Klik hier voor de 
familietak 'Van Keulen'

Klik hier voor de 
familietak 'Polman' 

Klik hier voor Schematische Weergave Stamboom

Klik hier voor de 
huissite Van Keulen-Monstrey 

Vragen, suggesties, anekdoten, correcties, aanvullingen heel graag naar: christiaanvankeulen@gmail.com

 

Klik hier voor uitspraken van Sam, Simon en Sjef van Keulen

Klik hier voor de  Tijdsbalk  vanaf 1900

Klik hier voor "Ludgerus" Hilversum

Klik hier voor Historie van de Gelderse Liemers

 

TIJDSBALK  GELDERSE  LIEMERS

in zo verre relevant voor genealogie Van Keulen - Polman

 

deel I

PERIODE TOT 1900

 

4000 voor Christus     In omgeving van Stokkum wordt gebruik gemaakt van vuistbijlen.

2500 voor Christus    Vuurstenen werktuigjes, die bij opgravingen gevonden zijn, tonen aan dat er reeds rond 2500 voor Chr. een nederzetting is op de grens van Didam en Beek.

700  voor Christus      In de omgeving van Steenheuvel (Oud-Zevenaar) bestaat reeds ver voor onze jaartelling, aan het begin van de ijzertijd, een nederzetting waar tot ongeveer 500 na Christus bewoning heeft plaatsgevonden.

697    na Christus     De H. Willibrord (een later heilig verklaarde Engelse monnik) bouwt de Martini-kerk in Emmerik (Emmerich). Van Willibrord is bekend dat hij een groot respect voor de Frankische heilige Maarten (Martinus) heeft. Kerken in Utrecht en Emmerich zijn door hem naar deze heilige genoemd. Ook de kerk in Elten is naar Martinus genoemd. Veel kerken en/of parochies in de Liemers zijn genoemd naar St. Maarten of St. Martinus, namelijk die van Angerlo/Lathum/Giesbeek, Oud-Zevenaar, Didam, Doesburg, Herwen, Aerdt en Pannerden.

 


Martinuskerk Elten

 

726 na Christus            De nederzetting Westervoort wordt voor het eerst in schriftelijke bronnen vermeld. De Utrechtse bisschop Willibrord belast Werenfried met de zielzorg in Elst en Westervoort. De naam Westervoort zou kunnen duiden op een doorwaadbare (voorde) plaats die toegang geeft tot het westen.    

De kerk in Westervoort (afb. van voor de restauratie in de 20e eeuw), gebouwd in de middeleeuwen op de plaats waar Sint Werenfried het oudste kerkje bezocht.

 

 

750    Omstreeks deze tijd is er bewoning in de buurt van de Martinuskerk in Oud-Zevenaar. Aangenomen wordt dat hier Zevenaar als plaats ontstaan is.

 

800     De verspreiding van het Christelijk geloof over de Liemers vindt plaats.

 

838    In een Utrechtse oorkonde komt de plaatsnaam Fumarhara voor.  Mogelijk is dit een verschrijving van Subenhara (=Zevenaar) maar zeker is dit niet.  

  Nederzettingen in onze streek omstreeks 1200

Aswen (Azewijn) en Thedodem (Didam) worden genoemd in 828, Thuvine (Duiven), Gruosne (Groessen), Harawa (Herwen) in 897, Eltnon (Elten) in 944, Berga ('s Heerenberg) in 1105 Sydehem (Zeddam) in 1142, Lengel in 1144, Loel (Loil), Wele (Wehl) en Waverlo (Dijk) in 1178, Beek in 1206, Stockem (Stokkum) in 1240.

 

 

 

840    Westervoort, Duiven en Groessen bezitten reeds een kerkje.

 

893    Eerste schriftelijke vermelding van Arnhem dat Arneym wordt genoemd.   
 

900    Omstreeks het jaar 900 wordt voor het eerste melding gemaakt van het Duivense landgoed Magerhorst.

Magerhorst in 1742 (Jan de Beijer)
De Magerhorst, waarvan de oorsprong terug gaat naar het jaar 900, bevindt zich thans in de Duivense Ploenstraat tegenover huis De Ploen.
Uit de naam valt af te leiden dat het huis op een horst, een hoger gedeelte in een vaak drassige omgeving, is gebouwd. 

 

 

968    Op de Eltenberg in Hoog-Elten wordt een klooster gesticht, gewijd aan Sint-Vitus. Dit klooster, dat na ongeveer 850 jaar in 1811 zou worden opgeheven, heeft uitgebreide bezittingen in 't Gooi gehad.

969   Omstreeks dze tijd schenkt graaf Wichman van Hamaland aan het klooster in Elten, waar een van zijn dochters abdis is, een gebied rondom Naarden. Dit gebied, dat in onze tijd bekend staat onder de naam 't Gooi,  blijft ongeveer drie eeuwen Eltens bezit totdat het omstreeks 1280 aan Holland wordt verkocht..

 


Elten (L) en Elterberg met stiftklooster (Jan van Goyen) 

 

970    De Husselarij (Husloa) en Loo (Loo )worden genoemd in een akte van 970. 

 

1000    In het Liemerse land zijn nederzettingen maar nog geen dijken. De rivieren en stroompjes treden voortdurend buiten hun oevers maar echt hoge waterstanden komen vrijwel nooit voor omdat het water zich door het ontbreken van dijken vrijelijk kan verspreiden.



1020
    Omstreeks deze tijd sticht keizer Hendrik II het graafschap Kleef / Kleve.  De vredelievende Hendrik II, die in 1014 door paus Benedictus VIII tot keizer is gekroond, wordt na zijn dood als enige Duitse keizer ooit heilig verklaard.


 

 


Keizer Hendrik II en echtgenote

1050     Oudste zekere vermelding van Oud-Zevenaar: In een oorkonde van de Duitse Keizer Karel III wordt de nederzetting Oud-Zevenaar genoemd. 

 

 


bewoonde plaatsen rondom1050

Oude nederzetting

riviertjes

Huidig dijkverloop
 

 

 

Rondom 1050 is er op een zestal plaatsen in Oud-Zevenaar bewoning. De bewoonde lokaties zijn: Ooy, Bloemendaal, gebied tussen Bloemendaal en Oud-Zevenaar, Poelwijk, Holthuizen en Camphuysen. Steenheuvel is een oude nederzetting waar tussen 700 v. Chr. en 500 na Chr. bewoning was.
Ter orientatie is voorts weergegeven: het huidig dijkverloop, de latere burcht Sevenaer alsmede de stad  (vanaf 1487) Sevenaer.

 

1138    De Utrechtse bisschop Andreas van Cuyck maakt de kerkgemeenschap van Duiven los van Groessen en verheft Duiven tot een zelfstandige parochie.

 

1142    Oudste vermelding van een kerk in Zeddam. Gezicht op Zeddam (Zeddem) omstreeks 1700 (Corn. Pronck)  

1150    Halverwege de 12e eeuw wordt in het Liemerse land een begin gemaakt met de aanleg van dijken. Het zijn lage "zomerdijken" om het zomerwater te keren. Ruim honderd jaar later komen in de "Lijermersch" de eerste winterdijken.

Dijkaanleg met eenvoudige hulpmiddelen is een onvoorstelbaar omvangrijke klus, die naast vakmanschap vooral ook veel logistiek inzicht vraagt.

1200    Voor het eerst komen we de schriftelijke vermelding van Sėvenharen voor Zevenaar tegen. Zowel in de term Subenhara (zie het jaar: 838) als in de term Sėvenharen komen we in het tweede lid het woord hari- tegen dat de betekenis heeft van zandrug / heuvelrug.  

 

1220    Omstreeks deze tijd verplaatst de Graaf van Gelre zijn tol te Arnhem naar Lobith.

 

1245     Huis te Lathum wordt voor het eerst in documenten genoemd.


Huis te Lathum omstreeks 1750

 

1248    Op 15 augustus (feestdag van Maria ten Hemelopneming) zegent aartsbisschop von Hochstaden het begin van de werkzaamheden voor de bouw van de Dom van Keulen in. Pas na veel horten en stoten, de bouw lag zelfs enige honderden jaren stil, lukt het in 1880 om de Dom conform het originele ontwerp te voltooien.

 

1250    Omstreeks het midden van de 13e eeuw vindt de vestiging plaats van het kasteel “Sevenaar”.

 

1256    Op 16 juni koopt graaf Otto II van Gelre (1214 -1271) landerijen en gronden in Zevenaar vanwege hun strategische ligging.

 

 

In de Middeleeuwen is de Liemers een laag gelegen moeras waarin de Rijn regelmatig zijn loop verlegt. Om vanuit Emmerich in Arnhem te komen, moet bovendien een belangrijke hindernis worden overwonnen, te weten de rivier de Aa, een snelstromende zijtak van de Rijn, die door het (huidige) stadscentrum van Zevenaar liep om vervolgens uit te monden in een moerasachtig gebied ten noorden van Zevenaar (huidige Grieth).

De Aa is in de Middeleeuwen slechts op een plaats goed doorwaadbaar en dat is ter hoogte van (het huidige stadscentrum van) Zevenaar, waar de van nature aanwezige klei niet is weggespoeld en de bodem stevig is. Op die plek laat Otto II van Gelre het kasteel Sevenaer bouwen.

 

 

 

1275    De oudste vermelding van kasteel Byland stamt uit 1275 als de Heer van Pannerden, Willem Doys,  het kasteel als leengoed krijgt van de Hertog van Kleef.  Dit bij Pannerden gelegen kasteel ook genoemd Huis Scathe van Willem Doys wordt in de 16e eeuw door de veranderde loop van de Waal weggespoeld. Op een kaart uit 1631 van Millingen staan de restanten van Huis Bylandt nog in de Waal getekend.  
Voornoemde kasteel Bylandt is niet hetzelfde kasteel Bylandt dat in 1734 door Jan de Beijer is getekend. Dit kasteel, ook bekend als Huis Halt, ligt verder stroomopwaarts bij Bimmen.

 


Kasteel Byland (Jan de Beijer, 1734)

 

1276     Oudst bekende pastoor in Oud-Zevenaar is pastoor Gerlach (omstreeks 1276).

1290    Aan het eind van de dertiende eeuw is Doesburg verreweg het belangrijkste centrum in onze regio. De gehele Liemers tot aan Emmerik alsmede ook Doetinchem ressorteren onder het ambt Doesburg.

1295    Het Westervoortse veer, eeuwenlang de enige verbinding met Arnhem, wordt voor het eerst vermeld. Bijna vijfhonderd jaar later, in 1763, wordt deze verbinding verbeterd door de plaatsing van een schipbrug.

 

1300    De graven van Gelre en van Kleef (Kleve), die beide gezag uitoefenen in onze omgeving, verkopen het Groessense en Duivense Broek aan een 26-tal hoevebezitters.

 

1321    De oudste akte waarin de Burcht (Kasteel / Casteel) Sevenaer wordt genoemt dateert uit 1321. Deze middeleeuwse burcht heeft een belangrijke rol gespeeld in de strijd tussen Gelre en Kleef om de macht over de Liemers.

 

1328    De graven van Kleve (Kleef) en Gelre regelen in een Landbrief het beheer van dijken, weteringen en sluizen. Dit kan gezien worden als het allereerste begin van de georganiseerde waterbeheersing in onze streek. Er zou echter nog een lange weg van vele eeuwen te gaan zijn alvorens de bewoners van de Liemers gevrijwaard zijn van overstromingen.



1339    Gelre wordt door keizer van Beieren tot hertogdom verheven. Het is een zeer groot hertogdom. Het omvat naast de huidige provincie Gelderland, grote delen van de huidige provincie Limburg (met onder meer Venlo, Venray en Roermond) en delen van het huidige Noord-Rijnland-Westfalen met onder meer het stadje Geldern waarnaar het hertogdom Gelre en de latere provincie Gelderland zijn genoemd. Het hertogdom Kleve vormt een wig tussen de Noordelijke ern de Zuidelijke delen van Gelre. De zelfstandigheid van Gelre eindigt in 1543.

    Omstreeks 1350 omvat het hertogdom Gelre:
1 het Kwartier van Nijmegen (huidige Betuwe)
2 het Kwartier van de Veluwe (ook genoemd Het Kwartier van Arnhem)
3 het Kwartier van Zutphen (de huidige Achterhoek en Liemers)
4 het Kwartier van Roermond (het huidige Limburg en delen van Noord-Rijnland-Westfalen) 

 

 

1340     Uit een rekening van de rentmeester van de graaf van Gelre blijkt dat in deze tijd tot de Lijmers gerekend worden: Weel (Wehl), Betburg (Babberich), Zevenaar, Angeroy (Loo), Westervoort, Beek en Zeddam,  Duiven en Groessen.

 

1342     In de maand juli overstroomt een gebied tussen Lobith en Westervoort.



1347
  Omstreeks deze tijd wordt het nieuwe Tolhuis gebouwd. Het is gelegen aan de Rijn tussen Spijk en Eltenberg. In de loop van tientallen jaren ontwikkelt het zich tot een ware burcht waar vele eeuwen tol wordt geheven. In de loop der 17e eeuw moet de tol echter verplaatst worden naar het tegenwoordige Tolkamer omdat de loop van de Rijn zich wijzigt en het Tolhuis in het land komt te liggen.


 

 


Tolhuis omstreeks 1640 (Claes Jansz. Visscher)

1350    Rond 1350 komt de bouw van de Oud-Zevenaarse kerk (middenschip,  twee zijbeuken en toren) gereed. In de eeuwen daarna wordt het kerkgebouw meerdere malen zeer ernstig beschadigd maar steeds hersteld. Het kerkgebouw dat we nu kennen heeft dezelfde vorm als dat van 1350.

 

 

 

In feite bestaat de Oud-Zevenaarse kerk uit twee kerken, zoals nevenstaande afbeelding duidelijk laat zien. Een is gewijd aan Sint Maarten (Martinus) en een aan de H. Maria.

Op de voorgrond zien we het hoge water, dat de Liemers in het verleden altijd parten heeft gespeeld. Onze voorouders waren zeer kwetsbaar niet alleen door overstromingen, maar ook door misoogsten als gevolg van bijvoorbeeld droogte en natuurlijk was er altijd gevaar van epidemieen. De goede oude tijd is echt een fabel.  

 

 

 


1355    Vanaf 1355 neemt de macht van Kleef in de Liemers sterk toe ten koste van Gelre.

Afb.: Bezittingen van Gelre en Kleef (Kleve) in de Liemers omstreeks 1350.
Voor 1350 bezit Kleef in de Liemers alleen: Groessen, Leuven (tussen Oud-Zevenaar en Groessen), Oud-Zevenaar en Grondstein (nabij Elten).
In de periode na 1355 worden o.a ook Zevenaar, Huissen (Huussen), Wehl, Duiven, 't Loo, Ooy, Babberich, Eltingen (Weel) en Elten deel van Kleve.

 


1360    Graaf Johan van Kleef bouwt op de splitsing van Rijn en Waal de burcht Schenkenschanz
. Deze vlakbij Pannerden gelegen burcht wordt in 1586 omgebouwd tot een fort, dat in de tachtigjarige oorlog een belangrijke rol speelt in de strijd tussen de Spanjaarden en Nederlanders.


1370
     De havezathe Poelwijk in Oud-Zevenaar wordt voor het eerst in een archief vermeld. Deze havezathe is omstreeks 1891 afgebroken en stond op de plaats waar nu de boerderij van de familie Weenink staat. Deze boerderij draagt ook de naam Poelwijk.

 

De havezathe Poelwijk zoals deze er omstreeks 1742 uitziet.

Op de achtergrond staat de Martinuskerk van Oud-Zevenaar.

 

1370    Een zekere Dideric van Ulft verkoopt een aantal landerijen, waaronder de Hees in de Didamse buurtschap Waverlo, aan de heer van den Bergh.

   

Het huis: De Hees te Didam
Tekening: M. de Raed, anno 1721



1378    Kasteel Grondstein
, gelegen tussen Elten en Lobith, wordt omstreeks deze tijd gebouwd.

Van het eens zo imposante kasteel Grondstein (afb.) is in onze tijd niets meer over.

 


 

1379    's Heerenberg krijgt stadsrechten.

1390     Goessen Momme wordt vermeld als (mede)eigenaar van de Didammerbossen.


Dyemer Bossch (Didammerbossen) op de kaart van Christiaan Sgrooten (1557, Dyem is Didam)

1402    Nadat aan het einde van de Middeleeuwen het militaire belang van kasteel Sevenaer afneemt, blijft het in gebruik als kazerne en dient het  na 1402 als ambtswoning voor opeenvolgende ambtmannen van de Liemers, die vanuit dit kasteel de Liemers besturen. 

 

1406    Ambt Liemers (o.a Zevenaar, Duiven, Loo, Groessen, Wehl), van oorsprong Gelders grondgebied, wordt door Reinoud IV van Gelre aan het graafschap Kleef (Kleve) verpand.


Gezicht op Kleef (Kleve) omstreeks 1570, gravure Frans Hogenberg
Het ambt Liemers, dat in 1406 wordt verpandt aan Kleve, zou tot  het begin van de 19e eeuw Duits blijven.

 


1408   
Het huis "Het Avesaet" in de buurtschap Grefflichem bij Didam komt in het bezit van het geslacht Momm, dat de richters van Didam zou leveren.

Huis Avesaet in Didam
Links: getekend door M. de Raad (Raed) in 1721
Rechts: geschilderd door C.Tromp in 1958

 




1409
    In februari overstroming in Lobith en omgeving. De hertogin van Gelre laat brood en haring aan de slachtoffers uitdelen.

 

1410     Aernt van Ceps wordt volgens het leenregister de eerste bezitter van de Didamse havezathe Luynhorst (ook genoemd: Ludenhorst; Luunhorst; Lunhorst; Luinhorst). In 1440 wordt Aernt opgevolgd door Rulof Momme, stamvader van de Didamse tak van de Momme.


De Luynhorst in 1721, pentekening van Maximilliaan de Raad.



1417
    De keizer van het Duitse rijk, Sigismund (1362 - 1432) verleent tijdens het concilie van Konstanz aan graaf Adolf II van Kleef de hertogstitel.

 

1421    De vermaarde St. Elisabethsvloed van 19 december 1421 veroorzaakt ook schade in de Liemers. Op 20 december breekt bij Emmerik de rijndijk door waardoor een omvangrijk gebied overstroomt.
 


1429
    Voor het eerst wordt in de Liemers een "richter" vermeld namelijk Johan van Linne. Een richter wordt bij de rechtspraak bijgestaan door schepenen. Tot het werk van richter en schepenen behoort ook het werk dat in de tegenwoordige tijd door notarissen wordt verricht.


1432
    Na een extreem koude winter overstroomt de Liemers na het invallen van de dooi. De stad Arnhem stuurt haringen naar de slachtoffers.

1432   Bij een dijkdoorbraak in Oud-Zevenaar ontstaat een diepe kolk, die we in onze tijd kennen onder de naam de Breuly. In de tweede helft van de 20e eeuw is de Breuly het gemeentelijk zwembad van Zevenaar. Sedert 2011 is er een sterrenwacht gevestigd, die burgers de mogelijkheid biedt inzicht te krijgen in de sterrenhemel, planeten en het heelal.


                               Breuly 1898 (G. Jansen, Liemers Museum)

1437    Johan van de(n) Loo (1405-1476) wordt ambtman van de Liemers. Hij krijgt van de hertog van Kleef (Kleve) het beheer over de Kleefse gebieden in de Liemers. Zijn ambtszetel is de burcht in Zevenaar.  

1439    In Oud-Zevenaar is al een schoolmeester. Het schooltje staat naast de kerk. 

1439
    Op het Concilie van Florence wordt het vagevuur ingesteld als overgangsgebied tussen hemel en hel. Volgens deze nieuwe leer komen de meeste mensen na hun dood eerst in het vagevuur. Nabestaanden op aarde moeten daarom flink bidden om de ziel te redden en die zo snel mogelijk in de hemel te krijgen. In de latere tijd krijgen aflaten een kwalijke bijsmaak doordat een aflatenhandel ontstaat. Maarten Luther (1483 - 1546) stelt deze aflatenhandel aan de kaak.  

 

1445  Het Huis Hamerden in Westervoort is in het bezit van het geslacht Van Wytenhorst. De muurankers van het huis vermelden het jaar 1681, maar dit moet de herbouw betreffen.

 

Huis Hamerden in Westervoort

    .

Pentekening Huis Hamerden van H. Kemperman

 

1451    Op 7 juni 1451 erft Elisabeth van Poelwijck, ook genoemd Lyzee, van haar kinderloos gestorven broer Henrick, het goed Poelwijck in Oud-Zevenaar.. Lyzee is gehuwd met Geryt van Remen. Omdat zij geen kinderen nalaten komt Poelwijck in 1596 via de zus van Van Remen in het bezit van de familie Diepenbrock.
 


Havezate Poelwijck in Oud-Zevenaar
           
(eind 19e eeuw, kort voor de afbraak)             

1467    Ridder Johan van den Loo sticht in Zevenaar een tehuis voor "zeven, arme en rechtschapen daklozen uit de Liemers". Dit Loogasthuis in de (latere) St. Jansstraat heeft ongeveer 500 (!) jaar stand gehouden totdat het in de zeventiger jaren van de 20e eeuw op jammerlijke wijze door bulldozers met de grond gelijk wordt gemaakt.  

   

Het Loogasthuis vlak voordat het in 1979 met de grond gelijk gemaakt wordt.

 

 

 

1475    Omstreeks 1475 wordt Camphuysen in Oud-Zevenaar gebouwd door een lid van het geslacht Camphusen op een stuk land, behorende bij de hof te Babberich. 
In dit geval heeft de familie haar naam aan het goed gegeven, terwijl het omgekeerde meer voorkomt.

 


Kasteel / Huis Kamphuizen ook wel "Heerd" genaamd naar het geslacht Heerde, dat eeuwenlang huist op Kamphuizen. Aan het begin van de 19e eeuw komt Kamphuizen in het bezit van de familie De Neree. 

1483    Pestepidemie treft Arnhem en omgeving en veroorzaakt veel dodelijke slachtoffers.

 

1486     Na een strenge winter met veel sneeuw komt het Angerlose Broek onder water te staan. Ook de Grote Gelderse Waard heeft te water met een watersnood waardoor pachter Johan Lipholt zijn pacht niet kan betalen.

 

1487    Op 24 januari krijgt Zevenaar van Johan II, hertog van Kleef, stads-, markt- en molenrechten. Het aantal inwoners van Zevenaar(-stad) bedraagt dan ongeveer 500.

 

Zevenaar in de 16e eeuw. De toren is van kasteel  (burcht) Sevenaer. De afbeelding betreft een detail van een kaart van Jan Ruysch uit 1577.

De reden dat Zevenaar op 24 januari 1487 stadsrechten verkrijgt, is vooral gelegen in de militaire omstandigheden van die tijd. Zevenaar moet een strategisch steunpunt worden aan de grens met Gelre. Door de stadsrechten heeft Zevenaar het monopolie op markten en de verkoop van brood en bier en kan het stadsbestuur bovendien accijnzen heffen, die overigens zwaar drukken op de bewoners.

Naast de toren van kasteel Sevenaer zijn twee torens te zien. Vermoedelijk zijn dit de hoektorens van de voorburcht.

 


1491
     Begin februari breekt de Rijndijk tussen Emmerik (Emmerich) en Rees door. Het gevolg is dat een groot gebied tot aan Doesburg onder water komt te staan.

 

1492    Columbus maakt tijdens zijn ontdekkingsreizen naar Amerika melding van een geurig kruid, "tabaco" genoemd, dat door inlanders in brand wordt gestoken en waarvan de rook wordt geïnhaleerd. Eeuwen later zal deze tabak vooral voor de Liemers bijzonder belangrijk blijken: vooral in de 17e, 18e en 19e eeuw voor de tabaksteelt in de Liemers en in de 20e eeuw voor de tabaksindustrie in Zevenaar (Turmac, Britisch American Tobacco).

 

1495    Na een beleg dat duurt van Goede Vrijdag tot Hemelvaart, 6 weken lang, vindt de verovering plaats van kasteel Baar en volgt de volledige ondergang van deze uit de 11e eeuw stammende burcht aan de IJssel, de oorspronkelijke stamzetel van de heren van Baar.

Boven de ingang van de kerk in Lathum bevindt zich in de nis een gedenksteen, die herinnert aan de verwoesting van het
kasteel Baar. Het is de enige herinnering aan de machtige burcht, die eeuwenlang de wijde omgeving heeft beheerst.
 
 


   
Het eens zo roemrijke kasteel / burcht Baar volgens een tekening uit de 17e eeuw
 

1503    De zomer van 1503 is zinderend heet en kurkdroog en daardoor een kwelling voor de inwoners van de Liemers

1504
    In het begin van de 16e eeuw is men in Zevenaar nog volop bezig is met de bouw van stadstorens ter verdediging van de stad. Halverwege de 16e eeuw heeft Zevenaar tenminste vier van deze torens, "Bergvredes" genoemd, een benaming in het Duitse taalgebied, voor verdedigbare torens.

 

In de loop van de 16e eeuw wordt op een van de verdedigingstorens in Zevenaar een molen gebouwd. Deze molen, Binnenmolen genoemd, met een muurdikte van meer dan drie meter stond in de nabijheid van de Grietse Poort en was in ieder geval al in 1580 als molen in gebruik.
In de loop van de 19e eeuw verliest de toren zijn functie als molen en raakt in verval.  

Afbeelding: Tekening van de Binnenmolen van A. Verhuell (19e eeuw)

 


1517
     Bernt van Brandenborch, de oudste tot nu toe getraceerde voorvader in de directe lijn van Sam, Simon en Sjef van Keulen, wordt geboren. Hij wordt door Karel van Gelre in Ruurlo (landgoed ten Nijenhar) uit de horigheid bevrijd en is de vader van Jan (Jelis) van Brandenburg, die in 1580 in Westervoort het levenslicht aanschouwt en er later schout wordt.

1517      Maarten Luther slaat zijn 95 stellingen aan de deur van de slotkerk in Wittenberg.

 

1521    Op 28 september 1521 zet paus Leo X zijn handtekening onder de stichting van de Andreasparochie in Zevenaar. Daarmee is de Andreasparochie de enige parochie in Nederland, die ooit door een paus is gesticht. De eerste pastoor wordt Derck Rembolts uit Duiven.

 

1532    In Zevenaar wordt de Andreaskerk gebouwd. Aangezien deze kerk ondergeschikt is aan de kerk in Oud-Zevenaar wordt de toren niet hoog. De huidige toren (ongeveer 65 m) van de Andreaskerk is gebouwd aan het eind van de 19e eeuw.

 

 

Deze afbeelding betreft een detail van een kaart van Jan Ruysch uit 1577. Rechts zien we de toren van de St. Andreaskerk en links die van slot Sevenaer.

Ruim 20 jaar later in 1598 zou de St. Andreaskerk door troepen van Maurits worden leeggeroofd en in brand gestoken.

 

   

 

 

1532    Maar liefst 37 kleine grondbezitters in Westervoort weigeren de aanslag in de kosten van een nieuwe sluis van het polderdistrict te voldoen. Het is een symptoom van algemene onwil en vooral onmacht door grote armoede om nog meer lasten te dragen.

 

1549 De boerderij  "Emmerick" in Westervoort staat vermeld en is in 1549 eigendom van Gijsbert van Bingerden. Na zijn dood gaat deze over op zijn dochter Anna, de vrouw van Derick Cloeck, richter te Westervoort. Later in een akte uit 1649 staat het Westervoortse “Emmerickse goet” als havezathe vermeld. In 1769  kopen Huybert van Keulen en zijn vrouw Dora van Groenen (voorouders van Sam, Simon en Sjef van Keulen) de havezathe van de familie van Schlauns.

 

 

1550     De Zevenaarse buitenmolen zoals we deze nu kennen (als torenmolen) is omstreeks 1550 gebouwd. Op dezelfde plek stond al in 1408 een standerdmolen, die is afgebroken om plaats te maken voor de huidige torenmolen.

 

Links: De Buitenmolen in Zevenaar, zoals deze er omstreeks 1920 uitziet.

Omstreeks 1970 wordt de molen in opdracht van de gemeente Zevenaar, die de molen enkele jaren eerder heeft gekocht van Korthaus, gerestaureerd. De molen is zeer bijzonder omdat deze behoort tot de oudste nog bestaande molens in Nederland en bovendien de grootste is, die uitgerust is met een houten as.

Rechts: De Buitenmolen na de restauratie

 

1557     De vermaarde cartograaf Christiaan sGrooten, geograaf van de Spaanse koning Philips II, brengt het gewest Gelderland in kaart.


De Lymers (Liemers) zoals in kaart gebracht door Christiaan sGrooten. Vermeld zijn onder meer Aert (Aerdt), Herwen, Panderen (Pannerden), Tolhuys (Lobith), Sevenaer (betreft het huidige: Oud-Zevenaar), Halsaff (kasteel Babberich), Dyem (Didam), Weell (Wehl), Duven (Duiven), Westerfort (Westervoort), Baer, Lathem en Groessen.


1558
    Willem de Laer wordt pastoor van de Andreasparochie in Zevenaar. Hij blijft dit gedurende een periode van 43 jaar (tot 1601)  en wordt daarmee de langst zittende pastoor van de Andreasparochie.

1559     Uit een landkaart (1559) blijkt dat Zevenaar, Duiven, Groessen en Loo een enclave vormen, die staatkundig tot het hertogdom Kleve behoort.


 

 


Staatkundige indeling 1559

1565    Uitzonderlijk strenge winter waarin half december 1564 de vorst intreedt. Op 2e kerstdag vriest de Rijn dicht en tot in maart blijft het ijs begaanbaar.
 


1566
   De pest slaat vooral in Herwen ongenadig toe:  tweehonderd doden op een totale bevolking van ruim 600. Onvoorstelbaar!!!

 

1567    Het algemene oproer bekend geworden als Beeldenstorm gaat volledig aan de Liemers voorbij.

 

1568    Begin van de Tachtigjarige Oorlog. De strijd tussen Spaanse en Staatse troepen brengt de bevolking in de Liemers regelmatig tot wanhoop.  

De staatkundige indeling van de Liemers en de omgevende gebieden in de 16e eeuw.
Geel: Kleefs gebied     Groen: Gelders / Staats gebied     Licht Groen: Berghs gebied     Wit: zelfstandig gebied. 

1570     De periode 1570 tot 1600 is in de Liemers (en Achterhoek) een uiterst onrustige tijd. De bevolking is wanhopig door rondtrekkende plunderende troepen: de ene keer Staatse en de andere keer Spaanse troepen en daar tussendoor rondtrekkende muitende bendes. Verwoeste huizen en kerken, onbebouwde akkers, plundering, doodslag, zware maandelijkse oorlogscontributies en roof van hele veestapels zijn aan de orde van de dag. De kerken van ondermeer 's Heerenberg, Zeddam, Etten, Gendringen, Netterden, Elten, Oud-Zevenaar, Zevenaar en Didam worden in die periode geplunderd en zwaar beschadigd. In Hoog-Keppel en Drempt staat geen enkel huis meer overeind.

Plundering van een dorp door Pieter Molijn (Frans Halsmuseum, Haarlem)
Vooral tijdens de eerste helft van de Tachtigjarige Oorlog gaat de bevolking van het Gelders - Kleefs grensgebied regelmatig gebukt onder de wreedheden en plunderingen van Hollandse en Spaanse soldaten.

1572    De gothische spits van de Oud-Zevenaarse kerk wordt op St. Vitusdag (15 juni) door troepen in brand geschoten. De spits verwoest in haar val de kerk.

De gedeeltelijk vernielde St. Martinuskerk in Oud-Zevenaar

1572    Begin juli worden 19 katholieke priesters uit Gorcum ontvoerd naar Den Briel. Als ze daar niet bereid zijn het katholieke geloof af te zweren worden ze een voor een opgehangen. De herinnering aan dit gebeuren, dat bekend staat als een van de dieptepunten in de opstand tegen Spanje, blijft tot ver in de 20e eeuw bij veel katholieken, ook in de Liemers, levend.

Links: Martelaren van Gorcum worden in een schuur terechtgesteld (19e eeuws schilderij van Cesare Fracassini)

Rechts: Beeld van pater Claas Pieck in de bedevaartskerk in Brielle
  Claas Pieck is de eerste, die wordt opgehangen, na hem volgen nog 18 paters. 



De ontvoering van de 19 priesters vindt plaats door watergeuzen onder leiding van hun in 1571 door Willem van Oranje benoemde opperbevelhebber Lumey. Wanneer de priesters niet bereid zijn om het katholieke geloof af te zweren, worden ze in een schuur een voor een opgehangen. Na hun dood worden de 19 martelaren van Gorcum voor veel katholieken ook in de Liemers lichtende bakens in een periode van onderdrukking en duisternis. De herinnering aan het gebeuren in 1572 blijft tot ver in de 20e eeuw levend. Veel katholieken sluiten tot ver in de 20e eeuw hun dagelijks gebed af met: "heilige martelaren van Gorcum bidt voor ons".

 

1573    Reeds eind oktober begint in de Liemers een lange zeer strenge winter waarin vrijwel alle wintervoorraden verloren gaan met grote tekorten en honger tot gevolg.

1573    Uit een in 1573 in opdracht van de Spaanse koning door Christiaen 's Grooten getekende kaart van de Liemers blijkt dat de Oud-Zevenaarse kerk op een terp is gebouwd.

Gedeelte van de door Christiaen 's Grooten in 1573 getekende kaart van de Liemers. Duidelijk is te zien dat de kerk van Oud-Zevenaar op een terp is gebouwd. Momenteel is dat niet meer te zien omdat in de loop der tijd de dijk met een bocht om de kerk heen en deels over de terp is komen te liggen. Op de achtergrond zien we het stadje Zevenaar getekend.

1580    Jelis (Jan) van Brandenburg (voorvader in de directe lijn van Sam, Simon en Sjef van Keulen) wordt in Westervoort geboren. Hij is de zoon van Bernt van Brandenburg die door Karel van Gelre in Ruurlo, landgoed Ten Nijenhar, uit de horigheid is bevrijd. Jan van Brandenburg wordt later schout (dorpshoofd) van Westervoort. Voor meer informatie klik hier. 

 

1581    De periode 1581 tot 1603 verloopt voor de bevolking in het Gelders - Kleefs grensgebied rampzalig. De Tachtigjarige Oorlog, een meedogenloze strijd tussen Spaanse en Staatse troepen, maakt veel slachtoffers onder de bevolking. Zowel Staatse als Spaanse soldatenbendes trekken regelmatig plunderend en brandstichtend rond. De terreur wordt mede veroorzaakt door de slechte betaling van vooral de Staatse soldaten.

 

1582    Zevenaar, Elten, Lobith en Didam worden volledig leeg geplunderd door Staatse troepen en soldatenbendes.

 

1584    Op 26 januari vindt in de avonduren een dijkdoorbraak plaats bij de Oliemolen van Leuven / Leuffen (buurtschap tussen Oud-Zevenaar en Groessen). Het betreft de oudst bekende melding van een dijkdoorbraak in de Liemers.

 

1585    De Oud-Zevenaarse kerk is door oorlogshandelingen in een ruine veranderd.  Het zal tot 1866 duren alvorens de kerk weer de oorspronkelijke vorm van 1350 terug heeft en het herstel volledig is afgerond. Ook de Stiftskerk van Hoog Elten wordt volledig verwoest door plunderende Staatse troepen.

 

De St. Vitus in Hochelten is gebouwd tussen 1100 en 1150. De tekening links toont de toestand van 1150 tot 1585.

Na de verwoesting in 1585 wordt de St. Vitus tussen 1670 en 1677 weer tot de halve grootte opgebouwd. In maart 1945 wordt deze kerk door artillerie-geschut van Canadese eenheden vanuit Kleef zeer zwaar beschadigd. Een groot deel van de toren, het dak en het gewelf van het middenschip storten daarbij in en velen vrezen dat sloop onvermijdelijk is. Mede door de inspanningen van textielfabrikant dr. J.H. van Heek vindt in de naoorlogse jaren wederopbouw van de kerk plaats waardoor deze nu op Duitse bodem de noordelijkste van de romaanse kerken aan de Rijn is..   

 



1586
     Tijdens de tachtigjarige oorlog speelt de beheersing van de rivieren een belangrijke rol. Op de splitsing van Rijn en Waal in de nabijheid van Pannerden wordt daarom onder leiding van Maarten Schenk van Nydeggen de door Graaf Johan van Kleef omstreeks 1360 gebouwde burcht uitgebouwd tot een fort (Schenkenschans). Het fort, de 'toegangspoort' tot de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden, wordt lange tijd als onneembaar gezien. Door verandering in de loop van de Rijn verliest het fort in het begin van de 18e eeuw haar strategische betekenis.


Schenkenschans
(afbeelding links) wordt in 1635 door de Spanjaarden veroverd op de Nederlanders maar een jaar later alweer door Frederik Hendrik van Oranje heroverd.


In 1672 wordt Schenkenschans door Nederland zonder slag of stoot overgeleverd aan Frankrijk maar in 1681 komt het fort weer in Nederlandse handen. In 1816 wordt het bij het Koninkrijk Pruisen gevoegd. en worden de vestingwerken afgebroken.

Momenteel is Schenkenschanz een klein, stil en vriendelijk Duits dorpje vlakbij Kleve.

 

 

 

1587    In de Gelderse gedeelten van de Liemers wordt de kinderdoop verboden omdat deze als "Paaps" wordt gezien. De Hervormde godsdienst wordt tot officiele godsdienst uitgeroepen. In diverse Gelderse plaatsen zoeken mensen wegen om de katholieke godsdienst te kunnen blijven uitoefenen. Zo zoeken veel inwoners van Pannerden hun kerk in het naburige dorp Hulhuizen, dat Kleefs territorium is. Ook omdat leden van het hooggraaflijk Huis Bergh, bezitters van de Heerlijkheid Pannerden, de katholieke godsdienst trouw blijven, krijgt de van boven opgelegde reformatie in Pannerden weinig voet aan de grond. 

 

1589    Prins Maurits schuift de neutraliteit van Zevenaar terzijde en legert zijn troepen op de burcht en in de stad Sevenaer.
 

1590    De Didamse kerk moet aan protestanten worden afgestaan.

 

De 15e eeuwse Gothische kerk in Didam, die in 1590 protestants wordt. Ruim 360 jaar later, in 1951, zal de kerk weer katholiek worden. 

1595    Na een extreem koude winter volgen in maart zware overstromingen. De Lijmerse bandijk breekt op diverse plaatsen door.


1598    Zevenaarse Andreaskerk
wordt door troepen van Maurits leeggeroofd en in brand gestoken.

1598    Van de Groessense pastoor Jacob Vallick verschijnt bij Willem Andriesz in Hoorn een herdruk van de zeer vermaarde publicatie "Tooveren".

Afbeelding: Titelblad van de publicatie "Tooveren" van Vallick.
In zijn boek benadrukt Jacob Vallick dat onheil niet het werk is van de duivel, laat staan van een heks maar van God, die hooguit gebruik maakt van Satans diensten.
Vallick staat dus terughoudend tegenover geloof in duivelse krachten en hekserij. In zijn tijd zijn veel mensen beducht voor duivels en heksen.
Vallick is van oordeel dat tegenslag een louterende werking heeft voor de geest omdat het voorkomt dat je als mens zelfgenoegzaam wordt.

Het boek "Tooveren" is geschreven in de vorm van een dialoog tussen Elizabeth aan de ene kant en haar buurvrouw Mechtilde en een pastoor aan de andere kant. Elizabeth wijdt de ziekte van haar echtgenoot, haar koeien en paarden aan hekserij, en beschuldigt ook een specifieke heks. Mechtilde en de pastoor vermanen haar echter: een dergelijke reactie op tegenslag is een teken van geestelijke zwakte.


1599
    Nadat de Spanjaarden door het leger van Prins Maurits zijn verslagen komt het Geldersch eiland onder het gezag van de Staten van Holland. De uitoefening van de katholieke godsdienst in het openbaar wordt verboden, de kerkgebouwen komen in handen van de gereformeerde kerk. De meerderheid van de bevolking blijft echter de moederkerk trouw mede omdat vanuit de omliggende Kleefse gebieden priesters in het geheim godsdienstoefeningen houden.  


1600
    Alle pastoors in het Gelderse deel van de Liemers zijn omstreeks 1600 aan de kant gezet en veelal vervangen door dominees. Het betreft de plaatsen: Angerlo, Beek, Didam, Etten, Gendringen, 's-Heerenberg, Lathum, Westervoort en Zeddam. Ook Aerdt en Pannerden hebben inmiddels een dominee maar deze plaatsen behoren door de stroom van de Rijn tot de Betuwe. In de Kleefse gebieden in de Liemers (Duiven, Groessen, 't Loo, Oud-Zevenaar, Wehl en Zevenaar) is wel sprake van godsdienstvrijheid.


1602
    De Staten van Gelderland starten onderhandelingen over teruggave van Lobith dat naar hun overtuiging ten onrechte door Kleve (Kleef) wordt bezet. Het zal echter tot 1816 duren alvorens Lobith en haar omgeving Nederlands wordt.

Kasteel Het Tolhuis in Lobith in 1674, kort nadat het in het rampjaar 1672 nog dienst heeft gedaan als militaire wachtpost.

.

 

1602    Zevenaarse Andreaskerk wordt door brand opnieuw ernstig beschadigd. Pas in 1605 kunnen er weer erediensten worden gehouden.

   

Een beeld van Zevenaar met de Andreaskerk omstreeks 1640 (tekening van de uit Lisse afkomstige Abraham Rademaker).

Op de voorgrond het riviertje de Aa, dat vanuit de Rijn bij Oud-Zevenaar stroomde naar de moersasachtige gebieden van 't Grieth ten noorden van Zevenaar. De huidige Oud-Zevenaarseweg ligt in de bedding van het vroegere riviertje de Aa. 

1608    Een ontstellend koude winter zorgt voor grote problemen. In januari en februari vriest het zo hard dat zelfs de oudste mensen zich niet kunnen herinneren dit ooit eerder te hebben meegemaakt.

 

1609   Het Kleefse hertogelijke geslacht is uitgestorven. Het hertogdom Kleef komt door vererving in het bezit van de keurvorst van Brandenburg. De Kleefse gebieden in de Liemers (o.a Zevenaar, Wehl, Duiven, Huissen) worden deel van Brandenburg.

Zes generaties hertogen van Kleve met op de achtergrond het historische Kleve
v.l.n.r: Adolph IV (1417 - 1448), Johann I (1448 - 1481), Johann II (1482 - 1521), Johann III (1521 - 1539), Wilhelm (1539 - 1592) en Johann Wilhelm (1592 - 1609)

 

1611     Zevenaarse protestanten proberen een samenkomst te beleggen hetgeen door een deel van de bevolking wordt verhinderd. Aangezien in de Kleefse gebieden van de Liemers (o.a Zevenaar) in tegenstelling tot de Gelderse gebieden (o.a Westervoort) godsdienstvrijheid bestaat, wordt de katholieke burgemeester van Zevenaar, Gerhart van Leeuwen, ontslagen en komen de belangrijkste bestuurlijke functies in Zevenaar voorlopig in protestantse handen.   

 

1613    In Zevenaar bevindt zich een leerlooierij bij de oprijlaan van het huis Enghuizen, vlakbij de Kerkstraat. Deze leerlooierij heeft daar meer dan tweehonderd jaar gestaan en gezorgd voor enorm veel (stank)overlast.

 

1618     De Dertigjarige Oorlog (1618 - 1648) brengt veel armoede. In Zevenaar kan het stadsbestuur niet meer aan de financiele verplichtingen voldoen en leent daarom honderd rijksdaalders bij burgers (Ott Hetterscheid, Jan Kerckwijk en Jan Bloemers) die daarvoor als onderpand het onroerend goed "De Doelen" verwerven.

1623     Omstreeks deze tijd is de havezate Rijck in Zevenaar in het bezit van de familie Smulling. In het midden van de 17e eeuw wordt de familie Van Heerdt (van Camphuysen) eigenaar en in 1735 koopt de familie Heynen het pand  De in onze huidige tijd nog altijd bestaande havezate aan het begin van de Kerkstraat is een van de drie huizen (naast Mathena en en Zwanepol) van de "voorstad" van het stedeke Zevenaar.
In 1782 koopt de koopman Frowein huize Rijck, daarna in 1862 de familie Buschhammer en in 1896 notaris Hazewinkel. In de tweede helft van de 20e eeuw komt het pand in het bezit van de naastgelegen Turmac sigarettenfabriek.


Begin van de Kerkstraat (1900) in Zevenaar,
 op voorgrond rechts huize Rijck

1625    Boerderij de Poeldijk in Duiven wordt gebouwd. Deze boerderij aan de Ploenstraat, gelegen tussen de havezathen Ploen en Magerhorst, staat er heden ten dage nog altijd. Onderstaande foto is van 1964.

In 1880 kochten de over-over-overgrootouders van Sam, Simon en Sjef: Theodorus Jurrius (1837 - 1900) en zijn vrouw Maria Wilhelmina Cunera Jurrius-Peters (1854 - 1920) de Poeldijk. Ze bleven er tot hun dood wonen.

Opmerking: Op zaterdagavond 18 oktober 2008 heeft een grote uitslaande brand, die bestreden werd door de brandweercorpsen van Duiven, Arnhem en Zevenaar,  het woonhuis van de Poeldijk verwoest (zie tijdsbalk: jaar 2008).

1635  Na een strenge winter volgt als gevolg van een dijkdoorbraak bij Loo een zware overstroming. De Spanjaarden moeten in verband met het hoge water Schenckenschans ontruimen.

1636    In april 1636 lukt het Frederik Hendrik, die inmiddels Maurits is opgevolgd,  het fort Schenkenschans te heroveren.

Het beleg van Schenkenschans in 1636 geschilderd door Gerrit van Santen
De Schenkenschans, een in 1586 gebouwde vesting in de nabijheid van o.a Pannerden en Tolkamer volgens aanwijzingen van de militair Maarten Schenk op een strategisch punt, waar Rijn en Waal zich van elkaar afsplitsen. 

1636    Pestepidemie treft o.a. Zevenaar. "Godt de Heere besocht meer als die helfte der burgerie met die pest".


Zevenaar en omgeving in 1646 volgens Johannes Janssonius (Ducatus Gelriae pars prima quae est neomagensis). Merk op dat: zuid boven, noord onder, oost links en west rechts is getekend.

 


Detail: Babberich heet 'Halsaf' (naar het kasteel) en Oud-Zevenaar 'Oudekerck'. Didam heet 'Dyem'.

1643     Jan Fontain koopt de Pannerdense molen (afb.) voor 2500 Rijnsche Guldens. Ruim 150 jaar later in 1803 zou deze molen gesloopt worden nadat bij een eerdere dijkdoorbraak naast de molen, wel het molenhuis maar niet de molen verloren ging.
 

 

 

1644    Ruysdael schildert het kerkje van Aerdt.
 

                   
Schilderij van Ruysdael  met kerkje van Aerdt en op de achtergrond het Lobithse Tolhuis.

 

1647    De Kleefse Hertog verpandt de plaats Wehl aan de Graaf van Bergh. Hierdoor wordt Wehl afgesplitst van het Ambt Liemers, waartoe blijven behoren: de stad Zevenaar (bestuurlijk centrum), Oud-Zevenaar, Groessen, Loo en Duiven.

 

1648    Einde van de Tachtigjarige Oorlog: Vrede van Munster. De Republiek der Nederlanden wordt door Spanje als een zelfstandige staat erkend.


Grens van de Republiek in 1648
Merk op: grootste deel van de Liemers maakt geen deel uit van de Republiek maar behoort tot het Duitse Rijk. 

 

1650    De havezate Enghuizen komt in het bezit van de familie Von Hasenkampf. In de Tweede Wereldoorlog (1945) wordt Enghuizen, gelegen aan de Kerkstraat in Zevenaar op enkele honderden meters van Turmac / BAT), ernstig beschadigd. Helaas is het omstreeks 1950 afgebroken.

 

Enghuizen wordt voor het eerst vermeld in 1467. De hoektoren is een 19e-eeuwse toevoeging. In 1873 doet de toenmalige eigenaar, pastoor Pelgrom, het over aan zijn neef Von Motz.  Tot dat de havezathe in de Tweede Oorlog zwaar wordt beschadigd blijft Huize Enghuizen een parel voor Zevenaar. Als kind herinner ik me het door het bombardement ernstig beschadigde pand nog goed. 

 

 

1653    Jan de Goyer schildert Gezicht over de Rijn naar de Eltense berg.
          Jan de Goyer: "Gezicht over de Rijn" (Mauritshuis, Den Haag)

 

1656     Omdat er in Zevenaar nog geen eigen kerkgebouw is (komt pas in 1660 gereed) wordt de Gereformeerde predikant in de R.K Sint Andreaskerk begraven. De reformatie in het Ambt Liemers voltrekt zich geleidelijk en in beperkte mate, enkele uitzonderingen daargelaten zijn er geen grote spanningen. 

1657     De Arnhemse schrijnwerker Meester Henrick Widtfelt maakt een prachtige preekstoel voor de Zevenaarse St. Andreaskerk.    

Voor de schitterende preekstoel, die heden ten dage nog altijd de Andreaskerk siert wordt 160 daalders betaald. De preekstoel wordt over de Rijn (nu Oude-Rijn) naar Oud-Zevenaar vervoerd waarna deze per kar naar Zevenaar wordt gebracht.
De preekstoel telt acht panelen met de heiligen: Petrus, Mattheus, Marcus, Maria, Lucas en Johannes.

 

1659     Kennelijk is de preekstoel in de R.K Kerk in Zevenaar in de smaak gevallen want in 1659 maakt de Arnhemse schrijnwerker Meester Henrick Widtfelt (Wijtvelt) opnieuw een schitterende preekstoel dit keer voor de nieuwe Reformeerde Kerk in Zevenaar voor een bedrag van 400 Hollandse guldens.

Links: Het voorfront van de preekstoel in de Reformeerde Kerk (momenteel Ontmoetingskerk). Er zijn veel overeenkomsten met de preekstoel in de katholieke Andreaskerk van Zevenaar (rechts). De panelen zijn echter verschillend. Calvinisten zagen de beeldencultus van katholieken als afgodendienst.

Op de voorzijde van de preekstoel in de protestante kerk (links) zien we een sierschild en aan de voorzijde van de preekstoel in de katholieke kerk (rechts) zien we Maria.   
  

 

 

1660    De oudste tot nu toe bekende voorouder Polman van Sam, Simon en Sjef van Keulen uit de Gelderse Liemers, Theodorus Polman, wordt omstreeks 1660 in Zeddam geboren.

1660    Omstreeks deze tijd schildert Anthonie van Borssom de Rijn bij Lobith.

De Rijn (later: Oude Rijn) bij Lobith omstreeks 1660
(Anthonie van Borssom)
Op de achtergrond de molen en de kerk van Laag-Elten


1660
    1 mei: De Hervormde kerk aan de Markt in Zevenaar wordt in gebruik genomen.

De Hervormde kerk op de Zevenaarse Markt is in de loop der tijd vrijwel in de originele staat gebleven.

De naam van het gebouw is tot ver in de 19e eeuw "Reformeerde kerk". Door een scheiding binnen de Calvinisten wordt vanaf de 19e eeuw de aanduiding "Hervormde kerk" gebruikelijk. Vanaf 2001 draagt het kerkgebouw de naam "Ontmoetingskerk". 

 

1666    Pestepidemie treft Zevenaar e.o. (naar later zal blijken) voor de laatste keer.

Uit het kerkarchief: "De pest brak uit in het huis van Arent Hendriksen, smid in de Diemsestraat (Didamsestraat). Op de 1e October heeft pastoor Ontijt over de achterdeur het H.Oliesel toegediend aan de twee dochters Hendriksen, die beide weldra bezweken. Op 2 October des avonds heeft de pastoor over de achterdeur Arent Hendriksen en zijn echtgenote bediend, die beide op 15 October zijn gestorven. Arent Hendriksen had eerst nog zijn vrouw in de kist gelegd voor hij zelf stierf. Joost Jansen, bijgenaamd "Kraai", zadelmaker, die zelf ook in dit huis woonde, is 13 October in de Heer ontslapen, hij werd ook door de gesel van de pest getroffen. Joost Jansen en zijn echtgenote waren op 2 October bediend."

 

1669    In Zevenaar vestigt zich voor het eerst een medisch doctor (med. dr.). Het is Gisbertus Heckhuis, die maar kort in Zevenaar zijn praktijk uitoefent en in 1670 al weer vertrekt naar Zutphen.

 

1672    Het leger van koning Lodewijk XIV trekt bij Lobith over de drooggevallen Nederrijn.

 

Een uit Elten afkomstige boer vertelt waar de Rijn doorwaadbaar is  waardoor Lodewijk XIV in 1672 bij een extreem lage waterstand met 120.000 man de Rijn kan oversteken.

Schilderij van Adam Frans van der Meulen.

 

1673    In Zevenaar-stad overlijdt pastoor Ontijt (*Groessen. Hij was pastoor in Zevenaar vanaf 1651 dus ook tijdens de vreselijke pestepidemie van 1666.

 

1675    De tabaksteelt in de Liemers komt tot bloei.

 

1677    De abdijgebouwen op de Elterberg, die in 1585 volledig zijn verwoest, zijn door de vermaarde bouwmeester Jacob Vingboons herbouwd.

 

Eltenberg (afb.: S. Fokke, 1750)  zoals deze er in het midden van de 18e eeuw uitziet.  

 

1681    De paters Franciscanen bouwen in Elten een nieuw klooster (zie voor tekening Jan de Beijer jaar 1737). Paters van dit klooster zouden een belangrijke rol spelen bij de recatholisering van naburige Staatse gebieden in de Liemers (o.a.: Didam, Beek en Zeddam). 


Het Franciscanenklooster in Elten, gebouwd in 1681 ter vervanging van het in 1572 verwoeste klooster in de Briemer bij Emmerik.
J.H.A. van Heek maakt in 1952 kort voor afbraak van het zwaar beschadigde klooster bovenstaande tekening.
 

 

1682    Ernstige wateroverlast in de Liemers en ook in Zevenaar-stad.

Elterberg, zoals getekend door de Haarlemse tekenaar Abraham Rademaker (1677 - 1735)
In tijden van ernstige wateroverlast biedt de Elterberg velen bescherming.

 


1683
    Voor de tweede keer vestigt zich in Zevenaar een universitair opgeleide medicus. Het is de uit Altena in Westfalen afkomstige dr. Johan Andries Hecking, die er tot 1693 zijn praktijk uitoefent. Tevens is hij in die periode schepen en landschrijver van de Lymers. In 1693 vertrekt dr. Hecking naar Zutphen, waar hij tot 1734 stadsgeneesheer en landschrijver is.

1684    De winter van 1683 - 1684 verloopt ontstellend koud. Zelfs stokoude mensen kunnen zich niet herinneren zo'n extreem koude winter ooit eerder meegemaakt te hebben. De koude valt ver voor kerstmis 1683 in en duurt tot medio februari 1684. De rivieren vriezen volledig dicht en ijsdikten tot twee Rijnlandse voeten (63 cm) worden gemeten. De winter zorgt voor veel overlast. 

1685    Kasteel (casteel / burcht / slot) Sevenaer wordt gesloopt. In de loop der tijd had het kasteel zijn waarde als verdedigingsobject verloren en was het volledig afgetakeld. Bij de sloop van de burcht met zijn vier tot vijf meter dikke muren komt een enorme massa puin vrij. Uit archiefstukken en recent archeologisch onderzoek is gebleken dat Kasteel Sevenaer heeft gestaan aan de westzijde van de oude stad in de omgeving van de huidige supermarkt Coop aan de Nieuwe Doelenstraat in Zevenaar. De contouren zijn heden ten dage terug te vinden op de parkeerplaats op het Masiusplein. 
 

 

1686    Voor de tweede keer vestigt zich in Zevenaar een universitair opgeleide medicus. Het is de uit Altena in Westfalen afkomstige dr. Johan Andries Hecking, die er tot 1693 zijn praktijk uitoefent. Tevens is hij in die periode schepen en landschrijver van de Lymers. In 1693 vertrekt dr. Hecking naar Zutphen, waar hij tot 1734 stadsgeneesheer en landschrijver is.

1693    Gedurende een periode van bijna honderd jaar van 1693 tot 1785 heeft Zevenaar geen geneesheer. De dichtstbijzijnde plaats met een medicus is in die periode Elten.

Vanaf 1693 is Elten (afbeelding van  Jan de Beijer, 1743)  vele decennia voor inwoners van Zevenaar de dichtstbijzijnde plaats met een arts.

 

 

1695     De eerste maanden van 1695 wordt de bevolking in extreme mate gekweld door de gevolgen van hoog water en geweldige ijsgang.

1701    De keurvorst van Brandenburg mag zich koning van Pruisen noemen, waardoor Zevenaar en het Ambt Liemers onderdeel worden van het Koninkrijk Pruisen, dat uitgroeit tot een machtige staat.

 

1702    Dysenterie - epidemie treft onder meer Zevenaar. Vanwege de waterdunne diarree vermengd met bloed wordt de aandoening in de volksmond "rode loop" genoemd.



1703    De Boterdijk bij Lobith breekt door.

 

1705     In Zevenaar wordt een Latijnse school gesticht.

 

1707    Op 14 november wordt het Pannerdens kanaal  (Nieuwe Rijn) geopend. 

 

De militaire dreiging vanuit Frankrijk  omstreeks 1700 was de directe aanleiding voor de aanleg van het Pannerdens kanaal. De Neder-Rijn en IJssel waren doorwaadbaar en daardoor zwakke plaatsen in de defensie van de Republiek der Vereenigde Nederlanden. De situatie voor de scheepvaart was daarnaast een belangrijke bijkomstigheid. Dankzij de aanleg van het Pannerdens kanaal (Nieuwe Rijn) werden Neder-Rijn en IJssel beter bevaarbaar. Gedurende de eerste zestig jaar na de aanleg van het kanaal had de aanleg echter een rampzalige invloed op de hoogwaterveiligheid. Talrijke dijkdoorbraken in de 18e eeuw waren een direct gevolg van de aanleg van het Pannerdens kanaal. In de loop der tijd is de rol van het kanaal voor de waterhuishouding echter drastisch gewijzigd en is het nu  de "hoofdkraan van Nederland".  

1707    Door het Pannerdens Kanaal worden Aerdt, Herwen en Pannerden van de Overbetuwe afgesneden en behoren vanaf nu tot de Liemers.

 

Het door het Pannerdens kanaal ontstane "Gelders Eiland" heeft zowel economisch als cultureel belemmerend gewerkt. Aan de andere kant heeft de geisoleerde ligging voor een hechte gemeenschaps gezorgd.

Regelmatig hebben  in de Liemers overstromingen plaatsgevonden. De laatste in 1926. In 1995 was het elders in Gelderland uitermate spannend, enkele honderdduizenden mensen werden (30 januari - 6 februari 1995) preventief geevacueerd maar gelukkig bleef een dijkdoorbraak uit.

De hoogste waterstand van de Rijn tijdens de overstroming van 1926: 16,92 m boven N.A.P; de hoogste stand Rijn in 1995: 16,69 m  boven N.A.P; de laagste stand van de Rijn ooit gemeten (2003) bedroeg 6,91 m boven N.A.P. Het verschil tussen hoogste en laagste stand bedraagt dus ruim 10 meter.  

 

1709    Zeer strenge winter, vanaf Driekoningen (6 januari); veel vee doodgevroren.

1711    In het voorjaar zijn er diverse dijkdoorbraken zoals: IJsseldijk bij Lathum en de Boterdijk bij Lobith. Veel voedselvoorraden gaan verloren, weiden blijven lang onbruikbaar en op grote schaal wordt honger geleden.

1712    In Zevenaar vestigt zich de eerste apotheker.
Het is Joseph Haverkamp.

 

1719    Een grote brand vernietigt een groot deel van Elten.

1719   
Op 17 oktober overlijdt de Zevenaarse doodgraver Engel van Haren op een leeftijd van honderd jaar. Van de Lijmers wordt vaak beweerd dat veel mensen een hoge leeftijd bereiken omdat de lucht er gezond is.

 

1714    Veepest veroorzaakt in de Liemers de dood van veel runderen en grote armoede onder de bevolking.

 

1722    Alexander Walraad van Hugenpoth komt in het bezit van Huis Aerdt. Nazaten Hugenpoth bewonen het pand meer dan 150 jaar tot 1881. Het pand raakt in een vervallen staat en in 1945 wordt het als gevolg van oorlogshandelingen grotendeels verwoest. In de zestiger van de 20e eeuw wordt het gerestaureerd en daardoor behouden als icoon van de eeuwenoude historie van Herwen en Aerdt


Huis Aerdt na de restauratie in de 20e eeuw


1727    Grote brand in Zevenaar
, tientallen huizen worden verwoest, een persoon komt in de vlammen om; 115 mensen dakloos.

 

1729    Een pokkenepidemie maakt in Duiven vele tientallen dodelijke slachtoffers.

 

1735    De rechten van de heerlijkheid Westervoort worden door de stad Arnhem gekocht van de graven van Bergh.

    Pentekening Westervoort, augustus 1742
(Jan de Beyer)



1735
    In de nacht van 14 op 15 oktober brandt het kasteel Huis Bergh volledig af.
Tien jaar wordt gewerkt aan de herbouw.

 

 

1737    De reizende tekenaar Jan de Beijer tekent vanaf Eltenberg het gezicht op Elten en het Franciscanenklooster.

Jan de Beijer: Gezicht op Elten (1737)

 

 

1737    Graaf Otto Bijlant - Palsterkamp koopt Huis Sevenaer.
            In Zevenaar vestigt zich chirurgijn Hendrik Kreeft, die zijn praktijk meer dan veertig jaar zal uitoefenen. 

 

1738    Naast het Loogasthuis in de St. Jansstraat in Zevenaar komt een schooltje.

Op deze foto van het begin van de 20e eeuw is aan de zijkant van de Andreaskerk het Loogasthuis (met schoorsteen) duidelijk zichtbaar. Rechts van dit Loogasthuis zien we de achterzijde van het schoolgebouw uit 1738.

1740    De winter van 1740 is zeer koud. Na een koude november 1739 en relatief zachte december valt begin januari 1740 strenge vorst in. In de periode van zaterdag 9 tot en met dinsdag 12 januari is het zelfs overdag in de Liemers steeds kouder dan 10 graden onder nul. De barre winter wordt gevolgd door een extreem koud voorjaar. Op zaterdag 7 mei sneeuwt het nog. Ook de zomer verloopt zeer koud waardoor de oogsten volledig mislukken. Het duurt jaren voor dat men het rampzalige jaar 1740 te boven is.


Zeddam (Cornelis Pronk, 1730)

 

1740     In Zevenaar wordt een posthouder aangesteld. Het is Jacobus Pleunissen, geboren op 23 maart 1700 in Zevenaar. Hij is naast posthouder ook kerkmeester en koopman. Als posthouder wordt Jacobus opgevolgd door zijn zoon Nicolaas Joseph Pleunissen. 

1740     Half december overstroomt de Pannerdense polder als gevolg van een doorbraak in de Kanaaldijk tijdens een zware storm.
 

1741    Een in economisch opzicht voor de Liemers belangrijke verandering betreft de wijziging van de postroute Arnhem - Keulen. De postwagens rijden niet meer via Doesburg, Doetinchem, Anholt en Wezel maar worden vanaf 1741 geleid via Zevenaar, Elten, en Kleve.

 

De postwagen zoals deze vanaf 1741 moet hebben gereden van Arnhem via Westervoort, Duiven, Zevenaar en Elten naar Emmerich.

Door de komst van de postwagens moet de weg door de Westervoortse polder worden verlegd en verbeterd  voor de somma van 30000 daalders.

In Zevenaar stijgen de inkomsten als gevolg van de nieuwe postweg door de inning van tolgelden met tientallen daalder per jaar. Deze tolgelden moeten worden betaald ter hoogte van de Blekse Poort (Arnhemse Poort) in Zevenaar.

 

 

1742    In Westervoort wordt fort "Geldersoord" met een inundatiesluis  aangelegd. Het betreft een verdedigingswerk waarbij een gebied tussen Westervoort en Doesburg onder water kan worden gezet. Nadat in het begin van de 19e eeuw Duiven en Zevenaar bij Nederland komen, verliest het fort zijn strategische betekenis.

 


Pentekening: inundatiesluis Geldersoord in Westervoort (eind 18e eeuw)

1743     Door kwel- en regenwater komt Ambt Lijmers in het voorjaar onder water te staan. Het vee moet weken langer op stal blijven. Meer dan honderd runderen en tientallen paarden sterven als gevolg van ondervoeding. De bevolking klaagt dat de Lijmers steeds meer in een moeras dreigt te veranderen. 

1743    De reizende tekenaar Jan de Beijer (1703 - 1780) tekent in de zomer van 1743 de Liemerse kastelen Grondstein (bij Elten) en Huis Bergh in 's-Heerenberg.

Kasteel Grondstein (1743)

 

:

 Huis Bergh (1743)

1743    Bartrudis Evers wordt op 6 juni wegens kindermoord op de markt in Zevenaar onthoofd. Zij heeft in de gevangenis, waar met toestemming van de rechter (Fredericus Hecking) priesters van de Sint Andreaskerk haar vrij mogen bezoeken, veel berouw getoond. De Zevenaarse pastoor Van der Veecken verleent de vrouw bij de terechtstelling geestelijke bijstand en zorgt voor een eervolle begrafenis. Zij wordt begraven op een niet gewijde begraafplaats gelegen aan de Schievestraat achter de Touwslagersbaan.

 

1744    Omstreeks 10 maart komt geheel Pannerden onder water te staan als gevolg van een doorbraak in de Kanaaldijk. Ook een groot deel van Ambt Lijmers heeft te maken met de wateroverlast. Alleen de stad Zevenaar blijft droog maar het juist bij de stad gelegen Zevenaarse Grieth komt onder water evenals grote delen van Duiven, Groessen, Angerlo, Giesbeek, Lathum en Westervoort. Tot overmaat van ramp is er in de Liemers in 1744 een zeer ernstige veeziekte.

 

 

1745    Heemraad (waterschapslid) Peters stelt voor om de heemraden (waterschapsleden) een extra toelage (bonus) te geven voor het werk verricht tijdens de laatste overstroming. Dit voorstel voortkomend uit eigen kring alsmede vele andere voorbeelden geven geen hoge dunk van de motivatie en de inzet waarmee veel heemraden hun werk verrichten. Van veel heemraden kan worden gezegd dat ze meer oog hebben voor hun eigen belang dan het belang van anderen.


1745
    Eeuwenlang heeft Huis Sevenaer het gezicht van Zevenaar bepaald. 

 

 

 

 

Pentekening (Paul van Liender / Jan de Beijer) van Huis Sevenaer (1745).  

In de 19e eeuw stort de toren in, die bij een verbouwing in die eeuw niet wordt hersteld.

 

 


1747    Dijkdoorbraak bij Leuven, buurtschap tussen Oud-Zevenaar en Groesssen.
 

1747    Een nieuwe golf van veepest veroorzaakt bittere armoede.

 

1751    Adam (Daam) van Keulen, de oudst bekende voorouder van Sam, Simon en Sjef van Keulen met naam "van Keulen" / "Coelen", overlijdt in Westervoort. Vermoedelijk is Daam dan wel zijn vader uit het Duitse Rijnland (Keulen) naar onze streek gekomen om er te werken en is hij net als veel anderen hier gebleven. 

Het boerenbedrijf in de 18e eeuw ten tijde van Adam van Keulen
Bron: Kadastrale atlas van de Lijmers van omstreeks 1790

Tot omstreeks 1800 komen veel mannen uit het Duitse Rijnland onder meer naar onze streek om te werken en geld te verdienen. Velen van hen waaronder ook Adam van Keulen dan wel zijn voorvader, zijn in onze omgeving blijven hangen.

 

1752    Nadat het geslacht (von) Cloeck tenminste twaalf generaties eigenaar is geweest van de Berenclaauw in Groessen verkopen de broers Frederik Jan en Andries het landgoed aan de Kleefse "Zollbeseher" (douanebeambten) Von Leeuwen en Von Elsbruch. De nieuwe eigenaars verkopen het goed twintig jaar later in 1772 aan Antonius van Hugenpoth tot Aerdt, stamvader van de tak Van Hugenpoth tot den Beerenclaauw.


Berenclaauw (eind 20e eeuw)
                             

 

1753    Op 19 december vindt dijkdoorbraak plaats bij de buurtschap Leuven / Leuffen (buurtschap tussen Oud-Zevenaar en Groessen). Een zeer omvangrijk gebied tot Steenderen komt gedurende een lange periode onder water.


Doorbreken van Rhijndijk in 1753
Meer dan drie maanden lang, tot eind maart 1754 blijft het water door de Leuvense doorbraak naar binnen stromen..
Tot  in oktober 1754 werkt men dagelijks met honderd karren aan het herstel van de dijk.

1755    Op Allerheiligen (1 november) vindt omstreeks 11.00 uur in de ochtend een zeer krachtige aardbeving plaats met (naar achteraf berekend) een kracht van 8,7 op de schaal van Richter. Het episch centrum van de aardbeving ligt bij Lissabon. Het aantal doden als gevolg van deze aardbeving is meer dan 50000.
In de Liemers wordt geen melding gemaakt van beweging van de grond maar wel van een sterke waterschommeling (waterbeving) in veel sloten en ook in het riviertje De Wildt.

1756    Op woensdag 24 maart vaardigt Frederik de Grote (1712 - 1786), koning van Pruisen, waartoe ook de Liemerse enclaves behoren,  het befaamde "Kartoffelbefehl" uit waarmee hij de in deze tijd nog weinig populaire aardappel als volksvoedsel tracht in te voeren. Zaadgoed wordt gratis verdeeld en veldwachters zien er op toe dat met het verbouwen van aardappelen wordt begonnen want de aardappel heeft (voor een deel terecht) de naam giftig te zijn waardoor veel boeren aanvankelijk tegenstribbelen. Tot in de huidige tijd liggen op het graf van Frederik de Grote enige aardappelen.     


 Graf Frederik de Grote bij slot Sanssouci met aardappelen
door Frederik de Grote werd de aardappel volksvoedsel

1756    Het begin van de Zevenjarige Oorlog tussen Pruissen (waartoe dan ondermeer Zevenaar, Duiven, Lobith, Herwen, Huissen en Wehl behoren) enerzijds en Rusland en Oostenrijk anderzijds. Jonge mannen uit de Liemerse enclaves vluchten de grens over naar de Republiek om zich te onttrekken aan de Pruisische dienstplicht.

1757    Op 30 januari ziet men op het Gelders eiland de eerste tekenen van ijsgang. Het opgestuwde water stijgt daardoor zo hoog dat het nog dezelfde dag twee voet over de dijk loopt en de de dijk ter hoogte van de Pannerdenschen Waerd breekt. Ruim en week later op 9 februari breekt de Herwense dijk op vijf plaatsen tegelijk door het opnieuw kruiende ijs en ook bij Pannerden volgen nieuwe doorbraken. Ook de dijk bij Leuven, tussen Oud-Zevenaar en Groessen breekt in deze rampzalige maand.

Door vele dijkdoorbraken als gevolg van waterstuwing door het kruiende ijs staat in februari 1757 de Liemers grotendeel onder water. Velen vertoeven dagenlang op zolders of daken van hun huis. Ook gaan veel huizen door de watermassa verloren.

 

1757    Dysenterie (rode loop) - epidemie treft onder meer Zevenaar. (Kanttekening: Dysenterie is een, in de 18e eeuw veel voorkomende aandoening. Het betreft een door bacteriën veroorzaakte ernstige buikloop waarbij de frequentie van de ontlasting kan oplopen tot 100 maal per dag. Bij ongeveer 30% van de patiënten verloopt de aandoening dodelijk. Bij de meeste vormen van dysenterie is de bloedafgang zo opvallend dat men sprak van rode loop. De ziekte is ook wel persloop genoemd.)  

 

1758     Dysenterie slaat opnieuw toe in de Liemers; ondermeer Lobith (35 doden), Duiven (12 doden) en Zevenaar (10 doden) worden getroffen door deze besmettelijke ziekte, die vooral in de 18e eeuw een echte volksplaag is.  
 

1758    De zomer is uitzonderlijk nat waardoor veel landerijen onder water komen te staan en een groot tekort aan hooi ontstaat.  



1758
    Tijdens de Zevenjarige Oorlog (1756 - 1763) bezetten Franse troepen in 1758 het Kleefse land, waartoe onder meer behoren Duiven, Groessen, Loo, Zevenaar, Huissen, Malburgen, Lobith en Wehl. De bevolking heeft het zwaar te verduren en leeft op de rand van de hongersnood. Toch eisen de bezetters bij voortduring brood, graan, meel stro, hooi, brandhout en inkwartiering. Ook worden bewoners gesommeerd voor de bezetters te werken. Boeren en landarbeiders worden opstandig en velen vluchten voor het oorlogsgeweld naar de republiek.

De Kleefse enclaves. (Uit: Graswinckel, De rechterlijke archieven der voormalige Kleefsche enklaves, 1543 - 1816, 's-Gravenhage, 1927)

 

1760     Het oorspronkelijke dorp Herwen, wordt door het wassende water van de Waal verzwolgen. De bewoners hebben dit destijds al lang van te voren zien aankomen en hebben geleidelijk hun woningen afgebroken en herbouwd aan de Rijndijk, daar waar sinds 1819 de RK kerk staat en aan de Ringdam.

1761    Een combinatie van zeer hoog water en storm veroorzaakt in de zeer vroege ochtend van 27 februari drie doorbraken in de Herwense bandijk. Ongeveer gelijktijdig  veroorzaken dijkdoorbraken tussen Loo en Westervoort twee waaien waarvan een met een diepte van meer dan 50 voet.

1763    De stad Arnhem slaat bij Westervoort een schipbrug over de IJssel, waarna de weg Babberich - Westervoort relatief belangrijk wordt. Deze schipbrug, afkomstig uit Wesel, zou ruim 140 jaar dienst doen. In 1905 wordt de schipbrug vervangen door een vaste brug die in de Tweede Wereldoorlog zou worden verwoest.

   

De schipbrug over de IJssel bij Westervoort

1763    De Zevenjarige Oorlog eindigt met de Vrede van Parijs. Pruisen is door de oorlog uitgeput, ontstellende armoede is het gevolg. Bovendien heeft een half miljoen soldaten en burgers, ongeveer 10 % van de bevolking, het leven verloren desondanks is de machtspositie van Pruisen in Europa voor lange tijd verzekerd maar daar koopt de gewone man in de Pruisische enclaves in de Liemers (Zevenaar, Duiven, Wehl, Huissen, Lobith, Herwen en Aerdt) weinig voor. 

 

1765    Een Koninklijk Edict verschijnt op 8 februari in Kleefsland in de landstaal: "Plakkaat tegen het vermoorden van nieuwgeborenen en buiten echtelijk verwekte kinderen en tegens de geheimhouding der zwangerschap en de verlossing". Kindermoord is een zwaar misdrijf waartegen de overheid streng optreedt.

1765    De  rentmeester van de Berghse bezittingen in Pannerden, Christiaan van Nispen, betrapt op 2 mei in een hooiberg een boerenknecht intiem met een dienstmeid. Wanneer Van Nispen aankondigt dit te melden bij de baas van de knecht, ontsteekt de knecht in woede, trekt een mes en steekt Van Nispen dood. De dader ontloopt zijn straf door naar Kleefs gebied te vluchten

 


  Christiaan van Nispen
 
vermoord op 2 mei 1765

 

 

1769    Huybert van Keulen en zijn vrouw Dora van Groenen (voorouders van Sam, Simon en Sjef van Keulen) kopen in de Broekstraete in Westervoort Huize Emmeri(c)k van de familie van Schlauns.

   

Pentekening van H. Kemperman van de T-type boerderij genaamd "Emmeri(c)k" te Westervoort.

In 1769 koopt Huybert van Keulen "Emmeri(c)k" van de familie van Schlauns.

 

1769    Geheel onverwacht breekt in de nacht van 1 op 2 december om 1.00 uur de dijk bij de Oliemolen onder Oud-Zevenaar door. Wanneer het licht wordt is alles een zee van water. Veel huizen zijn ingestort of zelfs verdwenen. Uit Zevenaar wordt gemeld dat het gekerm op de daken onbeschrijflijk is. Reeds op 3 december wordt in Zevenaar een collecte voor de slachtoffers gehouden, die ruim 21 rijksdaalders opbrengt. Hiervoor wordt jenever, tabak, olie en brood gekocht.  

1770     Rampjaar. Van november 1769 tot mei 1770 overstroomt het Geldersch Eiland zeven keer. Bij een dijkdoorbraak op 3 december 1770 wordt de helft van het dorp 't Loo weggevaagd. Ook een onverwachte dijkdoorbraak in Oud-Zevenaar een dag eerder veroorzaakt veel menselijk leed en grote schade.

 

 

 

 

 

 

                                                De afbeelding rechts laat een aantal doorbraken van Liemerse dijken zien in de 18e en 19e eeuw.

 


Voor het Gelders eiland en de gehele Liemers is 1770 een echt rampjaar.
 Vooral bij de onverwachte dijkdoorbraken op 2 en 3 december 1770 bij Oud-Zevenaar en Loo is het menselijke leed onvoorstelbaar.

1771    In het voorjaar regent het gedurende vijf weken onophoudelijk waardoor de Liemers met een ernstige wateroverlast te kampen heeft.

1771    Friedrich II (1712-1786), koning van Pruisen verleent op 1 oktober 1771 aan de Rooms-katholieken te Lobith het recht een eigen kerkgebouw te stichten op de plaats van het voormalige tolhuis en een priester aan te nemen. Voordien waren de katholieken uit Lobith genoodzaakt voor het vervullen van de kerkelijke plichten naar Huis Aerdt of Elten te gaan. Sommigen gingen zelfs per roeiboot de Rijn over om naar de kerk te Bimmen of Keeken te gaan.

 

De uit de eind 15e eeuw stammende Martinuskerk (foto) in Bimmen is een van de kerken waar de Lobithse katholieken gebruik van maken in de tijd dat Lobith zelf nog geen R.K kerk heeft
.
In 1775 komt in Lobith als eerste missionaris de in Emmerich geboren pater Schonenbosch, vergezeld van broeder Humilis uit Gennep.
Over wat zij in Lobith aantreffen staat in de parochiegeschiedenis: ‘Deze mannen
(Schonenbosch en Humilis) vonden het hier (Lobith) zeer desolaat, want meenige wisten niets van God of zijn gebod. Zommige van 17, 18, 19 jaaren waaren nog zelden in de kerk geweest. Na de onwetendheid waar en ook de zeeden van de menschen, die zo verwildert waaren, dat ze wilde menschen genoemt wierden’,

 

 

 

 

1773    Op 13 juli vindt de aanbesteding plaats van de verplaatsing van de IJsselmond in Westervoort (zie jaar: 1774). Deze klus, het graven van een kanaal 1.500 m lang en 120 m breed, wordt gegund aan Pieter Huysers, die met f 217.000,00 (190.000 euro) de laagste inschrijver is.
In de periode voorafgaand aan de besteding waren “kundige persoonen” aangesteld om onder meer bestekken te maken. Onder de “kundige persoonen” bevinden zich onder meer Huybert van Keulen (wonend op de Westervoortse boerdereij "Emmeri(c)k" en voorvader van Sam, Simon en Sjef van Keulen) en Arnt Aleven.

 

 

1774    De mond van de IJssel wordt verplaatst naar de Pley. Tot 1774 lag de IJsselmond ongeveer 2 km noordelijker, alwaar de IJssel zich rechthoekig van de Rijn afsplitste, waardoor de IJssel te weinig water opnam.

   

Tot 1774 splitste de IJssel bij de Kleefse Waard rechthoekig uit de Rijn waardoor de IJssel weinig water ontving en soms zelfs droog stond.
In 1774 vindt een verplaatsing van de IJsselmond in zuidoostelijke richting plaats waardoor de IJssel meer water ontvangt.     

 

1776    Het Bijlandsch Kanaal, een drie kilometer lange waterweg tussen Tolkamer en Millingen aan de Rijn, komt gereed. Het kanaal, dat is gegraven in de periode tussen 1773 en 1776 en dwars door de Bijlandsche Waard loopt, dient ter afsnijding van een scherpe bocht in de Waal. Met deze aanleg beoogt het gewest Gelre niet alleen de scheepvaart van dienst te zijn maar vooral ook  het rivierwater beter te kunnen reguleren waardoor overstromingen kunnen worden voorkomen.

    

1778    Door de stijging van marktprijzen ten gevolge van de oorlog in Amerika krijgt de tabaksverbouw in de Liemers een belangrijke impuls.

 

1779    Wederom maakt dysenterie (rode loop) veel dodelijke slachtoffers in de Liemers. Vooral de Zevenaarse buurtschap 't Grieth wordt zwaar getroffen met enkele tientallen doden. In Zevenaar-stad en Oud-Zevenaar overlijden in de periode september tot november ongeveer veertig mensen.

 

1780    Tot omstreeks 1800 komen veel mannen uit het Duitse Rijnland onder meer naar onze streek om te werken en geld te verdienen. Velen van hen waaronder ook een voorvader van Sam, Simon en Sjef van Keulen, zijn in onze omgeving blijven hangen.  


1781    Cobus Peters
wordt in Zevenaar beboet met 30 stuivers wegens te hard galopperen omdat het in verband met de veiligheid verboden is paarden door de stad te jagen.

 

1783    Een zoveelste dysenterie-epidemie maakt ook in de Liemers weer veel slachtoffers. Het jaar 1783 gaat de geschiedenis in als een rampjaar voor Zevenaar en omgeving. Alleen in augustus en september overlijden er in Zevenaar ongeveer vijftig mensen aan deze vreselijke aandoening. In totaal bedraagt het aantal dodelijke slachtoffers in Zevenaar ongeveer 85. In Zevenaar geschiedt de behandeling van de ziekte door drie plaatselijke chirurgijns, een med. dr. ontbreekt. Een van de drie chirurgijns, Warnerus Schmidts, grijpt de ellende zo aan dat hij krankzinnig wordt. Zijn opvolger Hendrik Kreeft raakt binnen enige weken zo aan de drank dat hij niet meer in staat is zijn werk te verrichten. Ook in de omgeving van Zevenaar zijn in het najaar van 1783 veel slachtoffers van dysenterie te betreuren; zo zijn er in de parochie Duiven 23, in Westervoort 20,  in  Pannerden 15 en in Groessen 5 dodelijke slachtoffers.

 

1784    In maart veroorzaakt wateroverlast opnieuw veel leed en ellende in de Liemers: Vernielingen in huizen, verloren gegane voorraden in kelders, omgekomen vee en mensen in bittere koude en nood.

 

 

1785    Zevenaar en omgeving worden getroffen door hevige pokkenepidemie. Andere jaren met pokkenslachtoffers in de Liemers zijn o.a.: 1724, 1730, 1773, 1791, 1799, 1801, 1807 en 1831.

1785    Op de oude fundamenten van het uit de 14e eeuw stammende Huis Babberich laten Johannes Philippus de Neree en zijn vrouw Anna Mechtildus Heix een wit kasteel bouwen. Nadat een dienstmaagd met een list zeven rovers onthoofdt, wordt het kasteel in de volksmond "Kasteel  Halsaf" genoemd.


Voorjaar in de Lijmers (1790)
Bron: Kadastrale Atlas van de Lymers van omstreeks 1790

 

1787    Johann Heinrich Finnmann (1759 - 1842) wordt benoemd tot rector van de Latijnse school in Zevenaar. Hij zal  deze functie 43 jaar, tot 1830, vervullen.

De opdracht aan Finnman is: "de jeugd in 't Latijn en andere talen, alsmede in de geographie en historie te informeren en zoo verre te brengen dat se tot 't academie kunnen gepromoveerd worden". Voorts vermeldt zijn instructie dat hij zich te richten heeft naar de naburige scholen, in het bijzonder die van de hoofdstad Kleef. 

 

Voor de opvolging van rector Finnmann verschijnt op 22 april 1830 deze advertentie in de Arnhemsche Courant.

 


 

1788    Om verspreiding van ziekten te voorkomen bepaalt de Kleefse overheid op 11 april dat voortaan twee begrafenisgebruiken achterwege dienen te blijven te weten:
                    het afleggen van het lijk door een groot aantal vrouwen uit de verre omtrek
                    het meerijden van vele vrouwelijke familieleden op de lijkwagen.

1788   Johannes Wilhelmus Koch (1760 - 1833), zoon van Johannes P.C. Koch, schoolmeester in Kleef (Kleve), wordt benoemd tot schoolmeester van de Gereformeerde Gcmeente in Zevenaar. Later zou hij tot 1818 burgemeester-secretaris van Duiven zijn.

Johannes Wilhelmus (Johann Wilhelm) Koch (1760 - 1833) wordt in 1788 schoolmeester in Zevenaar. Later wordt hij burgemeester-secretaris van Duiven. Hij trouwt met Louise Uhlenbruch (1755 - 1819), dochter van de de pachter op de Loowaard, zij krijgen 6 zoons: Johann (1786 - 1875), Carel (1788 - 1862), Friedrich (1790), Giesbert (1791 - 1872), Christiaan (1794 - 1856) en Jan Wilhelm (1786 - 1875).
 

De jongste zoon Jan Wilhelm wordt vrijwilliger in het Nederlandse leger tijdens de opstand van Belgie in 1830. Deze opstand ontstaat vanuit een streven van de Belgen naar onafhankelijkheid alsmede door verschillen in godsdienst, door de uiterst starre houding van koning Willem I en door Franse intriges. In 1839 na de vrede met Belgie keert hij terug naar Duiven en trouwt in 1844 met Anna Barten-Moorrees, de zeer welgestelde weduwe van Hermanus Barten. Jan Wilhelm en Anna bouwen in Duiven een groot huis. In dit huis, Regina Pacis, zouden in latere jaren de paters Oblaten wonen.    

1789    De winter van 1788-1789 verloopt extreem koud. Met de winter van 1708-1709 is deze winter de aller-koudste winter van de 18 eeuw. Mens en dier gaan gebukt onder de extreme koude en de gevolgen daarvan.

1789    Diverse dijkdoorbraken waardoor de Liemers en het grootste deel van Zevenaar weer eens onder water komt te staan.

1790    Omstreeks deze tijd bereikt de teelt van tabak, die we in onze omgeving vanaf de 17e eeuw kennen, een hoogtepunt. In de loop van de 19e eeuw neemt het belang van de tabaksteelt geleidelijk af. 

1792     In Oud-Zevenaar (Alt-Sevenaer) wordt de uit Warbeyen (dorp tussen Kleve en Emmerich) afkomstige Peter van de Kamp (1763 - 1832) onderwijzer en R.K koster. Na zijn dood worden deze taken voortgezet door zijn zoon Theodorus van de Kamp (1804 - 1858).

In het witte huis naast de dijk  hebben in de 18e en 19e eeuw vier generaties "van de Kamp" gewoond w.o Peter en Theodorus.

In de 20e eeuw zijn in het witte huis achtereenvolgens gevestigd: cafe  Florissen en cafe van Aalst. Momenteel is cafe "De Kroon" in het pand gevestigd.

1793    Pruisen verklaart Frankrijk de oorlog. De Duitse economie krijgt te maken met een enorme inzinking en de tabaksbouw in o.a de Liemers krijgt een gevoelige tik.

 

1794    Om de Franse troepen die Nederland zijn binnengedrongen tegen te houden, beveelt de Nederlandse Raad van State het onder water zetten van een gebied tussen Westervoort en Doesburg waardoor begin november een omvangrijk gebied onder water komt te staan. Deze actie heeft de revolutie niet kunnen voorkomen en op 21 april 1795 wordt besloten het onder water zetten te beeindigen.

1794     Didam wordt getroffen door een uitbraak van de besmettelijke darmaandoening dysenterie, in de volksmond genoemd rode (pers)loop (vanwege de waterdunne bloederige diarree).


Didam dorpscentrum in 1792
tekening: Leendert Overbeek

1794    De Kleefse regering wijst de stadsbesturen, waaronder Zevenaar, op de gevaren van het te snel begraven van overledenen na diverse gevallen van schijndood.  Gesteld wordt dat de enige betrouwbare aanwijzingen voor de dood de geur en de ontbinding zijn.


Afb.: De angst om levend begraven te worden bij schijndood.            


1795
    In Zevenaar vestigt zich als geneesheer Leonard Frederik Vermeer, zoon van de plaatselijke landschrijver. Hij zal zijn praktijk bijna een halve eeuw tot zijn dood in 1844 uitoefenen. Gedurende de periode1838 tot 1844 is hij tevens burgemeester van Zevenaar.

links: dr. L.F. Vermeer (1762 - 1844)
rechts: grafsteen L.F. Vermeer

Vermeer is tijdgenoot van de Zevenaarse arts Pelgrom (zie 1812)

Naast geneesheer en burgemeester is Vermeer vele jaren lid van de Provinciale Commissie van Geneeskundig Onderzoek en Toevoorzigt.

1795    In Duiven overlijden 15 mensen aan tyfus ("rot- en hete koortsen"). Groessen kampt met een dysenterieplaag, die vijf mensen noodlottig wordt.

1795   
De oudste tot nu toe bekende voorouder Jurrius in de directe lijn van Sam, Simon en Sjef van Keulen: Gerardus Jurrius overlijdt in Doornenburg.


Hooioogst in de Lijmers (1790)

1795    Frankrijk bezet de Nederlanden. Het is het  begin van de Franse tijd. De Kleefse gebieden waaronder Zevenaar, Duiven en Huissen worden als "Departements belgiques" door de Franse republiek geannexeerd. Door de Franse overheersing verdwijnt de tabaksverbouw in de Liemers grotendeels.

 

 

Franse troepen trekken op 11 januari 1795 bij Gendt over de bevroren Waal.

1795    Nadat in Nederland de Bataafse Republiek, verbonden met Frankrijk, is uitgeroepen wordt op veel plaatsen feest gevierd. In Westervoort danst men met Franse soldaten onder de feestelijk versierde vrijheidsboom. Vrijheid, Gelijkheid en Broederschap daagt aan de horizon. Er verandert veel: zo is het afgelopen met de betaling van leenrechten door bezitters van leengoederen zoals de Van Keulens op Huize Emmerik in Westervoort.

 

1799    Na een zeer koude winter wordt de Liemers opnieuw getroffen door een grote overstroming. Een belangrijk deel van Leuffen (Leuven) wordt weggespoeld. De huidige Leuffense dijk, vanaf de Oliemolen onder Ooy -  Zevenaar tot voorbij Groessen, wordt aangelegd na deze overstroming. De Jesuitenwaay bij Groessen wordt nog altijd gekenmerkt door de gevolgen van de dijkdoorbraak in 1799.

 

1800    Het begin van de 19e eeuw verloopt voor het gebied rondom Zevenaar, Huissen, Duiven en Wehl, de zogenaamde Kleefse enclaves in de Liemers,  zeer bewogen. Tot 1806 behoren de enclaves bij Kleef (Kleve), hetgeen in die tijd Pruisisch betekent. In de daarop volgende tien jaar behoort het gebied achtereenvolgens tot het Groothertogdom Bergh, het Koninkrijk Holland, het Franse Keizerrijk, enkele weken weer onder Nederlands bewind, dan weer Pruisisch bewind om tenslotte in 1816 aan Nederland toe te vallen. Machthebbers beschouwen de Liemers vaak als een wingewest en vooral tijdens de indeling bij het Groothertogdom Bergh wordt de bevolking uitgezogen.

1800    Op grond, die volgens het polderregister uit 1787 al "Schokkenkamp" wordt genoemd, bouwt Willem van Egeren een boerderij. 
Willem kent de omgeving goed want hij is de zoon van Jan van Egeren, die aan de overzijde van de weg boerderij Heckingstede in pacht heeft van de erven Hecking. Wanneer de bouw van de nieuwe boerderij in 1801 voltooid is, wordt deze achtereenvolgens bewoond door twee generaties Van Egeren (Willem en Lamert). In 1858 verkoopt Lamert van Egeren de boerderij aan Everardus Otten, waarna enkele generaties Otten de bewoners zijn totdat in 1927 Jan (J.W) van Keulen (betovergrootvader van Sam, Simon en Sjef van Keulen) de hoeve aan de Pannerdenseweg in Ooy koopt.

Boerderij "Schokkenkamp" van de familie Van Keulen aan de Pannerdenseweg in Ooy (midden 20e eeuw).

1801    Kinkhoestepidemie in (onder meer) Zevenaar.     

1801    Aan de molendwang in Ambt Liemers komt een eind. Door de molendwang mochten de inwoners van Ambt Liemers (o.a Duiven, Loo, Groessen en Zevenaar) alleen van de Zevenaarse Buitenmolen gebruik maken. 

 

1802    In Wehl overlijden 22 inwoners aan roodvonk. Ook in Oud-Zevenaar vallen slachtoffers. Groessen en Zevenaar volgen in 1803.

 

1803    Op 23 februari breekt de dijk bij de Pannerdense molen.  Het water dat op vele plaatsen in de Liemers schade veroorzaakt,  zoekt een uitweg in de richting van  Angerlo en Doesburg. 

Afb.: De omgeving van de Pannerdense molen in 1742

Bij deze molen vindt de dijkdoorbraak in 1803 plaats.
 


1804    Nadat in 1801 in de Liemers een eind kwam aan de molendwang, waardoor men in Ambt Liemers (o.a Duiven, Loo, Groessen en Zevenaar) tot 1801 alleen van de Zevenaarse Buitenmolen gebruik mocht maken, wordt in 1804 in Duiven aan de Eltensestraat in opdracht van molenaar Mattheus van der Grinten een molen gebouwd. Deze korenmolen zou 140 jaar later in de 2e Wereldoorlog op 7 oktober 1944 worden verwoest (opgeblazen).

1804    In Zevenaar wordt Otto Heldring  (1804 - 1876), de latere stichter van de Heldringhuizen in Zetten en Hoenderloo, geboren.

1804    In Ambt Lijmers (Liemers) sterven tientallen mensen, waaronder de Zevenaarse dr. K.J. Frowein,  als gevolg van een tyfusepidemie ("zenuwkoorts" of "zenuwzinkingskoorts). Ook andere delen van de Liemers worden getroffen: 's-Heerenberg 20 doden, Westervoort 15 doden,  Wehl 24 doden          

 

1805    Om de verdere verspreiding van tyfus tegen te gaan geeft de Kleefse overheid (op verzoek van burgemeester G. Botticher) het Zevenaarse stadsbestuur opdracht om de vastenavondfeesten (carnaval), die van 24 tot 26 februari 1805 plaatsvinden, te verbieden. De tyfusepidemie blijft echter in de Liemers slachtoffers maken; alleen al in het kerspel (parochie) Oud-Zevenaar sterven 66 van de 139 lijders. In Groessen overlijden in 1805 29 mensen aan typhus.  

 

1806    De Kleefse enclaves waaronder Zevenaar komen onder Frans bestuur. Door het verblijf van Franse troepen ontstaat in Zevenaar een enorm voedsel / vleestekort.

1806    In Westervoort overlijdt op zondag 25 augustus 1806 aan "ouderdomsziekte" op 80 jarige leeftijd Huybert van Keulen (1726 - 1826), over-over-over-over-over-overgrootvader van Sam, Simon en Sjef van Keulen. Hij wordt op vrijdag 29 augustus 1806 in Loo begraven.

1806    Pastoor Gerardus Mulder uit Emmerich wordt gedurende een periode van 55 jaar (1806-1861) pastoor van de St. Martinusparochie in Oud-Zevenaar. Onder zijn verantwoordelijkheid wordt een katholieke school gebouwd.

 

1807    Pokkenepidemie treft Groessen.

 

1808    Via het Looveer arriveert koning Lodewijk Napoleon in Zevenaar. Het stadje ontvangt 2000 gulden voor de bouw van een nieuw stadhuis.

1808    In de katholieke St. Martinuskerk in Oud-Zevenaar worden soms ook protestanten begraven zoals op 12 januari 1808 Joanna Kelder en op 31 maart 1837 Joannes Christianus Melchers. De tegenstelling protestant - katholiek is in de Kleefse gebieden van de Liemers veel minder groot dan in Nederland.

 

Een 19e eeuwse tekening van de Oud-Zevenaarse (Alt Sewenaer) St. Martinuskerk met daaromheen het kerkhof.

 

1809    Opnieuw grote overstroming in de gehele Liemers als gevolg van dijkdoorbraken te Oud-Zevenaar en de buurtschap Leuven; zeven mensen verdrinken. Bij de St. Martinuskerk is de hoogste stand van het water meer dan 15 meter boven Nieuw Amsterdams Peil.

"Onmiddelbaar in den Ooischen doorbraak, zo berichte de Zevenaarse richter, stonden drie huizen bewoond wordende door de familien van P. Holtendorp, J. van Uum en Grades Kruis. De familie van P. Holtendorp was in het huis van J. van Uum gevlugt en beide huisgezinnen hadden tegen negen uur 's-morgens geene andere retirade meer als het dak van het reeds vallende huis. Naar dat de ongelukkige familien bestaande uit vijf leeden een half uur op het dak gezeeten hadden, begon het dak met de stroom weg te drijven, en separeerde zig in verscheidene stukken. P. Holtendorp met zijne vrouw op een stuk van het dak drijvende had zoo veel praesence désprit eenig voorbij schemmend dun wilgenhout op te vatten, en daar mede de sparren en het stroo van het stuk dak waarop hij met zijne vrouw zat aan malkander te hegten. J. van Uum bij eenen willigenboom voorbijdrijvende verliet zijn stuk dat en retireerde zig op deezen boom die hem egter geen veiligheid gaf maar naar zijn verderven wierd, daar eenige tijd daarop, toen reeds twee aakens tot redding naaderden, eene ijsschots den zelven omwierp en op deeze wijze aan J. van Uum het leven verliezen deed. Alle overige leeden der Holtendorpsche en van Umsche familien werden door de aakens, maar eenige uuren naar dat den dijk gebroken was, gelukkig gered."

   

Afbeelding: ijsgang tussen Arnhem en Westervoort in de louwmaand (januari) 1809. Rechts is de stad Arnhem met de Walburgiskerk te zien, links een boerderij aan de Westervoortse kant van de IJssel.

In het stormachtige najaar van 1808 heeft de Liemers al vroeg te kampen met hoog water en in december volgt een periode van vorst en sneeuw. Op 3 januari 1809 raast een hevige sneeuwstorm over de Liemers, waarna de winter in alle hevigheid toeslaat. Rond de Pley bij Westervoort ontstaat een ijsmassa, die zowel de IJssel als de Rijn afsluit waardoor stroomopwaarts de Liemerse bandijk van Oud-Zevenaar tot Westervoort onder zware druk komt.  Op vrijdag 13 januari om 7.30 uur in de ochtend begeeft de dijk het bij Ooy in de buurt van Toetenburg. Enige uren later breekt de dijk bij de Loowaard door. In korte tijd staat de gehele Liemers onder water. Zelfs in het relatief hoog gelegen centrum van Zevenaar-stad staat het water meer dan 1 meter hoog. 

 

1809    In de loop van het jaar wordt een overlaat in de Liemerse banddijk gemaakt bij Babberich. Bij hoog water kan daarmee, om de dijken te ontlasten,  een brede strook weiland in het Zevenaarse en Didamse broek tijdelijk onder water worden gezet. Dit overtollige water wordt via een overlaat bij Bingerden in de IJssel geleid. Op deze manier hoopt men in de toekomst bij hoog water een dijkdoorbraak te voorkomen.

1810   Op donderdag 27 december 1810 overlijdt op 53-jarige leeftijd Gertruda Polman-Ebbers (1757-1810), echtgenote van Matthias Polman (1765-1816). Gertruda en Matthias, voorouders in rechte lijn (7 generaties) van Sam, Simon en Sjef van Keulen, hebben samen zes kinderen en wonen in, boerderij "De Sweeckhorst", waar Matthias is geboren en getogen. Buurtschap de Zweekhorst tussen Zevenaar en Angerlo hoort in deze tijd tot het kerspel (parochie) Oud-Zevenaar.

 


   

1810    Na de watersnood van 1809 wordt enige tijd serieus overwogen een kanaal door de Liemers van Pannerden naar Doesburg te graven en de Nederrijn definitief te sluiten. Men gaat er van uit dat de oplossing is voor alle (overstromings)problemen is een afleiding van het Rijnwater via de Liemers en de IJssel naar de Zuiderzee. 

 

1812     Vanaf 1812 oefent in Zevenaar gedurende een periode van een halve eeuw tot 1862 Johan Baptist Pelgrom een medische praktijk uit.  Hij is de eerste arts in Nederland die tijdens de ernstige roodvonkepidemie van 1822/1823 een homeopathisch medicijn toepast. Volgens zijn verslag (14 maart 1923) aan het gemeentebestuur van Zevenaar heeft hij geen werkzaamheid kunnen vaststellen.

 

1813    Op 17 december zijn de Fransen door de Pruisen verslagen en wordt het oude ambt Liemers (Zevenaar, Duiven, Groessen, Loo, Wehl, Lobith, Tolkamer, Spijk, Herwen en Aerdt) weer een deel van Pruisen. Dit zal naar later blijkt slechts van korte duur zijn.

 

1814    Door ijsopstopping lopen eind januari de Rijndijken over. De gehele Liemers komt weer eens onder water te staan. 

 

1815    Het Weense Congres besluit dat het gebied tussen Emmerick en (huidige) grens Duits wordt in ruil voor Duitse enclaves Wehl, Liemers en Huissen, die tot Nederland gaan behoren. Lobith en Spijk worden vergeten en komen korte tijd later bij Nederland.

 

1816    Na de val van Napoleon komt Zevenaar eerst onder Nederlands en daarna opnieuw onder Pruisisch bewind, totdat het op 1 juni 1816 definitief overgaat naar het Koninkrijk der Nederlanden. Spijk en Lobith volgen Zevenaar iets later, want deze is men bij de onderhandelingen even vergeten. De overgang naar Nederland brengt geen voorspoed. De 19e eeuw wordt een periode van grote misoogsten, ziekten, honger, ellende en armoede. Handel en nijverheid zijn er nog nauwelijks en de meeste bewoners hebben een karig bestaan in de landbouw of leven van de bedeling.  

 

Uit de Leeuwarder Courant van 31 mei 1816 waarin melding wordt gemaakt van de overgave van Zevenaar, Huissen, Malburgen en de Lijmers, waardoor het Koninkrijk der Nederlanden "met een niet onaanzienlijk met allervruchtbaarst bouwland en uitmuntende weiden beslagen en door nijvere inwoners bewoond territoir wordt vergroot". 

 

1816    Uitgezonderd enkele dagen in augustus regent het dit jaar van half mei tot in november vrijwel onafgebroken. De Liemers verandert in een moeras. De oogst gaat verloren en schrikbarende armoede is het gevolg. Velen voeden zich met voedsel dat onder normale omstandigheden aan varkens gegeven wordt. 

1819    Miljoenen veldmuizen richten in de Liemers onvoorstelbare vernielingen aan. De oogst gaat grotendeels verloren.

1820 In het vroege voorjaar worden door de ongewoon hoog temperatuur massa's smeltwater over de rivier aangevoerd, waarbij ten gevolge van de instorting van de Babberichse overlaat (zie ook 1809) de Liemers weer eens geheel en al overstroomd.  

1820    De tabaksteelt krijgt na de overdracht van de Kleefse enclaves aan het Koninkrijk der Nederlanden een gevoelige klap door de hoge invoerrechten die voor de export van tabak naar Pruisen geheven worden.

 

1821     De gemeenten Zeddam en Netterden worden op 1 januari met de gemeente 's-Heerenberg samengevoegd tot de nieuwe gemeente Bergh.

1821    Er zijn plannen ontwikkeld voor de aanleg van een groot kanaal dwars door de Liemers: van de Kijfwaard bij Pannerden naar Doesburg. Deze plannen zijn echter nimmer uitgevoerd.

1822    In de winter van 1822 / 1823 heerst een roodvonkepidemie in Zevenaar-stad. Meer dan twintig mensen sterven als gevolg hiervan.  

.

Roodvonkpatiente omstreeks 1825.
Uit: Alibert, Clinique de l'Hopital Saint-Louis, Paris

 

"Volwassene, bloedrijke, menschen van een sterk gestel" worden volgens de Zevenaarse dr. J. Pelgrom in het bijzonder door deze aandoening getroffen.

 


1823
    Jan (J.A.C.A) van Nispen van Sevenaer, geboren op 27 december 1803 in Huis Hoek in Zevenaar en overleden op 5 mei 1875 eveneens in Zevenaar, trouwt in 1823 op 19-jarige leeftijd met Isabella E. J. Hoevel tot Swanenburg (1804-1879) uit 's-Heerenberg. Het echtpaar krijgt tien kinderen.
Jan van Nispen ontwikkelt zich tot een overtuigd strijder voor een volwaardige positie van de in deze tijd achtergestelde Nederlandse Rooms-Katholieken. Zowel op regionaal als landelijk niveau is zijn invloed groot. In 1848 wordt hij voor de eerste keer gekozen als lid van de Tweede Kamer waarvan hij tot zijn dood in 1875 lid blijft. Zijn populariteit is groot. Zo worden bij verkiezingen in 1858 in het kiesdistrict Nijmegen maar liefst 93% (!) van de stemmen op hem uitgebracht. In 1856 wordt hij gevraagd voor de functie van minister in het kabinet Van der Brugghen maar hij ziet er vanaf in verband met de in zijn ogen te sterke protestantse invloed. 

 


Jan van Nispen (1803-1875)

 

1824    In Zevenaar wordt op 16 augustus geboren Benedictus Rosenboom, die in de tweede helft van de 19e eeuw in de Liemers bekend staat als de rondtrekkende jood Bender (Bendel).


Bendel (1824 - 1912)

Bendel woont vele jaren of in Babberich of in de Zevenaarse Wittenburgstraat.
Op de Liemerse wegen is hij een bekend figuur, die handelt in van alles en nog wat maar vooral in oude metalen, lompen en horloges.
In 1902 wordt hij in het gesticht in Warnsveld opgenomen waar hij op 11 mei 1912 overlijdt.

 


1824
    In Huize Hoek in Zevenaar wordt op 28 augustus geboren Carel (C.J.Ch.H) van Nispen tot Sevenaer. Hij krijgt tijdens zijn leven landelijke bekendheid als een van de eerste politieke voormannen van de Rooms-katholieken. Als lid van de Tweede Kamer, waarin hij vaak en lang spreekt, geldt hij als leider van de katholieke fractie. In 1883 maakt hij deel uit van de Grondwetscommissie. 

 






 


Carel (C.J.Ch.H) van Nispen
(1824-1884)



Huize Hoek in Zevenaar (hoek Grietsestraat Arnhemseweg) wordt in 1945 tijdens de laatste oorlogsnacht volledig verwoest


1825     De Zevenaarse raad besluit om drie van de vier stadspoorten te slopen, alleen de Bleckse Poort (Arnhemse Poort) blijft voorlopig intact omdat hierin de kantonnale gevangenis is gehuisvest.

1825    In plattelandsgemeenten wordt de titel van schout (voor het hoofd van de gemeente) veranderd in die van burgemeester.

De Liemers en omgeving uit een aardrijkskundig schoolboek door J. van Wijk Roelands Zoon uitgegeven door H.C.A. Thieme te Zutphen in 1827.

1827    Een hevige noordwester storm op 17 en 18 maart veroorzaakt grote schade. In Pannerden breekt de Pannerdensewaardsedam door en worden negen huizen volledig verwoest. Ook op andere plaatsen richt het water grote vernielingen aan.      

1828    Op last van de Pruisische autoriteiten wordt het onderwijs in onder meer de regio Kleve, het gebied waartoe de Liemerse enclaves tot 1816 behoorden, niet meer in het Nederlands maar in het Duits gegeven. Ook in kerken mag niet meer in het Nederlands worden gepreekt. Na 1870 sterft een bevolking, die perfect Nederlands spreekt, uit. Een eeuwenoude taalkundige en culturele verwevenheid met de Nederlanden behoort tot het verleden.         

 

1829     Het begraven in de kerk is niet meer toegestaan. Elke gemeente met meer dan duizend inwoners wordt verplicht een begraafplaats buiten de bebouwde kom aan te leggen en het oude kerkhof om de kerk te sluiten.


1830   
Omstreeks deze tijd vindt op de Byvanck in Beek een belangrijke muntvondst plaats. Het betreft munten, die er in 14e eeuw zijn begraven en die mogelijk in verband staan met de Tempeliers, die  op de Byvanck hebben vertoefd.


       Byvanck, begin 20e eeuw

1833    Op 2 augustus wordt aan de Grietsestraat in Zevenaar de synagoge ingewijd. Deze synagoge heeft bestaan tot 8 februari 1945 toen vier geallieerde vliegtuigen een bombardement uitvoerden op de Grietsestraat, waarbij de synagoge volledig werd verwoest.

 

 

1834    Op Eerste Kerstdag 1833 loopt tijdens stormachtig weer en wassend water de Pannerdense waard onder. Bijna een week later, in de nieuwjaarsnacht (1 januari 1934), woedt een hevige noordwesterstorm met onweer waardoor in de overstroomde Pannerdense waard een 25-tal huizen volledig worden verwoest.   

 

1837    Dijkdoorbraak bij Leuven / Leuffen (buurtschap in nabijheid van Oud-Zevenaar), waardoor de Liemers voor de zoveelste keer overstroomt.

1837    De vroegste vermelding in de Liemers van een influenza-epidemie. In Oud-Zevenaar overlijden zeven mensen aan influenza.

 

1838    Als gevolg van kruiend ijs, meer dan 7 meter hoge ijsbergen op 28 februari bij Spijk, zijn de dijken in groot gevaar. In de vroege ochtend van 1 maart om 2,30 uur breekt de dijk bij Rees door. Om elf uur is het water de gemeente Wehl reeds genaderd en enkele uren later staan de buurtschappen Broek, Meerenbroek en Achterwehl volledig onder water. De volgende dag, 2 maart, bereikt het water onder meer Zevenaar, Duiven en Westervoort. Aangezien ieder is gewaarschuwd blijft de schade beperkt.   

1838    Hoedenmakerij Gruyters aan de Zevenaarse Grietsestraat brandt af.

1838    Polderdistrict Lijmers wordt gevormd. De belangrijkste doelstelling is de verbetering van de dijken langs de oude Rijn en Rijn. Een begrijpelijke keuze gezien de zeer vele dijkdoorbraken.

 

1841    Op 3 oktober wordt Jhr. Mr. Carolus E.J.J.F van Nispen van Pannerden burgemeester van Zevenaar. Hij zal dit ambt uitoefenen tot zijn dood op 1 december 1870.

 

Jhr. Mr. Carolus van Nispen van Pannerden wordt 3 mei 1807 in Zevenaar geboren en overlijdt daar op 1 december 1870. Naast burgemeester is hij gedurende de periode 1849 tot zijn  dood tevens lid van de Eerste Kamer. Als kamerlid voert hij zeer regelmatig het woord over uiteenlopende zaken. In 1870 stemt hij tegen het voorstel om de doodstraf af te schaffen.


Carolus woont in Zevenaar met zijn vrouw (C. van Hoevel) en hun zes kinderen in Huis "het Hoek" (op deze plaats bevindt zich thans het Raadhuisplein).

Voor meer informatie klik: hier

We kijken hier vanuit de Marktstraat de Grietsestraat in.
Vooraan links: Huis "het Hoek"
Vooraan rechts: Hotel "Hof van Berlijn"
Zowel het huis als het hotel zijn in april 1945 verwoest.

 

1842     De katholieken in Westervoort krijgen weer de beschikking over een eigen kerk. Bij de reformatie was de laatgothische Westervoortse dorpskerk overgegaan in protestantse handen. Op 4 september1842 consacreert bisschop Wijckerslooth de z.g. "waterstaats"kerk (gebouwd door architecten van Rijkswaterstaat, aannemer: Massop uit Zevenaar). 

Het interieur van de R.K "waterstaats"kerk in Westervoort halverwege de 19e eeuw. Dit kerkje is in 1911 gesloopt. 

 

1842    Op 24 september besluit de Zevenaarse gemeenteraad de stadspoort: Bleckse Poort af te breken. Deze stadspoort heeft van de 15e eeuw tot halverwege de 19e eeuw gestaan op de plaats waar zich nu de trouwzaal van het Zevenaarse gemeentehuis bevindt aan de Kleefse Postweg, nu Arnhemseweg geheten. 


Bleckse Poort (1745)

De Bleckse Poort een vierkant torenachtig bouwwerk, van ongeveer 9 bij 9 meter met een breedte van de doorgang 3,5 meter bezat, aan de bovenzijde zeskantige arkeltorentjes op de hoeken. Op de eerste verdieping zijn de schietopeningen te zien (afbeeldingen).


De poort  heeft lange tijd als plaatselijke gevangenis dienst gedaan. Het was heel praktisch om een van de poorten als gevangenis te gebruiken omdat er immers voortdurend toezicht van de poortwachter was.

Kleefse Postweg met Bleckse Poort (stadsgezicht 1745),
geheel links is nog juist de Binnenmolen zichtbaar

1843    In Duiven komt met de vestiging van Bernardus van Reijsen, heelmeester tevens vroedmeester, een definitief einde aan een eeuwenlange situatie dat men voor medische hulp op andere plaatsten, zoals Zevenaar en Arnhem, is aangewezen.

1843    Op vrijdagmiddag 17 maart vindt op de Westervoortse dijk, tussen Arnhem en Westervoort, een tragisch ongeval plaats, waarbij vier personen uit Zevenaar om het leven komen. Zij zitten met totaal zes personen in een kar, die doordat het paard schrikt, van de dijk in de rivier stort. De voerman, Gradus Rode en zijn broer Bernardus Rode overleven het ongeval. De anderen: Drie vrouwen (Alyda Rode, echtgenote van Lamert van Egeren, Dora Rode en Everdina Gerritsen), een man (Reinholt), alsmede het paard verdrinken.

 

 

 




 

1845    Op 14 mei 1845, zes jaar na de opening van de eerste Nederlandse spoorlijn van Amsterdam naar Haarlem, wordt de Rhijnspoorweg, die Arnhem via Utrecht met Amsterdam verbindt, geopend. Ruim tien jaar later in 1856 wordt deze spoorverbinding via Zevenaar doorgetrokken naar Duitsland. De spoorverbinding geeft een economische impuls aan onder meer de Liemers.

1845    Overvloedige regenval heeft tot gevolg dat meer dan 75% van de oogst verloren gaat. De aardappelteelt verrot vrijwel volledig. Honger is het gevolg.  

 

1846    Door de aardappelziekte gaat opnieuw een groot deel van de aardappeloost verloren. Omdat bovendien ook de roggeoogst en tarweoogst door een muizenplaag mislukken is er een groot voedseltekort.

 

1847    De overheid roept 2 mei uit tot algemene biddag. Na twee eerdere jaren met een mislukte aardappeloogst is er opnieuw door de aardappelziekte alsmede de hoge graanprijzen een ernstig voedseltekort. Op diverse plaatsen is er onrust onder de bevolking. 

 

1849    Cholera slaat toe maar in Westervoort slaagt men erin de ziekte buiten de deur te houden door de jaarlijkse kermis af te gelasten.

 

1850    De gemiddelde levensverwachting in de Liemers bedraagt 34 jaar. Dit is in het bijzonder het gevolg van de grote kindersterfte.

1850     Ook in de tweede helft van de negentiende eeuw gaat de industriele revolutie vrijwel volledig voorbij aan de Liemers. 

 

1851    Bijna 9% van de Zevenaarse bevolking is afhankelijk van de bedeling. In grote Europese steden is dit percentage halverwege de 19e eeuw dramatisch hoger: Amsterdam 30%; Londen 35% en Parijs 35%. Het  Zevenaarse gemeentebestuur maakt zich grote zorgen. Zij zoekt de oorzaak in de lustgevoelens van de huwbare armen:

"een algemene oorzaak voor de vermeerdering van de armoede wordt gevonden in de vroege en vermenigvuldige huwelijken van de armen en minst gegoede, waardoor hun aantal buitengewoon vermeerdert"    

   

 

Ook in de Liemers vinden we in voorgaande eeuwen diverse armenhuizen bestemd voor mensen afhankelijk van de bedeling.

 

Op de foto links zien we een huis (plaatselijk ook bekend als "Maagdenklooster") op de hoek Kerkweg Dijkweg dat  tot 1916 in Oud-Zevenaar als armenhuis heeft gediend. In het armenhuis heeft iedere arme een kamer. In 1924 is het huis verbouwd tot woonhuis. 

Op de achtergrond: de Martinuskerk.

 

1851    Katholiek Westervoort krijgt haar allereerste pastoor na de reformatie. Het is pastoor Vaalman, die van 31 maart 1851 tot zijn dood op 7 april 1899, een onder de plaatselijke bevolking uiterst geliefd pastoor, die op een natuurlijke manier leiding geeft aan het dorp.

Pastoor Vaalman (bron Dr. J. B. Th. Wolters)
In Westervoort is pastoor Vaalman pastoor en burgemeester tegelijk. Zijn populariteit onder de plaatselijke bevolking is ongekend. Ook onder protestanten is hij geliefd en wordt hij als dominee geeerd in een tijd waarin de tegenstelling katholiek en niet-katholiek zeer sterk is. Vaalman wordt door een ieder geroemd en beschreven als een uitermate hartelijk en betrokken weldoener waaraan door menigeen  bijzondere krachten worden toegekend. Als er brand is, kan hij de wind doen draaien, zodat gespaard blijft wat hij meent dat het verdient. 

 

1852    In een heel jaar verdient een arbeider in de Liemers ongeveer 300 gulden (135 euro).

 

1853    De Zevenaarse Andreasparochie (R.K.) wordt uitgebreid met de buurtschappen Grieth en Zweekhorst, die tot dan tot de Martinusparochie in Oud-Zevenaar behoren.

De Martinusparochie in Oud-Zevenaar is tot 1853 zeer uitgestrekt. De parochie omvat niet alleen de dorpen Ooy, Oud-Zevenaar en Babberich maar ook de buurtschappen Holthuizen, 't Griet(h) en de Zweekhorst. Vooral de inwoners van de Zweekhorst moeten voor het wekelijkse kerkbezoek aan  hun parochiekerk een relatief grote afstand (ongeveer 10 km) overbruggen. Veel voorouders Polman wonen in de 19e eeuw op 't Grieth en de Zweekhorst. Het is dan ook voor hen een belangrijke verbetering wanneer ze vanaf 1853 voor het kerkbezoek gebruik mogen maken van de Zevenaarse Andreaskerk. 

 

 

De eeuwenoude R.K Kerk in Oud-Zevenaar vanuit de dijkzijde gezien (foto's zomer 2008).

 

   

1853    In Nederland en dus ook in de Liemers wordt de (R.K) kerkelijke hierarchie hersteld. Als eerste aartsbisschop wordt monseigneur J. Zwijsen benoemd.

 

1854    Burgemeester Simons van Doetinchem lanceert een plan om een "kunstweg" (spoorweg) aan te leggen van Varsseveld via Doetinchem, Wehl, Didam naar Zevenaar.

 

1855    Door ijsopstopping breken 3 maart de Rijndijken bij Bislich (in de omgeving van Wesel). Het Houwbergse veer (bij Elten over de Oude Rijn) wordt door de zware ijsgang van zijn kettingen gerukt en later in Leuven (buurtschap bij Oud-Zevenaar) teruggevonden. Vanuit Zevenaar en Duiven wordt in de vroege ochtend van 5 maart het eerste rivierwater gemeld. In Angerlo en Lathum kampt men nog eerder met wateroverlast. Grote delen van de Liemers staan in maart 1855 blank.

 

IJsgang op de IJssel voor Westervoort 1855


1855
   De spoorbrug bij Westervoort komt gereed (eerste vaste brug voor overig verkeer wordt in 1901 in gebruik genomen). De brug is ontworpen door ingenieur Edwin Clark. Het betref een draaibrug voorzien van dubbelspoor met een lengte van 260 meter. Het is de eerste (grote) Nederlandse spoorbrug. Na de opening wordt de brug (kortstondig) gezien als achtste wereldwonder.  

Afbeelding van de eerste vaste verbinding over de IJssel, een tussen 1853 en 1856 aangelegde spoorbrug bij Westervoort. In die tijd was er in Nederland nog geen enkele ervaring met de aanleg van spoorbruggen waardoor de bouw een Engelse aangelegenheid was. Ingenieur Edwin Clark ontwierp de draaibrug voorzien van dubbelspoor. De brug was beschermd met 12 ijsbrekers, had een lengte van 260 meter en was 10 meter breed.

Na de openstelling ontstonden snel problemen, onder meer in de winter met de doorvoer van ijsschotsen, waardoor de brug een obstakel was voor zowel trein- als scheepvaartverkeer; daarom werd aan het eind van de 19e eeuw een nieuwe spoorbrug gebouwd, tevens voor voetgangers en wegverkeer. Deze brug, die op 5 april 1901 werd geopend,  kwam een stuk hoger te liggen waardoor een spoordijk noodzakelijk werd.

   

 

1856    Station Zevenaar wordt op 15 februari, gelijktijdig met de verlenging van de Rhijnspoorweg naar Emmerik, geopend. De spoorlijn via Zevenaar naar Duitsland veroorzaakt niet alleen een belangrijke economische impuls voor de regio maar ook voor het land als geheel.

Station Zevenaar kort na de opening in 1856. Het imposante station heeft een eerste, tweede en derde klas restauratie. Er zijn duidelijke regels: Zo is de tweede klas restauratie bestemd voor ambtenaren en middenstanders.

Restaurateurs in station Zevenaar zijn onder meer geweest: "dikke" Jan Bus, Dopheide en Gietelink. 

Ruim honderd jaar na de opening in 1856 wordt dit station in 1961 afgebroken en vervangen door het huidige (eenvoudige) station.

 

Hier (foto rechts) nogmaals hetzelfde station in Zevenaar in 1938. Het station is ruim tachtig jaar na de bouw nog steeds onveranderd. Het is vrijwel identiek aan het toenmalige Arnhemse station. Tot het midden van de 20e eeuw stoppen alle internationale treinen in Zevenaar; ondermeer voor de afhandeling van douaneformaliteiten, maar ook voor het reizigersvervoer. In de tweede helft van de 20e eeuw vermindert het belang van het station Zevenaar, doordat de douanetaken worden overgenomen door het station Arnhem en internationale treinen niet meer in Zevenaar stoppen.

In de Tweede Wereldoorlog wordt het station ernstig beschadigd door bombardementen vanuit geallieerde vliegtuigen. Na de oorlog wordt het station hersteld. Aangezien het station, gezien de veranderde situatie, veel te groot is wordt het  in 1962 vervangen  door een klein station.   

 

 


1857
     Jan van Nispen tot Sevenaer verwijt Koning Willem III naar aanleiding van de invoering van de onderwijswet van 1857 dat deze katholieken als "tweederangs" burgers beschouwt. Willem III komt vervolgens naar Zevenaar om dit "misverstand" recht te zetten. Voorafgaande aan zijn komst ontstaat echter een hoogoplopende ruzie tussen districtscommissaris Jan van Nispen tot Sevenaer en zijn broer de Zevenaarse burgemeester Carel Everard van Nispen tot Pannerden over de vraag bij wie (Jan of Carel Everard) de koning moet komen en wiens vrouw aan de rechterzijde van de koning mag zitten. Een commissie bestaande uit burgemeesters van naburige gemeenten geeft Jan gelijk waardoor de Koning tijdens zijn bezoek aan Zevenaar naar Huis Sevenaer komt en de vrouw van Jan naast de koning mag plaatsnemen. Tijdens het bezoek van de koning valt geen onvertogen woord tussen de beide broers maar na afloop is er wel een blijvende verwijdering.



       Willem III       

1857    Bijna krijgt Zevenaar kort na de opening van de spoorlijn Amsterdam - Keulen weer een nieuwe spoorverbinding. Enschede zoekt verbinding met de spoorlijn Amsterdam - Keulen. Er wordt een concessie verleend voor de aanleg van een spoorlijn Zevenaar-Borculo-Enschede-Rheine en van meedere kanten worden gelden toegezegd maar het plan wordt niet gerealiseerd.

1857    Begraafplaats aan de Arnhemseweg in Zevenaar wordt in gebruik genomen . Op dit kerkhof zijn veel familieleden, waaronder overgrootouders, over-overgrootouders en over-over-overgrootouders van Sam, Simon en Sjef van Keulen begraven.

Aan de linkerzijde bevindt zich de kapel van het kerkhof aan de Arnhemseweg. Voor 1857 wordt nog rondom de kerk begraven. Aan de rechterzijde op de foto staat  een huis dat in 1887 gebouwd is door wethouder Van Nispen tot Pannerden. (Opa Polman heeft mij eens verteld, toen ik als klein kind met hem langs dit huis wandelde, dat hij zich kon herinneren dat het gebouwd werd).  Het huis (hoek Arnhemseweg - Molenstraat), waar halverwege de 20e eeuw (oud)gemeentesecretaris Albertus van der Heijden (1887 - 1976) geruime tijd heeft gewoond, is in de loop der tijd in de oorspronkelijke toestand gebleven.

1858    Pokkenepidemie in Zevenaar. Onder de dodelijke slachtoffers is Theodorus van de Kamp (*04-04-1804 - †01-05-1858), hoofd van de lagere school in Oud-Zevenaar.

1858    Verschijning van Maria in Lourdes. Ook op de overwegend katholieke bevolking van de Liemers maakt dit diepe indruk.  


1859
    De weg Zeddam - Beek - Didam wordt met grind verhard. Om de kosten te bestrijden wordt aan de ingang van Bergerbosch de Beeksche Tol  gebouwd. De eerste tolgaarder is Derk Giezenaar, die na zijn dood in 1888 wordt opgevolgd door zijn zoon Bart.


 

Afb.: Tolhuis van Giezenaar aan de Grindweg van Beek - Zeddam omstreeks 1900
Links: van west naar oost
Rechts: van oost naar west

 


 

1860   Het oude schooltje aan de St. Jansstraat in Zevenaar wordt vervangen door een nieuwe school in de Slijkstraat (later: Schoolstraat). Eerste hoofd van deze school is H. van Soest gedurende de periode 1860 - 1900. Zijn opvolgers zijn: L. Deenen 1900 - 1910, P. Kwanten 1910 - 1915, C. van Oerle 1915 - 1921 en A. Opdenoordt 1921 - 1930. Bij gebrek aan leerlingen wordt de school in 1930 gesloten. In de vijftiger jaren van de 20e eeuw is het schoolgebouw een tijdelijk onderkomen voor de Maria Regina school met als hoofd A.G.M. (Louis) van Keulen, overgrootvader van Sam, Simon en Sjef van Keulen.

 

 

De processie trekt op Sacramentsdag door de Zevenaarse Schoolstraat (voorheen: Slijkstraat). Aan de rechterzijde is de school nog net te zienZevenaar-stad kent van oudsher twee processie: een processie op Sacramentsdag en een processie op kermiszondag. In Zevenaar-stad zijn deze processies in 1971 afgeschaft.

De Schoolstraat heeft lange tijd Slijkstraat geheten omdat de straat door vele Zevenaarders als een "achterbuurt" werd gezien.  

Aan de rechterzijde van de foto zien we de in 1860 geopende school, die aan het eind van de 20e eeuw is afgebroken. De foto is uit de eerste helft van de 20e eeuw.

 

1861    Nadat het half december 1860 is gaan vriezen, zet op 16 januari de dooi in waarna het ijs zich opeen pakt en het water snel stijgt. Op 29 januari stroomt de Pannerdense waard onder. Een dag later lopen door een zeer hoge waterstand van de Oude Rijn de spoorlijn en de postweg tussen Babberich en Elten op diverse plaatsen over. Korte tijd later spoelt de spoordam over een afstand van 100 meter weg waarna de bandijk onder grote druk komt en een zeer ernstige situatie ontstaat. Met man en macht wordt getracht om de bandijk te versterken. Ter versterking van zwakke plekken gebruikt men pannen en stenen van een bakoven. In de vroege ochtend van donderdag 31 januari blijkt dat de inspanningen vergeefs zijn en breekt de dijk door. Reeds op de tweede dag na de doorbraak bezoekt Koning Willem III het rampgebied.

Afb.: Koning Willem III en zijn eenjarige dochter prinses Wilhelmina (de latere koningin Wilhelmina) in 1881.

Koning Willem III bezoekt op zaterdag 2 februari 1861 in het getroffen gebied zowel Zevenaar als Westervoort.

 

1862    De tabaksondernemer Buschhammer koopt van de tabakskooplieden Frowein in de Zevenaarse Kerkstraat Huis Rijck, dat nu nog naast de Turmac / B.A.T staat.

1862     Johannes Winandus Geurds, wonende in de Zevenaarse buurtschap Grieth, geneest in Kevelaer op wonderlijke wijze van de tering (t.bc.).

Geurds is ongehuwd en 35 jaar oud en lijdt in hevige mate aan tering met hevige bloedspuwingen wanneer hij in 1862 door twee man ondersteund ter bedevaart naar Kevelaer gaat. Daar voltrekt zich een wonder wanneer hij zich plotseling zo gezond voelt dat hij op eigen kracht naar Zevenaar terug kan. Thuis gaat hij aan het werk, trouwt een jaar later en na een gelukkig huwelijk van 22 jaar waarin acht gezonde kinderen worden geboren, overlijdt hij in 1885 aan tuberculose pulmonum acuta (vliegende tering).  

 

1863    Via de spoorwegtelegraaf is het mogelijk telegrammen te verzenden of te ontvangen. De telegrammen moeten op station Zevenaar worden aangeboden. Telegrammen die in Zevenaar aankomen worden per speciale bode bij de geadresseerde bezorgd.

 

 

 

Foto: station Zevenaar (1889)

 

 

 

 

1863    In mei 1863 overlijdt Petrus Stephanus Nass (1790 - 1863), burgemeester van Duiven sedert 1818. Hij gaat de geschiedenis in als de langstzittende burgemeester van de gemeente Duiven, waartoe ook Groessen en Loo behoren. Naast burgemeester was hij ook bierbrouwer en landbouwer.     


Burgemeester P.S. Nass (1790 - 1863)

 

1865     Zevenaar krijgt een overdekte markt. Deze zou 90 jaar stand houden en is in 1955 onder de  naoorlogse Zevenaarse vernieuwingsdrang afgebroken.

1865     De NRS (Nederlandsche Rhijnspoorweg-Maatschappij) opent alternatieve spoorverbinding via Zevenaar naar Kleve in Duitsland.    

 

Detail spoorwegkaart uit 1904, waarop het spoor Zevenaar - Elten -Welle - Kleef, alsmede het spoor Zevenaar - Emmerik.

 

De spoorlijn Zevenaar-Elten-Welle-Spijck-Griethausen-Kleef maakt tussen Welle en Spijck gebruik van een spoorpont. Men heeft wel overwogen hier een brug aan te leggen maar daar is uit militaire overwegingen van af gezie. In 1912 wordt het spoorpont opgegeven. n

Links: zijaanzicht van de veerpont
De veerpont vervoert alleen wagons, de locomotief vaart niet mee. Bij hoogwater, storm en ijsgang kan de pont niet varen zodat gemiddeld driie weken per jaar geen treinen kunnen worden overgezet.  

 

1865  In Zevenaar wordt door de kasteelheer van Poelwijk, Jhr. G.C. von Weiler, een badhuisje geplaatst op de kolk De Breuly. In 1866 zijn er 25 abonnementhouders, waaronder geneesheer G.J.F. Merz, die Fl 1,50 (0,70 euro) per jaar betalen.

 

Foto: Het badhuisje op de Breuly in Zevenaar in 1902

1866     In diverse plaatsen in de Liemers maakt cholera (of braakloop) dodelijke slachtoffers.   

 

In veel plaatsen worden maatregelen genomen om de verspreiding van cholera tegen te gaan. In Duiven, Groessen en Loo worden de jaarlijkse kermissen afgelast (advertentie Arnhemsche Courant, 10 mei 1866).
In Duiven is het enige slachtoffer Willem, Weijman, kleermaker, die op 23 juli 1866 ziek wordt en een dag later overlijdt. 

 

 

1867    Uit heel Europa, Canada en de V.S. gaan duizenden katholieke jongemannen, de zogenaamde Zouaven, naar Italie ter bescherming van de kerkelijke staat van Paus Pius IX; onder hen vele tientallen Zouaven uit de Liemers, waarvan tenminste zes jongens uit Zevenaar. De Nederlandse Zouaven verliezen het Nederlandse staatsburgerschap. In 1947 wordt hen dit echter teruggeven. Het betreft een posthuum eerherstel omdat de laatste Nederlandse Zouaaf in 1946 is overleden.     

    Zouavenbeeld (Zouavenmuseum Oudenbosch)

Een van de Zevenaarse jongens, die als Zouaaf naar Italie gaat, is Gerhardus Menting. Hij is geboren in Zevenaar op 25 oktober 1845 als zoon van Gerhardus Menting en Engelina Elisabeth Klabbers.

Op 15 mei 1863 komt Gerhardus als 17- jarige bakkersknecht in dienst van bakker Van Luenen. Op 2 december 1866 neemt hij dienst in het Pauselijke leger en maakt de veldtocht van 1867 mee. Op 20 september 1870 verlaat hij het leger met een Mentana-medaille als onderscheiding. Op 2 januari 1871 is hij terug in Zevenaar en gaat als bakkersknecht werken bij bakker Gerrit Steijgerwalt.

1867    Door runderpest gaat grootste deel van de veestapel verloren. Ook de oogst is slecht waardoor 1867 als rampjaar ervaren wordt.

 

1868    Extreme droogte in de Liemers veroorzaakt voedseltekort.

 

1869    De Begrafeniswet treedt in werking, waardoor voor het eerst in de geschiedenis de termijn van ter aarde bestelling in het hele land dezelfde wordt. Doden mogen voortaan niet eerder dan 36 uur en niet later dan de vijfde dag na overlijden worden begraven.

  Kerkhof met lijkstoet in Pannerden, omstreeks 1740.

In Pannerden blijft de R.K begraafplaats rond de kerk tot omstreeks 1975 in gebruik. Wel is er al in 1871 een kleine algemene begraafplaats aangelegd, maar daar wordt in de praktijk weinig gebruik van gemaakt; gemiddeld jaarlijks een persoon, bijna altijd een drenkeling.  

 

1871    Duiven, in het bijzonder de buurtschap Husselarij, wordt getroffen door een van de hevigste polio-epidemieen uit haar geschiedenis. In een periode van drie maanden lijden 174 personen aan de ziekte waarvan er 33 sterven; hieronder pastoor Joannes Peters uit 't Loo.

 

1872   Het bestuur van de pas opgerichte Pelgroms Stichting koopt uit de nalatenschap van pastoor Carl Hendrik Pelgrom in het centrum van Zevenaar een perceel grond van ruim drieduizend m² voor Hfl 1500 (€680) dat bestemd is voor de bouw van een tehuis voor "ouden van dagen".

1873    Pannerden wordt getroffen door tyfus. De haard van de ziekte is de kostschool, waarvan de dicht bij een beerput staande pomp besmet water afgeeft.

  Kinderziekbed omstreeks 1875.

Uit: P. Parson, De bewoners van ons Vaderland.

1873    In Duiven trouwen op 23 september Theodorus Jurrius en Maria Wilhelmina Cunera Peters (over-over-overgrootouders van Sam, Simon en Sjef).  

 

De Remigiuskerk in Duiven waar op 23 september 1873 de kerkelijke bevestiging plaatsvindt van het huwelijk tussen Theodorus Jurrius en Maria Peters.

Theodorus Jurrius en Maria Peters stichten een kinderrijk gezin; in 22 jaar worden 14 kinderen geboren.

Op de foto familie: Jurrius-Peters omstreeks 1897.
Tweede van rechts, met donkere kleding Anna Wilhelmina Jurrius, over-overgrootmoeder van Sam, Simon en Sjef.
 

(foto van mevr. Riet Selman, kleindochter van het echtpaar Jurrius-Peters)

 

1874     Naar enkele jaren later wordt bewezen, vindt in 1874 in  Zevenaar een gifmoord, een crime passionel, plaats. De waard van de op de hoek Didamsestraat - Grietsestraat gelegen Hof van Berlijn, Johannes Thuis, vergiftigt zijn vrouw Giesberta Lankerman om met de vriendin van zijn oudste dochter te kunnen trouwen. Het gebeuren houdt Zevenaar vele jaren bezig.

 

1875    In Pannerden voert pastoor van Wagenberg de Sacramentsprocessie in. Voor het eerst sedert de Reformatie geeft katholiek Pannerden openlijk blijk van haar religieuze eensgezindheid. Na de plechtige Heilige Mis trekt men biddend en zingend met bruidjes en vaandels naar een altaar buiten het kerkgebouw. Alles vindt plaats op het besloten kerkhof rondom de kerk om de burgerlijke overheid niet te provoceren. Het houden van processies langs de openbare weg is alleen toegestaan in de oude Kleefse enclaves zoals Duiven, Lobith en Zevenaar, die dit recht bij hun overgang naar Nederland hebben behouden.

1875     In Loo bij Duiven wordt op de plaats van de 15e eeuwse kapel een nieuwe R.K. parochiekerk ingewijd door aartsbisschop A.I. Schaepman.  Het is in het bijzonder parochiepastoor van Egeren (1835 - 1896), die een sterke Maria-devotie overbrengt op de Loose parochiegemeenschap waardoor Loo vele decennia van omstreeks 1880 tot 1955 een bedevaartsoord is geweest.  De bedevaarten vinden in die periode vooral rond Pinksteren plaats.

Het beeld van Maria als O.L. (Onze Lieve) Vrouw van het H. Hart wordt in de kapel aan de noordzijde van de nieuwe  parochiekerk geplaatst. Bij de wijding van deze kerk in 1875 laten aartsbisschop A.I. Schaepman en de pauselijke internuntius I. Capri marmeren votiefstenen aanbrengen.

Het beeld: Maria met kind, staande op een wolk, met zijwaarts naar beneden gestrekte armen van Maria, haar voeten geplaatst op een slang. Het kind Jezus staat recht voor Maria met de rug naar haar toe. Jezus' rechterhand wijst omhoog, zijn linkerhand wijst naar zijn geopende hart. Beiden zijn met een zilveren kroon gekroond. Het beeld dateert uit 1875. Het is gemaakt van gips, circa 1,60 meter hoog en 50 centimeter breed en in meer kleuren geschilderd.

 

1875    In de periode 1875 - 1895 is door de landbouwcrisis sprake van grote werkeloosheid. Ook inwoners van de Liemers zoeken werk in het Duitse Ruhrgebied.

1876    In de nacht van 12 op 13 maart beukt een zware storm de bandijk in Lathum over een lengte van 400 meter voor een deel weg. Door het met man en macht aanbrengen van driedubbele bekistingen van mest en puin slaagt men er in de gevolgen te beperken. In Giesbeek komen 24 huizen onder water te staan en in Angerlo 4 huizen. Bij het grenskantoor in Babberich spoelen door water en storm gaten van 8 meter in de weg.

1876    Geruchten dat Johannes Thuis (zie 1874) zijn vrouw heeft vergiftigd worden steeds sterker. Op 3 juni wordt het lijk van de vrouw, die twee jaar eerder is overleden, ten overstaan van de rechter-commissaris opgegraven op het R.K. kerkhof aan de Arnhemseweg in Zevenaar. Het onderzoek naar mogelijk gif heeft een positief resultaat. Alleen al in de maag en lever van het slachtoffer bevindt zich meer dan een gram rattenkruid, een hoeveelheid die voldoende is om vijf mensen te doden. Johannes Thuis wordt gearresteerd en tot levenslange tuchthuisstraf veroordeeld.  

1876    Theodor Riswick, van 1858 tot 1876 schoolmeester in Oud-Zevenaar, wordt opgevolgd door Johannes Aldenhuijsen uit Valburg. 

1876   Alexander Bell ( 1847 - 1922) vindt de telefoon uit. Het zal dan echter nog veel meer dan een halve eeuw duren voordat de telefoon ook in het dagelijks leven van gewone mensen haar intrede doet. Zo bedraagt het aantal telefoonaansluitingen in Zevenaar in 1915 nog maar ongeveer dertig. Het zijn tot het midden van de 20e eeuw voornamelijk zakenmensen en notabelen, die over telefoon beschikken.


Aangeslotenen op telefoon in Zevenaar in 1915

1877    Op 3 mei wordt de Pelgroms Stichting, een "tehuis voor hulpbehoevenden en ouden van dagen" in het centrum van Zevenaar, naast de Hervormde Kerk, geopend. Bijna 90 later, in juli 1966, zal het plaatsmaken voor een meer eigentijds gebouw.

 

De oude Pelgroms Stichting, een markant en imposant pand, gedurende bijna 90 jaar aan de Marktstraat (tussen de winkels van Weg en Traag en de Hervormde Kerk). 

Nadat Carl Hendrik Pelgrom, oud-pastoor van Brielle in 1871 in zijn geliefde Zevenaarse kasteel Enghuizen overlijdt, is een groot deel van zijn nalatenschap bestemd voor de stichting van een "R.K verzorgingshuis, de Pelgroms Stichting" (foto links).

In 1914 worden 40 elektrische lichtpunten in het huis aangelegd voor Hfl. 315 (€ 140). In 1933 wordt in het gebouw een lift aangebracht waardoor ook mensen, die slecht ter been zijn, naar de kapel op de bovenverdieping kunnen.  

 

1878    In Zevenaar-stad wordt op 25 september geboren Christiaan J. Polman (1878 - 1954), over-overgrootvader van Sam, Simon en Sjef van Keulen.

 


Christiaan Polman (24 jr) in 1903
De fiets is nog bijzonder.

1878    Kostschool-directeur Antonius Deenen (1830 - 1909) verplaatst zijn school van Pannerden naar Zevenaar in de oude Latijnsche school aan de huidige Van Munsterstraat. De principes waarop het onderwijs berust zijn: leren, luisteren en werken.

In 1878 verplaatst A. Deenen (foto rechts) zijn kostschool naar een pand dat door een laan (huidige Kostschoollaan) met de Kerkstraat is verbonden (foto links).. 

 

 

1879    Gradus Polman (over-over-overgrootvader van Sam, Simon en Sjef) koopt van Aleida Daniels in de Zevenaarse Kerkstraat een huis. Ruim 65 jaar later zal dit huis door een geallieerd bombardement worden verwoest. Hierbij vallen drie doden (zie 1945).

 

Gradus Polman, omstreeks 1890
informatie achterzijde foto (afb. rechts): Photographie Instantanee H.A Staarink Diedam

 

 

 

1879    Op de Babberichseweg in Zevenaar wordt een stuk grond als Hervormde begraafplaats ingericht. Op dit kerkhof zijn in de loop der tijd veel bekende mensen uit Zevenaar e.o. begraven zoals oud-burgemeester Koch, notaris Hazewinkel en leden van de familie De Nerée tot Babberich. Ook vindt men er veel overledenen van Molukse afkomst.

1879    Op 4 oktober komt de krant De Graafschapbode voor de allereerste keer uit.

Afb,: Voorpagina van de allereerste editie van de Graafschap-Bode
 
De Graafschapbode wordt uitgegeven door Misset in Doetinchem.
Op 1 april 1873 begint de grondlegger van het bedrijf, Cornelis Misset uit Haarlem, een kleine drukkerij in Doetinchem. Op zaterdag 4 oktober 1877 verschijnt de Graafschap-Bode in een oplage van 2000 als een wekelijks nieuws- en advertentieblad voor het eerst. Vanaf 1 maart 1967 verschijnt het dagelijks.
 

.


 

 

 
 

1880 Ruim 600 jaar na het begin der werkzaamheden wordt op 15 oktober de bouw van de Dom in Keulen voltooid conform het oorspronkelijk 13e eeuwse ontwerp. Op het moment van gereedkomen in 1880 is de Dom met zijn 157 meter hoge toren het hoogste bouwwerk ter wereld.

   

Deze opnames tonen de zuidoost zijde (links) en de voorzijde (rechts) van de Dom van Keulen kort na de voltooiing van de werkzaamheden in 1880. 

1882    In  Duiven wordt aan de Rijksweg door de doortastendheid van hoofdonderwijzer P. Geubbels een modern nieuw schoolgebouw geopend. Leerlingen van deze school zijn onder meer: Jan van Keulen (1876 - 1952) en Anna Jurrius (1876 - 1942), de betovergrootouders van Sam, Simon en Sjef van Keulen.      

 

Afb.: Marmeren steen in 1882 geplaatst met tekst: "H.J.H. Libourel, burgemeester van Duiven, heeft den eersten steen van dit gebouw gelegd den 22sten Julij 1882"

Dhr. P Geubbels (1848 - 1937) wordt in 1876 in Duiven benoemd tot hoofdonderwijzer. Bij aankomst treft hij een vervallen schooltje aan met een schamele inboedel en vrijwel geen leermiddelen. Mede door de doortastendheid en goede contacten van Geubbels kan burgemeester Libourel op 22 juli 1882 de eerste steen leggen voor een nieuw schoolgebouw, dat ook landelijke aandacht krijgt als voorbeeld van moderne scholenbouw.

In 1892 neemt Geubbels ontslag als schoolhoofd en start in Duiven het "Instituut Geubbels", een kostschool voor jongens. De nieuwe hoofdonderwijzer wordt in 1892 de heer Gerrits, die op zijn beurt achtereenvolgens wordt opgevolgd door: Van der Ven, Beerling (of Beerlinck), Van Gemert en Scholten.

 

De lagere school in Duiven omstreeks 1925 met aan de rechterzijde het huis van hoofdonderwijzer Beerling. 

 

 

1883     Jhr. Carel Jan Christiaan Hendrik van Nispen tot Sevenaer (1824 - 1884), van 1871 tot zijn dood lid van de Tweede Kamer, wordt in 1883 lid van de belangrijke Staatscommissie inzake de Grondwetsherziening. De in 1824 in Huize 't Hoek in Zevenaar geboren van Nispen is een van de eerste voormannen van de in zijn tijd achtergestelde Nederlandse katholieken. Hij overlijdt op donderdag 3 april 1884 en wordt op maandag 7 april in het familiegraf in Zevenaar begraven.

 
C.J.C.H. van Nispen tot Sevenaer (1824 - 1885)
(Katholieke Illustratie 1883, houtgravure Walter)

1883    De aardappeloogst gaat voor het tweede achtereenvolgende jaar door wateroverlast verloren. 

 

1884    In Zevenaar wordt in Huize Hoek geboren jhr. Antoine (Tanne) van Nispen tot Pannerden,  die in 1911, op 27-jarige leeftijd, benoemd zou worden tot burgemeester van Didam en in 1920 tot burgemeester van Zevenaar, waar zijn grootvader in het midden van de 19e eeuw ook al burgemeester was geweest.

 
Huize 't Hoek in Zevenaar, het stamhuis van de familie Van Nispen tot Pannerden.
Het pand 't Hoek staat op de hoek Arnhemseweg - Grietsestraat totdat het in de vroege ochtend van de laatste oorlogsdag, 3 april 1945, door terugtrekkende Duitsers op zinloze wijze volledig zou worden verwoest. Op de plaats van dit pand bevindt zich in onze tijd het monument van de Vier Tamboers op het Zevenaarse  Raadhuisplein

 

1884   Oud-Zevenaar krijgt landelijke bekendheid door een geslaagd experiment van enige plaatselijke fruittelers, waarbij ze  appelen gedurende de  winter bewaren door ze in te kuilen.

 

 

Uit Leeuwarder Courant van 17 maart 1884

 

 

1885    Spoorlijn Zevenaar - Doetinchem komt gereed. Op 1 juli 1885 wordt in Zevenaar een tweede station voor treinen Arnhem - Doetinchem geopend.

 

 

 

 

Het regionale station Zevenaar (lijn Zevenaar - Doetinchem - Winterswijk). Dit station, op 200 meter van het internationale station (lijn Zevenaar - Emmerik), wordt in 1970 afgebroken.

Nadat  het gebouw vanaf 1 juni 1918 niet meer als station dienst doet, wordt het verbouwd tot woonhuis voor drie gezinnen. Halverwege de 20e eeuw wonen er de families van Aalst, Keurentjes en Saalmink

 

 

 

 1885    Komst van de "blotevoetenpaters" in Babberich.

 

1886    Een rampjaar voor veel boeren: na een uitzonderlijk warme en droge voorzomer volgt een overvloed aan regen waardoor veel weilanden onder water komen en het vee opgestald moet worden. Veel boeren hebben onvoldoende mogelijkheden om de dieren bij te voeren. Tot overmaat van ramp een epidemie van mond- en klauwzeer.

1887    Op 7 april wordt in huize (cafe / boerderij) "Buitenlust" in Zevenaar geboren: Maria (Marie) Antonia Johanna Jansen (1887 - 1976), over-overgrootmoeder van Sam, Simon en Sjef van Keulen geboren.


Marie Jansen, 19 jaar in 1906

 

 1887    De neogotische toren van de St. Andreaskerk in Zevenaar wordt gebouwd (architect A. Tepe).

 

 

Op deze foto, uit het begin van de 20e eeuw, zal de neogotische toren van de St. Andreaskerk vermoedelijk ongeveer 25 jaar oud zijn. Aan de rechterzijde van de toren is het doelentorentje duidelijk zichtbaar.

 

1888    Fotografie wordt voor een breder publiek toegankelijk met de komst van de Kodak - camera met rolfilm: "You press the button, we do the rest".

 

Bernardus (Naadje) Jansen (1849 -  1914) en zijn vrouw Maria Theodora Berentzen (1849 - 1924), de over-over-overgrootouders van Sam, Simon en Sjef. Deze foto is gemaakt in de negentiger jaren van de 19e eeuw in een tijd dat "op de foto gaan" nog heel bijzonder is. Het echtpaar heeft cafe "Buitenlust" op 't Grieth in Zevenaar; wellicht is deze foto daar in de tuin genomen: op de tafel is nog net het borrelglaasje te zien.

 
 

    

1889    De firma. Misset te Doetinchem begint met het uitgeven van de Zevenaarsche Courant (tweemaal per week).

 

1890    In Oud-Zevenaar wordt het schooltje, dat daar sinds mensenheugenis heeft gestaan bij de kerk en het oude kerkhof, gesloten.

Plattegrond van Oud-Zevenaar omstreeks 1850.
1:  pastorie
2:  armenhuis
3:  cafe de Pelikaan
4:  school
5:  kerkingang

Als het schooltje (nr 4) in 1890 wordt gesloten is het een van de laatste parochiescholen in Nederland. De onderwijskrachten worden tot dan betaald en benoemd door het kerkbestuur.
Na de sluiting in 1890 gaat een deel van de kinderen naar school in Babberich en een ander deel in Zevenaar-stad. Door overbelasting van de school in Babberich wordt na enkele jaren de oude  school in Oud-Zevenaar weer geopend totdat op 10 oktober 1898 de nieuwe  gemeenteschool in Ooy wordt geopend.
In 1956 gaat de huidige Martinusschool aan de Martinusweg van start.

 

   

   

1890    Rond 1890 doet de auto zijn intrede. Een van de eersten die in Zevenaar een auto heeft, is de chemicus / fabrikant Max von Gimborn. In 1910 bezit 1 op de 1200 Nederlanders een auto; in de U.S.A is dat dan reeds 1 op de 70 inwoners. Het zal in Nederland en ook in de Liemers  nog meer dan 75 jaar duren alvorens de meeste gezinnen over een auto beschikken.

 

Rondom 1900 is ook de fiets een vervoermiddel, waar je al erg trots op bent. Er zijn dan nog maar weinig Zevenaarders, die over een fiets beschikken. Artsen raden het fietsen door mensen ouder dan 40 jaar af. Bloothoofds fietsen wordt als ongepast gezien. Op deze foto Christiaan Polman (over-overgrootvader van Sam, Simon en Sjef).

 

 

 

   

Ook de auto is een vervoermiddel waar je halverwege de 20e eeuw nog graag voor op de foto gaat. Op deze foto de nieuwe (eerste) auto van Gerrit Polman (gemeentesecretaris Zevenaar) met naast hem zijn zus Mies van Keulen - Polman en zijn moeder Marie Polman-Jansen (over-overgrootmoeder van Sam, Simon en Sjef), voor hem zijn zus Christine Polman met daarnaast v.l.n.r zijn neefjes Jan, Gerard en Willie van Keulen.

 

1890     De winter van 1890/1891 is uitzonderlijk streng. De decembermaand spant de kroon want sedert het begin van de temperatuurmetingen in 1706 is het alleen in december 1788 nog kouder geweest.
Op 25 november 1890 gaat de wind uit het noordoosten waaien en dat is het begin van een langdurige strenge vorstperiode. De gemiddelde ijsdikte in sloten is in de loop van december ongeveer 65 cm, plaatselijk wordt zelfs een dikte van 70-80 cm bereikt. Mens en dier gaan gebukt onder extreme koude. Op 19 december vriest bij Elten een grensbeambte dood.

 

1891    Op 11 maart besluiten 101 Liemerse boeren (68 Didam, 19 Zeddam en 14 Wehl) tot de oprichting van een coöperatieve roomboterfabriek waardoor Didam de primeur heeft van de allereerste coöperatieve roomboterfabriek buiten Friesland.  Het kapitaal wordt verkregen door uitgifte van aandelen van Fl. 50 (22,50 euro) aan ieder van de deelnemers. De fabriek is al snel een groot succes en omgevende plaatsen volgen: Doesburg 1892, Zevenaar 1893, Angerlo 1894 en Wehl 1894.

Afb: De Didamse roomboterfabriek omstreeks 1900  

 

1891    Meer dan een derde van de Nederlandse bevolking wordt getroffen door een influenza / griep pandemie. Ongeveer 4500 mensen, veelal in de kracht van hun leven gaan er aan ten gronde. In De Liemers blijft het aantal dodelijke slachtoffers beperkt. Wel zijn er in o.a  Angerlo opvallend veel sterfgevallen door longontsteking (8) mogelijk als gevolg van influenza. In Wehl sterven in 1892 vier mensen aan influenza en vijf door longontsteking.  

1891     De havezate Poelwijk in Oud-Zevenaar wordt afgebroken waarmee een brok geschiedenis van meer dan vijfhonderd jaar verdwijnt. De havezate Poelwijk stond tot  1891 op de plaats waar nu de boerderij van de familie Weenink staat. Deze boerderij draagt ook de naam Poelwijk.

Links: beschilderde tegel van Huis Poelwijk door H. von Weiler tot Poelwijk
Rechts: Huis Poelwijk in 1890 kort voor de afbraak, op de voorgrond de in 1856 geopende spoorlijn Arnhem-Zevenaar-Emmerich



1892
    In juli wordt het eerste postkantoor in Zevenaar geopend in een pand aan de Kerkstraat hoek Kostschoollaan. Dit postkantoor doet als zodanig dienst tot 28 juni 1916, wanneer een nieuw postkantoor in gebruik wordt genomen dat nog altijd als zodanig dienst doet.

1892    In 1892 wordt Lambertus Hendrikus Scholten (1892--1948) geboren in Didam waar hij opgroeit als boerenzoon. Op wat latere leeftijd kiest hij het onderwijs boven het boerenbedrijf en wordt onderwijzer langs de minder gebruikelijke weg van het staatsexamen. Hij wordt hoofd van de school in Herwen en in latere jaren in Lobith. 
Lambert Scholten groeit uit tot een groot kenner van de Liemerse flora en fauna en in de periode 1923 tot aan zijn plotselinge dood in 1948 publiceert hij talloze indrukwekkende artikelen over de natuur en vooral over de vlinderpopulatie in de Lijmers. In deze periode waarin de natuurstudie in Nederland tot grote bloei komt, geniet hij landelijke bekendheid. Zijn belangrijkste artikel schrijft hij in 1938 wanneer hij maar liefst 565 (!) soorten vlinders beschrijft, die door hem in de Lijmers / Liemers zijn waargenomen en bestudeerd.
.

                              

 

1892    Op 8 december overlijdt  Gradus Polman (over-over-overgrootvader van Sam, Simon en Sjef van Keulen) in Zevenaar-stad.

 Gradus Polman (1827 - 1892) in 1879 weduwnaar geworden, sterft op 8 december 1892, op 65 jarige leeftijd, aan de gevolgen van tongkanker.

 

1894    In Zevenaar sterven 18 kinderen aan tyfus.  In hetzelfde jaar veroorzaakt een difterie-epidemie veel (jeugdige) slachtoffers in de Liemers. Voor het eerst wordt bij de behandeling van difterie met succes een antidifterieserum toegepast.

1894      In Ooy bij Zevenaar wordt in cafe "van Uum" schuttersvereniging E.M.M opgericht.

 

Cafe "Van Uum"  met daarnaast de schutterstent.
Op 1 mei 1894 wordt in cafe "Van Uum" de plaatselijke schuttersvereniging E.M.M opgericht. De bestuursleden van het eerste uur zijn: A. Hebben (voorzitter), H.W. van Uum (1e secretaris), A.J. Jeths (2e secretaris) en W.A. Florissen (penningmeester).
Tot omstreeks 1915 is "van Uum" het vaste onderkomen van de Ooyse schutters. Daarna wordt gebruik gemaakt van een linnen tent, die gedurende de kermis aan de Slenterweg staat. In 1934 wordt door de schutters een nieuw schuttersgebouw gerealiseerd naast het kermisterrein.
Zaal "van Uum" is voor de plaatselijke Ooyse gemeenschap vele decennia erg belangrijk totdat het in 1968 door brand verwoest wordt.
 

 
       
       

1895    Het jaar van de ontdekking van de film. In 1913 wordt in 's-Heerenberg de eerste bioscoop in Oost-Gelderland geopend onder de naam "1e 's-Heerenbergsche Bioscoop-Theater". In 1915 opent aan het Arnhems Nieuwe Plein (nu Willemsplein) het splinternieuw Luxortheater. Omstreeks 1920 is de danszaal van C.J. Polman aan het Zevenaarse Grieth enige tijd als bioscoop ingericht. In het midden van de vijftiger jaren van de 20e eeuw wordt in Zevenaar een nieuwe bioscoop geopend het "Astra-theater" naast hotel de Leeuw. Enige decennia later moet dit theater sluiten door tegenvallende bezoekersaantallen door de populariteit van de televisie.   

1895    Op 20 maart ontploft op de Rijn bij Griethausen/Tolkamer/Spijk het dynamiet-schip Reimer. Bij deze vreselijke ramp vallen 13 doden. Ook de materiele schade tot in de zeer verre omgeving is enorm. In onder meer Spijk en Elten zijn huizen verwoest. Op Tolkamer, Lobith, Elten 's-Heerenberg en Emmerich zijn enorm veel ruiten gesneuveld. De ramp maakt een enorme indruk en is geruime tijd in het nieuws.

Afb.: Bij lage waterstand zijn in 2005 op de Rijn nog de resten zichtbaar van het in 1895 ontplofte dynamietschip Reiner.

Na de ontploffing op 20 maart 1895 komen zelfs vanuit Heerlen, Tietjerk (Friesland) en M.Gladbach berichten omtrent "den gevoelden schok'.
 Het dynamiet in het schip, totaal 100.000 kg, was afkomstig van de kruitfabriek Porz in Keulen en bestemd om vervoerd te worden naar de haven van Antwerpen. Van daaruit zou het transport verder gaan naar de goudmijnen in Zuid-Afrika.
De Gelderlander van 25 maart 1895 bericht dat: "Het algemeen gevoelen is dat niet onvoorzichtigheid, maar verregaande roekeloosheid de oorzaak is van de dynamiet-catastrophe. Er is met de kisten omgesprongen, alsof het steenen waren." Gebleken is bovendien dat er op het kruitschip een kolenkachel gestookt werd.
 


1895
    De gemeenteraad van Herwen en Aerdt ziet de fiets als een gevaar op de weg waartegen maatregelen overwogen moeten worden.

 

Christiaan Polman (over-overgrootvader van Sam, Simon en Sjef van Keulen) omstreeks 1900
De fiets is in die tijd nog een uitzonderlijk vervoermiddel en de gemeenteraad van Herwen en Aerdt is in 1895 voornemens maatregelen te treffen tegen het gevaar dat de fiets op de weg veroorzaakt.
Ook wordt in de begintijd van de fiets, voor 1900, fietsen door menigeen zelfs gezien als een losbandige bezigheid. 
 


1896
    Buschhammer verkoopt zijn woning, Huis Rijck, dat nu nog naast de Turmac staat, aan notaris Hazewinkel, die er tot zijn dood, op 106 jarige leeftijd in 1970, blijft wonen. Daarna neemt de Turmac het pand in gebruik als kantoor.

1896    Met de benoeming van burgemeester Thijssen krijgt Westervoort de eerste katholiek als hoofd van de gemeente.

 

1897    Op 6 januari vestigt zich notaris J.H.O (Onno) Hazewinkel (1860 - 1964) in Zevenaar in het pand Huis Rijck. Hij zal in Zevenaar het ambt van notaris een halve eeuw vervullen. Als hij in 1946 op 86-jarige leeftijd met pensioen gaat, blijft hij tot zijn dood op 18  augustus 1964 een vertrouwde persoonlijkheid die men vaak wandelend in de (verre) omgeving kan tegenkomen.      
 

1897    In 's Heerenberg wordt de R.K. Pancratiuskerk ingewijd.



Afb,: Interieur van de R.K. Pancratius in 's Heerenberg
De kerk is gebouwd in 1895 - 1897 naar een ontwerp van de bouwmeester Afred Tepe. Het meubilair en de kruiswegstaties komen uit de ateliers van W. Mengelberg. In de toren hangen de drie klokken, die in 1496 door Geert van Wou zijn gegoten. In het kerkgebouw boven het priesterkoor hangt een kruis dat in de volksmond het botterkruus (boterkruis) wordt genoemd omdat het is geschonken door iemand, die erg rijk van de botersmokkel.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog zijn de pastoor van de Pancratiuskerk (Galama) en de kapelaan (Van Rooyen) in het concentratiekamp Dachau vermoord, Uit respect en ter nagedachtenis zijn er na de Tweede Wereldoorlog enkele glas-in-lood ramen over hun deportatie en moord in de kerk aangebracht

 

 

 


 

 

 

 

1898    Aan de Slenterweg in Ooy wordt op 10 oktober openbare school III (derde lagere school in gemeente Zevenaar), genaamd Kon. Wilhelminaschool , in gebruik genomen. In 1923 wordt deze school overgedragen aan het parochiebestuur van Oud-Zevenaar en wordt het een R.K. school. In 1956 verhuist deze school van de Slenterweg naar een nieuw gebouw (hoofd der school de heer Jorna) aan de Martinusweg in Oud-Zevenaar. In het oude schoolgebouw komt de Lagere Landbouwschool, die in 1973 sluit waarna het gebouw in gebruik wordt genomen door Scouting Zevenaar.

1899    Bernard  (Naadje) Jansen (1849 - 1914), over- over- overgrootvader van Sam, Simon en Sjef doet zijn intrede in de gemeenteraad van Zevenaar.

 

 

Afb.: Bernard Jansen (1849 - 1914)

Lid van de Zevenaarse gemeenteraad van 1899 tot 1911

1899    De Zevenaarse gemeentesecretaris J. de Werd gaat, na een dienstverband van bijna 49 jaar, op 82-jarige leeftijd met pensioen. De Werd woont tot zijn dood in een groot huis aan de Didamse poort en de stadsgracht.

 

Klik hier voor het vervolg

tijdsbalk vanaf 1900

 

 

 

Klik hier voor uitspraken van Sam en Simon van Keulen

Klik hier voor de  Tijdsbalk  vanaf 1900

Klik hier voor foto’s Ludgerus Hilversum

Klik hier voor Historie van de Gelderse Liemers

 

Belgisch staatscircus op doorreis...zomer 2008

Artiesten: Sam en Simon

De voorstelling begint zo... Bokken en beren, appels en peren, welkom in dit circus! Ben je klaar, Simon? Hoog geeerd publiek... Uiterste concentratie... See you soon... in a place near you... (Zijn ze al weg, Simon?)