Tolkamer


 

DE GESCHIEDENIS VAN TOLKAMER IN JAARTALLEN


In 1540 stroomt de Rijn ten noorden van Schenkenschans, maakt daar een bocht naar het noorden en splitst vervolgens in Rijn en Waal. In de jaren daarna vormt zich geleidelijk een nieuwe Waal-arm ten zuiden van Schenkenschans, waardoor een eilandje ontstaat dat Gravenwaard wordt genoemd. Doordat de Oude Waal verzandt, kunnen geleidelijk grotere schepen niet meer langs het bestaande Tolhuis varen. Zij nemen daarom de nieuwe Waal, waarvan het huidige Vossegat nog een overblijfsel is. De landsheer, Hertog Willem van Kleef, laat een Tolkamer op de Gravenwaard bouwen en hij gelast de schippers daar de tol te betalen. Dit is in feite de oorsprong van het huidige Tolkamer. In 1586 wordt op de splitsing van Rijn en Waal de vestiging Schenkenschans aangelegd. Deze vestiging is door de Boterdijk via een dam door de Oude Waal met Lobith (Tolhuis) verbonden. In 1711 breekt de Boterdijk door en zo ontstaat de huidige situatie.

De eerste inwoners van Tolkamer zijn de ambtenaren bij de Tol. Later vestigen zich er douane-expediteurs. Zij bouwen er grote panden. Dat doen ook de eigenaren van de steenfabrieken, vaak oud-landbouwers, die hun landerijen gebruiken als grondstof voor de baksteenindustrie. In 1882 beginnen de gebroeders Hermanus en Wilhelmus Janssen een scheepswerf voor houten schepen in Tolkamer. In 1889 vestigen de gebroeders Bodewes er een scheepswerf voor ijzeren schepen, die tot grote bloei komt. Vanaf deze tijd ontwikkelt zich in Tolkamer de handel met de scheepsvaart.

Door het wegvallen van de Europese binnengrenzen is het voor schippers vanaf 1993 niet meer nodig om bij het passeren van de landsgrens het douanekantoor te bezoeken, waardoor zij niet meer in Tolkamer hoeven aan te leggen. Dit betekent een flinke aderlating voor de plaatselijke middenstand, aangezien veel schippers(vrouwen) de mogelijkheid benutten hier hun inkopen te doen. Dit verlies heeft Tolkamer proberen op te vangen door zich meer te profileren als toeristenplaats.

800     De verspreiding van het Christelijk geloof over de Liemers vindt plaats.

885     Einde invallen Noormannen; hun leider hertog Godfried wordt vermoord bij Spijk-Lobith.

1000   In het Liemerse land zijn nederzettingen maar nog geen dijken. De rivieren en stroompjes treden voortdurend buiten hun oevers maar echt hoge waterstanden komen vrijwel nooit voor, omdat het water zich door het ontbreken van dijken vrijelijk kan verspreiden.

1150   Halverwege de 12e eeuw wordt in het Liemerse land een begin gemaakt met de aanleg van dijken. Het zijn lage "zomerdijken" om het zomerwater te keren. Ruim honderd jaar later komen in de "Lijermersch" de eerste winterdijken.

1222    Omstreeks deze tijd verplaatst de graaf van Gelre zijn riviertol te Arnhem naar Lobede (thans oud Lobith).

1275    De oudste vermelding van kasteel Byland stamt uit 1275 als de Heer van Pannerden, Willem Doys,  het kasteel als leengoed krijgt van de Hertog van Kleef.  Dit bij Pannerden gelegen kasteel ook genoemd Huis Scathe van Willem Doys wordt in de 16e eeuw door de veranderde loop van de Waal weggespoeld. Op een kaart uit 1631 van Millingen staan de restanten van Huis Bylandt nog in de Waal getekend.  
Voornoemde kasteel Bylandt is niet hetzelfde kasteel Bylandt dat in 1734 door Jan de Beijer is getekend. Dit kasteel, ook bekend als Huis Halt, ligt verder stroomopwaarts bij Bimmen.

 


Kasteel Byland (Jan de Beijer, 1734)

1306    In het jaar 1306 passeren ongeveer 2.500 schepen de tol in Lobith.
Rijnafwaarts worden vooral fruit, wijn, eieren, boter, kaas, hout, natuursteen en tonnen vervoerd. Stroomopwaarts worden vooral haringen, gezouten vis, noten, Vlaams doek en Franse wijn vervoerd.

1342    In de maand juli overstroomt een gebied tussen Lobith en Westervoort.



1347
  Omstreeks deze tijd wordt het nieuwe Tolhuis gebouwd. Het is gelegen aan de Rijn tussen Spijk en Eltenberg. In de loop van tientallen jaren ontwikkelt het zich tot een ware burcht waar vele eeuwen tol wordt geheven. In de loop der 17e eeuw moet de tol echter verplaatst worden naar het tegenwoordige Tolkamer omdat de loop van de Rijn zich wijzigt en het Tolhuis in het land komt te liggen.


 

 


Tolhuis omstreeks 1640 (Claes Jansz. Visscher)

1350    Omstreeks deze tijd zijn op de hele Rijn meer dan zestig door de overheid gesanctioneerde tollen. Daarnaast zijn er nog de vele gevreesde tolheffingen van roofridders, die vaak vanuit hun burchten het scheepvaartverkeer hun wil opleggen. Het zou tot 1876 duren voordat de door schippers gehate tolheffingen zijn afgeschaft.

1378    Kasteel Grondstein gelegen tussen Elten en Lobith wordt omstreeks deze tijd gebouwd.

Van het eens zo imposante kasteel Grondstein is in onze tijd niets meer over.

 


1394
    De eerste vermelding van het Tolhuisveer dateert uit 1394. Dit veer in Lobith, recht tegenover de Lobithsestraat, zal bijna drie eeuwen tot omstreeks 1660 een relatief belangrijke oeververbinding zijn. 

De latere Oude Rijn bij Lobith;
met Hoog- en Laag-Elten op de achtergrond (anoniem).
Vermoedelijk is het huis rechts het veerhuis van het Tolhuisveer, dat tot omstreeks 1660 bestaan heeft.

Aanvullende informatie ontvangen (januari 2012) met betrekking tot bovenstaande tekening van Erna Spann uit Spijk: 
"Ik ben op weg gegaan om de precieze locatie te vinden want ik woon op een plek onderaan de Eltenberg met als uitzicht Eltenberg, de molen en de Martinuskerk van Laag-Elten, die ook op deze tekening staan. De enige plek die ik kan vinden om ervoor in aanmerking te kunnen komen is ongeveer halverwege de Moddeich, ter hoogte van Oud Lobede (ter hoogte van de Marsweg in Spijk waar Oud Lobede ooit lag). Vanuit het latere (huidige) Lobith zouden Eltenberg, de Eltense molen en de Martinuskerk nooit op deze manier nagetekend kunnen zijn. Te Oud Lobede is van ca 1220 tot ca 1307 tol geheven, daarna is vanwege verzanding van de rivier, de tol verplaatst naar het huidige Lobith.  Het huis op de tekening zou in dat geval niet het genoemde tolhuisveer kunnen zijn dat er tot 1660 heeft bestaan. Dat hoorde bij het latere (huidige) Lobith, niet bij Oud Lobede. Ook is het mogelijk dat de tekenaar niet ter plekke, maar vanuit zijn herinnering heeft gewerkt".

1404    Het aantal scheepsbewegingen over de Rijn wordt in deze tijd al bijgehouden. 
Stroomopwaarts worden vooral kaas, zout, haring, rogge en boter vervoerd; stroomafwaarts vooral hout, (Franse) wijn, kastanjes, metaalwaren en natuursteen uit groeven bij de Drachenfels om molenstenen van te maken. 

1406    Ambt Liemers (o.a. Zevenaar, Duiven, Loo, Groessen, Wehl en Lobith), van oorsprong Gelders grondgebied, wordt door Reinoud IV van Gelre aan het Graafschap Kleef (Kleve) verpand.

1409    In februari een overstroming in Lobith en omgeving. De hertogin van Gelre laat brood en haring aan de slachtoffers uitdelen.

1421    De vermaarde St. Elisabeth-vloed van 19 december 1421 veroorzaakt ook schade in de Liemers. Op 20 december breekt bij Emmerik de Rijndijk door, waardoor een omvangrijk gebied overstroomt.

1429    In 1429 passeren 144 schepen het Tolhuis bij Lobith
Stroomopwaarts wordt vooral kaas, zout, haring, rogge en boter vervoerd; stroomafwaarts vooral hout, (Franse) wijn, kastanjes, metaalwaren en natuursteen uit groeven bij de Drachenfels om molenstenen van te maken. 

1432    Na een extreem koude winter overstroomt de Liemers na het invallen van de dooi. De stad Arnhem stuurt haringen naar de slachtoffers.

1473    De tol met Tolhuis en omgeving wordt door Karel de Stoute wegens verleende diensten geschonken aan hertog Jan van Kleef.


Het Tolhuys te Lobith

1479     Het komt tot een openlijke strijd tussen Gelre en Kleve over het Tolhuys. Een Kleefse krijgsmacht trekt naar het Tolhys en begint op 6 mei 1479 een beleg dat bijna vijf weken duurt. Op 9 juni vindt de overgave plaats.

1480    In het verdrag van 12 maart 1480 tussen de bisschop van Munster en de koning van Frankrijk staat dat het Tolhuys een onvervreemdbaar Gelders bezit is. De werkelijkheid is echter dat Kleef (Kleve) bezitter is en blijft.

1503
    De zomer van 1503 is zinderend heet en kurkdroog en daardoor een kwelling voor de inwoners van de Liemers

1557     De vermaarde cartograaf Christiaan sGrooten, geograaf van de Spaanse koning Philips II, brengt het gewest Gelderland in kaart.

Een detail uit de kaart van Christiaan sGrooten betreffende de omgeving van Tolkamer
In de omgeving zien we o.a. Tolhuys (Lobith), Aert (Aerdt), Hoigh Elten (Hoog Elten), Neder Elten (Laag Elten), de Elter Heyde en Grontsteyn.

 


1565    Uitzonderlijk strenge winter
waarin half december 1564 de vorst intreedt. Op 2e Kerstdag vriest de Rijn dicht en tot in maart blijft het ijs begaanbaar.

1568    In 1568 begint de Tachtigjarige Oorlog. Het is een bloedige strijd tussen Spaanse en Staatse troepen waarin de bevolking van de Liemers regelmatig tot wanhoop wordt gebracht. Vanaf de strijd van de Nederlanden (Staatsen) tegen de Spanjaarden gaat het hertogdom Kleve een eigen weg. Dynastiek gebonden aan de Rijnlandse staten Gulik en Berg en de graafschappen Marck en Ravensberg in het Ruhrgebied en Sauerland richt het hertogdom Kleve zich veel minder op de Nederlanden en wordt het sterker aan het Duitse Rijk gebonden. 
De bloedige strijd tussen Spaanse en Staatse (Nederlandse) troepen belemmert ook alle normale scheepvaart. Wat nog over de Rijn vaart zijn vooral bewapende Staatse schepen die de Lobithse tol zonder betalen passeren.  

1570     De periode 1570 tot 1600 is in de Liemers (en Achterhoek) een uiterst onrustige tijd. De bevolking is wanhopig door rondtrekkende plunderende troepen: De ene keer Staatse en de andere keer Spaanse troepen en daar tussendoor rondtrekkende muitende bendes. Verwoeste huizen en kerken, onbebouwde akkers, plundering, doodslag, zware maandelijkse oorlogscontributies en roof van hele veestapels zijn aan de orde van de dag.

Gezicht op Kleef (Kleve) omstreeks 1570
Kopergravure van Frans Hogenberg

 

1571     In het najaar trekken Spaanse troepen onder leiding van de hertog van Alva komend vanuit het Vlaamse Mechelen over de Rijn bij Lobith / Tolkamer. Ze zijn dan op weg naar Zutphen waar ze met geweld de Spaanse heerschappij herstellen.


 

 


Hertog van Alva (1507-1582)

1572    In Lobith bestaat een schutterij. De ingezetenen van Lobith zijn in een gilde verenigd.

1572    Begin juli worden 19 katholieke priesters uit Gorcum ontvoerd naar Den Briel. Als ze daar niet bereid zijn het katholieke geloof af te zweren worden ze een voor een opgehangen. De herinnering aan dit gebeuren, dat bekend staat als een van de dieptepunten in de opstand tegen Spanje, blijft tot ver in de 20e eeuw bij veel katholieken, ook in de Liemers, levend.

Links: Martelaren van Gorcum worden in een schuur terechtgesteld (19e eeuws schilderij van Cesare Fracassini)

Rechts: Beeld van pater Claas Pieck in de bedevaartskerk in Brielle
  Claas Pieck is de eerste, die wordt opgehangen, na hem volgen nog 18 paters. 



De ontvoering van de 19 priesters vindt plaats door watergeuzen onder leiding van hun in 1571 door Willem van Oranje benoemde opperbevelhebber Lumey. Wanneer de priesters niet bereid zijn om het katholieke geloof af te zweren, worden ze in een schuur een voor een opgehangen. Na hun dood worden de 19 martelaren van Gorcum voor veel katholieken ook in de Liemers lichtende bakens in een periode van onderdrukking en duisternis. De herinnering aan het gebeuren in 1572 blijft tot ver in de 20e eeuw levend. Veel katholieken sluiten tot ver in de 20e eeuw hun dagelijks gebed af met: "heilige martelaren van Gorcum bidt voor ons".


1573
   Reeds eind oktober begint in de Liemers een lange zeer strenge winter, waarin vrijwel alle wintervoorraden verloren gaan met grote tekorten en honger tot gevolg.

1581    De periode 1581 tot 1603 verloopt voor de bevolking in het Gelders - Kleefs grensgebied rampzalig. De Tachtigjarige Oorlog, een meedogenloze strijd tussen Spaanse en Staatse troepen, maakt veel slachtoffers onder de bevolking. Zowel Staatse als Spaanse soldatenbendes trekken regelmatig plunderend en brandstichtend rond. De terreur wordt mede veroorzaakt door de slechte betaling van vooral de Staatse soldaten.

Plundering van een dorp geschilderd door Pieter Molijn (Frans Halsmuseum, Haarlem)
Vooral tijdens de eerste helft van de Tachtigjarige Oorlog gaat de bevolking van het Gelders - Kleefs grensgebied regelmatig gebukt onder de wreedheden en plunderingen van Hollandse en Spaanse soldaten.

1582    Lobith, Zevenaar, Elten en Didam worden volledig leeg geplunderd door Staatse troepen en soldatenbendes.

1584    Op 26 januari vindt in de avonduren een dijkdoorbraak plaats bij de Oliemolen van Leuven / Leuffen (buurtschap tussen Oud-Zevenaar en Groessen). Het betreft de oudst bekende melding van een dijkdoorbraak in de Liemers.

1585    De Stiftskerk van Hoog Elten wordt volledig verwoest door plunderende Staatse troepen.

 

De St. Vitus in Hochelten is gebouwd tussen 1100 en 1150.
De tekening toont de toestand van 1150 tot 1585.

Na de verwoesting in 1585 wordt de St. Vitus tussen 1670 en 1677 weer tot de halve grootte opgebouwd. In maart 1945 wordt deze kerk door artillerie-geschut van Canadese eenheden vanuit Kleef zeer zwaar beschadigd. Een groot deel van de toren, het dak en het gewelf van het middenschip storten daarbij in en velen vrezen dat sloop onvermijdelijk is. Mede door de inspanningen van textielfabrikant dr.J.H. van Heek vindt in de naoorlogse jaren wederopbouw van de kerk plaats, waardoor deze nu op Duitse bodem de noordelijkste van de romaanse kerken aan de Rijn is. 

 

1586     Tijdens de Tachtigjarige Oorlog speelt de beheersing van de rivieren een belangrijke rol. Op de splitsing van Rijn en Waal wordt daarom onder leiding van Maarten Schenk van Nydeggen de door Graaf Johan van Kleef omstreeks 1360 gebouwde burcht uitgebouwd tot een fort (Schenkenschans). Het fort, de 'toegangspoort' tot de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden, wordt lange tijd als onneembaar gezien. Door verandering in de loop van de Rijn verliest het fort in het begin van de 18e eeuw haar strategische betekenis.

Schenkenschans wordt in 1635 door de Spanjaarden veroverd op de Nederlanders, maar een jaar later alweer door Frederik Hendrik van Oranje heroverd.

In 1672 wordt Schenkenschans door Nederland zonder slag of stoot overgeleverd aan Frankrijk, maar in 1681 komt het fort weer in Nederlandse handen. In 1816 wordt het bij het Koninkrijk Pruisen gevoegd en worden de vestingwerken afgebroken.

Momenteel is Schenkenschanz een klein, stil en vriendelijk Duits dorpje vlakbij Kleve.

 

1588     Het hertogdom Kleve benadrukt haar heerschappij over Lobith en haar tol door de vorming van een apart rechtsdistrict Lobith, waarvan Adolf van Meverden tot richter wordt benoemd. Het Spijk valt hier niet onder en blijft deel uitmaken van het gericht Emmerik. 
De Staten van Gelderland zijn echter van mening dat Lobith en de tol wederrechtelijk in het bezit worden gehouden door Kleve. Ook het bezit van o.a. het ambt Liemers, de Duffel en het ambt Goch wordt door de Gelderse Staten betwist. Vanaf 1602 vinden regelmatig onderhandelingen plaats maar pas na de Napoleontische tijd ongeveer 225 jaar later in 1816 worden de landsgrenzen definitief geregeld waardoor onder meer Lobith bij Nederland wordt gevoegd. 

1590   Omstreeks deze tijd ontstaat de buurtschap / dorp Tolkamer, zoals we deze in onze tijd kennen, op het splitsingspunt van Rijn en Waal.

1602
    De Staten van Gelderland starten onderhandelingen over teruggave van Lobith, dat naar hun overtuiging ten onrechte door Kleve (Kleef) wordt bezet. Het zal echter tot 1816 duren alvorens Lobith en haar omgeving Nederlands wordt.

Kasteel Het Tolhuis in Lobith in 1674 kort nadat het in het rampjaar 1672 nog dienst heeft gedaan als militaire wachtpost.

.

1631     Op een kaart van Millingen staan de restanten van het bij Pannerden gelegen Huis Bylandt nog in de Waal getekend. Dit kasteel ook genoemd Huis Scathe van Willem Doys is in de 16e eeuw door de veranderende loop van de Waal weggespoeld. 
Het in 1735 door Jan de Beijer getekende huis Bylandt, ook bekend als Huis Halt, is een ander kasteel en gelegen vlakbij Bimmen, een eind stroomopwaarts dus. 

1636    In april 1636 lukt het Frederik Hendrik, die inmiddels Maurits is opgevolgd,  het fort Schenkenschans te heroveren.

Het beleg van Schenkenschans in 1636 geschilderd door Gerrit van Santen
De Schenkenschans, een in 1586 gebouwde vesting in de nabijheid van o.a. Pannerden en Tolkamer volgens aanwijzingen van de militair Maarten Schenk op een strategisch punt, waar Rijn en Waal zich van elkaar afsplitsen. 

1653    Jan de Goyer schildert Gezicht over de Rijn naar de Eltense berg.


  "Gezicht over de Rijn"
Jan de Goyer; Mauritshuis, Den Haag

1660    Omstreeks deze tijd schildert Anthonie van Borssom de Rijn bij Lobith.


De Rijn (later: Oude Rijn) bij Lobith omstreeks 1660
(Anthonie van Borssom)
Op de achtergrond de molen en de kerk van Laag-Elten

1661     Op 9 augustus wordt de Reformatorische kerk op de Lobithse markt feestelijk in gebruik genomen. Dominee Armiger houdt de inwijdingsrede, waarvoor tot tekst dient Psalm 5, vers 8: 'Maar ik zal door de grootheid Uwer goedertierenheid in Uw huis gaan'.


 

 


1672
    Het leger van koning Lodewijk XIV trekt bij Lobith over de drooggevallen Nederrijn.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 








Een uit Elten afkomstige boer vertelt waar de Rijn doorwaadbaar is,  waardoor Lodewijk XIV in 1672 bij een extreem lage waterstand met 120.000 man de Rijn kan oversteken.
Schilderij van Adam Frans van der Meulen

1674    Johannes Kruythoff wordt dominee in Lobith-Tolkamer. Hij blijft dit gedurende meer dan veertig jaar en wordt in 1716 opgevolgd door Hermannus de Bruyn. Het aantal protestanten is gering, de overgrote meerderheid van de bevolking is rooms katholiek gebleven.


 

 

1677    De abdijgebouwen op de Elterberg, die in 1585 volledig zijn verwoest, zijn door de vermaarde bouwmeester Jacob Vingboons herbouwd.

 
Eltenberg zoals deze er in het midden van de 18e eeuw uitziet
S. Fokke, 1750  

1682    Ernstige wateroverlast in de Liemers en ook in Zevenaar-stad.

1684    De winter van 1683 - 1684 verloopt ontstellend koud. Zelfs stokoude mensen kunnen zich niet herinneren zo'n extreem koude winter ooit eerder meegemaakt te hebben. De koude valt ver voor kerstmis 1683 in en duurt tot medio februari 1684. De rivieren vriezen volledig dicht en ijsdikten tot twee Rijnlandse voeten (63 cm) worden gemeten. De winter zorgt voor een kwellende overlast.
 


Splitsing Rijn en Waal in nabijheid van Tolkamer
Jan van Call (1653 - 1703), omstreeks 1680
 Links: Elterberg, rechts: direct achter geboomte slot Bylandt en in de verte Kleve 

1695     De eerste maanden van 1695 wordt de bevolking in extreme mate gekweld door de gevolgen van hoog water en geweldige ijsgang.

1703    De Boterdijk bij Lobith breekt door.

1707    Op 14 november wordt het Pannerdens kanaal  (Nieuwe Rijn) geopend. 

 

De militaire dreiging vanuit Frankrijk  omstreeks 1700 is de directe aanleiding voor de aanleg van het Pannerdens kanaal. De Neder-Rijn en IJssel zijn doorwaadbaar en daardoor zwakke plaatsen in de defensie van de Republiek der Vereenigde Nederlanden. De situatie voor de scheepvaart is daarnaast een belangrijke bijkomstigheid. Dankzij de aanleg van het Pannerdens kanaal (Nieuwe Rijn) worden Neder-Rijn en IJssel beter bevaarbaar. Gedurende de eerste zestig jaar na de aanleg van het kanaal heeft de aanleg echter een rampzalige invloed op de hoogwaterveiligheid. Talrijke dijkdoorbraken in de 18e eeuw zijn een direct gevolg van de aanleg van het Pannerdens kanaal. In de loop der tijd is de rol van het kanaal voor de waterhuishouding echter drastisch gewijzigd en is het nu  de "hoofdkraan van Nederland".  

1707    Door het Pannerdens Kanaal worden Aerdt, Herwen en Pannerden van de Overbetuwe afgesneden en behoren vanaf nu tot de Liemers.

 

Het door het Pannerdens kanaal ontstane "Gelders Eiland" heeft zowel economisch als cultureel belemmerend gewerkt. Aan de andere kant heeft de geisoleerde ligging voor een hechte gemeenschap gezorgd.

Regelmatig hebben  in de Liemers overstromingen plaatsgevonden; de laatste in 1926. In 1995 is het elders in Gelderland uitermate spannend; enkele honderdduizenden mensen worden (30 januari - 6 februari 1995) preventief geevacueerd, maar gelukkig blijft een dijkdoorbraak uit.

De hoogste waterstand van de Rijn tijdens de overstroming van 1926 bedraagt 16,92 m. boven N.A.P.; de hoogste stand van de Rijn bedraagt in 1995 16,69 m.  boven N.A.P.; de laagste stand van de Rijn ooit gemeten (2003) bedraagt 6,91 m. boven N.A.P. Het verschil tussen hoogste en laagste stand bedraagt dus ruim 10 meter.  

1709    Zeer strenge winter vanaf Driekoningen (6 januari); veel vee doodgevroren.

1711    In het voorjaar zijn er diverse dijkdoorbraken zoals de IJsseldijk bij Lathum en de Boterdijk bij Lobith. Veel voedselvoorraden gaan verloren, weiden blijven lang onbruikbaar en op grote schaal wordt honger geleden.

1711    Na de doorbraak van de Boterdijk gaat de landverbinding tussen Lobith en Schenckenschans verloren. Het Lobithse tolkantoor betrekt daarna een nieuw onderkomen dat noordelijker is gesitueerd. Korte tijd later worden hier woningen gebouwd, waarmee de grondslag zal worden gelegd voor het latere dorp Tolkamer / Zollkammer. In de jaren daarna verhuizen het volledige tolpersoneel alsmede anderen die bij de scheepvaart betrokken zijn naar de nieuwe locatie op 's-Gravenweerd. Aangezien 's-Gravenweerd geen deel uitmaakt van het Ambt Lobith maar bij Cleverham hoort, leidt dit tot grote armoede in het voorheen zeer welvarende Lobith.   

1714    Veepest veroorzaakt in de Liemers de dood van veel runderen en grote armoede onder de bevolking.

1716    Omstreeks deze tijd telt de Gereformeerde kerk Lobith 74 lidmaten in Lobith-Tolkamer en 7 in Elten en op de Houberg. Het overgrote deel van de bevolking is katholiek maar de bestuurlijke bovenlaag behoort tot de gereformeerde religie.   


1723   
Het sterftecijfer in Lobith is in 1723 tenminste twee keer groter dan in andere jaren. Onbekend is welke ziekte(n) hiervoor verantwoordelijk is (zijn).

 

1725    Omstreeks deze tijd worden de restanten van de toren en het kasteel Tolhuys, dat door Franse soldaten in het rampjaar 1672 is verwoest, door de bewoners als bouwmateriaal gebruikt. In latere jaren wordt het terrein door de Pruisische koning Frederik II aan de R.K. kerk geschonken, die er vervolgens een kerk bouwt. Het enige, dat in onze huidige tijd nog overgebleven is van het kasteel, is het zogenaamde Schipperspoortje (in onze tijd Dorpsdijk 36 in Lobith).  


Het Tolhuys met op de voorgrond de Rijn en op de achtergrond de "Eltener"berg 

1727    In Lobith is het aantal mensen dat in 1727 overlijdt twee keer groter dan in andere jaren. Ook in sommige andere Liemerse plaatsen zoals Wehl is het sterftecijfer veel hoger dan in andere jaren. Onbekend is welke ziekte(n) hiervoor verantwoordelijk is (zijn).
 

1731    Op zaterdag 28 juli 1731 schetst de befaamde tekenaar en dichter, Abraham de Haen (1707-1748), Tolkamer. In onze huidige tijd bevindt deze schets zich in het Rijksmuseum in Amsterdam.     


1735     Jan de Beijer tekent het Huis Bylandt. Dit is een ander kasteel dan het Huis Bylandt dat in voorgaande eeuwen verder stroomafwaarts heeft gestaan en in de 16e eeuw door de veranderende loop van de Waal is weggespoeld.


 

 

1745    Nederland wordt door de Pruisische regering gedwongen om in Tolkamer een overlaat (= verlaagde dijk) te maken, waarover hoog water kan afvloeien via de Oude Rijn. Ruim tweehonderd jaar later, in 1961, zal deze verlaagde dijk weer op bandijkhoogte worden gebracht.

1753
    Op 19 december vindt een dijkdoorbraak plaats bij de buurtschap Leuven / Leuffen (buurtschap tussen Oud-Zevenaar en Groessen). Een zeer omvangrijk gebied tot Steenderen komt onder water.


Doorbreken van de Rhijndijk in 1753
Meer dan drie maanden lang tot eind maart 1754 blijft het water door de Leuvense doorbraak naar binnen stromen..
Tot  in oktober 1754 werkt men dagelijks met honderd karren aan het herstel van de dijk.
 

1757    Op 30 januari ziet men op het Gelders eiland de eerste tekenen van ijsgang. Het opgestuwde water stijgt daardoor zo hoog, dat het nog dezelfde dag twee voet over de dijk loopt en de dijk ter hoogte van de Pannerdenschen Waerd breekt. Ruim een week later op 9 februari breekt de Herwense dijk op vijf plaatsen tegelijk door het opnieuw kruiende ijs en ook bij Pannerden volgen nieuwe doorbraken. Ook de dijk bij Leuven, tussen Oud-Zevenaar en Groessen, breekt in deze rampzalige maand.

Door vele dijkdoorbraken als gevolg van waterstuwing door het kruiende ijs staat in februari 1757 de Liemers grotendeels onder water. Velen vertoeven dagenlang op zolders of daken van hun huis. Ook gaan veel huizen door de watermassa verloren.

 

1758    Dysenterie slaat opnieuw toe in de Liemers; ondermeer Lobith (35 doden), Duiven (12 doden) en Zevenaar (10 doden) worden getroffen door deze besmettelijke ziekte, die vooral in de 18e eeuw een echte volksplaag is.

1764    In maart slaan de pokken toe: Tenminste tien mensen overleven de ziekte niet

1770     Rampjaar. Van november 1769 tot mei 1770 overstroomt het Geldersch Eiland zeven keer. Bij een dijkdoorbraak in december 1770 wordt de helft van het dorp 't Loo weggevaagd.

 

 

 

 

 

                                                De afbeelding rechts laat een aantal doorbraken van Liemerse dijken zien in de 18e en 19e eeuw.

 

1771    Friedrich II (1712-1786), koning van Pruisen verleent op 1 oktober 1771 aan de Rooms-Katholieken te Lobith het recht een eigen kerkgebouw te stichten op de plaats van het voormalige Tolhuis en een priester aan te nemen. Voordien zijn de katholieken uit Lobith genoodzaakt voor het vervullen van de kerkelijke plichten naar Huis Aerdt of Elten te gaan. Sommigen gaan zelfs per roeiboot de Rijn over om naar de kerk te Bimmen of Keeken te gaan.

 

De Martinuskerk in Bimmen, stammend uit het eind van de 15e eeuw, is een van de kerken waarvan de Lobithse katholieken gebruik maken in de tijd dat Lobith zelf nog geen R.K. Kerk heeft.
.
In 1775 komt in Lobith als eerste missionaris de in Emmerich geboren pater Schonenbosch, vergezeld van broeder Humilis uit Gennep.
In de parochiegeschiedenis staat wat zij in Lobith aantreffen: "Deze mannen (Schonenbosch en Humilis) vonden het hier (Lobith) zeer desolaat, want meenige wisten niets van God of zijn gebod. Zommige van 17, 18, 19 jaaren waaren nog zelden in de kerk geweest. Na de onwetendheid waar en ook de zeeden van de menschen, die zo verwildert waaren, dat ze wilde menschen genoemt wierden ."

 

 

1772    De pokken eisen in de herfst opnieuw hun tol in Lobith: Vier sterfgevallen.

1776    Het Bijlandsch Kanaal, een drie kilometer lange waterweg tussen Tolkamer en Millingen aan de Rijn, komt gereed. Het kanaal, dat is gegraven in de periode tussen 1773 en 1776 en dwars door de Bijlandsche Waard loopt, dient ter afsnijding van een scherpe bocht in de Waal. Met deze aanleg beoogt het gewest Gelre niet alleen de scheepvaart van dienst te zijn maar vooral ook  het rivierwater beter te kunnen reguleren waardoor overstromingen kunnen worden voorkomen.

    
Bijlandsch kanaal met voetgangersveerpont Pannerden-Millingen v.v.
(Van Keulendag 3 september 2011)

1782    Tot de dodelijke slachtoffers van een dysenterie-epidemie (dysenterie is een ernstige infectieuze darmaandoening, die in volksmond ook rotkoorts(en) en rode loop wordt genoemd) behoort de Lobithse pastoor Van der Meir, die op 44-jarige leeftijd sterft. 

1785    Ongeveer tien personen sterven in de tweede helft van het jaar als gevolg van de pokken.

1788    Om verspreiding van ziekten te voorkomen bepaalt de Kleefse overheid op 11 april, dat voortaan twee begrafenisgebruiken achterwege dienen te blijven te weten:
                    - het afleggen van het lijk door een groot aantal vrouwen uit de verre omtrek
                    - het meerijden van vele vrouwelijke familieleden op de lijkwagen.

1789    De winter van 1788-1789 verloopt extreem koud. Met de winter van 1708-1709 is deze winter de aller-koudste winter van de 18 eeuw. Mens en dier gaan gebukt onder de extreme koude en de gevolgen daarvan.

1790    Opnieuw een tiental dodelijke slachtoffers in Lobith door de pokken.

1792    Het aantal inwoners van de gehele Liemers, inclusief de heerlijkheid Wehl, is gedaald tot 4.400. In Zevenaar-stad wonen nog 900 mensen waar dat enige decennia eerder nog 1.300 bedroeg. Een belangrijke oorzaak van de bevolkingsafname is dysenterie, een infectieuze darmziekte die gepaard gaat met een hevige bloederige diarree en daarom in de volksmond wel "rode loop" wordt genoemd.   

1799
    Op donderdag 31 januari begint het water op de Rijn te kruien en enkele dagen later komt ook de kom van het dorp Lobith onder water te staan. De schade is aanzienlijk.

1802    In de zomer van 1802 wordt het in de regio bekend dat de Kleefse enclaves (met o.a. Zevenaar, Lobith, Tolkamer, Duiven, Groessen, Loo, Huissen, Malburgen en Wehl) op termijn over zullen gaan naar Nederland. Velen  overvalt dit bericht en vrijwel alle hoofdgeerfden van de streek richten zich in een verzoekschrift tot de koning van Pruissen om in het belang van de ingezetenen de enclaves te behouden. Voorstanders van de overgang naar Nederland zijn er echter ook. Zij worden aangevoerd door de Zevenaarse Carel Herman van Nispen. 

1803
    Op woensdag 23 februari breekt de dijk bij de Pannerdense molen.  Het water dat op vele plaatsen in de Liemers schade veroorzaakt,  zoekt een uitweg in de richting van  Angerlo en Doesburg. In Lobith komt het water 14 duim hoog in de huizen te staan.

De omgeving van de Pannerdense molen in 1742

Bij deze molen vindt de dijkdoorbraak in 1803 plaats.
 


1808
    In de eerste maanden van het jaar eisen de pokken opnieuw hun tol: Elf doden.

1809    Weer een kolossale watervloed in de Liemers. Na een strenge vorstperiode veroorzaakt begin januari een ijsstopping in het Bylants kanaal een enorme vloed door de Oude en Neder-Rijn waardoor de dijken de enorme druk niet weerstaan en op twee plaatsen te weten bij de Toetenburg onder Ooy en bij 't Loo doorbreken. Op vrijdag 13 januari is het Liemerse land daardoor een grote met ijs beladen watervlakte, waarin door een hevige storm ontwortelde bomen en daken van verwoeste huizen voortdrijven. Een nieuwe vorstperiode verandert het land vervolgens in een onafzienbare ijsvlakte.

   

IJsgang tussen Arnhem en Westervoort in de louwmaand (januari) 1809
Rechts is de stad Arnhem met de Walburgiskerk te zien.
Op 3 januari 1809 raast een hevige sneeuwstorm over de Liemers, waarna de winter in alle hevigheid toeslaat. Rond de Pley bij Westervoort ontstaat een ijsmassa, die zowel de IJssel als de Rijn afsluit, waardoor stroomopwaarts de Liemerse bandijk van Oud-Zevenaar tot Westervoort onder zware druk komt.  Op vrijdagochtend 13 januari om 7.30 uur begeeft de dijk het bij Ooy in de buurt van Toetenburg. Enige uren later breekt de dijk bij de Loowaard door. In korte tijd staat de gehele Liemers onder water. Zelfs in het relatief hoog gelegen centrum van Zevenaar-stad staat het water meer dan 1 meter hoog. 

 


1810    Na de watersnood van 1809 wordt serieus overwogen een kanaal door de Liemers van Pannerden naar Doesburg te graven en de Nederrijn definitief te sluiten. Men gaat ervan uit dat de oplossing voor alle (overstromings)problemen een afleiding van het Rijnwater via de Liemers en de IJssel naar de Zuiderzee is. 

1813   Het Spyckse veer over de Rijn, tussen de op de rechter rivieroever gelegen plaatsen Lobith-Tolkamer en Elten en het op de andere zijde gelegen Spyck bij het stadje Griethausen, dient eind oktober en begin november 1813 als vluchtweg voor Franse ambtenaren en hun gezinnen na de Volkerenslag bij Leipzig.   

 

  


Het Spyckse veer met op de achtergrond Laag- en Hoog-Elten (Johannes Leupenius, 1741)


1815   Het Weense Congres besluit dat het gebied tussen Emmerick en de (huidige) grens Duits wordt in ruil voor de Duitse enclaves Wehl, Liemers en Huissen, die tot Nederland gaan behoren. Lobith, Tolkamer en Spijk worden vergeten en komen korte tijd later bij Nederland.

1816    Uitgezonderd enkele dagen in augustus regent het in 1816 van half mei tot in november vrijwel onafgebroken. De Liemers is veranderd in een moeras. De oogst gaat verloren. De schade is onvoorstelbaar en wordt bovendien nog versterkt door het volledige gebrek aan gras als voedsel voor het vee. Bittere armoede is het gevolg en veel mensen voeden zich met voedsel dat onder normale omstandigheden aan varkens gegeven wordt. 

1817   Nadat het gehele jaar 1816 het extreem slechte weer ook in Tolkamer voor enorme problemen zoals honger en armoede heeft gezorgd, verschijnt medio maart 1817 de zon, die zich daarvoor in dertien maanden vrijwel niet heeft laten zien. Het gewone klimaat keert eindelijk weer terug. 
Pas in de loop der 20e eeuw hebben wetenschappers vastgesteld dat de tijdelijke klimaatverandering, die de wereld in 1816 heeft gekweld, het gevolg is van de enorme vulkaanuitbarsting van de Tambora op het eiland Sulawesi in de Indonesische Archipel. Aan het begin van de 19e eeuw duurt het maanden tot jaren voordat nieuws van de andere kant van de wereld onze omgeving bereikt maar ook als men het toen eerder geweten had zou niemand een verband gelegd hebben tussen de vulkaanuitbarsting en de tijdelijke klimaatverandering.
 

1817    De bij de overgang naar het Koninkrijk der Nederlanden ontstane gemeente Lobith (waartoe Tolkamer behoort) verliest reeds na 9 maanden haar zelfstandigheid en wordt samengevoegd tot de gemeente Herwen en Aerdt. Tot 1816 heeft het gebied rondom Lobith en Tolkamer vele eeuwen behoord tot de Pruisische ambten Kleverham en Emmerich. 

1823    Tragedies zijn van alle tijden hetgeen ook weer blijkt op dinsdag 25 maart 1823. De dertienjarige Richard Daams wordt die dag dood gevonden in de toren van de katholieke kerk in Lobith: "hangende met het hoofd in het touw van de kerkklok". Schout Van Staa waarschuwt onmiddellijk rechter P.C. van Woelderen in Zevenaar. Men gaat er vanuit dat de jongen per ongeluk of met opzet zich verhangen heeft. Richard zoon van visser Derk Daams en Helena Verhoeven, die op Tolkamer een tapperij hebben, wordt op donderdag 27 maart op het R.K. kerkhof in Lobith begraven.

1824    Wegens het disfunctioneren van de katholieke school van koster / schoolmeester Pauwels blijft alleen een protestantse school over, die nu bestemd is voor alle leerlingen van Lobith - Tolkamer. De protestante school, sedert 1704 in gebruik, is echter zeer bouwvallig en de oude schoolmeester Mathias Siering (75 jaar) is volstrekt ongeschikt. Hij wordt in 1826 vervangen door de uit Winterswijk afkomstige 22-jarige meester Ten Brink (1804 - 1884), die in een nieuwe school aan de slag kan gaan.

1825
    In plattelandsgemeenten wordt de titel van schout (voor het hoofd van de gemeente) veranderd in die van burgemeester.

De Liemers en omgeving uit een aardrijkskundig schoolboek door J.van Wijk Roelands Zoon uitgegeven door H.C.A. Thieme te Zutphen in 1827.
Tolkamer wordt niet expliciet vermeld.

1830     De Belgische opstand leidt tot afscheiding van Belgie van Nederland. 
Koning Willem I roept ook in de overwegend katholieke Liemers (jonge)mannen op voor actieve militaire dienst. Velen voelen er echter weinig voor om voor een protestante vorst te vechten tegen het katholieke Belgie. Dit leidt tot grote onrust. In Lobith en Tolkamer trekt een groep jongemannen door het dorp, die dreigt het gemeentehuis in brand te steken. De gouverneur van Gelderland stuurt daarop 90 soldaten om de rust te herstellen. Honderd (jonge)mannen, die vervolgens worden gedwongen in militaire dienst te gaan, deserteren in de winter van 1830 - 1831. Velen van hen vluchten naar Pruisen.

1838    Op Driekoningen (6 januari) begint het plotseling streng te vriezen, waarbij de strenge vorst tot Pasen aanhoudt zodat "men op die feestdag op het ijs der rivier nog eyeren heeft gegeten".

1839    In het najaar richt een hevige storm veel schade aan. Ook de katholieke kerk in Lobith loopt flinke averij op.

1839    In de gemeente Herwen en Aerdt, waartoe Tolkamer behoort, vestigt zich in december 1839 voor het eerst in de geschiedenis een universitair opgeleide medicus. Het is dr. Wilhelm Anton Letterhaus (1815 - 1849) uit Munster, die een medische praktijk start in Lobith.  De praktijk verloopt verre van succesvol en er zijn vele klachten omdat dr. Letterhaus kampt met een alcoholverslaving en mede daardoor op de jeugdige leeftijd van 33 jaar op donderdag 12 april 1849 overlijdt.

1845    Overvloedige regenval heeft tot gevolg dat meer dan 75% van de oogst verloren gaat. De aardappelteelt verrot vrijwel volledig. Honger is het gevolg.  

1848    In de laatste maanden van 1848 en in het begin van 1849 is sprake van een vijftal doden door de zogenaamde "pestpokken"; deze pokken zijn met bloed gevuld en hebben  zwarte korsten.

1849
    Op donderdag 12 april 1849 overlijdt onder behoeftige omstandigheden dr. Letterhaus (1815 - 1849). Hij gaat de geschiedenis in als de eerste universitair opgeleide medicus van de gemeente Herwen en Aerdt, waartoe Tolkamer behoort. Hij heeft zich tien jaar eerder in Lobith gevestigd maar kampt in de jaren daarna in toenemende mate met een ernstig alcoholprobleem waardoor zijn medische praktijk veel problemen heeft gekend.

1849    In de periode 20 juli tot 9 augustus heerst cholera in Lobith. Twaalf personen sterven als gevolg van de aandoening.
Wanneer de Lobithse pastoor A. Verhey ontdekt, dat alle dodelijke slachtoffers een door de Zevenaarse geneesheer, dr. B. Hopma, voorgeschreven medicijn hebben gebruikt, raadt hij zieken met klem aan om geen geneesmiddelen meer te gebruiken, maar voortaan (vijfmaal per dag) een glas wijn te drinken. 

1850    De gemiddelde levensverwachting in de Liemers bedraagt 34 jaar. Dit is in het bijzonder het gevolg van de grote kindersterfte.

1850    Ook in de tweede helft van de negentiende eeuw gaat de industriele revolutie vrijwel volledig voorbij aan de Liemers. 

1853    In Nederland en dus ook in de Liemers wordt de (R.K.) kerkelijke hierarchie hersteld. Als eerste aartsbisschop wordt monseigneur J. Zwijsen benoemd.

1854    Op een bevolking van 2.533 personen in de gemeente Herwen en Aerdt, waartoe Tolkamer, behoort moet meer dan de helft "van den arme" worden gesteund. Ook dit is weer zo'n voorbeeld dat de "goede oude tijd" in feite nooit bestaan heeft.    

1854    Op Eerste Kerstdag 1854 omstreeks 17.50 uur roeit sloeproeier Gradus Publiekhuijsen (1808 - 1854) in zijn roeiboot naar de stoomboot "Stad Bonn", die op de Rijn voor Lobith-Tolkamer ligt om uitgeklaard te worden. Gradus moet de aan boord zijnde douaneambtenaren ophalen. Op weg naar de stoomboot slaat zijn roeiboot op de ruwe Rijn om. Hoewel Gradus zich nog wel kan vastklampen aan zijn boot en luidkeels roept, komt hulp te laat. Door de kou bevangen moet hij loslaten. Pas ruim een half jaar later op dinsdag 3 juli 1855 spoelt zijn stoffelijk overschot aan bij Pannerden. Hij wordt twee dagen later op 5 juli op het R.K. kerkhof in Lobith begraven.    

1855    Door ijsopstopping breken zaterdag 3 maart de Rijndijken bij Bislich (in de omgeving van Wesel). Grote delen van de Liemers staan in maart 1855 blank. Ook Lobith en Tolkamer gaan gebukt onder de watersnood.

 

IJsgang op de IJssel voor Westervoort 1855

1857    In het najaar, na een uitzonderlijk droge zomer, sterven twintig personen aan dysenterie (hevige bloedende buikloop, in de volksmond rode loop genoemd vanwege de waterdunne bloederige diarree).

1858    Verschijning van Maria in Lourdes. Ook op de overwegend katholieke bevolking van de Liemers maakt dit diepe indruk.  

1858    De Lobithse pastoor Verheyen viert zijn 25-jarig priesterfeest. Als cadeau ontvangt hij van zijn parochianen onder meer een nieuw "slaguurwerk" in de kerktoren, dat door klokkenmaker P. Oppen uit Leuth voor de som van vierhonderd gulden wordt gemaakt. Aan drie zijden van de toren worden eikenhouten wijzerborden met koperen cijfers en wijzers aangebracht. Tijdens de processie op kermiszondag gaat het nieuwe uurwerk voor het eerst lopen en slaan.

1859    In het provinciaal verslag over 1859 wordt gemeld dat in de "geheele Lijmers, zooals doorgaans weinig heerschende ziekten zijn voorgekomen". Het wordt toegeschreven aan de "gezonde ligging" van deze streek.

1867    Door runderpest gaat het grootste deel van de veestapel verloren. Ook de oogst is slecht, waardoor 1867 als rampjaar ervaren wordt.

1868    Extreme droogte in de Liemers veroorzaakt voedseltekort.

1871    Door de "pestpokken" overlijden vier mensen; in 1872 valt nog een dodelijk slachtoffer.

1873    Gedurende de maanden augustus en september sterven zeven mensen aan dysenterie. Het zal de laatste keer zijn dat de aandoening in Lobith ernstig toeslaat.

1879    Salomon Northeimer (1852 - 1933) opent in 1879 een slagerij in Lobith - Tolkamer. De zaken gaan goed en reeds in 1886 verruilt hij zijn huurpand voor een eigen winkel-woonhuis. 
Begin 1919 besluit Salomon om met pensioen te gaan maar het duurt nog tot de zomer van 1920 voordat hij de slagerij ook werkelijk aan zijn zoons overdraagt. 

 


Slagerij Gebroeders Northeimer in Lobith -Tolkamer (1925)

1879    Op dinsdagochtend 8 juli 1879 omstreeks 8.30 uur vindt op de Boterdijk in Tolkamer een bijzonder tragisch ongeval plaats. Hierbij komt de zes jaar oude Aletta Amelia Aurelia de Haas om het leven. Zij wordt overreden door een paard en wagen, bestuurd door de in Elten wonende boerenknecht Evert Rutjes. Hem wordt grove schuld verweten omdat hij niet op de vaste plaats van de voerman rechts achter het paard heeft gezeten maar tegen het achterschot waardoor hij wel het paard heeft kunnen zien maar niet wat zich in de nabijheid van de kar afspeelt. Rutjes wordt "manslag door onvoorzichtigheid en achteloosheid" ten laste gelegd. Tot zijn voordeel strekt dat hij als "zeer geschikt en oppassend"  bekend staat.

1882    In mei vindt tijdens een verblijf van een rondtrekkend Joods circus in Lobith een uiterst tragisch incident plaats. Salomon Schuitenvoerder, zoon van de circusdirecteur hangt zich op en aangezien een begrafenis op de Lobithse drenkelingenbegraafplaats niet mogelijk is, vraagt de ontgoochelde vader toestemming aan de Zevenaarse burgemeester Christjani om zijn zoon daar te mogen begraven. Na een aanvankelijke toestemming wordt dit echter geweigerd. Tenslotte krijgt de vader wel toestemming van de burgemeester van de gemeente Bergh waarna de begrafenis aldaar kan plaatsvinden. 

1882    De gebroeders Hermanus en Wilhelmus Janssen beginnen een scheepswerf voor houten schepen in Tolkamer

 


Gezicht op de Rijn bij Tolkamer omstreeks 1900

1886    In Lobith wordt in 1885 / 1886 de oude R.K. Kerk afgebroken. Op 5 juli 1886 wordt de eerste steen gelegd voor een nieuwe R.K. Kerk.


De oude R.K. Kerk in Lobith juist voor de afbraak. In 1886 wordt deze kerk vervangen door een nieuwe kerk (bouwmeester Alfred Tepe).

 

1887    In Lobith-Tolkamer wordt de nieuwe R.K. parochiekerk (architect: Alfred Tepe, 1840-1920) in gebruik genomen. Drie jaar later in 1890 is ook een nieuwe pastorie klaar. Deze is gebouwd aan het hoofdeind (altaarzijde) van de kerk, op de plaats waar in het verleden het kostershuis heeft gestaan. Door de komst van een nieuwe pastorie komt de oude aan de Boterdijk vrij en gaat als klooster dienen voor R.K. kloosterzusters, die het onderwijs aan de R.K. Meisjesschool verzorgen. 

 

1889    Omstreeks deze tijd beleeft de baksteenindustrie opnieuw een bloeiperiode. In de Liemers werken meer dan 1500 mensen in steenfabrieken. Dit zijn overigens niet alleen mannen maar ook vrouwen en kinderen. Van de ongeveer 700 arbeiders, die in de gemeente Herwen en Aerdt waartoe Tolkamer in deze tijd behoort, in de baksteenindustrie werken zijn 100 vrouwen, 70 jongens en 30 meisjes.  

1889    De gebroeders Bodewes beginnen een scheepswerf voor ijzeren schepen. Deze onderneming komt tot grote bloei. In 1890 zullen op deze werf al vijftig mannen en twaalf jongens werken; een jaar later negentig mannen en vijftien jongens.  

Lobith-Tolkamer kort na 1900. Op de achtergrond (links) het douanekantoor; rechts de schoorsteen van de steenfabriek van Daams. 

1890     De winter van 1890 / 1891 is uitzonderlijk streng. De decembermaand spant de kroon, want sedert het begin van de temperatuurmetingen in 1706 is het alleen in december 1788 nog kouder geweest.
Op 25 november 1890 gaat de wind uit het noordoosten waaien en dat is het begin van een langdurige strenge vorstperiode. De gemiddelde ijsdikte in sloten is in de loop van december ongeveer 65 cm., plaatselijk wordt zelfs een dikte van 70-80 cm. bereikt. Mens en dier gaan gebukt onder extreme koude. Op 19 december vriest bij Elten een grensbeambte dood.

1891     Begin september vestigen zich R.K. kloosterzusters in Lobith. Zij stichten een meisjesschool annex bewaarschool, officieel Mariaschool geheten, die op 23 september haar poorten opent voor ongeveer 80 kinderen.

Meisjeschool (Mariaschool) in Lobith omstreeks 1930
De school, die van start is gegaan in 1891, is omstreeks 1913 te klein voor 150 leerlingen en wordt dan uitgebreid. Dit gebeurt nogmaals in 1923, wanneer de school inmiddels 200 leerlingen telt.


1893    In de zomer van 1893 overlijdt W.L Stokman, herbergier van Hotel de Leeuw in Lobith en vervoersondernemer. 
Met een rijtuig getrokken door een paard heeft Stokman jaren de vervoersdienst Tolkamer - Lobith - Elten onderhouden. Een enkele reis Tolkamer - Elten kost in deze tijd 35 cent en een retour 60 cent. Na zijn dood zet zijn weduwe het bedrijf voort.


Hotel de Leeuw in Lobith met weduwe Stokman

1894     Eind juli 1894 brengt een hevig noodweer gepaard met onweer, storm en slagregens grote schade toe aan de veldgewassen.

1895    Op woensdag 20 maart ontploft op de Rijn bij Griethausen/Tolkamer/Spijk het dynamiet-schip Reimer. Bij deze vreselijke ramp vallen 13 doden. Ook de materiele schade is tot in de zeer verre omgeving enorm. In ondermeer Spijk en Elten zijn huizen verwoest. In Tolkamer, Lobith, Elten, 's-Heerenberg en Emmerich zijn enorm veel ruiten gesneuveld. De ramp maakt een enorme indruk en is geruime tijd in het nieuws.



Het dynamietschip Reimer gefotografeerd kort voor de ramp op 20 maart 1895.
 

 

Bij lage waterstand zijn in 2005 op de Rijn nog de resten zichtbaar van het in 1895 ontplofte dynamietschip Reiner.

Na de ontploffing op 20 maart 1895 komen zelfs vanuit Heerlen, Tietjerk (Friesland) en M.Gladbach berichten omtrent "den gevoelden schok".
Het dynamiet in het schip, totaal 100.000 kg., is afkomstig van de kruitfabriek Porz in Keulen en bestemd om vervoerd te worden naar de haven van Antwerpen. Van daaruit zal het transport verder gaan naar de goudmijnen in Zuid-Afrika.
De Gelderlander van 25 maart 1895 bericht dat: "Het algemeen gevoelen is dat niet onvoorzichtigheid, maar verregaande roekeloosheid de oorzaak is van de dynamiet-catastrophe. Er is met de kisten omgesprongen, alsof het steenen waren." Gebleken is bovendien, dat er op het kruitschip een kolenkachel gestookt werd.
 

 


1897
    Ook
na de ramp op de Rijn in 1895 bij Griethausen/Tolkamer/Spijk met een dynamietschip, waarbij 13 doden zijn gevallen, blijft het vervoer van deze gevaarlijke stof plaatsvinden. Zo verleent de commissaris van de koningin in Gelderland aan vervoerder d' Harvant te Lobith toestemming om op 1 oktober 1897 met schipper H. Gerritsen in diens zeilschip, genaamd "Kehr-Wieder", over de Rijn en de Waal een partij dynamiet van 29925 kg, verpakt in 1330 kisten, te vervoeren naar Rozenburg om deze daar over te laden op het zeeschip "Winloe" met bestemming Engeland.

 

 


 Zeilschepen op de Rijn bij Lobith-Tolkamer (begin 20e eeuw)

1899    Scheepsbouwer G.H. Bodewes, steenfabrikant Th. G.J. Daams en aannnemer G.H. van Hezewijk richten de "Lobithse Stoombootmaatschappij" op, die een vaste stoombootverbinding gaat onderhouden met Arnhem en Nijmegen. 

Tolkamer (1908): geheel links het douanekantoor en daarnaast de villa (met torentje) van Daams, medeoprichter van de "Lobithse Stoombootmaatschappij"
 

1900    Op 1 januari telt de gemeente Herwen & Aerdt, waartoe Tolkamer behoort, 3.817 inwoners verdeeld over 1.946 mannen en 1.871 vrouwen. De bevolking is te groot voor het beschikbare werk in de directe omgeving.  Sommige inwoners verhuizen daarom naar het Duitse Ruhrgebied om daar een nieuw bestaan op te bouwen Anderen pendelen per trein vanuit Elten naar fabrieken in Emmerik, Rees of Wezel.

 

 


Station Elten

 

1900    Zonder enige bestuurlijke ervaring wordt Charles Govert Schattenkerk (1871 - 1946) na zijn rechtenstudie in Leiden benoemd tot burgemeester van Herwen en Aerdt, waartoe ook Tolkamer behoort. Hij blijft dit tot 1924 wanneer hij wordt benoemd tot burgemeester van Tiel.


Verkiezingen in de gemeente Herwen en Aerdt  v.l.n.r:  J. Publiekhuizen, Th. Peters, M. v. d. Loo en burgemeester C. Schattenkerk

                 
                              Beelden van Lobith en Tolkamer uit de beginperiode van  burgemeester C. Schatttenberg (1903)

 

1901    In Lobith overlijdt in november 1901 op 69 jarige leeftijd Herman H. Christjani, burgemeester van de gemeente Herwen en Aerdt (waartoe in deze tijd ook Tolkamer behoort) van mei 1870 tot mei 1900.

1904
   De gemeente stelt zich garant voor een bedrag van 62.500 gulden (29.000 euro), in deze tijd een relatief groot bedrag, voor de aanleg van een stoomtramlijn van Arnhem via Zevenaar en Elten naar Lobith en Tolkamer. Hoewel deze tramlijn nooit is gerealiseerd toont dit initiatief dat de gemeente waarde hecht aan de verdere ontsluiting van Lobith en Tolkamer voor de ontwikkeling van handel en industrie.

1905    Op  12 juli vaardigt de Paus uit: "een volle aflaat te verlenen aan kinderen, die voor het eerst te communie gaan, alsmede aan hun verwanten tot in de derde graad, die tegelijk met dezen tot 's Heerentafel naderen".

 

1905    In Lobith-Tolkamer wordt een nieuw douane / belastingkantoor gebouwd. 
In onze huidige tijd (begin van de 21e eeuw) fungeert dit inmiddels voormalige belastingkantoor uit 1905 als hotel.  

 

1906    Het Gelders Eiland ondervindt in maart weer veel overlast van het Rijnwater.

 

 

1908    In Lobith-Tolkamer wordt de plaatselijke afdeling van de Katholieke Arbeiders Beweging, de voorganger van het Nederlands Katholiek Vakverbond, opgericht.

 

 


Het plaatselijk bestuur van de Katholieke Arbeiders Beweging (K.A.B.) op 13 oktober 1958 bij het vijftigjarig jubileum. Op de foto: J. Overdreef, G. Peters, M. Joosten, H. Theunissen, J. Driessen, E. Booltink, J. Visser, J. Strick, J. Boorman, H. Seising, B. Winters, pastoor Loman, J. Arents en C. Roos

 

1908    Aan de Boterdijk in Tolkamer wordt een school met vier lokalen en een onderwijzerswoning gebouwd. Omstreeks de jaarwisseling gaan de kinderen over van de oude naar de nieuwe school. Van alle kinderen, die tussen 1908 en 1940 op deze school zitten, is dit voor ruim tachtig procent tevens het eindonderwijs.

 

 


Tolkamer, nieuwe school aan de Boterdijk (1908)

1909     Een initiatief om een smalspoorlijn dwars door de Liemers (van Tolkamer via Lobith, Elten, Babberich, Didam en Angerlo naar Doesburg) aan te leggen loopt omstreeks deze tijd stuk mede omdat gemeenten weinig medewerking verlenen.

1910     In Lobith -Tolkamer wordt voor het eerst een voetbalclub opgericht. Het is L.V.V. en het voetbalveld bevindt zich aan de Eltenseweg. Scheidsrechter is de Lobithse bovenmeester, die gewoonlijk op een stoel gezeten fluit. Na het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog komt er een eind aan het kortstondig bestaan van L.V.V.

1911    Bernardus Harperink, R.K. pastoor van Lobith-Tolkamer-Spijk sedert 1889, trekt zich in oktober 1911 terug in een klooster in Amersfoort. Hij is daartoe genoodzaakt door toenemende doofheid. Hij wordt opgevolgd door pastoor Berend Huser uit het Drentse Halen.

 

 


R.K. kerk en jongensschool in Lobith    

 

1912    De eerste decennia van de 20e eeuw zijn auto's op de wegen in Lobith-Tolkamer een bijzonderheid.

 

 


1913     De komst van de Eerste Wereldoorlog dient zich aan. Op 1 augustus wordt de grens met Duitsland door de Duitse autoriteiten gesloten. Verbinding met het Gelders Eiland is daardoor alleen nog mogelijk met behulp van de pontveren over de Oude Rijn bij Aerdt en Pannerden en over het Pannerdens kanaal bij Doornenburg.


1914    Op vrijdag 13 maart omstreeks 16.00 uur vindt bij Spijk een dijkdoorbraak plaats waardoor het dorp verandert in een grote watervloed. Huizen komen onder water te staan. Hetzelfde geldt voor de nieuwe R.K. kerk en de steenfabrieken. Veel bewoners vluchten naar de zolders, anderen zoeken hun toevlucht op daken. Veel huisgezinnen verliezen "al hun have en goed".

 

 

1914    Op vrijdag 31 juli om 12.10 uur kondigt de Nederlandse regering een militaire mobilisatie aan. Korte tijd later breekt een weerzinwekkende oorlog (W.O. I 1914 - 1918) uit, waarin 10 miljoen mensen omkomen. Hoewel Nederland buiten het oorlogsgeweld blijft, gaat ook in de Liemers de bevolking gebukt onder angsten, onzekerheid, tekorten, ondervoeding, werkeloosheid en armoede.

1915   Het Spyckse veer over de Rijn, tussen de op de rechter rivieroever gelegen plaatsen Lobith-Tolkamer en Elten en het op de andere zijde gelegen Spyck bij het stadje Griethausen, wordt opgeheven. 
In de 18e en het begin van de 19e eeuw heeft dit veer tot de belangrijke veren behoort maar in de loop van de 19e eeuw nam de betekenis sterk af door veranderde verkeersstromen en de komst van de spoorverbinding Zevenaar - Kleve waarvoor even verder stroomopwaarts een stoompont in de vaart kwam. Omstreeks 1840 voer in het Spyckse veer nog een zeilpont geschikt voor 100 mensen, 15 paarden of twee met paarden bespannen wagens. Een halve eeuw later was het nog maar een onbetekenend voetveer.     


Het Spyckse veer met op de achtergrond Laag- en Hoog-Elten (Johannes Leupenius, 1741)


1915    Door de oorlogssituatie (alle buurlanden zijn in de Eerste Wereldoorlog verwikkeld) ontstaan tekorten, waardoor de prijzen stijgen en de armoede snel toeneemt. Daarnaast zijn er velen die door smokkelhandel met Duitsland ook snel en grof geld verdienen. 
 


Koningsstraat (nu Hoofdstraat) in Lobith-Tolkamer omstreeks 1915

 

1916    Gedurende de periode 1914 - 1918 is het Nederlandse leger vier lange jaren gemobiliseerd. Gelukkig blijft Nederland buiten de oorlog, maar de langdurige militaire mobilisatie leidt ook onder Liemerse soldaten tot veel verveling en de nodige frustraties.

 

Gemobiliseerde soldaten tijdens de Eerste Wereldoorlog (1914-1918) voor Hotel de Geit te Lobith
Bron: Warner Teuben

 

1917   De winter van 1917 is koud. In januari en februari is de Rijn bij Tolkamer weken dichtgevroren. Op zaterdag 27 januari wordt in Friesland de Elfstedentocht gereden met als winnaar Coen de Koning. Ook maart en april blijven koud.     



1917
    
Op 23 februari wordt de uit Zeddam afkomstige Hendrik van Loon (1869-1930) R.K. pastoor van Lobith en Tolkamer. Hij blijft er pastoor tot zijn dood op dinsdag 4 maart 1930.

1918
    
Op maandag 27 mei meldt het persbureau Reuter, dat de Spaanse koning alsmede Spaanse ministers lijden aan een geheimzinnige aandoening, die later de geschiedenisboeken ingaat als de Spaanse griep van 1918. Een aandoening waaraan wereldwijd 20 miljoen mensen sterven. Omstreeks 10 juli komt bij Zevenaar de Spaanse griep de Liemers binnen, nadat in Elten en Emmerik enkele honderden gevallen van griep zijn geconstateerd.
De wereldwijde influenza-epidemie teistert ook de Liemers. De Graafschap-Bode van 19 november 1918 meldt: "Overal, in 't binnenland hoort men van ziekte en sterven. In de dorpen luidt dag aan dag de doodsklok". Enkele voorbeelden: In Angerlo 14 doden, in Herwen en Aerdt 30 doden en in Zevenaar 16 doden als gevolg van influenza.


1918     Op 15 augustus, in deze tijd de feestdag van Maria Hemelvaart, vindt in het cafe van Spekking in Lobith-Tolkamer een vergadering plaats met de bedoeling, de in 1910 opgerichte voetbalvereniging L.V.V. een nieuwe start te geven. De naam L.V.V. (Lobithse Voetbalvereninging) herleeft echter niet. Als naam voor de nieuwe vereniging wordt gekozen voor Thesos (Tot Heil En Sterkte Onzer Spieren). Tot de initiatiefnemers behoren David Northeimer, Jan Luub en Vic Oosterman. De eerste voorzitter wordt David Northeimer, de joodse slager die op 31 januari 1943 in het concentratiekamp Auschwitz om het leven komt. 


In cafe Spekking in de Dorp(s)straat wordt op 15 augustus 1918 voetbalvereniging Thesos opgericht.

1918    Op maandag 11 november komt een eind aan een onvoorstelbaar bizarre en gruwelijke oorlog (Wereldoorlog I). Een groot deel van de Europese vooral mannelijke jeugd is afgeslacht. Naast de ongeveer 9 miljoen(!) dodelijke slachtoffers, zijn vele miljoenen levens geknakt en gezinnen kapot gemaakt. Nederland en ook de Liemers zijn de dans ontsprongen, maar hebben wel de ontberingen (armoede) van de oorlog gekend.

 

1919    Een pand op de hoek Dorpsstraat-Boterdijk in Lobith wordt ingericht als ziekenhuis. Enkele jaren later zal het plaats maken voor een modern ziekenhuis, dat 15 bedden telt en voorzien is van een operatiekamer en rontgenafdeling.

 

Ziekenhuis in Lobith omstreeks 1950
In 1952 wordt de operatiekamer gesloten en vanaf 1956 worden geen ziekenhuispatienten meer opgenomen. 

 

1919    Bij wet van 4 november 1919 "betreffende den aanleg van Scheepvaartkanalen naar Twenthe" wordt besloten tot het graven van kanalen tussen Twente en de rivieren Rijn en IJssel. Het Twentekanaal wordt als uitvloeisel van deze wet in de jaren 1930-1936 in het kader van de werkverschaffing deels met de hand gegraven. Het eveneens beoogde Twenthe-Rijnkanaal tussen Lobith en Almen wordt echter nooit gerealiseerd.


1920   
Als gevolg van grote massa's smeltende sneeuw en overvloedige regen staat het water in de rivieren eind 1919 en begin 1920 uitzonderlijk hoog. Op 29 december loopt de Pannerdense Waard onder. Via de Oude Rijn en de Wildt stroomt veel water naar de Oude IJssel, waardoor Wehl en Angerlo te maken hebben met wateroverlast. In Lathum gaat men op Nieuwjaarsdag 's morgens zoals gewoonlijk om 5.00 uur aan het werk(!) maar om 10.00 uur staat alles onder water. Begin januari 1920 kamperen op het Gelders Eiland honderden gezinnen op de dijken. Door een defect aan een sluis raken ook de dorpen Aerdt en Herwen onder water. In Herwen staat het water tot het dak van de zuivelfabriek.


1921    
De openbare school in Lobith wordt omgezet in een katholieke jongensschool naast de reeds bestaande meisjesschool van de zusters.

R.K. jongensschool in Lobith gebouwd in de twintiger jaren
Later wordt achter deze school een meisjesschool gebouwd. Tot in de jaren zestig van de 20e eeuw zal het onderwijs aan meisjes en jongens gescheiden blijven.


 

 

1921    In Zevenaar wordt bij de viering van het 400-jarig bestaan van de St. Andreasparochie op 23 september de R.K. Jongensschool en MULO-school geopend. Deze Mulo-school wordt tot in de jaren zestig ook bezocht door leerlingen uit Tolkamer en Lobith.

-
R.K. Jongensschool en MULO-school in de Nieuwe Doelenstraat in Zevenaar (foto jaren twintig)
In de periode 1937 - 1951 is Louis van Keulen (overgrootvader van Sam, Simon en Sjef van Keulen) als onderwijzer in dit gebouw werkzaam. Het schoolgebouw is omstreeks 2000 afgebroken. Op deze plaats bevindt zich nu een parkeergarage (tegenover de COOP-supermarkt).

 

1922    Vooral in de eerste helft van de 20e eeuw is het Duitse Kevelaer voor katholieken uit de Liemers een geliefde plaats voor de Mariaverering.
 

 


Bedevaartgangers uit Lobith in Kevelaer omstreeks 1922

 

1922     De eerste Nederlandse filmdocumentaire wordt gemaakt. De ruim twee uur durende film gaat over "De Rijn van Lobith tot aan zee" en is bekend geworden als de "Rijnfilm".  In deze door Iep A. Ochse gemaakte film wordt de toeschouwer meegenomen op een raderboot over de rivier de Rijn vanaf de grenspaal bij Lobith /Tolkamer tot aan de monding van de Rijn.

 

 


 

1923    Begin februari is sprake van een extreem hoge waterstand waardoor de omgeving van Lobith en Tolkamer een grote onafzienbare watermassa is. Ook de verbindingsweg Lobith - Elten staat onder water waardoor de communicatie met de buitenwereld plaatsvindt per roeiboot.

1924    Na gedurende 24 jaar burgemeester te zijn geweest van de gemeente Herwen en Aerdt, waartoe Tolkamer behoort, wordt Govert Schattenkerk (1871 - 1946) burgemeester van Tiel. Willem Bruns wordt de nieuwe burgemeester van de gemeente Herwen en Aerdt. Bruns blijft dit tot zijn dood in 1942.


Het personeel van de gemeente Herwen en Aerdt in de dertiger jaren
1e rij v.l.n.r.: H. Mulder, W. Bruns (burgemeester) en J. Stokman
2e rij v.l.n.r.: G. Bangert (veldwachter), J. Heijmen, G. Kiphart, A. Smink, C. Albers en H. Burghardt (veldwachter)

 

1924    In november hebben de bewoners van het Gelders Eiland weer eens te maken met grote overlast als gevolg van het hoge water.


1925    Omstreeks deze tijd gaat de NV Lobitsche Auto-Dienst (L.A.D.) van start, die een autobusdienst onderhoudt tussen Spijk, Tolkamer, Lobith, Babberich, Oud-Zevenaar en Zevenaar. Tot in de jaren tachtig rijden er bussen van de L.A.D. tussen Tolkamer, Zevenaar en Arnhem.


 
1926    Begin januari wordt in Tolkamer een recordwaterstand van 16,90 m boven N.A.P. gemeten.

            


1927    Scheepswerf "De Hoop" in Pannerden koopt de failliete scheepswerf van Bodewes te Tolkamer.


Motorlogger gebouwd op "de Hoop" in Pannerden (1913)

 

1928    Een vakantiedag naar bijvoorbeeld het strand, Schiphol of Duitsland is in de sobere eerste helft van de 20e eeuw ook voor de meeste inwoners van Lobith-Tolkamer al heel bijzonder.

   

Op deze foto een uitstapje van de leden van het zangkoor Zanglust uit Lobith-Tolkamer in de zomer van 1930 naar de Vossenberg (ongeveer 100 km van Lobith).

 

1929    Een van de zwaarste winters van de 20e eeuw. De hevige koude duurt van januari tot half maart. Er zijn vele meldingen van afgevroren oren en ledematen. Op 11 februari vriest in Steenderen een melkrijder, tijdens zijn dagelijkse rit op zijn wagen, dood. De problemen zijn overal groot, ook al door de veelal eenvoudige niet geisoleerde huizen, waardoor de snijdende vrieswind naar binnen waait.

   

Een beeld van de dichtgevroren Rijn bij Pannerden in 1929. Ook met auto's wordt over de Rijn gereden.

1929    Zaterdag 2 februari gaan twee jongens uit Lobith-Tolkamer samen op pad om mussen te vangen. Als ze echter bij het invallen van de duisternis nog niet thuis zijn, wordt met man en macht gezocht en wordt het ergste gevreesd. De volgende ochtend vindt de politie de 9 jarige Willem Klop doodgevroren in het ijs van een uitgebaggerd gat. Korte tijd later wordt ook de 7 jarige Jan van Zuijdam gevonden. Vermoedelijk zijn beide knapen door het invallen van de duisternis misleid en in een van de diepe baggergaten, welke vlak naast de weg loopt, gevallen.

1930    Op dinsdag 4 maart overlijdt Hendrik van Loon (1869-1930), vanaf 1917 R.K. pastoor van Lobith en Tolkamer. Hij wordt opgevolgd door Johannes Korbeld uit Raalte.

1931    Donderdagmiddag 3 september raakt het spelende vijfjarig zoontje van cafehouder Th. Gerritsen in de haven van Tolkamer te water en kan niet meer op tijd gered worden.

1932    De in de Liemers zeer populaire Zevenaarse arts Jan G. A. Honig (1872 - 1958) wordt voorzitter van de Koninklijke Nederlandse Maatschappij ter bevordering van de Geneeskunst (KNMG).

 

 


De immense populariteit van dr. Jan Honig blijkt ondermeer uit een bericht in een regionale krant uit 1906, waarin wordt vermeld dat Honig en zijn echtgenote, terugkomend van een huwelijksreis van drie weken, op het Zevenaarse station(splein) worden verwelkomd door "schutterijen uit Babberich, Grieth en Ooy, drie muziekcorpsen, een stoet ruiters alsmede een mensenmenigte van zeker 5.000 tot 6.000 personen" 


1934
    In maart koopt Eiso Wortelboer de N.V. Scheepswerf "De Hoop" met werven te Pannerden en Tolkamer van de familie Berninghaus voor een onmiddellijk te betalen bedrag van 30.000 Reichsmark en 70.000 gulden in termijnen.


1935    In de periode 1923 tot aan zijn plotselinge dood in 1948 publiceert Lambert Scholten (1892-1948), hoofd van de school in Lobith, talloze sublieme artikelen over de vlinderpopulatie in de Lijmers. In deze periode waarin de natuurstudie in Nederland tot grote bloei komt, verdient Scholten zeker een vooraanstaande plaats naast anderen zoals Heimans en Jacq Thijsse. 
Talrijk zijn de studies van Scholten van de natuur en de biologie van vlinders in het bijzonder. Zijn belangrijkste artikel schrijft hij in 1938 wanneer hij maar liefst 565 (!) soorten vlinders beschrijft, die hij in de Lijmers heeft waargenomen en bestudeerd.
Na zijn dood stelt de Nijmeegse neuroloog prof. dr. Prick, evenals Scholten een fanatiek amateur - entomoloog zich garant voor het behoud van de unieke vlindercollectie van Scholten. Na de plotselinge dood van Prick in de zomer van 1978 wordt de omvangrijke vlindercollectie overgebracht van de bovenste verdieping van de afdeling neurologie in het Radboudziekenhuis naar de faculteit Natuurwetenschappen van de eveneens in Nijmegen gevestigde universiteit.

                              

1937    Op woensdag 23 juni komt op de Rijn ter hoogte van Lobith-Tolkamer een bootje van de parlevinker W. Leigraaf in aanvaring met het Rijnschip "Francisca" en kapseist vrijwel direct. Bij dit ongeluk komt de schipper om het leven.

1937    Op initiatief van J.W. Verwoert, koning van het Lobithse schuttersgilde E.M.M.  in 1935 en senator van 1936 tot 1961, wordt het Officierencorps opgericht. De initiatiefnemer blijft tot 1961 voorzitter van het corps.

1938    In Herwen gaat H. Hetterscheidt (1904-1952) van start met zijn wekelijks op zaterdag verschijnende krant met de naam Wahalto (Wekelijks Advertentieblad voor Herwen, Aerdt, Lobith, Tolkamer en Omstreken). Aanvankelijk wordt de krant gratis verspreid en bevat hoofdzakelijk advertenties met een enkel kerkbericht. Wanneer enige tijd later ook plaatselijk en regionaal nieuws in het blad wordt opgenomen, wordt de gratis verspreiding gestopt en moet men voor de Wahalto betalen. Vanaf 1 oktober 1942 verschijnt het weekblad op last van de Duitse bezetter niet meer. Na de bevrijding verschijnt het blad voor het eerst weer op 9 juni 1945 en wordt de nieuwe naam: Liemers Lantaern. In de zomer van 1948 wordt het weekblad door de Zevenaarse uitgever A.J.M. Akkermans (1915-2005) overgenomen.

1939    De R.K. parochiekerk van Lobith-Tolkamer, gebouwd in 1887 ter vervanging van de waterstaatskerk uit 1842, wordt in 1939 door architect Koldewey geheel vernieuwd en vergroot.




R.K kerk in Lobith voor de verbouwing van 1939

R.K kerk in Lobith na de verbouwing van 1939

1939    De vaste brug over de Oude Rijn tussen Aerdt en Babberich komt gereed. Voor de inwoners van Lobith, Tolkamer en Spijk wordt Zevenaar daardoor sneller bereikbaar.

De brug over de Oude Rijn in 1939
Een jaar later, tijdens de eerste oorlogsdag, wordt deze brug door Nederlandse soldaten opgeblazen.

1939
     De Duitse dreiging neemt toe. Op maandag 28 augustus mobiliseert het Nederlandse leger.


Op 29 augustus 1939 vertrekt de stoomboot "Koningin Wilhelmina" van Tolkamer naar Arnhem met aan boord gemobiliseerde soldaten uit de gemeente Herwen en Aerdt waaronder Lobith. Velen van hen zullen ruim 9 maanden later op de Grebbeberg een ongelijke strijd voeren. "Den Haag" heeft de bewapening en uitrusting van soldaten hopeloos laten verouderen: Veel Nederlandse soldaten zijn slechts uitgerust met een geweer uit 1890 met vijf patronen en drie handgranaten. Op bovenstaande afbeelding staan v.l.n.r. B. Roos, J. Roos, W. Derksen, Th. Pastoor en H. Hesseling. 

 

 

1940    In de maanden voor mei wordt steeds duidelijker dat de oorlog aanstaande is. Op Goede Vrijdag 22 maart 1940 vindt in de nabijheid van Tolkamer op zeer grote hoogte een luchtgevecht plaats. Een Spitfire van de Britse Royal Air Force, die op de terugweg is van een fotoverkenningsvlucht boven het Duitse Ruhrgebied, wordt door een Duits vliegtuig onderschept en komt om 12.41 uur neer bij de kruising van de Herwensedijk met de Polderdijk tussen Herwen en Lobith. De piloot Claude Wheatley komt hierbij om het leven. Zijn parachute heeft zich niet geopend. Hij stort ter aarde aan de Duitse zijde van de Rijn, in de weide van Gottfried Derksen bij Duffelward en wordt door de Duitsers nog dezelfde dag met militaire eer begraven.



Omstanders aanschouwen op 22 maart 1940 de resten van de neergestorte Spitfire
Collectie Sander Woonings, Arga (Aircraft Research Group Achterhoek)

1940    Voorjaar 1940 neemt de Duitse dreiging snel verder toe. Regelmatig vliegen Duitse vliegtuigen over de Liemers. In de nacht van 10 mei begint voor Nederland de Tweede Wereldoorlog.
 

1940   In de ochtend van 11 mei begint de slag om de Grebbeberg, die drie vreselijke dagen (en nachten) duurt. De Grebbeberg is dan het toneel van hevige gevechten, tragiek, wanhoop en ontreddering. De Nederlandse offers zijn enorm. Bij de slag om de Grebbeberg sneuvelen tussen 11 en 14 mei ongeveer 425 Nederlandse soldaten. Onder de gesneuvelden zeven dienstplichtige soldaten uit de gemeente Herwen en Aerdt. Het aantal gesneuvelde soldaten uit Herwen en Aerdt is ongeveer even groot als het aantal gesneuvelden uit 's Gravenhage; alleen wonen in de laatstgenoemde plaats wel 150 maal zo veel mensen als in de gemeente Herwen en Aerdt!


Johannes Hendrikus Brakel (21 jaar) uit de gemeente Herwen en Aerdt (Spijk) sneuvelt op 12 mei 1940 in de strijd tegen de Duitsers aan de Grebbelinie. Zijn lichaam wordt 16 mei 1940 bij Hotel Grebbe aan de weg Rhenen-Wageningen gevonden. Hij is begraven op het ereveld (rij 2, graf 63) in Rhenen.
Johannes Theodorus Driessen (29 jaar) uit de gemeente Herwen en Aerdt sneuvelt op 12 mei 1940 in de strijd tegen de Duitsers aan de Grebbelinie. Zijn lichaam wordt 16 mei 1940 gevonden. Hij is begraven op het ereveld (rij 2, graf 28) in Rhenen.
Gerardus Frederikus Bernardus Jurrius (30 jaar) uit de gemeente Herwen en Aerdt sneuvelt op 13 mei 1940 in de strijd tegen de Duitsers aan de Grebbelinie. Hij krijgt een veldgraf naast Hotel Bergzicht aan de Cuneraweg te Prattenburg (gemeente Veenendaal) en wordt 3 juni 1940 herbegraven op het ereveld (rij 7, graf 41) in Rhenen (zie afbeelding).
Johan van der Kamp (24 jaar) uit de gemeente Herwen en Aerdt (Spijk) sneuvelt op 12 mei 1940 in de strijd tegen de Duitsers aan de Grebbelinie. Zijn lichaam wordt 17 mei 1940 gevonden. Hij is begraven op het ereveld (rij 3, graf 33) in Rhenen.
Hendrikus Hermanus Theodorus Pastoor (26 jaar) uit de gemeente Herwen en Aerdt sneuvelt op 14 mei 1940 in de strijd tegen de Duitsers aan de Grebbelinie. Zijn lichaam wordt 17 mei 1940 gevonden. Hij is begraven op het ereveld (rij 3, graf 46) in Rhenen.
Everhardus Gerhardus Theodorus Spronk (31 jaar) uit de gemeente Herwen en Aerdt sneuvelt op 13 mei 1940 in de strijd tegen de Duitsers aan de Grebbelinie. Zijn lichaam wordt 17 mei 1940 gevonden. Hij is begraven op het ereveld (rij 3, graf 45) in Rhenen.
Hendrikus Christiaan Ferdinand Thielking (27 jaar) uit de gemeente Herwen en Aerdt sneuvelt op 13 mei 1940 in de strijd tegen de Duitsers aan de Grebbelinie. Zijn lichaam wordt 17 mei 1940 gevonden. Hij is begraven op het ereveld (rij 4, graf 18) in Rhenen, tot 11 februari 1941 als onbekende soldaat.

 

1940    Op zondag 12 mei sneuvelt in Rotterdam de 33-jarige dienstplichtige soldaat Gerrit Jan Busser, de enige zoon van de Lobithse bakker Jan Busser. Soldaat Busser sneuvelt bij een aanval door Duitse vliegtuigen op het station van Rotterdam twee dagen voor het grote bombardement op de Maasstad en de capitulatie van het Nederlandse leger.

 


Gerrit Jan Busser

1941   Op 13 januari richt kardinaal De Jong zich in een schrijven tot de Nederlandse katholieken. Met nadruk verklaart hij dat zij geen lid mogen zijn van de N.S.B. Ook is het hen niet toegestaan openlijk te sympathiseren met deze partij. Het N.S.B.-lidmaatschap wordt dus expliciet verboden. Een buitengewoon dappere taal in oorlogstijd. Voor de overwegend katholieke bevolking van Tolkamer is dit een extra argument verre te blijven van de N.S.B. Dr. B. Janssen telt in zijn boek "Oorlog over het Gelders Eiland" slechts zes partijleden in de gemeente Herwen en Aerdt, waartoe ook Tolkamer behoort; daarvan zijn er vier met een Duitse vrouw getrouwd. In de gemeente Pannerden zijn zelfs helemaal geen N.S.B.-leden bekend.

1941    Op donderdag 19 juni 1941 vertrekt het stoomschip Berenice met 22 passagiers en 26 bemanningsleden voor wat later blijkt de laatste reis. Op weg van Bordeaux naar Engeland wordt het schip op de Atlantische Oceaan door een Duitse U-boot getorpedeerd. Slechts 9 mensen overleven de ramp.
In Lobith-Tuindorp is de Berenicestraat naar dit schip, dat in 1919 op de scheepswerf in Tolkamer is gebouwd, genoemd
.



1941    De Lobithse dominee Marinus Wilhelmus Hamer richt met financiele steun van de Gustaaf Adolf Vereniging een protestantse bewaarschool te Tolkamer op. De school wordt gehuisvest in het gebouwtje Bethel aan de Binnenweg, waar ook de Zondagsschool wordt gehouden. Betje Klop is de kleuterleidster. Zij verdient 7,50 gulden (3,45 euro) per week.  Omstreeks 1944 zitten er ongeveer 40 kleuters op school, hiervan is ruim de helft rooms-katholiek. 
 

1941    Het eerste bombardement waaraan het Gelders Eiland wordt blootgesteld vindt plaats in de nacht van maandag 18 op dinsdag 19 augustus op de steenfabriek van Terwindt & Arntz in Spijk. Stoker Piet de Bruin wordt hierbij dodelijk getroffen.


P. de Bruin (1888-1941)
 

1942    Op woensdag 4 maart sneuvelt Albert Caerteling uit Lobith / Tolkamer in de omgeving van Bodjonegoro (Java) in de strijd tegen de Jappen. 

 

1942    Als vijfde Gelderse gemeente krijgt Herwen en Aerdt na het overlijden van burgemeester Bruns een N.S.B.'er als burgemeester. Bij de installatie van de N.S.B. burgemeester J. Hesselink in zaal Van Dungen in Herwen is het druk met vooral partijgenoten van elders. De plaatselijke bevolking houdt zich grotendeels afzijdig.

Advertentie in het regionale weekblad WAHALTO (Week- en advertentieblad voor Herwen, Aerdt, Lobith, Tolkamer en omstreken) op 25 juli 1942


Hesselink arriveert per extra boot van de stoombootonderneming Concordia uit Arnhem.  Ongeveer 250 N.S.B.ers verwelkomen Hesselink aan de kade.


1943
    De op Tolkamer wonende slager David Northeimer, die met zijn gezin in 1942 door de Duitse bezetter is gedeporteerd, sterft op 31 januari 1943 in het Poolse vernietigingskamp Auschwitz (Oswiecim).   

David Northeimer (1897-1943) en zijn slagerij in Tolkamer;
(later zal in dit pand de slagerij van de weduwe Dikker gevestigd worden).
Slager David Northeimer is in 1918 een van de oprichters van de plaatselijke voetbalvereninging Thesos en de eerste die in Tolkamer een Harley-Davidson bezit.
Zijn vrouw (Sara Northeimer-Swarts), zijn vijfjarig zoontje (Harry Gustaaf) en zijn drie broers (Louis, Benjamin en Simon) worden eveneens in Auschwitz vergast. Alleen zijn zus Sophia Northeimer zal de holocaust overleven. Van de in totaal 60.000 Nederlandse Joden die naar Auschwitz zijn ontvoerd, zullen ongeveer vijfhonderd terugkeren!!


1944     Bij de Slag om Arnhem gaat ook het prachtige passagiersschip Koningin Wilhelmina uit Lobith-Tolkamer verloren. Willem Jansen van cafe Wilhelmina is jarenlang kapitein van dit schip geweest. Na de oorlog pakt rederij Heijmen de draad weer op met een nieuwe Koningin Wilhelmina.

 


1945    Begin februari komen Lobith en Tolkamer onder zwaar granaatvuur te liggen en moet men in kelders slapen. Op 10 februari begint de evacuatie. De door de Duitsers bevolen evacuatie vindt plaats over de route Elten-Beek naar 's-Heerenberg en verder.


Verwoestingen in Tolkamer 1945, o.a. slagerij Peet


Het door granietbeschietingen gehavende Tuindorp in 1945     

 

1945    Op woensdag 14 maart, 8 weken voor de Duitse capitulatie,  overlijdt in een concentratiekamp in het Duitse Neurenberg Bernardus Roos (24 jaar) uit Tolkamer. Hij is later herbegraven op het Ereveld te Loenen.
 


B.M. Roos

1945    Ook op Tolkamer komt begin april een eind aan de Tweede Wereldoorlog, een periode met immens veel leed. De allereerste inwoners van Lobith en Tolkamer, die op dinsdag 3 april terugkeren in hun dorp, zijn onder de indruk van de chaos en de vernielingen die ze aantreffen. Hoewel de oorlog voorbij is vallen er nog doden en gewonden door de vele achtergebleven granaten, mijnen en booby-traps.


Mijnen in de Veerstraat in Tolkamer (april 1945)

Tot de dodelijke slachtoffers van achtergebleven oorlogstuig behoren vooral kinderen, zoals de vijftienjarige Stephanus Theodorus (Steffie) Stift uit de Middenstraat in Lobith;
de broertjes Gerard (12 jaar), Jacob (11 jaar) en Jan (8 jaar) Nieuwenhuis uit het Tuindorp;
de vijftienjarige Henk Reuser uit Tolkamer.
Kees Cretier (16 jaar), Theo Elvering (14 jaar) en Stan Dietz (13 jaar) zijn slachtoffers van een verongelukte Engelse militaire truck beladen met antitankmijnen. Bij dit ongeval op 18 juni 1945 komen ook twee Engelse militairen om te weten John Allan Rowett (37 jaar) en George Brazneill (24 jaar). 


 
Henk Reuser, voor wie op 1 juni 1945 
een niet geruimde voetmijn noodlottig wordt.

 
 

 
1946  Op 1 juni wordt J.N.M. Daalderop burgemeester van de gemeente Herwen en Aerdt, waartoe Tolkamer behoort. De benoeming van Daalderop, gemeenteambtenaar in Lichtenvoorde, is een waardering voor zijn activiteiten in het ondergrondse verzet.

1946    Eise Wortelboer, directeur / eigenaar van scheepswerf "De Hoop" in Tolkamer wordt in bewaring gesteld op verdenking van collaboratie met de Duitse bezetter gedurende de oorlogsjaren. Notaris T. B. Kampschreur uit Zevenaar wordt tot bestuurder van de scheepswerf benoemd. Op 4 januari 1947 zou Wortelboer weer in vrijheid worden gesteld en op 8 oktober 1948 zou hij het beheer over de scheepswerf weer terugkrijgen.

 


Eise Wortelboer omstreeks 1965

 

1947    Eind januari lopen twee jongens, Tonny Hendriks uit Lobith (16 jaar) en Antoon Lamers uit Tolkamer (17 jaar), over de dichtgevroren Rijn naar het Duitse dorpje Bimmen, waar ze gearresteerd worden door de Duitse politie. De ouders denken dat hun zonen verdronken zijn, totdat zij na vier dagen vernemen van de arrestatie. Door de president van een Engels gerecht in Kleve, met kennelijk geen enkel inlevingsgevoel, wordt het tweetal tot zes(!) weken gevangenisstraf veroordeeld. Sterk vermagerd door ondervoeding en onder de schurft en zweren komen de "criminelen" half maart weer thuis. Al die tijd hebben de jongens in de gevangenis in Neuss geen bezoek mogen ontvangen.      

1947    Met 86 vorstdagen is 1947 de strengste winter van de 20e eeuw. Sinds mensenheugenis veroorzaken koude winters grote problemen. De snijdende vrieswind waait door de eenvoudige niet geisoleerde woningen en dorpen worden onbereikbaar. Vaak wordt melding gemaakt van afgevroren oren en ledematen, soms ook van mensen die doodvriezen. Andere zeer koude winters sedert 1870 zijn 1871, 1880, 1891, 1929, 1940, 1942, 1956 en 1963.
 


IJsbrekers op de Rijn bij Lobith in de koude winter van 1940

1947    Op maandag 15 september sneuvelt bij Tandjong-Poera bij Medan op Sumatra in Nederlands Indie de 20-jarige Sander Arents, jongste zoon van Herman Arents en Berendina Heijmen, uit Tolkamer. De plechtige Requiemmis (herdenkingsdienst) vindt plaats op maandag  6 oktober in de parochiekerk in Lobith

1948    De eerste salonboot van de fa. E. Heymen & Zn wordt in gebruik genomen.

1948
    De Lobithse schutterij E.M.M. viert haar 300-jarig bestaan met deelname van alle schutterijen van de gemeente.

Schuttersgilde E.M.M. (Eendracht Maakt Macht) in 1950 met het vaandel aangeboden door de vader van jeugdkoning J.W.G. Verwoert tijdens het feest van het 300-jarig bestaan op 15 augustus 1948. Door ziekte was de jeugdkoning niet zelf in staat het vaandel aan te bieden (informatie van A. Muskens).

 


Gelijktijdig met het einde van de Tachtigjarige Oorlog met Spanje (Vrede van Munster) is op 24 juni 1648, met schriftelijke toestemming van Friedrich Wilhelm keurvorst van Brandenburg, in Lobith een schuttersgilde opgericht.  

1948    Intens triest is op zondag 6 juni 1948 het overlijden van Teun Steenis uit Tolkamer. Als dienstplichtig soldaat moet hij naar Oost-Indie, waar hij overlijdt in een ziekenhuis te Bangdoen, ver van zijn familie, aan de gevolgen van heimwee.  

1948    Het bezoek dat prins Bernhard, echtgenoot van de aanstaande koningin Juliana op dinsdag 8 juni aan het Gelders Eiland brengt, wordt door de inwoners als buitengewoon teleurstellend ervaren. Een correspondent schrijft over dit bezoek: "We hadden ons dit bezoek anders voorgesteld. Met een flinke vaart ging het over de dijk van de Aerdtse brug naar Lobith en dito weer naar Pannerden. Het was nog erger alsof hij (prins Bernhard) naar het hooi moest".

 



1949    Dat Lobith - Tolkamer tijdens de oorlog een basis van eenmans-onderzeeboten is geweest komt eind oktober 1949 weer duidelijk naar voren wanneer een schipper, die bij Lobith-Tolkamer voor anker ligt en zijn reis wil voortzetten, tegelijk met het anker een Duitse eenmans-onderzeeboot ophaalt. De schipper kapt onmiddellijk het anker en waarschuwt de autoriteiten, die de torpedo's van de boot onschadelijk maken.

 


Lobith-Tolkamer, Rijnzicht eerste helft 20e eeuw

 

1950    De zogenaamde "groene klaring" wordt ingevoerd waardoor de douaneformaliteiten voortaan aan boord van schepen kunnen worden afgehandeld en de schipper niet meer aan land hoeft te komen. Voor de expeditiekantoren, winkels en cafees in Tolkamer, die zeven dagen per week open zijn, is dit geen gunstige ontwikkeling.

 


Lobith-Tolkamer, scheepvaart op de Rijn halverwege de 20e eeuw

 

1951    In de tweede helft van de twintigste eeuw verandert er ook in Tolkamer op boerenbedrijven veel. In snel tempo worden landarbeiders, boerenknechten en trekdieren vervangen door machines. Het trekpaard verdwijnt uit het straatbeeld. Veel werk gaat verricht worden door loonbedrijven.

 


Het maaien van rogge in de Liemers (1936)

 

1953    In maart wordt in Tolkamer een voor deze tijd moderne parlevinker van slager Jan Peet in gebruik genomen.

 


Parlevinker "Jan Peet"


1955
    In 1955 passeren 130.000 schepen de doorlaatpost Tolkamer
Twee jaar later in 1957 is het totaal aantal schepen, dat Tolkamer passeert, toegenomen tot 170.000, waarbij de ongeveer 130 douaneambtenaren meer dan 300.000 documenten moeten verwerken.    

1956    Scheepswerf "De Hoop" behoort tot de veertien grootste Nederlandse werven en is wat betreft bruto tonnencapaciteit opgeklommen naar de tiende plaats.

 


De ertstanker "Kreeft" wordt op de werf van "De Hoop" op 12 oktober 1957 te water gelaten

 

1957    Het  gemeentebestuur van Herwen en Aerdt, waartoe Tolkamer in deze tijd behoort, schrijft een brandbrief aan de Nederlandse regering waarin ze waarschuwt voor de "catastrofale" gevolgen van een eventuele teruggave van Elten aan Duitsland. Het gemeentebestuur schrijft: "De belangrijkste industrie van Herwen, Aerdt, Lobith, Tolkamer en Spijk zal bijna helemaal verloren gaan, daar er voor het zware vervoer geen andere weg is dan die naar Elten. De gemeente zal terugkeren naar de middeleeuwen". 
Ondanks dit schrijven wordt Elten enkele jaren later weer Duits, een catastrofe blijft uit en de gemeente keert niet naar de middeleeuwen
terug.

 



Gezicht op Hoch-Elten (1948)

1958   Op 1 juli wordt de "Zusammenlegung" van de Nederlandse en Duitse douanekantoren een feit waardoor de schepen op de Rijn bij grenspassage nog maar 1 stop voor de controle hoeven te maken. 

1958    In Lobith-Tolkamer viert de plaatselijke afdeling van de Katholieke Arbeiders Beweging, de voorganger van het Nederlands Katholiek Vakverbond, haar vijftigjarig jubileum.

 

 


Het plaatselijk bestuur van de Katholieke Arbeiders Beweging (K.A.B.) op 13 oktober 1958 bij het vijftigjarig jubileum. Op de foto: J. Overdreef, G. Peters, M. Joosten, H. Theunissen, J. Driessen, E. Booltink, J. Visser, J. Strick, J. Boorman, H. Seising, B. Winters, pastoor Loman, J. Arents en C. Roos

 

1958     Op zaterdag 13 december overlijdt op 66 jarige leeftijd de filmpionier B.D. Ochse, oud-directeur en medeoprichter van de Polygoon-filmfabriek. Tot de allereerste producties van Ochse behoort "De Rijn van Lobith tot aan Zee". Deze ruim twee uur durende film uit 1922 is bekend geworden als de "Rijnfilm".  In deze film wordt de toeschouwer meegenomen op een raderboot over de rivier de Rijn vanaf de grenspaal bij Lobith / Spijk tot aan de monding van de Rijn.

 

1959    Op woensdagochtend 6 mei treft het noodlot de familie W. Braam. Hun tweejarig kindje wordt in de Onlandstraat in Lobith door een auto gegrepen en is op slag dood.

1959    De Nederlands Hervormde kerk in Lobith-Tolkamer wordt gerenoveerd.

 

 

 

1960    Donderdagochtend 5 mei omstreeks tien uur wordt een pakkettenboot van "Tolkamers Handelsbelang" overvaren door het uit Duitsland komende Franse motorschip Delacroix. De pakkettenboot zinkt vrijwel direct en twee van de drie opvarenden verdrinken. Het zijn H. Hendriks en J. Peters, beiden uit Lobith-Tolkamer en vader van respectievelijk acht en vier kinderen. De derde opvarende de heer Vreeman uit Aerdt kan worden gered. Het gezonken schip werd gebruikt om belastingvrije levensmiddelenpakketten aan boord van schepen te brengen, die naar Duitsland varen

1960    Op vrijdag 7 oktober, uitgerekend op de dag dat het geallieerde bombardement op Emmerich wordt herdacht, vindt bij deze stad een enorme scheepsramp plaats. 
Het betreft een van de grootste scheepvaartongelukken op de Rijn. De Deense veerpont "Tina Scarlett", die in de richting Tolkamer gesleept wordt, botst op de stroomopwaarts varende en met 1150 ton gasolie beladen tanker "Diamant". In korte tijd staat de Rijn over een lengte van 300 m in vuur en vlam. Elf schepen in brand, twee doden, 22 zwaargewonden en een miljoenenschade zijn het gevolg. Een ramp van nog grotere omvang wordt voorkomen door moedig optreden van schippers. De gevolgen van de scheepsramp zouden niet te overzien zijn geweest als de op enige honderden meters afstand van de ramp gelegen Emilia, beladen met granaten voor het Amerikaanse leger, ook vlam zou hebben gevat. 

 


 Rhein in Flammen
bizar gebeuren op 7 oktober 1960

 

1961    De uit 1745 stammende beruchte Spijkse of Lobithse overlaat wordt gedicht.

 


De Spijkse of Lobithse overlaat in 1958 in werking

 

1963  Op 1 augustus 1963 treedt een Nederlands-Duits verdrag in werking waardoor de gescheiden grenscontroles van beide landen worden samengevoegd. Het betreft onder meer de grensovergangen: Spijk - Elten, Lobith-Elten, Babberich-Elten en Beek-Elten.
 


Grensovergang Elten
, begin 20e eeuw, rechts de Nederlandse en links de Duitse grenscontrole

1964   De ontdekking van het Groningse aardgas in Slochteren in 1959 veroorzaakt in de jaren zestig ook ingrijpende gevolgen voor de energievoorziening in de Liemers, waardoor kolenkachels ook in Tolkamer snel tot het verleden behoren.

 

Minister Andriessen brengt op 9 juli 1964 een werkbezoek aan het  Zevenaarse Broek (Zweekhorst), waar op dat moment een belangrijke aardgasleiding wordt aangelegd.

 

1965    In Emmerich wordt een imposante hangbrug over de Rijn geopend. De brug is meer dan 1.000 meter lang en daarmee de langste hangbrug over de Rijn. Het verbindt Emmerich met Kleve. Ook veel inwoners van Lobith hebben de bouw (1959 -1965) van deze indrukwekkende brug met bijzondere belangstelling gevolgd.     

   

 Rijnbrug Emmerich (foto 6 september 2008)

1968    Op dinsdag 2 april brengen prinses Beatrix en prins Claus een bezoek aan de marechaussee in Lobith/Tolkamer.

 


Prinses Beatrix en prins Claus in Lobith/Tolkamer

 

1970     De eerste Turkse gastarbeiders komen op de scheepswerf "De Hoop".  


Tot de vele honderden schepen, die in de loop der tijd in Tolkamer te water zijn gelaten, behoort ook het vrachtschip "Belkarin" (1954)

1971    De Lobithse voetbalverenigingen Thesos en Lobithse Boys fuseren tot Sportclub Rijnland.

1972    De gemeente Herwen en Aerdt, waartoe in deze tijd ook Tolkamer behoort, viert dat het precies 750 jaar geleden is dat bij de rivierscheiding van Waal en Neder-Rijn een tol werd gevestigd. In 1222 verplaatste de graaf van Gelre zijn riviertol te Arnhem naar Lobith. Tijdens een feestweek in de laatste week van augustus 1972 is in Huis Aerdt een historische tentoonstelling ingericht over de gemeente Herwen en Aerdt.

1972    De eeuwenoude monumentale boerderij "De Boswaai" in Herwen wordt gesloopt voor de aanleg van de Batavenweg, de weg van Herwen naar Lobith en Tolkamer. In de periode na de Reformatie, waarin de uitoefening van de katholieke godsdienst verboden is geweest, hebben op "De Boswaai" regelmatig in het geheim godsdienstige bijeenkomsten plaatsgevonden.
Een jaar na de afbraak wordt in 1973 op enige honderden meters afstand een nieuwe boerderij "De Boswaai" gebouwd
.



1976  Op zaterdag 7 februari 1976 overlijdt dokter Arnoldus G. Reijers (1897 - 1976). De oorspronkelijk uit Huissen afkomstige Reijers vestigde zich in 1924 als huisarts in Lobith-Tolkamer. Hij is ruim een halve eeuw huisarts geweest.
 


1978    In februari start het provinciaal bestuur van Gelderland een wettelijke procedure voor de samenvoeging van de gemeenten Herwen en Aerdt en Pannerden. Herwen en Aerdt bestaande uit de dorpen Aerdt, Herwen, Lobith, Spijk en Tolkamer heeft 7850 inwoners. Pannerden met de gehuchten De Kijfwaard, Lobberden en Pannerdensche Waard heeft 2200 inwoners.

1981    Op 6 februari overlijdt op 86 jarige leeftijd directeur Eiso Wortelboer van scheepswerf "De Hoop". Tot zijn dood heeft hij leiding gegeven aan de scheepswerf.

1985    Aerdt, Herwen, Tolkamer, Lobith, Pannerden en Spijk vormen de nieuwe gemeente Rijnwaarden.

 


Rijnwaarden gelegen in het zuidwesten van de Liemers

 

1986    Het tegenover Lobith-Tolkamer gelegen Duitse dorpje Schenkenschanz, dat tot het begin van de 19e eeuw bij Nederland heeft gehoord, viert haar vierhonderdjarig bestaan. 
In 1586 bouwde Maarten Schenk een veertiende-eeuwse burcht, gelegen op de splitsing van Rijn en Waal, uit tot
een fort (Schenkenschans) dat lange tijd als onneembaar werd gezien. Door verandering in de loop van de Rijn verloor het fort in het begin van de 18e eeuw haar strategische betekenis.

 


Fort Schenkenschans (1636)

 

1987    Na vanaf 1964 schoolhoofd in Tolkamer te zijn geweest gaat meester Roel Wanders (1928 - 2007) met pensioen. Op donderdag 2 juli 1987 neemt hij afscheid van basisschool "De Overlaat". 
In 1991 is de oorspronkelijk uit Drente afkomstige Wanders
mede-initiatiefnemer tot de oprichting van de heemkundekring "Rijnwaarden".

 

1987    Als gevolg van de wereldwijde recessie in de off-shore markt komt ook scheepswerf "De Hoop" in financiele problemen en gaat failliet. Een jaar later zou de scheepswerf in sterk afgeslankte vorm een herstart maken.

1988    Nadat scheepswerf "De Hoop" in 1987 failliet is gegaan, maakt deze in januari 1988 een herstart in sterk afgeslankte vorm. De scheepswerf krijgt nu "International" achter de naam. 

1988    Op zaterdag 25 juni wordt het Nederlands voetbalelftal  Europees kampioen na een 2-0 overwinning op Rusland in het Olympiastadion in Munchen. De stemming in heel Nederland is uitgelaten. Ook in Tolkamer heerst euforie met overal feestende mensen en toeterende auto's.

 


Uitgelaten sfeer in Amsterdam juni 1988

1990    Vanaf de jaren negentig worden de douaneformaliteiten voor de schepen nog verder verminderd, waardoor steeds minder schepen in Tolkamer voor anker gaan. Inmiddels zijn de douaneformaliteiten zodanig verminderd, dat schepen al varend de grens kunnen passeren. De in de 19e en een groot deel van de 20e eeuw zo belangrijke handel van Tolkamer met de scheepvaart is daardoor grotendeels verdwenen. 

1993     Door het wegvallen van de Europese binnengrenzen is het voor schippers niet meer nodig om bij het passeren van de landsgrens het douanekantoor te bezoeken, waardoor zij niet meer in Tolkamer hoeven aan te leggen. Dit betekent een flinke aderlating voor de plaatselijke middenstand, aangezien veel schippers(vrouwen) de mogelijkheid benutten hier hun inkopen te doen. Dit verlies heeft Tolkamer proberen op te vangen door zich meer te profileren als toeristenplaats.










 

Het douanekantoor / tolkantoor (afbeelding links) is
inmiddels een hotel / restaurant (afbeelding boven).

1995    Eind januari moet de vloeddeur naar de Veerstraat worden gesloten en staat de benedenkade in Tolkamer twee meter onder water. De maximaal gemeten waterstand is 16,68 boven N.A.P. Als reactie hierop wordt de Europakade aangelegd op een hoogte van 19,00 m boven N.A.P. 

1995     DeTolhuys Coornmolen wordt volledig gerestaureerd

 


De Tolhuys Coornmolen is in 1888 gebouwd ter vervanging van een afgebrande houten molen. Ruim 40 jaar later in 1930 zal een hevige brand de molen verwoesten. De molen is de jaren daarna hersteld met motoraandrijving maar zonder  windaandrijving, waardoor deze er vele decennia als kale romp heeft bijgestaan. In 1995 is de molen volledig in de oorspronkelijke toestand gerestaureerd en onder meer van een nieuwe kap en een wiekenkruis voorzien.
Foto omstreeks 2000

 

1998     In Lobith viert schutterij Eendracht Maakt Macht, na een voorbereidingstijd van ruim vijf jaar, op indrukwekkende wijze over het hele jaar verspreid, haar 350-jarig bestaan. 

 


Koningsfoto E.M.M 1998

 

2000     Op zondag 14 mei wordt het nieuwe stenen verenigingsgebouw van het vijfenzeventigjarig Lobithse schuttersgilde Excelsior in gebruik genomen met het eerste schutterstreffen Rijnwaarden, waar alle zes schutterijen uit Rijnwaarden aan deelnemen

 


Schuttersgilde Excelsior omstreeks 1925

 

2001     De uit Lobith afkomstige bakkerszoon Servais Knaven wint de befaamde wielerklassieker Parijs-Roubaix. Twee jaar later wint hij op sensationele wijze de etappe naar Bordeaux in de Ronde van Frankrijk

 


Servais Knaven 
* Lobith, 6 maart 1971


2003     De Rijn bereikt eind september de laagste waterstand tot dan toe ooit gemeten. Het gemeten laagste waterpeil bedraagt 6,91 meter boven NAP, een stand waarbij nauwelijks scheepvaart mogelijk is. De gemeten laagste stand is 10 meter lager dan de hoogste stand tot dan (in 1926) ooit gemeten

 


Bij de extreem lage waterstand in september 2003 komen de resten van het in 1895 bij Tolkamer ontplofte dynamietschap Reimer boven water. Dit ongeval, waarbij dertien doden vielen, veroorzaakte destijds ook landelijk grote beroering.


2004     In Lobith-Tolkamer komt het nieuwe Gildehuis op de dijk juist op tijd voor Hemelvaartdag gereed.  Het is gebouwd door aannemer Joosten met hulp van vele vrijwilligers. Het nieuwe Gildehuis vervangt het oude uit 1923 dat ruim tachtig jaar heeft dienst gedaan.

 


Schuttersfeest (1935) op de achtergrond de stenen schutters"tent" uit 1923


Gildehuis omstreeks 2005

2005     In het vroege voorjaar van 2005 komt naar voren dat Schuttersgilde Excelsior in Lobith / Tolkamer acute betalingsproblemen heeft. De eens zo rooskleurige bankrekening blijkt een schuld van honderdduizenden te hebben. Een in het leven geroepen onderzoekscommissie neemt draconische maatregelen om orde op zaken te stellen. In mei 2006 worden leden van de onderzoekscommissie door de algemene ledenvergadering benoemd tot bestuurslid. Na een moeilijke periode volgt een glorieus herstel van het schuttersgilde

 

2009    Op 1 januari gaan de R.K. parochies van Babberich, Herwen en Aerdt, Lobith, Oud-Zevenaar, Pannerden, Spijk en Zevenaar samen tot de nieuw gevormde Sint Willibrordusparochie.

2009    Steenfabriek Daams in Tolkamer, eigendom van de Oostenrijkse multinational Wienerberger sluit. De fabriek, waarvan Th.G.J. Daams, ruim een eeuw eerder in 1904, de basis heeft gelegd en waar 23 mensen werken ondervindt de gevolgen van de financiele crisis waardoor minder stenen nodig zijn.

 

 

2010     In oktober komt het vermaarde boek "Zoete Mond" uit van de schrijver Thomas Roseboom. De roman speelt zich af in de jaren zestig van de 20e eeuw in het fictieve plaatsje Angelen, gelegen aan de Rijn een paar kilometer ten westen van Tolkamer. Aan de overzijde van Angelen bevindt zich het Duitse plaatsje Bimmen en het Nederlandse Millingen. De dorpskern van Pannerden lijkt als twee druppels water op het dorp uit het boek. Een hoge dijk, waarachter het dorp schuilgaat: bakkerij Groenen, slagerij Reijmer, een school, een hotel, de kerk en de doodse stilte van een dag waarop de mannen op hun fiets naar hun werk op de scheepswerf of steenfabriek gaan en huisvrouwen de meubels in de was zetten. 

 


Aan het Pannerdens kanaal, dichtbij de kop van Pannerden, bevindt zich het landhuis dat een grote rol speelt in "Zoete Mond". 

2011    Op 15 januari wordt in Tolkamer de zeer hoge waterstand van 14,86 meter boven N.A.P gemeten.

2011    Op 21 april (Witte Donderdag) overlijdt in zijn woning in Zevenaar volkomen onverwacht de bekende streekhistoricus dr. Ben Janssen. Hij is van grote betekenis geweest voor de Liemers waar hij tal van boeken over heeft geschreven. Op 28 april vindt in de R.K kerk van Lobith-Tolkamer, zijn geboorteplaats, de uitvaartdienst voor hem plaats.  

 


 Dr. Ben Janssen
(1931 - 2011)

 

2011    De op 9 augustus 1661 geopende reformatorische kerk op de Lobithse Markt viert haar 350 jarig bestaan.  

 

 

2012    Ter gelegenheid van het 75 jarig jubileum van het officierencorps van het schuttersgilde E.M.M. Lobith wordt het boek "Het Koningszilver" uitgegeven. Auteurs zijn A. Mulder, A. Muskens en A. Mertens. De historische bijdragen zijn van dr. G.B. Janssen.  

 

2013  Op zondag 17 maart besteedt de Nederlandse televisie (VPRO) in een boeiende uitzending met als titel, Die Liebe war Schuld daran (Tommy Wieringa), zeer uitvoerig aandacht aan de Nederlands-Duitse grensstreek in de omgeving van Elten, Lobith en Tolkamer (http://vimeo.com/62056112).

2013    Op donderdag 11 april 2013 vindt in Tolkamer de presentatie plaats van het boek "De vijand was mijn bondgenoot". Het is het aangrijpende levensverhaal van Heinz Vermaeten, een Duitser die geen mof wilde zijn. Als Heinz in 1926 twee jaar is, verhuist het gezin van Duitsland naar Tolkamer. Tijdens de Tweede Wereldoorlog wordt Heinz gedwongen voor Duitsland te vechten. Pas ruim 60 jaar na de oorlog is hij in staat zijn gruwelijke ervaringen te vertellen en kan zijn dochter deze met zijn instemming op papier zetten.  

 


Ellen Vermaten: De vijand was mijn bondgenoot
Het indrukwekkende verhaal met aspecten over de Tweede Wereldoorlog, die in Nederland onderbelicht zijn

2013    Op zaterdag 4 mei 2013 wordt in Tolkamer een plaquette onthuld waarop de namen van de joodse inwoners, die tijdens de Tweede Wereldoorlog in Auschwitz zijn vermoord: David Northeimer (1897 - 1943), zijn echtgenote Sara Northeimer - Zwarts (1896 - 1942) en hun zoontje Harry Gustaaf Northeimer (1937 - 1942). 

2015    Volgens opgave van het Centraal Bureau voor de Statistiek is het aantal huishoudens in de Liemers dat onder de armoedegrens leeft aanzienlijk geringer dan in de rest van Nederland. Zo bedraagt het percentage arme huishoudens in Duiven 5,6%, in Zevenaar 7,1%, in Westervoort 8,4% en in Rijwaarden, waartoe Tolkamer behoort, 7,6%. Het landelijk gemiddelde bedraagt 9,5%. Hoe anders was het een eeuw eerder toen de Liemers tot de armste streken van Nederland behoorde. Het kan (gelukkig) verkeren. 

2017    Op woensdag 1 maart 2017 is het exact 200 jaar geleden dat Lobith, Tolkamer en Spijk door Pruisen werden overgedragen aan Nederland. Om dit historische moment te herdenken wordt op zaterdag 4 maart 2017 een spektakel georganiseerd aan de Europakade in Tolkamer
De eerste decennia onder Nederlands bestuur werden destijds door een groot deel van de overwegend katholieke bevolking met gemengde gevoelens ervaren. Reeds enkele maanden na de overgang naar Nederland verloor Lobith, waartoe toen ook Tolkamer en Spijk behoorden, haar zelfstandigheid en werd bij de toenmalige gemeente Herwen en Aerdt gevoegd. Toen het protestante Nederland in 1830 in oorlog kwam met het katholieke Belgie en ook (jonge)mannen uit de Liemers als soldaat werden opgeroepen om te vechten was de weerstand groot.  

 




2018    Op 1 januari 2018 wordt de gemeente Rijnwaarden, waartoe Aerdt, Herwen, Lobith, Pannerden, Tolkamer en Spijk behoren, samengevoegd bij de gemeente Zevenaar. 

2018    Op vrijdag 16 maart 2018 overlijdt op 93-jarige leeftijd Jozef Cornielje (1924 - 2018). 
Jozef Cornielje is op 30 december 1924 in Spijk geboren. In de periode 1958 - 1964 is hij secretaris van het polderdistrict Oude-Rijn en vervolgens tot 1976 secretaris van de (voormalige) gemeente Herwen en Aerdt, waartoe Tolkamer behoort. Van 1976 tot zijn pensionering in 1989 is hij burgemeester van de gemeente Angerlo. Zijn zoon Clemens werd in 2005 Commissaris van de Koningin in Gelderland.