TIJDSBALK GELDERSE LIEMERS
in zo verre relevant voor genealogie Van
Keulen - Polman
deel I
PERIODE TOT 1900
4000
voor Christus
In omgeving van Stokkum wordt gebruik
gemaakt van vuistbijlen.
2500
voor
Christus Vuurstenen werktuigjes,
die bij opgravingen gevonden zijn, tonen aan dat er reeds rond 2500 voor Chr. een nederzetting
is op de grens van Didam en Beek.
700 voor Christus In de omgeving van
Steenheuvel (Oud-Zevenaar) bestaat reeds ver voor onze jaartelling, aan
het begin van de ijzertijd, een nederzetting waar tot ongeveer 500 na
Christus bewoning heeft plaatsgevonden.
|
697 na
Christus
De
H. Willibrord (een later heilig verklaarde Engelse monnik) bouwt de Martini-kerk in Emmerik (Emmerich).
Van Willibrord is bekend dat hij een groot respect voor de
Frankische heilige Maarten (Martinus) heeft. Kerken in Utrecht en Emmerich
zijn door hem naar deze heilige genoemd. Ook de kerk in Elten is naar
Martinus genoemd. Veel kerken en/of parochies in de Liemers zijn
genoemd naar St. Maarten of St. Martinus, namelijk die van Angerlo/Lathum/Giesbeek,
Oud-Zevenaar, Didam, Doesburg, Herwen, Aerdt en Pannerden. |
|

Martinuskerk Elten |
|
726 na Christus De nederzetting Westervoort
wordt voor het eerst in schriftelijke bronnen vermeld. De Utrechtse bisschop
Willibrord belast Werenfried met de zielzorg in Elst en Westervoort. De
naam Westervoort zou kunnen duiden op een doorwaadbare (voorde)
plaats die toegang geeft tot het westen.
|
De kerk in Westervoort (afb. van voor de
restauratie in de 20e eeuw), gebouwd in de middeleeuwen op de plaats waar
Sint Werenfried het oudste kerkje bezocht. |
|
 |
750 Omstreeks deze
tijd is er bewoning in de buurt van de Martinuskerk in Oud-Zevenaar.
Aangenomen wordt dat hier Zevenaar als plaats ontstaan is.
800 De
verspreiding van het Christelijk geloof over de Liemers vindt plaats.
838 In een Utrechtse
oorkonde komt de
plaatsnaam Fumarhara voor. Mogelijk is dit een verschrijving van
Subenhara (=Zevenaar) maar zeker is dit niet.
 |
|
Nederzettingen in onze streek omstreeks 1200
Aswen (Azewijn) en Thedodem (Didam) worden genoemd in 828, Thuvine (Duiven), Gruosne (Groessen),
Harawa (Herwen) in 897, Eltnon (Elten) in 944, Berga
('s Heerenberg) in 1105 Sydehem (Zeddam) in 1142, Lengel in 1144, Loel (Loil),
Wele (Wehl) en Waverlo (Dijk) in 1178, Beek in 1206, Stockem (Stokkum) in 1240.
|
840 Westervoort,
Duiven en Groessen bezitten reeds een kerkje.
893 Eerste
schriftelijke vermelding van Arnhem dat Arneym wordt genoemd.
900 Omstreeks het
jaar 900 wordt voor het eerste melding gemaakt van het Duivense
landgoed Magerhorst.
 |
Magerhorst in 1742 (Jan de Beijer)
De Magerhorst, waarvan de oorsprong terug gaat naar het jaar 900,
bevindt zich thans in de Duivense Ploenstraat tegenover huis De
Ploen.
Uit de naam valt af te leiden dat het huis op een horst, een hoger
gedeelte in een vaak drassige omgeving, is gebouwd.
|
968 Op de
Eltenberg in Hoog-Elten wordt een klooster gesticht, gewijd aan Sint-Vitus.
Dit klooster, dat na ongeveer 850 jaar in 1811 zou worden opgeheven, heeft
uitgebreide bezittingen in Het Gooi gehad.
970 De Husselarij (Husloa)
en Loo (Loo )worden genoemd in een akte van 970.
1000 In het
Liemerse land zijn nederzettingen maar nog geen dijken.
De rivieren en stroompjes treden voortdurend buiten hun oevers maar echt hoge
waterstanden komen vrijwel nooit voor omdat het water zich door het ontbreken
van dijken vrijelijk kan verspreiden.
|
1020 Omstreeks deze tijd sticht keizer Hendrik II
het graafschap Kleef / Kleve. De vredelievende Hendrik II,
die in 1014 door paus Benedictus VIII tot keizer is gekroond, wordt na
zijn dood als enige Duitse keizer ooit heilig verklaard.
|

Keizer Hendrik II en echtgenote
|
1050
Oudste
zekere vermelding van Oud-Zevenaar: In een oorkonde van de Duitse Keizer Karel III wordt
de nederzetting Oud-Zevenaar genoemd.
 |
 |
bewoonde plaatsen rondom1050
Oude nederzetting
riviertjes
Huidig dijkverloop
|
|
Rondom 1050 is er op een zestal plaatsen in Oud-Zevenaar
bewoning. De bewoonde lokaties zijn: Ooy, Bloemendaal, gebied
tussen Bloemendaal en Oud-Zevenaar, Poelwijk, Holthuizen en Camphuysen. Steenheuvel is een oude nederzetting waar tussen 700 v.
Chr. en 500 na Chr. bewoning was.
Ter orientatie is voorts weergegeven: het huidig dijkverloop, de latere burcht Sevenaer
alsmede de stad (vanaf 1487) Sevenaer.
1138
De Utrechtse bisschop Andreas van Cuyck maakt de kerkgemeenschap van Duiven
los van Groessen en verheft Duiven tot een zelfstandige parochie.
| 1142 Oudste
vermelding van een kerk in Zeddam. |
 |
Gezicht op Zeddam (Zeddem) omstreeks 1700 (Corn. Pronck) |
|
1150 Halverwege de
12e eeuw wordt in het Liemerse land een begin gemaakt met de aanleg
van dijken. Het zijn lage "zomerdijken" om het zomerwater te keren. Ruim
honderd jaar later komen in de "Lijermersch" de eerste winterdijken.
 |
Dijkaanleg met eenvoudige hulpmiddelen is een
onvoorstelbaar omvangrijke klus, die naast vakmanschap vooral ook veel
logistiek inzicht vraagt. |
1200 Voor het eerst
komen we de schriftelijke vermelding van Sėvenharen voor Zevenaar tegen.
Zowel in de term Subenhara (zie het jaar: 838) als in de term Sėvenharen
komen we in het tweede lid het woord hari- tegen dat de betekenis heeft
van zandrug / heuvelrug.
1220 Omstreeks deze
tijd verplaatst de Graaf van Gelre zijn tol te Arnhem naar Lobith.
1245 Huis te Lathum
wordt voor het eerst in documenten genoemd.

Huis te Lathum omstreeks 1750
1248 Op 15 augustus
(feestdag van Maria ten Hemelopneming) zegent aartsbisschop von Hochstaden het
begin van de werkzaamheden voor de bouw van de Dom van Keulen in.
Pas na veel horten en stoten, de bouw lag zelfs enige honderden jaren stil, lukt
het in 1880 om de Dom conform het originele ontwerp te voltooien.
1250
Omstreeks het midden van de 13e eeuw vindt de vestiging plaats van het
kasteel “Sevenaar”.
1256 Op 16 juni koopt
graaf Otto II van Gelre (1214 -1271) landerijen en gronden in Zevenaar
vanwege hun strategische ligging.
|
|
 |
In de Middeleeuwen is de Liemers een laag
gelegen moeras waarin de Rijn regelmatig zijn loop verlegt. Om vanuit
Emmerich in Arnhem te komen, moet bovendien een belangrijke hindernis worden
overwonnen, te weten de rivier de Aa, een snelstromende zijtak van de Rijn, die
door het (huidige) stadscentrum van Zevenaar liep om vervolgens uit te
monden in een moerasachtig gebied ten noorden van Zevenaar (huidige Grieth).
De Aa is in de Middeleeuwen slechts op een plaats goed doorwaadbaar en dat is
ter hoogte van (het huidige stadscentrum van) Zevenaar, waar de van nature
aanwezige klei niet is weggespoeld en de bodem stevig is. Op die plek laat
Otto II van Gelre het kasteel Sevenaer bouwen. |
|
|
1275 De oudste
vermelding van kasteel Byland stamt uit 1275 als de Heer van Pannerden,
Willem Doys, het kasteel als leengoed krijgt van de Hertog van Kleef.
Dit bij Pannerden gelegen kasteel ook genoemd Huis Scathe van Willem Doys
wordt in de 16e eeuw door de veranderde loop van de Waal weggespoeld. Op een
kaart uit 1631 van Millingen staan de restanten van Huis Bylandt nog in de Waal
getekend.
Voornoemde kasteel Bylandt is niet hetzelfde kasteel Bylandt dat in 1734 door
Jan de Beijer is getekend. Dit kasteel, ook bekend als Huis Halt, ligt verder
stroomopwaarts bij Bimmen.
|

Kasteel Byland (Jan de Beijer, 1734) |
1276 Oudst
bekende pastoor in Oud-Zevenaar is pastoor Gerlach (omstreeks 1276).
1295 Het Westervoortse
veer, eeuwenlang de enige verbinding met Arnhem, wordt voor het eerst
vermeld. Bijna vijfhonderd jaar later, in 1763, wordt deze verbinding verbeterd
door de plaatsing van een schipbrug.
1300 De graven van
Gelre en van Kleef (Kleve), die beide gezag uitoefenen in onze omgeving,
verkopen het Groessense en Duivense Broek aan een 26-tal hoevebezitters.
1321 De oudste akte
waarin de Burcht (Kasteel / Casteel) Sevenaer wordt genoemt dateert uit
1321. Deze middeleeuwse burcht heeft een belangrijke rol gespeeld in de strijd
tussen Gelre en Kleef om de macht over de Liemers.
1328 De graven van Kleve
(Kleef) en Gelre regelen in een Landbrief het beheer van dijken, weteringen en
sluizen. Dit kan gezien worden als het allereerste begin van de
georganiseerde waterbeheersing in onze streek. Er zou echter nog een lange weg
van vele eeuwen te gaan zijn alvorens de bewoners van de Liemers gevrijwaard
zijn van overstromingen.
1339 Gelre wordt door keizer van Beieren tot hertogdom
verheven. Het is een zeer groot hertogdom. Het omvat naast de huidige
provincie Gelderland, grote delen van de huidige provincie Limburg (met onder
meer Venlo, Venray en Roermond) en delen van het huidige
Noord-Rijnland-Westfalen met onder meer het stadje Geldern waarnaar het
hertogdom Gelre en de latere provincie Gelderland zijn genoemd. Het hertogdom Kleve vormt een wig tussen de Noordelijke ern de Zuidelijke delen van Gelre. De
zelfstandigheid van Gelre eindigt in 1543.
| |
 |
|
Omstreeks 1350 omvat het hertogdom Gelre:
1 het Kwartier van Nijmegen (huidige Betuwe)
2 het Kwartier van de Veluwe (ook genoemd Het Kwartier van Arnhem)
3 het Kwartier van Zutphen (de huidige Achterhoek en Liemers)
4 het Kwartier van Roermond (het huidige Limburg en delen van
Noord-Rijnland-Westfalen)
|
1340 Uit een
rekening van de rentmeester van de graaf van Gelre blijkt dat in deze tijd tot
de Lijmers gerekend worden: Weel (Wehl), Betburg (Babberich),
Zevenaar, Angeroy (Loo), Westervoort, Beek en Zeddam, Duiven en Groessen.
1342 In de maand juli overstroomt een gebied tussen
Lobith en Westervoort.
|
1347 Omstreeks deze tijd wordt het nieuwe Tolhuis
gebouwd. Het is gelegen aan de Rijn tussen Spijk en Eltenberg. In de loop
van tientallen jaren ontwikkelt het zich tot een ware burcht waar vele
eeuwen tol wordt geheven. In de loop der 17e eeuw moet de tol echter
verplaatst worden naar het tegenwoordige Tolkamer omdat de loop van
de Rijn zich wijzigt en het Tolhuis in het land komt te liggen.
|

Tolhuis omstreeks 1640 (Claes Jansz. Visscher)
|
1350 Rond 1350 komt de bouw van de
Oud-Zevenaarse kerk (middenschip, twee zijbeuken en toren) gereed.
In de eeuwen daarna wordt het kerkgebouw meerdere malen zeer ernstig beschadigd
maar steeds hersteld. Het kerkgebouw dat we nu kennen heeft dezelfde vorm als
dat van 1350.
| |
 |
In feite bestaat de Oud-Zevenaarse kerk uit twee kerken,
zoals nevenstaande afbeelding duidelijk laat zien. Een is gewijd aan Sint
Maarten (Martinus) en een aan de H. Maria.
Op de voorgrond zien we het hoge
water, dat de Liemers in het verleden altijd parten heeft gespeeld. Onze
voorouders waren zeer kwetsbaar niet alleen door overstromingen, maar ook door
misoogsten als gevolg van bijvoorbeeld droogte en natuurlijk was er altijd
gevaar van epidemieen. De goede oude tijd is echt een fabel.
|
|
1355 Vanaf 1355 neemt de macht van Kleef in de Liemers sterk
toe ten koste van Gelre.
 |
Afb.: Bezittingen van Gelre en Kleef (Kleve)
in de Liemers omstreeks 1350.
Voor 1350 bezit Kleef in de Liemers alleen: Groessen, Leuven (tussen
Oud-Zevenaar en Groessen), Oud-Zevenaar en Grondstein (nabij Elten).
In de periode na 1355 worden o.a ook Zevenaar, Huissen (Huussen), Wehl,
Duiven, 't Loo, Ooy, Babberich, Eltingen (Weel) en Elten deel van Kleve.
|
1360 Graaf Johan van
Kleef bouwt op de splitsing van Rijn en Waal de burcht Schenkenschanz. Deze
vlakbij Pannerden gelegen burcht wordt in 1586 omgebouwd tot een fort,
dat in de tachtigjarige oorlog een belangrijke rol speelt in de strijd tussen de
Spanjaarden en Nederlanders.
1370 De havezathe Poelwijk in
Oud-Zevenaar wordt voor het eerst in een archief vermeld. Deze havezathe is
omstreeks 1891 afgebroken en stond op de plaats waar nu de boerderij van de
familie Weenink staat. Deze boerderij draagt ook de naam Poelwijk.
|
 |
De havezathe Poelwijk zoals deze er omstreeks 1742
uitziet.
Op de achtergrond staat de Martinuskerk van Oud-Zevenaar.
|
1370 Een zekere Dideric van Ulft
verkoopt een aantal landerijen, waaronder de Hees in de Didamse
buurtschap Waverlo, aan de heer van den Bergh.
| |
 |
|
Het huis: De Hees te Didam
Tekening: M. de Raed, anno 1721 |
1378 Kasteel
Grondstein, gelegen tussen Elten en Lobith, wordt omstreeks deze tijd
gebouwd.
 |
Van het eens zo imposante kasteel Grondstein (afb.)
is in onze tijd niets meer over.
|
1379 's Heerenberg krijgt
stadsrechten.
1402 Nadat aan het
einde van de Middeleeuwen het militaire belang van kasteel Sevenaer
afneemt, blijft het in gebruik als kazerne en dient het na 1402 als
ambtswoning voor opeenvolgende ambtmannen van de Liemers, die
vanuit dit kasteel de Liemers besturen.
1406 Ambt Liemers (o.a
Zevenaar, Duiven, Loo, Groessen, Wehl), van oorsprong Gelders grondgebied, wordt
door Reinoud IV van Gelre aan het graafschap Kleef (Kleve) verpand.

Gezicht op Kleef (Kleve) omstreeks 1570, gravure Frans Hogenberg
Het ambt Liemers, dat in 1406 wordt verpandt aan Kleve, zou tot het begin
van de 19e eeuw Duits blijven.
1408 Het huis "Het Avesaet" in de buurtschap Grefflichem
bij Didam komt in het bezit van het geslacht Momm, dat de richters van
Didam zou leveren.
 |
Huis Avesaet in Didam
Links: getekend door M. de Raad (Raed) in 1721
Rechts: geschilderd door C.Tromp in 1958
|
 |
1409 In februari overstroming in Lobith en
omgeving. De hertogin van Gelre laat brood en haring aan de slachtoffers
uitdelen.
1410 Aernt van
Ceps wordt volgens het leenregister de eerste bezitter van de Didamse havezathe
Luynhorst (ook genoemd: Ludenhorst; Luunhorst; Lunhorst; Luinhorst). In 1440
wordt Aernt opgevolgd door Rulof Momme, stamvader van de Didamse tak van de
Momme.

De Luynhorst in 1721, pentekening van Maximilliaan de Raad.
1417 De keizer van het Duitse
rijk, Sigismund (1362 - 1432) verleent tijdens het concilie van Konstanz aan
graaf Adolf II van Kleef de hertogstitel.
1421 De vermaarde
St. Elisabethsvloed van 19 december 1421 veroorzaakt ook
schade in de Liemers. Op 20 december breekt bij Emmerik de rijndijk door
waardoor een omvangrijk gebied overstroomt.
1429 Voor het eerst
wordt in de Liemers een "richter" vermeld namelijk Johan van Linne. Een
richter wordt bij de rechtspraak bijgestaan door schepenen.
Tot het werk van richter en schepenen behoort ook het werk dat in de
tegenwoordige tijd door notarissen wordt verricht.
1432 Na een extreem koude winter overstroomt de Liemers
na het invallen van de dooi. De stad Arnhem stuurt haringen naar de
slachtoffers.
1439 In Oud-Zevenaar is al een
schoolmeester. Het schooltje staat naast de kerk.
1439 Op het Concilie van Florence wordt het vagevuur
ingesteld als overgangsgebied tussen hemel en hel. Volgens deze nieuwe leer
komen de meeste mensen na hun dood eerst in het vagevuur. Nabestaanden op aarde
moeten daarom flink bidden om de ziel te redden en die zo snel mogelijk in de
hemel te krijgen. In de latere tijd krijgen aflaten een kwalijke bijsmaak
doordat een aflatenhandel ontstaat. Maarten Luther (1483 - 1546) stelt deze
aflatenhandel aan de kaak.
1445 Het Huis Hamerden in
Westervoort is in het bezit van het geslacht Van Wytenhorst. De muurankers van
het huis vermelden het jaar 1681, maar dit moet de herbouw betreffen.
| |

Huis Hamerden in Westervoort |
|
. |

Pentekening Huis Hamerden van H. Kemperman |
1467 Ridder Johan van den Loo
sticht in Zevenaar een tehuis voor "zeven, arme en rechtschapen daklozen uit de
Liemers". Dit Loogasthuis in de (latere) St. Jansstraat heeft ongeveer
500 (!) jaar stand gehouden totdat het in de zestiger jaren van de 20e eeuw op
jammerlijke wijze door bulldozers met de grond gelijk wordt gemaakt.
 |
|
|
Het Loogasthuis vlak voordat het omstreeks 1960 met de
grond gelijk gemaakt wordt.
|
|
1483 Pestepidemie treft Arnhem en omgeving en
veroorzaakt veel dodelijke slachtoffers.
1486 Na een
strenge winter met veel sneeuw komt het Angerlose Broek onder water te staan.
Ook de Grote Gelderse Waard heeft te water met een watersnood waardoor pachter
Johan Lipholt zijn pacht niet kan betalen.
1487
Op 24 januari krijgt Zevenaar van Johan II, hertog van Kleef, stads-,
markt- en molenrechten. Het aantal inwoners
van Zevenaar(-stad) bedraagt dan ongeveer 500.
 |
|
Zevenaar in de 16e eeuw. De toren is van kasteel
(burcht) Sevenaer. De afbeelding betreft een detail van een kaart van Jan
Ruysch uit 1577.
De reden dat Zevenaar op 24 januari 1487 stadsrechten
verkrijgt, is vooral gelegen in de militaire omstandigheden van die tijd.
Zevenaar moet een strategisch steunpunt worden aan de grens met Gelre. Door
de stadsrechten heeft Zevenaar het monopolie op markten en de verkoop van
brood en bier en kan het stadsbestuur bovendien accijnzen heffen, die
overigens zwaar drukken op de bewoners.
Naast de toren van kasteel Sevenaer zijn twee torens te
zien. Vermoedelijk zijn dit de hoektorens van de voorburcht. |
1491 Begin februari breekt de Rijndijk tussen
Emmerik (Emmerich) en Rees door. Het gevolg is dat een groot gebied tot aan
Doesburg onder water komt te staan.
1492 Columbus maakt tijdens
zijn ontdekkingsreizen naar Amerika melding van een geurig kruid, "tabaco"
genoemd, dat door inlanders in brand wordt gestoken en waarvan de rook wordt
geïnhaleerd. Eeuwen later zal deze tabak vooral voor de Liemers bijzonder
belangrijk blijken: vooral in de 17e, 18e en 19e eeuw voor de tabaksteelt in de
Liemers en in de 20e eeuw voor de tabaksindustrie in Zevenaar (Turmac, Britisch
American Tobacco).
1495 Na een beleg dat
duurt van Goede Vrijdag tot Hemelvaart, 6 weken lang, vindt de verovering
plaats van kasteel Baar en volgt de volledige ondergang van deze
uit de 11e eeuw stammende burcht aan de IJssel, de oorspronkelijke stamzetel van
de heren van Baar.

Boven de ingang van de kerk in Lathum bevindt
zich in de nis een gedenksteen, die herinnert aan de verwoesting van het
kasteel Baar. Het is de enige herinnering aan de machtige burcht, die eeuwenlang
de wijde omgeving heeft beheerst.

Het eens zo roemrijke kasteel / burcht Baar volgens een
tekening uit de 17e eeuw
1504 In het begin van
de 16e eeuw is men in Zevenaar nog volop bezig is met de bouw van
stadstorens ter verdediging van de stad. Halverwege de 16e eeuw heeft
Zevenaar tenminste vier van deze torens, "Bergvredes" genoemd, een
benaming in het Duitse taalgebied, voor verdedigbare torens.
|
 |
|
In de loop van de 16e eeuw wordt op een van de
verdedigingstorens in Zevenaar een molen gebouwd. Deze molen,
Binnenmolen genoemd, met een muurdikte van meer dan drie meter stond in
de nabijheid van de Grietse Poort en was in ieder geval al in 1580 als molen
in gebruik.
In de loop van de 19e eeuw verliest de toren zijn functie als molen en raakt
in verval.
Afbeelding: Tekening van de Binnenmolen van A. Verhuell
(19e eeuw)
|
1517
Bernt van
Brandenborch, de oudste tot nu toe getraceerde voorvader in de directe
lijn van Sam, Simon en Sjef van
Keulen, wordt geboren. Hij wordt door Karel van Gelre in Ruurlo (landgoed
ten Nijenhar) uit de horigheid bevrijd en is de vader van
Jan (Jelis) van
Brandenburg, die in 1580 in Westervoort het levenslicht aanschouwt en
er later schout wordt.
1517 Maarten
Luther slaat zijn 95 stellingen aan de deur van de slotkerk in Wittenberg.
1521 Op 28 september 1521 zet
paus Leo X zijn handtekening onder de stichting van de Andreasparochie
in Zevenaar. Daarmee is de Andreasparochie de enige parochie in Nederland, die
ooit door een paus is gesticht. De eerste pastoor wordt Derck Rembolts uit
Duiven.
1532 In Zevenaar
wordt de Andreaskerk gebouwd. Aangezien deze kerk
ondergeschikt is aan de kerk in Oud-Zevenaar wordt de toren niet hoog. De
huidige toren (ongeveer 65 m) van de Andreaskerk is gebouwd aan het eind van de
19e eeuw.
| |
Deze afbeelding betreft een detail van een kaart van Jan
Ruysch uit 1577. Rechts zien we de toren van de St. Andreaskerk en links die
van slot Sevenaer.
Ruim 20 jaar later in 1598 zou de St. Andreaskerk door
troepen van Maurits worden leeggeroofd en in brand gestoken.
|
|
 |
|
1532
Maar liefst 37 kleine grondbezitters in Westervoort weigeren
de aanslag in de kosten van een nieuwe sluis van het polderdistrict te voldoen.
Het is een symptoom van algemene onwil en vooral onmacht door grote armoede
om nog meer lasten te dragen.
1549
De boerderij "Emmerick" in Westervoort staat vermeld en is in
1549 eigendom van Gijsbert van Bingerden. Na zijn dood gaat deze over op zijn
dochter Anna, de vrouw van Derick Cloeck, richter te Westervoort. Later
in een akte uit 1649 staat het Westervoortse “Emmerickse goet” als
havezathe vermeld. In 1769 kopen Huybert
van Keulen en zijn vrouw Dora van Groenen (voorouders van Sam, Simon en Sjef
van Keulen) de havezathe van de
familie van Schlauns.
1550 De Zevenaarse buitenmolen zoals we deze
nu kennen (als torenmolen) is omstreeks 1550 gebouwd. Op dezelfde plek stond al
in 1408 een standerdmolen, die is afgebroken om plaats te maken voor de
huidige torenmolen.
|
 |
Links: De Buitenmolen in Zevenaar, zoals deze er omstreeks 1920
uitziet.
Omstreeks 1970 wordt de molen in opdracht van de gemeente
Zevenaar, die de molen enkele jaren eerder heeft gekocht van Korthaus,
gerestaureerd. De molen is zeer bijzonder omdat deze behoort tot de oudste
nog bestaande molens in Nederland en bovendien de grootste is, die uitgerust
is met een houten as.
Rechts: De Buitenmolen na de restauratie |
 |
1557 De vermaarde cartograaf
Christiaan sGrooten, geograaf van de Spaanse koning Philips II, brengt
het gewest Gelderland in kaart.

De Lymers (Liemers) zoals in kaart gebracht door Christiaan sGrooten. Vermeld zijn onder
meer Aert (Aerdt), Herwen, Panderen (Pannerden), Tolhuys (Lobith), Sevenaer (betreft het huidige:
Oud-Zevenaar), Halsaff (kasteel Babberich), Dyem (Didam), Weell (Wehl), Duven (Duiven),
Westerfort (Westervoort), Baer, Lathem en Groessen.
1558 Willem de Laer
wordt pastoor van de Andreasparochie in Zevenaar. Hij blijft dit
gedurende een periode van 43 jaar (tot 1601) en wordt daarmee de langst
zittende pastoor van de Andreasparochie.
1565 Uitzonderlijk strenge winter waarin half december
1564 de vorst intreedt. Op 2e kerstdag vriest de Rijn dicht en tot in maart
blijft het ijs begaanbaar.
1566 De pest slaat vooral in Herwen
ongenadig toe: tweehonderd doden op een totale bevolking van ruim 600.
Onvoorstelbaar!!!
1567
Het algemene oproer bekend geworden als
Beeldenstorm gaat
volledig aan de Liemers voorbij.
1568 Begin van de
Tachtigjarige Oorlog. De strijd tussen Spaanse en Staatse troepen brengt de
bevolking in de Liemers regelmatig tot wanhoop.

De staatkundige indeling van de Liemers en de omgevende
gebieden in de 16e eeuw.
Geel: Kleefs gebied Groen: Gelders / Staats gebied
Licht Groen: Berghs gebied Wit: zelfstandig gebied.
1570 De periode
1570 tot 1600 is in de Liemers (en Achterhoek) een uiterst
onrustige tijd. De bevolking is wanhopig door rondtrekkende plunderende troepen: de ene keer Staatse en de andere keer Spaanse
troepen en daar
tussendoor rondtrekkende muitende bendes.
Verwoeste huizen en kerken, onbebouwde akkers, plundering, doodslag, zware maandelijkse oorlogscontributies en roof van
hele veestapels zijn aan de orde van de dag. De kerken van ondermeer 's Heerenberg, Zeddam, Etten, Gendringen, Netterden, Elten,
Oud-Zevenaar, Zevenaar en Didam worden in die periode geplunderd en zwaar beschadigd. In Hoog-Keppel en Drempt staat geen enkel huis
meer overeind.

Plundering van een dorp door Pieter Molijn
(Frans Halsmuseum, Haarlem)
Vooral tijdens de eerste helft van de Tachtigjarige Oorlog gaat de
bevolking van het Gelders - Kleefs grensgebied regelmatig gebukt onder de
wreedheden en plunderingen van Hollandse en Spaanse soldaten.
1572 De gothische spits van de Oud-Zevenaarse
kerk wordt op St. Vitusdag (15 juni) door troepen in brand geschoten. De
spits
verwoest in haar val de kerk.

De gedeeltelijk vernielde St. Martinuskerk in Oud-Zevenaar
1572 Begin juli
worden 19 katholieke priesters uit Gorcum ontvoerd naar Den Briel. Als ze daar
niet bereid zijn het katholieke geloof af te zweren worden ze een voor een
opgehangen. De herinnering aan dit gebeuren, dat bekend staat als een van de
dieptepunten in de opstand tegen Spanje, blijft tot ver in de 20e eeuw bij veel
katholieken, ook in de Liemers, levend.
|
 |
Links:
Martelaren van Gorcum worden in een schuur terechtgesteld (19e eeuws
schilderij van Cesare Fracassini)
Rechts:
Beeld van pater Claas Pieck in de bedevaartskerk in Brielle
Claas Pieck is de eerste, die wordt opgehangen, na hem volgen nog 18 paters.
De ontvoering
van de 19 priesters vindt plaats door watergeuzen onder leiding van hun in 1571 door Willem van
Oranje benoemde opperbevelhebber Lumey. Wanneer de priesters niet bereid zijn om
het katholieke geloof af te zweren, worden ze in een schuur een voor een
opgehangen. Na hun dood worden de
19 martelaren van Gorcum
voor veel katholieken
ook in de Liemers lichtende bakens in een periode van onderdrukking en
duisternis. De herinnering aan het gebeuren in 1572 blijft tot ver in de 20e
eeuw levend. Veel katholieken sluiten tot ver in de 20e eeuw hun dagelijks
gebed af met: "heilige martelaren van Gorcum bidt voor ons".
|
 |
1573
Reeds eind oktober begint in de Liemers een lange zeer strenge winter waarin
vrijwel alle wintervoorraden verloren gaan met grote tekorten en honger tot
gevolg.
1573 Uit een in 1573 in opdracht van
de Spaanse koning door Christiaen 's Grooten getekende kaart van de Liemers
blijkt dat de Oud-Zevenaarse kerk op een terp is gebouwd.

Gedeelte van de door Christiaen 's Grooten in 1573 getekende
kaart van de Liemers. Duidelijk is te zien dat de kerk van Oud-Zevenaar op een
terp is gebouwd. Momenteel is dat niet meer te zien omdat in de loop der tijd de
dijk met een bocht om de kerk heen en deels over de terp is komen te liggen. Op
de achtergrond zien we het stadje Zevenaar getekend.
1580
Jelis (Jan)
van Brandenburg (voorvader in de directe lijn van
Sam, Simon en Sjef van Keulen) wordt in Westervoort geboren. Hij is de zoon van Bernt
van Brandenburg die door Karel
van Gelre in Ruurlo, landgoed Ten Nijenhar, uit de horigheid is bevrijd. Jan van
Brandenburg wordt later schout (dorpshoofd) van Westervoort. Voor meer informatie
klik hier.
1581 De periode
1581 tot 1603 verloopt voor de bevolking in het Gelders - Kleefs grensgebied
rampzalig. De Tachtigjarige Oorlog, een meedogenloze strijd tussen Spaanse
en Staatse troepen, maakt veel slachtoffers onder de bevolking. Zowel Staatse
als Spaanse soldatenbendes trekken regelmatig plunderend en brandstichtend rond.
De terreur wordt mede veroorzaakt door de slechte betaling van vooral de Staatse
soldaten.
1582 Zevenaar,
Elten, Lobith en Didam worden volledig leeg geplunderd door Staatse troepen en
soldatenbendes.
1584 Op 26 januari vindt in de avonduren een
dijkdoorbraak plaats bij de Oliemolen van Leuven / Leuffen
(buurtschap tussen Oud-Zevenaar en Groessen). Het betreft de oudst bekende melding
van een dijkdoorbraak in de Liemers.
1585 De Oud-Zevenaarse kerk is door
oorlogshandelingen in een ruine veranderd. Het zal tot 1866 duren
alvorens de kerk weer de oorspronkelijke vorm van 1350 terug heeft en het
herstel volledig is afgerond. Ook de Stiftskerk van Hoog Elten wordt volledig
verwoest door plunderende Staatse troepen.
 |
|
De St. Vitus in Hochelten is gebouwd tussen 1100 en 1150.
De tekening links toont de toestand van 1150 tot 1585.
Na de verwoesting in 1585 wordt de St. Vitus tussen 1670
en 1677 weer tot de halve grootte opgebouwd. In maart 1945 wordt deze kerk
door artillerie-geschut van Canadese eenheden vanuit Kleef zeer zwaar
beschadigd. Een groot deel van de toren, het dak en het gewelf van het
middenschip storten daarbij in en velen vrezen dat sloop onvermijdelijk is.
Mede door de inspanningen van textielfabrikant dr. J.H. van Heek vindt in de
naoorlogse jaren wederopbouw van de kerk plaats waardoor deze nu op Duitse
bodem de noordelijkste van de romaanse kerken aan de Rijn is..
|
|
1586 Tijdens de
tachtigjarige oorlog speelt de beheersing van de rivieren een belangrijke rol.
Op de splitsing van Rijn en Waal in de nabijheid van Pannerden wordt daarom
onder leiding van Maarten Schenk van Nydeggen de door Graaf Johan van Kleef
omstreeks 1360 gebouwde burcht uitgebouwd tot
een fort (Schenkenschans). Het fort, de 'toegangspoort' tot de
Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden, wordt lange tijd als onneembaar
gezien. Door verandering in de loop van de Rijn verliest het fort in het begin van de 18e
eeuw haar strategische betekenis.
 |
Schenkenschans (afbeelding links) wordt in 1635 door de Spanjaarden
veroverd op de Nederlanders maar een jaar later alweer door Frederik Hendrik
van Oranje heroverd.
In 1672 wordt Schenkenschans door Nederland zonder slag of stoot
overgeleverd aan Frankrijk maar in 1681 komt het fort weer in Nederlandse
handen. In 1816 wordt het bij het Koninkrijk Pruisen gevoegd. en worden de
vestingwerken afgebroken.
Momenteel is Schenkenschanz een klein, stil en vriendelijk Duits dorpje
vlakbij Kleve.
|
|
1587 In de
Gelderse gedeelten van de Liemers wordt de kinderdoop verboden omdat
deze als "Paaps" wordt gezien. De Hervormde godsdienst wordt tot officiele
godsdienst uitgeroepen. In diverse Gelderse plaatsen zoeken mensen wegen om de
katholieke godsdienst te kunnen blijven uitoefenen. Zo zoeken veel inwoners van Pannerden hun kerk in het naburige dorp Hulhuizen, dat Kleefs territorium
is. Ook omdat leden van het hooggraaflijk Huis Bergh, bezitters van de
Heerlijkheid Pannerden, de katholieke godsdienst trouw blijven, krijgt de van
boven opgelegde reformatie in Pannerden weinig voet aan de grond.
1589 Prins Maurits
schuift de neutraliteit van Zevenaar terzijde en legert zijn troepen op de
burcht en in de stad Sevenaer.
1590 De Didamse
kerk moet aan protestanten worden afgestaan.
 |
|
De 15e eeuwse Gothische kerk in Didam, die in 1590
protestants wordt. Ruim 360 jaar later, in 1951, zal de kerk weer katholiek
worden. |
1595 Na een extreem
koude winter volgen in maart zware overstromingen. De Lijmerse bandijk breekt op
diverse plaatsen door.
1598 Zevenaarse Andreaskerk wordt door troepen van
Maurits leeggeroofd en in brand gestoken.
1598 Van de Groessense pastoor
Jacob Vallick verschijnt bij Willem Andriesz in Hoorn een herdruk van de zeer vermaarde publicatie "Tooveren".
|
 |
Afbeelding: Titelblad van de publicatie "Tooveren"
van Vallick.
In zijn boek benadrukt Jacob Vallick dat onheil niet het werk is van de
duivel, laat staan van een heks maar van God, die hooguit gebruik maakt van
Satans diensten.
Vallick staat dus terughoudend tegenover geloof in duivelse krachten en
hekserij. In zijn tijd zijn veel mensen beducht voor duivels en heksen.
Vallick is van oordeel dat tegenslag een louterende werking heeft voor de
geest omdat het voorkomt dat je als mens zelfgenoegzaam wordt.
Het boek "Tooveren" is geschreven in de vorm van een
dialoog tussen Elizabeth aan de ene kant en haar buurvrouw Mechtilde en een
pastoor aan de andere kant. Elizabeth wijdt de ziekte van haar echtgenoot,
haar koeien en paarden aan hekserij, en beschuldigt ook een specifieke heks.
Mechtilde en de pastoor vermanen haar echter: een dergelijke reactie op
tegenslag is een teken van geestelijke zwakte. |
1599 Nadat de
Spanjaarden door het leger van Prins Maurits zijn verslagen komt het
Geldersch eiland onder het gezag van de Staten van Holland. De uitoefening
van de katholieke godsdienst in het openbaar wordt verboden, de kerkgebouwen
komen in handen van de gereformeerde kerk. De meerderheid van de bevolking
blijft echter de moederkerk trouw mede omdat vanuit de omliggende Kleefse
gebieden priesters in het geheim godsdienstoefeningen houden.
1600 Alle pastoors in het Gelderse deel van de Liemers
zijn omstreeks 1600 aan de kant gezet en veelal vervangen door dominees. Het
betreft de plaatsen: Angerlo, Beek, Didam, Etten, Gendringen, 's-Heerenberg,
Lathum, Westervoort en Zeddam. Ook Aerdt en Pannerden hebben inmiddels een
dominee maar deze plaatsen behoren door de stroom van de Rijn tot de Betuwe.
In de Kleefse gebieden in de Liemers (Duiven, Groessen, 't Loo, Oud-Zevenaar,
Wehl en Zevenaar) is wel sprake van godsdienstvrijheid.
1602 De Staten van
Gelderland starten onderhandelingen over teruggave van Lobith dat naar hun
overtuiging ten onrechte door Kleve (Kleef) wordt bezet. Het zal echter tot 1816
duren alvorens Lobith en haar omgeving Nederlands wordt.
|
Kasteel Het Tolhuis in Lobith in 1674, kort nadat het in het
rampjaar 1672 nog dienst heeft gedaan als militaire wachtpost. |
. |
1602 Zevenaarse Andreaskerk wordt
door brand opnieuw ernstig beschadigd. Pas in 1605 kunnen er weer erediensten
worden gehouden.
| |
 |
|
Een beeld van Zevenaar met de Andreaskerk omstreeks 1640 (tekening
van de uit Lisse afkomstige Abraham Rademaker).
Op de voorgrond het riviertje de Aa, dat vanuit de Rijn
bij Oud-Zevenaar stroomde naar de moersasachtige gebieden van 't Grieth ten
noorden van Zevenaar. De huidige Oud-Zevenaarseweg ligt in de bedding
van het vroegere riviertje de Aa.
|
1608 Een ontstellend koude winter zorgt voor grote
problemen. In januari en februari vriest het zo hard dat zelfs de oudste mensen
zich niet kunnen herinneren dit ooit eerder te hebben meegemaakt.
1609 Het Kleefse hertogelijke geslacht is
uitgestorven. Het hertogdom Kleef komt door vererving in het bezit van de
keurvorst van Brandenburg. De Kleefse gebieden in de Liemers (o.a Zevenaar,
Wehl, Duiven, Huissen) worden deel van Brandenburg.

Zes generaties hertogen van Kleve met op de achtergrond
het historische Kleve
v.l.n.r: Adolph IV (1417 - 1448), Johann I (1448 - 1481), Johann II (1482 -
1521), Johann III (1521 - 1539), Wilhelm (1539 - 1592) en Johann Wilhelm (1592 -
1609)
1611
Zevenaarse protestanten proberen een samenkomst te beleggen hetgeen
door een deel van de bevolking wordt verhinderd. Aangezien in de Kleefse
gebieden van de Liemers (o.a Zevenaar) in tegenstelling tot de Gelderse gebieden
(o.a Westervoort) godsdienstvrijheid bestaat, wordt de katholieke burgemeester
van Zevenaar, Gerhart van Leeuwen, ontslagen en komen de belangrijkste
bestuurlijke functies in Zevenaar voorlopig in protestantse handen.
1613 In Zevenaar
bevindt zich een leerlooierij bij de oprijlaan van het huis Enghuizen,
vlakbij de Kerkstraat. Deze leerlooierij heeft daar meer dan tweehonderd jaar
gestaan en gezorgd voor enorm veel (stank)overlast.
1618 De
Dertigjarige Oorlog (1618 - 1648) brengt veel armoede. In Zevenaar kan
het stadsbestuur niet meer aan de financiele verplichtingen voldoen en leent
daarom honderd rijksdaalders bij burgers (Ott Hetterscheid, Jan Kerckwijk en Jan
Bloemers) die daarvoor als onderpand het onroerend goed "De Doelen" verwerven.
1625 Boerderij de Poeldijk in Duiven wordt
gebouwd. Deze boerderij aan de Ploenstraat, gelegen tussen de havezathen Ploen en
Magerhorst, staat er heden ten dage nog altijd. Onderstaande foto is van 1964.

In 1880 kochten de over-over-overgrootouders van Sam,
Simon en Sjef:
Theodorus Jurrius (1837 - 1900) en zijn vrouw
Maria Wilhelmina Cunera Jurrius-Peters (1854 - 1920) de Poeldijk. Ze
bleven er tot hun dood wonen.
Opmerking: Op zaterdagavond 18 oktober 2008 heeft een grote uitslaande
brand, die bestreden werd door de brandweercorpsen van Duiven, Arnhem en
Zevenaar, het woonhuis van de Poeldijk verwoest
(zie tijdsbalk: jaar
2008).
1635 Na een strenge winter volgt
als gevolg van een dijkdoorbraak bij Loo een zware overstroming. De
Spanjaarden moeten in verband met het hoge water Schenckenschans ontruimen.
1636 In april 1636
lukt het Frederik Hendrik, die inmiddels Maurits is opgevolgd, het
fort Schenkenschans te heroveren.

Het beleg van Schenkenschans in 1636 geschilderd door
Gerrit van Santen
De Schenkenschans, een in 1586 gebouwde vesting in de nabijheid van o.a
Pannerden en Tolkamer volgens aanwijzingen van de militair
Maarten Schenk op
een strategisch punt, waar Rijn en Waal zich van elkaar afsplitsen.
1636
Pestepidemie treft o.a. Zevenaar. "Godt de Heere besocht meer als die helfte
der burgerie met die pest".
|

Zevenaar en omgeving in 1646 volgens Johannes
Janssonius (Ducatus Gelriae pars prima quae est neomagensis). Merk op dat: zuid boven, noord
onder, oost links en west rechts is getekend.
|
|

Detail: Babberich heet 'Halsaf' (naar het
kasteel) en Oud-Zevenaar 'Oudekerck'. Didam heet 'Dyem'.
|
|
1643 Jan Fontain koopt de
Pannerdense molen (afb.) voor 2500 Rijnsche Guldens. Ruim 150 jaar
later in 1803 zou deze molen gesloopt worden nadat bij een eerdere dijkdoorbraak
naast de molen, wel het molenhuis maar niet de molen verloren ging.
|
 |
|
1644 Ruysdael schildert
het kerkje van Aerdt.
|

Schilderij van Ruysdael met kerkje van Aerdt en op de
achtergrond het Lobithse Tolhuis. |
1647 De Kleefse Hertog
verpandt de plaats Wehl aan de Graaf van Bergh. Hierdoor wordt
Wehl afgesplitst van het Ambt Liemers, waartoe blijven behoren: de
stad Zevenaar (bestuurlijk centrum), Oud-Zevenaar, Groessen, Loo en Duiven.
|
1648 Einde van de Tachtigjarige
Oorlog: Vrede van Munster. De Republiek der Nederlanden wordt door Spanje
als een zelfstandige staat erkend. |

Grens van de Republiek in 1648
Merk op: grootste deel van de Liemers maakt geen deel uit van de Republiek
maar behoort tot het Duitse Rijk. |
1650 De havezate Enghuizen
komt in het bezit van de familie Von Hasenkampf. In de Tweede Wereldoorlog
(1945) wordt Enghuizen, gelegen aan de Kerkstraat in Zevenaar op enkele
honderden meters van Turmac / BAT), ernstig beschadigd. Helaas is het omstreeks
1950 afgebroken.

| |
Enghuizen wordt voor het eerst vermeld in 1467. De
hoektoren is een 19e-eeuwse toevoeging. In 1873 doet de toenmalige eigenaar,
pastoor Pelgrom, het over aan zijn neef Von Motz. Tot dat de havezathe in
de Tweede Oorlog zwaar wordt beschadigd blijft Huize Enghuizen een parel
voor Zevenaar. Als kind herinner ik me het door het bombardement ernstig
beschadigde pand nog goed.
|
|
| 1653 Jan de Goyer
schildert Gezicht over de Rijn naar de Eltense berg. |

Jan de Goyer: "Gezicht
over de Rijn" (Mauritshuis, Den Haag) |
1656 Omdat er
in Zevenaar nog geen eigen kerkgebouw is (komt pas in 1660 gereed) wordt de
Gereformeerde predikant in de R.K Sint Andreaskerk begraven. De reformatie in
het Ambt Liemers voltrekt zich geleidelijk en in beperkte mate, enkele
uitzonderingen daargelaten zijn er geen grote spanningen.
| 1657 De
Arnhemse schrijnwerker Meester Henrick Widtfelt maakt een prachtige preekstoel
voor de Zevenaarse St. Andreaskerk. |
|
 |
Voor de schitterende preekstoel, die heden ten
dage nog altijd de Andreaskerk siert wordt 160 daalders betaald. De
preekstoel wordt over de Rijn (nu Oude-Rijn) naar Oud-Zevenaar vervoerd
waarna deze per kar naar Zevenaar wordt gebracht.
De preekstoel telt acht panelen met de heiligen: Petrus, Mattheus, Marcus,
Maria, Lucas en Johannes. |
1659 Kennelijk is de
preekstoel in de R.K Kerk in Zevenaar in de smaak gevallen want in 1659 maakt de
Arnhemse schrijnwerker Meester Henrick Widtfelt (Wijtvelt) opnieuw een
schitterende preekstoel dit keer
voor de nieuwe Reformeerde Kerk in Zevenaar voor een bedrag van 400
Hollandse guldens.
 |
Links: Het voorfront van de preekstoel in de Reformeerde
Kerk (momenteel Ontmoetingskerk). Er zijn veel overeenkomsten met de
preekstoel in de katholieke Andreaskerk van Zevenaar (rechts). De panelen
zijn echter verschillend. Calvinisten zagen de beeldencultus van katholieken
als afgodendienst.
Op de voorzijde van de preekstoel in de protestante kerk
(links) zien we een sierschild en aan de voorzijde van de preekstoel in de
katholieke kerk (rechts) zien we Maria.
|
 |
|
1660 De oudste tot nu toe bekende
voorouder Polman
van Sam, Simon en Sjef van Keulen uit de Gelderse Liemers,
Theodorus Polman, wordt omstreeks 1660 in Zeddam geboren.
1660 Omstreeks deze tijd
schildert Anthonie van Borssom de Rijn bij Lobith.
 |
De Rijn (later: Oude Rijn) bij Lobith omstreeks 1660
(Anthonie van Borssom)
Op de achtergrond de molen en de kerk van Laag-Elten |
1660 1 mei: De Hervormde kerk aan de Markt in
Zevenaar wordt in gebruik genomen.
|
 |
De Hervormde kerk op de Zevenaarse Markt is in de loop
der tijd vrijwel in de originele staat gebleven.
De naam van het gebouw is tot ver in de 19e eeuw
"Reformeerde kerk". Door een scheiding binnen de Calvinisten wordt vanaf de
19e eeuw de aanduiding "Hervormde kerk" gebruikelijk. Vanaf 2001 draagt het
kerkgebouw de naam "Ontmoetingskerk".
|
1666 Pestepidemie treft Zevenaar e.o. (naar later zal
blijken) voor de laatste keer.
Uit het kerkarchief: "De pest brak uit in
het huis van Arent Hendriksen, smid in de Diemsestraat (Didamsestraat).
Op de 1e October heeft pastoor Ontijt over de achterdeur het H.Oliesel
toegediend aan de twee dochters Hendriksen, die beide weldra bezweken. Op 2
October des avonds heeft de pastoor over de achterdeur Arent Hendriksen en zijn
echtgenote bediend, die beide op 15 October zijn gestorven. Arent Hendriksen had
eerst nog zijn vrouw in de kist gelegd voor hij zelf stierf. Joost Jansen,
bijgenaamd "Kraai", zadelmaker, die zelf ook in dit huis woonde, is 13 October
in de Heer ontslapen, hij werd ook door de gesel van de pest getroffen. Joost
Jansen en zijn echtgenote waren op 2 October bediend."
1669 In Zevenaar
vestigt zich voor het eerst een medisch doctor (med. dr.). Het is Gisbertus
Heckhuis, die maar kort in Zevenaar zijn praktijk uitoefent en in 1670 al weer
vertrekt naar Zutphen.
1672 Het leger van
koning Lodewijk XIV trekt bij Lobith over de drooggevallen Nederrijn.
|
 |
|
Een uit Elten afkomstige boer vertelt waar de Rijn
doorwaadbaar is waardoor Lodewijk XIV in 1672 bij een extreem lage
waterstand met 120.000 man de Rijn kan oversteken.
Schilderij van Adam Frans van der Meulen. |
1673 In
Zevenaar-stad overlijdt pastoor Ontijt (*Groessen. Hij was pastoor in Zevenaar
vanaf 1651 dus ook tijdens de vreselijke pestepidemie van 1666.
1675 De tabaksteelt in de Liemers komt tot
bloei.
1677 De
abdijgebouwen op de Elterberg, die in 1585 volledig zijn verwoest,
zijn door de vermaarde bouwmeester Jacob Vingboons herbouwd.

Eltenberg (afb.: S. Fokke, 1750) zoals
deze er in het midden van de 18e eeuw uitziet.
1681 De paters
Franciscanen bouwen in Elten een nieuw klooster (zie voor tekening
Jan de Beijer jaar 1737). Paters van dit klooster zouden een belangrijke rol
spelen bij de recatholisering van naburige Staatse gebieden in de Liemers (o.a.:
Didam, Beek en Zeddam).

Het Franciscanenklooster in Elten, gebouwd in 1681 ter vervanging van
het in 1572 verwoeste klooster in de Briemer bij Emmerik.
J.H.A. van Heek maakt in 1952 kort voor afbraak van het zwaar
beschadigde klooster bovenstaande tekening. |
|
|
1682 Ernstige wateroverlast in de Liemers
en ook in Zevenaar-stad. |
 |
Elterberg, zoals getekend door de Haarlemse
tekenaar Abraham Rademaker (1677 - 1735)
In tijden van ernstige wateroverlast biedt de Elterberg velen bescherming. |
1683
Voor de tweede keer vestigt zich in Zevenaar een universitair opgeleide
medicus. Het is de uit Altena in Westfalen afkomstige dr. Johan Andries
Hecking, die er tot 1693 zijn praktijk uitoefent. Tevens is hij in die periode
schepen en landschrijver van de Lymers. In 1693 vertrekt dr. Hecking naar
Zutphen, waar hij tot 1734 stadsgeneesheer en landschrijver is.
1685 Kasteel
(casteel / burcht / slot) Sevenaer wordt gesloopt. In de loop der
tijd had het kasteel zijn waarde als verdedigingsobject verloren en was het
volledig afgetakeld. Bij de sloop van de burcht met zijn vier tot vijf meter
dikke muren komt een enorme massa puin vrij. Uit archiefstukken en recent
archeologisch onderzoek is gebleken dat Kasteel Sevenaer heeft gestaan aan de
westzijde van de oude stad in de omgeving van de huidige
supermarkt Coop aan de Nieuwe Doelenstraat in Zevenaar. De contouren zijn
heden ten dage terug te vinden op de parkeerplaats op het Masiusplein.
1686
Voor de tweede keer vestigt zich in Zevenaar een universitair opgeleide
medicus. Het is de uit Altena in Westfalen afkomstige dr. Johan Andries
Hecking, die er tot 1693 zijn praktijk uitoefent. Tevens is hij in die periode
schepen en landschrijver van de Lymers. In 1693 vertrekt dr. Hecking naar
Zutphen, waar hij tot 1734 stadsgeneesheer en landschrijver is.
1693 Gedurende een
periode van bijna honderd jaar van 1693 tot 1785 heeft Zevenaar geen geneesheer.
De dichtstbijzijnde plaats met een medicus is in die periode Elten.
|
Vanaf 1693 is Elten (afbeelding van Jan de
Beijer, 1743) vele decennia voor inwoners van Zevenaar de
dichtstbijzijnde plaats met een arts.
|
 |
1701 De keurvorst van Brandenburg mag zich koning
van Pruisen noemen, waardoor Zevenaar en het Ambt Liemers onderdeel worden
van het Koninkrijk Pruisen, dat uitgroeit tot een machtige staat.
1702 Dysenterie - epidemie treft onder meer
Zevenaar. Vanwege de waterdunne diarree vermengd met bloed wordt de aandoening
in de volksmond "rode loop" genoemd.
1703 De Boterdijk bij Lobith breekt door.
1705 In
Zevenaar wordt een Latijnse school gesticht.
1707 Op 14 november wordt
het Pannerdens kanaal (Nieuwe Rijn) geopend.

De militaire dreiging vanuit Frankrijk omstreeks 1700
was de directe aanleiding voor de aanleg van het Pannerdens kanaal. De
Neder-Rijn en IJssel waren doorwaadbaar en daardoor zwakke plaatsen in de
defensie van de Republiek der Vereenigde Nederlanden. De situatie voor de
scheepvaart was daarnaast een belangrijke bijkomstigheid. Dankzij de aanleg van
het Pannerdens kanaal (Nieuwe Rijn) werden Neder-Rijn en IJssel beter
bevaarbaar. Gedurende de eerste zestig jaar na de aanleg van het kanaal had de
aanleg echter een rampzalige invloed op de hoogwaterveiligheid. Talrijke
dijkdoorbraken in de 18e eeuw waren een direct gevolg van de aanleg van het
Pannerdens kanaal. In de loop der tijd is de rol van het kanaal voor de
waterhuishouding echter drastisch gewijzigd en is het nu de "hoofdkraan
van Nederland".
1707 Door het Pannerdens Kanaal worden Aerdt,
Herwen en Pannerden van de Overbetuwe afgesneden en behoren vanaf nu tot de
Liemers.
 |
|
Het door het Pannerdens kanaal ontstane "Gelders Eiland"
heeft zowel economisch als cultureel belemmerend gewerkt. Aan de andere kant heeft de geisoleerde ligging voor een
hechte gemeenschaps gezorgd.
Regelmatig hebben in de Liemers overstromingen
plaatsgevonden. De laatste in 1926. In 1995 was het elders in Gelderland
uitermate spannend, enkele honderdduizenden mensen werden (30 januari - 6 februari
1995) preventief geevacueerd maar gelukkig bleef een dijkdoorbraak uit.
De hoogste waterstand van de Rijn tijdens de overstroming
van 1926: 16,92 m boven N.A.P; de hoogste stand Rijn in 1995: 16,69 m boven
N.A.P; de laagste stand van de Rijn ooit gemeten (2003) bedroeg 6,91 m boven
N.A.P. Het verschil tussen hoogste en laagste stand bedraagt dus ruim 10
meter. |
1709 Zeer strenge winter, vanaf Driekoningen (6
januari); veel vee doodgevroren.
1711 In het voorjaar
zijn er diverse dijkdoorbraken zoals: IJsseldijk bij Lathum en de
Boterdijk bij Lobith. Veel voedselvoorraden gaan verloren, weiden blijven lang
onbruikbaar en op grote schaal wordt honger geleden.
1712 In Zevenaar vestigt
zich de eerste apotheker. Het is Joseph Haverkamp.
1719 Een grote
brand vernietigt een groot deel van Elten.
1719 Op 17 oktober overlijdt de Zevenaarse doodgraver
Engel van Haren op een leeftijd van honderd jaar. Van de Lijmers wordt vaak
beweerd dat veel mensen een hoge leeftijd bereiken omdat de lucht er gezond is.
1714 Veepest
veroorzaakt in de Liemers de dood van veel runderen en grote armoede onder de
bevolking.
1727 Grote brand in Zevenaar,
tientallen huizen worden verwoest, een persoon komt in de vlammen om; 115 mensen
dakloos.
1729 Een
pokkenepidemie maakt in Duiven vele tientallen dodelijke
slachtoffers.
1735 De rechten van de heerlijkheid Westervoort
worden door de stad Arnhem gekocht van de graven van Bergh.
| |
 |
|
Pentekening Westervoort, augustus 1742
(Jan de Beyer) |
1735 In de nacht van 14 op 15 oktober brandt het
kasteel Huis Bergh volledig af.
Tien jaar wordt gewerkt aan de herbouw.
1737 De reizende
tekenaar Jan de Beijer tekent vanaf Eltenberg het gezicht op Elten en het
Franciscanenklooster.

Jan de Beijer: Gezicht op Elten (1737)
1737 Graaf Otto Bijlant - Palsterkamp koopt Huis
Sevenaer.
In
Zevenaar vestigt zich chirurgijn Hendrik Kreeft, die zijn praktijk meer dan
veertig jaar zal uitoefenen.
1738 Naast
het Loogasthuis in de St. Jansstraat in Zevenaar komt een schooltje.

Op deze foto van het begin van de 20e eeuw is aan de zijkant van de Andreaskerk het Loogasthuis
(met schoorsteen) duidelijk
zichtbaar. Rechts van dit Loogasthuis zien we de achterzijde van het
schoolgebouw uit 1738.
1740 In Zevenaar wordt
een posthouder aangesteld. Het is Jacobus Pleunissen, geboren op 23 maart
1700 in Zevenaar. Hij is naast posthouder ook kerkmeester en koopman. Als
posthouder wordt Jacobus opgevolgd door zijn zoon Nicolaas Joseph Pleunissen.
1740 Half december overstroomt
de Pannerdense polder als gevolg van een doorbraak in de Kanaaldijk tijdens
een zware storm.
1741 Een in
economisch opzicht voor de Liemers belangrijke verandering
betreft de wijziging van de postroute Arnhem - Keulen. De
postwagens rijden niet meer via Doesburg, Doetinchem, Anholt en Wezel maar
worden vanaf 1741 geleid via Zevenaar, Elten, en Kleve.
| |
De postwagen zoals deze vanaf 1741 moet hebben gereden
van Arnhem via Westervoort, Duiven, Zevenaar en Elten naar Emmerich.
Door de komst van de postwagens moet de weg door de Westervoortse polder
worden verlegd en verbeterd voor de somma van 30000 daalders.
In Zevenaar stijgen de inkomsten als gevolg van de nieuwe postweg door de
inning van tolgelden met tientallen daalder per jaar. Deze tolgelden moeten
worden betaald ter hoogte van de Blekse Poort (Arnhemse Poort) in Zevenaar. |
|
 |
|
1742 In Westervoort wordt
fort "Geldersoord" met een inundatiesluis aangelegd. Het
betreft een verdedigingswerk waarbij een gebied tussen Westervoort en
Doesburg onder water kan worden gezet. Nadat in het begin van de 19e eeuw
Duiven en Zevenaar bij Nederland komen, verliest het fort zijn
strategische betekenis.
|

Pentekening: inundatiesluis Geldersoord in Westervoort
(eind 18e eeuw)
|
1743 Door kwel-
en regenwater komt Ambt Lijmers in het voorjaar onder water te staan. Het vee
moet weken langer op stal blijven. Meer dan honderd runderen en tientallen
paarden sterven als gevolg van ondervoeding. De bevolking klaagt dat de Lijmers
steeds meer in een moeras dreigt te veranderen.
1743 De reizende tekenaar Jan de Beijer (1703
- 1780) tekent in de zomer van 1743 de Liemerse kastelen Grondstein
(bij Elten) en Huis Bergh in 's-Heerenberg.
|

Kasteel Grondstein (1743)
|
: |

Huis Bergh (1743) |
1743 Bartrudis Evers wordt op 6 juni
wegens kindermoord op de markt in Zevenaar onthoofd. Zij heeft in
de gevangenis, waar met toestemming van de rechter (Fredericus Hecking)
priesters van de Sint Andreaskerk haar vrij mogen bezoeken, veel berouw getoond.
De Zevenaarse pastoor Van der Veecken verleent de vrouw bij de terechtstelling
geestelijke bijstand en zorgt voor een eervolle begrafenis. Zij wordt begraven
op een niet gewijde begraafplaats gelegen aan de Schievestraat achter de
Touwslagersbaan.
1744 Omstreeks 10 maart komt geheel
Pannerden onder water te staan als gevolg van een doorbraak in de Kanaaldijk.
Ook een groot deel van Ambt Lijmers heeft te maken met de wateroverlast. Alleen
de stad Zevenaar blijft droog maar het juist bij de stad gelegen Zevenaarse
Grieth komt onder water evenals grote delen van Duiven, Groessen, Angerlo,
Giesbeek, Lathum en Westervoort. Tot overmaat van ramp is er in de Liemers in
1744 een zeer ernstige veeziekte.
1745
Heemraad (waterschapslid) Peters stelt voor om de heemraden (waterschapsleden)
een extra toelage (bonus) te geven voor het werk verricht tijdens de
laatste overstroming. Dit voorstel voortkomend uit eigen kring alsmede vele
andere voorbeelden geven geen hoge dunk van de motivatie en de inzet waarmee
veel heemraden hun werk verrichten. Van veel heemraden kan worden gezegd dat
ze meer oog hebben voor hun eigen belang dan het belang van anderen.
1745 Eeuwenlang heeft Huis Sevenaer
het gezicht van Zevenaar bepaald.
 |
Pentekening (Paul van Liender / Jan de
Beijer) van Huis Sevenaer (1745).
In de 19e eeuw stort de toren in, die bij een verbouwing in die eeuw niet
wordt hersteld.
|
1747 Dijkdoorbraak bij Leuven,
buurtschap tussen Oud-Zevenaar en Groesssen.
1747 Een nieuwe golf
van veepest veroorzaakt bittere armoede.
1751
Adam (Daam) van Keulen, de oudst bekende voorouder van
Sam, Simon en Sjef van Keulen met naam "van Keulen" / "Coelen", overlijdt in
Westervoort. Vermoedelijk is Daam dan wel zijn vader uit het Duitse Rijnland
(Keulen) naar onze streek gekomen om er te werken en is hij net als veel anderen
hier gebleven.
 |
Het boerenbedrijf in de 18e eeuw ten tijde van
Adam van Keulen
Bron: Kadastrale atlas van de Lijmers van omstreeks 1790
Tot omstreeks 1800 komen veel
mannen uit het Duitse Rijnland onder meer naar onze streek om te werken en geld
te verdienen. Velen van hen waaronder ook Adam van Keulen dan wel zijn
voorvader, zijn in onze omgeving blijven hangen.
|
|
1752 Nadat het
geslacht (von) Cloeck tenminste twaalf generaties eigenaar is geweest van
de Berenclaauw in Groessen verkopen de broers Frederik Jan en
Andries het landgoed aan de Kleefse "Zollbeseher"
(douanebeambten) Von Leeuwen en Von Elsbruch. De nieuwe eigenaars verkopen
het goed twintig jaar later in 1772 aan Antonius van Hugenpoth tot Aerdt,
stamvader van de tak Van Hugenpoth tot den Beerenclaauw. |

Beerenclaauw, schets 1750 |
1753 Op 19 december vindt dijkdoorbraak
plaats bij de buurtschap Leuven / Leuffen (buurtschap tussen
Oud-Zevenaar en Groessen). Een zeer omvangrijk gebied tot Steenderen komt
gedurende een lange periode onder
water.

Doorbreken van Rhijndijk in 1753
Meer dan drie maanden lang, tot eind maart 1754 blijft het water door de
Leuvense doorbraak naar binnen stromen..
Tot in oktober 1754 werkt men dagelijks met honderd karren aan het herstel
van de dijk.
1755 Op Allerheiligen
(1 november) vindt omstreeks 11.00 uur in de ochtend een zeer krachtige
aardbeving plaats met (naar achteraf berekend) een kracht van 8,7 op de
schaal van Richter. Het episch centrum van de aardbeving ligt bij Lissabon. Het
aantal doden als gevolg van deze aardbeving is meer dan 50000.
In de Liemers wordt geen melding gemaakt van beweging van de grond maar
wel van een sterke waterschommeling (waterbeving) in veel sloten en ook in
het riviertje De Wildt.
1756 Het begin
van de Zevenjarige Oorlog tussen Pruissen (waartoe dan ondermeer Zevenaar,
Duiven, Lobith, Herwen, Huissen en Wehl behoren) enerzijds en Rusland en
Oostenrijk anderzijds. Jonge mannen uit de Liemerse enclaves vluchten de
grens over naar de Republiek om zich te onttrekken aan de Pruisische
dienstplicht.
1757 Op 30 januari
ziet men op het Gelders eiland de eerste tekenen van ijsgang. Het
opgestuwde water stijgt daardoor zo hoog dat het nog dezelfde dag twee voet over
de dijk loopt en de de dijk ter hoogte van de Pannerdenschen Waerd breekt. Ruim
en week later op 9 februari breekt de Herwense dijk op vijf plaatsen tegelijk
door het opnieuw kruiende ijs en ook bij Pannerden volgen nieuwe doorbraken. Ook
de dijk bij Leuven, tussen Oud-Zevenaar en Groessen breekt in deze rampzalige
maand.
 |
Door vele dijkdoorbraken als gevolg van waterstuwing door
het kruiende ijs staat in februari 1757 de Liemers grotendeel onder water.
Velen vertoeven dagenlang op zolders of daken van hun huis. Ook gaan veel
huizen door de watermassa verloren. |
1757 Dysenterie (rode
loop) - epidemie treft onder
meer Zevenaar. (Kanttekening: Dysenterie is een, in de 18e eeuw veel voorkomende
aandoening. Het betreft een door bacteriën veroorzaakte ernstige buikloop
waarbij de frequentie van de ontlasting kan oplopen tot 100 maal per dag. Bij
ongeveer 30% van de patiënten verloopt de aandoening dodelijk. Bij de meeste
vormen van dysenterie is de bloedafgang zo opvallend dat men sprak van rode
loop. De ziekte is ook wel persloop genoemd.)
1758 Dysenterie slaat
opnieuw toe in de Liemers; ondermeer Lobith (35 doden), Duiven (12 doden) en
Zevenaar (10 doden) worden getroffen door deze besmettelijke ziekte, die vooral
in de 18e eeuw een echte volksplaag is.
1758 De zomer is
uitzonderlijk nat waardoor veel landerijen onder water komen te staan en een
groot tekort aan hooi ontstaat.
|
1760
Het oorspronkelijke dorp Herwen, wordt
door het wassende water van de Waal verzwolgen. De bewoners hebben dit
destijds al lang van te voren zien aankomen en hebben geleidelijk hun
woningen afgebroken en herbouwd aan de Rijndijk, daar waar sinds 1819 de RK
kerk staat en aan de Ringdam. |
 |
1761 Een combinatie van zeer hoog
water en storm veroorzaakt in de zeer vroege ochtend van 27 februari drie
doorbraken in de Herwense bandijk. Ongeveer gelijktijdig
veroorzaken dijkdoorbraken tussen Loo en Westervoort twee waaien waarvan een met
een diepte van meer dan 50 voet.
1763 De stad Arnhem slaat bij
Westervoort een schipbrug over de IJssel, waarna de weg Babberich -
Westervoort relatief belangrijk wordt. Deze schipbrug, afkomstig uit Wesel, zou ruim 140 jaar dienst
doen. In 1905 wordt de schipbrug vervangen door een vaste brug die in de Tweede
Wereldoorlog zou worden verwoest.
| |
 |
|
De schipbrug over de IJssel bij Westervoort |
1763 De
Zevenjarige Oorlog eindigt met de Vrede van Parijs. Pruisen is door de oorlog
uitgeput, ontstellende armoede is het gevolg. Bovendien heeft een half miljoen
soldaten en burgers, ongeveer 10 % van de bevolking, het leven verloren
desondanks is de machtspositie van Pruisen in Europa voor lange tijd verzekerd
maar daar koopt de gewone man in de Pruisische enclaves in de Liemers (Zevenaar,
Duiven, Wehl, Huissen, Lobith, Herwen en Aerdt) weinig voor.
1765 Een Koninklijk Edict verschijnt op 8
februari in Kleefsland in de landstaal: "Plakkaat tegen het vermoorden
van nieuwgeborenen en buiten echtelijk verwekte kinderen en tegens de
geheimhouding der zwangerschap en de verlossing". Kindermoord is een
zwaar misdrijf waartegen de overheid streng optreedt.
1769 Huybert
van Keulen en zijn vrouw Dora van Groenen (voorouders van Sam, Simon en Sjef
van Keulen) kopen in de Broekstraete in Westervoort Huize Emmeri(c)k van de
familie van Schlauns.
| |
 |
|
Pentekening van H. Kemperman van de
T-type boerderij genaamd "Emmeri(c)k" te Westervoort.
In 1769 koopt Huybert van Keulen "Emmeri(c)k"
van de familie van Schlauns. |
1769 Geheel
onverwacht breekt in de nacht van 1 op 2 december om 1.00 uur de dijk bij de
Oliemolen onder Oud-Zevenaar door. Wanneer het licht wordt is alles een zee
van water. Veel huizen zijn ingestort of zelfs verdwenen. Uit Zevenaar wordt
gemeld dat het gekerm op de daken onbeschrijflijk is. Reeds op 3 december wordt
in Zevenaar een collecte voor de slachtoffers gehouden, die ruim 21
rijksdaalders opbrengt. Hiervoor wordt jenever, tabak, olie en brood gekocht.
|
1770 Rampjaar. Van november 1769 tot mei
1770 overstroomt het Geldersch Eiland zeven keer. Bij een dijkdoorbraak op 3
december 1770 wordt de helft van het dorp 't Loo weggevaagd. Ook een
onverwachte dijkdoorbraak in Oud-Zevenaar een dag eerder veroorzaakt veel
menselijk leed en grote schade.
De afbeelding rechts laat een aantal doorbraken van Liemerse dijken zien in
de 18e en 19e eeuw. |
 |
|

Voor het Gelders eiland en de gehele Liemers is 1770 een echt rampjaar.
Vooral bij de onverwachte dijkdoorbraken op 2 en 3 december 1770 bij Oud-Zevenaar en Loo is het
menselijke leed onvoorstelbaar.
1771 In het voorjaar
regent het gedurende vijf weken onophoudelijk waardoor de Liemers met een
ernstige wateroverlast te kampen heeft.
1771 Friedrich II (1712-1786), koning van Pruisen
verleent op 1 oktober 1771 aan de Rooms-katholieken te Lobith het recht een eigen kerkgebouw te stichten
op de plaats van het voormalige tolhuis en een priester aan te nemen. Voordien
waren de katholieken uit Lobith genoodzaakt voor het vervullen van de kerkelijke plichten naar
Huis Aerdt of Elten te gaan. Sommigen gingen zelfs per roeiboot de Rijn over om naar de kerk te
Bimmen of
Keeken te gaan.
| |
 |
De uit de eind 15e eeuw stammende Martinuskerk (foto) in
Bimmen is een van de kerken waar de Lobithse katholieken gebruik van
maken in de tijd dat Lobith zelf nog geen R.K kerk heeft
.
In 1775 komt in Lobith als eerste missionaris de in Emmerich geboren
pater Schonenbosch, vergezeld van broeder Humilis uit Gennep.
Over wat zij in Lobith aantreffen staat in de parochiegeschiedenis: ‘Deze mannen
(Schonenbosch en Humilis) vonden het hier (Lobith)
zeer desolaat, want meenige wisten niets van God of zijn gebod. Zommige van 17, 18, 19 jaaren waaren nog zelden in de kerk geweest. Na de onwetendheid waar en ook de zeeden van de menschen, die zo verwildert waaren, dat ze wilde menschen genoemt wierden’,
|
|
1773
Op 13 juli vindt de aanbesteding plaats van de verplaatsing van de IJsselmond
in Westervoort (zie jaar: 1774). Deze klus, het graven van een kanaal 1.500
m lang en 120 m breed, wordt gegund aan Pieter Huysers, die met f 217.000,00
(190.000 euro) de laagste inschrijver is.
In de periode voorafgaand aan de besteding waren “kundige persoonen” aangesteld
om onder meer bestekken te maken. Onder de “kundige persoonen” bevinden zich
onder meer Huybert van Keulen (wonend op de Westervoortse boerdereij "Emmeri(c)k"
en voorvader van Sam, Simon en Sjef van Keulen) en Arnt Aleven.
1774 De
mond van de IJssel wordt verplaatst naar de Pley. Tot 1774 lag de IJsselmond
ongeveer 2 km noordelijker, alwaar de IJssel zich rechthoekig van de Rijn
afsplitste, waardoor de IJssel te weinig water opnam.
| |
 |
|
Tot 1774 splitste de IJssel bij de Kleefse Waard
rechthoekig uit de Rijn waardoor de IJssel weinig water ontving en soms
zelfs droog stond.
In 1774 vindt een verplaatsing van de IJsselmond in zuidoostelijke richting
plaats waardoor de IJssel meer water ontvangt. |
1778 Door de stijging
van marktprijzen ten gevolge van de oorlog in Amerika krijgt de tabaksverbouw
in de Liemers een belangrijke impuls.
1779 Wederom maakt
dysenterie (rode loop) veel dodelijke slachtoffers in de Liemers. Vooral de
Zevenaarse buurtschap 't Grieth wordt zwaar getroffen met enkele tientallen
doden. In Zevenaar-stad en Oud-Zevenaar overlijden in de periode september tot
november ongeveer veertig mensen.
1780 Tot omstreeks 1800 komen veel
mannen uit het Duitse Rijnland onder meer naar onze streek om te werken en geld
te verdienen. Velen van hen waaronder ook een voorvader van
Sam, Simon en Sjef
van Keulen, zijn in onze omgeving blijven hangen.
1781 Cobus Peters
wordt in Zevenaar beboet met 30 stuivers wegens te hard galopperen
omdat het in verband met de veiligheid verboden is paarden
door de stad te jagen.
1783 Een zoveelste
dysenterie-epidemie maakt ook in de Liemers weer veel slachtoffers.
Het jaar 1783 gaat de geschiedenis in als een rampjaar voor Zevenaar en
omgeving. Alleen in augustus en september overlijden er in Zevenaar
ongeveer vijftig mensen aan deze vreselijke aandoening. In totaal bedraagt het
aantal dodelijke slachtoffers in Zevenaar ongeveer 85. In Zevenaar geschiedt de
behandeling van de ziekte door drie plaatselijke chirurgijns, een med. dr.
ontbreekt. Een van de drie chirurgijns, Warnerus Schmidts, grijpt de
ellende zo aan dat hij krankzinnig wordt. Zijn opvolger Hendrik Kreeft
raakt binnen enige weken zo aan de drank dat hij niet meer in staat is zijn werk
te verrichten. Ook in de omgeving van Zevenaar zijn in het najaar van 1783 veel
slachtoffers van dysenterie te betreuren; zo zijn er in de parochie Duiven
23, in Westervoort 20, in Pannerden 15 en in Groessen 5 dodelijke
slachtoffers.
1784
In maart veroorzaakt wateroverlast opnieuw veel leed en
ellende in de Liemers: Vernielingen in huizen, verloren gegane voorraden in
kelders, omgekomen vee en mensen in bittere koude en nood.
1785 Zevenaar en omgeving worden getroffen door
hevige pokkenepidemie. Andere jaren met pokkenslachtoffers in de Liemers
zijn
o.a.: 1724, 1730, 1773, 1791, 1799, 1801, 1807 en 1831.
1785 Op de oude
fundamenten van het uit de 14e eeuw stammende Huis Babberich laten
Johannes Philippus de Neree en zijn vrouw Anna Mechtildus Heix een wit kasteel
bouwen. Nadat een dienstmaagd met een list zeven rovers onthoofdt, wordt het kasteel in de volksmond "Kasteel Halsaf" genoemd.
|

Voorjaar in de Lijmers (1790)
Bron: Kadastrale Atlas van de Lymers van omstreeks 1790 |
|
1787
Johann Heinrich Finnmann (1759 - 1842) wordt benoemd tot rector van de Latijnse school
in Zevenaar. Hij zal deze functie 43 jaar, tot 1830, vervullen.
De opdracht aan Finnman is: "de jeugd in 't Latijn en
andere talen, alsmede in de geographie en historie te informeren en zoo verre te
brengen dat se tot 't academie kunnen gepromoveerd worden". Voorts vermeldt zijn
instructie dat hij zich te richten heeft naar de naburige scholen, in het
bijzonder die van de hoofdstad Kleef.
 |
|
Voor de opvolging van rector Finnmann verschijnt op 22
april 1830 deze advertentie in de Arnhemsche Courant. |
|
1788 Om verspreiding
van ziekten te voorkomen bepaalt de Kleefse overheid op 11 april dat
voortaan twee begrafenisgebruiken achterwege dienen te blijven te weten:
het afleggen van het lijk door een groot aantal vrouwen uit de verre omtrek
het meerijden van vele vrouwelijke familieleden op de lijkwagen.
1788 Johannes Wilhelmus
Koch (1760 - 1833), zoon van Johannes P.C. Koch, schoolmeester in Kleef (Kleve),
wordt benoemd tot schoolmeester van de Gereformeerde Gcmeente in Zevenaar. Later
zou hij tot 1818 burgemeester-secretaris van Duiven zijn.
|
 |
Johannes Wilhelmus (Johann Wilhelm) Koch (1760 - 1833)
wordt in 1788 schoolmeester in Zevenaar. Later wordt hij
burgemeester-secretaris van Duiven. Hij trouwt met Louise Uhlenbruch
(1755 - 1819), dochter van de de pachter op de Loowaard, zij krijgen 6
zoons: Johann (1786 - 1875), Carel (1788 - 1862), Friedrich (1790), Giesbert
(1791 - 1872), Christiaan (1794 - 1856) en Jan Wilhelm (1786 - 1875).
De
jongste zoon Jan Wilhelm wordt vrijwilliger in het Nederlandse leger tijdens de opstand van Belgie in
1830. Deze opstand ontstaat vanuit een streven van de Belgen naar onafhankelijkheid
alsmede door verschillen in godsdienst, door de uiterst starre houding van
koning Willem I en door Franse intriges. In 1839 na de vrede met Belgie
keert hij terug naar Duiven en trouwt in 1844 met Anna
Barten-Moorrees, de zeer welgestelde weduwe van Hermanus Barten. Jan Wilhelm
en Anna bouwen in Duiven een groot huis. In dit huis, Regina Pacis,
zouden in latere jaren de paters Oblaten wonen. |
1789 Diverse
dijkdoorbraken waardoor de Liemers en het grootste deel van Zevenaar weer
eens onder water kom
|
1792 In
Oud-Zevenaar (Alt-Sevenaer) wordt de uit Warbeyen (dorp tussen Kleve en
Emmerich) afkomstige Peter van de Kamp (1763 - 1832) onderwijzer
en R.K koster. Na zijn dood worden deze taken voortgezet door zijn zoon
Theodorus van de Kamp (1804 - 1858). |
 |
In het witte huis naast de dijk
hebben in de 18e en 19e eeuw vier generaties "van de Kamp" gewoond w.o Peter
en Theodorus.
In de 20e eeuw zijn in het witte huis achtereenvolgens
gevestigd: cafe Florissen en cafe van Aalst. Momenteel is cafe "De
Kroon" in het pand gevestigd. |
1793 Pruisen verklaart Frankrijk de oorlog. De
Duitse economie krijgt te maken met een enorme inzinking en de tabaksbouw
in o.a de Liemers krijgt een gevoelige tik.
1794 Om de Franse
troepen die Nederland zijn binnengedrongen tegen te houden, beveelt de
Nederlandse Raad van State het onder water zetten van een gebied tussen
Westervoort en Doesburg waardoor begin november een omvangrijk gebied onder
water komt te staan. Deze actie heeft de revolutie niet kunnen voorkomen en op
21 april 1795 wordt besloten het onder water zetten te beeindigen.
1794 De Kleefse regering wijst de
stadsbesturen, waaronder Zevenaar, op de gevaren van het te snel begraven van
overledenen na diverse gevallen van schijndood. Gesteld wordt dat de
enige betrouwbare aanwijzingen voor de dood de geur en de ontbinding
zijn.
 |
Afb.:
De angst om levend begraven te worden bij schijndood.
|
1795 In Zevenaar
vestigt zich als geneesheer Leonard Frederik Vermeer, zoon van de
plaatselijke landschrijver. Hij zal zijn praktijk bijna een halve eeuw tot zijn
dood in 1844 uitoefenen. Gedurende de periode1838 tot 1844 is hij tevens
burgemeester van Zevenaar.
|
 |
links: dr. L.F. Vermeer (1762 - 1844)
rechts: grafsteen L.F. Vermeer
Vermeer is tijdgenoot van de
Zevenaarse arts Pelgrom (zie 1812)
Naast geneesheer en burgemeester is Vermeer vele jaren
lid van de Provinciale Commissie van Geneeskundig Onderzoek en Toevoorzigt. |
 |
1795 In Duiven overlijden 15 mensen aan
tyfus ("rot- en hete koortsen").
Groessen kampt met een dysenterieplaag, die vijf mensen noodlottig
wordt.
1795
De oudste tot nu toe bekende voorouder Jurrius in de directe lijn van Sam, Simon en Sjef van Keulen:
Gerardus Jurrius
overlijdt in Doornenburg.

Hooioogst in de Lijmers (1790)
|
1795 Frankrijk bezet
de Nederlanden. Het is het begin van de Franse tijd. De Kleefse gebieden
waaronder Zevenaar, Duiven en Huissen worden als "Departements belgiques"
door de Franse republiek geannexeerd. Door de Franse overheersing
verdwijnt de tabaksverbouw in de Liemers grotendeels.
|
 |
Franse troepen trekken op 11 januari 1795 bij Gendt over de bevroren Waal.
|
1795 Nadat in Nederland de Bataafse
Republiek, verbonden met Frankrijk, is uitgeroepen wordt op veel plaatsen
feest gevierd. In Westervoort danst men met Franse soldaten onder de
feestelijk versierde vrijheidsboom. Vrijheid, Gelijkheid en
Broederschap daagt aan de horizon. Er verandert veel: zo is het afgelopen
met de betaling van leenrechten door bezitters van leengoederen zoals de Van
Keulens op Huize Emmerik in Westervoort.
1799 Na een zeer koude winter wordt de
Liemers opnieuw getroffen door een grote overstroming.
Een belangrijk deel van Leuffen (Leuven) wordt weggespoeld. De huidige Leuffense
dijk, vanaf de Oliemolen onder Ooy - Zevenaar tot voorbij Groessen,
wordt aangelegd
na deze overstroming. De Jesuitenwaay bij Groessen wordt nog altijd
gekenmerkt door de gevolgen van de dijkdoorbraak in 1799.
1800 Het begin van de 19e eeuw
verloopt voor het gebied rondom Zevenaar, Huissen, Duiven en Wehl, de zogenaamde
Kleefse enclaves in de Liemers, zeer bewogen. Tot 1806 behoren de enclaves
bij Kleef (Kleve), hetgeen in die tijd Pruisisch betekent. In de daarop volgende
tien jaar behoort het gebied achtereenvolgens tot het Groothertogdom Bergh,
het Koninkrijk Holland, het Franse Keizerrijk, enkele weken weer
onder Nederlands bewind, dan weer Pruisisch bewind om tenslotte in
1816 aan Nederland toe te vallen. Machthebbers beschouwen de Liemers vaak
als een wingewest en vooral tijdens de indeling bij het Groothertogdom
Bergh wordt de bevolking uitgezogen.
1801 Kinkhoestepidemie in
(onder meer) Zevenaar.
1801 Aan de molendwang in
Ambt Liemers komt een eind. Door de molendwang mochten de inwoners van Ambt
Liemers (o.a Duiven, Loo, Groessen en Zevenaar) alleen van de Zevenaarse
Buitenmolen gebruik maken.
1802 In Wehl
overlijden 22 inwoners aan roodvonk. Ook in Oud-Zevenaar vallen
slachtoffers. Groessen en Zevenaar volgen in 1803.
1803 Op 23
februari breekt de dijk bij de Pannerdense molen. Het water dat op
vele plaatsen in de Liemers schade veroorzaakt, zoekt een uitweg in de
richting van Angerlo en Doesburg.
 |
Afb.: De omgeving van de Pannerdense molen in 1742 Bij
deze molen vindt de dijkdoorbraak in 1803 plaats.
|
1804 Nadat in 1801 in de Liemers een
eind kwam aan de molendwang, waardoor men in Ambt Liemers (o.a Duiven, Loo, Groessen en Zevenaar)
tot 1801 alleen van de Zevenaarse Buitenmolen gebruik mocht maken, wordt in
1804 in Duiven aan de Eltensestraat in opdracht van molenaar Mattheus van der
Grinten een molen gebouwd. Deze korenmolen zou 140 jaar later in de 2e
Wereldoorlog op 7 oktober 1944 worden verwoest (opgeblazen).
1804 In Zevenaar wordt Otto
Heldring (1804 - 1876), de latere stichter van de Heldringhuizen in
Zetten en Hoenderloo, geboren.
1804 In Ambt Lijmers (Liemers) sterven tientallen
mensen, waaronder de Zevenaarse dr. K.J. Frowein, als gevolg van een
tyfusepidemie ("zenuwkoorts" of "zenuwzinkingskoorts).
Ook andere delen van de Liemers worden getroffen: 's-Heerenberg 20 doden,
Westervoort 15 doden, Wehl 24 doden
1805 Om de verdere
verspreiding van tyfus tegen te gaan geeft de Kleefse overheid (op
verzoek van burgemeester G. Botticher) het Zevenaarse stadsbestuur opdracht om
de vastenavondfeesten (carnaval), die van 24 tot 26 februari 1805 plaatsvinden,
te verbieden. De tyfusepidemie
blijft echter in de Liemers slachtoffers maken; alleen al in het kerspel
(parochie) Oud-Zevenaar sterven
66 van de 139 lijders. In Groessen overlijden in 1805 29 mensen aan typhus.
1806 De Kleefse enclaves waaronder Zevenaar
komen onder Frans bestuur. Door het verblijf van Franse troepen ontstaat
in Zevenaar een enorm voedsel / vleestekort.
1806 Pastoor Gerardus Mulder uit Emmerich
wordt gedurende een periode van 55 jaar (1806-1861) pastoor van de St.
Martinusparochie in Oud-Zevenaar. Onder zijn verantwoordelijkheid wordt een
katholieke school gebouwd.
1807 Pokkenepidemie treft Groessen.
1808 Via het Looveer arriveert koning
Lodewijk Napoleon in Zevenaar. Het stadje ontvangt 2000 gulden voor de bouw
van een nieuw stadhuis.
1808 In de katholieke St.
Martinuskerk in Oud-Zevenaar worden soms ook protestanten begraven
zoals op 12 januari 1808 Joanna Kelder en op 31 maart 1837 Joannes Christianus
Melchers. De tegenstelling protestant - katholiek is in de Kleefse gebieden van de
Liemers veel minder groot dan in Nederland.
|
|
 |
Een 19e eeuwse tekening van de Oud-Zevenaarse (Alt
Sewenaer) St. Martinuskerk met daaromheen het kerkhof. |
|
1809 Opnieuw grote overstroming
in de gehele Liemers als gevolg van dijkdoorbraken te Oud-Zevenaar en de
buurtschap Leuven; zeven mensen verdrinken. Bij de St. Martinuskerk is de
hoogste stand van het water meer dan 15 meter boven Nieuw Amsterdams Peil.
"Onmiddelbaar in den Ooischen doorbraak, zo berichte de Zevenaarse
richter, stonden drie huizen bewoond wordende door de familien van P.
Holtendorp, J. van Uum en Grades Kruis. De familie van P. Holtendorp was
in het huis van J. van Uum gevlugt en beide huisgezinnen hadden tegen
negen uur 's-morgens geene andere retirade meer als het dak van het reeds
vallende huis. Naar dat de ongelukkige familien bestaande uit vijf leeden
een half uur op het dak gezeeten hadden, begon het dak met de stroom weg
te drijven, en separeerde zig in verscheidene stukken. P. Holtendorp met
zijne vrouw op een stuk van het dak drijvende had zoo veel praesence
désprit eenig voorbij schemmend dun wilgenhout op te vatten, en daar mede
de sparren en het stroo van het stuk dak waarop hij met zijne vrouw zat
aan malkander te hegten. J. van Uum bij eenen willigenboom
voorbijdrijvende verliet zijn stuk dat en retireerde zig op deezen boom
die hem egter geen veiligheid gaf maar naar zijn verderven wierd, daar
eenige tijd daarop, toen reeds twee aakens tot redding naaderden, eene
ijsschots den zelven omwierp en op deeze wijze aan J. van Uum het leven
verliezen deed. Alle overige leeden der Holtendorpsche en van Umsche
familien werden door de aakens, maar eenige uuren naar dat den dijk
gebroken was, gelukkig gered."
| |
 |
|
Afbeelding: ijsgang tussen Arnhem en Westervoort in de
louwmaand (januari) 1809. Rechts is de stad Arnhem met de
Walburgiskerk te zien, links een boerderij aan de Westervoortse kant van de
IJssel. In het stormachtige najaar van 1808 heeft de
Liemers al vroeg te kampen met hoog water en in december volgt een periode
van vorst en sneeuw. Op 3 januari 1809 raast een hevige sneeuwstorm over de
Liemers, waarna de winter in alle hevigheid toeslaat. Rond de Pley bij
Westervoort ontstaat een ijsmassa, die zowel de IJssel als de Rijn afsluit
waardoor stroomopwaarts de Liemerse bandijk van Oud-Zevenaar tot Westervoort
onder zware druk komt. Op vrijdag 13 januari om 7.30 uur in de ochtend
begeeft de dijk het bij Ooy in de buurt van Toetenburg. Enige uren later
breekt de dijk bij de Loowaard door. In korte tijd staat de gehele Liemers
onder water. Zelfs in het relatief hoog gelegen centrum van Zevenaar-stad
staat het water meer dan 1 meter hoog.
|
| |
1809 In de loop van
het jaar wordt een overlaat in de Liemerse banddijk gemaakt bij
Babberich. Bij hoog water kan daarmee, om de dijken te ontlasten, een
brede strook weiland in het Zevenaarse en Didamse broek tijdelijk onder water
worden gezet. Dit overtollige water wordt via een overlaat bij Bingerden in de
IJssel geleid. Op deze manier hoopt men in de toekomst bij hoog water een
dijkdoorbraak te voorkomen.
1810 Na de watersnood van
1809 wordt enige tijd serieus overwogen een kanaal door de Liemers van Pannerden
naar Doesburg te graven en de Nederrijn definitief te sluiten. Men gaat er
van uit dat de oplossing is voor alle (overstromings)problemen is een
afleiding van het Rijnwater via de Liemers en de IJssel naar de Zuiderzee.
1812 Vanaf 1812
oefent in Zevenaar gedurende een periode van een halve eeuw tot 1862
Johan Baptist Pelgrom een medische praktijk uit. Hij is de eerste
arts in Nederland die tijdens de ernstige roodvonkepidemie van 1822/1823 een
homeopathisch medicijn toepast. Volgens zijn verslag (14 maart 1923) aan het
gemeentebestuur van Zevenaar heeft hij geen werkzaamheid kunnen vaststellen.
1813 Op 17 december
zijn de Fransen door de Pruisen verslagen en wordt het oude ambt Liemers
(Zevenaar, Duiven, Groessen, Loo, Wehl, Lobith, Tolkamer, Spijk, Herwen en Aerdt)
weer een deel van Pruisen. Dit zal naar later blijkt slechts van korte duur
zijn.
1814 Door
ijsopstopping lopen eind januari de Rijndijken over. De gehele Liemers komt weer
eens onder water te staan.
1815 Het Weense Congres besluit dat het gebied tussen
Emmerick en (huidige) grens Duits wordt in ruil voor Duitse enclaves Wehl,
Liemers en Huissen, die tot Nederland gaan behoren. Lobith en Spijk worden
vergeten en komen korte tijd later bij Nederland.
1816 Na de val van Napoleon komt
Zevenaar eerst onder Nederlands en daarna opnieuw onder Pruisisch
bewind, totdat het op 1 juni 1816 definitief overgaat naar het Koninkrijk der
Nederlanden. Spijk en Lobith volgen Zevenaar iets later, want deze is men bij de
onderhandelingen even vergeten. De overgang naar Nederland brengt geen
voorspoed. De 19e eeuw wordt een periode van grote misoogsten, ziekten,
honger, ellende en armoede. Handel en nijverheid zijn er
nog nauwelijks en de meeste bewoners hebben een karig bestaan in de landbouw of
leven van de bedeling.
|

|
|
Uit de Leeuwarder Courant van 31 mei 1816 waarin
melding wordt gemaakt van de overgave van Zevenaar, Huissen, Malburgen en
de Lijmers, waardoor het Koninkrijk der Nederlanden "met een niet
onaanzienlijk met allervruchtbaarst bouwland en uitmuntende weiden
beslagen en door nijvere inwoners bewoond territoir wordt vergroot". |
|
1816 Uitgezonderd enkele dagen in
augustus regent het dit jaar van half mei tot in november vrijwel onafgebroken.
De Liemers verandert in een moeras. De oogst gaat verloren en
schrikbarende armoede is het gevolg. Velen voeden zich met voedsel dat onder
normale omstandigheden aan varkens gegeven wordt.
1819 Miljoenen
veldmuizen richten in de Liemers onvoorstelbare vernielingen aan. De oogst
gaat grotendeels verloren.
1820 In het vroege voorjaar worden door
de ongewoon hoog temperatuur massa's smeltwater over de rivier aangevoerd,
waarbij ten gevolge van de instorting van de Babberichse overlaat (zie ook 1809)
de Liemers weer eens geheel en al overstroomd.
1820 De tabaksteelt krijgt na
de overdracht van de Kleefse enclaves aan het Koninkrijk der Nederlanden een
gevoelige klap door de hoge invoerrechten die voor de export van tabak naar
Pruisen geheven worden.
1821
De gemeenten Zeddam en Netterden worden op 1 januari met de gemeente
's-Heerenberg samengevoegd tot de nieuwe gemeente Bergh.
1821 Er zijn
plannen ontwikkeld voor de aanleg van een groot kanaal dwars door de
Liemers: van de Kijfwaard bij Pannerden naar Doesburg. Deze plannen zijn
echter nimmer uitgevoerd.
| 1822 In de winter van 1822 / 1823
heerst een roodvonkepidemie in Zevenaar-stad. Meer dan twintig mensen
sterven als gevolg hiervan. |
|
. |
Roodvonkpatiente omstreeks 1825.
Uit: Alibert, Clinique de l'Hopital Saint-Louis, Paris
"Volwassene, bloedrijke, menschen van een sterk
gestel" worden volgens de Zevenaarse dr. J. Pelgrom in het bijzonder door
deze aandoening getroffen. |
1825 De Zevenaarse raad besluit om drie van de vier
stadspoorten te slopen, alleen de Bleckse Poort (Arnhemse Poort) blijft
voorlopig intact omdat hierin de kantonnale gevangenis is gehuisvest.
1825 In plattelandsgemeenten wordt de
titel van schout (voor het hoofd van de gemeente) veranderd in die van
burgemeester.
 |
De Liemers en omgeving uit een aardrijkskundig
schoolboek door J. van Wijk Roelands Zoon uitgegeven door H.C.A. Thieme te
Zutphen in 1827. |
1828 Op last van de
Pruisische autoriteiten wordt het onderwijs in onder meer de regio
Kleve, het gebied waartoe de Liemerse enclaves tot 1816
behoorden, niet meer in het Nederlands maar in het Duits gegeven. Ook in
kerken mag niet meer in het Nederlands worden gepreekt. Na 1870 sterft een
bevolking, die perfect Nederlands spreekt, uit. Een eeuwenoude taalkundige en
culturele verwevenheid met de Nederlanden behoort tot het verleden.
1829 Het
begraven in de kerk is niet meer toegestaan. Elke gemeente met meer dan duizend
inwoners wordt verplicht een begraafplaats buiten de bebouwde kom aan te leggen
en het oude kerkhof om de kerk te sluiten.
1833 Op 2 augustus wordt aan de
Grietsestraat in Zevenaar de synagoge ingewijd. Deze synagoge
heeft bestaan tot 8 februari 1945 toen vier geallieerde vliegtuigen een
bombardement uitvoerden op de Grietsestraat, waarbij de synagoge volledig werd
verwoest.
1834
Op Eerste Kerstdag 1833 loopt tijdens stormachtig weer en wassend water de
Pannerdense waard onder. Bijna een week later, in de nieuwjaarsnacht
(1 januari 1934), woedt een hevige noordwesterstorm met onweer waardoor in de
overstroomde Pannerdense waard een 25-tal huizen volledig worden verwoest.
1837 Dijkdoorbraak bij Leuven /
Leuffen (buurtschap in nabijheid van Oud-Zevenaar), waardoor de Liemers
voor de zoveelste keer overstroomt.
1837 De vroegste vermelding in de Liemers
van een influenza-epidemie. In Oud-Zevenaar overlijden zeven mensen aan
influenza.
1838 Als gevolg van
kruiend ijs, meer dan 7 meter hoge ijsbergen op 28 februari bij Spijk,
zijn de dijken in groot gevaar. In de vroege ochtend van 1 maart om 2,30 uur
breekt de dijk bij Rees door. Om elf uur is het water de gemeente Wehl
reeds genaderd en enkele uren later staan de buurtschappen Broek, Meerenbroek en
Achterwehl volledig onder water. De volgende dag, 2 maart, bereikt het water
onder meer Zevenaar, Duiven en Westervoort. Aangezien ieder
is gewaarschuwd blijft de schade beperkt.
1838 Hoedenmakerij
Gruyters aan de Zevenaarse Grietsestraat brandt af.
1838 Polderdistrict
Lijmers wordt gevormd. De belangrijkste doelstelling is de verbetering van
de dijken langs de oude Rijn en Rijn. Een begrijpelijke keuze gezien de zeer
vele dijkdoorbraken.
1841 Op 3 oktober
wordt Jhr. Mr. Carolus E.J.J.F van Nispen van Pannerden burgemeester van
Zevenaar. Hij zal dit ambt uitoefenen tot zijn dood op 1 december 1870.
| |
 |
Jhr. Mr. Carolus van Nispen van Pannerden wordt 3 mei
1807 in Zevenaar geboren en overlijdt daar op 1 december 1870. Naast
burgemeester is hij gedurende de periode 1849 tot zijn dood tevens lid
van de Eerste Kamer. Als kamerlid voert hij zeer regelmatig het woord
over uiteenlopende zaken. In 1870 stemt hij tegen het voorstel om de
doodstraf af te schaffen.
Carolus woont in Zevenaar met zijn vrouw (C. van Hoevel) en hun zes kinderen
in Huis "het Hoek" (op deze plaats bevindt zich thans het Raadhuisplein).
Voor meer informatie klik: hier |

We kijken hier vanuit de Marktstraat de Grietsestraat in.
Vooraan links: Huis "het Hoek"
Vooraan rechts: Hotel "Hof van Berlijn"
Zowel het huis als het hotel zijn in april 1945 verwoest. |
1842 De katholieken in Westervoort krijgen
weer de beschikking over een eigen kerk. Bij de reformatie was de
laatgothische Westervoortse dorpskerk overgegaan in protestantse handen. Op 4
september1842 consacreert bisschop Wijckerslooth de z.g. "waterstaats"kerk
(gebouwd door architecten van Rijkswaterstaat, aannemer: Massop uit Zevenaar).
|
|
Het interieur van de R.K "waterstaats"kerk in Westervoort
halverwege de 19e eeuw. Dit kerkje is in 1911 gesloopt. |
1842
Op 24 september besluit de Zevenaarse gemeenteraad de stadspoort: Bleckse
Poort af te breken. Deze stadspoort heeft van de 15e eeuw tot halverwege de
19e eeuw gestaan op de plaats waar zich nu de trouwzaal van het Zevenaarse
gemeentehuis bevindt aan de Kleefse Postweg, nu Arnhemseweg geheten.
|

Bleckse Poort (1745) |
De Bleckse Poort een vierkant torenachtig
bouwwerk, van ongeveer 9 bij 9 meter met een breedte van de doorgang 3,5
meter bezat, aan de bovenzijde zeskantige arkeltorentjes op de
hoeken. Op de eerste verdieping zijn de schietopeningen te zien
(afbeeldingen).
De poort heeft lange tijd als plaatselijke gevangenis
dienst gedaan. Het was heel praktisch om een van de poorten als gevangenis
te gebruiken omdat er immers voortdurend toezicht van de poortwachter was.
|

Kleefse Postweg met Bleckse Poort (stadsgezicht 1745),
geheel links is nog juist de Binnenmolen zichtbaar |
1843 In Duiven komt met de vestiging van
Bernardus van Reijsen, heelmeester tevens vroedmeester, een definitief
einde aan een eeuwenlange situatie dat men voor medische hulp op andere
plaatsten, zoals Zevenaar en Arnhem, is aangewezen.
1845 Op 14 mei 1845,
zes jaar na de opening van de eerste Nederlandse spoorlijn van Amsterdam naar
Haarlem, wordt de Rhijnspoorweg, die Arnhem via Utrecht met Amsterdam
verbindt, geopend. Ruim tien jaar later in 1856 wordt deze
spoorverbinding via Zevenaar doorgetrokken naar Duitsland. De
spoorverbinding geeft een economische impuls aan onder meer de
Liemers.
1845 Overvloedige
regenval heeft tot gevolg dat meer dan 75% van de oogst verloren gaat. De
aardappelteelt verrot vrijwel volledig. Honger is het gevolg.
1846 Door de
aardappelziekte gaat opnieuw een groot deel van de aardappeloost verloren.
Omdat bovendien ook de roggeoogst en tarweoogst door een muizenplaag
mislukken is er een groot voedseltekort.
1847 De overheid
roept 2 mei uit tot algemene biddag. Na twee eerdere jaren met een
mislukte aardappeloogst is er opnieuw door de aardappelziekte alsmede de hoge
graanprijzen een ernstig voedseltekort. Op diverse plaatsen is er onrust
onder de bevolking.
1849 Cholera slaat
toe maar in Westervoort slaagt men erin de ziekte buiten de deur te
houden door de jaarlijkse kermis af te gelasten.
1850 De gemiddelde levensverwachting in de
Liemers bedraagt 34 jaar. Dit is in het bijzonder het gevolg van de grote
kindersterfte.
1850 Ook in de
tweede helft van de negentiende eeuw gaat de industriele revolutie vrijwel
volledig voorbij aan de Liemers.
1851 Bijna 9% van
de Zevenaarse bevolking is afhankelijk van de bedeling. In grote Europese
steden is dit percentage halverwege de 19e eeuw dramatisch hoger: Amsterdam 30%;
Londen 35% en Parijs 35%. Het Zevenaarse gemeentebestuur maakt zich grote
zorgen. Zij zoekt de oorzaak in de lustgevoelens van de huwbare armen:
"een algemene oorzaak voor de vermeerdering van de armoede
wordt gevonden in de vroege en vermenigvuldige huwelijken van de armen en minst
gegoede, waardoor hun aantal buitengewoon vermeerdert"
| |
 |
|
Ook in de Liemers vinden we in voorgaande eeuwen diverse
armenhuizen bestemd voor mensen afhankelijk van de bedeling.
Op de foto links zien we een huis (plaatselijk ook bekend
als "Maagdenklooster") op de hoek Kerkweg Dijkweg dat tot 1916
in Oud-Zevenaar als
armenhuis heeft gediend. In het armenhuis heeft iedere arme een kamer. In
1924 is het huis verbouwd tot woonhuis.
Op de achtergrond: de Martinuskerk. |
1851 Katholiek Westervoort
krijgt haar allereerste pastoor na de reformatie. Het is pastoor Vaalman, die van 31 maart 1851
tot zijn dood op 7 april 1899, een onder de plaatselijke bevolking uiterst
geliefd pastoor, die op een natuurlijke manier leiding geeft aan het dorp.
 |
Pastoor Vaalman (bron Dr. J. B. Th. Wolters)
In Westervoort is pastoor Vaalman pastoor en burgemeester tegelijk. Zijn
populariteit onder de plaatselijke bevolking is ongekend. Ook onder
protestanten is hij geliefd en wordt hij als dominee geeerd in een tijd
waarin de tegenstelling katholiek en niet-katholiek zeer sterk is. Vaalman
wordt door een ieder geroemd en beschreven als een uitermate hartelijk en
betrokken weldoener waaraan door menigeen bijzondere krachten worden
toegekend. Als er brand is, kan hij de wind doen draaien, zodat gespaard
blijft wat hij meent dat het verdient. |
1852 In een heel
jaar verdient een arbeider in de Liemers ongeveer
300 gulden (135 euro).
1853 De Zevenaarse
Andreasparochie (R.K.) wordt uitgebreid met de buurtschappen Grieth en
Zweekhorst, die tot dan tot de Martinusparochie in Oud-Zevenaar behoren.
|
De Martinusparochie in Oud-Zevenaar is tot 1853 zeer
uitgestrekt. De parochie omvat niet alleen de dorpen Ooy, Oud-Zevenaar en
Babberich maar ook de buurtschappen Holthuizen, 't Griet(h) en de Zweekhorst.
Vooral de inwoners van de Zweekhorst moeten voor het wekelijkse kerkbezoek
aan hun parochiekerk een relatief grote afstand (ongeveer 10 km)
overbruggen. Veel voorouders Polman wonen in de 19e eeuw op 't Grieth en de
Zweekhorst. Het is dan ook voor hen een belangrijke verbetering wanneer ze
vanaf 1853 voor het kerkbezoek gebruik mogen maken van de Zevenaarse
Andreaskerk.
De eeuwenoude R.K Kerk in Oud-Zevenaar vanuit de dijkzijde gezien (foto's
zomer 2008).
 |
|
 |
|
1853 In Nederland en
dus ook in de Liemers wordt de (R.K) kerkelijke hierarchie hersteld. Als eerste
aartsbisschop wordt monseigneur J. Zwijsen benoemd.
1854 Burgemeester Simons van
Doetinchem lanceert een plan om een "kunstweg" (spoorweg) aan te leggen
van Varsseveld via Doetinchem, Wehl, Didam naar Zevenaar.
1855 Door
ijsopstopping breken 3 maart de Rijndijken bij Bislich (in de omgeving
van Wesel). Het Houwbergse veer (bij Elten over de Oude Rijn) wordt door
de zware ijsgang van zijn kettingen gerukt en later in Leuven (buurtschap
bij Oud-Zevenaar) teruggevonden. Vanuit Zevenaar en Duiven wordt
in de vroege ochtend van 5 maart het eerste rivierwater gemeld. In Angerlo
en Lathum kampt men nog eerder met wateroverlast. Grote delen van de Liemers staan in maart 1855 blank.
 |
|
IJsgang op de IJssel voor Westervoort 1855 |
1855 De spoorbrug bij Westervoort komt gereed (eerste
vaste brug voor overig verkeer wordt in 1901 in gebruik genomen). De brug is
ontworpen door ingenieur Edwin Clark. Het betref een draaibrug voorzien van
dubbelspoor met een lengte van 260 meter. Het is de eerste (grote) Nederlandse
spoorbrug. Na de opening wordt de brug (kortstondig) gezien als achtste
wereldwonder.
|
Afbeelding van de eerste vaste verbinding over de IJssel,
een tussen 1853 en 1856 aangelegde spoorbrug bij Westervoort. In die tijd
was er in Nederland nog geen enkele ervaring met de aanleg van spoorbruggen
waardoor de bouw een Engelse aangelegenheid was. Ingenieur Edwin Clark
ontwierp de draaibrug voorzien van dubbelspoor. De brug was beschermd met 12
ijsbrekers, had een lengte van 260 meter en was 10 meter breed.
Na de openstelling ontstonden snel problemen, onder meer
in de winter met de doorvoer van ijsschotsen, waardoor de brug een obstakel
was voor zowel trein- als scheepvaartverkeer; daarom werd aan het eind van
de 19e eeuw een nieuwe spoorbrug gebouwd, tevens voor voetgangers en
wegverkeer. Deze brug, die op 5 april 1901 werd geopend, kwam een stuk
hoger te liggen waardoor een spoordijk noodzakelijk werd. |
|
 |
|
1856 Station Zevenaar wordt
op 15 februari, gelijktijdig met de
verlenging van de Rhijnspoorweg naar Emmerik, geopend. De spoorlijn via Zevenaar
naar Duitsland veroorzaakt niet alleen een belangrijke economische impuls voor
de regio maar ook voor het land als geheel.
 |
Station Zevenaar kort na de opening in 1856. Het
imposante station heeft een eerste, tweede en derde klas restauratie. Er
zijn duidelijke regels: Zo is de tweede klas restauratie bestemd voor
ambtenaren en middenstanders.
Restaurateurs in station Zevenaar zijn onder meer
geweest: "dikke" Jan Bus, Dopheide en Gietelink.
Ruim honderd jaar na de opening in 1856 wordt dit station
in 1961 afgebroken en vervangen door het huidige (eenvoudige) station.
|
|
Hier (foto rechts) nogmaals hetzelfde station in Zevenaar
in 1938. Het station is ruim tachtig jaar na de bouw nog steeds onveranderd. Het is
vrijwel identiek aan het toenmalige Arnhemse station. Tot het midden van de
20e eeuw stoppen alle internationale treinen in Zevenaar; ondermeer voor de
afhandeling van douaneformaliteiten, maar ook voor het reizigersvervoer. In
de tweede helft van de 20e eeuw vermindert het belang van het station
Zevenaar, doordat de douanetaken worden overgenomen door het station Arnhem
en internationale treinen niet meer in Zevenaar stoppen.
In de Tweede Wereldoorlog wordt het station ernstig
beschadigd door bombardementen vanuit geallieerde vliegtuigen. Na de oorlog
wordt het station hersteld. Aangezien het station, gezien de veranderde
situatie, veel te groot is wordt het in 1962 vervangen door een
klein station. |
|
 |
1857 Bijna krijgt Zevenaar kort na de opening van
de spoorlijn Amsterdam - Keulen weer een nieuwe spoorverbinding. Enschede
zoekt verbinding met de spoorlijn Amsterdam - Keulen. Er wordt een
concessie verleend voor de aanleg van een spoorlijn
Zevenaar-Borculo-Enschede-Rheine en van meedere kanten worden gelden toegezegd
maar het plan wordt niet gerealiseerd.
1857 Begraafplaats aan de Arnhemseweg in
Zevenaar wordt in gebruik genomen . Op dit kerkhof zijn veel familieleden,
waaronder overgrootouders, over-overgrootouders en over-over-overgrootouders van
Sam, Simon en Sjef van Keulen begraven.

Aan de linkerzijde bevindt zich de kapel van het kerkhof
aan de Arnhemseweg. Voor 1857 wordt nog rondom de kerk begraven. Aan de
rechterzijde op de foto staat een huis dat in 1887 gebouwd is door wethouder
Van Nispen tot Pannerden. (Opa Polman heeft mij eens verteld, toen ik als klein
kind met hem langs dit huis wandelde, dat hij zich kon herinneren dat het
gebouwd werd). Het huis (hoek Arnhemseweg - Molenstraat), waar
halverwege de 20e eeuw (oud)gemeentesecretaris Albertus van der Heijden (1887
- 1976) geruime tijd heeft gewoond, is in de loop der tijd in de
oorspronkelijke toestand gebleven.
1858 Pokkenepidemie in Zevenaar. Onder de
dodelijke slachtoffers is Theodorus van de Kamp (*04-04-1804 -
†01-05-1858), hoofd van de lagere school in Oud-Zevenaar.
1858 Verschijning van
Maria in Lourdes. Ook op de overwegend katholieke bevolking van de Liemers
maakt dit diepe indruk.
1859 De weg Zeddam - Beek - Didam wordt met grind verhard. Om de kosten te
bestrijden wordt aan de ingang van Bergerbosch de Beeksche Tol gebouwd. De
eerste tolgaarder is Derk Giezenaar, die na zijn dood in 1888 wordt opgevolgd
door zijn zoon Bart.

|
Afb.: Tolhuis van Giezenaar aan de Grindweg van Beek - Zeddam omstreeks 1900
Links: van west naar oost
Rechts: van oost naar west
|

|
1860 Het oude schooltje aan de St. Jansstraat
in Zevenaar wordt vervangen door een nieuwe school in de Slijkstraat
(later: Schoolstraat). Eerste hoofd van deze school is H. van Soest
gedurende de periode 1860 -
1900. Zijn opvolgers zijn: L. Deenen 1900 - 1910, P. Kwanten 1910
- 1915, C. van Oerle 1915 - 1921 en A. Opdenoordt 1921 - 1930. Bij
gebrek aan leerlingen wordt de school in 1930 gesloten. In de vijftiger jaren
van de 20e eeuw is het schoolgebouw een tijdelijk onderkomen voor de Maria
Regina school met als hoofd
A.G.M. (Louis) van Keulen, overgrootvader van
Sam, Simon en Sjef van Keulen.
|
|
 |
|
De processie trekt op Sacramentsdag door de Zevenaarse
Schoolstraat (voorheen: Slijkstraat). Aan de rechterzijde is de school nog
net te zienZevenaar-stad kent van oudsher twee
processie: een processie op Sacramentsdag en een processie op kermiszondag.
In Zevenaar-stad zijn deze processies in 1971 afgeschaft.
De Schoolstraat heeft lange tijd Slijkstraat geheten
omdat de straat door vele Zevenaarders als een "achterbuurt" werd gezien.
Aan de rechterzijde van de foto zien we de in 1860
geopende school, die aan het eind van de 20e eeuw is afgebroken. De foto is
uit de eerste helft van de 20e eeuw. |
1861 Nadat het half december 1860 is
gaan vriezen, zet op 16 januari de dooi in waarna het ijs zich opeen pakt en het
water snel stijgt. Op 29 januari stroomt de Pannerdense waard onder. Een dag
later lopen door een zeer hoge waterstand van de Oude Rijn de spoorlijn en de
postweg tussen Babberich en Elten op diverse plaatsen over. Korte tijd later
spoelt de spoordam over een afstand van 100 meter weg waarna de bandijk onder
grote druk komt en een zeer ernstige situatie ontstaat. Met man en macht wordt
getracht om de bandijk te versterken. Ter versterking van zwakke plekken
gebruikt men pannen en stenen van een bakoven. In de vroege ochtend van
donderdag 31 januari blijkt dat de inspanningen vergeefs zijn en breekt de dijk
door. Reeds op de tweede dag na de doorbraak bezoekt Koning Willem III het
rampgebied.
|
 |
Afb.: Koning Willem III en zijn eenjarige dochter prinses
Wilhelmina (de latere koningin Wilhelmina) in 1881.
Koning Willem III bezoekt op zaterdag 2 februari 1861 in het getroffen
gebied zowel Zevenaar als Westervoort. |
1862 De tabaksondernemer Buschhammer koopt
van de tabakskooplieden Frowein in de Zevenaarse Kerkstraat Huis Rijck,
dat nu nog naast de Turmac / B.A.T staat.
1862 Johannes
Winandus Geurds, wonende in de Zevenaarse buurtschap Grieth,
geneest in Kevelaer op wonderlijke wijze van de tering (t.bc.).
Geurds is ongehuwd en 35 jaar oud en lijdt
in hevige mate aan tering met hevige bloedspuwingen wanneer hij in 1862 door
twee man ondersteund ter bedevaart naar Kevelaer gaat. Daar voltrekt zich
een wonder wanneer hij zich plotseling zo gezond voelt dat hij op eigen
kracht naar Zevenaar terug kan. Thuis gaat hij aan het werk, trouwt een jaar
later en na een gelukkig huwelijk van 22 jaar waarin acht gezonde kinderen
worden geboren, overlijdt hij in 1885 aan tuberculose pulmonum acuta (vliegende
tering).
|
1863 Via de
spoorwegtelegraaf is het mogelijk telegrammen te verzenden of
te ontvangen. De telegrammen moeten op station Zevenaar worden
aangeboden. Telegrammen die in Zevenaar aankomen worden per speciale bode bij de
geadresseerde bezorgd.
Foto: station Zevenaar (1889) |
 |
|
1865 Zevenaar krijgt een overdekte markt.
Deze zou 90 jaar stand houden en is in 1955 onder de naoorlogse Zevenaarse
vernieuwingsdrang afgebroken.
1865 De NRS (Nederlandsche
Rhijnspoorweg-Maatschappij) opent alternatieve spoorverbinding via
Zevenaar naar Kleve in Duitsland.
|
 |
Detail spoorwegkaart uit 1904, waarop het spoor Zevenaar
- Elten -Welle - Kleef, alsmede het spoor Zevenaar - Emmerik.
|
 |
De spoorlijn
Zevenaar-Elten-Welle-Spijck-Griethausen-Kleef maakt tussen Welle en Spijck
gebruik van een spoorpont. Men heeft wel overwogen hier een brug aan
te leggen maar daar is uit militaire overwegingen van af gezie. In 1912
wordt het spoorpont opgegeven. n |
|
 |
Links: zijaanzicht van de veerpont
De veerpont vervoert alleen wagons, de locomotief vaart niet mee. Bij
hoogwater, storm en ijsgang kan de pont niet varen zodat gemiddeld driie
weken per jaar geen treinen kunnen worden overgezet. |
|
1865 In Zevenaar wordt door de
kasteelheer van Poelwijk, Jhr. G.C. von Weiler, een badhuisje geplaatst op de
kolk De Breuly. In 1866 zijn er 25 abonnementhouders, waaronder geneesheer
G.J.F. Merz, die Fl 1,50 (0,70 euro) per jaar betalen.
|
 |
Foto: Het badhuisje op de Breuly in Zevenaar in 1902 |
|
1866 In diverse
plaatsen in de Liemers maakt cholera (of braakloop) dodelijke slachtoffers.
|
 |
In veel plaatsen worden maatregelen genomen om de
verspreiding van cholera tegen te gaan. In Duiven, Groessen en Loo worden de
jaarlijkse kermissen afgelast (advertentie Arnhemsche Courant, 10 mei 1866).
In Duiven is het enige slachtoffer Willem, Weijman, kleermaker, die op 23
juli 1866 ziek wordt en een dag later overlijdt.
|
1867 Uit heel Europa, Canada en de
V.S. gaan duizenden katholieke jongemannen, de zogenaamde Zouaven, naar
Italie ter bescherming van de kerkelijke staat van Paus Pius IX; onder hen vele
tientallen Zouaven uit de Liemers, waarvan tenminste zes jongens
uit Zevenaar. De Nederlandse Zouaven verliezen het Nederlandse
staatsburgerschap. In 1947 wordt hen dit echter teruggeven. Het betreft een
posthuum eerherstel omdat de laatste Nederlandse Zouaaf in 1946 is
overleden.
| |
 |
|
Zouavenbeeld (Zouavenmuseum Oudenbosch)
Een van de Zevenaarse jongens, die als Zouaaf naar Italie gaat, is Gerhardus Menting. Hij is geboren in Zevenaar op 25 oktober 1845 als zoon van
Gerhardus Menting en Engelina Elisabeth Klabbers.
Op 15 mei 1863 komt Gerhardus als 17- jarige bakkersknecht
in dienst van bakker Van Luenen. Op 2 december 1866 neemt hij dienst in het
Pauselijke leger en maakt de veldtocht van 1867 mee. Op 20 september 1870
verlaat hij het leger met een Mentana-medaille als onderscheiding. Op 2
januari 1871 is hij terug in Zevenaar en gaat als bakkersknecht werken bij
bakker Gerrit Steijgerwalt. |
1867 Door
runderpest gaat grootste deel van de veestapel verloren. Ook de oogst is
slecht waardoor 1867 als rampjaar ervaren wordt.
1868 Extreme
droogte in de Liemers veroorzaakt voedseltekort.
1869 De Begrafeniswet
treedt in werking, waardoor voor het eerst in de geschiedenis de termijn van ter
aarde bestelling in het hele land dezelfde wordt. Doden mogen voortaan niet
eerder dan 36 uur en niet later dan de vijfde dag na overlijden worden begraven.
 |
|
Kerkhof met lijkstoet in Pannerden, omstreeks 1740.
In Pannerden blijft de R.K begraafplaats rond de kerk tot omstreeks 1975 in
gebruik. Wel is er al in 1871 een kleine algemene begraafplaats aangelegd,
maar daar wordt in de praktijk weinig gebruik van gemaakt; gemiddeld
jaarlijks een persoon, bijna altijd een drenkeling. |
1871 Duiven, in het bijzonder de buurtschap
Husselarij, wordt getroffen door een van de hevigste polio-epidemieen
uit haar geschiedenis. In een periode van drie maanden lijden 174 personen aan
de ziekte waarvan er 33 sterven; hieronder pastoor Joannes Peters uit 't Loo.
1872 Het bestuur van de pas opgerichte Pelgroms
Stichting koopt uit de nalatenschap van pastoor Carl Hendrik Pelgrom in het
centrum van Zevenaar een perceel grond van ruim drieduizend m² voor Hfl 1500
(€680) dat bestemd is voor de bouw van een tehuis voor "ouden van dagen".
|
1873 Pannerden wordt getroffen door tyfus. De
haard van de ziekte is de kostschool, waarvan de dicht bij een beerput staande
pomp besmet water afgeeft. |
|
 |
Kinderziekbed omstreeks 1875.
Uit: P. Parson, De bewoners van ons Vaderland. |
1873 In Duiven trouwen op 23 september
Theodorus Jurrius en
Maria Wilhelmina Cunera Peters (over-over-overgrootouders van
Sam, Simon en Sjef).
 |
|
De Remigiuskerk in Duiven waar op 23 september 1873 de
kerkelijke bevestiging plaatsvindt van het huwelijk tussen Theodorus Jurrius
en Maria Peters. |
 |
Theodorus Jurrius en Maria Peters stichten een kinderrijk gezin; in 22
jaar worden 14 kinderen geboren.
Op de foto familie: Jurrius-Peters omstreeks
1897.
Tweede van rechts, met donkere kleding
Anna Wilhelmina Jurrius, over-overgrootmoeder van Sam, Simon en Sjef.
(foto van mevr. Riet Selman, kleindochter van het echtpaar Jurrius-Peters)
|
1874 Naar enkele jaren later
wordt bewezen, vindt in 1874 in Zevenaar een gifmoord, een crime passionel,
plaats. De waard van de op de hoek Didamsestraat - Grietsestraat gelegen
Hof van Berlijn, Johannes Thuis, vergiftigt zijn vrouw Giesberta
Lankerman om met de vriendin van zijn oudste dochter te kunnen trouwen. Het
gebeuren houdt Zevenaar vele jaren bezig.
1875 In Pannerden voert
pastoor van Wagenberg de Sacramentsprocessie in. Voor het eerst sedert de
Reformatie geeft katholiek Pannerden openlijk blijk van haar religieuze
eensgezindheid. Na de plechtige Heilige Mis trekt men biddend en zingend met
bruidjes en vaandels naar een altaar buiten het kerkgebouw. Alles vindt plaats
op het besloten kerkhof rondom de kerk om de burgerlijke overheid niet te
provoceren. Het houden van processies langs de openbare weg is alleen toegestaan
in de oude Kleefse enclaves zoals Duiven, Lobith en Zevenaar, die dit recht bij
hun overgang naar Nederland hebben behouden.
1875
In Loo bij Duiven wordt op de plaats van de 15e eeuwse kapel een
nieuwe R.K. parochiekerk ingewijd door aartsbisschop A.I. Schaepman.
Het is in het bijzonder parochiepastoor van Egeren (1835 - 1896), die een sterke Maria-devotie overbrengt op de Loose parochiegemeenschap
waardoor Loo vele decennia van omstreeks 1880 tot 1955 een bedevaartsoord is geweest.
De bedevaarten vinden in die periode vooral rond Pinksteren plaats.
|
 |
Het beeld van Maria als
O.L. (Onze Lieve) Vrouw van het H. Hart wordt in de kapel aan de noordzijde
van de nieuwe parochiekerk geplaatst. Bij de wijding van deze kerk in
1875 laten aartsbisschop A.I. Schaepman en de pauselijke
internuntius I. Capri marmeren votiefstenen aanbrengen.
Het beeld: Maria met
kind, staande op een wolk, met zijwaarts naar beneden gestrekte armen van
Maria, haar voeten geplaatst op een slang. Het kind Jezus staat recht voor
Maria met de rug naar haar toe. Jezus' rechterhand wijst omhoog, zijn
linkerhand wijst naar zijn geopende hart. Beiden zijn met een zilveren kroon
gekroond. Het beeld dateert uit 1875. Het is gemaakt van gips, circa 1,60
meter hoog en 50 centimeter breed en in meer kleuren geschilderd. |
|
1875 In de periode
1875 - 1895 is door de landbouwcrisis sprake van grote werkeloosheid. Ook
inwoners van de Liemers zoeken werk in het Duitse Ruhrgebied.
1876 In de nacht van 12 op 13 maart
beukt een zware storm de bandijk in Lathum over een lengte van 400 meter
voor een deel weg. Door het met man en macht aanbrengen van driedubbele
bekistingen van mest en puin slaagt men er in de gevolgen te beperken. In
Giesbeek komen 24 huizen onder water te staan en in Angerlo 4 huizen. Bij het
grenskantoor in Babberich spoelen door water en storm gaten van 8 meter in de
weg.
1876 Geruchten dat
Johannes Thuis (zie 1874) zijn vrouw heeft vergiftigd worden steeds sterker. Op
3 juni wordt het lijk van de vrouw, die twee jaar eerder is overleden,
ten overstaan van de rechter-commissaris opgegraven op het R.K. kerkhof
aan de Arnhemseweg in Zevenaar. Het onderzoek naar mogelijk gif heeft een
positief resultaat. Alleen al in de maag en lever van het slachtoffer bevindt
zich meer dan een gram rattenkruid, een hoeveelheid die voldoende is om vijf
mensen te doden. Johannes Thuis wordt gearresteerd en tot levenslange
tuchthuisstraf veroordeeld.
1876 Alexander Bel
vindt de telefoon uit.
1877 Op 3 mei wordt de Pelgroms
Stichting, een "tehuis voor hulpbehoevenden en ouden van dagen" in het
centrum van Zevenaar, naast de Hervormde Kerk, geopend. Bijna 90 later, in juli
1966, zal het plaatsmaken voor een meer eigentijds gebouw.
 |
|
De oude Pelgroms Stichting, een markant en imposant pand,
gedurende bijna 90 jaar aan de Marktstraat (tussen de winkels van Weg en
Traag en de Hervormde Kerk).
Nadat Carl Hendrik Pelgrom, oud-pastoor van Brielle in
1871 in zijn geliefde Zevenaarse kasteel Enghuizen overlijdt, is een groot
deel van zijn nalatenschap bestemd voor de stichting van een "R.K
verzorgingshuis, de Pelgroms Stichting" (foto links).
In 1914 worden 40 elektrische lichtpunten in het huis
aangelegd voor Hfl. 315 (€ 140). In 1933 wordt in het gebouw een lift
aangebracht waardoor ook mensen, die slecht ter been zijn, naar de kapel op
de bovenverdieping kunnen. |
|
1878 In Zevenaar-stad
wordt op 25 september geboren
Christiaan J.
Polman (1878 - 1954), over-overgrootvader van Sam, Simon en Sjef van
Keulen.
|

Christiaan Polman (24 jr) in 1903
De fiets is nog bijzonder. |
1878 Kostschool-directeur Antonius Deenen
(1830 - 1909) verplaatst zijn school van Pannerden naar Zevenaar in de
oude Latijnsche school aan de huidige Van Munsterstraat. De principes waarop het
onderwijs berust zijn: leren, luisteren en werken.
 |
In 1878 verplaatst A. Deenen (foto rechts) zijn kostschool naar een pand dat
door een laan (huidige Kostschoollaan) met de Kerkstraat is verbonden (foto
links)..
|
 |
|
|
1879
Gradus Polman (over-over-overgrootvader van Sam, Simon en Sjef) koopt van Aleida Daniels in de Zevenaarse Kerkstraat een huis. Ruim 65 jaar
later zal dit huis door een geallieerd bombardement worden verwoest. Hierbij
vallen drie doden (zie 1945).
|

Gradus Polman, omstreeks 1890
informatie achterzijde foto (afb. rechts): Photographie Instantanee H.A
Staarink Diedam |
|
|
1879 Op de Babberichseweg in
Zevenaar wordt een stuk grond als Hervormde begraafplaats
ingericht. Op dit kerkhof zijn in de loop der tijd veel bekende mensen uit
Zevenaar e.o. begraven zoals oud-burgemeester Koch, notaris Hazewinkel en leden
van de familie De Nerée tot Babberich. Ook vindt men er veel overledenen van
Molukse afkomst.
1879 Op 4 oktober
komt de krant De Graafschapbode voor de allereerste keer uit.
 |
Afb,: Voorpagina van de allereerste editie van de
Graafschap-Bode
De Graafschapbode wordt uitgegeven door Misset in Doetinchem.
Op 1 april 1873 begint de grondlegger van het bedrijf, Cornelis Misset
uit Haarlem, een kleine drukkerij in Doetinchem. Op zaterdag 4 oktober 1877
verschijnt de Graafschap-Bode in een oplage van 2000 als een wekelijks
nieuws- en advertentieblad voor het eerst. Vanaf 1 maart 1967 verschijnt het
dagelijks.
.
|
|
1880 Ruim 600 jaar na het begin der
werkzaamheden wordt op 15 oktober de bouw van de Dom in Keulen
voltooid conform het oorspronkelijk 13e eeuwse ontwerp. Op het moment van
gereedkomen in 1880 is de Dom met zijn 157 meter hoge toren het hoogste bouwwerk
ter wereld.
| |
 |
|
Deze opnames tonen de zuidoost zijde (links) en de
voorzijde (rechts) van de Dom van Keulen kort na de voltooiing van de
werkzaamheden in 1880. |
 |
1882 In
Duiven wordt aan de Rijksweg door de doortastendheid van hoofdonderwijzer P.
Geubbels een modern nieuw schoolgebouw geopend. Leerlingen van
deze school zijn onder meer:
Jan van Keulen (1876 - 1952) en
Anna Jurrius (1876 - 1942),
de betovergrootouders van Sam,
Simon en Sjef van Keulen.
| |
 |
Afb.: Marmeren steen in 1882 geplaatst met tekst: "H.J.H.
Libourel, burgemeester van Duiven, heeft den eersten steen van dit gebouw
gelegd den 22sten Julij 1882"
Dhr. P Geubbels (1848 - 1937) wordt in 1876 in Duiven benoemd tot
hoofdonderwijzer. Bij aankomst treft hij een vervallen schooltje aan met een
schamele inboedel en vrijwel geen leermiddelen. Mede door de
doortastendheid en goede contacten van Geubbels kan burgemeester Libourel op 22 juli 1882 de eerste steen leggen voor een nieuw
schoolgebouw, dat ook landelijke aandacht krijgt als voorbeeld van moderne
scholenbouw.
In 1892 neemt Geubbels ontslag als schoolhoofd en start
in Duiven het "Instituut Geubbels", een kostschool voor jongens. De nieuwe hoofdonderwijzer wordt in 1892
de heer Gerrits, die op zijn beurt achtereenvolgens wordt opgevolgd door:
Van der Ven, Beerling (of Beerlinck), Van Gemert en Scholten. |
| |
De lagere school in Duiven omstreeks 1925 met aan de
rechterzijde het huis van hoofdonderwijzer Beerling. |
|
 |
1883 De
aardappeloogst gaat voor het tweede achtereenvolgende jaar door
wateroverlast verloren.
|
1884 In
Zevenaar wordt in Huize Hoek geboren jhr. Antoine (Tanne) van Nispen tot
Pannerden, die in 1911, op 27-jarige leeftijd, benoemd zou worden tot
burgemeester van Didam en in 1920 tot
burgemeester van Zevenaar, waar zijn grootvader in het midden van de 19e eeuw
ook al burgemeester was geweest. |

Huize 't Hoek in Zevenaar, het stamhuis van de
familie Van Nispen tot Pannerden.
Het pand 't Hoek staat op de hoek Arnhemseweg -
Grietsestraat totdat het in de vroege ochtend van de laatste oorlogsdag, 3
april 1945, door
terugtrekkende Duitsers op zinloze wijze volledig zou worden verwoest. Op de
plaats van dit pand bevindt zich in onze tijd het monument van de Vier
Tamboers op het Zevenaarse Raadhuisplein |
|
1884 Oud-Zevenaar krijgt landelijke
bekendheid door een geslaagd experiment van enige plaatselijke
fruittelers, waarbij ze appelen gedurende de winter bewaren door ze in te
kuilen.
|
|
Uit
Leeuwarder Courant van 17 maart 1884 |
|
1885 Spoorlijn Zevenaar - Doetinchem komt gereed. Op
1 juli 1885 wordt in Zevenaar een tweede station voor treinen Arnhem -
Doetinchem geopend.
 |
|
Het regionale station Zevenaar (lijn Zevenaar -
Doetinchem - Winterswijk). Dit station, op 200 meter van het internationale
station (lijn Zevenaar - Emmerik), wordt in 1970 afgebroken.
Nadat het gebouw vanaf 1 juni 1918 niet meer als station dienst
doet, wordt het verbouwd tot woonhuis voor drie gezinnen. Halverwege de 20e
eeuw wonen er de families van Aalst, Keurentjes en Salemink
|
1885 Komst van de "blotevoetenpaters"
in Babberich.
1886 Een rampjaar
voor veel boeren: na een uitzonderlijk warme en droge voorzomer volgt een
overvloed aan regen waardoor veel weilanden onder water komen en het vee
opgestald moet worden. Veel boeren hebben onvoldoende mogelijkheden om de dieren
bij te voeren. Tot overmaat van ramp een epidemie van mond- en klauwzeer.
1887 De neogotische toren van de St. Andreaskerk
in Zevenaar wordt gebouwd (architect A. Tepe).
|
 |
|
Op deze foto, uit het begin van de 20e eeuw, zal de
neogotische toren van de St. Andreaskerk vermoedelijk ongeveer 25 jaar oud
zijn. Aan de rechterzijde van de toren is het doelentorentje duidelijk
zichtbaar. |
1888 Fotografie wordt voor
een breder publiek toegankelijk met de komst van de Kodak - camera met rolfilm: "You press the
button, we do the rest".
| |
 |
Bernardus (Naadje) Jansen (1849 - 1914) en zijn vrouw
Maria Theodora Berentzen (1849 - 1924), de over-over-overgrootouders van
Sam, Simon en Sjef. Deze foto is gemaakt in de negentiger jaren van de 19e eeuw in
een tijd dat "op de foto gaan" nog heel bijzonder is. Het echtpaar heeft cafe
"Buitenlust" op 't Grieth in Zevenaar; wellicht is deze foto daar
in de tuin genomen: op de tafel is nog net het borrelglaasje te zien. |
|
1889 De firma. Misset te Doetinchem
begint met het uitgeven van de Zevenaarsche Courant (tweemaal per week).
1890 In Oud-Zevenaar
wordt het schooltje, dat daar sinds mensenheugenis heeft gestaan bij de kerk
en het oude kerkhof, gesloten.
 |
Plattegrond van Oud-Zevenaar omstreeks
1850.
1: pastorie
2: armenhuis
3: cafe de Pelikaan
4: school
5: kerkingang
Als het schooltje (nr 4) in 1890 wordt gesloten is het
een van de laatste parochiescholen in Nederland. De onderwijskrachten worden
tot dan betaald en benoemd door het kerkbestuur.
Na de sluiting in 1890 gaat een deel van de kinderen naar school in
Babberich en een ander deel in Zevenaar-stad. Door overbelasting van de
school in Babberich wordt na enkele jaren de oude school in
Oud-Zevenaar weer geopend totdat op 10 oktober 1898 de nieuwe
gemeenteschool in Ooy wordt geopend.
In 1956 gaat de huidige Martinusschool aan de Martinusweg van start.
|
| |
|
1890 Rond 1890 doet de auto
zijn intrede. Een van de eersten die in Zevenaar een auto heeft, is de chemicus
/ fabrikant Max von Gimborn. In 1910 bezit 1 op de 1200 Nederlanders een auto; in de U.S.A is
dat dan reeds 1 op de 70 inwoners. Het zal in Nederland en ook in de Liemers
nog meer dan 75 jaar duren alvorens de meeste gezinnen over een auto beschikken.
| |
 |
Rondom 1900 is ook de fiets een
vervoermiddel, waar je al erg trots op bent. Er zijn dan nog maar weinig
Zevenaarders, die over een fiets beschikken. Artsen raden het fietsen door
mensen ouder dan 40 jaar af. Bloothoofds fietsen wordt als ongepast gezien.
Op deze foto
Christiaan Polman (over-overgrootvader van Sam, Simon en Sjef). |
|
| |
 |
|
Ook de auto is een vervoermiddel waar je
halverwege de 20e eeuw nog graag voor op de foto gaat. Op deze foto de
nieuwe (eerste) auto van Gerrit Polman (gemeentesecretaris Zevenaar) met
naast hem zijn zus
Mies van Keulen - Polman en zijn moeder
Marie Polman-Jansen (over-overgrootmoeder van Sam, Simon en Sjef), voor hem
zijn zus Christine Polman met daarnaast v.l.n.r zijn neefjes Jan, Gerard en
Willie van Keulen.
|
1890 De
winter van 1890/1891 is uitzonderlijk streng. De decembermaand spant
de kroon want sedert
het
begin van de temperatuurmetingen in 1706 is het alleen in december 1788 nog
kouder geweest.
Op 25 november 1890 gaat de wind uit het
noordoosten waaien en dat is het begin van een langdurige strenge vorstperiode. De
gemiddelde ijsdikte in sloten is in de loop van december ongeveer 65 cm,
plaatselijk wordt zelfs een dikte van 70-80 cm bereikt. Mens en dier gaan gebukt
onder extreme koude. Op 19 december vriest bij Elten een grensbeambte dood.
1891 Op 11
maart besluiten 101 Liemerse boeren (68 Didam, 19 Zeddam en 14
Wehl) tot de oprichting van een coöperatieve roomboterfabriek waardoor
Didam de primeur heeft van de allereerste coöperatieve roomboterfabriek
buiten Friesland. Het kapitaal wordt verkregen door uitgifte van
aandelen van Fl. 50 (22,50 euro) aan ieder van de deelnemers. De fabriek is al
snel een groot succes en omgevende plaatsen volgen: Doesburg 1892, Zevenaar
1893, Angerlo 1894 en Wehl 1894.
 |
Afb: De Didamse roomboterfabriek omstreeks 1900 |
|
1891 Meer dan een derde van de Nederlandse bevolking
wordt getroffen door een influenza / griep pandemie. Ongeveer 4500
mensen, veelal in de kracht van hun leven gaan er aan ten gronde. In De
Liemers blijft het aantal dodelijke slachtoffers beperkt. Wel zijn er in o.a
Angerlo opvallend veel sterfgevallen door longontsteking (8) mogelijk als gevolg
van influenza. In Wehl sterven in 1892 vier mensen aan influenza en vijf door
longontsteking.
1891 De havezate
Poelwijk in Oud-Zevenaar wordt afgebroken waarmee een brok geschiedenis van
meer dan vijfhonderd jaar verdwijnt. De havezate Poelwijk stond tot 1891 op de plaats waar nu de boerderij van de
familie Weenink staat. Deze boerderij draagt ook de naam Poelwijk.
 |
Links: beschilderde tegel van Huis Poelwijk door H. von
Weiler tot Poelwijk
Rechts: Huis Poelwijk in 1890 kort voor de afbraak, op de voorgrond de in
1856 geopende spoorlijn Arnhem-Zevenaar-Emmerich |
 |
1892 In juli wordt het eerste postkantoor
in Zevenaar geopend in een pand aan de Kerkstraat
hoek Kostschoollaan. Dit postkantoor doet als zodanig dienst tot 28 juni 1916,
wanneer een nieuw postkantoor in gebruik wordt genomen dat nog altijd als
zodanig dienst doet.
| 1892 Op 8 december
overlijdt Gradus Polman (over-over-overgrootvader
van Sam, Simon en Sjef van Keulen) in Zevenaar-stad. |
 |
Gradus Polman (1827 -
1892) in 1879 weduwnaar geworden, sterft op 8 december 1892, op 65 jarige
leeftijd, aan de gevolgen van tongkanker. |
1894 In Zevenaar sterven 18 kinderen aan tyfus.
In hetzelfde jaar veroorzaakt een difterie-epidemie veel (jeugdige)
slachtoffers in de Liemers. Voor het eerst wordt bij de behandeling van difterie
met succes een antidifterieserum toegepast.
1894 In
Ooy bij Zevenaar wordt in cafe "van Uum" schuttersvereniging E.M.M
opgericht.
 |
|
Cafe "Van Uum" met daarnaast de schutterstent.
Op 1 mei 1894 wordt in cafe "Van Uum" de plaatselijke schuttersvereniging
E.M.M opgericht. De bestuursleden van het eerste uur zijn: A. Hebben
(voorzitter), H.W. van Uum (1e secretaris), A.J. Jeths (2e secretaris) en
W.A. Florissen (penningmeester).
Tot omstreeks 1915 is "van Uum" het vaste onderkomen van de Ooyse schutters.
Daarna wordt gebruik gemaakt van een linnen tent, die gedurende de kermis
aan de Slenterweg staat. In 1934 wordt door de schutters een nieuw
schuttersgebouw gerealiseerd naast het kermisterrein.
Zaal "van Uum" is voor de plaatselijke Ooyse gemeenschap vele decennia erg
belangrijk totdat het in 1968 door brand verwoest wordt.
|
|
| |
|
|
|
| |
|
|
|
1895 Het jaar van de ontdekking van
de film. In 1913 wordt in 's-Heerenberg de eerste bioscoop in
Oost-Gelderland geopend onder de naam "1e 's-Heerenbergsche Bioscoop-Theater".
In 1915 opent aan het Arnhems Nieuwe Plein (nu Willemsplein) het splinternieuw
Luxortheater. Omstreeks 1920 is de danszaal van
C.J. Polman aan het Zevenaarse
Grieth enige tijd als bioscoop ingericht. In het midden van de vijftiger jaren
van de 20e eeuw wordt in Zevenaar een nieuwe bioscoop geopend het "Astra-theater"
naast hotel de Leeuw. Enige decennia later moet dit theater sluiten door
tegenvallende bezoekersaantallen door de populariteit van de televisie.
1895 Op 20 maart
ontploft op de Rijn bij Griethausen/Tolkamer/Spijk het dynamiet-schip Reimer.
Bij deze vreselijke ramp vallen 13 doden. Ook de materiele schade tot in de zeer
verre omgeving is enorm. In onder meer Spijk en Elten zijn huizen verwoest. Op Tolkamer, Lobith, Elten 's-Heerenberg en Emmerich zijn
enorm veel ruiten gesneuveld. De ramp maakt een enorme indruk en is geruime tijd
in het nieuws.
 |
Afb.: Bij lage waterstand zijn in 2005 op de Rijn nog de
resten zichtbaar van het in 1895 ontplofte dynamietschip Reiner.
Na de ontploffing op 20 maart 1895 komen zelfs vanuit Heerlen, Tietjerk (Friesland) en M.Gladbach berichten omtrent
"den gevoelden schok'.
Het dynamiet in het schip, totaal 100.000 kg, was afkomstig van de
kruitfabriek Porz in Keulen en bestemd om vervoerd te worden naar de haven
van Antwerpen. Van daaruit zou het transport verder gaan naar de goudmijnen
in Zuid-Afrika.
De Gelderlander van 25 maart 1895 bericht dat: "Het algemeen gevoelen is dat niet onvoorzichtigheid, maar verregaande roekeloosheid de
oorzaak is van de dynamiet-catastrophe. Er is met de kisten omgesprongen, alsof het steenen waren."
Gebleken is bovendien dat er op het kruitschip een kolenkachel gestookt
werd.
|
1895 De gemeenteraad van Herwen en Aerdt ziet de fiets
als een gevaar op de weg waartegen maatregelen overwogen moeten worden.
 |
|
Christiaan Polman (over-overgrootvader van Sam, Simon en Sjef
van Keulen) omstreeks 1900
De fiets is in die tijd nog een uitzonderlijk vervoermiddel en de
gemeenteraad van Herwen en Aerdt is in 1895 voornemens maatregelen te
treffen tegen het gevaar dat de fiets op de weg veroorzaakt.
Ook wordt in de begintijd van de fiets, voor 1900, fietsen door menigeen zelfs
gezien als een losbandige bezigheid.
|
1896 Buschhammer verkoopt zijn woning, Huis Rijck,
dat nu nog naast de Turmac staat, aan notaris Hazewinkel, die er tot zijn
dood, op 106 jarige leeftijd in 1970, blijft wonen. Daarna neemt de Turmac het
pand in gebruik als kantoor.
1896
Met de benoeming van burgemeester Thijssen krijgt Westervoort de eerste
katholiek als hoofd van de gemeente.
1897 Op 6 januari
vestigt zich notaris J.H.O (Onno) Hazewinkel (1860 - 1964) in Zevenaar in
het pand Huis Rijck. Hij zal in Zevenaar het ambt van notaris een halve eeuw
vervullen. Als hij in 1946 op 86-jarige leeftijd met pensioen gaat, blijft hij
tot zijn dood op 18 augustus 1964 een vertrouwde persoonlijkheid die men
vaak wandelend in de (verre) omgeving kan tegenkomen.
1897 In 's Heerenberg wordt de R.K.
Pancratiuskerk ingewijd.
 |
Afb,: Interieur van de R.K. Pancratius
in 's Heerenberg
De kerk
is gebouwd in 1895 - 1897 naar een ontwerp van de
bouwmeester Afred Tepe. Het meubilair en de kruiswegstaties komen
uit de ateliers van W. Mengelberg. In de toren hangen de drie
klokken, die in 1496 door Geert van Wou zijn gegoten. In het
kerkgebouw boven het priesterkoor hangt een kruis dat in de
volksmond het botterkruus (boterkruis) wordt genoemd omdat het is
geschonken door iemand, die erg rijk van de botersmokkel.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog zijn de pastoor
van de Pancratiuskerk (Galama) en de kapelaan (Van Rooyen) in het
concentratiekamp Dachau vermoord, Uit respect en ter nagedachtenis
zijn er na de Tweede Wereldoorlog enkele glas-in-lood ramen over hun
deportatie en moord in de kerk aangebracht
|
|
1898 Aan de Slenterweg in Ooy wordt
op 10 oktober openbare school III (derde lagere school in gemeente Zevenaar),
genaamd Kon. Wilhelminaschool , in gebruik genomen. In 1923 wordt deze school
overgedragen aan het parochiebestuur van Oud-Zevenaar en wordt het een
R.K. school. In 1956 verhuist deze school van de Slenterweg naar een
nieuw gebouw (hoofd der school de heer Jorna) aan de Martinusweg in Oud-Zevenaar. In het oude
schoolgebouw komt de Lagere Landbouwschool, die in 1973 sluit waarna het gebouw
in gebruik wordt genomen door Scouting Zevenaar.
1899 De Zevenaarse gemeentesecretaris J. de
Werd gaat, na een dienstverband van bijna 49 jaar, op 82-jarige
leeftijd met pensioen. De Werd woont tot zijn dood in een groot huis aan
de Didamse poort en de stadsgracht.
Klik
hier voor het vervolg
tijdsbalk vanaf 1900