ZEDDAM

Zeddam: Snel door de tijd
Zeddam is een
dorpskern in de gemeente Montferland, gelegen aan de voet van het
Montferland en het Bergherbos aan de doorgaande weg van Doetinchem naar
's-Heerenberg. Het dorp is vanwege het mooie bosgebied Montferland een
belangrijk centrum voor het toerisme en heeft vele hotels, pensions en
vakantiehuisjes.
Zeddam bestaat uit drie delen:
- het hoger gelegen Bovendorp
- het lager gelegen Benedendorp
- tussen Bovendorp en Benedendorp ligt het Middendorp
De naam Zeddam (Sydehem / Ziedem) betekent waarschijnlijk: lage woonplaats. Het
dorp is ontstaan rond de kerk in het zogenaamde Bovendorp. Het Middendorp en het
Benedendorp zijn later bebouwd.
In het Bovendorp staat de R.K. Oswalduskerk,
waarvan het oudste deel uit de 12e eeuw stamt. Zeddam is de enige Nederlandse
parochie met Sint Oswaldus als beschermheilige. Naast de Oswalduskerk staat een
kleine Nederlands Hervormde kerk. Ook de oudste molen van Nederland, gebouwd
omstreeks 1440, staat in het Bovendorp. Daarnaast heeft Zeddam nog een andere
molen (De Volharding), die gebouwd is in 1891.
Na de instelling van de gemeenten is Zeddam
korte tijd van 1811 tot 1821 een zelfstandige gemeente geweest. Het pand Bovendorpstraat 7, waarin voorheen café en winkel Brinks
was gevestigd en waarin sinds eind 2006 restaurant De Schatkamer is gehuisvest, was
van 1811 tot 1821 het gemeentehuis.
|
642 Op 6 augustus sterft Oswaldus in het Schotse
Maserfieldt. Hij heeft een belangrijke bijdrage geleverd aan de kerstening
van Schotland.
In latere jaren heeft de H. Willibrord (658 - 739) een grote verering voor
Oswaldus. In Nederland is Zeddam de enige parochie met Oswaldus als
beschermheilige.
|

Beeld: Sint Oswaldus |
| 1142 De oudste
vermelding van een kerk in Zeddam. |
 |
Gezicht op Zeddam (Zeddem) omstreeks 1700
Corn. Pronck |
|
|
|
Nederzettingen in onze streek omstreeks 1200
Aswen (Azewijn) en Thedodem (Didam) worden genoemd in 828; Thuvine (Duiven), Gruosne (Groessen),
Harawa (Herwen) in 897; Eltnon (Elten) in 944; Berga
('s Heerenberg) in 1105; Sydehem (Zeddam) in 1142; Lengel in 1144; Loel (Loil),
Wele (Wehl) en Waverlo (Dijk) in 1178; Beek in 1206 en Stockem (Stokkum) in 1240.
|
1234 Vethuizen, in onze tijd een
buurtschap ten westen van Zeddam, komt reeds als zodanig voor. Dit blijkt
uit de vermelding dat het klooster Bielhem bij Doetinchem hier een curtis of hof
bezit. Dit hof heeft er meerdere eeuwen gestaan want in 1583 geeft Graaf Willem
van den Bergh het aan kloosterlingen van Bielhem ter bewoning.
1240 Hendrik van den Bergh verhuist van Montferland naar
de nieuwe woontoren op de plaats waar nu Huis Bergh staat.
1245 Het dorp Braamt wordt
vermeld als "Brameth". Vermoedelijk heeft de naam betrekking op
braambegroeiing.
1272 Heer Jacob is de oudste in onze
tijd nog bekende pastoor van de parochie Zeddam. Hij staat vermeld in een
oorkonde uit 1272 van de Eltense abdis Godelinde. Hij moet echter vele
voorgangers hebben gehad omdat de parochie Zeddam in 1272 al tweehonderd
jaar bestaat.
|
1275
Omstreeks deze tijd wordt havezate Padevoort in Zeddam reeds
genoemd. Het is dan onder de naam "Pedelvuort" in
het bezit van het klooster Bethlehem bij Doetinchem.
|
Padevoort in de eerste helft van de 20e eeuw
|
1339 Gelre, waartoe ook Zeddam in deze tijd behoort, wordt door
de keizer van Beieren tot hertogdom
verheven. Het is een zeer groot en belangrijk hertogdom. Het omvat naast de huidige
provincie Gelderland, grote delen van de huidige provincie Limburg (met ondermeer Venlo, Venray en Roermond) en delen van het huidige
Noord-Rijnland-Westfalen met ondermeer het stadje Geldern, waarnaar het
hertogdom Gelre en de latere provincie Gelderland zijn genoemd. Het hertogdom Kleve vormt een wig tussen de Noordelijke en de Zuidelijke delen van Gelre. De
zelfstandigheid van Gelre eindigt in 1543.
| |
 |
Het hertogdom Gelre omvat omstreeks 1350:
1. Het Kwartier van Nijmegen (huidige Betuwe)
2. Het Kwartier van de Veluwe (ook genoemd het Kwartier van Arnhem)
3. Het Kwartier van Zutphen (de huidige Achterhoek en Liemers)
4. Het Kwartier van Roermond (het huidige Limburg en delen van
Noord-Rijnland-Westfalen) |
|
1340 Uit een
rekening van de rentmeester van de graaf van Gelre blijkt, dat in deze tijd Weel (Wehl), Betburg (Babberich), Zevenaar,
Angeroy (Loo), Westervoort, Beek en Zeddam, Duiven en Groessen
tot de Lijmers gerekend worden.
1375 Omstreeks
deze tijd wordt Johan van den Padevoort eigenaar van het landgoed Padevoort
in Zeddam. Vele generaties Van den Padevoort na hem bewonen het landgoed
totdat het bijna driehonderd jaar later in 1665 in verband met groeiende
schulden verkocht moet worden. Het Huis Bergh wordt dan de nieuwe eigenaar.
1379 's Heerenberg krijgt
stadsrechten.
1399
's Heerenberg, dat onder de parochie Zeddam valt, wordt een zelfstandige
parochie met als eerste pastoor Diederik Liesgher.
1427 De hertog van Gelre verkoopt al zijn rechten in de Bergherbossen aan de heer
Van den Bergh.
1441
In geschriften wordt
al gesproken over een molen in Zeddam. Het is niet zeker
of dit al de
torenmolen
betreft, die wij in onze
tijd kennen.
1450 De Zeddamse
torenmolen is een van
de vier molens van de
Graven Van den Bergh; alle vier worden in een
oorkonde uit 1450
genoemd. Behalve in
Zeddam staan
deze in
Heerenberg, Didam en
Gendringen. In Zeddam
wordt het graan gemalen
van de boeren uit de
omliggende buurtschapppen Azewijn,
Vethuizen, Vinkwijk,
Braamt, Kilder, Stokkum,
Wijnbergen en Beek.

Gezicht op Zeddam
geschilderd door
Braunstahl
We zien de Oswalduskerk
en rechts daarvan de
befaamde Zeddamse
torenmolen, de oudste in
zijn soort die heden ten
dage nog in Nederland
bestaat.
1466
De R.K. parochie Wehl
wordt afgescheiden van Zeddam.
1557 De vermaarde cartograaf Christiaan sGrooten,
geograaf van de Spaanse koning Philips II, brengt het gewest Gelderland in
kaart.
 |
Een detail uit de kaart van Christiaan sGrooten
betreffende de omgeving van Zeedam (Zeddam)
In de omgeving van Zeddam, zien we o.a. Beeck
(Beek) en Stoeckem (Stokkum).
|
|
1568 Begin van de
Tachtigjarige Oorlog; de strijd tussen Spaanse en Staatse troepen brengt de
bevolking in de Liemers regelmatig tot wanhoop.

De staatkundige indeling
van de Liemers en de omgevende gebieden in de 16e eeuw
Geel: Kleefs gebied
Groen: Gelders gebied
Licht groen: Berghs gebied
Wit: zelfstandig gebied
Merk op dat Zeddam Bergs gebied is.
1570 De periode
1570 tot 1600 is in de Liemers (en Achterhoek) een uiterst
onrustige tijd. De bevolking is wanhopig door rondtrekkende plunderende troepen:
De ene keer Staatse en de andere keer Spaanse
troepen en daar
tussendoor rondtrekkende muitende bendes.
Verwoeste huizen en kerken, onbebouwde akkers, plundering, doodslag, zware maandelijkse oorlogscontributies en roof van
hele veestapels zijn aan de orde van de dag. De kerken van ondermeer Zeddam, 's Heerenberg, Etten, Gendringen, Netterden, Elten,
Oud-Zevenaar, Zevenaar en Didam worden in die periode geplunderd en zwaar beschadigd. In Hoog-Keppel en Drempt staat geen enkel huis
meer overeind.
1572 Begin juli
worden 19 katholieke priesters uit Gorcum ontvoerd naar Den Briel. Als ze daar
niet bereid zijn het katholieke geloof af te zweren worden ze een voor een
opgehangen. De herinnering aan dit gebeuren, dat bekend staat als een van de
dieptepunten in de opstand tegen Spanje, blijft tot ver in de 20e eeuw bij veel
katholieken, ook in de Liemers, levend.
|
 |
Links:
Martelaren van Gorcum worden in een schuur terechtgesteld (19e eeuws
schilderij van Cesare Fracassini)
Rechts:
Beeld van pater Claas Pieck in de bedevaartskerk in Brielle
Claas Pieck is de eerste, die wordt opgehangen, na hem volgen nog 18 paters.
De ontvoering
van de 19 priesters vindt plaats door watergeuzen onder leiding van hun in 1571 door Willem van
Oranje benoemde opperbevelhebber Lumey. Wanneer de priesters niet bereid zijn om
het katholieke geloof af te zweren, worden ze in een schuur een voor een
opgehangen. Na hun dood worden de
19 martelaren van Gorcum
voor veel katholieken
ook in de Liemers lichtende bakens in een periode van onderdrukking en
duisternis. De herinnering aan het gebeuren in 1572 blijft tot ver in de 20e
eeuw levend. Veel katholieken sluiten tot ver in de 20e eeuw hun dagelijks
gebed af met: "heilige martelaren van Gorcum bidt voor ons".
|
 |
1573
Reeds eind oktober begint in de Liemers een lange zeer strenge winter, waarin
vrijwel alle wintervoorraden verloren gaan met grote tekorten en honger tot
gevolg.
1585 De periode
1570 tot 1600 is in de Liemers (en Achterhoek) een uiterst
onrustige tijd. De bevolking is wanhopig door rondtrekkende plunderende troepen:
De ene keer Staatse en de andere keer Spaanse
troepen en daar
tussendoor rondtrekkende muitende bendes.
Verwoeste huizen en kerken, onbebouwde akkers, plundering, doodslag, zware maandelijkse oorlogscontributies en roof van
hele veestapels zijn aan de orde van de dag.

Plundering van een dorp door Pieter Molijn
(Frans Halsmuseum, Haarlem)
Vooral tijdens de eerste helft van de Tachtigjarige Oorlog gaat de
bevolking van het Gelders - Kleefs grensgebied regelmatig gebukt onder de wreedheden en
plunderingen van Hollandse en Spaanse soldaten.
1596 Na de
reformatie wordt gedurende de periode 1596 tot 1810 de Oswalduskerk eigendom
van de Gereformeerde gemeente Zeddam.
1598 De eerste
protestantse preek in Zeddam onder leiding van ds. Sollingius vindt plaats
onder een grote lindeboom omdat de Oswalduskerk nog een ruïne is.
1604 De
herbouwwerkzaamheden van de middeleeuwse Oswalduskerk nemen een aanvang.
1608 Een ontstellend koude winter zorgt voor grote
problemen. In januari en februari vriest het zo hard, dat zelfs de oudste mensen
zich niet kunnen herinneren dit ooit eerder te hebben meegemaakt.
1652 De Gelderse landmeter Nicolaas
van Geelkercken brengt onder meer de Lymers in kaart. Sedum (Zeddam)
en Monferlant (Montferland) worden expliciet genoemd.
 |
De omgeving van Seventer (Zevenaar), Des Heerenberg ('s
Heerenberg) en Dydam (Didam) zoals getekend door N. van
Geelkercken. Sedum (Zeddam) wordt ook vermeld.
Merk op dat het noorden onder en het westen rechts is.
|
1660 De oudst bekende voorouder Polman in directe lijn van Sam,
Simon en Sjef van Keulen
Theodorus Polman
wordt geboren
omstreeks 1660 in
Zeddam. Uit een huwelijk(1) voor 1697 met een (nog)
onbekende partner wordt
Antonius (Teunis, Thonis) Polman geboren. Op 19 juli 1697 huwt(2) Theodorus Polman in Zeddam (R.K.) met
Grietje Guijnes uit Stokkum.
1668 Uit een vermelding van dominee
Crucius dat de inwoners van Stokkum zich tijdens de vastenavondviering
hebben misdragen, blijkt dat het vieren van vastenavond (carnaval), de laatste
avond voor de vasten, in de 17e eeuw in onze omgeving voorkomt.
Diverse liedjes over de vastenavondviering zijn bewaard gebleven,
zoals het bekende foeke-pot-liedje. Hierbij lopen kinderen met een bus (foekepot)
waarover een varkensblaas is gespannen van huis naar huis. Door de varkensblaas
steekt een rietje dat op en neer wordt bewogen en daarbij een geluid produceert.
Hierbij zingt men:
"Foekepot, foekepot, foekepotteri-j
geef mien 'n centje dan goa-k weer
veurbi-j
ik heb al zo lang met de foekepot
gelope
ik heb gin centjes um brood te kope"
1672 Franse troepen bereiken begin juni vanuit Emmerik
onze streek en gelasten dat de kerken aan de katholieken teruggegeven moeten
worden. De Sint Oswalduskerk in Zeddam wordt daardoor in augustus weer
een R.K kerk. Na ongeveer honderd jaar krijgt de R.K Zeddamse parochie
dan weer een eigen pastoor. Het is de dominicaner pater Joannes Wylick, die maar
kort pastoor in Zeddam blijft. Hij wordt opgevolgd door pastoor Jodocus
van het klooster in Elten.
1673 Als gevolg van de Franse oorlog (1672 - 1674) is er
ook in Zeddam veel overlast door inkwartiering van soldaten, belasting,
diefstallen en andere zaken die met een oorlog gepaard plegen te gaan. Wanneer
de Fransen in 1674 onze streek verlaten blijft de bevolking berooid achter.
1674
Als gevolg van de terugtrekking van de Franse troepen verliezen de katholieken
veel van hun pas verworven vrijheden. Op 4 juni moeten zij de Sint Oswalduskerk
in Zeddam weer aan de protestanten afstaan.
1677 De uit Zevenaar
afkomstige Meinoldus Boeseken wordt dominee van Zeddam. Hij blijft dit
gedurende een uitzonderlijk lange periode van maar liefst 47 jaar tot 1724. In
1677 legt ds Boeseken een trouwboek aan dat bewaard is gebleven.
1681
De Zeddamse pastoor Jodocus wordt ten strengste verboden om te dopen.
Ondanks het risico op zware straffen laten veel ouders hun kinderen toch "Roomsch"
dopen.
1681 De paters
Franciscanen bouwen in Elten een nieuw klooster. Paters van dit
klooster zullen een belangrijke rol
spelen bij de recatholisering van naburige Staatse gebieden (o.a. Zeddam).

Het Franciscanenklooster in Elten gebouwd in 1681 ter vervanging van
het in 1572 verwoeste klooster in de Briemer bij Emmerik.
J.H.A. van Heek maakt in 1952 kort voor afbraak van het zwaar
beschadigde klooster bovenstaande tekening. |
|
1694 De uit Emmerik afkomstige Godefridus Franciscus
Wanners wordt pastoor van de R.K parochie in Zeddam. Hij blijft dit
gedurende een periode van maar liefst 32 jaar tot 1726. Ook zijn opvolgers Adolf
Werneri (1726 - 1761) en Theodorus Bouwman (1761 - 1794) blijven langer dan
dertig jaar pastoor in Zeddam en behoren daarmee tot de langstzittende pastoors
uit de geschiedenis van katholiek Zeddam.
1702 Een hevige dysenterie-epidemie treft
de streek. Vanwege de waterdunne diarree vermengd met bloed wordt de
aandoening in de volksmond "rode loop" genoemd. De aandoening zal
vooral in de 18e eeuw nog veel vaker slachtoffers maken.
1709 Zeer strenge winter vanaf Driekoningen (6
januari); veel vee doodgevroren. Ook bij mensen bevriezen oren, tenen en voeten.
Doordat de "winterzaai" verloren gaat, stijgen de graanprijzen na de
winter tot ongekende hoogte.
1712 Het geslacht Van den Bergh sterft uit; Bergh komt in bezit van Oswalds Duitse achterneef
Franz Wilhelm von Hohenzollern.
1714 Veepest
veroorzaakt in de Liemers de dood van veel runderen en grote armoede onder de
bevolking.
| |
 |
"D'kerk te Zeddum in 1720"
Tekening van vermoedelijk D.Thielemans |
|
1717 Op 17
mei trouwt in Zeddam Antonius
(Teunis, Thonis) Polman met Lamberta
(Lammetje, Lamertje) Spaan uit Stokkum. Zij zijn verre voorouders in de rechte
lijn (9 generaties) van Sam, Simon en Sjef van Keulen.
1718 Op 14 februari 1718 wordt Theodorus (Derk)
Pol(l)man geboren te Stokkum en op dezelfde dag gedoopt (R.K) in Zeddam.
Hij wordt van beroep "cultivator" (landbouwer) en trouwt op 29 jarige
leeftijd op 6 december 1747 in de parochiekerk van Oud-Zevenaar met
Joanna Raben (Rabitz), 21 jaar oud, geboren op 22 januari 1726 te Didam. Zij
gaan wonen op de hoeve "De Sweeckhorst" (Zweekhorstweg 3) in Zevenaar.
1719 Een
"gruwelijke" veesterfte slaat toe. Driekwart van de veestapel gaat
verloren.
1726 Adolf Hendrik
Werneri wordt pastoor van Zeddam. Hij blijft dit ruim 35 jaar tot 3
december 1761 en behoort daarmee met zijn voorganger Wanners (pastoor van 1694 -
1726) en zijn opvolger Bouwman (pastoor van 1761 tot 1794) tot de langst zittende
pastoors uit de
geschiedenis van katholiek Zeddam. In 1756 wordt pastoor Werneri tevens
aartspriester van het aartspriesterdom Kleef-Bergh. Als aartspriester heeft
Werneri dan zijn zetel in Emmerik maar als pastoor blijft hij op de Wehme
in Zeddam wonen.
1735 In de nacht
van 14 op 15 oktober brandt de woonvleugel van
het kasteel Huis Bergh
volledig af.

Gezicht op 's-Heerenberg
Rechts
kasteel Huis Bergh en links de kerk met daarnaast de toren (Jan de Beyer, 1743)
1743 Op 21 februari
trouwen in Zeddam Christiaan Stel (geboren in Zeddam in 1710) en Johanna
Kersten (1710-1766) afkomstig uit Millingen Zij zijn voorouders in rechte
lijn (9 generaties) van Sam, Simon en Sjef van Keulen.
1747 Een nieuwe golf
van veepest veroorzaakt bittere armoede.
1748 In Zeddam
bouwen de katholieken onder leiding van pastoor Adolf Werneri een ruime
schuurkerk naast het pastoorshuis de "Weem"
|
1753 De armoede in de regio is zo groot
dat een armenjager wordt aangesteld. Deze moet bedelaars en
arm "gespuis" van elders arresteren. De inwoners
betalen de (loon)kosten van de armenjager.
|
Gezicht op Zeddam in begin van de 18e eeuw
|
1764 In Zeddam trouwen (Nederduits Gereformeerd) op
26 februari Jan Herfkens (1740-1805) en Arendje Stell (1740-1815). Zij zijn
voorouders in rechte lijn (8 generaties) van Sam, Simon en Sjef van Keulen.
1769 Van april 1768
tot april 1769 heerst opnieuw de veepest.

Hooioogst in de Lijmers (1790)
Bron: Kadastrale Atlas van de Lymers van omstreeks 1790
1783 Een
vreselijke dysenterie-epidemie teistert Zeddam. De aandoening die vaak
dodelijk verloopt en gepaard gaat met hevige darmkrampen, wordt vanwege de waterdunne
rood bloederige diarree in de volksmond "ro(o)de loop" genoemd.
Tot de slachtoffers in Zeddam behoren: "een kind van Draeijer, de
vrouw van Heister, Heisterboom, B. Hagedoorn, H. Hoeven, H. Aloffs, de vrouw en
de dochter van Stell, Bernd Schepers, de vrouw van Wessels, de dochter van Peter
Weijers, de knecht bij Varwijck, de Jood Levi en zijn vrouw, een kind van
Feldman, vrouw Reike, een kind van Willem Voss, de vrouw van Derck Jansen,
de vrouw van Jan Jansen, de vrouw van Limbeek, een kind van Willem van Zolingen,
Gerritje Steentjes, Jan Ophoff en een kind van hem, de vrouw van Derck Aloffs en
een zoon".
1784 De winter is extreem koud. De Rijn is gedurende een
periode van negen weken dichtgevroren.
1784 Op 12 juni wordt in Zeddam
geboren Antoon Herfkens (1784-1826). Op 9 september 1815 trouwt hij met
Gertrude Sanders (1792-1871) uit Elten. Antoon is evenals zijn vader Jan Herfkens brouwer
van beroep en drijft een tapperij aan de Zeddamse Bovendorpstraat recht tegenover de Sint
Oswalduskerk. Antoon Herfkens en zijn vrouw Gertrude Sanders (1792-1871) zijn voorouders
in rechte lijn (7 generaties) van Sam,
Simon en Sjef van Keulen.
1796 Enkele
Zeddamse joden maken ruzie tussen de huizen van Gerret Gieskes en Bart
Giesen.
1799 Huis Bergh in
's Heerenberg wordt seminarie voor de opleiding van R.K priesters. Deze
bestemming houdt het kasteel tot 1842.
1800 De maaldwang, de verplichting van boeren om het graan op
een bepaalde molen te laten malen, wordt opgeheven.
"Tot 1800 moeten boeren uit Azewijn, Vethuizen, Vinkwijk, Braamt, Kilder,
Stokkum, Wijnbergen en Beek hun graan op de Zeddamse Torenmolen laten malen".
|

Voorjaar in de Lijmers (1790)
Bron: Kadastrale Atlas van de Lymers van omstreeks 1790 |
|
1809 Op 21 maart bezoekt Koning Lodewijk Napoleon
Zeddam. Door dit bezoek krijgen de katholieken in Zeddam de kerk terug.
1809 Op Oudejaarsdag 1809 houdt dominee Warnsinck op
zondagmiddag onder grote belangstelling de laatste protestantse
dienst in de grote kerk van Zeddam. Na afloop worden de sleutels van de kerk
overhandigd aan pastoor Beenen. Vervolgens leidt dominee Warnsinck een nieuwe
bijeenkomst in de Roomse schuurkerk.
1810
De hervormden verblijven maar korte tijd in de schuurkerk, die in een
bouwvallige staat verkeert. Al in het voorjaar van 1810 wordt in de schuur van
Jan Tervoert gekerkt, totdat de nieuwe kerk in 1811 klaar is.
Ook de katholieken beleven weinig plezier aan de voormalige hervormde kerk, die
eveneens in miserabele staat verkeert. Door geldgebrek zal het nog tot 1828
duren alvorens de restauratie krachtig ter hand zal worden genomen.
 |
De schuur van Jan Tervoert
In deze schuur wordt in 1810 en
1811 door de hervormden gekerkt. |
1811 Op
30 april 1811 wordt de eerste steen gelegd voor de Nederlands Hervormde Kerk in
Zeddam. Op 4 november wordt de nieuwe kerk ingewijd door ds. Warnsinck. De kosten voor de bouw bedragen
ruim 5.000 gulden (omgerekend 2.300 euro).
 |
De in 1811 gebouwde Nederlands Hervormde Kerk in
de tuin van de oude pastorie in Zeddam
De afbeelding is gesigneerd: HS 5 juli 1871 |
1811 Bij Keizerlijk decreet van 20 oktober 1811
wordt de gemeente (mairie) Zeddam in het leven geroepen. Het gemeentehuis
is gevestigd in het pand Bovendorpstraat 7 en burgemeester wordt Philippe
Jacques de Bellefroid. De gemeente Zeddam omvat de Heerlijkheid Wehl, het dorp
Zeddam alsmede de buurtschappen Groot Azewijn, Klein Azewijn, Braamt,
Dijkhuizen, Kilder, Vethuizen, Vinkwijk en Wijnbergen. Bij koninklijk Besluit
van 30 januari 1820 wordt de gemeente Zeddam per 1 januari 1821 opgeheven en
vervolgens met Netterden en 's-Heerenberg tot het Schoutambt Bergh verenigd.
1815 De
aanwezigheid van diverse Kleefse enclaves tot ver in Gelderland (zoals Zevenaar, Duiven,
Wehl en Huissen) stoort de Nederlandse regering. Op het Wener Congres in 1815
vindt een ruil plaats met Pruissen waarbij de enclaves worden ingewisseld tegen stukken
Nederlandse grond aan de grens. Ook Schenkenschans en de Steenwaard komen bij
Pruissen. Door dit alles wordt de gemeente Netterden bijna gehalveerd. Als
compensatie moet de gemeente Zeddam een groot gebied afstaan en gaan Azewijn en Klein-Azewijn bij Netterden
horen.
1815 Op 9 september trouwt Antoon
Herfkens (1784-1826) met Gertrude Sanders (1792-1871). Antoon is evenals zijn vader Jan Herfkens brouwer
van beroep en drijft een tapperij aan de Zeddamse Bovendorpstraat recht tegenover de Sint
Oswalduskerk. Antoon Herfkens en zijn vrouw Gertrude Sanders zijn voorouders
in rechte lijn (7 generaties) van Sam,
Simon en Sjef van Keulen.
1821
De gemeenten Zeddam en Netterden worden op 1 januari met de gemeente
's-Heerenberg samengevoegd tot de nieuwe gemeente Bergh.
 |
De Liemers en omgeving uit een aardrijkskundig
schoolboek door J.van Wijk Roelands Zoon uitgegeven door H.C.A. Thieme te
Zutphen in 1827. Vermeld worden o.a. Zeddam, 's Heerenberg,
Azewijn, Montferland, Braamdt en Lengel. |
1826 Op 11 juli sterft in Zeddam
Antoon Herfkens (1784-1826). Antoon is evenals zijn vader Jan Herfkens brouwer
van beroep en drijft een tapperij aan de Bovendorpstraat recht tegenover de Sint
Oswalduskerk. Antoon en zijn vrouw Gertrude Sanders (1792-1871) zijn voorouders
in rechte lijn (7 generaties) van Sam,
Simon en Sjef van Keulen.
|
1827
Op 7 december wordt MatthiasTerwindt (1784 - 1848),
oorspronkelijk afkomstig uit Pannerden, pastoor in Zeddam als
opvolger van pastoor Klein Tuente.
In 1834 wordt Terwindt aartspriester van Gelderland. De zetel
van de Gelderse aartspriester is Arnhem. Terwindt blijft
tevens tot zijn dood in 1848 pastoor van
Zeddam en als zodanig daar
wonen.
Terwindt heeft zich vergeefs sterk gemaakt voor een
kleinseminarie in 's Heerenberg maar in 1841 wordt voor
Culemborg gekozen.
|
Overlijdensadvertentie geplaatst door H.J. Terwindt, neef
van de overleden pastoor Terwindt
|
1836 Op
29 november veroorzaakt een stormramp ook in Zeddam grote schade. Tot de
mensen die in Zeddam de grootste schade lijden behoren Bernard Lankers,
Jan Nonnemaker en Kobus van Uum.
1840 Er wordt een begin gemaakt
met de aanleg van de verharde weg Zutphen-Keppel-Wehl-Zeddam-'s-Heerenberg-Emmerik.
De weg komt gereed in 1847.
1852 In een heel
jaar verdient een arbeider in de Liemers ongeveer
300 gulden (135 euro).
1854 Meester Th. Weyers uit Zeddam volgt in Didam
de befaamde meester Hendrik Nollen op die naar de U.S.A. emigreert. Weyers geeft met een hulponderwijzer en twee kwekelingen les
in een lokaal, waarin voor 200 kinderen plaats is.
 |
Voorgevel van de een-lokalige Openbare School in Didam,
omstreeks 1862
In dit een-lokalige schoolgebouw geeft meester Weyers met een hulponderwijzer
en twee kwekelingen les aan tweehonderd kinderen. |
1858 Verschijning van Maria in Lourdes; ook op de overwegend katholieke bevolking van de
Liemers
maakt dit diepe indruk.
1859 De weg Zeddam - Beek - Didam wordt met grind verhard. Om de kosten te
bestrijden wordt aan de ingang van Bergerbosch de Beeksche Tol gebouwd. De
eerste tolgaarder is Derk Giezenaar, die na zijn dood in 1888 wordt opgevolgd
door zijn zoon Bart.

|
Tolhuis van Giezenaar aan de Grindweg van Beek - Zeddam omstreeks 1900
Links de weg van west naar oost
Rechts de weg van oost naar west
|

|
1867 Uit heel Europa, Canada en de
V.S. gaan duizenden katholieke jongemannen, de zogenaamde Zouaven, naar
Italie ter bescherming van de kerkelijke staat van Paus Pius IX; onder hen vele
tientallen Zouaven uit de Liemers, waaronder Johannes Hebing
uit Zeddam. De Nederlandse Zouaven verliezen het Nederlandse
staatsburgerschap. In 1947 wordt hen dit echter teruggeven. Het betreft een
posthuum eerherstel omdat de laatste Nederlandse Zouaaf in 1946 is
overleden.
1868 Extreme
droogte in de Liemers veroorzaakt voedseltekort.
|
1870
Aan het eind van het jaar wordt tijdens het pastoraat van
pastoor Hulshof (1822-1884) een nieuwe R.K pastorie in gebruik
genomen naast de Sint Oswalduskerk aan de Bovendorpstraat in Zeddam.
Het ontwerp van de pastorie is van architect H. J. Wennekers
(1827-1900).
|
Voormalige R.K pastorie Zeddam
(foto begin 21e eeuw)
|
|
1875
De R.K kerk koopt in Zeddam het pand Padevoort als
klooster voor een Franciscaanse zusterorde.
|
Padevoort als Jozefgesticht
|
1879 Op 4 oktober
komt de krant De Graafschap-Bode voor de allereerste keer uit.
 |
Voorpagina van de allereerste editie van de
Graafschap-Bode
De Graafschap-Bode wordt uitgegeven door Misset in Doetinchem.
Op 1 april 1873 begint de grondlegger van het bedrijf, Cornelis Misset
uit Haarlem, een kleine drukkerij in Doetinchem. Op zaterdag 4 oktober 1877
verschijnt de Graafschap-Bode in een oplage van 2.000 als een wekelijks
nieuws- en advertentieblad voor het eerst; vanaf 1 maart 1967 verschijnt het
blad dagelijks.
.
|
|
1879 Het gezin van
Theodorus Jurrius en
Maria Wilhelmina Cunera Peters (over-over-overgrootouders van
Sam, Simon en Sjef van Keulen) verhuist van Zeddam naar Duiven,
waar ze zich op 1 mei 1880 vestigen op boerderij Poeldijk aan de Ploenweg.
|
Het gezin Jurrius-Peters omstreeks 1897
Bij hun vertrek van Zeddam naar Duiven bestaat het gezin uit vier
kinderen, waaronder Anna (1876 - 1942), de over-overgrootmoeder van Sam, Simon en Sjef
van Keulen. De andere tien kinderen worden in Duiven geboren. |
 |
Theodorus Jurrius en Maria Peters stichten een kinderrijk gezin; in 22
jaar worden 14 kinderen geboren.
Op deze foto de familie Jurrius-Peters omstreeks
1897; tweede van rechts (met donkere kleding)
Anna Wilhelmina Jurrius, over-overgrootmoeder van Sam, Simon en Sjef
van Keulen.
(foto van mevr. Riet Selman, kleindochter van het echtpaar Jurrius-Peters) |
1884 Op 7 maart overlijdt, de in Lichtenvoorde in
1822 geboren, pastoor Joannes Hulshof. Hij wordt als pastoor van de R.K parochie
Zeddam opgevolgd door pastoor Leijser. Tijdens het bijna 16 jarig
pastoraat van Hulshof in Zeddam is een nieuwe pastorie gebouwd (1870) en
Padevoort gekocht (1875).
1886 Een rampjaar
voor veel boeren: Na een uitzonderlijk warme en droge voorzomer volgt een
overvloed aan regen, waardoor veel weilanden onder water komen en het vee
opgestald moet worden. Veel boeren hebben onvoldoende mogelijkheden om de dieren
bij te voeren. Tot overmaat van ramp is er een een epidemie van mond- en klauwzeer.
 |
Een schoolklas in het rampjaar 1886 uit Zeddam
In deze klas zitten 22 jongens en slechts 2 meisjes.
|
|
1889 De R.K. gemeenschap in Zeddam
viert op 18 augustus feestelijk het 25-jarig priesterjubileum
van haar pastoor Alexander B. Leijser (1833-1898). Tijdens
diens pastoraat is de oude St. Oswalduskerk vervangen door een
nieuw kerkgebouw waarbij de oude toren behouden is gebleven.
Buiten de Zeddamse gemeenschap is pastoor Leijser vooral
bekend geworden als auteur van diverse godsdienstige boeken.
|
Uit dagblad "De Tijd" (19 augustus 1889)
|
1890 De winter van 1890 / 1891 is uitzonderlijk streng. De
decembermaand spant de kroon, want sedert
het
begin van de temperatuurmetingen in 1706 is het alleen in december 1788 nog
kouder geweest.
Op
25 november 1890 gaat de wind uit het noordoosten waaien en dat is het begin van
een langdurige strenge vorstperiode. De
gemiddelde ijsdikte in sloten is in de loop van december ongeveer 65 cm.,
plaatselijk wordt zelfs een dikte van 70-80 cm. bereikt. Mens en dier gaan gebukt
onder extreme koude. Op 19 december vriest bij Elten een grensbeambte dood.
1891 In Zeddam
wordt beneden in het dorp een tweede molen "de Volharding"
gebouwd. Eigenaar van de molen is
Th. H van Ditshuizen. Boven
het dorp staat dan al vele eeuwen de de
Grafelijke Korenmolen.
|
1892 In
de zomer van 1892 wordt de nieuwe St.
Oswalduskerk in Zeddam ingewijd door de Utrechtse
aartsbisschop Snickers. Architect van de driebeukige
hallenkerk is Gerard te Riele. De voorganger was een
tweebeukige hallenkerk, waarvan de toren behouden bleef.
|
Kerk(toren) in Zeddam (2011)
|
1897 In 's Heerenberg wordt de R.K.
Pancratiuskerk ingewijd.
 |
Interieur van de R.K. Pancratiuskerk
in 's Heerenberg
De kerk
is gebouwd in 1895 - 1897 naar een ontwerp van de
bouwmeester Afred Tepe. Het meubilair en de kruiswegstaties komen
uit de ateliers van W. Mengelberg. In de toren hangen de drie
klokken, die in 1496 door Geert van Wou zijn gegoten. In het
kerkgebouw boven het priesterkoor hangt een kruis, dat in de
volksmond het "botterkruus" (boterkruis) wordt genoemd, omdat het is
geschonken door iemand, die erg rijk van de botersmokkel is geworden.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog zijn de pastoor
van de Pancratiuskerk (Galama) en de kapelaan (Van Rooyen) in het
concentratiekamp Dachau vermoord. Uit respect en ter nagedachtenis
zijn er na de Tweede Wereldoorlog enkele glas-in-lood ramen over hun
deportatie en moord in de kerk aangebracht
|
|
|
1898
Op 30 november overlijdt de Zeddamse pastoor Alexander Leijser
(1833-1898). Hij wordt opgevolgd door pastoor Roosendaal. De
in Huissen geboren Alexander Leijser is bijna 15 jaar R.K
pastoor in Zeddam geweest. Tijdens zijn pastoraat wordt in
1891 de oude St. Oswalduskerk vervangen door een nieuwe
waarbij de oude kerktoren behouden blijft. Buiten Zeddam
is Leijser vooral bekend geworden als schrijver van
godsdienstige boeken zoals: "De Groote Catechismus,
verklaard en toegelicht".
|
Advertentie in dagblad De Tijd (18-11-1889)
|
|
1902
Op 10 september vindt de opening plaats van de tramlijn
Zutphen - 's-Heerenberg. In Zeddam
wordt cafe Kleinpenning het koffiehuis van het tramstation.
Aangezien zich in een bijgebouw van het cafe een veewaag
bevindt, wordt het cafe "De Waag" genoemd. Ongeveer
zeven jaar later, op 22 juni 1909, wordt het gehele ontworpen
traject tot aan Emmerik in gebruik genomen.
|
Zeddam: tramstation en cafe "De Waag"
|
1905 Op 12 juli
vaardigt de Paus: "een volle aflaat te verlenen aan kinderen,
die voor het eerst te communie gaan, alsmede aan hun verwanten tot
in de derde graad, die tegelijk met dezen tot 's Heerentafel naderen" uit.

Detail van een in 1923 ingelijste en bewaard gebleven herinnering
1908 De tramlijn van Lichtenvoorde naar Zeddam
wordt op 2 juli in gebruik genomen. Plannen om deze lijn via Kilder, Beek,
Didam, Zevenaar, Duiven en Westervoort door te trekken naar Arnhem worden echter
nooit verwezenlijkt.
1912 Kasteel Bergh, in
het centrum van 's-Heerenberg, een van de oudste Nederlandse kastelen wordt op
9 juli gekocht door de textielfabrikant van Heek, die het geheel
fraai laat restaureren en opnieuw laat inrichten.
|
 |
Grote delen van Kasteel Bergh bestaan uit
14e eeuws muurwerk.
De eerste vermeldingen van het kasteel dateren uit de 12e eeuw.
Jan Herman van Heek (1873 - 1957), een actief natuurbeschermer, koopt
het kasteel met 1.400 hectare grond van de vorst van Hohenzollern. De nieuwe
eigenaar stelt zich ten doel
kasteel Bergh als historisch monument te restaureren en in te richten; dit
doel is inmiddels volledig gerealiseerd. |
 |
1913 Op 30 maart wordt aan de
Peeskesweg (hoek Schaapskooiweg) in 's Heerenberg het eerste Nederlandse
Dierenpark geopend. Oprichter en eigenaar is de heer J.G.H. Burgers uit 's
Heerenberg. Naast fazanten, pauwen, roofvogels en allerlei soorten watervogels
zijn er wilde dieren te zien, hetgeen voor die tijd een sensatie is. Het
dierenpark blijft 10 jaar in 's Heerenberg en verhuist in 1924 naar Arnhem. Nog
altijd is
Burgers Zoo door de natuurlijke wijze waarop de dieren er leven zowel
nationaal als internationaal toonaangevend.
|
 |
Heel bijzonder en omvangrijk is vooral de
fazantencollectie van Johan Burgers.
De dierentuin heeft in 's Heerenberg de naam "Fazanterie Buitenlust". De
entree bedraagt 10 cent voor kinderen en 20 cent voor volwassenen. Ondanks
deze voor die tijd hoge entreeprijzen, komen er veel individuele bezoekers
en groepen naar 's Heerenberg. Om de bereikbaarheid van zijn complex te
verbeteren, wil Burgers de toegangsweg verharden. Wanneer dat niet lukt,
besluit hij de dierentuin te verplaatsen naar Arnhem, waar de dierentuin
uitgroeit tot de vermaarde Burgers' ZOO. |
|
|
1913 Ook in Zeddam wordt gevierd dat het
Koninkrijk der Nederlanden honderd jaar bestaat.
|

Erepoort in Zeddam
Rechts het schuttersgebouw van Sint Oswaldus |
1914 Op 31 juli om 12.10 uur kondigt de Nederlandse
regering een militaire mobilisatie aan. Korte tijd later breekt een
weerzinwekkende oorlog (W.O. I 1914 - 1918) uit, waarin 10 miljoen mensen omkomen.
Hoewel Nederland buiten het oorlogsgeweld blijft, gaat ook in de Liemers de
bevolking gebukt onder angsten, onzekerheid, tekorten, ondervoeding,
werkeloosheid en armoede.
 |
Groepje gemobilseerde grenswachten in Beek in 1917
Dit soort foto's moeten het thuisfront de indruk geven dat de stemming
uitstekend is. De werkelijk is anders; omdat de mobilisatie vier jaar duurt
slaat op grote schaal de verveling onder de gemobiliseerde soldaten toe.
|
1915
Door de oorlogssituatie (alle buurlanden zijn in de Eerste Wereldoorlog
verwikkeld) ontstaan tekorten, waardoor de prijzen stijgen en de armoede
ook in Zeddam
snel toeneemt. Daarentegen zijn er ook velen die door de smokkelhandel met
Duitsland snel en grof geld verdienen.
 |
Smokkelaars aangehouden door douaniers
Op de achtergrond Eltenberg
Schilderij van Maximiliaan
Kitzinger (1871) |
1918
Op 27 mei meldt het
persbureau Reuter dat de Spaanse koning alsmede Spaanse ministers lijden aan een
geheimzinnige aandoening, die later de geschiedenisboeken ingaat als de
“Spaanse griep van 1918”; een aandoening waaraan wereldwijd 20 miljoen
mensen sterven. Omstreeks 10 juli komt
de Spaanse griep de Liemers binnen, nadat in Elten en Emmerik enkele honderden
gevallen van griep zijn geconstateerd.
De wereldwijde
influenza-epidemie teistert ook de Liemers. De Graafschap-Bode van 19 november 1918
meldt: "Overal, in 't binnenland hoort men van ziekte en sterven. In de
dorpen luidt dag aan dag de doodsklok".
1918
Op 11 november komt een eind aan een onvoorstelbaar bizarre en gruwelijke
oorlog (Wereldoorlog I). Een groot deel van de Europese vooral
mannelijke jeugd is afgeslacht. Naast de ongeveer 9 miljoen(!) dodelijke
slachtoffers, zijn vele miljoenen levens geknakt en gezinnen kapot gemaakt.
Nederland en ook de Liemers zijn de dans ontsprongen, maar hebben wel de
ontberingen (armoede) van de oorlog gekend.
1920
In Didam wordt een R.K. middelbare land- en tuinbouwwinterschool
opgericht. De school verkrijgt een belangrijke regionale functie. Ook
boerenzonen uit LZeddam bekwamen zich in de loop der tijd op deze school.
Omstreeks 1960 is Louis van Keulen, overgrootvader van Sam,
Simon en Sjef van Keulen,
enige jaren in deeltijd (avonduren) docent aan deze school.
|

|
|
De geslaagden
van de middelbare land- en tuinbouwschool in 1923
Bovenste rij v.l.n.r.: J. Giessen (Angerlo), A. Gerritsen (Drempt), F.
Giesen (Zevenaar), H. Kaal (Holthuizen), G. Wolsing (concierge 1920-1946),
H. Scheers (Wehl), H. Roemaat,
H. Giesen (Zeddam) en E. Stam
(Babberich); middelste rij v.l.n.r.: A. Hoppereys (Dichteren), J.
Braam (Zeddam), H. te
Witt (Groessen), A. Poodt (Herwen),
H. Evers ('t Loo), W. van
Onna (Wijnbergen), A. Mentink (Steenderen) en F. Giesen (Steenderen);
voorste rij v.l.n.r.: Th. van Sandt (Babberich), J. Giesen, H. Hendriks
(leraar 1920-1948), A. Tombrock (godsdienstleraar 1920-1927), ir. H.J.M.
Verhey (directeur 1920-1958) en Th. Schenning (Wehl). |
|
|
1921 In
Zeddam wordt pastoor de Graaff opgevolgd door pastoor
Meijer, die de achttiende pastoor wordt na de Reformatie.
Tijdens zijn pastoorschap dat tot 1947 duurt komen de parochie
en de verenigingen/organisaties in de parochie tot grote bloei.
|
Pastoor Meijer (1932)
(1867 - 1947)
|
1922
In september gaat de eerste katholieke jongensschool in Zeddam
van start. Op 4 september vindt de inwijding van de school plaats door deken
Derksen uit Terborg.

De R.K jongensschool in Zeddam omstreeks 1929. Deze school is in 1980
afgebroken.
1924 Op 31 augustus vindt
in 's-Heerenberg de 7e Geldersche Katholiekendag plaats. De zeer
indrukwekkende Pontificale Hoogmis in de vrije natuur op de Molenberg wordt
bijgewoond door vele duizenden mensen, waaronder zeer velen uit Zeddam.
1925 Een
legendarisch noodweer, bekend onder de naam stormramp van Borculo,
trekt in de vroege avond van 10 augustus over Brabant, via Nijmegen,
Liemers en Achterhoek naar Twente en uiteindelijk naar Duitsland. Borculo
wordt geteisterd door een onvoorstelbare tornado met een diameter van tussen de een
en twee kilometer. Er vallen vier doden en tachtig gewonden. In De Liemers
wordt vooral de buurtschap Dijk bij Didam zwaar getroffen.
Het dagblad "Het Vaderland" schrijft op 11 augustus:
"Het hevige noodweer heeft gisteravond de buurtschap Dijk nabij Didam eveneens ernstig geteisterd. De bewoners van deze buurtschap zagen plotseling een hooge grijze zuil, welke steeds nader kwam, en welke op haar weg alles meesleurde. Niet minder dan elf woningen werden vernield. Een man en een vrouw werden tientallen meters weggeslingerd."
De avondeditie van de NRC schrijft, ook op 11 augustus 1925: "Gisteravond heeft zich in de omgeving van Didam een noodweer ontlast, zooals zelden in ons land is voorgekomen. Tegen halfzeven kwam de bui uit het Zuiden aanzetten. Een hevig onweer, gepaard met een slagregen, was de inleiding. Daarna kwam een stevige wind opzetten, die allengs in kracht toenam. Plotseling bemerkten de verschrikte bewoners van Didam, dat van de Zuidzijde, van den kant van de Babbericher Allee, een hoos kwam aanzetten, een wervelwind, die met geweldige kracht alles wat hij op zijn weg tegenkwam, in het rond smeet."
1926 Op 26 januari
wordt in Zeddam een harmonie opgericht, die later de naam “Kunst na
Arbeid” krijgt. Tot de initiatiefnemers behoren de Zeddamse pastoor A. Meijer,
Hend Derksen (plaatselijk voorzitter R.K. Werkliedenverbond St. Joseph) en Gerrit
Bisselink.
1928 Op 13 september wordt het
Theresiaziekenhuis aan de Hofstraat in 's Heerenberg geopend.
 |
Het Theresiaziekenhuis aan de Hofstraat in 's
Heerenberg is genoemd naar de moeder van Pastoor van Sonsbeeck uit
Stokkum omdat de pastoor 10.000 gulden schenkt.
|
|
|
1929 Een van de
zwaarste winters van de 20e eeuw. De hevige koude duurt van januari tot half maart.
Er zijn vele meldingen van afgevroren oren en ledematen. Op 11 februari vriest
in Steenderen een melkrijder tijdens zijn dagelijkse rit op zijn wagen dood.
De problemen zijn overal groot, ook al door de veelal eenvoudige niet geisoleerde huizen, waardoor de snijdende vrieswind naar binnen waait. |
 |
Een beeld van de dichtgevroren Rijn bij Pannerden in
1929. Ook met auto's wordt over de Rijn gereden. |
1929 Dr. J.H. van Heek,
sinds 1912 eigenaar van
Huis Bergh, weet de
Zeddamse
molen nog juist voor
sloop te behoeden door
de molen te
kopen, waarmee de molen
weer terugkeert in de
bezittingen van Huis
Bergh.
 |
|
Molen Zeddam,
waarschijnlijk de
oudste molen van
Nederland |
|
1929 De positieve ontwikkelingen van
de jaren twintig worden bijzonder wreed verstoord door de beurskrach op 29 oktober,
het begin van een wereldwijde crisis, die zijn weerga niet kent.
Ongeveer 80 jaar later, in 2009, treedt een mondiale economische recessie /
depressie op, die vergeleken wordt met die van 1929. De toekomst zal uitwijzen of
deze vergelijking juist is.
1930 In Nijmegen
overlijdt Dr. A.F. Nuyens. Hij is vanaf 1905 bijna 25 jaar huisarts geweest in Zeddam.
Dr. Nuyens is in 1905 de eerste arts, die zich blijvend vestigt in Zeddam.
Hij bouwt een grote medische praktijk op met patienten ook van ver buiten het
dorp. Zijn markante persoonlijkheid maakt hem voor diegenen die hem gekend
hebben onvergetelijk.
1931
In Zeddam gaat een een kleine landbouwhuishoudschool uitgaande van de
ABTB (Algemene Boeren en Tuindersbond) van start.
|
1933 Voetbalvereniging Zeddam wordt
opgericht. Tot de oprichters behoort schoolhoofd Antoon Helmes, die tot
1971 voorzitter van de vereniging is.
|
A.W.B. Helmes
(1905 - 1988)
foto omstreeks 1948
|
|
1937 Koningin
Wilhelmina en haar schoonzoon Prins Bernhard bezoeken een militaire
oefening in de Liemers. Op de weg van Zeddam naar Wehl worden de
oefeningen gadegeslagen. |

Wilhelmina der Nederlanden
(1880-1962)
|
1938 De legendarische
priester-redenaar Henri de Greeve SJ (1892 - 1974) richt de "Bond zonder
Naam" op om de naastenliefde te bevorderen. Voor zijn wekelijkse
radio-uitzending het Lichtbaken op zaterdagavond blijven veel
katholieken ook in Zeddam graag thuis.
1940 Op 9 mei worden
de straten in 's-Heerenberg met prikkeldraad afgesloten. Midden in de nacht van
9 op 10 mei barst het geweld los en de Duitse inval is een feit. De
marechausseekazerne, het douanekantoor en het postkantoor worden omsingeld.
Telefoonverbindingen worden onklaar gemaakt. In de zeer vroege ochtend van 10
mei trekken Duitse legercolonnes te voet en te paard door de straten van
's-Heerenberg. De aan de grens gelegerde Nederlandse militairen worden als
krijgsgevangen afgevoerd.
1940 Tijdens de oorlogsdagen van mei 1940
sneuvelen ruim tweeduizend Nederlandse militairen. Ongeveer 425 van hen zijn gesneuveld op
De Grebbeberg in Rhenen. Het aantal op De Grebbeberg gesneuvelde Liemerse
militairen is relatief zeer hoog, ongeveer dertig. Het aantal
dienstplichtige soldaten uit de gemeente Bergh dat op de Grebbeberg op 11, 12 of
13 mei sneuvelt bedraagt tenminste drie. (Ter vergelijking enkele andere
gemeenten in de Liemers: Herwen en Aerdt tenminste 7, Zevenaar tenminste 5,
Didam tenminste 4, Duiven 2, Westervoort tenminste 2, Wehl tenminste 1, Angerlo
tenminste 1)
Het aantal gewonde Nederlandse militairen is lange tijd
geschat op drieduizend, maar uit een onderzoek van de historicus Kruit in 2008
blijkt dat het werkelijke aantal veel hoger is namelijk zevenduizend. Op
14 mei capituleert het Nederlandse leger.
|
 |
Wim Berntsen
In de ochtend van 11 mei begint de slag om de
Grebbeberg, die drie lange dagen duurt. De Grebbeberg is het toneel van
hevige gevechten, tragiek en wanhoop. De Nederlandse offers zijn enorm. Bij
de slag om de Grebbeberg sneuvelen ongeveer 425 Nederlandse soldaten. Onder
de gesneuvelden maar liefst 30 soldaten uit de Liemers.
Onder de gesneuvelde militairen is Wim Berntsen (foto bidprentje) uit Loerbeek. Hij sneuvelt op 13
mei (Tweede Pinksterdag) op de Grebbeberg op 19 jarige leeftijd. Als oudste van de negen kinderen van het
molenaarsgezin Berntsen is hij voorbestemd zijn vader als molenaar op te
volgen maar het noodlot beslist anders. Andere uit Bergh
afkomstige gesneuvelde soldaten op de Grebbeberg zijn:
Wilhelmus Antonius Hermsen; hij sneuvelt op 13 mei, 30 jaar oud
en
Bernard Hendrik van Til; hij sneuvelt op 13 mei, 26 jaar oud. |
|
1942 De 's Heerenbergse
pastoor Galama en zijn kapelaans M. van Rooijen en R. Hegge, die de plaatselijke bevolking
waarschuwen tegen de leer van de NSB, worden
door de Duitsers opgepakt. Jan Galama en Marinus van Rooyen overlijden
in 1942 in Dachau na vele mishandelingen te hebben ondergaan. Naar Martinus
van Rooyen wordt na de oorlog de voetbalclub MvR genoemd. Kapelaan
Regnerus Hegge is door de Duitsers overgebracht naar het concentratiekamp
Bergen Belsen, waar hij ernstig is mishandeld maar in mei 1945 wordt bevrijd.
|
 |
Op bovenstaande foto uit 1935 ter gelegenheid van een
onderwijsjubileum zien we ondermeer pastoor Galema en kapelaan van Rooyen.
Zittend van links naar rechts kapelaan Kloppenborg, kapelaan van Rooyen (vermoord in
Dachau in 1942), onderwijzeres Mensing, Els Egbers (dochter van het hoofd der school), juffrouw Renee (vriendin van
juffrouwVallinga), juffrouw Vallinga
(onderwijzeres), G.J. Egbers (hoofd der school), pastoor Galema (vermoord
in Dachau in 1942) en de heer J. Thuis (schoolbestuur). Staand van links naar
rechts
Louis van Keulen, onbekend, mevrouw A.M. Egbers-Tielkes (echtgenote van
het schoolhoofd) en onderwijzer Ten Velde.
Informatie ontvangen in september 2009 van dhr. H. Egbers uit Baarle-Nassau,
zoon van het hoofd der school.
|
1943 Op
21 januari worden op last van de Duitse bezetters de kerkklokken uit de Zeddamse
Sint Oswalduskerk gehaald.
1944
Dominicus Ettema, adjunct-directeur van de zuivelfabriek in Zeddam, die in
het begin van de oorlog medeoprichter is van een verzetsgroep in Zeddam, wordt
met anderen in de Pinksterweek van 1944 gearresteerd. Hij wordt via Arnhem en
Amersfoort naar het concentratiekamp Neuengamme overgebracht, waar hij op 11
januari 1945 overlijdt. In Zeddam is een straat naar hem genoemd.
1945 Op Eerste
Paasdag zondag 1 april rijden om ongeveer tien uur in de ochtend de eerste
Canadese tanks Zeddam binnen. Daarmee komt een eind aan een bezettingstijd,
die bijna vijf jaar heeft geduurd. In de straten verschijnen de mannen van de
Binnenlandse Strijdkrachten (B.S.) onder leiding van oud-sergeant Jan Markhorst
om de openbare orde te handhaven. Het is volgens Antoon Helmes - oud hoofd der
school van Zeddam - de grootste dienst, die het verzet aan Zeddam bewezen heeft:
Het verzet heeft gezorgd, dat de chaos van de bevrijding niet gebruikt is om oude
rekeningen te vereffenen, zoals elders in Nederland wel op grote schaal heeft
plaatsgevonden.
|
Eeffie Rutten
Luttele uren voor de
bevrijding op zaterdagmiddag 31 maart om 14.30 uur wordt de uit Pannnerden
geevacueerde negenjarige Everhard (Eeffie) Rutten in de
buurtschap Vinkwijk bij Zeddam dodelijk getroffen door
granaatvuur. Hij wordt in Zeddam begraven en later in Pannerden herbegraven.
|
 |
 |
Tanks van het Canadese Eerste Leger rijden zondagochtend 1
april 's Heerenberg binnen. |
|
1947 Met 86 vorstdagen is 1947 de
strengste winter van de 20e eeuw. Sinds mensenheugenis veroorzaken
koude winters grote problemen. De snijdende vrieswind waait door de eenvoudige
niet geisoleerde woningen en dorpen worden onbereikbaar. Vaak wordt melding
gemaakt van afgevroren oren en ledematen, soms ook van mensen die doodvriezen.
Andere zeer koude winters sedert 1870 zijn 1871, 1880, 1891, 1929,
1940, 1942, 1956 en 1963 geweest.
|
Koude winters
veroorzaken vaak overlast,
maar soms ook vertier.
|
|
1948
Bij de vervulling van de militaire dienstplicht sneuvelt in
het verre Nederlands-Indie de 22 jarige Jan Meijer uit Stokkum.
Hij wordt op 2 januari in de omgeving van Bandoeng op Java
dodelijk getroffen door een kogel. Tot de vervulling van de
diensttijd is Jan Meijer werkzaam geweest bij de
broedmachinefabriek "Reform" van G.J. Pas in Zeddam.
|

Bidprentje van Jan Meijer (1925 - 1948)
|
1948 Op 12 december onthult kardinaal de Jong,
aartsbisschop van Utrecht, in 's Heerenberg het oorlogsmonument de Goede
Herder ter nagedachtenis aan de vele oorlogsslachtoffers in de gemeente Bergh.
|

|
Onthulling van het oorlogsmonument op 12 december 1948 door
kardinaal de Jong.Vermelde
oorlogsslachtoffers op het monument zijn ondermeer
Dominicus Ettema (zie 1944) uit
Zeddam, alsmede
pastoor Galama en kapelaan M.van Rooijen, priesters werkzaam
in de R.K. Kerk te 's-Heerenberg. Tijdens de Tweede Wereldoorlog waarschuwen
deze priesters de plaatselijke bevolking voor de leer van de NSB. Ook hun
collega kapelaan R. Hegge doet dit. De drie priesters worden
door de Duitsers opgepakt. Jan Galama en Marinus van Rooyen overlijden
in 1942 in Dachau na vele mishandelingen te hebben ondergaan. Naar Martinus
van Rooyen is de voetbalclub MvR genoemd. Kapelaan
Regnerus Hegge is door de Duitsers overgebracht naar het concentratiekamp
Bergen Belsen, waar hij ernstig is mishandeld, maar in mei 1945 wordt bevrijd.
|
|
|
1949 Meer dan
zevenduizend bezoekers luisteren op een stralende zondag (14 augustus) op een
terrein in Nieuw-Dijk bij Didam in de openlucht naar een preek van de
uiterst populaire priester-redenaar Henri de Greeve. Een van de vermaarde
uitspraken van pater de Greeve is: "Verbeter de wereld, begin bij jezelf".
|

Henri de Greeve (1802 - 1974), priester, publicist, radiospreker en
oprichter van de Bond Zonder Naam (B.Z.N) |
|
1950 De krant van de
parochie Zeddam bestemd voor "onze jongens in Indie" verschijnt
eind 1950 voor het laatst omdat vrijwel alle soldaten inmiddels weer thuis
zijn.
|

Klok van Sint Oswaldus voor Zeddamse soldaten in Indie, verscheen in de
periode 1947 tot eind 1950, in de redactie ondermeer meester A.
Helmes.
|
.
|
1953 Dr.
Jan Herman van Heek, wordt voor zijn vele verdiensten voor de
gemeente Bergh benoemd tot ereburger van de gemeente Bergh.
|

Dr. J. H van Heek (1873 - 1957) |
|
1953 Op 4 mei wordt
op de paasberg bij Zeddam het oorlogsmonument onthuld voor
oorlogsslachtoffers uit Braamt, Lengel, Vinkwijk en Zeddam.
|
Zeddam omstreeks 1955 (Ad Dekkers, Liemersmuseum) |
1963 Op de plaats waar tot 1 april 1945 het
Gerardus Majella Gesticht heeft gestaan, wordt het bejaardencentrum Sydehem
geopend. Inmiddels is laatst genoemde centrum in 1992 gesloopt om plaats te
maken voor nieuwbouw.
 |
|
In de laatste oorlogsnacht wordt het Gerardus Majella
Gesticht, een tehuis voor ouderen, door brand volledig verwoest.
Op vrijwel dezelfde plaats wordt in 1963 bejaardencentrum Sydehem geopend. |
1964 De ontdekking van het
Groningse aardgas in Slochteren in 1959 veroorzaakt in de jaren zestig ook
ingrijpende gevolgen voor de energievoorziening in de Liemers, waardoor
kolenkachels ook in Zeddam snel tot het verleden behoren.
 |
|
Minister Andriessen brengt op 9 juli 1964 een
werkbezoek aan het Zevenaarse Broek (Zweekhorst), waar op dat
moment een belangrijke aardgasleiding wordt aangelegd. |
| 1979
Molen de Volharding in Zeddam wordt volledig gerestaureerd.
Eigenaar van de molen is in deze tijd J. Th van Remmen. |

Molen de Volharding
(2008)
www.molendevolharding.nl
|
1988 In het Doetinchemse Slingeland Ziekenhuis
overlijdt op 16 november oud-schoolhoofd Antoon Helmes, die veel voor Zeddam
heeft betekend. Direct nadat Hemes in Hilversum op de
Ludgerus Kweekschool de
opleiding tot onderwijzer heeft afgerond, wordt hij onderwijzer op
de Zeddamse jongensschool. Later wordt hij hoofd van de plaatselijke
meisjesschool. In 1933 is hij mede-oprichter en vervolgens tot 1971 voorzitter
van de voetbalvereniging Zeddam. Tijdens de Tweede Wereldoorlog is hij actief in het
verzet en na de bevrijding wordt hij hoofd van de Binnenlandse Strijdkrachten.
Ook is hij vele jaren voorzitter geweest van de katholieke
onderwijzersvereniging St. Lebuinus van de afdeling Bergh. Voorts is hij tientallen jaren voorzitter
geweest van de K.V.P. (Katholieke Volkspartij) afdeling Zeddam en de plaatselijke Oranje
vereniging.
1992 In juli leggen de Nederlandse kardinaal A. Simonis
alsmede de Duitse bisschop H. Jansen kransen bij het oorlogsmonument de Goede
Herder ter nagedachtenis aan de vele oorlogsslachtoffers in de gemeente Bergh.
|
2005 Ten gevolge van een gemeentelijke herindeling
wordt Zeddam deel van de nieuwe gemeente
Montferland.
|

Montferland in grondoppervlak de grootste gemeente in de Liemers
|
|
2009 Op 21 maart
is het precies 200 jaar geleden dat Koning Lodewijk Napoleon
Zeddam bezocht. Door dit bezoek kregen de katholieken in Zeddam de St.
Oswalduskerk, sedert de reformatie in het bezit van de protestanten, weer terug.
De destijds gespannen verhouding tussen protestanten en katholieken is in
de huidige tijd veranderd in een zeer vriendschappelijke hetgeen blijkt
uit de oecumenische viering op zondag 30 mei 2010 in de St. Oswalduskerk.
|

R.K kerk Zeddam
|
2011 Op 12 februari
overlijdt Jasper W. van Keulen (1984 - 2011), zoon van de uit Zevenaar
afkomstige Haagse huisarts Will van Keulen ten gevolge van een noodlottig
verkeersongeval in Milaan. Jasper is een uitzonderlijk talent: op 23 jarige
leeftijd is hij arts waarna hij zich specialiseert tot vaatchirurg. In het kader
van zijn aanstaande promotie vertoeft Jasper tijdelijk in het buitenland als het
tragische ongeluk hem overkomt. Zijn gedrevenheid, gepaard met empathie,
tomeloze energie en intelligentie hebben zijn leven gekenmerkt. Tegelijkertijd
was hij bezig om in een welhaast logaritmische versnelling de wereld te
verkennen.
Jasper is een nakomeling in rechte lijn van
Theodorus Polman,
die omstreeks 1660 in
Zeddam wordt geboren..
|

Jasper
* Den Haag, 2 april 1984
na een turbulent stralend leven overleden ten gevolge
van een noodlottig ongeval op 12 februari 2011 in Milaan
|
|

Jasper
kort voor zijn dood bij het beoefenen van zijn
geliefde sport in het universiteitselftal van Yale (USA)
Ook in sportief opzicht heeft Jasper gestraald.
|
|
2011 Op
19 april overlijdt in Schalkwijk (gemeente Houten) de Zeddamse oud-pastor
A.J. Tersteeg (1932-2011).
Pastoor Tersteeg is van 1973 tot 1999 pastoor in Zeddam
geweest waarvan veertien
jaar tevens deken van het dekenaat 's-Heerenberg). Pastoor Ton Tersteeg
zal door velen herinnerd worden als een innemende, liefdevolle en zorgzame
pastoor, priester in hart en niere krant van de
parochie Zeddam bestemd voor "onze jongens in Indie" verschijnt
eind 1950 voor het laatst omdat vrijwel alle soldaten inmiddels weer thuis
zijn.
|

Pastoor Tersteeg (2010)
|
| 2011 Op
30 april is het exact 200 jaar geleden dat de eerste steen werd gelegd voor de Nederlands Hervormde Kerk in
Zeddam (destijds Huttenstraat nu Ettemastraat). Op 4 november is het
precies 200 jaar geleden dat de nieuwe kerk werd ingewijd door ds.
Warnsinck. De kosten voor de bouw bedroegen destijds
ruim 5.000 gulden (omgerekend 2.300 euro). |

N.H kerk Zeddam
|
|
2012 Op
vrijdag 16 maart 2012 promoveert Jasper W. van Keulen (1984-2011)
postuum tot doctor in de geneeskunde aan de Universiteit van Utrecht. Het
betreft een zeer uitzonderlijke gebeurtenis omdat Jasper een jaar eerder
door een noodlottig ongeval om het leven is gekomen. Zijn promotie een
jaar na zijn overlijden is een waardering voor zijn wetenschappelijke
prestaties. Jasper is een nakomeling in rechte lijn van
vele voorouders uit Zeddam en omgeving.
|

Jasper W. van Keulen
postuum doktor in de geneeskunde
|
.JPG)
Zeddam, R.K Kerk
(zomer 2011)