het bezoek dat Paus Johannes Paulus II (1920-2005) aan Nederland brengt.   

 


Pastoor A.F.A. Janssen
(1897-1985)

 

1898     In Spijk wordt schuttersvereniging E. M. M. (Eendracht Maakt Macht) opgericht.   

 

1899    Scheepsbouwer G.H. Bodewes, steenfabrikant Th. G.J. Daams en aannnemer G.H. van Hezewijk richten de "Lobithse Stoombootmaatschappij" op, die een vaste stoombootverbinding gaat onderhouden met Arnhem en Nijmegen. 

Tolkamer (1908): geheel links het douanekantoor en daarnaast de villa (met torentje) van Daams, medeoprichter van de "Lobithse Stoombootmaatschappij"

 

1900    Op 1 januari telt de gemeente Herwen & Aerdt, waartoe Spijk behoort, 3817 inwoners verdeeld over 1946 mannen en 1871 vrouwen. De bevolking is te groot voor het beschikbare werk in de directe omgeving.  Sommige inwoners verhuizen daarom naar het Duitse Ruhrgebied om daar een nieuw bestaan op te bouwen Anderen pendelen per trein vanuit Elten naar fabrieken in Emmerik, Rees of Wezel.

 

 


Station Elten  

 

1900    Zonder enige bestuurlijke ervaring wordt Charles Govert Schattenkerk (1871 - 1946) na zijn rechtenstudie in Leiden benoemd tot burgemeester van Herwen en Aerdt, waartoe ook Spijk behoort. Hij blijft dit tot 1924 wanneer hij wordt benoemd tot burgemeester van Tiel.


Verkiezingen in de gemeente Herwen en Aerdt  v.l.n.r:  J. Publiekhuizen, Th. Peters, M. v. d. Loo en burgemeester C. Schattenkerk

1901    In Lobith overlijdt in november 1901 op 69 jarige leeftijd Herman H. Christjani, burgemeester van de gemeente Herwen en Aerdt (waartoe in deze tijd ook Spijk behoort) van mei 1870 tot mei 1900.

1905
    Op 12 juli vaardigt de Paus "een volle aflaat te verlenen aan kinderen, die voor het eerst te communie gaan, alsmede aan hun verwanten tot in de derde graad, die tegelijk met dezen tot 's Heerentafel naderen" uit.

Detail van een in 1923 ingelijste en bewaard gebleven herinnering

Op 29 april 1923 neemt Louis van Keulen (1912 - 2001), overgrootvader van Sam, Simon en Sjef van Keulen, deel aan de plechtige H. Communie in de Martinusparochie in Pannerden. De H. Communie wordt uitgereikt door pastoor Roelofs. Nog altijd wordt door katholieken een deelname aan een "eerste / plechtige H. Communie" als een feest gevierd. 

1906    Het Gelders Eiland ondervindt in maart weer eens veel overlast van het Rijnwater.

 

 


 

1909    Op 1 december wordt de nieuwe lagere school aan de Ameidse dam in Spijk in gebruik genomen.

De openbare lagere school in Spijk in 1910
De school telt drie klaslokalen. Het eerste schoolhoofd is Albertus Velnaar uit Deventer, die in 1913 naar Indie vertrekt. Hij wordt opgevolgd door Joannes Bouwens uit Sint Odilienberg, die ongeveer 30 jaar tot 1942 schoolhoofd blijft .
Wanneer het aantal leerlingen omstreeks 1915 meer dan 170 bedraagt, wordt een vierde klaslokaal gerealiseerd. Nadat het schoolgebouw in de zeventiger jaren door een modern gebouw wordt vervangen, wordt het in 1976 gesloopt. 

 

1911    Bernardus Harperink, R.K. pastoor van Lobith-Tolkamer-Spijk sedert 1889, trekt zich in oktober 1911 terug in een klooster in Amersfoort. Hij is daartoe genoodzaakt door toenemende doofheid. Hij wordt opgevolgd door pastoor Berend Huser uit het Drentse Halen.

 

 


R.K. kerk en pastorie in Lobith (1910)

1912    Op zondag 27 september kan de Lobithse pastoor Huser vanaf de preekstoel de aanwezige parochianen mededelen, dat hij van de aartsbisschop toestemming heeft gekregen om in en buiten de kerk te collecteren voor de oprichting van een nieuwe parochiekerk te Spijk.

1913     Op woensdag 19 februari brandt de kapitale boerderij van dhr. F. van Embden, die bewoond wordt door het gezin van zijn schoonzoon Jansen, volledig af. Vijf paarden, 60 stuks hoornvee en een groot aantal varkens komen in de vlammen om. Ook inboedel en oogst gaan volledig verloren.

1913     Twee weken voor de eerste steenlegging van de Gerardus Majella Kerk in Spijk overlijdt op maandag 16 juni 1913, als pastoor te Enschede, Gerard Peters, zoon van H.H. Peters van De Ossenwaard. De bouw van de Gerardus Majella Kerk was mede mogelijk doordat Gerard Peters een startkapitaal van dertigduizend gulden had geschonken.

1913    Op 7 april wordt de Schalkwijkse kapelaan J. van Groeningen door  aartsbisschop Van de Wetering belast "met het nemen van voorbereidende maatregelen voor de oprichting eener parochie te Spijk".
Johannes Christianus Josephus van Groeningen is geboren te Utrecht op 29 mei 1879; hij wordt aldaar op 15 augustus 1903 tot priester gewijd. Als kapelaan te Schalkwijk (Utrecht) krijgt hij van de aartsbisschop schriftelijk opdracht een kerk te bouwen te Spijk bij Lobith.  Deze opdracht luidt:

"Utrecht 7 april 1913
Aan: Kapelaan J.C.J. van Groeningen te Schalkwijk

Weleerwaarde Heer,

Bij deze deelen Wij UWEW mede dat Wij besloten hebben eene nieuwe parochie op te richten te Spijk en dat Wij UWEW tot Pastoor dier Parochie hebben bestemd. Dienvolgens verzoeken wij UWEW bij deze U te belasten met de voorbereidende maatregelen, die aan bedoelde oprichting voorafgaan'.
w.g. de aartsbisschop van Utrecht H. van de Wetering "

Om met de voorbereidingen te kunnen starten wordt kapelaan Van Groeningen met ingang van 25 april 1913 benoemd tot assistent te Lobith.

 

Bouwtekening van de R.K. Gerardus Majella-kerk en pastorie in Spijk

Op dinsdag 1 juli 1913 wordt om 16.30 uur door de toekomstige pastoor Van Groeningen de eerste steen gelegd. Hierbij zijn pastoor Huser en kapelaan Droege van Lobith, pastoor Massa en kapelaan Groenen van Herwen, pastoor Voss en kapelaan Bijlaard van Oud-Zevenaar, kapelaan Tenbroeck van Pannerden, pastoor Franken en kapelaan Buerer van Elten en kapelaan Bruening van Huethum aanwezig. 

 

1913    In de zomer van 1913 brandt de kapitale boerderij Hof zum Walde in Spijk af. De brand ontstaat doordat tijdens het bakken van pannenkoeken de vlam in de pan slaat. Boerderij Hof zum Walde, een zeer oude domeinenhofstede op een terp waarvan de geschiedenis teruggaat tot in de 17e eeuw, wordt na de brand binnen een jaar opnieuw opgebouwd, waarbij het voorhuis niet zoals voorheen zicht heeft op Spijk maar gericht is op Eltenberg.  

 


Spijk , Hof zum Walde kort na de nieuwbouw

1913    Op 4 december 1913 wordt in de gemeente Herwen en Aerdt, waartoe Spijk behoort woningbouwvereniging "De Goede Woning" opgericht. Een eeuw later beheert deze vereniging, die dan de naam "Woonstichting Vrijleven" draagt, ongeveer 15000 woningen.  

 


Spijk Steenstraat, waar kort na de Tweede Wereldoorlog bovenstaande woningen door "De Goede Woning" zijn gebouwd

1914     Op 14 januari vindt de plechtige inwijding plaats van de eerste R.K. Kerk in Spijk.  Het feestprogramma moet enigszins worden aangepast omdat Spijk vanwege het hoge water over land niet te bereiken is. Daarom wordt onder meer de nieuwe pastoor Van Groeningen per bootje van Tolkamer naar Spijk overgevaren. Patroon van de nieuwe Spijkse parochie wordt Gerardus Majella, die tien jaar eerder in 1904 heilig is verklaard.




1914    Op vrijdag 13 maart omstreeks 16.00 uur vindt bij Spijk een dijkdoorbraak plaats waardoor het dorp verandert in een grote watervloed. Huizen komen onder water te staan. Hetzelfde geldt voor de nieuwe R.K. kerk en de steenfabrieken. Veel bewoners vluchten naar de zolders, anderen zoeken hun toevlucht op daken. Veel huisgezinnen verliezen "al hun have en goed".

 

 

 


1914    Op vrijdag 31 juli om 12.10 uur kondigt de Nederlandse regering een militaire mobilisatie aan. Korte tijd later breekt een weerzinwekkende oorlog (W.O. I 1914 - 1918) uit, waarin 10 miljoen mensen omkomen. Hoewel Nederland buiten het oorlogsgeweld blijft, gaat ook in de Liemers de bevolking gebukt onder angsten, onzekerheid, tekorten, ondervoeding, werkeloosheid en armoede.

 

 


                    Grenswacht in 1914 met op de achtergrond Elterberg

 

1915    Door de oorlogssituatie (alle buurlanden zijn in de Eerste Wereldoorlog verwikkeld) ontstaan tekorten, waardoor de prijzen stijgen en de armoede snel toeneemt. Daarnaast zijn er ook velen die door de smokkelhandel met Duitsland snel en grof geld verdienen. 
 

Smokkelaars aangehouden door douaniers
Op de achtergrond Eltenberg
Schilderij van Maximiliaan Kitzinger (1871)

 

1916     Een Russische krijgsgevangene, die medio september probeert per roeiboot Duitsland te ontvluchten, wordt door de Duitse grenswacht in de nabijheid van Spijk opgemerkt en gedood. Door de stroom drijft het bootje met zijn lijk naar de Nederlandse grens. De onfortuinlijke Rus wordt op de algemene begraafplaats in Aerdt begraven.

1917    De oorlog in Europa veroorzaakt ook in Spijk extreme armoede. Elders in Europa is de burgerellende vaak nog vele malen groter, getuige ook de aankomst van een groep ondervoede Oostenrijkse kinderen (afbeelding hiernaast) om in Nederland aan te sterken.


1918     Op 27 mei meldt het persbureau Reuter, dat de Spaanse koning alsmede Spaanse ministers lijden aan een geheimzinnige aandoening, die later de geschiedenisboeken ingaat als de Spaanse griep van 1918; een aandoening waaraan wereldwijd 20 miljoen mensen sterven. De wereldwijde influenza-epidemie teistert ook de Liemers. De Graafschap-Bode van 19 november 1918 meldt: "Overal, in 't binnenland hoort men van ziekte en sterven. In de dorpen luidt dag aan dag de doodsklok". Enkele voorbeelden: in Angerlo 14 doden, in Herwen en Aerdt 30 doden en in Zevenaar 16 doden a.g.v. influenza.

1918    Op 11 november komt een eind aan een onvoorstelbaar bizarre en gruwelijke oorlog (Wereldoorlog I). Een groot deel van de Europese, vooral mannelijke jeugd, is afgeslacht. Naast de ongeveer 9 miljoen(!) dodelijke slachtoffers, zijn vele miljoenen levens geknakt en gezinnen kapot gemaakt. Nederland en ook de Liemers zijn de dans ontsprongen, maar hebben wel de ontberingen (armoede) van de oorlog gekend.

1919    Spijk wordt een zelfstandige (R.K.) parochie.  

1919    In Spijk vindt  in 1919 een zeer bloedig drama plaats. Twee mannen trachten de rijksveldwachter te doden. Zij worden echter door de rijksveldwachter en zijn zoon zo ernstig toegetakeld dat de ene man wordt gedood en de andere zeer ernstige verwondingen oploopt..

1920    Als gevolg van grote massa's smeltende sneeuw en overvloedige regen staat het water in de rivieren eind 1919 en begin 1920 uitzonderlijk hoog. Begin januari 1920 kamperen op het Gelders eiland honderden gezinnen op de dijken.


De Lobithse markt in januari 1920

1921     De in Spijk geboren A.F.A. Janssen wordt op 15 augustus (Maria Hemelvaart) in Utrecht tot priester gewijd. Enkele dagen later, op 17 augustus, draagt hij zijn eerste plechtige H. Mis op in de parochiekerk in Spijk. Na zijn priesterwijding wordt hij achtereenvolgens kapelaan in Bussloo en Arnhem (St. Eusebius) en pastoor in Bedum (Gr.) en Didam.
In de Liemers verwerft pastoor Janssen grote bekendheid door zijn acties om geld te verkrijgen voor de restauratie van de Mariakerk in Didam nadat deze na eeuwenlang protestants te zijn geweest weer in katholieke handen is gekomen. Alom worden zijn warme persoonlijkheid, zijn sociale contacten, medemenselijkheid en belangstelling voor de sport geroemd. In Didam is hij zelfs enige tijd voorzitter van voetbalvereniging D.V.C. '26.
Pastoor Janssen overlijdt op donderdag 2 mei 1985 in het streekziekenhuis in Zevenaar.




Pastoor A.F.A. Janssen
(1897-1985), geboren in Spijk, volgt het klein-seminarie in Culemborg en het groot-seminarie in Driebergen-Rijsenburg. Hij wordt op 15 augustus 1921 tot priester gewijd; vervolgens wordt hij kapelaan in Bussloo en Arnhem (St. Eusebius), pastoor in Bedum (Gr.) en Didam.

1921    Op 25 september wordt schutterij E.M.M. (Eendracht Maakt Macht) opgericht met als doel de Spijkse kermis in goede banen te leiden. E.M.M. organiseert telkens op de tweede zondag in augustus de kermis en het schuttersfeest te Spijk.

1921    Medio december wordt Spijk opgeschrikt door een fataal aflopende vechtpartij. Twee vrienden krijgen na het gebruik van een overvloedige hoeveelheid alcohol om een kleinigheid grote ruzie. Plotseling gaat een van hen naar binnen om vervolgens terugkomend, gewapend met een hooivork, de ander dood te steken.

1922     De eerste Nederlandse filmdocumentaire wordt gemaakt. De ruim twee uur durende film gaat over "De Rijn van Lobith tot aan zee" en is bekend geworden als de "Rijnfilm".  In deze door Iep A. Ochse gemaakte film wordt de toeschouwer meegenomen op een raderboot over de rivier de Rijn vanaf de grenspaal bij Lobith / Spijk tot aan de monding van de Rijn.

 

 


 

1922    Dinsdag 22 augustus verloopt voor de familie Booltink dramatisch. Hun 16 jarige zoon komt die ochtend in Spijk op het terrein van de steenfabriek van de firma Arntz en Terwindt onder de locomotief en is op slag dood.

1923
    De Spijkse openbare school wordt opgeheven en overgedragen aan het plaatselijk R.K. kerkbestuur, dat de school voortzet als St. Willibrordusschool, eveneens onder leiding van meester Joannes Bouwens.  

1924    Na gedurende 24 jaar burgemeester te zijn geweest van de gemeente Herwen en Aerdt, waartoe Spijk behoort, wordt Govert Schattenkerk (1871 - 1946) burgemeester van Tiel. Willem Bruns wordt de nieuwe burgemeester van de gemeente Herwen en Aerdt. Bruns blijft dit tot zijn dood in 1942.


Het personeel van de gemeente Herwen en Aerdt in de dertiger jaren
1e rij v.l.n.r.: H. Mulder, W. Bruns (burgemeester) en J. Stokman
2e rij v.l.n.r: G. Bangert (veldwachter), J. Heijmen, G. Kiphart, A. Smink, C. Albers en H. Burghardt (veldwachter)

1924    Op 31 augustus vindt in 's-Heerenberg de 7e Geldersche Katholiekendag plaats. De zeer indrukwekkende Pontificale Hoogmis in de vrije natuur op de Molenberg wordt bijgewoond door vele duizenden mensen, waaronder zeer velen uit de Liemers.

1924    In Zevenaar wordt naast het ziekenhuis een sanatorium geopend voor lijders aan de zo gevreesde t.b.c. (tuberculose). De Zevenaarse arts J.G.A. Honig wordt de eerste geneesheer-directeur. In 1936 wordt hij opgevolgd door de uit Amsterdam afkomstige longarts dr. A.J. Gerver.
Ook in Spijk wordt menig inwoner zelf of in de naaste omgeving geconfronteerd met de gevreesde tuberculose, die in de volksmond ook wel tering, witte dood of witte pest wordt genoemd.    

Lighal van het Zevenaarse sanatorium
Volgens de inzichten van die tijd geschiedt het kuren bij voorkeur in de openlucht. Door armoede, ondervoeding en slechte leefomstandigheden komt t.b.c. erg veel voor. Nadat halverwege de twintigste eeuw een werkzaam medicijn wordt ontdekt door Waksman en de welvaart toeneemt, daalt het aantal lijders aan deze aandoening snel.


1925    Omstreeks deze tijd gaat de NV Lobitsche Auto-Dienst (L.A.D.) van start, die een autobusdienst onderhoudt tussen Spijk, Tolkamer, Lobith, Babberich, Oud-Zevenaar en Zevenaar.



1926    Watersnood in de Liemers als gevolg van een dijkdoorbraak in Pannerden.

De gearceerde gebieden staan in het voorjaar van 1926 onder water.

In Pannerden staat alleen de hoger gelegen boerderij van "Van Keulen" niet onder water. Op bepaalde plaatsen bereikt het water een hoogte van meer dan drie meter.

 

 

Ook landelijk trekt de watersnood grote aandacht. Mariniers schieten de bevolking te hulp. Op 7 januari 1926 brengt koningin Wilhelmina een bezoek aan Pannerden om de situatie in ogenschouw te nemen. De bevolking van de Liemers is in het verleden vaak geconfronteerd met de gevolgen van hoog water. Andere hoogwaterjaren van de laatste 125 jaar zijn: 1882, 1883, 1906, 1914, 1920, 1930, 1946, 1948, 1952, 1955, 1957, 1865, 1966, 1970 en 1995.


1927    Maandag 14 februari verloopt voor de Spijkse familie Alofsen bijzonder tragisch. Hun 18 jarige zoon G. Alofsen komt in Elten onder een uit Emmerik komende trein en verongelukt.

1929    Een van de zwaarste winters van de 20e eeuw; de hevige koude duurt van januari tot half maart. Er zijn vele meldingen van afgevroren oren en ledematen. Op 11 februari vriest in Steenderen een melkrijder, tijdens zijn dagelijkse rit op zijn wagen, dood. De problemen zijn overal groot, ook al door de veelal eenvoudige niet geisoleerde huizen, waardoor de snijdende vrieswind naar binnen waait.

   

Een beeld van de dichtgevroren Rijn bij Pannerden in 1929. Ook met auto's wordt over de Rijn gereden.

1929    Op het terrein van het ziekenhuis in Zevenaar wordt het Maria paviljoen in gebruik genomen. Het is bestemd voor de verpleging van patienten met een besmettelijke ziekte afkomstig uit de gemeenten: Zevenaar, Duiven, Westervoort, Herwen en Aerdt (waaronder Lobith en Spijk) en Pannerden. Hiermee geven deze gemeenten uitvoering aan de in 1928 van kracht geworden Wet op de Besmettelijke Ziekten waarin geregeld is dat alle gemeenten, alleen dan wel in samenwerking, dienen te beschikken over een barak voor de verpleging van besmettelijke zieken.


Voor het Maria paviljoen in Zevenaar bestaat gedurende de eerste jaren na de opening grote landelijke belangstelling omdat het als model dient voor nieuw te bouwen inrichtingen. Het Maria paviljoen is de eerste inrichting in Nederland waar het boxensysteem bij het verplegen van volwassen lijders aan besmettelijke ziekten consequent is doorgevoerd. 


Afb.: Kort na de opening in 1929 brengt onder meer minister Verschuur van Volksgezondheid (rechts) een bezoek aan het paviljoen. Links van de minister: dr. J.G.A. Honig jr, geneeskundig directeur van het ziekenhuis. 

1929    De positieve ontwikkelingen van de jaren twintig worden bijzonder wreed verstoord door de beurskrach op 29 oktober, het begin van een wereldwijde crisis, die zijn weerga niet kent. Ongeveer 80 jaar later, in 2009, treedt een mondiale economische recessie / depressie op die vergeleken wordt met die van 1929. De toekomst zal uitwijzen of deze vergelijking juist is.  

1930    Eind november ontstaat een hachelijke situatie voor de regio. Bij hoog water treedt een verzakking op in de Spijkse dijk. Op woensdag 26 november spuit het water onder de dijk door. Door het snel plaatsen van zandzakken kan een ramp voorkomen worden.  

1933    Woningbouwvereniging "De Goede Woning" bouwt in de Spijkse dorpskern (Kerkstraat) acht woningen bestemd voor gezinnen uit de fabriekswoningen.

1933
   
De eerste pastoor te Spijk Johannes Christianus Josephus van Groeningen overlijdt op zondag 20 augustus, na bijna twintig jaar de parochie te hebben gediend. Op  8 september wordt als nieuwe pastoor Johannes Hermanus Beutener benoemd. 

1934    In maart koopt Eiso Wortelboer de N.V. Scheepswerf "De Hoop" met werven te Pannerden en Tolkamer van de familie Berninghaus voor een onmiddellijk te betalen bedrag van 30.000 Reichsmark en 70.000 gulden in termijnen.

 


Eiso Wortelboer omstreeks 1965

1936   Crisis en armoede teisteren in de jaren dertig ook de gemeente Herwen en Aerdt, waartoe Spijk behoort. Werklozen moeten dagelijks twee keer stempelen. 
De verhouding tussen Duitsers en Nederlanders in de grensstreek blijft in de jaren dertig veelal gemoedelijk als buren. Spraak en gewoonten komen immers sterk overeen. Bovendien zijn er nogal wat Nederlanders, die over de grens werken zoals bij de Germania, bakkerij Probat, chocoladefabriek Loohmann en margarinefabriek Noury van der Lande. Sommige mensen hebben een Duitse uitkering, van de Krankenkasse, omdat ze ziek zijn geworden. Niet zelden is deze veel hoger dan de maandelijkse steun van een rijksdaalder, die veel werklozen ontvangen.

1937   Eind februari en begin maart is Spijk in verband met de extreem hoge waterstand in de Rijn en de daardoor veroorzaakte wateroverlast alleen nog per boot te bereiken.

1938     In het dorp Spijk wonen ongeveer 1.200 mensen.

1939   De in Denekamp geboren Gerardus J. Scholten wordt op 23 juli 1939 priester gewijd. Een halve eeuw later, in juli 1989, viert hij in Oud-Zevenaar zijn gouden priesterfeest. In de periode 1958 tot 1964 is hij pastoor op Spijk. Van de eerste H. Mis van Gerard Scholten in Denekamp in 1939 is een indrukwekkend filmpje bewaard gebleven. Het is een herinnering aan het rijke roomse leven. Klik hier voor dit filmpje.

1939
    De dreiging neemt toe en een Duitse inval wordt steeds waarschijnlijker. De grens met Elten wordt gesloten waardoor de verbinding van het Gelders Eiland met de buitenwereld tot de opening van de brug bij Aerdt alleen mogelijk is met pontveren over de Oude Rijn en het Pannerdens Kanaal. De mensen, die aan de Neutrale weg op Boven-Spijk wonen, mogen hun voordeur niet meer uit.

1939    Omstreeks deze tijd verhuist het (grote) gezin Janssen-Reijers, dat woont op de Ossenwaard, naar de niet lang tevoren drooggelegde Wieringermeer. Kort na deze verhuizing gaat vader Frans Janssen, nog even terug naar Gelderland om wat zaken te regelen. Dit bezoek heeft een tragisch verloop doordat hij onder een tram komt en daarbij dodelijke verwondingen oploopt (informatie van: Mirjam Jochemsen-Kemmeren, kleindochter van Frans Janssen).

1939
    De vaste brug over de Oude Rijn tussen Aerdt en Babberich komt gereed. Voor de inwoners van Lobith, Tolkamer en Spijk wordt Zevenaar daardoor sneller bereikbaar.

De brug over de Oude Rijn in 1939, die een jaar later tijdens de eerste oorlogsdag door Nederlandse soldaten zal worden opgeblazen.

 

 1940    Op Goede Vrijdag 22 maart 1940 vindt in de nabijheid van Spijk op zeer grote hoogte een luchtgevecht plaats. Een Spitfire van de Britse Royal Air Force, die op de terugweg is van een fotoverkenningsvlucht boven het Duitse Ruhrgebied, wordt door een Duits vliegtuig onderschept en komt om 12.41 uur neer bij de kruising van de Herwensedijk met de Polderdijk tussen Herwen en Lobith. De piloot Claude Wheatley komt hierbij om het leven. Zijn parachute heeft zich niet geopend. Hij stort ter aarde aan de Duitse zijde van de Rijn, in de weide van Gottfried Derksen bij Duffelward en wordt door de Duitsers nog dezelfde dag met militaire eer begraven.



Omstanders aanschouwen op 22 maart 1940 de resten van de neergestorte Spitfire
Collectie Sander Woonings, Arga (Aircraft Research Group Achterhoek)

1940    In het voorjaar van 1940 neemt de Duitse dreiging snel toe. Regelmatig vliegen Duitse vliegtuigen over de Liemers.
In de nacht van 10 mei komen grote aantallen Duitse vliegtuigen over. Een onafzienbaar leger Duitse soldaten gaat via Duiven in de richting van Westervoort. Na het opblazen van de Westervoortse brug ontstaat een file aan Duitse oorlogsvoertuigen van 20 km. tot Emmerich. In Spijk trekken in de zeer vroege ochtend van 10 mei Duitse soldaten in auto's en op fietsen en motoren via de Spijkse banddijk naar Lobith / Tolkamer.

 

 

Op vrijdag 10 mei wordt de Westervoortse brug in alle vroegte om 4.45 uur opgeblazen, waardoor de Duitse invasie enige vertraging oploopt.

1940   In de ochtend van 11 mei begint de slag om de Grebbeberg, die drie vreselijke dagen (en nachten) duurt. De Grebbeberg is dan het toneel van hevige gevechten, tragiek, wanhoop en ontreddering. De Nederlandse offers zijn enorm. Bij de slag om de Grebbeberg sneuvelen tussen 11 en 14 mei ongeveer 425 Nederlandse soldaten. Onder de gesneuvelden zeven dienstplichtige soldaten uit de gemeente Herwen en Aerdt, waarvan DRIE uit het dorp Spijk. Het aantal gesneuvelde soldaten uit de gemeente Herwen en Aerdt is ongeveer even groot als het aantal gesneuvelden uit 's Gravenhage; alleen wonen in laatstgenoemde plaats wel 150 maal zoveel mensen als in de gemeente Herwen en Aerdt!



Johannes Hendrikus Brakel (21 jaar) uit de gemeente Herwen en Aerdt (Spijk) sneuvelt op 12 mei 1940 in de strijd tegen de Duitsers aan de Grebbelinie. Zijn lichaam wordt 16 mei 1940 bij Hotel Grebbe aan de weg Rhenen-Wageningen gevonden. Hij is begraven op het ereveld (rij 2, graf 63) in Rhenen.
Johannes Theodorus Driessen (29 jaar) uit de gemeente Herwen en Aerdt sneuvelt op 12 mei 1940 in de strijd tegen de Duitsers aan de Grebbelinie. Zijn lichaam wordt 16 mei 1940 gevonden. Hij is begraven op het ereveld (rij 2, graf 28) in Rhenen.
Gerardus Frederikus Bernardus Jurrius (30 jaar) uit de gemeente Herwen en Aerdt sneuvelt op 13 mei 1940 in de strijd tegen de Duitsers aan de Grebbelinie. Hij krijgt een veldgraf naast Hotel Bergzicht aan de Cuneraweg te Prattenburg (gemeente Veenendaal) en wordt 3 juni 1940 herbegraven op het ereveld (rij 7, graf 41) in Rhenen (zie afbeelding).
Johan van der Kamp (24 jaar) uit de gemeente Herwen en Aerdt (Spijk) sneuvelt op 12 mei 1940 in de strijd tegen de Duitsers aan de Grebbelinie. Zijn lichaam wordt 17 mei 1940 gevonden. Hij is begraven op het ereveld (rij 3, graf 33) in Rhenen.
Hendrikus Hermanus Theodorus Pastoor (26 jaar) uit de gemeente Herwen en Aerdt sneuvelt op 14 mei 1940 in de strijd tegen de Duitsers aan de Grebbelinie. Zijn lichaam wordt 17 mei 1940 gevonden. Hij is begraven op het ereveld (rij 3, graf 46) in Rhenen.
Everhardus Gerhardus Theodorus Spronk (31 jaar) uit de gemeente Herwen en Aerdt sneuvelt op 13 mei 1940 in de strijd tegen de Duitsers aan de Grebbelinie. Zijn lichaam wordt 17 mei 1940 gevonden. Hij is begraven op het ereveld (rij 3, graf 45) in Rhenen.
Hendrikus Christiaan Ferdinand Thielking (27 jaar) uit de gemeente Herwen en Aerdt (Spijk) sneuvelt op 13 mei 1940 in de strijd tegen de Duitsers aan de Grebbelinie. Zijn lichaam wordt 17 mei 1940 gevonden. Hij is begraven op het ereveld (rij 4, graf 18) in Rhenen, tot 11 februari 1941 als onbekende soldaat.

1941   Op 13 januari richt kardinaal De Jong zich in een schrijven tot de Nederlandse katholieken. Met nadruk verklaart hij dat zij geen lid mogen zijn van de N.S.B. Ook is het hen niet toegestaan openlijk te sympathiseren met deze partij. Het N.S.B.-lidmaatschap wordt dus expliciet verboden. Een buitengewoon dappere taal in oorlogstijd. Voor de overwegend katholieke bevolking van Spijk is dit een extra argument verre te blijven van de N.S.B. Dr. B. Janssen telt in zijn boek "Oorlog over het Gelders Eiland" slechts zes partijleden in de gemeente Herwen en Aerdt, waartoe ook Spijk behoort; daarvan zijn er vier met een Duitse vrouw getrouwd. In de gemeente Pannerden zijn zelfs helemaal geen N.S.B-leden bekend.

1941    Het eerste bombardement waaraan het Gelders Eiland wordt blootgesteld vindt plaats in de nacht van 18 op dinsdag 19 augustus op de steenfabriek van Terwindt & Arntz in Spijk. Stoker Piet de Bruin wordt hierbij dodelijk getroffen.


P. de Bruin (1888-1941)

1942    Ook in Spijk gaan de mensen in de eerste maanden van 1942 gebukt onder barre winterse omstandigheden in de koudste winter sedert 1789. De periode 18-27 januari 1942 is de koudste periode van tien dagen in de 20e eeuw. In de nacht van 26 op 27 januari worden minima gemeten van ongeveer -25 graden C. Mensen doen er alles aan om de kachels brandend te houden. De koude blijft tot in de derde week van maart.

1942     Als vijfde Gelderse gemeente krijgt Herwen en Aerdt na het overlijden van burgemeester Bruns een N.S.B.-er als burgemeester. Bij de installatie van de N.S.B. burgemeester J. Hesselink in zaal Den Dungen in Herwen is het druk met vooral partijgenoten van elders. De plaatselijke bevolking houdt zich grotendeels afzijdig.

1944   In de nacht van 16 op 17 juni stort op Boven-Spijk een geallieerde Halifax bommenwerper neer. De zeven bemanningsleden in de leeftijd van 19 tot 38 jaar komen om het leven en worden begraven op het drenkelingenkerkhof op de Bieland.

1945    Met de nadering van de geallieerden wordt het Gelders Eiland frontgebied. Terwijl de geallieerden aan de overzijde van de Rijn begin februari vorderingen maken, moeten de inwoners van het Gelders Eiland op last van de Duitsers hun dorpen verlaten. Op 10 februari moeten de inwoners van Spijk weg. Veel inwoners van het Gelders Eiland evacueren naar de Achterhoek. Onder de evacues ook een aantal die met tyfus besmet zijn, waardoor de aandoening ook (dodelijke) slachtoffers maakt in gebieden waar de evacues onderdak krijgen.

1945    Ook in Spijk komt begin april een eind aan de Tweede Wereldoorlog, een periode met diep menselijk leed.

1945    Hoewel de oorlog na begin april voorbij is, vallen er op het Gelders Eiland nog regelmatig doden en gewonden door de vele achtergebleven granaten, mijnen en boobytraps, zoals 14 november wanneer op de 's-Gravenwaardse dam een paard met wagen op een achtergebleven tankmijn rijdt. Gerrit Peelen (46 jaar) uit Spijk komt hierbij om het leven. Wim Kiewiet (40 jaar) en Keesje Kiewiet (6 jaar), die op de wagen zitten, raken zeer ernstig gewond.


Mijnen in de Veerstraat in Tolkamer (april 1945)

Tot de dodelijke slachtoffers van achtergebleven oorlogstuig behoren in de gemeente Herwen en Aerdt vooral kinderen, zoals de vijftienjarige Stephanus Theodorus (Steffie) Stift uit de Middenstraat in Lobith; de broertjes Gerard (12 jaar), Jacob (11 jaar) en Jan (8 jaar) Nieuwenhuis uit het Tuindorp; de vijftienjarige Henk Reuser uit Tolkamer;
Kees Cretier (16 jaar), Theo Elvering (14 jaar) en Stan Dietz (13 jaar) zijn slachtoffers van een verongelukte Engelse militaire truck beladen met antitankmijnen. Bij dit ongeval op 18 juni 1945 komen ook twee Engelse militairen om: John Allan Rowett (37 jaar) en George Brazneill (24 jaar). 


 
Henk Reuser, voor wie op 1 juni 1945 
een niet geruimde voetmijn noodlottig wordt.

 
 


1946      Voetbalvereniging Spijk Vooruit wordt opgericht. Belangrijke animator is pastoor
 Beutener

1946    Op 1 juni wordt J.N.M. Daalderop burgemeester van de gemeente Herwen en Aerdt, waartoe ook Spijk behoort. De benoeming van Daalderop, gemeenteambtenaar in Lichtenvoorde, is een waardering voor zijn activiteiten in het ondergrondse verzet.

1947   Het oorlogsmonument ter nagedachtenis aan vier medeburgers, die door oorlogshandelingen zijn omgekomen, wordt onthuld. Drie dorpsgenoten zijn gesneuveld op de Grebbeberg en de 22-jarige dienstplichtige soldaat Chris Jansen komt op 6 september 1947 (tijdens de eerste politionele actie) bij Soemowono op Java om het leven.

 

Het oorlogsmonument in Spijk bestaande uit drie natuurstenen
-op de middelste steen staat een bewapende Nederlandse soldaat afgebeeld, die de wacht houdt; naast hem wappert de nationale vlag.
-op de linker steen staat de tekst "den vaderlant ghetrouwe"
-op de rechter steen zijn de namen van oorlogsslachtoffers aangebracht: Johannes van Brakel, Johannes van de Kamp en Henricus Thielking. Chris Jansen wordt vermeld op de middelste steen. 

Het monument is in 1982 gerestaureerd en verplaatst van de begraafplaats naar de voorzijde van de R.K. Kerk in Spijk.



 

 

1947    Eind januari lopen twee jongens, Tonny Hendriks uit Spijk (16 jaar) en Antoon Lamers uit Tolkamer (17 jaar) over de dichtgevroren Rijn naar het Duitse dorpje Bimmen, waar ze gearresteerd worden door de Duitse politie. De ouders denken dat hun zonen verdronken zijn totdat zij na vier dagen vernemen van de arrestatie. Door de president van een Engels gerecht met kennelijk geen enkel inlevingsgevoel wordt het tweetal tot zes(!) weken gevangenisstraf veroordeeld. Sterk vermagerd door ondervoeding en onder de schurft en zweren komen de "criminelen" half maart weer thuis. Al die tijd hebben de jongens in de gevangenis in Neuss geen bezoek mogen ontvangen.  
Aanvullende informatie van Arnold Muskens: Tonny Hendriks is de zoon van A. W. Hendriks  uit de Schoolstraat (nu Tolhuisstraat) in Lobith      

1947    Op maandag 15 september vindt in de overvolle parochiekerk de plechtige requiemmis (herdenkingsdienst) plaats voor de op 6 september op Java gesneuvelde 22-jarige dienstplichtige soldaat Chris Jansen, wonend in de Twaalf Apostelen op Spijk.  

1948    Voorafgaande aan het bezoek dat prins Bernhard (echtgenoot van prinses Juliana) in juni aan het Gelders Eiland brengt, stuurt de Pannerdense gemeenteraad een rekwest in verband met de voorgenomen samenvoeging van Pannerden met de gemeente Herwen en Aerdt.  De Raad schrijft verwijzend naar de watersnoodramp in 1926 en de oorlogsramp in 1944/1945 "dat een nieuwe ramp, die voor de gemeente Pannerden alle vorige zal overtreffen, voor aller ogen komt opdagen: de voorgenomen opheffing van de gemeente Pannerden en de samenvoeging met de gemeente Herwen en Aerdt". De Raad verzoekt de prins "bij uw Gemalin, de toekomstige koningin der Nederlanden en de betreffende organisaties uw invloed te doen gelden teneinde deze catastrofe van de gemeente af te wenden".

 

 


Prins Bernhard (1960)
wordt gevraagd "catastrofe" voor Pannerden af te wenden

1948    Het bezoek dat prins Bernhard, echtgenoot van de aanstaande koningin Juliana op 8 juni aan het Gelders Eiland brengt, wordt door de inwoners als buitengewoon teleurstellend ervaren. Een correspondent schrijft over dit bezoek: "We hadden ons dit bezoek anders voorgesteld. Met een flinke vaart ging het over de dijk van de Aerdtse brug naar Lobith en dito weer naar Pannerden. Het was nog erger alsof hij (prins Bernhard) naar het hooi moest".

 

1952    In de tweede helft van de twintigste eeuw verandert er ook op Spijk op boerenbedrijven veel. In snel tempo worden landarbeiders, boerenknechten en trekdieren vervangen door machines. Het trekpaard verdwijnt uit het straatbeeld. Veel werk gaat verricht worden door loonbedrijven.

 


Het maaien van rogge in de Liemers (1936)

 

1951    Meester Arendsberg schrijft het "Spijks volkslied":
"Waar vader Rijn ons land ontmoet
in het mooie Gelderland
de zon dit water schitteren doet
als een kostbaar diamant
hoera, daar ligt aan de dijk
ons mooie dorp Spijk".

1953    De dorpskern van Spijk wordt aangesloten op waterleiding. Ter vergelijking: in Duiven krijgt men in  1952 water, Angerlo 1954, Pannerden 1954, Groessen 1954, Loo 1954, Wehl 1958,  Aerdt 1961 en  Herwen  1961.

 


Spijk, 1955 (Ad Dekkers, Liemers Museum)

 

1956    Scheepswerf "De Hoop" behoort tot de veertien grootste Nederlandse werven en is wat betreft bruto tonnencapaciteit opgeklommen naar de tiende plaats.

 


De ertstanker "Kreeft" wordt op de werf van "De Hoop" op 12 oktober 1957 te water gelaten

 

1956    De oude Kleefse Postweg van Spijk naar Elten, die in een slechte toestand verkeert, wordt grondig hersteld.

 

 

1957    Het  gemeentebestuur van Herwen en Aerdt, waartoe Spijk in deze tijd behoort, schrijft een brandbrief aan de Nederlandse regering waarin ze waarschuwt voor de "catastrofale" gevolgen van een eventuele teruggave van Elten aan Duitsland. Het gemeentebestuur schrijft: "De belangrijkste industrie van Herwen, Aerdt, Lobith, Tolkamer en Spijk zal bijna helemaal verloren gaan, daar er voor het zware vervoer geen andere weg is dan die naar Elten. De gemeente zal terugkeren naar de middeleeuwen". 
Ondanks dit schrijven wordt Elten enkele jaren later weer Duits, een catastrofe blijft uit en de gemeente keert niet naar de middeleeuwen
terug.

 



Gezicht op Hoch-Elten (1948)

1958    Gerardus Scholten, geboren in het Twentse Denekamp in 1915, wordt de nieuwe pastoor van Spijk. Hij blijft dit tot 1964 wanneer hij door kardinaal Alfrink wordt benoemd  tot pastoor van de St. Martinus-parochie in Oud-Zevenaar.

Pastoor G.J. Scholten in 1989

Gerrit Scholten is geboren op maandag 4 januari 1915 in Denekamp en gaat in 1927 naar het klein-seminarie in Culemborg; vervolgens in 1933 naar het groot-seminarie Rijsenburg bij Driebergen, waar onder andere de latere kardinalen De Jong en Alfrink hem onderwijzen. Op 23 juli 1939 vindt zijn priesterwijding plaats. Vervolgens wordt hij kapelaan in Munsterseveld, Vinkeveen (gedurende de oorlogsjaren), Deventer en Arnhem; van 1958 tot 1964 is hij pastoor in Spijk en van  1964 tot 1990  pastoor in Oud Zevenaar. 

 

  

1960 Na een 5-2 zege op O.B.W. wordt voetbalvereniging Spijk Vooruit kampioen in de eerste klas I afdeling Gelderland.

 

 


 

1960    Op vrijdag 7 oktober, uitgerekend op de dag dat het geallieerde bombardement op Emmerich wordt herdacht, vindt bij deze stad een enorme scheepsramp plaats. 
Het betreft een van de grootste scheepvaartongelukken op de Rijn. De Deense veerpont "Tina Scarlett", die in de richting van Spijk gesleept wordt, botst op de stroomopwaarts varende en met 1150 ton gasolie beladen tanker "Diamant". In korte tijd staat de Rijn over een lengte van 300 m in vuur en vlam. Elf schepen in brand, twee doden, 22 zwaargewonden en een miljoenenschade zijn het gevolg. Een ramp van nog grotere omvang wordt voorkomen door moedig optreden van schippers. De gevolgen van de scheepramp zouden niet te overzien zijn geweest als de op enige honderden meters afstand van de ramp gelegen Emilia, beladen met granaten voor het Amerikaanse leger, ook vlam zou hebben gevat. 

 


 Rhein in Flammen
bizar gebeuren op vrijdag 7 oktober 1960

 

1961    De uit 1745 stammende beruchte Spijkse of Lobithse overlaat wordt gedicht.

 


De Spijkse of Lobithse overlaat in 1958 in werking 

 

1961    Op woensdagmiddag 6 september brandt de steenfabriek V. H. Terwindt en Arntz in Spijk volledig af. De brandweren uit Elten, 's-Heerenberg en Pannerden slagen er wel in om uitbreiding van de brand naar een nabijgelegen opslagplaats van olie te voorkomen.

 


1962   Op dinsdagochtend 2 januari vindt op de rijksweg Zevenaar - Elten een ernstig ongeluk plaats waarbij de 19 jarige fietser G. W. Peelen uit Spijk op tragische wijze om het leven komt. Peelen wordt in dichte mist aangereden door een auto die een inhaalmanoeuvre uitvoert.

1963  Op 1 augustus 1963 treedt een Nederlands-Duits verdrag in werking waardoor de gescheiden grenscontroles van beide landen worden samengevoegd. Het betreft onder meer de grensovergangen: Spijk - Elten, Lobith-Elten, Babberich-Elten en Beek-Elten.
 


Grensovergang Elten
, begin 20e eeuw, rechts Nederlandse en links de Duitse grenscontrole

1964   De ontdekking van het Groningse aardgas in Slochteren in 1959 veroorzaakt in de jaren zestig ook ingrijpende gevolgen voor de energievoorziening in de Liemers, waardoor kolenkachels ook in Spijk snel tot het verleden behoren.

 

Minister Andriessen brengt op 9 juli 1964 een werkbezoek aan het  Zevenaarse Broek (Zweekhorst), waar op dat moment een belangrijke aardgasleiding wordt aangelegd.

 

1964 Na zes jaar R.K. pastoor te zijn geweest in Spijk wordt Gerardus J. Scholten op 3 februari 1964 door kardinaal Alfrink benoemd tot pastoor van de St. Martinusparochie te Oud-Zevenaar. Pastoor Scholten wordt in Spijk opgevolgd door Joannes A. Degger.

 

 

 

1965    In Emmerich wordt een imposante hangbrug over de Rijn geopend. De brug is meer dan 1.000 meter lang en daarmee de langste hangbrug over de Rijn. Het verbindt Emmerich met Kleve. Ook veel inwoners van Spijk hebben de bouw (1959 -1965) van deze indrukwekkende brug met bijzondere belangstelling gevolgd.     

   

 Rijnbrug Emmerich (foto 6 september 2008)

1974    Met ingang van 20 september 1974 wordt de uit Eibergen afkomstige Wilhelmus J. Groot Kormelink pastoor van de R.K. kerk te Spijk. Hij blijft bijna 20 jaar tot voorjaar 1993 als zodanig werkzaam. Na zijn vertrek komt er geen nieuwe pastoor meer in de parochie Spijk.

1976  Op zaterdag 7 februari 1976 overlijdt dokter Arnoldus G. Reijers (1897 - 1976). De oorspronkelijk uit Huissen afkomstige Reijers vestigde zich in 1924 als huisarts in de gemeente Herwen en Aerdt, waartoe Spijk in deze tijd behoort. Hij is ruim een halve eeuw huisarts geweest.
 


1978    In februari start het provinciaal bestuur van Gelderland een wettelijke procedure voor de samenvoeging van de gemeenten Herwen en Aerdt en Pannerden. Herwen en Aerdt bestaande uit de dorpen Aerdt, Herwen, Lobith, Spijk en Tolkamer heeft 7850 inwoners. Pannerden met de gehuchten De Kijfwaard, Lobberden en Pannerdensche Waard heeft 2200 inwoners.

1985     Spijk wordt onderdeel van de nieuwe gemeente Rijnwaarden.
 


Rijnwaarden gelegen in het zuidwesten van de Liemers

 

1986    Het tegenover Spijk gelegen Duitse dorpje Schenkenschanz, dat tot het begin van de 19e eeuw bij Nederland heeft gehoord, viert haar vierhonderdjarig bestaan.
In 1586 bouwde Maarten Schenk een veertiende-eeuwse burcht, gelegen op de splitsing van Rijn en Waal, uit tot een fort (Schenkenschans) dat lange tijd als onneembaar werd gezien. Door verandering in de loop van de Rijn verloor het fort in het begin van de 18e eeuw haar strategische betekenis.

 


Fort Schenkenschans (1636)

 

1989    Op zaterdag 14 januari 1989 is het precies 75 jaar geleden  dat de plechtige inwijding plaatsvond van de R.K. Kerk in Spijk.  Het feestprogramma moest destijds worden aangepast omdat Spijk vanwege het hoge water over land niet te bereiken was. Daarom werd de nieuwe pastoor Van Groeningen per bootje van Tolkamer naar Spijk overgevaren.

 


Herinneringstegeltje t.g.v. 75 jarig jubileum

1993    De laatste pastoor van Spijk W. Groot Kormelink gaat op 2 maart, op 75 jarige leeftijd, met emeritaat. Hiermee komt een einde aan de zielzorg die gedurende bijna tachtig jaar, vanaf 1914, door pastoors van de parochie Spijk heeft plaatsgevonden.

1995    Begin februari bereikt het water in Rijn, Waal en IJssel recordstanden. Honderdduizenden inwoners in bedreigde gebieden, vooral in Gelderland, worden geevacueerd. In Ochten (Betuwe) kan een dijkdoorbraak met inzet van het leger op het nippertje voorkomen worden. In tegenstelling tot vroegere tijden loopt de Liemers dit maal geen gevaar.

 

Begin februari 1995 wordt de hoogste waterstand ooit in het Pannerdensch kanaal gemeten. De peilschaal bij Pannerden geeft een niveau aan van 14,75+ N.A.P.  Dat is 8 meter meer dan de laagste waterstand ooit, die hier gemeten wordt in 2003.

 

 

2004     Op vrijdagmiddag 2 januari wordt de Liemers opgeschrikt door een lafhartige moord. De 56-jarige eigenaar van het eeuwenoude Montferland in Zeddam, Henk Zinger, wordt tijdens een brute overval door messteken gedood. De 33-jarige dader, afkomstig uit Havelte, wordt enige maanden later veroordeeld tot 7 jaar gevangenisstraf en tbs.

 

 


Hotel Montferland / Graaf van den Bergh in Zeddam (2012)

2008     Na 62 jaar komt er een eind aan het bestaan van voetbalvereniging "Spijk Vooruit". In april speelt de club haar laatste competitiewedstrijd. Wat nu rest zijn de (vele) herinneringen.

2009    Op 1 januari gaan de R.K. parochies van Babberich, Herwen en Aerdt, Lobith, Oud-Zevenaar, Pannerden, Spijk en Zevenaar samen tot de nieuw gevormde Sint Willibrordusparochie.


R.K. Kerk in Spijk (juli 2009) behoort vanaf 1 januari 2009 tot de Sint Willibrordusparochie.


2010   In augustus wordt een nieuw plan gepresenteerd voor het Duitse deel van de Nederlandse Betuwelijn, de vele miljarden euro's gekost hebbende goederenspoorlijn door de Nederlandse Betuwe van Rotterdam naar Babberich (landsgrens). Het nieuwe plan behelst om juist over de grens, dus nog voor het dorp Elten, de Betuwelijn in de richting van Lobith af te buigen om zo onder meer Elten en Emmerich te sparen. Daarvoor zal de Betuwelijn, na even op Duits grondgebied te zijn geweest, weer over Nederlands gebied richting Lobith / Spijk moeten lopen, waarna deze via een brug over de Rijn bij Spijk definitief in Duitsland arriveert om vervolgens via Griethausen en Kleef verder richting de eindbestemming (Ruhrgebiet) te lopen. In latere jaren wordt dit plan niet gerealiseerd.

2010     In oktober komt het vermaarde boek "Zoete Mond" uit van de schrijver Thomas Roseboom. De roman speelt zich af in de jaren zestig van de 20e eeuw in het fictieve plaatsje Angelen, gelegen aan de Rijn enige kilometers ten westen van Spijk. Aan de overzijde van Angelen bevindt zich het Duitse plaatsje Bimmen en het Nederlandse Millingen. De dorpskern van Pannerden lijkt als twee druppels water op het dorp uit het boek: Een hoge dijk, waarachter het dorp schuilgaat: bakkerij Groenen, slagerij Reijmer, een school, een hotel, de kerk en de doodse stilte van een dag waarop de mannen op hun fiets naar hun werk op de scheepswerf of steenfabriek gaan en huisvrouwen de meubels in de was zetten

 


Aan het Pannerdens kanaal, dichtbij de kop van Pannerden, bevindt zich het landhuis dat een grote rol speelt in "Zoete Mond". 

 

2011    Op 21 april (Witte Donderdag) overlijdt in zijn woning in Zevenaar volkomen onverwacht de bekende streekhistoricus dr. Ben Janssen. Hij is van grote betekenis geweest voor de Liemers waar hij tal van boeken over heeft geschreven. Op 28 april vindt in de R.K. kerk van Lobith-Tolkamer, zijn geboorteplaats, de uitvaartdienst plaats.  

 


 Dr. Ben Janssen 
(1931 - 2011)

2012     In de vroege ochtend van zaterdag 18 februari vindt in een steenfabriek in Spijk een tragisch bedrijfsongeval plaats waarbij een 47-jarige storingsmonteur uit Tolkamer tussen een wand en een machine bekneld raakt. De monteur, die opgeroepen is om een vastgelopen wagen met duizenden stenen weer in beweging te krijgen, wordt op slag gedood.

2013  Op zondag 17 maart besteedt de Nederlandse televisie (VPRO) in een boeiende uitzending met als titel, Die Liebe war Schuld daran (Tommy Wieringa), zeer uitvoerig aandacht aan de Nederlands-Duitse grensstreek in de omgeving van Elten, Lobith en Spijk (http://vimeo.com/62056112).

2013    Op donderdag 11 april 2013 vindt in Tolkamer de presentatie plaats van het boek "De vijand was mijn bondgenoot". Het is het aangrijpende levensverhaal van Heinz Vermaeten, een Duitser die geen mof wilde zijn. Als Heinz in 1926 twee jaar is, verhuist het gezin van Duitsland naar Tolkamer. Tijdens de Tweede Wereldoorlog wordt Heinz gedwongen voor Duitsland te vechten. Pas ruim 60 jaar na de oorlog is hij in staat zijn gruwelijke ervaringen te vertellen en kan zijn dochter deze met zijn instemming op papier zetten.  

 


Ellen Vermaten: De vijand was mijn bondgenoot
Het indrukwekkende verhaal met aspecten over de Tweede Wereldoorlog, die in Nederland onderbelicht zijn

 

2013    Op woensdag 4 december 2013 is het exact een eeuw geleden dat in de gemeente Herwen en Aerdt, waartoe Spijk in die tijd behoort, woningbouwvereniging "De Goede Woning" wordt opgericht. In onze tijd beheert deze vereniging, die nu de naam "Woonstichting Vryleve" draagt, ongeveer 15000 woningen in de gemeente Rijnwaard.  

 


 De Steenstraat in Spijk, waar kort na de Tweede Wereldoorlog bovenstaande woningen door "De Goede Woning" zijn gebouwd.

 

2014    Op dinsdag 14 januari 2014 is het exact een eeuw geleden dat de plechtige inwijding plaatsvond van de R.K. Kerk in Spijk.  Het feestprogramma moest destijds in 1914 worden aangepast omdat Spijk vanwege het hoge water over land niet te bereiken was. Daarom werd de nieuwe pastoor Van Groeningen per bootje van Tolkamer naar Spijk overgevaren.

 

 


R.K.kerk in Spijk enkele jaren na de inwijding

2014     Theo Willemsen slaagt erin om voor de derde keer schutterskoning van Spijk te worden. Hij wordt daardoor met zijn vrouw het eerste keizerspaar in de geschiedenis van E. M. M.-Spijk.   

 

 

2015    Volgens opgave van het Centraal Bureau voor de Statistiek is het aantal huishoudens in de Liemers dat onder de armoedegrens leeft aanzienlijk geringer dan in de rest van Nederland. Zo bedraagt het aantal arme huishoudens in Duiven 5,6%, in Zevenaar 7,1%, in Westervoort 8,4% en in Rijwaarden, waartoe Spijk behoort, 7,6%. Het landelijk gemiddelde bedraagt 9,5%. Hoe anders was het een eeuw eerder toen de Liemers tot de allerarmste streken van Nederland behoorde. Het kan (gelukkig) verkeren. 


2015     Medio november 2015 meldt Rijkswaterstaat dat het laagwaterrecord op de Rijn is verbroken. Er stroomt dan al meer dan 121 dagen lang minder dan 1.500 kubieke meter water per seconde via de Rijn bij Spijk Nederland binnen. Dat is de langste aaneengesloten periode van laagwater, die ooit is gemeten. 
Door de extreem lage waterstand komt in november 2015 het wrak van het op 22 maart 1895 ontplofte dynamietschip Reinier weer boven water te liggen. Dit schip, afkomstig van de kruitfabriek Porz in Keulen en op weg naar Antwerpen om van daaruit verder te gaan naar de goudmijnen in Zuid-Afrika, vervoerde destijds ongeveer 10.000 kg dynamiet toen het bij Griethausen op enkele honderden meters van Spijk ontplofte.
De Gelderlander van 25 maart 1895 berichtte dat: "Het algemeen gevoelen is dat niet onvoorzichtigheid, maar verregaande roekeloosheid de oorzaak is van de dynamiet-catastrophe. Er is met de kisten omgesprongen, alsof het steenen waren." Gebleken is bovendien, dat er op het kruitschip een kolenkachel gestookt werd

 



Ook bij de extreem lage waterstand in september 2003 komen de resten van het in 1895  ontplofte dynamietschap Reinier boven water. Dit ongeval, waarbij dertien doden vielen, veroorzaakte destijds ook landelijk grote beroering. Na de ontploffing komen zelfs vanuit Heerlen, Tietjerk (Friesland) en M.Gladbach berichten omtrent "den gevoelden schok".



2017    Op woensdag 1 maart 2017 is het exact 200 jaar geleden dat Lobith, Tolkamer en Spijk door Pruisen werden overgedragen aan Nederland. Om dit historische moment te herdenken wordt op zaterdag 4 maart 2017 een spektakel georganiseerd aan de Europakade in Tolkamer. 
De eerste decennia onder Nederlands bestuur werden destijds door een groot deel van de overwegend katholieke bevolking met gemengde gevoelens ervaren. Reeds enkele maanden na de overgang naar Nederland verloor Lobith, waartoe toen ook Tolkamer en Spijk behoorden, haar zelfstandigheid en werd bij de toenmalige gemeente Herwen en Aerdt gevoegd. Toen het protestante Nederland in 1830 in oorlog kwam met het katholieke Belgie en ook (jonge)mannen uit de Liemers als soldaat werden gedwongen om te vechten was de weerstand enorm. In Lobith breekt in 1830 zelfs een revolte uit waarna de gouverneur van Gelderland 90 soldaten stuurt om de orde te herstellen. 

 


 

2018    Op 1 januari 2018 wordt de gemeente Rijnwaarden, waartoe ook Spijk behoort, samengevoegd bij de gemeente Zevenaar.
Het logo van de nieuwe gemeente wordt gevormd door twaalf strepen, die symbool staan voor de twaalf sterke kernen van de gemeente Zevenaar. 

 

 

2018    Op vrijdag 16 maart 2018 overlijdt op 93-jarige leeftijd Jozef Cornielje (1924 - 2018). 
Jozef Cornielje werd op 30 december 1924 in Spijk geboren. In de periode 1958 - 1964 was hij secretaris van het polderdistrict Oude-Rijn en vervolgenstot 1976 gemeentesecretaris van Herwen en Aerdt, waartoe in deze tijd ook Spijk behoort. Van 1976 tot zijn pensionering in 1989 was hij burgemeester van devoormalige gemeente Angerlo. Zijn zoon Clemens werd in 2005 Commissaris van de Koningin in Gelderland.