ZEDDAM

DE GESCHIEDENIS VAN ZEDDAM IN JAARTALLEN

Zeddam
is een dorpskern in de gemeente Montferland, gelegen aan de voet van het Montferland en het Bergherbos aan de doorgaande weg van Doetinchem naar 's-Heerenberg. Het dorp is vanwege het mooie bosgebied Montferland een belangrijk centrum voor het toerisme en heeft vele hotels, pensions en vakantiehuisjes.
Zeddam bestaat uit drie delen:
- het hoger gelegen Bovendorp
- het lager gelegen Benedendorp
- tussen Bovendorp en Benedendorp ligt het Middendorp

De naam Zeddam (Sydehem / Ziedem) betekent waarschijnlijk: lage woonplaats. Het dorp is ontstaan rond de kerk in het zogenaamde Bovendorp. Het Middendorp en het Benedendorp zijn later bebouwd.

In het Bovendorp staat de R.K. Oswalduskerk, waarvan het oudste deel uit de 12e eeuw stamt. Zeddam is de enige Nederlandse parochie met Sint Oswaldus als beschermheilige. Naast de Oswalduskerk staat een kleine Nederlands Hervormde kerk. Ook de oudste molen van Nederland, gebouwd omstreeks 1440, staat in het Bovendorp. Daarnaast heeft Zeddam nog een andere molen (De Volharding), die gebouwd is in 1891.

Na de instelling van de gemeenten is Zeddam korte tijd van 1811 tot 1821 een zelfstandige gemeente geweest. Het pand Bovendorpstraat 7, waarin voorheen cafe en winkel Brinks was gevestigd en waarin sinds eind 2006 restaurant De Schatkamer is gehuisvest, was van 1811 tot 1821 het gemeentehuis.


642
     Op 6 augustus sterft Oswaldus in het Schotse Maserfieldt. Hij heeft een belangrijke bijdrage geleverd aan de kerstening van Schotland. 
In latere jaren heeft de H. Willibrord (658 - 739) een grote verering voor Oswaldus. In Nederland is Zeddam de enige parochie met Oswaldus als beschermheilige.


Sint Oswaldus

700    In de tijdsperiode tussen 650 en 750 ontstaan de zogenaamde "heem"-namen. In onze regio zijn dat: Aswihem (Azewijn), Dideheim (Didam), Dotincheim (Doetinchem), Altheim (Elten), Hutheim (Huthum), Stockheim (Stokkum) en Sydeheim (Zeddam).

1142    De oudste vermelding van een kerk in Zeddam. Gezicht op Zeddam (Zeddem) omstreeks 1700
Corn. Pronck
 

  Nederzettingen in onze streek omstreeks 1200

Aswen (Azewijn) en Thedodem (Didam) worden genoemd in 828; Thuvine (Duiven), Gruosne (Groessen), Harawa (Herwen) in 897; Eltnon (Elten) in 944; Berga ('s-Heerenberg) in 1105; Sydehem (Zeddam) in 1142; Lengel in 1144; Loel (Loil), Wele (Wehl) en Waverlo (Dijk) in 1178; Beek in 1206 en Stockem (Stokkum) in 1240.

 

 

1142     Zeddam wordt van het oerkerspel Emmerik afgesplitst en wordt een zelfstandige kerspel (parochie). Aanvankelijk omvat het kerspel een zeer groot gebied dat ook de plaatsen Wehl, Doetinchem en 's-Heerenberg alsmede de kapellen van onder meer Azewijn, Braamt, Wijnbergen en Lengel, omvat. In 1217 wordt Wehl een zelfstandig kerspel en in 1399 geschiedt dit ook met 's-Heerenberg.

1234    Vethuizen, in onze tijd een buurtschap ten westen van Zeddam, komt reeds als zodanig voor. Dit blijkt uit de vermelding dat het klooster Bielhem bij Doetinchem hier een curtis of hof bezit. Dit hof heeft er meerdere eeuwen gestaan want in 1583 geeft Graaf Willem van den Bergh het aan kloosterlingen van Bielhem ter bewoning.

1240    Hendrik van den Bergh verhuist van Montferland naar de nieuwe woontoren op de plaats waar nu Huis Bergh staat.

1245   Het dorp Braamt wordt vermeld als "Brameth". Vermoedelijk heeft de naam betrekking op braambegroeiing. 

1257    Het gericht Zeddam is omstreeks deze tijd beleend door de Heer Adam I van Bergh (1218 - 1261). Gedurende een lange periode zijn de heren van Bergh leenmannen van de Gelderse graven en mogen daarom namens de graven in het kerspel Zeddam recht spreken, een bevoegdheid die na 1348 volledig toevalt aan Bergh.

1272   Heer Jacob is de oudste in onze tijd nog bekende pastoor van de parochie Zeddam. Hij staat vermeld in een oorkonde uit 1272 van de Eltense abdis Godelinde. Hij moet echter vele voorgangers hebben gehad omdat de parochie (kerspel) Zeddam in 1272 al tweehonderd jaar bestaat.

1275    Omstreeks deze tijd wordt havezate Padevoort in Zeddam reeds genoemd. Het is dan onder de naam "Pedelvuort" in het bezit van het klooster Bethlehem bij Doetinchem.

 

 

 
Padevoort in de eerste helft van de 20e eeuw

1290    Aan het eind van de dertiende eeuw is Doesburg verreweg het belangrijkste centrum in onze regio. De gehele Liemers tot aan Emmerik alsmede ook Doetinchem ressorteren onder het ambt Doesburg.

1339    Gelre, waartoe ook Zeddam in deze tijd behoort, wordt door de keizer van Beieren tot hertogdom verheven. Het is een zeer groot en belangrijk hertogdom. Het omvat naast de huidige provincie Gelderland, grote delen van de huidige provincie Limburg (met ondermeer Venlo, Venray en Roermond) en delen van het huidige Noord-Rijnland-Westfalen met ondermeer het stadje Geldern, waarnaar het hertogdom Gelre en de latere provincie Gelderland zijn genoemd. Het hertogdom Kleve vormt een wig tussen de Noordelijke en de Zuidelijke delen van Gelre. De zelfstandigheid van Gelre eindigt in 1543.

 

Het hertogdom Gelre omvat omstreeks 1350:
1. Het Kwartier van Nijmegen (huidige Betuwe)
2. Het Kwartier van de Veluwe (ook genoemd het Kwartier van Arnhem)
3. Het Kwartier van Zutphen (de huidige Achterhoek en Liemers)
4. Het Kwartier van Roermond (het huidige Limburg en delen van Noord-Rijnland-Westfalen)

 

 

1340     Uit een rekening van de rentmeester van de graaf van Gelre blijkt, dat in deze tijd Weel (Wehl), Betburg (Babberich), Zevenaar, Angeroy (Loo), Westervoort, Beek en Zeddam,  Duiven en Groessen tot de Lijmers gerekend worden.

1348    Na gedurende vele generaties in het kerspel Zeddam namens de graven van Gelre recht te hebben gesproken, verwerven de Heren van Bergh in 1348 de bevoegdheid deze volledig zelfstandig uit te oefenen.

1349     Kasteel Dijkhuizen in de omgeving van Zeddam wordt vermeld als leen van Reinald III van Gelder. In latere tijden verdwijnt dit kasteel, vermoedelijk gelegen in de buurtschap Dijkhuizen, zodat in onze huidige tijd niets van het kasteel over is.

1375     Omstreeks deze tijd wordt Johan van den Padevoort eigenaar van het landgoed Padevoort in Zeddam. Vele generaties Van den Padevoort na hem bewonen het landgoed totdat het bijna driehonderd jaar later in 1665 in verband met groeiende schulden verkocht moet worden.  Het Huis Bergh wordt dan de nieuwe eigenaar.

1379    's Heerenberg krijgt stadsrechten.

1380     Bitter van de Horst krijgt het adellijk huis "de Horst" in Zeddam als leen van de hertog van Gelder. In latere eeuwen raakt het huis in verval en in onze huidige tijd is er niets van over.

1399    's-Heerenberg, dat onder de parochie Zeddam valt, wordt een zelfstandige parochie met als eerste pastoor Diederik Liesgher.

1427    De hertog van Gelre verkoopt al zijn rechten in de Bergherbossen aan de heer Van den Bergh.

1441    In geschriften wordt al gesproken over een molen in Zeddam. Het is niet zeker of dit al de korenmolen betreft, die wij in onze tijd kennen.

1450    De Zeddamse korenmolen is een van de vier molens van de Graven Van den Bergh; alle vier worden in een oorkonde uit 1450 genoemd. Behalve in Zeddam staan deze in Heerenberg, Didam en Gendringen. In Zeddam wordt het graan gemalen van de boeren uit de omliggende buurtschapppen Azewijn, Vethuizen, Vinkwijk, Braamt, Kilder, Stokkum, Wijnbergen en Beek.

Gezicht op Zeddam geschilderd door Braunstahl
We zien de Oswalduskerk en rechts daarvan de befaamde Zeddamse korenmolen, de oudste in zijn soort die heden ten dage nog in Nederland bestaat. 
 
1466
     De R.K. parochie Wehl wordt afgescheiden van
Zeddam.

1503    De zomer van 1503 is zinderend heet en kurkdroog en daardoor een kwelling voor de inwoners van Zeddam

1543
    Omstreeks deze tijd is Lambert ter Hopert koster-schoolmeester aan de middeleeuwse Sint-Oswalduskerk en de daaraan verbonden kerkschool. Hij is de oudst bekende koster-schoolmeester in Zeddam

1546    Naast de windmolen komt in Zeddam een rosmolen van de Graven Van den Bergh. Deze molen, aangedreven door een paard (ros), wordt tegelijk met de windmolen verpacht en door de molenaar gebruikt als er te weinig wind is om te malen. In de tweede helft van de 19e eeuw is de rosmolen verkocht en gesloopt. Een eeuw later in 1974 is de molen herbouwd, waarbij gebruik is gemaakt van bouwtekeningen uit het archief van Huis Bergh. 

1550     Omstreeks deze tijd behoren de parochiekerken van onder meer Oud-Zevenaar, Wehl, Laag-Elten, Zeddam en Didam tot de proosdij Emmerich met als patroonheilige Sint Maarten.

1557     De vermaarde cartograaf Christiaan sGrooten, geograaf van de Spaanse koning Philips II, brengt het gewest Gelderland in kaart.



Een detail uit de kaart van Christiaan sGrooten betreffende de omgeving van Zeedam (Zeddam)

In de omgeving van Zeddam, zien we o.a. Beeck (Beek) en Stoeckem (Stokkum).

 



 

 


1568
    Begin van de Tachtigjarige Oorlog; de strijd tussen Spaanse en Staatse troepen brengt de bevolking in de Liemers regelmatig tot wanhoop.  

De staatkundige indeling van de Liemers en de omgevende gebieden in de 16e eeuw
Geel: Kleefs gebied   Groen: Gelders gebied   Licht groen: Berghs gebied   Wit: zelfstandig gebied
Merk op dat Zeddam Bergs gebied is.

1570     De periode 1570 tot 1600 is in de Liemers (en Achterhoek) een uiterst onrustige tijd. De bevolking is wanhopig door rondtrekkende plunderende troepen: De ene keer Staatse en de andere keer Spaanse troepen en daar tussendoor rondtrekkende muitende bendes. Verwoeste huizen en kerken, onbebouwde akkers, plundering, doodslag, zware maandelijkse oorlogscontributies en roof van hele veestapels zijn aan de orde van de dag. De kerken van ondermeer Zeddam, 's-Heerenberg, Etten, Gendringen, Netterden, Elten, Oud-Zevenaar, Zevenaar en Didam worden in die periode geplunderd en zwaar beschadigd. In Hoog-Keppel en Drempt staat geen enkel huis meer overeind.

1572    Begin juli worden 19 katholieke priesters uit Gorcum ontvoerd naar Den Briel. Als ze daar niet bereid zijn het katholieke geloof af te zweren worden ze een voor een opgehangen. De herinnering aan dit gebeuren, dat bekend staat als een van de dieptepunten in de opstand tegen Spanje, blijft tot ver in de 20e eeuw bij veel katholieken, ook in de Liemers, levend.

Links: Martelaren van Gorcum worden in een schuur terechtgesteld (19e eeuws schilderij van Cesare Fracassini)

Rechts: Beeld van pater Claas Pieck in de bedevaartskerk in Brielle
  Claas Pieck is de eerste, die wordt opgehangen, na hem volgen nog 18 paters. 



De ontvoering van de 19 priesters vindt plaats door watergeuzen onder leiding van hun in 1571 door Willem van Oranje benoemde opperbevelhebber Lumey. Wanneer de priesters niet bereid zijn om het katholieke geloof af te zweren, worden ze in een schuur een voor een opgehangen. Na hun dood worden de 19 martelaren van Gorcum voor veel katholieken ook in de Liemers lichtende bakens in een periode van onderdrukking en duisternis. De herinnering aan het gebeuren in 1572 blijft tot ver in de 20e eeuw levend. Veel katholieken sluiten tot ver in de 20e eeuw hun dagelijks gebed af met: "heilige martelaren van Gorcum bidt voor ons".


1573
    Reeds eind oktober begint in de Liemers een lange zeer strenge winter, waarin vrijwel alle wintervoorraden verloren gaan met grote tekorten en honger tot gevolg.

 

1585     De laatste decennia van de 16e eeuw verlopen voor de Liemers (en Achterhoek) uiterst onrustig. De bevolking is wanhopig door rondtrekkende plunderende troepen: De ene keer Staatse (Hollandse) en de andere keer Spaanse troepen en daar tussendoor rondtrekkende muitende bendes. Verwoeste huizen en kerken, onbebouwde akkers, plundering, doodslag, zware maandelijkse oorlogscontributies en roof van hele veestapels zijn aan de orde van de dag.

Plundering van een dorp geschilderd door Pieter Molijn (Frans Halsmuseum, Haarlem)
Vooral tijdens de eerste helft van de Tachtigjarige Oorlog gaat de bevolking van het Gelders - Kleefs grensgebied regelmatig gebukt onder de wreedheden en plunderingen van Hollandse en Spaanse soldaten. 
 

1595    Omstreeks deze tijd wordt het Berghse land na jaren van oorlogsgeweld weer bewoonbaar doordat het door veroveringen van prins Maurits (1567 - 1625) definitief in de macht van de Staten (Holland) komt.


1596
    Na de reformatie wordt gedurende de periode 1596 tot 1810 de Oswalduskerk eigendom van de Gereformeerde gemeente Zeddam.

1598    De eerste protestantse preek in Zeddam onder leiding van ds. Sollingius vindt plaats onder een grote lindeboom omdat de Oswalduskerk nog een bouwval is.

1599   De in eerdere jaren gevluchte bevolking van Zeddam is ten dele teruggekeerd en ten dele door vestiging van vreemden aangevuld.

1602   Hieronymus Gerropagus (Nederlandse naam: Jeroen Onland) wordt de tweede dominee in de geschiedenis van Zeddam. Evenals zijn voorganger Sollingius is Gerropagus een voormalige R.K. priester, die zich bij de Reformatie aansluit. In tegenstelling tot zijn voorganger blijft Gerropagus echter ook missen opdragen. Omdat hij blijkbaar niet echt kan kiezen tussen de katholieke en de gereformeerde eredienst moet Gerropagus reeds enkele jaren later Zeddam verlaten. Zijn opvolger wordt dan de uiterst fanatieke Calvinist Conrad Sagelius, die zo fel is dat de bevolking zich tegen hem keert waardoor hij reeds na enige maanden vertrekt om predikant in Westervoort en Lathum te worden.

1604    De herbouwwerkzaamheden van de middeleeuwse Oswalduskerk nemen een aanvang. 

1606    Conradus Sagerius wordt dominee in Zeddam. Hij is echter zo radicaal calvinistisch dat hij vrijwel iedereen in Zeddam tegen zich in het harnas jaagt. Hij blijft niet lang en wordt al in 1609 opgevolgd door Johannes Lucae. 

1608    Een ontstellend koude winter zorgt voor grote problemen. In januari en februari vriest het zo hard, dat zelfs de oudste mensen zich niet kunnen herinneren dit ooit eerder te hebben meegemaakt.

1609    Johannes Lucae wordt dominee in Zeddam. Hij zet de bloemetjes buiten en is in vele opzichten het andere uiterste als zijn voorganger. "Wein, Weib und Gesang" staan bij dominee Lucae hoog in het vaandel en hij krijgt al in 1612 ontslag. Ook onder zijn opvolgers krijgt de calvinistische leer in Zeddam weinig aanhang.

1610     Op vrijdag 22 januari wordt onze regio getroffen door een zware storm. Bij Rees breekt de dijk door. 

1613    Begin januari 1613 wordt Jacobus Revius (1586 - 1658) predikant te Zeddam. Zijn verblijf in Zeddam is echter van korte duur want elf maanden later vertrekt hij om dominee te worden in de gecombineerde gemeente Aalten / Winterswijk. Revius wordt in latere jaren uiterst vermaard op theologisch, letterkundig en historisch terrein en is vanaf 1642 tot zijn dood in 1658 hoogleraar in Leiden.

 

 

1637    Van 1637 tot zijn overlijden in 1667 is Fredericus van Lindt predikant te Zeddam. Uit de brieven van Van Lindt, blijkt dat de verstandhouding tussen katholieken en protestanten bijzonder slecht is. Zo schrijft hij in een brief in 1663: "wij worden hoe langer hoe meer onderdruckt ende moeten alle spott ende smaadt leijden". Ook meldt hij dat zijn koster door katholieken zo wordt gepest dat deze uiteindelijk Zeddam ontvlucht en naar Emmerik vertrekt.

1638    De Liemers krijgt het als gevolg van de Paltse inkwartiering zwaar te verduren. Veel soldaten maken zich schuldig aan beroving en ook als gevolg van drankmisbruik wordt grote schade aangericht.

 


De weg naar 's Heerenberg wordt op een landkaart uit omstreeks 1638 expliciet vermeld
Merk op: oost is links en  noord is onder  

1640    Omstreeks deze tijd wordt geboren Henricus Stell. Hij is de vader van Arnoldus Stell, die op donderdag 30 mei 1697 in Zeddam trouwt met Aleida van Salingen. Henricus Stell, Arnoldus Stell  en Aleida van Salingen zijn voorouders in rechte lijn (11 resp. 10 generaties) van Sam, Simon en Sjef van Keulen.

1651    Het Gilde St. Oswaldus wordt opgericht.

1652    De Gelderse landmeter Nicolaas van Geelkercken brengt onder meer de Lymers in kaart. Sedum (Zeddam) en Monferlant (Montferland) worden expliciet genoemd.

De omgeving van Seventer (Zevenaar), Des Heerenberg ('s Heerenberg) en Dydam (Didam) zoals getekend door N. van Geelkercken. Sedum (Zeddam) wordt ook vermeld.
Merk op dat het noorden onder en het westen rechts is. 
 


1656    Philips (Philip-zoon) van Galen, die sedert 1652 schoolmeester in Zeddam is, schrijft op 26 maart 1656 een brief aan de Classis van Zutphen waarin hij salarisverhoging vraagt. Hij kan van zijn inkomen van 65 gulden per jaar niet rondkomen. In deze tijd is het heel normaal dat een schoolmeester tevens koster is. Zo moet Van Galen onder meer op zondagen acht keer en door de week drie keer de kerkklokken luiden. Op zondagen moet hij ook vijf keer voorzingen. Dit alles vermeldt de meester in zijn uitvoerige schrijven aan de Classis in de hoop een hoger salaris te ontvangen. Overigens zullen zijn vele taken als koster er naar alle waarschijnlijkheid toe geleid hebben dat de schoolkinderen nogal eens aan hun lot zijn overgelaten.

1660    De oudst bekende voorouder Polman in directe lijn van Sam, Simon en Sjef van Keulen Theodorus Polman wordt geboren omstreeks 1660 in Zeddam. Uit een huwelijk(1) voor 1697 met een (nog) onbekende partner wordt Antonius (Teunis, Thonis) Polman  geboren. Op 19 juli 1697 huwt (2) Theodorus Polman in Zeddam (R.K.) met Grietje Guijnes uit Stokkum.

1668   Uit een vermelding van dominee Crucius dat de inwoners van Stokkum zich tijdens de vastenavondviering hebben misdragen, blijkt dat het vieren van vastenavond (carnaval), de laatste avond voor de vasten, in de 17e eeuw in onze omgeving voorkomt.

Diverse liedjes over de vastenavondviering zijn bewaard gebleven, zoals het bekende foeke-pot-liedje. Hierbij lopen kinderen met een bus (foekepot) waarover een varkensblaas is gespannen van huis naar huis. Door de varkensblaas steekt een rietje dat op en neer wordt bewogen en daarbij een geluid produceert. Hierbij zingt men:
        "Foekepot, foekepot, foekepotteri-j
        geef mien 'n centje dan goa-k weer veurbi-j
        ik heb al zo lang met de foekepot gelope
        ik heb gin centjes um brood te kope"

1670    Op donderdag 14 augustus 1670 wordt in Zeddam geboren Arnoldus Stell. Hij trouwt op 30 mei 1697 in Zeddam met Aleida van Salingen. Arnoldus en Aleida zijn voorouders in rechte lijn (10 generaties) van Sam, Simon en Sjef van Keulen.

1672    Franse troepen bereiken begin juni vanuit Emmerik onze streek en gelasten dat de kerken aan de katholieken teruggegeven moeten worden. De Sint Oswalduskerk in Zeddam wordt daardoor in augustus weer een R.K. kerk. Na ongeveer honderd jaar krijgt de R.K. Zeddamse parochie dan weer een eigen pastoor. Het is de dominicaner pater Joannes Wylick, die maar kort pastoor in Zeddam blijft. Hij wordt opgevolgd door pastoor Jodocus van het klooster in Elten.

1673    Als gevolg van de Franse oorlog (1672 - 1674) is er ook in Zeddam veel overlast door inkwartiering van soldaten, belasting, diefstallen en andere zaken die met een oorlog gepaard plegen te gaan. Wanneer de Fransen in 1674 onze streek verlaten blijft de bevolking berooid achter.

1674     Als gevolg van de terugtrekking van de Franse troepen verliezen de katholieken veel van hun pas verworven vrijheden. Op 4 juni moeten zij de Sint Oswalduskerk in Zeddam weer aan de protestanten afstaan.

1677    De uit Zevenaar afkomstige Meinoldus Boeseken wordt dominee van Zeddam. Hij blijft dit gedurende een uitzonderlijk lange periode van maar liefst 47 jaar tot 1724. In 1677 legt ds Boeseken een trouwboek aan dat bewaard is gebleven. Dominee Boeseken is een man uit de streek, die zich in de mentaliteit van de mensen, protestant en katholiek, verdiept waardoor de onderlinge pesterijen verminderen.

1681     De Zeddamse pastoor Jodocus wordt ten strengste verboden om te dopen. Ondanks het risico op zware straffen laten veel ouders hun kinderen toch "Roomsch" dopen.

1681    De paters Franciscanen bouwen in Elten een nieuw klooster. Paters van dit klooster zullen een belangrijke rol spelen bij de recatholisering van naburige Staatse gebieden (o.a. Zeddam). 


Het Franciscanenklooster in Elten gebouwd in 1681 ter vervanging van het in 1572 verwoeste klooster in de Briemer bij Emmerik.
J.H.A. van Heek maakt in 1952 kort voor afbraak van het zwaar beschadigde klooster bovenstaande tekening.
 

1684    De winter van 1683 - 1684 verloopt ontstellend koud. Zelfs de oude mensen in Zeddam kunnen zich niet herinneren zo'n extreem koude winter ooit eerder meegemaakt te hebben. De koude valt ver voor kerstmis 1683 in en duurt tot medio februari 1684. De rivieren vriezen volledig dicht en ijsdikten tot twee Rijnlandse voeten (63 cm) worden gemeten. De winter zorgt voor veel overlast. 

1694    De uit Emmerik afkomstige Godefridus Franciscus Wanners wordt pastoor van de R.K. parochie in Zeddam. Hij blijft dit gedurende een periode van maar liefst 32 jaar tot 1726. Ook zijn opvolgers Adolf Werneri (1726 - 1761) en Theodorus Bouwman (1761 - 1794) blijven langer dan dertig jaar pastoor in Zeddam en behoren daarmee tot de langstzittende pastoors uit de geschiedenis van katholiek Zeddam.

1697    Op donderdag 30 mei 1697 trouwen in Zeddam Arnoldus Stell en Aleida van Salingen. Zij zijn voorouders in rechte lijn (10 generaties) van Sam, Simon en Sjef van Keulen.

1702   Een hevige dysenterie-epidemie treft de streek. Vanwege de waterdunne diarree vermengd met bloed wordt de aandoening in de volksmond "rode loop" genoemd. De aandoening zal vooral in de 18e eeuw nog veel vaker slachtoffers maken.

1709    Zeer strenge winter vanaf Driekoningen (6 januari); veel vee doodgevroren. Ook bij mensen bevriezen oren, tenen en voeten. Doordat de "winterzaai" verloren gaat, stijgen de graanprijzen na de winter tot ongekende hoogte. 

1709    Op woensdag 11 december 1709 wordt in Zeddam geboren Christiaan Stel(l). Hij trouwt in 1743 in Zeddam met Johanna Kersten (1710-1766) afkomstig uit Millingen. Christiaan en Johanna zijn voorouders in rechte lijn (9 generaties) van Sam, Simon en Sjef van Keulen.


1710
    In 1710 staan in Zeddam 28 huizen. Dit aantal stijgt tot 50 in 1750. Zeddam maakt in de eerste helft van de 18e eeuw een ongekende groei door.

1712    Met het overlijden van Albert Oswald Frans (Oswald III) van den Bergh op woensdag 20 juli 1712 sterft het geslacht Van den Bergh uit; Bergh komt in bezit van Oswalds Duitse achterneef Franz Wilhelm von Hohenzollern.

1714    Veepest veroorzaakt in de Liemers de dood van veel runderen en grote armoede onder de bevolking.     

 
"D'kerk te Zeddum in 1720"
( D.Thielemans)

 

1717    Op maandag 17 mei  trouwt in Zeddam  Antonius (Teunis, Thonis) Polman met Lamberta (Lammetje, Lamertje) Spaan uit Stokkum. Zij zijn verre voorouders in de rechte lijn (9 generaties) van Sam, Simon en Sjef van Keulen.   

1718    Op maandag 14 februari 1718 wordt Theodorus (Derk) Pol(l)man geboren te Stokkum en op dezelfde dag gedoopt (R.K.) in Zeddam. Hij wordt van beroep "cultivator" (landbouwer) en trouwt op 29 jarige leeftijd op woensdag 6 december 1747 in de parochiekerk van Oud-Zevenaar met Joanna Raben (Rabitz), 21 jaar oud, geboren op 22 januari 1726 te Didam. Zij gaan wonen op de hoeve "De Sweeckhorst" (Zweekhorstweg 3) in Zevenaar. Derk en Joanna zijn voorouders in rechte lijn (8 generaties) van Sam, Simon en Sjef van Keulen. 

1719    Een "gruwelijke" veesterfte slaat toe. Driekwart van de veestapel gaat verloren.

 

 

1720    D. Thielemans maakt tekeningen  van Zeddam.   


1726     Adolf Hendrik Werneri wordt pastoor van Zeddam. Hij blijft dit ruim 35 jaar tot 3 december 1761 en behoort daarmee met zijn voorganger Wanners (pastoor van 1694 - 1726) en zijn opvolger Bouwman (pastoor van 1761 tot 1794) tot de langst zittende pastoors uit de geschiedenis van katholiek Zeddam. In 1756 wordt pastoor Werneri tevens aartspriester. Als aartspriester heeft Werneri dan zijn zetel in Emmerik maar als pastoor blijft hij  op de Wehme in Zeddam wonen.

 

1730    In 1730 telt Zeddam 40 huizen. Dit aantal stijgt tot 50 in 1750. Zeddam maakt in de eerste helft van de 18e eeuw een ongekende groei door. In een halve eeuw verdubbelt het aantal huizen van ongeveer 25 in 1700 tot 50 in 1750.

 

1733    Johannes Voogt uit Geldern wordt op de wipgalg van de Galgenberg bij Zeddam terechtgesteld omdat hij een serie roofovervallen heeft gepleegd.

Op deze kaart van Christiaen 's Grooten uit 1557 staat de "Wyppgalg" vermeld

 

 

1733    De uit Rhede (Westfalen) afkomstige Derk Varwijk trouwt met Berendje van Elsen, weduwe van de Zeddamse timmerman Berend Berendsen. Varwijk vestigt zich  vervolgens als timmerman in Zeddam. Het is de start van een timmerbedrijf, dat 280 jaar zal blijven bestaan en waar 8 achtereenvolgende generaties Varwijk leiding aan geven. In 2013 houdt het bedrijf helaas op te bestaan; het is dan niet meer bestand tegen de crisis die de bouwnijverheid dan teistert.


Het pand aan de Kerkweg in Zeddam waar vier generaties Varwijk gewoond en gewerkt hebben

 

1735    In de nacht van 14 op 15 oktober brandt de woonvleugel van het kasteel Huis Bergh volledig af.


Gezicht op 's-Heerenberg
Rechts kasteel Huis Bergh en links de kerk met daarnaast de toren (Jan de Beyer, 1743)
 

 

1740    De winter van 1740 is zeer koud. Na een relatief zachte december 1739 valt begin januari de vorst in. In de periode van zaterdag 9 tot en met dinsdag 12 januari is het zelfs overdag in Zeddam steeds kouder dan 10 graden onder nul. De barre winter wordt gevolgd door een extreem koud voorjaar. Op zaterdag 7 mei sneeuwt het nog. Ook de zomer verloopt zeer koud waardoor de oogsten volledig mislukken. Het duurt jaren voordat men het rampzalige jaar 1740 te boven is.


Zeddam (Cornelis Pronk, 1730)

 

1743    Op donderdag 21 februari trouwen in Zeddam Christiaan Stel (geboren in Zeddam in 1709) en Johanna Kersten (1710-1766) afkomstig uit Millingen Zij zijn voorouders in rechte lijn (9 generaties) van Sam, Simon en Sjef van Keulen.

 

1747    Een nieuwe golf van veepest veroorzaakt bittere armoede.


1748
    In
Zeddam bouwen de katholieken onder leiding van pastoor Adolf Werneri een ruime schuurkerk naast het pastoorshuis de "Weem" (Wehme). Dominee A. Bloemendaal dient hiertegen een klacht in bij het Hof maar deze klacht wordt ongegrond verklaard.

1750    In 1750 telt Zeddam 50 huizen. Zeddam maakt in de eerste helft van de 18e eeuw een ongekende groei door. In een halve eeuw verdubbelt het aantal huizen van ongeveer 25 in 1700 tot 50 in 1750.


1753
    De armoede in de regio is zo groot dat een armenjager wordt aangesteld. Deze moet bedelaars en arm "gespuis" van elders arresteren. De inwoners betalen de (loon)kosten van de armenjager.


Gezicht op Zeddam in begin van de 18e eeuw

 

1756    De befaamde Haarlemse tekenaar Cornelis van Noorde (1731 - 1795) tekent op zijn reis door onze streek onder meer de Elterberg en de Zeddamse poort.     

 

1756    Op zaterdag 11 december 1756 begint het streng te vriezen en de intense koude duurt onafgebroken tot maandag 7 februari 1757. De langdurige en intense koude is ook voor de inwoners van  Zeddam een ware kwelling.

1764    In Zeddam trouwen (Nederduits Gereformeerd) op zondag 26 februari Jan Herfkens (1740-1805) en Arendje Stell (1740-1815). Zij zijn voorouders in rechte lijn (8 generaties) van Sam, Simon en Sjef van Keulen.

1769    Van april 1768 tot april 1769 heerst opnieuw de veepest. 


Hooioogst in de Lijmers (1790)
Bron: Kadastrale Atlas van de Lymers van omstreeks 1790
 


1775    Omstreeks deze tijd tekent Jan Brandes (1743 - 1808) de vermaarde herberg op de "Montferberg" in Zeddam in waterverf over schets in potlood met penseel in kleuren. De herberg is in vakwerk en heeft een rieten dak, in de naaste omgeving is een tuin met groenten en voor de herberg staan twee huifkarren. In onze huidige tijd bevindt zich hier het hotel Montferland.
In de tijd dat Brandes, die in 1743 in Bodegraven is geboren, deze tekening maakt, is hij dominee bij de Lutherse gemeente in Doetinchem. In 1779 wordt hij predikant in Batavia en in 1787 keert hij terug naar Europa en vestigt zich in Zweden, waar hij in 1808 overlijdt. In 1985 is zijn collectie door het Rijksmuseum aangekocht op een veiling bij Sotheby's in Londen.  

 

 

1779    Op donderdag 18 november 1779 overlijdt Derk Varwijk (1692 - 1779), grondlegger van timmerbedrijf Varwijk in Zeddam. In 1983 viert det bedrijf haar 250 (!) jarig jubileum. Helaas komt in 2013 na 280 jaar een eind aan dit familiebedrijf, waaraan 8 opvolgende generaties Varwijk leiding hebben gegeven.

1783    Een vreselijke  dysenterie-epidemie teistert Zeddam. De aandoening die vaak dodelijk verloopt en gepaard gaat met hevige darmkrampen, wordt vanwege de waterdunne rood bloederige diarree in de volksmond "ro(o)de loop" genoemd. 
Tot de slachtoffers in Zeddam behoren: "een kind van Draeijer, de vrouw van Heister, Heisterboom, B. Hagedoorn, H. Hoeven, H. Aloffs, de vrouw en de dochter van Stell, Bernd Schepers, de vrouw van Wessels, de dochter van Peter Weijers, de knecht bij Varwijck, de Jood Levi en zijn vrouw, een kind van Feldman, vrouw Reike, een kind van Willem Voss, de vrouw van Derck Jansen,  de vrouw van Jan Jansen, de vrouw van Limbeek, een kind van Willem van Zolingen, Gerritje Steentjes, Jan Ophoff en een kind van hem, de vrouw van Derck Aloffs en een zoon".

1784    De winter is extreem koud. De Rijn is gedurende een periode van negen weken dichtgevroren.

1784    Op zaterdag 12 juni wordt in Zeddam geboren Antoon Herfkens (1784-1826). Op zaterdag 9 september 1815 trouwt hij met Gertrude Sanders (1792-1871) uit Elten. Antoon is evenals zijn vader Jan Herfkens brouwer van beroep en drijft een tapperij aan de Zeddamse Bovendorpstraat recht tegenover de Sint Oswalduskerk. Antoon Herfkens en zijn vrouw Gertrude Sanders zijn voorouders in rechte lijn (7 generaties) van Sam, Simon en Sjef van Keulen.

1789    De winter van 1788-1789 verloopt extreem koud. Met de winter van 1708-1709 is deze winter de aller-koudste winter van de 18 eeuw. Mens en dier gaan gebukt onder de extreme koude en de gevolgen daarvan.

1796    Enkele Zeddamse joden maken ruzie tussen de huizen van Gerret Gieskes en Bart Giesen.

1798     De 21-jarige Petrus A. J. Moerel (1776 - 1839) volgt dominee De Rooy op als predikant in Zeddam. Moerel is een jonge, radicale Calvinist die het in Zeddam, waar de protestanten over het algemeen verdraagzamer zijn, niet lang volhoudt. Reeds enkele maanden na zijn komst vertrekt hij en wordt predikant in het Veluwse Voorthuizen.

 
Het overlijdensbericht van dominee Moerel (Overijsselsche Courant, 22 januari 1839)

 

1799    Huis Bergh in 's Heerenberg wordt seminarie voor de opleiding van R.K. priesters. Deze bestemming houdt het kasteel tot 1842.
 

1800    De maaldwang, de verplichting van boeren om het graan op een bepaalde molen te laten malen, wordt opgeheven.                  
"Tot 1800 moeten boeren uit Azewijn, Vethuizen, Vinkwijk, Braamt, Kilder, Stokkum, Wijnbergen en Beek hun graan op de Zeddamse Torenmolen laten malen".


Voorjaar in de Lijmers (1790)
Bron: Kadastrale Atlas van de Lymers van omstreeks 1790

 

   

1802    De uit Harderwijk afkomstige Johan Arnold Hacklander (1768 - 1849) wordt organist van het orgel in de hervormde kerk in Zeddam. Hij blijft dit vele decennia tot zijn dood in 1849  waarna hij wordt opgevolgd door Gradus Schnitzler (1806 - 1883) uit Zeddam.  

 

1805    Op zaterdag 9 maart wordt Bernard Herfkens (1779 - 1844) uit Zeddam priester gewijd. Hij heeft de priesteropleiding gevolgd op het seminarie in 's-Heerenberg. Bernard is een zoon van Jan Herfkens en Arnolda Stel, die de voorouders in directe lijn (8 generaties) zijn van Sam, Simon en Sjef van Keulen. In 1812 wordt Bernard Herkens de allereerste R.K. pastoor in de Sallandse plaats Heeten. In 1821 is hij de eerste, die in Salland bij een kerk een afzonderlijk kerkhof laat aanleggen om overledenen op kerkelijke wijze te begraven.  

 

1809    Op dinsdag 21 maart bezoekt Koning Lodewijk Napoleon (1778 - 1846) Zeddam. Door dit bezoek krijgen de katholieken in Zeddam hun kerk terug. Hoofdrollen tijdens dit bezoek worden naast de koning vervuld door pastoor Johannes Beenen (1757 - 1823), dominee Cornelus Warnsinck (1777 - 1828), meester Boeseken alsmede de herbergiers Alwin Gudden (1734 - 1809) en Roelof Herfkens (1765 - 1824).




Op
weg van Doetinchem naar 's-Heerenberg bereikt de stoet van de koning op dinsdagochtend 21 maart via de zandweg (nu: Oude Doetinchemseweg) de kruising met de huidige Benedendorpstraat. Bij kastelein Alwin Gudden staat het hele dorp om de koning te zien. De gereformeerde meester Boeseken zwaait met een groot papier om de aandacht van de koning te trekken. Het rijtuig stopt en de koning luistert naar Boeseken. De katholieke meerderheid is het met Boeseken volstrekt oneens en vooral Herfkens en Gudden mengen zich in het gesprek. Ze beklagen zich dat een handjevol protestanten over de grote kerk beschikt en dat de vele katholieken in een armzalig "ravennest" moeten kerken. De koning wil dat "ravennest" wel zien en stapt uit het rijtuig en bij de ingang van de schuurkerk wacht de bejaarde pastoor Beenen de koning op. Arm in arm wandelen koning en pastoor de kerk rond.. Dan doet de koning pastoor Beenen een voorstel: een goede rijkstoelage om een nieuwe kerk te bouwen of de oude middeleeuwse kerk. De pastoor kiest voor het laatste. Dominee Warnsinck protesteert hevig. Het hele oponthoud duurt nauwelijks een half uur en die nacht logeert de koning op het Seminarie in 's-Heerenberg, dat zich in kasteel Bergh bevindt. De volgende avond (22 maart) wanneer Zijne Majesteit weer thuis is op paleis Het Loo neemt hij het koninklijk besluit waarin wordt bepaald dat de grote kerk in Zeddam op 1 januari 1810 aan de katholieken moet worden afgestaan en dat de katholieke kerk te Zeddam moet worden overgedragen aan de Gereformeerden.

 

 

 
Koning Lodewijk Napoleon (1778- 1846)

1809    Op Oudejaarsdag 1809 houdt dominee Warnsinck op zondagmiddag onder grote belangstelling de laatste protestantse dienst in de grote kerk van Zeddam. Na afloop worden de sleutels van de kerk overhandigd aan pastoor Beenen. Vervolgens leidt dominee Warnsinck een nieuwe bijeenkomst in de Roomse schuurkerk.

 

1810    De hervormden verblijven maar korte tijd in de voormalige R.K. schuurkerk, die in een bouwvallige staat verkeert. Al in het voorjaar van 1810 vinden de diensten plaats in de schuur van Jan Tervoert, totdat de nieuwe kerk in 1811 klaar is.
Ook de katholieken beleven weinig plezier aan de voormalige hervormde kerk, die eveneens in miserabele staat verkeert. Door geldgebrek zal het nog tot 1828 duren  alvorens de restauratie krachtig ter hand zal worden genomen.    

De schuur van Jan Tervoert
In deze schuur wordt in 1810 en 1811 door de hervormden gekerkt.


1811   Op 30 april 1811 wordt de eerste steen gelegd voor de Nederlands Hervormde Kerk in Zeddam. Op 4 november wordt de nieuwe kerk ingewijd door ds. Warnsinck. De kosten voor de bouw bedragen ruim 5.000 gulden (omgerekend 2.300 euro).
 

De in 1811 gebouwde Nederlands Hervormde Kerk in de tuin van de oude pastorie in Zeddam
De afbeelding is gesigneerd: HS 5 juli 1871


1811   
Bij Keizerlijk decreet van 20 oktober 1811 wordt de gemeente (mairie) Zeddam in het leven geroepen. Het gemeentehuis is gevestigd in het pand Bovendorpstraat 7 en  burgemeester wordt Philippe Jacques de Bellefroid. De gemeente Zeddam omvat de Heerlijkheid Wehl, het dorp Zeddam alsmede de buurtschappen Groot Azewijn, Klein Azewijn, Braamt, Dijkhuizen, Kilder, Vethuizen, Vinkwijk en Wijnbergen. Bij koninklijk Besluit van 30 januari 1820 wordt de gemeente Zeddam per 1 januari 1821 opgeheven en vervolgens met Netterden en 's-Heerenberg tot het Schoutambt Bergh verenigd.
 

 

1812    De uit Zeddam afkomstige Bernard Herfkens (1779 - 1844) wordt de allereerste pastoor van het Sallandse dorp Heeten. Hij blijft dit ruim dertig jaar tot zijn dood in de zomer van 1844. Bernard is een zoon van Jan Herfkens en zijn vrouw Arnolda Stel, de voorouders in directe lijn (8 generaties) van Sam, Simon en Sjef van Keulen.  

 

1815    De aanwezigheid van diverse Kleefse enclaves tot ver in Gelderland (zoals Zevenaar, Duiven, Wehl en Huissen) stoort de Nederlandse regering. Op het Wener Congres in 1815 vindt een ruil plaats met Pruissen waarbij de enclaves worden ingewisseld tegen stukken Nederlandse grond aan de grens. Ook Schenkenschans en de Steenwaard komen bij Pruissen. Door dit alles wordt de gemeente Netterden bijna gehalveerd. Als compensatie moet de gemeente Zeddam een groot gebied afstaan en gaan Azewijn en Klein-Azewijn bij Netterden horen. 


1815    Op zaterdag 9 september trouwt Antoon Herfkens (1784-1826) met Gertrude Sanders (1792-1871). Antoon is evenals zijn vader Jan Herfkens brouwer van beroep en drijft een tapperij aan de Zeddamse Bovendorpstraat recht tegenover de Sint Oswalduskerk. Antoon Herfkens en zijn vrouw Gertrude Sanders zijn voorouders in rechte lijn (7 generaties) van Sam, Simon en Sjef van Keulen

 

1816    Uitgezonderd enkele dagen in augustus regent het in 1816 van half mei tot in november vrijwel onafgebroken. Zeddam en omgeving zijn veranderd in een moeras. De oogst gaat verloren. De schade is onvoorstelbaar en wordt bovendien nog versterkt door het volledige gebrek aan gras als voedsel voor het vee. Bittere armoede is het gevolg en veel mensen voeden zich met voedsel dat onder normale omstandigheden aan varkens gegeven wordt. 

1817   Nadat het gehele jaar 1816 het extreem slechte weer ook in Zeddam voor enorme problemen zoals honger en armoede heeft gezorgd, verschijnt medio maart 1817 de zon, die zich daarvoor in dertien maanden vrijwel niet heeft laten zien. Het gewone klimaat keert eindelijk weer terug. 
Pas in de loop der 20e eeuw hebben wetenschappers vastgesteld dat de tijdelijke klimaatverandering, die de wereld in 1816 heeft gekweld, het gevolg is van de enorme vulkaanuitbarsting van de Tambora op het eiland Sulawesi in de Indonesische Archipel. Aan het begin van de 19e eeuw duurt het maanden tot jaren voordat nieuws van de andere kant van de wereld onze omgeving bereikt maar ook als men het toen eerder geweten had zou niemand een verband gelegd hebben tussen de vulkaanuitbarsting en de tijdelijke klimaatverandering.
 

1818    Op 11 juli 1818 verleent de Hoge Raad de gemeente Zeddam een wapen. Dit gemeentewapen toont twee forse dennen aan de voet van een heuvel, waarlangs een pad voert naar een huis, voorzien van twee takjes groen met daarboven een waldhoorn. Het huis betreft het jachthuis, dat in 1669 door Oswald III van den Berg op de heuvel Montferland is gebouwd en in onze tijd nog altijd bestaat. De gemeente Zeddam heeft als zelfstandige gemeente tot 1821 bestaan.  

 



1821     De gemeenten Zeddam en Netterden worden op 1 januari met de gemeente 's-Heerenberg samengevoegd tot de nieuwe gemeente Bergh.

De Liemers en omgeving uit een aardrijkskundig schoolboek door J.van Wijk Roelands Zoon uitgegeven door H.C.A. Thieme te Zutphen in 1827. Vermeld worden o.a. Zeddam, 's Heerenberg, Azewijn, Montferland, Braamdt  en Lengel.

1826    Op dinsdag 11 juli sterft in Zeddam Antoon Herfkens (1784-1826). Antoon is evenals zijn vader Jan Herfkens brouwer van beroep en drijft een tapperij aan de Bovendorpstraat recht tegenover de Sint Oswalduskerk. Antoon en zijn vrouw Gertrude Sanders (1792-1871) zijn voorouders in rechte lijn (7 generaties) van Sam, Simon en Sjef van Keulen

 

1827    Op donderdag 5 april 1827 vindt de aanbesteding plaats voor de nieuwe openbare school in Zeddam. De bouw wordt gegund aan Lamert Freriks, timmerman in Wehl, voor 1900 gulden. Het schoolgebouw biedt plaats aan drie klassen die niet door tussenmuren gescheiden zijn omdat de schoolmeester alle leerlingen moet kunnen overzien. Omstreeks 1870 wordt de school te klein en wordt een volgende nieuwe school betrokken. De oude school wordt dan het gildehuis. 

 



1827
    Op vrijdag 7 december wordt Matthias Terwindt (1784 - 1848), oorspronkelijk afkomstig uit Pannerden, pastoor in Zeddam als opvolger van pastoor Klein Tuente. 
In 1834 wordt Terwindt aartspriester van Gelderland. De zetel van de Gelderse aartspriester is Arnhem. Terwindt blijft tevens tot zijn dood in 1848 pastoor van
Zeddam en blijft als zodanig daar wonen.
Terwindt heeft zich vergeefs sterk gemaakt voor een kleinseminarie in 's Heerenberg maar in 1841 wordt voor Culemborg gekozen.

 

 


Overlijdensadvertentie geplaatst door H.J. Terwindt, neef van de overleden pastoor Terwindt



1828
    Op dinsdag 8 april 1828 overlijdt op 52-jarige leeftijd Cornelis Warnsinck. Hij was van 1798 tot zijn dood predikant bij de Gereformeerde Gemeente in Zeddam. Tijdens zijn ambtsperiode vindt gedurende vele jaren een hevige strijd plaats om de kerkelijke bezittingen tussen katholieken en protestanten nadat op 1 januari 1810 op bevel van koning Lodewijk Bonaparte de Sint Oswalduskerk aan de Zeddamse katholieken is teruggegeven
.

 

 


Overlijdensadvertentie geplaatst door de weduwe Maria Lambrechts

1829    Aan de Oude Doetinchemse weg in Zeddam wordt een begraafplaats in gebruik genomen. Een deel is voor protestanten en een ander deel voor rooms-katholieken. Daarnaast is er een algemeen gedeelte

 

1834    De Zeddamse R.K. pastoor Matthias Terwindt (1784-1848) wordt aartspriester van Gelderland. Provinciale aartspriesters  nemen tot 1853, wanneer de bisschoppelijke hierarchie wordt hersteld, de plaats in van bisschoppen

 

1835   Op dinsdag 27 oktober 1835 overlijdt op 31 jarige leeftijd Petrus Hajenius, sedert 1829 predikant in Zeddam. De uit Cothen afkomstige dominee Hajenius, die de laatste jaren van zijn leven aan tuberculose leed, wordt omschreven als een uiterst behulpzaam mens. Bijzonder is dat op zijn begrafenis op vrijdag 30 oktober ook pastoor Matthias Terwindt aanwezig is.

 

 


     Haarlemsche Courant (31 oktober 1835)

 

1836    Op dinsdag 29 november veroorzaakt een stormramp ook in Zeddam grote schade. Tot de mensen die in Zeddam de grootste schade lijden behoren Bernard Lankers, Jan Nonnemaker en Kobus van Uum

1842    Inspecteur Wijnbeek bezoekt de school in Zeddam. In zijn rapportage is hij positief over het onderwijs dat er gegeven wordt. Op de school zitten in deze tijd ruim tweehonderd kinderen, die les krijgen van de katholieke meester J. Smids, die wordt geassisteerd door de protestante ondermeester W. Wouters.     

1843    Na langdurige voorbereidingen komt in 1843 een plan gereed voor de aanleg van een grindweg Zutphen-Keppel-Wehl-Zeddam-'s-Heerenberg-Emmerik. De weg, die in 1848 gereed komt, voldoet echter niet aan de verwachtingen. Om de kosten te bestrijden komen er zeven tollen maar deze brengen onvoldoende op.  De voornaamste oorzaak is het feit dat gelijktijdig de weg Gendringen - Terborg - Doesburg voltooid wordt en veel vervoerders aan deze weg de voorkeur geven.     


1844
    Op vrijdag 26 juli, twee dagen na zijn 64e verjaardag, overlijdt in het Sallandse Heeten Bernard Herfkens, de allereerste R.K. pastoor van genoemde plaats. De uit Zeddam afkomstige Bernard Herfkens is een zoon van Jan Herfkens en Arnolda Stel, voorouders in directe lijn (8 generaties) van Sam, Simon en Sjef van Keulen.

 

 

 
in memoriam Bernardus Herfkens

 

1847     De weg Zutphen-Keppel-Wehl-Zeddam-'s-Heerenberg-Emmerik is in 1847 de eerste zandweg in onze regio, die (met grind) verhard is. Enkele jaren later is ook de weg van Didam naar Terborg, ten zuiden van Zeddam, met grind verhard.

1849    Op donderdag 20 september 1849 overlijdt Johan Arnold Hacklander (1768 - 1849), sedert 1802 organist van het orgel in de hervormde kerk in Zeddam. Na zijn dood zijn het vier achtereenvolgende generaties Schnitzler: Gradus(vader), Willem (zoon), Gerhard (kleinzoon) en Willem (achterkleinzoon), die in de periode tot 1970 (!) het orgel in Zeddam bespelen.  

1851    De zomer verloopt voor de boeren rampzalig. Een lange periode van hitte en droogte eindigt met een hevig onweer met hagel en storm. Voor onder meer de zwaarst getroffenen in Beek en Zeddam worden inzamelingen gehouden.

1852   Op dinsdag 7 september 1852 wordt de uit Zeddam afkomstige Arnoldus Herfkens (1817 - 1912) benoemd tot r.k. pastoor van Terborg. Hij blijft in deze functie gedurende meer dan een halve eeuw tot 1907. In 1902 wordt hij ter gelegenheid van het feit dat hij 50 jaar pastoor van Terborg is benoemd tot Ridder in de Orde van Oranje-Nassau. Bij zijn overlijden in 1912 is hij maar liefst 72 (!) jaar priester geweest. 
Arnoldus Herfkens is de zoon van Roelof Herfkens en Petronella Sanders en de kleinzoon van Jan Herfkens en Aantje Stell, allen uit Zeddam. Jan Herfkens (1740 - 1805) en zijn vrouw Aantje Stell (1740 - 1815) zijn voorouders in rechte lijn (8 generaties) van Sam, Simon en Sjef van Keulen.

 

 

 
Nieuws van de Dag (23 augustus 1902)

1853    Omstreeks deze tijd verdient een arbeider in de Liemers ongeveer 300 gulden (135 euro) in een heel jaar.

1854
    Meester Th. Weyers uit Zeddam volgt in Didam de befaamde meester Hendrik Nollen op die naar de U.S.A. emigreert. Weyers geeft met een hulponderwijzer en twee kwekelingen les in een lokaal, waarin voor 200 kinderen plaats is.

Voorgevel van de een-lokalige Openbare School in Didam, omstreeks 1862
In dit een-lokalige schoolgebouw geeft meester Weyers met een hulponderwijzer en twee kwekelingen les aan tweehonderd kinderen. 

 

1856    Op 10 januari 1856 wordt Carolus A. L. Baron van Hugenpoth tot Aerdt (1825 - 1907) burgemeester van de gemeente Bergh, waartoe ook Zeddam behoort. Hij blijft dit bijna 40 jaar tot 23 april 1894, wanneer hij wordt opgevolgd door zijn zoon Johannes Nepomucenus. Carolus overlijdt op 16 oktober 1907 op 82 jarige leeftijd te 's-Heerenberg.


Carolus A.L.van Hugenpoth tot Aerdt, burgemeester van Bergh van 1856 tot 1894      

1858    Verschijning van Maria in Lourdes; ook op de overwegend katholieke bevolking van de Liemers maakt dit diepe indruk.  

1859    De weg Zeddam - Beek - Didam wordt met grind verhard. Om de kosten te bestrijden wordt aan de ingang van Bergerbosch de Beeksche Tol  gebouwd. De eerste tolgaarder is Derk Giezenaar, die na zijn dood in 1888 wordt opgevolgd door zijn zoon Bart.


 

Tolhuis van Giezenaar aan de Grindweg van Beek - Zeddam omstreeks 1900
Links de weg van west naar oost
Rechts de weg van oost naar west

 


 

 

1860     In Elten wordt een protestantse / evangelische gemeente gesticht. De Zeddamse dominee Immink speelt hierbij een belangrijke rol. Hij schrijft onder meer een boek waarvan de opbrengst bestemd is voor de nieuwe gemeente.  

 


Advertentie in de Oprechte Haarlemsche Courant van maandag 27 februari 1860, waarin melding wordt gemaakt van de verschijning van het boek van ds Immink over de vestiging van de  Evangelische Gemeente in Elten. De opbrengst van de verkoop is bestemd voor deze gemeente.
V.D.M is de afkorting van Verbi Divini Minister. Dit is Latijn voor bedienaar van het Woord Gods of wel voor predikant.

1867    Uit heel Europa, Canada en de V.S. gaan duizenden katholieke jongemannen, de zogenaamde Zouaven, naar Italie ter bescherming van de kerkelijke staat van Paus Pius IX; onder hen vele tientallen Zouaven uit de Liemers, waaronder Johannes Hebing uit Zeddam. De Nederlandse Zouaven verliezen het Nederlandse staatsburgerschap. In 1947 wordt hen dit echter teruggeven. Het betreft een posthuum eerherstel omdat de laatste Nederlandse Zouaaf in 1946 is overleden.     

   

Zouavenbeeld (Zouavenmuseum Oudenbosch)

Voor meer informatie: klik hier

Uit vele plaatsen uit de Liemers melden zich jongemannen om voor de Paus te strijden. Uit Bergh vertrekken bijvoorbeeld 12 jonge kerels. De bekendste Berghse zouaaf is Hent Derksen, bijgenaamd de Vos.
 

1867    De R.K. parochie Azewijn ontstaat door afsplitsing van de R.K. parochie Zeddam. De allereerste pastoor, Henricus Meurs (1808- 1882), wordt op donderdag 10 oktober 1867 feestelijk ingehaald.


Pastoor Henricus Meurs, geschilderd door Louis de Breet      

1868    Extreme droogte in de Liemers veroorzaakt voedseltekort.



1868
    Op zaterdag 25 juli ontstaat kort na de middag een enorme brand in het centrum van 's Heerenberg. De plaatselijke brandweer geassisteerd door de brandweercorpsen van Zeddam en Emmerich alsmede de inzet van talloze burgers kan door de extreme droogte en de straffe oostenwind niet verhinderen dat meer dan twintig panden uitbranden en veertig gezinnen dakloos worden. Pas bij het invallen van de duisternis krijgt men de brand onder controle
.

 

 


NRC (juli 1868) 

1870    Op 20 juni 1870 vraagt Martinus H. S. Anten ontslag aan als hoofd van de openbare school in Zeddam omdat hij een benoeming aan de katholieke burgerschool in Utrecht heeft aanvaard. Hij wordt opgevolgd door meester G.A.F. van Maanen die vervolgens bijna een halve eeuw schoolhoofd in Zeddam blijft

 

1870    Aan het eind van het jaar wordt tijdens het pastoraat van pastoor Hulshof (1822-1884) een nieuwe R.K. pastorie in gebruik genomen naast de Sint Oswalduskerk aan de Bovendorpstraat in Zeddam. Het ontwerp van de pastorie is van architect H. J. Wennekers (1827-1900).

 

 
Voormalige R.K. pastorie Zeddam
(
foto begin 21e eeuw) 

 

1871    Vanaf 1871 is de uit Utrecht afkomstige Godefridus A.F. van Maanen (1838 - 1922) hoofd van de school in Zeddam. Hij blijft dit bijna een halve eeuw tot 1919, wanneer hij op ruim tachtigjarige leeftijd met pensioen gaat. Uit verslagen van schoolopzieners (inspecteurs) blijkt dat Van Maanen een buitengewoon bekwaam schoolhoofd is. Zijn werkwijze wordt bij voortduring geroemd. Ook van buiten Zeddam komen kinderen naar zijn school waaruit blijkt dat hij ook onder ouders veel waardering geniet

 

1872    De oude school in Zeddam van schoolmeester G.A.F. van Maanen wordt verlaten en een nieuw schoolgebouw wordt betrokken. In onze huidige tijd (begin 21e eeuw) staat op de plaats van de in 1872 verlaten school het gildehuis

 

1873    In Zeddam vestigt zich in het pand "De Olde Wehme" dierenarts Jacob Hoogland (1852 - 1935) uit Utrecht. Gedurende meer dan een halve eeuw tot 1929 zal Hoogland in Zeddam als dierenarts werkzaam blijven. Zowel bij de uitoefening van zijn praktijk als in maatschappelijk opzicht is zijn betekenis groot.

 

 
De Olde Wehme, tot 1870 pastorie en vanaf 1873 enige jaren verhuurd aan dierenarts Hoogland 

 

1875    De R.K. kerk koopt in Zeddam het pand Padevoort als klooster voor een Franciscaanse zusterorde.

 

 

 
Padevoort als Jozefgesticht

 

1875    Na bijna veertig jaar predikant te zijn geweest in Zeddam (vanaf 1836) overlijdt op woensdag 1 september de oorspronkelijk uit Ootmarsum afkomstige ds. Willem A. Immink (1808 - 1875). De zeer begaafde en in de loop der tijd volledig met de plaatselijke dorpsgemeenschap vergroeide Immink is vooral in sociaal denken zijn tijd ver vooruit geweest.

 

 

 

 

1877    In mei wordt Jakob Joan Nikolaas de Groot (1833 - 1916) uit Kolham predikant in Zeddam. Hij blijft dit gedurende een periode van 16 jaar tot de zomer van 1893 wanneer hij dominee in Oldenzaal wordt. Zowel dominee de Groot als zijn echtgenote Bartha de Groot - Cramer (1831 - 1893) zijn in Zeddam buitengewoon geliefd.

 

 

 

 

1877    De oude openbare school in Zeddam wordt tijdens een openbare verkoop gekocht door het St. Oswaldusgilde, die er het gildehuis in vestigt. Tot omstreeks 1920 blijft dit als zodanig dienst doen, waarna het wordt vervangen door een nieuw gildehuis

 

1879    Op zaterdag 4 oktober komt de krant De Graafschap-Bode voor de allereerste keer uit.

Voorpagina van de allereerste editie van de Graafschap-Bode
 
De Graafschap-Bode wordt uitgegeven door Misset in Doetinchem.
Op 1 april 1873 begint de grondlegger van het bedrijf, Cornelis Misset uit Haarlem, een kleine drukkerij in Doetinchem. Op zaterdag 4 oktober 1877 verschijnt de Graafschap-Bode in een oplage van 2.000 als een wekelijks nieuws- en advertentieblad voor het eerst; vanaf 1 maart 1967 verschijnt het blad dagelijks.
 

.


 

 

1879   Het gezin van  Theodorus Jurrius en Maria Wilhelmina Cunera Peters (over-over-overgrootouders van Sam, Simon en Sjef van Keulen) verhuist van Zeddam naar Duiven, waar ze zich op 1 mei 1880 vestigen op boerderij Poeldijk aan de Ploenweg.

Het gezin Jurrius-Peters  omstreeks 1897
Bij hun vertrek van Zeddam naar Duiven bestaat het gezin uit vier kinderen, waaronder Anna (1876 - 1942), de over-overgrootmoeder van Sam, Simon en Sjef van Keulen. De andere tien kinderen worden in Duiven geboren.

Theodorus Jurrius en Maria Peters stichten een kinderrijk gezin; in 22 jaar worden 14 kinderen geboren.
Op deze foto de familie Jurrius-Peters omstreeks 1897; tweede van rechts (met donkere kleding) Anna Wilhelmina Jurrius, over-overgrootmoeder van Sam, Simon en Sjef van Keulen.
(foto van mevr. Riet Selman, kleindochter van het echtpaar Jurrius-Peters)

1884     Op 7 maart overlijdt, de in Lichtenvoorde in 1822 geboren, pastoor Joannes Hulshof. Hij wordt als pastoor van de R.K. parochie Zeddam opgevolgd door pastoor Leijser. Tijdens het bijna 16 jarig pastoraat van Hulshof in Zeddam is een nieuwe pastorie gebouwd (1870) en Padevoort gekocht (1875).

1884    In juli maakt een hevig noodweer een eind aan een kurkdroge periode. Voor de getroffenen in onder meer Beek en Stokkum worden inzamelingen gehouden.

1886
    Een rampjaar voor veel boeren: Na een uitzonderlijk warme en droge voorzomer volgt een overvloed aan regen, waardoor veel weilanden onder water komen en het vee opgestald moet worden. Veel boeren hebben onvoldoende mogelijkheden om de dieren bij te voeren. Tot overmaat van ramp is er een epidemie van mond- en klauwzeer.

Een schoolklas in het rampjaar 1886 uit Zeddam
In deze  klas zitten 22 jongens en slechts 2 meisjes.

 


1889
    De R.K. gemeenschap in Zeddam viert op 18 augustus feestelijk het 25-jarig priesterjubileum van haar pastoor Alexander B. Leijser (1833-1898). Tijdens diens pastoraat is de oude St. Oswalduskerk vervangen door een nieuw kerkgebouw waarbij de oude toren behouden is gebleven. Buiten de Zeddamse gemeenschap is pastoor Leijser vooral bekend geworden als auteur van diverse godsdienstige boeken.

 

 


 
Uit dagblad "De Tijd" (19 augustus 1889)

1890     De winter van 1890 / 1891 is uitzonderlijk streng. De decembermaand spant de kroon, want sedert het begin van de temperatuurmetingen in 1706 is het alleen in december 1788 nog kouder geweest.
Op 25 november 1890 gaat de wind uit het noordoosten waaien en dat is het begin van een langdurige strenge vorstperiode. De gemiddelde ijsdikte in sloten is in de loop van december ongeveer 65 cm., plaatselijk wordt zelfs een dikte van 70-80 cm. bereikt. Mens en dier gaan gebukt onder extreme koude. Op 19 december vriest bij Elten een grensbeambte dood.


1891
    In Zeddam
wordt de oude tweebeukige katholieke kerk afgebroken en een nieuwe driebeukige gebouwd. Het enthousiasme voor de beleving van de katholieke geloofsovertuiging is in deze periode zeer groot. Dit komt onder meer ook tot uiting in processies, feestvieringen en oprichting van R.K. verenigingen.

 

 


 

1891   In Zeddam wordt beneden in het dorp een tweede molen "de Volharding" gebouwd. Eigenaar van de molen is Th. H. van Ditshuizen. .

 

 


         "De Volharding" omstreeks 1990
 

1892   In de zomer van 1892 wordt de nieuwe St. Oswalduskerk in Zeddam ingewijd door de Utrechtse aartsbisschop Snickers. Architect van de driebeukige hallenkerk is Gerard te Riele. De voorganger was een tweebeukige hallenkerk, waarvan de toren behouden bleef.

 

 


Kerk(toren) in Zeddam (2011)

1893    In de gemeente Bergh, waartoe Zeddam behoort, slaat de gevreesde difterie toe. Meer dan veertig kinderen overlijden aan deze besmettelijke en verraderlijke aandoening, waarbij de luchtpijp grotendeels wordt afgesloten met hevige benauwdheid als gevolg.

1897    In 's Heerenberg wordt de R.K. Pancratiuskerk ingewijd.



Interieur van de R.K. Pancratiuskerk in 's Heerenberg
De kerk is gebouwd in 1895 - 1897 naar een ontwerp van de bouwmeester Afred Tepe. Het meubilair en de kruiswegstaties komen uit de ateliers van W. Mengelberg. In de toren hangen de drie klokken, die in 1496 door Geert van Wou zijn gegoten. In het kerkgebouw boven het priesterkoor hangt een kruis, dat in de volksmond het "botterkruus" (boterkruis) wordt genoemd, omdat het is geschonken door iemand, die erg rijk van de botersmokkel is geworden.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog zijn de pastoor van de Pancratiuskerk (Galama) en de kapelaan (Van Rooyen) in het concentratiekamp Dachau vermoord. Uit respect en ter nagedachtenis zijn er na de Tweede Wereldoorlog enkele glas-in-lood ramen over hun deportatie en moord in de kerk aangebracht.

 

 

 


 

 

 


1898
    Op woensdag 30 november overlijdt de Zeddamse pastoor Alexander Leijser (1833-1898). Hij wordt opgevolgd door pastoor Roosendaal. De in Huissen geboren Alexander Leijser is bijna 15 jaar R.K. pastoor in Zeddam geweest. Tijdens zijn pastoraat wordt in 1891 de oude St. Oswalduskerk vervangen door een nieuwe waarbij de oude kerktoren behouden blijft. Buiten Zeddam is Leijser vooral bekend geworden als schrijver van godsdienstige boeken zoals: "De Groote Catechismus, verklaard en toegelicht".

 


Advertentie in dagblad De Tijd (18-11-1889)



1899
   
Uit de volkstelling, die eind 1899 plaatsvindt, blijkt dat Zeddam 527, Vinkwijk 208, Vethuizen 146 en Braamt 474 inwoners telt.

 

 


1900
    Op dinsdag 1 mei wordt schutterij Sint Johannes Zeddam opgericht. Het eerste bestuur bestaat uit onder meer voorzitter Theet Kusters (kleermaker en barbier in de Benedendorpsstraat), secretaris Harry van Bree (schilder) en penningmeester Willem Kleinpenning (aanemer).

 

 


1900
    In 
het najaar vindt de internationale wielerwedstrijd Terborg, Etten, Zeddam, Beek, Didam, Zevenaar, Bingerden, Angerlo, Doesburg, Drempt, Keppel, Doetinchem, Terborg plaats. De wedstrijd wordt gewonnen door J. Dop uit Lochem.

 


Gezicht op Zeddam (1902)


1902
    Op woensdag 10 september 1902 wordt de stoomtramlijn Zutphen - Doetinchem - Zeddam - 's Heerenberg - Emmerich feestelijk geopend. Joseph Claessen wordt de eerste stationschef in Zeddam.

 


De stoomtram gaat bij Doetinchem over de Oude IJssel (omstreeks 1905)


1903  Dominee Martinus Reijerkerk (1836 - 1917) sedert 1898 predikant in Zeddam gaat met emeritaat.  Kort na zijn aantreden krijgt dominee Reijerkerk van de kerkenraad de opdracht om met de 48-jarige weduwnaar Derk Dimmendaal te gaan praten omdat deze een relatie heeft met een katholieke weduwe en daardoor de hervormde gemeente in diskrediet brengt. 

1905    Op 12 juli vaardigt de Paus: "een volle aflaat te verlenen aan kinderen, die voor het eerst te communie gaan, alsmede aan hun verwanten tot in de derde graad, die tegelijk met dezen tot 's Heerentafel naderen" uit.


Detail van een in 1923 ingelijste en bewaard gebleven herinnering

1907   De uit Zeddam afkomstige Arnoldus Herfkens (1817 - 1912)  gaat na gedurende 55 (!) jaar R.K pastoor van Terborg te zijn geweest in 1907 met emeritaat. Vijf jaar eerder, in 1902, is hij ter gelegenheid van het feit dat hij 50 jaar pastoor van Terborg was, benoemd tot Ridder in de Orde van Oranje-Nassau. Bij zijn overlijden in 1912 is hij in totaal maar liefst 72 (!) jaar priester geweest. 
Arnoldus Herfkens is de zoon van Roelof Herfkens en Petronella Sanders en de kleinzoon van Jan Herfkens en Aantje Stell, allen uit Zeddam. Jan Herfkens (1740 - 1805) en zijn vrouw Aantje Stell (1740 - 1815) zijn voorouders in rechte lijn (8 generaties) van Sam, Simon en Sjef van Keulen.

 

 

 
Nieuws van de Dag (23 augustus 1902)

 

1907    Op woensdag 16 oktober 1907 overlijdt op 82 jarige leeftijd Carolus A. L. Baron van Hugenpoth tot Aerdt (1825 - 1907), burgemeester van de gemeente Bergh, waartoe ook Zeddam behoort, van 1856 tot 1894. Hij wordt op maandag 21 oktober op het R.K. kerkhof in 's-Heerenberg bijgezet in het familiegraf.


In memoriam Carolus A.L.van Hugenpoth tot Aerdt burgemeester van Bergh van 1856 tot 1894      

 

1908    Hoofdmeester Godefridus A.F. van Maanen (1838 - 1922) van de openbare lagere jongensschool in Zeddam verschaft de burgemeester van Bergh op diens verzoek informatie over de loopafstanden van huis naar school. 
De loopafstanden bedragen voor 17 leerlingen uit Braamt 30 minuten, uit Lengel voor 19 leerlingen 30 minuten en voor 13 leerlingen 35 minuten, uit Vethuizen voor 6 leerlingen 35 minuten en voor 2 leerlingen 40 minuten. De overige kinderen wonen in Zeddam. Het totaal aantal leerlingen bedraagt 174.


De oorspronkelijk uit Utrecht komende meester G.A.M. van Maanen, die om zijn baardje vaak "de sik" wordt genoemd, is bijna een halve eeuw, van 1871 tot 1919 schoolhoofd in Zeddam
Op bovenstaande afbeelding is meester Van Maanen 76 jaar. In 1919 gaat hij op 81 (!) jarige leeftijd met pensioen.

1909     In Zeddam wordt op initiatief van het R.K. Armenbestuur een rusthuis voor ouderen en armlastigen gebouwd, het Gerardus Majella Gesticht. Ongeveer 35 jaar later, in de laatste oorlogsnacht van 31 maart op 1 april 1945, wordt het gebouw volledig verwoest. In 1963 wordt op dezelfde plaats geopend het bejaardencentrum Sydehem, genoemd naar de oudst bekende schrijfwijze van Zeddam. Op haar beurt wordt Sydehem in 1992 gesloopt en vervangen door nieuwbouw.


Gerardus Majella Gesticht in Zeddam (omstreeks 1915)

 

1910   Omstreeks deze tijd worden bij Hotel Montferland in Zeddam restanten ontdekt van een burcht, die stamt uit de 9e of 10e eeuw. Mogelijk betreft het hier de burcht Uplanden waarvan bekend is dat deze in de geschiedenis van Gelre een eminente rol heeft gespeeld.


Hotel Montferland (2012) waar aan het begin van de 20e eeuw restanten van een vroegmiddeleeuwse burcht zijn ontdekt

 

1911     In oktober 1911 wordt begonnen met de bouw van de cooperatieve zuivelfabriek Bergh in Zeddam. Belangrijke initiatiefnemer is Ir. B. Kersjes. Het timmerwerk wordt verricht door het in 1733 opgerichte Zeddamse aannemersbedrijf Varwijk. Vanaf 1916 is G. Miedema vele decennia directeur van de melkfabriek. Een andere Fries, D. Ettema, is vele jaren adjunct-directeur. In de oorlogsjaren is hij actief in het verzet en wordt aan het eind van de oorlog opgepakt. Hij overlijdt op donderdag 11 januari 1945 in het concentratiekamp Neuengamme.

 
G. Miedema (rechts) en D. Ettema (midden) met Friese gasten bij de melkfabriek (jaren dertig, 20e eeuw)

1912     Eind juni breekt bij een hevige storm de torenspits van de Sint-Oswalduskerk in Zeddam af. Het eeuwenoude Zeddamse timmerbedrijf Varwijk herstelt de schade.


Zeddam met Sint-Oswalduskerk en molen omstreeks 1912

1912   Kasteel Bergh, in het centrum van 's-Heerenberg, een van de oudste Nederlandse kastelen wordt op 9 juli gekocht door de textielfabrikant van Heek, die het geheel fraai laat restaureren en opnieuw laat inrichten.

Grote delen van Kasteel Bergh bestaan uit 14e eeuws   muurwerk.
De eerste vermeldingen van het kasteel dateren uit de 12e eeuw. Jan Herman van Heek (1873 - 1957), een actief natuurbeschermer,  koopt het kasteel met 1.400 hectare grond van de vorst van Hohenzollern. De nieuwe eigenaar stelt zich ten doel  kasteel Bergh als historisch monument te restaureren en in te richten; dit doel is inmiddels volledig gerealiseerd.

   

1913  Op zondag 30 maart wordt aan de Peeskesweg (hoek Schaapskooiweg) in 's Heerenberg het eerste Nederlandse Dierenpark geopend. Oprichter en eigenaar is de heer J.G.H. Burgers uit 's Heerenberg. Naast fazanten, pauwen, roofvogels en allerlei soorten watervogels zijn er wilde dieren te zien, hetgeen voor die tijd een sensatie is. Het dierenpark blijft 10 jaar in 's Heerenberg en verhuist in 1924 naar Arnhem. Nog altijd is Burgers Zoo door de natuurlijke wijze waarop de dieren er leven zowel nationaal als internationaal toonaangevend. 

Heel bijzonder en omvangrijk is vooral de fazantencollectie van Johan Burgers.
De dierentuin heeft in 's Heerenberg de naam "Fazanterie Buitenlust". De entree bedraagt 10 cent voor kinderen en 20 cent voor volwassenen.  Ondanks deze voor die tijd hoge entreeprijzen, komen er veel individuele bezoekers en groepen naar 's Heerenberg. Om de bereikbaarheid van zijn complex te verbeteren, wil Burgers de toegangsweg verharden. Wanneer dat niet lukt, besluit hij de dierentuin te verplaatsen naar Arnhem, waar de dierentuin uitgroeit tot de vermaarde Burgers-ZOO. 

 


1913
     Ook in Zeddam wordt gevierd dat het Koninkrijk der Nederlanden honderd jaar bestaat.


Erepoort in Zeddam
Rechts het schuttersgebouw van Sint Oswaldus

 

1913     In juni wordt op de 's Heerenbergse kermis de fiets van iemand uit Zeddam gestolen. De rijwieldief komt echter niet ver want hij wordt korte tijd later in Emmerik gearresteerd.


Zeddam, begin 20e eeuw

1914    Op 31 juli om 12.10 uur kondigt de Nederlandse regering een militaire mobilisatie aan. Korte tijd later breekt een weerzinwekkende oorlog (W.O. I 1914 - 1918) uit, waarin 10 miljoen mensen omkomen. Hoewel Nederland buiten het oorlogsgeweld blijft, gaat ook in de Liemers de bevolking gebukt onder angsten, onzekerheid, tekorten, ondervoeding, werkeloosheid en armoede.

Groepje gemobiliseerde grenswachten in Beek in 1917
Dit soort foto's moeten het thuisfront de indruk geven dat de stemming uitstekend is. De werkelijkheid is anders; omdat de mobilisatie vier jaar duurt slaat op grote schaal de verveling onder de gemobiliseerde soldaten toe.


1915   
Door de oorlogssituatie (alle buurlanden zijn in de Eerste Wereldoorlog verwikkeld) ontstaan tekorten, waardoor de prijzen stijgen en de armoede ook in Zeddam snel toeneemt. Daarentegen zijn er ook velen die door de smokkelhandel met Duitsland snel en grof geld verdienen. 
 

Smokkelaars aangehouden door douaniers
Op de achtergrond Eltenberg
Schilderij van Maximiliaan Kitzinger (1871)

 

1916    Op maandag 10 april 1916  overlijdt in Oldenzaal dominee J.J.N. de Groot (1833 - 1916). Hij was van 1877 tot de zomer van 1893 dominee in Zeddam waar hij en zijn echtgenote Bartha Cramer (1831 - 1893) op handen werden gedragen. 
Na zijn overlijden keert ds de Groot definitief terug naar Zeddam waar hij naast zijn echtgenote wordt begraven.

 

 

 

 

1917     Op 23 februari wordt de uit Zeddam afkomstige Hendrik van Loon (1869-1930) R.K. pastoor van Lobith en Tolkamer. Hij blijft daar pastoor tot zijn dood op dinsdag 4 maart 1930.


Zeddam, ten tijde van het pastoraat van Hendrik van Loon

 

1917     Piet  Pennards, beter bekend als Piet van de Tol, wordt eigenaar van "Hotel Juliana" in Zeddam. Deze op de kruising van de wegen naar Beek, Terborg, 's-Heerenberg en Zeddam gelegen uitspanning, die zich bevindt op de plaats waar tot het begin van de 20e eeuw tol is geheven, wordt in latere jaren "Het Tolhuis" genoemd. In de jaren dertig legt Piet een speeltuin aan met onder meer een carrousel, glijbaan, schommels, rekstokken, uitkijktoren en draaitrommels.


Piet van de Tol halverwege 20e eeuw

   Advertentie van Hotel Juliana in Zeddam (1921)



                              Advertentie omstreeks 1934

                                                  Ansicht, jaren dertig 

1918     Op maandag 27 mei meldt het persbureau Reuter dat de Spaanse koning alsmede Spaanse ministers lijden aan een geheimzinnige aandoening, die later de geschiedenisboeken ingaat als de Spaanse griep van 1918; een aandoening waaraan wereldwijd 20 miljoen mensen sterven. Omstreeks 10 juli komt de Spaanse griep de Liemers binnen, nadat in Elten en Emmerik enkele honderden gevallen van griep zijn geconstateerd.
De wereldwijde influenza-epidemie teistert ook de Liemers. De Graafschap-Bode van 19 november 1918 meldt: "Overal, in 't binnenland hoort men van ziekte en sterven. In de dorpen luidt dag aan dag de doodsklok".

1918    Op maandag 11 november komt een eind aan een onvoorstelbaar bizarre en gruwelijke oorlog (Wereldoorlog I). Een groot deel van de Europese vooral mannelijke jeugd is afgeslacht. Naast de ongeveer 9 miljoen(!) dodelijke slachtoffers, zijn vele miljoenen levens geknakt en gezinnen kapot gemaakt. Nederland en ook de Liemers zijn de dans ontsprongen, maar hebben wel de ontberingen (armoede) van de oorlog gekend.

1919   De heer G.A.F. van Maanen (1838 - 1922), hoofd van de openbare lagere school in Zeddam krijgt op 81 jarige leeftijd met ingang van 1 september 1919 eervol ontslag als schoolhoofd. De oorspronkelijk uit Utrecht komende Van Maanen is bijna een halve eeuw schoolhoofd in Zeddam geweest.


1919
     Koopman Gerrit Pas (1889-1930) richt in Zeddam onder de naam Firma G.J. Pas de broedmachinefabriek REFORM op. Na zijn overlijden wordt het bedrijf in 1931 voortgezet door zijn jongste broer Theo Pas (1901-1981). In onze huidige tijd (begin 21e eeuw) maakt PAS REFORM BV deel uit van Lias Industries.

1920   In Didam wordt een  R.K. middelbare land- en tuinbouwwinterschool opgericht. De school verkrijgt een belangrijke regionale functie. Ook boerenzonen uit Zeddam bekwamen zich in de loop der tijd op deze school. Omstreeks 1960 is Louis van Keulen, overgrootvader van Sam, Simon en Sjef van Keulen, enige jaren in deeltijd (avonduren) docent aan deze school.

De geslaagden van de middelbare land- en tuinbouwschool in 1923
Bovenste rij v.l.n.r.: J. Giessen (Angerlo), A. Gerritsen (Drempt), F. Giesen (Zevenaar), H. Kaal (Holthuizen), G. Wolsing (concierge 1920-1946), H. Scheers (Wehl), H. Roemaat,
H. Giesen (Zeddam) en E. Stam (Babberich); middelste rij v.l.n.r.: A. Hoppereys (Dichteren), J. Braam (Zeddam), H. te Witt (Groessen), A. Poodt (Herwen), H. Evers ('t Loo), W. van Onna (Wijnbergen), A. Mentink (Steenderen) en F. Giesen (Steenderen); voorste rij v.l.n.r.: Th. van Sandt (Babberich), J. Giesen, H. Hendriks (leraar 1920-1948), A. Tombrock (godsdienstleraar 1920-1927), ir. H.J.M. Verhey (directeur 1920-1958) en Th. Schenning (Wehl).

 

 

1921    In Zeddam wordt pastoor de Graaff opgevolgd door pastoor Meijer, die de achttiende pastoor wordt na de Reformatie. Tijdens zijn pastoorschap dat tot 1947 duurt komen de parochie en de verenigingen/organisaties in de parochie tot grote bloei. Het is de tijd van het "Rijke Roomse Leven".
 

 
Pastoor Meijer (1932) 
(1867 - 1947)


1922   
Op maandag 25 september overlijdt in Zeddam op 83-jarige leeftijd meester Godefridus A.F. van Maanen (1838 - 1922). Hij was bijna een halve eeuw van 1871 tot 1919 een alom gewaardeerd en gerespecteerd schoolhoofd in Zeddam

 

1922    In september gaat de eerste katholieke jongensschool in Zeddam van start. Op 4 september vindt de inwijding van de school plaats door deken Derksen uit Terborg. Het eerste schoolhoofd wordt de in Venraay geboren Johan M. Verbeek (1895 - 1968).


                                       De R.K. jongensschool in Zeddam omstreeks 1929. Deze school is in 1980 afgebroken.  

1923   Jacob Hoogland (1852-1935), dierenarts sedert 1873 in Zeddam, wordt ter gelegenheid van zijn gouden jubileum Ridder in de Orde van Oranje-Nassau  Niet alleen bij zijn beroepsuitoefening als dierenarts maar ook op maatschappelijk gebied zijn de verdiensten van Jacob Hoogland voor de samenleving zeer groot. 


                                      J. Hoogland (1923) 

1923     De protestantse gemeente neemt aan de Kilderseweg in Zeddam een eigen kerkhof in gebruik.

1924   Op  zondag 31 augustus vindt in 's-Heerenberg de 7e Geldersche Katholiekendag plaats. De zeer indrukwekkende Pontificale Hoogmis in de vrije natuur op de Molenberg wordt bijgewoond door vele duizenden mensen, waaronder zeer velen uit Zeddam. 


                                        Zeddam (1924) 

1925     Een legendarisch noodweer, bekend onder de naam stormramp van Borculo, trekt in de vroege avond  van maandag 10 augustus over Brabant, via Nijmegen, Liemers en Achterhoek naar Twente en uiteindelijk naar Duitsland. Borculo wordt geteisterd door een onvoorstelbare tornado met een diameter van tussen de een en twee kilometer. Er vallen vier doden en tachtig gewonden.  In De Liemers wordt vooral de buurtschap Dijk bij Didam zwaar getroffen.

Het dagblad "Het Vaderland" schrijft op 11 augustus: "Het hevige noodweer heeft gisteravond de buurtschap Dijk nabij Didam eveneens ernstig geteisterd. De bewoners van deze buurtschap zagen plotseling een hooge grijze zuil, welke steeds nader kwam, en welke op haar weg alles meesleurde. Niet minder dan elf woningen werden vernield. Een man en een vrouw werden tientallen meters weggeslingerd."
De avondeditie van de NRC schrijft, ook op 11 augustus 1925: "Gisteravond heeft zich in de omgeving van Didam een noodweer ontlast, zooals zelden in ons land is voorgekomen. Tegen halfzeven kwam de bui uit het Zuiden aanzetten. Een hevig onweer, gepaard met een slagregen, was de inleiding. Daarna kwam een stevige wind opzetten, die allengs in kracht toenam. Plotseling bemerkten de verschrikte bewoners van Didam, dat van de Zuidzijde, van den kant van de Babbericher Allee, een hoos kwam aanzetten, een wervelwind, die met geweldige kracht alles wat hij op zijn weg tegenkwam, in het rond smeet."

1926   Op 26 januari wordt in Zeddam een harmonie opgericht, die later de naam Kunst na Arbeid krijgt. Tot de initiatiefnemers behoren de Zeddamse pastoor A. Meijer,  Hend Derksen (plaatselijk voorzitter R.K. Werkliedenverbond St. Joseph) en Gerrit Bisselink. 


                                      Zeddam (1928) 

 

1927   In juni overlijdt  op 76-jarige leeftijd in de Pelgromstichting in Zevenaar Bernardus Wilhelmus Willems, die van 1902 tot 1912 R.K. pastoor van Zeddam is geweest. 


                                        Pelgromstichting in Zevenaar 

1928    Op 13 september wordt het Theresiaziekenhuis aan de Hofstraat in 's Heerenberg geopend.

Het Theresiaziekenhuis aan de Hofstraat in 's Heerenberg  is genoemd naar de moeder van Pastoor van Sonsbeeck uit Stokkum omdat de pastoor 10.000 gulden schenkt.

 

 

 

1929    Een van de zwaarste winters van de 20e eeuw. De hevige koude duurt van januari tot half maart. Er zijn vele meldingen van afgevroren oren en ledematen. Op 11 februari vriest in Steenderen een melkrijder tijdens zijn dagelijkse rit op zijn wagen dood. De problemen zijn overal groot, ook al door de veelal eenvoudige niet geisoleerde huizen, waardoor de snijdende vrieswind naar binnen waait.

   

Een beeld van de dichtgevroren Rijn bij Pannerden in 1929. Ook met auto's wordt over de Rijn gereden.

1929    Dr. J.H. van Heek, sinds 1912 eigenaar van Huis Bergh, weet de Zeddamse molen nog juist voor sloop te behoeden door de molen te kopen, waarmee de molen weer terugkeert in de bezittingen van Huis Bergh.

  Molen Zeddam, waarschijnlijk de oudste molen van Nederland  

1929     De positieve ontwikkelingen van de jaren twintig worden bijzonder wreed verstoord door de beurskrach op dinsdag 29 oktober, het begin van een wereldwijde crisis, die zijn weerga niet kent.

 

 

 

1930    In Nijmegen overlijdt Dr. A.F. Nuyens. Hij is vanaf 1905 bijna 25 jaar huisarts geweest in Zeddam. 
Dr. Nuyens is in 1905 de eerste arts, die zich blijvend vestigt in Zeddam. Hij bouwt een grote medische praktijk op met patienten ook van ver buiten het dorp. Zijn markante persoonlijkheid maakt hem voor diegenen die hem gekend hebben onvergetelijk.

1931     Het op initiatief van het R.K. Armenbestuur in 1909 gebouwde rusthuis voor ouderen en armlastigen, het Gerardus Majella Gesticht, is te klein geworden en wordt verbouwd.  
Veertien jaar later, in de laatste oorlogsnacht van 31 maart op 1 april 1945, wordt het gebouw volledig verwoest. In 1963 wordt op dezelfde plaats geopend het bejaardencentrum Sydehem, genoemd naar de oudst bekende schrijfwijze van Zeddam. Op haar beurt wordt Sydehem in 1992 gesloopt en vervangen door nieuwbouw.

 

 


Gerardus Majella Gesticht in Zeddam na de verbouwing in 1931 waarbij ook een kapel (rechts) is aangebouwd 

1931    In Zeddam gaat een kleine landbouwhuishoudschool uitgaande van de ABTB (Algemene Boeren en Tuindersbond) van start.   

1932    Op maandag 12 augustus vindt in Doetinchem een tragisch verkeersongeluk plaats waarbij het zesjarige dochtertje van de familie Messink uit Zeddam om het leven komt. Zij wordt overreden door een auto van de heer Heiling uit 's Heerenberg.

1933    Voetbalvereniging Zeddam wordt opgericht. Tot de oprichters behoort schoolhoofd Antoon Helmes, die tot 1971 voorzitter van de vereniging is.
 

 
A.W.B. Helmes 
(1905 - 1988)
foto omstreeks 1948

 

1933     Cafe Van Houten aan de Vinkwijkseweg in Zeddam brandt geheel af.


Vinkwijkseweg in Zeddam met rechts cafe Van Houten. Na de brand in 1933 vindt herbouw plaats aan de overzijde van de weg, waar op bovenstaande afbeelding was ligt te bleken. In latere jaren komt daar hotel "'t Edelhert". Het terrein rechts wordt Marktplein waar later sigarenmagazijn Kleinpenning en drogisterij Willemsen gevestigd zijn..

 

1934    In de vroege middag van de zeer warme dinsdag 7 augustus treft het noodlot de familie J. Tomassen in Zeddam. Hun 6-jarig dochtertje steekt de Doetinchemseweg over en wordt gegrepen door een vrachtauto. Zij overlijdt kort na aankomst in het ziekenhuis.

1935   Op 27 oktober overlijdt Jacob Hoogland (1852-1935), vanaf 1873 veearts in Zeddam. Zowel bij zijn beroepsuitoefening als op maatschappelijk gebied zijn de verdiensten van Jacob Hoogland voor de lokale samenleving bijzonder groot geweest. Op 30 oktober wordt hij onder overweldigende belangstelling op het Hervormd kerkhof in Zeddam begraven. 


                       Zeddam ten tijde van Jacob Hoogland

1936    Aan het eind van het jaar wordt Zeddam geteisterd door een griepepidemie, die bijna de helft van de bevolking ziek maakt. Er zijn in Zeddam huisgezinnen waar negen personen ziek in bed liggen. Scholen zijn gesloten omdat er geen leerlingen meer zijn.

1937   Begin april treft een triest ongeval de familie T. Rikken in Zeddam. Hun ruim twee jaar oude dochtertje valt in een kuip melk en verdrinkt. 

                      

 

1937   Koningin Wilhelmina en haar schoonzoon Prins Bernhard bezoeken een militaire oefening in de Liemers. Op de weg van Zeddam naar Wehl worden de oefeningen gadegeslagen. 


Wilhelmina der Nederlanden
           (1880-1962)

 

1938   De legendarische priester-redenaar Henri de Greeve SJ (1892 - 1974) richt de "Bond zonder Naam" op om de naastenliefde te bevorderen. Voor zijn wekelijkse radio-uitzending het Lichtbaken op zaterdagavond blijven veel katholieken ook in Zeddam graag thuis. 


                                      Zeddam (1939) 

 

1939   Op dinsdagavond 9 oktober wordt de 70-jarige weduwe Ageling, die met haar achtjarige kleinzoon van 's-Heerenberg naar Lengel wandelt, in Zeddam aangereden door een tram. De vrouw overlijdt ter plaatse, haar kleinzoon blijft ongedeerd. 


         Gezicht op Zeddam (Adriaan Lubbers, omstreeks 1939) 

1940    Op donderdag 9 mei worden de straten in 's-Heerenberg met prikkeldraad afgesloten. Midden in de nacht van 9 op 10 mei barst het geweld los en de Duitse inval is een feit. De marechausseekazerne, het douanekantoor en het postkantoor worden omsingeld. Telefoonverbindingen worden onklaar gemaakt. In de zeer vroege ochtend van vrijdag 10 mei trekken Duitse legercolonnes te voet en te paard door de straten van 's-Heerenberg. De aan de grens gelegerde Nederlandse militairen worden als krijgsgevangenen afgevoerd.

1940    Tijdens de oorlogsdagen van mei 1940 sneuvelen ruim tweeduizend Nederlandse militairen. Ongeveer 425 van hen zijn gesneuveld op De Grebbeberg in Rhenen. Het aantal op De Grebbeberg gesneuvelde Liemerse militairen is relatief zeer hoog, ongeveer dertig. Het aantal dienstplichtige soldaten uit de gemeente Bergh dat op de Grebbeberg op 11, 12 of 13 mei sneuvelt bedraagt tenminste drie. (Ter vergelijking enkele andere gemeenten in de Liemers: Herwen en Aerdt tenminste 7, Zevenaar tenminste 5, Didam tenminste 4, Duiven 2, Westervoort tenminste 2, Wehl tenminste 1, Angerlo tenminste 1).
Het aantal gewonde Nederlandse militairen is lange tijd geschat op drieduizend, maar uit een onderzoek van de historicus Kruit in 2008 blijkt dat het werkelijke aantal veel hoger is namelijk zevenduizend.  Op 14 mei capituleert het Nederlandse leger
.

Wim Berntsen
In de ochtend van zaterdag 11 mei begint de slag om de Grebbeberg, die drie lange dagen duurt. De Grebbeberg is het toneel van hevige gevechten, tragiek en doffe wanhoop. De Nederlandse offers zijn enorm. Bij de slag om de Grebbeberg sneuvelen ongeveer 425 Nederlandse soldaten. Onder de gesneuvelden maar liefst 30 soldaten uit de Liemers.
Onder de gesneuvelde militairen is Wim Berntsen (foto bidprentje) uit Loerbeek. Hij sneuvelt op 13 mei (Tweede Pinksterdag) op de Grebbeberg op 19 jarige leeftijd. Als oudste van de negen kinderen van het molenaarsgezin Berntsen is hij voorbestemd zijn vader als molenaar op te volgen maar het noodlot beslist anders.

Andere uit Bergh afkomstige gesneuvelde soldaten op de Grebbeberg zijn:
Wilhelmus Antonius Hermsen; hij sneuvelt op 13 mei,  30 jaar oud en
Bernard Hendrik van Til; hij sneuvelt op 13 mei, 26 jaar oud.

 

1942    De 's Heerenbergse pastoor Galama en zijn kapelaans M. van Rooijen en R. Hegge, die de plaatselijke bevolking waarschuwen tegen de leer van de NSB, worden door de Duitsers opgepakt. Jan Galama  en Marinus van Rooyen overlijden in 1942 in Dachau na vele mishandelingen te hebben ondergaan. Naar Martinus van Rooyen wordt na de oorlog de voetbalclub MvR genoemd. Kapelaan Regnerus Hegge is door de Duitsers overgebracht naar het concentratiekamp Bergen Belsen, waar hij ernstig is mishandeld maar in mei 1945 wordt bevrijd.

Op bovenstaande foto uit 1935 ter gelegenheid van een onderwijsjubileum zien we ondermeer pastoor Galema en kapelaan van Rooyen.
Zittend van links naar rechts kapelaan Kloppenborg, kapelaan van Rooyen (vermoord in Dachau in 1942), onderwijzeres Mensing, Els Egbers (dochter van het hoofd der school), juffrouw Renee (vriendin van juffrouwVallinga), juffrouw Vallinga (onderwijzeres), G.J. Egbers (hoofd der school), pastoor Galema (vermoord in Dachau in 1942) en de heer J. Thuis (schoolbestuur). Staand van links naar rechts Louis van Keulen, onbekend, mevrouw A.M. Egbers-Tielkes (echtgenote van het schoolhoofd) en onderwijzer Ten Velde.
Informatie ontvangen in september 2009 van dhr. H. Egbers uit Baarle-Nassau, zoon van het hoofd der school.

 

1943   Op donderdag 21 januari worden op last van de Duitse bezetters de kerkklokken uit de Zeddamse Sint Oswalduskerk gehaald. 


Oswalduskerk waar op 21 januari 1943 de klokken worden ontvreemd         

1944     Dominicus Ettema, adjunct-directeur van de zuivelfabriek in Zeddam, die in het begin van de oorlog medeoprichter is van een verzetsgroep in Zeddam, wordt met anderen in de Pinksterweek van 1944 gearresteerd. Hij wordt via Arnhem en Amersfoort naar het concentratiekamp Neuengamme overgebracht, waar hij op 11 januari 1945 overlijdt.  In Zeddam is een straat naar hem genoemd.

1945   Tijdens de laatste oorlogsnacht in Zeddam, van zaterdag 31 maart op (paas)zondag 1 april 1945, wordt het St. Gerhardus Majellagesticht door de Duitsers in brand gestoken en vrijwel volledig verwoest. Het gesticht is vele jaren een bejaardenhuis geweest, geleid door Duitse zusters. Tijdens de Tweede Wereldoorlog is er een noodhospitaal in gehuisvest. Na de verwoesting krijgen de Duitse zusters in eerste instantie op diverse plaatsen in Zeddam tijdelijk onderdak totdat ze in de Padevoort worden gehuisvest. 

        

1945   Tijdens de laatste oorlogsnacht in Zeddam, van zaterdag 31 maart op (paas)zondag 1 april, slaat bij de Padevoort een granaat in, die Nol van Schriek het leven kost. De begrafenis wordt bemoeilijkt doordat de wegen naar de kerk in Zeddam vol staan met Canadese legervoertuigen. Gelukkig zijn er de Zeddamse onderwijzers Helmes en Verbeek die Engels spreken. Zij treden in overleg met de Canadese majoor McTaggart waardoor de weg tijdig wordt vrijgemaakt voor de begrafenisstoet. 

        

1945    Op Eerste Paasdag zondag 1 april rijden om ongeveer tien uur in de ochtend de eerste Canadese tanks Zeddam binnen. Daarmee komt een eind aan een bezettingstijd, die bijna vijf jaar heeft geduurd. In de straten verschijnen de mannen van de Binnenlandse Strijdkrachten (B.S.) onder leiding van oud-sergeant Jan Markhorst om de openbare orde te handhaven. Het is volgens Antoon Helmes - oud hoofd der school van Zeddam - de grootste dienst, die het verzet aan Zeddam bewezen heeft: Het verzet heeft gezorgd, dat de chaos van de bevrijding niet gebruikt is om oude rekeningen te vereffenen, zoals elders in Nederland wel op grote schaal is gebeurd.

Eeffie Rutten
Luttele uren voor de bevrijding op zaterdagmiddag 31 maart om 14.30 uur wordt de uit Pannnerden geevacueerde negenjarige Everhard (Eeffie) Rutten in de buurtschap Vinkwijk bij Zeddam dodelijk getroffen door granaatvuur. Hij wordt in Zeddam begraven en later in Pannerden herbegraven.

 

 

Tanks van het Canadese Eerste Leger rijden zondagochtend 1 april  's Heerenberg binnen.  

1946   De befaamde kunstenaar Herman Dijkjans (1889 - 1966) vervaardigt een aquarel op papier van de molen van Zeddam. 

        Herman Dijkjans, Molen van Zeddam (1 oktober 1946)
        Collectie Stedelijk Museum Zutphen 

1947    Met 86 vorstdagen is 1947 de strengste winter van de 20e eeuw. Sinds mensenheugenis veroorzaken koude winters grote problemen. De snijdende vrieswind waait door de eenvoudige niet geisoleerde woningen en dorpen worden onbereikbaar. Vaak wordt melding gemaakt van afgevroren oren en ledematen, soms ook van mensen die doodvriezen. Andere zeer koude winters sedert 1870 zijn 1871, 1880, 1891, 1929, 1940, 1942, 1956 en 1963 geweest.    

  Koude winters veroorzaken  vaak overlast, maar soms ook vertier.

 

1947   Op maandag 15 december 1947 overlijdt op 82 jarige leeftijd zuster Roberta (Maria Anna Geertruida Nordhausen). Zij kwam in 1892, op 27 jarige leeftijd, naar Zeddam  waar ze met andere zusters Franciscanessen van de congregatie van Heythuyzen vele decennia zegenrijk werk hebben verricht. 
Zuster Roberta is de laatste zuster van de congregatie van Heythuyzen, die op het katholiek kerkhof in Zeddam is begraven. Het getuigt van weinig respect voor het vele dat de zusters voor Zeddam hebben betekend dat de graven van de zeven zusters later zijn geruimd.
 

   De R.K. meisjes- en bewaarschool in Zeddam, waar de zusters vele jaren onderwijs hebben gegeven.       

1948    Bij de vervulling van de militaire dienstplicht sneuvelt in het verre Nederlands-Indie de 22 jarige Jan Meijer uit Stokkum. 
Hij wordt op vrijdag 2 januari in de omgeving van Bandoeng op Java dodelijk getroffen door een kogel. Tot de vervulling van de diensttijd is Jan Meijer werkzaam geweest bij de broedmachinefabriek "Reform" van G.J. Pas in Zeddam.


 


Bidprentje van Jan Meijer (1925 - 1948)

 

1948    Wanneer op kermis-dinsdag 6 juli bekend wordt dat mevrouw C. Harterink-Borkus (1906 - 1948), voor velen beter bekend als juffrouw Borkus, na de geboorte van haar zevende kindje als gevolg van kraamvrouwenkoorts is overleden, is de verslagenheid enorm. Onder overweldigende belangstelling wordt zij vrijdag 9 juli op het parochiele kerkhof in Zeddam begraven. Juffrouw Toos Borkus was vele jaren een geliefd onderwijzeres aan de plaatselijke jongensschool. Na haar huwelijk op 14 april 1938 met Bernard Harterink (1906 - 1970), onderwijzer aan dezelfde jongensschool, wordt zij zoals gebruikelijk is in deze tijd ontslagen.

 


1948    Op 12 december onthult kardinaal de Jong, aartsbisschop van Utrecht, in 's Heerenberg het oorlogsmonument de Goede Herder ter nagedachtenis aan de vele oorlogsslachtoffers in de gemeente Bergh.


 



Onthulling van het oorlogsmonument op 12 december 1948 door kardinaal de Jong.

Vermelde oorlogsslachtoffers op het monument zijn ondermeer Dominicus Ettema (zie 1944) uit Zeddam, alsmede pastoor Galama en  kapelaan M. van Rooijen, priesters werkzaam in de R.K. Kerk te 's-Heerenberg. Tijdens de Tweede Wereldoorlog waarschuwen deze priesters de plaatselijke bevolking voor de leer van de NSB. Ook hun collega kapelaan R. Hegge doet dit. De drie priesters worden door de Duitsers opgepakt. Jan Galama  en Marinus van Rooyen overlijden in 1942 in Dachau na vele mishandelingen te hebben ondergaan. Naar Marinus van Rooyen is de voetbalclub MvR genoemd. Kapelaan Regnerus Hegge is door de Duitsers overgebracht naar het concentratiekamp Bergen Belsen, waar hij ernstig is mishandeld, maar in mei 1945 wordt bevrijd.
 

 

 

1949    Meer dan zevenduizend bezoekers luisteren op een stralende zondag (14 augustus) op een terrein in Nieuw-Dijk bij Didam in de openlucht naar een preek van de uiterst populaire priester-redenaar Henri de Greeve. Een van de vermaarde uitspraken van pater de Greeve is: "Verbeter de wereld, begin bij jezelf".

 


Henri de Greeve (1802 - 1974), priester, publicist, radiospreker en oprichter van de Bond Zonder Naam (B.Z.N.)

 

1949    Na een huwelijk van meer dan 72 (!) jaar overlijden in Zeddam kort na elkaar Theodorus Kleinpenning (1855 - 1949) en zijn echtgenote Johanna Tomesen (1855 - 1949)


Het hoogbejaarde echtpaar Kleinpenning-Tomesen wordt in 1949 t.g.v. hun 72e huwelijksviering gefeliciteerd door hun tweeling kleindochters Wilhelmina en Theodora Kleinpenning.

 

1950    De krant van de parochie Zeddam bestemd voor "onze jongens in Indie" verschijnt eind 1950 voor het laatst omdat vrijwel alle soldaten inmiddels weer thuis zijn. 

 


Klok van Sint Oswaldus voor Zeddamse soldaten in Indie, verscheen in de periode 1947 tot eind 1950, in de redactie ondermeer meester A. Helmes. 

1951    Op het Europees kampioenschap driebanden (biljarten) schrijft de Zeddamse huisarts M. Kok geschiedenis door op donderdag 8 februari op overtuigende wijze Europees titelhouder Bert Wevers te verslaan met een uitstekend moyenne van 0.961.    

1952    In de tweede helft van de twintigste eeuw verandert er ook in Zeddam op boerenbedrijven veel. In snel tempo worden landarbeiders, boerenknechten en trekdieren vervangen door machines. Het trekpaard verdwijnt uit het straatbeeld. Veel werk gaat verricht worden door loonbedrijven.

 


Het maaien van rogge in de Liemers (1936)

 

1953    Dr. Jan Herman van Heek, wordt voor zijn vele verdiensten voor de gemeente Bergh  benoemd tot ereburger van de gemeente Bergh.

 


Dr. J. H. van Heek (1873 - 1957)

 

1953    Op 4 mei wordt op de paasberg bij Zeddam het oorlogsmonument onthuld voor oorlogsslachtoffers uit Braamt, Lengel, Vinkwijk en Zeddam.

 


Zeddam omstreeks 1955
(Ad Dekkers, Liemersmuseum)

 

1954    De Nederlandse Aardolie Maatschappij (N.A.M.) verricht in het voorjaar van 1954 gedurende enkele maanden in Zeddam op een diepte van circa 2000 meter proefboringen. Er wordt echter noch aardolie noch aardgas aangetroffen

 

1954    Op woensdag 16 juni viert het Sint Oswaldus Gilde in Zeddam haar 300 jarig jubileum. De voorzitter, de heer J.Th. Limbeek, houdt een feestrede waarin hij ondermeer memoreert dat "een 300 jarig bestaan van een vereniging een zeldzaamheid is"en "onze voorvaderen ons een mooi erfstuk achter hebben gelaten waarvoor wij hen niet dankbaar genoeg kunnen zijn". Tot de bezittingen in Zeddam van het gilde behoren de Gildekoat en de Rosmolen.


    Zeddam, Gildekoat

       Zeddam, Rosmolen

1958    De R.K. kerk krijgt een nieuwe paus, die zich in veel opzichten onderscheidt van zijn voorgangers. Het is Angelo Roncalli (1881 - 1963), die als paus de naam Johannes XXIII aanneemt. Hij is van eenvoudige komaf en al snel krijgt hij de bijnaam "de goede paus". Tijdens zijn pausschap verdwijnt het Latijn als verplichte taal voor alle kerkelijke vieringen en wordt afgesproken dat de priester voortaan tijdens vieringen met het gezicht naar de mensen staat. Dat deze paus ook in Zeddam erg geliefd is, blijkt onder meer uit het feit dat de  Roncalli-school naar hem wordt vernoemd.

 


Paus Johannes XXIII, ook in de Liemers erg geliefd


1959    De ontdekking van het Groningse aardgas in Slochteren in 1959 veroorzaakt in de jaren zestig ook ingrijpende gevolgen voor de energievoorziening in de Liemers, waardoor kolenkachels ook in Zeddam snel tot het verleden behoren

 

Minister Andriessen brengt op 9 juli 1964 een werkbezoek aan het  Zevenaarse Broek (Zweekhorst), waar op dat moment een belangrijke aardgasleiding wordt aangelegd.

 

1960    Na vanaf 1930 huisarts te zijn geweest aan de Stationsstraat in Zeddam legt dr. M.J.H. Kok medio 1960 zijn praktijk neer en wordt schoolarts in de gemeente Nijmegen. In Zeddam wordt hij opgevolgd door dokter L. Ubachs. In zijn vrije tijd is dr. Kok een fervent biljarter en behoort hij tot de top van het Nederlandse driebanden - biljarten. Hij ziet sport als een stimulans voor betere arbeidsprestatie. In zijn studententijd zei hij eens tegen een medestudent: "Als je nu iedere dag biljart kun je geen arts worden, als je straks arts bent kun je iedere dag biljarten".
 


Ansichtkaart van Zeddam 
ten tijde van de komst van dr. Kok in Zeddam (1930)

 

1960    Na bijna 40 jaar, vanaf de opening van de school in 1922 tot 1960, hoofd van de R.K. jongensschool in Zeddam te zijn geweest, gaat meester J. Verbeek met pensioen. Hij wordt opgevolgd door meester Jan Teunissen, die tot 1983 schoolhoofd blijft van de school die dan al is gefuseerd met de meisjesschool en de naam Roncallischool draagt

 

1961    Op donderdagochtend 17 augustus vindt tijdens het verrichten van schilderswerkzaamheden aan de R.K. meisjesschool in Zeddam een explosie plaats waarna brand uitbreekt en de school volledig in de as wordt gelegd. Het hoofd van de school, de heer Antoon Helmes, die naar de werkzaamheden stond te kijken, raakt gewond aan gelaat en armen.
 

 
A.W.B. Helmes 
(1905 - 1988)
foto omstreeks 1948


Op bovenstaande afbeelding zien we links op de achtergrond de R.K. meisjesschool, die in 1961 door brand wordt verwoest. Links op de voorgrond bevindt zich het patronaatsgebouw, eigendom van de R.K. parochie, dat aanvankelijk in gebruik is als verenigingsgebouw voor jongeren maar in latere jaren als katholieke huishoudschool voor meisjes. Geheel op de achtergrond staat het klooster Padevoort, dat oorspronkelijk is gebouwd en gebruikt als jachtslot voor de heren van Huis Bergh. In latere jaren is het een klooster van de zusters Franciscanessen, die het onderwijs op de meisjesschool verzorgen. Na de oorlog zijn er enige tijd de Duitse zusters in gehuisvest, die door de brand in het Majellagesticht geen onderkomen meer hebben. In 1968 wordt H.J. Kremer uit Laag-Keppel de nieuwe eigenaar. Hij restaureert het pand volledig.  

1962   Begin januari 1962 wordt pijnlijk duidelijk dat welhaast ieder mens fouten kan maken. De politierechter te Arnhem mr. Van Houten veroordeelt het alom gerespecteerde Zeddamse schoolhoofd Antoon Helmes conform de eis van de Officier tot een boete van 150 gulden of 25 dagen hechtenis wegens "zeer strafbare onvoorzichtigheid". Helmes heeft op donderdag 17 augustus 1961 een bus boenwas op een brandende kachel gezet om de was vloeibaar te maken zonder aan het explosiegevaar te denken. De bus met boenwas ontploft inderdaad waarna de school volledig afbrandt. Helmes raakt hierbij zelf gewond.


1963
     Op de plaats waar tot 1 april 1945 het Gerardus Majella Gesticht heeft gestaan, wordt het bejaardencentrum Sydehem geopend. Inmiddels is laatst genoemd centrum in 1992 gesloopt om plaats te maken voor nieuwbouw.

  In de laatste oorlogsnacht wordt het Gerardus Majella Gesticht, een tehuis voor ouderen, door brand volledig verwoest. Op vrijwel dezelfde plaats wordt in 1963 bejaardencentrum Sydehem geopend.

1964   De 18-jarige George Kamperman wordt in 1964 de jongste koning in de geschiedenis van schutterij Sint Johannes in Zeddam. Aangezien George een jaar later in militaire dienst zit in het Duitse Seedorf wordt het verdedigen van de titel een probleem.  Dankzij een verzoek van het bestuur van de schuttersvereniging krijgt hij vijf dagen buitengewoon verlof.

1965  Op vrijdag 15 januari vindt in het eeuwenoude hotel Montferland in Zeddam de oprichting plaats van de grensoverschrijdende organisatie "Liemers Niederrhein"

 


Hotel Montferland (2013)


                                Hotel Montferland (1913)

 

1965   Op donderdag 14 oktober overlijdt op 65 jarige leeftijd Leo Braam (1900 - 1965), van januari 1947 tot zijn dood R.K. pastoor van Zeddam. Hij wordt opgevolgd door pastoor Platenkamp.

1968   Op zondag 26 mei 1968 overlijdt op bijna 73 jarige leeftijd meester Johan M. Verbeek (1895 - 1968). Hij wordt enkele dagen later begraven op het R.K. kerkhof te Zeddam. De uit Venraay afkomstige Verbeek werd in 1922 het eerste schoolhoofd van de nieuwe R.K. jongensschool aan de Bovendorpstraat in Zeddam. Bij het 25 jarig bestaan van deze school op 4 september 1947 vierde Verbeek teven zijn zilveren jubileum als schoolhoofd.

1969   Het buurtschap Vinkwijk komt officieel bij Zeddam.
 

 




1970    Op 1 januari wordt hoofdmeester Helmes (1905 - 1988) 65 jaar en gaat met pensioen. Generaties Zeddamse kinderen heeft hij basiskennis bijgebracht. Daarnaast heeft hij zich vele decennia maatschappelijk zeer verdienstelijk gemaakt. Zeddam heeft veel aan hem te danken.
 

 


Pastoor Platenkamp (links) neemt afscheid van meester Helmes (1970)

1970    Op zaterdag 29 augustus overlijdt in zijn woonplaats Zeddam Theodorus van Ditshuizen (1885 - 1970), architect en betonfabrikant. Hij was vele jaren actief in de plaatselijke politiek als gemeenteraadslid en wethouder voor de K.V.P. (Katholieke Volkspartij) en drager van de Pauselijke onderscheiding "Pro Ecclesia et Pontifice". Zijn jongste dochter is de TV-producent Ireen van Ditshuyzen.
 

 


Vrachtwagen Van Ditshuizen beton (1935)

1971    Op zondag 16 september 1971 slaat het noodlot toe bij de familie Grob uit Oud Zevenaar / Ooy. Hun negentienjarige zoon Bennie Grob (1952-1971), die enkele maanden eerder geslaagd is voor het HBS-examen op het St. Ludgercollege in Doetinchem,  verongelukt bij een bromfietsongeval in Zeddam.      

1973    De R.K. kloosterzusters vertrekken uit  Zeddam. Bijna een eeuw hebben zij een belangrijke rol gespeeld in het plaatselijke onderwijs en in de verzorging van ouderen en zieken.      

1974    De rosmolen aan de Zeddamse Bovendorpstraat, gebouwd in 1546 door de Graven Van den Bergh, is na een complete restauratie bedrijfsklaar. Regelmatig wordt met behulp van paarden weer gemalen.

 

 



Zeddam (jaren zestig van de 20e eeuw)
rechts vooraaan: huis waarin rosmolen 

 

1975    In Zeddam gaat de Roncalli-school aan de Delweg van start. 
De school is genoemd naar
Angelo Roncalli (1881 - 1963), een R.K. priester van eenvoudige komaf, die in 1958 paus is geworden. Hij wordt dan al snel erg geliefd en krijgt de bijnaam "de goede paus" . Tijdens zijn pausschap verdwijnt het Latijn als verplichte taal voor alle kerkelijke vieringen en wordt afgesproken dat de priester voortaan tijdens vieringen met het gezicht naar de mensen staat.      

1979   Molen de Volharding in Zeddam wordt volledig gerestaureerd. Eigenaar van de molen is in deze tijd J. Th. van Remmen.


Molen de Volharding (2008)
www.molendevolharding.nl

1980   Het gebouw van de in 1922 in gebruik genomen R.K. jongensschool aan de Bovendorpstraat in Zeddam, dat in de oorlog veel schade heeft opgelopen, wordt in 1980 afgebroken. Meester Johan M. Verbeek (1895 - 1968) werd het eerste hoofd van deze school. Hij bleef dit vele decennia. Op donderdag 4 september 1947 vierde hij zijn zilveren jubileum als hoofd van deze school.

1983   In juli 1983 neemt meester Teunissen tijdens een groots feest afscheid als schoolhoofd. Hij wordt opgevolgd door meester Ferry van Zomeren. Jan Teunissen werd in 1960 schoolhoofd van de jongensschool in Zeddam en na de fusie met de meisjesschool van de samengevoegde school, die de naam Roncallischool kreeg.

1988    Op zaterdag 25 juni wordt het Nederlands voetbalelftal  Europees kampioen na een 2-0 overwinning op Rusland in het Olympiastadion in Munchen. De stemming in heel Nederland is uitgelaten. Ook in Zeddam heerst euforie met overal feestende mensen en toeterende auto's.

 


Uitgelaten sfeer in Amsterdam juni 1988

1988    In het Doetinchemse Slingeland Ziekenhuis overlijdt op woensdag 16 november oud-schoolhoofd Antoon Helmes (1905 - 1988), die veel voor Zeddam heeft betekend. Direct nadat Helmes in Hilversum op de Ludgerus Kweekschool de opleiding tot onderwijzer heeft afgerond, wordt hij onderwijzer op de Zeddamse jongensschool. Later wordt hij hoofd van de plaatselijke meisjesschool. In 1933 is hij mede-oprichter en vervolgens tot 1971 voorzitter van de voetbalvereniging Zeddam. Tijdens de Tweede Wereldoorlog is hij actief in het verzet en na de bevrijding wordt hij hoofd van de Binnenlandse Strijdkrachten.  Ook is hij vele jaren voorzitter geweest van de katholieke onderwijzersvereniging St. Lebuinus van de afdeling Bergh. Voorts is hij tientallen jaren voorzitter geweest van de K.V.P. (Katholieke Volkspartij) afdeling Zeddam en de plaatselijke Oranje vereniging.

 



1991   De grafelijke korenmolen in Zeddam wordt volledig gerestaureerd waardoor deze weer geheel bedrijfsvaardig is.

 

Grafelijke korenmolen in Zeddam (2012 )

 

1992    In juli leggen de Nederlandse kardinaal A. Simonis alsmede de Duitse bisschop H. Jansen kransen bij het oorlogsmonument de Goede Herder ter nagedachtenis aan de vele oorlogsslachtoffers in de gemeente Bergh.

 

1993     Het huis waar vele decennia meester Helmes met zijn gezin heeft gewoond, het Helmeshuis aan de 's-Heerenbergse weg in Zeddam, wordt in oude glorie hersteld door de nieuwe eigenaar Henk van Ampting. Op deze wijze wordt voorkomen dat dit markante pand in verval raakt en net als de oude jongensschool en het parochiehuis  wordt gesloopt.

 

 



1998     Op vrijdag 18 december 1998 overlijdt de Zeddamse ondernemer Gerrit Varwijk (1923 - 1998). Hij gaat de geschiedenis in als de initiatiefnemer en bouwer van museumboerderij "de Gildekaot", een reconstructie van een boerderij uit de tweede helft van de 19e eeuw. In de Gildekaot is een hoeveelheid voorwerpen te zien, die in het verleden op en rondom de boerderij zijn gebruikt. 
Het Gerrit Varwijkplein in Zeddam, waaraan het dorpshuis is gelegen, is in latere jaren naar de Zeddamse ondernemer vernoemd.

 

 


Museumboerderij "de Gildekaot" in Zeddam

1999     Op zaterdag 4 september, gelijktijdig met zijn veertigjarig priesterjubileum, neemt A. J. Tersteeg (1932 - 2011) afscheid als R.K. pastoor van Zeddam
Pastoor Tersteeg is ruim een kwart eeuw, van 1973 tot 1999, pastoor in
Zeddam geweest waarvan veertien jaar tevens deken van het dekenaat 's-Heerenberg. Ton Tersteeg zal door velen herinnerd worden als een innemende, liefdevolle en zorgzame pastoor, priester in hart en nieren
.

 

 


Ton Tersteeg, pastoor in Zeddam van 1973 tot 1999

2000     De op 1 mei 1900 opgerichte schutterij Sint Johannes in Zeddam viert op 26, 27 en 28 mei haar honderdjarig bestaan.

 

 

2002     Op 1 januari 2002 is het exact 125 jaar geleden dat in Zeddam een katholieke meisjes- en bewaarschool wordt geopend. De school, die van start gaat op nieuwjaarsdag 1877, wordt geleid door de zusters Franciscanessen van Heythuizen. 

 

 


Ter gelegenheid van 125 jaar katholiek onderwijs in Zeddam geeft het R.K. schoolbestuur  in juni 2000 een jubileumboek uit "125 jaar katholiek onderwijs Zeddam, van Jozef tot Roncalli " onder eindredactie van Henk Harmsen. 

2004     Op vrijdagmiddag 2 januari wordt Zeddam opgeschrikt door een lafhartige moord. De 56-jarige eigenaar van het eeuwenoude Montferland, Henk Zinger, wordt tijdens een brute overval door messteken gedood. De 33-jarige dader, afkomstig uit Havelte, wordt enige maanden later veroordeeld tot 7 jaar gevangenisstraf en tbs.

 

 


Hotel Montferland / Graaf van den Bergh in Zeddam (2012)

2005     Ten gevolge van een gemeentelijke herindeling wordt Zeddam deel van de nieuwe gemeente Montferland.

 

 


Montferland in grondoppervlak de grootste gemeente in de Liemers

2007    Op 27 december overlijdt in zijn woonplaats Velp de vermaarde kinderboekenschrijver / onderwijzer Carel Beke (1913 - 2007). Beke, die ongeveer honderd kinderboeken schreef, verwierf zijn grootste bekendheid met de Pim Pandoer-serie. Een van de boeken uit deze serie, Pimpandoer de heks van 's Heerenberg, speelt zich af in onze omgeving: 's-Heerenberg, Elten, Zeddam, Beek en Montferland.

 


Cover van het boek dat gebaseerd is op Mechteld ten Ham, die in het begin van de 17e eeuw op de brandstapel is verbrand

2009    Op 21 maart is het precies 200 jaar geleden dat Koning Lodewijk Napoleon Zeddam bezocht. Door dit bezoek kregen de katholieken in Zeddam de St. Oswalduskerk, sedert de reformatie in het bezit van de protestanten, weer terug. De destijds gespannen verhouding tussen protestanten en katholieken is in de huidige tijd veranderd in een zeer vriendschappelijke hetgeen blijkt uit de oecumenische viering op zondag 30 mei 2010 in de St. Oswalduskerk.

 


R.K. kerk Zeddam

 

2010     Op zaterdag 16 oktober 2010 viert woonzorgcentrum Sensire Sydehem "honderd jaar ouderenzorg in Zeddam". Bij deze gelegenheid presenteert Henk Timmermans zijn boek over de geschiedenis van de Gerardus Majella Stichting, die een aanvang neemt aan het begin van de 20e eeuw toen op initiatief van het R.K. Armenbestuur een rusthuis voor ouderen en armlastigen is gebouwd, het Gerardus Majella Gesticht. Dit is in de laatste oorlogsnacht van 31 maart op 1 april 1945 volledig verwoest. In 1963 is op dezelfde plaats geopend het bejaardencentrum Sydehem, genoemd naar de oudst bekende schrijfwijze van Zeddam. Op haar beurt is Sydehem in 1992 gesloopt en vervangen door nieuwbouw.


Gerardus Majella Gesticht in Zeddam (omstreeks 1935)

2011    Op zaterdag 12 februari overlijdt Jasper W. van Keulen (1984 - 2011), zoon van de uit Zevenaar afkomstige Haagse huisarts Will van Keulen ten gevolge van een noodlottig verkeersongeval in Milaan. Jasper is een uitzonderlijk talent: op 23 jarige leeftijd is hij arts waarna hij zich specialiseert tot vaatchirurg. In het kader van zijn aanstaande promotie vertoeft Jasper tijdelijk in het buitenland als het tragische ongeluk hem overkomt. Zijn gedrevenheid, gepaard met empathie, tomeloze energie en intelligentie hebben zijn leven gekenmerkt. Tegelijkertijd was hij bezig om in een welhaast logaritmische versnelling de wereld te verkennen. 
Jasper is een nakomeling in rechte lijn van Theodorus Polman, die omstreeks 1660 in Zeddam wordt geboren.


Jasper
* Den Haag, 2 april 1984
na een turbulent stralend leven overleden ten gevolge
van een noodlottig ongeval op 12 februari 2011 in Milaan


Jasper
kort voor zijn dood bij het beoefenen van zijn
geliefde sport in het universiteitselftal van Yale (USA)
Ook in sportief opzicht heeft Jasper gestraald.

 

2011    Op dinsdag 19 april overlijdt in Schalkwijk (gemeente Houten) de Zeddamse oud-pastoor A.J. Tersteeg (1932-2011).
Pastoor Tersteeg is van 1973 tot 1999 pastoor in
Zeddam geweest waarvan veertien jaar tevens deken van het dekenaat 's-Heerenberg. Pastoor Ton Tersteeg zal door velen herinnerd worden als een innemende, liefdevolle en zorgzame pastoor, priester in hart en nieren

 


Pastoor Tersteeg (2010) 

 

2011   Op 30 april is het exact 200 jaar geleden dat de eerste steen werd gelegd voor de Nederlands Hervormde Kerk in Zeddam  (destijds Huttenstraat nu Ettemastraat). Op 4 november is het precies 200 jaar geleden dat de nieuwe kerk werd ingewijd door ds. Warnsinck. De kosten voor de bouw bedroegen destijds ruim 5.000 gulden (omgerekend 2.300 euro).


N.H. kerk Zeddam

2012    Op vrijdag 16 maart 2012 promoveert Jasper W. van Keulen (1984-2011)  postuum tot doctor in de geneeskunde aan de Universiteit van Utrecht. Het betreft een zeer uitzonderlijke gebeurtenis omdat Jasper een jaar eerder door een noodlottig ongeval om het leven is gekomen. Zijn promotie een jaar na zijn overlijden is een waardering voor zijn wetenschappelijke prestaties. Jasper is een nakomeling in rechte lijn van vele voorouders uit Zeddam en omgeving.  


 Jasper W. van Keulen 
postuum doctor in de geneeskunde

2013  Op zondag 17 maart besteedt de Nederlandse televisie (VPRO) in een boeiende uitzending met als titel, Die Liebe war Schuld daran (Tommy Wieringa), zeer uitvoerig aandacht aan de Nederlands-Duitse grensstreek in de Liemers. (http://vimeo.com/62056112).

2013  Op zaterdag 7 september vindt de jaarlijkse Van Keulen-familiedag in Zeddam plaats. De afsluiting is in Restaurant Graaf van den Bergh op Landgoed Montferland

 


 Montferland in Zeddam omstreeks 2013


                    Montferland in Zeddam omstreeks 1913


2014
    In het Bergerbos worden aan beide zijden van de grens unieke restanten van verdedigingswerken uit de Eerste Wereldoorlog blootgelegd. Het loopgravenstelsel is door Duitsers in 1917 aangelegd om een eventuele aanval vanuit het toen neutrale Nederland af te weren omdat er rekening mee werd gehouden dat Nederland alsnog de kant van de geallieerden zou kiezen. Hoewel onze regio een catastrofale loopgravenstrijd bespaard is gebleven en de verdedigingswerken in 1921 door de Fransen grotendeels zijn verwoest, tonen de nu gereconstrueerde restanten veel van de militaire techniek uit die periode. De Fransen mochten de verdedigingswerken destijds ontmantelen omdat volgens het Verdrag van Versailles Duitsland geen militaire objecten meer mocht hebben. Een deel van de nu blootgelegde Duitse verdedigingswerken ligt op Nederlands grondgebied vanwege een grenscorrectie in 1963. 
 

 


Bemande loopgraaf tijdens de Eerste Wereldoorlog

2014    De monumentenprijs van de gemeente Montferland wordt toegekend aan de pastorie van de protestantse gemeente aan de Ettemastraat in Zeddam
 

 


Kerk en pastorie van de protestantse gemeente in Zeddam 
(jaren zestig van de 20e eeuw)

2016    Op maandagmiddag 11 januari wordt de nieuwe 27 meter hoge uitkijktoren op de Hulzenberg in de omgeving van Zeddam geopend. De uitkijktoren, die in opdracht van de gemeente Montferland in samenwerking met Natuurmonumenten is gebouwd, biedt een schitterend uitzicht over de wijde omgeving van de Veluwezoom tot ver in het Duitse Rijnland. Bij helder weer is vanuit deze unieke locatie de Stevenskerk in Nijmegen te zien. 
 




Zeddam, R.K. Kerk
(zomer 2011)